
WOORDENLIJST
STUDIEWIJZER
ISAAC-actie
ISAAC-actie
![]()

WOORDENLIJST
STUDIEWIJZER
ISAAC-actie
ISAAC-actie
Wat weet jij al over seks en de voortplanting? Doe de test!
1 Je kan zwanger worden door …
A te zoenen.
B te vrijen.
C tegen elkaar aan te wrijven.
D in elkaars ogen te kijken.
3 Je mag alleen seks hebben …
A als je ouder dan 18 jaar bent.
B met wederzijdse toestemming.
C als je een baby wil.
D als je ouders daar toestemming voor geven.
5 Om zwanger te worden heb je ... zaadcel(len) nodig.
A 2
B 1
C 3
D 10
7 Een jongen spreekt tegen een meisje.
Dat betekent dat ...
A ze elkaar leuk vinden.
B ze iets aan elkaar willen vertellen.
C ze seks met elkaar willen.
D ze een koppeltje zijn.
Hoe scoorde jij op de test?
Heb je het vaakst A als antwoord gegeven? Dan ben jij op de goeie weg met je kennis over seks, maar er zijn nog een paar dingen waar je niet juist over denkt.
2 Je kan niet zwanger worden …
A tijdens de eerste keer seks.
B als je een condoom gebruikt.
C tijdens de puberteit.
D tijdens het vrijen.
Heb je het vaakst C als antwoord gegeven?
Er is nog wat werk aan de winkel voor jouw kennis over het onderwerp seks. Maar tijdens deze lessen komt dat helemaal goed!
4 Een baby wordt geboren na een zwangerschap van …
A 40 dagen.
B 40 weken.
C 40 maanden.
D 40 uren.
6 De puberteit begint ...
A zodra je 14 jaar bent.
B bij iedereen op een verschillend moment.
C bij iedereen op hetzelfde moment.
D voor iedereen vanaf het eerste middelbaar.
8 Tijdens de menstruatie ervaren meisjes soms …
A veel emoties.
B pijn.
C veel honger.
D niets.
Heb je het vaakst B als antwoord gegeven?
Dan ken jij al heel veel over het onderwerp seks!
Heb je het vaakst D als antwoord gegeven?
Dan is het aangeraden om toch heel goed op te letten tijdens de komende lessen.
1.1 Geslachtskenmerken
Wat is het geslacht van deze baby?
Ben je 100 % zeker? Waarom wel of niet?

Hoe kan je bij de geboorte zien dat het gaat over … een jongen? een meisje?
Een geslachtskenmerk is een biologisch kenmerk dat duidelijk maakt of iemand een jongen of een meisje is. Primaire geslachtskenmerken zijn vanaf de geboorte zichtbaar. Bij jongens is dat de penis met balzak. Bij meisjes is dat de vagina met schaamlippen.
Wanneer je ouder wordt, ondergaat je lichaam een aantal veranderingen. Jongens veranderen in een man en meisjes in een vrouw.
Hoe noemen we de periode waarin deze veranderingen plaatsvinden?
Duid aan welke lichamelijke veranderingen jongeren ondergaan tijdens het opgroeien.
borsthaar schaamhaar borsten snor- en baardgroei gespierder lichaam en bredere schouders bredere heupen vergroten penis en balzak groeispurt groeien van de schaamlippen
Tijdens de puberteit groeit een jongen uit tot een man en een meisje tot een vrouw. De secundaire geslachtskenmerken maken het verschil tussen man en vrouw groter.
Tijdens de puberteit worden deze lichamelijke veranderingen gestimuleerd door bepaalde geslachtshormonen. Hormonen zijn chemische stoffen in je lichaam die bepaalde processen regelen.
Zoek op het internet op.
• Wat is het geslachtshormoon bij mannen?
• Wat is het geslachtshormoon bij vrouwen?
• Vanaf welke leeftijd begint de hoeveelheid geslachtshormoon te stijgen bij jongens?
• Vanaf welke leeftijd begint de hoeveelheid geslachtshormoon te stijgen bij meisjes?
• Wat betekent geslachtsrijp zijn?
1.2 Sociale en emotionele veranderingen
In de eerste kolom van de tabel zie je vragen. Beantwoord de vragen twee keer; één keer voor toen je +/- 10 jaar was - en op de basisschool zat - en één keer voor nu. in de basisschool nu
1 Welk tv-programma vond / vind je leuk?
2 Wat was / is je lievelingsartiest?
3 Wat was / is je favoriete sport?
4 Wat at / eet je het liefst?
5 Hield / houd je van dansen?
6 Had / heb je wel eens een relatie?
Naast lichamelijke veranderingen ervaar je tijdens de puberteit ook sociale en emotionele veranderingen.
Omcirkel de emoties die jij deze week al gevoeld hebt.
Het is volledig normaal dat je tijdens de puberteit te maken krijgt met wisselende gevoelens. Het is een proces van opgroeien en iedereen ervaart dit op een andere manier. Vergeet niet dat je er niet alleen voor staat. Je kan steeds terecht bij je ouders, vrienden, leraren … voor hulp. Ook bij het CLB van jouw school kun je terecht met heel wat vragen en problemen, zowel op medisch en mentaal vlak, als op vlak van leren en studeren.
Daarnaast zijn er ook verschillende gespecialiseerde organisaties die je kunnen helpen.
Zoek via internet op wat de volgende organisaties precies doen en verbind het logo met de correcte omschrijving.
Alle vragen over geaardheid, coming-out, genderbeleving, seksualiteit ... kan je hier stellen.
Kinder- en jongerentelefoon waar je anoniem contact kan opnemen met vrijwilligers die naar je verhaal en vragen luisteren.



