Geleide activiteit 1: Cadeaus voor Muis en Beer
• De kleuter vergelijkt de inhoud van verschillende en gelijke dozen en verwoordt in welke doos er ‘veel’/’weinig’, ‘meer’/’minder’ of ‘evenveel in zit.
• 2 knuffels: beer en muis
• grote en kleine doos (schoendoos en juwelendoos)
• blokken van dezelfde grootte
• dozen met een verschillende en een gelijke inhoud


Intro in grote groep
Het is feest!
Muis en Beer krijgen allebei een cadeau.
In de kring liggen er twee (cadeau)dozen die verschillen in grootte en gevuld zijn met blokken. foto 1
Laat de kleuters ervaren dat de cadeaus verschillen in gewicht en geluid als ermee geschud wordt.
Het eerste cadeau is voor Muis en blijkt vol blokken te zitten. foto 2
- In deze grote doos zitten veel blokken!
- Muis krijgt veel blokken!
- Zouden er in de andere doos ook veel blokken zitten?
(Nee, in de kleine doos past maar 1 blok. Dat is niet veel.)
- Beer krijgt weinig blokken.
- In de kleine doos van Beer kunnen weinig blokken.
Kern in kleine groep
Bied meer dozen met een verschillende en gelijke inhoud aan.
Laat de kleuters cadeaus maken door de dozen telkens volledig te vullen met de blokken. foto 3
Laat ze nadenken en ervaren in welke dozen er veel, weinig of evenveel past.
- In welke doos zitten veel/weinig blokken?
- Zijn er dozen waar evenveel blokken in zitten?
(Ja, in de 2 gelijke dozen.)
Neem 2 dozen en vergelijk de inhoud.
- In welke doos zitten meer blokken en in welke minder?

Terugblikgesprek in kleine of grote groep
Neem er Muis en Beer met hun cadeau opnieuw bij.
- Weet je nog wie veel/weinig blokken kreeg?
- In welk cadeau konden veel/weinig blokken?
- Welk cadeau zou jij het liefst krijgen? Waarom?
• Laat de kleuters schudden met 2 dozen en beperk je tot de begrippen ‘vol’/‘leeg’.
- Welke doos is vol?
- Welke is leeg?
• Pas dit ook toe op de begrippen ‘veel’/‘weinig’.
• Breng de aspecten ‘hoeveel blokken er in een cadeau zitten’ en ‘hoeveel blokken er in een cadeau kunnen’ met elkaar in verband.
- Is er een cadeau waar veel blokken in kunnen, maar weinig blokken in zitten?
• Maak gebruik van niet al te grote blokken van gelijk formaat. Op die manier kun je de verschillende dozen telkens met een verschillende hoeveelheid blokken opvullen.
• Leg de focus steeds op het vergelijken van de inhoud en NIET op het aantal blokken die in de doos kunnen (= meten met een natuurlijke maateenheid).