Skip to main content

Krak taal 6 - TB2 Verre horizonten - inkijk

Page 1


tipsbundel Verre horizonten

Leerkracht

1 Deze bundel is bedoeld als een ‘Eerste Hulp Bij Oefeningen’bundel. Je kunt die leerkrachtgestuurd en leerlinggestuurd inzetten.

Leerkrachtgestuurd: je gebruikt de tips zelf om de leerlingen op weg te helpen. Jij houdt de tipsbundel bij en beslist wie welke tip wanneer krijgt.

Leerlinggestuurd: de leerling beslist wanneer hij/zij in de tipsbundel gaat kijken. Je legt de bundel op een vaste plaats zodat de leerlingen zelfstandig kunnen doorwerken.

2 De leerling krijgt de afbeelding van het werkblad uit zijn/ haar boekje en kan naast de moeilijke oefening de tip(s) raadplegen.

3 Hij/zij gaat na het lezen van de tip verder aan de slag. Indien nodig volgt er nog een tweede of derde tip.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Leerling

1 Deze bundel is een hulp wanneer je vastzit bij een oefening.

2 Zoek de bladzijde uit het werkboek en kijk naar de oefening waar je vastzit.

3 Lees de eerste tip. Die helpt je een stapje verder.

4 Soms heb je nog meer tips en krijg je nog wat extra uitleg.

Reizen naar de zon

1 In de zon staan vijftien woorden met een x, y of q zowel horizontaal als verticaal. Elke letter van die woorden werd vervangen door de letter die in het alfabet er net voor komt. Noteer de woorden op de juiste plaats.

- Schrijf de letters in de zon over op een kladblaadje, maar vervang elke letter door de letter die in het alfabet er net na komt. Dus niet de letter ‘p’, maar wel de letter ‘q’, niet de letter ‘s’, maar wel de letter ‘t’ … Klaar? Markeer alle letters x, y en q en zoek zowel horizontaal als verticaal woorden met die letters. Noteer die woorden op de juiste plaats.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

2 Luister naar . Noteer de woorden in de juiste reiskoffer.

3 Luister naar audio 2 Wat zit er in de reiskoffer van Frederik? Kleur die hokjes groen Wat zit er in de reiskoffer van Fien? Kleur die hokjes blauw

4 Noteer de namen van de twaalf personen op de juiste plaats in het vliegtuig. Pas op: alle uitspraken over de meisjes zijn juist, alle uitspraken over de jongens zijn fout

Wie zit waar?

Finn zit niet aan het raam.

Tess zit tussen Victor en Finn.

Daan heeft een even stoelnummer.

Saar zit net naast de middengang.

Milo zit aan het raam. Jade zit aan het raam.

- Ik hoor een k, ik schrijf een c. insect, hectare, computer, seconde …

- Ik hoor een s, ik schrijf een c. centrum, cel, centimeter, cipier …

- Ik hoor ks, ik schrijf cc. accijns, accepteren, succes …

Mona zit net achter Finn.

Het stoelnummer van Eva is een priemgetal.

Elise zit net naast de middengang.

Liam zit in het A-gedeelte.

Jules zit niet aan het raam. Saar zit in het B-gedeelte.

- Luister nog eens naar audio 2.

- Tijdens de audio mag je niets noteren.

- Let op het verschil tussen … jongens (J) en meisjes (M); personen die in het A-gedeelte en personen die in het B-gedeelte zitten; even en oneven stoelnummers.

- Alle uitspraken over de jongens zijn fout. Milo zit aan het raam wordt Milo zit niet aan het raam.

Liam zit in het A-gedeelte wordt Liam zit in het B-gedeelte.

- Een priemgetal is een getal dat enkel deelbaar is door 1 en zichzelf.

Voorbeeld: 5, 13, 19 …

M: meisje - J: jongen

5 In de luchthaven hoor je veel verschillende talen.

Noteer de Engelse, Franse en Duitse woorden op de juiste plaats in de tabel. Kies uit: nuit – country – Wort – child – argent – pomme – cheval – Schule –money – Apfel – été – école – flower

night – enfant – summer

Blume – horse – pays. Engels Frans Duits

mot

- Twijfel je? Gebruik een Engels, Frans of Duits woordenboek. Ook op het internet kun je gemakkelijk de vertaling opzoeken.

- Let op: Duitse zelfstandige naamwoorden worden met een hoofdletter geschreven: Apfel, Schule, Blume …

6 Voeg telkens twee woordstukjes bij elkaar tot een woord. Noteer het woord bij het juiste synoniem of de juiste tegenstelling

stortbad klein hondje wedstrijd automobilist winkelen

orde passief fout zacht broodje haarzeep maaltijd buiten

KRAK_6_Werkboek_2_Verre_horizonten.indd

7 Pictogrammen proberen de passagiers wegwijs te maken in een luchthaven. Bedenk een humoristische uitleg voor onderstaande pictogrammen.

Voor het opstijgen van het vliegtuig moet elke passagier zijn/ haar bagage op een trolley plaatsen. Daarna moet iedereen een hindernissenparcours van ruim vijfhonderd meter afleggen. Enkel de snelste passagiers mogen in het vliegtuig aan het raam zitten.

