MEI 2026 I JA ARGANG 3 I N ° 2
BELASTINGGIDS
Bescherm uw vermogen tegen de hongerige fiscus
WAT U MOET WETEN 10 WIJZIGINGEN VOOR 2026 I FISCALE SCHOONMAAK POPULAIRE BELASTINGVERMINDERINGEN OP DE SCHOP SPAAR- EN BELEGGINGSOPBRENGSTEN VOOR WELKE INKOMSTEN WERKT EEN AANGIFTE IN UW VOORDEEL?
NET_01_001_20260523_.indd 1
5/20/2026 1:25:02 PM
Vialto Partners is dé referentie wereldwijd als onafhankelijke dienstverlener inzake grensoverschrijdende tewerkstelling. Wij beschikken over meer dan 6.800 specialisten op het gebied van immigratie, sociale zekerheid, belastingen, payroll en technologie (waarvan meer dan 100 in België) en investeren substantieel in technologie en nieuwe diensten wereldwijd. Wij kunnen bedrijven en hun mobiele werknemers nog beter ondersteunen met hun complexe uitdagingen inzake tewerkstelling in een snel veranderende wereld. Vialto Partners is ook graag uw gids bij het het invullen van uw jaarlijkse belastingaangifte en/of het vervullen van alle bijhorende formaliteiten. Wij luisteren graag naar uw persoonlijke noden en bieden u een oplossing op maat via VialtoDirect. VialtoDirect is ons aanbod om particulieren te ondersteunen bij hun belastingverplichtingen op privébasis, met minimale administratieve rompslomp. VialtoDirect voorziet in een volledig digitale dienstverlening, waarbij u via ons beveiligde myMobility-platform de gewenste diensten aankoopt. Een eenvoudige manier om fiscale ondersteuning van de Vialto experts te bekomen.
Interesse? Contact op met ons via VialtoDirectBelgium@vialto.com of bekijk onze website: https://vialtopartners.com/platform/vialtodirect/
NET_01_002_20260523.indd 2
5/19/2026 1:30:43 PM
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
3
BEZOEK ONS: WEBSITE: WWW.MIJNGELD.BE LINKEDIN: LINKEDIN.COM/COMPANY/DE-TIJD/ FACEBOOK: FACEBOOK.COM/DETIJD INSTAGRAM EN TIKTOK: @DE.TIJD X: @TIJD MAIL ONS: VRAGEN@MIJNGELD.BE
INTRO
SONJA VERSCHUEREN CHEF MIJN GELD
Vergissen is menselijk VOOR ALLES IS een eerste keer, zo ook voor het invullen
Dat er sinds vorig jaar een ‘recht op vergissing’ geldt,
van de belastingaangifte. Die eerste keer is voor mij in-
kan ik dan ook alleen maar toejuichen. Een eerste fout te
tussen zo’n 25 jaar geleden. Tax-on-web, het systeem voor
goeder trouw wordt nu niet langer automatisch bestraft
de elektronische belastingaangifte, stond toen nog in
met een belastingverhoging. Uit cijfers van de FOD Fi-
zijn kinderschoenen; je aangifte invullen op papier was
nanciën blijkt dat wel meer mensen zich eens vergissen,
de norm. Eerst in het klad, dan voor echt. Tegenwoordig
maar dat dit doorgaans niet betekent dat ze ook sjoeme-
is het omgekeerd: nog maar 4 procent van de belasting-
len.
plichtigen grijpt naar pen en papier. Ik herinner me van die eerste keer vooral hoe moeilijk
In het aanslagjaar 2025 stelde de fiscus in 62.600 dossiers fouten vast. In maar liefst 53.800 gevallen – goed
ik het vond: het zoeken naar het juiste vakje tussen die
voor 86 procent – werd er geen belastingverhoging
honderden codes, het correct inbrengen van een woon-
toegepast. De meeste belastingplichtigen deugen dus wel
krediet – zaken die ik op school nooit had geleerd.
degelijk.
Intussen ken ik mijn weg in de belastingaangifte al
In deze Belastinggids maken we u opnieuw wegwijs in
wat beter. Net als de meeste mensen vul ik minder dan
uw aangifte, zodat u deze correct kunt invullen en geen
twintig codes in, maar toch blijft het opletten: een fout
enkel fiscaal voordeel mist. Alvast deze tip: krijgt u, net
is snel gemaakt. Jaren geleden vulde ik – mij van geen
zoals bijna 4 miljoen andere belastingplichtigen, een
kwaad bewust – een verkeerde code in, wat leidde tot een
voorstel van vereenvoudigde aangifte – een aangifte die
belastingverhoging. Ik was destijds kwaad op mezelf,
de fiscus al heeft ingevuld met de gegevens die hij van u
maar ook op de fiscus. Het was een onschuldige vergis-
kent? Check deze dan grondig en pas aan of vul aan waar
sing, maar ik werd er wel voor afgestraft.
nodig.
COLOFON ADRES REDACTIE MIJN GELD, TOUR & TAXIS, HAVENLAAN 86C, BUS 309, B-1000 BRUSSEL, REDACTIE@MIJNGELD.BE ALGEMEEN HOOFDREDACTEUR ISABEL ALBERS HOOFDREDACTEUR DE TIJD PETER DE GROOTE CHEF MIJN GELD SONJA VERSCHUEREN EINDREDACTEUR JAN LODEWYCKX ARTDIRECTOR ILSE JANSSENS REDACTEUREN MANON BRASSEUR, PETRA DE ROUCK, ROBBE VAN LIER, PETER VAN MALDEGEM, MATHILDE RIDOLE FOTOGRAAF DIEGO FRANSSENS ILLUSTRATOR FILIP YSENBAERT INFOGRAFICI FRANK SCHULPÉ, FILIP YSENBAERT ABONNEMENTEN TEL. 0800/55.150 E-MAIL ABO@TIJD.BE ADVERTENTIES TRUSTMEDIA, TOUR & TAXIS, HAVENLAAN 86C, BUS 309, B-1000 BRUSSEL, TEL. 02/422.05.11, INFO@TRUSTMEDIA.BE VERANTWOORDELIJKE UITGEVER PETER QUAGHEBEUR. MIJN GELD WORDT GEDRUKT BIJ ROULARTA PRINTING.
DIT MAGAZINE KWAM TOT STAND MET DE MEDEWERKING VAN DEZE EXPERTS VAN VIALTO PARTNERS SOFYANE AFRAS, SIHAME BEN BELGACEM, NICOLAS BOTTEQUIN, PHAEDRA BOUWENS, OLIVIA CHARLTON, JESSY DE BACKER, MAUD DE DECKER, KATHLEEN DE GROOF, TRENTON DE MEESTER, LAURENS DE RUYCK, SIMON DE VOS, ANDY DE WREE, EEFJE DETOLLENAERE, KIM EECKMAN, LAURA GEERTS, DZJOCHAR IBRAGIMOV, MEHDI IKHERRAZEN, BRITT JACOBS, KINGA JANSSENS, LOIS LATON, SIHAM LEFEVRE, TATJANA MELNITSJENKO, PAULINE NEUVILLE, ISLAM OUZZAOUIT, LOWIE PLASSCHAERT, DARDAN REKA, KERIM TRUBLJANIN, STEF VAN CAUWENBERG, LAURA VAN DE WIEL, CELIEN VERBERCKMOES
NET_11_003_20260523_.indd 3
5/20/2026 1:25:47 PM
4
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
BEZOEK ONS: WEBSITE: WWW.MIJNGELD.BE LINKEDIN: LINKEDIN.COM/COMPANY/DE-TIJD/ FACEBOOK: FACEBOOK.COM/DETIJD INSTAGRAM EN TIKTOK: @DE.TIJD X: @TIJD MAIL ONS: VRAGEN@MIJNGELD.BE
IN DIT NUMMER BELASTINGGIDS 2026: BESCHERM UW VERMOGEN MEI 2026
3 Intro 4 Inhoud 6 In cijfers
VAK IV - Beroepskosten
8 Interview Advocaat en professor fiscaal recht Mark Delanote (KPMG/UGent): ‘De miljonairstaks is een ronduit slecht idee.’
VAK I - Getting started 14 Zo pakt u de aangifte aan. 18 Alle deadlines en controletermijnen. 20 Vertrouw nooit blind op de vooraf ingevulde aangifte. 22 De 10 opvallendste nieuwigheden in de editie 2026
VAK II - Gezin 24 Samen of apart invullen? 27 Hoeveel van uw inkomen ontsnapt aan de fiscus? 30 Ook inwonende familieleden tellen mee.
46 Optimaliseren in vier stappen. 48 De meest ingebrachte kosten op een rij. 53 De fiscale finesses van een thuiskantoor.
VAK V - Pensioen 55 Hoe wordt uw oude dag belast?
VAK VI - Ontvangen onderhoudsgeld 58 Moet u belastingen betalen op alimentatie?
VAK VII - Spaargeld en beleggingen 60 Waarom aangeven soms in uw voordeel werkt. 63 De fiscale status van bitcoins en andere crypto’s.
VAK VII - Auteursrechten 66 Komt u nog in aanmerking voor het gunsttarief?
VAK III - Vastgoed 32 De regels voor de gezinswoning en uw overige vastgoed. 35 Wat met uw woning in het buitenland?
VAK IV - Beroepsinkomen 36 Uw loonpakket omvat meer dan cash alleen. 43 8 inkomsten die u niet hoeft aan te geven. 44 Wat kost die (elektrische) bedrijfswagen u echt?
VAK VIII - Betaald onderhoudsgeld
VAK X EN XI Belastingverminderingen en -kredieten 74 Bespaar via kinderopvang, giften en pensioensparen…
VAK XII Voorafbetalingen 78 Waarom voorafbetalen u geld oplevert.
VAK XIII Meldplicht 80 De meldplicht voor buitenlandse rekeningen en constructies.
DEEL 2 Bijverdienen 84 Hoe worden vrijwilligers, flexijobbers en influencers belast? 88 De keuze tussen een eenmanszaak of vennootschap.
90 Column Nicolas Bottequin (Vialto Partners): ‘De belastingdruk op arbeid neemt niet af; de lasten worden simpelweg anders verdeeld.’
68 Zo recupereert u een stuk van wat u betaalt.
VAK IX- Leningen 70 Lenen voor vastgoed brengt niets meer op. 72 Langetermijnsparen blijft een rots in de branding.
Stel ze voor 2 juni op EEN VRAAG OVER UW BELASTINGAANGIFTE? Hebt u nog een vraag over uw belastingaangifte? Stel ze voor 2 juni op www.tijd.be/belastingvraag. Tijdens Het Grote Belastingwebinar op 5 juni beantwoorden we samen met de taxconsultants van Vialto Partners uw prangendste vragen.
NET_11_004_20260523_.indd 4
5/20/2026 3:38:39 PM
PARTNER CONTENT GESPONSORDE INHOUD biedt bedrijven, organisaties en overheden toegang tot het netwerk van De Tijd. Om hun visie, ideeÎn en oplossingen te delen met de De Tijd-community. Buiten de verantwoordelijkheid van de redactie van De Tijd.
Het nieuwe Europa op de radar van beleggers Russische energie, Aziatische productie, Amerikaanse militaire steun: de versnippering van de nieuwe wereldorde legt de afhankelijkheid van Europa scherp bloot. Wat vroeger een stabiel groeikader leek, is uitgegroeid tot een bron van risico en volatiliteit, zegt Hilde Jenssen, Co-Portfolio Manager bij Nordea. Strategische autonomie is niet langer een ideaal, maar een noodzaak, waarschuwt Jenssen. ëOm waarde te creÎren moet Europa op meer mikken dan op autonomie alleen. Het oude continent moet opnieuw aanknopen met competitiviteit, innovatie en productiviteit. Volgens het Draghi-rapport is daarvoor tegen 2030 elk jaar 800 miljard euro aan investeringen nodig om de kloof met de Verenigde Staten te dichten. Dit vraagt om een fundamentele herschikking van het kapitaal.í DE DRIE STRATEGISCHE PRIORITEITEN VAN EUROPA Toch wint Europa in een onzekere wereld opnieuw aan dynamiek. ëEr gaan kapitaalstromen naar energie, infrastructuur, geavanceerde industrie en digitale transformatie. Dat schept concrete beleggingskansení, zegt Jenssen. De Europese Unie mobiliseert meer dan 2.000 miljard euro voor drie strategische prioriteiten. Onafhankelijkheid en energie-efficiëntie. ëMet steun van het REPowerEU-plan van 300 miljard euro investeert Europa in elektriciteitsnetten, energie-efficiëntie, de renovatie van het gebouwenpark en het veiligstellen van de bevoorrading van kritieke grondstoffen.í De versteviging van de industriële basis. ëMet initiatieven zoals de EU Chips Act, goed
Beleggen in Europese defensie, energie-onafhankelijkheid en industrie vormt de kern van Europa’s nieuwe groei. voor 43 miljard euro, bouwt Europa zijn strategische industriÎle capaciteit opnieuw op. De focus ligt op R&D, automatisering en technologische soevereiniteit.í Strategische autonomie en defensie. ëHet Readiness 2030-plan, met een budget van 800 miljard euro, moet defensie, cyberveiligheid en dual-usetechnologieÎn versterken, en dit binnen een context van structureel hogere militaire uitgaven.í EMPOWER EUROPE: DIT IS HET MOMENT OM IN TE STAPPEN Om deze transformatie te vatten richt Nordea
Asset Management zich op drie kernthemaís: energieweerbaarheid, re-industrialisatie en defensie en cybersecurity. ëBijzondere aandacht gaat naar small- en midcaps, die vaak vooroplopen in innovatie en meestal stevig in Europa verankerd zijní, zegt Jenssen. Ook de Noordeuropese markten zijn cruciaal, omdat ze al jaren uitblinken in innovatie. Er is geen tijd te verliezen, besluit Jenssen. ëEuropa schakelt snel. Dit is het moment om in te stappen in de groeimotoren van de lange termijn.í
Disclaimer Nordea Asset Management is de functionele naam voor de vermogensbeheeractiviteiten van Nordea Investment Funds S.A., Nordea Investment Management AB en Nordea Funds Ltd, en hun bijkantoren en dochterondernemingen. Dit document heeft tot doel de lezer te informeren over de specifieke capaciteiten van Nordea Asset Management, algemene marktontwikkelingen of sectortendensen, en mag niet worden beschouwd als een prognose of research. Dit document, noch de standpunten of meningen die erin worden geuit, vormen beleggingsadvies of een aanbeveling om financiële producten, beleggingsstructuren of beleggingsinstrumenten te kopen, te verkopen of erin te investeren, om een transactie aan te gaan of te beëindigen, of om deel te nemen aan een specifieke handelsstrategie. Tenzij anders vermeld, zijn alle geuite standpunten en meningen die van Nordea Asset Management. Waarderingen en meningen zijn gebaseerd op de huidige economische context en kunnen wijzigen. Elke beleggingsbeslissing moet worden genomen op basis van het prospectus of vergelijkbare contractuele documenten. Alle beleggingen houden risicoís in en kunnen tot verliezen leiden. Hoewel de informatie in dit document als correct wordt beschouwd, kan geen enkele verklaring of garantie worden gegeven met betrekking tot de juistheid of volledigheid ervan. PotentiÎle beleggers of tegenpartijen moeten hun fiscale, juridische, boekhoudkundige of andere adviseurs raadplegen over de mogelijke impact van een voorgenomen belegging, met inbegrip van de potentiële risico’s en voordelen ervan. Zij moeten ook zelfstandig nagaan wat de fiscale gevolgen zijn en of zulke potentiële beleggingen passend en geschikt zijn. Uitgegeven door de relevante juridische entiteit van Nordea Asset Management. Nordea Investment Management AB en Nordea Investment Funds S.A. zijn naar behoren vergund en staan onder toezicht van de respectieve financiële toezichthouders in Zweden en Luxemburg. Nordea Funds Ltd is een in Finland opgerichte beheermaatschappij die onder toezicht staat van de Finse financiële toezichthouder. Dit materiaal mag niet worden gereproduceerd of verspreid zonder voorafgaande toestemming. © Nordea Asset Management. In Zwitserland: uitgegeven door Nordea Asset Management Schweiz GmbH, geregistreerd onder nummer CHE-218.498.072 en in Zwitserland vergund door de federale toezichthouder op de financiële markten FINMA.
NET_11_005_20260523.indd 5
5/19/2026 1:30:10 PM
RUBRIEK
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
6
IN CIJFERS
3,9
12.000€
miljoen Belgen
Kinderen kunnen sneller fiscaal ten laste blijven. De grens voor hun nettobestaansmiddelen wordt vanaf het aanslagjaar 2026 eenvormig vastgesteld op 12.000 euro.
Meer dan de helft van de belastingplichtigen in België – 56 procent of 3,9 miljoen mensen – ontvangt een voorstel van vereenvoudigde aangifte.
2.727,50€ Niet uw hele inkomen wordt belast. Een eerste schijf ontsnapt aan belastingen. De zogenaamde belastingvrije som bedraagt voor iedereen minimaal 10.910 euro, wat een belastingbesparing van maximaal 2.727,50 euro oplevert.
%
Wie zijn werkelijke beroepskosten bewijst, kan een hele rist kosten fiscaal inbrengen, onder meer ook restaurantkosten. Een zakendiner is voor 69 procent aftrekbaar.
20
Oefent u een flexi-job uit? Tot 18.000 euro is uw flexiloon volledig vrijgesteld van belastingen en sociale bijdragen. Voor gepensioneerde flexi-jobbers kent de fiscus zelfs helemaal geen limiet: hun extraatje is onbeperkt vrijgesteld van belastingen.
38.175€ codes
84 procent van de belastingplichtigen vult minder dan 20 codes in op de belastingaangifte.
NET_11_006_20260523_.indd 6
Belastingen betalen moet iedereen, maar wie de regeltjes kent, laat de fiscus net iets minder van zijn bord mee-eten. We hebben de belangrijkste cijfers voor 2026 op een rij gezet, zodat u de staat geen euro te veel cadeau doet.
18.000€
69
<
FISCAAL SNOEPGOED
Woont er een zorgbehoevende (groot)ouder, broer of zus van minstens 66 jaar bij u in? Dan kunt u deze persoon fiscaal ten laste nemen, op voorwaarde dat het brutopensioen niet hoger is dan 38.175 euro.
86
%
Een vergissing wordt niet langer automatisch bestraft. In het aanslagjaar 2025 werden 53.800 van de 62.600 mogelijke belastingverhogingen niet toegepast, goed voor zo’n 86 procent van de gevallen.
650 uur Studenten mogen sinds 1 januari 2025 permanent 650 uur per jaar werken tegen het voordelige studentenstatuut. Daardoor wordt ook de vrijgestelde eerste schijf van studenteninkomsten voor de berekening van de nettobestaansmiddelen opgetrokken.
324
Voor het aanslagjaar 2026 staan er 324 vooraf ingevulde codes in het voorstel van vereenvoudigde aangifte.
5/20/2026 12:59:52 PM
“Maak me niks wijs.
Maak me wijzer.”
INVESTMENT NIGHT Dinsdag 26/05 @ Kortrijk Schrijf nu in:
Als ik op zoek ben naar een vastgoedinvestering, wil ik geen gladde verkoper horen. Ik wil een specialist-adviseur. Iemand die me duidelijk en recht door zee vertelt wat ik écht mag verwachten. Met eerlijke cijfers en advies waar ik iets aan heb. Onze toekomst, en zeker die van onze kinderen, verdient dat. INVEST+ by Vastgoedgroep Degroote. Uw fundament voor rendement. Een gesprek over vastgoedinvesteringen? Maak een afspraak.
investplus.be
NET_11_007_20260523.indd 7
5/19/2026 1:29:59 PM
8
IN GESPREK MET
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
‘De miljonairstaks is een ronduit slecht idee’ ‘Dat mensen met een vermogen van meer dan 1 miljoen euro niet veel bijdragen, is geen correcte uitspraak. Ja, er is een probleem met de superrijken, maar dat gaat over een zeer kleine groep multimiljonairs en moet wereldwijd worden aangepakt.’ Dat zegt Mark Delanote, professor fiscaal recht aan de UGent en sinds 1 mei hoofd fiscale geschillen bij KPMG. PETER VAN MALDEGEM
WE ONTMOETEN MARK Delanote tijDat de ambitie om groots te hervormen dens zijn vijfde werkdag bij KPMG, in het WIE: Mark Delanote. uiteindelijk strandde binnen de regering, imposante kantoorgebouw vlak naast het was voor Delanote een grote ontgooWAT: Professor fiscaal recht aan de UGent. Ruilde begin deze maand zijn tarmac van Brussels Airport. ‘Ik moet hier cheling. ‘Ik heb lang geloofd dat het zou eigen advocatenkantoor in voor de mijn weg nog vinden’, zegt hij terwijl we op lukken. We hebben keihard gewerkt om audit- en adviesgroep KPMG, waar hij zoek gaan naar een vergaderzaal. Delanote tot een coherent plan te komen met een nu hoofd fiscale geschillen is. maakte begin deze maand de overstap van groep van de helderste fiscale geesten van zijn eigen advocatenkantoor naar de auhet land. Er zaten economen bij, juristen, dit- en adviesgroep KPMG, waar hij partner mensen van links en van rechts. Het was en hoofd van de fiscale-geschillendivisie pijnlijk om te zien hoe dat plan politiek werd. ‘Als klein kantoor wordt het almaar moeilijker om de technoin stukken en brokken werd getrokken.’ logische evoluties en de bijbehorende knowhow bij te benen. Hier vind ik een batterij aan hyperspecialisten in vaak zeer complexe Wat de vorige regering niet lukte, probeert de regering-De Wever nu wel, al noemt u haar fiscale hervormingsplan weinig materies’, zegt hij. Dat de fiscaliteit, ook in België, steeds complexer wordt, is geen ambitieus. Wat mist u? goede zaak, vindt Delanote. Toen hij in 2021 van toenmalig miMark Delanote: ‘Ik zie in het plan wel denksporen die ook in de nister van Financiën Vincent Van Peteghem (CD&V) de opdracht visienota zaten. Je merkt een druk om in de consumptiebelastingen komaf te maken met verlaagde tarieven, weliswaar tegengewerkt kreeg een visienota voor een fiscale hervorming te schrijven, waren fiscale efficiëntie en het afschaffen van de ‘fiscale koterijen’ door bepaalde partijen. Je merkt een druk om minder lasten te de kernpijlers. leggen op arbeid, wat wel door alle partijen wordt gedeeld, en je
NET_11_008_20260523_.indd 8
5/20/2026 1:45:01 PM
FOTO'S: DIEGO FRANSSENS
merkt een tendens om naar de vermogensfiscaliteit te kijken en daar wat meer neutraliteit in te brengen. Maar ook al zijn er gelijklopende denksporen, er wordt niet naar een eindmeet gewerkt. Men sleutelt her en der ad hoc aan de fiscaliteit en men komt tot compromisoplossingen. Hierdoor maak je het eigenlijk alleen maar erger.’ Kunt u een voorbeeld geven? ‘We moeten het niet ver zoeken: de meerwaardebelasting is een uitstekend voorbeeld. Mensen zeggen me soms dat zo’n belasting
NET_11_008_20260523_.indd 9
ook in onze visienota zat, maar dat is niet de volledige waarheid. In de nota was sprake van een meerwaardebelasting binnen een brede, allesomvattende hervorming, waarin andere beleggingstaksen zouden sneuvelen. Ik vind dat we vermogensinkomsten op een meer uniforme wijze en a priori zo neutraal mogelijk moeten belasten. Maar de meerwaardebelasting die nu op tafel ligt, is gewoon een extra koterij boven op de bestaande heffingen.’ ‘Bovendien is ze de naam meerwaardebelasting niet waardig. Het is een samenraapsel van regimes die totaal niet coherent zijn.
5/20/2026 1:45:13 PM
10
IN GESPREK MET
Kijk naar de beperkte aftrekbaarheid van minderwaarden. Men maakt het eigenlijk alleen maar erger en voedt op die manier de maatschappelijke aversie tegen belastingen. Dit is gewoon een extra taks, geen visionaire hervorming.’ In de hoorzitting over de meerwaardebelasting eind januari wees u op de inconsistenties in de wet. U hebt zelfs de vraag gesteld of de wet in zijn huidige vorm juridisch kan standhouden. Waar ziet u mogelijk juridische problemen? ‘Er blijven heel wat vragen openstaan, hoewel minister van Financiën Jan Jambon her en der een creatief antwoord heeft gegeven om bepaalde pijnpunten te minimaliseren. Of dat de beoogde rechtszekerheid zal bieden, is nog maar de vraag. Het grootste juridische drijfzand zit in de afbakening van de verschillende regimes. Neem nu de regeling rond het aanmerkelijk belang (waarbij een gunstigere regeling geldt voor wie meer dan 20 procent van een bedrijf in handen heeft en zijn aandelen verkoopt, nvdr.). Ik kan het idee onderschrijven dat men voor ondernemende aandeelhouders een bijzondere regeling uitwerkt, maar het probleem is dat men een ondernemer hier definieert als iemand met minstens 20 procent van de aandelen. Dat vind ik een zeer arbitraire keuze.’ ‘Er zijn twee belangrijke situaties waarin dat tot problemen leidt. Ten eerste die waarin de oprichter van een bedrijf zijn belang ziet verwateren. Dat is een typisch scenario: een ondernemer wil partners en kapitaal aan boord halen om de groei te bestendigen. Onze economie heeft die groei nodig, maar op deze manier wordt hij gefnuikt.’
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
door het politieke compromis gesneuveld. Het lijkt alsof er over dit alles niet goed wordt nagedacht.’ In de zoektocht naar bijkomende miljarden legt de regeringspartij Vooruit opnieuw de miljonairstaks op tafel. Hoe kijkt u daarnaar? ‘De miljonairstaks is een ronduit slecht idee. Het is opnieuw pleiten voor een symbool, maar zonder visie. Het is gewoon een manier om makkelijk geld op te halen. Zeg dat dan gewoon, maar wek niet de indruk dat wie een vermogen heeft van meer dan 1 miljoen euro weinig bijdraagt. Dat is niet zo. Elke situatie is weliswaar anders, maar heel wat zogenaamde ‘miljonairs’ hebben al heel wat bijgedragen. Vergeet niet dat het gros van de belastinginkomsten wordt gehaald bij de best verdienenden, die – gelukkig maar – nog in staat zijn om iets op te bouwen. Dus om zomaar te stellen dat die hele groep niet veel bijdraagt? Ik vind dat een onjuiste uitspraak. Het pleidooi voor de miljonairstaks is in onze fiscale context absurd.’ Maken bepaalde constructies het voor zeer vermogende Belgen niet makkelijker om belastingen te ontwijken? ‘Ja, er is een probleem met de superrijken. Maar dan spreken we over een zeer kleine groep multimiljonairs of zelfs miljardairs; mensen die genoeg middelen hebben om de wereld als hun speelterrein te zien en die vaak zeer mobiel zijn. Als een vermogen zich zo sterk concentreert bij individuen, krijg je problemen op het vlak van marktmacht, ethiek en integriteit. Dan krijg je ook politieke bemoeienis van dergelijke figuren. Dat probleem moeten we zeker oplossen, maar dat kan alleen op wereldwijde basis. Zolang die oplossing er niet is, is het logisch dat die mensen de minst belaste weg zoeken.’
‘Zolang politici blijven voorhouden dat de wereld simpeler is dan de werkelijkheid, raak je nergens.’
Welke oplossing ziet u? ‘Daaraan wordt al gewerkt. Het zal MARK DELANOTE, PROFESSOR FISCAAL RECHT UGENT een oplossing vereisen zoals we die jaren geleden ook voor de multinationals hebben uitgetekend. Dankzij het BEPS-plan (een internationaal initiatief van de OESO en de G20 ‘De tweede situatie gaat over investeerders die meestappen in tegen belastingontwijking door multinationals, nvdr.) is de situatie het groeiverhaal van een ondernemer en ook operationele taken al fors verbeterd. Wat daar lukte, moet ook mogelijk zijn voor de in het bedrijf opnemen. Dat kan iemand zijn die een aanzienlijk kapitaal inbrengt. Maar als de onderneming te groot is, komt zo’n superrijken.’ persoon nooit aan een belang van 20 procent.’ ‘Vandaag is de wereld van de multinationals niet meer te ver‘Die twee groepen worden nu in de kou gezet, terwijl er eengelijken met twintig jaar geleden, toen we ook schandalen zagen. voudige oplossingen zijn. In de initiële teksten was trouwens naOok toen werden de problemen aan de top door een select groepje gedacht over het probleem van verwatering: daar volstond het geprojecteerd op de rest van de maatschappij. Plots leek het alsof dat de ondernemer in de loop van de tien voorgaande jaren een elke ondernemende kmo in België massaal belastingen kon ontbelang van meer dan 20 procent had gehad. Maar die termijn is wijken. Ik huiver van dergelijke veralgemeningen.’
NET_11_008_20260523_.indd 10
5/20/2026 1:45:14 PM
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
INTERVIEW
11
‘Ik heb managementvennootschappen altijd als een fiscale koterij gezien. Ik gooi ze op dezelfde hoop als de bedrijfswagen en de maaltijdcheque.’
Een scheeftrekking die de regering probeert aan te pakken, is het misbruik bij managementvennootschappen. Hoe kijkt u daarnaar? ‘Ik heb managementvennootschappen altijd als een fiscale koterij gezien. Ik gooi ze op dezelfde hoop als de bedrijfswagen en de maaltijdcheque. Ik heb het MARK DELANOTE, PROFESSOR FISCAAL RECHT UGENT dan over het type vennootschap dat niets anders is dan de juridische omkadering van de arbeid die één persoon levert, meestal ten dienste van één meer zicht krijgen op inkomens en vermogens. Wel is het belangklant. We moeten daar niet flauw over doen; zonder de fiscale rijk dat die transparantie niet leidt tot misbruik van informatie. overwegingen zouden dergelijke vennootschappen wellicht heel Dáár zit de kerndiscussie.’ vaak niet bestaan. Ik pleit er niet voor om die nu radicaal weg te snoeien, maar je zou ze overbodig kunnen maken door de lasten De regering maakt het mogelijk om datamining toe te passen op het bankenregister, en dit te koppelen aan andere dataop arbeid te verlagen.’ banken. Begrijpt u dat dit argwaan bij de burger opwekt? Sommigen pleiten voor een vermogenskadaster om zo recht‘Dat is een delicaat debat waarover je moeilijk in oneliners een vaardiger te belasten. Een goed idee? mening kunt geven. We moeten onszelf leren om daarmee om ‘Ik weet niet of een vermogenskadaster een noodzakelijke verte gaan; het is een natuurlijke evolutie die we niet kunnen tegeneiste is voor de fiscaliteit – tenzij je natuurlijk een pure vermohouden. Het is misschien wat op flessen getrokken, maar wat is gensbelasting wilt, maar ik denk niet dat veel partijen daarhet verschil tussen een computer die alle informatie screent en voor te vinden zijn. Zo’n kadaster zou wel kunnen helpen om een belastingambtenaar die de informatie op zijn bureau naast elkaar legt en op zoek gaat naar onregelmatigheden? Het grote een coherent sociaal-economisch beleid te voeren. Je zou het verschil is de factor tijd. Ik vergelijk de computer vaak met een bijvoorbeeld kunnen gebruiken om gericht voordelen toe te extra bril die je opzet.’ kennen aan mensen die geen financiële ruimte hebben. Het heeft me altijd verwonderd dat er zoveel weerstand is tegen een vermogenskadaster. De strijd tegen transparantie lijkt me een Is het verschil ook niet dat de belastingambtenaar eerst een verloren strijd; het is een natuurlijke evolutie dat overheden steeds vermoeden van fraude moet hebben voordat hij toegang
NET_11_008_20260523_.indd 11
5/20/2026 1:45:20 PM
12
IN GESPREK MET
krijgt tot bepaalde informatie, terwijl dit principe niet lijkt op te gaan voor datamining? ‘Dat klopt gedeeltelijk, maar er is een bescherming ingebouwd: datamining gebeurt op geanonimiseerde data. Dat is toch een veel genuanceerder verhaal dan beweren dat de fiscus nu carte blanche krijgt.’ Het aantal codes op de belastingaangifte is dit jaar verminderd. Wellicht tijdelijk, aangezien er volgend jaar nieuwe codes moeten worden toegevoegd voor de meerwaardebelasting. Vindt u de belastingaangifte te complex? ‘Ik heb dat altijd een vreemd debat gevonden. Als je puur naar het aangifteformulier kijkt, is het natuurlijk extreem complex. Maar in de praktijk is de aangifte voor de meeste mensen eenvoudig, omdat ze maar een paar codes moeten invullen. Velen krijgen intussen ook al een vooraf ingevulde aangifte waarin alles, of toch bijna alles, al is ingevuld.’ Maar die vooraf ingevulde aangifte blijkt vaak niet volledig. ‘Er is inderdaad nog marge voor verbetering, maar feit is dat de fiscus steeds meer externe rapporteringen krijgt en de aangifte daardoor alsmaar vollediger wordt. De natte droom van de OESO is trouwens dat de burger helemaal niets meer zelf hoeft te doen om aan zijn fiscale verplichtingen te voldoen. We zitten midden in de transitie daarnaartoe.’
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
De komst van de meerwaardebelasting, met haar complexe aangifte, lijkt dan toch een stap terug? ‘Absoluut, dat is het mooiste voorbeeld van complexiteit. Volgend jaar zullen heel wat mensen hun aangifte moeten aanvullen, omdat ze meerwaarden hebben gerealiseerd. Het kan bijna niet anders of er zullen daarbij fouten worden gemaakt. Beleggers moeten vooral hopen dat hun bank hen daarbij voldoende ondersteunt.’ Hoe kijkt u naar de belastingen op vastgoed? In de visienota leek u voorstander van een belasting op de reële huurinkomsten, maar dat blijft politiek een zeer gevoelige maatregel. ‘In de visienota was de belasting van de reële huurinkomsten opgenomen in een algemene hervorming waarin andere vastgoedbelastingen zouden verdwijnen. Dat is een heel ander verhaal. Maar wat ik van de huidige regering niet begrijp, is dat ze de intrestaftrek voor leningen voor vastgoedinvesteringen heeft afgeschaft. Als er nu één kost is die rechtstreeks verband houdt met het verkrijgen van inkomsten uit vastgoed, dan zijn het wel de intresten die je betaalt op de lening die je bent aangegaan om dat vastgoed te verkrijgen. Ook hier mis ik een coherent beleid.’ Krijgen we dit land nog op orde? ‘Ik geloof in de rede van de mens, al lijkt het moeilijk om die rede maatschappelijk uit te dragen. Zolang politici blijven voorhouden dat de wereld simpeler is dan de werkelijkheid, kom je nergens. Het is makkelijk om iemand die pleit voor een stevige hervorming in een ideologische hoek te duwen. Dan is de discussie voorbij. We hebben leiders nodig die moeilijke beslissingen durven te nemen én die ook uitleggen aan de bevolking. Maar als men zich continu voedt met oneliners en het ophitsen van de maatschappij, moet men niet verwonderd zijn dat er fiscale en andere karikaturen ontstaan.’
‘Het heeft me altijd verwonderd dat er zoveel weerstand is tegen een vermogenskadaster. De strijd tegen transparantie lijkt me een verloren strijd.’ MARK DELANOTE, PROFESSOR FISCAAL RECHT UGENT
NET_11_008_20260523_.indd 12
De regering is op zoek naar minstens 5 miljard euro. Stel dat ze bij u aanklopt en u carte blanche geeft voor één fiscale maatregel die dat budget bij elkaar krijgt. Wat zou u doen? ‘Als burger zou ik natuurlijk het liefst zeggen dat ze die 5 miljard moet zoeken door te besparen op de uitgaven. Maar dat is mijn persoonlijke mening. Stel dat we die 5 miljard toch in de fiscaliteit moeten vinden, dan is de eerlijkste maatregel wellicht om alle belastinginkomsten op een rij te zetten en de tarieven van elke belasting proportioneel iets te verhogen, tot we die 5 miljard hebben. Dat zou overal tot een zeer beperkte belastingverhoging leiden.’ ‘Het voordeel hiervan is dat er geen ideologische keuzes gemaakt moeten worden; het is voor iedereen gelijk. Bovendien zal de economische impact relatief beperkt blijven, omdat het om zeer kleine stijgingen gaat. Dit sluit ook aan bij mijn idee over een ideale fiscaliteit: een neutraal systeem met een herverdelingsmechanisme, waarbij de tarieven de enige knoppen zijn waaraan politici kunnen draaien. Zo vermijd je dat er voortdurend koterijen worden bijgebouwd of dat er constant wordt gestigmatiseerd, waardoor er altijd wel iemand is die zich verongelijkt voelt.’ ■
5/20/2026 1:45:25 PM
H O T E LVA S T G O E D
De ijzersterke investering waar zekerheid, locatie en rendement samensmelten.
ìInvesteren in Ferro betekent investeren met kennis van zaken. Het project biedt een unieke combinatie van gewaarborgde inkomsten*, fiscale voordelen*, zorgeloos beheer én een locatie die permanent rendeert. Vier troeven die samen zorgen voor gemoedsrust én financieel resultaat.”
l Hoog nettorendement l Zorgeloos beheer door ervaren uitbater in Brussel
l Toplocatie aan Brussels International Expo l Duurzaam nieuwbouw vastgoed l All-in: vanaf Ä 144.675 (excl. akte- en dossierkosten) *Cfr. de contractuele bepalingen, de ruling en de huidige fiscale wetgeving.
www.ferro-bxl.be
NET_11_013_20260523.indd 13
l
info@candor.be
l
0800 997 33
5/19/2026 1:29:58 PM
14
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
GETTING STARTED
© FILIP YSENBAERT
VAK I
NET_11_014_20260523_.indd 14
5/20/2026 1:02:02 PM
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
15
VAK I GETTING STARTED
Eerst koffie, dan de codes: traag maar gestaag door uw aangifte Goed nieuws voor wie opziet tegen de jaarlijkse belastingbrief: voor het eerst in tien jaar is de aangifte niet dikker, maar dunner geworden. Waarop moet u dit jaar extra letten? We gidsen u door de belangrijkste deadlines en wijzigingen. PETRA DE ROUCK
V
oor het eerst in tien jaar bevat uw belastingaangifte niet meer, maar minder codes. De Vlaamse versie telt dit jaar 780 codes, 59 minder dan vorig jaar. Ook de Waalse (-47 codes) en de Brusselse aangifte (-43 codes) zijn eenvoudiger geworden. Een overzicht van wat u moet weten voor u zich verdiept in de codes per vak.
1. Wanneer krijg ik mijn belastingaangifte? De elektronische aangifte via MyMinfin. be (Tax-on-web) is beschikbaar sinds eind april. Inloggen doet u met uw eID en kaartlezer, of eenvoudig via de Itsme-app op uw smartphone. Liever papier? De klassieke bruine envelop valt in de loop van mei in de bus.
2. Wanneer moet ik mijn belastingaangifte indienen? Wie zijn aangifte op papier indient, moet erop letten dat die op 30 juni ten laatste in het scanningcentrum toekomt. Houd rekening met enkele dagen voor het versturen met de post. Voor een elektronische aangifte via MyMinfin (Tax-on-web) is er tijd tot 15 juli. Wie ‘specifieke’ inkomsten moet aan-
NET_11_014_20260523_.indd 15
geven, krijgt uitstel tot 16 oktober als de aangifte digitaal (via Tax-on-web) wordt ingediend. Dit uitstel laat belastingplichtigen en mandatarissen toe om zich zo goed mogelijk te organiseren om de aangiften tijdig in te dienen. Het gaat om: Zelfstandige inkomsten of buitenlandse beroepsinkomsten: ● winst van zelfstandigen, aangegeven in vakken XVII en XXI ● baten van vrije beroepers, aangegeven in vakken XVIII en XXI ● bezoldigingen van bedrijfsleiders, aangegeven in vak XVI ● bezoldigingen aan meewerkende echtgenoten (wettelijk samenwonenden, aangegeven in vak XX) ● buitenlandse beroepsinkomsten, aangegeven in de vakken IV, V, XVI, XVII, XVIII, XX en XXI Wie voor het eerst de volgende zaken moet aangeven: ● Vastgoed in het buitenland ● Een onderhoudsuitkering, ontvangen van of betaald aan een persoon in het buitenland ● Een lening, afgesloten in het buitenland ● Een juridische constructie
●
Het voordelige belastingregime voor belastingplichtigen en onderzoekers die vanuit het buitenland worden aangetrokken
Wie vorig jaar een juridische constructie heeft aangegeven: Uw aangiftetermijn staat vermeld in MyMinfin (Tax-on-web). Merkt u dat de aangegeven termijn 30 juni of 15 juli is, terwijl u in aanmerking komt voor de specifieke termijn tot 16 oktober? Dan kunt u een verlenging vragen in uw online aangifte door het vak in kwestie aan te vinken. U hoeft voorts niets te doen. U krijgt de termijn tot 16 oktober toegekend als u aan de voorwaarden voldoet. Hebt u een voorstel van vereenvoudigde aangifte ontvangen, maar hebt u specifieke inkomsten? Als u MyMinfin (Tax-on-web) wilt gebruiken en de tijd wilt krijgen tot 16 oktober, moet u voor 15 juli de fiscus contacteren.
3. Kan ik uitstel krijgen? Een extra indieningstermijn is alleen mogelijk bij ernstige redenen of overmacht. Het moet gaan om een gebeurtenis die u niet kon voorzien of vermijden, en die buiten uw wil is ontstaan – denk aan een zware ziekte, een spoedoperatie of een brand.
