Joannes Josephus Viotta

Fijnjekade 160, 2521 DS The Hague, The Netherlands
www.deussmusic.com
Fijnjekade 160, 2521 DS The Hague, The Netherlands
www.deussmusic.com
Fijnjekade 160, 2521 DS The Hague, The Netherlands
www.deussmusic.com
Instrumentatie :
1 flute
2 oboe
2 clarinets
2 bassoons
2 horns in F
2 horns in D
2 trumpets in D
3 tromboni
Timpani in A, D
Strings
Duration : 9 min
Copyright © 2015 by Dick van Gasteren en Albersen Verhuur B.V. Printed inThe Netherlands
All rights reserved
No part of this publication may be reproduced in any form by any electronic or mechanical means (including photocopying,recording or information storage and retrieval) without permission in writing from the publisher: Deuss Music managed by Albersen verhuur bv Fijnjekade 160, 2521 DS, The Hague
The Netherlands
www.deussmusic.com
Deze uitgave is gebaseerd op een manuscript dat zich bevindt in 'Bijzondere Collecties' van de 'Collectie Toonkunst' van de Universiteitsbiblioteek vanAmsterdam onder catalogusnummer: UBA-Ms-Vio-1-2, PPN-194886433.
Het werk is nooit eerder in druk verschenen en het onderhavige manuscript is waarschijnlijk het enig bestaande exemplaar. Origineel en vermoedelijk sinds 1834 niet meer uitgevoerd.
Geschiedenis van het werk:
Het manuscript betreft een ouverture in d klein, geschreven omstreeks 1834 door Joannes Josephus Viotta (1814-1859) en opgedragen aan het Burger muziekgezelschap 'Musis Sacrum'.
De bezetting van het werk omvat fluit, twee hobo’s, twee klarinetten, twee fagotten, vier hoorns, twee trompetten, drie trombones, pauken en strijkers.
Het manuscript draagt geen titel (Sine Nome). Op de omslag staat vermeld: present exemplaar archief der Maatsch.. En in een ovaal opgeplakt etiket:
Maatschappij ter Bevordering der Toonkunst Ouverture J.J.Viotta
Het manuscript meet 24,5 x 34,5 centimeter en telt 32 pagina's.
Naast een symfonie schrijft Viotta een tweede orkestwerk, een ouverture opgedragen aan het burgermuziekgezelschap 'Musis Sacrum' (opgericht in 1828).
In een brief van 21 juni 1836 schenkt Viotta deze ouverture aan de bibliotheek van de Maatschappij ter bevordering der Toonkunst, naar eigen zeggen uit dankbaarheid voor “het door de maatschappij verschafte genot zoowel door het houden van muzijkfeesten als door het in ‘t werk stellen van andere middelen tot Bevordering der Toonkunst".
Hoewel uit de redactie van deze brief niet blijkt dat Viotta mededingt in de daarvoor geëigende compositiewedstrijd van de maatschappij, vraagt hij desondanks om; “daar in dit jeugdige werk zeker veele fouten en onnaauwkeurigheden zullen zijn om daarop de teregtwijzing van de Maatschappij te ontvangen"
Het lijkt dus toch een verhulde poging zijn werk onder de aandacht van de maatschappij te brengen zonder zich te hoeven onderwerpen aan een officieel oordeel. Was het onderzekerheid of een tactische manoeuvre van de jonge Leidse student?
Hoe het ook zij, in het verslag van de zevende algemene vergadering van de maatschappij staat vermeld dat het archief “is verrijkt met een manuscript van den heer J.J.Viotta te Leiden” en in een brief van Soury1 aan de secretaris van het hoofdbestuur Brem2 lezen we het oordeel van Lübeck, aan wie de compositie blijkbaar ter beoordeling is gegeven, die van oordeel is dat dit werk “groote verdiensten bezit, is geschreven in eenen goeden stijl en correct, dat de bouw en instrumentatie goed is en de samenhang vloeijend ”.
Soury geeft ten gevolge van dit oordeel aan Brem de overweging: “of het Hoofdbestuur (na zoo noodig nog het oordeel van een of meer andere deskundigen te hebben ingewonnen) ook termen kan vinden om dien componist openlijk aan te moedigen het zij door eene voordragt te doen tot het doen drukken -hetzij door dit eene werk bij eene of andere gelegeheid te doen opvoeren -het zij door op eenige andere wijze meerdere publiciteit aan hetzelve te geven”. 3
Tot een gedrukte uitgave is het echter niet gekomen.
Wanneer de ouverture bij het burgermuziekgezelschap 'Musis Sacrum' een eerste opvoering beleefde is niet bekend maar de ouverture wordt in ieder geval op besloten repetitieavonden van Sempre Crescendo van 8 juni en 28 september 1836, en uitgevoerd door het studentenmuziekgezelschap ‘Sempre Crescendo’, herhaald op het armenconcert van 16 november 1836.4 Daarna in 1837 herhaald tijdens besloten repetitieavonden van Sempre Crescendo op 8 maart en 14 juni in 1837. 5
Hoewel beide orkestwerken van hoge kwaliteit zijn, zullen deze ouverture en de symfonie in Es groot de enige werken blijven die Johannes Josephus voor orkest heeft geschreven. Voor verdere informatie wordt verwezen naar een binnenkort te verschijnen uitgave:
‘Joannes Josephus Viotta, dienaar der volksverheffing’door Dick van Gasteren.
Op 11 maart 2012 is de ouverture opnieuw in première gebracht in de concertzaal Musis Sacrum teArnhem door Arnhem Sinfoniëtta onder leiding van Dick van Gasteren.
Wij zijn veel dank verschuldigd aan Simon Groot, musicologisch medewerker van de afdeling 'Bijzondere Collecties' en conservator van de 'Collectie Toonkunst' van de Universiteitsbiblioteek van Amsterdam, die het manuscript van deze ouverture aan ons ter beschikking heeft gesteld en aan Amber Hendriks, die de ouverture in eerste instantie heeft uitgewerkt en al speelklaar gemaakt.
Dick van Gasteren en Fred van der Heijden
2015
H.J. Soury, jurist, Algemeen secretaris Maatschappij ter bevordering der Toonkunst 1836.
2 R.T.Brem Algemeen secretaris Maatschappij ter bevordering der Toonkunst 1837.
3 GemeentelijkArchiefAmsterdam toegangsnr. 611 (toonkunst) inventarisnr. 43, ingekomen brieven 1836-1837, brief. d.d. 3 maart 1837.
4 F. G. W. J. Backer, 'Sempre’s Eeuwfeest', Kroniek van het Leidsch studenten muziekgezelschap “Sempre Crescendo” Leiden: Van Doesburgh 1931, p. 49.
5 RegionaalArchief Leiden, toegangsnr. 0260A, (Minerva) inventarisnr. 394, Programma's en uitvoeringen van Sempre Crescendo.
WIQTVIGVIWG
WIQTVIGVIWG
WIQTVIGVIWG
WIQTVIGVIWG
WIQTVIGVIWG
TSGSVEPIRXERHS