Skip to main content

Krak taal 5 - TB1 Dwars door België - inkijk

Page 1


tipsbundel

Dwars door België

Leerkracht

1 Deze bundel is bedoeld als een ‘Eerste Hulp Bij Oefeningen’bundel. Je kunt die leerkrachtgestuurd en leerlinggestuurd inzetten.

Leerkrachtgestuurd: je gebruikt de tips zelf om de leerlingen op weg te helpen. Jij houdt de tipsbundel bij en beslist wie welke tip wanneer krijgt.

Leerlinggestuurd: de leerling beslist wanneer hij/zij in de tipsbundel gaat kijken. Je legt de bundel op een vaste plaats zodat de leerlingen zelfstandig kunnen doorwerken.

2 De leerling krijgt de afbeelding van het werkblad uit zijn/ haar boekje en kan naast de moeilijke oefening de tip(s) raadplegen.

3 Hij/zij gaat na het lezen van de tip verder aan de slag. Indien nodig volgt er nog een tweede of derde tip.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Leerling

1 Deze bundel is een hulp wanneer je vastzit bij een oefening.

2 Zoek de bladzijde uit het werkboek en kijk naar de oefening waar je vastzit.

3 Lees de eerste tip. Die helpt je een stapje verder.

4 Soms heb je nog meer tips en krijg je nog wat extra uitleg.

Waar woont Rémi?

1 Voer de 20 opdrachten uit. Zet het nummer van de plaatsnamen die je bekomt op de kaart.

Brugge Nieuwpoort

Menen Kortrijk Aalst Hoogstraten Schoten Antwerpen Boom Olen Geel Mol Halle Kraainem Landen Roosdaal Peer Maaseik As Alken Riemst

1&2 Twee plaatsnamen met een meertekenklank in hun naam.

3 Geef de infinitief van de persoonsvorm in de volgende zin: ‘Wij meenden dat zo niet!’

4&5 Twee plaatsnamen die volgende spellingregel volgen: ‘Ik hoor één medeklinker na een korte klank, ik schrijf de medeklinker dubbel.’

6&7 Twee plaatsnamen die je van links naar rechts en van rechts naar links kunt lezen. Het zijn twee verschillende, maar bestaande woorden.

8 Welk onderliggend begrip past bij het bovenliggend begrip ‘zoogdier’?

9 Zweden, Finland en Noorwegen zijn …

10 Niet lang + niet arm.

11 Deze plaatsnaam zit verscholen in de zin ‘Ik kreeg een fijne verrassing voor mijn verjaardag.’

12 Het tegengestelde van ‘laag’ + een synoniem voor het woord ‘wegen’.

13 Welke plaatsnaam rijmt op ‘verscholen’?

14 Welke plaatsnaam wordt in het Frans ‘Anvers’ genoemd?

15 Wat is de persoonsvorm in de verleden tijd van ‘wij schieten’?

16 Naam van een rivier + de naam van een boom.

17 Welke plaatsnaam vorm je met de letters van het woord ‘laken’?

18 Welk bovenliggend begrip past bij de onderliggende begrippen ‘linde’ en ‘esdoorn’?

19 Welke plaatsnaam verbergt een kledingstuk?

20 Welke plaatsnaam vorm je met de letters van het woord ‘staal’?

Hallo, ik heet Rémi.

Er blijft bij oefening 1 nog één plaatsnaam over. Daar woon ik. Omkring die.

KRAK_5_Werkboek_1_Dwars_door_Belgie.indd

Wie woont waar?

1 Vul de adreskaarten aan met een passende naam van een persoon, beroep en adres

Kies uit:

Voorbeeld: Ria Van Hemelrijk sterrenkundige Meteoorweg Zonhoven

Personen: Tess Leemputte - Liam De Koster - Peter Selie - Louis NachtergaleJules Van Kelderen - Lies Breuken.

Beroepen: sluiswachter - grondwerker - bisschop - boswachter - leraresbinnenhuisarchitect.

Straten: Lijsterhoek - Kerkstraat - Rivierenhof - Peperweg - Sparrenhof - Kleiputstraat.

