Skip to main content

Verrekijkerbieb - Leerjaar 2 - Kijker 7 - Thema 9 - N3 - Adriaan Aap zit nooit stil

Page 1

ucatieve uitgaven

Adriaan Aap zit nooit stil

BIEB

Reine De Pelseneer

Kijker educatieve uitgaven

Verrekijker 2

7


Adriaan Aap zit nooit stil

1


1 Adriaan Aap kijkt met een diepe zucht door het raam van het klaslokaal. Buiten stoeit1 een briesje2 in de kruinen van de bomen. Vogels vliegen vrolijk met lekkers naar hun nest. De lentezon straalt warm door de wolken heen. Alles zou Adriaan ervoor over hebben om buiten te zijn. Hij zou willen rennen of klimmen of voetballen. Maar hij zit hier, in de klas. Meester Mo leest een verhaal voor over ridders en kastelen. Dat verhaal is best wel tof, maar het duurt zo verschrikkelijk lang. Als meester Mo leest, moet iedereen heel stil luisteren. Adriaan heeft een hekel aan stil zijn. Een poosje niet praten lukt nog wel. Maar niet bewegen is een heel stuk moeilijker voor hem. Terwijl de ridders in het verhaal op stap gaan, graaft Adriaan in zijn pennenzak. Hij haalt zijn blauwe pen met het groene dopje tevoorschijn. Dat dopje draait zo lekker heen en weer.

2


Adriaan draait voorzichtig een beetje naar rechts en dan naar links. En dan weer naar rechts en … Opeens schiet het dopje los en vliegt het over het hoofd van Bella Big. Met een zachte plof valt het neer op de grond. Adriaan veert op om het dopje op te rapen. Onmiddellijk roept meester Mo: ‘Adriaan Aap, zit nu toch eens stil!’ Adriaan Aap gaat vliegensvlug weer op zijn plaats zitten.

3


‘Druktemaker,’ fluistert Saida Schaap met een frons tussen haar wenkbrauwen. En Bella Big roept hardop: ‘Het verhaal is net zo spannend! Waarom moet Adriaan het nu weer verpesten?’ Adriaan kijkt met rode wangen naar het groene dopje op zijn tafel. Hij doet echt heel erg zijn best om rustig te zijn. Maar hij kan het niet helpen dat zijn armen en benen voortdurend kriebelen. Zijn lijf is niet gemaakt voor stille lessen in de klas.

4


2 Tijdens de pauze kan Adriaan zich gelukkig lekker uitleven. Hij speelt samen met Kevin Kater met de bal. Hij rent opgewekt van de ene kant van het schoolplein naar de andere. Zijn longen vullen zich met gezonde buitenlucht. Zijn benen en armen voelen zich vrolijk en vrij. Jammer genoeg lijkt een kwartier pauze veel sneller te gaan dan een kwartier in de klas. En na de pauze moeten ze een hele reeks rekenoefeningen maken. Adriaan vindt de oefeningen erg moeilijk, maar hij doet flink zijn best. Hij denkt diep na, hij telt in zijn hoofd en schrijft cijfers op zijn blad. ‘Zijn jullie klaar?’ vraagt meester Mo na een poosje. ‘Dan gaan we de oefeningen zo meteen samen overlopen. Wie kan de oplossing van de eerste opgave3 geven?’ Slimme Hassan Hert steekt onmiddellijk zijn hand op.

5


‘Achtenzeventig min vier min drie is eenenzeventig,’ zegt hij zonder te aarzelen. Adriaan kijkt naar het getal dat hij zelf heeft ingevuld. Er staat iets helemaal anders op zijn blad … Maar natuurlijk is het antwoord van Hassan Hert juist. De ene na de andere oefening wordt hardop opgelost. Hassan is bijna voortdurend aan het woord. Hij maakt geen enkele fout. Op het blad van Adriaan beginnen de cijfertjes intussen te dansen.