5/20/2026 1:02:04 PM
16
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
VAK I GETTING STARTED
U moet het uitstel aanvragen voor de gewone indieningstermijn afloopt, via een formulier op de website van de fiscus. Daarna krijgt u een mail met de beslissing van de fiscus. Let op: problemen met uw identiteitskaart, Itsme of uw pincode om in te loggen op MyMinfin (Tax-on-web) worden meestal niet aanvaard als geldige reden voor uitstel.
4. Wat zijn de belangrijkste wijzigingen in deze belastingaangifte? De opvallendste veranderingen ten opzichte van vorig jaar: ● De federale intrestaftrek wordt afgeschaft vanaf aanslagjaar 2026. De afschaffing geldt voor alle lopende kredieten en ook al voor interesten, betaald in 2025. ● De Waalse ‘chèque habitat’ is afgeschaft vanaf het aanslagjaar 2026. ● Voor het inkomstenjaar 2025 geldt een nieuw plafond: flexi-jobinkomsten zijn vrijgesteld tot 18.000 euro per jaar. ● Kinderen ten laste mogen meer verdienen om nog ten laste te blijven. ● Het fiscale voordeel, gekoppeld aan onderhoudsgeld, wordt afgebouwd. ● De werkbonus, een extraatje voor werknemers met een laag loon, is uitgebreid (zie blz. 42). In het federale regeerakkoord staat dat die versneld zal worden uitgebreid vanaf 2026. ● Sinds 1 januari 2026 is de maximale waarde van maaltijdcheques gestegen met 2 euro. De nominale maximumwaarde bedraagt nu 10 euro. De maximale werkgeversbijdrage is vastgesteld op 8,91 euro. De bestedingsmogelijkheden van de maaltijdcheque worden ook uitgebreid. ● De belastingvermindering voor rechtsbijstand en huisbedienden is afgeschaft. U kunt de premies voor uw rechtsbijstandverzekering en de lonen van huisbedienden daarom niet langer opnemen in uw aangifte.
5. Moet ik documenten meesturen? Sommige documenten zijn verplicht: zo moet u een modelformulier toevoegen als
NET_11_014_20260523_.indd 16
u de oprichter of begunstigde bent van een juridische constructie (zie blz. 81), en ook als u de huur als beroepskost wilt inbrengen (zie blz. 83). De meeste andere documenten of attesten hoeft u niet verplicht toe te voegen, maar u moet ze wel in uw bezit hebben en kunnen voorleggen als de fiscus erom vraagt. Toch is het wenselijk om bepaalde documenten spontaan mee te sturen: dat versnelt de verwerking van uw aangifte. Denk aan een overzicht van uw werkelijke beroepskosten (zie blz. 48) of een detail van uw buitenlandse inkomsten en belastingen (zie blz. 64). Documenten die nodig zijn voor de berekening van uw belasting – zoals loon- en pensioenfiches, bankuittreksels voor alimentatie of attesten van leningen – moet u tien jaar lang bewaren.
6. Is het verstandig mijn rekening- en telefoonnummer aan de fiscus te geven? Absoluut – zeker als u geld van de fiscus tegoed hebt. Wie zijn rekeningnummer invult, vermijdt een postassignatie waarmee u naar het postkantoor moet. Hebt u eerder al een rekeningnummer opgegeven? Dan staat dat meestal al ingevuld. Is het nog correct, dan hoeft u niets te doen. Wilt u een ander nummer gebruiken, of ontbreekt er een rekeningnummer? Dan vult u beter een nieuw nummer in. Na het indienen van uw aangifte kunt u nog altijd een rekeningnummer toevoegen
of wijzigen, maar dat is omslachtiger. Ook uw telefoonnummer opgeven is verstandig. Zo kan de fiscus u makkelijk bereiken als er vragen zijn over uw aangifte – wat de afhandeling aanzienlijk vlotter maakt. Al verloopt de communicatie meestal nog via een officiële brief. Die brief moet u verplicht binnen de maand beantwoorden, te rekenen vanaf de derde werkdag na verzending. Bij elektronische vragen geldt ook een termijn van één maand.
7. Biedt de fiscus hulp? Ja, u kunt uw belastingaangifte laten invullen door een medewerker van de fiscus. Informatie om een afspraak te maken, vindt u op de envelop van uw aangifte of in de brief van de Federale Overheidsdienst Financiën die uitlegt hoe u uw aangifte moet indienen. Deze ontvangt u doorgaans in april of mei. Als u vorig jaar al hulp kreeg van de fiscus, kan het zijn dat ze u in april al per sms of telefoon hebben benaderd met een voorstel voor een afspraak. De procedure is eenvoudig: de fiscus belt u op het moment van de afspraak om uw aangifte telefonisch in te vullen. Daarna ontvangt u een bevestigingsdocument per post om te ondertekenen en terug te sturen, zodat uw aangifte compleet is. Voor wie liever face-to-face hulp krijgt, is het mogelijk om tot 29 juni een afspraak te maken in een fiscaal kantoor. Sommige gemeenten organiseren ook hulpsessies. Raadpleeg de website van uw gemeente voor details.
8. Hoeveel belastingen zal ik betalen?
Een foutje gemaakt in uw aangifte? Geen stress: de fiscus gaat uit van uw goede bedoelingen en geeft niet langer meteen een boete.
Iedereen heeft recht op een belastingvrije som, een deel van het inkomen dat niet belast wordt. De belastingvrije som bedraagt minstens 10.910 euro, maar kan hoger zijn, afhankelijk van uw persoonlijke situatie (zie blz. 27). De tarieven in de personenbelasting zijn progressief, wat betekent dat ze stijgen naarmate uw inkomen hoger is. (zie tabel) Sommige inkomsten worden niet tegen
5/20/2026 1:02:10 PM
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
17
VAK I GETTING STARTED
DE PROGRESSIEVE TARIEVEN VAN DE PERSONENBELASTING Inkomensschijf
Tarief belasting
Van 0,01€ tot 16.320€
25%
Van 16.320€ tot 28.800€
40%
Van 28.800€ tot 49.840€
45%
Meer dan 49.840€
50%
deze progressieve tarieven belast, maar tegen een apart tarief. Dat geldt bijvoorbeeld voor verplicht aan te geven (buitenlandse) intresten en dividenden (zie blz. 64). Bovendien kan de belasting nog worden verlaagd voor bepaalde inkomsten (zoals pensioenen en vervangingsinkomens) en uitgaven (zoals pensioensparen, kinderopvang en dienstencheques) (zie blz. 74). Gemeentebelastingen komen daarbovenop, afhankelijk van de stad of gemeente waarin u woont op 1 januari 2026. Deze worden verrekend in uw aanslagbiljet. Als u uw aangifte via Tax-on-web invult, kunt u een simulatie maken van uw eindafrekening. Ook een anonieme simulatie van uw belastingberekening is mogelijk via Tax-Calc op de site van de Federale Overheidsdienst Financiën.
9. Wat als ik na het indienen merk dat ik een fout heb gemaakt in mijn aangifte? Hebt u uw aangifte ingediend, maar ontdekt u later dat u een fout hebt gemaakt of iets vergeten bent te vermelden? Als u uw aangifte via Tax-on-web hebt ingediend, kunt u die zelf aanpassen tot 15 juli 2026. Let op: dit kan slechts één keer. Als u een papieren aangifte hebt ingediend, neemt u zo snel mogelijk contact op met uw lokale belastingkantoor om de fout te corrigeren.
10. Wat als ik een fout niet corrigeer of mijn aangifte te laat indien? Hieronder een overzicht van de gevolgen wanneer de aangifte te laat, niet of fout
NET_11_014_20260523_.indd 17
wordt ingediend: ● U dient de aangifte te laat in. Als u de deadline mist, riskeert u een boete vanaf 50 euro. Bij veelvuldige herhaling kan de boete oplopen tot 2.500 euro. ● U dient geen aangifte in. In dat geval wordt een aanslag van ambtswege opgesteld. Dit wil zeggen dat de fiscus zelf een inschatting zal maken van uw inkomen, op basis van de informatie die hij op dat moment ter beschikking heeft. U verliest mogelijk aftrekken, belastingverminderingen en optimalisaties. U zult dus waarschijnlijk meer belasting betalen dan nodig. ● U dient de aangifte foutief in. Wanneer u een fout maakt in de belastingaangifte en u deze niet spontaan rechtzet, kan de fiscus een belastingverhoging van 10 tot 200 procent opleggen. Het percentage wordt bepaald op basis van het type fout (onbewuste fout, grove nalatigheid, fraude). In het verleden werd een automatische belastingverhoging van 10 procent vaak toegepast als uw belastingaangifte fouten bevatte, vooral als de niet-aangegeven inkomsten hoger waren dan 2.500 euro, of bij een laattijdige indiening. Eind 2024 bevestigde toenmalig minister van Financiën Vincent Van Peteghem (CD&V) dat de fiscus in principe geen automatische belastingverhoging meer zal opleggen voor een eerste, onopzettelijke vergissing. De regering-De Wever heeft nu in de wetgeving vastgelegd dat de automatische belastingverhoging wordt afgeschaft. Voortaan wordt uitgegaan van de goede trouw van de belastingplichtige. Wie voor het eerst een fout maakt, zal dus niet worden gestraft. ■
Mag de fiscus op een eerder standpunt terugkomen? Volgens het vertrouwensbeginsel kan dat niet zomaar. Dit principe houdt in dat u mag rekenen op de informatie die de overheid u geeft. Als de fiscus na een controle bijvoorbeeld bevestigt dat een aftrekpost correct is, mag hij daar later niet zonder gegronde reden op terugkomen. De overheid kan dus niet zomaar van koers veranderen. Dat betekent niet dat alles kan. Het vertrouwensbeginsel geldt alleen als de fiscus echt een duidelijk standpunt heeft ingenomen, en als u daar redelijkerwijs op mocht steunen. Wie zelf had kunnen zien dat er een fout in zat, kan zich er bijvoorbeeld niet op beroepen. Maar ook als de fiscus zelf een vergissing maakt, kan dat vertrouwen blijven gelden, zolang die vergissing niet evident was. Het vertrouwensbeginsel staat niet in de wet, maar is door de jaren heen door rechtspraak – onder meer van het Hof van Cassatie – ontwikkeld. De federale regering heeft in haar regeerakkoord beloofd het principe ook expliciet in de wet te verankeren, om de rechtszekerheid voor belastingplichtigen te versterken. Voorlopig blijft het echter bij een aankondiging. Voor het inkomstenjaar 2025 moeten de belastingbetalers zich dus nog altijd baseren op de bestaande rechtspraak.
5/20/2026 1:02:11 PM
18
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
VAK I GETTING STARTED
Kruis deze data aan in uw agenda Een overzicht van alle belangrijke data, inclusief de deadlines en controletermijnen voor de fiscus.
— 30 juni 2026 Laatste dag om uw belastingaangifte op papier in te dienen.
— 31 december 2028 Uiterste datum waarop de fiscus uw tijdig ingediende aangifte mag controleren.
— 15 juli 2026 Deadline voor een elektronische aangifte via MyMinfin (Tax-on-web), tenzij u specifieke inkomsten moet aangeven.
— 31 december 2029 Voor complexe aangiften of aangiften die te laat of niet zijn ingediend, geldt een controletermijn van vier jaar. In dit geval loopt die termijn vanaf 1 januari 2026.
— 16 oktober 2026 Uiterste indieningsdatum voor wie digitaal specifieke inkomsten moet aangeven of voor het eerst bepaalde gegevens moet doorgeven. Als u deze aangifte echter indient voor 31 augustus, zal ze sneller verwerkt worden en krijgt u sneller uw teruggave (indien van toepassing). — 30 juni 2027 Uiterlijk op deze datum moet de fiscus uw aanslagbiljet versturen. Daarin staat hoeveel u terugkrijgt of moet bijbetalen. U krijgt uw aanslagbiljet niet noodzakelijk in dezelfde periode als vorig jaar. — Datum van uw aanslagbiljet + 2 maanden Binnen twee maanden na verzending moet u bijbetalen als dat nodig is. Krijgt u geld terug, dan stort de fiscus het bedrag uiterlijk op de laatste werkdag van die tweede maand volgend op de verzending van het aanslagbiljet. — Datum van uw aanslagbiljet + 1 jaar Niet akkoord met uw afrekening? U hebt één jaar om bezwaar in te dienen. Betaal intussen wel op tijd de verschuldigde belasting. Anders riskeert u nalatigheidsintresten te moeten betalen als het bezwaar niet (volledig) wordt aanvaard.
NET_11_014_20260523_.indd 18
— 31 december 2032 (vanaf 1 januari 2026) Bij (een vermoeden van) fraude heeft de fiscus voortaan zeven jaar de tijd voor een controle. Deze termijn is ingekort – voorheen was dit tien jaar – om de rechtszekerheid voor de burger te ■ vergroten.
NIEUW! De regering-De Wever heeft enkele controletermijnen ingekort De fiscus kan u niet eeuwig in het vizier houden. De regering heeft de termijnen waarbinnen uw aangifte gecontroleerd mag worden als volgt ingekort: • Tot 3 jaar (vanaf 1 januari 2026) voor tijdige aangiften, of ze nu correct zijn of fouten bevatten. • Tot 4 jaar (vanaf 1 januari 2026) voor complexe en semicomplexe aangiften. • Tot 7 jaar (vanaf 1 januari 2026) bij fraude of een vermoeden van fraude.
5/20/2026 1:02:12 PM
Your investment? We’re on it. Onze experts helpen u met uw eenmalige of langetermijninvestering in vastgoed. Bekijk onze aanpak op dewaele.com/investeren
Invest
Dewaele vastgoed. Ervaring voor ‘t leven.
NET_11_019_20260523.indd 19
5/19/2026 1:29:48 PM
20
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
VAK I VOORAF INGEVULDE AANGIFTE
Vooraf ingevuld is niet altijd voordelig Meer dan de helft van de particulieren – zo’n 60 procent – hoeft dit jaar niets te doen dankzij de vooraf ingevulde aangifte. Maar let op: wie niet zelf controleert, laat vaak geld liggen. Een snelle check kan u honderden euro’s opleveren.
Voor peuters jonger dan drie jaar worden de opvangkosten niet vooraf ingevuld. Betaalde u weinig voor de opvang? Dan kan het fiscaal interessanter zijn om een toeslag op de belastingvrije som aan te vragen in plaats van een belastingvermindering voor de opvangkosten (zie blz. 28).
PETRA DE ROUCK
S
inds enkele jaren ontvangen zo’n 4 miljoen Belgen geen klassieke belastingaangifte meer, wel een voorstel van vereenvoudigde aangifte (VVA). Daarin staat hoeveel belastingen u moet betalen of zult terugkrijgen, op basis van de informatie die de fiscus al heeft. Wie zijn eBox – de digitale postbus van de overheid – heeft geactiveerd, krijgt het VVA niet op papier, maar kan het raadplegen via MyMinfin. Gaat het om een gezamenlijke aangifte voor een koppel, dan moeten beide partners hun eBox hebben geactiveerd om geen papieren versie te krijgen. Als de gegevens kloppen, hoeft u niets te doen. U krijgt dan automatisch uw aanslagbiljet opgestuurd. Maar: controleer toch altijd grondig of alles juist en volledig is. Waarop moet u letten? — 1. Staan alle kinderen (eventueel in co-ouderschap) of andere personen die u fiscaal ten laste hebt correct vermeld (zie blz. 27)? — 2. Voor kinderen tussen drie en veertien jaar vult de fiscus automatisch de opvangkosten in, als de opvangorganisatie de gegevens op tijd heeft doorgestuurd. Vergelijk altijd met de attesten die u zelf hebt gekregen.
NET_11_020_20260523_.indd 20
— 3. Check of alle uitgaven waarvoor u een belastingvermindering krijgt, zijn opgenomen én voor het juiste bedrag. Denk aan giften en pensioen- of langetermijnsparen (zie blz. 74). — 4. Betaalde u onderhoudsgelden of hebt u er ontvangen (zie blz. 68 en 58)? De fiscus heeft daarover geen informatie. U moet die dus zelf nakijken en eventueel aanvullen. — 5. Hebt u een hypothecaire lening of levensverzekering? Die info wordt meestal ingevuld, maar dubbelchecken is geen overbodige luxe. Geeft u meerdere levensverzekeringen aan? Dan moet u uw voorstel wellicht aanpassen. — 6. Als u dit jaar voor het eerst een premie van een individuele levensverzekering (zie blz. 72) kunt aangeven, dan is die informatie opgenomen in het voorstel. Door de premie aan te geven, geniet u een belastingvermindering, maar wordt u op termijn belast op de premie (als er een uitbetaling volgt). U kunt dus kiezen om deze premie niet aan te geven en het voorstel aan te passen.
5/20/2026 1:02:30 PM
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
21
VAK I VOORAF INGEVULDE AANGIFTE
— 7. Bent u eigenaar van ander vastgoed dan uw gezinswoning, zoals een tweede verblijf of investeringsvastgoed? Zeker als u in 2024 of 2025 iets hebt gekocht, verkocht of het vruchtgebruik hebt veranderd, als u verhuisd bent in 2025 of als uw burgerlijke staat is veranderd in 2024 (huwelijk, echtscheiding…), moet u de aangifte goed controleren. Als u verhuurt aan iemand die het pand beroepsmatig gebruikt, moet u het voorstel heel waarschijnlijk wijzigen. Was u in 2025 maar een deel van het jaar eigenaar? Vermeld dan het kadastraal inkomen in verhouding tot de dagen dat u eigenaar was (zie blz. 34). — 8. Bent u eigenaar van een garage of parkeerplaats die bij uw woning hoort, maar die een apart kadastraal inkomen heeft? Mogelijk is in vak III de code 1106/2106 ten onrechte ingevuld. Gevolg: u betaalt onterecht extra belasting. Checken dus!
— 12. Waren u, uw huwelijks- of wettelijk samenwonende partner of uw minderjarige kinderen in 2025 oprichter of begunstigde van een juridische constructie? Dan moet u niet alleen een aangifte indienen, maar er ook verplicht een bijlage bijvoegen. Als de gegevens onvolledig of niet juist zijn, moet u de wijzigingen meedelen via het papieren antwoordformulier, uiterlijk op 30 juni, of de gegevens online corrigeren via MyMinfin (Tax-on-web) tot en met 15 juli. Let op: de uiterste indieningsdatum van 16 oktober geldt niet automatisch voor wie een voorstel van vereenvoudigde aangifte (VVA) moet aanpassen om specifieke inkomsten aan te geven. In dat geval moet u voor ■ 15 juli contact opnemen met de fiscus.
— 9. Hebt u studiejaren afgekocht voor een hoger pensioen? Mooi meegenomen: de kost voor de afkoop is fiscaal aftrekbaar. Maar die info komt nooit automatisch in uw voorstel. Die moet u dus altijd zelf invullen. — 10. Hebt u dividenden ontvangen? Tot 833 euro per persoon is vrijgesteld van roerende voorheffing. Maar die vrijstelling past de fiscus nooit spontaan toe (zie blz. 62). — 11. Had u, uw huwelijks- of wettelijk samenwonende partner of hadden uw minderjarige kinderen in 2025 een bankrekening of individuele levensverzekering in het buitenland? Dan is uw voorstel ongeldig – zelfs als u die rekening of levensverzekering ondertussen hebt afgesloten. U moet dan een aangifte indienen. Dat geldt trouwens ook als u via een erkend crowdfundingplatform leningen hebt verstrekt aan kleine vennootschappen.
NET_11_020_20260523_.indd 21
TIP! • Tot 833 euro aan
dividenden is vrijgesteld van roerende voorheffing, maar die vrijstelling wordt nooit automatisch toegepast. U moet ze dus zelf aangeven in uw belastingaangifte.
• Had u in 2025
een buitenlandse rekening of levensverzekering? Dan is het voorstel van vereenvoudigde aangifte niet geldig. U moet zelf een belastingaangifte indienen.
5/20/2026 1:02:30 PM
22
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
VAK I GETTING STARTED
10 wijzigingen voor 2026 De belastingaangifte van 2026 ziet er een stuk kaler uit nu een hele reeks verminderingen is geschrapt. Maar wat komt er in de plaats? Een overzicht van de tien opvallendste nieuwigheden. MATHILDE RIDOLE
D
e grondige belastinghervorming van vorig jaar begint stilaan door te sijpelen in uw aangifte. Sommige wijzigingen liggen al vast, andere zitten nog in de pijplijn. Wij zetten de krijtlijnen uit.
1 Verhoging van de belastingvrije som De meest in het oog springende maatregel is de geleidelijke verhoging van de belastingvrije som. Dat is het deel van het inkomen waarop geen personenbelasting wordt geheven. Voor het inkomstenjaar 2025 bedraagt de belastingvrije som 10.910 euro. Door die som op te trekken, wil de regering de belastingdruk op arbeid verlagen, zonder de progressieve tarieven zelf aan te passen. Concreet betekent dit dat wie werkt netto meer overhoudt, ook al verandert er niets aan de belastingtarieven of -schijven.
2 Minder belastingverminderingen In de aangifte voor het aanslagjaar 2026 sneuvelen heel wat bekende voordelen. Zo verdwijnt de belastingvermindering voor onder meer huispersoneel, rechtsbijstandverzekeringen, de installatie van een laadpaal thuis en adoptiekosten. Ook de fiscale extraatjes voor verliezen op een privak, voor passief- of energiezuinige woningen en voor elektrische drieof vierwielers zijn verleden tijd. De belastingvermindering voor giften van minstens 40 euro blijft bestaan, maar daalt van 45 naar 30 procent.
NET_11_022_20260523_.indd 22
3 Afschaffing federale intrestaftrek De regering-De Wever schafte de federale intrestaftrek af – een belastingvoordeel voor wie leent voor ander vastgoed dan zijn gezinswoning, zoals een tweede verblijf of investeringspand. Het belastingvoordeel verdwijnt voor alle leningen, zowel voor oude als nieuwe. Tegelijk worden ook de vermindering voor intresten op groene leningen en de federale woonbonus afgeschaft.
4 Geen koopkrachtpremie meer In 2023 en 2024 konden werkgevers die tijdens de vorige energiecrisis goede resultaten hadden behaald, een koopkrachtpremie geven in de vorm van consumptiecheques. Premies tot 750 euro waren – als aan enkele voorwaarden was voldaan – belastingvrij. In 2025 was er geen koopkrachtpremie meer, waardoor de rubriek ook uit de aangifte is verdwenen.
5 Hervorming onderhoudsgeld Wie onderhoudsgeld of alimentatie betaalt, kan daarvoor een belastingvoordeel krijgen. De keerzijde is dat de ontvanger mogelijk belasting moet betalen op het ontvangen bedrag. Formeel verandert er niets aan die vakken in uw aangifte, aangezien u nog altijd het werkelijk ontvangen of betaalde bedrag moet aangeven. Maar vanaf het aanslagjaar 2026 zal de fiscus nog maar 70 procent van het aangegeven bedrag belasten of in aftrek toelaten, in plaats van 80 procent vroeger. Dat percentage daalt vanaf volgend jaar verder naar 60 procent en in 2028 naar 50 procent.
5/20/2026 1:03:25 PM
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
23
VAK I GETTING STARTED
6 Einde van de overgangsregeling voor oudere personen ten laste Vanaf het aanslagjaar 2026 kunnen (groot)ouders, broers en zussen die samenwonen en (op 1 januari 2026) ouder zijn dan 66 jaar alleen nog fiscaal ten laste worden genomen met recht op de verhoging van de belastingvrije som van 5.950 euro, als ze zorgbehoevend zijn (zich niet alleen kunnen verplaatsen, alleen kunnen eten, alleen kunnen aankleden enzovoort).
7 Geen bijkomend forfait voor verre verplaatsingen meer Wie meer dan 75 kilometer van zijn werk woont en zijn werkelijke beroepskosten niet bewijst, had tot nog toe recht op een extra forfaitaire beroepskost voor verre verplaatsingen. De regering heeft dat aanvullend forfait in 2025 afgeschaft. Dat kan dus niet langer worden gevraagd in de belastingaangifte van dit jaar.
8 Aangifteplicht voor bepaalde inkomens Werknemers die een kilometervergoeding ontvangen om met de fiets naar het werk te gaan, moeten die voortaan aangeven. Voor flexi-jobs geldt eveneens een nieuwe verplichting, namelijk dat deze inkomsten moeten worden aangegeven, met een vrijstelling van 18.000 euro per jaar voor nietgepensioneerden in het inkomstenjaar 2025. Ook relance-overuren blijven belastingvrij, maar moeten wel worden opgenomen in de aangifte.
NET_11_022_20260523_.indd 23
9 Uitdoving van de Waalse ‘chèque habitat’ Wallonië voert een grote ruil door: de registratiebelasting voor een eigen en enige woning zakt naar 3 procent, maar tegelijk verdwijnt de zogenaamde ‘chèque habitat’. In de Waalse aangifte blijft de code wel gewoon bestaan, omdat leningen van vóór 2025 hun recht op het voordeel behouden. Let wel op de kleine lettertjes: de code geldt voortaan expliciet voor leningen ‘gesloten tot en met 2024’.
10 Nieuw expatregime Om België aantrekkelijker te maken, bestaat er een fiscaal gunstregime voor expats die in ons land komen werken. De belangrijkste troef van het gunstregime is dat bijkomende kosten, zoals het verschil in levensduurte en huisvestingskosten, belastingvrij vergoed kunnen worden. De kern van het systeem blijft behouden. Wat wijzigt, zijn vooral de modaliteiten en de aantrekkelijkheid van het regime. De wet werd eind vorig jaar definitief, maar de wijzigingen worden retroactief ingevoerd en gelden voor de inkomsten vanaf begin 2025. Een belangrijke aanpassing is de verhoging van het jaarlijkse maximumpercentage voor belastingvrije, terugkerende kosten eigen aan de werkgever van 30 naar 35 procent. Tegelijk wordt het absolute kostenplafond van 90.000 euro per jaar voor deze terugkerende kosten eigen aan de werkgever afgeschaft. Het minimale brutojaarloon dat een werknemer moet verdienen om in aanmerking te komen voor het gunstregime wordt verlaagd van 75.000 naar 70.000 euro. Dat omvat het brutoloon, de variabele bezoldiging en de voordelen van alle aard. Ook worden de forfaitaire vergoedingen herbekeken en ■ in bepaalde gevallen verhoogd.
5/20/2026 1:03:26 PM
24
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
GEZIN VAK II
Grip op uw gezinssituatie: wie vult wat in? Moet u één gezamenlijke aangifte indienen of houdt u het bij twee aparte brieven? De vuistregel is simpel: de fiscus ziet u alleen als 'koppel' als u gehuwd bent of wettelijk samenwoont. In dat geval vult u samen één aangifte in. Woont u feitelijk samen (zonder officieel contract bij de gemeente)? Dan blijft u voor de belastingdienst twee individuen die elk hun eigen aangifte indienen. PETRA DE ROUCK
I
n vak II moet u onder de titel ‘Persoonlijke gegevens’ uw samenlevingsvorm aangeven. Het gaat om uw gezinssituatie op 1 januari 2026.
1. U woont alleen Alleenstaanden kruisen code 1001 aan.
2. U woont feitelijk samen Feitelijke samenwoners wonen op hetzelfde adres zonder verdere formaliteiten. Voor de fiscus zijn feitelijke samenwoners alleenstaanden. Elke partner vult een eigen aangifte in en kruist code 1001 aan.
3. U bent gehuwd of woont wettelijk samen Wie gehuwd is of een verklaring van wettelijke samenwoning heeft ondertekend, moet samen met zijn partner één belastingaangifte indienen en kruist code 1002 aan. De oudste partner vult de linkerkolom in, de jongste de rechterkolom. Elke partner geeft zijn eigen beroepsinkomsten aan in de eigen kolom. Gezamenlijke inkomsten uit vastgoed en beleggingen moeten worden verdeeld. De fiscus berekent de belastingen voor elke partner afzonderlijk,
NET_11_024_20260523_.indd 24
TIP! • Wie in 2025 zijn echtgenoot of wettelijk samenwonende partner verloor, staat voor een belangrijke fiscale beslissing. Voor de laatste gezamenlijke aangifte (inkomsten 2025) geeft de fiscus u de keuze: laat u de belastingen apart of gezamenlijk berekenen? Neem de tijd om beide opties na te rekenen.
maar het resultaat wordt samengevoegd. Op de regel van één aangifte zijn twee uitzonderingen: Net gehuwd of wettelijk samenwonend? Als u in 2025 in het huwelijksbootje bent gestapt (en voordien nog niet wettelijk samenwoonde) of in dat jaar een verklaring van wettelijke samenwoning hebt ondertekend, moet u nog één keer een afzonderlijke belastingaangifte invullen. Kruis naast code 1002 ook code 1003 aan. Had uw partner in 2025 niet meer dan 4.100 euro bestaansmiddelen, dan mag u ook code 1004 aankruisen. U krijgt dan een extra belastingvrije som van 1.980 euro, goed voor een extra belastingvoordeel van 566,50 euro (zie blz. 27). ●
Werkt(e) u voor de Europese Unie of de Verenigde Naties? Sommige (gepensioneerde) ambtenaren of (gepensioneerde) personeelsleden van een internationale organisatie – zoals de Europese Unie of de Verenigde Naties – moeten een aparte aangifte invullen, ook al zijn ze getrouwd of wonen ze wettelijk ●
5/20/2026 1:05:21 PM
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
25
VAK II GEZIN
Gehuwden en wettelijk samenwonenden vullen samen één aangifte in. Feitelijke samenwoners vullen elk een aparte aangifte in.
samen. Dat geldt zodra er in 2025 meer dan 13.460 euro beroepsinkomsten zijn die bij overeenkomst zijn vrijgesteld en niet meetellen voor de berekening van de belasting op andere inkomsten. Een (gepensioneerde) ambtenaar of (gepensioneerd) personeelslid kruist code 1062/2062 aan en bevestigt bij code 1020 dat het beroepsinkomen in 2025 meer dan 13.460 euro bedroeg. De echtgenoot of wettelijk samenwonende partner kruist dan code 1021 aan.
© FILIP YSENBSAERT
4. U bent gescheiden of beëindigde een wettelijke samenwoning
NET_11_024_20260523_.indd 25
Bent u opnieuw alleen nadat in 2025 of vroeger uw echtscheiding werd uitgesproken of uw wettelijke samenwoning officieel werd beëindigd? Dan kruist u, net zoals elke alleenstaande, code 1001 aan. Let op: niet de datum van het vonnis van de echtscheiding is van belang, wel de datum waarop de echtscheiding werd overgeschreven in de registers van de burgerlijke stand.
5. U leeft feitelijk gescheiden Leeft u op 1 januari 2026 feitelijk gescheiden van uw partner, ook al bent u nog of-
5/20/2026 1:05:22 PM
26
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
VAK II GEZIN
ficieel gehuwd of wettelijk samenwonend? Dan kruist u code 1002 én 1018 aan. Dat is bijvoorbeeld het geval als u in 2025 uit elkaar ging, maar het echtscheidingsvonnis toen nog niet werd ingeschreven in het bevolkingsregister. Als de feitelijke scheiding plaatsvond in 2025, volgt er nog één gemeenschappelijke aanslag als koppel, maar de fiscus aanvaardt wel dat u elk een aparte aangifte indient. Vink in dat geval ook code 1019 aan.
6. Uw echtgenoot of wettelijk samenwonende partner is overleden Wie weduwe of weduwnaar is, kruist code 1010 aan. Als u uw partner in 2025 hebt verloren, dan vinkt u ook code 1011 aan. U moet een aparte aangifte indienen, maar dat betekent niet automatisch dat u ook apart wordt belast. U hebt de keuze: ● voor een gezamenlijke belastingberekening: code 1012. ● voor een afzonderlijke belastingberekening: code 1013. Welke optie het voordeligst is, hangt af van uw situatie. U kunt dat zelf nagaan via het Tax-Calc-berekeningsprogramma van de fiscus, of advies vragen bij uw lokale belastingkantoor. Een gemeenschappelijke belastingberekening is doorgaans voordeliger als een van beide partners geen of slechts een beperkt inkomen had.
7. Aangifte van een overledene De erfgenamen moeten een belastingaangifte indienen met de inkomsten en uitgaven van de overledene. Voor de aangifte van de inkomsten en uitgaven in 2025 gelden de gebruikelijke aangiftetermijnen, net zoals bij een gewone aangifte. In de rubriek II, A.2 vindt u hiervoor de codes 1022 tot en met 1026. Gaat het om een overlijden in 2026? Ook dan moet de belastingaangifte voor de inkomsten van 2026 gewoon binnen de gebruikelijke termijn worden ingediend. Stel: iemand overlijdt op 1 maart 2026. Dan moeten de erfgenamen in 2027 een aangifte indienen met de inkomsten en uitgaven uit 2026. ■
NET_11_024_20260523_.indd 26
NIEUW! • Huwelijksquotiënt
halveert Het huwelijksquotiënt is een belastingvoordeel voor gehuwden en wettelijke samenwoners. De fiscus past het toe als een van de partners weinig of geen inkomsten heeft. Tot 30 procent van het inkomen van de meestverdienende partner – met een plafond van 13.460 euro voor inkomstenjaar 2025 – wordt dan fictief toegewezen aan de andere partner. Zo verdwijnt een deel van het inkomen uit de hoogste belastingschijf en wordt het tegen een lager tarief belast. Dat is goed voor een belastingvoordeel tot 6.092,50 euro (exclusief gemeentebelasting). Het huwelijksquotiënt is er alleen voor gehuwden en wettelijke samenwoners. Wie feitelijk samenwoont, komt niet in aanmerking. Tegen 2029 wordt het fiscaal voordeel voor nietgepensioneerden gehalveerd. Voor gepensioneerden gaat het om een uitdoofscenario over twintig jaar. Het percentage van 30 procent blijft behouden, maar het maximumbedrag wordt afgebouwd.
Ook kleuters, kinderen en jongeren krijgen soms een eigen belastingbrief Zelfs kleuters, kinderen en jongeren die nog niet financieel op eigen benen staan, moeten soms een eigen belastingaangifte indienen. Denk aan jongeren met een studentenjob of kinderen die onderhoudsgeld krijgen van een ouder. ● Studentenjob Wie in 2025 een studentenjob had, moet verplicht een belastingaangifte in eigen naam indienen – leeftijd speelt daarbij geen rol. Meestal hoeft uw kind niet zelf het initiatief te nemen: de fiscus stuurt automatisch een voorstel van vereenvoudigde aangifte. Een aangifte betekent trouwens niet dat er belastingen moeten worden betaald. Zoals iedereen hebben ook studenten recht op een belastingvrije som van 10.910 euro (zie blz. 27). Dankzij de forfaitaire aftrek van kosten zijn inkomsten tot 15.585,71 euro meestal volledig belastingvrij, zolang er geen andere inkomsten zijn. Dat komt omdat er van de bruto-inkomsten forfaitaire beroepskosten mogen worden afgetrokken. Als er geen andere inkomsten zijn, moet er geen belasting worden betaald als het totale netto belastbaar inkomen (na aftrek van de kosten) niet hoger is dan 10.910 euro. ● Onderhoudsgeld Zijn de ouders uit elkaar en betaalt een ouder onderhoudsgeld voor de opvoeding van een kind? Dan ziet de fiscus dat geld altijd als een inkomen van het kind – zelfs als het op een kindrekening of op de rekening van de andere ouder wordt gestort. Was uw kind op 1 januari 2026 zestien jaar of ouder, dan moet het onderhoudsgeld altijd worden aangegeven in een belastingaangifte op naam van het kind, ongeacht het bedrag. Voor jongere kinderen geldt die verplichting alleen als de belastingvrije som van 10.910 euro overschreden is. Het is dus mogelijk dat een peuter of kleuter een eigen belastingaangifte moet indienen. Let op: de fiscus stuurt in dat geval meestal niet spontaan een aangifteformulier op. U moet dat zelf aanvragen bij uw lokale belastingkantoor. Een andere mogelijkheid? Met de identiteitskaart van uw kind dat minstens twaalf jaar is, inloggen op Tax-on-web. ■
5/20/2026 1:05:24 PM
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
27
VAK II GEZIN
Hoeveel van uw inkomen ontsnapt aan belastingen? Niet uw volledige inkomen belandt in de schatkist. Dankzij de belastingvrije som blijft een basisbedrag onbelast. Hebt u kinderen ten laste? Dan stijgt dit bedrag automatisch: hoe meer kinderen, hoe groter het deel van uw loon waarvan de fiscus afblijft. PETRA DE ROUCK
H
et klinkt wellicht als muziek in de oren: niet uw hele inkomen wordt belast. Een eerste schijf van uw inkomsten ontsnapt aan belastingen, wat in het vakjargon de belastingvrije som heet.
1 BELASTINGVRIJE SOM LEVERT BELASTINGBESPARING OP VAN 2.727,50 EURO. De belastingvrije som bedraagt voor iedereen minimaal 10.910 euro, wat een belastingbesparing van maximaal 2.727,50 euro (exclusief gemeentebelastingen) oplevert. Voor belastingplichtigen met een beperking wordt de belastingvrije som verhoogd met 1.980 euro, goed voor een extra belastingvoordeel van 566,50 euro.
2 BELASTINGVOORDEEL VOOR KINDEREN STIJGT MET HET AANTAL Ouders met kinderen die nog niet financieel op eigen benen staan, krijgen een toeslag op de belastingvrije som. Die geldt niet alleen voor biologische kinderen, maar ook voor pleegkinderen, volledig geadopteerde kinderen en de kinderen van uw partner. Een kind met een beperking van minstens 66 procent telt voor twee. Hoe meer kinderen u ten laste hebt, hoe groter de verhoging van de belastingvrije som en dus de belastingbesparing. De tabel hierboven maakt dit duidelijk.
NET_11_024_20260523_.indd 27
KINDEREN: EEN ZEGEN VOOR UW BELASTINGFACTUUR In euro Aantal kinderen
Toeslag op de belastingvrije som
Extra belastingvoordeel*
1
1.980
566,5
2
5.110
1.505,5
3
11.440
4.007,5
4
18.510
6.947,0
7.070
3.181,5
Elk kind boven het vierde
*Exclusief gemeentebelastingen
Betaalt u weinig of geen belastingen, bijvoorbeeld omdat u beperkte inkomsten hebt? Als het belastingvoordeel voor kinderen ten laste waarop u recht hebt hoger is dan het bedrag aan belastingen dat u moet betalen, krijgt u het niet-genoten voordeel uitbetaald. In het vakjargon noemt men dit een belastingkrediet. Het kan oplopen tot 550 euro per kind ten laste. U geeft uw kinderen ten laste aan onder de titel B, waarbij u bij code 1030 het aantal kinderen invult dat fiscaal ten laste is. Dat geldt altijd, tenzij de kinderen in een co-ouderschapssituatie opgroeien (zie hieronder).
3 CO-OUDERS DELEN HET BELASTINGVOORDEEL, MAAR NIET ZOMAAR Ouders die uit elkaar zijn en hun kinderen in co-ouderschap opvoeden, kunnen elk de helft van het belastingvoordeel voor kinderen ten laste krijgen, op voorwaar-
de dat geen van beiden onderhoudsgeld fiscaal inbrengt (zie blz. 68). Als één ouder wel onderhoudsgeld fiscaal inbrengt, krijgt de andere ouder het volledige belastingvoordeel voor het kind ten laste. Het is niet omdat kinderen beurtelings bij een ouder wonen, dat er automatisch sprake is van fiscaal co-ouderschap. De verdeling van het belastingvoordeel moet expliciet worden vermeld in een geregistreerde of door een rechter goedgekeurde overeenkomst (bijvoorbeeld na een echtscheiding met onderlinge toestemming) of in een vonnis van de rechtbank. Hoewel de term ‘gelijkmatig verdeelde huisvesting’ niet letterlijk in de overeenkomst of het vonnis hoeft te staan, is het belangrijk dat het wederkerend tijdstip duidelijk is. De fiscus is erg streng op de formulering in uw overeenkomst. Gebruik termen die een duidelijk ritme aangeven, zoals ‘week-om-weekregeling’, ‘alternerend/afwisselend verblijf’ of ‘gelijkmatig (verdeeld) verblijf’. Vage omschrijvingen zonder tijdsaanduiding, zoals ‘bilocatie’ of ‘gedeeld hoederecht’, worden doorgaans
5/20/2026 1:05:25 PM
28
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
VAK II GEZIN
NIEUW! • Hogere belastingvrije som
geweigerd, tenzij het gaat om vonnissen van vóór 2008. Zonder expliciete timing is er voor de fiscus geen sprake van fiscaal co-ouderschap. De hoogte van de toeslag op de belastingvrije som wordt bepaald zonder rekening te houden met eventuele andere kinderen in het nieuwe gezin van de ex-partner en vervolgens gehalveerd. Bij twee kinderen in co-ouderschap, bijvoorbeeld, krijgt elke ouder de helft van 5.110 euro, wat neerkomt op 2.555 euro toeslag op de belastingvrije som. Deze helft wordt vervolgens opgeteld bij een eventuele vrijstelling voor andere kinderen ten laste in het nieuwe gezin. Het belastingkrediet voor ouders die geen of weinig belastingen betalen en daardoor het belastingvoordeel dreigen mis te lopen, wordt gelijk verdeeld over beide co-ouders. Elke co-ouder kan maximaal 275 euro per kind ten laste ontvangen. Fiscaal co-ouderschap is geen verplichting, zelfs als aan de voorwaarden is voldaan. Ouders kunnen onderling – of het nu schriftelijk of stilzwijgend is – besluiten om af te wijken van de beslissing van de rechter of van een eerdere overeenkomst. Het fiscaal co-ouderschap hoeft ook niet langer toegepast te worden als het coouderschap alleen op papier bestaat en het kind in de praktijk bij één ouder woont. Zoek in de codes onder de titel B niet naar ‘fiscaal co-ouderschap’, maar naar ‘gelijkmatig verdeelde huisvesting’. Als u zelf de kinderen ten laste hebt en de helft van het belastingvoordeel aan de andere ouder moet worden toegekend, vult u code 1034 en de volgende codes in. Als de kinderen fiscaal niet ten laste zijn van u en de helft van het belastingvoordeel aan u moet worden toegekend, vul dan code 1036 en de volgende codes in.
