ucatieve uitgaven
BIEB
Winterkermis Inge Bergh
Kijker educatieve uitgaven
Verrekijker 3
4
Winterkermis
1
Even nadenken ... December Wat vind je wel in de maand december en niet in de andere maanden van het jaar?
(de letter ‘D’) Verschil Wat is het verschil tussen een worm en een appel?
(Bak eens een wormentaart, je zult het snel proeven!) IJs Welk ijs kan niet smelten?
(radijs) Stil Welk klokje tikt nooit?
(een sneeuwklokje) 2
Wintersport Wat is groen en glijdt op ski’s van de berg?
(een skiwi) Kaars Wat zei de kleine kaars tegen de grote kaars?
(Vanavond ga ik uit!) Zuiden Waarom vliegen sommige vogels in de winter naar het zuiden?
(Omdat het te ver is om te lopen) 3
Sinterklaas Een gat in de boot Zoals elk jaar is Sinterklaas weer onderweg naar ons land. Maar dit keer zit het weer hem echt niet mee. Het waait en stormt vreselijk. De stoomboot rolt en danst als een gek over de golven. En het schip slaat stuurloos tegen een rots aan. In de stoomboot zit nu een groot gat. Het zeewater stroomt naar binnen. Piet neemt een boormachine. Hij loopt naar het gat en boort er nog een gat naast. ‘Ben je gek geworden?’ roept Sint. ‘Piet, wat doe je nu?’ ‘Ik ga ons redden!’ roept Piet. ‘Nu kan al het water dat hier binnenstroomt ook weer naar buiten!’
4
Vlieg in de soep ‘Bah! Er zit een vlieg in mijn soep!’ roept Sint. ‘Wacht, Sint, dat los ik wel voor je op,’ beweert Piet en hij loopt de tuin in. Wanneer hij terugkomt, gooit hij een spin in de soep van Sint. ‘Zo, die vlieg zal niet lang meer leven nu.’
5
Zicht Piet sleept een grote koffer over de weg. ‘Wat ben jij van plan?’ vraagt Sint. ‘Ik ga op reis naar Zicht,’ antwoordt Piet. ‘Zicht?’ Sint krabt zich in zijn baard. ‘Daar ben ik, geloof ik, nog nooit geweest. Waar ligt dat?’ ‘Geen idee,’ antwoordt Piet. ‘Maar de zon schijnt er. Op de radio zeiden ze: mooi weer in zicht.’ Oeps! ‘Sint! Sint!’ roept Piet. ‘Het gaat slecht met de sinaasappels!’ ‘Hemeltje,’ schrikt Sint. ‘Wat is er aan de hand?’ Piet schudt zijn hoofd. ‘Geen idee, maar straks volgt er een persconferentie.’
6
Boterham Tuinpiet zit te huilen bij de vijver. ‘Wat scheelt er?’ vraagt Sint. ‘Wel, Keukenpiet heeft mijn boterham in het water gegooid.’ ‘Wat? Met opzet?’ ‘Neen,’ snikt tuinpiet, ‘met kaas en groentjes.’
7
Hoofdpijn Net voor het avondeten klaagt Smulpiet over buikpijn. ‘Ach, je buik doet pijn omdat er niks in zit. Dat gaat straks wel over wanneer we eten,’ belooft Sint. Niet veel later komt Feestpiet binnen. ‘Voor mij geen wijn,’ zucht hij. ‘Ik heb hoofdpijn.’ ‘Dat komt omdat er niks in zit,’ weet Smulpiet. Antwoord Sint is met het verkeerde been uit bed gestapt. ‘Wil je een kadootje?’ vraagt hij aan Emma. ‘Leuk!’ roept Emma blij uit. ‘Waaruit kan ik kiezen?’ ‘Uit ja of neen,’ gromt Sint. Bed Sinterklaas heeft meer werk dan gedacht in ons land. Hij besluit in de hoofdstad van ons land een kamer in een hotel te boeken. ‘De kamer kost 80 euro per nacht,’ zegt de receptionist. ‘Maar als je zelf je bed maakt, dan vragen we maar 20 euro.’ ‘Goed,’ zegt Sint. ‘Dan maak ik wel mijn eigen bed.’ ‘Kamer 14 ligt op het eind van de gang,’ wijst de man aan de balie. ‘Gaat u alvast vooruit. Ik breng de planken en spijkers wel na.’
8
Kakkerlakken Dat bed maken lukte niet. En hij had geen 80 euro bij zich. Dus gaat Sint op zoek naar een ander hotel. Dat vindt hij enkele straten verder. Hij krijgt er een kamer voor maar 15 euro. ‘Eindelijk kan ik slapen!’ zucht Sint blij. Maar in de kamer krioelt het van de kakkerlakken. Ze verstoppen zich achter het behang. Sint gaat klagen bij de eigenaar van het hotel. ‘Nou,’ zegt de eigenaar. ‘Ik snap niet wat u achter mijn behang doet!’
