ucatieve uitgaven
BIEB
Tien tenen aan het stuur Sofie De Moor
Kijker educatieve uitgaven
Verrekijker 3
8
Tien tenen aan het stuur
IK GA OP REIS EN NEEM MEE Beerdevol, Langzaam, Bijtanken, Tien tenen, Gevangen, Vakantie-thuis, Stapelbed, De haag, Zwembad, Gulzig, Ondersteboven, Beerdevol Nee! Beerdevol kan geen twee keer mee! Mis! Ik ben aan de beurt, dus ik beslis!
1
BEERDEVOL Hier zit ik dan. Mijn arm tegen de tas met drankjes en koeken. Onder mijn benen een doos boordevol boeken. Achter mam staat een zak tjokvol ondergoed. Op de zetel liggen een jas, slippers en mijn hoed. En pop? Pop past op ons huis. En oma? Oma zorgt voor haar zus. En Vik? Vik zit op hondenhotel. En buurman? Die leegt de brievenbus. En Beer? Die vond een volle auto maar niets en nam alvast de fiets.
2
3
LANGZAAM Twee kilometer. Gevels geeuwen. Huizen glijden. Lichten flitsen. Honden rijden. Stenen stappen. Winkels ritsen. Tuinen trappen. Vijftig kilometer. Luiken sluiten. Wegen wiegen. Schapen schrezen. Vogels vliegen.
4
Hemden hollen. Strepen sjezen. Bomen tollen. Honderd-en-één kilometer. Deuren dicht. Al dat kijken uit het raam maakt me moe. Nog even en dan vallen mijn ogen toe. Vierhonderdtweeëntachtig kilometer. Rijden maar.
5
BIJTANKEN Dan stoppen we boterhammen met ei in onze mond. De auto slurpt sap door een rietje. Mama hinkt
en ik neurie een liedje, op het toilet zonder papier. Ik schud vervelende vliegen af. Ren een rondje om het plein. Een auto toetert. Hij toetert nog een keer. Want we
vertrekken weer.
6
7
8
TIEN TENEN Kale kikkers tellen. Ik heb er geen gezien. Koeien zonder tanden. Een tweetal, misschien? Eén vinger kleefde vast in de neus van de jongen. En in twaalf auto’s werden loeihard liedjes gezongen. Snorren en baarden. Drie vrouwen, echt waar. Mannen met manen. Vier jongeheren. Maar vijf mensen keken zuur. En de vrachtwagenchauffeur die had, on-ge-loof-lijk, tien tenen aan het stuur.
9
GEVANGEN Mijn hand is een vlindernet. Het schept warme wind en fladdert door het raam. Een vlieg vlucht door de mazen. Ik blijf vissen. Hoelang nog? Hoe ver nog? Pap-illon?
10
11
VAKANTIE-THUIS Oh, wat een mooi huisje! Echt? Wat is daar nu aan! ’t Heeft een keuken, een wc en een slaapkamer of twee. Oh, wat een mooi uitzicht! Echt? Wat is daar nu aan! Er is een berg, wat groen. Niks spannends te doen. Oh, wat een mooie tuin! Echt? Wat is daar nu aan! Met schommel en haag gaat de dag nog te traag.
12
Oh, wat een fijne buren! Echt? Wat is daar nu aan! Wat ze ook zeggen, ik kan hun taal toch niet verstaan. Oh, wat een lieve dochter! Echt? Wat is daar nu aan! Ze zeurt. Ze klaagt. Gedraagt zich stug. Als het zo verder gaat, sturen we ze terug. Naar huis.
13
14
STAPELBED Kussen kan de slaap niet vatten. Het wringt zich tussen beer en muur. Het ligt te donzen en te zuchten. Het kraakt al meer dan een uur. Kussen kan de slaap niet vatten. Het telt schapen, oma’s en hondje Vik. Het ligt een poos aan thuis te denken. Het draait en keert. Net als ik.
15
DE HAAG De tuin heeft een trui van gehaakte bladeren. Het gras speelt verstoppertje. Wie-de-wie-de-wiet! Ik ben er wel, maar je ziet me niet! Een gat trekt de aandacht. Een haag met een oog, een hand. Snoepjes delen. Wil je met me spelen?
16
17
18
ZWEMBAD Haagjongen, ik ben een dolfijn! Ik buitel, ik tuimel. Alleen daarom al zou ik zo’n geflipt zoogdier willen zijn. Haagjongen, ik ben een walvis! Eerst duik ik uren onder. Dan steek ik mijn logge lijf buiten om je helemaal nat te spuiten. Haagjongen, ik ben een haai! Ik bijt graag in andermans billen. En als je mijn taal niet begrijpt, zal je straks waarschijnlijk gillen.
19
GULZIG Eén verdieping bruin één verdieping groen één verdieping wit. Die gigantische toren brengt hij naar zijn mond. Zie je wel! Zei ik het niet? Nu ligt zijn toren-ijsje op de grond.
20
21
22
ONDERSTEBOVEN Kiezels vliegen kanten op. In zand trekt zijn wiel strepen. Luid roept hij iets. Maar wat heb ik niet begrepen. Trappen kan hij hard. Dan lost hij beide handen. Hij tolt met het stuur. En fluit tussen zijn tanden. Hij lacht. Ik lach. Hij knikt. Ik ook. Daar komt hij voorbij gestoven. Hij remt. Ik gil. In de berm liggen we samen
ondersteboven.
23
BEERDEVOL Hier zit ik dan. Mijn arm tegen de tas met drankjes en koeken. Onder mijn benen een doos gelezen boeken. Achter mam staat een zak met vies ondergoed. Op de zetel liggen een jas, slippers en mijn hoed. En pop zit op ons te wachten. En oma geef ik een dikke zoen. En Vik krijgt een lekker bot. En buurman hoeft de post niet meer te doen. En Beer trek ik dicht tegen me aan. Dat we, nét nu ik een vriend heb, naar huis moeten gaan.
24
Waar je ook op reis gaat: naar bergen, velden, bos of zee. Je neemt altijd, altijd en overal, tien tenen mee.
Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 3. ISBN 978 90 486 2282 5 Bestelnummer 60 1021 297 KB D/2015/0147/338 NUR 191 Illustraties: Seppe Van den Berghe Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge
9 789048 622825
Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.