Stad of gemeente: Merelbeke - Olmen - Zoutleeuw - Boortmeerbeek - Halle - Lessen.

Lotte Van Beuken

Kapellen

Zoldersteeg

vogelhandelaar

Aai, ooi, oei, eeuw en ieuw zijn meertekenklanken.

de stam de infinitief

= de kortste vorm van het werkwoord (t.t.) = de langste vorm van het werkwoord (t.t.)

Ik fiets nu. Fiets is de stam Wij fietsen nu. Fietsen is de infinitief

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Saar Verbeke

Zandhoven

Schoolstraat

kruidenier

Voorbeelden: bakken, zetten, liggen, mollen, dunne …

Voorbeelden: tak - kat, tam - mat, pil - lip, taal - laat …

Je kunt woorden groeperen.

Voorbeelden: bloemen bovenliggende begrippen reptielen tulp onderliggende begrippen slang roos hagedis margriet schildpad narcis krokodil

Zoek bij elke gemeente of stad een naam van een persoon, een beroep en een naam van een straat die erbij past.

Voorbeelden:

Stad: Roosdaal

Persoon: Margriet Van Doornen

Beroep: bloemist

Straat: Tulpenlaan

Frietkot is een samenstelling

1 Noteer de woorden op de juiste plaats zodat je telkens drie samenstellingen bekomt. Noteer de samenstellingen.

Voorbeeld: huis handel boek werk

huiswerk werkboek boekhandel

Kies uit: lijn - regel - water - bus - spel - zee - bank - vis - ijs. kaart goud

Kies uit: dag - trommel - winkel - drie - suiker - zon - tand - hoek - vlies.

KRAK_5_Werkboek_1_Dwars_door_Belgie.indd 4

Je kunt nieuwe woorden maken door woorden samen te voegen

Samenstellingen kun je met verschillende woordsoorten vormen.

huis + taak = huistaak groot + moeder = grootmoeder vet + arm = vetarm boog + schieten = boogschieten voet + bal + schoen = voetbalschoen

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

3/06/2025 08:58

Het woord afleiding is een afleiding

1 Voeg bij het grondwoord een voor- en achtervoegsel. Je mag elk voor- en achtervoegsel maar één keer gebruiken. Noteer de afleiding.

voorvoegsels her wan ver ge on achtervoegsels loos ing lijk achtig ster weer denk zorg voel orde

2 Voeg bij het grondwoord een voor- en achtervoegsel. Je mag elk voor- en achtervoegsel meerdere keren gebruiken. Noteer de juiste vorm van het woord.

voorvoegsels on be ge ver achtervoegsels te baar ing lijk

(vaar) Die rivier is moeilijk (vaar) Dat is het punt op je pad.

(vaar) Let op voor het enorme dat eraan komt.

(taal) Zo’n prachtige auto en toch (taal) Mijn schoonzus heeft verschillende van die tekst gemaakt.

(werk) Hij staat in voor de van fruit tot jam.

(werk) Welke moet ik uitvoeren om 27 te bekomen?

(smet) Is er in dat gebied nog altijd gevaar voor ? (smet) Ik wist niet dat die ziekte zo is.

(denk) Die kerel werd onder van diefstal gearresteerd.

(denk) Dat zoiets kan gebeuren is

Je kunt nieuwe woorden maken door een voor- en/of achtervoegsel te gebruiken.

voorvoegsel + woord = afleiding ge + val = geval be + gaan = begaan her + drukken = herdrukken

woord + achtervoegsel = afleiding kracht + ig = krachtig eer + lijk = eerlijk vriend + schap = vriendschap

voorvoegsel + woord + achtervoegsel = afleiding on + denk + baar = ondenkbaar wan + trouw + ig = wantrouwig

Het Belgisch kampioenschap raadsels oplossen

1 Weet jij welke woorden hier staan? Noteer.

2 Kijk naar video 1 Noteer de woorden die in het rooster staan.

Schrijf elk getal voluit.

3 LING = drieling

Soms staat een letter op, in of onder een andere letter/meerdere letters.

H LA = H op LA = hopla

DW = W in D = wind

SLAG D D onder SLAG = donderslag

Begin met de letter ‘w’.

