Skip to main content

Verrekijkerbieb 4e leerjaar - Kijker 4 - N1 – Wow!

Page 1

ucatieve uitgaven

BIEB

Wow! Inge Bergh

Kijker educatieve uitgaven

Verrekijker 4

4


Wow!

1


Wedden dat je dat vaak zult uitroepen? In dit boek staan een heleboel leuke proefjes. En ze zijn allemaal even simpel. We zullen rozijnen doen dansen. Een vulkaan en bliksem maken. En nog veel meer! En het leukste van allemaal? Alles wat je nodig hebt, vind je gewoon thuis. In de kastjes van je keuken of badkamer. Benieuwd? Blader dan maar snel door. Proefjes − Lava − Droge vinger − Bliksem − Magneet − Dansende rozijnen − Vulkaan − Betoverd water − Lekke ballon die niet leegloopt

2


3


Lava Voor dit proefje heb je niet zoveel nodig. − een glas − water − olie (olijfolie, zonnebloemolie ... maakt niet uit) − zout • Wat moet je doen? Giet het glas voor ongeveer de helft vol met water. Giet daar zachtjes een laagje olie op. Een laagje van 1 cm is perfect. Wacht heel even tot de olie mooi is gaan liggen. Strooi nu langzaam zout in het glas. De oliedruppels zakken door het water en stijgen weer. • Wow! Hoe kan dat? Hoe dat kan, leg ik je in drie stappen uit. 1 Water en olie bestaan uit moleculen1. De moleculen van water zijn positief en negatief geladen. Stel je een bolletje voor met links plusjes en rechts minnetjes. Net als bij magneten kleven de plusjes aan de minnetjes. En de minnetjes aan de plusjes.

4


5


De moleculen van water houden elkaar zo hard vast dat ze de olie gewoon uit het water duwen. Want de moleculen van olie zijn niet geladen. Zij hebben geen plusjes en minnetjes. Ze kunnen zich dus niet aan het water ‘vasthouden’. 2 Water weegt zwaarder dan olie. Het heeft wat men noemt ‘een grotere dichtheid’. Het duwt dus de lichtere olie gewoon uit het water. En dat zie je ook. Olie drijft op het water. Wat je ook probeert: olie kun je nooit met water mengen, net omdat water olie wegduwt. 3 De zoutkorrels vallen door de laag olie. Als er genoeg zout kleeft aan een druppel olie, dan wordt die zwaarder dan water. De oliedruppel zinkt. Maar, zout lost op in water. Het zout laat dus de oliedruppel weer los. Die oliedruppel wordt zo weer lichter dan het water. En zo zie je dat de oliedruppel na een tijdje weer stijgt.

6


Droge vinger In het vorig proefje leerde je hoe de moleculen in het water elkaar stevig ‘vasthouden’. Dankzij die eigenschap kunnen we nog een leuke proef doen. We hebben maar vier dingen nodig: − een glas (gebruik liever niet hetzelfde glas uit de vorige proef. Restjes olie kunnen deze proef doen mislukken) − water − gemalen peper (geen bolletjes) − een vinger

7


• Wat moet je doen? Vul het glas met water. Giet daar een laagje peper op. Zorg dat het oppervlak van het water helemaal bedekt is met peper. Laat het glas staan. Schud of beweeg het glas niet meer. Duw nu je vinger zachtjes een beetje in het water, maar niet te diep. Het lijkt of je vinger in een droog ‘putje’ zakt.(*) Wanneer je je vinger weer uit het water haalt is hij nog droog! (*) Je kunt dit maar één keer. Wil je nog een keer proberen, dan moet je eerst een beetje extra peper strooien. • Wow! Hoe kan dat? De aantrekkingskracht van de moleculen in het water is het grootst aan de oppervlakte. Zo groot zelfs dat het lijkt of er daar een vliesje ontstaat. De peper zorgt ervoor dat dat nog sterker wordt. Zo komt het dat je je vinger door de peper in het water kunt duwen zonder dat je vinger nat wordt! Maar! Druk niet te hard. Of je eindigt toch nog met een natte vinger.

8


Bliksem maken Dit is een heel simpel proefje. Dit heb je nodig: − twee ballonnen − een donkere kamer − een echte wollen trui; − of haren zonder haarproduct in.

