

![]()


Meeleven 02 - 2026
Meeleven wordt vier keer per jaar uitgegeven door De Regenboog Groep ISBN 13840607
De Regenboog Groep
Droogbak 1-d, 1013 GE Amsterdam 020 531 76 00 www.deregenboog.org info@deregenboog.org
Hoofdredactie en beeldredactie Mila van Egmond
Redactie Nicolline van der Spek, Jola Gosen, Joost Slis, Mila van Egmond, Marc van Bijsterveldt, Gijs de Swarte, Marianne Lucieer, Linda Samplonius
Eindredactie Marc van Bijsterveldt
Coverfoto Ewa Wielgat
Fotografie Ewa Wielgat, Merlijn Michon, Mila van Egmond, Anne-Roos ‘t Hart, Marlise Steeman, Mona van den Berg, Oligar da Paz, Robert Swart, Elodie Vreeburg, Mayanne Könst
Design Studio Onward
Druk Drukkerij Roelofs
Disclaimer De in dit magazine gepresenteerde informatie is in samenspraak met en met toestemming van de geraadpleegde bron tot stand gekomen. Samensteller De Regenboog Groep accepteert dan ook geen enkele aansprakelijkheid voor onjuistheden anders dan spel- of interpunctiefouten.
Nieuwsbrief ontvangen? Meld je aan via deregenboog.org/nieuwsbrief
Contactpersoon donateurs
Marloes Wijnekus 06 82 06 22 21 mwijnekus@deregenboog.org
De Regenboog Groep Amsterdam deregenbooggroep
De Regenboog Groep
Meeleven niet meer ontvangen? Of liever digitaal?
Stuur een mail naar info@deregenboog.org of bel 020 531 76 00

Doneren? Scan de QR-code! NL79 TRIO 0379 3155 64

Als ik terugkijk op 2025, denk ik allereerst aan het bijzondere jubileum van De Regenboog Groep. Vijftig jaar bestaan – dat gaf het hele jaar kleur.
We hebben mooie momenten gevonden om daarbij stil te staan. Het jubileumfestival was voor mij een hoogtepunt. De sfeer, de diversiteit aan mensen, en het gevoel dat we dit echt sámen doen; dat was bijzonder. We ontvingen uit handen van burgemeester Halsema een jubileumpenning. Deze penning reikt de gemeente Amsterdam uit als waardering voor langdurige maatschappelijke betekenis voor de stad. Daar ben ik trots op.
De kracht van ons werk zit wat mij betreft in de manier waarop we de stad betrekken. We bieden niet alleen hulp, maar vragen iedereen actief mee te doen: bezoekers, vrijwilligers en deelnemers. Ook steeds meer bedrijven weten ons te vinden en willen hun bijdrage leveren. Een stad socialer maken doe je samen.
Tegelijkertijd liet dit jubileumjaar zien hoe noodzakelijk ons werk nog altijd is. Het aantal mensen dat een beroep op ons doet, blijft toenemen. Zowel de groep buitenslapers als het aantal economisch dakloze mensen groeit snel. Uit die laatste groep krijgen we wekelijks zo’n 35 aanmeldingen, waaronder vier tot vijf gezinnen. Dat laat de kwetsbaarheid in de stad zien.
We hebben in 2025 stappen gezet met nieuwe initiatieven, zoals de mobiele gebruikersruimte in het Oosterpark en verschillende vormen van tijdelijke huisvesting. Daarmee spelen we in op wat er nú nodig is. Als ik één ding meeneem van ons jubileumjaar, dan is het dit: een stad waarin plek is voor iedereen ontstaat niet vanzelf. Daarvoor moeten we de krachten bundelen, elke dag opnieuw.
Hans Wijnands Directeur
In memoriam
Daphine Schat
Daphine was oordeelloos. Dat was misschien wel haar grootste kracht. Waar anderen vastliepen, bleef zij nieuwsgierig. “Ik kreeg soms een punthoofd van ingewikkeld gedrag,” zegt een van haar collega’s. Dan zei ze: “Laat mij maar even.” Daphine kon met iedereen levelen.
Ze was recht voor d’r raap. Soms hard. Soms confronterend. Maar altijd eerlijk. Geen poespas, geen opsmuk. Ze stelde kritische vragen, naar de organisatie en naar leidinggevenden. Dingen klakkeloos aannemen, dat deed ze niet.
Haar humor was zwart, hard en genadeloos, ook naar zichzelf. Toen het slechter met haar ging en iemand voorzichtig opperde of yoga misschien iets voor haar zou zijn, vertelde ze met een lach op haar gezicht hoe ze thuis een oefening had geprobeerd. “Sta ik daar dus in de woonkamer als een kraanvogel.”
Ze hield van de mensen die een beetje buiten de lijntjes kleuren. Sterker nog: hoe kleurrijker, hoe mooier. Ze genoot er oprecht van hoe verschillend mensen kunnen zijn.
Ook de wereld buiten het werk hield haar bezig. Als er iets in het nieuws gebeurde, had ze zich er vaak al helemaal

in vastgebeten, op Follow the Money bijvoorbeeld. Artikelen, achtergrondverhalen, analyses: ze las het allemaal. Altijd op zoek naar hoe het écht zat.
De laatste tijd liet ze ook haar kwetsbaarheid zien. Ze was stoer, strijdvaardig, maar ook bang. Haar overlijden is een groot verlies voor De Regenboog Groep. Niet alleen omdat ze een geweldige collega was, maar omdat ze een mens was die écht ruimte maakte voor anderen.
Daphine Schat Geboren op 2 maart 1962 in ’s-Gravenhage. Overleden op 31 juli 2025. Sinds 1 juli 2010 werkte ze als coördinator Informele Zorg en vanaf 1 oktober 2023 als coördinator toegankelijkheid van Het Claverhuis.
In memoriam
Marcel Kooijman
Het nieuws kwam als een mokerslag.
Marcel voelde zich op een dinsdag in november niet goed op zijn werk bij inloophuis Blaka Watra.
Trillen, zweten, moe. Hij ging naar huis om te slapen. “Het is gewoon griep,” zei hij nog. Die avond stond hij op om een glas water te halen. Daarna werd hij niet meer wakker.
Bij Blaka Watra viel er een stilte die nog steeds voelbaar is. Marcel werkte er zes jaar als dagcoördinator. Hij kwam uit de beveiliging, maar wilde iets anders. “Ik wil meer voor mensen betekenen,” vertelde hij op zijn sollicitatiegesprek. “Dit is de beste beslissing die ik ooit heb genomen,” zei hij later. En dat voelde iedereen.
“Marcel was een echte verbinder,” zegt zijn collega Daphne van Zetten. In het inloophuis zat hij gewoon tussen de bezoekers aan tafel, met een krantje. Hij kende hun verhalen. Ging na zijn werk nog even met iemand wat drinken. “Kom, we doen er eentje. Hoe gaat het nou écht met je?”, vroeg hij dan.
Als iemand hem een gunst aanbood, zei hij: “Doneer maar aan de bezoekers van Blaka Watra.” Of: “Regel maar wat lekkers voor de kerst.” Hij was een hosselaar in de beste zin

van het woord. Zijn hele netwerk zette hij in voor het inloophuis. Dankzij Marcel stond er met kerst vaak meer op tafel dan iemand had durven hopen.
En er werd gelachen. Veel gelachen. Onze ‘dagco’ had een eindeloze voorraad flauwe grappen op zak. En als het sluitingstijd was, pakte hij soms een gitaar en begon keihard en vals te spelen. Binnen een minuut stond iedereen buiten.
Hoeveel hij betekende, werd duidelijk bij zijn uitvaart.
Zoveel bezoekers kwamen afscheid nemen, dat er twee zalen nodig waren.
Wat zeg je over een collega als Marcel? Hij was stoer, dapper, eigenwijs en sociaal. Voor veel bezoekers was hij familie. Hun grote broer.
Marcel Kooijman Geboren op 18 mei 1971 (Amsterdam). Overleden op 11 november 2025. Sinds 1 september 2019 werkte hij als dagcoördinator bij Inloophuis Blaka Watra.

