Skip to main content

MEELEVEN 3 - 2026: UITGESPROKEN

Page 1

Nr. 03 - 2026

UITGESPROKEN

WORLDPRIDE In Amsterdam: 3.000 queer personen dak- of thuisloos (pag. 3 en 10)

SAMEN MAATJES De Oekraïense Hanna wordt weer steeds meer zichzelf (pag. 6)

CENTRALE RAAD Latifa: “Het is een stem geven aan mensen die niet zomaar een stem hebben” (pag. 8)

GASTCOLUMN Het mestprobleem van Amsterdam (pag. 14)

Meeleven is het kwartaalblad van De Regenboog Groep


Hoofdredactioneel commentaar

UITGESPROKEN Vanuit De Regenboog Groep zijn we uitgesproken over maatschappelijke thema’s die mensen raken om wie ze zijn of wat ze meemaken. Uitgesproken over waar wij zien dat het beter kan voor hen die klem zitten. Over hoe mensen eerlijkere kansen en een waardiger bestaan kunnen krijgen en hoe Amsterdam een nog socialere stad wordt. Zo voelt uitgesproken als iets goeds. Tegelijkertijd is het niet voor niets dat SIRE een campagne de lucht in slingerde met de leus: “Ben je nou een discussie aan het winnen? Of elkaar aan het verliezen?” Iets wat we in de samenleving veel zien: de ander ontmenselijken zonder te weten welke belevingswereld er eigenlijk achter een mening schuilt. Er lijkt weinig moeite te worden gedaan om empathie te vinden voor andermans kijk op de dingen. Daar blijven wij bij de Regenboog graag ver van weg. Dat laten we wel aan de politiek over. Terwijl ons land lijdt onder een steeds steviger zittende polarisatiespagaat, helpen wij wie we kunnen en verbinden we juist, ook al liggen leefwerelden soms ver uit elkaar. We zijn dus zeker uitgesproken, maar willen nooit uitgepraat raken. Binnen de Regenboog gaat dit ook wel vanzelf, merk ik. Een voorbeeld. Alle onderwerpen voor deze Meeleven zijn binnen het thema ‘uitgesproken’ gekozen. Met die opdracht gingen de schrijvers en fotografen op pad. En alsnog hebben de meeste verhalen een andere dikke vette rode draad gemeen: ‘Iets voor anderen betekenen’. Dit was dus niet eens de insteek, maar is gewoon zo gebeurd, omdat dit door de geïnterviewden zo werd verteld. Ik bedoel maar. Als dat niet uitgesproken is.

Meeleven 03 - 2026

Colofon Meeleven wordt vier keer per jaar uitgegeven door De Regenboog Groep, ISBN 13840607 De Regenboog Groep Droogbak 1-d 1013 GE Amsterdam 020 531 76 00 www.deregenboog.org info@deregenboog.org Contactpersoon donateurs Lisanne van den Dungen, 020 531 76 00 Hoofd- en eindredactie Jola Gosen Fotografie/beeld Ewa Wielgat, Mila van Egmond, Anne-Roos ’t Hart, Jan Kwant, Merlijn Michon, opvanglocatie Emmaus Iași, Ties Berghuis Coverfoto Anne-Roos ’t Hart Redactie Nicolline van der Spek, Gijs de Swarte, Joost Slis, Jola Gosen Design Studio Onward Druk Drukkerij Roelofs Disclaimer De in dit magazine gepresenteerde informatie is in samenspraak met en met toestemming van de geraadpleegde bron tot stand gekomen. Samensteller De Regenboog Groep accepteert dan ook geen enkele aansprakelijkheid voor onjuistheden anders dan spel- of interpunctiefouten. Nieuwsbrief ontvangen? Meld je aan via deregenboog.org/nieuwsbrief De Regenboog Groep Amsterdam deregenbooggroep De Regenboog Groep Meeleven niet meer ontvangen? Of liever digitaal? Stuur een mail naar info@deregenboog.org of bel 020 531 76 00

Jola Gosen Doneren? Scan de QR-code!

NL79 TRIO 0379 3155 64 2


Hans in gesprek met ...

EVA Eva Frenaij is medewerker financiën. Zij zat in het projectteam van onze Pride-boot die op 1 augustus meevoer tijdens WorldPride Amsterdam. Hans Wijnands is directeur van De Regenboog Groep. H: “Hoe zijn jullie op het idee gekomen om mee te doen dit jaar?” E: “We heten De Regenboog Groep! Dus het lag eigenlijk voor de hand dat we een keer meededen. Maar belangrijker is onze boodschap geweest.” H: “En die was?” E: “Dat er in Amsterdam drieduizend queer personen dak- of thuisloos zijn. Hierom kozen we voor een ‘stille’ protestboot met daarop wat tentjes en andere geïmproviseerde slaapplekken. Als symbool voor dakloosheid. Ontworpen door kunstenaar Jan Hoek en modecollectief The Patchwork Family, in samenwerking met enkele dakloze mensen uit onze LHBTIQ+-opvang die ook meevoeren op de boot.” H: “In Amerika is onderzoek gedaan naar waarom de groep queer daklozen zo groot is. Daaruit blijkt dat in veel delen van het land queer-zijn nog niet is geaccepteerd. Hierdoor kan je lastig terugvallen

op een netwerk van familie. Dat maakt je als queer persoon extra kwetsbaar voor dakloosheid. Ik denk dat dat in Nederland voor een deel ook geldt? Zeker voor mensen uit andere culturen.” E: “Absoluut, ook heb ik begrepen dat je als queer persoon binnen de maatschappelijke opvang een grotere kans hebt op uitsluiting, eenzaamheid en onveiligheid.” [korte stilte] E: “Vond jij het mooi dat we meevoeren als de Regenboog?” H: “Heel mooi. Ik vond het vooral sterk dat ons concept afweek van de rest van de boten. Natuurlijk, het gaat tijdens Pride altijd om emancipatie, maar er was nooit eerder specifiek aandacht voor het grote aantal dak- en thuisloze queer personen. Daarmee hebben we ons onderscheiden en uitgesproken voor iets belangrijks.” Tekst: Nicolline van der Spek Fotografie: Ewa Wielgat

