Skip to main content

Verrekijkerbieb - Leerjaar 2 - Kijker 5 - Thema 7 - N3 - Spikkel

Page 1

ucatieve uitgaven

BIEB

Spikkel Noëlla Elpers

Kijker educatieve uitgaven

Verrekijker 2

5


Spikkel

Finn Finn woont in Ierland, op een boerderij zonder dieren. Er zijn geen koeien, schapen of paarden op die boerderij. Er scharrelt zelfs geen kip rond op het erf1. In de ochtend kraait er geen haan en ’s avonds blaft er geen hond. Finn heeft enkel twee poezen. Ze heten Rico en Matilda. Finn heeft ook een mama en een papa, maar die tellen niet mee. Mensen zijn toch geen dieren? Of wel soms?

1


Ik hoor je al denken: een boerderij zonder dieren, dat is eigenaardig. Toch niet! Op de boerderij van Finn worden biologische groenten2 gekweekt. Kolen, erwten, prei, selder, wortelen, bietjes en pompoenen: het groeit er allemaal, en nog zo veel meer! Gewoon te veel om op te noemen. Rond die grote tuin is een muur waar klimop en kamperfoelie3 tegenop groeit. En de mama van Finn houdt van rozen, de hele tuin geurt ernaar. Het is echt een pracht van een boerderij.

2


Een probleem De papa van Finn heeft een groot weiland aangekocht. Van die weide wil hij een veld maken om nog meer groenten te kunnen kweken. Het is zomervakantie en Finn helpt zijn vader een handje. Hij raapt de stenen op die in de weide verspreid liggen. ‘Op stenen groeit geen gras,’ zegt zijn papa, ‘en er groeien zeker geen groenten op!’ Papa kan de stenen goed gebruiken, hij bouwt er een muur mee rond het nieuwe veld. Na een maand is de muur eindelijk af. Papa kijkt tevreden naar zijn werk. Hij woelt eens door het haar van Finn. ‘Je hebt mij flink geholpen,’ zegt hij. Dat is waar. Finn is acht jaar en hij kan al hard werken.

3


Dan krabt papa in zijn eigen haar. ‘Wat is er?’ vraagt Finn. Hij kent zijn vader, als die in zijn haar krabt, heeft hij een probleem. ‘Mest,’ zegt hij, ‘groenten hebben mest nodig om te groeien. En dit veld is zo groot … Een biologisch bedrijf heeft veel biologische meststof nodig.’ Ai, dat is een probleem … Finn weet wel wat biologische meststof is, dat is kak van dieren! En op de boerderij van Finns vader zijn nu eenmaal geen dieren. 4


Mama komt kijken naar het werk van haar mannen. ‘Die muur is goed gelukt,’ zegt ze, ‘daar kan geen beest doorheen.’

5


‘Wat kijk jij somber,’ zegt ze als ze het gezicht van papa ziet. ‘Meststof is het probleem,’ zegt papa. ‘Er kan geen dier in de weide,’ zegt mama, ‘dus kan er ook geen dier uit. Ik weet een oplossing! Boer John heeft nieuwe biggen. Hij heeft plaats nodig voor al die varkentjes.’ ‘Krijgen we eindelijk dieren op de boerderij?’ zegt Finn blij. ‘Ja,’ zegt mama, ‘ik ga bellen naar John. Maar het zijn niet onze varkens. Dat moet je goed onthouden, Finn!’

6


Nummer 13 Boer John brengt de biggen met een beestenwagen. Finn staat ernaar te kijken als de varkens uit de wagen stappen. De biggen zijn werkelijk prachtig! Ze zijn rozig met zwarte vlekken. Finn telt ze: het zijn er twaalf. Of nee, toch niet … De laatste big staat nog in de wagen en steekt zijn snuitje snuivend omhoog. Dat is nummer dertien! Die big is klein en durft niet van de helling te stappen. ‘Tja,’ zegt boer John, ‘die big is een speciaal geval. Een zeug heeft maar twaalf tepels, er was geen plaats voor nummer dertien. We hebben haar de fles moeten geven.’

7


‘Kom maar, biggetje,’ zegt Finn lief. ‘Knor,’ zegt de big, maar ze blijft stokstijf staan. Finn stapt rustig de helling op. ‘Wat ben jij een mooi biggetje,’ zegt hij, ‘je hebt een schattig kuifje.’ Finn krabt in het stugge4 haar van de big. ‘Heb jij soms een probleem?’ vraagt hij. ‘Je ziet er in ieder geval een beetje anders uit dan de andere biggen. Je hebt geen vlekken, maar spikkels. Lachen de andere varkens je soms uit? Laat ze maar lachen! Ik vind jou een heel bijzondere, kleine big.’