Hulpverlening en opvang
Albert (32) oogt jong, maar onder zijn grijze muts gaat een verhaal schuil van vallen en opstaan. Hij kwam uit
Bulgarije naar Nederland met een plan: werken, geld verdienen en een betere toekomst opbouwen. Maar dat liep anders.
Albert verloor zijn baan en daarmee zijn onderdak. Kort daarna belandde hij op straat. De Regenboog Groep hielp hem met een slaapplek, dagbesteding en een betaalde baan. Een drietrapsraket die meer gestrande EU-burgers helpt vooruit te komen. Twee projecten van De Regenboog Groep – T6 Werkbedrijf en Back2Work – vormen samen een traject waarin rust, begeleiding en werkervaring samenkomen. Op T6, een 24-uurs perspectiefopvang voor dakloze EU-burgers van De Regenboog Groep en HVO-Querido, krijgen deelnemers eerst rust. Maatschappelijk werker Cristi Vasilescu ziet dagelijks hoe belangrijk dat is. “Veel mensen komen hier uitgeput binnen. Sommigen hebben weken nauwelijks geslapen en kampen met verslavingsproblemen. Als je zo leeft, kun je niet meteen aan werk denken.” Bij T6 krijgen bewoners hulp bij praktische zaken zoals zorg, administratie en contact met instanties. Ook wordt gekeken naar onderliggende problemen zoals verslaving of psychische klachten.
De volgende stap is vaak werk. Niet meteen een baan – dat is voor veel deelnemers nog een te grote stap – maar eerst een vorm van dagbesteding. Sinds 2025 biedt T6 werkactiviteiten onder begeleiding. In 2025 namen ongeveer 65 bewoners van T6 deel aan deze dagbesteding. Voor veel deelnemers is het de eerste stap terug naar een werkritme. De activiteiten zijn praktisch: kledinginname, afval prikken en een wasserij, maar het doel is groter dan de klus zelf. “Het gaat om ritme,” zegt werkbegeleider Eelco van Damme. “Op tijd opstaan, afspraken nakomen, samenwerken. Dat zijn mensen soms lange tijd kwijtgeraakt.”
Wanneer deelnemers weer wat stabiliteit hebben
opgebouwd, komt Back2Work in beeld. Dit project helpt EU-burgers met een afstand tot de arbeidsmarkt om weer stappen richting werk te zetten. In 2025 begeleidde De Regenboog Groep 110 deelnemers naar een werktraject. Daaruit volgden 56 sollicitatiegesprekken en 37 betaalde banen. Trajectcoach David Wolkers ziet hoe belangrijk de combinatie met T6 is. “Als iemand bij ons al dagbesteding doet, zien we of iemand gemotiveerd is. En durven we een vervolgtraject te starten.”
“Ik durf weer van een toekomst te dromen.”
Albert uit Bulgarije
Albert volgde precies zo’n traject. Na enkele weken op T6 begon hij met dagbesteding. Daarna kwam hij in contact met David. “We hebben samen gekeken naar wat hij kan en wat hij wil,” vertelt David. Via Back2Work kreeg Albert een baan bij de sociale firma Milieuwerk, een recyclebedrijf. “Wat ik in het begin wel moeilijk vond,” lacht Albert, “was het vroege opstaan. Maar na een paar weken was ik gewend aan mijn nieuwe routine. Ik heb het volgehouden en daar ben ik trots op. Nu heb ik een vast contract. Ik voel dat ik gemotiveerd ben, anders dan vroeger. Ik wil verder; een gezin, een toekomst. En dat begint bij werk.” Eelco: “Bij Albert zagen we snel verschil. Eerst kwam hij om te slapen, daarna voor het werk. Het ritme gaf hem weer vertrouwen.” Cristi knikt: “Veel mensen hebben veel teleurstellingen achter de rug. Ze hebben banen verloren, huizen verloren, soms ook contact met familie. Werk kan het zelfvertrouwen langzaam herstellen. Als iemand weer een salaris verdient en collega’s heeft, verandert er veel. Je ziet mensen weer groeien.”
Voor Albert heeft Back2Work zijn leven veranderd. Met wat hij verdient spaart hij voor een eigen kamer. Soms denkt hij terug aan de periode dat hij op straat leefde. “Toen dacht ik dat het nooit meer goed zou komen,” zegt hij, en zet zijn muts nog maar eens recht. “Nu durf ik weer van een toekomst te dromen.”
Amsterdammers zijn dak- of thuisloos
De ETHOS-telling laat zien dat ruim 13.000
Amsterdammers dak- of thuisloos zijn. Daarvan komt 10% uit een ander EU-land, met name Polen, Roemenië en Hongarije. Maar er zijn ook mensen met Duitse, Spaanse of Italiaanse papieren.
EU-burgers met problemen klopten aan bij De Regenboog Groep
In 2025 klopten 1.773 EU-burgers in problemen aan bij De Regenboog Groep. Ze kwamen naar Nederland om te werken, maar door pech, schulden, verslaving of psychische problemen raakten ze hun baan en woning kwijt. Zonder stabiele basis is het vervolgens bijna onmogelijk om weer werk te vinden.
Straatteam en opvang
De Regenboog Groep bekommert zich al jaren om dakloze EU-burgers. Maandelijks zien hulpverleners tussen de 400 en 600 mensen, zegt Michael Sprokkereef, coördinator hulpverlening bij De Regenboog Groep: “We hebben Dobre 020. Dat is een straatteam met maatschappelijk werkers en ervaringsdeskundigen. In de inloophuizen kunnen mensen terecht voor een douche, eten, een slaapplek en nieuwe kleren. Daar is ook maatschappelijk werk aanwezig. Voor de meer kwetsbare mensen is er opvang tot zes maanden mogelijk, inclusief bijvoorbeeld psychiatrische hulp, een detox-programma of instroom in een methadontraject.”
Onderdeel van de hulp kan ook een begeleide terugkeer naar het land van herkomst zijn. Sprokkereef: “We hebben inmiddels zo’n 300 mensen een retourticket gegeven. Zo’n terugkeer gaat altijd in overleg. Soms heeft iemand geen banden meer met familie en ook geen plek om te verblijven. Onder de noemer ‘zachte landing’ hebben we in Polen en Roemenië een netwerk opgebouwd met plaatselijke organisaties die terugkeerders kunnen begeleiden. Ook als er bijvoorbeeld verslavingszorg nodig is.”
Een groot probleem is dat arbeidsmigranten uit EU-landen goeddeels afhankelijk zijn van tamelijk louche uitzendbureaus, zegt Sprokkereef. “Dé oplossing zou hier zijn dat ze gewoon in dienst komen. Dan kunnen de koppelbazen ertussenuit en worden de werkgevers verantwoordelijk om goed voor hun medewerkers te zorgen. Dat kan de uitval enorm verminderen. Nu verdienen die uitzendbureaus veel geld, maar als het fout gaat moeten we mensen met gemeenschapsgeld weer oplappen.” Inmiddels is het probleem van dakloze EU-burgers ook landelijk een stuk beter in beeld, stelt Sprokkereef vast, maar welbeschouwd is het een Europese kwestie. “Het is heel fijn dat Amsterdam meebetaalt aan de opvang in Polen en Roemenië. Maar het zou eigenlijk niet moeten hoeven.”
Maatschappelijk werk in het inloophuis AMOC West
De ETHOS-telling laat zien dat de groep veel groter is dan we nu kunnen opvangen, vervolgt Sprokkereef. “Er is zeker wat veranderd, maar mij gaat het nog te langzaam. Bij De Regenboog Groep en andere betrokken zorgpartijen in de stad loopt het nog altijd over de schoenen.” Hij beseft dat structurele oplossingen niet eenvoudig zijn. Er is niet zomaar meer betaalbare huisvesting beschikbaar en ook de noodzakelijke doorstroom in de maatschappelijke opvang is niet eventjes te versnellen. In elk geval is er meer maatschappelijk werk en kortdurende opvang nodig, zegt Sprokkereef. “En laten we het deze mensen gewoon veel makkelijker maken hun droom te laten uitkomen, namelijk stabiel aan het werk kunnen en hun eigen geld verdienen. Daar is iedereen bij gebaat. Ook de werkgevers die nu nog een uitzendbureau inschakelen.”