Uit onderzoek van Movisie (2020) bleek dat de situatie van dakloze LHBTIQ+ personen zeer zorgelijk is: weinig veilige opvangplekken en pesten, geweld en misbruik komen vaker voor. Elke maandag is er voor hen speciale dagopvang in Rita Community Center en elke donderdag in inloophuis Makom. In inloophuis Princehof is er dagelijks nachtopvang voor LHBTIQ+ personen. deregenboog.org

3


Baba Nasir

MENSEN HELPEN ALS LEVENSTAAK Vandaag komt er weer zo’n achthonderd kilo brood binnen voor de inloophuizen van De Regenboog Groep en voor vluchtelingen elders in de stad. Daarnaast zijn er nog kratten fruit, kleding, slaapzakken en andere donaties die hun weg moeten vinden naar mensen die deze nodig hebben. Nasir Higazi (79) coördineert het allemaal. Vrijwillig. Al vijfendertig jaar.


Meeleven

N

asir is een fenomeen in Amsterdam. Overal op straat vangt hij aandacht: ‘Hé Nasir!’ Mensen bedanken hem of willen gewoon even een praatje maken. In 2014 werd hij uitgeroepen tot ‘Aardige Amsterdammer’ en in 2015 tot ‘Amsterdammer van het Jaar’. Op zijn telefoon laat hij trots zijn Instagram-account zien: twee miljoen volgers. Even later verschijnt een filmpje van de Britse omroep BBC over hem. Daarna een foto waarop hij met koningin Máxima staat te praten. Maar belangrijker zijn de mensen die dakloos zijn. Of gevlucht. Mensen die niemand meer hebben. Baba Nasir, noemen ze hem. Papa Nasir.

Netwerk van helpers Zijn drijfveer ligt duizenden kilometers verderop, in Iran, waar hij als jonge kolonel de oorlog met Irak meemaakte. In 1983 werd hij getroffen door een chemische aanval. Hij zag de slachtoffers op straat liggen, ademde zelf giftige stoffen in en belandde maandenlang in coma. “Toen ik ontwaakte, besloot ik het regime van Iran te ontvluchten en mijn leven in het teken te stellen van anderen. Mensen helpen, dat zie ik als mijn levenstaak.” In Nederland ging Nasir eerst vrijwilligerswerk doen bij een speeltuin in Amsterdam: spuiten oprapen, troep opruimen - voordat de kinderen zouden komen. Via via kwam hij in contact met De Regenboog Groep en begon hij als vrijwilliger in inloophuis Blaka Watra. Vervolgens breidde hij zijn hulp- en regelklusjes uit naar andere locaties. En nóg meer locaties. Tegelijkertijd groeide zijn netwerk uit tot iets wat bijna niemand meer kan overzien. Nasir kent directeuren van hotels, fabrikanten en ondernemers. Velen van hen doneren eten. Hij spreekt zeven talen en wordt gebeld door vluchtelingen uit allerlei windstreken, huisartsen, psychologen en politieagenten. Op zondag organiseert hij in samenwerking met specialisten medische en psychische hulp voor ongedocumenteerde mensen.

Zorgen om Iran Toch voert één onderwerp de boventoon: Iran. Als Nasir over zijn geboorteland praat, verdwijnt even de grijns van zijn gezicht. Hij vluchtte zelf voor het regime en volgt de ontwikkelingen op de voet.

“Ik besloot het regime van Iran te ontvluchten en mijn leven in het teken te stellen van anderen” Het gebrek aan vrijheid doet hem pijn. “Mensen kunnen niet zeggen wat ze denken”, zegt hij. “Er is geen democratie.” Onderdrukking en oorlog laten mensen opnieuw Iran ontvluchten. Nasir merkt dat ook meteen aan het aantal vluchtelingen dat binnenkomt op het centraal station. “Ik word steeds vaker gebeld omdat er weer nieuwe gevluchte mensen zijn aangekomen. Ook door de politie. Dan regel ik vervoer naar Ter Apel of Zutphen, eten, kleding en een plek waar mensen eerst even op adem kunnen komen.” Aan zijn emoties geeft hij niet toe, maar één verhaal zal hem altijd bijblijven: een Iraans meisje dat huilend bij hem kwam omdat haar vader stervende was. Op persoonlijke titel beloofde Nasir haar te helpen. Hij regelde een visum en medische zorg, waardoor de man herstelde en uiteindelijk terug kon naar Iran. “Ik had het beloofd”, zegt Nasir eenvoudig. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is.

Volop energie Dat zijn reputatie verder reikt dan Amsterdam, bleek eveneens toen zowaar de burgemeester van Den Haag hem vroeg of hij zijn aanpak niet ook daar kon inzetten. Nasir moest lachen. Natuurlijk wil hij helpen, maar zelfs voor hem heeft een dag maar vierentwintig uur. Door de gevolgen van de chemische aanval slaapt hij vaak maar een paar uur achter elkaar. Toch is hij zeven dagen per week actief. Hij is bijna tachtig jaar oud. Hoe hij dat volhoudt? Nasir hoeft niet lang na te denken. “De dankbaarheid van de mensen. Hun opluchting als er een bed is geregeld, een maaltijd, een advocaat of gewoon iemand die luistert.” Dat is zijn brandstof. Op de vraag wanneer hij eindelijk eens rust neemt, glimlacht hij. “Iedereen van tachtig zou dit werk moeten doen: ik krijg er energie van.” Tekst: Nicolline van der Spek Fotografie: Mila van Egmond

deregenboog.org

5


Elfanie (l) en Hanna (r)

