Skip to main content

Verrekijkerbieb 4e leerjaar - Kijker 3 - N2 – Olivia wil een huisdier

Page 1

ucatieve uitgaven

BIEB

Olivia wil een huisdier Clara Vanuytven

Kijker educatieve uitgaven

Verrekijker 4

3


Olivia wil een huisdier

1


In het grote huis - waar zelden iets valt te beleven klinkt er gekrijs, een boze roep, een stem die hard, héél hard, gaat beven. Olivia gilt. Ze wil … Wil … WIL een poes, een vogel, desnoods … een mier?

Olivia wil een huisdier! ‘Een huisdier is een hele last. Zoek eerst een dier dat bij jou past,’ zegt mama Olivia zucht. Pfffff … Maar ze maakt meteen een lijst van beesten die ze kent, van dieren, lief en schattig ook, die ze het liefst verwent. Dit plan zal lukken, denkt ze fier. Ik, Olivia, krijg een huisdier. Papa zegt: ‘Zo’n diertje is een hele last. Wees zeker dat het bij jou past.’

2


3


De lijst wordt lang en ook wat vreemd. De zesde plaats gaat naar … Een eend! De hond, die staat heeeeel bovenaan. Want daarmee kan ze wandelen gaan. De kat - op twee - moet kopjes geven. Op drie? Een vogel die nog lang zal leven. Daarna een vis. Een grote, geen sprotje. Op vijf, een superlief marmotje1. De eend staat ergens tussenin. En dan is er de pinguïn. Ze overweegt nog een giraf. Maar sluit daarmee de lijst niet af. Want een schildpad lijkt ook een goede keuze. Of een aap. Dat is pas reuze! Lollig, drollig, mollig, wollig. Misschien een schaap, dat krijgt een lam. Beestig lief, maar veel te tam. Een panter? Mooi, maar … te gevaarlijk. Hyena’s lachen onbedaarlijk. Dan liever een valk of zelfs een gier. Of een redelijk ruw huisdier. Een om kunstjes aan te leren. Om de klas te imponeren2. Werelddierendag3, die wordt vast fijn. Het mooiste dier zal van Olivia zijn.

4


Olivia leest de lijst aan mama voor. Die kijkt verbaasd. Een omnivoor4? Een waterrat? Een civetkat5? Een wrattenzwijntje? Een heel kleintje? Een haan, die wijst het Noorden aan. ‘Of een kip, maar geen gewone,’ zegt Olivia sip. ‘Wees redelijk, kind,’ zei mama toen. ‘Wie wil er nu een parelhoen?’ ‘Ik!’ schreeuwt Olivia. Een kip met kralen rond haar nek? Toch al te gek!

5


‘Nee, Olivia, nee. Een hoentje6 kiezen lijkt me dom Want weet je wie allergisch is? Ja, jij! Kies een goudvis!’ riep zij. ‘Een goudvis,’ zegt Olivia, ‘is veel te klein. Mag het een babywalvis zijn?’ ‘Wat eet zo’n dier? Plankton7? Kriel8? Of pissebedjes9?’ Olivia heeft al binnenpretjes. Ze zoekt het op: Wie een huisdier wil, die staat ook borg voor alle aandacht en voor zorg, staat in haar mooiste dierenboek.

6


Ik ben best redelijk, denkt Olivia. Ik wil geen gekke dingen: zoals vogels die ook ‘s nachts gaan zingen. geen wandelende tak geen huisjesslak geen smalneusaap geen heideschaap geen Amazonepapegaai geen babyhaai. - Hoewel, dat laatste leek haar tof. Geen beer. Ook niet uit velours10, want Teddy werd zo gauw jaloers.

7


Ze koos ... Ze wist het nu zeker. Ze koos ... Een schildpad. Of toch niet. Een egel. Ja … nee. Een eekhoorn. Een ezel. Een mestkever. Nee. Een eland. Een uil. Een orang-oetang. Een vleermuis. Een kameel. Of een rugstreeppad … voor in haar bad!

8


Dan komt er een e-mail: een bericht van opa via internet.

Dag Olivia, dag lief muizenstrontje van me - Goh, wat had ze een hekel aan dat woord. Maar als ze wou weten wat hij zeggen wou, dan moest ze lezen. Dus … gauw, gauw.

Dag lief muizenstrontje van me Wat hoor ik? Jij houdt van elk dier? Dat doet me veel plezier. Ik stuur je een geschenk. Omdat ik denk dat jij dat verdient. Nog wat geduld. Ik moet het nog halen, nog betalen. Maar de verrassing voor jou komt gauw. Liefs Opa

9


Wat zou hij sturen? Een kameleon in alle kleuren van de regenboog? Of een ratelslang met maar één oog? Een wolf? Een tijger in een kooi? Een vogel in zijn wintertooi11? Olivia zit al uren door het grote raam te turen. Ze durft niets te vragen, maar wacht op een wagen, op een kar vol kooien, balen stro met vlooien. Daar zit dan - als alles klopt Een prachtig huisdier in verstopt.

10


De bel schalt en schettert. Oei! Geen kist, geen kooi. Geen mand, geen tand. Geen spin, geen vin. Geen doos, geen kroos12. Geen nest, geen mest. Alleen … Een briefomslag. Dat kan toch niet? Wat is dit voor een grap? Het voelt aan als een klap. Wat raar! Een brief is een vreemd cadeau. En daarin zit: Een abonnement voor de zoo! Muizenstrontje wordt ontzettend kwaad. Naar de dierentuin in Antwerpen? Dat wordt vast reuzepret! Maar Olivia wil: Een eigen beest onder haar bed!

