Skip to main content

Krak wiskunde 2/3 - Werkboek Ieder zijn plek

Page 1

Ieder zijn plek

naam ______________________________ ______________________________________

2 educatieve uitgaven

3


Waar woon jij? Waar zou je graag wonen? Je kan je thuis voelen in een groot huis, maar ook in een flatgebouw, in een kasteel of in een hoge toren. Op vakantie kan je zelfs slapen in een tent of op een onbewoond eiland. Staat jouw huis in een lange straat? Of woon je in een grote wijk? Je hebt vast al eens gebouwd met blokken en jouw droomhuis getekend. Net als een architect. Hij ontwerpt eerst een plattegrond en laat dan bouwen volgens plan, met stapels stenen en langs hoge trappen. Maar jij neemt de lift naar de hoogste verdieping en ontdekt hoe iedereen zijn eigen favoriete plek heeft!


Een huis in de straat 1

Wie woont in welk huis? Lees en los op. Trek lijnen.

Als je 2 T wegneemt van 1 H, dan vind je mijn huisnummer.

Mijn huisnummer is een oneven getal met 2 gelijke cijfers dat groter is dan 20 maar kleiner dan 50.

Als je van Lies huisnummer 4 E en 5 T wegneemt, dan weet je waar ik woon.

Doe 5 bij het huisnummer van Lies. Deel dat getal door 4. Nu weet je waar ik woon.

Lies

Rune

Bo

Luka

Mac

21

33

42

75

80

Ik woon in het huis met een nummer dat de som is van de huisnummers van Anas en Bo.

Anas

20

Mijn huisnummer is 2 meer dan de helft van Runes nummer.

2

Je weet waar iedereen woont. Lees de zinnen. Vul de zinnen aan met de passende namen.

Keno

39

Noor

42

An

84

Kobe

60

Mats

79

Julie

97

___________ weet dat haar huisnummer dubbel zo groot is als dat van _______________ . Als je de tientallen kleiner dan 40 optelt, krijg je het huisnummer van ____________ . Het huisnummer van _______________ is precies 1 E en 6 T minder dan 100. De huisnummers van _______________ en _______________ verschillen precies 4 T. De huizen van ____________, ____________ en ____________ hebben een even nummer. 3


De bouwdoos Titus droomt ervan om later zijn eigen huis te bouwen. Hij oefent nu alvast wat met kleine blokken. Hij speelt er uren mee en tovert de gekste bouwsels tevoorschijn.

1

Titus heeft een doos met zestig gelijke blokjes in vijf kleuren. Van elk kleur zijn er precies even veel blokjes. Hij gebruikt van een kleur telkens alle blokjes. Noteer bij elk bouwsel het aantal blokjes. Welk(e) bouwsel(s) heeft Titus gemaakt? Kleur het ✓ groen indien wel of het ✗ rood indien niet.

blokjes

2

blokjes

blokjes

blokjes

blokjes

Titus neemt twintig blokjes uit de doos en bouwt er een muurtje mee. Dit weet je: • Er zijn tien

en

samen, maar van de

zijn er meer.

• Noteer wat kan. Je krijgt al één oplossing.

1

.

9

• Er zijn twee keer zoveel • Er is één • Er zijn vier

.

. als

minder dan

.

meer dan

.

.

.

.

.

Kleur het muurtje van Titus in. Zorg voor het juiste aantal blokjes per kleur.

4


3

Kleur de blokjes die Titus heeft gebruikt.

Dit ziet Titus als hij van voor kijkt.

4

Dit ziet hij als hij van rechts kijkt.

Dit als hij van boven kijkt.

van voor

van links

van boven

van voor

van rechts

van links

Nu andersom. Je weet wat Titus bouwde. Kleur wat hij ziet.

vooraanzicht

aanzicht rechts

bovenaanzicht

5


Gekke klokkentorens De klokken op deze gekke klokkentorens draaien de hele tijd rond. De torens zelf worden om het kwartier anders verlicht met groen en blauw licht. Kijk maar even mee hoe dit er uitziet en hoe laat het op deze torens is.

Hoe worden de volgende torens juist verlicht? Kleur in met blauw en groen.

2

Hier werd telkens een foto gemaakt van een klokkentoren, net op het moment dat de klok mooi recht hing. Maar door de bewegende klokken is geen enkele foto scherp! Help zoeken hoe laat het is. Kleur de torens juist in met blauw en groen.

3

Op deze klokken zijn de wijzers verdwenen! Kan jij, door te kijken naar de verlichting van de torens, vertellen hoe laat het is? Noteer telkens de tijd in woorden. Gebruik uur, half, kwart over en kwart voor.

6

________________

?

? ________________

?

?

1

________________

________________


In een tent 1

Elke tent is een beetje anders. Welke tent hoort op de laatste plaats zodat een logische reeks ontstaat? Kijk en kleur A B C of D in.

? A

B

C

D

? A

2

B

C

D

Kijk, teken bij in het laatste plaatje en kleur in. Zorg voor een logische volgorde.

7


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Krak wiskunde 2/3 - Werkboek Ieder zijn plek by die Keure - Issuu