Skip to main content

Verrekijkerbieb - Leerjaar 3 - Kijker 8 - Thema 8 - N3 - Een bureau met geschiedenis

Page 1

ucatieve uitgaven

Een bureau met geschiedenis

BIEB

Joke Guns

Kijker educatieve uitgaven

Verrekijker 3

8


Een bureau met geschiedenis

1


1 ‘Ik wil dat achterlijke bureau niet op mijn kamer hebben! Het is ouderwets, het is lelijk, het is stom én het is ouderwets,’ brult Madelief. ‘Ouderwets zei je al een keertje,’ valt grootva haar droog in de rede1. Beledigd rent Madelief de woonkamer uit. ‘Niet met de deur gooien!’ roept hij haar nog na. Maar zoals meestal het geval is wanneer Madelief woest is, komen die woorden niet helemaal aan. BENG doet de deur. Er dwarrelt wat stof van tussen de spleten van het houten plafond naar beneden.

2


Grootva wrijft met zijn grote, gerimpelde handen in zijn ogen. Bejaard is hij echt nog niet. Toch voelt hij zich nu veel te oud om voor zijn wispelturige2 kleindochter te zorgen. Maar wie moet het anders doen? Zijn zoon en schoondochter kregen een paar jaar geleden een vlaag van waanzin. ‘We hebben het licht gezien!’ had zijn schoondochter Janina geroepen. ‘We gaan op zoek naar onszelf!’ had zijn zoon Hendrik er stralend aan toegevoegd. ‘Ik blijf liever bij grootva,’ had Madelief gezegd. En zo was het ook gebeurd. Sindsdien zijn grootva en Madelief meestal twee handen op één buik3. Maar vandaag wil het niet zo lukken. Hij streelt over het gladde oppervlak van het donkerhouten bureau. ‘Ouderwets!’ foetert hij stil. ‘En ook nog lelijk en stom, stel je voor, die kleine kippenkop! Beseft ze dan niet wat dit schitterende meubel al heeft meegemaakt?’ Een kuchje achter hem doet hem opschrikken uit zijn donkere gedachten. Betrapt draait hij zich om en kijkt recht in de ogen van Jakobus. Even blijft het helemaal stil.

3


Dan barst hij uit: ‘Heb ik dan ongelijk, Jakobus? Jij weet wat dit bureau voor mij betekent. Als het hout kon praten, zou Madelief wel anders piepen. Dan zou ze begrijpen dat dit niet zomaar een oud ding is. Bovendien is het tijd. Het bureau is nu voor Madelief. Zo hoort het.’ Jakobus glimlacht. Hij kijkt naar de man die al meer dan veertig jaar zijn beste vriend is en zegt: ‘Ik weet wat dit bureau voor jou betekent, Rafaël. Ik weet ook waarom je het haar nu wil geven. Maar Madelief weet daar helemaal niets van. Hoe kun je van een kind van elf verwachten dat ze zal houden van een stuk verweerd4 hout?’ Hij staart Jakobus verbijsterd5 aan, wil luidkeels protesteren maar bedenkt zich dan. Het blijft heel lang stil. ‘Zoals altijd sla je de nagel op zijn kop, lieve vriend,’ zegt hij uiteindelijk zacht. ‘Madelief weet nergens iets vanaf, en misschien is nu het moment aangebroken waarop daar verandering in mag komen.’ ‘Ze is er klaar voor, Rafaël,’ knikt Jacobus rustig. ‘Ik hoop maar dat je gelijk hebt,’ antwoordt grootva ernstig. ‘Want er komt wat komt, klaar of niet.’

4


2 Madelief zit op haar slaapkamer te knarsetanden6. Nijdig kijkt ze naar de lege plek onder het raam. Daar moet het bureau komen. Ze is dagenlang bezig geweest om haar kamer op te ruimen. Elk snoeppapiertje dat ooit op de vloer gelegen heeft, ligt nu in de prullenmand. Alle kruimels van die zalig lekkere chocoladekoekjes die ooit naast haar mond beland zijn, heeft ze met zorg in de stofzuiger laten verdwijnen. ‘Je krijgt een nieuw bureau, je wordt te groot voor dat kleine tafeltje, ruim jij nou maar eens flink op,’ mompelt ze de woorden van grootva na. ‘Nieuw bureau, nieuw bureau, niks nieuws aan! Nu heb ik al dat opruimwerk voor niets gedaan.’ Ook al is ze verontwaardigd, toch voelt ze zich een heel klein beetje schuldig.