Bij De Regenboog Groep zetten honderden mensen zich vrijwillig in voor een ander. In het afgelopen jaar hebben zich meer dan 1.500 nieuwe vrijwilligers aangemeld.
Dorus Witte is coördinator Groepsactiviteiten en organiseert activiteiten voor onze vrijwilligers. “De vrijwilligers vormen een enorme, groeiende groep die zich wil inzetten voor anderen in de stad. Dat is mega bijzonder, want vrijwilligerswerk doe je niet zomaar. Het vraagt betrokkenheid, nieuwsgierigheid en een oprechte wens om de stad een stukje socialer te maken.”
Tegelijkertijd ziet de Regenboog dat vrijwilligers soms uit beeld raken. Bijvoorbeeld wanneer een

maatjestraject afloopt of wanneer iemand toe is aan iets nieuws. Ook hebben vrijwilligers vaak vooral contact met hun eigen afdeling. Daardoor ontmoeten vrijwilligers uit verschillende onderdelen van de Regenboog elkaar weinig. Terwijl juist dat contact kan inspireren.
Daarom bouwen we aan een sterkere vrijwilligerscommunity. Dat doen we met een kalender vol laagdrempelige, gratis activiteiten. In 2025 organiseerden we bijvoorbeeld fietstours langs locaties van de Regenboog, filmavonden en diners met verse seizoensgroenten van Amsterdamse stadsboeren. In 2026 bouwen we hierop voort met activiteiten zoals een naaiworkshop bij ZigZag, een fietstocht met StreetWise, een museumbezoek en een muziekuitje. Daarnaast starten we met een maandelijkse vrijwilligersborrel bij Buurtboerderij Centraal en gaan we ook een aantal keer samen dansen. Met deze activiteiten kunnen vrijwilligers nieuwe dingen leren, locaties en projecten ontdekken en vooral: andere vrijwilligers ontmoeten. Zo bouwen we stap voor stap aan een sterke gemeenschap van mensen die zich samen inzetten voor elkaar en voor de stad.
Heb jij een idee voor een activiteit?
Of wil je iets organiseren, een workshop geven of vanuit je bedrijf iets aanbieden?
Stuur dan een mailtje naar vrijwilligers@deregenboog.org

Denk je bij iemand die dakloos is nog steeds aan een man met lang haar en een wilde baard, een winkelwagen vol spullen, bier drinkend in het park? De werkelijkheid is meestal anders.
Iedereen kan dakloos raken. Het kan iemand zijn die op jou lijkt, op je buurman, je docent of die vrouw in de tram. In het kinderboek Hier ben ik thuis vertellen Ben, Alex, Suzie, Florin, Egberto en Jacques hun eigen verhaal over dakloos zijn.
Verhalen en talenten
Het idee voor het boek komt van Floortje Vermeer. Zij werkt bij inloophuis Makom. Daar ontmoette ze mensen met bijzondere verhalen en talenten. “Ik wilde laten zien wie de mensen achter het woord ‘dakloos’ zijn,” zegt Floortje. “Hun verhalen verdienen het om gehoord te worden.” In het boek lees je hoe mensen dakloos zijn geraakt, hoe hun dagen eruitzien, waar ze goed in zijn en waar ze zich thuis voelen. De verhalen zijn echt en laten

Hier ben ik thuis is een boek voor kinderen én volwassenen. Een boek dat helpt om anders te kijken. Saša Ostoja maakte prachtige illustraties bij de verhalen. Het boek wordt uitgegeven door Uitgeverij Tobi Vroegh van De Regenboog Groep. Koop het boek bij boekhandel De Dolfijn op de Haarlemmerdijk 92 of bestel het online.
zien dat er achter ieder mens een leven, een verleden en een droom schuilgaat.
Weer mooi worden
Suzie vertelt bijvoorbeeld over haar fossielkunst: “Het is kunst van bijzondere dingen die ik op straat vind. Als ik me rot voel, kijk ik in mijn fossielkunstboek. Dan voel ik me meteen beter. Die spulletjes waren kapot, maar met aandacht zijn ze weer mooi geworden. Net als ik.”

De Dwaalgast in het Oosterpark
Het Oosterpark is prachtig. Helaas staat het ook bekend om het vele drugsgebruik. Buurtbewoners die er hun hond uitlaten, voelen zich onveilig. Andersom levert openlijk drugs nemen veel stress op voor de gebruiker.
Sinds 14 april 2025 kunnen drugsgebruikers in het Oosterpark terecht in de Dwaalgast*, onze tot inloophuis omgetoverde camper. Een omgebouwde Mercedes 508 van vijftig jaar oud, precies even oud als De Regenboog Groep.
“Ik hoor dat de bus er is.” Een man komt al zwaaiend aangesneld. Axl, dagcoördinator van dienst, heet de bezoeker welkom. “Yo bro, kom binnen.” Eén bezoeker wordt al snel twee bezoekers. “Ja, ik hoorde het van de wijkagent.” En weldra zijn ze met zijn drieën. Het nieuws verspreidt zich als een lopend vuurtje: de bus is er!
Voor de camper staan campingstoeltjes en er is een rek met kleding. Er is verse koffie, warme soep en een douche. Ook staat er een mobiele wc. In de bus mogen mensen drugs gebruiken. Even geen boze blikken of politie die je je zoveelste boete geeft. Hier kun je veilig gebruiken, met schoon materiaal en zonder te worden