Steeds uitgesprokener in een andere wereld

W SAMEN, DAAR WORD JE STERKER VAN Hanna vluchtte met twee zonen uit Oekraïne, leerde Nederlands en rijdt op een heftruck door een bouwmarkt. Ze heeft een nieuw leven. Ons maatjesproject dat vrijwilligers koppelt aan nieuwkomers die extra ondersteuning kunnen gebruiken, speelt daarbij een grote rol. 6

e zijn in een licht-hip café in een van de nieuwe buurten op IJburg. Elfanie, journalist voor Het Financieele Dagblad en vrijwilliger, is er. Hanna, drie jaar geleden gevlucht uit Oekraïne, is er ook. Koffie is besteld. En bitterballen. De logische vraag: “Het is natuurlijk verschrikkelijk daar, maar waarom ben jij gevlucht?” Hoewel Hanna zegt dat ze zenuwachtig is vanwege het interview, is haar antwoord duidelijk en uitgesproken. “Twee van mijn broers zaten in het leger en zijn gestorven door de oorlog met de Russen. Mijn ex wilde wel onder de Russen leven. Ik niet.” Dit is haar kenmerkende vastberadenheid. Het verhaal van haar vlucht beperkt Hanna tot “heel moeilijk”. Eenmaal aangekomen in Nederland met twee zonen, waren er duidelijke prioriteiten: de mensen en het land leren kennen, de taal onder de knie krijgen en werk vinden. “Met mijn maatje”, zegt Hanna, en ze legt haar hand op de arm van Elfanie.

Erg leuk maatje Maatjes bestaan er in verschillende vormen. Je kan bijvoorbeeld wandelen met iemand die worstelt met een verslaving, een Amsterdammer helpen


Meeleven

digitaal vaardiger te worden, leuke dingen doen met een jongere of een nieuwkomer ondersteunen. Elfanie koos voor dat laatste. “Ik wilde al heel lang iets van vrijwilligerswerk doen”, zegt ze, “en bij mij in de buurt worden veel Oekraïners opgevangen. Ik vroeg me steeds af, wie zijn die mensen eigenlijk? Hoe leven ze? Wat hebben ze nodig? Na mijn aanmelding bij De Regenboog Groep werd ik al snel gebeld met: ‘We hebben een erg leuk maatje voor je.’ Dat bleek te kloppen.” Hanna lacht en omarmt Elfanie.

Met alles geholpen Interessant is het natuurlijk te weten hoe een maatjeskoppel in de praktijk werkt. Elfanie vertelt dat Hanna alles het liefst zelf goed voor elkaar heeft, niet zomaar hulp vraagt en in een café graag trakteert; op koffie en appeltaart. Maar Hanna heeft een lange lijst ‘van-Elfanie-gekregenhulp’ paraat. “Het begin in Nederland, dat was best moeilijk”, zegt ze. “Alles wat je moet regelen. Formulieren die je moet invullen. Welke bushalte je moet uitstappen. Een klant in de bouwmarkt die iets wil wat er niet is en boos wordt. Geen dag zonder Google Maps en Translate. Maar Elfanie heeft sinds ik haar ken met alles geholpen. Ook toen mijn zoon naar het ziekenhuis moest. Met Nederlands leren. En ze heeft op haar werk geld ingezameld om spullen te kopen voor mijn derde broer die in het leger zit. Zó veel.”

Elfanie gaat verder: “Ik kan me voorstellen dat het niet tussen iedereen vanzelf zo goed gaat als bij ons. Maar je haalt er hoe dan ook veel uit. Bijvoorbeeld die oorlog daar, dat blijft in je leven makkelijk een vrij abstract gegeven. Doordat ik Hanna leerde kennen, kwam het veel dichterbij. En oorlog is natuurlijk ellende, maar als je er iets van deelt, er samen wat positiefs tegenover kan zetten, hoe zal ik het zeggen ...dat doet een mens goed.” Hanna vertelt over haar zonen, één op de middelbare en één op de zeevaartschool. Ze hebben hun draai gevonden. Een van de twee heeft net een mini-Eiffeltoren voor haar meegenomen uit Parijs. “Je moet je plek vinden”, zegt ze. “Dat lukt hen. En mij? Elfanie en ik doen heel gewone dingen ook. We praten, klagen, gaan naar de film, drinken koffie in een café ... Met een ander samen, daar word je sterker van. Meer wie je bent. Je leert weer te zeggen wat je denkt.” Tekst: Gijs de Swarte Fotografie: Ewa Wielgat

Elfanie: “We hebben gewoon heel veel om over te praten” Vriendschap Daarbij is duidelijk vriendschap ontstaan. “Het klikte”, zeggen ze beiden. En dat is te zien. “Ook al zijn de omstandigheden heel anders, we hebben in zekere zin hetzelfde leven”, zegt Elfanie. “We zijn allebei in de veertig met puberende kinderen, een drukke baan, en een ex. Dus hebben we gewoon heel veel om over te praten.” “En”, voegt Hanna daaraan toe, “we zijn allebei altijd moe.” Hetgeen een wederzijds lachsalvo oplevert. deregenboog.org

7


Latifa

DE STEM VAN DEGENEN WAAR HET OM GAAT De Centrale Raad adviseert het Regenboogbestuur over beleid. In de raad zijn de zogeheten ‘zorggenieters’ vertegenwoordigd. Mannen en vrouwen die de hoofdstad niet alleen van de lieflijke kant kennen. Zodanig hebben zij uitgesproken ideeën over wat beter kan. We gingen eens langs bij een vergadering om de sfeer te proeven. “Dames en heren, leden van de raad, laten we wel even bij het agendapunt blijven”, zegt voorzitter Felix Williams. Uit de groep klinken instemmende woorden en gelach: “Inderdaad.” “Eens.” En: “Moeten we zeker een keer doen.” Even later is het inderdaad opvallend rustig. Felix, zelf lang geleden dakloos, heeft dit vaker gedaan, dat is duidelijk.

Makkelijk kan het niet zijn. De raad ontbreekt het niet aan uitgesproken meningen. Persoonlijke verhalen komen voorbij. En visie op de stand van zaken in de wereld. Felix leidt het allemaal in goede banen. “Zeker, zeker, ook dat is een goed punt, is genotuleerd. Maar nu even terug naar de agenda.”


