Skip to main content

Kadet kleuter - Inspiratiedoc - Fiches 2,5+ - Meten - Feest - geleide act 1 - inkijk methode

Page 1

Geleide activiteit 1: Cadeaus voor Muis en Beer

Geleide activiteit 2: Pap op het berenfeest!

• De kleuter vergelijkt de inhoud van verschillende en gelijke dozen en verwoordt in welke doos er ‘veel’/’weinig’, ‘meer’/’minder’ of ‘evenveel in zit.

• De kleuter vergelijkt de verschillende inhoud van dezelfde bekers en verwoordt welke ‘vol’/‘leeg’ is, in welke er ‘veel’/’weinig’ of ‘meer’/’minder’ zit.

• 2 knuffels: beer en muis • grote en kleine doos (schoendoos en juwelendoos) • blokken van dezelfde grootte • dozen met een verschillende en een gelijke inhoud

• zand • 3 knuffels (beren) in verschillende groottes • 3 dezelfde doorschijnende bekers • 3 koffielepels en 1 soeplepel • verhaalplaat ‘Pap op het berenfeest!’ (Kabas) • bewegingsversje ‘Pap op het berenfeest!’ (Kabas)

1 1

3

2

3

foto ontbreekt nog

2

Intro in grote groep

Neem de verhaalplaat erbij. foto 1 Vertel dat Mama, Papa en Kleine Beer feest vieren. Ze gaan lekkere pap eten!

Intro in grote groep

Het is feest! Muis en Beer krijgen allebei een cadeau. In de kring liggen er twee (cadeau)dozen die verschillen in grootte en gevuld zijn met blokken. foto 1 Laat de kleuters ervaren dat de cadeaus verschillen in gewicht en geluid als ermee geschud wordt. Het eerste cadeau is voor Muis en blijkt vol blokken te zitten. foto 2

- In deze grote doos zitten veel blokken! - Muis krijgt veel blokken! - Zouden er in de andere doos ook veel blokken zitten? (Nee, in de kleine doos past maar 1 blok. Dat is niet veel.) - Beer krijgt weinig blokken. - In de kleine doos van Beer kunnen weinig blokken.

Inhoud en volume

Kern in kleine groep

Bied meer dozen met een verschillende en gelijke inhoud aan. Laat de kleuters cadeaus maken door de dozen telkens volledig te vullen met de blokken. foto 3 Laat ze nadenken en ervaren in welke dozen er veel, weinig of evenveel past. - In welke doos zitten veel/weinig blokken? - Zijn er dozen waar evenveel blokken in zitten? (Ja, in de 2 gelijke dozen.) Neem 2 dozen en vergelijk de inhoud. - In welke doos zitten meer blokken en in welke minder?

Terugblikgesprek in kleine of grote groep

Neem er Muis en Beer met hun cadeau opnieuw bij. - Weet je nog wie veel/weinig blokken kreeg? - In welk cadeau konden veel/weinig blokken? - Welk cadeau zou jij het liefst krijgen? Waarom? • Laat de kleuters schudden met 2 dozen en beperk je tot de begrippen ‘vol’/‘leeg’. - Welke doos is vol? - Welke is leeg? • Pas dit ook toe op de begrippen ‘veel’/‘weinig’. • Breng de aspecten ‘hoeveel blokken er in een cadeau zitten’ en ‘hoeveel blokken er in een cadeau kunnen’ met elkaar in verband. - Is er een cadeau waar veel blokken in kunnen, maar weinig blokken in zitten? • Maak gebruik van niet al te grote blokken van gelijk formaat. Op die manier kun je de verschillende dozen telkens met een verschillende hoeveelheid blokken opvullen. • Leg de focus steeds op het vergelijken van de inhoud en NIET op het aantal blokken die in de doos kunnen (= meten met een natuurlijke maateenheid).

Toon 3 dezelfde doorschijnende bekers. Neem een soeplepel en schep 1 beker helemaal vol met zand. Steek er een lepel in. Begeleid dit talig. - Papa Beer heeft veel honger! - Hij wil graag veel pap. - Kijk, Papa’s beker zit helemaal vol met pap. Nu volgt een tweede beker. - Mama heeft niet zoveel honger. - Mama zal minder eten dan Papa. - Zouden we Mama’s beker helemaal vol moeten scheppen? Schep de beker ongeveer halfvol. - En nu krijgt Kleine Beer een beker. Hij eet weinig. - Moet ik veel of weinig in Beertjes beker scheppen? Schep er een beetje zand in. Zeg het versje op om de wiskundige begrippen te herhalen en te verankeren.

Papa Beer eet veel. Zijn potje is vol. Hap, hap, hap, heel veel pap! Kleine Beer eet weinig. Zijn potje is niet vol. Hap, hap, hap, een beetje pap!

Kern in kleine groep

De kleuter mag nu zelf de bekers vullen. Vergelijk nadien de inhouden van de bekers. foto 2 - Welke beker is vol/leeg? - In welke beker zit er veel/weinig? - In welke beker zit er meer/minder? - Welke beker is voor Papa, Mama en Kleine Beer? Waarom? Stimuleer om de wiskundige begrippen actief te gebruiken.

Terugblikgesprek in kleine of grote groep

Neem er de beren met hun bekers foto 3 en de verhaalplaat bij. Blik terug op de activiteit. Zeg vervolgens nogmaals samen het bijhorende versje op. • Neem een meer sturende rol op bij de kleine groep door opdrachten te geven. - Jouw kommetje moet helemaal vol, net als dat van Papa Beer. • Laat de kleuters aanvullen. - Deze beker is leeg, maar de beker van Papa Beer is … (vol) • Het begrip ‘evenveel’ is van alle begrippen van deze activiteit de meest uitdagende. Wanneer de kleuters zelf bekers vullen, zal ‘evenveel’ meestal niet aan bod komen. Vul als leerkracht zelf een beker met evenveel zand en laat de kleuters dit verwoorden. • Maak met de kleuters op voorhand pudding of pap om in deze activiteit te gebruiken. Na de activiteit kan de pudding gezamenlijk opgegeten worden waarbij de kleuters aangeven of ze veel of weinig willen.

Hop, hop, hop … alles op! De potjes zijn nu leeg!

2,5+


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Kadet kleuter - Inspiratiedoc - Fiches 2,5+ - Meten - Feest - geleide act 1 - inkijk methode by die Keure - Issuu