
WOORDENLIJST
STUDIEWIJZER
ISAAC-actie
![]()

WOORDENLIJST
STUDIEWIJZER
ISAAC-actie
Het menselijk lichaam bestaat uit verschillende stelsels. Ze werken samen zodat jij kan bewegen, eten, ademen en nog veel meer. Je leerde al verschillende stelsels kennen in de vorige modules.
Je ziet op de afbeelding de inwendige bouw van het menselijk lichaam. Noteer de nummers van de organen op de juiste plaats op de afbeelding.
1 long
2 luchtpijp
3 hersenen
4 slokdarm
5 urineblaas
6 lever
7 nier
8 dunne darm
9 dikke darm
10 maag
11 alvleesklier
12 urineleider
13 urinebuis
14 hart
Noteer hieronder bij elk stelsel de nummers van de organen die erbij horen.
Vul ook de taken van het stelsel verder aan. Kies uit: voedingsstoffen – koolstofdioxide – afvalstoffen – zuurstofgas
Ademhalingsstelsel
Organen:
Er wordt uit de ingeademde lucht aan het bloed toegevoegd.
Er wordt uit het bloed gehaald en uitgeademd.
Spijsverteringsstelsel
Organen:
Er worden uitgewisseld tussen de darmen en het bloed.
Urinewegen
Organen:
Er worden uitgewisseld tussen de nieren en het bloed.
We zien dat transport een belangrijke rol speelt in de samenhang tussen de stelsels. Tijd om dit verder te onderzoeken.
1.1 Samenstelling van bloed
Tijdens de les lichamelijke opvoeding val je op je knie. Je hebt een wonde.
Welke kleur heeft het bloed dat je ziet?
Welke verschijningsvorm heeft het bloed direct na de val?
Wat gebeurt er met het bloed na een tijdje?
Het bloed in ons lichaam is vloeibaar. We noemen dit ongestold bloed. Wanneer bloed in contact komt met de buitenlucht, zal het stollen om te voorkomen dat het bloed uit het lichaam blijft stromen.
Je ziet hieronder de samenstelling van ongestold bloed. Beantwoord de vragen.
bloedplasma (55%) water (91%)
bloedlichaampjes (45%)
bloed
opgeloste stoffen (9%) (eiwitten, zouten ...)
bloedplaatjes witte bloedcellen rode bloedcellen
Uit welke twee hoofdbestanddelen bestaat ongestold bloed?
Waaruit bestaat bloedplasma?
Welke drie soorten bloedlichaampjes zijn er?
Hoe komt het dat er twee lagen ontstaan wanneer je ongestold bloed even laat staan?
Bloed bestaat uit bloedlichaampjes en bloedplasma.
Bloedplasma bestaat vooral uit water en opgeloste stoffen.
De bloedlichaampjes zijn rode bloedcellen, witte bloedcellen en bloedplaatjes
Bloed bestaat uit verschillende bestanddelen. Elk bestanddeel heeft andere functies.
Vul het paspoort van de verschillende bloedbestanddelen verder aan. Gebruik het internet.
Naam: Kleur:
Levensduur:
Functie:
Naam: Kleur:
Levensduur:
Functie:
Naam:
Kleur:
Levensduur:
Functie:
Naam: Kleur:
Levensduur:
Functie:
1.3 Bouw van het transportstelsel
In welke lichaamsdelen komt bloed voor?
Er zijn drie soorten bloedvaten.
1 voeren het bloed weg van het hart. Je voelt aan het bloedvat duidelijk je hartslag.
2 zijn zeer dunne (haarfijne) bloedvaatjes die er voor zorgen dat het bloed alle delen van een orgaan bereikt.
3 voeren het bloed van de organen terug naar het hart.
Welk orgaan zorgt ervoor dat bloed door ons lichaam wordt gepompt? Geef de naam en omcirkel het orgaan op de tekening.
Het transportstelsel bestaat uit het hart en de bloedvaten. Er zijn drie soorten bloedvaten: slagaders, aders en haarvaten. Het hart pompt het bloed door het volledige lichaam.
1.4 Bouw van de bloedvaten
Slagader
Oriëntatie
Onderzoeksvraag
Wat is de functie van een slagader?
Hypothese
Ik denk dat een slagader het bloed VAN HET HART WEG / NAAR HET HART TOE vervoert.
Uitvoering
Stappenplan
Leg je wijs- en middenvinger in je nek.