4 EXTRA TOESLAG VOOR PEUTERS DIE NIET NAAR DE OPVANG GAAN Hebt u een kind jonger dan drie jaar en brengt u voor dat kind geen kosten voor kinderopvang in (zie blz. 75)? Dan hebt u
NET_11_024_20260523_.indd 28
De regering-De Wever wil het verschil tussen werken en niet-werken naar meer dan 500 euro netto per maand laten evolueren. Dit moet vooral gebeuren door de belastingvrije som voor werkenden stapsgewijs te verhogen, van de huidige 10.910 euro naar 15.300 euro in 2029. Wie kinderen ten laste heeft, krijgt een toeslag op de belastingvrije som. Die toeslag stijgt met het aantal kinderen. Het is de bedoeling dat de bedragen op langere termijn evolueren naar eenzelfde bedrag per kind. In een eerste fase worden de toeslagen voor één (1.980 euro) en twee kinderen (5.110 euro) stapsgewijs verhoogd. De toeslag voor een eerste kind zal in 2029 met 33 procent gestegen zijn tot 2.650 euro. De toeslag voor twee kinderen
recht op een verhoging van de belastingvrije som van 740 euro, wat een extra belastingvoordeel van 222 euro oplevert bij één kind ten laste. Co-ouders krijgen de toeslag echter maar voor de helft, ofwel 370 euro per ouder. Let op: u kunt de verhoging van de belastingvrije som en de belastingvermindering voor kinderopvang niet combineren. U moet zelf berekenen welke optie voor u het voordeligst is. De extra toeslag op de belastingvrije som krijgt u door code 1038 aan te kruisen. Voor kinderen die opgroeien in co-ouderschap zijn dat de codes 1054 en 1058. Daaronder vindt u ook codes voor kinderen met een zware beperking.
5 EXTRA STEUN VOOR ALLEENSTAANDE OUDERS MET KINDEREN Alleenstaande ouders met kinderen ten laste krijgen een extra verhoging van de belastingvrije som met 1.980 euro, wat een bijkomend belastingvoordeel van 594 euro oplevert. Dat bedrag is er ook
ten laste zal dan exact het dubbele zijn, of dus 5.300 euro. De toeslagen voor drie of meer kinderen worden in die periode niet meer geïndexeerd en blijven op het huidige niveau: 11.440 euro voor drie kinderen ten laste, 18.510 euro voor vier kinderen ten laste. Per kind boven het vierde is er een bijkomende verhoging met 7.070 euro. De toeslag voor alleenstaande ouders wordt vanaf 2029 beperkt tot werkelijk alleenstaande ouders. Feitelijke samenwoners – die fiscaal als alleenstaande worden beschouwd – zullen niet meer in aanmerking komen. • Belastingkrediet voor kinderen
ten laste bevroren Het belastingkrediet voor kinderen ten laste wordt permanent bevroren op 550 euro.
voor alleenstaande ouders met kinderen in co-ouderschap. ‘Alleenstaand’ betekent dat u op 1 januari 2026 minstens één kind ten laste hebt – in of buiten co-ouderschap – en dat u niet gehuwd bent, noch wettelijk of feitelijk samenwoont met een partner of vriend. Samenwonen met (achter)klein- of (pleeg) kinderen, (over)groot- of (pleeg)ouders, broers of zussen vormt geen bezwaar. Alleenstaande ouders die werken en slechts een beperkt nettoberoepsinkomen (tot 24.390 euro) hebben, krijgen extra steun. Let op: werkloosheidsuitkeringen tellen niet mee als beroepsinkomen, ziekte- en invaliditeitsuitkeringen wél. De hoogste toeslag – 1.290 euro, goed voor een belastingvoordeel van 387 euro – is er bij een beroepsinkomen tussen 4.100 en 19.250 euro. Ligt het inkomen tussen 19.250 en 24.390 euro, dan wordt het voordeel stapsgewijs afgebouwd. Het extra belastingvoordeel is een belastingkrediet. Betaalt u weinig of geen belastingen, bijvoorbeeld omdat uw inkomen beperkt is? Dan hoeft u dat voordeel niet te missen: als u minder belastingen betaalt dan het belastingvoordeel waarop u recht
5/20/2026 1:05:26 PM
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
29
VAK II GEZIN
hebt, wordt het niet-genoten bedrag gewoon uitbetaald. Om de toeslag voor alleenstaande ouders met een beperkt inkomen te krijgen, moet u in de rubriek A.5. bij code 1101 uw gezinssituatie bevestigen. De fiscus zal zelf berekenen of u aan de inkomensvoorwaarde voldoet.
6 STRIKTE VOORWAARDEN OM FISCAAL TEN LASTE TE ZIJN Kinderen zijn alleen fiscaal ten laste als aan vier voorwaarden is voldaan. Valt één schakel weg, dan valt het hele belastingvoordeel in het water.
TIP! • Fiscaal co-ouderschap is geen verplichting, zelfs niet als aan de voorwaarden is voldaan. • Feitelijke samenwoners kunnen vrij kiezen welke ouder de kinderen fiscaal ten laste neemt. Kies voor de meestverdienende. • Fiscaal co-ouderschap kan nooit gecombineerd worden met het belastingvoordeel voor onderhoudsgeld. Bereken welke optie het interessantst is.
Deel uitmaken van uw gezin Op 1 januari 2026 moet uw kind officieel bij u wonen. Een baby die eind 2025 geboren werd, telt dus voor het hele jaar mee. Maar een spruit die op 2 januari 2026 het levenslicht zag, komt pas volgend jaar in aanmerking. Zit uw kind op kot of studeert het in het buitenland? Geen probleem, zolang het officieel op uw adres ingeschreven blijft. Kinderen in co-ouderschap zijn bij een van beide ouders gedomicilieerd.
ding fiscaal af als beroepskosten? Dan is uw kind niet langer fiscaal ten laste.
7 NIET ALLE INKOMSTEN TELLEN MEE ALS BESTAANSMIDDELEN Om fiscaal ten laste te zijn, mogen de nettobestaansmiddelen van uw kind een bepaald plafond niet overschrijden. Maar goed nieuws: niet alle inkomsten worden meegeteld. Kinderbijslag, kraamgeld, adoptiepremies en studietoelagen worden bijvoorbeeld niet als bestaansmiddelen beschouwd. Inkomsten uit een studentenjob en ontvangen onderhoudsgeld wél, maar slechts gedeeltelijk.
●
(Studenten)job of als student-zelfstandige De eerste schijf van 6.840 euro die een jongere verdient met een gereglementeerde studentenjob, een alternerende opleiding of het statuut van student-zelfstandige wordt buiten beschouwing gelaten. Bovendien mogen ook kosten worden afgetrokken. Dat kunnen de werkelijke kosten zijn, maar als die niet kunnen worden aangetoond, geldt minstens een kostenforfait van 20 procent, met een absoluut minimum van 570 euro. Kortom: als een jongere alleen inkomsten haalt uit een studentenjob, mag hij of zij tot 21.840 euro belastbare inkomsten hebben om toch nog fiscaal ten laste te blijven. ●
Beperkte inkomsten Uw kind mag in 2025 maar een beperkt bedrag aan nettobestaansmiddelen (zie verder, punt 7) hebben opgestreken. Zodra het ook maar één euro meer heeft verdiend, is het kind voor het volledige jaar niet ten laste. Voor alle kinderen geldt eenzelfde plafond: maximaal 12.000 euro nettobestaansmiddelen. ●
Niet verdienen in uw eenmanszaak Als u uw zoon of dochter laat bijverdienen in uw eenmanszaak en dat loon inbrengt als beroepskosten, dan is uw kind niet langer fiscaal ten laste. Deze regel geldt niet als uw kind werkt in uw vennootschap. ●
Geen bedrijfsleidersbezoldiging Deze voorwaarde is vooral relevant voor student-zelfstandigen. Krijgt uw zoon of dochter een bedrijfsleidersbezoldiging van uw vennootschap, en trekt u die vergoe●
NET_11_024_20260523_.indd 29
Onderhoudsgeld en wezenrente Zijn de ouders uit elkaar en betaalt een van hen een onderhoudsbijdrage – dus een financiële bijdrage in de opvoedingskosten van het kind (zie blz. 68)? Dan beschouwt de fiscus dat bedrag als een inkomen van het kind, en niet van de ouder die het ontvangt – ook niet als het op een gezamenlijke kindrekening wordt gestort. Ook een wezenrente – een uitkering voor kinderen die een of beide ouders verloren – wordt als bestaansmiddel van het kind beschouwd. De fiscus houdt bij de bepaling van de ●
21.840€ Als een jongere alleen inkomsten heeft uit een studentenjob, mag hij tot 21.840 euro aan belastbare inkomsten verdienen om ten laste te blijven.
5/20/2026 1:05:27 PM
30
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
VAK II GEZIN
Inwonende familie: ook zij kunnen fiscaal ‘ten laste’ zijn bestaansmiddelen geen rekening met de eerste schijf van 4.100 euro aan onderhoudsgeld en wezenrente samen, evenals eventuele achterstallige onderhoudsuitkeringen. Van het overige bedrag mag 20 procent forfaitaire kosten worden afgetrokken, maar de resterende 80 procent wordt als bestaansmiddel beschouwd bij het bepalen of een kind fiscaal ten laste is. In de veronderstelling dat een kind geen andere inkomsten heeft dan onderhoudsgeld, mag er maximaal 19.100 euro aan onderhoudsgeld worden ontvangen om fiscaal ten laste te blijven.
8 FEITELIJKE SAMENWONERS KIEZEN WELKE OUDER HET BELASTINGVOORDEEL KRIJGT Een kind mag dan wel twee ouders hebben, slechts een van de twee krijgt het belastingvoordeel. Bij gehuwde en wettelijk samenwonende ouders die samen een aangifte indienen, past de fiscus automatisch de voordeligste berekening toe. Een uitzondering is er voor ouders die in 2025 zijn gehuwd of een verklaring van wettelijke samenwoning hebben afgelegd: zij moeten nog een laatste keer apart een aangifte indienen en kunnen zelf kiezen welke ouder de kinderen opneemt in de belastingaangifte. Feitelijke samenwoners – die niet gehuwd zijn en geen verklaring van wettelijke samenwoning hebben afgelegd – hebben altijd de keuzemogelijkheid voor hun biologische kinderen. Als er meerdere biologische kinderen zijn, moeten ze bij dezelfde ouder – in het vakjargon het gezinshoofd – worden aangegeven. Andere kinderen kunnen feitelijke samenwoners ten laste nemen, op voorwaarde dat die feitelijke samenwoners minstens de helft van de onderhoudskosten betalen. De voordeligste keuze is altijd de ouder met het hoogste belastbare inkomen. ■
NET_11_024_20260523_.indd 30
Een belastingvoordeel is er niet alleen voor kinderen. Ook wanneer een ouder, grootouder, broer of zus bij u inwoont, kan dat een fiscaal extraatje opleveren. De fiscus toont zich daarbij vooral gul voor mantelzorgers: wie zorgt voor een zorgbehoevende 66-plusser, geniet het hoogste belastingvoordeel.
gerekend. Dankzij de forfaitaire kostenaftrek van 20 procent kan een gepensioneerde 66-plusser met een brutopensioen tot 38.175 euro dus fiscaal ten laste zijn. In uw aangifte vult u onder de titel B code 1027 (code 1029 bij een zware beperking) in. Hou er rekening mee dat de leeftijdsvoorwaarde geleidelijk wordt opgetrokken: naar 66 jaar sinds 2025 en naar 67 jaar vanaf 2030.
PETRA DE ROUCK
W
oont er een (groot)ouder, broer of zus bij u in? Of bent u een werkende jongere die nog bij zijn ouders woont? In beide gevallen kan er sprake zijn van een fiscaal voordeel. Door een familielid ‘ten laste’ te nemen, stijgt uw belastingvrije som (zie blz. 27). De enige voorwaarde is dat u op 1 januari 2026 officieel onder hetzelfde dak woont. Let wel op: het voordeel is aanzienlijk groter voor wie een zorgbehoevende 66-plusser in huis neemt.
Mantelzorgers van een zorgbehoevende 66-plusser Woont u met een zorgbehoevende (groot)ouder, broer of zus van minstens 66 jaar? Als mantelzorger kunt u een toeslag krijgen op de belastingvrije som van 5.950 euro, goed voor een extra belastingvoordeel van 1.811,50 euro (exclusief gemeentebelastingen). ‘Zorgbehoevend’ betekent een verminderde zelfredzaamheid van ten minste negen punten. Dat wordt beoordeeld op basis van onder meer de mogelijkheid om zich te verplaatsen, zelfstandig te eten of te koken, zichzelf te kunnen kleden en de woning te onderhouden. Weet dat niet alle personen met een zware beperking per definitie zorgbehoevend zijn. Een bijkomende voorwaarde is dat de 66-plussers niet meer dan 4.100 euro nettobestaansmiddelen mogen hebben. Dat lijkt weinig, maar de eerste schijf van 33.050 euro aan pensioen wordt niet mee-
Andere inwonende personen Ook voor andere personen die bij u inwonen, kunt u een belastingvoordeel krijgen, al is dat wel lager. U krijgt een toeslag op de belastingvrije som van 1.980 euro per persoon, wat een extra voordeel oplevert van minstens 566,50 euro (exclusief gemeentebelastingen). Voor een persoon met een beperking wordt de toeslag verdubbeld naar 3.960 euro, goed voor een totaalvoordeel van 1.160,50 euro. Het belastingvoordeel geldt voor uw (groot)ouders, (half)broers en (half)zussen, of voor de personen die u ten laste hadden toen u kind was. Ze hoeven niet zorgbehoevend of 66 jaar te zijn, maar mogen niet meer dan 4.100 euro nettobestaansmiddelen hebben. Dat bedrag is inclusief het pensioen. Let op: uw echtgenoot, de persoon met wie u wettelijk samenwoont, of met wie u een feitelijk gezin vormt, kan nooit als ‘ten laste’ worden beschouwd. Andere personen ten laste geeft u aan bij code 1032 (code 1033 bij een zware beperking). ■
38.175€ Wist u dat een zorgbehoevende 66-plusser nog steeds fiscaal ten laste kan zijn met een brutopensioen tot wel 38.175 euro?
5/20/2026 1:05:28 PM
STRATEGISCH INVESTEREN IN VASTGOED WAT IS UW VOLGENDE ZET?
ANTWERPEN - FRIENDSHIP Waterfront living reimagined. Wonen of investeren aan 6% btw*. GENT - RINKKAAI
KASTERLEE - BAYOT
Luxe appartementen langs de Leie.
KMO-units & kantoren. Volledig opgeleverd.
MOL - ZILLELANDE BEN-woonwijk (E-peil 10). Wonen of investeren aan 6% btw*.
MECHELEN - WATTLAND BEN-woonwijk aan de Dijle. Investeren zonder risico.
DURBUY - TEE VIEW MECHELEN - NEWTON HOUSE
Luxe vastgoed op de golf van Durbuy.
Luxe wonen met zicht op de St-Rombouts-kathedraal. UKKEL - UTOPIA Groen wonen in Ukkel. Betaalbare investering.
ST-KATELIJNE-WAVER - BORGERWIJK Kwalitatieve appartementen. Wonen of investeren aan 6% btw*.
Ontdek ons volledig woon- en investeringsaanbod op www.vastgoedinvesteerder.be 03 820 82 82 *6% i.p.v. 21% btw, ook voor investeerders. Informeer naar de voorwaarden bij onze vastgoedadviseurs.
NET_11_031_20260523.indd 31
5/19/2026 1:29:56 PM
32
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
VASTGOED VAK III
Uw woning: de sleutel tot een zorgeloze aangifte De algemene regel voor vastgoed in België is simpel: uw gezinswoning blijft buiten schot in de belastingbrief. Alle andere eigendommen – zoals een appartement aan zee, een studentenkot of een verhuurd pand – moet u wel verplicht aangeven in vak III. Hoeveel u dat precies kost, hangt af van het gebruik van het pand. PETRA DE ROUCK
H
et huis of appartement waar u zelf woont – in het vakjargon uw hoofdverblijfplaats – hoeft u niet aan te geven in uw belastingaangifte. Dat geldt ook als u uw eigen woning verhuurt, omdat u er om sociale of beroepsredenen niet zelf kunt verblijven. Bijvoorbeeld wanneer u een appartement dichter bij uw werk huurt om lange pendels te vermijden, of als sociale redenen zoals ziekte of ouderdom een rol spelen. Er zijn twee uitzonderingen op de regel van niet-aangifte: ● Als u nog een lening van vóór 2015 hebt voor de financiering van uw woning, moet u het kadastraal inkomen aangeven in vak IX onder de leningen, bij de codes 3100/4100. Dat is niet nadelig; integendeel, het kan zelfs een belastingvoordeel opleveren. ● Gebruikt u een deel van uw gezinswoning voor uw beroep, bijvoorbeeld als thuiskantoor? Dan moet u het gedeelte van het niet-geïndexeerde kadastraal inkomen dat betrekking heeft op het professionele gebruik aangeven. Bent u gehuwd of woont u wettelijk samen, dan moet het kadastraal
NET_11_032_20260523_.indd 32
inkomen van het beroepsgedeelte alleen worden aangegeven bij de partner die het voor zijn beroep gebruikt. Voor elk ander vastgoed dan uw eigen woning geldt een strikte aangifteplicht. Wat u precies moet invullen en hoeveel u dat kost, hangt af van hoe het pand wordt gebruikt (verhuurd of niet). Let op: dit belastbaar inkomen wordt boven op uw loon geteld. Hierdoor wordt het belast tegen uw hoogste tarief: het marginale tarief. Dit begint bij 25 procent en loopt al snel op naar 50 procent (exclusief gemeentebelastingen). Een overzicht:
1 TWEEDE VERBLIJF EN VASTGOED DAT U PRIVÉ VERHUURT Gebruikt u een tweede verblijf of ander vastgoed uitsluitend zelf? Of verhuurt u een huis of appartement aan iemand die het alleen privé (dus niet beroepsmatig) gebruikt? In beide gevallen moet u het niet-geïndexeerde kadastraal inkomen (ki) aangeven in rubriek A, bij code 1106/2106.
Voor belastingplichtigen met een ‘stabiele’ situatie – zij die bijvoorbeeld niet verhuisd zijn – zal het ki vooraf zijn ingevuld in Taxon-web. U wordt belast op basis van het geïndexeerd kadastraal inkomen (niet-geïndexeerd kadastraal inkomen x 2,2446), verhoogd met 40 procent.
2 VASTGOED VERHUURD VOOR PROFESSIONEEL GEBRUIK Als de huurder uw pand voor zijn beroep gebruikt of als u verhuurt aan een vennootschap, moet u zowel het niet-geïndexeerde ki (code 1109/2109) als de werkelijk ontvangen huurinkomsten (code 1110/2110) aangeven. De huurinkomsten omvatten niet alleen de huurprijs, maar ook huurvoordelen zoals onderhouds- en herstellingskosten die normaal ten laste zijn van de verhuurder, maar die aan de huurder worden doorgerekend. Kosten voor onderhoud en herstelling mag u niet aftrekken van de brutohuur:
5/20/2026 1:06:25 PM
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
33
© FILIP YSENBAERT
VAK III VASTGOED
3 de fiscus past zelf een kostenforfait van 40 procent toe. Dat kostenforfait is echter geplafonneerd. Het wordt afgetopt op twee derde van het niet-geïndexeerde kadastraal inkomen, vermenigvuldigd met een revalorisatiecoëfficiënt van 5,63. Er is ook een ondergrens: u wordt altijd belast op het geïndexeerde kadastraal inkomen, verhoogd met 40 procent.
NET_11_032_20260523_.indd 33
VASTGOED VERHUURD VOOR GEMENGD GEBRUIK Als de huurder uw pand deels privé en deels voor zijn beroep gebruikt, en als de geregistreerde huurovereenkomst de verdeling van het gebruik en de prijs aangeeft, kunt u deze uitsplitsing ook in uw belastingaangifte toepassen. Het privédeel van het
kadastraal inkomen geeft u aan bij code 1106/2106. Het beroepsgedeelte van zowel de huur als het kadastraal inkomen geeft u aan bij de codes 1109/2109 en 1110/2110. Als er geen uitsplitsing is, moet u verplicht alle inkomsten bij de codes 1109/2109 en 1110/2110 aangeven, alsof de woning volledig voor professioneel gebruik zou worden aangewend.
5/20/2026 1:06:28 PM
34
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
VAK III VASTGOED
Wat als?
4 GEMEUBELDE VERHUUR Bij gemeubelde verhuur hebt u naast het onroerend inkomen uit de verhuur van het gebouw ook een roerend inkomen uit de verhuur van meubelen. De verdeling tussen roerend en onroerend inkomen kunt u vastleggen in de huurovereenkomst. Als er geen verdeling is afgesproken, gaat de fiscus ervan uit dat 40 procent van de huurprijs betrekking heeft op de meubelen. Het onroerend inkomen geeft u aan zoals hierboven, afhankelijk van het gebruik. Het roerend inkomen uit de meubelen moet u in vak VII voor roerende inkomsten aangeven in de rubriek B, bij code 1156/2156. Dit roerend inkomen wordt belast tegen een tarief van 30 procent, na aftrek van een kostenforfait van 50 procent.
5 VIA DE VERHUURSITE AIRBNB Verhuurt u een kamer of woning via Airbnb? De fiscus weet hoeveel inkomsten u uit de verhuur haalt, omdat het platform verplicht is om de identificatiegegevens van de verhuurders en hun inkomsten door te geven. Die inkomsten vallen uiteen in drie categorieën: uit de verhuur van de kamer, uit de verhuur van de meubelen en uit extra diensten zoals een ontbijt. Als de opdeling tussen deze drie soorten inkomsten is opgenomen in de huurovereenkomst, kunt u die splitsing in uw aangifte gebruiken. Als er geen verdeling is gemaakt en u verhuurt voor één allesomvattende prijs, gaat de fiscus ervan uit dat 20 procent van de totale vergoeding betrekking heeft op diverse inkomsten. De overige 80 procent wordt verdeeld tussen de verhuur van de kamer en de meubelen. Van die 80 procent wordt 40 procent beschouwd als roerend inkomen uit de verhuur van meubelen en
NET_11_032_20260523_.indd 34
— Wat als u meerdere eigendommen hebt? Als u meer dan één vastgoedinkomen moet aangeven bij dezelfde code, telt u deze op. — Wat als u maar een deel van het jaar eigenaar was? Hebt u in 2025 een woning gekocht of verkocht? Als u maar een deel van het jaar eigenaar was, mag u het inkomen beperken op basis van het aantal dagen dat u eigenaar was. Bijvoorbeeld, als u 61 dagen eigenaar was, geeft u 61/365 van het inkomen aan. — Wat als maar één partner eigenaar is? Ook als maar één partner eigenaar is, moeten sommige koppels de inkomsten uit vastgoed onder elkaar verdelen. Dat geldt voor koppels die getrouwd zijn zonder huwelijkscontract, wat betekent dat ze gehuwd zijn onder het wettelijk stelsel. Alle inkomsten uit vastgoed behoren dan sinds het huwelijk tot de gemeenschap. Elke partner moet ze voor de helft aangeven. Dit geldt ook voor huurinkomsten van een appartement dat een partner vóór het huwelijk kocht. Koppels die getrouwd zijn onder het stelsel van scheiding van goederen of die een verklaring van wettelijke samenwoning hebben afgelegd, hebben in principe geen gemeenschappelijk vermogen. Elke partner geeft de inkomsten uit vastgoed aan in zijn eigen kolom. — Wat als u alleen het vruchtgebruik bezit? Het bezit van vastgoed kan worden opgesplitst in de blote eigendom en het vruchtgebruik. Bijvoorbeeld: na het overlijden van een partner erft de langstlevende partner het vruchtgebruik van de gezinswoning,
en de kinderen erven de blote eigendom. Een ander voorbeeld is de aankoop van een tweede verblijf. Met een gesplitste aankoop kopen de ouders het vruchtgebruik en de kinderen de blote eigendom, al dan niet met geld dat ze van hun ouders geschonken kregen. De vruchtgebruiker geeft het volledige vastgoed aan in zijn belastingaangifte. Wie alleen de blote eigendom bezit, moet nooit het kadastraal inkomen of de eventuele huur vermelden, ook niet gedeeltelijk. — Wat als u verbouwde of bouwde? Als renovaties of verbouwingen de waarde van het vastgoed beïnvloeden, moet u dit binnen vier maanden aangeven. Uw kadastraal inkomen wordt dan herzien. Dit geldt voor zowel Belgisch als buitenlands vastgoed. Bij de eerste ingebruikname van een nieuwbouw bedraagt de aangiftetermijn 30 kalenderdagen. Het herziene kadastraal inkomen geldt vanaf de datum waarop de verbouwing voltooid was of het vastgoed in gebruik werd genomen. Als het nieuwe kadastraal inkomen nog niet beschikbaar is, moet u het 'oude' kadastraal inkomen voor het hele jaar aangeven. — Wat als u regelmatig en intensief met verhuur bezig bent? Als u regelmatig en intensief bezig bent met verhuur, kan de fiscus bepalen dat dit niet langer als normaal privévermogensbeheer wordt beschouwd, maar als een professionele activiteit. In dat geval worden de werkelijke huurinkomsten belast als een beroepsinkomen of als winst. U mag de kosten die met het beheer van de woning verbonden zijn, aftrekken. ■
5/20/2026 1:06:29 PM
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
35
VAK III VASTGOED IN HET BUITENLAND
Wat met een woning in het buitenland? 60 procent als onroerend inkomen uit het gebouw. U geeft het niet-geïndexeerd kadastraal inkomen aan bij code 1106/2106. U kunt dit bedrag beperken op basis van het deel van de woning dat verhuurd wordt en het aantal kalenderdagen in 2025 dat u het pand hebt verhuurd. De roerende inkomsten worden aangegeven in vak VII onder code 1156/2156. Het divers inkomen uit extra diensten, zoals schoonmaak en ontbijt, geeft u aan in deel II van uw aangifte, in vak XV, rubriek B.2, bij code 1200/2200. Bij de volgende code 2101/2201 kunt u kosten aangeven. Het netto divers inkomen wordt belast tegen 33 procent (plus gemeentebelastingen). Hoewel de werkelijke kosten bewezen kunnen worden en er geen wettelijk forfait bestaat, zal de fiscus doorgaans een forfait van 20 procent aanvaarden. Let op: bij een louter eenmalige of occasionele huur, inclusief diensten zoals schoonmaak en ontbijt, zal de fiscus instemmen met een belasting als divers inkomen. Maar als er sprake is van een zekere regelmaat in de verhuur, is het niet uitgesloten dat de fiscus oordeelt dat het gaat om een beroepsinkomen. In dat geval wordt het belast tegen de gebruikelijke belastingtarieven, variërend van 25 tot 50 procent (plus gemeentebelastingen). ■
Een huis in Frankrijk, Spanje of elders? Dat betekent extra werk bij uw belastingaangifte. U bent verplicht zowel de aankoop officieel te registreren bij de fiscus als het belastbare inkomen ervan jaarlijks te vermelden. PETRA DE ROUCK
A
ls u vastgoed in het buitenland koopt, verkoopt of erft, moet u dat melden bij de Belgische fiscus.
Wat houdt de meldplicht in? U moet de vastgoedtransactie spontaan en binnen vier maanden melden. Dat kan via het onlineplatform van de Belgische belastingdienst MyMinfin, of via een papieren aangifteformulier dat u kunt downloaden. In de aangifte moet u onder meer de locatie van het onroerend goed, het type, de grootte, de waarde en het gebruiksdoel vermelden. Bezit u het vastgoed samen met uw partner, dan moet u elk apart een aangifte indienen. Op basis van de aangifte bepaalt de Administratie Opmetingen en Waarderingen (het vroegere kadaster) een ‘Belgisch’ kadastraal inkomen. Dat hebt u nodig voor uw jaarlijkse belastingaangifte.
Hoe vult u uw belastingaangifte in?
TIP! • Meld de aankoop van een vakantiewoning in het buitenland binnen vier maanden aan de Belgische fiscus.
NET_11_032_20260523_.indd 35
Voor de aangifte van vastgoed in het buitenland moet u dezelfde codes gebruiken als voor vastgoed in België (zie blz. 32). De in het buitenland betaalde belastingen mag u echter niet aftrekken. Bovendien moet u codes onder de titel B invullen, afhankelijk van de ligging van het vastgoed. Hebt u vastgoed in een land waarmee België een dubbelbelastingverdrag heeft, dan vult u bij ‘1. Vrijstelling met progressievoorbe-
houd’ het land, de ingevulde code in rubriek A, en het bedrag van het kadastraal inkomen of de huur in. Met populaire vakantielanden zoals Frankrijk, Spanje, Italië, Portugal, Nederland, Zwitserland, Oostenrijk en Turkije is er zo’n verdrag. Is er geen dubbelbelastingverdrag – zoals met Monaco en Liechtenstein – dan vult u de gegevens onder ‘2. Vermindering van de belasting tot de helft’ in.
Wordt uw buitenlands vastgoed dubbel belast? Of uw buitenlands vastgoed in België wordt belast, hangt af van de vraag of België met dat land een dubbelbelastingverdrag heeft gesloten. Wel een dubbelbelastingverdrag Het dubbelbelastingverdrag met onder meer Frankrijk, Spanje, Italië, Portugal, Nederland, Zwitserland, Oostenrijk en Turkije bepaalt dat het land waar het vastgoed zich bevindt, de belasting mag heffen. België moet in dit geval een vrijstelling van belasting geven. Toch kunnen er fiscale gevolgen zijn. Omdat België een vrijstelling geeft met wat in het vakjargon ‘progressievoorbehoud’ heet, kan het buitenlands vastgoed wel leiden tot hogere belastingen op uw andere inkomsten waarop u in België belasting betaalt. Hoe zit dat precies? De belastingtarieven stijgen met het inkomen. Bij de bepaling van het belastingtarief wordt er rekening gehouden met uw buitenlandse inkomsten. Hoe hoger uw buitenlandse inkomsten, hoe hoger de belastingdruk op uw andere inkomsten. ●
Zonder belastingverdrag Als er geen dubbelbelastingverdrag is – zoals met Monaco of Liechtenstein – dan wordt de in België verschuldigde belasting gehalveerd. De voorwaarde is dat u in het buitenland al belasting op het vastgoed hebt betaald. ■ ●
5/20/2026 1:06:29 PM
36
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
BEROEPSINKOMEN
© FILIP YSENBAERT
VAK IV
NET_11_036_20260523_.indd 36
5/20/2026 1:08:48 PM
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
37
VAK IV BEROEPSINKOMEN
Van bedrijfswagen tot flexi-job: uw inkomen onder de loep Vak IV is met voorsprong de grootste puzzel van uw belastingaangifte. Dat is logisch, want voor werknemers en ambtenaren is dit de plek waar elk aspect van hun inkomen samenkomt. Maar let op: uw loon bestaat uit veel meer dan alleen het bedrag dat maandelijks op uw rekening wordt gestort. Van uw brutoloon tot extralegale voordelen: hier moet alles op de juiste plek landen. PETRA DE ROUCK
Dit kostenforfait geldt ook als de werkgever of het bedrijf de elektriciteitsfactuur betaalt. Ook voor de verwarmingsfactuur zijn er forfaits: 2.500 euro voor bedrijfsleiders en leidinggevenden en 1.130 euro voor werknemers. De forfaitaire waardering van elektriciteit en verwarming kan alleen in combinatie met een gratis woning worden toegepast. Anders wordt het voordeel gebaseerd op het werkelijke verbruik. Er is geen forfaitaire waardering voor water. Als een vennootschap of werkgever de waterfactuur betaalt, wordt het ‘werkelijke privéverbruik’ als voordeel van alle aard belast. Als u een eigen bijdrage betaalt voor het privégebruik, mag deze worden afgetrokken van het specifieke belastbare voordeel, níét van uw (andere) belastbare bezoldigingen. In de praktijk wordt zo’n eigen bijdrage ingehouden van uw nettoloon, waardoor een lager of helemaal geen voordeel vermeld staat op uw loonfiche en niet moet worden aangegeven.
2
E
en loon is veel meer dan het maandelijkse bedrag dat u op uw bankrekening ziet verschijnen. Sommige looncomponenten volgen een specifiek belastingregime, terwijl andere juist belastingvrij zijn (zie blz. 43). Het goede nieuws is dat u van de uitbetalende instantie een fiche krijgt met de bedragen en de in te vullen codes voor uw belastingaangifte. Dit zal ook automatisch zijn overgenomen in een elektronische aangifte via MyMinfin. Hieronder vindt u een overzicht van de belangrijkste rubrieken en de in te vullen codes.
1 WEDDEN, LONEN EN VOORDELEN ZOALS GSM In de eerste code (code 1250/2250) moeten werknemers en ambtenaren hun wedde of loon aangeven. Dat omvat ook voordelen zoals een bedrijfswagen of gsm van uw werkgever. Als u die ook privé mag gebruiken, wordt dat voordeel belast. Dit staat bekend als een ‘voordeel van alle aard’. Meestal wordt echter niet het werkelijk genoten voordeel belast, maar een forfait.
NET_11_036_20260523_.indd 37
● Bedrijfswagen Over het belastbare voordeel van een (elektrische) bedrijfswagen, tank- en laadmogelijkheden leest u meer op blz. 44.
Elektronica Het belastbare voordeel voor elektronica is forfaitair: - 72 euro per jaar voor een pc of laptop; - 36 euro per jaar voor een tablet of mobiele telefoon; - 60 euro per jaar voor een vaste of mobiele internetverbinding, ongeacht het aantal verbindingen; - 48 euro per aangeboden abonnement voor vaste of mobiele telefonie. ●
Gratis woning Het belastbare voordeel voor een huis of appartement dat uw werkgever of bedrijf ter beschikking stelt, bedraagt 100/60 van het geïndexeerd kadastraal inkomen, vermenigvuldigd met de factor twee en het percentage van het privégebruik. Bij een gemeubelde woning komt er een extra verhoging van twee derde bij. Heeft de woning zonnepanelen, dan kan de geleverde elektriciteit forfaitair worden belast: voor bedrijfsleiders is dat 1.250 euro en voor werknemers 560 euro. ●
VERVROEGD VAKANTIEGELD EN OPZEGGINGSVERGOEDINGEN Kreeg of gaf u in 2025 uw ontslag? Het vervroegd vakantiegeld geeft u aan bij code 1251/2251. Dat wordt belast tegen de gemiddelde aanslagvoet van het inkomstenjaar 2025, tenzij het samenvoegen van dat bedrag met uw andere inkomsten en het belasten tegen de gebruikelijke tarieven voordeliger is. Opzeggingsvergoedingen geeft u aan bij code 1308/2308. Die worden belast tegen de gemiddelde aanslagvoet van het laatste jaar waarin u twaalf maanden belastbare beroepsinkomsten had. Dit geldt ongeacht of deze inkomsten volledig of gedeeltelijk bestaan uit vervangingsinkomsten of pensioenen.
3 TERUGBETALING WOON-WERKVERKEER Als uw werkgever een vergoeding betaalt voor de dagelijkse pendel van en naar het werk, moet u het totaalbedrag aangeven in de rubriek A.7 bij code 1254/2254.
5/20/2026 1:08:49 PM
38
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
VAK IV BEROEPSINKOMEN
Let op: sinds het inkomstenjaar 2024 moet ook de vergoeding voor het woon-werkverkeer met de fiets worden aangegeven. Dit geldt ook voor een bedrijfsfiets die de werkgever ter beschikking stelt. In het verleden was de fietsvergoeding vrijgesteld, maar nu is die vrijstelling alleen nog van toepassing voor wie zijn werkelijke beroepskosten niet inbrengt, vergelijkbaar met andere vervoersmiddelen. U vindt de nodige informatie op uw inkomstenfiche. Als u uw werkelijke beroepskosten niet inbrengt, moet u de (gedeeltelijke) vrijstelling van de terugbetaling van uw woon-werkverkeer expliciet aanvragen in uw aangifte bij de code 1255/2255. Het bedrag dat u kunt vrijstellen, hangt af van het vervoermiddel dat u gebruikt. Als u verschillende vervoersmiddelen combineert – bijvoorbeeld als u naar het station fietst en daar de trein neemt – mag u de verschillende vrijstellingen optellen. Een overzicht: ● (Bedrijfs)wagen, motor of mobiliteitsvergoeding: Normaal gesproken stijgen fiscale grensbedragen elk jaar mee met de inflatie, maar voor deze vergoeding is dat niet het geval. Door de wet van 18 december 2025 werd de indexering eenmalig stopgezet. Hierdoor blijft de belastingvrijstelling voor het inkomstenjaar 2025 ongewijzigd op 490 euro, exact hetzelfde bedrag als het jaar daarvoor. ● Openbaar vervoer: De volledige vergoeding of terugbetaling door de werkgever is vrijgesteld.
Collectief vervoer (bijvoorbeeld tussen het station en het bedrijf): De vrijstelling wordt berekend op basis van de prijs van een trajectabonnement met de trein voor een maand in eerste klasse voor dezelfde reisafstand. De tarieven vindt u op www.belgianrail.be/nl/vervoersbewijzen/ treinkaarten/trajecttreinkaart. ●
● Fiets: De fietsvergoeding is vrijgesteld tot 36 cent per kilometer, met een absoluut plafond van 3.610 euro per jaar. Als uw werkgever geen kilometervergoeding
NET_11_036_20260523_.indd 38
betaalt, maar een forfaitair bedrag, kunt u tot 490 euro per jaar vrijstellen. Het voordeel in natura van een bedrijfsfiets is volledig vrijgesteld, voor zover de bedrijfsfiets wordt gebruikt voor het woon-werkverkeer. Bedrijfsleiders vinden analoge codes in vak XVI, rubriek 5, van de belastingaangifte.
4 COLLECTIEVE BONUS Hebt u een collectieve bonus – officieel: niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen – ontvangen? Bonussen betaald in 2025 zijn tot 3.622 euro belastingvrij. Geef het totale bedrag van de ontvangen bonus(sen) aan bij A.8 onder code 1242/2242 (voor eventuele achterstallen, gebruik code 1243/2243). De fiscus past de vrijstelling automatisch toe. Kreeg u een hogere bonus, omdat u bijvoorbeeld bij meerdere werkgevers werkte, dan wordt het deel boven 3.622 euro wél belast.
5 VRIJWILLIGE OVERUREN IN DE HORECA Voltijds horecapersoneel kan onbelaste overuren presteren door een ‘buitengewone vermeerdering van werk of onvoorziene noodzaak’. Voor die overuren wordt het normale loon zonder toeslag betaald. Ze kunnen niet worden omgeruild voor rustdagen. Het aantal uren dat ontsnapt aan belastingen en sociale bijdragen in de horeca verschilt naargelang de werkgever al dan niet een witte kassa (geregistreerd kassasysteem) heeft. Is er een witte kassa, dan zijn tot 360 uren vrijgesteld. U vult dan in de rubriek A.13 de codes 1395/2395 en 1396/2396 in. Zonder witte kassa zijn tot 300 uren vrijgesteld (codes 1335/2335 en 1336/2336). NIEUW! De regeling voor vrijwillige overuren wordt in 2026 hervormd. Volgens de
ontwerptekst stijgt het huidige quotum in de horeca vanaf 1 april 2026 van 360 naar 450 uren. 360 van deze 450 vrijwillige overuren zullen geen recht doen ontstaan op overloon. Voor deze 360 vrijwillige overuren zullen ook geen RSZ-bijdragen en personenbelasting verschuldigd zijn. Deze extra uren zijn echter niet voor iedereen: de regeling geldt alleen voor voltijdse medewerkers en voor deeltijdse werknemers die al minstens drie jaar bij dezelfde werkgever aan de slag zijn. Bovendien mogen deze overuren alleen worden ingezet bij een tijdelijke toename van werk.
6 FLEXI-JOB Via het systeem van flexi-jobs kunnen gepensioneerden en bepaalde werknemers tegen gunstige voorwaarden een centje bijverdienen, terwijl werkgevers op een flexibele en voordelige manier extra personeel kunnen inzetten op piekmomenten. Wie nog niet gepensioneerd is en een flexi-job doet, moet de inkomsten sinds het inkomstenjaar 2024 aangeven bij code 1262/2262. Dat komt omdat het bedrag dat een flexi-jobber onbelast kan verdienen in 2025 geplafonneerd is op 18.000 euro. Het surplus wordt belast tegen de gebruikelijke tarieven (tussen 25 en 50 procent). Gepensioneerden moeten de inkomsten niet aangeven, omdat ze fiscaal onbeperkt met een flexi-job mogen bijverdienen. De beoordeling of u al dan niet gepensioneerd bent, gebeurt op het moment dat u werkte als flexi-jobber, niet bij de betaling van het flexi-loon.
