Skip to main content

Verrekijkerbieb - Leerjaar 3 - Kijker 4 - Thema 1 - N1 - Alles over Griekenland

Page 1

ucatieve uitgaven

BIEB

Alles over Griekenland Aag Vernelen

Kijker educatieve uitgaven

Verrekijker 3

4


Alles over Griekenland

1


Doe je ogen eens dicht. Stel je voor: je ligt op een grote handdoek. Je hebt net in de koele zee gezwommen. De zon schijnt warm op je vel. Dat kleeft een beetje, van de olie. Oef! Na een tijdje wordt het heet. Veel te heet! Je kijkt om je heen en ziet een felblauwe zee en kale rotsen. Spierwitte huisjes met kleine ramen en blauwe, ronde daken. En hier en daar bloemen in felle kleuren. Voel je het? Zie je het? Je bent in Griekenland!

2


Waar ligt Griekenland? Griekenland ligt in het zuidoosten van Europa. Er wonen ongeveer evenveel mensen als in ons land, zo’n 11 miljoen. De mensen die in Griekenland wonen worden Grieken genoemd. In het noorden heeft Griekenland vier buurlanden: Albanië (lees: al-baa-nie-je), Macedonië (lees: ma-see-do-nie-je), Bulgarije en Turkije. En wat heel leuk is: er is ook veel zee in Griekenland. In het zuiden heb je de Middellandse Zee. In het oosten de Egeïsche (lees: ee-gee-jie-se) Zee en in het westen de Ionische Zee. Je kunt in Griekenland dus heel goed zwemmen. Ook omdat het er lekker warm is. Soms wel meer dan 40 graden. Dat is zweten en puffen geblazen!

GRIEKENLAND

3


Athene De hoofdstad van Griekenland is Athene. Athene is een heel bijzondere stad. Ze is al heel oud: wel 5500 jaar. Vandaag wonen er meer dan 3 miljoen mensen. Veel mensen uit het platteland gaan in Athene wonen. Aan de rand van de stad is er een berg. Het hoogste punt van die berg heet de Akropolis. Daarop staat een grote, oude tempel. Veel toeristen bezoeken dat bijzondere gebouw. De oude Grieken bouwden die tempel ongeveer 4000 jaar geleden, speciaal voor hun goden. Dat was toen niet zo gemakkelijk als nu. Want er waren nog geen moderne werktuigen. Zware stenen werden op boomstammen gelegd en zo naar hun plaats gerold.

4


5


Eilanden Griekenland heeft niet alleen veel zee, maar in die zee liggen ook veel eilanden. Wel meer dan 6000! De meeste eilanden zijn klein. Er wonen dan geen mensen op. Maar op de grotere eilanden wonen wel veel mensen. De grootste eilanden van Griekenland zijn Kreta, Euboea (lees: evia), Lesbos en Rodos. Veel mensen gaan in de zomer op vakantie op de Griekse eilanden, omdat het er zo mooi en warm is.

Taal De Grieken spreken Grieks. Grieks is een hele oude taal. Grieks klinkt heel anders dan Nederlands. Je schrijft de letters ook anders dan onze letters. De drie eerste letters van ons alfabet zijn a, b, c. In het Grieks zijn de eerste letters alfa, bèta (lees: bij-ta) en gamma en die schrijf je zo: α, β en γ. De laatste letter van het Griekse alfabet is niet z, maar omega. Omega schrijf je zo: ω. Goedendag zeg je zo: kaa-lie-merra. En ne betekent niet nee, maar ja!

6


Eten Ga jij wel eens uit eten? Misschien ben je al eens in een Grieks restaurant geweest. Daar eet je geen stoofvlees met frietjes, maar lekkere Griekse gerechten. Heb je al eens gehoord van moussaka? Dat is een gerecht uit de oven met aardappelen, aubergine en gehakt. Een kruid dat de Grieken veel gebruiken is kaneel. Bij ons vind je kaneel vaak op appeltaart, maar de Grieken vinden het op heel veel gerechten lekker!

