Skip to main content

Verrekijkerbieb - Leerjaar 3 - Kijker 3 - Thema 9 - N3 - Het enige echte Sinterklaas-interview

Page 1

ucatieve uitgaven

Het enige echte Sinterklaas-interview

BIEB

Clara Vanuytven

Kijker educatieve uitgaven

Verrekijker 3

3


Het enige echte Sinterklaas-interview1

1


Dag Sinterklaas. Mag ik u enkele vragen stellen? Hmmm… Het zijn heel drukke dagen voor mij. Veel tijd voor vragen heb ik niet. Even maar, Sinterklaas? Vertel eens … Waar werd u geboren? Geboren? Even nadenken. Oh ja, nu weet ik het weer. Ik werd geboren in Patara, een klein stadje in het zuiden van Turkije. Misschien vind je het terug op een grote kaart.

2


En wanneer? Het juiste jaar ben ik vergeten. Maar dat is dan ook al bijna 2000 jaar geleden. Heette u als baby ook al Sinterklaas? Natuurlijk niet. Mijn ouders noemden me Nicolaas. Toen ik bisschop werd, veranderde dat in Nicolaas, bisschop van Myra. Pas veel later kende iedereen mij als Sinterklaas. Of gewoon als Sint. Hoe raakte u bekend? Gebeurde dat via het internet? Nee, hoor! Het internet bestond toen nog niet. Er was zelfs geen krant of televisie. Maar mensen vertelden elkaar verhalen. Pelgrims2 trokken door Europa. Eeuwen later werden die legenden3 nog steeds aan kinderen verteld. Of voorgelezen. Zalig, vind ik dat. Dat voorlezen, bedoel ik.

3


Klopt het dat u geld uitdeelde? Dat klopt. Mijn ouders waren rijk. En ik was hun enige erfgenaam4. Daarom besloot ik om dat geld goed te gebruiken. Ik zou het uitdelen aan de armen. Zo hoorde ik van een arme vader die drie dochters had die graag wilden trouwen. Maar in die tijd moesten meisjes een bruidsschat hebben. En dat geld had de vader niet. Daarom gooide ik drie keer een klompje goud door het raam. Twee keer zagen ze me niet. De derde keer ontdekten ze wie ik was. Zo kwam iedereen het te weten. Ik probeerde te helpen waar ik kon. Wie het nodig had, kon op mijn steun rekenen. Woont u nu in Spanje? Inderdaad. Ik woon in Spanje. Wat een prachtig land! Ik kom er heerlijk tot rust. Ik ben dol op de zon en op het Spaanse eten. En het fruit is er heerlijk. Elk jaar brengen we manden sinaasappels mee om hier uit te delen.

4


5


6


De helpers die u omringen? De Zwarte Pieten? Vinden ze het erg als ik hen zo noem? Helemaal niet. Waarom zouden ze? Zwart vinden ze prachtig. Wie niet zwart is, krijgt wel een donkere veeg van het roet uit de schoorsteen. Hun kleur is niet belangrijk. Ik heb hulppieten in alle tinten. Ze houden ook veel van groen, geel en goud. Weet je, ze zijn geen gewone jongens. Of meisjes. Dat maakt niet uit. Ze zijn niet zomaar hulpjes. Je wordt pas helper van Sinterklaas als je de testen goed hebt doorstaan. Zwarte Pieten zijn heel bijzonder. Ik zou ze niet meer kunnen missen. Op mijn oude dag ben ik niet zo handig meer. Een beetje stram5. Ik vergeet al eens iets. Wat vroeg u ook alweer? Kan iemand die niet sportief is ook één van uw helpers worden? Natuurlijk. Niet iedereen moet op daken klauteren. En iedereen heeft een bijzonder talent. Ik kan altijd hulp gebruiken. Zo zijn er die niet handig zijn, maar heel verstrooid. Perfect!