5


Ze denkt aan de vier grote, overvolle vuilniszakken die grootva na het opruimen naar buiten heeft gesjouwd7. Vier vuilniszakken! En ze zaten vol. Ze kijkt haar kamer aandachtig rond. In het midden staat een prachtig rond bed. Het is niet nieuw, maar Madelief is er dol op. Aangezien een rond bed ook ronde lakens en dekens nodig heeft, en aangezien die in geen enkele winkel te vinden zijn, heeft grootva er een heleboel op maat laten maken, speciaal voor Madelief. Haar schuldgevoel, dat nog maar heel klein was bij de gedachte aan de vuilniszakken, begint nu toch wat groter te worden. Aarzelend laat ze zich van haar bed glijden. Ze kijkt even naar de lege plek onder het raam, zucht diep en loopt haar kamer uit.

6


Grootva doet zo zijn best. Hij is mama en papa tegelijk. Eigenlijk mist ze haar ouders niet eens zo erg. Zelfs toen ze er nog waren, waren ze er nooit helemaal. Boos duwt ze de gedachten aan haar ouders naar het verste hoekje van haar hersenen. Waarom kan ze niet dankbaar zijn voor dat bureau? ‘Omdat het ouderwets is en niet past bij een meisje van elf, daarom!’ fluistert een nijdig stemmetje in haar hoofd. Toch loopt ze naar beneden en duwt de deur naar de woonkamer open. Grootva is nergens te zien, maar zijn vriend Jacobus staat over het bureau gebogen. ‘Is hij nog boos?’ vraagt ze hem voorzichtig. Jacobus veert geschrokken op en loopt snel bij het bureau weg. ‘Wat was je aan het doen?’ vraagt Madelief nieuwsgierig, nu ze merkt dat grootva er toch niet is. ‘Oh, niets, gewoon, een oud trucje van toen ik nog een kind was,’ gniffelt Jacobus. Hij wijst naar het witte vel papier dat op het bureau ligt. ‘Er staat niets op, Jacobus,’ zegt Madelief streng. ‘Nog niet, Madelief, nog niet!’ lacht Jacobus. Hij pakt het potlood dat naast het papier ligt en begint zachtjes over het oppervlak te kleuren. Madelief ziet eerst alleen een effen grijze vlek verschijnen. ‘Boeiend,’ denkt ze met gefronste wenkbrauwen, ‘die Jacobus moet dringend een hobby zoeken.’

7


Maar dan valt haar mond open van verbazing, want voor haar ogen ziet ze letters verschijnen, streepjes, cijfers en tekeningen. ‘Hoe doe je dat nou?’ vraagt ze verbijsterd. ‘Heel simpel,’ antwoordt Jacobus. ‘Er zit reliëf in het bureau. Als je te hard op je pen of potlood drukt, kras je in het hout. En balorige8 kinderen durven wel eens met een zakmes in hout te kerven.’ Madelief krijgt een hoofd als een boei9 en werpt snel een blik op de mooie eiken deur waar MADE in gekerfd staat. Verder was ze niet gekomen, want toen ze aan de L wilde beginnen had grootva het zakmes afgepakt. Ze knikt snel: ‘Jaja, ik snap het. Door met het potlood over het papier te gaan, komen de letters die in het hout gekrast staan weer tevoorschijn.’ ‘Slimme meid,’ gniffelt Jacobus. Hij werpt een blik op zijn horloge en schrikt: ‘Is het werkelijk al zo laat? Ik heb Rafaël beloofd dat ik de frietjes zal bakken. Ik ga meteen aan de slag!’ Verrassend snel voor zijn leeftijd rent hij de kamer uit, de keuken in. Madelief staat stokstijf bij het bureau. Het is en blijft een lelijk en ouderwets ding, vindt ze. Maar haar nieuwsgierigheid is gewekt. Wat zou er allemaal in het bureau gekrast staan?

