Skip to main content

Verrekijkerbieb - Leerjaar 3 - Kijker 6 - Thema 1 - N1 - Hoe werkt een televisieshow?

Page 1

ucatieve uitgaven

Hoe werkt een televisieshow?

BIEB

Jonas Boets

Kijker educatieve uitgaven

Verrekijker 3

6


Hoe werkt een televisieshow?

1


Aan een televisieshow werken veel mensen mee. Als je een keer in het publiek zit van zo’n show, dan zie je overal mensen rondlopen. Ze lopen van hier naar daar en van daar naar hier. Ze hebben het allemaal voortdurend druk en zweten zich te pletter om een geweldige show in elkaar te steken. Maar wie zijn dat toch allemaal?

2


En zijn die mensen ook allemaal zo belangrijk als ze zelf vinden? Of lopen ze maar druk te doen, terwijl ze eigenlijk alleen koffie zetten? Laten we eens een kijkje nemen op de set1!

3


Degene die je natuurlijk het eerste ziet zijn de presentator of de presentatrice. Zij zorgen ervoor dat er leuke dingen in de studio gebeuren. Zij kunnen moeilijke vragen stellen, of coole prijzen weggeven, of gewoon grapjes maken. Al is dat niet zo heel gewoon, het lijkt soms gemakkelijker dan het is. Presentatoren moeten voortdurend geconcentreerd zijn, want al wat zij doen, dat zien wij op televisie. Zij zijn letterlijk het gezicht van de show.

4


De presentatoren hoeven niet alles zelf te verzinnen. Hun teksten staan meestal op kaartjes of op een autocue - een machine waarop teksten worden afgespeeld. Maar de presentatoren moeten wel kunnen inspelen op wat er gebeurt. Als je een vraag stelt aan een gast, weet je niet wat die gaat antwoorden. Als iemand plots vertelt dat hij is ontvoerd door kleine kabouters, denk je best even na over wat je daarna gaat zeggen. Tip: ‘Hadden die kabouters baarden?’ zou een goed antwoord zijn.

5


De teksten van de presentatoren worden geschreven door een eindredacteur. Hij denkt op voorhand goed na over wat er allemaal moet gebeuren in de show. Het is zijn taak om ervoor te zorgen dat de show de beste show wordt die er ooit is geweest. En dat elke keer opnieuw.

6


De eindredacteur hoeft niet alles alleen te doen: samen met een team van redacteurs doet hij alle voorbereidingen voor de show. Wie gaan ze uitnodigen, waarover gaan ze babbelen? Zij weten wat de kijkers leuk vinden. Zo zullen ze voor jou geen show maken over het drogen van lijm. Dat is veel te saai. Tenzij die lijm gemaakt is door magische dwergen uit een toverrijk.

7


De redacteurs mogen niet zomaar doen wat ze willen. Alles moet ook mogelijk zijn. Daarover waakt de producer. Hij zorgt ervoor dat alles in orde is. Zowel op voorhand als tijdens de show is hij degene die alle praktische zaken regelt. Een producer is een beetje zoals een voetbaltrainer: hij kan de ballen zelf niet in het doel trappen, maar hij kan er wel voor zorgen dat zijn spelers zo goed voorbereid zijn dat ze bijna zeker zullen winnen. Weet iedereen wat hij moet doen? Van wanneer tot wanneer wordt er gefilmd? Welke spullen zijn er nodig? De producer brengt het in orde.

8


Dingen in orde brengen, kan heel ver gaan. Een producer doet er alles aan om iedereen tevreden te stellen. Ook als de presentator heel graag spruitjes met hondendrollen eet, zorgt de producer daarvoor.

9


De producer zorgt er ook voor dat er een leuke omgeving is voor de show. Je neemt immers geen show op in een kale kamer. Tenzij je een gevangenis wil nabootsen, dan komen kale kamers goed van pas (en die zijn ook een stuk goedkoper). Integendeel, shows zien er vaak heel flashy uit, met veel lichtjes en kleuren. Dat is veel leuker om thuis op je televisie naar te kijken. Een goed decor geeft een meerwaarde aan de show. Denk zelf maar eens na over je favoriete shows. Als je je kunt herinneren hoe de show eruitzag, dan was het vast een goed programma.

10


De decorbouwers kunnen ervoor zorgen dat je overal kunt zijn. Een station, een speeltuin, een zolderkamer of een strand, zij bouwen het zo op en laten de kijker denken dat ze helemaal ergens anders zijn. En dat is wat kijkers vaak willen: even weg van de wereld zijn. Decorbouwers worden ook wel eens machinisten genoemd, niet verwarren met die mensen vooraan in de trein!

11


De cameraman filmt alles. Hij zorgt ervoor dat alles goed in beeld is. Dat is belangrijk, want niemand kijkt graag naar alleen de voeten van de presentator. Of alleen naar zijn haar. Je hebt verschillende soorten camera’s, van heel klein tot heel groot. In studioshows zie je vaak heel grote camera’s, die makkelijk de grootte van een pony hebben (maar breng nooit per ongeluk je pony mee naar de studio, gewone camera’s plassen immers niet in de studio). Maar tegenwoordig filmen ze ook met camera’s die je in de palm van je hand kunt verstoppen. En soms zwiepen2 de camera’s boven je hoofd op een kraan.