“Ik schaam me als mensen naar me kijken als ik gebruik.”
Bezoeker
van de Dwaalgast
opgejaagd. Gebruikte spuiten kunnen hier worden ingeleverd. Dat is een van de voordelen van een gebruikersruimte: er blijven geen vieze naalden achter in de openbare ruimte.
De gebruikers zeggen het heel goed te begrijpen dat mensen niet op ze zitten te wachten in het park. Maar waar moeten ze dan heen? Een van de mannen wijst naar buiten. De raampjes van de gebruikersruimte zijn geblindeerd. Je kunt wel enigszins naar buiten kijken, maar niet naar binnen. “Als ik word weggejaagd uit het park, ga ik ergens anders zitten gebruiken. Ik ben dakloos, weet je. Ik vind het ook niet leuk dat ik buiten moet gebruiken. Mijn familie kan me zo zien zitten in het park. Dat wil ik niet. Ik schaam me als mensen naar me kijken.”
*Een dwaalgast is een dier, meestal een vogel, dat zich ver buiten zijn normale leef- of trekgebied bevindt. Dit gebeurt vaak per ongeluk, bijvoorbeeld doordat het dier door een hevige storm uit koers is geblazen of een fout maakt in zijn instinctieve navigatie. Omdat deze dieren hier eigenlijk niet thuishoren en vaak alleen zijn, trekken ze meestal veel bekijks van natuurliefhebbers en spotters.
Iedereen een plekje
Iets verderop, op een bankje, zit een mevrouw. “Goed dat de bus er is. Ik durf al jaren mijn hond niet meer uit te laten in het park. Nu kunnen die mannen uit het park hier terecht.” Na een korte stilte vervolgt ze: “Sommige buurtbewoners willen ze helemaal niet hebben. Niet hier, niet in het park, niet in de stad. Maar die lui moeten toch ergens naartoe? Iedereen verdient een plekje.”
De gemeente Amsterdam zocht naar oplossingen om minder mensen drugs te laten gebruiken in het Oosterpark. Er werden naalden gevonden in het park en er zijn mensen die er drugs dealen. De buurt wilde oplossingen om zich veiliger te voelen in het park en minder overlast van mensen die drugs gebruiken. De gemeente stuurde meer politie en meer handhavers. van de bezoekers van de Dwaalgast gebruikt crack, een zeer verslavende rookbare cocaïne. De toename van crackgebruikers in Amsterdam houdt mede verband met het groeiend aantal dak- en thuislozen in de stad.
Maar de drugsscene verplaatste zich binnen de stad. Dus wilde de gemeente ook andere – schadebeperkende – oplossingen aanbieden in plaats van drugsgebruikers altijd maar weg te jagen. Kijken naar wie de gebruikers zijn, waarom ze er zijn en wat ze nodig hebben. Zo is De Dwaalgast ontstaan.
Dak- en thuisloze mensen zijn welkom om weer warm te worden, zich op te frissen en iets te eten of drinken. Wie dat wil, kan een gesprek voeren met een maatschappelijk werker. Er is een gebruikersruimte en je kunt er schone kleding krijgen. De Dwaalgast stond op 21 juni 2025 op de snelweg tijdens het festival 750 jaar Amsterdam op de Ring. Daar kon je spontaan binnenlopen voor Speed Therapy – een laagdrempelig gesprek met onze collega’s van Partner- en Familieondersteuning. En de kunstenaars van Rainbow Soulclub gaven gratis en goudeerlijk Free Advice!
Een gebruikersruimte past binnen de aanpak van harm reduction. Wat houdt dat precies in? Katrin Schiffer, hoofd van het Correlation – European Harm Reduction Network (C-EHRN): “In de zorg betekent dat schade beperken. Het draait om het verminderen van de negatieve gevolgen van risicovol gedrag, zoals middelengebruik. Als het om drugsgebruik gaat, doen we dat bijvoorbeeld door het aanbieden van schone naalden, het testen van drugs en het verstrekken van informatie. En medicatie zoals methadon.”

De Regenboog Groep krijgt subsidie, maar daarmee kunnen we niet alles bekostigen. Voor het kopen van eten zijn we volledig afhankelijk van de giften van donateurs. Geef bijvoorbeeld 10 euro per maand en bied zo élke maand vijf maaltijden aan!
Kleding is erg belangrijk voor onze dakloze bezoekers. Om zich te wapenen tegen het weer en omdat kleding eigenwaarde en identiteit geeft. Zij willen natuurlijk, net als jij, ook fris voor de dag komen en zich prettig voelen.
Geef kleding die je zelf nog zou kunnen dragen. Dan is het ook goed genoeg om aan iemand anders te schenken. Dameskleding hebben we niet nodig, de meeste dakloze mensen dragen mannenkleding. Je kunt de kleding brengen naar een van onze inloophuizen. Namens onze bezoekers: dank je wel.
Wat we het meest nodig hebben zijn:
+ Spijkerbroeken
+ Joggingbroeken
+ (Capuchon)truien
+ T-shirts (korte- en lange mouwen)
+ Thermokleding
+ Warme (waterdichte) jassen
+ Regenkleding
+ Schoenen
+ Nieuwe sokken
+ Nieuwe boxershorts

De Regenboog Groep heeft opnieuw het Keurmerk Vrijwilligerswerk Goed
Geregeld behaald. Daarmee bevestigt
Vereniging VrijwilligerswerkNL dat wij ons vrijwilligersbeleid goed op orde hebben.
“Het keurmerk is vier jaar geldig en laat zien dat we bereid zijn kritisch naar onszelf te blijven kijken”, aldus Jesse Romein, die het traject vanuit de Regenboog begeleidde. Ze is projectleider vrijwilligersbegeleiding en medewerker Kwaliteit Informele Zorg en weet hoe belangrijk zo’n keurmerk is voor de organisatie. De Regenboog Groep drijft immers voor een groot deel op vrijwilligers.
Het behalen van het keurmerk ging niet vanzelf, vertelt Jesse. Het traject bestond uit meerdere gesprekken, bijeenkomsten en een grondige beoordeling van het vrijwilligersbeleid. “Je wordt als organisatie echt langs de meetlat gelegd. Er loopt iemand met je mee die kritisch kijkt naar hoe je met vrijwilligers werkt: van begeleiding en
veiligheid tot waardering en informatievoorziening. In de praktijk scoren we sterk. Onze vrijwilligers zijn enthousiast en voelen zich echt onderdeel van de Regenboog. Sommigen zijn al meer dan tien jaar actief op dezelfde locatie. Ze zeggen de passie van de organisatie te voelen en willen erbij horen. Daar ben ik trots op.”
Er zijn ook aandachtspunten. Zo kan de informatievoorziening richting vrijwilligers beter. “We mogen duidelijker laten zien wat we vrijwilligers allemaal bieden,” zegt Jesse. “Bijvoorbeeld dat ze onbeperkt trainingen kunnen volgen via de Vrijwilligersacademie. Of dat er bijeenkomsten en activiteiten zijn waar ze elkaar kunnen ontmoeten, zoals het volgen van cursussen als houtbewerking op onze dagbestedingsplekken. Dat zorgt voor verbinding en extra motivatie.”
Samen met drie collega’s en de manager blijft Jesse het vrijwilligerswerk binnen de organisatie monitoren. Zodat we het de komende jaren alleen nog maar beter kunnen doen.
Huisdieren zijn voor veel mensen meer dan gezelschap. Zij bieden steun, liefde en houvast. Ook voor mensen die in de maatschappelijke opvang verblijven.
Veel cliënten durven pas hulp te zoeken wanneer hun dier óók welkom is.
Bij Dier&Vriend, onderdeel van De Regenboog Groep, zien we dagelijks wat dieren kunnen betekenen. Nerissa ten Velthuis, coördinator van Dier&Vriend: “Cliënten voelen zich veiliger en durven eerder stappen te zetten wanneer hun huisdier bij ze kan blijven. Het helpt echt bij herstel en vertrouwen opbouwen.”
De Regenboog begrijpt dat opvanglocaties vragen kunnen hebben. Stel dat een dier agressief is? En wat als iemand op de locatie allergisch is. Of de zorg te veel tijd kost, én te veel geld?
Nerissa: “Onze toolkit helpt hierbij. Er staan richtlijnen in voor de omgang met dieren, voorbeeldafspraken met cliënten en praktische tips voor de organisatie. Ook is er een checklist voor een goede start en huisregels die helpen om alles veilig en prettig te houden.”
Het toelaten van huisdieren vraagt heldere afspraken en aandacht van medewerkers. Een aandachtsfunctionaris binnen het team kan veel schelen. Soms zijn er extra kosten, bijvoorbeeld voor schoonmaak of tijdelijke opvang, maar de winst is groot: cliënten voelen zich gezien, bouwen sneller een band op met begeleiders en accepteren eerder hulp.