7 VERGOEDING VOOR VRIJWILLIGER BIJ DE BRANDWEER OF AMBULANCIER De eerste 7.540 euro van de nettovergoeding die u ontvangt als vrijwilliger bij de brandweer, bij de Civiele Bescherming of als vrijwillige ambulancier, is vrijgesteld
5/20/2026 1:08:50 PM
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
39
VAK IV BEROEPSINKOMEN
van belastingen. De inkomsten moeten worden opgenomen in rubriek 12 bij code 1391/2391. Let op: alleen het bedrag boven het plafond van 7.540 euro wordt effectief belast.
8 RELANCE-OVERUREN De relance-overuren werden in 2021 en 2022 ingevoerd om de druk van de coronacrisis op te vangen. Daarna werd de maatregel nog verlengd tot 31 maart 2026. Voor de vrijwillig gepresteerde relance-overuren is er geen inhaalrust of overloon, maar ze zijn wel tot 120 uren per jaar vrijgesteld van belastingen en socialezekerheidsbijdragen. In 2025 kunnen er tot 120 relance-overuren gepresteerd zijn. U geeft de bezoldigingen en het aantal relance-overuren aan in de rubriek A.13.a bij de codes 1381/2381 en 1382/2382. Bedrijfsleiders die ook werknemer zijn, vinden analoge codes in vak XVI in de rubriek 6A. Het is niet mogelijk om een eventueel saldo van relance-uren over te dragen van de ene periode naar de andere.
TIP! • Een fietsvergoeding voor uw woon-werkverkeer is alleen vrijgesteld als u uw werkelijke beroepskosten niet inbrengt. • Als u niet gepensioneerd bent en een flexi-job doet, mag u niet meer dan 18.000 euro verdienen om op dat inkomen geen belastingen te betalen. • Laat u uw werkloosheidsuitkering door een vakbond uitbetalen? U mag de betaalde vakbondsbijdrage aftrekken van de ontvangen uitkering.
10 GELEGENHEIDSWERKERS IN DE HORECA EN GEPENSIONEERDEN IN DE ZORGSECTOR De gunstmaatregelen voor gepensioneerden in de zorgsector werden opnieuw verlengd: nu tot eind 2026. Daardoor kunnen deze mensen onder dezelfde voorwaarden blijven inspringen als gelegenheidswerkers in de horeca. De inkomsten van gelegenheidswerkers in de horeca en gepensioneerden in de zorgsector worden belast tegen een afzonderlijk tarief van 33 procent, tenzij de belasting tegen het normale tarief gunstiger zou zijn. Deze inkomsten geeft u aan in de rubriek A.15, bij code 1263/2263. NIEUW! Nieuw tarief voor bijverdiensten gepensioneerden Met haar wetsontwerp tot hervorming van de personenbelasting wil de regering een structurele oplossing uitwerken voor gepensioneerden: vanaf 2027 zouden hun bijverdiensten in alle sectoren belast worden tegen een vast tarief van 33 procent.
NIEUW! Volgens de ontwerpwetgeving wordt het systeem voor vrijwillige overuren vanaf 1 april 2026 aanzienlijk uitgebreid. In de nieuwe regeling kunt u tot 360 overuren presteren zonder dat daar een specifieke motivatie of inhaalrust tegenover staat. De verdeling ziet er als volgt uit: ● 240 ‘netto vrijwillige overuren’: Dit quotum wordt verdubbeld (voorheen 120 uren). Deze uren zijn bijzonder voordelig: u betaalt er geen sociale bijdragen of bedrijfsvoorheffing op, en er is geen overloon verschuldigd. ● 120 ‘gewone vrijwillige overuren’: Voor deze uren gelden wel sociale bijdragen, bedrijfsvoorheffing en overloon, al blijven ze een fiscaal gunstregime genieten.
KOOPKRACHTPREMIE
In de horecasector wordt de lat nog hoger gelegd: daar stijgt het totale contingent van 360 naar 450 vrijwillige uren. Let op:
Tot eind maart 2024 konden werkgevers die tijdens de crisis goede resultaten hadden behaald een koopkrachtpremie geven in
NET_11_036_20260523_.indd 39
de vorm van consumptiecheques. Deze regeling is intussen uitgedoofd.
11 WIE VER VAN HET WERK WOONT de nieuwe regeling is niet onbeperkt toegankelijk, maar specifiek voorbehouden voor voltijdse werknemers of deeltijdse werknemers die al minstens drie jaar bij dezelfde werkgever aan de slag zijn. Een bijkomende voorwaarde is dat er in alle gevallen sprake moet zijn van een tijdelijke toename van werk.
9
Het bijkomend kostenforfait voor wie op meer dan 75 kilometer van het werk woont (vroeger tot 175 euro extra), werd al in het inkomstenjaar 2025 afgeschaft.
12 WERKLOOSHEIDS-, ZIEKTE- EN INVALIDITEITSUITKERINGEN Werkloosheids-, ziekte- en invaliditeitsuitkeringen worden belast tegen de gebruikelijke, progressieve belastingtarieven (van 25 tot 50 procent, exclusief gemeentebelastingen). Er zijn echter specifieke
5/20/2026 1:08:50 PM
40
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
VAK IV BEROEPSINKOMEN
belastingverminderingen voor vervangingsinkomsten. De berekening ervan is technisch complex. De belastingvermindering is opgebouwd uit twee delen: een basisbedrag en een eventuele bijkomende vermindering. Voor werkloosheidsuitkeringen bedraagt de basisvermindering maximaal 2.219,27 euro. Bestaat uw netto-inkomen alleen uit wettelijke ziekte- en invaliditeitsuitkeringen? Dan stijgt dit maximum naar 2.977,93 euro. Deze basisvermindering wordt afgebouwd in functie van uw andere inkomsten. Voor werkloosheidsuitkeringen is er geen belastingvermindering meer als u in 2025 een belastbaar inkomen van minstens 35.930 euro had. Let op: daarbij wordt niet alleen rekening gehouden met uw beroepsinkomen, maar ook met alle andere belastbare inkomsten, zoals die uit vastgoed en beleggingen. De aanvullende vermindering is er alleen voor wie geen ander inkomen heeft dan werkloosheidsuitkeringen, eventueel aangevuld met pensioenen, ziekte- en invaliditeitsuitkeringen en/of andere vervangingsinkomsten. Deze vermindering bedraagt maximaal 457,23 euro voor het inkomstenjaar 2025. De werkloosheidsuitkering en aanvullende vergoedingen moet u aangeven in de rubriek B. Een werkloosheidsuitkering zonder anciënniteitstoeslag – wat het vaakst voorkomt – geeft u aan bij code 1260/2260. Laat u uw werkloosheidsuitkering door een vakbond uitbetalen? U mag de betaalde vakbondsbijdrage aftrekken van de ontvangen uitkering, op voorwaarde dat de bijdrage betrekking heeft op een periode van werkloosheid. Was u niet het hele jaar werkloos, dan mag alleen het gedeelte dat verwijst naar de periode van werkloosheid in mindering worden gebracht. Doorgaans vermeldt de vakbond dat bedrag op een attest. Let op: u moet het bedrag van de ontvangen uitkering zelf aanpassen in de al ingevulde gegevens in Tax-on-web. U doet er goed aan dat attest bij uw aangifte te voegen, omdat de aangegeven uitkering in dat geval afwijkt van wat er op de fiche vermeld is.
NET_11_036_20260523_.indd 40
NIEUW! De federale regering voert een hele reeks veranderingen door op het gebied van loon, loonvoordelen en uitkeringen:
Hebt u in de loop van 2025 een uitkering ontvangen wegens ziekte, invaliditeit of moederschapsrust, dan geeft u deze aan in rubriek C bij code 1266/2266. U ontvangt hiervoor fiche 281.12. Indien uw werkgever via een collectieve verzekering een aanvullende ziekte- of invaliditeitsuitkering heeft betaald, moet u deze aangeven in rubriek D bij code 1269/2269.
• Vrijstelling voor het
woon-werkverkeer De vrijstelling voor het woon-werkverkeer wordt eenmalig niet geïndexeerd. ●
Forfait voor verre verplaatsingen Het bijkomend forfait voor verre verplaatsingen wordt geschrapt vanaf het aanslagjaar 2026.
●
Flexi-jobs Het maximale jaarinkomen voor flexi-jobs wordt verhoogd van 12.000 naar 18.000 euro per jaar. Dat bedrag wordt geïndexeerd.
●
Bijzondere bijdrage op de sociale zekerheid De bijzondere bijdrage sociale zekerheid (BBSZ) zal worden hervormd en verlaagd.
●
Fiscale werkbonus De fiscale werkbonus zal worden versterkt.
●
Werkloosheidsuitkeringen De belastingvermindering voor werkloosheidsuitkeringen wordt afgeschaft.
NIEUW! Belastingvermindering voor werklozen op de schop De fiscale regels voor werklozen zullen de komende jaren drastisch veranderen. Volgens het nieuwe wetsontwerp wordt de gewone belastingvermindering voor werkloosheidsuitkeringen vanaf het inkomstenjaar 2026 teruggeschroefd naar een vierde van het huidige bedrag. De aanvullende vermindering verdwijnt op dat moment volledig. Vanaf 2029 wordt de belastingvermindering voor werkloosheidsuitkeringen zelfs helemaal afgeschaft.
13 TIJDSKREDIET EN OUDERSCHAPSVERLOF Ging u in 2025 tijdelijk minder werken of niet werken naar aanleiding van tijdskrediet of ouderschapsverlof, dan moet u de uitkering van de RVA en de eventuele Vlaamse aanmoedigingspremie aangeven in rubriek D bij code 1271/2271. U ontvangt hiervoor fiche 281.18.
14 INHOUDINGEN VOOR AANVULLEND PENSIOEN Moet u verplicht bijdragen voor een groepsverzekering of pensioenfonds van uw werkgever? Die eigen bijdrage die uw werkgever op uw nettoloon inhoudt, geeft recht op een belastingvermindering van 30 procent. Die is al verrekend in de be-
5/20/2026 1:08:51 PM
by mediafin
UW TOEKOMST KUNNEN WE NIET VOORSPELLEN, UW RENDEMENT WEL
invest.immo dé immosite voor investeringsvastgoed Op zoek naar een vastgoedinvestering? Dan vind je tussen de meer dan 2000 investeringspanden bij INVEST.IMMO ongetwijfeld wat je zoekt. Je krijgt meteen een helder overzicht over het rendement van je investering, zonder waarzeggerij.
ontdek het uitgebreid aanbod op www.invest.immo of scan de qr code
NET_11_041_20260523.indd 41
5/19/2026 1:29:35 PM
42
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
VAK IV BEROEPSINKOMEN
drijfsvoorheffing die van uw loon wordt ingehouden. Code 1285/2285 in de rubriek F is er voor gewone bijdragen. Code 1283/2283 vult u in als u blijft storten in een pensioenplan van een vorige werkgever. Code 1387/2387 is voor als u op eigen initiatief een aanvullend pensioen opbouwt met de formule ‘vrij aanvullend pensioen voor werknemers’.
15 OVERUREN MET OVERWERKTOESLAG Klassieke (onvrijwillige) overuren waarvoor een overwerktoeslag wordt betaald, zijn niet vrijgesteld van belastingen, maar geven wel recht op een belastingvermindering. Die wordt al verrekend in de bedrijfsvoorheffing. Bij 20 procent overloon bedraagt de belastingvermindering 66,81 procent van het overwerkloon, bij 50 of 100 procent overloon is dat 57,75 procent. Het fiscaal gunstregime voor overuren is beperkt tot 360 uren in de horeca, die u aangeeft in rubriek G, code 1317/2317. In andere sectoren kunnen werknemers tot 180 uren per jaar presteren (code 1305/2305). Sinds 1 juni 2024 is het aantal uren voor bepaalde werknemers in de bouwsector verhoogd naar 280 uren (code 1238/2238). Afhankelijk van het overloon (20 procent met code 1233/2233, 50 of 100 procent met code 1234/2234) zijn er verschillende codes van toepassing. NIEUW! Meer fiscaalvriendelijke overuren worden de norm De verhoging van het aantal fiscaalvriendelijke (onvrijwillige) overuren is een blijver. Het wetsontwerp tot hervorming van de personenbelasting maakt het plafond van 180 overuren per jaar permanent voor alle sectoren vanaf 1 januari 2026. Daarmee wordt de tijdelijke maatregel, die eind 2025 zou aflopen, structureel verankerd. De specifieke regelingen voor bepaalde sectoren blijven onveranderd: voor wegen- en spoorwegwerken blijft het plafond op 280 uren liggen, terwijl
NET_11_036_20260523_.indd 42
de horeca kan blijven rekenen op 360 uren.
18 WERKBONUS
16 BEDRIJFSVOORHEFFING Bij de uitbetaling van lonen en vervangingsinkomsten wordt bedrijfsvoorheffing ingehouden. Dat is slechts een voorschot op de belastingen. De definitieve belastingafrekening gebeurt via de jaarlijkse belastingaangifte, waarin ook andere inkomsten en uitgaven worden meegenomen. Het totaal van de betaalde bedrijfsvoorheffing geeft u aan in rubriek H, bij code 1286/2286.
17 BIJZONDERE BIJDRAGE VOOR DE SOCIALE ZEKERHEID De bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid (BBSZ) is een extra sociale bijdrage die werknemers betalen boven op de ‘gewone’ bijdragen. De maandelijks ingehouden BBSZ is een voorschot; de definitieve bijdrage wordt berekend op basis van de jaarlijkse belastingaangifte. De ingehouden BBSZ bij de uitbetaling van uw loon geeft u aan in rubriek I, bij code 1287/2287. NIEUW! Bijzondere bijdrage sociale zekerheid wordt gehalveerd en individueel Vanaf het inkomstenjaar 2028 ondergaat de bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid een grondige hervorming. In plaats van een berekening per gezin, wordt de bijdrage voortaan individueel bepaald. Bovendien wordt het maximumbedrag gehalveerd. Dit levert verschillende voordelen op: ● Alleenstaanden zien hun bijdrage dalen. ● De onderste inkomensgrens wordt opgetrokken, waardoor meer mensen worden vrijgesteld. ● Het belastingpercentage in de eerste schijf gaat omlaag, wat de belastingdruk kan verlagen.
De werkbonus is bedoeld om werken financieel aantrekkelijker te maken dan werkloosheid. Contractuele werknemers in zowel de privé- als publieke sector met een beperkt inkomen betalen minder sociale bijdragen, waardoor ze netto meer overhouden van hun brutoloon. Bovendien geeft de werkbonus recht op een fiscale korting van 33,14 procent van het bedrag van de werkbonus, met een maximum van 1.540 euro. U geeft de ontvangen werkbonus aan in rubriek K bij code 1284/2284. Dit is het bedrag van de vermindering van de persoonlijke sociale bijdragen op het betaalde of toegekende loon. Als het loon zeer laag is (maandloon tot 2.175,25 euro), geeft de werkbonus die sinds 1 april 2024 werd toegekend, ook recht op een verhoogde korting van 52,54 procent. Dit deel van de werkbonus moet u aangeven bij de code 1360/2360. Een gelijkaardige wijziging is er in rubriek 17 van vak XVI voor bedrijfsleiders die ook werknemer zijn. NIEUW! Fiscale werkbonus stijgt fors Wie een lager loon heeft, houdt daar vanaf 2026 netto meer van over. Het nieuwe wetsontwerp tot hervorming van de personenbelasting versterkt vanaf 2026 de fiscale werkbonus in verschillende stappen: ● Voor de zeer lage lonen: Het percentage stijgt van 52,54 naar 63 procent (voor de aanslagjaren 2027 en 2028) en klimt daarna verder naar 72 procent vanaf aanslagjaar 2029. ● Voor de lage lonen: Hier stijgt het percentage van 33,14 naar 35 procent vanaf aanslagjaar 2029.
Meer over de vergoeding voor de overdracht van auteursrechten op blz. 66.
5/20/2026 1:08:51 PM
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
43
VAK IV BEROEPSINKOMEN
8
inkomsten die u niet moet aangeven
1.
Maaltijd-, cadeau-, cultuur-, sport- en ecocheques.
2.
Thuiswerkvergoeding, op voorwaarde dat u uw werkelijke beroepskosten niet bewijst (zie blz. 46). In 2025 mocht uw werkgever een belastingvrije vergoeding toekennen van maximaal 157,83 euro per maand vanaf 1 maart 2025. Voor de eerste twee maanden van het jaar was het bedrag van 2024 nog van toepassing (154,74 euro). Ook een belastingvrije vergoeding voor het professioneel gebruik van privémateriaal is mogelijk, zolang het bedrag binnen de plafonds blijft.
3.
Kosten eigen aan de werkgever Een vergoeding voor kosten die eigenlijk ten laste zijn van de werkgever, is belastingvrij. Het gaat bijvoorbeeld om de vergoeding die uw werkgever betaalt voor het gebruik van uw eigen wagen, motorfiets of bromfiets voor beroepsverplaatsingen. Die blijven belastingvrij zolang de kilometervergoeding beperkt blijft. Afhankelijk van de sector van uw werkgever wordt de vergoeding op kwartaal- of jaarbasis geïndexeerd. Bij een kwartaalindexering lag het plafond voor de opeenvolgende kwartalen in 2025 op 0,4290 euro (1 januari 2025 - 31 maart 2025), 0,4320 euro (1 april 2025 - 30 juni 2025), 0,4309 euro (1 juli 2025 30 september 2025) en 0,4312 euro (1 oktober 2025 31 december 2025) per kilometer. Kiest uw werkgever voor een jaarindexering, dan is het plafond 0,4415 euro per kilometer van 1 juli 2024 tot en met 30 juni 2025 en 0,4449 euro per kilometer voor de periode van 1 juli 2025 tot en met 30 juni 2026. Wordt er toch een hogere vergoeding toegekend, dan moet u kunnen aantonen dat die overeenkomt met uw werkelijke kosten. Ook de vergoedingen voor dienstreizen in België zijn kosten eigen aan de werkgever en dus belastingvrij. Die vergoeding dekt de kosten van maaltijden en dranken op dagen dat u minstens 6 uur op ver-
NET_11_043_20260523_.indd 43
plaatsing bent. Tot en met 28 februari 2025 bedroeg de forfaitaire vergoeding 20,80 euro per dag. Vanaf 1 maart 2025 steeg dit bedrag naar 21,22 euro per dag. 4.
Winstparticipatie Met een winstparticipatie kan uw werkgever u laten delen in de winst. Bij de uitbetaling worden een solidariteitsbijdrage (13,07 procent) en een bevrijdende belasting (7 procent) ingehouden. U hoeft de premie niet op te nemen in uw belastingaangifte. Ze zal wel vermeld staan op de belastingafrekening (het aanslagbiljet) die u later van de fiscus ontvangt.
5.
Innovatiepremie voor het aanbrengen van een nieuw idee, op voorwaarde dat het bedrag niet hoger is dan uw brutomaandloon.
6.
Vlaamse jobbonus De Vlaamse jobbonus is er voor werknemers en statutaire ambtenaren die in Vlaanderen wonen en gemiddeld minder dan 3.114,99 euro bruto per maand verdienen bij voltijdse tewerkstelling. In 2025 kan die Vlaamse jobbonus oplopen tot 700 euro per jaar, met daarbovenop een (eenmalige) forfaitaire toeslag van 50 euro. De jobbonus is belastingvrij en moet dus niet worden aangegeven.
7.
Onkostenvergoeding voor vrijwilligerswerk Vrijwilligers worden per definitie niet betaald. Dat neemt niet weg dat ze een belastingvrije onkostenvergoeding kunnen krijgen. Die moet u niet opnemen in uw belastingaangifte. Het kan gaan om een forfaitaire kostenvergoeding of een terugbetaling van de werkelijke kosten. Een combinatie van beide mag niet. Een forfaitaire vergoeding blijft belastingvrij als de wettelijke plafonds niet worden overschreden. Voor het inkomstenjaar 2025 bedragen die plafonds 42,31 euro per dag en 1.692,51 euro per jaar. Voor specifieke categorieën vrijwilligers, bijvoorbeeld in de sport en de zorgsector, bedraagt het plafond 42,31 euro per dag en 3.108,44 euro per jaar. Let op: als u actief bent in meerdere organisaties, worden de vergoedingen samengevoegd. Meer info over bijverdiensten: zie blz. 84.
8.
Stakingsgeld Het stakingsgeld dat wordt betaald door een vakbond moet u niet aangeven. ■
5/20/2026 1:12:41 PM
44
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
VAK IV BEROEPSINKOMEN
Hoeveel belastingen betaalt u op een (elektrische) bedrijfswagen? Nu de elektrische bedrijfswagen de norm is geworden, verschuift de fiscale focus. Het gaat niet langer alleen om de auto, maar om het hele pakket: van de laadpas tot de laadpaal, en eventueel zonnepanelen of een thuisbatterij. Omdat elk onderdeel volgens een eigen belastingregime wordt afgerekend, is het cruciaal om te weten hoe de fiscus uw ‘groene’ mobiliteit berekent. PETRA DE ROUCK
K
rijgt u van uw werkgever of vennootschap een wagen die u ook privé of voor uw woon-werkverkeer mag gebruiken? Dan is dat een belastbaar voordeel. Niet het werkelijke voordeel wordt belast, wel een forfait, het zogenaamde voordeel van alle aard (VAA). Ook extra’s zoals een tankkaart, laadpas, laadpaal of thuisbatterij worden fiscaal beoordeeld. We focussen eerst op de bedrijfswagen.
1 BEDRIJFSWAGEN Het VAA van een bedrijfswagen wordt berekend volgens een vaste berekeningsformule. Daarbij spelen de cataloguswaarde, de leeftijd van de wagen, het type motor en de CO₂-uitstoot een rol. Belastbaar voordeel De CO₂-uitstoot in de berekeningsformule is gekoppeld aan de jaarlijkse evolutie van de gemiddelde uitstoot van alle nieuw ingeschreven wagens, de referentie-uitstoot. Jaarlijks wordt een referentie-uitstoot bepaald voor enerzijds wagens ●
NET_11_043_20260523_.indd 44
NIEUW! • Mobiliteitsbudget
voor iedereen Werkgevers zullen het mobiliteitsbudget voortaan systematisch moeten aanbieden aan werknemers die recht hebben op een bedrijfswagen. De federale regering wil het huidige systeem hervormen tot een mobiliteitsbudget voor iedereen. Dat moet de versnipperde regels over tegemoetkomingen voor het woon-werkverkeer en privéverplaatsingen voor de werknemer vervangen. Wanneer gaat dit in? • Grote bedrijven: verplicht vanaf 1 januari 2027. • Kmo’s (tot 50 werknemers): uitstel tot 1 januari 2028. • Kleine bedrijven (minder dan 15 werknemers): geen verplichting om het mobiliteitsbudget in te voeren.
met een benzine-, lpg- of aardgasmotor en anderzijds diesels. Door te kiezen voor een elektrische bedrijfswagen – die geen CO₂-uitstoot heeft – kunt u het belastbare voordeel drukken, maar er is altijd een jaarlijks geïndexeerd minimaal belastbaar voordeel van 1.650 euro. Ook hybride wagens, die een batterij met een verbrandingsmotor combineren, kunnen tegen dat minimumvoordeel worden belast, op voorwaarde dat de CO₂-uitstoot voldoende beperkt is. Maar een elektrische en hybride bedrijfswagen worden niet per definitie tegen het minimum van 1.650 euro belast. Ook de cataloguswaarde – die vaak hoger is voor een elektrische wagen – speelt een rol. Het minimale belastbaar voordeel is er voor (elektrische) wagens met een cataloguswaarde (inclusief btw en opties) tot 48.125 euro in het eerste gebruiksjaar. Duurdere wagens hebben een hoger belastbaar voordeel. Ook de leeftijd van de wagen beïnvloedt het voordeel: elk jaar na de eerste inschrijving daalt de cataloguswaarde in de berekeningsformule met 6 procent. Maar er is een grens: de cataloguswaarde kan maximaal met 30 procent dalen, wat
5/20/2026 1:12:45 PM
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
45
VAK IV BEROEPSINKOMEN
bereikt wordt als de bedrijfswagen zes jaar oud is. De basis kan dus niet lager dan 70 procent zijn.
FORFAITAIRE TERUGBETALING VAN THUIS GELADEN ELEKTRICITEIT in eurocent per kWh Vlaanderen
Eigen bijdrage voor privégebruik Betaalt u zelf een bijdrage voor het privégebruik, dan wordt die in mindering gebracht op het belastbaar voordeel.
Brussel
Wallonië
u niets voor het laadstation, dan wordt u wel belast op een voordeel van alle aard, op voorwaarde dat het laadstation nog een economische restwaarde heeft.
●
0
5
10 15 20 25 30 35
4
28,22
Eerste 32,94 kwartaal
EIGEN LAADPAAL
32,56
Beroepskosten Voor een bedrijfswagen mag u werkelijke beroepskosten inbrengen (zie blz. 48). Wie kiest voor het kostenforfait kan een bedrag tot 490 euro voor het woon-werkverkeer vrijstellen (zie blz. 37). ●
Belastingdruk Het belastbare voordeel wordt bij uw inkomen geteld en belast tegen de gewone tarieven (tot 50%, exclusief gemeentebelasting). U betaalt geen sociale bijdragen op het VAA. ●
2 LAADPAS VAN UW WERKGEVER Krijgt u van uw werkgever een laadpas bij uw elektrische wagen (of een laad- én tankkaart bij een hybride)? Goed nieuws: zo’n pas leidt niet tot een extra belastbaar voordeel.
3 LAADPAAL VAN UW WERKGEVER Installeert uw werkgever een laadpaal bij u thuis én betaalt hij de stroom die u daarmee verbruikt? Dan is dat – op voorwaarde dat aan een aantal spelregels is voldaan – geen extra belastbaar voordeel. Net als een tankkaart of laadpas zit dit mee vervat in het VAA van de wagen. Voorwaarde is wel dat de laadpaal uitgerust is met een slim communicatiesysteem dat aan de werkgever doorgeeft hoeveel stroom er wordt verbruikt voor het laden. De terugbetaling van de thuis geladen elektriciteit moet in principe gebeuren op basis van de werkelijke elektriciteitsprijs per kilowattuur. Werknemers die een con-
NET_11_043_20260523_.indd 45
31,94
Tweede 35,85 kwartaal 36,18 34,56
Derde 37,87 kwartaal 38,43 30,7
Vierde 33,56 kwartaal 34,57
tract met een vaste stroomprijs hebben, moeten de elektriciteitsprijs periodiek – in principe jaarlijks – doorgeven. Voor werknemers met een variabel contract worden de elektriciteitskosten bepaald op basis van de (gewogen) gemiddelde elektriciteitsprijs uit uw jongste afrekening. Die prijs wordt gebruikt tot de volgende afrekening, waarna een regularisatie kan volgen. Omdat er veel elektriciteitscontracten en -aanbieders op de markt zijn en omdat het aantal werknemers met een elektrische of hybride bedrijfswagen toeneemt, is het voor een werkgever vaak onbegonnen werk om per werknemer een goed beeld van de stroomprijs te krijgen. Daarom mag de terugbetaling ook gebeuren op basis van een forfait, waarbij de tarieven van de regulator CREG worden toegepast. De CREG publiceert hiervoor maandelijks boordtabellen met stroomprijzen per type klant en type verbruik. Er wordt gewerkt met een gemiddeld tarief per kwartaal, waarbij ook rekening wordt gehouden met de woonplaats van de werknemer (Vlaanderen, Brussel of Wallonië). Na 48 maanden kunt u kosteloos – zonder extra belastingen – eigenaar worden van de laadpaal, op voorwaarde dat die fiscaal volledig is afgeschreven. Verlaat u het bedrijf vroeger? Als u de restwaarde betaalt, is er geen belastbaar voordeel. Betaalt
Hebt u zelf een laadpaal geïnstalleerd en maakt u geen gebruik van een laadpas van uw werkgever? Als de carpolicy bepaalt dat ook privéverplaatsingen worden vergoed, kan de terugbetaling van de geladen elektriciteit belastingvrij. De regels zijn dezelfde als bij een laadpaal die de werkgever ter beschikking stelt (zie punt 3). Dekt uw carpolicy alleen professionele verplaatsingen? Dan mag alleen de elektriciteit voor die verplaatsingen belastingvrij worden terugbetaald. Op een vergoeding voor het woon-werkverkeer en de privéverplaatsingen moet u belastingen en socialezekerheidsbijdragen betalen. Wel geldt er een vrijstelling tot 490 euro voor woon-werkverkeer (zie blz. 37).
5 ZONNEPANELEN EN THUISBATTERIJ Laat uw werkgever zonnepanelen of een thuisbatterij bij u thuis installeren om uw elektrische bedrijfswagen op te laden? Dat wordt wél beschouwd als een bijkomend belastbaar voordeel – al is dat afhankelijk van de overdracht van de eigendomsrechten. Wordt u eigenaar van de installatie? Dan betaalt u eenmalig belastingen op de marktprijs die een particulier voor zo’n installatie zou betalen, in het jaar waarin u eigenaar wordt. Blijft de installatie eigendom van uw werkgever? Dan wordt u jaarlijks belast op een voordeel van alle aard, berekend op basis van de gangbare leaseprijzen voor zonnepanelen of thuisbatterijen op de particuliere markt. De opgewekte elektriciteit met de zonnepanelen levert geen bijkomend belastbaar voordeel op. ■
5/20/2026 1:12:47 PM
46
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
VAK IV BEROEPSKOSTEN
Drie belastingregimes in het mobiliteitsbudget Ruilt u uw (recht op een) bedrijfswagen in voor een mobiliteitsbudget? Dan hebt u drie opties, elk met een ander belastingregime: • Eerste optie: een milieuvriendelijke(re) bedrijfswagen. Als u die ook privé mag gebruiken, wordt het voordeel van alle aard berekend zoals voor andere bedrijfswagens. • Tweede optie: duurzame vervoermiddelen, zoals een fiets of het openbaar vervoer, en huisvestingskosten voor een woning op maximaal tien kilometer van het werk. Die zijn vrijgesteld van belastingen en sociale bijdragen. • Derde optie: op het resterende deel van het budget dat cash wordt betaald, wordt een bijzondere werknemersbijdrage van 38,07 procent ingehouden.
In vier stappen naar minder belastingen via uw beroepskosten Betaal niet meer belastingen dan nodig. Door uw beroepskosten slim af te trekken, verlaagt u uw belastbare basis. U kunt daarbij rekenen op een automatisch forfait, maar soms is het interessanter om uw werkelijke uitgaven te bewijzen. Met dit stappenplan ontdekt u wat voor u de beste deal is. PETRA DE ROUCK
forfaitair of de werkelijke kosten. Zo kan de ene voor het gemak gaan, en de andere voor een maximale aftrek. Zo komt u tot de juiste beslissing: STAP 1
Hoeveel bedraagt het kostenforfait? De berekening en de hoogte van het kostenforfait hangen af van uw beroepsactiviteit. Werknemers en handelaars (zelfstandigen met winst) Het kostenforfait voor werknemers en zelfstandigen bedraagt 30 procent van het belastbare inkomen, met een maximum van 5.930 euro. Dat plafond bereikt u met een brutojaarinkomen van meer dan 19.766,65 euro. Let op: het kostenforfait geldt níét voor zelfstandigen die vrijwillig kiezen voor een forfaitaire belasting op hun winst, zoals bakkers, slagers en uitbaters van een frietkraam of café. Zij vallen onder een ander regime. Het ‘belastbaar inkomen’ is voor werknemers het belastbare bruto-inkomen na aftrek van de socialezekerheidsbijdragen. Het bruto-inkomen omvat niet alleen het loon of de wedde, maar onder meer ook de vergoeding voor het woon-werkver●
G EEN VRAAG OVER UW BELASTINGAANGIFTE? Hebt u nog een vraag over uw belastingaangifte? Stel ze voor 2 juni op www.tijd.be/belastingvraag. Stel ze voor 2 juni op Tijdens Het Grote Belastingwebinar op 5 juni beantwoorden we samen met de taxconsultants van Vialto Partners uw prangendste vragen.
NET_11_043_20260523_.indd 46
een zin om betaalbonnetjes en facturen te verzamelen van uw beroepskosten? Begrijpelijk. Gelukkig hebt u als werknemer, ambtenaar, zelfstandige of vrije beroeper sowieso recht op een kostenforfait. Zelfs als u geen kosten kunt aantonen of er geen hebt gemaakt. Maar makkelijk is niet altijd het voordeligst. In veel gevallen kunt u meer aftrekken door uw werkelijke kosten op te geven. En dat verlaagt uw belastbaar inkomen. U moet zelf uitzoeken wat voor u de voordeligste keuze is. Bent u gehuwd of wettelijk samenwonend en vult u samen met uw partner een belastingaangifte in? Dan mag elke partner afzonderlijk kiezen:
5/20/2026 1:12:48 PM
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
47
VAK IV BEROEPSKOSTEN
keer, achterstallen, opzeggingsvergoedingen, vervangingsinkomsten, (vervroegd) vakantiegeld en voordelen van alle aard (zoals een bedrijfswagen en een gsm). Voor zelfstandigen met winst is het belastbare inkomen de omzet, verminderd met de sociale bijdragen én de aankoopprijs van de handelsgoederen en grondstoffen. Bedrijfsleiders Voor bedrijfsleiders bedragen de forfaitaire beroepskosten 3 procent van hun inkomsten, met een maximum van 3.130 euro. Dat maximum haalt u pas vanaf een inkomen van 104.333,17 euro.
KOSTENFORFAIT VOOR VRIJE BEROEPERS EN AMBTEN VRAAGT REKENWERK Inkomensschijf
Percentage
Kostenforfait, in €
Gecumuleerd totaal, in €
Van 0 tot 7.540€
28,7
2.163,98 2
2.163,98
Van 7.540 tot 14.970€
10,0
743,00
2.906,98
Van 14.970 tot 24.920€
5,0
497,50
3.404,48
Van 24.920 tot 85.103,84€
3,0
1.805,52
5.210,00
●
Vrije beroepers, ambten en meewerkende echtgenoten Voor vrije beroepers die baten behalen en ambten wordt het kostenforfait berekend volgens een degressief percentage, afhankelijk van de inkomensschijf. Ook hier is er een plafond: het forfait kan niet hoger zijn dan 5.210 euro (zie tabel). ●
Meewerkende echtgenoot Meewerkende echtgenoten hebben recht op een wettelijk forfait van 5 procent van hun beroepsinkomsten, met een maximum van 5.210 euro. ●
vrijstelling van een fietsvergoeding kan vanaf deze belastingaangifte niet langer gecombineerd worden met de werkelijke beroepskosten. En ook de vrijstelling voor verre verplaatsingen valt weg. STAP 3
Hoeveel kosten als u meerdere jobs combineert? Combineert u meerdere activiteiten? Dan mag u per activiteit kiezen tussen het kostenforfait en de werkelijke beroepskosten. U kunt dus perfect het forfait toepassen op uw loon als werknemer en tegelijk de werkelijke kosten aftrekken voor uw zelfstandige activiteit als vrije beroeper.
STAP 4
Vul uw belastingaangifte correct in
STAP 2
Hoeveel werkelijke beroepskosten kunt u fiscaal inbrengen? Zodra u weet hoeveel kostenforfait u kunt inbrengen, loont het de moeite om ook uw werkelijke beroepskosten na te rekenen. Op blz. 48 vindt u een overzicht van de meest voorkomende aftrekbare kosten. Let op: kosten die uw werkgever of uw bedrijf terugbetaalt, mag u niet aftrekken. Gebruikt u iets zowel privé als voor uw beroep? Dan moet u die verdeling maken en mag u alleen het beroepsgedeelte fiscaal inbrengen. Houd er ook rekening mee dat wie kiest voor de werkelijke beroepskosten, geen enkele belastingvrijstelling meer krijgt voor (een deel van) de vergoeding voor uw woon-werkverkeer (zie blz. 37). Ook een
NET_11_043_20260523_.indd 47
Voor elke inkomenscategorie kunt u het maximale kostenforfait krijgen. Werkt u deels in loondienst en oefent u ook nog een vrij beroep uit? Dan kunt u tot 5.930 euro forfaitaire kosten aftrekken voor het loon, en tot 5.210 euro voor uw vrij beroep. Belangrijk: binnen één inkomenscategorie kunt u het kostenforfait en de werkelijke beroepskosten niet combineren, ook niet als het gaat om twee verschillende activiteiten. Werkt u bijvoorbeeld halftijds als winkelbediende en halftijds als receptioniste – beide onder het statuut van werknemer – dan moet u voor het totale werknemersinkomen één keuze maken: het forfait of de werkelijke kosten. Kiest u voor het forfait, dan geldt dat dus voor het gezamenlijke loon.
TIP! ï Houd er rekening mee dat u bij werkelijke beroepskosten geen vrijstelling meer hebt van de vergoeding voor uw woon-werkverkeer en verre verplaatsingen. ï Het kostenforfait is er ook als u geen of weinig beroepskosten hebt. ï Combineert u meerdere jobs? Voor elke inkomenscategorie kunt u het maximale kostenforfait krijgen.
Beslist u om voor het kostenforfait te gaan? Goed nieuws: dan hoeft u als werknemer, ambtenaar, bedrijfsleider of vrije beroeper helemaal niets te doen. De fiscus past het forfait automatisch toe. Kiest u voor de werkelijke beroepskosten, dan moet u wel zelf actie ondernemen. Werknemers geven het totaalbedrag van de werkelijke beroepskosten aan in vak IV in de rubriek A.21, code 1258/2258. Voor de overige beroepsgroepen is dat in deel II van de belastingaangifte. Bedrijfsleiders vervolledigen bij vak XVI in de rubriek 12 de code 1406/2406, zelfstandigen met winst bij vak XVII in de rubriek 8 de code 1606/2606. En wie een vrij beroep heeft, vervolledigt bij vak XVIII in de rubriek 10 de code 1657/2657. ■
5/20/2026 1:12:49 PM
48
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
© FILIP YSENBAERT
VAK IV BEROEPSKOSTEN
NET_11_048_20260523_.indd 48
5/20/2026 1:12:03 PM
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
49
VAK IV BEROEPSKOSTEN
Valt de balans in uw voordeel? Het perfecte recept voor uw beroepskosten Liggen uw werkelijke beroepskosten hoger dan het wettelijke forfait? Zorg er dan voor dat u geen enkele post over het hoofd ziet. Wij zetten de meest voorkomende beroepskosten op een rij. PETRA DE ROUCK
D
e kosten die u in 2025 hebt betaald om uw beroepsinkomsten te behouden of te verwerven, zijn fiscaal aftrekbaar. Als u kiest voor het inbrengen van uw werkelijke beroepskosten, is het cruciaal om alle mogelijke kostenposten optimaal te benutten. Dit vergt wat reken- en zoekwerk. In uw aangifte volstaat het om het totaalbedrag van uw werkelijke beroepskosten te vermelden. Hoewel u strikt genomen niet verplicht bent om een gedetailleerd overzicht van uw kosten mee te sturen, is het verstandig om dit spontaan te doen. Dit versnelt de verwerking van uw aangifte. Mocht de fiscus om meer informatie vragen, dan moet u in staat zijn om bewijsstukken zoals facturen, kwitanties, rekeninguittreksels en kassabonnetjes voor te leggen.
NET_11_048_20260523_.indd 49
Een overzicht van de meest voorkomende beroepskosten. 1. WOON-WERKVERKEER
De dagelijkse pendel van en naar het werk is vaak een belangrijke kostenpost. Wat u fiscaal kunt inbrengen, hangt af van het vervoermiddel dat u gebruikt. Als u meerdere vervoersmiddelen combineert, kunt u de verschillende aftreksystemen combineren. Let wel, voor alle andere vervoersmiddelen dan uw auto moet u voor hetzelfde kostensysteem kiezen: ofwel het forfait per kilometer, ofwel de werkelijke kosten. ●
Eigen wagen of deelwagen
Ook al bewijst u uw werkelijke beroepskosten, toch mag u voor uw woon-werk-
verkeer maar 0,15 euro per kilometer inbrengen. Alleen de intresten (beperkt tot het beroepsmatige gebruik) van een autolening kunnen daar nog bovenop komen. De berekening gaat als volgt: 0,15 euro per kilometer x aantal kilometers voor een enkel traject x aantal trajecten per dag x aantal werkdagen in het jaar. Er is geen kilometerbeperking per dag. U hoeft niet per se de kortste route naar het werk te nemen. Het moet de ‘normale’ weg zijn, rekening houdend met afstand, verkeersdrukte, aard van de weg en reistijd. Als u bijvoorbeeld tijdens de middagpauze naar huis gaat, mag u dat extra traject meerekenen. Een omweg om de kinderen naar school te brengen, wordt als een privéverplaatsing beschouwd en mag dus niet worden meegeteld. De wagen moet niet noodzakelijk op uw
5/20/2026 1:12:04 PM
50
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
VAK IV BEROEPSKOSTEN
naam staan. Ook de wagen van uw partner (waarmee u gehuwd bent of wettelijk samenwoont) of van uw ouders komt in aanmerking. Deze regeling geldt ook voor deelwagens, zoals Cambio of Poppy. ●
Bedrijfswagen
Ook als u een bedrijfswagen kosteloos van uw werkgever of vennootschap ter beschikking krijgt (al dan niet met tankkaart), mag u 0,15 euro per kilometer inbrengen voor uw woon-werkverkeer. Let op: er geldt een plafond: de beroepskosten mogen nooit meer bedragen dan het belastbare voordeel van alle aard (het forfait voor het privégebruik van de wagen), verhoogd met een eventuele eigen bijdrage voor het privégebruik. ●
Motor
Voor een motor hebt u twee keuzes. Ofwel brengt u 15 cent per kilometer in, met een plafond van 100 kilometer per enkele rit. Daarbovenop kunnen de financieringskosten komen (steeds beperkt tot het beroepsmatige gebruik). Ofwel brengt u de werkelijke beroepskosten voor 100 procent in. Het gaat onder meer om brandstofkosten, verkeersbelasting, verzekering, onderhoud, herstellingen, motorkledij, motorslot en koffer. De gebruikelijke afschrijvingstermijn voor een nieuwe motor is vijf jaar (drie jaar voor een tweedehands motor); voor de uitrusting is dat drie jaar. ●
stens drie jaar, doorgaans vijf jaar), helm, fietskledij, (hand)schoenen, slot, financiering en pechverhelping (beperkt tot het beroepsmatige gebruik). Dat geldt ook voor een bedrijfsfiets die door uw werkgever of vennootschap wordt aangeboden, tenzij de werkgever instaat voor het onderhoud. Als de bedrijfsfiets een onderhoudscontract heeft, kan er geen kostenforfait worden toegepast. ●
Te voet
Als u naar het werk wandelt, kunt u 15 cent per kilometer inbrengen. Hoewel dit minder gebruikelijk is, kunt u ook kiezen om uw werkelijke kosten – zoals schoenen en een regenjas – voor 100 procent in te brengen. ●
Taxi
Taxikosten zijn voor 75 procent aftrekbaar.