Meeleven

Weerstand De mensen die ondersteuning krijgen van De Regenboog Groep zijn vertegenwoordigd in verschillende raden. Een aantal van hen zit daarbij ook in de Centrale Raad en adviseert het bestuur. Wij mogen bij enkele agendapunten aanwezig zijn. Dat levert ook wat weerstand op. “Niet iedereen hoeft te weten wat wij van alles vinden”, zegt een man van middelbare leeftijd die niet met naam wil worden genoemd. Een ander raadslid, Lucien, vindt dat zijn haar vandaag niet netjes genoeg zit voor de foto. Maar nadat onder bezielende leiding van Felix duidelijk is geworden dat de duur van onze aanwezigheid beperkt is, de insteek positief, en niemand zomaar wordt gequoot of gefotografeerd, kunnen we verder.

Veel aan het hoofd Belangrijk punt is de inzet en betrokkenheid van de raadsleden. Lucien oppert dat hij er steeds de lekkere broodjes bij inloophuis De Kloof voor mist. “Waaruit”, zegt hij, “toch veel betrokkenheid spreekt.” De keurig geklede René vindt enige soepelheid van belang. “De meesten van ons hebben sowieso al veel aan het hoofd.” Gespreksleider Felix besluit: “Je moet hier natuurlijk wel zijn als het is afgesproken en je een idee hebt van hoe dingen beter kunnen. Het vraagt ook wat, raadslid zijn.” Hetgeen algemene instemming oplevert. “Oké dan”, klinkt er in het zaaltje aan de Elandsgracht. En daarmee komen we bij het volgende agendapunt: het aantrekken van nieuwe raadsleden. Dat blijkt namelijk niet altijd even makkelijk. Visitekaartjes en flyers laten drukken wordt geopperd. Meer bellen en op medecliënten afstappen wordt als initiatief door iedereen goed bevonden. Latifa, ten tijde van corona dakloos geworden, is al lang bij de raad betrokken en kent het klappen van de zweep. “De enige weg is op mensen afstappen”, zegt zij. “Bellen. Uitleggen wat we doen. Weer bellen. Weer op ze afstappen. Zodra echt doordringt hoe belangrijk ook onze mening is, ontstaat er vanzelf enthousiasme.” Afgesproken wordt dat de raadsleden zelf de telefoon gaan pakken om nieuwe leden te werven. “Zelf aan de bak”, zegt Felix. “Niet wachten tot iemand anders het regelt.

Felix

Latifa: “Je kan iets betekenen” Dat past bij de instelling van iedereen hier: niet klagen maar doen.”

Gehoord worden Uit privacyoverwegingen kunnen we dus maar enkele agendapunten meepakken. De logische vraag is nu: zijn er concrete voorbeelden van hoe de raad het leven van kwetsbare mensen beter heeft gemaakt? “Voorbeelden genoeg”, zegt Felix. “Een mooie recente is de Kortdurende Opvang. Dit is opvang gedurende maximaal twee weken, voor mensen die echt even niet meer op straat kunnen zijn. Of, heel belangrijk, voor wie een betere oplossing binnen handbereik is. Zodat zij bijvoorbeeld dat sollicitatiegesprek kunnen voeren of dat laatste examen kunnen doen, zonder op straat te hoeven slapen. Sinds 1 april dit jaar is dat er. Dankzij de raad. Hoe mooi wil je het hebben?” Maar er is meer. Latifa voert aan dat er alleen al grote waarde zit in gehoord worden. “Het is een stem geven aan mensen die niet zomaar een stem hebben”, zegt zij zacht. “Daarom vind ik dit ook belangrijk. Je kan iets betekenen. Meepraten over je eigen omstandigheden, en er op die manier wat aan doen. Ik kan me persoonlijk ontwikkelen daardoor. Dan heb je het over iets heel belangrijks.”

Tekst: Gijs de Swarte Fotografie: Ewa Wielgat

deregenboog.org

9


Beeld van de dagelijkse realiteit van mensen

WORLDPRIDE AMSTERDAM

10


Vrijheid

Onze ‘stille’ protestboot werd ontworpen door kunstenaar Jan Hoek en het upcycling modecollectief The Patchwork Family, in samenwerking met enkele dakloze mensen die in onze LHBTIQ+-opvang verblijven. Reclamebureau Dawn hielp bij het ontwikkelen van het concept.

1

augustus voeren we mee met de Canal Parade van WorldPride Amsterdam. Met op onze boot geen feestende mensen, maar dakloze mensen, temidden van wat tentjes en andere geïmproviseerde slaapplekken, om duidelijk te maken dat er alleen al in Amsterdam zo’n drieduizend queer personen dak- of thuisloos zijn. Het gebrek aan acceptatie door familie en geloofsgemeenschap zorgt vaak voor het ontvluchten van een thuis en het daar niet op kunnen terugvallen. Hierdoor ben je als queer persoon extra kwetsbaar voor dakloosheid. En eenmaal op straat beland, zijn er te weinig veilige opvangplekken en loop je een groter risico op uitsluiting, pesten, geweld en misbruik. Dit is erg zorgwekkend en maakt meer specifieke opvang voor queer personen keihard nodig. Tekst: Jola Gosen Fotografie: Anne-Roos ’t Hart en Jan Kwant

Hoe voelt het als je bent gevlucht vanwege je geaardheid om uitgesproken jezelf te kunnen zijn en Pride te vieren? We vragen het Mahmoud Vasefi die als nieuwkomer meedeed aan het LHBTIQ+-buddyproject van De Regenboog Groep. Mahmoud: “Jaren geleden ben ik naar Nederland gevlucht. Ja, ik ben blij dat ik hier vrij kan leven en mezelf kan zijn. Als gay man betekent dat ontzettend veel voor mij. Dat ik Pride kan vieren, geeft mij het gevoel dat ik word gezien en geaccepteerd. De smaak van vrijheid en bevrijding is werkelijk bijzonder. Tegelijkertijd gaat mijn hart uit naar veel van mijn landgenoten in Iran; mensen die vanwege hun seksuele geaardheid, of simpelweg omdat zij anders zijn of zich verzetten tegen de ideologie van de Islamitische Republiek, te maken hebben met discriminatie, onderdrukking, bestraffing en zelfs het risico op de doodstraf. Daarom is Pride voor mij niet alleen een feest, maar ook een herinnering aan het feit dat er nog steeds veel mensen zijn die niet kunnen genieten van de vrijheid, veiligheid en menselijke waardigheid die ik vandaag wel heb. Vanuit de grond van mijn hart hoop ik dat mijn zusters en broeders in Iran ooit hetzelfde mogen ervaren.” Mahmoud is kunstenaar en maakte verschillende Voguewerken, waaronder dit werk genaamd: ‘Appel’.

deregenboog.org

11


De definitie van iets betekenen

POWERHOUSE WENDY BROEKHOF Ze begon als vrijwilliger, deed de administratie, bardienst, ‘douche en kleding’. Ze was dagcoördinator, locatiehoofd en nog veel meer. Onlosmakelijk verbonden met het inloophuis. Tot privéomstandigheden een spaak in het wiel staken. Powerhouse Wendy Broekhof blikt terug op twaalf speciale jaren en schetst zonder voorbehoud wat het is om “Regenboog te zijn”.


Meeleven

“Ik ben natuurlijk niet weggegaan omdat ik het niet leuk meer vond”, zegt ze. We zijn in haar gezellige huis in Het Gooi en hebben het over haar achtjarige zoon Sergio die diabetes heeft. Wendy windt er geen doekjes om. “We kwamen daar al vroeg achter. Daarna heb ik nog zes jaar kunnen doorwerken. Maar, hoewel de medische vooruitgang op dit gebied indrukwekkend is, moet je het nog wel continu monitoren. Dus de keuze om te stoppen, heb ik uiteindelijk toch moeten maken. Maar om nou te zeggen dat het vuur is gedoofd ...”

Inloper Bij Wendy ontstond dat vuur nogal spontaan toen ze op tienjarige leeftijd door haar moeder werd meegenomen naar de film Christiane F. over het leven van een Duitse heroïneverslaafde prostituee. “Die film maakte zo’n indruk op me. Ik dacht: dat moet anders kunnen. Deze mensen moeten worden geholpen. Dat werd al snel: oké, ik wil íéts betekenen voor mensen.” Dus volgden studies op het gebied van sociaal werk, jeugdzorg en pedagogie, en een reeks verantwoordelijke functies bij verschillende zorginstanties. “Ik werkte bij de Weekend Academie met groepen jongeren. Met hen wilde ik tijdens de feestdagen wat doen voor dakloze mensen, zodat ze een idee van die wereld kregen. Ik kwam bij De Regenboog Groep terecht en dat was zó raak. “Jij bent een inloper”, werd er tegen me gezegd. Geen idee wat dat betekende. Het bleek werken in de dagopvang te zijn: mensen welkom heten, wat te drinken geven, praten en vooral heel goed luisteren. Zo mooi. Voor mij de definitie van iets betekenen.”

Iemand bij zijn naam noemen Ze begon met een dagdeel vrijwilligerswerk bij De Kloof, het inloophuis op de Kloveniersburgwal. Dat werden twee dagdelen. En vervolgens twee hele dagen. Toen kreeg Wendy een baan als coördinator aangeboden. De interessante vraag is natuurlijk, waarom past het haar allemaal zo goed? Iets waar ze een uitgesproken antwoord op heeft. “Ik herinner me uit het begin nog goed, dat …we noemen hem even Jack …binnenkwam. Nat van de regen, ongewassen, doodmoe. Hij

mompelde zijn naam. Ik zei: ‘Ga eerst maar even lekker douchen’, en legde schone kleren voor hem klaar, schonk daarna thee voor hem in, en zei toen iets als: ‘Hee Jack, lekker gedoucht?’ Hij keek me aan en zei: ‘Hoe weet jij mijn naam?’ Met een soort blijheid in zijn ogen. Ik dacht: ‘Oké, zoveel betekenis kan dit werk voor mensen hebben dus.”

Baby Het ene na het andere leuke moment volgde. Tijdens karaokeavonden, waarbij bezoekers “van Roemeense tranentrekkers, naar Turkse house, naar Hollandse smartlappen” gingen. Bij bingo’s en voetbalmiddagen. De mooie nieuwe projecten, zoals de Nachtopvang in Zelfbeheer en LHBTIQ+nachtopvang. En de door dakloze bezoekers “uit winkels meegenomen” cadeautjes die ze kreeg op haar verjaardag. “Ik zei meteen: ‘Heel leuk jongens, maar dat gaan we wel terugbrengen.’” Plus, in haar woorden: “Natuurlijk de onvermijdelijke dosis leed.” Het verhaal van een inmiddels gestorven bezoekster van de gebruikersruimte springt eruit. “Monika. Diehard gebruiker, vanaf haar veertiende. Spring in ‘t veld, altijd even hartelijk. ‘Noem mij maar Baby’, zei ze. Ook kon ze erg mooi zingen; Jolene van Dolly Parton bijvoorbeeld. Dat was voor ons een heel speciaal nummer. Maar we maakten ons allemaal zorgen. Ze was broodmager, sliep natuurlijk ook op straat.”

Het echte eerlijke verhaal Monika kwam in de gevangenis terecht. Wendy zocht haar vaak op en zag dat het best goed met haar ging. “Na twee jaar stond er een onherkenbaar mooie vrouw voor de deur. Als een razende Roeland gingen wij in de weer om van alles voor haar te regelen. Maar ze viel snel terug. Als je het echte eerlijke verhaal van de Regenboog vertelt, hoort dit er natuurlijk ook bij. Mensen vroegen weleens: ‘Hoe houd je het vol?’ Je krijgt vanuit de organisatie heel goede ondersteuning. En het lukt niet altijd helemaal, maar je bent wel dagelijks bezig iets voor mensen te betekenen. Daar krijg je zoveel energie en kracht van, dat voel ik nog steeds.” Tekst: Gijs de Swarte Fotografie: Ewa Wielgat en Merlijn Michon

deregenboog.org

13


Gastcolumn

JOOST Bijna twintig jaar werkt Joost Slis bij de Regenboog. Lange tijd als werkbegeleider bij onze klussendienst Homeservice, die zoals de naam al zegt, klussen in en rondom het huis verzorgt - uitgevoerd voor en door mensen met een psychische kwetsbaarheid. Nu ijvert hij alweer een jaar of tien op onze communicatieafdeling. 14


Meeleven

J

oost schreef treffende opiniestukken. Zoals over ‘het oude normaal’ na de coronapandemie: met mensen weer tussen de kartonnen dozen op straat liggend. Ja, tijdens corona werd er wel onderdak geregeld voor alle in Amsterdam verkerende dakloze mensen. Ook schreef hij over kwetsbaarheidsmoed, oftewel: hoe hulp vragen een heldendaad is. Voor een Meeleven met als thema ‘uitgesproken’, leek hij daarom de uitgelezen persoon voor de Gastcolumn, die intern de werktitel Schijtcolumn kreeg. Lees waarom.

Het mestprobleem van Amsterdam “Ik zocht om mij heen naar oplossingen voor een niet te onderdrukken behoefte. Zoals een roker vermoedelijk een moment zoekt voor een hijs, een drugsgebruiker naar kansen speurt om te scoren, of een landbouwminister uitwegen zegt te zoeken voor ons nationale mestprobleem. Zo zwierf ik door de hoofdstedelijke straten op zoek naar een beschikbare wc. Uiteindelijk bestelde ik een kop koffie in een café, niet omdat ik trek had in koffie, maar omdat ik moest poepen.

Dakloos is potloos Herken jij dit niet? Gefeliciteerd! Dat betekent in elk geval dat je niet een van de elfduizend dakloze Amsterdammers bent. Want leven zonder huis, is ook leven zonder eigen wc. Zonder ‘gemak’ of ‘privaat’, zoals een wc niet voor niets ook wordt genoemd. Immers, een beetje ongestoord op een wc je gevoeg doen, is fijn.

Buiten poepen is niet fijn Buiten slapende dakloze Amsterdammers wijken noodgedwongen uit naar minder conventionele oplossingen. In het goede geval een wc in een van onze inloophuizen of misschien een openbare plee. Maar de kans is groot dat het plantsoen of een hoekje buiten het zicht van passanten de plek wordt waar de verwerkte maaltijd wordt achtergelaten. Dat is vervelend voor degene die gehaast in het openbaar hurkt, voor voorbijgangers met een gevoelige neus en voor de reinigingsmedewerkers die de stront moeten opruimen.

Volksgezondheid Sanitatie, zoals het geheel van voorzieningen gericht op het veilig inzamelen en verwerken van menselijke uitwerpselen wordt genoemd, ofwel: de beschikbaarheid van een pleepot, is geen luxe. Het is belangrijk voor de volksgezondheid. De grachten zijn nu niet fris, maar in de negentiende eeuw waren ze een bron van stank en ziekten vanwege de hoofdstedelijke uitwerpselen. Gelukkig kwam er riool waardoor cholera zijn waterloo vond in het watercloset. Inmiddels is deze verworvenheid zo gewoon dat je er meestal niet bij stilstaat.

Saniworld, Sani4all, Sanisale In ons land betreft sanitatie voor velen de keuze voor een spoelrandloos wandcloset, met of zonder douche-wc, al dan niet met föhn. Wil je wel of geen quick-release-zitting? En wat wordt de stijl van het toiletgarnituur? In die wereld kan het toch niet zo zijn dat mensen zonder huis noodgedwongen hun kont moeten ontbloten in het park? Met de kans dat ze daar vervolgens nog voor worden beboet ook. Dat is ongezond en mensonterend. En ik denk onnodig.

Plek voor een retirade Ik begrijp dat het niet makkelijk is om in Amsterdam opvangplekken te maken voor alle dakloze mensen die ook zorg nodig hebben. Ik zie de enorme klus die het is om genoeg huizen bij te bouwen voor iedereen die er één nodig heeft. Maar, alle congestie in beschouwing nemend, moeten er in de stad toch wat plekjes te vinden zijn voor enkele van die kleinste kamertjes? Als we met dezelfde aandrang zoeken naar die paar vierkante meter, als waarmee een mens in hoge nood naar een wc speurt, hebben we binnen de kortste keren flink wat nieuwe openbare toiletten. Dat is fijn voor de toch al dakloze stadgenoot, maar ook voor mensen met darmproblemen en vrouwen, voor wie de plaskrul niets anders is dan een mannelijke territoriale geurvlag. Als de wc’s er dan staan, kunnen we vervolgens rustig verder zeiken over alle andere belangrijke opgaven die we in Amsterdam hebben. Nu eerst even de handen uit de mouwen, want er is hoge nood.” Tekst: Joost Slis Fotografie: Mila van Egmond

deregenboog.org

15


Onze verantwoordelijkheid voor hulp bieden

ZACHTE LANDING

Als dakloze mensen uit andere EUlanden dat willen en kunnen, helpen wij ze vanuit Amsterdam terug naar hun land van herkomst. Maar niet zonder perspectief natuurlijk. Zachte Landing heet dit project. In maart brachten wij de aan drugs verslaafde Valentin naar een opvang in zijn thuisland Roemenië en ging Het Parool mee. Daar kwamen we ook Adrian tegen die er een paar maanden eerder via ons terechtkwam.

S

chrijnende verhalen schuilen er achter de in groten getale in Amsterdam verkerende dakloze mensen uit Oost-Europa. Gelokt door beloftes van uitzendbureaus komen velen van hen met de bus naar Nederland. Hier blijkt het werk te zwaar of lig je er opeens uit en ben je ook meteen je onderdak kwijt. Bij leven in deze 16

Lees het Paroolartikel hier

moeilijke omstandigheden ligt middelengebruik op de loer. Net als het moment dat je strandt en door schaamte niet meer terug durft.

Adrian Het verhaal van Adrian ging een beetje anders. Hij was al verslaafd toen hij naar Nederland kwam, tien jaar geleden. Op zijn veertiende begon hij met cannabis en rond zijn achttiende met heroïne. “Een oudere vriend gaf me cannabis om uit te proberen. Het beviel me en als onderdeel van een rebelse vriendengroep begon ik regelmatig te gebruiken. De overgang van wekelijks naar dagelijks ging snel. Totdat ik een zekere tolerantie ontwikkelde en op zoek ging naar iets sterkers: het roken van heroïne.” Indertijd verhuisde Adrian voor werk naar Boekarest waar zijn gebruik van heroïne toenam


en daarna naar Ibiza om als stripper in nachtclubs te werken. “Daar gebruikte ik wat ik maar in handen kon krijgen en verloor ik elk besef van wat ik nam en wanneer. De vrienden waarmee ik was gekomen, kwamen in de problemen door diefstal en samen met hen werd ik van Ibiza verbannen. Nauwelijks terug in Roemenië, vertrok ik naar Nederland om drugs te kunnen blijven gebruiken.”

Familie niet teleurstellen Een overdosis liet Adrian inzien anders te willen leven. Toch twijfelde hij door de angst te falen en teleur te stellen lang over zijn terugkeer naar Roemenië. Dat hij naar een andere regio kon dan waar hij vandaan kwam, maakte het verschil. Zijn familie is er altijd voor hem geweest. Ook toen ze erachter kwamen dat hij drugsverslaafd was. “Ze zorgden ervoor dat ik naar een kliniek ging, maar daar rende ik weg zodra ik de kans had. In Nederland heb ik drie jaar geen contact met ze gehad, terwijl zij veel moeite deden me te vinden. Toen ik het contact weer had opgepakt, belde ik alleen wanneer ik nuchter was, zodat ik hen niet van streek zou maken. Nu hebben we een goede band: ze zijn zó blij dat ik het voor elkaar heb gekregen met drugs te stoppen.”

Vrij “Teruggaan naar Roemenië is de beste keus geweest die ik had kunnen maken. De eerste week in de opvang was zwaar. Ik had ontwenningsverschijnselen en moest de psychologische afhankelijkheid van drugs overwinnen. Voor mijn gevoel was iedereen tegen me. De tweede week besefte ik dat de mensen hier me oprecht steunden en om me gaven en dat ik er niet alleen voor stond.” Ook ging Adrian al snel aan de slag bij de daklozennachtopvang van dezelfde organisatie. “Elke dag droeg ik bij aan het beschikbaar stellen van maaltijden, douches, schone kleding en slaapplekken, maar het mooist vond ik praten met mensen op basis van mijn eigen ervaringen. Hiermee heb ik drie personen kunnen ondersteunen in het stoppen met drugs. Ik realiseerde me dat ik niet meer diegene ben die op straat leeft zonder hoop en het nu mijn rol is anderen in die situatie te helpen.”

Foto's: Adrian tijdens zijn vrijwilligerswerk, hierboven in de daklozenopvang (Adrian linksonder)

Inmiddels heeft Adrian een betaalde baan en doet hij vrijwilligerswerk voor de opvangorganisatie wanneer hij kan. In de komende maanden wil hij een appartement gaan huren en samenwonen met zijn vriendin. “Stap voor stap bouw ik mijn leven vanaf de grond weer op. Ik wil een gezin en alles daaraan wijden. Graag doe ik fysiek zwaar werk. En ik hou van wandelen in de bergen om simpelweg van de stilte te genieten.” Terug naar waar hij vandaan komt, wil hij niet, door schaamte voor zijn vroegere gedrag en de angst dat deze omgeving een terugval triggert, ook al gaat het goed. “Voor tachtig procent ben ik trots op wat ik heb bereikt. Nooit had ik geloofd in zo’n positieve staat te verkeren. De overige twintig procent wordt bepaald door de incidentele hunkeringen naar drugs. Als dat gebeurt, blijf ik in mijn kamer totdat de gedachten voorbij zijn. Maar de algemene behoefte aan gebruiken is weg en ik voel me vrij.”

Dankbaar “Zelfs toen ik problemen veroorzaakte, hielpen de mensen van de Regenboog me. Die persoon van toen, was ik niet echt. Daarvoor verontschuldig ik me. Ik hoop dat jullie doorgaan met geduldig zijn naar anderen, zoals jullie dat bij mij waren. Iedereen die geloofde dat ik met drugs kon stoppen, ben ik ontzettend dankbaar.” Tekst: Jola Gosen Fotografie: opvanglocatie Emmaus Iași

deregenboog.org

17


Nog lang niet uitgesproken …

DE DIVA’S VAN WEST Vlnr: Lucienne, Gea en Erna


Meeleven

Elke maand komen ze bij elkaar, en waar ze zijn, zijn ze niet te missen. Alsof de drie zestigers Gea, Lucienne en Erna al jaren vriendinnen zijn. Lucienne: “Welnee, we kennen elkaar nog maar net. Het klikt gewoon heel goed.” De Regenboog Groep bracht ze samen. “...en weet je wat nou het mooie is?” Erna buigt over de tafel en stoot haar buurvrouw aan. “We wonen bij elkaar in de buurt, maar zijn elkaar ‘in het echte leven’ nooit tegengekomen.” “Jij woont aan de rijke kant”, breekt Lucienne door. “Nou, jij hebt anders een heel mooi tuintje; ik heb de enige jungle van de straat.” Ze lachen. Gea komt er nauwelijks tussen. Lachend gaat Lucienne verder: “Gea is onze chauffeuse, maar zo noemen we haar niet meer hoor, vindt ze niet leuk.” Erna weer: “Maar zo is het wel begonnen. Dankzij Gea kennen we elkaar.” Gea is vrijwilliger bij het vervoersproject van De Regenboog Groep. Hierbij halen vrijwilligers deelnemers thuis op om ze naar activiteiten of afspraken te brengen, en ook weer terug naar huis natuurlijk. Lucienne en Erna belandden zo samen in Gea’s auto, op weg naar het ConnectCafé van de Regenboog. De klik was er onmiddellijk. Eenmaal aangekomen deed een droge opmerking van Gea over een heen en weer gaand theezakje de rest. “Ik kende ze nog niet zo goed”, vertelt Gea. “Lucienne zat met dat zakje in haar kopje te hengelen. Dus ik vroeg alleen maar: ‘Heb je al beet?’” “Toen gingen we helemaal stuk”, zegt Erna. “Ik houd van die droge humor.”

Eenzaamheid Achter hun lach gaan pittige verhalen schuil. Erna kwam bij De Regenboog Groep terecht toen ze diep in een depressie zat. “Vanaf mijn jeugd heb ik geen verbinding met mijn vader. Mijn kinderen willen mij sinds 2004 niet meer zien en vanaf die tijd ben ik depressief. Via buurtzorgT ben ik bij de

Regenboog gekomen.” Naar buiten gaan blijft voor alle drie moeilijk. Lucienne: “Als ik geen afspraak heb, ga ik de deur niet uit. Dan denk ik al snel: ‘Ik zit thuis eigenlijk ook wel lekker.’ Maar voor je het weet, vereenzaam je.” Ook Gea herkent dat. “Als ik geen afspraak heb, kom ik ook niet altijd buiten. Ik had een wandelmaatje nodig. Gina van de Regenboog vroeg of het iets voor me was om als ‘rollende vrijwilliger’; als chauffeur bij het vervoersproject dus, wat te betekenen. Dat werden twee vliegen in één klap.” Haar eigen ervaringen helpen Gea tijdens de autoritten. “Ik hoef niet precies te weten wat iemand heeft meegemaakt. Maar ik begrijp vaak wel beter wie er bij mij in de auto stapt. Soms vraag ik hoe een gesprek bij de psycholoog is gegaan. Als iemand alleen ‘goed’ zegt, laat ik het daarbij. Dan beginnen we gewoon over voetbal.” Lucienne is acht maanden thuisloos geweest. “Niet dakloos”, benadrukt ze. “Als je dakloos bent, slaap je op straat. Ik sliep hier en daar. Je hebt geen eigen plek. Ik was vrij jong dat ik voor mijn moeder moest zorgen. Ook ben ik jong getrouwd en kreeg ik drie kinderen. Ondanks dit mooie gegeven, kwam ik in aanraking met de verkeerde vrienden en ging ik aan de crack. Dankzij mijzelf ben ik nu zes jaar clean. Via de Wmo kreeg ik een huisje aangeboden waar ik met plezier woon. Maar door de eenzaamheid heb ik De Regenboog Groep gebeld en van het één kwam het ander.”

Samen naar buiten De vrouwen kennen delen van elkaars verhaal, nog niet alles. “We hebben elkaar wel het een en ander verteld”, zegt Gea, “maar voor echte diepgang kennen we elkaar te kort. Dat komt misschien nog.” Het maakt hun band niet minder waardevol. Ze trekken elkaar mee naar een etentje, een buurtactiviteit of een optreden. Ze zorgen ervoor dat er iets in de agenda staat: een reden om de deur uit te gaan. Ze noemen zichzelf de diva’s van West. Niet omdat hun leven altijd glanst, maar omdat ze zich ondanks alles laten zien. Omdat ze elkaar voorzichtig naar buiten trekken, de wereld in. Tekst: Nicolline van der Spek Fotografie: Mila van Egmond

deregenboog.org

19


Op de zeepkist

IN GELUL KAN JE NIET WONEN, IN LEEGSTAND WEL Malika Amghar is sociaal juridisch dienstverlener bij de Straatalliantie, een belangenbehartiger voor dak- en thuisloze mensen in Amsterdam. “Ik werk dagelijks met mensen die geen woning hebben. Niet omdat ze niets willen, niet omdat ze niet hun best doen, maar omdat er simpelweg geen plek voor ze is. Tenminste, dat wordt gezegd. Want als je goed kijkt, zie je overal plek. Je ziet lege kantoren, lege verdiepingen boven winkels, panden die jarenlang staan te wachten op een bestemming. En je ziet het Maritim Hotel in AmsterdamNoord: bijna zeshonderd kamers, gebruiksklaar, en al jaren leeg. Daarom stonden we op 1 april bij dat hotel te demonstreren. Niet toevallig op de dag dat de winteropvang sluit. Mensen worden dan opnieuw de straat op gestuurd. Dat is de werkelijkheid. Terwijl er honderden kamers leegstaan. Dan kun je mij niet vertellen dat dit alleen een wooncrisis is. Dit is ook een keuze. Wat mij het meest frustreert, zijn de wachtlijsten. We hebben inmiddels wachtlijsten voor wachtlijsten. Mensen wachten op een 20

begeleider om vervolgens te wachten op een woning. Het klinkt bijna als een grap. Alleen lacht niemand. Ondertussen raken mensen steeds verder uitgeput. Wie lang geen woonadres heeft, raakt langzaam ‘uitgeburgerd’. Je kunt minder meedoen, minder regelen, minder vooruit. De stress stapelt zich op. Wat begint als een woonprobleem, wordt een zorgprobleem. En toch blijven we vooral praten. Over procedures. Over vergunningen. Over waarom iets niet kan. Maar in gelul kan je niet wonen, dat zei Jan Schaefer* al. In leegstand kan je dat wel. Tijdens corona konden hotels ineens worden ingezet voor mensen zonder thuis. Toen bleek dat allerlei bezwaren opeens niet onoverkomelijk waren. Als ik morgen burgemeester van Amsterdam zou zijn, zou ik als eerste de leegstand aanpakken. Niet met nog een onderzoek of nog een werkgroep, maar met actie. Maak zichtbaar wat leegstaat. Grijp in als panden jarenlang ongebruikt blijven. Gebruik gebouwen tijdelijk voor huisvesting. Zorg dat leegstand duurder wordt dan gebruik. Doe die deur open.” * Jan Schaefer was van 1971 tot 1973 Tweede Kamer-lid voor de PvdA en van 1973 tot 1977 staatssecretaris van stadsvernieuwing Tekst: Nicolline van der Spek Fotografie: Merlijn Michon


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
MEELEVEN 3 - 2026: UITGESPROKEN by De Regenboog Groep - Issuu