Wil jouw organisatie ook ruimte maken voor mens én dier? Of wil je meer weten over de toolkit? Neem contact op via dierenvriend@deregenboog.org
Financiële maatjes helpen mensen met geldvragen
In Amsterdam is de armoede groter dan in de rest van Nederland. Vaak wachten mensen te lang voordat ze aan de bel trekken. Daar weten Marisca Jones en Suzanne Löwik alles van.
Zij coördineren de financiële spreekuren van Grip op je Geld, waar mensen met geldvragen zonder afspraak kunnen binnenlopen. Daarnaast zijn er de financiële maatjes, die mensen met geldzorgen een jaar lang op vrijwillige basis begeleiden. Wat moet je in huis hebben als financieel maatje? Suzanne benadrukt dat financieel maatje zijn iets anders betekent dan álles over geld weten. Marisca knikt: “Het is zeker niet zo dat je een soort accountant moet zijn om iemand met geldproblemen bij te staan. Dat misverstand willen we graag uit de weg ruimen. We zoeken mensen die houden van structuur en het stellen van concrete doelen. En die het geduld hebben om samen de post door te werken en de schulden in kaart te brengen.”
Rijen bij de voedselbank
Gelijk ruimen we nóg maar een misverstand uit de weg, namelijk dat het wel mee zou vallen met de armoede in Nederland. Marisca: “Dat hangt ervan af hoe je ‘armoede’ definieert. Nog niet zo lang

Marisca Jones (links) en Suzanne Löwik (rechts)
geleden is de definitie veranderd. Door een nieuwe berekening is de armoede in Nederland plotseling afgenomen. Op papier althans.” Suzanne: “Ik zou zeggen: ga eens kijken in wijken als Zuidoost of Nieuw-West. En bij de voedselbanken, waar de rijen alleen maar langer zijn geworden. Bij de Regenboog zien we ook steeds meer aanmeldingen voor hulp. Daar zitten veel werkende mensen tussen, zoals zzp’ers die de boodschappen niet meer kunnen betalen.” Een andere
“Een andere hardnekkige mythe is dat armoede je eigen schuld zou zijn. Mensen in armoede zijn niet laks, lui of dom.”
Suzanne Löwik

hardnekkige mythe is dat armoede je eigen schuld zou zijn. Suzanne: “Mensen in armoede zijn niet laks, lui of dom. Neem de toeslagen. Je geeft één keer iets niet goed door en moet álles terugbetalen. Ineens heb je schulden, die weer worden verhoogd met incassokosten. Voordat je het weet, zit je op een paar duizend euro schuld.”
Marisca: “Wij betitelen mensen met schulden niet als ‘wanbetalers’, wij noemen ze liever: mensen
die niet rond kunnen komen.” Suzanne: “Er heerst een beeld dat mensen er bewust de kantjes vanaf lopen. Dat zijn in ieder geval niet de mensen die wij tegenkomen. Wel zien we mensen die door schaamte veel te laat aan de bel trekken.” Marisca: “Vaak zoeken mensen pas na zes tot acht jaar hulp. Dan hebben ze een schuld opgebouwd van gemiddeld veertigduizend euro.” Suzanne: “Daarom hoop ik dat dat stigma op armoede verdwijnt. Dan trekken mensen hopelijk sneller aan de bel. En blijven ze er niet in hun eentje mee worstelen.”
Eenzaamheid komt meer voor bij mensen in armoede
Mensen die in armoede leven, voelen zich 2x zo vaak sterk eenzaam als mensen die niet in armoede leven. Mensen in armoede ervaren vaker gevoelens van leegte, het missen van mensen en het zich in de steek gelaten voelen. Ook ontbreken gevoelens van verbondenheid met mensen om zich heen en het vertrouwen in die mensen.
Bron: CBS
Digitale ongelijkheid leidt tot meer problemen
Mensen met schulden hebben vaak last van stress. Dan staat je hoofd ook niet naar het aanleren van ingewikkelde digitale vaardigheden. Dat is vervelend, want leven zonder internet wordt steeds moeilijker. Soms leidt dit tot nog meer financiële problemen.
Grip op je Geld
Grip op je Geld helpt Amsterdammers met vragen over geld. Op vaste locaties in de stad zijn er op vaste tijden financiële inloopspreekuren waar mensen met duidelijke vragen naartoe kunnen komen. Denk aan: ‘Ik heb een hoge energierekening gehad, maar ik snap het niet.’ ‘Kom ik in aanmerking voor kwijtschelding?’ of ‘Kan ik deze toeslag aanvragen?’ Grip op je Geld is een samenwerking van de Regenboog met de buurtteams, MEE en vrijwilligers van Humanitas.
Marisca: “Zowel bij de inloopspreekuren als bij de maatjestrajecten komen we veel vragen tegen over het gebruik van de smartphone, computer en tablet. Mensen kunnen de huidige digitale tijd niet meer bijbenen. Ook daar kunnen wij bij helpen. Hiervoor kunnen mensen terecht bij het Regenboog-project Digimaatje.”
Mensen met financiële zorgen raken in de stress en zijn het overzicht kwijt. Voor schuldhulpverlening moet je heel zelfredzaam zijn. Zelf je financiën in kaart brengen, zorgen dat je budgetplaatje klopt, een overzicht van al je schulden maken en zorgen dat je alle toeslagen hebt aangevraagd. Voor veel mensen is dat te veel gevraagd. En daar komen de vrijwilligers van de Regenboog om de hoek kijken. Suzanne: “Een schuldhulpverlener heeft een gemiddelde caseload van honderd klanten. Wij werken anders, namelijk met maatjes die we elk aan een deelnemer koppelen. Samen trek je een jaar op. Binnen dat jaar werkt de deelnemer toe naar financiële zelfstandigheid.”
... en volg de training
Marisca: “Uiteraard krijgen alle vrijwilligers van de Regenboog eerst een basistraining. Daarnaast bieden we een aparte training voor financiële maatjes waarin je leert wat een schuldhulproject inhoudt en welke stappen je het beste kunt volgen voor het ordenen van de administratie.” Suzanne: “En we leren onze vrijwilligers wat schulden met een mens doen. Armoede doet iets met je brein. Tijdens de training willen we daar meer begrip voor kweken.”
Meld je aan als vrijwilliger!