Resultaten
Wat voel je?
Wat is dat ‘geklop’ dat je voelt?
Waar gaat het bloed door die slagader naartoe?
Stel dat je de slagader opensnijdt. Wat zou er dan gebeuren?
Als je van horrorfilms houdt, dan heb je dit vast al eens gezien!
Reflectie
Besluit
Het bloed wordt door de slagaders VAN HET HART WEG / NAAR HET HART TOE vervoerd.
Slagaders hebben een DIKKE GESPIERDE / DUNNE SLAPPE wand.
Mijn hypothese is JUIST / FOUT.
Slagaders vervoeren het bloed van het hart weg. Ze hebben een dikke, gespierde wand.
Aders
Oriëntatie
Onderzoeksvraag
Wat is de functie van een ader?
Hypothese
Ik denk dat een ader het bloed VAN HET HART WEG / NAAR HET HART TOE vervoert.
Uitvoering
Stappenplan
1 Houd gedurende 20 seconden je linkerarm naar boven gericht en laat je rechterarm naar beneden hangen.
2 Houd je linker- en rechterhand vervolgens naast elkaar.

Resultaten
Welk verschil merk je tussen beide handen?
Hoe komt dit?
Wat zijn de groen/blauwe lijnen die je over je hand ziet lopen?
Voel zachtjes met je vinger over die aders. Hoe voelen ze aan?
Welk verschil voel je tussen je aders en je slagaders?
Reflectie
Besluit
Het bloed wordt door de aders VAN HET HART WEG / NAAR HET HART TOE vervoerd.
Aders hebben een DIKKE GESPIERDE / DUNNE SLAPPE wand
Mijn hypothese is JUIST / FOUT.
Aders vervoeren het bloed naar het hart toe. Aders hebben een dunne, slappe wand.
Haarvaten
Kijk eens in de ogen van een medeleerling.
Wat zie je in het wit van de oogbol?

Het oog is een orgaan en heeft dus nuttige stoffen uit het bloed nodig om te functioneren.
De kleine bloedvaatjes die je ziet noemen we haarvaten.
Haarvaten zijn bloedvaten met een zeer dunne en doorlatende wand.
Via de haarvaten nemen de organen nuttige stoffen (zuurstofgas, voedingsstoffen...) uit het bloed op en geven ze hun afvalstoffen (koolstofdioxide...) aan het bloed af..
Al je bloedvaten samen zijn in totaal zo’n 100 000 km lang. Als je al je bloedvaten achter elkaar zou leggen, dan kan je twee rondjes rond de wereld maken.
Als de kleppen in je aders niet zo goed meer werken dan krijg je last van spataders.

Bloedvaten
Bekijk de afbeelding en plaats de juiste benamingen op de tekening. Kies uit: ader - slagader - haarvaten.
Welk bloedvat voert het bloed van het hart weg?
Welk bloedvat voert het bloed naar het hart toe?
Wat doen de haarvaten met het bloed?
Als je kijkt naar de ader, zie je dat die kleppen heeft. Welke functie hebben ze?
1.5 Bouw en werking van het hart
We bekijken eerste de uitwendige bouw van het hart.
Welke kleur heeft het hart?
Waarom heeft het hart deze kleur?
Wat kan je zeggen over de vorm van het hart?

Benoem de aangeduide uitwendige delen van het hart. Kies uit: aorta – kransslagader – onderste holle ader – kransader – longslagader – bovenste holle ader –longaders

Op onderstaande afbeelding zie je de inwendige bouw van het hart. Plaats het cijfer bij het correcte begrip.
Linkerboezem
Linkerkamer
Rechterboezem
Tussenschot
Hoeveel holtes zijn er in het hart?
Welke zijde van het hart bevat zuurstofrijk bloed?
Welke zijde van het hart bevat zuurstofarm bloed?
Welke wand houdt zuurstofrijk en -arm bloed gescheiden?
In welke richting stroomt het bloed in het hart?
Welke kleppen zorgen ervoor dat het bloed niet terugstroomt tussen boezem en kamer?
Welke kleppen zorgen ervoor dat het bloed niet terugstroomt via de slagaders?
Bekijk de werking van het hart en vul de bijhorende zinnen aan.
Tijdens fase 1 trekken de samen. Het bloed stroomt dan van
Tijdens fase 2 trekken de samen. Het bloed stroomt dan van
Tijdens fase 3 zijn boezems en kamers Het bloed stroomt dan van
1.6 Bloedsomloop
1.6.1 Dubbele bloedsomloop
Het hart pompt het bloed door ons lichaam. Op die manier komen nuttige stoffen, zoals zuurstofgas en voedingsstoffen, tot bij de organen. Afvalstoffen worden via het bloed dan weer naar de gepaste organen gevoerd om ze uit het lichaam te kunnen verwijderen. Op de afbeelding hieronder is getekend hoe dat precies verloopt in ons lichaam.
hoofd
longen
rechter harthelft pompt bloed naar de longen lichaam