9
Mosselen Sint heeft ongelofelijk veel buikpijn en belt de dokter. ‘Auw, dokter, ik hou het niet meer uit. Ik word gek van de krampen.’ ‘Wat heb je gisteren gegeten, Sinterklaas?’ vraagt de dokter. ‘Mosselen,’ jammert Sint. ‘Ze leken mij al wat taai.’ ‘Hmmm,’ bromt de dokter. ‘Roken ze nog wel fris toen je ze uit de schelp haalde?’ Sint slikt. ‘Hoe bedoel je: toen je ze uit de schelp haalde?’ Stroomstoring Er is stroomstoring in de villa van Sinterklaas. Zwarte Piet gaat vlug een luciferdoosje halen. Eén na één strijkt hij de lucifers af en blaast ze weer uit. ‘Zo, die werken. Die leg ik alvast opzij voor straks.’
10
Vaas Kluspiet laat een grote vaas vallen. ‘Wat doe je nu?’ roept Sint. ‘Dat was een vaas van wel vierhonderd jaar oud!’ ‘Oef!’ zucht Kluspiet. ‘Ik dacht dat het een nieuwe was!’
11
Wassen ‘Lowie, je moet je beter wassen!’ moppert Sint. ‘Je gezicht hangt vol. Ik kan zelfs zien wat je gisteren gegeten hebt!’ ‘Oh, ja?’ vraagt Lowie. ‘Wat at ik dan gisteren?’ ‘Een broodje met choco.’ ‘Fout! Dat was eergisteren!’ Welke vinger? Hoofdpiet peutert in zijn neus. Sint ziet het en moppert: ‘Bah, Piet, peuter toch niet zo met je wijsvinger in je neus!’ Piet stopt met peuteren. ‘Zegt u me dan met welke vinger het wel mag?’ Wie het hoogst gooit Keukenpiet en Sint spelen ganzenbord. Keukenpiet mikt de dobbelsteen keihard tegen het plafond. ‘Wat doe je nu?’ schrikt Sint. ‘Wel,’ zegt Keukenpiet, ‘hier staat dat wie het hoogst gooit, mag beginnen.’
12
Valsspeler Wat later speelt Sint een spelletje kaart met Keukenpiet. Plots merkt Sint dat Keukenpiet vals speelt. ‘Hela!’ roept Sint. ‘Weet jij wel wat er met valsspelers gebeurt?’ ‘Ja, hoor,’ knikt Keukenpiet vrolijk. ‘Die winnen meestal.’
13
Kerst Rapport Simon huppelt naar huis. ‘Kerstvakantie, kerstvakantie, joepie, kerstvakantie!’ zingt hij. Mama en papa staan Simon al aan de deur op te wachten. ‘En?’ vragen ze. ‘Heb je je rapport bij je?’ ‘Neen,’ antwoordt Simon. ‘Ik heb mijn rapport aan Lars meegegeven. Die wilde zijn ouders eens keihard doen schrikken.’ Zakdoek Kaatje zit op de schoot bij de Kerstman. Ze snottert en snuift, niest en proest en uit haar neus hangen grote groene snottebellen. ‘Zeg, meisje, heb jij geen zakdoek bij je?’ vraagt de Kerstman. ‘Ja,’ zegt Kaatje. ‘Maar ik mag die niet uitlenen van mijn mama.’
14
Spookkasteel Tijdens de kerstvakantie gaat Lisa met haar ouders op reis naar Schotland. Ze logeren er in een heel oud en erg chic kasteel. Bij de deur van Lisa’s kamer staat zelfs een butler. ‘Dag meneer, ik heb gehoord dat het hier spookt. Is dat waar?’ vraagt Lisa. De butler zucht en rolt met zijn ogen. ‘Wie heeft jou dat wijsgemaakt?’ ‘De dame die ons hielp met de koffers.’ Opnieuw rolt de butler met zijn ogen. ‘Dat geloof je toch niet, lief kind. In elk geval, mocht het hier spoken, dan zou ik wel de eerste zijn die het wist: ik woon hier al meer dan zevenhonderd jaar!’
15
Kerstinkopen Een dief staat in de rechtbank. ‘Je bent betrapt met een televisie, een gsm, een laptop, parfum en een grote doos speelgoed,’ somt de rechter op. ‘Wat heb je daar op te zeggen?’ ‘Ik heb gewoon vroeg mijn kerstinkopen gedaan, beste rechter.’ De rechter had dat antwoord niet verwacht. ‘Hoezo?’ vraagt hij verward. ‘Wel,’ legt de dief uit. ‘Simpel: ik was er een uur voor de winkel openging.’
16
Goudvis Julie krijgt voor Kerstmis een goudvis van haar tante. Net na Nieuwjaar komt de tante nog eens op bezoek. ‘Ben je nog steeds blij met je vis?’ vraagt de tante. ‘Eigenlijk niet zo,’ antwoordt Julie eerlijk. ‘Het is een zieke vis.’ De tante kijkt naar de vis die ontspannen rondjes zwemt. ‘Hij ziet er mij toch gezond uit.’ ‘En toch is hij ziek,’ beweert Julie overtuigd. ‘Hoe kom je daar nou bij?’ vraagt de tante verbaasd. ‘Wel, je zou hem eens moeten zien wanneer ik hem uit de kom haal om te spelen.’