Biedt hulp en informatie aan, en gesprekken rond zelfdoding en preventie ervan.
Biedt informatie, begeleiding en ondersteuning aan rond heel wat aspecten van zwangerschap, zoals ongeplande zwangerschap en abortus, maar ook kinderwens en zwangerschapsverlies.
Jongerenafdeling CAW waar je anoniem terechtkan met je vragen over gezondheid, seks, relaties …
Tijdens de puberteit maakt je lichaam heel wat lichamelijke veranderingen mee, maar ook op emotioneel vlak doorloop je een aantal ontwikkelingen. Hierbij horen onder andere het ontdekken van je eigen identiteit en seksuele oriëntatie. Een handig hulpmiddel om deze begrippen te begrijpen is de genderkoek, die je hieronder ziet.
genderidentiteit
genderexpressie
Duid aan over welk aspect de uitspraak gaat.
1 Een baby wordt geboren en de verpleegster vertelt dat het een jongen is.
Genderidentiteit
Geslacht
Aantrekking
Genderexpressie
3 Alexa voelt zich meer man dan vrouw en wil liever als Alex aangesproken worden.
Genderidentiteit
Geslacht
Aantrekking
Genderexpressie
romantische aantrekking
geslacht
seksuele aantrekking
Bron: çavaria, model gebaseerd op ‘The Genderbread Person v3’ (www.itspronouncedmetrosexual.com). Voor de meest recente versie ga naar www.cavaria.be/genderkoek .
2 Olivier draagt graag make-up en een rok wanneer hij naar een feestje gaat.
Genderidentiteit
Geslacht
Aantrekking
Genderexpressie
4 Nuria valt op zowel mannen als vrouwen. Ze noemt zichzelf biseksueel.
Genderidentiteit
Geslacht
Aantrekking
Genderexpressie
CHECK-UP
Heb ik het begrepen?
Opdracht 1
(Zie Verder oefenen? 1 , 6 , 7 )
Kleur de mannelijke primaire geslachtskenmerken in het blauw en de secundaire in het groen. Kleur de vrouwelijke primaire geslachtskenmerken in het rood en de secundaire in het oranje.
vagina penis balzak schaamlippen borsthaar borsten baardgroei bredere heupen
Opdracht 2
(Zie Verder oefenen? 4 )
Kruis over welke soort verandering het gaat in de puberteit. lichamelijkemotioneelsociaal
Je vindt je ouders niet cool en ouderwets.
Je merkt op dat je vaker naar zweet ruikt.
Je wil liever de avond doorbrengen met je vrienden dan met je ouders.
Je vindt jezelf niet mooi wanneer je in de spiegel kijkt.
Je maakt een groeispurt mee.
Opdracht 3
(Zie Verder oefenen? 1 , 6 , 7 )
Hoe zou je de termen primaire en secundaire geslachtskenmerken omschrijven? Kruis aan. primaire geslachtskenmerken secundaire geslachtskenmerken geslachtskenmerken van de allereerste mensen de belangrijkste geslachtskenmerken geslachtskenmerken die al bij de geboorte zichtbaar zijn vrouwelijke geslachtskenmerken geslachtskenmerken die zich gemiddeld tussen je 11 en 18 jaar ontwikkelen geslachtskenmerken van de moderne mens
Opdracht 4
(Zie Verder oefenen? 1 , 6 , 7 )
Som telkens twee voorbeelden op van primaire geslachtskenmerken
bij de man:
bij de vrouw:
Opdracht 5
(Zie Verder oefenen? 1 , 6 , 7 )
Som telkens twee voorbeelden op van secundaire geslachtskenmerken
bij de man:
bij de vrouw:
Opdracht 6
Geef een ander woord voor ‘de overgang van kind naar volwassene’.
Opdracht 7
(Zie Verder oefenen? 3 , 8 , 9 , 10 )
Koppel de begrippen met de juiste uitleg.
aantrekking biologisch kenmerk genderidentiteit romantische, seksuele of emotionele interesse in een ander.
geslacht het innerlijk gevoel een man of vrouw te zijn.
genderexpressie de manier waarom je je mannelijk of vrouwelijk gender uitdrukt via kledij, gedrag…
1 Schrijf P (primair) of S (secundair) bij elk voorbeeld.
a Penis:
b Borsten:
c Baarmoeder:
d Baardgroei:
e Balzak met teelballen:
2 Vul aan.
a De is een periode waarin je lichaam begint te veranderen.
b Tijdens deze periode ga je ook sneller groeien, dat noemen we een .
c Hormonen kunnen zorgen voor lichamelijke én / veranderingen.
3 Verbind het begrip met een bijhorend omschrijving. puberteit hoe iemand zich voelt hormonen veranderingen in lichaam en hoofd gender stoffen die veranderingen in het lichaam sturen geslachtskenmerken lichamelijke kenmerken
4
a Je krijgt puistjes.
b Je voelt je sneller boos of verdrietig.
c Je wil vaker tijd doorbrengen met vrienden.
d Je stem verandert.
e Je maakt je meer zorgen over wat anderen van je denken.
f Je krijgt vaker ruzie met je ouders.
5 Duid aan welke veranderingen bij de puberteit horen.
Groeispurt
Grijze haren
Meer zweten
Verandering van stem Rimpels
6 Wat is het verschil tussen een primair en een secundair geslachtskenmerk?
7 Kruis aan voor wie de secundaire geslachtskenmerken van toepassing zijn. jongenmeisjebeide okselhaar borsthaar baardgroei bredere heupen groei van borsten meer zweet- en talgproductie
8 Kruis het juiste antwoord aan.
a Biologisch geslacht heeft vooral te maken met: kleding en interesses gevoelens lichamelijke kenmerken
b Gender gaat over: hoe iemand zich voelt en uitdrukt welke genen je hebt je lengte en gewicht
c Iemand komt later in de puberteit dan klasgenoten. Dat betekent dat: er iets mis is iedereen hetzelfde tempo heeft puberteit voor iedereen anders verloopt
d Sam voelt zich de ene dag blij en de volgende dag erg verdrietig zonder duidelijke reden. Dit komt waarschijnlijk door: te weinig slaap hormonale veranderingen slechte vriendschappen
9 Schrijf G (geslacht), GE (gender) of B (beide).
a Testosteronproductie:
b Zich vrouwelijk voelen:
c Jurk dragen:
d Borstontwikkeling:
10 Lees de uitspraken en beantwoord de vragen.
1 “Iedereen in mijn klas lijkt al verder te zijn dan ik.”
a Over welke verandering gaat dit vooral?
b Waarom kan dit gevoel ontstaan in de puberteit?
2 “Ik wil zelf beslissen wat ik aandoe en met wie ik omga.”
a Is dit vooral een sociale of emotionele verandering?
b Leg uit.
11 Geef een mogelijke oorzaak voor volgende gebeurtenissen tijdens de puberteit.
a Sneller boos worden :
b Onzekerheid over je uiterlijk:
c Grotere behoefte aan zelfstandigheid:
2.1 Mannelijk voortplantingsstelsel
Noteer de nummers op de correcte plaats.
1 teelbal
2 blaas
3 voorhuid
4 bijbal
5 eikel
6 penis
7 zaadleider
8 urinebuis
9 zaadblaasjes
10 prostaat
11 zwellichaam



Welke organen behoren tot de uitwendige voortplantingsorganen?
Welke organen behoren tot de inwendige voortplantingsorganen?
Hoe noemen we het deel van het lichaam dat zorgt voor bescherming van de teelballen?
Hoeveel teelballen, bijballen en zaadleiders zijn er aanwezig in het mannelijk lichaam?
Het mannelijk voortplantingsstelsel bestaat uit: de penis, de voorhuid, de eikel, de balzak met teelballen en bijballen, de urinebuis, de zaadleiders, de zaadblaasjes en de prostaat.
Wanneer een man seksueel opgewonden wordt, stroomt er bloed in de zwellichamen en gaat de penis in erectie. Door te vrijen of zichzelf te bevredigen, kan een man een zaadlozing krijgen. Dit geeft een prettig gevoel. We noemen dit ook wel een mannelijk orgasme.
Plaats de stappen van een zaadlozing in de correcte volgorde.
De penis gaat in erectie door seksuele opwinding.
Via de zaadleider gaan de zaadcellen van de bijballen richting de urinebuis.
Zaadcellen worden aangemaakt in de teelballen.
Vanuit de prostaat en zaadblaasjes wordt zaadvocht toegevoegd aan de zaadcellen. Dit is sperma.
Zaadcellen rijpen en worden tijdelijk opgeslagen in de bijballen.
Er vindt een zaadlozing plaats waarbij sperma via de urinebuis het lichaam verlaat.
De teelballen produceren zaadcellen die worden opgeslagen en verder rijpen in de bijballen. Bij een zaadlozing verlaten de zaadcellen het lichaam vanuit de bijballen, via de zaadleiders en nadien via de urinebuis. Tijdens de zaadlozing wordt er vocht vanuit de prostaat toegevoegd aan de zaadcellen. We spreken dan over sperma.
Masturberen is een ander woord voor zelfbevrediging.
Ook tijdens je slaap kan je een zaadlozing krijgen. Dit noemt men een natte droom.
Bij een zaadlozing komt er 3 tot 5 milliliter sperma vrij. Eén milliliter sperma bevat ongeveer 60 miljoen zaadcellen.
Een ander woord voor zaadlozing is ejaculatie.
Zaadcellen kunnen uit zichzelf voortbewegen.
Regelmatig een zaadlozing krijgen is gezond voor het lichaam. Het vermindert ook de kans op prostaatkanker.

De teelballen zakken voor of kort na de geboorte van de buikholte in de balzak.
Het ontbreken van een teelbal in de balzak is een vaak voorkomende aandoening bij te vroeg geboren jongens. Ongeveer 40% van hen lijdt hieraan.
Functies van de mannelijke voortplantingsorganen
Noteer de naam van het orgaan bij zijn bijhorende functie.
Kies uit: bijbal – zaadleider – teelbal – urinebuis – prostaat – voorhuid – eikel.
afgifte urine, sperma transport zaadcellen zaadcelproductie bescherming eikel
opslagplaats zaadcellen
opwekken orgasme vocht toevoegen aan zaadcellen
Zoek volgende informatie op het internet op.

Naam cel: spermacel of zaadcel
Levensduur:
Grootte:
Manier van bewegen:
2.2 Vrouwelijk voortplantingsstelsel
Noteer de nummers op de correcte plaats.
1 urinebuis
2 baarmoederhals
3 eileider
4 blaas
5 vagina
6 baarmoeder
7 eierstok
8 schaamlippen
9 clitoris

Welke organen behoren tot de uitwendige voortplantingsorganen?
Welke organen behoren tot de inwendige voortplantingsorganen?
Hoeveel eierstokken en eileiders zijn er aanwezig in het vrouwelijk lichaam?
Het vrouwelijk voortplantingsstelsel bestaat uit: de vagina, de schaamlippen, de eierstokken, de eileiders, de baarmoeder en de clitoris.
Benoem de aangeduide delen.

Welke cel wordt aangeduid met de groene pijl?
Door welk orgaan wordt deze cel geproduceerd?
Naar welk orgaan zal deze cel zich voortbewegen?
Wat is de functie van de eileider?
Wat is de functie van de baarmoeder?
Functies van de vrouwelijke voortplantingsorganen
Noteer de naam van het orgaan bij zijn bijhorende functie. Kies uit: baarmoeder – eileider – eierstokken – clitoris. eicelproductie transport eicel ontwikkeling van een baby opwekken orgasme
• Een meisje wordt geboren met ongeveer 400 000 eicellen. Vanaf de puberteit zal er elke maand eentje rijpen.
• Een eicel kan zichzelf niet voortbewegen. Er zijn trilhaartjes in de eileider die hiervoor zorgen.
• Door te vrijen of zichzelf te bevredigen kan een vrouw een orgasme krijgen. Dit geeft een prettig gevoel.
Zoek volgende informatie op het internet op.

2.3 Menstruatiecyclus
Naam cel: eicel
Levensduur:
Grootte:
Manier van bewegen:
De mens kan zich voortplanten doordat een zaadcel en eicel met elkaar versmelten. Als de eicel niet bevrucht wordt, zal de menstruatie starten bij de vrouw. Dat is meteen de eerste dag van een nieuwe cyclus.
Bekijk de stappen van de menstruatiecyclus. Welke afbeelding hoort bij welke omschrijving?
b c d



naam omschrijving afbeelding
1 menstruatie
2 eicelrijping met opbouw van het baarmoederslijmvlies
3 eisprong
4 verdikken van het baarmoederslijmvlies
Als de eicel niet bevrucht wordt, breekt het verdikte baarmoederslijmvlies af. Via de vagina verlaten slijm en bloed het lichaam. Dit duurt gemiddeld 5 dagen.
Maandelijks rijpt er een eicel in de eierstok. Ook het baarmoederslijmvlies begint na de menstruatie opnieuw op te bouwen.
Als de eicel rijp is, komt de eicel vrij uit de eierstok. Dit gebeurt meestal 14 dagen voor de menstruatie.
Het baarmoederslijmvlies wordt dikker om een eventueel bevruchte eicel te laten innestelen.
De menstruatiecyclus start tijdens de puberteit en keert gemiddeld om de 28 dagen terug. Er zijn vier fasen in deze cyclus:
1 Menstruatie
2 Eicelrijping met opbouw van het baarmoederslijmvlies
3 Eisprong
4 Verdikken van het baarmoederslijmvlies
• De maandelijkse rijping van een eicel gebeurt afwisselend in de linker- en rechtereierstok.
• O vulatie is een ander woord voor eisprong.
• Er bestaan apps om je menstruatiecyclus bij te houden.
• Niet iedere vrouw heeft een cyclus van 28 dagen. De lengte van de cyclus verschilt van vrouw tot vrouw en kan voor een vrouw zelfs elke maand anders zijn.
• Een eicel kan slechts 24 uur overleven na de eisprong.
• Een vrouw is het meest vruchtbaar 3 dagen voor de eisprong en 1 dag na de eisprong.
• Niet iedere zaadlozing van de man in het vrouwelijk lichaam tijdens de vruchtbare periode zorgt voor een baby.
Een cyclus duurt bij de vrouw gemiddeld 28 dagen. Vul deze tijdlijn zo verder aan.
Kleur de periode van menstruatie in het rood.
Omcirkel de dag van de eisprong.
Kleur de vruchtbare periode in het groen.

Het schema dat je hierboven inkleurde gaat uit van een regelmatige menstruatiecyclus. Niet iedereen heeft een regelmatige cyclus. De cyclus verschilt voor elke vrouw en kan elke maand zelfs anders zijn. We bespreken een voorbeeld.
Assia is een vrouw van 21 jaar. Zij heeft een menstruatiecyclus die 30 dagen duurt. Zij heeft 6 dagen last van bloedverlies. Vul de tijdlijn verder aan.
Kleur de periode van menstruatie in het rood.
Omcirkel de dag van de eisprong.
Kleur de vruchtbare periode in het groen.

Het is belangrijk om je persoonlijke hygiëne te verzorgen tijdens de menstruatie. Hiervoor zijn enkele hulpmiddelen beschikbaar die je in de supermarkt kan kopen.
Bekijk de afbeeldingen en noteer de naam van het voorwerp. Kies uit: maandverband – tampon – inlegkruisje – menstruatiecup.


Inwendig te gebruiken in de vagina voor maximaal 8 uur.
Uitwendig gebruiken. In de onderbroek kleven en regelmatig vervangen.


Inwendig te gebruiken. Uitspoelen na gebruik.
Uitwendig gebruik bij weinig bloedverlies of begin menstruatie. Kleven in de onderbroek.
Wanneer een man en een vrouw er klaar voor zijn, kunnen ze ervoor kiezen om zich samen voort te planten. De kans op een zwangerschap is het grootst in de vruchtbare periode van de vrouw.
Denk even terug aan de menstruatiecyclus. Wanneer is de vrouw het meest vruchtbaar?

Plaats de begrippen in de juiste tekstballon van het schema op de volgende pagina. Kies uit: geboorte – geslachtsgemeenschap met zaadlozing – bevruchting – innestelen bevruchte eicel – ontwikkeling tot baby.
Wat gebeurt er tijdens de bevruchting?
In welk orgaan nestelt de bevruchte eicel zich in?
Hoelang duurt een gemiddelde zwangerschap?
Een eeneiige tweeling kan ontstaan doordat de bevruchte eicel in twee splitst. De personen lijken dan heel sterk op elkaar.
Wanneer er twee eicellen tegelijk rijp zijn, die allebei kunnen bevrucht worden, dan is er een kans op een tweeling. De personen lijken dan meestal minder op elkaar of kunnen zelfs broer en zus zijn.

Het lichaam van de vrouw kan een zwangerschap spontaan afbreken. Dit noemt men dan een miskraam.
Een baby wordt soms niet geboren via de vagina. Dit gebeurt wanneer een keizersnede wordt uitgevoerd. Daarbij wordt een snee gemaakt in de buik van de vrouw en wordt het kindje zo uit de buik gehaald.
Naam:
Klas:
Datum: / /
ISAAC-actie
Oriëntatie
De puberteit is een fase waarin kinderen langzaam volwassen worden. In deze periode verandert er veel in het lichaam. Er gebeuren lichamelijke, hormonale en ook psychologische veranderingen. Eén van de duidelijkste veranderingen is dat kinderen groeien in lengte. Veel mensen zien dat jongens en meisjes niet tegelijk beginnen met groeien en ook niet even snel groeien. Hierdoor ontstaan er verschillen in lengte tussen jongens en meisjes tijdens de puberteit. Tijd om dit even te onderzoeken.
Onderzoeksvraag
Noteer een gepaste onderzoeksvraag bij het beschreven onderzoek hierboven.
Hypothese
Noteer een hypothese bij je onderzoekvraag.
Voorbereiding
Benodigdheden
Noteer welke benodigdheden je nodig zal hebben voor dit onderzoek.
Werkwijze
Noteer een kort stappenplan van hoe je te werk zal gaan.
Uitvoering
Meetresultaten
• Vul de tabel verder aan op basis van je waarnemingen. jongens
• Noteer het aantal jongens en meisjes per categorie. aantal jongen aantal meisjes
< 130 cm
130 – 139 cm
140- 149 cm
150 – 159 cm
160 – 169 cm
170 – 179 cm
> 180 cm
• Zet de gegevens van de vorige tabel om in een staafdiagram.
Besluit
• Welke groep is gemiddeld het grootst op deze leeftijd? (Noteer je berekening en duid aan op de grafiek.)
• Welke verklaring(en) zou je hiervoor kunnen vinden?
• Mijn hypothese was JUIST / FOUT.
• Omschrijf in één woord hoe dit onderzoek voor jou verliep.
• Noem één item dat je bij een volgend onderzoek anders zou aanpakken.
1 De stijve penis wordt in de vagina gebracht. Zaadcellen komen in het lichaam van de vrouw terecht.








2 Eén zaadcel dringt de eicel binnen. binnen.

5 De baby verlaat het lichaam via de vagina.












4 Bevruchte eicel ontwikkelt zich tot baby.

3 Bevruchte eicel nestelt zich in het baarmoederslijmvlies in.
Wanneer de stijve penis van de man in de vagina van de vrouw wordt gebracht, spreken we over geslachtsgemeenschap. Tijdens de zaadlozing komen de zaadcellen in het lichaam van de vrouw. Eén zaadcel dringt de eicel binnen en zorgt voor bevruchting. De bevruchte eicel zal zich innestelen in de baarmoeder en zich ontwikkelen tot een baby. De vrouw is dan zwanger. Na gemiddeld 40 weken, gerekend vanaf de eerste dag van de laatste menstruatie, wordt een baby geboren.
Lees de volgende meerkeuzevragen aandachtig. Kruis telkens in potlood het antwoord aan waarvan je denkt dat het juist is.

1 Hoelang kunnen zaadcellen overleven in het vrouwelijk lichaam (en dus de eicel afwachten)?
5 dagen
3 dagen
1 dag




3 Geef een ander woord voor een bevruchte eicel.
embryo foetus
zygote

2 In welk lichaamsdeelvrouwelijkvindt de bevruchting plaats? de eierstok de eileider de baarmoeder







4 Hoeveel tijd heeft een bevruchte eicel nodig om tot in de baarmoeder te geraken?
5 dagen
8 uur 1 dag




5 Wat is er met de bevruchte eicel gebeurd tijdens de afdaling naar de baarmoeder?
Ze is in volume toegenomen.
Ze is beginnen te delen.
Ze heeft zich in de eileider genesteld.




7 Wat gebeurt er wanneer één enkele eicel bevrucht wordt door één zaadcel en de eicel zich daarna splitst?
Dan vormt zich een eeneiige tweeling.
Dan vormt zich een twee-eiige tweeling.
Dat kan niet.



6 Wat gebeurt er als twee eicellen elk bevrucht worden door een zaadcel?
Dan vormt zich een eeneiige tweeling.
Dan vormt zich een twee-eiige tweeling.
Dat kan niet.






8 Kan één eicel bevrucht worden door twee zaadcellen?
Ja, zo wordt een eeneiige tweeling gevormd.
Ja, zo wordt een twee-eiige tweeling gevormd.
Nee, in geen enkel geval.









Een zygote of bevruchte eicel groeit na twee weken uit tot een embryo. In de embryonale fase worden de organen gevormd. Vanaf de 10e week van de zwangerschap spreken we niet langer over een embryo, maar over een foetus. Deze foetale periode duurt tot de geboorte.




































CHECK-UP
Heb ik het begrepen?
Opdracht 8
(Zie Verder oefenen? 13 )
Bekijk de afbeelding en beantwoord de vragen.
a Tot welk voortplantingsstelsel behoren de organen die hiernaast afgebeeld worden?
b Welke organen zijn zichtbaar?
c Wat is de functie van elk orgaan?
Opdracht 9
(Zie Verder oefenen? 16 , 19 )
Plaats de woorden op de correcte plaats bij de menstruatiecyclus. Kies uit: eisprong – menstruatie – vruchtbare periode.








1 2 3 4 5
Opdracht 10
(Zie Verder oefenen? 20 )
Nummer de woorden in de correcte volgorde.
geslachtsgemeenschap innesteling geboorte zaadlozing
bevruchting
2.5 Verder oefenen
12 Welke voortplantingscel hoort er bij welk geslacht? Vul aan.
a Man :
b Vrouw :
13 Zijn de uitspraken waar of niet waar?
De eierstokken maken eicellen aan.
De baarmoeder zit bij mannen.
Zaadcellen worden aangemaakt in de teelballen.
Tijdens een zaadlozing verlaat sperma het lichaam via de penis.
14 Een eicel rijpt in de eileider. Nummer de overige fasen van 1 tot 3.
Eisprong
Menstruatie
Opbouw van het baarmoederslijmvlies
15 Wanneer vindt de eisprong meestal plaats?
Aan het begin van de menstruatie
In het midden van de cyclus
Aan het einde van de cyclus
waar niet waar
16 Noteer het correct orgaan bij de bijhorende omschrijving. Kruis aan of het gaat over het mannelijk of vrouwelijk voortplantingsstelsel.
omschrijving orgaanmanvrouw bescherming van de teelballen transport van de rijpe eicel
innesteling van de bevruchte eicel productie van zaadcellen transport van zaadcellen
17 Welk orgaan zorgt voor de seksuele prikkeling bij …
a Man :
b Vrouw:
18 Vul aan wat er gebeurt in het lichaam tijdens een 28-daagse menstruatiecyclus.
Dag 1–5:
Dag 6–14:
Dag 14:
Dag 15–28:
19 Zet deze gebeurtenissen in de juiste volgorde:
Innesteling
Bevruchting
Ontwikkeling embryo
Zwangerschap
20 Omcirkel het woord dat niet past en leg kort uit.
a Eierstok – eicel – zaadcel – hormonen
b Penis – zaadleider – teelbal – eileider
c Baarmoeder – menstruatie – cyclus – sperma
21 Kruis aan.
a Menstruatie duurt bij iedereen even lang. Ja Nee
b Een eisprong gebeurt elke maand. Ja Nee
c De prostaat voegt vocht toe aan de zaadcellen zodat er sperma ontstaat. Ja Nee d Een zaadlozing is gezond voor je lichaam. Ja Nee
22 Zet een kruisje bij wat het best past.
Innesteling gebeurt:
meteen na bevruchting enkele dagen later pas na de geboorte
23 Noteer:
• Twee overeenkomsten tussen het mannelijk en vrouwelijk voortplantingsstelsel: 1 2
• Twee verschillen tussen het mannelijk en vrouwelijk voortplantingsstelsel: 1 2
24 Leg in 3 à 4 zinnen uit waarom menstruatie optreedt als er geen bevruchting plaatsvindt.
25 Lees de tekst. Er staan een aantal fouten in. Onderstreep ze en schrijf de correcte informatie. “Zaadcellen worden geproduceerd in de prostaat en reizen via de eileider naar de baarmoeder waar ze een eicel kunnen bevruchten.”
3.1 Anticonceptiemiddelen
Geef twee redenen waarom mensen seks met elkaar hebben.
Niet elke keer wanneer een man en vrouw vrijen, willen ze zwanger worden. Welke middelen ken jij al om een zwangerschap te vermijden?
Anticonceptie betekent het voorkomen van een zwangerschap. Er bestaan voorbehoedsmiddelen of anticonceptiemiddelen die ervoor zorgen dat je niet zwanger wordt bij de geslachtsgemeenschap.
Tijd om die voorbehoedsmiddelen eens van dichterbij te bekijken. Je zal hierbij gebruikmaken van de website www.allesoverseks.be. Op deze site kan je vaak antwoorden vinden op vragen in verband met seks, puberteit, gevoelens, gevaren …
Surf naar de website www.allesoverseks.be en kies de categorie ‘Anticonceptie’ of scan de QR-code hiernaast. Vul de paspoorten over de voorbehoedsmiddelen verder aan met behulp van de informatie op de website.

Naam:
Gebruiker: man / vrouw
Werkwijze: Wordt over de penis in erectie geschoven. Na gebruik weggooien.
Bevat hormonen: ja / nee
Betrouwbaar:
Te koop: vrij te koop / op doktersvoorschrift
Waar kopen?

Naam:
Gebruiker: man / vrouw
Werkwijze: Dagelijks slikken gedurende drie weken. Daarna één week pilvrij.
Bevat hormonen: ja / nee
Betrouwbaar:
Te koop: vrij te koop / op doktersvoorschrift
Waar kopen?

Naam:
Gebruiker: man / vrouw
Werkwijze: In de vagina plaatsen gedurende drie weken. Daarna één week ringvrij.
Bevat hormonen: ja / nee
Betrouwbaar:
Te koop: vrij te koop / op doktersvoorschrift
Waar kopen?

Naam:
Gebruiker: man / vrouw
Werkwijze: Wordt geplaatst door een arts en werkt gedurende 3 tot 5 jaar. Koper is giftig voor zaadcellen.
Bevat hormonen: ja / nee
Betrouwbaar:
Te koop: vrij te koop / op doktersvoorschrift
Waar kopen?

Naam:
Gebruiker: man / vrouw
Werkwijze: Niet vrijen tijdens de vruchtbare periode.
Bevat hormonen: ja / nee
Betrouwbaar:
Te koop: vrij te koop / op doktersvoorschrift
Waar kopen?

Naam:
Gebruiker: man / vrouw
Werkwijze: Wekelijks op de huid plakken gedurende drie weken. Daarna één week pleistervrij.
Bevat hormonen: ja / nee
Betrouwbaar:
Te koop: vrij te koop / op doktersvoorschrift
Waar kopen?

Naam:
Gebruiker: man / vrouw
Werkwijze: Wordt ingespoten door een arts en werkt drie maanden.
Bevat hormonen: ja / nee
Betrouwbaar:
Te koop: vrij te koop / op doktersvoorschrift
Waar kopen?

Naam:
Gebruiker: man / vrouw
Werkwijze: Staafje wordt onder de huid geplaatst door een arts en werkt 3 jaar.
Bevat hormonen: ja / nee
Betrouwbaar:
Te koop: vrij te koop / op doktersvoorschrift
Waar kopen?

Naam:
Gebruiker: man / vrouw
Werkwijze: Wordt in de vagina gebracht en penis moet in het hoesje gaan. Na gebruik weggooien.
Bevat hormonen: ja / nee
Betrouwbaar:
Te koop: vrij te koop / op doktersvoorschrift
Waar kopen?

Naam:
Gebruiker: man / vrouw
Werkwijze: De man trekt de penis terug uit de vagina net voor de zaadlozing.
Bevat hormonen: ja / nee
Betrouwbaar:
Te koop: vrij te koop / op doktersvoorschrift
Waar kopen?
Vaak wordt er gedacht dat er geen kans is op zwangerschap als de man zich terugtrekt voor de zaadlozing. Dit is niet waar! Ook in het voorvocht, dat voor de zaadlozing uit de penis komt, zitten soms zaadcellen.
Er bestaat een noodpil. Wanneer je onbeschermde seks hebt gehad, kun je tot maximaal 72 uur na het seksueel contact deze noodpil innemen. De noodpil verkleint de kans op een zwangerschap en is vrij te koop bij de apotheker.
Er bestaan operaties zowel bij mannen als vrouwen, die de zwangerschap onmogelijk maken. Ze noemen dit sterilisatie.

In België is 1 op 4 zwangerschappen ongepland! Maar ongepland hoeft niet altijd te betekenen dat de zwangerschap ook ongewenst is.
Wanneer er sprake is van verminderde vruchtbaarheid zijn er ook andere manier om zwanger te worden zoals IVF.
3.2 Seksueel overdraagbare aandoening (soa)
Je hebt in deze module al geleerd over hoe je jezelf kan beschermen tegen een ongewenste zwangerschap. Maar wanneer twee personen met elkaar vrijen, kan het ook gebeuren dat er een ziekte wordt verspreid. Oppassen dus!
Oriëntatie
Onderzoeksvraag
Welke gevaren voor de gezondheid brengt onveilige seks met zich mee?
Hypothese
Ik denk dat
Voorbereiding
Materiaal
Bekers
Water
Glucose-oplossing
Glucose teststrips
Uitvoering
Stappenplan
1 Eén persoon krijgt een beker de glucose-oplossing. De anderen krijgen een beker met gewoon water.
2 Iedere speler kiest drie personen uit die ze gaan aanspreken.
3 Wanneer je een persoon aanspreekt, giet je één beker in de beker van de andere en verdeel je de vloeistof terug over de twee bekers.
4 Op het einde van het spel test iedereen het water in zijn beker met een teststrip. Zo spoor je glucose op.
Resultaten
Welk resultaat geeft de teststrip aan voor jouw beker?
Reflectie
Besluit
Hoeveel personen hebben na het spel suiker in hun beker met water?
Stel dat de suiker een ziekte voorstelt. Wat kan je dan besluiten na deze proef?
Door onbeschermde seks kunnen ziektes verspreid worden. Het is belangrijk om jezelf daar ook tegen te beschermen.
Surf naar de website www.allesoverseks.be en kies de categorie ‘Soa’s en hiv’ of scan de QR-code hiernaast.
Waarvoor staat de afkorting ‘soa’?
Seksueel overdraagbare aanraking
Seksueel overdraagbare aandoening
Seksueel ongepaste activiteit
Seksueel onaanvaardbare aanraking
Welke soa wordt het meest vastgesteld in België?
Syfilis
Chlamydia
Gonorroe
Hiv
Wanneer is de kans op een soa het grootst?
Geef drie tips om een soa te vermijden. 1 2 3
Welk anticonceptiemiddel beschermt het beste tegen soa’s?
Een soa is een seksueel overdraagbare aandoening. Je kan die ziekten oplopen door onveilige seks te hebben met een besmet persoon.
Soa-informatiewijzer
soahoe raak je besmet?symptomenbehandeling / genezing
chlamydia
contact met en tussen geslachtsorganen
herpes door (orale) seks of zoenen
syfilis
gonorroe
genitale wratten
contact tussen en met geslachtsorganen of zoenen
contact tussen en met geslachtsorganen
vaak geen klachten, soms buikpijn, branderig gevoel bij plassen en etter antibiotica
jeuk, pijn bij plassen en vochtblaasjes
meestal geen behandeling nodig, maar virus blijft wel voor altijd in het lichaam
zweertjes die geen pijn doen en nietjeukende uitslag antibiotica
pijn bij plassen en groengele afscheiding antibiotica
seksueel contact of huid tegen huid wratten en jeukbevriezen of wegsnijden
schurft intiem lichamelijk contact of langdurig contact met besmet textiel nachtelijke jeuk en uitslag crème smeren of pillen en wasvoorschriften
schaamluizen intiem lichamelijk contact of langdurig contact met besmet textiel jeuk
shampoo en crème smeren en wasvoorschriften
hiv onbeschermde seks of bloedcontact griepklachtenongeneeslijk
De symptomen kunnen bij mannen en vrouwen anders zijn. Raadpleeg altijd een dokter bij twijfel!
Ieder kind tussen 11 en 13 jaar kan gratis worden gevaccineerd op school tegen het humaan papillomavirus (HPV).
HPV kan via seksueel contact worden overgedragen.
HPV kan onder andere zorgen voor baarmoederhalskanker, peniskanker en genitale wratten.
Het vaccin werkt het best voor je seksueel actief wordt.
CHECK-UP
Heb ik het begrepen?
Opdracht 11
Lees de situaties en noteer welke soa de persoon mogelijk heeft opgelopen.
Eline heeft seks gehad. Ze gebruikte geen condoom. Eline merkt dat ze pijn heeft bij het plassen en er een groengele afscheiding uit haar vagina komt.
Jonas blijft regelmatig slapen bij Hugo. Enkele dagen geleden merkte Jonas op dat hij vooral ’s nachts veel jeuk heeft. Zijn hele lichaam staat ook vol met uitslag.
Ayman en Sienna vrijen zonder condoom. Sienna merkt op dat ze last begint te krijgen van pijn bij het plassen en kleine vochtblaasjes rond haar vagina.
Opdracht 12
Zet een in het groen wanneer de omschrijving past.
Zet een in het rood wanneer de omschrijving niet past.
beschermt tegen ziektes bevat hormonen op doktersvoorschrift weinig denkwerk
condoom de pil spiraaltje prikpil hormoonstaafje pleister
26 Kruis het juiste antwoord aan.
Anticonceptie betekent:
het voorkomen van zwangerschap het stoppen van menstruatie het genezen van soa’s
27 Duid het juiste antwoord aan.
Een soa is:
een ziekte die je krijgt door slecht eten een aandoening die kan worden overgedragen bij seksueel contact een probleem dat alleen volwassenen hebben
28 Kruis aan.
Je kan een soa krijgen zonder dat je iets merkt. Waar Niet waar Soa’s komen alleen voor bij volwassenen. Waar Niet waar
29 Kruis aan.
anticonceptiemiddel beschermt tegen zwangerschap? beschermt tegen soa’s?
30 Op de afbeeldingen zie je enkele voorbehoedsmiddelen. Schrijf hun namen op de juiste plaats in het kruiswoordraadsel.







31 Hoe gebruik je een condoom? Zet de omschrijvingen in de juiste volgorde door de cijfers van de tekeningen erbij te plaatsen.
Maak een knoopje in het condoom.
Check de vervaldatum en of de verpakking van het condoom niet stuk is.
Scheur de verpakking voorzichtig open aan de inkeping. Gebruik geen schaar, tanden of scherpe nagels om te voorkomen dat het condoom scheurt.
Rol het condoom af over de volledige lengte van de penis. Het condoom is nu klaar voor gebruik.
Gooi het condoom in de vuilnisbak en nooit in het toilet!
Zorg dat de opgerolde rand van het condoom aan de buitenkant zit.
Knijp het topje van het condoom dicht en plaats het condoom op de top van de penis.
Haal na gebruik het condoom voorzichtig van de penis.
32 Kruis aan wat helpt om soa’s te voorkomen.
Condoom gebruiken
Je laten testen
Geen anticonceptie gebruiken
Erover praten
33 Lees de stelling en leg uit waarom ze juist of fout is.
“Je ziet altijd aan iemand of die een soa heeft.”
34 Welke vorm van anticonceptie past het best? Noteer de naam.
1 Je wil bescherming tegen zwangerschap én soa’s. →
2 Je wil langdurige bescherming tegen zwangerschap. →
35 Lees en leg uit of je akkoord bent.
“Het condoom is het enige anticonceptiemiddel dat ook tegen soa’s beschermt.”
36 Een jongere is onzeker en denkt dat hij/zij misschien een soa heeft.
Wat is goede en veilige raad? Schrijf 3 tips.
anticonceptie zwangerschap voorkomen bevruchting samensmelten van een eicel en een zaadcel eicelrijping rijpen van de eicel in de eierstok gender hoe iemand zich voelt of identificeert geslacht biologisch, man of vrouw geslachtscel cel betrokken bij de geslachtelijke voortplanting geslachtskenmerk biologisch kenmerk dat typisch is voor een geslacht geslachtsorgaan orgaan dat als taak voortplanting heeft menstruatie maandelijkse bloeding van het baarmoederslijmvlies orgasme hoogtepunt bij seksuele prikkeling puberteit periode waarin jongen opgroeit tot man en meisje tot vrouw soa seksueel overdraagbare aandoening sperma mengsel van zaadcellen en toegevoegd vocht via onder andere de prostaat voorbehoedsmiddel middel dat zwangerschap voorkomt zaadlozing sperma verlaat het lichaam van de man via de penis
STUDIEWIJZER
ik ken het!
paginanummer
de primaire en secundaire geslachtskenmerken van mannen en vrouwen opsommen. p.4-5
de delen van het voortplantingsstelsel bij mannen en vrouwen benoemen. p.13 p.15
de functies van de organen van het voortplantingsstelsel bij mannen en vrouwen opsommen. p.13-16
de fasen van de menstruatiecyclus in de juiste volgorde plaatsen. p.17-19
de fasen van een zwangerschap in de juiste volgorde plaatsen. p.20-21
voorbeelden geven van anticonceptiemiddelen en hun werking. p.27 uitleggen op welke manier je jouw voortplantingsstelsel gezond kan houdenp.30
Auteur Tim Stoelen met medewerking van Diederik Maebe
Eerste editie
Bestelnummer 90 808 0522 (module 5 van 5)
ISBN 978 90 4865 286 0
NUR 126
Thema YPMP Verantwoordelijke uitgever die Keure, Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge
KB D/2026/0147/022
RPR 0405 108 325 - © die Keure, Brugge Colofon
Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No parts of this book may be reproduced in any form by print, photoprint, microfilm or any other means without written permission from the publisher. De uitgever heeft naar best vermogen getracht de publicatierechten volgens de wettelijke bepalingen te regelen. Zij die niettemin menen nog aanspraken te kunnen doen gelden, kunnen dat aan de uitgever kenbaar maken.
Die Keure wil het milieu beschermen. Daarom kiezen wij bewust voor papier dat het keurmerk van de Forest Stewardship Council® (FSC®) draagt. Dit product is gemaakt van materiaal afkomstig uit goed beheerde, FSC®-gecertificeerde bossen en andere gecontroleerde bronnen.