linker harthelft pompt bloed naar het lichaam
Welk orgaan ligt er centraal in de tekening?
Welke andere organen worden nog afgebeeld?
Waarom wordt er op de afbeelding een blauwe en rode kleur gebruikt?
Naar welke andere delen wordt er nog bloed gepompt vanuit het hart?
De weg die het bloed in ons lichaam aflegt, noemen we de bloedsomloop.
De mens heeft een dubbele bloedsomloop, omdat die verdeeld is in twee circuits: de kleine bloedsomloop en de grote bloedsomloop
1.6.2 Kleine bloedsomloop

Het hart pompt ZUURSTOFRIJK / ZUURSTOFARM bloed naar de longen.
Welk gas wordt er in de longen uit het bloed opgenomen?
Welk gas wordt er in de longen aan het bloed afgegeven?
ZUURSTOFRIJK / ZUURSTOFARM bloed wordt van de longen naar het hart geleid.
Het bloed van de kleine bloedsomloop stroomt van het hart naar de longen en opnieuw terug naar het hart.
In de kleine bloedsomloop neemt het bloed zuurstofgas op vanuit de longen en geeft het koolstofdioxide af aan de longen.
1.6.3 Grote bloedsomloop

Het hart pompt ZUURSTOFRIJK / ZUURSTOFARM bloed naar de rest van het lichaam in de grote bloedsomloop.
Welke nuttige stoffen worden vanuit het bloed aan de organen gegeven?
Welke onnuttige stoffen worden vanuit de organen aan het bloed gegeven?
ZUURSTOFRIJK / ZUURSTOFARM bloed wordt van het lichaam naar het hart geleid.
Het bloed van de grote bloedsomloop stroomt van het hart naar de andere organen van het lichaam en opnieuw terug naar het hart. In de grote bloedsomloop geeft het bloed zuurstofgas en voedingsstoffen af aan de organen en neemt het afvalstoffen uit de organen op.
Opdracht 1
(Zie Verder oefenen? 1 , 2 , 8 )
Benoem de aangeduide bloedbestanddelen.
Heb ik het begrepen? CHECK-UP
Opdracht 2
(Zie Verder oefenen?: 15 )
Verbind het bloedbestanddeel met zijn functie:
Stollen van het bloed.
Vervoer van zuurstofgas en koolstofdioxide.
Beschermen tegen ziekteverwekkers.
Vervoer van voedingsstoffen en afvalstoffen.
Opdracht 3
(Zie Verder oefenen? 7 )
Kruis aan welk kenmerk bij welk bloedvat hoort. kenmerk slagaderaderhaarvat
Voert bloed van het hart weg.
Heeft een dikke gespierde wand.
Wisselt stoffen uit met de organen.
Voert het bloed naar het hart toe.
Opdracht 4
(Zie Verder oefenen? 19 )
Waarom wordt het hart op deze manier voorgesteld? Leg uit.
Opdracht 5
Kleur in blauw het bloed in dat zuurstofarm is. Kleur in rood het bloed in dat zuurstofrijk is.
Opdracht 6
(Zie Verder oefenen? 3 , 9 , 12 , 13 , 16 , 18 )
Vul de juiste termen in.
Kies uit: aorta – aders– longaders – longslagaders– arm – rijk
De voeren zuurstof- bloed van het hart naar de longen.
De voert zuurstof- bloed van het hart naar de hersenen en de rest van het lichaam.
De voeren zuurstof- bloed van de longen naar het hart.
De voeren zuurstof- bloed vanuit het lichaam naar het hart.
1.7 Verder oefenen?
1 Welke bloedbestanddeel herken je? Benoem.
2 Ga in de woordzoeker op zoek naar de vier verschillende bestanddelen van het bloed.
DECOGGCMRLDDR
EKVOELGWPFHVY
BRKOHDNEHPMTR
LPYPBEPLNHFEU
OQLFQZJLNJJKV
EBLOEDPLAATJE
DEGJUSKNHSXMN
CTLJHKONISMWB
EJTCSGCOQJKAW
LEUKYTPLXRDDP
3 Kruis aan welk kenmerk bij welk bloedvat hoort. kenmerk slagaderaderhaarvat
Heeft een dunne slappe wand.
Heeft kleppen.
Zorgt voor stofuitwisseling in de organen.
De hartslag is voelbaar.
4 Welk woord hoort niet thuis in het rijtje? Omcirkel en leg uit. rode bloedcel – witte bloedcel – gele bloedcel – bloedplaatje
Verklaring:
zuurstofgas – voedingsstof – koolstofdioxide – glucose
Verklaring: slagader – hart – ader – haarvat
Verklaring:
5 Kleur de boezems in het geel. Kleur de aorta in het rood. Kleur de kransslagaders en kransaders in het groen
6 Waarom zeggen we dat de mens een dubbele bloedsomloop heeft? Leg uit.
Naam:
Klas:
Datum: / /
Bloed, zweet (en tranen)
Bloed
Welke bloedgroep heb jij?
Vraag het aan je ouders of kijk op je bloedgroepkaart.
Noteer de bloedgroepen van de andere leerlingen uit de klas.