7


In Griekenland groeien veel olijfbomen. Olijven kun je zo eten of je kunt er olie van maken. De Grieken bakken vlees of vis meestal niet in boter, maar in olijfolie. Dat is niet alleen lekker, maar ook heel gezond. Een ander bekend Grieks product is fetakaas. Deze witte, harde kaas wordt gemaakt van melk van schapen of geiten. Hier volgt een lekker, eenvoudig receptje met fetakaas: − Snijd een tomaat in plakjes. − Schik de plakjes op een bord. − Verkruimel een stukje fetakaas . − Strooi de fetakaas over de schijfjes tomaat. − Doe er wat peper, zout en olijfolie op. Hmm! Smakelijk! Grieken eten heel gezond. Niet alleen omdat ze veel olijfolie gebruiken, maar ook omdat ze veel groenten eten.

8


Omdat het in Griekenland warm is, vinden tomaat, paprika, komkommer en aubergine het leuk om er te groeien. De meest bekende Griekse drank is ouzo (lees: oe-zoo). Dat is een doorschijnende drank die naar anijs smaakt. Misschien heb je al eens een anijssnoepje gegeten. Maar ouzo mag je niet drinken, want je wordt er dronken van! Ouzo wordt op hele warme dagen gedronken met water en ijsblokjes erin. Het lijkt wel een toverdrank: als je er water bijdoet, is ouzo niet meer doorschijnend, maar spierwit!

9


Wat gebeurde er lang geleden? Griekenland heeft een hele lange geschiedenis. Er is erg veel gebeurd en er hebben veel verschillende volkeren gewoond. Je zou er een heel dik boek over kunnen schrijven. In dit boekje kunnen we natuurlijk maar een paar dingen vertellen. Bijvoorbeeld over de Minoërs. De Minoërs Meer dan 3000 jaar geleden woonde er een volk op het eiland Kreta. Die mensen werden Minoërs genoemd. Met hun grote schepen voeren ze naar andere landen, zoals Egypte. Ze namen dingen mee die ze in die andere landen verkochten. Bijvoorbeeld marmer, olijfolie en ijzer. Zo werden de Minoërs heel rijk. Maar op een dag gebeurde er iets ergs. Op het eiland Santorini stond een grote vulkaan. De vulkaan barstte uit. Daardoor kwam er een grote golf zeewater van wel 30 meter hoog. Zo’n golf noemen we ook wel een vloedgolf. De golf spoelde over de kusten van Kreta. En alle havens van de Minoërs gingen stuk. Ze konden nu geen handel meer drijven. Het volk werd zwak en 200 jaar later werden ze in de oorlog door een ander volk verslagen. Dat was het einde van de Minoërs.

10


Alexander de Grote Heel wat minder lang geleden leefde Alexander de Grote. Hij is misschien wel de bekendste van alle Grieken. Hij was koning van Macedonië. Macedonië is nu een apart land, maar toen Alexander de Grote leefde, hoorde het bij Griekenland.

11


Hij werd koning toen hij 20 jaar oud was. En een paar jaar later vocht hij al tegen de Perzen. De Perzen waren een volk dat woonde in de landen die we nu kennen als Turkije, Irak, Iran en Syrië. De Perzen en de Grieken waren heel boos op elkaar. De Perzen hadden al vaak geprobeerd om Griekenland aan te vallen. Al eeuwen voerden ze oorlog met de Grieken. Maar na al die tijd waren de Perzen zwak geworden. Dus nu probeerden de Grieken de Perzen te verslaan. Met Alexander als leider lukte dat. Het Griekse rijk werd door hem enorm groot. Het liep zelfs tot in India! Stadstaten Griekenland was in de oudheid (dat wil zeggen: héél lang geleden) niet één land. Het bestond uit veel kleine landen. Die kleine landen noemen we stadstaten. Athene en Sparta waren bijvoorbeeld zulke stadstaten. De stadstaten waren baas over zichzelf. En ze waren vaak in oorlog met elkaar. Ze vochten om meer land en rijkdom.

