Handelend hoeveelheden tot 5 vergelijken en ordenen (meer, minder, evenveel)
Ik vergelijk aantallen tot 5.
Ik gebruik meer, 1 meer, minder, 1 minder en (niet) evenveel.

kruis aan wat minder is.












kruis aan wat meer is.













kruis aan wat evenveel = is.

kruis aan wat 1 minder is.







kruis aan wat 1 meer is.