Maak een staafdiagram van de gegevens. 10
0A+A-B+B-AB+AB-O+O-
Welke bloedgroep komt het meest voor in de klas?
Welke bloedgroep komt het minst voor in de klas?
Hieronder staat een grafiek met de bloedgroepverdeling in België.
Welke bloedgroep komt het meest voor in België?
Is dit dezelfde bloedgroep als in de klas?
Wat zou een reden kunnen zijn dat dit niet dezelfde bloedgroep is?
Bekijk het schema in verband met bloed geven.
Van welke bloedgroep(en) zou jij bloed mogen krijgen?
Van welke bloedgroep(en) mag jij absoluut geen bloed krijgen
Een bepaalde bloedgroep wordt de universele donor genoemd. Welke bloedgroep is dat en waarom wordt hij zo genoemd?
Een bepaalde bloedgroep wordt de universele acceptor genoemd. Welke bloedgroep is dat en waarom wordt hij zo genoemd?
Zweet
Deodorant is een middel dat gebruikt wordt om zweetgeuren te verdoezelen.
‘De – odorant’ betekent dan ook letterlijk: ont – geurder. Let op, een deodorant wast je huid niet en zorgt niet voor minder zweet. Het legt enkel een dun laagje parfum over je huid waardoor je minder naar zweet ruikt.
Oriëntatie
Onderzoeksvraag
Hoe kan ik een deodorant maken met natuurlijke producten?
Hypothese
Ik denk dat
Voorbereiding
Materiaal
Maïzena
Zuiveringszout (baking soda)
Kokosolie
Essentiële olie (om geur te geven)
Kom
Uitvoering
Stappenplan
1 Doe vier eetlepels kokosolie in een kom.

2 Zet de kom in een warmwaterbad zodat de kokosolie smelt.
3 Wanneer de kokosolie gesmolten is, voeg je vier eetlepels maïzena toe.
4 Voeg ook vier eetlepels zuiveringszout of baking soda toe aan het kokos-maïzenamengsel.
5 Roer de ingrediënten goed door elkaar tot je een glad mengsel krijgt.
6 Voeg eventueel nog enkele druppels essentiële olie toe om een geurtje te krijgen.
7 Laat het mengsel hard worden.
8 Wanneer het mengsel hard is, kan je het gebruiken door wat op je vingers te nemen en dit onder je oksels te smeren.
Het is belangrijk om te weten dat ook natuurlijke producten je huid kunnen irriteren. Stop dus meteen met het gebruik van dit middel als je merkt dat je uitslag of rode plekken krijgt.
Reflectie
Mijn hypothese is JUIST / FOUT.
Besluit
Ben je tevreden over je zelfgemaakte deo?
7 Kruis aan welke functie bij welke bloedbestanddelen hoort.
functie witte bloedcellen rode bloedcellen bloedplaatjesbloedplasma
transport van voedingsstoffen
transport van koolstofdioxide (CO2)
transport van zuurstofgas (O2)
transport van afvalstoffen
transport van glucose
stollen van bloed afweer tegen ziekteverwekkers
8 Wanneer je bloed een tijdje laat staan krijg je twee lagen, zoals je op de foto kan zien. Benoem de 2 lagen.