6


Hij begrijpt niet waarom hij zoveel fouten heeft gemaakt … Hij heeft geen zin om nog te luisteren, want alles is toch verkeerd. Verveeld wiebelt hij heen en weer op zijn stoel. Daarna probeert hij zijn stoel op twee poten te laten rusten. Dat gaat best goed! Zou hij op deze manier een beetje kunnen schommelen? Zijn handen steunen op de tafel, maar zijn benen bungelen4. Ook zijn staart zwiept lekker in de lucht. Maar dan moet Bella Big hard niezen. Adriaan schrikt zo erg dat hij zijn evenwicht niet meer kan bewaren. Hij slaat met zijn stoel achterover en belandt met een flinke klap op de grond. Kevin Kater en Hassan Hert moeten lachen, maar meester Mo roept: ‘Adriaan Aap, zit nu toch eens stil!’ Waarna Bella en Saida in koor toevoegen: ‘Typisch Adriaan.’ Adriaan krabbelt overeind met schrammen op zijn armen en een zeer hoofd. Hij durft niet te zeggen dat Bella Big maar niet had moeten niezen.

7


3 De volgende dag gloeit er een heerlijk lentezonnetje. Echt geen weer om een hele dag binnen te zitten, vindt Adriaan. Gelukkig lijkt meester Mo daar net hetzelfde over te denken. ‘Doe maar allemaal een jas aan,’ zegt hij. ‘We gaan naar buiten.’ Adriaan veert op en maakt dolblij een rondedansje. ‘Wat gaan we doen?’ vraagt hij enthousiast. ‘Dat zul je zo meteen wel merken,’ lacht de meester geheimzinnig. Ze lopen met z’n allen naar de achterkant van het schoolgebouw. Daar ligt normaal gezien een groot grasveld. Maar Adriaan ziet dat een flink stuk van het grasveld is omgespit. Er zijn verschillende vierkanten afgebakend met hout. Zijn dat zandbakken om in te spelen? Meester Mo heeft een grote tas bij zich, waaruit hij een paar knolletjes haalt.

8


‘Wie van jullie weet wat dit is?’ vraagt hij. Er gaan een aantal handen de lucht in, maar Valerie Vos roept al: ‘Radijsjes!’ ‘Helemaal juist,’ antwoordt de meester. ‘En waar vind je die radijsjes?’ Saida rolt met haar ogen. ‘In de winkel natuurlijk of op de markt.’ Meester Mo lacht. ‘Je hebt gelijk, maar je kunt ze ook zelf kweken en dat is wat wij gaan doen.’ Hij wijst naar de houten bakken vol donkerbruine grond. ‘We starten vandaag met een moestuin.’

9


Bella Big kijkt naar Saida Schaap en die kijkt op haar beurt naar Hassan Hert. Hassan haalt gewoon zijn schouders op. Alleen Adriaan Aap staat al enthousiast in het rond te springen. Hij kan niet wachten om met zijn handen in de aarde te beginnen wroeten. Eerst geeft meester Mo nog een hele hoop uitleg. Er zijn verschillende bakken en in elke bak zullen andere groenten groeien. Hun moestuin zal lekker vol komen te staan. Met radijsjes en sla, met erwten en venkel, met courgettes en pompoenen … Adriaan kent niet alle groenten die de meester opsomt, maar dat maakt hem niets uit. Hij is buiten en hij hoeft niet stil te zitten! ‘We gaan eerst wat compost5 in de bodem werken,’ zegt meester Mo. ‘Die compost is voedsel voor onze latere plantjes.’ Enkele kinderen mogen de compost over de grond uitstrooien. De anderen krijgen een tuinhark om de compost in de bodem te harken.

10


Adriaan gaat natuurlijk aan de slag met zo’n hark. Hoe meer hij mag bewegen hoe beter. Na een poosje hoort hij Hassan al zuchten: ‘Pft, dit is vermoeiend.’ Maar Adriaan heeft wel energie voor tien! Hij rent van hier naar daar en harkt waar het nodig is.

11


4 Vanaf nu werken ze elke dag een poosje in de moestuin. Adriaan kijkt telkens enorm uit naar dat uurtje tuinieren. Vandaag zaaien ze radijsjes en sla. Eerst moeten ze met behulp van stokjes en een koordje rechte rijtjes maken. In die rijtjes laten ze daarna om de paar centimeter een zaadje vallen. Dat moet heel voorzichtig gebeuren, want de zaadjes zijn piepklein. Adriaan werkt met het puntje van zijn tong uit zijn mond. Gelukkig heeft hij buiten een stuk meer geduld dan binnen.

