Skip to main content

Verrekijkerbieb - Leerjaar 3 - Kijker 4 - Thema 9 - N3 - Nieuwsgierig Aagje

Page 1

ucatieve uitgaven

BIEB

Nieuwsgierig Aagje Moniek Vermeulen

Kijker educatieve uitgaven

Verrekijker 3

4


Nieuwsgierig Aagje

1


‘Aagje, hou op!’ Anna Octopus houdt met haar acht armen haar kop vast. Ze wil de vragen van Aagje niet meer horen. Ze kent ze immers al uit haar hoofd: Wat doe je, Anna? Waarom doe je dat, Anna? Wat zit er in dat pak, Anna? Mag ik ook eens kijken, Anna? Wie was er aan de telefoon, Anna? Waar ga je naartoe Anna ... Anna Octopus wordt er horendol1 van. Ze zucht: ‘Wanneer ga jij eindelijk eens wat minder nieuwsgierig worden, meisje?’ Want dat is ze, Aagje Octopus: nieuwsgierig. Heel nieuwsgierig! Sterker nog: ze is het meest nieuwsgierige wezentje dat er in het hele heelal te vinden is. Daarom noemt Anna haar niet gewoon Aagje, maar wel Nieuwsgierig Aagje.

2


Anna en Aagje hebben elkaar toevallig ontmoet. En het klikte meteen. Aagje moest geen twee keer nadenken toen de oude Anna haar vroeg of ze bij haar wilde komen wonen, tussen de twee hoge bruine rotsen. Dan konden ze elkaar gezelschap houden. Leuk toch? ‘Ja,’ heeft Aagje dus geantwoord. En toen hebben ze armen geschud. Niet één keer ... Niet twee keer ... niet drie keer ... Acht keer! En van toen af gaan ze samen in zee.

3


Nu zwemt Aagje wat doelloos rond in de buurt van de rotsspleet waar ze woont. ‘Ga jij maar wat buiten spelen,’ zei Anna haar. ‘Ik krijg bezoek van Eleonora.’ Eleonora is Anna’s nichtje. En een echte kletskous! Nog meer dan Anna. En dat wil wat zeggen. Over wie zouden Anna en Eleonora vandaag een potje roddelen? Aagje zou het wat graag weten. Ze vindt het best gezellig om te luistervinken2. Maar Anna gaf niet toe. ‘ Nee,’ zei ze streng. ‘Geen Nieuwsgierig Aagje in onze buurt.’ En met een tikje tegen haar kont stuurde Anna Aagje wandelen. En daarom is Aagje nu buiten en verveelt ze zich. Als een goudvis, heel alleen, in een te kleine bokaal!!

4


Aagje speurt rond. Niemand te zien. In de verste verte niet. Niemand om een praatje mee te maken, niemand om mee te spelen, niemand om een grap mee uit te halen. Niemand! Echt niemand ... ‘Dan kies ik maar het ruime sop3,’ beslist Aagje uiteindelijk. Ze kruipt over de bodem van de zee. Eerst traag, dan vlugger en vlugger. En verder en verder ... En omdat ze weet dat wie niet sterk is, slim moet zijn, laat ze een spoor van zwarte inkt na. Zo vindt ze straks gemakkelijk de weg terug naar huis. Dat trucje paste Aagje al meermaals toe. Met succes!

5


Plots houdt Aagje halt. Wat is dat? Ligt daar iets te glimmen tussen de rotsen? Aagje houdt haar kop goed omhoog. Haar ogen turen in de verte. Nee ... Ja, toch! Aagje ziet het nu duidelijk: er glinstert iets, wat verderop, tussen een hoop keien. Wat kan dat zijn? Aagje aarzelt. Zou ze gaan kijken ... Nee! Of toch? Anna vindt het vast niet goed ... Maar Anna weet het niet ... Anna hoeft het niet te weten ... Zenuwachtig wriemelt Aagje haar armen in elkaar. Alle acht! ‘Ik ga!’ beslist ze dan. Anna noemt mij niet voor niets Nieuwsgierig Aagje!

6


7


Traag en loom zwemt Hector Haai tussen het wier. ‘Uuuggghhh,’ geeuwt hij. ‘Mijn maag rammelt van de honger. Ik wil éééééééten! Grrrr!’ Hij spert zijn muil zeer wijd open en laat een keiharde boer. Snuf ... snuf ... snuf??? Hector Haai zucht opgewonden. Zijn neusgaten gaan snel open en dicht. Wow! De haai kleppert enthousiast met zijn vlijmscherpe tanden. Het water komt hem in de mond. ‘Ik ruik ... ik ruik ...ik ruik ... octopus! Staat er vandaag octopus op het menu?’