Openbaar vervoer
Wie met de bus, tram, metro of trein naar het werk reist, kan kiezen tussen de werkelijke kosten (zoals tickets en abonnementen) of een kostenforfait van 15 cent per kilometer, met een plafond van 100 kilometer per enkele rit. ●
Kosten van emissievrije wagens die tot en met 2026 worden aangeschaft, blijven volledig fiscaal aftrekbaar.
(Bedrijfs)fiets
Wie met een eigen (elektrische) fiets, speedpedelec of deelfiets naar het werk gaat, kan kiezen tussen een forfait van 36 cent per kilometer (ook hier met een plafond van 100 km voor een enkel traject) of de werkelijk gemaakte kosten. Deze kosten omvatten onder andere onderhoud, herstellingen, afschrijving van de fiets (min-
NET_11_048_20260523_.indd 50
2. PROFESSIONELE VERPLAATSINGEN
Rijdt u voor uw werk naar klanten, vergaderingen buiten het kantoor of een externe opleiding? Ook voor professionele verplaatsingen tijdens de werkuren variëren de werkelijke beroepskosten, afhankelijk van het vervoermiddel. ●
Eigen wagen
De intresten op een autolening en de kosten voor een laadstation voor een elektrische wagen of plug-inhybride zijn aftrekbaar (beperkt tot het beroepsmatige gebruik).
Het aftrekpercentage voor andere kosten hangt af van de CO₂-uitstoot van uw wagen. Denk maar aan de afschrijving van uw auto (meestal over vijf jaar), verzekeringspremie, brandstof- en onderhoudskosten, verkeersbelasting, parkingkosten, technische controle, carwash, huur of afschrijving van een staanplaats/garage, sleepkosten en pechverhelping. Het aftrekpercentage wordt berekend met de formule: 120 procent - (50% x coëfficiënt x aantal gram CO₂ per kilometer). De coëfficiënt is 1 voor dieselvoertuigen, 0,90 voor voertuigen op aardgas met een fiscale pk niet hoger dan 12, en 0,95 voor andere voertuigen. Het berekende aftrekpercentage kan niet lager zijn dan 50 procent (tenzij het gaat om een vervuilende wagen met een CO₂-uitstoot van meer dan 200 gram per kilometer, of waarvan de CO₂-uitstootgegevens niet bekend zijn bij de Dienst voor Inschrijvingen van Voertuigen (DIV), dan is het aftrekpercentage beperkt tot 40 procent) en niet hoger dan 100 procent, waarbij 100 procent geldt voor elektrische wagens. Er zijn enkele uitzonderingen op de algemene regel: Voor auto’s waarvan de koop- of leaseovereenkomst voor 1 januari 2018 werd ondertekend, is de aftrek minimaal 75 procent. ● Hebt u tussen 1 juli 2023 en 31 december 2025 een niet-emissievrije wagen (fossiele brandstof en hybride wagen) aangekocht? In 2025 zijn de wagen en alle gerelateerde kosten aftrekbaar tussen 0% en 75% (er is dus geen minimum meer), afhankelijk van het resultaat van de formule. In 2026 bedraagt de aftrek tussen 0% en 50%, in 2027 tussen 0% en 25%. Vanaf 2028 zijn deze voertuigen niet langer fiscaal aftrekbaar. ● Kosten van emissievrije wagens (elektrische wagens) die tot en met 2026 worden aangeschaft, blijven volledig fiscaal aftrekbaar. Voor wagens die in 2027 worden gekocht, bedraagt het aftrekpercentage 95%, en dit percentage daalt geleidelijk tot 67,5% voor wagens aangeschaft in 2031. In tegenstelling tot niet-emissievrije wagens ●
5/20/2026 1:12:06 PM
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
51
VAK IV BEROEPSKOSTEN
is het aftrekpercentage bij emissievrije wagens afhankelijk van het aankoopjaar, maar blijft het gedurende de volledige gebruiksduur van het voertuig onveranderd. ● Voor niet-elektrische wagens (inclusief hybride wagens) aangeschaft vanaf 1 januari 2023 is de aftrek voor brandstofkosten beperkt tot 50 procent. De elektriciteitskosten zijn wel volledig aftrekbaar. ● Voor hybride wagens maakt de fiscus een onderscheid tussen ‘echte’ en ‘valse’ hybrides. De CO₂-uitstoot van ‘valse’ is op papier vaak lager dan de werkelijke uitstoot, omdat de batterij dikwijls te klein is. Het gaat concreet om wagens met een batterijcapaciteit van minder dan 0,5 kWh per 100 kilogram wagengewicht, of een CO₂-uitstoot van meer dan 50 gram per kilometer (of 75 gram voor voertuigen waarvan de uitstoot volgens de nieuwe Euro 6e-bisnorm wordt berekend). Voor deze valse hybrides, aangekocht, geleased of gehuurd na 1 januari 2018, wordt gerekend met de CO₂-uitstoot van het overeenstemmende model met alleen maar een diesel- of benzinemotor. Als er geen overeenstemmend model is, wordt de uitstootwaarde van de plug-inhybride met 2,5 vermenigvuldigd. ●
Motor, openbaar vervoer, (bedrijfs) fiets, deelfiets en te voet
De werkelijke kosten zijn volledig aftrekbaar als beroepskosten. ●
• Strengere regels voor kilometervergoeding Vanaf 2026 wijzigt de fiscale aftrek van de forfaitaire kilometervergoeding (0,15 euro per km) voor de eigen wagen ingrijpend. Alleen volledig elektrische voertuigen behouden het recht op deze aftrek, samen met een specifieke groep verbrandingsmotorvoertuigen of hybride auto’s die onder de huidige overgangsregels vallen (zie blz. 44). Voor alle andere nieuwe voertuigen met een verbrandingsmotor of plug-inhybrides die vanaf 2026 worden aangekocht, verdwijnt dit fiscale voordeel volledig.
Bedrijfswagen
Wie een bedrijfswagen met tankkaart heeft, mag geen autokosten voor professionele verplaatsingen inbrengen. Hebt u geen tankkaart, dan kunt u de brandstofkosten wel inbrengen. ●
NIEUW!
Taxi
Taxikosten zijn voor 75 procent aftrekbaar. 3. PUBLIEK LAADSTATION
Eenmanszaken en vennootschappen die tussen 1 april 2023 en 31 augustus 2024 investeerden in een publiek toegankelijk laadstation voor elektrische wagens, konden rekenen op een tijdelijk verhoogde aftrek van 150 procent. Deze verhoogde
NET_11_048_20260523_.indd 51
fiscale aftrek is niet langer van toepassing voor 2025. Tot en met 2029 zijn de installatiekosten van een laadstation voor 100% aftrekbaar en vanaf 2030 wordt het aftrekpercentage verlaagd naar 75%. Die geldt zowel voor de prijs van het laadstation als voor bijkomende kosten zoals bekabeling en aanpassingen aan de elektriciteitscabine. Het laadstation moet wel aan enkele voorwaarden voldoen. De belangrijkste eis is dat het station publiek toegankelijk moet zijn: iedereen moet er kunnen laden. Voorts moet het om een ‘intelligent’ laadstation gaan, digitaal gekoppeld aan een beheersysteem dat de laadtijden en het laadvermogen registreert. De laadinfrastructuur moet lineair over minstens vijf belastbare tijdperken worden afgeschreven. Let op: de kostenaftrek kan niet worden gecombineerd met een investeringsaftrek. Houd er rekening mee dat als u de uit-
gaven voor een laadstation inbrengt als werkelijke beroepskost, u voor dezelfde uitgaven geen belastingvermindering meer kunt aanvragen. De kosten kunnen echter wel worden opgesplitst, zodat een deel van de kosten als werkelijke beroepskost wordt beschouwd, terwijl voor het overige deel een belastingvermindering kan worden aangevraagd. 4. KANTOORGEBOUW
Een kantoor, winkel of bedrijfsgebouw is een beroepskost. Wat u kunt inbrengen, verschilt naargelang u het pand huurt dan wel bezit. ● Huurders kunnen in principe (een deel van) de betaalde huur inbrengen. In de praktijk is dat echter vaak niet mogelijk. De meeste woninghuurcontracten verbieden het gebruik van een woning voor beroepsdoeleinden. Bovendien is er een wettelijk verbod om de huur af te trekken als de huurovereenkomst kosteloos is geregistreerd, wat meestal het geval is bij een contract uitsluitend voor privébewoning. In andere gevallen mag de huur wel worden ingebracht, maar dan is er een dubbele aangifteplicht: u moet in vak XIII bij rubriek E de code 1072/2072 aankruisen én een bijlage met formulier 270 MLH bij uw belastingaangifte voegen (zie blz. 83). Deze verplichting geldt niet als de huur gefactureerd wordt, of als u voor land- of tuinbouw huurt volgens de pachtwetgeving. De regering-De Wever I wil af van het formulier 270 MLH. Om de administratieve lasten te beperken, wordt er gezocht naar een eenvoudiger alternatief. Vandaag leidt het formulier tot een zware administratieve last bij het aftrekken van huurvergoedingen. Een vervanging zou de procedure vereenvoudigen, maar zover is het nog niet: voor het inkomstenjaar 2025 verandert er niets en blijven de bestaande regels gelden.
● Eigenaars van een gebouw kunnen (een deel van) de onroerende voorheffing, de gemeente- en provinciebelastingen, en de intresten van een hypothecaire lening inbrengen.
5/20/2026 1:12:07 PM
52
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
VAK IV BEROEPSKOSTEN
De prijs van het gebouw mag over 33 jaar worden afgeschreven, oftewel 3 procent per jaar. De grond zelf kan niet worden afgeschreven. Notariskosten, architectenhonoraria en registratiebelasting mag u ofwel in één keer als een aftrekbare beroepskost opnemen, ofwel samen met het gebouw afschrijven. Ook andere kosten die verband houden met het gebouw zijn beroepskosten. Denk maar aan premies voor brand- en diefstalverzekeringen, verwarming, elektriciteit, water en onderhoud. Gebruikt u maar een deel van het gebouw professioneel? Dan moet u de kosten beperken op basis van het professioneel gebruik. Dat doet u door de verhouding van de oppervlakte die u professioneel gebruikt te vergelijken met de totale oppervlakte van uw woning. Bij een thuiskantoor zijn er enkele specifieke aandachtspunten (zie blz. 53).
Hoe breng ik de werkelijke beroepskosten in? Werknemers geven het totaalbedrag van de werkelijke beroepskosten aan in vak IV bij code 1258/2258. Voor de overige beroepsgroepen is dat in deel II van de belastingaangifte. Bedrijfsleiders vervolledigen in vak XVI de code 1406/2406, zelfstandigen met winst de code 1606/2606 in vak XVII en vrije beroepen de code 1657/2657 in vak XVIII. Ook al bent u strikt genomen niet verplicht een detail van uw werkelijke beroepskosten mee te sturen met uw aangifte, toch doet u er goed aan dat spontaan wel te doen. Dat zal de verwerking van uw aangifte versnellen.
gen, pensioenpremies en RSZ-bijdragen. Let wel op als u uw kinderen laat werken in uw zaak: ze kunnen dan mogelijk niet langer fiscaal ten laste zijn (zie blz. 29). 9. HONORARIA EN FISCAAL ADVIES
De honoraria van een advocaat, boekhouder of accountant mag u alleen inbrengen als er een duidelijke link is met uw beroepsactiviteiten. U moet kunnen aantonen dat de kosten zijn gemaakt om belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden. Het kan bijvoorbeeld gaan over uw boekhouding, loonfiches en de administratie van uw socialezekerheidsverplichtingen. Over de kosten voor fiscaal advies bestaat er discussie. 10.RESTAURANT
Een zakendiner is voor 69 procent aftrekbaar.
5. KANTOORBENODIGDHEDEN 11. VAKLITERATUUR
Kleine kantoorbenodigdheden, zoals papier, schrijfgerief, onderhoudsproducten, telefoon- en internetkosten..., mag u integraal inbrengen, voor zover deze volledig betrekking hebben op uw beroepsactiviteit. Computers, software, gsm’s en meubilair moet u afschrijven, doorgaans tegen een jaarlijks afschrijvingspercentage van 33 procent.
Alleen als er een direct verband is met uw beroep, mag u de aankoop van boeken, tijdschriften, magazines enzovoort inbrengen. In de praktijk wordt de aftrek van kranten vaak verworpen. 12. BIJKOMENDE OPLEIDING
6. BEVEILIGINGSKOSTEN
Voor zelfstandigen en vrije beroepen is er een verhoogde aftrek van 120 procent voor specifieke beveiligingskosten. Het gaat om de diensten van beveiligingsondernemingen en de abonnementskosten voor aansluiting op een vergunde alarmcentrale. 7. E-FACTURATIEPAKKETTEN
De kosten voor e-facturatiepakketten, zoals de abonnementskosten voor een facturatiepakket, komen in aanmerking voor een gunstregeling. De kosten die sinds
NET_11_048_20260523_.indd 52
1 januari 2024 zijn gemaakt, zijn voor 120 procent aftrekbaar. De verhoogde kostenaftrek zal van toepassing zijn tot en met 31 december 2027. 8. PERSONEEL
De kosten voor personeel, jobstudenten, een meewerkende echtgenoot enzovoort zijn 100 procent beroepskosten. Ze omvatten onder meer bezoldigingen, sociale lasten, werkgeversbijdragen en -premies voor aanvullende verzekerin-
Om een bijkomende opleiding, studiereis, buitenlands congres of seminarie fiscaal in te brengen, moet er een duidelijke link zijn met uw huidige beroepsactiviteit. Een opleiding die een carrièreswitch mogelijk maakt, zal de fiscus verwerpen. 13. PUBLICITEIT
De kosten voor reclameartikelen, zoals balpennen, aanstekers, agenda’s, kalenders enzovoort, zijn in principe volledig aftrekbaar. Dit geldt ook voor sponsoringskosten, op voorwaarde dat u kunt aantonen dat ze bijdragen aan de groei van uw zaak. Abonnementen voor sportieve of culturele manifestaties zijn eveneens voor 100 procent aftrekbaar.
5/20/2026 1:12:07 PM
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
53
VAK IV BEROEPSINKOMEN
14. RECEPTIEKOSTEN OF RELATIEGESCHENKEN
Relatiegeschenken en receptiekosten voor de ontvangst van (potentiële) klanten, leveranciers, zakenrelaties en andere personen in uw lokalen of ergens anders (maar niet op restaurant) kunt u voor 50 procent inbrengen. Receptiekosten omvatten bijvoorbeeld de kosten voor een traiteur, dranken en voedingswaren, bloemen, de afschrijving van de huur van de lokalen en het meubilair, en het loon voor receptiepersoneel. 15. SPECIFIEKE BEROEPSKLEDIJ
Specifieke beroepskledij, zoals een toga voor een advocaat, een verpleegstersschort, een veiligheidshelm of -schoenen, kunt u volledig inbrengen. Gewone stadskledij wordt daarentegen nooit als een beroepskost aanvaard. 16. VERZEKERING GEWAARBORGD INKOMEN
Alleen het deel van de premie dat economische invaliditeit dekt, is aftrekbaar als beroepskost. Bijkomende verzekeringen voor hospitalisatie of bijzondere diensten (zoals ziekenvervoer, gezinshulp, enzovoort) zijn niet aftrekbaar. 17. LIDGELDEN
Lidgelden van een beroepsvereniging, vakbondsbijdragen enzovoort, zijn alleen beroepskosten als er een directe band is met uw professionele activiteit. Het lidgeld van een serviceclub mag u niet inbrengen.
Beroepskosten voor thuiswerkers: 7 zaken die u moet weten Uw thuiskantoor als fiscale troef? Dat kan. Thuiswerkers mogen een deel van hun huisvestingskosten en kantoorbenodigdheden aftrekken als beroepskost. Voordat u echter begint te rekenen, zijn er enkele belangrijke voorwaarden verbonden aan deze aftrek. PETRA DE ROUCK
S
inds de pandemie is thuiswerken ingeburgerd. Wie kiest voor de werkelijke beroepskosten, kan de kosten voor de kantoorruimte en -benodigdheden aftrekken (zie blz. 51 en 52). Maar voor een thuiskantoor zijn er wel enkele beperkingen.
1. Beperking in functie van het privégebruik Een thuiskantoor neemt maar een deel van uw woning in beslag. U moet de kosten beperken in verhouding tot het professionele gebruik, afhankelijk van de oppervlakte van het kantoor vergeleken met de totale oppervlakte van uw woning. Als uw kantoor ook gedeeltelijk voor privédoeleinden wordt gebruikt – bijvoorbeeld door uw kinderen – moet u de kosten verder beperken tot het beroepsgedeelte. Het bepalen van het beroepsgebruik tegenover het privégebruik is vooral een feitenkwestie.
2. Mogelijke beperking in functie van het eigendomsaandeel
18. HUUR TWEEDE WONING
Als uw werkgever u verplicht dichter bij het werk te wonen of als u er zelf voor kiest om zo een abnormaal lange en moeilijke dagelijkse pendel te vermijden, dan kunnen de kosten voor dat tweede huis of appartement als beroepskost worden ingebracht. Houd er echter rekening mee dat hierover al veel geschillen met de fiscus voor de rechtbank zijn uitgevochten. ■
NET_11_048_20260523_.indd 53
Hebt u uw woning samen met uw partner gekocht? De afschrijving van het gebouw die u kunt aftrekken, hangt af van hoe u uw relatie hebt vormgegeven. Als u gehuwd bent met scheiding van goederen of (wettelijk of feitelijk) samenwoont, moet u de afschrijving beperken volgens het eigendomsaandeel. Is bijvoorbeeld elke partner voor de helft eigenaar en gebruikt één partner 10 procent van de woning voor het beroep, dan is slechts 5 procent van de woning fiscaal aftrekbaar (50 procent van 10 procent).
5/20/2026 1:12:08 PM
54
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
VAK IV BEROEPSINKOMEN
Bent u getrouwd zonder huwelijkscontract (het wettelijk stelsel), dan geldt deze beperking niet en kunt u in het voorbeeld hierboven 10 procent van de afschrijvingen inbrengen. De beperking volgens eigendomsaandeel geldt echter niet voor kosten zoals verwarming, water en elektriciteit. Deze aftrekken worden alleen berekend op basis van het gebruik van de woning.
3. Alleen intresten van de lening zijn een beroepskost Hebt u een lening voor uw woning? De betaalde intresten kunt u wel aftrekken als beroepskosten. De aflossingen van het kapitaal en de premies voor een eventuele schuldsaldoverzekering vallen echter niet onder de beroepskosten, maar u kunt ze wel aangeven in vak IX. Hebt u vóór 2024 geleend? Dan kunnen deze betalingen mogelijk een belastingvoordeel opleveren: doorgaans het federale langetermijnsparen. Of dit echt voordelig is, hangt af van het gewest waar u woont en de status van uw leningen voor de eigen woning (zie blz. 70). Leende u vanaf 2024? Dan leveren de kapitaalaflossingen en premies voor de schuldsaldoverzekering geen belastingvoordeel meer op.
4. Kostenaftrek gaat niet samen met vergoeding van uw werkgever De aftrek van uw werkelijke beroepskosten kunt u niet cumuleren met een forfaitaire thuiswerkvergoeding en/of een vergoeding voor het gebruik van privémateriaal van uw werkgever. Ontvangen vergoedingen moet u aftrekken van uw beroepskosten. In 2025 mocht uw werkgever een belastingvrije thuiswerkvergoeding betalen van maximaal 154,74 euro voor de eerste twee maanden en 157,83 euro voor de resterende maanden van het jaar. Ook de belastingvrije vergoeding voor het professioneel gebruik van privémateriaal is beperkt: tot 20 euro per maand voor een internetaansluiting en nog eens 20 euro voor een computer met randapparatuur. Voor het gebruik van een tweede beeldscherm, printer of scanner kan maximaal 10 euro per maand worden vergoed (5 euro per item) gedurende maximaal drie jaar.
5. Geen dubbele kostenaftrek bij koppels Koppels die beiden thuiswerken, moeten de kosten voor het kantoorgebruik beperken op basis van hun
NET_11_048_20260523_.indd 54
eigen gebruik. Kosten zoals verwarming en elektriciteit kunnen maar één keer worden ingebracht, wat betekent dat er geen dubbele aftrek mag zijn voor dezelfde kosten. Dat geldt ook voor de kantoorbenodigdheden. Ofwel neemt een van de partners het volledige bedrag in aanmerking, ofwel verdelen beide partners de kosten naar verhouding, afhankelijk van welk deel van de kosten verband houdt met de beroepsactiviteiten van ieder.
6. U moet een deel van uw gezinswoning aangeven Uw gezinswoning moet u in principe niet aangeven in uw belastingaangifte. Maar als u voor een deel van de woning beroepskosten aftrekt, moet u het gedeelte van het niet-geïndexeerde kadastraal inkomen dat betrekking heeft op het professioneel gebruik aangeven in vak III bij code 1105/2105 (zie blz. 32). U beperkt het volgens de verhouding van de oppervlakte die u voor uw beroep gebruikt (bijvoorbeeld een bureau, wc, gang…) tegenover de totale oppervlakte van uw woning. Het aangeven van een deel van het kadastraal inkomen als thuiskantoor heeft geen invloed op de belastingdruk.
7. Geen ingrijpende wijzigingen op komst Wie vreesde voor een ingrijpende hervorming van de fiscale regels over het thuiskantoor, kan opgelucht ademhalen. In het federale regeerakkoord 2025-2029 zijn namelijk geen plannen opgenomen die de aftrek van een thuiskantoor of de thuiswerkvergoeding fundamenteel wijzigen. Afgezien van de jaarlijkse indexering van de forfaitaire vergoeding staan er momenteel geen concrete wetswijzigingen op de agenda. De vertrouwde regels blijven dus gewoon van kracht: ● De aftrek van werkelijke beroepskosten blijft mogelijk. ● De beperking op basis van het beroepsmatig gebruik verandert niet. ● De thuiswerkvergoeding wordt nog steeds beschouwd als een niet-belastbare kost eigen aan de werkgever. Hoewel de wetgever in de toekomst altijd kan bijsturen, zijn er op de korte termijn geen structurele hervormingen aangekondigd. ■
5/20/2026 1:12:08 PM
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
55
PENSIOEN VAK V
Hoe wordt uw pensioen belast? Een wettelijk pensioen is fiscaal voordeliger dan een loon. Wie alleen een pensioen tot 19.630 euro per jaar ontvangt, hoeft in de praktijk vaak geen cent belasting af te dragen. Hoe geeft u uw pensioen correct aan? PETRA DE ROUCK EN PETER VAN MALDEGEM
D
e meeste gepensioneerden moeten niet zelf een belastingaangifte invullen, maar krijgen een ‘voorstel van vereenvoudigde aangifte’. Toch is het riskant om dit blindelings te aanvaarden: controleer altijd of alle gegevens kloppen. Gebruik de handige checklist op blz. 20 om zeker te zijn van uw zaak.
Krijg ik een fiche van de pensioendienst? Wie zelf zijn belastingaangifte moet invullen, vindt de nodige gegevens al vooraf ingevuld in de elektronische aangifte via MyMinfin (Tax-on-web). De pensioenfiche 281.11 – met het belastbare pensioenbedrag en de ingehouden bedrijfsvoorheffing – wordt niet langer standaard opgestuurd. Alleen bewindvoerders, gehuwden en wettelijke samenwoners van wie de gepensioneerde partner in 2025 overleed, gepensioneerden die hun belastingaangifte op papier indienen, erfgenamen en gepensioneerden in het buitenland krijgen ze nog automatisch in de bus. U kunt uw fiscale fiche online op
NET_11_055_20260523_.indd 55
mypension.be en in uw eBox raadplegen. Wie een papieren versie van de fiche wil, kan die aanvragen bij de pensioendienst.
Waarom wordt een pensioen minder zwaar belast dan een beroepsinkomen? Dat is te danken aan een complex systeem van belastingverminderingen. Eerst is er de basisvermindering, die maximaal 2.219,27 euro bedraagt, maar afneemt naarmate er andere inkomsten zijn (zoals uit vastgoed of beleggingen). Tegelijk kan er – afhankelijk van het inkomen – een extra vermindering van 457,23 euro zijn voor wie alleen een pensioen of andere vervangingsinkomens heeft. Ontvangt u een pensioen van maximaal 19.630 euro en hebt u geen andere inkomsten, dan betaalt u dankzij deze belastingverminderingen geen belasting.
Wat met een aanvullend pensioenkapitaal? • Hebt u een extra pensioenkapitaal opgebouwd bij uw werkgever of via uw vennootschap? Als dat in de loop van 2025 werd uitbetaald, moet u dat opnemen in uw belastingaangifte. Meer informatie hierover vindt u op www.tijd. be/aanvullendpensioen.
Ik werkte in het buitenland. Wordt mijn buitenlands pensioen in België belast? Als u tijdens uw loopbaan (deels) in het buitenland hebt gewerkt en een buitenlands rustpensioen ontvangt, moet u dat pensioen in uw Belgische belastingaangifte opnemen. Dat geldt ook als u in het buitenland sociale bijdragen en belastingen op dat pensioen betaalt. Die inhoudingen kunt u wel aftrekken van het ontvangen brutobedrag. Het resterende bedrag geeft u aan onder dezelfde codes als een Belgisch pensioen. Een aangifte betekent niet automatisch
19.630€ Het maximale pensioenbedrag waarbij u geen belastingen betaalt, op voorwaarde dat u geen andere inkomsten hebt.
5/20/2026 1:18:13 PM
56
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
VAK V PENSIOEN
dat het pensioen in België wordt belast. Met de meeste landen heeft België een dubbelbelastingverdrag afgesloten, waarin bepaald is welk land het pensioen mag belasten. Belastbaar in België Is het pensioen op basis van het verdrag belastbaar in België, dan moet u belastingen betalen in België. Dat is bijvoorbeeld het geval voor een Frans werknemerspensioen en het Nederlandse staatspensioen (AOW-pensioen). ●
Belastbaar in het buitenland Heeft het bronland het recht om het pensioen te belasten, dan is er in België een zogenaamde vrijstelling met progressievoorbehoud. Het pensioen wordt niet in België belast, maar er wordt wel rekening mee gehouden om de belasting op uw andere inkomsten te bepalen. De belastingtarieven stijgen immers met het inkomen. Die werkwijze is er onder andere voor werknemerspensioenen betaald door Luxemburg en Duitsland. ●
Welke codes moet u invullen? Een wettelijk pensioen dat u ontvangt vanaf de wettelijke pensioenleeftijd geeft u aan in rubriek A, onder code 1228/2228. De langstlevende huwelijkspartner geeft een overlevingspensioen of overgangsuitkering aan onder code 1229/2229. De ingehouden bedrijfsvoorheffing geeft u aan in rubriek B, onder code 1225/2225. Een buitenlands pensioen dat vrijgesteld is van Belgische belasting geeft u aan in rubriek C. ■
EEN VRAAG OVER UW BELASTINGAANGIFTE? Hebt u nog een vraag over uw belastingaangifte? Stel ze voor 2 juni op www.tijd.be/belastingvraag. Stel ze voor 2 juni op Tijdens Het Grote Belastingwebinar op 5 juni beantwoorden we samen met de taxconsultants van Vialto Partners uw prangendste vragen.
NET_11_055_20260523_.indd 56
Nieuw! De pensioenplannen van De Wever De federale regering bereidt een reeks ingrijpende hervormingen voor die de berekening en indexering van uw pensioen fundamenteel zullen wijzigen. Een overzicht.
1 LAGERE BELASTINGVERMINDERING VOOR DE HOOGSTE PENSIOENEN De belastingvermindering voor de hoogste pensioenen wordt afgebouwd. De bedoeling hiervan is om de fiscale voordelen voor die hogere pensioenen te beperken en zo bij te dragen aan een meer rechtvaardige belastingdruk.
2 NIEUW PENSIOENBONUSSYSTEEM
PETER VAN MALDEGEM
De bestaande pensioenbonus, die werknemers beloonde om langer te werken dan hun vroegste pensioenleeftijd, wordt afgeschaft. Dat oude systeem is definitief stopgezet op 31 december 2025. Hebt u voor die datum rechten opgebouwd? Geen zorgen, die blijven gewoon behouden. De opgebouwde bonus wordt automatisch berekend op het moment dat u met pensioen gaat en uitgekeerd binnen zes maanden na uw effectieve pensionering. Het gaat om een nettobedrag. Sinds 1 januari 2026 is een nieuw pensioenbonussysteem in werking getreden met volledig nieuwe voorwaarden. U kunt de nieuwe pensioenbonus opbouwen als u uw pensioen uitstelt tot na uw wettelijke pensioenleeftijd én aan de volgende twee voorwaarden voldoet: ● U hebt minstens 35 loopbaanjaren met telkens minimaal 156 gewerkte of gelijkgestelde dagen per jaar. ● U telt over uw volledige loopbaan minstens 7.020 gewerkte of gelijkgestelde dagen. De nieuwe pensioenbonus is geen eenmalige premie meer, maar een procentuele verhoging van uw maandelijkse pensioenbedrag. Voor elk jaar dat u langer werkt dan uw wettelijke pensioenleeftijd, stijgt uw pensioen met een bepaald percentage, afhankelijk van uw geboortejaar: ● +2 procent per jaar als u bent geboren in 1962 of vroeger.
5/20/2026 1:18:14 PM
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
57
VAK V PENSIOEN
+4 procent per jaar als u bent geboren tussen 1963 en 1972. ● +5 procent per jaar als u bent geboren in 1973 of later. ●
3 PENSIOENMALUS GAAT VAN START De regering-De Wever voert een pensioenmalus in voor wie met vervroegd pensioen gaat vanaf 2027 en onvoldoende heeft gewerkt. Om te ontsnappen aan de malus moet u aan twee voorwaarden tegelijk voldoen: ● U hebt minstens 35 loopbaanjaren met telkens minimaal 156 gewerkte of gelijkgestelde dagen per jaar. ● U telt over uw volledige loopbaan minstens 7.020 gewerkte of gelijkgestelde dagen. Voor elk jaar dat u vroeger stopt dan de wettelijke pensioenleeftijd, daalt uw pensioen met een bepaald percentage, afhankelijk van uw geboortejaar: ● -2 procent per jaar als u bent geboren tussen 1961 en 1965. ● -4 procent per jaar als u bent geboren tussen 1966 en 1974. ● -5 procent per jaar als u bent geboren in 1975 of later.
4 STRENGERE REGELS VOOR HET OVERLEVINGSPENSIOEN Het overlevingspensioen (vroeger bekend als het weduwe- of weduwnaarspensioen) staat voor grote veranderingen. De regering-De Wever I is van plan de leeftijdsvoorwaarde op te trekken tot de vroegst mogelijke pensioendatum. Wie zijn partner verliest en nog niet met vervroegd pensioen kan, zou dan terugvallen op een tijdelijke overgangsuitkering. Het is nog niet duidelijk wanneer dit zal ingaan, aangezien de wetteksten hiervoor pas in het najaar van 2026 worden uitgewerkt.
NET_11_055_20260523_.indd 57
5 STRENGERE REGELS VOOR FLEXI-JOBS BIJ VERVROEGD PENSIOEN Als gepensioneerde kunt u onder bepaalde voorwaarden aan de slag blijven. Een flexi-job is daarbij bijzonder interessant: u verdient volledig belastingvrij bij en uw wettelijke pensioenbedrag blijft doorgaans ongewijzigd. Een gepensioneerde flexi-jobber die de wettelijke pensioenleeftijd heeft bereikt of een loopbaan van 45 jaar kan bewijzen, kan zelfs onbeperkt bijverdienen via dit systeem. Dit geldt echter niet voor gepensioneerde flexi-jobbers die de wettelijke pensioenleeftijd nog niet hebben bereikt en met vervroegd pensioen gingen. Voor hen gelden er tijdelijke beperkingen bij de start en geldt er met ingang van 2025 ook een afwijkende inkomensgrens: 7.876 euro per jaar voor het inkomstenjaar 2025 (8.121 euro voor 2026). Overschrijdt u die grens? Dan wordt uw wettelijke pensioenbedrag verminderd.
overeenkomt met 40 euro. Het pensioenbedrag boven die drempel zal niet worden geïndexeerd. Of uw brutopensioen nu 2.500 of 4.000 euro is, de indexering zal 40 euro bedragen. Voor de allerhoogste pensioenen gelden nog striktere regels. Pensioenen tussen 5.250 en 8.291,60 euro bruto krijgen tot 2029 geen indexering van 2 procent meer. In plaats daarvan stijgen ze per indexsprong met een vast bedrag van 36,17 euro (gebaseerd op 2 procent van het minimumpensioen). Deze regel wordt tijdens deze regeerperiode maximaal vijf keer toegepast. Heeft uw pensioen het absolute plafond van 8.291,60 euro al bereikt? Dan wordt het de komende jaren helemaal niet meer geïndexeerd. ■
6 NIEUWE TIMING VOOR INDEXERING PENSIOENEN EN ZELFS INDEXSTOP VOOR HOOGSTE PENSIOENEN Sinds 1 juli 2025 geldt er een nieuwe timing voor de indexering van uw pensioen: deze vindt pas plaats drie maanden na het overschrijden van de spilindex. Wordt de index bijvoorbeeld in september 2025 overschreden? Dan ziet u de verhoging pas in december 2025 op uw rekening. Bovendien zullen er ook gevolgen zijn voor gepensioneerden die vandaag een brutopensioen krijgen dat hoger ligt dan 2.000 euro. Bij elke overschrijding van de spilindex verhoogt het pensioen in principe met 2 procent, maar voor die groep gepensioneerden zullen twee overschrijdingen van de spilindex (in principe in 2026 en 2028) maar beperkt worden doorgerekend. Alleen de eerste 2.000 euro zal worden geïndexeerd met 2 procent, wat
De nieuwe pensioenbonus is geen eenmalige premie meer, maar een procentuele verhoging van uw maandelijkse pensioenbedrag.
5/20/2026 1:18:15 PM
58
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
ONTVANGEN ONDERHOUDSGELD VAK VI
Alimentatie in uw aangifte: hoeveel houdt u écht over? Onderhoudsgeld voor de opvoeding van kinderen is meestal belastingvrij. Maar anderen moeten wel belastingen betalen op ontvangen onderhoudsgeld of alimentatie. PETRA DE ROUCK
W
ie onderhoudsgeld of alimentatie betaalt, kan daarvoor een belastingvoordeel krijgen (zie blz. 68). De keerzijde is dat de ontvanger mogelijk belasting moet betalen over het ontvangen bedrag. Of dat het geval is, hangt af van het type onderhoudsgeld: voor kinderen of voor anderen.
Wordt onderhoudsgeld voor kinderen belast? Na een relatiebreuk kan een ouder onderhoudsgeld betalen voor de opvoeding van een kind. Of het onderhoudsgeld belast wordt, hangt af van de situatie. Ook als het onderhoudsgeld op een gezamenlijke kindrekening of op de rekening van de andere ouder wordt gestort, beschouwt de fiscus het altijd als een inkomen van het kind en niet van de ontvangende ouder. Of het kind een belastingaangifte moet indienen, hangt af van de leeftijd en het bedrag van de ontvangen alimentatie. Is
NET_11_058_20260523_.indd 58
TIP! • Als uw kind geen andere inkomsten heeft dan onderhoudsgeld, hoeft het geen belastingen te betalen als het in 2025 niet meer dan 15.585,71 euro alimentatie heeft ontvangen.
uw kind op 1 januari 2026 16 jaar of ouder, dan moet het onderhoudsgeld altijd in de belastingaangifte van het kind worden aangegeven, ongeacht het bedrag. Voor jongere kinderen geldt de aangifteplicht alleen als de belastingvrije som van 10.910 euro wordt overschreden (zie blz. 27). Als het onderhoudsgeld aangegeven moet worden, vult u het totale bedrag in vak VI onder code 1192/2192 in. De fiscus past een beperking toe van 70 procent van het ontvangen bedrag. Vermeld ook de naam, voornaam en het adres van de betaler in rubriek 4. Doorgaans wordt onderhoudsgeld voor kinderen niet belast, omdat de fiscus maar rekening houdt met 70 procent van het ontvangen bedrag. Bovendien blijven de inkomsten belastingvrij zolang ze onder de belastingvrije som van 10.910 euro blijven. Heeft het kind geen andere inkomsten dan onderhoudsgeld, dan hoeft het geen belasting te betalen als het in 2025 niet meer dan 15.585,71 euro alimentatie heeft ontvangen. Let op: ook inkomsten uit een studentenjob worden meegeteld bij het bepalen van de belastingvrije som. Wordt het bedrag van 15.585,71 euro overschreden, dan zal het onderhoudsgeld wel worden belast. Zeventig procent van het ontvangen bedrag wordt bij de overige inkomsten gevoegd en belast tegen de gebruikelijke tarieven. Het kind kan in dat geval ook niet langer ten laste worden genomen door de ex-partner (zie blz. 27).
5/20/2026 1:53:53 PM
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
59
VAK VI ONDERHOUDSGELD
NIEUW! Belasting op onderhoudsgeld daalt geleidelijk
Hoe wordt het onderhoudsgeld aan anderen belast? Bent u gescheiden en krijgt u onderhoudsgeld van uw ex-partner voor uw levensonderhoud? Of betalen uw kinderen een deel van uw rusthuisfactuur of andere kosten? Als de betaler voldoet aan de voorwaarden voor belastingvoordeel (zie blz. 68), moet het ontvangen onderhoudsgeld altijd worden aangegeven in de belastingaangifte van de ontvanger, ongeacht het bedrag. Het totale ontvangen bedrag wordt ingevuld bij code 1192/2192. Vermeld de naam, voornaam en het adres van de betaler in rubriek 4. Als het onderhoudsgeld als een eenmalig kapitaal is gestort, moet elk jaar een deel van dit bedrag worden aangegeven bij code 1194/2194. Het aan te geven bedrag wordt berekend door het kapitaal te vermenigvuldigen met een percentage, afhankelijk van de leeftijd van de ontvanger op het moment van de betaling. Vul in de volgende codes de datum van toekenning van het kapitaal en het bedrag in. Niet het volledige ontvangen bedrag wordt belast: 70 procent van het onderhoudsgeld wordt bij de andere inkomsten gevoegd en belast tegen de gebruikelijke progressieve belastingtarieven (tussen 25 en 50 procent). Een uitzondering is dat de onderhoudsuitkering onbelast blijft als de totale inkomsten onder de belastingvrije som van 10.910 euro blijven. ■
NET_11_058_20260523_.indd 59
Het deel van het ontvangen onderhoudsgeld dat als belastbaar inkomen wordt beschouwd, daalt sinds 1 januari 2025 geleidelijk. Voor uitkeringen die sinds deze datum worden betaald, wordt 70 procent van het onderhoudsgeld belast. Dit percentage daalt verder naar 60 procent voor uitkeringen sinds 1 januari 2026 en 50 procent voor uitkeringen vanaf 1 januari 2027. Wie in 2025 onderhoudsuitkeringen betaalde aan een niet-inwoner, moet een negatieve aangifte in de bedrijfsvoorheffing indienen om te veel ingehouden belasting terug te vorderen. De bedrijfsvoorheffing voor dat jaar werd immers nog berekend op een belastbaar percentage van 80 procent, terwijl de wet dat percentage heeft verlaagd naar 70 procent. Sinds 1 januari 2026 zijn onderhoudsuitkeringen die worden betaald of toegekend aan een belastingplichtige die geen inwoner is van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte (EER) of van Zwitserland niet langer fiscaal aftrekbaar. Als gevolg hiervan hoeft u voor deze uitgaven geen aangifte bedrijfsvoorheffing meer in te dienen. Keerzijde is dat deze uitkeringen vanaf diezelfde datum ook niet meer belastbaar zijn in de Belgische belasting van niet-inwoners (natuurlijke personen).