12


Als de radijsjes en de sla gezaaid zijn, deelt meester Mo kleine plastic potjes uit. ‘In deze potjes gaan we pompoen en courgettes voorzaaien6,’ zegt hij. ‘De zaadjes mogen niet buiten in de grond, omdat het nog te koud is voor deze groenten. We zullen de potjes binnen op de vensterbank van de klas zetten. In mei of juni kunnen we de plantjes dan buiten in de grond stoppen.’ Eerst moeten ze de potjes vullen met aarde. Adriaan neemt meteen een flinke schep grond in zijn hand en duwt die in het potje. Naast hem staat Bella Big te aarzelen. ‘Weet je niet wat je moet doen?’ vraagt Adriaan. ‘Jawel,’ antwoordt het meisje, ‘maar ik vind het niet leuk als er aarde onder mijn nagels kruipt. Van tuinieren word je zo vuil.’ Adriaan lacht. ‘Het is maar een beetje grond, hoor.’ Zelf vindt hij het heerlijk om de aarde te voelen aan zijn huid.

13


Dat zogezegde vuil was je er onder de kraan trouwens zo weer af. ‘Kom,’ zegt hij, ‘ik vul het potje wel voor jou.’ Bella Big duwt haar potje dankbaar in zijn handen. ‘Goed,’ zegt meester Mo, ‘nu de potjes gevuld zijn, krijgen jullie allemaal een zaadje.’ De meester voelt in de zakken van zijn jas en schudt dan zijn hoofd. ‘Oei, de zakjes met zaad liggen nog in de klas op mijn bureau, denk ik. Adriaan, loop jij er even om?’ ‘Oké!’ lacht Adriaan en hij spurt er meteen vandoor. Hij rent naar het schoolgebouw en raast de trap op naar hun klasje. Daar ziet hij de pakjes zaad al onmiddellijk liggen. Hij neemt ze mee en rent met een rotvaart7 terug naar de tuin. De meester en zijn klasgenoten trekken grote ogen. ‘Ben je nu al terug?’ vraagt Valerie Vos vol ongeloof.

14


Adriaan haalt zijn schouders op. ‘Eh ja, het was maar gewoon even naar de klas, toch?’ Meester Mo klopt op zijn schouder en zegt: ‘Wat zouden we doen zonder al jouw energie, Adriaan?’ Adriaan bloost er een beetje van. Meester Mo geeft hem maar zelden een complimentje. Wat later stopt Adriaan heel nauwkeurig een pompoenzaadje in zijn potje. Hij fluistert: ‘Nu goed groeien, lief plantje.’

15


5 Beetje bij beetje begint de moestuin te veranderen. Na een hele poos duiken er groene puntjes op boven de grond. De sla- en radijsplantjes zijn aan het groeien! Adriaan loopt tijdens de pauze geregeld naar de tuin om te zien wat er gebeurt. Pft, die groenten groeien wel erg traag … Als de plantjes na een paar weken toch al wat groter zijn, blijkt dat er ook vreemde plantjes tevoorschijn komen. ‘Dat is onkruid,’ zegt meester Mo. ‘Het zijn plantjes die we liever niet zien tussen onze groenten. We moeten ze dus wieden8.’

16


Hij deelt schoffels9 en krabbertjes10 uit en toont hoe de kinderen het onkruid kunnen weghalen. ‘Wees heel voorzichtig!’ waarschuwt hij. ‘Je mag de eetbare plantjes niet beschadigen.’ Adriaan is blij met weer wat nieuwe actie in de tuin. Geduldig schoffelt hij het onkruid tussen de radijsplantjes weg. In het begin vinden zijn klasgenoten het wieden nog wel leuk, maar na een aantal dagen klinkt er gemopper. ‘Dit is zo saai,’ zucht Kevin Kater. En Hassan Hert vult aan: ‘Van wieden val je echt in slaap.’ Maar Adriaan blijft er plezier in hebben. Hij vindt onkruid wieden veel toffer dan stilzitten in de klas … Zelfs als meester Mo hem tijdens de pauze vraagt of hij in de moestuin wil werken, huppelt hij met plezier mee.