9 Duid op de tekening aan: een slagader – het hart – een ader
10 Noem 2 verschillen op tussen een ader en een slagader.
11 Zijn de volgende uitspraken waar of niet waar? Kruis aan.
a In je vingers zitten geen bloedvaten. Waar Niet waar
b Het hart ligt in de borstholte van het lichaam. Waar Niet waar
c Slagaders hebben een dunne en slappe wand. Waar Niet waar
d De kleine bloedsomloop loopt van het hart Waar Niet waar doorheen het hele lichaam en terug naar het hart.
12 Benoem de onderdelen van het hart.
13 Nummer de stappen van de werking van het hart in de correcte volgorde.
Het bloed stroomt vanuit de linkerboezem naar de linkerkamer.
De linkerkamer pompt zuurstofrijk bloed naar de rest van het lichaam via de aorta.
Zuurstofarm bloed komt binnen in de rechterboezem via de holle aders.
Het bloed stroomt vanuit de rechterboezem naar de rechterkamer.
De rechterkamer pompt bloed naar de longen om zuurstof op te nemen.
Zuurstofrijk bloed komt terug vanuit de longen in de linkerboezem.
Behoort het bloedvat tot de kleine of grote bloedsomloop? Kruis aan.
beenslagader longslagader nierader longader
15 Welk bloedbestanddeel speelt in volgende situaties een belangrijke rol? Vul aan.
a Tom snijdt zich per ongeluk tijdens het koken in zijn vinger. Er begint bloed uit de wond te komen. Welk bloedbestanddeel helpt ervoor te zorgen dat Tom niet blijft bloeden?
b Sofie voelt zich ziek en haar dokter zegt dat ze een infectie heeft. Haar lichaam vecht tegen de bacteriën. Welk bloedbestanddeel helpt Sofie’s lichaam om de ziekte te bestrijden?
c Na een lange wandeling merkt Jens dat hij sneller ademt en zijn hart sneller klopt. Zijn bloed vervoert nu extra zuurstofgas naar zijn spieren. Welk bloedbestanddeel zorgt voor het vervoer van zuurstof naar de spieren?
d Tijdens een onderzoek in het laboratorium zien de leerlingen hoe het lichaam reageert op een virus. Sommige cellen in het bloed zorgen dat de infectie wordt bestreden. Welk bloedbestanddeel is hierbij betrokken?
e Een vriend van jou krijgt een ernstige bloeding na een ongeluk. Om zijn lichaam in leven te houden, wordt hij aangesloten op een infuus dat vocht en voedingsstoffen bevat. Welk deel van het bloed vervoert deze voedingsstoffen door het lichaam?
16 Noteer bij elke wonde welk bloedvat werd geraakt. Kies uit: ader – haarvat – slagader.



17 Waarom prikt een dokter altijd bloed in een ader en niet in een slagader? Geef 2 redenen.
18 Vul aan met een type bloedvat.
a Anna rent naar de bus en merkt dat haar hart sneller klopt. Haar bloed wordt vanuit het hart naar de spieren gepompt om ze van zuurstofgas te voorzien. Welk type bloedvat voert het zuurstofrijke bloed van het hart naar de spieren?
b Jan heeft net gegeten. Zijn bloed vervoert voedingsstoffen vanuit de darmen terug naar zijn hart en lever. Welk type bloedvat voert het bloed terug naar het hart?
c Bij een bloeddrukmeting voel je de polsslag aan je pols. In welk type bloedvat voel je de polsslag?
19 Kunnen zuurstofarm en zuurstofrijk bloed in het hart samenkomen? Verklaar je antwoord.
In het vorige hoofdstuk leerde je over de werking en het belang van het transportstelsel. Bloed vervoert nuttige stoffen zoals de voedingsstoffen en zuurstofgas. Je leerde echter al dat bij verbranding van glucose in de cel ook afvalstoffen vrijkomen. Deze afvalstoffen worden ook via het bloed doorheen het lichaam getransporteerd naar de organen die deze uiteindelijk verwijderen. We gaan hier nu dieper op in.
2.1 Uitscheiding
Hieronder zie je drie rijen van vier afbeeldingen die iets met elkaar te maken hebben.
Schrijf onder elke rij een werkwoord dat het verband weergeeft tussen de afbeeldingen.