12


De cameraman werkt samen met de geluidsman. Die neemt alles op wat er gezegd wordt. Geluid is even belangrijk als beeld, want niemand luistert graag naar gemompel. De presentator kan zich op allerlei manieren verstaanbaar maken. Soms draagt hij een grote microfoon, maar soms moet hij ook zijn handen vrij hebben. Dan wordt er een speldmicrofoon aan zijn hemd geprikt of krijgt hij een headset, zo’n smal staafje dat naast je mond loopt. Zo kan de geluidsman alles opnemen. Ook als de presentator zegt dat hij even moet gaan plassen, neemt de geluidsman dat op. Maar dat wordt achteraf meestal niet uitgezonden.

13


Het opnemen van een show duurt soms lang. Dus moeten we ervoor zorgen dat het publiek goed blijft meedoen. Ze mogen niet in slaap vallen of computerspelletjes beginnen te spelen. Als het publiek in de studio het al niet leuk vindt, waarom zou het voor jou als kijker thuis dan spannend blijven?

14


Gelukkig is daar een oplossing voor. De publieksopwarmer houdt het publiek bezig. Hij leert hen lachen, klappen, juichen, fluiten, ooh en aah zeggen en zelfs de vogeltjesdans als het moet. Een goed publiek zorgt voor een goede show. Als je als kijker het gevoel krijgt dat je zelf ook in de studio wilt zitten, dan is de show geslaagd. De publieksopwarmer kan ook geen wonderen doen natuurlijk. Hij kan zijn publiek heel enthousiast krijgen, maar als er daarna toch een show over het drogen van lijm komt, zal het applaus snel stoppen. Tenzij er nog een act3 komt van die magische dwergen.

15


Achter alle anderen zit vaak een regisseur. Hij houdt in het oog wat er opgenomen wordt. Hij geeft richtlijnen aan de cameramensen om de juiste dingen in beeld te brengen. Als er een leuk hondje in de studio loopt, zal hij de camera’s daarop laten richten. Tenzij hij schrik heeft van honden.

16


De regisseur geeft ook het startschot van de show. Hij bepaalt wanneer ze beginnen en wanneer ze onderbreken. Hij telt meestal als volgt af: vijf, vier, drie, (stilte), (stilte). De twee en de één worden nooit uitgesproken. Waarom niet? Dan is er zeker stilte aan het begin van een opname en staat er niet plots nog een ‘Eén!’ mee op de opname. Of de regisseur kan niet tellen, maar dat komt minder vaak voor.

17


Af en toe loopt er een styliste de set op om met een doekje over het hoofd van de presentatoren te wrijven. Dat is niet om de resten van de spruitjes met hondendrollen weg te vegen. Het dient om de make-up bij te werken. Het is vaak erg warm in de studio en dan beginnen presentatoren te zweten. Zweet gaat blinken en dat is niet mooi op televisie.

18


De stylisten zijn niet alleen aan het werk tijdens de show. Ook voor de show besteden ze heel wat tijd aan het mooi maken van de presentatoren. De juiste kleding, een mooie haarsnit, stralende make-up ... Ze laten iedereen er opperbest uitzien. Ze zeggen wel eens dat de televisie je er tien kilogram dikker doet uitzien. Daar kunnen de stylisten niets aan doen, helaas. Je zult dus op voorhand tien kilogram moeten vermageren. Of gewoon niet geloven dat de televisie er tien kilogram bij doet.

19


Wanneer alles is opgenomen, is er nog geen programma. Vergelijk het met een puzzel: alle stukjes zijn er, maar je moet wel nog de puzzel maken. Dat doet de monteur. Hij kiest de beste stukjes uit de show en zet ze zo achter elkaar zodat ze samen een leuk programma vormen.

20


De monteur zorgt er ook voor dat alle grafische elementen op beeld komen. Dat kan bijvoorbeeld een balkje zijn waarop de naam van een gast in de show staat of de quizvragen die in beeld worden gebracht. Hij moet natuurlijk goed opletten dat hij altijd op zijn spelling let. Als een van de gasten in de show Staf Knalpot heet, wil die liever niet dat er op zijn balkje Staf Knalprot staat.

21


En dan ben jij er natuurlijk nog: de kijker. Je zet je televisie of je tablet aan en je kijkt naar de show die al die mensen samen hebben gemaakt. Lekker achterover in de zetel amuseer je je met wat op dat moment het beste is dat er op televisie te zien is. Het entertainment4 kan beginnen. Hopelijk vind je de show leuk! En indien niet, geen nood, morgen is er vast wel ergens een nieuwe show. Deze keer hopelijk zonder hondendrollen, magische dwergen en drogende lijm. Veel kijkplezier!

22


23


Woorduitleg 1 set = plaats waar de show wordt opgenomen 2 zwiepen = heen en weer buigen 3 act = kort optreden 4 entertainment = wat een publiek plezierig bezighoudt, amusement

24


Bij een televisieshow komt heel wat kijken. Wie werkt er allemaal aan mee en wat doet iedereen? En wat is er met die presentator die graag spruitjes met hondendrollen eet? En met die regisseur die schrik heeft van honden? Je komt het te weten in dit boek.

Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 3. ISBN 978 90 486 2282 5 Bestelnummer 60 1021 297 KB D/2015/0147/338 NUR 191 Foto’s: Shutterstock Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge

9 789048 622825

Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Verrekijkerbieb - Leerjaar 3 - Kijker 6 - Thema 1 - N1 - Hoe werkt een televisieshow? by die Keure - Issuu