8


3 Ze wrijft en kleurt en kleurt. Het is als magie, stelt ze verbaasd vast, want ook al vormt ze zelf geen letters, toch dansen er plots woorden op het vel papier.

9


‘IK MOET LEREN STILSITEN IK MOET LEREN STILZITEN IK MEOT LEREN STILZITTEN’ staat er in onhandige grote halen geschreven. Ze giechelt even om de schrijffouten! Dit is natuurlijk strafwerk. Plots gaat haar een lichtje op: grootva straft haar ook weleens als ze het te bont maakt10. Hij laat haar de aardappels schillen, wat ze niet zo erg vindt. Of hij laat haar tien minuten lang stilzitten en nadenken, wat ze verschrikkelijk vindt! Maar strafregels schrijven? Nee, daar gelooft grootva niet in. ‘Daar worden kinderen alleen maar ongelukkig door,’ heeft ze hem een keer tegen Jacobus horen zeggen. Dan zijn deze strafregels vast door hem geschreven, het kan bijna niet anders! ‘Aan tafel!’ hoort ze Jacobus roepen. Ze vouwt het vel papier dubbel en steekt het weg. Dan rent ze naar de keuken. De verrukkelijke geur van versgebakken frietjes komt haar al tegemoet. ‘Straks pak ik een nieuw vel papier. Misschien ontdek ik nog meer over grootva dan dat hij slecht kon spellen,’ neemt ze zich vastberaden voor. Ze schuift haar stoel onder de tafel en wacht ongeduldig tot Jacobus haar bord vol schept. Grootva zit naast haar. Hij knijpt het laatste restje ketchup uit de fles. Aarzelend kijkt ze hem aan. Dan knipoogt hij geruststellend. 10


Opgelucht gooit ze zich op het eten. Madelief durft wel eens ruzie te maken. Maar ruzie met grootva zit haar nooit lekker. Maar goed dat hij bijgedraaid is. En over dat ouderwetse bureau zullen ze het later wel hebben. Ooit. Of nooit meer. Ze grinnikt.

Na de maaltijd zet Madelief haar bord op het aanrecht, gaat achter de stoel van Jacobus staan en drukt een zoen op zijn kale hoofd. ‘Het was heerlijk, Jacobus. Ik ben gek op die ongelooflijk lekkere frieten die jij altijd bakt.’ Ze huppelt de keuken uit. Pas wanneer ze hoort dat grootva en Jacobus boven het gekletter van het stromende water voor de afwas met elkaar beginnen te praten, loopt ze weer naar het bureau.

11


Vol verwachting begint ze een nieuw wit vel te kleuren. Op het papier verschijnt een bijzonder patroon van kronkelende lijnen. Maar hoe ze ook haar best doet, er komt geen woord meer tevoorschijn. Gefrustreerd gooit ze het potlood weg en slaat ze vervolgens met beide handen op het bureau. De klap is luider dan ze verwacht had en galmt vreemd na. Ze kijkt naar haar eigen handen alsof ze die voor het eerst ziet. Dan flitsen haar ogen naar de keukendeur, waarachter het plots stil geworden is. Of beeldt ze zich dat maar in? Wanneer een tel later het brommende stemgeluid van grootva te horen is, gevolgd door de heldere stem van Jacobus, haalt ze dan ook opgelucht adem. Ze kijkt nog eens naar het bureau en laat haar handen over het hout glijden. Alles ziet er nog heel uit, stelt ze opgelucht vast. Ze mag het onding nog zo ouderwets vinden, het kapot maken is nooit haar bedoeling geweest. Grootva is eraan gehecht, en ze zou hem nooit pijn willen doen. Vastberaden controleert ze elke centimeter. Ze laat zich door haar knieën zakken en onderzoekt ook de onderkant op barsten en scheuren. Niets! Wat een opluchting.

12


Dan valt haar oog op een plank die naar beneden hangt. ‘Dus toch iets gesloopt,’ denkt ze geërgerd terwijl ze tegen de plank duwt. Het stuk hout schuift netjes naar binnen. Als ze het weer loslaat, rolt het weer naar buiten. ‘Dit is niet zomaar een plank!’ weet Madelief plots met grote zekerheid. ‘Dit is een geheim vak in het bureau!’