Waarom voert ons lichaam bovenstaande acties uit?
Ons lichaam verwijdert stoffen die we niet nodig hebben uit ons lichaam. Die stoffen noemen we afvalstoffen.
Hieronder zie je drie situaties waarbij afvalstoffen uit het lichaam worden verwijderd.
Benoem de afvalstoffen.



Wat kan er gebeuren met je lichaam als de afvalstoffen niet verwijderd worden?
Uitscheiding is het verwijderen van afvalstoffen uit je lichaam. Voorbeelden van afvalstoffen zijn zweet, urine, waterdamp en koolstofdioxide.
2.2 Uitscheidingsorganen
Lees de volgende situaties. Bedenk telkens de reactie van het lichaam, de afvalstof of afvalstoffen die uitgescheiden worden en door welk orgaan dit gebeurt.
situatie reactie van je lichaam afvalstof(fen)orgaan
Je drinkt heel veel water.
Je hijgt na het sporten.
Je staat voor een tijdje in de volle zon te wachten.
Afvalstoffen verlaten het lichaam via de huid, de longen en de nieren. Elk orgaan verwijdert zijn eigen afvalstoffen:
• De huid produceert zweet.
• De nieren produceren urine.
• De longen halen koolstofdioxide en waterdamp uit het bloed.
2.3.1
Bekijk de samenstelling van urine en beantwoord de vragen.
stoffen in het lichaam in urine voedingsstoffen

Wat is het hoofdbestanddeel van urine?
Welke drie afvalstoffen komen het meeste voor in urine?
Welke stoffen komen niet voor in urine?
Waarom komen die drie stoffen niet voor in urine?
Urine is een mengsel van water en verschillende afvalstoffen (zoals ureum, urinezuur en ammoniak). Deze afvalstoffen zijn schadelijk en/of overbodig voor het lichaam.
Elke dag maak je ongeveer één à twee liter urine aan en plas je die uit.
De Romeinen poetsten hun tanden met urine om ze witter te maken.
De geur en kleur van de urine wordt beïnvloed door wat je eet.
2.3.2 De urinewegen
Uit welke organen bestaan de urinewegen?
Omcirkel de afbeelding waarop de nieren worden onderzocht.



Omcirkel het woord dat past.
• De nieren liggen in de BUIKHOLTE / BORSTHOLTE.
• De nieren liggen aan de RUGZIJDE / BUIKZIJDE van het lichaam.
Plaats de nummers bij de organen op de afbeelding.
Kies uit: nieren (1) – urinebuis (2) – urineleider (3) – urineblaas (4).
De urinewegen bestaan uit de nieren, de urineleiders, de urineblaas en de urinebuis.
Welke weg legt urine af?
Vul het schema over de weg die urine aflegt in het lichaam verder aan.
Nieren
De nieren produceren urine.
Via de urineleiders komt de urine in de urineblaas terecht.
Via de urinebuis verlaat de urine het lichaam.
Urinewegen
Verbind de functie met de organen.
urine tijdelijk opslaan urineleider
urine uit het lichaam verwijderen urinebuis
urine produceren urineblaas
urine van de nier naar de urineblaas vervoeren nieren
2.3.3 Bouw van de nier
Bekijk de afbeelding van de nieren en beantwoord de vragen.
• Welke vorm heeft een nier?
• Vanuit de nier vertrekken drie kanalen. Plaats het nummer vanop de tekening bij de juiste naam.
nierader (bloed wegvoeren)
nierslagader (bloed toevoeren)
urineleider
• Plaats de volgende stappen in de juiste volgorde.
Afvalstoffen en water worden uit het bloed gefilterd.
Urine verlaat het lichaam via de urinebuis.
Via de nierslagader komt het bloed aan in de nier.
Er wordt urine gevormd.
Urine verlaat de nier via de urineleider.
Gezuiverd bloed verlaat de nier via de nierader.
Urine wordt tijdelijk opgeslagen in de urineblaas.
Een nier is een boonvormig orgaan dat afvalstoffen uit het bloed filtert.
Vanuit de nier vertrekken twee bloedvaten (nierslagader en nierader) en de urineleider.
De nier bestaat uit miljoenen filtertjes die je enkel onder een microscoop kan zien.
De nier van een volwassene is ongeveer zo groot als een vuist en weegt ongeveer 142 gram.
De rechternier ligt meestal lager dan de linkernier omdat er plaats nodig is voor de lever.
De nier is het meest getransplanteerde orgaan.
Wat is zweet?
In welke situaties produceert je lichaam zweet? Som er minstens twee op.
Door welk orgaan wordt zweet geproduceerd?
Hoe smaakt zweet?
Zweet is het uitscheidingsproduct van de huid.
Zweet is een mengsel van water en zouten.
Zweet is geurloos. De stank wordt veroorzaakt door bacteriën op de huid.
Per dag verlies je gemiddeld één liter zweet.
Je zweet het meest aan de kant van je lichaam die je het meest gebruikt. Je verliest dubbel zoveel zweet door emoties als door een inspanning.
Waarom zweten wij?
Oriëntatie
Onderzoeksvraag
Waarom zweten wij?
Hypothese
Ik denk dat
Voorbereiding
Materiaal
Alcohol Watje
Uitvoering
Stappenplan
1 Zorg ervoor dat één van je onderarmen bloot is.
2 Open het flesje met alcohol.
3 Druppel wat alcohol op een watje.
4 Sluit het flesje.
5 Wrijf met het watje over je onderarm.
Resultaten
Wat gebeurt er?
Wat voel je op de plek waar de alcohol zat?
Reflectie
Besluit
Wat gebeurt er met de alcohol terwijl het op je arm zit?
Wat heeft de alcohol nodig om te verdampen?
Geef een antwoord op de onderzoeksvraag.
Mijn hypothese is JUIST / FOUT.
Als jouw zweet verdampt, koel je af. Zweet is een soort koelmiddel van het lichaam.
De kleine puntjes die je op je huid ziet, worden poriën genoemd. Door die kleine openingen komt het zweet naar buiten.
De huid is het grootste orgaan van het menselijk lichaam, 15 tot 20% van het lichaamsgewicht van een volwassen persoon is huid.
2.5 Uitscheiding via de longen
Bij het ademhalingsstelsel leerde je al over de uitscheiding van bepaalde stoffen via de longen.
ingeademde luchtuitgeademde lucht
koolstofdioxiderijk bloed