7


Hoe bedoelt u? Wie zelf verstrooid of slordig is, is ook goed in zoeken. Zo iemand vindt mijn gouden pen in geen tijd terug. Die weet waar mijn mijter ligt. Of de tweede sok van een paar. Ik laat die dingen wel eens op de verkeerde plek achter. Trouwens. Heeft u mijn leesbril gezien? Op mijn neus, zegt u? Heeft u nog andere helpers nodig? Slimme mensen? Computerpieten bijvoorbeeld? Dat mag, hoor! Ik heb hulp nodig op het internet. Soms vergeten kinderen mij hun nieuwe adres toe te sturen. Zo’n Slimme Piet vindt alles terug. Ook een Spionpiet is welkom! Wie geheimen kan bewaren, is heel geschikt voor dat werk. Iemand die traag kan nadenken, vind ik ook altijd heel bijzonder. Een hele kunst, denk ik dan. Hoeveel Zwarte Pieten zijn er met u meegekomen? Even denken. Nee, ik hoef de moeite niet te doen. Ik heb geen idee … Ik probeer hen wel eens te tellen. Maar die kerels zijn zo snel. Ze wisselen ook voortdurend van plaats. Soms doen ze dat om me aan het lachen te krijgen. Meestal raak ik de kluts kwijt6. Dus dat tellen? Dat laat ik maar.

8


9


U komt met de boot naar hier? Bent u daarom de beschermheilige van de vissers? De zeelui kozen mij als hun patroon omdat ik een man van de dood kon redden. Dat was tijdens een heel zware storm. Maar laat ons daar niet over praten. Een vreselijke gebeurtenis. Oei … Te moeilijk om te vertellen? Ik geef het niet graag toe. Ik word een beetje zeeziek als ik aan die dag denk.

10


11


Ik zie de naam Nicolaas wel vaker opduiken. Mooie naam, niet? Ik ben ook de patroon van enkele grote steden. En van de gevangenen. Van de gevangenen? Dat komt omdat ik ooit drie mannen uit de gevangenis kon halen. Ze hadden niets misdaan. Trouwens, iedereen die bedrogen wordt, kan op mijn steun rekenen. Groot en klein. Maar het liefst van al kom ik op voor kinderen. Voor hen heb ik altijd al een boontje gehad7. U heeft ook mensen gered die van de honger gingen sterven? Vertel eens, Sinterklaas? Dat is lang geleden. Heel lang geleden … In Lycia dreigde hongersnood. Ik wist dat er schepen vol graan in de haven lagen. Maar de kapitein weigerde een deel van de voorraad te geven. Want de lading werd altijd gewogen. Als er iets uit het ruim verdween, dan kreeg hij de schuld. Ik beloofde hem te helpen als hij mij een deel van de vracht gaf. Uit elk schip kreeg ik honderd scheppen graan. Toen de boten gelost werden, werd het graan opnieuw gewogen. Er ontbrak niets. Toch had iedereen in Lycia van dat graan te eten gekregen. Whaaw! Ongelooflijk. Je wordt er stil van …

12


13


Ja, echt wel. Euh… Andere vraag. Heeft u hobby’s, Sinterklaas? Hobby’s? Mijn werk is mijn hobby. Ik hou van pakjes uitdelen en van paardrijden. Ik zwerf graag over de daken. Ik hou ook van het luisteren naar kinderliedjes. Dus elke dag doe ik wel iets dat ik leuk vind. Misschien bedoel je dingen die je na je werk doet? Wel, ik ben dol op lezen. Ik lees nu elke dag de krant. Soms zoek ik iets op in het Grote Boek. Of ik snuffel in een stripverhaal dat iemand liet rondslingeren. Maar het liefst van al lees ik brieven. Houdt u van snoep, Sint? Ik snoep niet vaak. Want dan wordt de Hoofdpiet nerveus. Hij waakt over mijn gezondheid. Ik probeer heel veel fruit en groenten te eten. Maar ik hou van zoet. Speculoospasta. Lekker!

14


Wat viert u op zes december? Uw verjaardag? Ik ben niet graag jarig. Want ik ben de tel kwijt geraakt. Maar op zes december vieren kinderen mijn naamfeest. Het feest van de heilige Nicolaas. Dus die dag is heel bijzonder voor mij.

15


Kent u Sint-Maarten en de Kerstman? Tuurlijk, wij zijn beste maten. Al zien we elkaar niet zo vaak want Sint-Maarten komt al in november. Dan heb ik nog een boel werk te verzetten. Het hele schip moet geladen worden. Als de Kerstman zijn ronde doet, lig ik me te warmen in de Spaanse zon. Na mijn reis kost het me altijd wat tijd om tot rust te komen. Heeft u nog andere vrienden? Ik heb vele vrienden. Ik hou van vaders en moeders. Ook van opa’s en oma’s die zelf ooit hun schoen hebben gezet. Ik hou het meest van al die meisjes en jongens die doen wat ik zelf altijd belangrijk vond. En dat is? Voor elkaar zorgen. Had je dat nog niet begrepen?