8


Aagje wringt zich tussen de rotsen. Ze kan nog steeds niet zien wat er ligt te glimmen. ‘Help! Help!’ Aagje schrikt. Wat was dat? Riep er iemand om hulp? Ze luistert goed. Waar komt het geluid vandaan? Dan hoort ze het weer. Het geluid komt van tussen de hoop keien waar ze daarnet de glinstering zag.

9


‘Help! Help!’ Aagje spert haar ogen open. Dáár! Tussen de stenen spartelt een vis. Een zilveren vis! Zijn kopje schittert in het water. ‘Help,’ blubt de vis, ‘ik zit vast onder een steen. Ik kan niet weg.’ Zijn stem klinkt heel zwak.

10


Aagje aarzelt geen seconde. Met vier armen probeert ze de steen op te tillen. Dat lukt niet. Die verdomde steen is loodzwaar. Het inktvisje trekt en trekt. De steen beweegt niet. Even rust Aagje uit. Maar niet lang. De vis beweegt nog nauwelijks. Aagje weet dat ze geen tijd te verliezen heeft. ‘Dan maar alle middelen gebruiken die ik in huis heb,’ besluit ze. ‘Nog even geduld, en je voelt je weer als een vis in het water,’ roept ze. Maar de vis verroert geen vin.

11


Stoer spuwt Aagje in haar acht armen. Dan omklemt ze de steen. Ze zuigt zich vast. Ze sleurt. En sleurt. En sleurt ... Maar de steen blijft nog steeds liggen. ‘Vervelende keikop,’ mompelt Aagje. Ze zet zich schrap en trekt nog een keer met volle kracht. Het moet lukken, denkt ze verwoed4. En ja hoor: heel even geeft de steen wat mee. ‘Bijna!’ blubt de zilveren vis opgelucht. ‘Nog een klein beetje en dan ben ik ...’ Aagje kijkt opzij. Waarom is de vis ineens zo stil? Meteen ziet ze het antwoord op haar vraag. ‘Neeee!’

12


Aagje wordt groen, grijs en grauw tegelijk. Haar hele lijfje beeft. Ze zwemt oog in oog met een haai! ‘Weg!’ schreeuwt Aagje zo hard ze kan in de richting van de vis. ‘Zorg dat je weg bent! Zwem voor je leven!’ Zelf schiet ze als een pijl uit een boog weg. Weg van de haai. Met een plof valt de steen weer op de grond.

13


Met alle kracht die ze in zich heeft, schiet Aagje door het water. Hector zit haar vlak op de hielen. Aagje is bang. Doodsbang. Hector is een verschrikkelijk monster. Zijn puntige haaientanden lijken wel reuzenmessen. Ik ga eraan, dendert het door Aagjes kopje. Ik ga naar de haaien! Maar dan haalt ze heel diep adem, trekt al haar spieren samen en perst een grote inktwolk recht in het gezicht van Hector Haai! Die schrikt. Zoiets had hij niet verwacht. Het wordt hem helemaal zwart voor de ogen.

14


Hector slingert heen en weer. Hij ziet niet meer waar hij zwemt. In volle vaart knalt hij tegen een rots aan. Daar blijft hij bewusteloos liggen. Stoere Hector ... is ... uitgeteld ... Zijn plan valt in het water. Geen octopus als middagmaal.

15


Opgelucht haalt Aagje adem. Maar de opluchting is maar voor even. Aagje kijkt om zich heen. Angstig speurt ze de buurt af. Waar is de glinsterende vis? Ik moet terug, bedenkt ze. Bang houdt ze Hector Haai in de gaten. Die ligt nog altijd doodstil naast de rots. Toch is Aagje er niet gerust op. Ze wil zo snel mogelijk bij de haai vandaan. Maar de vis ... Zenuwachtig zwemt Aagje wat rond in de buurt. Op zoek naar de vis. Maar die lijkt nergens te bespeuren. Hij ligt vast onder de steen, denkt ze verschrikt. Maar onder welke steen? Er liggen er zo veel! En ze lijken allemaal op elkaar. Aagje zoekt en zoekt en zoekt en zoekt ... Tevergeefs5. Ze is totaal van streek. Die vis ligt onder een steen, denkt Aagje droef. De steen die ik liet vallen. Die vis is nu dood en het is mijn schuld. Had ik maar beter mijn best gedaan ...