zuurstofrijk bloed
Welk deel van de longen wordt hier afgebeeld?
Welk gas wordt er opgenomen in het bloed?
Welk gas wordt er uit het bloed verwijderd?
Welke andere afvalstof wordt er tijdens het uitademen ook uit het lichaam verwijderd?
In de longblaasjes wordt zuurstofgas uit de lucht aan het bloed toegevoegd. Het bloed geeft koolstofdioxide en waterdamp af aan de lucht in de longblaasjes.
Opdracht 7
(Zie Verder oefenen? 27 )
Heb ik het begrepen?
Kruis aan of onderstaande stoffen nuttige stoffen of afvalstoffen zijn voor ons lichaam. stof nuttige stof afvalstof
water suiker
urine zuurstofgas
koolstofdioxide eiwitten
zweet
Opdracht 8
(Zie Verder oefenen? 24 , 25 , 26 )
Verbind de functie met de organen.
urine tijdelijk opslaan urineleider
urine uit het lichaam verwijderen urinebuis
urine produceren urineblaas
urine van de nier naar de urineblaas vervoeren nieren
Opdracht 9
ureum
ammoniak via de huid
koolstofdioxide via de urine
zweet via de ademhaling
urinezuur
Opdracht 10
(Zie Verder oefenen? 21 )
Verbind de organen met de afvalstoffen die ze wegvoeren.
urine
20 Markeer de uitscheidingsproducten van het lichaam.
speeksel – urine – waterdamp – zweet – zuurstofgas –koolstofdioxide – bloed – maagsap
21 Geef de vakjes die bij elkaar horen dezelfde kleur. zweet urine
koolstofdioxide
22 Duid aan wat goed is voor je urinewegen en wat niet.
plassen uitstellen of ophouden
sporten voor een betere bloeddoorstroming roken
veel zout voedsel eten zoals chips, pizza … energiedrankjes drinken
groenten en fruit eten
elke dag 1,5 liter water drinken
regelmatig en veel medicatie gebruiken
alcohol drinken
23 Lees de situaties en kies welke uitscheidingsstof het lichaam daarbij vooral uitscheidt.
Na een lange hardloopsessie in de zon voel je dat je lichaam vochtig is.
Tijdens een rustige ademhaling komt er gas vrij uit je longen.
Je drinkt veel water en gaat later naar de wc.
24 Markeer de organen waarin zich urine kan bevinden.
nierader – nierslagader – urineleider – blaas – longen – huid – urinebuis
25 In de nieren wordt de urine aangemaakt. De kleur van de urine, zie figuur hieronder, toont of een persoon voldoende drinkt.
• Wat gebeurt er met de kleur van urine als je te weinig water drinkt?
• Hoe komt het dat de kleur verandert?
Denk aan de samenstelling van urine.
26 Zorg dragen voor je huid is belangrijk. Je ziet hieronder enkele zaken die jij kan doen. Bekijk de afbeeldingen en noteer drie tips om je huid gezond te houden.