Doorgaans wordt onderhoudsgeld voor kinderen niet belast, omdat de fiscus maar rekening houdt met 70 procent van het ontvangen bedrag.
5/20/2026 1:53:53 PM
60
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
ROERENDE INKOMSTEN
© FILIP YSENBAERT
VAK VII
NET_11_060_20260523_.indd 60
5/20/2026 2:23:26 PM
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
61
VAK VII SPAARGELD EN BELEGGINGEN
Tel uit uw winst! Waarom uw beleggingen aangeven net kan lonen De meeste opbrengsten uit sparen en beleggen hoeft u niet aan te geven, maar soms is het juist in uw voordeel om dat wél te doen. Zo kunt u de roerende voorheffing terugvorderen op de eerste 833 euro aan dividenden. Voor andere dividenden en intresten geldt dan weer een strikte aangifteplicht. Wij zetten de regels op een rij. PETRA DE ROUCK EN PETER VAN MALDEGEM
1
2. Inkomsten uit een staatsbon
WELKE BELEGGINGEN EN OPBRENGSTEN HOEFT U NIET AAN TE GEVEN?
Indien u opbrengsten hebt ontvangen uit een staatsbon, zullen de inkomsten onderworpen zijn aan 30 procent roerende voorheffing. Met deze betaling hebt u afgerekend met de fiscus. U moet de ontvangen inkomsten niet in uw belastingaangifte opnemen.
1. Tot 1.020 euro intresten op een spaarrekening
Op een gereglementeerde spaarrekening kunt u tot 1.020 euro aan intresten ontvangen zonder dat u die hoeft aan te geven. Een gereglementeerde spaarrekening voldoet aan specifieke voorwaarden, zoals de rentevoet en de berekeningswijze van de vergoedingen. Ontvangt u minder dan 1.020 euro aan intresten, dan is er geen aangifteplicht. Bij een hoger bedrag op hetzelfde spaarboekje houdt de bank automatisch 15 procent bevrijdende roerende voorheffing in, en is er verder geen aangifte nodig. Hebt u echter meer dan 1.020 euro bij verschillende banken ontvangen, dan moet u dit wel aangeven (zie blz. 64).
NET_11_060_20260523_.indd 61
3. Inkomsten waarop roerende voorheffing is ingehouden
Als u intresten of dividenden hebt gekregen via een Belgische financiële instelling, dan zal uw bankier bij de uitbetaling automatisch roerende voorheffing inhouden. Dat geldt voor zowel Belgische als buitenlandse spaar- en beleggingsproducten, zoals dividenden, inkomsten uit kasbons, obligaties en andere vastrentende effecten. De ingehouden roerende voorheffing fungeert als een bevrijdende eindbelasting, wat betekent dat u deze inkomsten
5/20/2026 2:23:26 PM
62
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
VAK VII SPAARGELD EN BELEGGINGEN
niet moet opnemen in uw belastingaangifte.
TIP! • Hoewel de nieuwe meerwaardebelasting nog geen deel uitmaakt van uw belastingaangifte voor het inkomstenjaar 2025 (aanslagjaar 2026), is het toch wenselijk nu al uw aan- en verkopen bij te houden.
4. Effectenrekening van meer dan 1 miljoen euro
Bedraagt de gemiddelde waarde op uw effectenrekening 1 miljoen euro of meer? Dan is er een solidariteitsbijdrage verschuldigd. Sinds 2026 is het tarief hiervoor verdubbeld van 0,15 naar 0,30 procent. Deze bijdrage wordt niet via de gewone belastingaangifte afgehandeld. Hoe dit wel in zijn werk gaat, leest u op www.mijngeld.be/ solidariteitsbijdrage.
2 VOOR WELKE INKOMSTEN WERKT EEN AANGIFTE IN UW VOORDEEL? 1. Tot 833 euro aan dividenden op aandelen
Dividenden waarop roerende voorheffing is ingehouden, hoeft u niet in uw belastingaangifte op te nemen. Toch kan een vrijwillige aangifte in uw voordeel werken: de eerste schijf van 833 euro aan dividenden is namelijk vrijgesteld van belastingen. Tot 249,90 euro belastingvoordeel Hoeveel belastingvoordeel de vrijstelling oplevert, hangt af van het tarief van de roerende voorheffing. Doorgaans is dat 30 procent, wat het belastingvoordeel op 249,90 euro brengt (833 euro x 30 procent). Betaalde u een lager tarief, dan valt het voordeel lager uit. Bij dividenden die tegen verschillende tarieven zijn belast, vraagt u het best eerst de vrijstelling voor de dividenden die tegen het hoogste tarief van 30 procent worden belast. ●
Alleen voor rechtstreekse beleggingen Let op: het belastingvoordeel is er alleen voor rechtstreekse investeringen in ondernemingen. ●
De vrijstelling is er voor: ● alle gewone Belgische en buitenland-
NET_11_060_20260523_.indd 62
Ook voor buitenlandse dividenden Ontvangt u via een buitenlandse rekening (bijvoorbeeld bij buitenlandse brokers zoals Degiro of Trade Republic, of bij buitenlandse banken) dividenden op aandelen? Ook dan hebt u recht op de belastingvrijstelling. U kunt die op twee manieren aanvragen: Een eerste optie is om de aan te geven roerende inkomsten te verminderen met 833 euro. Als u minder dan 833 euro buitenlandse dividenden hebt ontvangen, hoeft u ze dus niet aan te geven in uw belastingaangifte. Hebt u meer ontvangen, dan moet u alleen het surplus aangeven (zie verder). Een tweede optie is dat u het volledige bedrag aan ontvangen dividenden aangeeft en vervolgens de vrijstelling expliciet aanvraagt in uw aangifte. ●
se dividenden, inclusief dividenden in de vorm van aandelen of door een managementvennootschap. ● dividenden uit erkende coöperatieve aandelen zoals Cera, Argen-Co, CrelanCo of Ecopower. ● dividenden van ondernemingen met een sociaal oogmerk. Maar niet voor: dividenden uitgekeerd door beleggingsfondsen. ● dividenden uitgekeerd door ETF’s (trackers). ● obligatiecoupons en andere rentevergoedingen. ● dividenden van juridische constructies (zoals stichtingen en trusts) of verkregen via juridische constructies (zie blz. 81 – kaaimantaks). ●
Voor elke partner Bij koppels kan elke partner aanspraak maken op een vrijstelling van 833 euro. Bent u gehuwd met scheiding van goederen of woont u wettelijk samen, dan vraagt elke partner een vrijstelling voor de dividenden die hij of zij heeft ontvangen. Bij gehuwde koppels zonder huwelijkscontract (wettelijk stelsel) zijn de dividenden in principe gemeenschappelijk. Toch kan elke partner tot 833 euro aan dividenden vrijstellen, zelfs als de effectenrekening op naam van de andere partner staat. ●
Expliciet vragen De belastingvrijstelling moet u uitdrukkelijk aanvragen onder rubriek A.1.b. Vul bij code 1437/2437 het totale bedrag van de ingehouden roerende voorheffing in, met een maximum van 249,90 euro per persoon. U moet de bewijsstukken (zoals inningsborderellen, bankuittreksels of attesten) kunnen voorleggen als de fiscus daarom vraagt. Kreeg u een voorstel van vereenvoudigde aangifte? Let op: de vrijstelling van dividenden wordt nooit automatisch verwerkt, dus u moet het voorstel corrigeren. ●
2. Roerende voorheffing betaald door studerende 18-plussers
Wie geen belastingen betaalt, kan alle betaalde roerende voorheffing terugvorderen. Dus niet alleen op dividenden, maar op alle beleggingen. Dat is het geval als uw inkomsten lager zijn dan de belastingvrije som van 10.910 euro. Dit is bijvoorbeeld interessant voor studenten van 18 jaar of ouder met een beperkt inkomen. Om de ingehouden roerende voorheffing terug te vragen, vult u het bedrag in bij rubriek A, punt 1 (‘Niet verplicht aan te geven inkomsten’). Kies de codes op basis van het tarief waartegen de voorheffing is ingehouden.
5/20/2026 2:23:27 PM
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
63
VAK VII SPAARGELD EN BELEGGINGEN
3. Dubbelbelaste Franse dividenden
Krijgt u een dividend op Franse aandelen zoals Engie of TotalEnergies via een Belgische bank? Dan betaalt u twee keer belasting: eerst houdt Frankrijk een bronheffing in, daarna houdt België nog eens 30 procent roerende voorheffing in op het saldo. De regels bij zo’n dubbele belasting zijn uitgewerkt in een dubbelbelastingverdrag. Volgens het Frans-Belgische dubbelbelastingverdrag uit 1964 moet België een deel van de buitenlandse belasting verrekenen met de Belgische roerende voorheffing. In het vakjargon spreekt men van de vermindering met het forfaitair gedeelte van de buitenlandse belasting (FBB). Jarenlang werd een juridische strijd gevoerd of die verrekening al dan niet moest gebeuren. In maart 2025 bevestigde minister van Financiën Jan Jambon (N-VA) dat de fiscus zich niet langer zal verzetten tegen de terugbetaling van de FBB, zolang het bestaande dubbelbelastingverdrag van toepassing blijft. Daardoor krijgt u 15 procent van het Franse dividend teruggestort. Tot voor kort kreeg u de verrekening van het FBB alleen als u uw Franse dividenden expliciet opnam in uw Belgische belastingaangifte. Sinds de circulaire van 27 oktober 2025 is dat veranderd: u kunt deze verrekening nu ook claimen als de dividenden niet in uw aangifte staan (omdat er al 30 procent roerende voorheffing is ingehouden). Concreet kunnen belastingplichtigen de te veel betaalde Belgische roerende voorheffing via een bezwaarschrift terugvorderen binnen een termijn van 5 jaar vanaf 1 januari van het jaar waarin de roerende voorheffing werd betaald. Hebt u de Franse dividenden wel aangegeven, maar is het FBB niet correct verrekend? Dan kunt u een bezwaarschrift indienen. Let wel op de deadline: u hebt hiervoor precies één jaar de tijd, te rekenen vanaf de derde werkdag na de verzending van uw aanslagbiljet. Wilt u de Franse dividenden aangeven? Noteer dan het nettobedrag (na aftrek van de 30 procent voorheffing) in rubriek A.1 bij code 1160/2160. Ontving u de dividen-
NET_11_060_20260523_.indd 63
Wat met de meerwaarde op bitcoins en andere cryptomunten?
H
ebt u in 2025 belegd in bitcoin, ethereum of andere cryptomunten? Hoewel er een wettelijk kader is voor de meerwaarde op crypto's, blijft de fiscale behandeling vaak een kwestie van interpretatie. In de praktijk zijn er drie scenario's mogelijk: 1. De meerwaarde wordt niet belast
Als de meerwaarde voortkomt uit activiteiten die te verenigen zijn met die van een goede huisvader en dus kaderen in het ‘normaal beheer van privévermogen’, dan is de winst in 2025 nog onbelast en moet u niets aangeven. Dit zal in principe niet langer van toepassing zijn op meerwaarden gerealiseerd vanaf 1 januari 2026 (zie nieuw – meerwaardetaks, blz. 65). 2. Belast als divers inkomen tegen 33 procent
Speculanten moeten de inkomsten uit cryptomunten aangeven als een divers inkomen in vak XV in de rubriek B, bij code 1440/2440. De gerealiseerde meerwaarde wordt belast tegen een vast tarief van 33 procent (exclusief gemeentebelastingen). De grens tussen een normaal beheer van uw privévermogen en speculeren is een feitenkwestie. De Dienst voor Voorafgaande Beslissingen (DVB) stelde een vragenlijst op die moet bijdragen tot meer consistente beoordelingen. De vragen gaan onder meer over het bedrag van de investering en de verhouding tot het totale vermogen, de frequentie van de transacties, de beleggingstermijn, de gevolgde beleggingsstrategie, of er aan mining (creatie van bitcoins) wordt gedaan en wat de professionele activiteit of achtergrond van de investeerder is. 3. Belast als beroepsinkomen
Bent u een professionele trader? Of bent u een cryptominer, wat betekent dat u met software transacties goedkeurt en verwerkt in ruil voor cryptomunten? De inkomsten uit cryptomunten worden beschouwd als een beroepsinkomen en moeten verplicht worden aangegeven in vak XVII in de rubriek 4, bij code 1604. Deze meerwaarden worden belast tegen de gebruikelijke progressieve belastingtarieven (tussen 25 en 50 procent, exclusief gemeentebelastingen). Ook moet een rekening met bitcoins of andere cryptomunten worden gemeld in vak XIII (zie blz. 63).
5/20/2026 2:23:28 PM
64
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
VAK VII SPAARGELD EN BELEGGINGEN
den echter via een buitenlandse bank en is er nog geen Belgische roerende voorheffing ingehouden? Dan bent u verplicht om het nettobedrag aan te geven bij code 1444/2444. Vervolgens vermeldt u in beide gevallen onder de titel F het land (Frankrijk), de code (1160/2160 of 1444/2444), het bedrag van de dividenden en de aard van de inkomsten (dividenden). Let op: voor hetzelfde Franse dividend mag u niet tegelijk gebruikmaken van de recuperatie van de dubbele belasting én de vrijstelling voor dividenden (zie hoger). Gebruik de vrijstelling dus liever voor andere buitenlandse dividenden.
3 WELKE BELEGGINGEN EN INKOMSTEN MOET U ALTIJD VERPLICHT AANGEVEN? 1. Meer dan 1.020 euro intresten op een spaarrekening
Intresten op een gereglementeerde spaarrekening zijn tot 1.020 euro belastingvrij (zie hoger). Als u spaarrekeningen hebt bij meerdere banken en in totaal meer dan 1.020 euro intresten opstrijkt, zal de bank geen of niet genoeg roerende voorheffing inhouden. Een bank heeft immers geen zicht op uw inkomsten bij andere financiële instellingen. Houd er ook rekening mee dat de inkomsten op spaarrekeningen van minderjarige kinderen fiscaal een renteopbrengst voor hun ouders zijn. Als u meer dan 1.020 euro rente hebt ontvangen, moet u het bedrag boven deze drempel spontaan aangeven in uw belastingaangifte, onder rubriek A.2 bij code 1151/2151. Daarop betaalt u dan 15 procent roerende voorheffing. 2. Intresten of dividenden op een buitenlandse rekening
Kreeg u intresten of dividenden gestort op een buitenlandse rekening, dan zal er geen Belgische roerende voorheffing zijn ingehouden. U bent verplicht de netto-inkomsten aan te geven in uw belastingaangif-
NET_11_060_20260523_.indd 64
te. ‘Netto’ betekent dat u de buitenlandse bronbelasting die al is betaald, mag aftrekken van het brutobedrag aan intresten en dividenden. Let op: de betaalde innings- en bewaringskosten mag u niet aftrekken. U mag ze wel vermelden onder een aparte code. Als uw inkomsten niet tegen een specifiek tarief worden belast (maar tegen de normale, progressieve belastingtarieven), kunt u de kosten aftrekken van uw belastbare roerende inkomsten. Dit geldt bijvoorbeeld als uw enige inkomsten roerende inkomsten zijn. Buitenlandse beleggingsopbrengsten vult u in onder rubriek A.2.b bij code 1444/2444. Geldt er voor uw inkomsten een afwijkend tarief voor de roerende voorheffing? Gebruik dan de codes die specifiek bij dat tarief horen. De betaalde innings- en bewaringskosten moet u vermelden onder rubriek E bij code 1170/2170. Als het gaat om buitenlandse dividenden, kunnen die in aanmerking komen voor de belastingvrijstelling tot 833 euro (zie blz. 62). Met de aangifte van uw buitenlandse beleggingsopbrengsten is de kous niet af. U moet in vak XIII het bestaan van buiten-
landse rekeningen en levensverzekeringen melden (zie blz. 80). Belegt u via een buitenlandse bank? Dan zijn de formaliteiten voor de taks op beursverrichtingen meestal nog niet in orde. U moet dan zelf aangifte doen. In de meeste gevallen betaalt u 0,35 procent per transactie, al kan dit variëren van 0,12 tot 1,32 procent, afhankelijk van het financiële product. Let op de deadline: de betaling moet binnen zijn vóór de laatste werkdag van de tweede maand na uw transactie. U leest er meer over op https://financien.belgium.be/nl/experten_partners/investeerders/ taks-op-beursverrichtingen. 3. Lening via crowdfunding van meer dan 16.270 euro
Hebt u via een erkend crowdfundingplatform geld uitgeleend aan een startende kleine vennootschap? Dan zijn de intresten op de eerste schijf van 16.270 euro volledig belastingvrij. U hoeft deze inkomsten dan ook niet op te nemen in uw belastingaangifte. Hebt u tijdens de eerste vier jaar van de lening meer intresten ontvangen? Als er geen roerende voorheffing werd ingehouden, moet u de intresten uit 2025 op het deel van de lening boven de schijf van 16.270 euro aangeven in rubriek A.2 bij code 1444/2444. Na de eerste vier jaar moet u bij diezelfde code het volledige bedrag vermelden van de intresten waarop geen roerende voorheffing werd ingehouden. Let op: hoe hoog de intresten ook zijn, u bent verplicht om het aantal lopende leningen in 2025 te vermelden. Dit doet u in vak XIII bij code 1088/2088 (zie blz. 83). 4. Inkomsten uit een juridische constructie
249,90€ De vrijstelling van dividenden kan een belastingvoordeel tot 249,90 euro opleveren.
Hebt u inkomsten uit een juridische constructie, zoals een trust of stichting? Door de zogenaamde 'kaaimantaks' kijkt de fiscus dwars door deze structuren heen: de kapitalen en inkomsten worden belast alsof u ze rechtstreeks bezit. U bent verplicht deze structuren aan te geven in vak XIII (zie blz. 80), en dus niet bij uw gewone beleggingsopbrengsten. ■
5/20/2026 2:23:28 PM
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
65
VAK VII SPAARGELD EN BELEGGINGEN
NIEUW!
Sinds 1 januari 2026 is de meerwaardetaks een feit Sinds begin dit jaar is een meerwaardebelasting van toepassing bij de verkoop van financiële instrumenten. Belgische residenten betalen vanaf dit jaar 10 procent belasting op de winst bij de verkoop van aandelen, obligaties, fondsen en andere financiële instrumenten, inclusief cryptomunten en sommige vormen van fysiek goud. Belangrijk: het gaat alleen om de gerealiseerde meerwaarde bij verkoop. Dividenden of rente-inkomsten blijven buiten schot; die vallen nog steeds onder de roerende voorheffing. Die meerwaarde is simpelweg de verkoopprijs min de aankoopprijs. De fiscus houdt geen rekening met betaalde (beurs)taksen of kosten. Belangrijk: alleen meerwaarden opgebouwd vanaf 31 december 2025 worden belast. Voor aankopen vóór die datum mag u tot en met 31 december 2030 de effectieve aankoopwaarde nemen als die hoger lag. Verkoopt u in 2031 en later, dan zal altijd de koers op 31 december 2025 gelden als aankoopkoers voor effecten die u vóór die datum kocht. Om kleine beleggers te ontzien, krijgt elke particulier een jaarlijkse vrijstelling van 10.000 euro. Hebt u een deel van de eerste schijf van 1.000 euro niet opgebruikt? Dan kunt u dit saldo tot maximaal vijf jaar overdragen. Per persoon kunt u zo tot 15.000 euro aan meerwaarden vrijstellen in één jaar. Voor de betaling hebt u twee opties: ● Automatisch via de bank: Uw Belgische bank of broker houdt de taks direct in. U hoeft dan niets meer te doen. ● Via de belastingaangifte (‘opt-out’): U kiest ervoor dat de bank niets inhoudt, maar dan moet u de meerwaarden zelf aangeven. Dit gebeurt voor het eerst in de aangifte van 2027 (over de inkomsten van 2026). Belegt u via een buitenlandse broker of koopt u effecten buiten het reguliere circuit (zoals cryptomunten of fysiek goud)? Dan verloopt de belastingaangifte altijd verplicht via uw belastingbrief.
NET_11_060_20260523_.indd 65
Belangrijk: ook als u recht hebt op de jaarlijkse vrijstelling, moet u die altijd zelf aanvragen in uw aangifte. Uw bank houdt namelijk nooit automatisch rekening met uw vrijstelling wanneer zij de taks inhoudt. Voor beleggers die een ‘aanmerkelijk belang’ van meer dan 20 procent bezitten in een onderneming is er een getrapt systeem met een vrijstelling van 1 miljoen euro. De meerwaarde tussen 1 en 2,5 miljoen euro wordt belast tegen 1,25 procent. Het belastingtarief stijgt naar 2,5 procent voor meerwaarden tussen 2,5 en 5 miljoen euro en naar 5 procent voor meerwaarden tussen 5 en 10 miljoen euro. Meerwaarden vanaf 10 miljoen worden belast tegen 10 procent. Belastingplichtigen die België verlaten, zullen ook onderworpen worden aan een exitheffing van 10 procent, waarbij het vertrek uit België fictief gelijkgesteld zal worden met een verkoop van de financiële activa. Onder bepaalde voorwaarden kan een uitstel van betaling worden toegekend voor een periode van twee jaar, waarbij de taks uiteindelijk niet verschuldigd is als er tijdens die periode geen verkoop van de activa plaatsvindt. Hoewel de nieuwe meerwaardebelasting nog geen deel uitmaakt van uw belastingaangifte voor het inkomstenjaar 2025 (aanslagjaar 2026), is het toch wenselijk nu al uw aan- en verkopen bij te houden, zodat u later exact kunt berekenen wat uw gerealiseerde meerwaarde is en onaangename verrassingen vermijdt.
Tijdelijk geen hogere vrijstelling voor dividenden en intresten op een spaarboekje Normaal stijgen de fiscale grensbedragen elk jaar mee met de levensduurte, dankzij de automatische indexering. Maar van die regel wordt tijdelijk afgeweken. Sommige fiscale plafonds – waaronder de vrijstelling voor dividenden en intresten op spaarboekjes – worden bevroren op het niveau van het aanslagjaar 2025. Die be■ vriezing geldt tot en met het aanslagjaar 2030.
5/20/2026 2:23:29 PM
66
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
VAK VII AUTEURSRECHTEN
Check of u nog in aanmerking komt voor het gunstregime voor auteursrechten Na de turbulente hervorming van de afgelopen jaren is het stof rond de fiscale behandeling van auteursrechten wat gaan liggen. Voor het inkomstenjaar 2025 gelden er strikte regels voor wie het verlaagde tarief van 7,5 procent wil genieten. Tegelijk bereidt de wetgever alweer een koerswijziging voor die de deuren voor softwareontwikkelaars opnieuw kan openen. PETRA DE ROUCK
H
et gunstregime voor auteursrechten werd in 2008 ingevoerd en was oorspronkelijk bedoeld voor schrijvers en kunstenaars. Het systeem raakte echter goed ingeburgerd en werd ook in de bedrijfswereld gretig gebruikt, bijvoorbeeld door softwareontwikkelaars, marketeers en architecten. Een recente hervorming heeft het toepassingsgebied aanzienlijk verstrakt. Sinds 1 januari 2023 gelden er strengere voorwaarden, en omdat de overgangsperiode in 2024 afliep, is de nieuwe regeling nu volledig van kracht voor deze belastingaangifte.
TIP! • Van de inkomsten mogen voor 2025 nog forfaitaire kosten worden afgetrokken: 50 procent op de eerste schijf van 20.100 euro, en 25 procent op het gedeelte tussen 20.100 en 40.190 euro. Vanaf 2026 zou dit voordeel verdwijnen.
Wat zijn auteursrechten? Auteursrechten beschermen het creatieve werk van auteurs tegen ongeoorloofd kopiëren en namaken. Vaak denken mensen bij auteursrechten aan muziek, beeldende kunst en literatuur, maar de bescherming gaat verder dan dat. Een werk geniet auteursrechtelijke bescherming zodra er sprake is van ‘originaliteit’. Wanneer een auteur een werk maakt dat onder de auteursrechten valt, zal hij de rechten erop vaak overdragen. Zo kan bijvoorbeeld een schrijver de publicatierechten van een boek aan een uitgeverij
NET_11_060_20260523_.indd 66
verkopen, waarvoor een vergoeding voor de auteursrechten wordt betaald.
Welke inkomsten komen in aanmerking voor het fiscaal gunstregime? Het fiscaal gunstregime voor auteursrechten is van toepassing op werk uit de kunst en letterkunde, maar ook op prestaties van uitvoerende kunstenaars. Dit omvat literatuur, educatieve en wetenschappe-
lijke werken, maar ook kunstwerken in de ruimste zin van het woord. Voordrachten of geschreven lesmateriaal kunnen eveneens in aanmerking komen. Een belangrijke voorwaarde is dat de auteurs of uitvoerende kunstenaars een kunstwerkattest bezitten, dat hen volledige sociale bescherming biedt. Dit nieuwe kunstwerkattest is sinds 1 januari 2024 via de Kunstwerkcommissie verkrijgbaar en vervangt het voormalige kunstenaarsstatuut. Hierdoor komen kunstenaars in aanmerking voor de regeling. Een kunstwerkattest is niet nodig als kan worden aangetoond dat de rechten op het werk zijn overgedragen of in licentie zijn gegeven aan een derde partij voor publicatie, openbare vertoning of reproductie. Bovendien moet het werk ‘aan het publiek worden meegedeeld’, wat betekent dat het toegankelijk moet zijn voor een onbepaald aantal mensen. Dit kan op verschillende manieren gebeuren, zoals via schriftelijke, grafische, fotografische of digitale dragers en kanalen. Denk aan artikelen, radio, televisie, theater, internet, maar ook digitale platformen. Inkomsten via beheersorganisaties zoals Sabam, PlayRight en Reprobel blijven eveneens onder het fiscale gunstregime vallen.
5/20/2026 2:23:29 PM
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
67
VAK VII AUTEURSRECHTEN
NIEUW! ●
Wat houdt het fiscaal gunstregime voor auteursrechten in? Auteursrechten worden fiscaal beschouwd als een roerend inkomen. Op dat inkomen moet 15 procent roerende voorheffing betaald worden (exclusief gemeentebelasting). Van de inkomsten mogen de werkelijke, maar ook de forfaitaire kosten in 2025 worden afgetrokken: 50 procent van de eerste schijf tot 20.100 euro en 25 procent op de inkomsten tussen 20.100 en 40.190 euro. Dat brengt het maximale kostenforfait op 15.072,50 euro.
Hoeveel inkomsten vallen onder het gunstregime? De fiscale voordelen voor auteursrechten gelden tot een plafond van 75.360 euro. Maar sinds de hervorming van 2023 gelden er twee extra grenzen. Tot 30 procent Een eerste beperkt de verhouding tussen de vergoeding voor auteursrechten en de totale vergoeding (die ook een vergoeding voor de geleverde prestatie bevat). Auteursrechten mogen voor het inkomstenjaar 2025 maximaal 30 procent van ●
NET_11_060_20260523_.indd 67
IT-sector opnieuw onder het gunstregime
Volgens het nieuwe wetsontwerp voor de personenbelasting (bij het doorsturen van dit magazine naar de drukker was het nog niet goedgekeurd) komt de IT-sector vanaf 2026 opnieuw in aanmerking voor het gunstige regime van de auteursrechten. De overdracht of licentie van computerprogramma’s wordt dan weer fiscaal ondersteund, nadat softwareontwikkeling door de vorige regering expliciet was uitgesloten. Het wetsontwerp vertrekt wel van de tekst van de vorige hervorming en voegt daar het woord ‘computerprogramma’s’ aan toe. Toch betekent dat geen volledige terugkeer naar het zeer ruime toepassingsgebied van vroeger. Volgens de recentste wetsontwerpen zal vanaf 2026 de forfaitaire kostenaftrek alleen nog van toepassing zijn voor belastingplichtigen die over een kunstwerkattest beschikken. Voor belastingplichtigen zonder kunstwerkattest verdwijnt de aftrek van forfaitaire kosten voor auteursrechten vanaf 2026, waardoor de effectieve belastingdruk stijgt naar 15 procent. Alleen werkelijk gemaakte kosten blijven dan nog aftrekbaar.
de totale vergoeding uitmaken (tegenover 40 procent in 2024). Die grens is echter niet absoluut. Wordt er geen prestatie geleverd, maar gebeurt er alleen een overdracht van de vermogensrechten op een bestaand werk, of gaat het bijvoorbeeld om een loutere reproductie, dan blijft het nog altijd mogelijk om de volledige vergoeding als auteursrechten en dus als roerend inkomen te ontvangen. Gemiddelde van vier jaar Bovendien wordt het jaarplafond van 75.360 euro afgetoetst aan het gemiddelde van de auteursrechtenvergoedingen over de vier voorgaande jaren. Ligt dat gemiddelde hoger (ook al is het maar met 1 cent), dan verliest u voor het hele jaar het recht op het gunstregime – ook voor het deel onder de grens. ●
Let op: als een van deze grenzen wordt overschreden, mag de fiscus het inkomen alleen als beroepsinkomen belasten als hij kan aantonen dat het werk effectief binnen een beroepsactiviteit wordt gebruikt. Lukt dat niet, dan blijft het inkomen toch als roerend inkomen belast.
Wat als ik meer auteursrechten heb geïnd? De inkomsten boven het plafond van 75.360 euro worden als een beroepsinkomen belast tegen de gebruikelijke belastingtarieven (van 25 tot 50 procent, vermeerderd met gemeentebelastingen).
Moet ik mijn auteursrechten nog aangeven als er al roerende voorheffing is ingehouden? Ja, ook als er correct roerende voorheffing is ingehouden, moet u de inkomsten uit auteursrechten altijd verplicht opnemen in uw belastingaangifte. U vindt de aan te geven bedragen terug op de fiche 281.45 die u krijgt van de betaler van de auteursrechten. U geeft het ontvangen bedrag aan in de rubriek D bij code 1123/2123. De werkelijke of forfaitaire kosten geeft u aan bij code 1124/2124, de ingehouden roerende voorheffing bij code 1119/2119. ■
5/20/2026 2:23:29 PM
68
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
BETAALD ONDERHOUDSGELD VAK VIII
Zo recupereert u een deel van het betaalde onderhoudsgeld Wie alimentatie of onderhoudsgeld betaalt, kan via de belastingaangifte tot 40 procent van dat bedrag terugkrijgen. PETRA DE ROUCK
B
ij alimentatie denken we vaak aan de maandelijkse bijdragen voor de opvoeding van kinderen of het levensonderhoud van een ex-partner na een relatiebreuk. Maar het begrip is breder: betaalt u bijvoorbeeld de rusthuisfactuur van een bejaarde ouder? Dan kunt u die kosten aftrekken als onderhoudsgeld. Zelfs als u rechtstreeks aan het rusthuis betaalt, beschouwt de fiscus uw ouder als de uiteindelijke begunstigde.
Hoeveel belastingvoordeel levert betaald onderhoudsgeld op? Betaald onderhoudsgeld is een 'aftrekbare besteding'. In de praktijk wordt 70 procent van het betaalde bedrag afgetrokken van uw netto belastbaar inkomen. Uw voordeel is afhankelijk van uw hoogste belastingschijf (tussen 25 en 50 procent). Valt u in de hoogste schijf van 50 procent? Dan recupereert u via uw aangifte effectief 35 procent van de betaalde alimentatie (exclusief gemeentebelasting).
NET_11_068_20260523_.indd 68
TIP! • Betaalt u onderhoudsgeld voor kinderen die in co-ouderschap opgroeien? Kies verstandig tussen onderhoudsgeld en het belastingvoordeel voor co-ouderschap. • Vraag het belastingvoordeel voor onderhoudsgeld als u de rusthuisfactuur van uw ouders betaalt.
Werd het onderhoudsgeld in één keer als een kapitaal uitgekeerd, dan trekt u het volledige bedrag af in het jaar waarin u betaalde. U geeft het totale bedrag van het betaalde onderhoudsgeld aan; de fiscus past zelf de beperking tot 70 procent toe. Gebruik code 1390/2390 als u zelf betaalt. Gehuwden of wettelijk samenwonenden die samen betalen – bijvoorbeeld voor een kind – gebruiken code 1392. Vermeld in rubriek 2.c de naam, voornaam en het adres van de persoon voor wie u betaalt. Let op: het belastingvoordeel voor onderhoudsgeld kan niet worden gecombineerd met het fiscale voordeel voor coouderschap (zie blz. 27). U moet zelf nagaan wat fiscaal het interessantst is. Alleen in het jaar van de feitelijke scheiding zijn beide voordelen combineerbaar – op voorwaarde dat de alimentatie na die feitelijke scheiding werd betaald.
Wat zijn de voorwaarden om fiscaal aftrekbaar te zijn? Betaald onderhoudsgeld is alleen fiscaal aftrekbaar als tegelijk aan vier voorwaarden is voldaan: Onderhoudsverplichting U moet een wettelijke onderhoudsplicht hebben. Deze geldt altijd voor minderja●
5/20/2026 2:24:01 PM
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
69
VAK VIII BETAALD ONDERHOUDSGELD
NIEUW!
rige en studerende kinderen, voor wie u zowel de ‘gewone’ als ‘buitengewone’ kosten kunt inbrengen. De gewone kosten omvatten alle dagelijkse uitgaven zoals woonkosten, eten en kleren. Buitengewone kosten zijn medische en paramedische kosten (zoals beugels, logopedie en ziekenhuisopnames), schoolkosten (zoals zee- en bosklassen en inschrijvingsgeld voor hogere studies) en andere kosten (zoals lidgeld voor een sportclub en examengeld voor een rijbewijs). U kunt ook een wettelijke onderhoudsplicht hebben voor (ex-)echtgenoten, wettelijk samenwonenden, kleinkinderen, geadopteerden, (groot)ouders, schoondochters, schoonzonen, schoonouders, en pleegkinderen of pleegouders, voor zover ze behoeftig zijn. Er is geen wettelijke onderhoudsplicht voor zijverwanten. Onderhoudsgeld betaald aan broers, zussen, ooms of tantes is niet fiscaal aftrekbaar. Geen gezinslid De begunstigde mag op het moment van de betaling niet bij u in huis wonen. Het is echter geen probleem als bijvoorbeeld een kind later weer bij u komt wonen. Studeert uw kind in het buitenland? Om het onderhoudsgeld fiscaal af te trekken, moet u aantonen dat uw kind het gezin definitief verlaten heeft en na zijn studies ●
NET_11_068_20260523_.indd 69
• Minder belastingvoordeel voor onderhoudsuitkeringen De fiscale aftrek voor onderhoudsgeld wordt stap voor stap verminderd. Terwijl u vroeger nog 80 procent kon aftrekken, daalt dit percentage de komende jaren als volgt: • 70 procent voor bedragen betaald in 2025. • 60 procent voor bedragen betaald in 2026. • 50 procent voor bedragen betaald vanaf 2027. Hebt u in 2025 onderhoudsgeld betaald aan iemand in het buitenland? Dan is er waarschijnlijk te veel belasting ingehouden. De bedrijfsvoorheffing werd vorig jaar namelijk nog berekend op een aftrek van 80 procent, terwijl de wet dit verlaagde naar 70 procent. Om dat verschil terug te vorderen, moet u een 'negatieve aangifte' in de bedrijfsvoorheffing indienen. • Nieuwe regels voor alimentatie buiten Europa Betaalt u onderhoudsgeld aan iemand die buiten de EER (Europese Economische Ruimte) of Zwitserland woont? Sinds 1 januari 2026 is deze uitgave niet langer fiscaal aftrekbaar. Keerzijde van de medaille: deze uitkeringen zijn in België ook niet langer belastbaar voor de ontvanger. Omdat de aftrek is komen te vervallen, hoeft u hiervoor ook geen aangifte bedrijfsvoorheffing meer in te dienen.
niet van plan is terug te keren naar het ouderlijk huis. Regelmaat U moet het onderhoudsgeld regelmatig betalen. Dit betekent niet dat u het per se maandelijks of per kwartaal hoeft te doen, maar de betalingen moeten wel consistent en stipt plaatsvinden. Het verschuldigde bedrag moet binnen drie maanden na de verschuldigde datum worden betaald, anders kunt u het niet fiscaal aftrekken. ●
Bewijzen U moet de betaling kunnen bewijzen, met bijvoorbeeld bankafschriften, stortingen op een kindrekening of met een attest van de ontvanger. ■ ●
35% Wie tegen het hoogste tarief van 50 procent wordt belast, recupereert via de belastingaangifte tot 35 procent van de betaalde onderhoudsuitkeringen (exclusief gemeentebelasting).
5/20/2026 2:24:01 PM
70
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
LENINGEN VAK IX
Lenen voor fiscaal voordeel? Die ballon gaat niet meer op Het belastingvoordeel voor de gezinswoning is nu in heel België verleden tijd. Zelfs voor een tweede verblijf of opbrengsteigendom is de fiscale kraan definitief dichtgedraaid. PETRA DE ROUCK
H
et was jarenlang een klassieker op de belastingaangifte van vele Belgen: de lening. Verschillende belastingregimes volgden elkaar op, getuige daarvan de vele codes in vak IX van uw belastingaangifte. Maar het belastingvoordeel voor wie leent voor een gezinswoning of voor wie een tweede verblijf of investeringspand financiert, verdwijnt. De grootste wijziging in deze belastingaangifte is er voor Wallonië en voor wie leende voor een tweede verblijf of een woning om te verhuren. Sinds 1 januari 2025 is de Waalse ‘chèque habitat’ afgeschaft en verdwijnt het voordeel gekoppeld aan de interestaftrek voor een tweede verblijf volledig. Deze laatste wijziging geldt zowel voor bestaande als voor nieuwe leningen.
1. Tweede verblijven en investeringsvastgoed Het fiscaal voordeel voor ander vastgoed dan uw gezinswoning – zoals een tweede verblijf of een investeringspand – is een bevoegdheid van de federale overheid. Levert een nieuwe lening, afgesloten in 2025, nog een belastingvoordeel op? Voor leningen aangegaan sinds 1 januari 2025 is er geen belastingvoordeel meer voor betaalde kapitaalaflossingen of premies voor een schuldsaldoverzekering. De federale belastingvermindering voor het langetermijnsparen werd immers afgeschaft voor nieuwe leningen sinds 1 januari 2024.
NIEUW! • Fiscaal snoeiwerk voor lening tweede verblijf en groene lening De federale interestaftrek voor een tweede verblijf of investeringspand is vanaf het aanslagjaar 2026 definitief verleden tijd – ook voor uw lopende leningen. Interesten die u in 2025 hebt betaald, leveren dus niets meer op. Ook het federale bouwsparen en de woonbonus zijn verdwenen. Viel u vroeger onder dit stelsel? Check dan of u nog recht hebt op het federale langetermijnsparen. Ook de federale belastingaftrek voor groene leningen is definitief verleden tijd: interesten betaald sinds 2025 geven geen recht meer op een belastingvermindering.
Wat met lopende leningen waarvoor ik de voorbije jaren een belastingvoordeel kreeg? Ook voor leningen van vóór 2025 voor tweede verblijven is de interestaftrek geschrapt. Maar er is een schrale troost: wie zijn lening vóór 1 januari 2024 afsloot, kan nog steeds rekenen op het belastingvoordeel van het langetermijnsparen. Kapitaalaflossingen en premies voor de schuldsaldoverzekering (tot 2.450 euro) leveren dan een fiscaal cadeau op van 30 procent. Dat tikt aan tot maximaal 735 euro (plus gemeentebelasting). Meer info over de aangifte van een bestaande lening vindt u op: www.mijngeld.be/lopendeleningen. ●
2. Uw gezinswoning
●
NET_11_070_20260523_.indd 70
woning is, moet dit verplicht aangeven voor de berekening van het onroerend inkomen. Door de afschaffing van de interestaftrek is het niet langer mogelijk om de betaalde rente in mindering te brengen; de vertrouwde code 1146/2146 is dan ook verdwenen.
Sinds 1 januari 2025 is ook de fiscale aftrek voor interesten op een tweede verblijf of opbrengstpand definitief geschrapt. Dit geldt onverbiddelijk voor zowel nieuwe als lopende leningen. Hierdoor wordt uw tweede woning of verhuurd pand voortaan volledig belast in de personenbelasting. Wie vastgoed bezit dat niet de gezins-
De gezinswoning is het huis of appartement waar u in principe uw hoofdverblijfplaats hebt. Een lening levert geen belastingvoordeel meer op. Het Brussels en Vlaams Gewest hebben al een tijd geleden het belastingvoordeel voor nieuwe leningen ingeruild voor een korting op de registratiebelasting die bij aankoop verschuldigd is. Sinds begin 2025 heeft ook het Waals Gewest die piste gevolgd: kopers van een gezinswoning betalen daar voortaan slechts 3 procent
5/20/2026 2:37:00 PM
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
71
VAK IX LENINGEN
registratiebelasting in plaats van 12,5 procent. Maar in ruil daarvoor verdwijnt ook daar het belastingvoordeel op leningen. Levert een nieuwe lening in 2025 nog een belastingvoordeel op? Leningen aangegaan sinds 1 januari 2025 voor de gezinswoning kunnen geen belastingvoordeel meer opleveren in de personenbelasting. Alle gewesten hebben het fiscaal voordeel in de personenbelasting daarvoor afgeschaft. Voor Wallonië is het inkomstenjaar 2025 het eerste jaar. Hebt u nog een oudere Waalse lening? Dan behoudt u de ‘chèque habitat’, ook bij een herfinanciering. Let op: wie aanspraak maakte op de verlaagde registratiebelasting (3%), verliest het recht op die cheque. Om creatieve omwegen te blokkeren, heeft de Waalse regering bovendien een slot gezet op looptijdverlengingen en het omzetten van leningen sinds begin 2025. ●
Wat met een lopende lening waarvoor ik de voorbije jaren een belastingvoordeel kreeg? Hebt u in het verleden een lening afgesloten voor uw gezinswoning die recht gaf op een belastingvoordeel? Geen zorgen: dat voordeel behoudt u gedurende de volledige looptijd van uw krediet. Het invullen van uw aangifte verloopt dus precies zoals de voorgaande jaren. Alle details over het belastingregime en de bijbehorende codes vindt u op www.mijngeld.be/ lopendeleningen. ●
Leende u destijds voor uw gezinswoning, maar bent u intussen verhuisd? Leende u vóór 2024 voor uw gezinswoning? Als u in 2024 (of al eerder) bent verhuisd en de lening voor uw voormalige gezinswoning blijft betalen, dan krijgt u niet langer het gewestelijke belastingvoordeel, maar wel een federaal (en weliswaar een minder royaal voordeel dan vorig jaar). U leest er alles over op www.mijngeld.be/ leningnaverhuizing. ●
Ging u een bijkomende renovatielening aan? Hebt u een lopende woonlening met belastingvoordeel en sloot u daarnaast een extra krediet af voor renovaties? Dan is er slecht nieuws: in geen enkel gewest geeft die renovatielening nog recht op een fiscaal extraatje. ■
© FILIP YSENBAERT
●
NET_11_070_20260523_.indd 71
5/20/2026 2:37:02 PM
72
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
VAK IX LENINGEN
735 euro belastingvoordeel laten liggen? Liever niet! De regels rond vastgoedleningen zijn veranderd, maar het klassieke langetermijnsparen blijft een fiscale rots in de branding. Door te sparen voor later via een levensverzekering, bouwt u niet alleen een extra pensioenkapitaal op, maar geniet u elk jaar opnieuw een belastingvermindering tot 735 euro. PETRA DE ROUCK
S
inds begin 2024 komen de kapitaalaflossingen van een lening voor ander vastgoed dan uw gezinswoning niet langer in aanmerking voor het zogenaamde langetermijnsparen (zie blz. 70). Het belastingvoordeel blijft wel bestaan voor stortingen in een levensverzekering waarmee u een extra pensioenkapitaal opbouwt.
Wat houdt het belastingvoordeel in? Stort u jaarlijks tot 2.450 euro in een specifieke spaar- of beleggingsverzekering, dan kunt u een belastingvermindering van 30 procent krijgen via het langetermijnsparen. Concreet betekent dat een fiscaal voordeel tot 735 euro per jaar (exclusief gemeentebelasting). Er zijn wel enkele voorwaarden: zo moet de levensverzekering minstens tien jaar lopen en afgesloten zijn vóór uw 65ste verjaardag.
2016 leenden voor hun gezinswoning, is het risico groot dat die korf al (deels) is ingenomen. Voor Brusselaars geldt 2017 als scharnierdatum. Ook een lening voor een tweede verblijf of verhuurvastgoed kan invloed hebben. Dateert die lening van vóór 2024, dan vullen de kapitaalaflossingen en/of premies van de bijbehorende schuldsaldoverzekering waarschijnlijk (een deel van) uw korf.
Hoe vraag ik het belastingvoordeel aan? U vult de premie van uw spaar- of beleggingsverzekering in het kader van het langetermijnsparen in onder het tweede deel ‘Federaal’, rubriek B.5, bij de codes 1353/2353 of 1354/2354, afhankelijk van wanneer u het contract hebt afgesloten. Let op: gehuwden en wettelijk samenwonenden kunnen de premies niet onderling verdelen. Wie het voordeel wil, moet zelf een eigen levensverzekering afsluiten.
Is het belastingvoordeel er altijd?
Wordt het opgebouwde kapitaal belast?
Nee, het belastingvoordeel geldt alleen als de zogenaamde fiscale ‘korf’ voor het langetermijnsparen nog niet volledig is opgevuld. Een eerste obstakel kan een bestaande lening voor uw gezinswoning zijn. Of en hoeveel u nog kunt recupereren via een levensverzekering, hangt af van wanneer u die lening afsloot en in welk gewest u woont. Voor Vlamingen en Walen die vóór
Ja. Als u de premies van het langetermijnsparen inbrengt in uw belastingaangifte, betaalt u op het opgebouwde kapitaal een eenmalige eindbelasting van 10 procent. Sluit u het contract vóór uw 55ste af, dan betaalt u de belasting op 60-jarige leeftijd. Wie het contract afsluit tussen 55 en 64 jaar, betaalt de eindbelasting op het moment dat het contract tien jaar loopt. ■
NET_11_070_20260523_.indd 72
NIEUW! • Plafond langetermijnsparen bevroren Normaal stijgen de fiscale grensbedragen jaarlijks mee met de inflatie, maar de regering-De Wever pauzeert die indexering tijdelijk. Een aantal plafonds – waaronder dat voor het langetermijnsparen – blijft bevroren op het niveau van 2024. Tot en met het aanslagjaar 2030 blijft het maximumbedrag dat u kunt inbrengen hierdoor vaststaan op 2.450 euro.
5/20/2026 2:37:03 PM
Wij zoeken lezers met een mening. Word lid van ons onderzoekspanel.
Uw mening doet ertoe. De Tijd zoekt lezers die sporadisch willen deelnemen aan korte enquêtes. Over actuele thema’s maar ook over de manier waarop u onze media beleeft. Wat leest, hoort of ziet u graag? Wat mist u, wat kan beter? Zo helpt u ons om de krant, site, app, podcasts of advertenties nog beter af te stemmen op uw verwachtingen en behoeften.
Aansluiten bij het panel kan makkelijk via de QR-code.
NET_11_073_20260523.indd 73
5/19/2026 1:29:40 PM
74
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
BELASTINGVERMINDERINGEN EN -KREDIETEN VAK X EN XI
Geef uw uitgaven een fiscaal rendement Sommige uitgaven doen meer dan alleen een gat in uw rekening slaan; ze leveren u een voordeel op. Door slim te investeren in zaken die recht geven op een belastingvermindering of belastingkrediet, betaalt de fiscus u een deel van de factuur terug via uw jaarlijkse aangifte. PETRA DE ROUCK
NET_11_074_20260523_.indd 74
I
n vak X staan de belastingverminderingen, in vak XI de belastingkredieten. In beide gevallen betaalt u minder belasting, maar er is een belangrijk verschil, toch als u weinig of geen belastingen verschuldigd bent. Bij een belastingvermindering kan uw voordeel nooit groter zijn dan de belasting die u verschuldigd bent; wat overblijft, bent u kwijt. Bij een belastingkrediet krijgt u het resterende bedrag wel gewoon op uw rekening teruggestort. Sommige belastingverminderingen worden toegekend door de federale overheid, andere door de gewesten. Alle belastingkredieten vallen onder de gewestelijke bevoegdheid. Daardoor verschilt de belastingaangifte – en de bijbehorende voordelen – naargelang het gewest waarin u woont. Om de uitgaven in deze aangifte op te nemen, moet u ze effectief in 2025 hebben betaald. Een factuurdatum in 2025 volstaat dus niet. U moet de uitgaven ook kunnen bewijzen met fiscale attesten. Goed nieuws alvast voor de sloddervossen: de meeste attesten vindt u op MyMinfin. Een overzicht van de populairste belastingverminderingen en -kredieten:
1 DIENSTEN- EN WIJK-WERKCHEQUES Sinds begin 2025 is er in Vlaanderen geen belastingvoordeel meer voor dienstencheques. Wie in Brussel of Wallonië woont, geniet voor de aankopen van 2025 nog wel een fiscaal voordeel. Maar let op: in Brussel is dit het laatste jaar. Vanaf 2026 wordt het belastingvoordeel daar geschrapt, waardoor Wallonië als enige gewest een fiscale stimulans voor dienstencheques overhoudt. Dit zijn de voordelen waar u momenteel recht op hebt: ● Brussels Gewest: U krijgt 15 procent belastingvermindering op uw eerste 172 cheques. In de praktijk betaalt u dus geen 10 euro, maar 8,50 euro per cheque. Uw totale voordeel kan zo oplopen tot 258 euro per persoon (exclusief gemeentebelastingen). Vul het totaalbedrag in bij code 3364/4364 (vak X, rubriek I). ● Waals Gewest: Voor de eerste 150 cheques van 10 euro krijgt u een belastingvoordeel van 1 euro per cheque. Voor
5/20/2026 3:12:13 PM
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
75
VAK X EN XI BELASTINGVERMINDERINGEN EN BELASTINGKREDIETEN
PWA-cheques geniet u zelfs een vermindering van 30 procent.
3 KINDEROPVANG
Hebt u eind 2025 nog snel een voorraad cheques ingeslagen? Houd er dan rekening mee dat u alleen in Wallonië nog een fiscaal voordeel krijgt voor die cheques. Voor het inkomstenjaar 2025 ligt het plafond op 1.850 euro. Dit bedrag geldt voor de combinatie van dienstencheques en (Brusselse of Waalse) PWA-cheques. Bij koppels kan elk van de partners dat maximumbedrag aanvragen, op voorwaarde dat ze de cheques in hun eigen naam hebben gekocht en ze een contract hebben gesloten. ● Inwoners van het Waals Gewest geven het aantal gekochte cheques aan bij code 3366/4366. ● Het totaalbedrag van de wijk-werkcheques geven Walen en Brusselaars aan bij code 3365/4365.
NIEUW! Geen belastingvermindering meer voor rechtsbijstandverzekering en laadpaal In de aangifte die u nu invult, zijn twee populaire belastingverminderingen geschrapt. Voor de premies van uw rechtsbijstandverzekering krijgt u geen fiscaal voordeel meer; alleen betalingen tot eind 2024 telden nog mee. Ook voor de installatie van een laadpaal thuis is het fiscale cadeau definitief verleden tijd. Sinds het inkomstenjaar 2025 (aanslagjaar 2026) zijn deze uitgaven niet langer aftrekbaar. ●
2 GIFTEN Schenkt u minstens 40 euro aan erkende goede doelen (zoals het Rode Kruis, de Koning Boudewijnstichting, Kom op tegen Kanker en de Koninklijke Muntschouwburg)? Dan beloont de fiscus uw vrijgevigheid met een belastingvermindering van 30 procent. Concreet: een gift van 40 euro kost u eigenlijk maar 28 euro, omdat u 12 euro (exclusief gemeentebelasting) terugkrijgt via uw belastingaangifte. Ook onlinegiften via PayPal of Payconiq en schenkingen van kunstwerken komen hiervoor in aanmerking. Er zit wel een limiet aan uw fiscale vrijgevigheid: het totaalbedrag aan giften mag niet hoger zijn dan 10 procent van uw netto belastbaar inkomen. Bovendien hanteert de fiscus een absoluut maximum van 408.130 euro. Ook giften aan goede doelen binnen de Europese Economische Ruimte (de EU,
NET_11_074_20260523_.indd 75
Noorwegen, IJsland en Liechtenstein) zijn fiscaal aftrekbaar. In tegenstelling tot Belgische giften hebt u hiervoor geen officieel fiscaal attest nodig; een betalingsbewijs volstaat. Houd er wel rekening mee dat u moet kunnen bewijzen dat de buitenlandse organisatie aan dezelfde strenge voorwaarden voldoet als een erkende Belgische instelling. Het totaalbedrag van uw giften geeft u aan in rubriek II.A van vak X, bij code 1394.
Een deel van de opvangkosten voor uw kinderen tot 14 jaar (21 jaar voor kinderen met een zware beperking) kunt u via uw belastingaangifte recupereren. De leeftijd op het moment van de opvang telt. Als uw dochter bijvoorbeeld op 30 juni vorig jaar 14 jaar is geworden, kunt u de opvangkosten van de zomervakantie niet langer fiscaal inbrengen. Kosten voor kinderopvang zijn onder andere de kosten van de crèche, onthaalouders, voor- en naschoolse opvang, zomerkampen met de jeugdbeweging, speelpleinwerking en professionele opvang van zieke kinderen. Bijkomende kosten, zoals maaltijden of het lidgeld van de jeugdbeweging, vallen echter niet onder de opvangkosten. Het bedrag per opvangdag en per kind is beperkt tot 16,90 euro. Dat plafond moet u zelf toepassen in uw belastingaangifte. Als u meer dan 16,90 euro per opvangdag hebt betaald, moet u het bedrag beperken tot dit plafond. Voor dagen waarop u minder dan 16,90 euro betaalde, mag u alleen het werkelijke bedrag inbrengen. De belastingvermindering hangt af van het inkomen van de ouders en bedraagt 45 procent. Voor een opvangdag waarvoor u 16,90 euro of meer hebt betaald, krijgt u via uw belastingaangifte 7,61 euro terug (exclusief gemeentebelastingen). Werkende alleenstaande ouders met een bescheiden inkomen kunnen rekenen op een extra duwtje in de rug. Verdient u minstens 3.980 euro netto per jaar, maar blijft u onder de 18.660 euro? Dan bedraagt uw belastingvermindering maar liefst 75 procent. Ligt uw inkomen tussen 18.660 en 23.650 euro, dan daalt dit percentage geleidelijk. Omdat dit voordeel een belastingkrediet is, krijgt u het resterende bedrag effectief teruggestort als u zelf geen belastingen verschuldigd bent.
5/20/2026 3:12:14 PM
76
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
VAK X EN XI BELASTINGVERMINDERINGEN EN BELASTINGKREDIETEN
Het is niet noodzakelijk dat u zelf de opvangkosten hebt betaald. Een betalingsbewijs is niet nodig; u moet wel een fiscaal attest op uw naam kunnen voorleggen. Dit attest wordt opgesteld door de opvanginstantie, die de gegevens indien mogelijk naar de fiscus verstuurt. U kunt het attest vervolgens raadplegen via MyMinfin en Tax-on-web. Alleenstaande, gehuwde en wettelijk samenwonende ouders vullen het totaalbedrag van de opvangkosten in vak X, rubriek II.B, bij code 1384 in. Bij feitelijke samenwoners – die zonder verdere formaliteiten op hetzelfde adres wonen – kan alleen de ouder die de kinderen fiscaal ten laste heeft het belastingvoordeel claimen (zie blz. 30). Gescheiden ouders kunnen elk de uitgaven aangeven die ze effectief hebben betaald. Alleenstaande ouders met een beperkt inkomen moeten in vak II de code 1101 aankruisen om het extra belastingvoordeel te ontvangen. Let op: het belastingvoordeel voor kinderopvang kan niet worden gecombineerd met de aftrek van betaalde onderhoudsgelden (zie blz. 68).
4 PENSIOENSPAREN EN WERKGEVERSAANDELEN Met stortingen op een pensioenspaarrekening of -verzekering bouwt u fiscaal voordelig een pensioenkapitaal op. Stortingen tot 1.050 euro leveren een belastingvermindering op van 30 procent, wat betekent dat u 315 euro (exclusief gemeentebelasting) via uw belastingaangifte kunt terugkrijgen. U kunt ook meer sparen: 1.350 euro, maar de belastingvermindering bedraagt 25 procent, wat een voordeel van 337,50 euro (exclusief gemeentebelastingen) oplevert. Let op: ook voor stortingen tussen 1.050 en 1.350 euro geldt het lagere percentage van 25 procent. Hebt u meer dan 1.050 euro gestort, dan kunt u niet alsnog 1.050 euro aangeven om het hogere belastingvoordeel van 30 procent te krijgen. Wie aan pensioensparen heeft gedaan,
NET_11_074_20260523_.indd 76
Partners die samen een belastingaangifte indienen, kunnen elk een eigen keuze maken tussen het belastingvoordeel voor pensioensparen of voor werkgeversaandelen.
vermeldt het bedrag van de storting in rubriek II.D van vak X bij code 1361/2361. Let op: de belastingvermindering voor het pensioensparen kunt u niet combineren met die voor nieuwe aandelen in de vennootschap van uw werkgever of een moederonderneming. Voor werkgeversaandelen is er een belastingvermindering van 30 procent voor een aankoopbedrag van maximaal 820 euro, wat het maximale voordeel op 246 euro (exclusief gemeentebelasting) brengt. Partners die samen een belastingaangifte indienen, kunnen elk een eigen keuze maken tussen het belastingvoordeel voor pensioensparen of voor werkgeversaandelen. Het bedrag van de gekochte werkgeversaandelen geeft u aan in rubriek II.E bij code 1362/2362. Werkgeversaandelen moet u minstens vijf jaar bijhouden. Verkoopt u ze eerder, dan moet u het belastingvoordeel voor de resterende periode terugbetalen. Dat berekent u volgens de formule: 1/60 van de verkregen vermindering x het aantal volle maanden dat nog overblijft tot het einde van de 60 maanden. In dat geval moet u het belastingvoordeel voor de resterende periode invullen bij code 1366/2366.
5 VLAAMSE WINWINLENING EN VRIENDENAANDEEL Met een Winwinlening kunnen Vlaamse particulieren een lening verstrekken aan een of meerdere kmo’s met een zetel of filiaal in het Vlaams Gewest. Bij het Vlaams Vriendenaandeel gaat het om aandelen op naam via een kapitaalverhoging van een kmo. Samen kunnen beide formules een uitgeleend bedrag tot 75.000 euro opleveren. Winwinleningen gesloten in 2025 hebben een rentevoet van minimaal 2,25 en maximaal 4,5 procent. Daarbovenop krijgt de kredietgever een jaarlijks belastingkrediet van 2,5 procent op het openstaande kapitaal. U geeft in vak XI bij code 3377/4377 het uitgeleende bedrag bij het begin van 2025 aan, en bij code 3378/4378 dat bij het jaareinde. Als de kmo failliet gaat of de lening niet meer wordt terugbetaald door een gerechtelijke reorganisatie, ontbinding of liquidatie, geldt voor Winwinleningen gesloten tussen 16 maart 2020 en 31 december 2021 een eenmalig belastingkrediet van 40 procent van het definitief verloren kapitaal (code 3368/4368). Voor andere Winwinleningen is dat 30 procent (code 3379/4379). Het Vlaams Vriendenaandeel geeft recht op een belastingkrediet van 2,5 procent op het geïnvesteerde bedrag gedurende maximaal vijf jaar. U geeft het volgestorte bedrag aan bij code 3376/4376. U moet het bedrag wel beperken volgens het aantal dagen dat u het aandeel in 2025 in bezit had, berekend als: aantal dagen in bezit/365. Er is geen garantieregeling voor een eventueel faillissement. Brusselse Proxi-lening Met een Proxi-lening kunnen particulieren tot 50.000 euro per jaar (75.000 euro in 2020 en 2021) uitlenen aan een zelfstandige of zaakvoerder van een kmo die in Brussel is gevestigd, met een absoluut maximum van 200.000 euro. De achtergestelde lening heeft een looptijd tot maximaal acht jaar en in 2025 een rentevoet tussen 2,25 en 4,50 procent. ●
5/20/2026 3:12:15 PM
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
77
VAK X EN XI BELASTINGVERMINDERINGEN EN BELASTINGKREDIETEN
Boven op de rente is er in de eerste drie jaar een belastingkrediet van 4 procent van het gemiddeld uitstaande saldo. Daarna valt het belastingvoordeel terug tot 2,5 procent. Voor leningen gesloten sinds 2022 geeft u de uitstaande bedragen aan bij de codes 3391/4391 en 3392/4392. Voor leningen gesloten in 2020 en 2021 zijn de codes 3396/4396 en 3397/4397 van toepassing. Ook is er een terugbetalingsgarantie: een eenmalig belastingkrediet van 30 procent bij een faillissement, gerechtelijke reorganisatie, ontbinding of vrijwillige of gedwongen liquidatie. Als de Proxi-lening in de tweede helft van 2025 werd verstrekt aan een bedrijf dat op sociaal of milieuvlak voorbeeldig is, geldt er een verhoogd belastingkrediet van 50 procent. ‘Voorbeeldig’ betekent dat de kmo in aanzienlijke mate bijdraagt aan de ontwikkeling van een inclusievere samenleving of aan een aanpassing aan de klimaatcrisis. In dat geval geeft u het verloren bedrag van de hoofdsom aan bij code 3398/4398. Voor de overige leningen is er code 3393/4393. Waalse ‘Coup de pouce’ De ‘Coup de pouce’ is een vriendenlening aan zelfstandigen, micro-ondernemingen en kmo’s die gevestigd zijn in het Waals Gewest. Een kredietgever kan tot 125.000 euro (voor leningen vanaf 1 januari 2021) uitlenen aan een of meerdere kredietnemers. De achtergestelde lening heeft een looptijd van vier, zes, acht of tien jaar. Voor leningen gesloten in 2025 geldt een rentevoet van minimaal 2,25 procent en maximaal 4,50 procent. Bovendien ontvangt de kredietgever een belastingkrediet van 4 procent in de eerste vier jaar; daarna daalt het belastingvoordeel naar 2,5 procent. Voor leningen gesloten sinds 2021 vult u het uitstaande saldo aan het begin van het jaar in bij code 3384/4384 en het saldo op het jaareinde bij code 3386/4386. Voor leningen gesloten tussen 2016 en 2020 gebruikt u respectievelijk de codes 3387/4387 en 3388/4388. Als de kmo over de kop zou gaan, geldt voor leningen gesloten sinds 2021 een eenmalig belastingkrediet van 30 procent. Het bedrag dat niet werd terugbetaald en in 2025 definitief verloren is gegaan, geeft u aan bij de codes 3389/4389. Bij punt 3 vermeldt u voor elke lening de datum waarop u het geld ter beschikking hebt gesteld. ■ ●
NET_11_074_20260523_.indd 77
NIEUW! Fiscale update: nog meer hervormingen op komst De regering-De Wever voerde al heel wat hervormingen door. Het regeerakkoord omvat echter nog meer ingrijpende hervormingen die de komende jaren gevolgen zullen hebben voor uw portemonnee. • Steun voor actieve ouders
De regering onderzoekt of de belastingvermindering voor kinderopvangkosten kan worden verhoogd voor actieve ouders. • Snoeien in voordelen
Vanaf 2026 (aanslagjaar 2027) verdwijnen de belastingvoordelen voor onder meer ontwikkelingsfondsen, huisbedienden en adoptieprocedures. Ook de Vlaamse vermindering voor beschermd erfgoed staat op de helling. • Investeren in de economie
Via een variant op de wet-Cooreman-De Clercq wil de regering mensen stimuleren om hun spaargeld in de economie te investeren. De voordelen voor startende bedrijven en groeibedrijven worden versmolten tot één overkoepelende regeling. • Bevriezing van plafonds
Veel fiscale grenzen (zoals de belastingvermindering voor werkgeversaandelen en adoptieprocedures) worden tot 2030 bevroren op het niveau van 2024. Ze stijgen dus niet mee met de inflatie. Voor het pensioensparen geldt een uitzondering: de bevriezing begint daar pas in het aanslagjaar 2027. Voor 2025 blijven de bekende grenzen van 1.050 euro en 1.350 euro dus behouden.
5/20/2026 3:12:15 PM
78
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
VOORAFBETALINGEN VAK XII
Waarom voorafbetalen u geld oplevert Wie wacht op het aanslagbiljet om belastingen te betalen, laat geld liggen. Zelfstandigen vermijden door voorafbetalingen een gepeperde rekening, terwijl werknemers via dit systeem een mooie belastingbeloning of ‘bonificatie’ kunnen opstrijken. PETRA DE ROUCK
D
e fiscus wil een voorschot op de verschuldigde belastingen. Voor werknemers en ambtenaren wordt de ‘voorafbetaling’ automatisch geregeld: bij de uitbetaling van het loon wordt de bedrijfsvoorheffing ingehouden. Zelfstandigen, vrije beroepers, bedrijfsleiders en meewerkende echtgenoten moeten zelf het initiatief nemen en per kwartaal voorafbetalingen doen. Doen ze dat niet, dan riskeren ze een belastingverhoging. Er geldt echter een uitzondering voor wie zich voor het eerst als zelfstandige in hoofdberoep vestigt: in de eerste drie jaar zijn voorafbetalingen niet verplicht. Starters die wel voorafbetalingen doen, krijgen een belastingvermindering. De termijnen voor de voorafbetalingen liggen vast. Voor het inkomstenjaar 2025 gaat het om: ● Uiterlijk 10 april voor het eerste kwartaal. ● Uiterlijk 10 juli voor het tweede kwartaal. ● Uiterlijk 10 oktober voor het derde kwartaal. ● Uiterlijk 22 december voor het laatste kwartaal.
NET_11_078_20260523_.indd 78
Hoe groot is de sanctie bij onvoldoende voorafbetalingen? NIEUW! Straks geen boetes meer voor zelfstandigen die niet voorafbetalen Vanaf het inkomstenjaar 2026 (aangifte 2027) zal er een nieuwe wind waaien door de fiscaliteit voor zelfstandigen en vrije beroepen. De belastingvermeerdering – de boete die u betaalt bij onvoldoende voorafbetalingen – wordt dan immers volledig afgeschaft. Voor bedrijfsleiders verandert er echter niets: ze zullen de vermeerdering blijven betalen bij een tekort aan voorafbetalingen. Er komt bovendien een vijfde voorafbetalingsperiode bij voor wie winsten of baten behaalt (en voor meewerkende echtgenoten). Wie vóór 20 februari zal storten, zal een extra fiscale beloning (bonificatie) genieten van 0,5 keer de basisrente.
Als u in 2025 onvoldoende of te laat voorafbetalingen hebt gedaan, moet u een belastingvermeerdering van 6,75 procent betalen op het nettobedrag van de winst of de baten van een zelfstandige activiteit, de bezoldigingen van bedrijfsleiders en meewerkende echtgenoten. De belastingvermeerdering wordt berekend op 106 procent van de belasting die u moet betalen. Het saldo van de belastingvermeerdering wordt beperkt tot 90 procent. VOORBEELD: Stel dat Karoline, een zelfstandige, voor het inkomstenjaar 2025 5.000 euro belasting verschuldigd is. Als zij niet de nodige voorafbetalingen heeft gedaan, wordt de belastingverhoging als volgt berekend: ((106% x 5.000 euro belastingen) x 6,75% belastingvermeerdering) x 90% beperking = 321,98 euro belastingvermeerdering. Als het bedrag van de vermeerdering minder is dan 0,5 procent van de belasting waarop ze is berekend of niet hoger is dan 100 euro, hoeft u deze belastingvermeerdering niet te betalen.
Waarom is het goed om al vroeg in het jaar voorafbetalingen te doen? Waarom zou u al vroeg in het jaar voorafbetalingen doen? Simpel: omdat het u de grootste besparing oplevert. De fiscus berekent eerst de belastingvermeerdering
5/20/2026 3:12:54 PM
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
79
VAK XII VOORAFBETALINGEN
en trekt daarna de voordelen af die gekoppeld zijn aan de gedane voorafbetalingen. Hoe vroeger de betalingen, hoe groter het voordeel. Voor het aanslagjaar 2026 (inkomsten 2025) is het bedrag van die voordelen gelijk aan de som van de volgende berekeningen: het bedrag van de eerste voorafbetaling x 9 procent, die van de tweede x 7,5 procent, die van de derde x 6 procent en die van de vierde x 4,5 procent. Het gemiddelde van deze percentages komt overeen met het vermeerderingspercentage van 6,75 procent. Als u genoeg voorafbetalingen hebt gedaan, kunnen de voordelen de belastingvermeerdering volledig compenseren. Als u te veel hebt betaald, krijgt u het overschot terug.
Wat levert een voorafbetaling op voor beginnende zelfstandigen? Beginnende zelfstandigen die voorafbetalingen doen, krijgen daarvoor een beloning, de zogenaamde bonificatie. Hoe eerder in het jaar u voorafbetaalt, hoe groter het voordeel. Voor de voorafbetalingen gedaan in 2025 is dat 4,5 procent van de eerste voorafbetaling, 3,75 procent van de tweede, 3 procent van de derde en 2,25 procent van de vierde.
Is het zinvol om als werknemer of ambtenaar voorafbetalingen te doen? Voorafbetalingen hebben geen zin als u elk jaar belastingen terugbetaald krijgt of er nauwelijks moet bijbetalen. Ze kunnen
NET_11_078_20260523_.indd 79
wel interessant zijn als u belastingen moet bijbetalen. Dat kunt u inschatten met een simulatie op Tax-Calc. Wie voorafbetalingen doet, krijgt een bonificatie, vergelijkbaar met die voor beginnende zelfstandigen (zie hierboven). VOORBEELD: Karoline moet in 2025 5.000 euro belastingen bijbetalen. Ze heeft echter 3.000 euro in het eerste kwartaal voorafbetaald. Het totaal verschuldigde bedrag aan belastingen zal worden verminderd met 135 euro (3.000 euro x 4,5 procent bonificatie voor een voorafbetaling in het eerste kwartaal), waardoor ze nog 1.865 euro moet betalen (5.000 euro te betalen belastingen - 3.000 euro voorafbetaling - 135 euro belastingvoordeel). De bonificatie geldt voor het bedrag van de verschuldigde belasting, verhoogd tot 106 procent. Als Karoline bijvoorbeeld 5.000 euro belastingen moet betalen, is er een bonificatie voor 5.000 euro x 106 procent, of 5.300 euro aan voorafbetalingen. Mocht Karoline in het eerste kwartaal 7.500 euro hebben voorafbetaald, dan wordt de bonificatie 4,5 procent van 5.000 euro x 106 procent (maximaal 106 procent van de verschuldigde belasting) of 238,50 euro.
TIP! • Hebt u te veel voorafbetaald? Geen zorgen: het overschot wordt normaal gesproken automatisch teruggestort via uw belastingafrekening. Maar wist u dat u het te veel betaalde bedrag ook kunt overdragen naar volgend jaar? Zo bouwt u alvast een reserve op. U kunt deze overdracht eenvoudig aanvragen via MyMinfin. • Hoe eerder in het jaar de voorafbetalingen gebeuren, hoe groter het eraan gekoppelde voordeel. • Werknemers en ambtenaren die elk jaar belastingen moeten bijbetalen, kunnen een voordeel halen uit voorafbetalingen.
Hoe moeten voorafbetalingen worden aangegeven? In vak XII geeft u bij code 1570/2570 het totaalbedrag aan van de voorafbetalingen die u in 2025 hebt gedaan. ■
5/20/2026 3:12:55 PM
80
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
MELDPLICHT VAK XIII
Niets aan te geven? De tijd dat buitenlandse rekeningen een goedbewaard vakantiegeheim bleven, is definitief voorbij. In vak XIII eist de fiscus volledige transparantie over uw internationale bezittingen, van klassieke spaarrekeningen tot complexe cryptowallets. Maar de meldplicht gaat verder: ook wie huur aftrekt als beroepskost of geld leent aan start-ups, moet expliciet uit de biecht klappen. PETRA DE ROUCK EN MANON BRASSEUR
1 BUITENLANDSE REKENINGEN Met de aangifte van uw buitenlandse beleggingsopbrengsten in vak VII (zie blz. 64) is de kous nog niet af. In vak XIII, rubriek A, bij code 1075 moet u ook het bestaan van uw buitenlandse rekeningen melden.
Welke rekeningen moet u aangeven? Het gaat om alle mogelijke soorten rekeningen: zicht-, spaar-, termijn- en effectenrekeningen bij een buitenlandse bank-, wissel-, krediet- of spaarinstelling. Niet alleen rekeningen op uw eigen naam tellen mee, maar ook die van uw echtgeno(o)t(e), wettelijk samenwonende partner of minderjarige kinderen, zelfs als ze in 2025 maar tijdelijk titularis waren. In uw belastingaangifte moet u ook vermelden op wiens naam de rekening staat en in welk land ze werd geopend. De naam van de bank of het rekeningnummer hoeft u niet in te vullen. Waarop moet u letten? ● De meldplicht geldt ook als u de rekening al in een vorige belastingaangifte opgaf, of als ze in 2025 geen inkomsten opleverde. ● U moet bevestigen dat u de rekening hebt gemeld bij het Centraal Aanspreekpunt van de Nationale Bank (CAP –
NET_11_080_20260523_.indd 80
www.cappcc.be). Die melding moet maar één keer. Sluit u de rekening, dan moet u dat wél opnieuw melden. ● Bent u penningmeester of voorzitter van een feitelijke vereniging – een politieke organisatie, vakbond, jeugdbeweging, sportof cultuurclub – en hebt u een volmacht op een buitenlandse rekening? Dan moet u die rekening aangeven én de inkomsten ervan opnemen in uw persoonlijke aangifte. ● Gemeenschappelijke rekeningen moeten door alle betrokken titularissen worden aangegeven. ● Een rekening bij PayPal, Google… ontsnapt in principe aan de meldplicht, tenzij ze professioneel wordt gebruikt én er meer geld op staat dan strikt nodig is voor de betalingen die u ermee verricht.
Moet u een cryptorekening aangeven? Even opfrissen: bitcoin en andere cryptovaluta zijn digitale munten op een blockchain: een gedecentraliseerd netwerk dat werkt zonder banken. In de praktijk verlaten deze munten nooit de blockchain. Wat u bezit, zijn de digitale sleutels die toegang geven tot uw cryptoactiva. Een cryptowallet of ‘bewaarportemonnee’ is geen klassieke bankrekening, maar een applicatie waarin u uw cryptosleutels kunt bewaren. Er bestaan twee soorten wallets: ● Bij een ‘custodial wallet’ beheert een tussenpersoon, zoals een bank of een
platform, uw privésleutel. Zij hebben de controle over de tegoeden; u geeft alleen de toestemming voor aan- en verkoop. Hiervoor is altijd een internetverbinding nodig. Als zo’n rekening wordt aangehouden bij een buitenlandse bank-, wissel-, krediet- en spaarinstelling, beschouwt de fiscus dit als een buitenlandse rekening, zelfs als er geen geld of wettelijk vastgestelde valuta op staat, maar alleen cryptovaluta. Zodra er dus een buitenlandse tussenpersoon (als bank-, wissel-, krediet- en spaarinstelling) intervenieert, moet u die rekening verplicht aangeven. ● Die aangifteplicht is er in principe niet voor ‘non-custodial wallets’, omdat er geen tussenpersoon is. Bij dit type wallets hebt u zelf de privésleutel en de volledige controle over uw fondsen, of u nu online of offline werkt. Als u niets te verbergen hebt, doet u er goed aan ook deze rekeningen spontaan te melden. Zo vermijdt u discussie met de fiscus. Dezelfde logica geldt voor de melding bij het Centraal Aanspreekpunt (CAP) van rekeningen en financiële contracten. Een ‘custodial wallet’ bij een buitenlandse tussenpersoon wordt gelijkgesteld met een buitenlandse rekening; u moet deze dus melden bij het CAP. Als u zo’n rekening wilt aangeven, wordt gevraagd naar een rekeningnummer, maar dat is er niet voor crypto’s. U vermeldt in dat veld het best een mailadres of gebruikersnaam. Bij het adres vult u ‘onbekend’
5/20/2026 3:35:54 PM
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
81
VAK XIII MELDPLICHT
een wetsvoorstel op tafel om de belastingdienst vanaf 1 december 2026 directe toegang te geven tot alle cryptogegevens in het CAP. De fiscus mag deze data inkijken bij vermoedens van fraude of wanneer uw levensstijl en uitgaven niet overeenstemmen met uw aangegeven inkomen.
2 BUITENLANDSE LEVENSVERZEKERINGEN Ook buitenlandse levensverzekeringen, zoals een tak 21- of tak 23-beleggingsverzekering in Luxemburg, of een buitenlandse schuldsaldo- of lijfrenteverzekering, moet u aangeven. Het maakt niet uit of het contract nog loopt of in 2025 werd beëindigd. U kruist in de rubriek B de code 1076 aan en vermeldt de naam en voornaam van de persoon die de verzekering afsloot, evenals het land waar de verzekeraar gevestigd is. Bent u een levensverzekering aangegaan in België, bijvoorbeeld bij het Duitse Allianz, het Nederlandse ING of het Zwitserse Baloise, dan is dat contract afgesloten met de Belgische dochtermaatschappij en hoeft u die verzekering niet te melden.
3 JURIDISCHE CONSTRUCTIES
© FILIP YSENBAERT
De kaaimantaks is bedoeld om inkomsten uit juridische constructies van vermogende Belgen in belastingparadijzen te belasten. Het is een doorkijkbelasting: deze belasting negeert het feit dat de kapitalen en inkomsten zijn ondergebracht in een juridische constructie en belast de inkomsten alsof de oprichter of de begunstigde ze zelf zou ontvangen.
Wie heeft aangifteplicht?
in. Voeg eventueel een korte begeleidende brief toe met wat extra uitleg over uw wallet. Tip: download aan het einde van de rit de pdf van uw aangifte en bewaar deze goed. Vanaf 1 december 2026 moeten cryptodienstverleners zoals Kraken, Coinbase en Binance trouwens verplicht uitgebreide informatie rapporteren aan het CAP.
NET_11_080_20260523_.indd 81
Onder meer de identificatiegegevens van de klant, accountinformatie en transactiegegevens, evenals de halfjaarlijkse saldi van de betrokken rekeningen, zullen worden doorgegeven. De eerste rapportering zou retroactief de saldi op 31 december 2025 en 30 juni 2026 omvatten. Hou er ook rekening mee dat de fiscus binnenkort nog meer tanden krijgt. Er ligt
De aangifteplicht is er zowel voor wie in 2025 een juridische constructie heeft opgezet als voor wie in 2025 een dividend of ander voordeel uit zo’n constructie heeft verkregen. Wie de meldplicht niet naleeft, maakt zich schuldig aan valsheid in geschrifte. Dit kan leiden tot gerechtelijke vervolging, aanslagen op uw vermogen en zelfs verbeurdverklaring. Sinds begin 2024 is het begrip ‘oprichter’ uitgebreid, waardoor het niet langer mogelijk is om de kaaimantaks te ontwij-
5/20/2026 3:35:57 PM
82
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
VAK XIII MELDPLICHT
ken door een ‘normale’ vennootschap (die geen juridische constructie is, zoals een vennootschap die volgens de gebruikelijke Belgische belastingregels wordt belast) tussen de juridische constructie en de oprichter te plaatsen. Ook oprichters die via een (keten van) tussenconstructie(s) een onrechtstreekse participatie aanhouden in een juridische constructie, vallen dus onder de kaaimantaks. Tegelijk zal het UBO-register, waarin bedrijven en vzw’s aangeven wie de uiteindelijke begunstigde – de Ultimate Beneficial Owner (UBO) – is, prominenter worden gebruikt om te bepalen of een constructie onder de kaaimantaks valt. Er is een weerlegbaar wettelijk vermoeden dat een begunstigde in het UBO-register in sommige situaties (maar niet automatisch) als oprichter wordt beschouwd. Naast de oprichter is de aangifteplicht er ook voor de begunstigde, oftewel de persoon die er voordeel uit haalt.
NIEUW! Vereenvoudiging huurbijlage toch nog niet voor deze aangifte Hoewel het regeerakkoord belooft de bijlage 270 MLH zo snel mogelijk te schrappen, blijft het voorlopig wachten op een concreet alternatief. De regering wil de administratieve last verlagen door informatie te hergebruiken waarover ze al beschikt, maar zolang er geen officieel nieuws is, gaat u er het best van uit dat u de bijlage ook voor inkomstenjaar 2025 nog moet invullen. ●
Welke juridische constructies moet u aangeven? Met drie types van juridische constructies komt u in het vizier van de kaaimantaks: ● Type 1: Constructies zonder rechtspersoonlijkheid, zoals trusts of fiduciaire constructies. ● Type 2: Buitenlandse constructies met rechtspersoonlijkheid waarvan de inkomsten tegen minder dan 15 procent worden belast.
Het gaat onder meer om: 1. De Nederlandse Stichting Administratiekantoor (STAK), waarmee het beheer van aandelen vlot kan worden geregeld. De aandelen worden via de STAK omgezet in certificaten. 2. De Franse Société Civile Immobilière (SCI), een constructie die vaak wordt gebruikt voor het kopen en beheren van vastgoed in Frankrijk. 3. Beleggingsvehikels zoals familieconstructies die privévermogen beleggen zonder extern kapitaal aan te trekken. Maar niet om: 1. Entiteiten die daadwerkelijk een eco-
NET_11_080_20260523_.indd 82
nomische activiteit uitoefenen in een land dat deelneemt aan de fiscale informatie-uitwisseling. Het bedrijf moet goederen en/of diensten leveren en werkelijk operationeel zijn. Het moet met andere woorden personeel hebben, activa bezitten en uitrustingen en/of gebouwen hebben. Het volstaat niet om bijvoorbeeld alleen een kantoor te huren en een deeltijdse medewerker te betalen. Het beheer van het privé- of familiaal vermogen voldoet dus niet aan de voorwaarde van een economische activiteit. 2. Niet-private stichtingen voor collectieve beleggingen en pensioensystemen binnen de Europese Economische Ruimte (EER). Dergelijke stichtingen beheren een beleggings- of pensioenfonds met vermogen van een groep mensen. Het zijn doorgaans gereguleerde fondsen, zoals Euroclear Treasury Fund Be en AM Real Estate Europe. Maar ook hier zijn er uitzonderingen. Stichtingen zoals de Liechtenstein Stiftung, Liechtenstein Anstalt, Luxem-
bourg Société de gestion Patrimoine Familiale (SPF) en Luxembourg Fondation Patrimoniale moet u wel melden. Constructies buiten de EER vallen in principe onder de kaaimantaks en de bijbehorende meldplicht. 3. Private alternatieve beleggingsinstellingen vallen niet onder de kaaimantaks, met uitzondering van geïndividualiseerde fondsen of ‘fonds dédiés’. Deze worden specifiek voor één persoon of familie opgezet. Private fondsen vallen wel onder de kaaimantaks als een persoon minstens 50 procent van de aandelen bezit. Het Grondwettelijk Hof heeft het strikte 50 procentcriterium vernietigd, maar alleen omdat de belastingplichtige geen kans kreeg op tegenbewijs. U mag nu namelijk wél aantonen dat de deelname van derden reëel is, dat er geen louter fiscaal motief meespeelt en dat de beleggingsinstelling geen verborgen juridische (tussen) constructie is. ● Type 3: Juridische constructies van de twee bovenstaande types, maar ‘verpakt’ als verzekeringsproduct.