17
18
Strenge winter De Kerstman hakt hout voor de kachel. Hij heeft al een hele stapel gekapt en denkt: als het geen strenge winter wordt, dan heb ik nu wel genoeg gekapt. Zijn buurman loopt voorbij en zegt: ‘Man, het wordt beslist een strenge winter!’ De Kerstman beslist om nog maar wat door te hakken. Niet veel later komt ook de buurvrouw voorbij. ‘Volgens mij wordt het de strengste winter in jaren,’ zucht ze. De Kerstman kijkt naar zijn stapel hout en vreest dat hij niet genoeg blokken heeft voor zo een vreselijk strenge winter. Met grote tegenzin kapt hij nog wat door. Wanneer de buurman en zijn vrouw weer voorbijkomen, wenkt hij hen dichterbij. ‘Hoe weten jullie dat het zo’n strenge winter wordt?’ vraagt hij. ‘Wel, dat zien we aan jouw gigantische stapel brandhout.’
19
Tandarts De Kerstman komt thuis na een bezoekje aan de tandarts. ‘Deed het erg pijn?’ vraagt een elfje. ‘Ik denk het wel,’ bromt de Kerstman. ‘De tandarts vloekte nogal luid toen ik in zijn vingers beet.’ Varkenspoten Katia gaat naar de slager met het boodschappenlijstje voor het kerstfeest. ‘Dag slager, heeft u ook varkenspoten?’ vraagt ze. ‘Beetje beleefd, hé kind!’ roept de slager kwaad. Kersen Een slak kruipt langs de bevroren stam van een kersenboom omhoog. Het diertje glijdt en zakt en glijdt en zakt, maar geeft niet op. Rudolf het rendier ziet het diertje al dagen sukkelen. ‘Waarom wil je zo graag boven in die boom raken?’ vraagt hij. ‘Om die lekkere kersen te kunnen eten,’ antwoordt het slakje. ‘Kersen???’ roept Rudolf verbaasd uit. ‘Het is winter, er hangen toch helemaal geen kersen in de boom nu?’ Het slakje schudt zijn hoofd. ‘Nu niet. Maar tegen dat ik eindelijk boven ben wel!’
20
Voetbal Kerstman speelt voetbal met zijn elfjes. Die giechelen en schateren de hele tijd. ‘Wat is er zo grappig?’ vraagt Kerstman benieuwd. ‘Niks,’ schatert het kleinste elfje. ‘Maar dat gras kietelt de hele tijd onder onze oksels.’
21
Oeps! Lezen en schrijven Na zijn eerste week in het eerste leerjaar wordt Max aan school opgehaald door opa. ‘Hé, manneke, wat heb jij deze week allemaal op school geleerd?’ vraagt opa. ‘Ik heb leren schrijven!’ antwoordt Max trots. ‘Wat goed van je!’ knikt opa trots. ‘Wat heb je allemaal leren schrijven?’ ‘Dat weet ik niet hoor, opa,’ antwoordt Max. ‘Maandag leer ik pas lezen.’
22
Aardappelen Twee aardappelen liggen samen in een mand. ‘Oef, wat zie jij er sip uit, zeg!’ ‘Ik maak mij zorgen om mijn broer. Hij zit in de puree.’ Hand voor je mond! Lander en Sander zijn een tweeling. Ze maken het hun moeder vaak lastig. Het liefst laten ze harde boeren. En hoe vaak hun moeder ook herhaalt: ‘Hand voor je mond!’ Ze doen het nooit. ‘BURP!’ klinkt het weer. ‘Sander!’ roept mama. ‘Hand voor je mond!’ Direct erna klinkt het: ‘PROT!’ ‘Lander!’ roept mama. Maar voor ze iets kan zeggen, antwoordt Lander: ‘Neen, mama, ik hou mijn hand niét onder mijn poep!’
23
Seizoenen ‘Maarten,’ vraagt juf. ‘Kun jij de seizoenen van het jaar opnoemen?’ Maarten knikt. ‘Dat is niet moeilijk, juf: herfst, winter, herfst, winter.’ ‘Dat zijn er al twee van de vier. Maar waar blijven de herfst en de zomer, Maarten?’ ‘Tsja, juf,’ zucht Maarten. ‘Dat vraag ik me ook de helft van het jaar af.’
24
Is het te koud om buiten te spelen? Geen probleem! De winterkermis komt naar je toe. Warm je lachspieren op met dit boekje voor winterse lolbroeken.
Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 3. ISBN 978 90 486 2282 5 Bestelnummer 60 1021 297 KB D/2015/0147/338 NUR 191 Illustraties: Myriam Berenschot Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge
9 789048 622825
Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.