16


Aagjes ogen zwemmen in tranen. Haar buikje doet pijn. Ik wil naar huis, denkt ze. Naar mijn huis tussen de bruine rotsen. Naar Anna. Gelukkig is er het zwarte inktspoor. Zo weet Aagje welke kant ze uit moet.

17


De weg terug is lang. Aagje had er geen idee van dat ze zo ver van huis gezwommen was. Het is vast al heel laat, vermoedt ze verschrikt. En Anna ... Ze hoopt dat Anna ondertussen niet gemerkt heeft dat ze verdwenen is. Anders zal er vast en zeker wat zwaaien! Oude Anna maakt zich immers al zorgen zodra ze Aagje enkele ogenblikken niet ziet of hoort. Aagje verlangt nu wel heel erg naar Anna. Naar haar warme stem en haar zachte armen. Was Anna maar bij haar geweest, daarnet. Zij had de arme vis vast wel kunnen redden. Aagje zwemt snel door. Ik ben er bijna, denkt ze blij. Het kriebelt in haar buikje. Zou ze Anna wel vertellen van haar grote avontuur?

18


‘Ze is er! Ze is er! Ze is er!’ Aagje schrikt op. Wat voor een drukte is dat daar? ‘Hiep, hiep, hoera!’ golft het door de zee. En dan volgt een daverend applaus. Aagje weet niet wat ze ziet: een massa waterdieren zwemt heen en weer voor de rots waar zij woont. Aagje ziet Anna. En Eleonora. En de buren. En heel veel mensen die ze niet kent. En ... ... iets wat schittert!

19


20


Aagje kijkt haar ogen uit. Die zilveren schittering ... Is dat ... ? Kan dat ...?

‘Hoi,’ zegt de vis stilletjes. ‘Aangenaam! We ontmoetten elkaar daarnet, maar nu stel ik me graag voor: ik ben Artuur Zeebaars.’ ‘Bbb... ben j.. jjj... ben.. ben ... jij ... ben jij dan niet dood?’ hakkelt Aagje zenuwachtig. Artuur slaat zijn staartvin heen en weer. ‘Zie ik er dood uit, dan?’ lacht hij vinnig. ‘Nee hoor, ik ben helemaal niet dood. Net voor je de steen liet vallen, kon ik wegglippen. Toen zag ik dat zwarte inktspoor. Ik dacht wel dat dat het jouwe was. Ik wilde hulp halen voor jou, want ik dacht dat jij dood was! Maar ... De haai kreeg je dus niet te pakken ...’

21


Artuur slikt even. Hij drijft dicht tegen Aagje aan. ‘Jij hebt me gered,’ zegt hij teder6 en hij geeft Aagje een klinkende zoen. Aagje wordt er helemaal rood van. En Artuur? Die glinstert meer dan ooit.

22


Artuur Zeebaars houdt zijn vinnen tegen zijn kop. Hij wil ze niet meer horen, al die vragen van Aagje. Hij kent ze immers uit zijn hoofd: Wat doe je, Artuur? Waarom doe je dat, Artuur? Wat zit er in dat pak, Artuur? Mag ik ook eens kijken, Artuur? Wie was er aan de telefoon, Artuur? Waar ga je naartoe, Artuur ... Bezorgd kijkt Aagje Artuur aan. ‘Scheelt er wat, lieve Artuur? Heb je hoofdpijn? Voel je je niet goed?’ Meteen haalt Artuur zijn vinnen van zijn kop. Heel even heeft hij zin om te beginnen mopperen, maar dan denkt hij aan de steen. En aan de haai. Hij glimlacht naar Aagje. ‘Nee hoor,’ antwoordt hij lief, ‘er scheelt helemaal niets.’ ‘Blijf jij maar altijd wie je bent, mijn lief Nieuwsgierig Aagje.’

23


Woorduitleg 1 2 3 4 5 6

24

horendol = stapelgek luistervinken = afluisteren het ruime sop kiezen = ervandoor gaan, uitvaren verwoed = met veel inspanning tevergeefs = zonder resultaat teder = zacht en met veel liefde


‘Aagje, hou op!’ Anna Octopus houdt met haar acht armen haar kop vast. Ze wil de vragen van Aagje niet meer horen. Aagje Octopus is zo nieuwsgierig dat ze op ontdekking gaat in de zee. Maar dan komt ze in gevaar …

Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 3. ISBN 978 90 486 2282 5 Bestelnummer 60 1021 297 KB D/2015/0147/338 NUR 191 Illustraties: Gudrun Makelberge Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge

9 789048 622825

Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Verrekijkerbieb - Leerjaar 3 - Kijker 4 - Thema 9 - N3 - Nieuwsgierig Aagje by die Keure - Issuu