12


Sparta Athene is vandaag nog heel bekend, omdat het de hoofdstad van Griekenland is geworden. Maar ook de stad Sparta is bekend. De kinderen in Sparta leerden al heel jong vechten. Als ze 7 jaar werden, moesten ze in kazernes gaan wonen. Dat zijn gebouwen van het leger. Daar deden ze vooral aan sport. Vanaf 12 jaar leerden ze ook muziek en lazen ze gedichten. Wanneer ze 18 werden, kregen ze een hele strenge opleiding in het leger. Ze moesten nog tien jaar in de kazernes leven en mochten hun vrouwen maar heel af en toe zien. Daardoor waren de mannen uit Sparta hele goede soldaten.

13


Omdat ze zo streng opgevoed werden, bestaat nu nog altijd de uitdrukking ‘een Spartaanse opvoeding’. Dat is een hele strenge opvoeding. De Spartaanse koning Leonidas werd heel bekend. Hij deed iets heel knaps. Met een heel klein leger van maar 300 soldaten hield hij het leger van de Perzen dagenlang tegen. De Perzen waren met tienduizenden soldaten. Ze wilden heel Griekenland veroveren. Daarvoor moesten ze eerst een smalle weg door de bergen nemen. Maar koning Leonidas en zijn soldaten hadden zich verstopt langs die smalle weg. En zo geraakten de Perzen er een hele tijd niet voorbij! Koning Leonidas is beroemd geworden.

14


Verhalen uit het oude Griekenland Over het oude Griekenland bestaan veel verhalen. Een deel van wat er in de verhalen verteld wordt, is waar. Maar heel veel ervan is verzonnen. Zo is er het verhaal van een Griekse koning. Die koning heette Agamemnon. Hij leefde 34 eeuwen geleden. Agamemnon had een hele mooie vrouw, Helena. Maar niet alleen Agamemnon vond zijn vrouw mooi. Een prins uit een ander land vond haar ook erg mooi. En zonder dat koning Agamemnon het wist, nam de prins Helena mee uit Griekenland. Hij bracht haar naar zijn stad, Troje. Agamemnon was woedend. Hij vroeg hulp aan zijn broer, Menelaos. Samen gingen ze vechten tegen Troje om Helena terug te krijgen. Ze vertrokken met meer dan duizend schepen en tienduizenden soldaten naar Troje. Daarvoor moesten ze de Egeïsche Zee over. Want Troje lag in het land dat we nu Turkije noemen. Jarenlang probeerden de Grieken om Troje binnen te vallen. Maar het wilde maar niet lukken.

15


Zelfs niet met de hulp van hun beste soldaat, die Achilles heette. Achilles was heel sterk. En wat nog meer bijzonder was: hij kon niet gewond raken. Behalve op één plek. Toen Achilles pas geboren was, waste zijn moeder hem in een bijzondere rivier. De rivier maakte hem onkwetsbaar. Maar het plekje waar zijn moeder hem vasthield, werd niet mee gewassen. Dat was het plekje achter aan zijn been, vlak boven zijn hiel. Daar zit een pees die we de achillespees noemen. En daar kon Achilles wel gewond raken. Maar nu terug naar de oorlog met Troje. De Grieken hadden geduld. En ze waren slim. Ze bedachten een sluw plan. Ze deden alsof ze na al die tijd weer naar huis gingen. En ze lieten een geschenk achter voor de poorten van Troje. Het was een enorm paard van hout. De Trojanen waren heel blij dat de Grieken weg waren. Ze haalden het paard naar binnen in de stad. Maar in het paard zaten Griekse soldaten verstopt. En in de nacht, wanneer alle Trojanen sliepen, kropen de soldaten uit het paard.

16


17


Ze doodden de wachters van de stad en deden de poorten open. Zo konden de andere Griekse soldaten naar binnen. De Grieken hadden de oorlog gewonnen. Achilles werd gedood in het gevecht. Hij kreeg een pijl, precies in zijn achillespees! Wat een pech, hé?

18


Griekse goden Lang geleden geloofden de Grieken in vele goden. Er was Kronos, de god van de tijd. En Poseidon, de god van de zee. De zonnegod heette Apollo en ook de jagers hadden een godin, Artemis. En je had nog veel meer goden.