Wat als de juridische constructie naar het buitenland verhuist? Sinds begin 2024 is het niet langer mogelijk om de kaaimantaks te vermijden door simpelweg naar het buitenland te verhuizen. Bij een verhuizing wordt een exitheffing van 30 procent toegepast, alsof de volledige waarde van de juridische constructie werd uitgekeerd als dividend. Deze heffing geldt ook wanneer een juridische constructie wordt ingebracht in een andere structuur of wanneer de zetel van de juridische constructie naar een ander land wordt verplaatst. De betaling van deze exitheffing kan wel over een periode van vijf jaar worden gespreid. In zijn arrest 117/2025 van 18 september 2025 heeft het Grondwettelijk Hof de Belgische exitheffing gedeeltelijk vernietigd. Volgens het Hof was de heffing te ruim: ook winsten uit de periode voordat de oprichter Belgisch rijksinwoner werd, werden
5/20/2026 3:35:58 PM
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
83
VAK XIII MELDPLICHT
belast. Dat is nu verleden tijd. Voortaan valt alleen de winst die is opgebouwd nadat iemand Belgisch rijksinwoner werd onder de heffing; winsten van daarvoor blijven vrijgesteld.
Wat als een constructie niet langer een juridische constructie is? Als een constructie niet langer wordt beschouwd als een juridische constructie, maar dit wel het geval was in minstens een van de drie voorgaande belastbare tijdperken, blijven de regels van de kaaimantaks van toepassing. Dit voorkomt dat oprichters van een juridische constructie de uitkering uitstellen totdat de constructie haar status verliest, alleen om zo de kaaimantaks te ontwijken.
TIP! • Het volstaat niet om een juridische constructie te melden. U moet verplicht een bijlage met aanvullende inlichtingen bij uw aangifte voegen. • Hebt u een levensverzekering in België afgesloten bij bijvoorbeeld het Duitse Allianz, het Nederlandse ING of het Zwitserse Baloise, dan is dat contract aangegaan met de Belgische dochtermaatschappij en hoeft u die levensverzekering niet te melden.
Moet u de inkomsten van een juridische constructie aangeven? Ja, de inkomsten die de juridische constructie heeft ontvangen, moet u aangeven in het betrokken vak voor dat type inkomen, alsof u dat inkomen zelf ontvangen zou hebben. Het belastingregime is afhankelijk van het soort inkomen, bijvoorbeeld een vast percentage op beleggingsinkomsten of de progressieve belastingtarieven op beroepsinkomsten. Uitkeringen door de juridische constructie worden belast als dividend tegen een tarief van 30 procent. Hoewel meerwaarden op aandelen (tot en met 31 december 2025) en buitenlands vastgoed in principe belastingvrij zijn, worden dergelijke uitgekeerde meerwaarden door een juridische constructie wel als dividenduitkeringen beschouwd, en dus belast tegen 30 procent. Er zijn twee uitzonderingen: ● Als het gaat om een inbreng die u zelf deed, zal er geen belasting worden geheven. ● De dividendbelasting hoeft evenmin te worden betaald als de oprichters of aandeelhouders al belastingen op het inkomen in België hebben betaald (door middel van transparante belastingheffing) en dat kan worden aangetoond.
NET_11_080_20260523_.indd 83
Zijn er nog andere verplichtingen? In uw belastingaangifte kruist u code 1077 aan. Daarnaast moet u verplicht een bijlage 276 CJC met aanvullende inlichtingen bij de aangifte voegen. Deze bijlage bevat informatie over de inkomsten van de juridische constructie die in de belastingaangifte zijn opgenomen (bijvoorbeeld onroerende inkomsten in vak III, roerende inkomsten in vak VII enzovoort), het vermogen van de constructie op het einde van het belastbare tijdperk, het deel van het vermogen dat de oprichter heeft ingebracht, en de uitgekeerde dividenden.
4 LENINGEN AAN KLEINE VENNOOTSCHAPPEN Hebt u geld uitgeleend aan een startende kleine vennootschap via een erkend crowdfundingplatform? Dit kan zowel via een Belgisch als via een buitenlands platform. Voorbeelden van Belgische platformen zijn Bolero Crowdfunding, Horeca Crowdfunding, LITA.co, Look&Fin, Spreds en Winwinner. Bekende buitenlandse platformen
zijn GoFundMe, Indiegogo, Kickstarter, KissKissBankBank, Seedrs en Voordekunst. U geeft het aantal in 2025 lopende leningen aan onder de titel D bij code 1088/2088. De ontvangen intresten op de eerste ontleende schijf van 16.270 euro zijn belastingvrij, zolang de looptijd van de lening ten minste vier jaar bedraagt. Voor deze lening is er dus geen aangifteplicht. Het eventuele surplus of de intresten na vier jaar, waarop geen roerende voorheffing is ingehouden, moeten echter wel worden aangegeven in vak VII (zie blz. 64).
5 HUUR ALS BEROEPSKOST Brengt u betaalde huur in als beroepskost? Dan moet u in rubriek E de code 1072/2072 aankruisen en een bijlage toevoegen. Deze verplichting geldt niet alleen voor klassieke huur, maar ook voor wie een ander zakelijk recht heeft op vastgoed, zoals een recht van opstal, erfpacht, erfdienstbaarheid of vruchtgebruik. Als de bijlage ontbreekt, is de betaalde huur niet aftrekbaar als beroepskost. U hoeft geen aangifte te doen als de huur wordt gefactureerd of als het gaat om de pacht van een goed voor landen tuinbouw. Voor de bijlage heeft de fiscus het modelformulier 270 MLH opgesteld. Daarin moet u de identificatiegegevens van de huurder, verhuurder en het onroerend goed invullen. Ook het bedrag van de basishuurprijs, de huurvoordelen en het deel dat als werkelijke beroepskost is aangegeven, moeten worden vermeld. Voor elk onroerend goed waarvoor u een (huur)vergoeding betaalt, moet u een aparte bijlage bij uw belastingaangifte voegen. Huurt u vijf onroerende goederen, dan voegt u dus vijf afzonderlijke bijlagen bij uw aangifte. Betaalt u voor verschillende percelen grond één allesomvattende vergoeding, dan volstaat het deze op één bijlage te vermelden. Echtgenoten en wettelijk samenwonenden die beiden hetzelfde vastgoed als beroepskosten inbrengen, vullen elk een aparte bijlage in, maar vermelden wel het totaalbedrag van de (huur)vergoedingen ■ die ze samen betaalden.
5/20/2026 3:35:58 PM
84
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
BIJVERDIENEN DEEL II
Van influencer tot scheidsrechter: zo wordt u belast Of u nu bijklust in een vereniging, de deeleconomie verkent of als influencer de kost verdient: de fiscus kijkt altijd mee. Ook voor de zelfstandige in bijberoep of de fervente onlineverkoper gelden specifieke regels. Hoe u precies wordt belast, hangt volledig af van uw activiteit. PETRA DE ROUCK
N
iet alleen uw beroepsinkomen wordt belast. Ook van uw bijverdiensten wil de fiscus (mogelijk) een graantje meepikken. Het goede nieuws: de meeste bijverdiensten worden minder zwaar belast dan een beroepsinkomen, zolang ze binnen de perken blijven. Wel hangen het belastingregime en de voorwaarden af van het soort activiteit. Een overzicht.
1 VERENIGINGSWERK Via het arbeidsstelsel van het verenigingswerk kunt u tijdelijk aan de slag met een arbeidscontract bij een vzw of een openbare instelling in de sociaal-culturele of sportsector. WAT HOUDT U NETTO OVER?
U betaalt geen socialezekerheidsbijdragen en geniet een voordelig belastingtarief. De inkomsten worden – als u aan de voorwaarden voldoet (zie hieronder) – belast als een divers inkomen tegen 20 procent (exclusief gemeentebelastingen). Maar de fiscus past automatisch een kostenforfait van 50 procent toe, waardoor de effectieve belastingdruk uitkomt op slechts 10 procent (exclusief gemeentebelastingen). Let op: het belastbaar inkomen uit verenigingswerk omvat niet alleen uw brutoloon, maar ook extra vergoedingen
NET_11_084_20260523_.indd 84
zoals maaltijdcheques, cadeaucheques en fietsvergoedingen. ZIJN ER VOORWAARDEN?
Het fiscaal gunstregime geldt alleen voor toegelaten activiteiten, en op voorwaarde dat u binnen de grenzen blijft qua aantal uren en inkomsten. Toegelaten activiteiten De toegelaten activiteiten zijn wettelijk vastgelegd en omvatten onder meer: ● Begeleider op een speelplein tijdens de schoolvakanties of een jongerenkamp ● Trainer in een sportclub of terreinverzorger bij een voetbalclub ● Leraar in een circusschool, of dirigent (muzikanten vallen niet onder het verenigingswerk) ● Seingever bij een wielerkoers, scheidsrechter, steward of antidopingbegeleider bij een sportwedstrijd ● Helper bij de opbouw, ticketcontrole en schoonmaak van een muziekfestival ● Figurant in een tv-serie van de VRT, RTBF of BRF ●
Aantal uren hangt af van de sector Hoeveel uren u mag presteren, hangt af van de sector. U moet zowel een jaarplafond als kwartaalplafonds naleven. In de sociaal-culturele sector en de amateurkunstensector mag u tot 300 uur per ●
jaar werken. Per kwartaal geldt een limiet van 100 uur, behalve voor het derde kwartaal (de zomermaanden), waar het plafond op 190 uur ligt. In de sportsector mag u tot 450 uur per jaar presteren, met een kwartaalplafond van 150 uur en een verhoogd plafond van 285 uur in het derde kwartaal. U mag activiteiten combineren, maar dan geldt een algemene limiet van 450 uur per jaar en 150 uur per kwartaal (met opnieuw een uitzonderlijk plafond van 285 uur in het derde kwartaal). Verenigingswerk voor de openbare omroepen (VRT, RTBF of BRF) wordt anders berekend: daar geldt een maximum van 25 dagen per jaar. Wie de plafonds overschrijdt, ziet alle inkomsten bij de betrokken werkgever waar de overschrijding plaatsvindt als beroepsinkomen belast worden, tegen de gebruikelijke, progressieve belastingtarieven (25 tot 50 procent, exclusief gemeentebelastingen). U kunt daartegen geen tegenbewijs leveren en ook socialezekerheidsbijdragen zijn dan verschuldigd. Tot 7.700 euro inkomsten uit verenigingswerk en de deeleconomie De tweede voorwaarde is dat u in 2025 niet meer dan 7.700 euro bijverdiende (dat wordt 7.890 euro in 2026). Dat plafond geldt voor uw activiteiten als verenigingswerker én in de deeleconomie (zie punt 2) samen. Overschrijdt u het toegelaten jaarplafond? Dan wordt de volledige jaarvergoeding als een beroepsinkomen belast tegen de gewone, progressieve tarieven (25 tot 50 procent, exclusief gemeentebelastingen) en er komen dan ook socialezekerheidsbijdragen bij kijken. Een overschrijding van het jaarplafond is wel weerlegbaar. U kunt dus proberen aan te tonen dat het niet om een beroepsinkomen gaat, bijvoorbeeld door te bewijzen dat het om een hobby of occasionele activiteit gaat. Let op: zodra uw inkomsten als een beroepsinkomen worden belast wegens een overschrijding, gebeurt dat in principe ook het jaar nadien. ●
MOET U DE INKOMSTEN AANGEVEN?
U geeft de inkomsten uit het verenigingswerk aan in vak XV in de rubriek B.1 bij code 1462/2462.
5/20/2026 3:37:31 PM
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
85
DEEL II BIJVERDIENEN
2 DEELECONOMIE Werkt u voor deelplatformen zoals Ring Twice, Helpper en Deliveroo? Dan geldt voor u hetzelfde gunstregime als bij het verenigingswerk. WAT HOUDT U NETTO OVER?
De inkomsten worden belast tegen 20 procent (exclusief gemeentebelastingen), maar u mag automatisch 50 procent forfaitaire kosten aftrekken. Dat brengt de effectieve belastingdruk op 10 procent (exclusief gemeentebelastingen). U mag geen werkelijke kosten inbrengen. ZIJN ER VOORWAARDEN?
In tegenstelling tot het verenigingswerk is het aantal uren niet beperkt. Wel geldt hetzelfde inkomensplafond: maximaal 7.700 euro voor uw inkomsten uit zowel de deeleconomie als het verenigingswerk samen. Overschrijdt u dat bedrag, dan worden de inkomsten uit de deeleconomie belast als een beroepsinkomen. Het is wel mogelijk om aan te tonen dat het niet gaat om een beroepsinkomen. Let op: het jaarplafond heeft betrekking op het bruto-inkomen. Dat omvat niet alleen de vergoeding die u krijgt van het platform, maar ook inhoudingen zoals voorheffingen en commissies voor het gebruik van het platform. Er wordt gekeken naar wat effectief werd uitbetaald in het betrokken inkomstenjaar, ook als de prestatie eerder plaatsvond. Een extra voorwaarde is dat het platform erkend is door de Federale Overheidsdienst Financiën. De lijst met erkende platformen vindt u op de website van de FOD Financiën. Belangrijk: Airbnb staat niét op die lijst. Hoe uw inkomsten via dat verhuurplatform worden belast, leest u op blz. 34.
© FILIP YSENBAERT
MOET U DE INKOMSTEN AANGEVEN?
NET_11_084_20260523_.indd 85
De erkende platformen moeten verplicht 10,70 procent bedrijfsvoorheffing inhouden. Toch moet u nog de inkomsten aangeven. U krijgt daarvoor een fiche 281.29. Vermeld de inkomsten uit de deeleconomie in vak XV in de rubriek B.1, bij code 1460/2460. De ingehouden bedrijfsvoorheffing vult u in bij code 1461/2461.
5/20/2026 3:37:33 PM
86
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
DEEL II BIJVERDIENEN
3
Zolang u onder bepaalde plafonds blijft, is de vergoeding belastingvrij. Die vergoeding kan forfaitair zijn of gebaseerd op de werkelijke kosten, maar een combinatie is niet toegestaan.
De vergoeding voor verplaatsingen met de auto, motor of bromfiets mag niet hoger zijn dan 0,4415 euro per kilometer van 1 juli 2024 tot en met 30 juni 2025 en 0,4449 euro van 1 juli 2025 tot en met 30 juni 2026. Een vereniging kan ook werken met driemaandelijks geïndexeerde kilometervergoedingen, die sneller kunnen worden aangepast aan de prijswijzigingen van de brandstof. Die bedroegen in het eerste kwartaal van 2025 exact 0,4290 euro, in het tweede 0,4320 euro, in het derde 0,4309 euro en in het laatste kwartaal 0,4312 euro.
ZIJN ER VOORWAARDEN?
MOET U DE INKOMSTEN AANGEVEN?
Ja, de onkostenvergoeding moet binnen de vastgelegde grenzen blijven.
Nee, zolang u onder de plafonds blijft, moet u niets aangeven. Kreeg u een hogere vergoeding, dan zijn alle inkomsten uit het vrijwilligerswerk belastbaar als een beroepsinkomen. In dat geval moet u het opnemen in vak IV, rubriek A.1, bij code 1250/2250. Alleen als u kunt aantonen dat het gaat om de terugbetaling van kosten die u hebt voorgeschoten aan de vereniging, zijn de inkomsten niet belastbaar. Kunt u dat slechts gedeeltelijk bewijzen? Dan wordt het restbedrag alsnog belast, zelfs als dat onder het grensbedrag valt.
VRIJWILLIGERS Vrijwilligers worden per definitie niet betaald, maar ze kunnen wel een belastingvrije onkostenvergoeding krijgen. WAT HOUDT U NETTO OVER?
Forfaitaire kostenvergoeding In het inkomstenjaar 2025 is een forfaitaire kostenvergoeding belastingvrij, zolang die niet meer bedraagt dan 42,31 euro per dag en 1.692,51 euro per jaar. Let op als u in meerdere organisaties actief bent: dan telt de totaal ontvangen kostenvergoeding mee. Voor vrijwilligers in de sportsector (sporttrainers, sportlesgevers, sportcoaches, jeugdsportcoördinators, sportscheidsrechters, juryleden, stewards, terreinverzorgers, materiaalmeesters en seingevers bij sportwedstrijden), in de dagen nachtopvang van hulpbehoevenden en in het niet-dringend patiëntenvervoer, ligt het jaarplafond hoger: 3.108,44 euro in 2025. ●
Werkelijke onkosten Kiest u voor een vergoeding van de werkelijke onkosten, dan moet u bewijsstukken kunnen voorleggen (zoals kassabonnen, facturen of treintickets). Voor vervoerskosten gelden aparte maxima (zie hieronder), maar het aantal kilometers is niet begrensd zolang u alle verplaatsingskosten kunt bewijzen. ●
Verplaatsingskosten Zowel voor het kostenforfait als voor de werkelijke kosten is de kostenvergoeding voor verplaatsingen beperkt. Een kostenvergoeding voor verplaatsingen met de fiets mag maximaal 36 cent per kilometer bedragen.
4 INFLUENCERS Promoot u producten of diensten op sociale media zoals TikTok, Instagram of YouTube? Zodra u daarvoor vergoed wordt, beschouwt de fiscus dat als een belastbaar inkomen dat u moet aangeven. U moet dus niet alleen geldelijke vergoedingen aangeven, maar ook eventuele gratis producten of diensten zoals kleren en cosmetica. De belastbare waarde wordt bepaald aan de hand van de normale verkoopwaarde. Dat geldt in principe ook voor producten of diensten die u ongevraagd kreeg en waar u geen promotie voor maakte.
●
NET_11_084_20260523_.indd 86
WAT HOUDT U NETTO OVER?
Dat hangt af van hoe vaak u actief bent. Occasionele activiteiten De inkomsten van wie maar sporadisch iets post en daar iets voor krijgt, vallen on●
der de noemer ‘diverse inkomsten’. Die worden belast tegen een tarief van 33 procent. U kunt de gemaakte kosten, zoals treintickets, aftrekken. Een forfaitaire kostenaftrek zonder bewijsstukken is niet mogelijk. Regelmatige activiteiten Bent u regelmatig actief, dan beschouwt de fiscus u als een zelfstandige. Uw inkomsten worden dan belast als een beroepsinkomen. Van het inkomen mogen de werkelijke beroepskosten of een kostenforfait tot 5.210,00 euro (zie blz. 47) worden afgetrokken. Het saldo wordt belast tegen de gebruikelijke progressieve belastingtarieven (25 tot 50 procent, exclusief gemeentebelastingen). Sommige feitelijke omstandigheden wijzen op een beroepsinkomen. Doorgaans krijgt u alleen geld als u veel volgers hebt en dus ook veel posts plaatst. Ook als u opdrachten krijgt via een agentschap of tussenpersoon, wijst dat op een georganiseerde activiteit. In dat geval moet u zich inschrijven bij de Kruispuntbank van Ondernemingen en zich als btw-plichtige registreren. ●
MOET U DE INKOMSTEN AANGEVEN?
Occasionele inkomsten geeft u aan in vak XV in de rubriek B. 2, bij code 1200/2200, en uw gemaakte kosten bij code 1201/2201. Een beroepsinkomen geeft u aan in vak XVIII in de rubriek 1, bij code 1650/2650. Als u geen gebruikmaakt van de forfaitaire beroepskosten, moet u de werkelijke beroepskosten opgeven in rubriek 10.c), bij code 1657/2657.
5 FLEXI-JOBBERS Een flexi-job is een vorm van occasioneel werk waarmee gepensioneerden of bepaalde werknemers op een fiscaalvriendelijke manier kunnen bijverdienen. Werkgevers kunnen daardoor vlot en voordelig extra handen inschakelen tijdens drukke periodes. WAT HOUDT U NETTO OVER?
Voor gepensioneerden zijn de inkomsten uit een flexi-job volledig vrijgesteld van
5/20/2026 3:37:34 PM
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
87
DEEL II BIJVERDIENEN
NIEUW!
belastingen. Anderen moeten op een flexiloon tot 18.000 euro geen belasting of sociale bijdragen betalen. Dat betekent: bruto is netto. Dit is een aanzienlijke stijging vergeleken met het plafond van 12.000 euro dat voor 2024 nog van toepassing was. Verdient u meer dan 18.000 euro, dan wordt het surplus belast tegen de gebruikelijke tarieven (25 tot 50 procent, exclusief gemeentebelastingen). Vanaf 1 januari 2026 ligt het plafond op 18.440 euro per jaar. ZIJN ER VOORWAARDEN?
Oorspronkelijk konden alleen werkgevers uit de horecasector een beroep doen op het flexi-statuut om bijkomende werknemers aan te nemen, maar intussen is het statuut in heel wat sectoren ingeburgerd. Sinds 2024 staat de deur voor flexi-jobs in elke sector op een kier, op voorwaarde dat er een sectorale overeenkomst is gesloten. Inmiddels hebben al een twintigtal sectoren die stap gezet en de regeling officieel omarmd. Om als flexi-jobber aan de slag te gaan, moet u drie kwartalen geleden minstens 4/5 gewerkt hebben bij een andere werkgever. Voor gepensioneerden is die voorwaarde er niet: zij kunnen altijd direct instappen. Bovendien mag u niet flexi-jobben bij uw huidige werkgever of een verbonden bedrijf. Ook een omweg via een uitzendkantoor bij uw eigen baas is uitgesloten. Ten slotte zit er een plafond aan uw verdienste: uw totale flexiloon (inclusief premies en voordelen) mag nooit meer bedragen dan 150 procent van het sectorale minimumloon. MOET U DE INKOMSTEN AANGEVEN?
Sinds het inkomstenjaar 2024 moeten niet-gepensioneerden de inkomsten uit een flexi-job verplicht aangeven in vak IV (zie blz. 38).
6 ZELFSTANDIGEN IN BIJBEROEP Steeds meer Belgen richten een eigen zaak op naast hun vaste job. Zo kunnen ze hun ondernemersdroom waarmaken zonder meteen hun hoofdinkomen op te geven –
NET_11_084_20260523_.indd 87
Vanaf juli 2026: flexi-jobs voor (bijna) iedereen Er waait een nieuwe wind door het flexi-joblandschap. Vanaf juli 2026 wordt de regeling in principe uitgebreid naar alle sectoren. Het nieuwe motto: alle bedrijven doen mee, tenzij ze expliciet voor een 'opt-out' kiezen. Ook de spelregels veranderen: • Uitzendwerk: Een uitzendkantoor mag u voortaan bij de ene klant als gewone uitzendkracht en bij de andere als flexi-jobber inzetten. • Verbonden bedrijven: Werkt u voltijds voor een dochteronderneming? Dan mag u voortaan wél flexi-jobben bij het moederbedrijf (of omgekeerd). • Loonplafond: De grens van 150 procent geldt straks alleen nog voor uw basisloon; premies en toelagen tellen niet meer mee. In de horeca stijgt het maximale flexi-uurloon (inclusief vakantiegeld) naar 21 euro (geïndexeerd). Het wordt dus niet langer uitgedrukt als een percentage van het minimumloon.
met behoud van sociale bescherming via hun hoofdactiviteit. WAT HOUDT U NETTO OVER?
Fiscaal gezien worden de inkomsten uit uw bijberoep beschouwd als beroepsinkomsten. Ze worden bij uw andere inkomsten geteld en belast tegen de gebruikelijke progressieve belastingtarieven (25 tot 50 procent, exclusief gemeentebelastingen). Zodra uw netto belastbaar inkomen uit uw bijberoep meer dan 1.881,76 euro per jaar (2025) bedraagt, moet u sociale bijdragen betalen. Die bedragen 20,5 procent van uw netto belastbaar inkomen. Goed om te weten: die bijdragen mag u fiscaal inbrengen als beroepskost.
ZIJN ER VOORWAARDEN?
De basisvoorwaarde is dat uw hoofdactiviteit voldoende sociale bescherming biedt. Werknemers moeten een halftijdse baan hebben, wat neerkomt op minstens 19 uur per week bij een 38-urenweek. Ambtenaren hebben minstens 50 procent van een voltijdse baan gedurende minstens 8 maanden per jaar (of 200 werkdagen) én de uitdrukkelijke toestemming van hun werkgever. Voor het onderwijs zijn er specifieke regels: statutaire leerkrachten moeten minstens 60 procent van een voltijdse opdracht presteren, terwijl voor niet-vastbenoemden 50 procent volstaat. Wie een ziekte- of invaliditeitsuitkering krijgt, mag alleen bijverdienen als zelfstandige als de oorspronkelijke tewerkstelling minstens halftijds is geweest, de adviserend arts zijn toestemming geeft én de uitkering minstens gelijk is aan het minimumpensioen voor een alleenstaande zelfstandige. Werklozen kunnen met de regeling ‘Springplank naar zelfstandige’ gedurende 12 maanden een zelfstandige activiteit combineren met een werkloosheidsuitkering. Wie werkloos is en kiest voor de artistieke sector, kan ook buiten deze regeling bijverdienen als zelfstandige in bijberoep met behoud van zijn uitkering. Ook als u met pensioen bent, mag u nog bijverdienen. Hoeveel hangt af van uw leeftijd, het type pensioen en de duur van uw beroepsloopbaan. Let op: bruggepensioneerden (stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag, SWT) mogen in principe geen zelfstandige activiteit uitoefenen. Wie aan de slag wil gaan als zelfstandige in bijberoep, moet zijn activiteit laten registreren via een erkend ondernemingsloket en zich aansluiten bij een sociaal verzekeringsfonds. MOET U DE INKOMSTEN AANGEVEN?
Zeker. U vermeldt uw zelfstandige beroepsinkomsten in vak XVII bij code 1600/2600. Werkelijke beroepskosten geeft u aan onder code 1606/2606. Betaalde sociale bijdragen mag u aftrekken als beroepskost onder code 1632/2632.
5/20/2026 3:37:34 PM
88
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
DEEL II BIJVERDIENEN
7 VEELVERKOPERS Verkoopt u geregeld spullen via platformen als Vinted, Marktplaats, 2dehands. be, Bol.com of Uber? Dan weet de fiscus dat sinds kort ook. Door een Europese richtlijn moeten de onlinehandelsplatformen informatie over veelverkopers verplicht doorgeven. Concreet gaat het om mensen die op jaarbasis minstens 30 verkopen doen of voor meer dan 2.000 euro transacties hebben gedaan. Het platform zal uw naam, adres, geboortedatum en rijksregisternummer doorgeven aan de fiscus. Voor zakelijke gebruikers is dat het ondernemers- en btw-nummer. Toch betekent dat niet automatisch dat de inkomsten worden belast. Wie af en toe privéspullen verkoopt, moet dat niet aangeven en zal niet belast worden. Doorgaans verkoopt u uw tweedehandsspullen met verlies en is er dus ook geen winst. Is er toch winst, dan kan die als een occasionele winst of beroepsinkomen worden belast. De fiscale behandeling is vergelijkbaar met die van influencers (zie punt 4). ■
Kiezen voor een eenmanszaak of vennootschap? Begint u een eigen zaak? Dan is de rechtsvorm uw eerste grote knoop om door te hakken. Gaat u voor de eenvoud van een eenmanszaak of de fiscale voordelen van een vennootschap? We duiken in de cijfers, want de fiscale weg die u inslaat, bepaalt meteen hoeveel er aan het einde van de rit onder de streep overblijft. PETRA DE ROUCK
NIEUW! • De Vinted-vrijstelling Verkoopt u geregeld oude kleren of meubels via Vinted, Marketplace of 2dehands.be? Goed nieuws: het wetsontwerp tot hervorming van de personenbelasting voert een officiële ‘Vinted-vrijstelling’ in. Tot 2.000 euro per jaar aan tweedehandsverkoop blijft u volledig onder de radar van de fiscus. Zelfs als u een fervente verkoper bent, hoeft u zich geen zorgen te maken over belastingen, zolang u die grens maar niet overschrijdt.
NET_11_084_20260523_.indd 88
E
en eenmanszaak oprichten is heel makkelijk. U regelt het online of gaat langs bij een erkend ondernemingsloket, waarna u wordt ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen. U krijgt een ondernemingsnummer en zodra alles met betrekking tot de btw is geregeld en u eventuele vergunningen hebt, kunt u van start gaan. Keerzijde van de medaille is dat een eenmanszaak geen aparte rechtspersoonlijkheid heeft. Uw onderneming handelt als een natuurlijk persoon, waarbij u en uw eenmanszaak als het ware één geheel vormen. U staat met uw volledige vermogen – dus ook met uw privévermogen – in voor het ondernemersrisico. Wie dat wil vermijden, kan kiezen voor een vennootschap, zoals een besloten vennootschap (bv) of een naamloze vennootschap (nv). Een vennootschap heeft rechten, verplichtingen en een eigen vermogen dat gescheiden is van uw privévermogen. Maar de oprichting van een vennootschap vergt meer tijd en is iets duurder en complexer. Ook fiscaal zijn de contrasten scherp. Zowel de belastingtarieven als de regels rond beroepskosten verschillen grondig.
1 BEROEPSKOSTEN Niet uw hele beroepsinkomen wordt belast. U mag kosten aftrekken. Met beroepskosten kunt u de belastbare basis en dus ook de uiteindelijke belastingfactuur verminderen. Welke kosten u kunt inbrengen, hangt af van de uitgeoefende activiteit. Sowieso moeten de kosten werkgerelateerd zijn en
5/20/2026 3:37:35 PM
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
89
DEEL II BIJVERDIENEN
zijn gemaakt om uw inkomsten te verwerven of te behouden. Hebt u maar weinig beroepskosten of hebt u niet de nodige documenten om de kosten aan te tonen? Op dat punt heeft de eenmanszaak een streepje voor op de vennootschap. Waarom? Omdat u als eenmanszaak kunt kiezen voor de forfaitaire kostenaftrek (zie blz. 46). Een vennootschap heeft die luxe niet en moet elke euro aan onkosten zwart-op-wit kunnen bewijzen, met facturen, ontvangstbewijzen of btw-bonnen. Een overzicht van de meest benutte werkelijke beroepskosten vindt u op blz. 48.
2 VERHOOGDE KOSTENAFTREK E-FACTURATIE Sinds 1 januari 2026 moeten alle Belgische B2B-ondernemingen elektronisch factureren. Terwijl ze vroeger nog wegkwamen met een zelf opgestelde factuur, moet die nu ‘gestructureerd’ en volgens strikte digitale normen worden opgesteld. Dat betekent dat u niet langer om gespecialiseerde e-facturatiesoftware heen kunt om uw facturen te verzenden, ontvangen en verwerken. Het automatisch en elektronisch verzenden en ontvangen van e-facturen gebeurt via het Europese netwerk Peppol (Pan-European Public Procurement Online). De Europese Commissie heeft het Peppol-netwerk ontwikkeld om de uitwisseling van elektronische facturen binnen de Europese Unie te vereenvoudigen. De registratie bij Peppol is noodzakelijk voor het gebruik van het netwerk; dit wordt vaak aangeboden via de e-facturatiesoftware. Aangezien de e-facturatie verplicht is sinds dit jaar en er toch wat kosten aan zijn verbonden, voorziet de wetgever in een gunstmaatregel om de kosten van de verplichte e-facturatie te temperen. Uitgaven voor factureringspakketten of advies bij uw accountant zijn sinds 1 januari 2024 voor 120 procent aftrekbaar. In de vennootschapsbelasting geldt deze verhoogde aftrek alleen voor kleine vennootschappen.
NET_11_084_20260523_.indd 89
NIEUW! • Hogere minimumbezoldiging Om het verlaagde tarief van 20 procent te genieten op de eerste 100.000 euro winst, moet u vanaf het inkomstenjaar 2026 dieper in de buidel tasten: de minimale bezoldiging stijgt van 45.000 naar 50.000 euro en wordt voortaan jaarlijks geïndexeerd. Let ook op de samenstelling van dat loon: forfaitaire voordelen van alle aard (VAA) mogen vanaf dan nog maar maximaal 20 procent van het jaarloon uitmaken. Bonussen boven op het brutoloon blijven wel gewoon mogelijk. • Einde verhaal voor hybride wagens in de vennootschap Sinds 1 januari 2026 is de fiscale weg voor hybride wagens gesplitst. Alleen wie een eenmanszaak heeft, kan nog een fiscale aftrek genieten voor een nieuw aangeschafte plug-in hybride. Voor vennootschappen is het doek gevallen: koopt of leaset u vanaf 1 januari 2026 een hybride op de zaak? Dan wordt die fiscaal gelijkgesteld aan een klassieke benzine- of dieselwagen. Dat betekent concreet: de kosten zijn niet langer aftrekbaar.
Deze kostenaftrek geldt voor uitgaven gedaan tussen 1 januari 2024 en 31 december 2027. Voor vennootschappen begon dit vanaf het aanslagjaar 2025 (voor boekjaren die ten vroegste aanvingen op 1 januari 2024). Vanaf 1 januari 2028 dooft de maatregel uit: voor boekjaren die dan
beginnen, is de verhoogde aftrek niet langer van toepassing (buiten werking vanaf aanslagjaar 2029). Deze gunstmaatregel geldt zowel voor de personenbelasting (zelfstandigen en vrije beroepers) als voor de vennootschapsbelasting (alleen kleine vennootschappen).
3 BELASTINGTARIEF Bij een eenmanszaak vloeien uw inkomsten rechtstreeks naar de personenbelasting. Maar welk vak moet u hebben? Een handelaar die goederen of diensten verkoopt, noteert de jaaromzet in vak XVII (codes 1600/2600). Wie een vrij beroep uitoefent, geeft zijn honoraria of inkomsten aan in vak XVIII (codes 1650/2650). Het belastingtarief bedraagt minstens 25 procent en stijgt mee met uw inkomen. Vanaf een belastbaar inkomen van 49.840,00 euro bedraagt het tarief 50 procent (exclusief gemeentebelastingen). Dat is een pak meer dan bij een vennootschap. De inkomsten van vennootschappen worden niet belast in de personenbelasting, maar wel in het stelsel van de vennootschapsbelasting: tegen een tarief van 25 procent. Voor kmo’s kan er zelfs een verlaagd tarief van 20 procent zijn op de eerste schijf van 100.000 euro. Om het gunstige tarief te genieten, moet u minstens één bedrijfsleider (een natuurlijk persoon) een minimumloon van 45.000 euro uitkeren. Is uw winst lager dan dat bedrag? Dan volstaat een loon dat minstens gelijk is aan de belastbare winst van uw vennootschap. Startende ondernemingen die minder dan vier jaar oud zijn, krijgen het verminderde tarief van 20 procent, ongeacht de hoogte van het loon. Let op: u moet niet alleen vennootschapsbelasting betalen. Als zaakvoerder van een vennootschap moet u uw bezoldigingen die de vennootschap uitkeert, aangeven in de jaarlijkse belastingaangifte in de personenbelasting. Daarop zal dus ook personenbelasting verschuldigd zijn. Het tarief stijgt met het inkomen en schommelt tussen 25 en 50 procent (exclusief gemeentebelastingen). ■
5/20/2026 3:37:36 PM
90
DE TIJD MIJN GELD BELASTINGGIDS 2026
IN HET HOOFD VAN
NICOLAS BOTTEQUIN MANAGER BIJ VIALTO PARTNERS
BEZOEK ONS: WEBSITE: WWW.MIJNGELD.BE LINKEDIN: LINKEDIN.COM/COMPANY/DE-TIJD/ FACEBOOK: FACEBOOK.COM/DETIJD INSTAGRAM EN TIKTOK: @DE.TIJD X: @TIJD MAIL ONS: VRAGEN@MIJNGELD.BE
Echt meer nettoloon of schone schijn? DE FEDERALE REGERING verkondigt al langer dat werken meer moet lonen, en op het eerste gezicht lijkt ze die belofte ook na te komen. De komende jaren houden werknemers namelijk een hoger nettoloon over dankzij de geleidelijke verhoging van de belastingvrije som – het deel van het inkomen waarop je geen personenbelasting betaalt. Die belastingvrije som stijgt in vijf stappen van 10.910 euro in 2025 naar 15.600 euro in het inkomstenjaar 2030 (aanslagjaar 2031). De eerste stap wordt al gezet vanaf het inkomstenjaar 2026. Vooral de lage en middelgrote inkomens zullen hier relatief gezien het meeste voordeel uit halen. Goed nieuws, zou je denken. In een land waar arbeid al jarenlang tot de zwaarst belaste inkomstenbronnen van Europa behoort, is elke maatregel welkom die werknemers netto meer laat overhouden. Wie maandelijks enkele tientallen euro’s extra in handen krijgt, zal dat in tijden van stijgende levensduurte ongetwijfeld merken. Maar terwijl de overheid extra netto-inkomen belooft, schrapt ze tegelijk systematisch fiscale voordelen voor diezelfde belastingplichtigen. Wat op papier een lastenverlaging lijkt, dreigt in de praktijk voor veel burgers dus neer te komen op een status quo. Neem nu de afschaffing van de fiscale aftrekbaarheid van dienstencheques vanaf het aanslagjaar 2026. Gezinnen die jarenlang een fiscaal voordeel kregen voor hun huishoudhulp, zien dat nu volledig verdwijnen. En dan is er nog de zogenaamde centenindex. Volgens het huidige wetsontwerp zou deze maatregel in 2026 en 2028 de automatische loonindexering gedeeltelijk beperken voor werknemers met een brutoloon boven 4.000 euro per maand. Met andere woorden, lonen blijven tot die grens volledig geïndexeerd volgens de normale regels, maar voor het loondeel daarboven wordt een afvlakking toegepast. Kortom, werknemers met hogere brutolonen zien hun loon minder sterk stijgen dan de inflatie rechtvaardigt. Voor velen voelt dit als een verdoken koopkrachtvermindering: wat men via een hogere belastingvrije som probeert te geven, neemt men via een beperktere loonindexering deels weer af.
NET_11_090_20260523_.indd 90
Daar stopt het niet. Andere belastingvoordelen, zoals de belastingvrije schijf op gereglementeerde spaarrekeningen, de vrijstelling voor dividenden, het fiscale voordeel voor langetermijnsparen en het belastingvoordeel voor giften, worden simpelweg bevroren. Ook het voordeel voor pensioensparen ontsnapt niet aan de dans, al gaat de bevriezing daar pas in vanaf het aanslagjaar 2027. De meeste bevriezingen blijven vijf jaar van kracht, zonWat heeft een der dat er daarna een werknemer aan compensatie is voor de verloren jaren. een bescheiden Hoe groot is dan de stijging van echte fiscale winst voor zijn nettoloon werknemers? Wat heeft een werknemer aan een als hij tegelijk bescheiden stijging van andere voordelen zijn nettoloon als hij verliest die nu tegelijk andere voordelen verliest die nu zijn zijn koopkracht koopkracht ondersteuondersteunen? nen? Voor veel middenklassegezinnen lijkt het eindresultaat vooral een verschuiving van de lasten te zijn, in plaats van een daadwerkelijke verlichting. Het illustreert een hardnekkig patroon in onze fiscaliteit: het is telkens dezelfde categorie die de zwaarste lasten draagt. De middenklasse, die via de loonbelasting traditioneel al de grootste bijdrage levert aan de schatkist, ziet nu ook nog eens de voordelen wegvallen die voor haar het verschil maken. De regering presenteert haar hervorming als een manier om werken aantrekkelijker te maken. Maar zolang een belastingverlaging wordt gecompenseerd met het schrappen of uithollen van voordelen, verandert er uiteindelijk niets. De belastingdruk op arbeid neemt niet af; de lasten worden simpelweg anders verdeeld.
5/20/2026 3:38:01 PM
Hoeveel belastingvoordeel leveren kinderen op?
Moet ik mijn fietsvergoeding aangeven?
Moet ik mijn vereenvoudigde aangifte controleren?
Hoeveel bedraagt de belastingvermindering voor giften van minstens 40 euro?
Kan ik nog een belastingvoordeel voor een laadpaal krijgen?
Wat met inkomsten uit ‘carried interest’?
Een vraag over uw belastingaangifte? Stel ze voor 2 juni op tijd.be/belastingvraag of scan de QR-code.
Tijdens Het Grote Belastingwebinar op 5 juni beantwoorden we samen met de tax consultants van Vialto Partners de meest gestelde vragen.
NET_01_091_20260523.indd 91
In samenwerking met
5/19/2026 1:30:40 PM
Uw centen? Dat zijn onze zaken wel. Laat onze experten (een deel van) en met uw vermogen beheren anaf . KEYPRIVATE, vanaf
464008adt
Elke belegging bevat risico’s zoals een mogelijk kapitaalsverlies.
NET_01_092_20260523.indd 92
5/19/2026 1:30:25 PM