17


Soms wieden ze een beetje, soms geven ze de plantjes wat extra compost. Als het eind april opeens erg warm en droog is, loopt Adriaan wel tien keer met een gieter over en weer. Adriaan is trots op het werk dat hij doet en de moestuin ligt er piekfijn bij.

18


6 In mei lijkt de tuin pas echt lekker op gang te komen. De pompoen- en de courgetteplantjes zitten in de grond. Rond houten stokjes ranken11 de jonge erwtenplantjes. En wat het allerleukste is: de eerste oogst is klaar! Ze mogen de radijsjes voorzichtig uit de grond trekken en in een mand leggen. Adriaan vindt het prachtig om de roze knolletjes uit de aarde te zien komen. Meester Mo snijdt intussen de sla af. Die ziet er frisgroen en knapperig uit. ‘Meester?’ vraagt Saida. ‘Wat gaan we met al die groenten doen? We hebben zo verschrikkelijk veel.’ Saida heeft gelijk: hun oogst is enorm. Maar meester Mo heeft al een antwoord klaar: ‘Ik heb alle klassen van de school uitgenodigd voor een radijsjesfeest. Wij gaan iedereen verwennen met de lekkerste boterhammen ooit!’

19


In de keuken van de school wassen ze de radijsjes en de sla heel grondig. Daarna scheuren ze de sla in stukjes en snijden ze de radijsjes in fijne plakjes. Een paar kinderen besmeren boterhammen met roomkaas. De anderen schikken er netjes sla en radijsplakjes op. Adriaan vindt eten klaarmaken al bijna net zo leuk als tuinieren. ‘En nu mogen jullie allemaal proeven,’ zegt meester Mo.

20


Dat hoeft Adriaan geen twee keer te horen. Hij zet zijn tanden in een boterham en proeft de lekkerste groenten die hij ooit at. ‘Mmmm!’ roepen ook Saida en Bella en Hassan. Nadat ze geproefd hebben, brengen ze de overige boterhammen naar de eetzaal. Daar zitten de kinderen van de andere klassen al op hen te wachten. Iedereen is het er algauw over eens: deze boterhammen zijn heerlijk!

21


Als de laatste kruimels op zijn, neemt de klas van meester Mo iedereen mee naar de moestuin. Daar geven ze uitleg over alles wat er groeit en bloeit. De directrice is er ook bij en ze knikt goedkeurend. ‘Dit is echt een prachtige schoolmoestuin, meester Mo.’ Meester Mo glimlacht. ‘Dankzij het harde werk van de kinderen natuurlijk. En misschien verdient Adriaan Aap wel een extra applausje, want Adriaan zit echt nooit stil.’

22


23


Woorduitleg 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11

24

stoeien = ravotten, spelen briesje = zacht windje opgave = opdracht, oefening bungelen = schommelen, hangen compost = verteerde resten van planten, groenten en tuinafval; compost wordt gebruikt als meststof voor groenten voorzaaien = binnen zaaien in kleine potjes met een rotvaart = heel snel wieden = onkruid verwijderen schoffel = stuk tuingereedschap voor het wieden van onkruid krabber = gereedschap om onkruid los te woelen ranken = krullend rond een stok groeien


Adriaan Aap is veel liever buiten dan binnen. In de klas moet hij opletten en mag hij bijna niet bewegen. Dat vindt hij verschrikkelijk moeilijk. Meester Mo roept dan ook geregeld: ‘Adriaan, zit nu toch eens stil!’ Maar op een dag neemt meester Mo iedereen mee naar buiten voor een bijzondere les …

Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 2. ISBN 978 90 486 2281 8 Bestelnummer 60 1021 197 KB D/2015/0147/337 NUR 191 Illustraties: Claudia Verhelst Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge

9 789048 622818

Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Verrekijkerbieb - Leerjaar 2 - Kijker 7 - Thema 9 - N3 - Adriaan Aap zit nooit stil by die Keure - Issuu