16


17


Is het waar Sinterklaas, dat u ook heel boos kunt worden? Wat? Wie heeft u die onzin verteld? Daar kan ik me verschrikkelijk over opwinden. Sorry … Ach … Ik word wel eens kwaad. Vooral als de Pieten iets stouts hebben gedaan. Zo zie ik er nu eentje gekke toeren uithalen boven op een schoolpoort. On-ver-ant-woord. Maar ik blijf nooit lang boos. Die Zwarte Pieten krijgen me altijd weer aan het lachen. Hoe komt het dat u na al die jaren nog niet vergeten bent? Dat u eeuwig blijft voortleven? Eeuwig? Meen je dat echt? Misschien omdat ik altijd graag geschenken uitdeelde? En omdat ik dat altijd wel zal blijven doen. Dank u wel, Sinterklaas.

18


19


Sinterklaas ten voeten uit De kleding van Sinterklaas lijkt heel erg op die van een bisschop. De kleren van Sinterklaas zijn heel bijzonder. Ken jij de namen? mijter mantel

staf stola

klingel albe

handschoenen

20

ring

tabberd


Staf Een staf hoort bij een bisschop. Zoals een zwaard bij een ridder. Mijter Pas vanaf de 12e eeuw wordt door de paus en de bisschop een mijter gedragen. De mijter van Sinterklaas heeft dezelfde kleur als zijn mantel. Mantel Een wijde cape8 die gemaakt is van rood fluweel9 met gouden franjes10. De mantel moet tot op de grond hangen. Handschoenen Wit of paars. Ze zorgen ervoor dat de bladen in het Grote Boek niet vies raken. Albe of koorhemd Een lang, wit hemd dat met kant11 afgezet is. Het hangt tot op de grond. Soms wordt de stof in grote plooien gevouwen. Tabberd of tabbaard Een lange jurk tot op de enkels. Rood of paars of …

21


Klingel De albe wordt rond het middel vastgebonden met een koord. Dat koord is een klingel. Stola De stola is een lange, smalle sjaal die om de hals hangt. Ring of bisschopsring Een rode ring. Die kreeg de Sint toen hij bisschop werd. Het juweel moet om de rechterhand zitten. Maar de Sint geeft vaak mensen een hand. Dan zit de ring in de weg. Daarom draagt hij de ring aan de andere ringvinger. Als zijn handen wat gezwollen zijn, draagt Sinterklaas de ring aan zijn pink. Leesbril De leesbril is nodig omdat Sint anders de kleine letters in het Grote Boek niet meer kan lezen. Andere dingen zoals apenstreken ziet hij wel. Soms heeft de Sint het heel druk. Of soms is verkleden te lastig. Dan kiest Sinterklaas kleren die eenvoudiger zijn dan op de tekening.

22


23


Woorduitleg 1 2

interview = gesprek met vragen en antwoorden pelgrim = iemand die een (voet)reis maakt naar een heilige plaats 3 legende = oud volksverhaal 4 erfgenaam = iemand die geld of iets anders krijgt van iemand die overleden is 5 stram = wanneer je stram bent, kun je moeilijk bewegen 6 de kluts kwijtraken = even niet meer weten wat te doen 7 een boontje hebben voor iemand = iemand graag hebben 8 cape = jas zonder mouwen die om je schouders hangt 9 fluweel = glanzende, zachte stof 10 franjes = versiering van losse draadjes 11 kant = lichte stof

24


Tijdens de drukke decemberdagen maakt de Sint heel even tijd voor een interview. Altijd al willen weten waar Sinterklaas werd geboren? Of hoe hij aan zijn naam komt? In dit boekje vertelt hij het!

Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 3. ISBN 978 90 486 2282 5 Bestelnummer 60 1021 297 KB D/2015/0147/338 NUR 191 Illustraties: Luc Sauviller Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge

9 789048 622825

Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Verrekijkerbieb - Leerjaar 3 - Kijker 3 - Thema 9 - N3 - Het enige echte Sinterklaas-interview by die Keure - Issuu