19


De oude Grieken geloofden dat al die goden op een berg woonden, de Olympus. De Grieken baden tot die goden en gaven ze offers. Ze hoopten dat de goden hen dan zouden helpen. Ze geloofden dat de goden konden zorgen voor een goede oogst of een goed huwelijk. Maar ook als er een ramp gebeurde, dachten de Grieken dat dat het werk was van de goden. Ze geloofden bijvoorbeeld dat boze goden konden zorgen voor een aardbeving. Dan kun je maar beter aardig zijn voor de goden, denk je niet?

Filosofie Vraag jij je soms af wie je bent? Of wat er gebeurt als je doodgaat? Dan ben je een filosoof. Een filosoof is iemand die veel nadenkt over het leven. Hij probeert er ook een antwoord op te vinden. De Grieken hadden lang geleden veel filosofen. Het woord filosofie komt uit het Grieks. Het bestaat eigenlijk uit twee woorden. ‘Filo’ betekent liefde en ‘sofie’ betekent wijsheid. Filosofie kun je dus ook ‘liefde voor wijsheid’ noemen.

20


Een bekende Griekse filosoof was Plato. Een andere bekende filosoof was Pythagoras. Hij kon niet alleen goed nadenken over het leven. Hij was ook heel goed in wiskunde. Hij bedacht de wiskunde zoals we die nu kennen. Later leer je op school vast nog ‘de stelling van Pythagoras’.

21


De Olympische Spelen Heb je al gehoord van de Olympische Spelen? Dat is een hele grote sportwedstrijd. Om de vier jaar wordt de wedstrijd gehouden. Telkens in een ander land. Landen uit de hele wereld doen mee. De Olympische Spelen zijn ontstaan in het oude Griekenland. Zo lang bestaan ze al! Toen werden ze ook om de vier jaar gehouden, in de stad Olympia. Om de baas van alle goden, Zeus, te eren.

22


In het begin mochten alleen mannen meedoen. En er werd er maar één sport gedaan: 200 meter hardlopen. In de loop van de jaren werden meer en meer sporten gedaan op de spelen. Zoals boksen, worstelen, rennen met paarden, lopen en een vijfkamp. Een vijfkamp is een wedstrijd die bestaat uit vijf sporten: worstelen, hardlopen, discuswerpen, speerwerpen en verspringen.

Democratie Weet je wat een democratie is? Dat is een land waar het volk zelf mag kiezen wie de baas is van het land. Ons land is ook een democratie. De Belgen mogen zelf kiezen wie het land leidt. De democratie werd uitgevonden door de oude Grieken. Het is dus dankzij hen dat wij onze leiders zelf mogen kiezen. Het woord democratie komt uit de Griekse taal. ‘Demos’ betekent volk en ‘krateo’ betekent heersen. Democratie wil dus zeggen: het volk dat heerst.

23


De oudste democratie was de stad Athene. Het ging er wel anders aan toe dan bij ons. Zo mochten niet alle mensen kiezen. Vrouwen, slaven en mensen die niet in Athene waren geboren, mochten niet gaan kiezen. Dat is nu gelukkig anders.

Wil je op reis gaan? Heb je zin gekregen om Griekenland eens in het echt te zien? Spring dan op het vliegtuig of stap in de auto. Met de auto moet je wel drie dagen rijden voor je er bent! Maar dit prachtige land is beslist een bezoekje waard!

24


Een blauwe zee, mooie eilanden, lekker eten, prachtige oude gebouwen en spannende verhalen … Griekenland heeft het allemaal. Ben je benieuwd naar dit warme land? Lees dan vlug dit boek!

Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 3. ISBN 978 90 486 2282 5 Bestelnummer 60 1021 297 KB D/2015/0147/338 NUR 191 Foto’s: Shutterstock Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge

9 789048 622825

Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Verrekijkerbieb - Leerjaar 3 - Kijker 4 - Thema 1 - N1 - Alles over Griekenland by die Keure - Issuu