8 In het vliegtuig geven de piloot en de stewards/stewardessen bijkomende informatie. Ontwerp voor elke mededeling een passend pictogram

Beste passagiers, welkom aan boord. De vlucht naar Milaan zal ongeveer één uur duren. Gelieve voor het opstijgen uw gsm uit te schakelen.

Beste passagiers, straks bieden wij u broodjes, drankjes en andere versnaperingen aan. Gelieve het afval op de juiste plaats te deponeren.

- Zoek synoniemen voor de woorden die onder de oranje balk staan.

- Zoek tegenstellingen voor de woorden die onder de rode balk staan.

- Voeg telkens twee woordstukjes bij elkaar om een woord te vormen.

- Doorstreep de woordstukjes die je al gebruikt hebt.

- Zoek eerst de betekenis van de twee pictogrammen op en verzin daarna een humoristische uitleg.

- Noteer je ideeën in korte, duidelijke zinnen.

- Overdrijven mag!

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Beste passagiers, wij komen in een gebied met heel veel turbulentie. Gelieve uw gordel vast te klikken en op uw plaats te blijven zitten.

- Markeer in de kaders de belangrijkste woorden of woordgroepen.

- Bedenk eenvoudige, maar duidelijke pictogrammen.

- Werk met potlood.

Vreemde tekens

1 Noteer in de rode kaders de naam van de ontbrekende Vlaamse provincies.

2 Welke gemeenten/steden zijn er op de kaart aangeduid? Vergeet de hoofdletters en koppeltekens niet.

Kies uit: sint martens latem – oud turnhout – sint genesius rode – heusden zolder –langemark poelkapelle – sint katelijne waver – hamont achel – sint niklaas – lo reninge – knokke heist – sint pieters leeuw – houthalen helchteren –sint gillis waas – sint lievens houtem – sint truiden.

Bij de volgende provincies schrijf je beide delen met een hoofdletter en een koppelteken: Oost-Vlaanderen, Vlaams-Brabant, WestVlaanderen.

- Zoek de ligging van de gemeenten/steden in je atlas op.

- Schrijf de verschillende delen van de gemeente/ stad met een hoofdletter en gebruik een koppelteken.

Sint-Pieters-Leeuw, Houthalen-Helchteren …

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

3 Vul de tabel aan. hoofdstad land afleiding

Brussel België Belgische chocolade

Boekarest auto’s

Belgrado de vlag

Rome pasta

Tripoli een havenstad

Praag musea

Egypte piramides

Buenos Aires een dans

Ulaanbaatar steppen

Canberra buideldieren

Tirana volksmuziek

4 Noteer een land uit oefening 3 dat bij de foto’s past.

- Gebruik je atlas.

- Namen van landen, hoofdsteden en hun afleidingen schrijf je met een hoofdletter: Nederland - Amsterdam - Nederlandse bloemen Frankrijk - Parijs - Franse broden Duitsland - Berlijn - Duitse auto’s

5 Zet alle zelfstandige naamwoorden uit de tien krantenkoppen in het meervoud. Noteer de persoonsvorm in de verleden tijd

1 OMA REDT BABY UIT VERVUILDE ZEE

Pinguïn glijdt op peperdure slee

BEZOEKT

2 FOTOGRAAF NEEMT FOTO VAN PASGEBOREN LEEUWERIK

Professor ontdekt gevaarlijke bacterie

6 Bij welk artikel passen volgende woorden of woordgroepen? Noteer het nummer van de krantenkop. Gregoriaanse gezangen: conservator: laboratorium: Zeeland: lens: isolatiedeken: Antarctica: Lissabon:

7 Noteer bij elke foto een passende zin. Gebruik de juiste leestekens en aanhalingstekens. Zorg ervoor dat in elke zin één woord uit het kader of een afleiding van dat woord staat.

Kies uit: Australië – Frankrijk – Schotland – Amerika – China – Egypte – Canada.

mededelende zin

vragende zin

bevelende zin

uitroepende zin

- Onderstreep alle zelfstandige naamwoorden in de krantenkoppen.

- Sommige zelfstandige naamwoorden hebben meer dan één meervoudsvorm. In de correctiesleutel staan de mogelijke oplossingen.

- Markeer de sleutelwoorden in elke krantenkop.

- Pas op: twee krantenkoppen passen niet bij de gegeven woorden of woordgroepen.

- Zoek eerst welk land bij welke foto past.

- Let op de leestekens en soorten zinnen die je moet gebruiken.

mededelende zin:

Mo zegt: ‘De Belgische vlag wappert aan het stadhuis.’

vragende zin:

Mo vraagt: ‘Wappert de Belgische vlag aan het stadhuis?’

uitroepende zin:

Mo roept: ‘Kijk, de Belgische vlag wappert aan het stadhuis!’

bevelende zin:

Mo eist: ‘Hang de Belgische vlag aan het stadhuis!’

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

mededelende zin

vragende zin

bevelende zin

KRAK_6_Werkboek_2_Verre_horizonten.indd 9 28-10-2025

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Krak taal 6 - TB2 Verre horizonten - inkijk by die Keure - Issuu