mijn leerwijzer:
wat leer(de) ik in deze kaap?
les 3 ik tel tot 5.
les 4, 6, 7 ik vergelijk aantallen tot 5.
les 5, 18, 19, 20, 40 ik koppel een aantal tot 5 aan het juiste getalbeeld.
les 8, 18 ik vergelijk en orden aantallen en getalbeelden tot 5.
les 4, 6, 7 ik gebruik meer, minder en (niet) evenveel.
les 8 ik gebruik meer, 1 meer, minder, 1 minder en (niet) evenveel.
les 17 ik geef een rangorde tot 5 aan.
les 17 ik gebruik de rangtelwoorden tot 5 en begrippen zoals eerste, laatste en middelste.
les 19 ik gebruik meer, 1 meer, 2 meer, minder, 1 minder en 2 minder.
les 31, 32, 33 ik leer 0, 1, 2, 3, 4 en 5 schrijven.
les 36 ik orden getalbeelden tot 5.
les 42 ik vul een getallenas tot 5 aan.
les 34, 35, 36, 37, 43, 47 ik vergelijk aantallen, getalbeelden en getallen tot 5 met behulp van de symbolen =, ≠, > of <.
les 48 ik tel aantallen tot 5 handig door te turven.
les 48 ik noteer het turfresultaat in een tabel.
les 10, 11, 12 ik maak aantallen en getalbeelden tot 5 met 1 verschil gelijk.
les 21, 22, 44 ik maak aantallen en getalbeelden tot 5 met 2 verschil gelijk.
les 45, 46 ik tel op en trek af tot 5 met concrete materialen.
les 28 ik vergelijk de tijd en gebruik de begrippen lang, langer, langst, kort, korter en kortst.
les 29, 30 ik gebruik vandaag, (over)morgen en (eer)gisteren.
les 30 ik ken de dagen van de week.
les 9, 23 ik kan herhalende patronen opvullen, verderzetten en maken.
les 23 ik kan de eenheid van het patroon aanduiden in herhalende patronen.
les 14, 15, 39 ik situeer voorwerpen en positioneer mezelf met de begrippen boven, onder, naast, voor, achter, tussen, in het midden van, tegenover, in, op, ver weg, dichtbij, rechts en links.
les 16, 39 ik kan pijlen die een richting aanduiden lezen en gebruiken.
les 40 ik beschrijf de richting van beweging en gebruik vooruit, achteruit, omlaag, omhoog, verder af, schuin naar, recht naar, van mij weg, naar mij toe, in de richting van, naar boven, naar beneden ...
ik oefen nog – ik heb nog hulp nodig.
ik ben op weg – dit lukt meestal.
ik heb het verankerd – ik kan dit vlot.
Oefen verder met Kai.



aantallen tot 5 (resultatief tellen en vergelijken) ik tel en vergelijk aantallen tot 5. ik gebruik meer, minder en evenveel.

verbind elke krab met een meeuw. luister. kleur het gevraagde aantal.















































kruis aan wat meer is.








kruis aan wat minder is.








kruis aan wat evenveel = is.








steeds 1 meer aan. kleur de weg.



















































KAAP 1 • LES 5 • GETALLENKENNIS
getalbeeld koppelen aan een aantal tot 5
ik koppel een aantal tot 5 aan het juiste getalbeeld (en omgekeerd).


tel op de tekening. verbind elk voorwerp of dier met het juiste getalbeeld.





tel de dieren. kruis het juiste getalbeeld aan.








handelend aantallen tot 5 vergelijken en ordenen ik vergelijk en orden aantallen tot 5. ik gebruik meer, minder en (niet) evenveel. xx

kruis aan wat meer is.














kruis aan wat minder is.





kruis aan wat evenveel = is.














kruis aan wat niet evenveel ≠ is.

































teken de ontbrekende getalbeelden van minder naar meer.
handelend aantallen en getalbeelden tot 5 vergelijken en ordenen
ik vergelijk aantallen en getalbeelden tot 5.
ik gebruik meer, 1 meer, minder, 1 minder en (niet) evenveel.

kruis aan wat minder is.












kruis aan wat meer is.













kruis aan wat evenveel = is.

kruis aan wat 1 minder is.







kruis aan wat 1 meer is.













herhalende patronen
ik kan herhalende patronen opvullen, verderzetten en maken. xx

vul het patroon op. kleur.


zet het patroon verder. teken.

zet het patroon verder. kleur.

zet het patroon verder. teken en kleur.


1 • LES 12 • BEWERKINGEN gelijk maken tot 5, maximum 1 verschil (concreet en schematisch)
ik maak aantallen en getalbeelden tot 5 met 1 verschil gelijk.

maak gelijk =. doorstreep.













maak gelijk =. teken bij.


maak gelijk =. teken bij of doorstreep.





zoek de 5 verschillen. teken bij of doorstreep.



maak gelijk =. teken bij.
plaatsbepaling: positiebepaling voorwerp
ik situeer voorwerpen en gebruik links, rechts, ver, dichtbij, onder, boven, naast, tussen, voor en achter.


luister en kleur.




luister. teken of kleur.





rangorde tot 5
ik geef een rangorde tot 5 aan.
ik gebruik de rangtelwoorden tot 5.
ik gebruik eerste, laatste, middelste ...

vertel aan je buur waar jouw lievelingsdier staat.




en kleur.

































aantallen en getalbeelden tot 5 (tellen, vergelijken en ordenen)
ik koppel een aantal tot 5 aan het juiste getalbeeld.
ik vergelijk en orden aantallen en getalbeelden tot 5.
ik gebruik meer, 1 meer, 2 meer, minder, 1 minder, 2 minder en (niet) evenveel.