Begin met de letter ‘a’.

3 Welk woord wordt in de zin tweemaal omschreven? Noteer.

Sommige woorden hebben meerdere betekenissen.

Voorbeeld:

Aan het einde van het verhaal verliet de koningin het kasteel

Het woord slot kan het einde van een verhaal betekenen, maar is ook een synoniem voor het woord kasteel

Een amfibie rent over de smalle weg.

Ik kreeg een bloem, omdat ik het middelpunt van de schietschijf had geraakt.

Ze heeft een gebroken lichaamsdeel en geen geld.

Die kerel is niet zwaar en houdt niet van het donker.

Het echtpaar haalde geld af en rustte daarna op een zitmeubel.

Naast de rechtbank is er een restaurant waar ze een lekkere maaltijd bereiden.

Simon kreeg tien op tien omdat hij na elke zin een leesteken had gezet.

Hij koopt een roodachtig metaal.

De koning kwam in de vrieskou naar onze stad.

Emma tekent op een stuk papier wat er aan de tak van de boom hangt.

Noteer alle letters uit de paarse hokjes in het rooster.

Maak met de letters een woord. Denk aan de titel van dit werkboek.

4 Denk logisch na. Vul het ontbrekende woord in

Hout staat tot meubel zoals staat tot fles.

Potlood staat tot tekenen zoals penseel staat tot Baars staat tot vis zoals koolmees staat tot

Stethoscoop staat tot dokter zoals truweel staat tot Anker staat tot schip zoals pedaal staat tot

1 Welk amfibie is ook een synoniem voor smalle weg?

2 Welke bloem is ook het middelpunt van een schietschijf?

3 Veel geld = rijk, weinig geld = …

4 Niet zwaar = …, niet donker = …

5 Waar kun je geld afhalen?

6 Een synoniem voor rechtbank en maaltijd is …

7 Welk leesteken zet je meestal op het einde van een zin?

8 Wie iets koopt, is een ….

9 Een synoniem voor koning en vrieskou is …

10 Waarop teken en schrijf je? Wat hangt er aan de takken van een boom?

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Een pen staat tot schrijven zoals een schaar staat tot knippen

Een hoektand staat tot gebit zoals een gloeidraad staat tot lamp

Een racket staat tot tennisster zoals een badmuts staat tot zwemster.

5

Vervang elke letter door de letter die twee plaatsen voor deze letter in het alfabet staat.

6 Vul de tabel aan.

Welk zelfstandig naamwoord bekom je? Noteer het woord in het meervoud.

7 Vul telkens de volgende figuur correct aan.

Is het woord in het meervoud ook een gemeente/stad in België?

8 Maak met alle woorden een goede zin. Noteer in het groene vak de naam van een bekende Belg. Begin de zin met het woord in het gele vak.

Bekende Belgen: Rubens – Sax – Hergé – Damiaan. tussen en ziek Pater hij de leefde zelf melaatsen tot werkte werd

Adolphe de saxofoon is De van de Belgische uit vinder instrumentenbouwer

van is bedenker avonturen de van de Kuifje Striptekenaar

Het alfabet: a, b, c, d, e, f, g, h, i, j, k, l, m, n, o, p, q, r, s, t, u, v, w, x, y, z.

Zoek in je atlas of het zelfstandig naamwoord in het meervoud ook een gemeente of stad in België is.

Kijk figuur per figuur wat er precies gebeurt met elk gekleurde deel:

Schuift het gekleurde deel in wijzerzin of in tegenwijzerzin op?

Hoeveel stappen schuift het gekleurde deel op?

- Vul eerst de naam van de bekende Belg in het groene vak in.

- Noteer daarna de zin op een kladblaadje.

- Begin met het woord uit het gele vak.

- Controleer of je alle woorden hebt gebruikt.

- Begin de zin met een hoofdletter en eindig met een punt.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

standbeeld staat een In de kunstschilder Ant werpen van wereldberoemde

9 Noteer voor de zin het nummer van de foto van de bekende Belg.

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Krak taal 5 - TB1 Dwars door België - inkijk by die Keure - Issuu