27 Waarom is uitscheiding zo belangrijk voor het menselijk lichaam? Leg uit.
28 Als richtlijn wordt geadviseerd om dagelijks per kilogram lichaamsgewicht 35 ml water te drinken. Bereken hoeveel water jij per dag zou moeten drinken.
1 Ik weeg kg.
2 Ik heb dus: kg X 35 ml = ml vocht nodig.
3 Ik heb per dag liter vocht nodig. heel goed goed
afvalstof stof die je lichaam niet nodig heeft bloedvat orgaan waardoor bloed stroomt bloedsomloop weg die het bloed aflegt in het lichaam transportstelsel groep van organen met als taak het transporteren van het bloed doorheen het lichaam uitscheiding het verwijderen van afvalstoffen uit het lichaam uitscheidingsorgaan orgaan dat afvalstoffen uit het lichaam opneemt om uit te produceren en uit het lichaam te verwijderen uitscheidingsproduct afvalstof die geproduceerd wordt door een uitscheidingsorgaan zuurstofrijk veel zuurstofgas aanwezig zuurstofarm weinig zuurstofgas aanwezig
ik ken het!
paginanummer
Ik kan de verschillende bestanddelen van het bloed opnoemen en herkennen. p. 4
Ik kan de functies van de belangrijkste bloedbestanddelen opnoemen. p. 5
Ik kan de organen van het transportstelsel opnoemen en herkennen op een afbeelding. p. 6
Ik kan de bouw van de verschillende bloedvaten met elkaar vergelijken. p. 6-8
Ik kan de functies van de verschillende bloedvaten uitleggen. p. 6-9
Ik kan defuncties van de kleine bloedsomloop opnoemen. p. 13
Ik kan de functies van de grote en kleine bloedsomloop opnoemen. p. 13-14
Ik kan de weg die het bloed aflegt in het transportstelsel opnoemen. p. 12
Ik kan de verschillende organen van het uitscheidingsstelsel opnoemen. p. 24
Ik kan uitleggen wat uitscheiding is. p. 23
Ik kan uitleggen dat uitscheiding belangrijk is voor het lichaam. p. 23
Ik kan uitleggen dat de uitscheidingsproducten giftig kunnen zijn. p. 23 p. 25-30
Ik kan uitleggen dat de uitscheidingsproducten in het lichaam worden aangemaakt.p. 23
Ik kan uitleggen dat de uitscheidingsproducten door uitscheidingsorganen uit het lichaam worden verwijderd. p. 23-30
Ik kan uitleggen dat de uitscheidingsproducten in het bloed zitten. p. 27
Ik kan uitleggen dat de uitscheidingsproducten via het bloed in de nieren terecht komen. p. 27
Ik kan tips geven om een uitscheidingsstelsel gezond te houden. p. 33
Colofon
Auteur Tim Stoelen met medewerking van Diederik Maebe
Illustrator Lieven Vandenberghe
Eerste editie
Bestelnummer 90 808 0522 (module 1 van 5)
ISBN 978 90 4865 286 0
KB D/2026/0147/022
NUR 126
Thema YPMP
Verantwoordelijke uitgever die Keure, Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge
RPR 0405 108 325 - © die Keure, Brugge
Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No parts of this book may be reproduced in any form by print, photoprint, microfilm or any other means without written permission from the publisher. De uitgever heeft naar best vermogen getracht de publicatierechten volgens de wettelijke bepalingen te regelen. Zij die niettemin menen nog aanspraken te kunnen doen gelden, kunnen dat aan de uitgever kenbaar maken.
Die Keure wil het milieu beschermen. Daarom kiezen wij bewust voor papier dat het keurmerk van de Forest Stewardship Council® (FSC®) draagt. Dit product is gemaakt van materiaal afkomstig uit goed beheerde, FSC®-gecertificeerde bossen en andere gecontroleerde bronnen.