Op 25 maart 2025 bestond De Regenboog Groep precies vijftig jaar. Dat hebben we natuurlijk gevierd. Op zijn Regenboogs: met aandacht voor elkaar en iedereen die met de Regenboog te maken heeft.
Met een vleugje activisme, een knipoog, feestjes, een verlanglijst en cadeautjes. Er is maanden hard gewerkt om er een onvergetelijk jubileum van te maken. Een greep uit een jaar lang jubileumactiviteiten.


We sloten het jubileumjaar af met een congres over zorg, onderdak en recht, samen met zo’n 130 collega’s uit het sociaal domein, ambtenaren, onderzoekers, ondernemers, belangenbehartigers en ervaringsdeskundigen. Lees hier een verslag van deze dag.

AT5 maakte een speciale uitzending over 50 jaar Regenboog: Zo helpt Regenboog Groep verslaafden al 50 jaar in de stad



Tentoonstelling (T)huisloos in de stad Amsterdam Museum
Persoonlijke verhalen van mensen die dak- of thuisloosheid ervaren.



Het Westerpark stond te schudden tijdens het waanzinnig leuke Regenboog Festival. We kregen een buiging en een jubileumpenning van burgemeester Femke Halsema. Nog een keer genieten? Bekijk de aftermovie

Bijzondere uitgave van de Meeleven met unieke archiefbeelden en imponerende verhalen. Een tijdsdocument. En een speciale website over een halve eeuw pionieren en paraat staan.

Uit de ETHOS-telling kwam een verrassend beeld naar voren: er is veel meer verborgen dakloosheid dan iedereen dacht. Mensen die bij bekenden op de bank slapen. Of in auto’s, caravans en schuren overnachten. Deze mensen zie je niet op straat. Vooral vrouwen horen bij deze ‘onzichtbare’ groep.
Anita Matthew (55) is geen vrager. Maar toen ze vorig jaar dakloos werd, moest ze wel. Soms kon ze bij vrienden terecht voor een slaapplek, soms niet. “Ik dacht: moet ik nou in mijn auto overnachten? Dat vond ik heel eng, zeker als vrouw. Iedereen ziet je liggen.” De dakloosheid kwam bij Anita na een relatiebreuk. Met haar nieuwe partner had ze een huis gekocht in Haarlem, een klein huisje waar ze samen aan hadden geklust. Tijdens een motortrip keek Anita op zijn telefoon. Ze hadden samen een Staatslot en Anita wilde kijken of ze iets hadden gewonnen. Tot haar schrik zag ze allemaal berichten van datingapps. Haar vriend had contact met meerdere vrouwen. Voor Anita was het klaar. Het huis ging in de verkoop. Een jaar lang zocht ze ondertussen naar nieuwe woonruimte, zonder succes. Wat het extra wrang maakte: ze raakte haar inschrijftijd voor sociale huur kwijt. De opgebouwde jaren gingen met haar ex mee, zij begon opnieuw vanaf nul. “Ik heb gebeld, ‘maar ja’, hoorde ik: ‘regels zijn regels’. De opgebouwde jaren gingen mee met de oudste.”
Anita werkt in de ouderenzorg en dat ging gewoon door. Voor de nacht probeerde ze steeds een slaapadres te vinden. Bij haar broer kon ze altijd terecht. Maar bij haar vrienden, die ze zelf altijd met van alles had geholpen, bleef de deur nog weleens gesloten. “Mijn broer heeft een gezin, en ik wilde ze niet altijd maar lastigvallen. Toen besloot ik in mijn garagebox te gaan slapen.” Dakloos op je vijfenvijftigste, zucht Anita, vechtend tegen de tranen. “De schaamte. Die kun je je niet voorstellen...” Zelfs haar dochters vertelde ze het niet. “Ze wisten dat
ik mijn huis had moeten verkopen, maar niet dat ik daarna dakloos was geworden. Waarom zou ik dat vertellen? Ik wilde niet dat ze bezorgd zouden zijn.”
Via de gebruikelijke wegen probeerde Anita een woning te vinden. Ze zocht overal naar informatie en hulp, schreef zich in bij woningcorporaties, zocht naar hofjes, en keek via de gemeente én online naar mogelijkheden. Maar er kwam niets. Tot ze online op Onder de Pannen stuitte, een project van De Regenboog Groep. “Zonder Onder de Pannen lag ik nog in mijn garagebox.” Ze benadrukt hoe belangrijk het is dat zoiets bestaat, voor mensen die werken, hun leven op orde hebben, maar die door omstandigheden hun huis kwijtraken. “Stel je voor dat er nog iemand is zoals ik. Dan hoop je toch dat er ook iemand is die zegt: kom maar binnen.”
“Mijn broer heeft een gezin, ik wilde ze niet steeds lastigvallen.”
Anita Matthew, economisch dakloze

van de dakloze mensen verblijft niet in de maatschappelijke opvang of op straat, maar hopt van bank naar bank. Deze mensen slapen noodgedwongen bij familie of vrienden, of in een auto, schuur of stacaravan. Onder hen zijn opvallend veel kinderen, jongeren en vrouwen – onzichtbare groepen die structureel over het hoofd worden gezien.
Onder de Pannen
Op 8 oktober 2025 bestond Onder de Pannen tien jaar. Via dit project verhuren particulieren een kamer in hun huis aan iemand die tijdelijk woonruimte nodig heeft. De huurder kan op adem komen. De verhuurder ontvangt een vergoeding en draagt direct bij aan een oplossing.
Het Stedelijk Team Economisch Daklozen (STED) steunt economisch daklozen die extra problemen hebben, helpt overzicht maken en oplossingen zoeken. Mensen die net dakloos zijn geraakt krijgen via Tijdelijk Wonen een tijdelijke plek om op adem te komen. Ze zoeken met maatschappelijk werkers naar een vaste woonplek.
Er zijn steeds minder betaalbare woningen beschikbaar.
Dit komt onder andere door het gebrek aan investeringen in sociale huurwoningen, de beperkte doorstroming, de stijgende huizenprijzen en leegstand. De wachtlijsten worden langer. Mensen zonder een stabiele woonplek zijn kwetsbaar en het risico op verder afglijden is groot.
Leegstand tijdelijk inzetten
Tijdelijk Onder Dak is een samenwerking met woningcorporaties waar we een tijdelijke plek bieden in sloop- en renovatiewoningen. Bijzonder Bewoond is een project dat met een creatieve blik van leegstaande vierkante meters een tijdelijk thuis maakt voor iemand die economisch dakloos is geraakt.
In een Parentshouse kunnen gescheiden ouders in het belang van de kinderen een jaar terecht op een plek dichtbij het ouderlijk huis. De kinderen kunnen er ook blijven slapen.
Klop aan met slimme ideeën
Bij alle projecten voor mensen die dakloos zijn, werken we samen met gemeenten, woningcorporaties, particuliere verhuurders, vastgoedeigenaren, leegstandbeheerders en iedereen met een goed idee. Weet jij iets slims om wat aan dakloosheid te doen? Neem dan contact met op met De Regenboog Groep.
Heb je een kamer over? En wil je iemand helpen, maar ook wat extra inkomen krijgen? Dan is Onder de Pannen iets voor jou. Iedereen met een kamer over kan meedoen, met een koop- of (sociale) huurwoning. Zelfs met een uitkering of AOW, zonder gekort te worden.
Zoek je een tijdelijke bestemming voor jouw leegstaande pand (school, kerk, moskee, kantoor)?
Ben je leegstandbeheerder en op zoek naar een maatschappelijke invulling? Of heb je andere ideeën of tips? Neem contact met ons op! Wij denken graag mee en kunnen van bijna elke plek wel een tijdelijk thuis voor iemand maken.