13


4 Madelief let al lang niet meer op de geluiden die uit de keuken komen. Haar nieuwsgierigheid wint het van haar ergernis. Op haar billen laat ze zich onder het bureau glijden. Ze gluurt en tuurt naar de plank en duwt die open en dicht, open en dicht. Als ze haar hoofd in een vreemde knik opzij draait, kan ze net in de ruimte achter de plank kijken. Ze ziet iets zitten maar kan niet bedenken wat het zou kunnen zijn. Aarzelend stopt ze een hand in de opening. Haar vingers voelen glad, gepolijst hout, een klein richeltje en … Een paar seconden later staart ze naar het beduimelde11 schriftje dat voor haar ligt. VAN SUPERMAN staat er op de eerste pagina. Ze lacht erom maar slaat gelijk een hand voor haar mond. Mag ze dit wel lezen? Toch bladert ze verder. In grote, ongelijke hanenpoten12 staat het schrift vol moppen, grappige tekeningen, uitvindingen met heel veel kleine onderdelen, pijltjes en warrige verklaringen. Naarmate ze verder komt in het schrift, worden de letters wat duidelijker. De moppen verdwijnen en maken steeds meer plaats voor gemopper. Ergens halverwege stokt haar adem.

14


15


16


‘Misschien ben ik geen superman. Misschien ben ik echt gewoon Hendrik, zoals pa me elke dag vertelt.’ Met wijd opengesperde ogen leest ze die zin wel tien keer. Hendrik. Dit schrift is van haar vader. Die hanenpoten zijn ook de hanenpoten van het strafwerk op het bureau, ziet ze nu. Niet grootva’s strafwerk, maar papa’s strafwerk. En plots, ze weet niet waar ze vandaan komen, stromen de tranen over haar wangen. ‘Waarom huil je nu eigenlijk, stom kind,’ snauwt ze tegen zichzelf. Ze bladert verbeten verder en leest elke letter die ze onder ogen krijgt. Ze leest de woorden van een jongen van acht, negen, tien en uiteindelijk elf jaar. Ze voelt hoe de sfeer verandert, hoe Hendrik eerst de wereld verovert en vervolgens te horen krijgt dat het maar een spelletje was, dat hij moet stilzitten, luisteren en zwijgen. De zinnen worden steeds korter en bozer. Madelief schrikt zich wezenloos bij het horen van de stem van grootva, niet vanuit de keuken maar vlak naast haar oor. Ze wil opspringen maar vergeet daarbij dat ze onder het bureau zit. ‘Auw!’ roept ze. ‘Dat wordt een buil!’ zegt grootva nuchter.

17


Verbijsterd staart ze hem aan. Het is ook geen gezicht, haar grootvader op zijn billen onder het bureau. Door haar tranen heen verschijnt een grote grijns op haar gezicht. ‘Onder het bureau kruipen was misschien niet simpel, grootva. Maar weer opstaan wordt vast nog een stuk lastiger.’ Hij haalt zijn schouder op en tikt op het schrift dat openligt op Madeliefs schoot. ‘Je vader!’ zegt hij schor. ‘Ik weet het,’ antwoordt Madelief stil. ‘Het was zo’n leuk kind, Madelief,’ gaat grootva dromerig verder. ‘Hij stelde de gekste vragen. Wat niet bestond, vond hij uit. Het was een vermoeiend maar heerlijk jochie.’ ‘En toen?’ fluistert Madelief. Grootva’s stem wordt harder: ‘Toen vond ik het nodig om hem duidelijk te maken dat het tijd was volwassen te worden. Ik begon te mopperen op zijn dromen, gaf hem strafwerk omdat hij niet netjes schreef en bleef maar doordrammen over zijn toekomst.’ Madelief legt een hand op zijn arm. Grootva gaat verder: ‘Hij luisterde naar mij. Hij leerde netjes te schrijven, hij probeerde stil te zitten, hij vond een goede baan bij een grote bank. Hij was nog maar een schaduw van de jongen die hij geweest was. En toen leerde hij je moeder kennen.’