8


‘Knor!’ zegt de big en ze steekt haar roze snuit nieuwsgierig omhoog. Ze kijkt Finn aan met pientere5 oogjes. ‘Weet je wat,’ zegt Finn, ‘jij krijgt een naam, ik noem jou Spikkel! Ga je met mij mee?’ Met Finn voorop loopt Spikkel voorzichtig de helling af. ‘Die jongen kan goed overweg met dieren,’ zegt boer John bewonderend. ‘Zeker,’ zegt papa, ‘wij kunnen allemaal goed overweg met dieren, daarom eten wij ze niet op.’ ‘Dat begrijp ik wel,’ zegt boer John. ‘Maar ik hou ook van een lekkere lap spek in de pan.’ ‘Dat begrijp ik ook wel,’ zegt papa. ‘Spek en worstjes zijn best lekker.’

9


Spikkel doet niet mee De biggen rennen rond op het veld, ze zijn gelukkig. Ze lopen in een cirkel en trappen het gras plat. Finn helpt papa bij het bouwen van een houten schuurtje. Terwijl zij werken, komen de biggen nieuwsgierig kijken. Er knort er eentje. Die big loopt rond het schuurtje … De andere biggen rennen vrolijk achter hem aan! Finn moet erom lachen. Varkens zijn gekke dieren. Hun neus lijkt op een stopcontact. Met die vreemde schijf op hun neus wroeten ze het gras om. De grasplukken vliegen dan in het rond. Varkens lusten graag wortels van planten, daarom doen ze dat. Boer John heeft dat aan Finn verteld.

10


Maar Spikkel doet niet mee. Ze staat aan de kant en kijkt verschrikt naar haar broers en zusjes. Die avond is de schuur klaar. Papa en Finn leggen een dikke laag stro op de grond. De biggen zijn dolgelukkig. Ze duiken in het stro en draaien een rondje om een nest te maken.

11


Dan gaan ze slapen. Met hun neuzen dicht bij elkaar, liggen ze in een kringetje. Alle twaalf. Maar nummer dertien ligt een beetje apart. Ze tilt haar kop op, kijkt naar Finn en piept verdrietig. Finn gaat de schuur in, hij wrijft over de rug van Spikkel. De haren op haar rug zijn minder stug dan hij dacht, best zacht eigenlijk. ‘Het komt wel goed, Spikkel,’ zegt hij. Spikkel piept nog eens. ‘Heb je het koud? Daar weet ik iets op!’ Finn strooit handen vol stro over de rug van Spikkel. De big legt haar snuit op haar voorpoten. ‘Knor!’ zegt ze tevreden. Ze doet haar oogjes dicht en gaat slapen. Nu heeft Spikkel het ook warm, denkt Finn.

12


Het allerslimste varken In een mum van tijd ploegen de biggen het veld om. In één hoek maken ze een modderpoel. Als de zon schijnt, rollen ze lekker in de modder en zijn ze niet meer roze met zwart. Alle biggen zien dan donkerbruin en ze glimmen. Als ze in de zon liggen te drogen, worden ze langzaam grijs. Als de modder als poeder van hun huid is gevallen, gaan ze weer in de smeerboel plonzen. Het ziet er best gezellig uit. 13


‘Wat zijn varkens toch lekker vuile beesten,’ zegt Finn tegen boer John als die naar zijn dieren komt kijken. ‘Varkens zijn helemaal niet vies,’ zegt boer John verontwaardigd. ‘Ze zijn juist heel netjes. Kijk maar, in één hoek van het veld hebben de biggen hun modderpoel gemaakt. Je ziet toch dat die hoek het verst bij hun voedertrog en waterbak vandaan is? Als varkens naar het toilet gaan, doen ze dat niet in hun modderpoel, maar aan de andere kant van het veld. Jij gaat toch ook niet naar toilet in het bad, Finny?’ ‘Natuurlijk niet,’ zegt Finn. ‘Ze doen hun behoefte ver weg van hun trog met eten en drinken. Jij zet je bord toch ook niet naast de wc?’

14


Finn lacht. ‘Weet je waarom varkens graag in de modder rollen, Finn? Ze kunnen niet zweten! Als je niet kunt zweten, krijg je zonnebrand. Die modder is daar een natuurlijk middeltje tegen. De modder beschermt hen ook tegen insecten. Varkens zijn echt slimme dieren.’ ‘Dat geloof ik. En weet je wie het allerslimste varkentje is?’ zegt Finn trots. ‘Dat is Spikkel! Na één dag kende ze haar naam al.’ ‘Ga weg!’ zegt boer John. ‘Ik zal het laten zien,’ zegt Finn en hij roept: ‘Spikkel!’ De big met de stippen huppelt op hen af. Spikkel loopt altijd op een andere manier om Finn aan het lachen te maken. Soms wandelt ze op hoge tenen door het gras als een keurige dame. Een andere keer slaat ze met haar poten als een veulentje. En soms lijkt het wel alsof ze ballet danst.

15


Spikkel heeft vrienden Finn houdt van honden, maar de katten van Finn zijn hondenhaters. Dus komt er geen hond op de boerderij. Nu is er Spikkel … Matilda en Rico zijn dol op die big! Elke morgen gaan ze Spikkel begroeten. Matilda draait rond de poten van Spikkel. Rico springt op haar rug en snort in haar flapoor. Dat vindt Spikkel fijn, nu heeft ze eindelijk vriendjes! Biggen slapen vaak overdag, net zoals poezen. De twaalf biggen liggen altijd samen in het gras. Spikkel ligt apart, maar ze is niet meer alleen, Rico en Matilda liggen naast haar. ‘Wat is dat toch een grappige big,’ zegt mama. ‘En ze is zo tam,’ zegt papa. ‘Spikkel is niet tam, ze is mijn vriendin,’ zegt Finn.