Voor mensen die op straat leven kan het Blauwe Boekje veel betekenen.
Redacteur en ervaringsdeskundige
Deborah Pieroelie: “Het is een soort lifeline naar weer een normaal leven.”
Al vele jaren geeft De Regenboog Groep het Blauwe Boekje uit, vol adressen van hulpverlening, doktersdiensten, buurtcentra en plekken waar daklozen terecht kunnen voor bijvoorbeeld een kop koffie of een toiletbezoek. “Eigenlijk laat het boekje zien dat je niet alleen bent.” Dat zegt vrijwilliger Deborah Pieroelie, die samen met Giuseppe Scarpa de adressen


en telefoonnummers van hulporganisaties bijhoudt. Het boekje wordt jaarlijks bijgewerkt. “En dat is best wel een hele klus,” zegt Deborah. “Organisaties verdwijnen of gaan in elkaar over. Dat moeten we elk jaar checken.”
Deborah weet uit eigen ervaring hoe het voelt om dakloos te zijn. “Dertig jaar geleden was ik zelf dakloos met een baby,” vertelt ze, om er relativerend aan toe te voegen: “Dat was wel een dingetje.” Uiteindelijk kwam ze terecht in een blijfvan-mijn-lijfhuis. “Ik ben daar zo ontzettend goed geholpen. Ik kon er weer groeien en zelfverzekerd worden.” Die ervaring motiveert haar om als vrijwilliger aan het boekje te werken. Jaar in jaar uit. “Ik begrijp de radeloosheid van mensen die dakloos zijn. Met het Blauwe Boekje op zak voel je je minder alleen. Sinds een paar jaar maken we ook een Engelstalige versie (The Blue Booklet) en we verzorgen de inhoud van de (tweetalige) Streetlife-app.”
Zelf blijft Deborah liever op de achtergrond. “Heel weinig mensen weten dat ik hieraan meewerk,” zegt ze. “Maar dat vind ik juist goed. Alle eer gaat naar Giuseppe en De Regenboog Groep.”
De fietsen in de werkplaats van
Streetwise komen uit donaties.
Deelnemers knappen ze op en maken ze rijklaar voor de verkoop. Zo sleutelt
Streetwise niet alleen aan fietsen, maar ook aan kansen.
Zamir (61) draait de spaken van een wiel iets strakker. Hij is dakloos en werkt in de fietsenwerkplaats van Streetwise, een project van De Regenboog Groep. “Het mooiste moment?” zegt hij met een twinkeling in zijn ogen. “Als een klant zijn fiets komt ophalen nadat ik hem heb gerepareerd. Dan zie je dat iemand blij is en denk je: ja, dit heb ik gemaakt.”
Zelfvertrouwen en structuur
Werkplaatsbegeleider Koen Polder ziet elke dag wat het werk met mensen doet. Zelf is hij een
fanatiek fietser, maar bij Streetwise gaat het niet om winnen. Het gaat om wat een fiets kan betekenen voor iemand die veel tegenwind heeft gehad. “Mensen krijgen waardering voor wat ze doen. Dat geeft zelfvertrouwen. Tegelijkertijd leren deelnemers weer structuur in hun dag te krijgen: op tijd komen, samenwerken en verantwoordelijkheid nemen. Ook het sociale aspect is groot. In de werkplaats werken mensen met heel verschillende achtergronden naast elkaar. Hier voelen ze zich onderdeel van een groep. Ze horen ergens bij. We organiseren ook gezamenlijke fietstochten. Op de fiets wordt je wereld letterlijk groter. Dat geeft vrijheid. Mensen merken ook dat hun lichaam meer kan dan ze dachten. En fietsen helpt om even je hoofd leeg te maken.”
Heb je nog een race- of sportfiets, wielset of fietsonderdelen in de schuur staan, die je eigenlijk niet meer gebruikt? Doneer ze aan Streetwise van De Regenboog Groep. In de werkplaats knappen mensen zoals de dakloze Zamir de fietsen op en maken ze weer rijklaar voor verkoop. De opbrengst komt direct ten goede aan het project. geef@deregenboog.org


Steun voor ongedocumenteerde ouderen
Patrick (70) is geboren in Algerije. Al meer dan 40 jaar woont hij in Nederland, zonder papieren. Al die tijd lukt het maar niet wat hij wil: een bewijs dat hij hier officieel mag zijn.
Onder zijn jas haalt Patrick een map vandaan. Patrick is niet zijn geboortenaam, maar hij gebruikt ‘m al jaren. “Dat is makkelijker.” Uit de map haalt hij tientallen insteekhoesjes met papieren. Het zijn aanvragen voor een verblijfsvergunning, mails van advocaten, straatjuristen, van de ombudsman, een samenvatting van een psychiatrisch onderzoek. Hij heeft zijn zaken op orde. Hij laat een brief van een advocaat zien. De zoveelste: als een jurist niets meer voor hem kan doen, zoekt hij een ander. En nog altijd heeft hij geen verblijfsvergunning. Oneerlijk, vindt hij. In 1984 kwam hij op een toeristenvisum via België hiernaartoe. Zijn moeder was 16 toen ze hem kreeg. In zijn jeugd in Algerije werd hij heen en weer geslingerd tussen families. In Nederland was het beter. Hij werkte hij in een coffeeshop, op de markt, in een kledingatelier. Hij stond in de garderobe van een discotheek. Hij had een uitgebreide vriendenkring, een relatie.
Gemeenschapsman
Werken kan inmiddels niet meer, zijn lichaam kan het niet aan, maar een groot netwerk heeft hij nog altijd. Patrick zet zich als vrijwilliger bij de inloophuizen van De Regenboog Groep in voor andere dak- en thuislozen. Voor migranten vertaalt hij brieven. Hij gaat mee naar afspraken. Zit in werkgroepen. Op het Amsterdamse Centraal Station ving hij vluchtelingen op en wees ze de weg. De stad is zijn thuis. “Ik ken de stad beter dan veel studenten.” Maar in tegenstelling tot de studenten, heeft hij nergens recht op. De koppelingswet, bedoeld om illegaal verblijf tegen te gaan, onthoudt ongedocumenteerden alle sociale voorzieningen zoals de bijstand en zorgtoeslag. Dat maakt het leven zwaar. Daarover ging Patrick in gesprek met toenmalig burgemeester Van der Laan, later met Femke Halsema. “Telkens vertel ik mijn verhaal, maar ik schiet er niets mee op.”
In een insteekhoesje zit een brief van de IND, gedateerd uit 2016. Eén zin heeft hij met een rode pen onderstreept: een verwijzing naar een uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. “Er moet sprake zijn van een zeer langdurig verblijf om eventueel in aanmerking te komen voor een verblijfsstatus,” staat er. “Dan heb ik er toch recht op?” Hij pakt zijn telefoon en laat zijn medisch dossier zien. Het bestand telt 86 (!) pagina’s. Het gaat niet goed de laatste tijd, zegt hij. Hij heeft diabetes en glaucoom, is vaker verward. Hij krijgt medisch noodzakelijke zorg en heeft sinds kort een vaste huisarts. Maar telkens is het een diagnose hier, een paar pillen daar. Radeloos wordt hij van zijn uitzichtloze situatie. Zijn vader en moeder zijn inmiddels overleden. Algerije is na 40 jaar niet meer hetzelfde. Wat moet hij nu? vraagt hij. Wie kan hem helpen? Hij weet het zelf niet meer. “Maar,” in zijn stem klinkt een sprankje hoop, “ik heb een nieuwe advocaat, wie weet kan die nog iets voor me betekenen.”
“Telkens vertel ik mijn verhaal, maar ik schiet er niets mee op.”
Patrick, al 40 jaar zonder verblijfspapieren
Lees meer over hoe wij ons inzetten voor ongedocumenteerde ouderen zoals Patrick.