tel. verbind wat evenveel = is.











teken 1 meer.

teken 2 meer.

teken 1 minder.

teken 2 minder.

teken de ontbrekende getalbeelden van minder naar meer.






kleur minst en meest .

teken de ontbrekende getalbeelden van meer naar minder.


kleur minst en meest .

verbind van minder naar meer.
1 • LES 19 •
getalbeelden tot 5
ik koppel een aantal tot 5 aan het juiste getalbeeld. ik gebruik meer, 1 meer, 2 meer, minder, 1 minder en 2 minder.

de prijs. kleur.







zoek de prijs. kleur. kruis aan wat minder kost.







zoek
prijs. kleur. kruis aan wat meer kost.






omcirkel wat 2 minder kost.











omcirkel wat 1 meer kost.














wat koop ik met al mijn ? omcirkel.






getallen tot 5 herkennen, benoemen en koppelen aan aantallen en getalbeelden
ik koppel een aantal tot 5 aan het juiste getalbeeld en het juiste getal. xx

verbind wat evenveel = is.





























gelijk maken tot 5, maximum 2 verschil (concreet en schematisch)
ik maak aantallen en getalbeelden tot 5 met 2 verschil gelijk. xx

teken 2 meer.


teken 2 minder.



maak gelijk =. teken bij.



maak gelijk =. doorstreep.


maak gelijk =. teken bij of doorstreep.


gelijk =. teken bij.


eenheid van het patroon: herhalende patronen
ik kan herhalende patronen opvullen, verderzetten en maken.
ik kan de eenheid van het patroon aanduiden in herhalende patronen.


omcirkel de eenheid van het patroon en vul het patroon op.












zet het patroon verder. teken.
omcirkel de eenheid van het patroon waar dat kan.



omcirkel de eenheid van het patroon en zet het patroon verder. teken en kleur.




tijd: de week
ik gebruik vandaag, (over)morgen en (eer)gisteren. xx


luister goed en kruis aan.



































1 en 2 schrijven
ik leer 1 en 2 schrijven.










maak groepen van 1. teken 1 op elke .































teken 2 op elk .







3 en 4 schrijven ik leer 3 en 4 schrijven.

maak groepen van 3.
















teken 3 op elke . overtrek 3. schrijf 3.
































5 en 0 schrijven
ik leer 5 en 0 schrijven.

maak groepen van 5.
















teken 5 in elke .
















vergelijken tot 5 met = en ≠
ik vergelijk aantallen, getalbeelden en getallen tot 5 met behulp van de symbolen = en ≠.

vul = of ≠ in.





vul de getallen en = of ≠ in.









vul = of ≠ in.

vergelijken en ordenen tot 5
ik orden getalbeelden tot 5.
ik vergelijk aantallen, getalbeelden en getallen tot 5 met behulp van de symbolen = en ≠.

welke reeks getalbeelden is van minder naar meer geordend? kruis aan.



tel. kleur het bijhorende getal. vul = of ≠ in.



















vul een passend getal in.


lien en jan krijgen snoepjes. het aantal is niet gelijk ≠. hoeveel snoepjes krijgt jan?
teken de snoepjes van jan. schrijf bij elke pot het getal. er zijn verschillende antwoorden mogelijk.

plaatsbepaling: beweging volgens aanwijzingen
ik kan pijlen die een richting aanduiden lezen en gebruiken. xx


luister en teken de weg en het huis waar de jongen aankomt.


teken de weg en het hok waar de hond aankomt. 4 3 2 1 2

welke weg legt de muis af? vul elk vak onderaan aan met een getal en de juiste pijl.
aantallen, getalbeelden en getallen tot 5 (automatisatie)
ik koppel een aantal tot 5 aan het juiste getalbeeld en het juiste getal.

geef wat samen hoort dezelfde kleur.
















kleur het getalbeeld. schrijf het getal.


teken bij elk getal het getalbeeld.
ik vul een getallenas tot 5 aan.

bespreek met de klas.


welk getal staat net voor 4?
welk getal staat tussen 3 en 5?
welk getal staat net na 2?

vul de getallenassen aan.




vergelijken tot 5 met > en <
ik vergelijk aantallen, getalbeelden en getallen tot 5 met behulp van de symbolen > en <. xx

vul ≠ of > of < in. vul ook de getallen in.










vul > of < in.

vul een passend getal in.
KAAP 1 • LES 44 • BEWERKINGEN
gelijk maken tot 5, maximum 2 verschil
ik maak aantallen en getalbeelden tot 5 met 2 verschil gelijk. xx

maak gelijk =. teken bij.

maak gelijk =. doorstreep.

maak gelijk =. teken bij of doorstreep.


maak gelijk =. teken bij.


vergelijken tot 5 met =, ≠, > en < ik vergelijk aantallen, getalbeelden en getallen tot 5 met behulp van de symbolen =, ≠, > en <. xx

vul = of ≠ of > of < in. schrijf de getallen.









teken een passend getalbeeld. vul de getallen in. < >

vul = of > of < in.

schrijf de getallen op de juiste plaats.



tel de dieren op beide tekeningen. schrijf de getallen op de juiste plaats.







aantallen handig tellen (turven) en noteren in tabellen
ik tel aantallen tot 5 handig door te turven.
ik noteer het turfresultaat in een tabel.




leg de jetons. tel en turf. schrijf het getal.













verzamel het materiaal voor je eigen bootje.




editie
Bestelnummer 65 1000 800 - ISBN 978 90 4865 385 0
KB D/2027/0147/004 - NUR 192 - Thema YPMF - Illustrator Jan Heylen
Verantwoordelijke uitgever die Keure, Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge
0405 108 325