9


• Wat moet je doen? Blaas beide ballonnen op en knoop ze dicht. Kun je dat nog niet zo goed zelf? Laat een volwassene dat dan voor je doen. Ga nu naar een kamer die je kunt verduisteren2. Ga in de kamer staan en doe het licht uit. Hoe donkerder de kamer, hoe duidelijker de bliksem zal zijn. Wrijf de ballonnen over je wollen trui of over je haren. Houd daarna de ballonnen bij elkaar en wat zul je zien? Er springen vonkjes van de ene ballon naar de andere: je hebt net zelf bliksem gemaakt! • Wow! Hoe kan dat? Je hebt misschien al gemerkt dat jouw haar door het wrijven van de ballon wat omhoog gaat staan. Dat komt door statische elektriciteit. Statische elektriciteit is spanning met lage energie. Door het wrijven over je trui of haar maak je spanning. Die spanning zit ‘vast’ op de ballonnen.

10


Wanneer je de twee ballonnen bij elkaar brengt, springt de elektriciteit van de ene ballon over op de andere. Dat is het vonkje dat je ziet. Jij hebt dus net je eigen mini-onweer gemaakt. Want bliksem ontstaat op dezelfde manier. Bliksem is gewoon spanning die van de ene wolk naar de andere wolk overspringt in de vorm van een ‘vonk’. Hoe droger de lucht, hoe beter dit proefje lukt. Je zult dus waarschijnlijk meer succes met dit proefje hebben in de winter. Dan zetten we de verwarming op en die zorgt voor droge lucht in huis.

11


12


Magneet Heb je de ballon van daarnet nog? Leg je ballon dan niet te ver weg! Je kunt er nog een proefje mee doen. Wat heb je nodig? − een ballon − een echte wollen trui of haren zonder gel of wax of spray in − een glad oppervlak − een leeg drankblikje • Wat moet je doen? Is het blikje leeg? Prima! Nog niet? Drink het dan nu helemaal leeg. Draai het lipje weer terug boven het drink- of schenkgaatje. Zorg dat het mooi boven de opening blijft zitten. Leg het lege blikje op zijn kant boven op het gladde oppervlak. Wrijf opnieuw met de ballon over je trui of haren. Leg de ballon naast de lange kant van het blikje. Beweeg nu de ballon weg van het blikje. Het blikje rolt vanzelf naar de ballon toe!

13


• Wow! Hoe kan dat? Tijdens het proefje met de bliksem leerde je al wat statische elektriciteit is. Een blikje, of een ander voorwerp dat elektrisch geladen is; wordt een beetje een magneet. Het trekt andere voorwerpen aan. De voorwerpen hoeven niet van metaal te zijn. Je kunt voor dit proefje ook snippers papier gebruiken die je over de tafel strooit. Beweeg dan wel de ballon boven de snippers heen en weer.

Dansende rozijnen Voor dit proefje heb je echt niet veel nodig. − een glas − een ongeopend blikje frisdrank − rozijnen • Wat moet je doen? Je opent het blikje en giet het leeg in het glas. Daarna strooi je enkele rozijnen in het glas. De rozijnen zullen stijgen en weer dalen. En zo de hele tijd door. Het lijkt wel of ze dansen!

14


• Wow! Hoe kan dat? Rozijnen zijn zwaar. Als je ze in een vloeistof gooit, dan zinken ze. Maar koolzuurgas is heel erg licht. Het vormt belletjes. De belletjes hechten zich vast aan de rozijnen. Zo duwen ze de rozijnen naar boven. Maar zodra ze boven zijn, laten de belletjes los. De rozijnen zinken weer. En zo gaat dat de hele tijd door.

Sommige rozijnen dansen beter dan andere. Als je rozijnen lang blijven stilliggen, voeg er dan een paar extra toe tot je een echte ‘danser’ krijgt.

15


Vulkaan Een vulkaan in je tuin? Onmogelijk? Het is simpeler dan je denkt! Verzamel de volgende dingen en ga aan de slag! − een leeg flesje (van water of frisdrank) − zand of aarde − rode kleurstof3 (voedingskleurstof of verf) − afwasmiddel − azijn − zuiveringszout4 • Wat moet je doen? Maak een berg met zand of aarde. Maak in het midden van je berg een gat waar het flesje in past. Schep drie koffielepels zuiveringszout in het flesje. Giet er de rode kleurstof bij en ook enkele druppels afwasmiddel. Als laatste voeg je er een half glas azijn aan toe. De ‘lava’ begint te stromen!