16


‘Vrienden zijn niet tam, die blijven bij je, omdat ze dat graag willen.’ ‘Daar heb je gelijk in, Finn,’ zegt mama. ‘Nu heb je een vriendin met een krulstaart, dat komt niet zo vaak voor,’ lacht papa. Het is zo, Finn is de beste vriend van Spikkel. De twaalf biggen spelen altijd samen, maar Spikkel speelt met Finn, Rico en Matilda.

17


Finn laat Spikkel vaak loslopen. Die big is dol op groenten en toch knabbelt ze niet aan al dat lekkers. Elke dag raapt Finn een appel op. Die geeft hij aan Spikkel, ze is verzot op appeltjes! Toch schrokt ze die appel niet snel op. Ze loopt er nog even mee rond, net zoals een hond met een botje. Spikkel wandelt met Finn, Rico en Matilda over de paadjes, ze lopen op een rijtje.

18


De dierenshow Finn borstelt het haar van Spikkel elke dag in een kuifje. De big snuift van plezier als Finn dat doet. Hij poetst haar hoefjes op en roskamt6 het haar op haar rug. Van de dertien biggen is Spikkel de allermooiste. ‘Die big kan meedoen aan een dierenshow,’ lacht mama. ‘Die big moet meedoen!’ zegt papa. ‘Meen je dat?’ zegt Finn. ‘Over twee weken is er een dierenshow in de stad,’ zegt papa. ‘Ik heb jou en Spikkel al ingeschreven, Finn!’

19


‘Heb je daar zin in, Spikkel?’ vraagt Finn. Spikkel wiebelt met haar neus en snuift. Dat doet ze altijd als ze plezier heeft. Spikkel en Finn oefenen alle dagen. Finn leert Spikkel aan de leiband lopen. ‘Wil je gaan zitten, Spikkel?’ vraagt hij. Spikkel gaat op haar kontje zitten. Dat doet ze, omdat Finn het zo beleefd vraagt. Op de dag van de show is Spikkel glimmend proper. Haar hoefjes blinken en ze is netjes gekamd. Spikkel draagt een rode leiband en Finn heeft zijn mooiste kleren aan.

20


De dieren die meedoen aan de show zien er allemaal knap uit. Een stoere stier, een koe die ogen heeft met lange wimpers, een allerliefst schaap met een zwarte kop … Die maken kans om te winnen, denkt Finn. Finn kijkt bezorgd naar zijn vriendin. Spikkel is piepklein …

21


Spikkel is geen speklap Finn wandelt met Spikkel langs de jury. Spikkel loopt fier, met stijve pootjes. ‘Dansen?’ vraagt Finn. Nu is het net alsof Spikkel ballet danst. ‘Zou je willen springen?’ vraagt Finn. De big slaat haar poten uit als een veulen. ‘Wil je niet graag even gaan zitten?’ vraagt Finn. Spikkel gaat zitten en Finn geeft haar een appel. Die eet ze niet op, ze loopt ermee weg en legt hem op de tafel voor de jury. ‘Bravo,’ roept boer John, die in het publiek zit. Een luid applaus weerklinkt, daarna volgen de punten. Spikkel krijgt vijf keer tien!

22


Finn pakt Spikkel op zijn arm. Dat kan nog net, zo zwaar is die big nog niet. ‘We hebben gewonnen,’ fluistert hij in haar oor. ‘Jij bent mijn nummer één!’ Spikkel verbergt haar ogen achter haar flappers. Is ze soms verlegen? Boer John geeft Finn een hand. Hij aait Spikkel over haar rug. De grote man heeft tranen in zijn ogen. ‘Jij bent geen speklap, je bent nummer 1,’ zegt hij. ‘Je mag die big houden, Finn!’ Finn straalt. ‘Mag het mama? Mag het papa?’ vraagt hij. ‘Natuurlijk mag het,’ zegt papa. ‘Spikkel hoort bij ons,’ zegt mama. ‘Een big is toch veel leuker dan een hond?’ En dat vinden Finn, Rico en Matilda ook.

23


Woorduitleg 1 erf = grond bij een boerderij of woning 2 biologische groenten = groenten die zo natuurlijk mogelijk groeien, zonder hulp van andere stoffen 3 kamperfoelie = slingerplant met bloemen 4 stug = stijf en onbuigzaam 5 pienter = slim 6 roskammen = een paard borstelen

24


Finn woont in Ierland, op een boerderij zonder dieren. Er zijn geen koeien, schapen of paarden op die boerderij. Plots mag hij op de varkens van boer John letten. Daar zit een heel speciaal varken tussen.

Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 2. ISBN 978 90 486 2281 8 Bestelnummer 60 1021 197 KB D/2015/0147/337 NUR 191 Illustraties: Peter Goossens Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge

9 789048 622818

Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook