Skip to main content

Module 4

Page 1

A-stroom

B 1

Module 4


Weet vooral: gedichten zitten overal 1 Bekijk de zes beelden. Bespreek de volgende vragen. a Wat zie je op de afbeeldingen? b Om welk voorbeeld gaat het telkens? advertentie affiche gedicht uitnodiging Je bent zo mooi anders dan ik,

c Ken je zelf nog andere voorbeelden?

natuurlijk niet meer of minder maar

1

zo mooi anders, ik zou je nooit anders dan anders willen.

K. Schippers, Een leeuwerik boven een weiland, 2003, Em. Querido’s Uitgeverij bv

Hans Andreus

2

3 d Welk kanaal wordt hier gebruikt?

2

4


5

© Maarten Inghels / Foto: Dries Segers

Ted van Lieshout, uit Hou van mij, Leopold 2009

2

6

3

Wat doen deze teksten met jou als lezer? overtuigen

interactief

Ben je het eens met de volgende stellingen? Waarom wel / niet?

informeren

1 Poëzie is moeilijk.

activeren ontroeren

2 Een goed gedicht moet rijmen.

ontspannen instructies geven

3 Een liedje kan ook poëzie zijn.

4 Poëzie is iets voor

meisjes.

5 Poëzie beleef je met al je zintuigen.

6 Iedereen kan poëzie schrijven.

7 Poëzie is kunst.

Een narratieve tekst drukt gevoelens en emoties uit; de zender wil de ontvanger raken, ontroeren of ontspannende lectuur aanbieden. Bij dit soort tekst is het tekstdoel: ontroeren, raken, ontspannen. Er zijn verschillende teksttypes: gedicht, lied, raptekst …

3


Ik val in zwijm voor hemels gerijm 1 Lees onderstaand gedicht.

___________________________________________

Ik weet me geen raad Ik weet me geen raad zit niet lekker in mijn vel het voelt erg krap en het knelt als de hel Ik lijk net een kip die zijn ei nergens kwijt kan ik ben van de leg Ik ben zelf een ei, man! Ik vind mijn ........................... niet het is alleen maar gedoe geen kip kan mij helpen waar moet ik naartoe? Ik heb echt geen idee heeft iemand het wel? wie heeft er voor mij een veel ruimer vel? Frank Eerhart

a Wat is de boodschap van de zender? _________________________________________________ _________________________________________________

d Welke woordsoort is dit?

4

b Welk woord ontbreekt volgens jou op de stippellijn? ____________________________________ Vul aan in het gedicht. c Wat vind je van het gedicht? Kies hieronder één woord dat erbij past en vul het in de wolk bij het gedicht in. spannend, saai, werkelijk, onwerkelijk, e Dit is een beletselteken. lachwekkend, droevig, begrijpelijk, Je gebruikt het om een zin of een woord af te breken; onbegrijpelijk, gevoelig, interessant, herkenbaar, bij een aarzeling; onherkenbaar, verrassend, voorspelbaar, griezelig, bij een onvolledige opsomming; rustgevend, leerzaam, braaf, origineel, choquerend, om een stuk uit een citaat te laten romantisch, meeslepend, verrassend, grappig … wegvallen.


2 Wat is dichterlijke vrijheid, denk je? _____________________________ ___________________________________________________________________________________________________ _____________________________ ___________________________________________________________________________________________________

3 der aan ‘vel-hel’, Wat valt op aan de woorden ‘krap-knelt-kip-kwijt’? En wat is er bijzon ‘kan-man’ en ‘lekker-vel-knelt-hel’? Hoe noemen we dit? _____________________________ ___________________________________________________________________________________________________ Moet een gedicht rijmen volgens jou?

Wat is het effect?

Wanneer dezelfde klanken terugkeren in verschillende woorden, spreken we van rijm. Bij beginrijm keren dezelfde klanken bij het begin van een woord terug (krap-knelt-kip-kwijt). Je vindt dit vaak in slogans, reclame of titels van strips. Bij binnenrijm keren klanken in het midden van een woord terug (lekker-vel-knelt-hel). Bij eindrijm keren klanken op het einde van de versregel terug (vel-hel/kan-man).

4 Lees het gedicht.

Op een kip

a Bedenk twee zaken of situaties waarnaar jij soms nieuwsgierig bent. Waarom is dat zo?

___________________________________________

Een kip sprak peinzend tot een ei: ‘Wie was er eerder: ik of jij? De wijsbegeerte mag misschien op deze vraag geen antwoord zien, maar ik heb, wat men ook mag zeggen, nog nooit een ei een kip zien leggen.’ Uit Het Grote Beestenfeest, Kees Stip, Prometheus

b Wie is de zender?

dichter

schrijver infobrochure

c Wie is de ontvanger?

lezer gedicht

persoon die informatie wil over kippen

d Wat is het doel van de zender?

raken, ontroeren

kind dat iemand wil overtuigen

informeren

overtuigen

e Welke woorden herken je in het begrip ‘wijsbegeerte’? Wat betekent het woord? __________________________________________________________________________________________________________________________________ f In het gedicht staat een dubbele punt. Waarvoor gebruik je dit leesteken zoal? __________________________________________________________________________________________________________________________________

5

der het helemaal te begrijpen?

Kun je een gedicht mooi vinden zon

5


6 Lees het gedicht.

Weten

___________________________________________

Weten, weten ik wil alles weten Hoe heten de planeten Wat zijn eigenlijk kometen En hoe groot is het heelal? Is de aarde nu geschapen Of begon het met een knal? Ik wil weten waar het eindigt En hoe dat gebeuren zal Hoe heten de profeten En hoe komt het dat we zweten En hoe klein is een atoom? Is het zeker dat we leven Of is alles maar een droom? Kunnen dieren denken, denk je Kun je praten met een boom? Zijn boleten om te eten Is verliefdheid ook te meten En hoe lang is een Chinees? Poetst een olifant zijn tanden Heeft een vis nooit watervrees? Kunnen beren broodjes smeren Hoeveel weegt een pimpelmees Weten, weten Ik wil alles weten Weten, weten Wat is er veel te weten Ik ben de helft al vergeten Koos Meinderts

a Wat is een boleet, denk je? Hoe kom je hiertoe?

b Hoe stel je je de ik-figuur voor? O Een opa die vragen stelt aan zijn kleinzoon. O Een tienjarige die vragen stelt aan zijn ouders. O Een meester die vragen stelt in de klas. O Ik denk dat de ik-figuur ‌

7 Op welke twee andere vragen zou jij graag een antwoord wi llen weten?

8 Vul het gedicht aan met minimaal vier regels. Wie het aandurft, mag in beginrijm, middenrijm of eindrijm dichten. _____________________________________________________________________________________________________________________________________ _____________________________________________________________________________________________________________________________________

6 _____________________________________________________________________________________________________________________________________ _____________________________________________________________________________________________________________________________________


Gedichten hebben veel gezichten Doet denken aan ...

1 Beluister en bekijk het filmpje. a Welke gevoelens drukt de jongen uit? Kruis aan. O onmacht

O stunteligheid

O verdriet

O hoop

O…

b Waaruit leid je dat af? Bespreek. c Dit filmpje is een mix van twee zaken. Welke? ___________________________________________________________________________________________________

_________________________________

d Zou je uit de vorige vraag kunnen afleiden hoe we zo’n gedicht noemen? ___________________________________________________________________________________________________

_______________________________

Uit Opa laat zijn tenen zien, 2008, Em. Querido’s Uitgeverij Tekst © 2008 Edward van de Vendel, illustraties © 2008 Floor de Goede

11 2 Weet je nog hoe we onderstaand gedicht noemen? Waarom, denk je? Vul je antwoord aan op de invullijnen.

___________________________________________

7


Dit geluid kruipt onder mijn huid 3 Lees dit klankgedicht.

___________________________________________

a Welke code wordt hier gebruikt? ____________________________

…………………………….

The sparrow

Tjielp tjielp – tjielp tjielp tjielp tjielp tjielp tjielp – tjielp tjielp tjielp tjielp tjielp tjielp tjielp tjielp tjielp tjielp tjielp

Chirp chirp – chirp chirp chirp chirp chirp chirp – chirp chirp chirp chirp chirp chirp chirp chirp chirp chirp chirp

Tjielp etc

Chirp etc.

Jan Hanlo

vertaald door James Brockway

b Wat is het kanaal? ____________________________________

c Naar welke vreemde taal is het oorspronkelijke gedicht van Jan Hanlo vertaald? __________________________________________________________________________________________________________________________________ d Hoe luidt de titel in het Nederlands? Vul aan op de stippellijn.

Wist je dat de geluiden die dieren maken, anders klinken in verschillende talen … Welk geluid maakt een haan - in het Nederlands? - in het Engels? - in het Frans? En een duif?

8

Wist je dat?


Ander getwitter a Welk kanaal wordt hier gebruikt?

4 Lees deze tweet.

strategieën

Met al wat gebeurt, verzint men iets nieuws, dan wordt Van Dale dikker. #VDtwaiku

___________________________________________

b Hoe noemen we het gedicht op de illustratie? Tip: De eerste regel van dit gedicht telt 5 lettergrepen, de tweede 7 en de derde nog eens 5. een panko

een taikwondo

een twaiku

een jujutsu

c Waar komt dit woord vandaan? _________________________________________________________________________________________________

Ik protesteer maar al te graag, meneer! 5 Lees je wel eens gedichten via sociale media? Bespreek.

6 Lees het gedicht.

Hans

a Wat is het doel van de zender? ____________________________________

Mijn broer krijgt nieuwe voetbalschoenen ik moet zijn ouwe als ik ook nieuwe wil zeggen ze: flauwe kul, ze gaan nog jaren mee oké ik krijg geen blaren nee ik krijg de broek, de trui, de fiets, de jas van Hans allemaal voor mij tweedeHans. Frank Eerhart

___________________________________________

b Omcirkel. De laatste versregel klinkt verrassend – voorspelbaar – grappig – flauw. c Waar is hier sprake van dichterlijke vrijheid? ______________________________________________________________________________________ d Hoe zou je zo’n gedicht noemen? _____________________________________________

9


Heb je mij in het vizier? Ik ben hier! 7 Bekijk dit gedicht.

___________________________________________

a Hoe is dit gedicht ontstaan, denk je?

b Hoe noemen we zo’n gedicht? zintuigengedicht

Š Loes Vork

stiftgedicht beeldgedicht

8 Bekijk dit filmpje van Dimitri Antonissen. a Wat is het sleutelwoord? geodriehoek krant schrappen b Om welk voorbeeld gaat het? krantenartikel gedicht spelregels c Wat is het register? dialect jongerentaal ___________________________________________

10

Standaardnederlands


9 Lees onderstaande tekst.

Hoe maak je een geslaagd ____________________________________________________? • Blader door de krant tot je ergens een zin of zelfs maar één woord vindt dat je raakt. • Je hoeft daarvoor niet écht te lezen: gewoon scannen op klankkleuren. • Kijk of je vanuit dat woord naar enkele andere woorden of zinnen kunt springen, waarmee je het begin van een gedicht kunt maken. • Het mooiste wordt het als je woorden gebruikt die uit twee verschillende artikels komen. Dat zorgt voor een verrassender resultaat. • Blijf heel vrij in de associaties die je maakt. Het is prima om te gaan zoeken of de woorden die je voor het vervolg in je hoofd hebt, te vinden zijn in de tekst. Maar blijf evengoed openstaan voor heel andere richtingen die het stiftgedicht kan uitgaan. • Stiftgedichten vind je in álle secties van de krant. Ik heb er gemaakt uit de boekenbijlage, maar evengoed uit de tv-pagina’s, beurscijfers en het weerbericht. • Ik bedenk altijd eerst het volledige gedicht in mijn hoofd. • Daarna omlijn ik de passages, woorden of letters die ik zal gebruiken. • Pas dan begin ik met een stift de rest weg te strepen. Dat laatste is het mooiste moment. Het heeft iets heel tactiels om te zien dat een gedicht -dat op dat moment enkel in je hoofd bestaat- door het wegstrepen van andere woorden uit die tekst tevoorschijn komt. bron: www.canvas.be

Dimitri Antonissen, overdag adjunct-hoofdredacteur bij Het Laatste Nieuws / HLN.be en ‘s avonds stiftdichter.

11


a Wat heb je nodig? Noteer twee zaken. 1 _________________________________________________________________________________________________________________________________ 2 _________________________________________________________________________________________________________________________________ b Hoe ga je te werk? Noteer vier stappen. Gebruik bevelende zinnen. 1 _________________________________________________________________________________________________________________________________ 2 _________________________________________________________________________________________________________________________________ 3 _________________________________________________________________________________________________________________________________ 4 __________________________________________________________________________________________________________________________________

10 Neem een artikel uit een krant of een tijdschrift. Ga aan de slag en creĂŤer je eigen gedicht. Maak er een foto van.

12


A-stroom

B 1

4 Module l b en unde Gedicht


Vier heel dikke poten Alsof ik heel dik ben, zo vrolijk voel ik me. Alsof ik vier heel dikke poten heb.

Alsof ik met die vier heel dikke poten heel hoog in de lucht gesprongen ben. Alsof ik met die vier heel dikke poten heel vrolijk en hard blaf. Zo vrolijk ben ik vandaag. Uit Een boek van wondere dingen, Anna ĹœwirszczyĹ„ska, De Geus

2


Ik zie de zee Ik zie de zee de zee ziet mij dag zee hoe gaat het? Ik eb, zegt de zee wat heb je? Zeg ik ik heb eb doet dat zeer? nee, zegt de zee een zee heeft geen zeer Uit Een zee heeft geen zeer, Frank Eerhart, DiVers

 

3


Als je nou eens Als je nou eens niet kon sterven, Zou je dan op zwemles gaan? Van de lange duikplank duiken? Zeilen zonder zwemvest aan? Op de hoogste bergen klimmen? Op de smalste richels staan? Langs de diepste kloven lopen? Was daar dan nog wel wat aan?

Als je nou eens niet kon sterven, Was vakantie dan nog fijn? Zou je je nog steeds verheugen Op dat reisje met de trein? Zou je van het strand genieten? Van de zee, de zonneschijn? Van de ijsjes, van de frieten? Zou je dan gelukkig zijn? Uit Doodgewoon, Bette Westera, Gottmer

4


Verdriet is drie sokken Verdriet is drie sokken: een te weinig een te veel en altijd ergens een helemaal alleen Uit Verdriet is drie sokken, Koos Meinderts, Lemniscaat

5


Touwtjes om de wolken Als de hemel is verdwenen, mag ik dan je dromen lenen? Dromen om te reizen, wegen om te wijzen. Koffer om te dragen, stop hem vol met vragen. Stop hem vol met bloemen, ‘k zal je naam niet noemen, ‘k zal je naam niet schrijven. Wil je dan misschien toch blijven?

‘k Zal de sleutel voor je vinden, touwtjes om de wolken binden. Alle muizenissen vangen, Aaien, aaien langs je wangen. Zoenen op je mond. Als je komt. Mary Heylema

6


Liefde Liefde is een mooie vervoeging van het werkwoord leven. We liefden nog lang en gelukkig ‌ Uit We liefden nog lang en gelukkig, Geert De Kockere, De Eenhoorn

7


SiberiĂŤ Geef me je jas van bont van teddyberen Sla je arm om me heen en al je winterkleren. Zoen me tot ik warm word. Zoen me tot ik spin. Trek je eigen huid dan uit, stop mij eronder in. Sus me met je hartslag. Wij ons wij ons wij ons. Maak van dit veel te grote bed een heel klein fort van dons. Uit Zoen me tot ik spin, Bart Moeyaert, Querido

8


Spraakgebrek achteraf weet ik wat ik had willen zeggen precies wat ik had moeten doen grijp ik alle kansen eindigt ons gesprek niet in spraakgebrek als jij weg bent durf ik pas tegen je te dansen maak ik fijne grappen duw de anderen opzij vind ik eindelijk de woorden die veel vroeger hoorden zie ik jou jij mij Uit Ik schilder je in woorden, Hans Hagen, Van Goor

9


Tegelliedje Kom ik uit mijn school vandaan en moet ik naar huis toe gaan, moet ik tegels overslaan. Eén, drie, vijf en zeven, en dan moet ik ook nog even, eenmaal tweemaal om de lantarenpaal. Deze tegel sla ik over en op deze sta ik. Vind je mij een rare vogel? Ja, meneer, dat snap ik. ’t Is een eigenaardig spel, dat ik alle tegels tel, deze niet en deze wel. Drie, vijf, zeven, negen,

10

dan kom ik een boompje tegen, hink ik op mijn linkerbeen, om dat boompje heen. Deze tegel sla ik over, en op deze stap ik. Ja, meneer, dat snap ik. Tegels tellen met je voet, en waarom je zoiets doet, dat begrijp je zelf niet goed. Zeven, negen, ellef, ’t gaat alhaast vanzellef. ’t Is een raar geval – Moeder! dag! Daar ben ik al! Uit Berichten voor bezorgde kinderen, Willem Wilmink, Kosmos Uitgevers


Berceuse nr. 2 Slaap als een reus slaap als een roos slaap als een reus van een roos reuzeke rozeke zoetekoeksdozeke doe de deur dicht van de doos Ik slaap Uit Verzamelde gedichten, Paul van Ostaijen, Prometheus/Bert Bakker

11


Je bent zo mooi anders Je bent zo mooi anders dan ik,

ik zou je nooit anders dan anders willen.

natuurlijk niet meer of minder maar zo mooi anders,

Uit Je bent zo mooi anders,

12

Hans Andreus, Uitgeverij Holland


Verliefd ‘k Had gedacht dat ik… Hoe heet dat? Dat het me wat meer zou doen. Dat ik nachten niet zou slapen na die allereerste zoen.

Maar ik voel echt niks bijzonders, beide voeten op de grond. ’t Zal vast reuze abnormaal zijn, ‘k ben misschien niet eens gezond!

En mijn hoofd niet naar studeren, niet meer eten ook, afijn: louter leven van de liefde, rozegeur en maneschijn.

’t Zou natuurlijk ook nog kunnen -daarop houden we ’t dan maardat dat meisje wel op mij viel en ik (sorry) niet op haar. Uit Soms, dan heb ik flink de pest in, André Sollie, Houtekiet

13


In de bibliotheek Ik wist niet dat je hier was – moest je niet tot tijgers spreken de wolken de weg terug wijzen een storm in je bed leggen? Dat je hier zou zijn tussen gedichten dat had ik in mijn droom niet gezien ik geloof dat ik hier blijf om je tot sluitingstijd te lezen. Uit Een boek van wondere dingen, Min Thu, De Geus

14


Vakantieherinneringen bewaren Knip hemelsblauwe lappen uit de lucht blaas de wolken naar gisteren scheur golvende stroken uit het aquamarijn van de zee plak ze thuis op de muur en de vloer zet je bed er middenin hijs de zeilen tel knopen vaar door de inktblauwe lucht vergeet de wekker Uit Weten waar de woorden zijn, Mariet Lems, Saam Uitgeverij

15


De straten Op een dag zag ik alles omgekeerd. De straten als de hemel van de hemel. De deuren als open armen van welkom. De mensen die me allemaal kenden. De glimlach die iedereen voor me had. Ik wist niet meer of ik omgekeerd zag of dat straten, deuren, mensen gewoon zo kunnen zijn. Uit Een boek van wondere dingen, Badria, De Geus

16


Laten we ons richten op zinnen in alle maten en gewichten 11 Teken de giraf rond het gedicht. Welke code werd hier gebruikt? _____________________________________

Over de giraffe etc. De langste zin ___________________________________________ is nog te kort om op te schrijven wie hij is, wat hij doet, wat hij voelt, hoe hij eet, hoe hij met zijn lange nek een bosje stro te grazen neemt, hoe hij eruitziet, wat hij denkt en wat hij leest bijvoorbeeld dit gedicht over de giraffe etc. Uit Nijlpaard in onzichtbaar Egypte, Jan de Bas, Merweboek uitgeverij

a Hoe noemen we zo’n gedicht, denk je? _______________________________________________

12 Lees nu het gedicht.

b Welke vragen stelt de dichter zich over de giraf? Markeer ze in het gedicht. c Welke soort vragen zijn dit?

ja-neevragen

vraagwoordvragen

d Welke extra vragen zou jij nog willen stellen? Bespreek.

13


Soorten zinnen Een mededelende zin is een zin waarin de zender iets vertelt of iets meedeelt. De zin eindigt met een punt. vb. Vandaag lezen we enkele gedichten. Het wordt een mooie dag. Een vragende zin is een zin waarin de zender een vraag stelt. De zin eindigt met een vraagteken. Er zijn twee soorten vragende zinnen: een vraagwoordvraag en een ja-neevraag. Een vraagwoordvraag is een vraag die begint met een vraagwoord (wie, wat, waar, wanneer, waarom, welk, hoe …). vb. Waarom lezen we poëzie? Hoe schrijf je een elfje? Een ja-neevraag is een vraag die begint met de persoonsvorm en waar het antwoord enkel ja of nee kan zijn. vb. Zullen we zelf een haiku schrijven? Lees je graag poëzie? Een bevelende zin is een zin waarin de zender een bevel uitdrukt en verwacht dat de ontvanger het bevel uitvoert. Een bevelende zin eindigt met een punt of een uitroepteken. vb. Lees dit gedicht in stilte. Doe je ogen maar dicht! Een uitroepende zin is een zin die een sterke emotie uitdrukt. De zin eindigt met een uitroepteken. vb. Die dichter is te gek! Wat een mooie poster!

13 Markeer in de dichtbundel … a b c d e

een mooie mededelende zin in het blauw een duidelijke ja-neevraag in het groen een originele vraagwoordvraag in het oranje een krachtige bevelende zin in het rood een verrassende uitroepende zin in het paars. Wie is Maud Vanhauwaert?

14 Luister en kijk naar het filmpje Ma

ud op de markt.

a Waarvan is dit een voorbeeld? een verhaal een gedicht

een toneeltje

b Waarover gaat het? het leven zoals het is … op de groentem arkt het proces van de tomatenpluk c Wat voelt de dichter? medelijden respect

14

nieuwsgierigheid

r z o n n i g e z ome g h e i d z o e t e z a l i z i n d e r e nd e een verhalend gedicht

h e z o t t i g

een interview

mijmeringen over de tomatenpluk gelijkenis tomaat-eendenworst

afkeer d Welke soort zinnen gebruikt ze vooral om dat gevoel uit te drukken? mededelende zinnen uitroepende zinnen vragende zinnen

verwondering bevelende zinnen


Woorden vangen met beelden die blijven hangen Het loopt spaak met die uitspraak

1 Is de volgende uitspraak letterlijk of figuurlijk bedoeld? Hoe weet je dat? Bespreek.

Letterlijk = Je zegt het zo en je bedoelt het zo. Figuurlijk = Je zegt het zo, maar je bedoelt iets anders. Of iets letterlijk of figuurlijk bedoeld wordt, leid je af uit de situatie.

Doe maar dicht maar 2 Lees het gedicht.

Vrede

i d

___________________________________________

De vrede gaat op reis het zit in een open potje het kan eruit wanneer het wil en wanneer het nodig is het potje is versierd met mooie kleuren het gaat naar plekken waar het nodig is daar gaat de vrede eruit het leven wordt beter er is geen oorlog meer. Alita Smith, 12 jaar, Doe maar Dicht maar 2017

Wat is Doe Maar Dicht Maar?

15


a Kan de vrede echt op reis gaan? Bespreek. b Welk soort taalgebruik hebben we hier?

letterlijk

figuurlijk

c Hoe zit het met het gebruik van hoofdletters en leestekens in het gedicht? _________________________________________________________________________________________________________________________________ d Hoe noemen we dit? _______________________________________________________________________________________________________

3 De tien tekeningen hiernaast beelden telkens een uitdrukking uit. a Schrijf bij elk nummer de uitdrukking. 1 ______________________________________________________________________________________________________________________

________

2 ______________________________________________________________________________________________________________________

________

3 ______________________________________________________________________________________________________________________

________

4 ______________________________________________________________________________________________________________________

________

5 ______________________________________________________________________________________________________________________

________

6 ______________________________________________________________________________________________________________________

________

7 ______________________________________________________________________________________________________________________

________

8 ______________________________________________________________________________________________________________________

________

9 ______________________________________________________________________________________________________________________

________

10 ______________________________________________________________________________________________________________________

________

b Wat betekenen de uitdrukkingen? Schrijf naast elke uitdrukking in subopdracht a de letter die overeenstemt met de juiste betekenis. (a) spontaan zijn – (b) erg blij zijn – (c) iemand beetnemen – (d) afwijken van de regel – (e) zich inzetten voor iets – (f) hoogmoedig zijn – (g) iemand overschatten – (h) iemand prijzen – (i) ermee stoppen – (j) rustig blijven – (k) niet weten wat gezegd – (l) beginnen te schrijven

4 Speel een situatie na. Ge bruik minstens twee uitdrukkingen.

16


1

2

4

5

7

3

6

8

9

17

10


Slam-bang! Gedichtendag

a Welke taal is dit? _________________________________________________ Wat betekent het, denk je? _____________________________________

1 strategieën

Luister en kijk naar het filmpje van deze woordkunstenaars. a Wie is de zender? ______________________________________________________________________________________________________________ b Wie is de ontvanger? __________________________________________________________________________________________________________ c Wat is de reactie van de ontvanger? een standpunt innemen

kennis opslaan en verwerken

geraakt worden met woorden, ontroerd zijn, aangedaan zijn

d Welke code gebruikt de zender?

verbaal

e Welk register gebruikt de zender?

standaardtaal en vreemde taal

non-verbaal

verbaal en non-verbaal standaardtaal

dialect

f Als je weet dat to slam ‘knallen, dichtslaan, dichtgooien’ betekent, leg dan uit waarom deze woordkunstenaars slammers genoemd worden. ____________________________________________________________________________________________________________________________________ g Markeer op deze pagina alle synoniemen. h Leg de woordspeling in de afbeelding uit.

Woorden om te kussen

____________________________________________________________________________________________________________________________________

2 Breng je eigen gedicht. Volg het stappenplan.

< Breng de tekst van twee lievelingsliedjes (in het Nederlands) mee. tendag. < Haal uit elk lied twee zinnen die te maken hebben met het thema van Gedich < Vorm groepjes. < Leg alle favoriete regels in een bepaalde volgorde. < Neem het gedicht op. Op de laatste donderdag van < Laat het afspelen in de klas. Gebruik de kijkwijzer om jezelf én de anderen te beoordelen.

18

januari zetten we dichters en gedichten in de kijker. Wat is het thema dit jaar?

verbale aspecten

niet goed

minder goed

goed

heel goed

intonatie spreekvolume uitspraak non-verbale aspecten

niet goed

minder goed

goed

heel goed

mimiek lichaamshouding ondersteunende handgebaren interactie met het publiek


In een lied verberg je je gevoelens niet Ewa ja 1 strategieën

Bekijk de clip Ewa ja van SLM en los de vragen op. a Waarover gaat het lied? oorlog verliefdheid discriminatie school b Welk gevoel roept de tekst bij jou als luisteraar op? Vul in de wolk in. c Wat bedoelt de zender met de uitdrukking ‘ewa ja’, denk je? Komaan, ’t is toch helemaal zo erg niet! Tja, het is uitzichtloos, ik zie het niet meer zitten. Awel ja, het is nu zo, we maken er het beste van.

___________________________________________

d ‘Ewa ja’ werd verkozen tot Kinderwoord van 2017. Wat is het Kinderwoord dit jaar? ____________________________________________________________________________________________________________________________________

Poezie is achteruit luisteren en vooruit zien 2 strategieën

Bekijk en beluister de clip Wat zou je doen? van Ali B en Marco Borsato. a Welk(e) muziekgenre(s) hoor je in dit lied? hiphop pop

reggae

rap

b Wat is het doel van de zender? Hij wil volwassenen ervan overtuigen om geen oorlog meer te voeren. Hij wil kinderen in oorlogsgebieden aanmanen om gelukkig te zijn met wat ze hebben. Hij wil dat je probeert te voelen wat kinderen voelen die geen of weinig toekomst hebben. c Wat is de boodschap van het lied? Je hebt het best geen dromen meer. Je kunt de handen in elkaar slaan en helpen waar het kan. Je mag op je beide oren slapen; alles komt goed.

3 Kies uit de dichtbundel één gedicht en probeer het ofwel zo goed mogelijk voor te dragen ofwel te rappen. TIPS VOORDRAGEN 1 Articuleer duidelijk. 2 Spreek niet te vlug. 3 Leef je voldoende in.

TIPS RAPPEN 1 Laat de maat duidelijk uitkomen. 2 Beweeg mee met het ritme. Gebruik je vingers, klap, dans … 3 Zoek eventueel een passende beat via het internet.

19


Ik val alweer in zwijm voor sprookjes op rijm 4 Luister en kijk naar het sprookje op rijm. a Vul de woorden aan die ontbreken. Een synoniem vind je telkens hieronder. 1 = ontspannen; 2 = listig; 3 = ontsnappen; 4 = een groot feest b Deze versie is behoorlijk anders in vergelijking met het klassieke sprookje. Welk effect heeft het? Deze versie is actueel saai verouderd grappig cool voor tieners ...

Roodkapje was een toffe meid ___________________________________________

Roodkapje was een toffe meid, volgens de boeken droeg ze om haar hoofd altijd mooie rode doeken. Ze had een zieke oma, dus die ging ze bezoeken, met een joekel van een rugzak met appelpannenkoeken.

c gos < gosh (E), wat zou dit betekenen, denk je?

Zo stapte Roodkapje (1) ______________________ door het bos. Ze plukte bloemen in het mos en ze zong erop los. Toen kwam er een wolf en die zei: ‘I’m the boss! Jij loopt fout, ach gos.’ Hij was (2) ______________________ Dus Roodkapje liep om en die wolf ondertussen verkleedde zich haastig als een van haar zussen. Zo ging hij die oma in slaap zitten sussen. Toen vrat hij haar op en hij dook op haar kussen.

d Wat creëer je met een komma? ______________________

Na een halfuurtje kwam Roodkapje binnenwippen. Ze zei: ‘Hoi oma, je moet je haar eens laten knippen.’ De wolf zei: ‘Ha kipje’, hij likte zijn lippen. Hij slokte haar op, voor ze kon (3) ______________________ Toen viel hij in slaap, maar langs het huis liep een Turk. Die stampte naar binnen, want hij hoorde gesnurk. Hij dacht: Dat is maf, een wolf in een jurk. Ik snij ‘m ’s open, die vieze vuile schurk. Roodkapje was verkreukeld, maar ze had geen centje pijn. De Turk vroeg haar ten huwelijk en het werd een (4) _______________________________ Ze kreeg een jurk van satijn en een ring met een robijn. En de wolf moest voor straf bruidsmeisje zijn. Uit Roodkapje was een toffe meid, Marjet Huiberts, Gottmer

20


Oogst Poetry slam Zie het als een bokswedstrijd, een dance battle, maar dan met woorden.

1 Wat weet je al over een poetry slam? Welke slammer(s) ken je al?

2 Wat kom je te weten in het filmpje van het Vlaams Fonds voor de Letteren? Noteer enkele kernwoorden. ________________________________________________________________________________ ________________________________________________________________________________ ________________________________________________________________________________

3 Denk na over een eigen poetry slam. Vul het communicatieschema aan.

ZENDER?

__ ____________________

ONTVANGE

R?

________________ ____ ________________ ____________________ ______________ __ __ __ __ __ __ __ ________________ ________ __ __ __ __ __ __ __ __ __ __ __ ________________ ______ __________

ING L E O BED NDER? ___ ZE ________ _ _ _ _ _ _ _ _

EFFECT ?

________________ ____________________ __ __ __ __ __ __ ______ ________ _ _ _ _ _ ____________________ _ __ __ _ __ _ __ _ __ __ _ __ _ __ _ __ __ ___

___ ________

________ ________ __ ________ _ _ _ _ _ _ _ ____

BOODSCHAP ? _________________________________ ______

_______

_________________________________ ______

_______

KANAAL? ______________________________________________ ___________ ___________________________________21


Ken je een synoniem van ‘maatschappelijk’?

4 Schrijf samen een gedicht. < Vorm een groepje. < Kies een willekeurig thema. Het mag ook maatschappelijk zijn. < Schrijf het thema op een groot blad. Maak er een woordenweb rond. Waar denk je zoal aan? < Ga op zoek naar muziek, beelden, films … in verband met het thema. Met welke woorden verbind je het thema nog? Vul aan in het woordenweb. < Vorm nu met de woorden uit het web korte zinnen of versregels. < Let erop dat je gedicht minimaal twaalf regels lang is.

1 Gebruik originele woorden die samen mooi klinken.

2 Rijm mag, maar het hoeft niet.

3

gen k mooie din Probeer oo t taal: te doen me … en, beelden g in ts o o b a klankn

22

4

Lees, af en t terwijl je sch rijft, oe al e en hardo s een regel p voor .

5 Wees niet te vlug tevreden . Schrap indien nodig. Een goed gedicht ontstaa t niet in één keer.


5 Breng jullie zelfgeschreven gedicht naar voren. • Elk groepslid doet mee. Verdeel dus de versregels onder elkaar. • Begin pas als het publiek ‘1 2 3’ geroepen heeft. • Maak achteraf een kleine buiging. • Neem het applaus in ontvangst. • Luister naar de pluim en de tip van je leerkracht.

SLAM VOORAF 1 Bewerk je gedicht met symbolen voor volume, klemtonen, pauzes, intonatie …

2 Beluister jezelf: Articuleer je voldoende? Is je uitspraak verzorgd?

3

Oefen voor de spiegel: Gebruik je mimiek? Maak je niet te veel overbodige gebaren?

TIJDENS 4 Lees je gedicht niet te vlug voor. Een goed gedicht bestaat niet alleen uit woorden, maar ook uit stilte. Zorg voor spanning.

5

Ritme is ongelooflijk belangrijk bij poetry slam. Zeg de verzen dus heel ritmisch.

6

Kijk je publiek aan. Wacht even, vóór je begint. Adem rustig in en uit.

23


COMMUNICATIESCHEMA

9

2

code

bedoeling 1

3

7

situatie

8

kanaal

10

boodschap

zender 6

register

5

bedoeling

4

ontvanger

effect = 11 ruis

1

Wie is de zender?

spreker, schrijver

2

Wat is het doel van de zender?

ontroeren, raken, ontspannen

3

Wat is de boodschap?

woorden die ontspannen, ontroeren

4

Wie is de ontvanger?

luisteraar, kijker, lezer

5

Wat is het doel van de ontvanger?

ontroerd worden, geraakt worden, zich ontspannen

6

Wat is de reactie van de ontvanger?

ontroerd zijn, geraakt zijn, ontspannen zijn

7

Wat is de situatie?

waar, wanneer, omstandigheden, met wie ...

8

Hoe wordt de boodschap overgebracht?

liedteksten, gedichten, rapteksten

9

Welke code gebruikt de zender?

verbaal (taal) en non-verbaal (gebaren, beelden, mimiek ...)

10

Welk register gebruikt de zender?

formeel, vreemde taal, jongerentaal, standaardtaal, informeel, dialect

11

Welke problemen kunnen er zijn in de communicatie?

auditief, visueel, technisch ...

STUDIEWIJZER - Je kent de onderdelen van het communicatieschema. - Je weet wat een narratieve tekst is en kunt hier een voorbeeld van geven. - Je weet wanneer je een bepaald leesteken moet gebruiken. - Je kunt tekstsoort en tekstdoel benoemen. - Je kunt de soorten zinnen herkennen. - Je weet wat letterlijk en figuurlijk is. - Je weet wat een synoniem is.

Wens dicht was Ik wou dat ik een mooi ge ofd en jij leerde mij uit je ho in de klas en toen je mij voordroeg s. werd ik mooier dan ik wa

TEKSTKENMERKEN NARRATIEVE TEKST -

ontvanger raken met woorden, ontroeren, ontspannen vaak rijm vaak strofen en verzen dichterlijke vrijheid vaak ritmisch vaak figuurlijk taalgebruik gevoel centraal vorm belangrijk

Voorbeelden: (muur)gedicht, lied, raptekst ...

Bestelnummer 850 000 904 Auteur Sofie De Jonckheere Illustratoren Emilie Lauwers, Gudrun Makelberge, Lucas Sauviller, Pieter Van Eenoge Verantwoordelijke uitgever die Keure, Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © die Keure, 2018

Erik van Os Die Keure wil het milieu beschermen. Daarom kiezen wij bewust voor papier dat afkomstig is uit verantwoord beheerde bossen. Deze uitgave is dan ook gedrukt op papier dat het FSC®-label draagt. Dat is het keurmerk van de Forest Stewardship Council®.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Module 4 by die Keure - Issuu