16


• Wow! Hoe kan dat? Door zuiveringszout en azijn bij elkaar te voegen maken we koolzuurgas. Tijdens het proefje van de ‘dansende rozijnen’ leerden we hoe licht dat is. Die eigenschap gebruiken we hier opnieuw. De belletjes en bubbels zijn lichter dan vloeistof en willen stijgen. Maar ze zitten in een fles waarvan de hals smaller is dan de ruimte onderaan. Er ontstaat dus druk op de belletjes. Het koolzuurgas reageert met het afwasmiddel en spuit uit de fles. Cool hé?

17


Betoverd water Eerst zien en dan geloven? Na dit proefje geloof je je eigen ogen niet meer! Ren vlug naar de keuken en neem: − een rond drinkglas − water − papier − een stift • Wat moet je doen? Vul het ronde drinkglas met water. Zet het opzij. Teken drie horizontale pijlen op het blad. Laat alle pijlen dezelfde richting uit wijzen. Houd nu het blad achter het glas. Kijk naar de pijlen. Als je het blad dicht bij het glas houdt, dan zie je de pijlen groter en dikker. Maar wanneer je het blad verder van het glas beweegt, zie je plots iets geks gebeuren! De pijlen wijzen de andere richting uit!

18


19


• Wow! Hoe kan dat? In een donkere kamer zie je niets. Om te kunnen kijken heb je licht nodig. Lichtstralen komen in de lens van ons oog terecht en zorgen ervoor dat we een beeld kunnen zien. Lenzen doen iets raars met lichtstralen: ze veranderen ze van richting. Je hebt twee soorten lenzen: holle en bolle lenzen. Bij bolle lenzen buigen de lichtstralen naar binnen. Bij holle lenzen buigen de lichtstralen naar buiten. Een rond glas is als een bolle lens. Het buigt de lichtstralen naar binnen toe. Wanneer je de pijlen ver van het glas af houdt, kunnen de lichtstralen elkaar kruisen. En zo kan het dat de pijlpunten plots aan de andere kant lijken te zitten. Het lijkt wel magie, maar het is gewoon ... wetenschap!

20


Lekke ballon die niet leegloopt Ook bij dit proefje geloof je vast je ogen niet. Iedereen weet wat er gebeurt als je een ballon lekprikt. Dan knalt de ballon. Toch? Niet altijd. Hield je na de vorige proefjes nog wat olie over? En een ballon? En heb je nog een satéstokje liggen? Dan kun je nu aan de slag!

21


• Wat moet je doen? Blaas de ballon op. Doe dat niet te hard. Doop de punt van je stokje in de olie. Prik voorzichtig de punt van je stokje door de ballon. Maak daarbij een draaiende beweging. Schuif voorzichtig je stokje door naar de andere kant van de ballon en doe daar hetzelfde. Je ballon zit nu, nog steeds opgeblazen, op de stok geprikt! • Wow! Hoe kan dat? Je ballon bestaat uit soepel rubber5. Wanneer je de ballon opblaast, rek je het rubber uit. Als je ervoor zorgt dat je de ballon niet te strak opblaast, dan behoudt je ballon zijn rekkracht. Het rubber beweegt met het stokje mee. De olie zorgt ervoor dat het stokje makkelijk door het rubber glijdt. Je kunt nu dus door de ballon prikken zonder die te doen knallen of leeglopen.(*) (*) Lukt het niet meteen? Probeer dan nog een keer!

22


23


Woorduitleg 1 2 3 4 5

24

molecule = kleinste deeltje van een stof verduisteren = donker maken kleurstof = stof die kleur geeft aan (vloei)stoffen zuiveringszout = maagreinigend zout rubber = elastische stof, verhard sap van een tropische boom


Wow! Wedden dat je dat vaak zult uitroepen? In dit boek staan een heleboel leuke proefjes. En ze zijn allemaal even simpel. Soms lijkt het wel magie, maar dat is het niet. Alles is gewoon … wetenschap. En hoe het kan? Dat wordt haarfijn uitgelegd!

Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 4. ISBN 978 90 486 2283 2 Bestelnummer 60 1021 397 KB D/2015/0147/339 NUR 191 Foto’s: Shutterstock Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge

9 789048 622832

Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook