ucatieve uitgaven
De Romeinen en hun geheimen
BIEB
Inge Misschaert en Florian Velghe
Kijker educatieve uitgaven
Verrekijker 4
3
De Romeinen en hun geheimen
1
Mus Ave! Mijn naam is Mus. Dat betekent ‘muis’ in het Latijn. Toen ik geboren werd, was ik nogal klein. Mijn papa noemde me Mus. Grappig, hoor. Maar ik ben geen muis! Ik ben een jongen, al bijna een man. Tien jaar ben ik nu. Zie je mij staan bij dat grote huis? Echt, kijk maar eens goed! Dat heet trouwens een domus. Maar daar vertel ik straks meer over.
2
Wist je dat … − … de Romeinen geen aardappelen, tomaten, citroenen of thee kenden? Ze aten vlees, vis en fruit en dronken wijn. − … Romeinen op een bank gingen liggen om te eten? − … er nog geen vorken bestonden? De Romeinen moesten dus vaak hun handen wassen. − … Romeinen de eersten waren die munten gebruikten om iets te kopen of verkopen? Voor die tijd werd alleen aan ruilhandel gedaan.
3
Mijn rol Zie je deze rol? Jij noemt het ‘schrift’, geloof ik. Ik kreeg die voor mijn verjaardag van opa. Hij is heel streng, want hij is consul. Dat is een soort leider in de stad. Deze rol vertelt je meer over mijn volk. De Romeinen, je weet wel. Het Romeinse Rijk is erg groot. Ze zeggen dat de zon hier nooit ondergaat. (Maar ‘s nachts is het toch donker, hoor!)
4
Je weet vast al veel over de Romeinen. En over Rome. En onze taal, het Latijn. Maar weet je ... Er zijn ook erg veel geheimen. Grappige geheimen. En duistere geheimen. Spannende weetjes! En die wil ik je graag vertellen. Allemaal. Oeps, is het al zo laat? Ik moet naar school! Anders is de magister boos op mij. Dat is mijn meester. Kom je mee?
5
School Oef! Net op tijd! Mijn meester is erg slim, maar ook erg streng. Een pak slaag is hier niet ongewoon. En ik heb geen zin in gloeiende billen. Er is geen schoolgebouw. Een klas eigenlijk ook niet. Mijn magister geeft gewoon buiten les. Naast de zuilengalerij1. Ik schrijf op een tabula. Dat is een wastafeltje. Wat vraag je? Of ik nu moet wassen? Maar nee, dat wassen tafeltje, daar schrijf ik op! Met een stilus kras ik de letters op het tafeltje. En als ik mijn les ken, dan wis ik alles weer uit. Simpel!
6
Ik ben heel goed in letters. Dat zie je vast al aan mijn boek! Maar rekenen ... tsja ... Dat gaat ... iets minder goed. Zelfs met het telraam lukt het niet. Maar geen nood! Papa helpt me wel. Zo leer ik het vast snel. (Zonder rode billen van de lat van de magister!)
Trouwens, ik wil toch schrijver worden. Nee, wacht ... Dat ben ik eigenlijk al een beetje! Met deze rol! Kom je mee? School is uit! (Oef! Geen sommen meer!)
7
Wist je dat ... − ... de Romeinen meestal drie namen hadden? Eerst een voornaam, dan een familienaam en daarna een achternaam! − ... heel veel woorden in het Nederlands uit het Latijn komen? − ... de stad Rome gesticht werd door de twee broers Romulus en Remus? Romulus werd de koning van de stad, nadat hij zijn tweelingbroer had vermoord. − ... Romulus en Remus opgevoed werden door een wolvin?
8
Domus Van het plein ga ik te voet naar huis. Ik dwaal graag door de steegjes. En over de markt treuzel ik vaak. Er is zo veel te zien! Maar eerst wil ik je laten zien waar ik woon.
Omdat papa een rijke man is, wonen we in dit grote huis. Om eerlijk te zijn ... Mijn papa moet erg hard werken voor dat huis. We zien hem bijna nooit. En vergeet niet: we delen dit huis met veel mensen. Met hoeveel personen woon jij in een huis? In mijn huis wonen meer dan twintig mensen!