18


19


Even glimlacht de oude man. ‘In Janina herkende hij de vrolijkheid die hij zelf vroeger ervaren had. Ze trouwden en kregen jou. Jij was de ster in hun leven. Maar diep vanbinnen was er iets stukgegaan bij je vader. Iets dat niet zomaar hersteld kon worden.’ ‘Zelfs niet door mij?’ vraagt Madelief. Grootva schudt zijn hoofd: ‘Zelfs niet door jou.’ Een hele poos blijft het stil. ‘Je wilde dat ik het bureau kreeg.’ Het is geen vraag die Madelief stelt, het is gewoon een vaststelling. Grootva knikt: ‘Ik hoopte dat je nieuwsgierig zou worden, dat je zou ontdekken dat dit bureau ook een stukje van jouw eigen verleden is.’ Madelief kijkt grootva nu recht in de ogen. ‘Waarom nu, grootva?’ ‘Omdat ik zo graag wil dat je begrijpt waarom ze weggegaan zijn, kind. Omdat ik een brief gekregen heb. Je ouders zijn op weg naar huis.’

20


21


5 Madelief zit in de grote, groene sofa. Ze zit er al minstens een uur. ‘Je hebt nog nooit zo lang stilgezeten, Madelief!’ lacht Jacobus. Madelief hoort niet eens wat hij zegt. Grootva loopt door de lange hal te ijsberen. Af en toe werpt hij een blik door het smalle raam naast de voordeur. ‘Zijn ze er al?’ schreeuwt Madelief af en toe. ‘Nee!’ schreeuwt grootva dan terug. ‘Ik word gek van jullie ongeduld!’ zucht Jacobus. ‘Het is pas twaalf uur. Er stond toch drie uur in de brief?’ ‘Zoals ik mijn zoon ken, kan dat ook vier uur worden,’ bromt grootva vanuit de hal. ‘Of twee uur!’ zegt Madelief. ‘Of twee uur,’ herhaalt grootva gedwee. Hij komt de woonkamer binnen en laat zich naast Madelief in de grote, groene sofa vallen. En precies op dat ogenblik klingelt de ouderwetse bel die buiten naast de voordeur hangt. Madelief beweegt niet. Grootva beweegt evenmin. ‘Zal ik de deur dan maar openmaken?’ vraagt Jacobus. ‘Zij zijn het vast nog niet. Het is pas kwart over twaalf.’

22


Madelief en grootva kijken elkaar even aan. Ze glimlachen en knikken naar elkaar. Natuurlijk zijn zij het! ‘Wat ben je groot geworden!’ zucht Janina. ‘Enorm groot,’ knikt Hendrik. ‘Ik ben elf, wat hadden jullie dan verwacht?’ lacht Madelief nerveus. ‘En heb je jezelf teruggevonden, Hendrik?’ vraagt grootva uiteindelijk zacht. Madelief kijkt haar vader vol verwachting aan. ‘Gedeeltelijk,’ antwoordt Hendrik. ‘Het laatste stukje lag hier.’

23


Woorduitleg 1 iemand in de rede vallen = iemand onderbreken terwijl hij of zij aan het praten is 2 wispelturig = voortdurend veranderen van gemoed, nu eens boos, dan weer blij, dan weer droevig 3 ze zijn als twee handen op één buik = ze zijn beste vrienden 4 verweerd = oud, brokkelig 5 verbijsterd = verbaasd 6 knarsetanden = de tanden hard op elkaar klemmen door stress, woede, angst 7 sjouwen = iets zwaars dragen 8 balorig = vervelend, ongehoorzaam 9 een hoofd als een boei krijgen = heel erg rood worden, blozen 10 het te bont maken = je slecht gedragen 11 beduimeld = bedekt met vieze vlekken 12 hanenpoten = gekrabbel, slordig geschrift

24


Madelief is een stoere meid van elf. Ze woont bij haar grootva, haar beste vriend. Op een dag krijgt ze van hem een ouderwets, lelijk bureau voor op haar kamer. Ze is razend, vindt het maar niks, tot ze ontdekt dat het meubel niet zomaar een bureau is, maar één met geschiedenis, haar geschiedenis …

Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 3. ISBN 978 90 486 2282 5 Bestelnummer 60 1021 297 KB D/2015/0147/338 NUR 191 Illustraties: De Wolf illustraties Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge

9 789048 622825

Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Verrekijkerbieb - Leerjaar 3 - Kijker 8 - Thema 8 - N3 - Een bureau met geschiedenis by die Keure - Issuu