11


12


Mama zucht. Ze schudt haar hoofd: ‘Wat gebeurt er allemaal? Waarom dat hels kabaal? Olivia! Zo’n huisdier kost vast een fortuin! Hoort het wel in onze tuin? Elk beest heeft toch zijn habitat13. Als jij dan zijn omgeving jat, dan voelt het dier toch angst en pijn en zal het zeker eenzaam zijn. De zorg voor dieren wordt onderschat. Besef je dat?’ Eenzaam zijn? Dat vindt wel Olivia erg. Want ze weet zelf: Het is wel fijn om heel, heel even weg te zijn. De eerste dag is steeds een feest. Op twee is het genoeg geweest. De derde dag begint met geeuwen. De vierde dag, die duurt wel eeuwen. Dag vijf kan zij al niet meer aan. Zou dierenheimwee ook bestaan? ‘Er is,’ zegt papa, ‘een andere optie: Wat denk je van … een adoptie. Ergens wachten dieren triest, tot iemand voor hen kiest.’ Dat vindt Olivia een goed plan. 13


14


In de dierenwinkel in de stad Tussen hamsterkooien, hondenriemen en halsbanden, kattenbakken, krabpalen en slaapmanden, vissen, filters en pompen, kalkstenen en rotsklompen. Naast de bak met goudvissen en algeneters baarsjes, barbelen14 en allesvreters. Onder de kooi met kanaries, parkieten, papegaaien en speeltjes om naar te graaien. Daar staat een doos met donzige figuren. Een pakket om te versturen. to BOLIVIA15 staat op één kant en op de rand naar ZUID-AMERIKA Daar moet het pak naartoe.

15


16


In de doos zit een konijn, een Vlaamse reus16. Het beestje snuffelt met de neus. Het blaast. Het knort. Het is gestrest. Heeft dat konijn misschien een nest? Olivia piept eens binnenin. De moer17 wordt even een leeuwin. Ze snuift. Ruikt aan Olivia’s hand, aan boven- en ook onderkant. Maar gaat dan rustig door met knagen, met stro en met papier aandragen. Olivia zoekt op andere plekken. Tussen andere rijen, andere rekken. Ze ziet marmotjes, tamme ratjes, lieve hondjes en ook katjes. Zachte vachten om te strelen. Vlugge pootjes willen spelen. Koppen willen kopjes geven. Kleine lijfjes, die wat beven. Olivia zoekt uit alle macht. Naar een dier dat op haar wacht. De zoektocht lijkt maar niet te slagen: De doos met letters blijft haar plagen. Dat pak dat was toch heel bijzonder En dat nest? Wat een klein wonder!

17


Olivia gaat terug. Terug. Terug. Terug. Langs vogels die in grote kooien met veren en met zaadjes strooien. Langs gouden vissen die in paren met open monden naar haar staren. Tot aan de doos met het konijn. Het pak dat gauw verstuurd zal zijn.

18


Ma Konijn is aan het werk. Die houdt niet op, die is heel sterk. Ze grabbelt, sabbelt, knabbelt, - zonder pardon een gat in het karton. Ze kijkt, ja kijkt. Dat is verdacht. Alsof Olivia werd verwacht.

19


Ma Konijn snuffelt. Ze gaat spontaan op beide achterpoten staan. Ze ruikt aan haar nest. Ze aarzelt. Doet haar best. Ze kiest een pluizig hoopje uit. Geeft het … Hop … Hop … Hop. Een stevig zetje met haar snuit. De doos schudt, iets floept … Oh nee, nee. Er kruipt iets door de letter B. Het gat dat groeit, het wordt bruingrijs. Die doos? Die gaat niet meer op reis … To BOLIVIA? Pech! De B is stuk, de B is weg. …OLIVIA staat er nu. Voor mij? Voor mij? Denkt Olivia blij.

20


21


Een wollig grijs konijntje huppelt naar haar toe. Het ruikt en likt haar hand, en kijkt dan naar zijn moe. Ma Konijn beweegt haar neus rasecht. Het lijkt wel of ze zegt: Een baasje is een hele last. Kies dus een kind dat bij jou past. Het dotje, dik en donzig warm. Dat vleit zich op Olivia’s arm. Geeft haar dan zonder schrik een hele lange lieve lik.

Olivia lacht. Lief, klein konijn. Wil jij mijn huisdier zijn?

22


23


Woorduitleg 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17

24

marmot = wild knaagdier dat vaak als huisdier wordt gebruikt imponeren = indruk maken op iemand Werelddierendag = dag die op 4 oktober over heel de wereld wordt gevierd met extra aandacht voor de dieren en hun rechten. omnivoor = dier dat zowel planten als dieren eet civetkat = katachtig roofdier uit Azië. hoen = vogelsoort die op de grond leeft (bv. kip) plankton = kleine waterdiertjes kriel = kleine aardappel of soms een kip pissebedjes = kleine, kreeftachtige insecten velours = zachte, glimmende stof tooi = aankleding kroos = soort drijvende plantjes habitat = leefgebied van een dier barbeel = sterke zoetwatervis Bolivia = land in Zuid-Amerika Vlaamse reus = zwaar en groot Belgisch konijn moer = vrouwelijk konijn


Olivia wil een poes, een vogel of desnoods een mier. Ze wil gewoon heel graag een huisdier. Maar een dier zoeken dat bij haar past, dat is een hele last. Olivia gaat op pad. Naar de dierenwinkel in de stad.

Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 4. ISBN 978 90 486 2283 2 Bestelnummer 60 1021 397 KB D/2015/0147/339 NUR 191 Illustraties: Lucy Elliott Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge

9 789048 622832

Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Verrekijkerbieb 4e leerjaar - Kijker 3 - N2 – Olivia wil een huisdier by die Keure - Issuu