9
Mijn papa, mama en drie kleine broertjes. Een paar ooms, tantes, neefjes en nichtjes. En dan nog oma en opa. Veel volk! En dan vergeet ik nog de slaven. Je wist toch dat rijke families slaven in dienst hebben? Nee? Bij ons wonen vier slaven. Papa kan er meer betalen, hoor. Maar hij wil dat niet. Hij behandelt ze goed. In ruil doen ze alles voor hem. En ook voor mij! (De oudste slaaf maakt soms mijn sommen. Maar dat mag je niet verder vertellen!) Ik zit het liefst in het atrium. Dat is een grote open plek, in het midden van het huis.
10
Mama is een echte kunstenaar, want ze heeft alle mozaïeksteentjes2 zelf gemaakt! En dat duurde heel erg lang. In het atrium is het altijd gezellig. Er komt bezoek of iemand speelt muziek. Rond het atrium liggen alle andere kamers. Het bureau van papa, maar daar mag ik niet komen. Aan de andere kant is de culina. Dat is de keuken. Daar brandt meestal een vuur. En het ruikt er vaak heerlijk! (Behalve als de slaaf aan de wijn heeft gezeten. Dan ruikt het aangebrand. Bah!)
11
Buiten is er een binnentuin. Daar speel ik heel vaak verstoppertje met mijn neefjes. Ik verstop me achter de haagjes. Of achter het lararium. Dat is een altaar3. Daar aanbidden4 we onze goden. Maar nu moet ik wegsluipen. Als papa me ziet, moet ik mijn klusjes gaan doen. En daar heb ik echt geen zin in. Ssst!
12
Wist je dat ... − ... de Romeinen ook al vloerverwarming kenden? − ... de Romeinen in veel goden geloofden? Zo hadden ze een godin van de jacht, Diana, en een god van de muziek, Apollo. En er zijn er nog veel meer! − ... een Romeinse stad vier poorten had? Zo kon je de stad in en uit vanuit alle richtingen: noord, oost, zuid en west!
13
Theater Nu neem ik je mee naar mijn lievelingsplek in de stad. Weet je nog wat ik verteld heb? Wat ik later wil worden? Juist, schrijver! Ik wil verhalen en toneelstukken schrijven. En misschien ook wel toneelspelen. Wie weet. In de stad is een theater. Het is een magische plek. Wanneer ik maar kan, kom ik hier. Ik verstop me tussen de banken. Zo kan ik de acteurs horen oefenen.
14
Zie je ze staan? Zien ze er niet gek uit? Ze dragen maskers, zodat je weet welke rol ze spelen. Soms staan ze op hele hoge schoenen. Zo kan iedereen ze zien spelen. Ook de armen die op de achterste rijen moeten gaan zitten. Vaak zitten ook de vrouwen daar. Behalve mijn mama, die mag bij papa zitten. Gelukkig houden mijn ouders ook van toneel! Hoe laat is het? Oeps! Ik moet rennen!
15
Wist je dat ... − ... het Romeinse theater uit het Griekse theater komt? De Grieken waren dus al vroeger met toneel bezig! − ... vrouwen geen theater mochten spelen? Alle vrouwenrollen werden door mannen met een masker gespeeld. − ... er twee soorten toneel opgevoerd werden? Een tragedie is een treurig stuk. Een komedie is een grappig stuk.
16
In bad! Zie je mij zitten, hier in dat bad? Nu weet je waarvoor ik zo moest rennen! Je zult misschien raar opkijken als je dit ziet! Misschien denk je wel dat het een zwembad is, zoals bij jullie. Niets is minder waar!5 We zijn in het badhuis. Bij ons heet dat de thermen. Mijn neefjes en broers krijsen altijd als ze in bad moeten. Maar ik niet! Ik vind het erg leuk om in het warme water te dobberen.
17
Papa is erg rijk, maar hij wil geen badhuis voor ons alleen. Hij vindt het gezelliger om naar de thermen te gaan. (Je merkte vast al dat mijn papa niet denkt zoals de meeste Romeinen.) Maar we gaan gelukkig wel naar een heel groot badhuis! Er is een warm bad en een koud bad. Voor mannen en vrouwen zijn er aparte baden. Ik mag met papa mee, omdat ik al tien ben. (Dat is leuk, want dan ziet mama niet dat ik me soms niet zo heel goed was ...) Er is ook een sportveld. Daar speel ik vaak met de bal, als het wat druk is in het badhuis. Of ik kijk naar de mannen die gewichten optillen. Zwaar! Ik ga nog wat plonzen! Tot straks!
18
Wist je dat ... − ... de Romeinen ook op zaterdag en zondag werkten? Ze hadden alleen vrij op een feestdag. Gelukkig hadden ze meer dan 100 feestdagen ... − ... de Romeinen zich niet met zeep wasten? Ze bedekten zich met olie. Daarna schraapten ze de olie van hun lichaam met een krabber. − ... ook Romeinse dames zich graag mooi maakten? Ze gebruikten steenkool als make-up. Beter niet proberen thuis ...
19
Goden Zo, we zijn terug van het badhuis. Iedereen ruikt nu weer erg lekker. (Geloof me, met twintig mensen in huis kan het hier soms erg stinken!) Heb ik al verteld dat we veel goden hebben? Ik dacht van wel. Ik som er een paar op: Amor is de god van de liefde. Hij is de lievelingsgod van mijn mama. Jak!
Mars is de god van de oorlog. Mijn papa en opa aanbidden hem. Ik hou niet zo van oorlog, want dan moet papa vaak weg!
Neptunus is de god van de zee. Van deze god hou ik wel. In het atrium heeft mama hem in het mozaïek getekend. Erg mooi is dat!
20
Er zijn natuurlijk nog meer goden. Te veel om op te noemen! Elke ochtend gaan we naar de tuin. Daar staat het lararium. Je weet wel! Ik verstop me daar altijd. Het staat in onze tuin, onder een afdak. Papa voert er rituelen6 uit. Hij offert7 voedsel aan de goden. Zo worden ze niet boos op ons. Goden zijn immers erg machtig.
21
Veel Romeinen doen dit elke dag. Bij ons gebeurt dit alleen als er iets speciaals is. Als papa op reis gaat. Of als er een baby komt. Ik denk wel dat de goden ons huis leuk vinden. Hier is nog nooit iets ergs gebeurd. Hopelijk blijft dat zo! (Misschien breng ik vandaag wel mijn brood naar het altaar, je weet maar nooit!)
22
Wist je dat ... − ... het voedsel dat aan de goden geofferd wordt, voor de slaven is? − ... Fortuna de godin van het lot8 is? − ... veel Romeinen een amulet dragen om zich te beschermen tegen het kwade? Een amulet is een soort ketting. − ... wij nu ook nog zulke rituelen hebben? Sommige mensen lopen niet onder een ladder. Of mensen denken dat er iets ergs zal gebeuren als je een zwarte kat ziet.
23
Woorduitleg 1 zuilengalerij = overdekte gang met hoge stenen palen (zuilen) 2 mozaïeksteentjes = kleine gekleurde steentjes van een kunstwerk in een plat vlak (mozaïek) 3 altaar = offertafel in een kerk 4 aanbidden = iemand heel erg bewonderen 5 niets is minder waar = helemaal niet waar 6 ritueel = een bepaalde gewoonte of gebruik 7 offeren = iets aanbieden aan een god 8 lot = wat er zal gebeuren in de toekomst
24
Ave lezer Wil je weten hoe ik leef? Wat een badhuis is? Wat mijn lievelingsplek is? Lees dan mijn verhaal. En ssst! Verklap mijn geheimpjes aan niemand! Groeten, Mus
Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 4. ISBN 978 90 486 2283 2 Bestelnummer 60 1021 397 KB D/2015/0147/339 NUR 191 Foto’s: Shutterstock Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge
9 789048 622832
Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.