ongedocumenteerden leven in Amsterdam, volgens officiële schattingen
Steeds meer langdurig ongedocumenteerde ouderen worden minder zelfredzaam en hebben hulp nodig rond opvang, bestaanszekerheid en toegang tot (medische) zorg. Zonder inkomsten en met een kwetsbare gezondheid raakt hun sociale netwerk uitgeput.
Tussen 10.000 en 30.000 volgens schattingen van organisaties in de stad. Bron: amsterdam.nl
Deze mensen hebben vaak lang en hard gewerkt in de bouw, schoonmaak of andere vormen van dienstverlening. Zij werden vaak uitgebuit en bouwden geen pensioen op. Nu zijn ze op leeftijd en kwetsbaar. En worden afhankelijker van organisaties zoals De Regenboog Groep.
Verblijfsregeling
Op 2 januari 2025 opende bij Het Amsterdams
Solidariteits Komitee Vluchtelingen (ASKV) het loket voor de verblijfsregeling voor Surinaamse oud-Nederlanders. Voor de regeling hebben De Regenboog Groep en andere partijen jarenlang gestreden. Eindelijk is er een oplossing voor een groep mensen die decennialang in een juridisch niemandsland hebben verkeerd.
Toegankelijker zorg
De Regenboog Groep zet in op een betere toegang tot voorzieningen zoals zorg en huisvesting en een verbetering van de verblijfsrechtelijke positie van oudere ongedocumenteerden. We werken onder andere met Stichting Kruispost aan
toegankelijker medische zorg, waaronder ook langdurige zorg onder de Wet langdurige zorg (Wlz). Samen schreven we in 2025 een praktische handleiding voor hulpverleners die werken met ongedocumenteerde cliënten. Daarin staan handvatten voor het organiseren van langdurige zorg.
Samen met het Wereldhuis runnen we een maandelijkse inloop voor oudere ongedocumenteerden. Met de Protestantse Diaconie hebben we gezorgd voor een vaste huisvestingsplek voor een groep ouderen. Daarnaast ontwikkelen we een plan om meer mensen een bed en opvang te geven.



Bij De Regenboog Groep werken we aan een organisatie waar iedereen zich welkom en gezien voelt. Het traject Diversiteit, inclusie en gelijkwaardigheid draagt daaraan bij.
Voor De Regenboog Groep is het duidelijk: we zijn nog geen goede afspiegeling van de stad, vooral in leidinggevende functies. Ook weten we dat discriminatie en uitsluiting voorkomen op de werkvloer. Daar willen en moeten we iets aan doen. Directeur Hans Wijnands licht toe: “Diversiteit is een gegeven, inclusie niet. Juist daarom moeten we er elke dag aan werken. Als we oog hebben voor verschillen, kunnen we echt het verschil maken.”
Leidinggevenden volgen trainingen over inclusief leiderschap, waarin ze leren hun eigen (onbewuste) vooroordelen te herkennen en bespreekbaar te maken. Teams gaan met elkaar in gesprek over ervaringen met uitsluiting en wat er nodig is om een veilige werkomgeving
Medewerkers van De Regenboog Groep
te creëren. Bij werving en selectie passen we onze aanpak aan: vacatureteksten worden inclusiever geschreven en het selectieproces wordt eerlijker ingericht, zodat meer verschillende kandidaten zich aangesproken voelen en gelijke kansen krijgen.
Ook heeft de inclusie-werkgroep samen met een externe specialist een vragenlijst over inclusie gemaakt. Daarmee brengen we in kaart hoe collega’s de werkomgeving ervaren en waar verbetering nodig is. De uitkomsten gebruiken we om gerichte acties te bepalen. Daarnaast worden aandachtsfunctionarissen getraind in het omgaan met discriminatie en grensoverschrijdend gedrag, en komt er een e-learning voor alle collega’s.
Hans: “Werken aan diversiteit, inclusie en gelijkwaardigheid is een voorwaarde om onze missie, visie en waarden na te leven én voor een veilige, rechtvaardige en inclusieve werkcultuur. Zo kunnen we geloofwaardig blijven bijdragen aan een stad waarin plek is voor iedereen.“
Bij De Regenboog Groep groeit
duurzaamheid stap voor stap uit tot iets dat we samen doen. De Groene Groep, ontstaan op de werkvloer, speelt daarin een belangrijke rol.
Wat begon met kleine, praktische ideeën – zoals folie achter radiatoren – is inmiddels uitgegroeid tot een actieve denktank die helpt om duurzaamheid steeds meer onderdeel te maken van het dagelijks werk. De Groene Groep bestaat uit medewerkers die van De Regenboog Groep een duurzamer organisatie willen maken. Een goed voorbeeld is het vegetarische kookboek dat collega’s, vrijwilligers en deelnemers samen maakten.
Ook is er een mooie volgende stap gezet: bij Buurtboerderij Centraal, Kluts en Villa Buitenlust is het eten op bestelling altijd vegetarisch.
Kleine keuzes, groot verschil
“Duurzaamheid hoeft niet ingewikkeld te zijn,” zegt Jasmijn Özalp van De Groene Groep. “Het begint vaak met kleine keuzes. Als je die samen maakt, kunnen ze uiteindelijk een groot verschil maken.” In 2025 bezochten Groene Groepleden locaties om met collega’s in gesprek te gaan over duurzame keuzes op de werkvloer.
Binnenkort ontvangen alle locaties een praktische hand-out met tips en een overzicht van mogelijkheden om te verduurzamen. Ook bracht De Groene Groep de huidige inkoopstromen en leveranciers in kaart en onderzoekt zij duurzamere alternatieven. Op termijn is het doel om te werken met een centraler en duurzamer inkoopbeleid.
CO 2 -nulmeting in inloophuizen
De Groene Groep bekijkt ook hoe bezoekers van de inloophuizen denken over duurzaamheid. Op basis daarvan ontwikkelt de groep campagnes om het bewustzijn verder te vergroten. Voor inloophuizen Makom en Amoc Zuid is inmiddels een eerste CO 2 -nulmeting gedaan. Jasmijn: “Daarmee ontstaat een basis om verbeteringen te meten. De komende periode gaan we ook andere panden onderzoeken.” Uit het medewerkerstevredenheidsonderzoek blijkt dat er behoefte is aan meer informatie over de duurzaamheidsplannen. Daar wil De Groene Groep op inspelen. “Veel mensen willen wel duurzamer werken, maar weten niet altijd waar ze moeten beginnen,” zegt Jasmijn. “Door vaker te delen waar we mee bezig zijn, hopen we iedereen mee te nemen in die beweging. Er gebeurt al veel, maar er is ook nog veel te winnen. Wij blijven ons daarom inzetten voor een steeds groenere Regenboog.”


Hulp voor mensen die op straat leven
“HET
In 2025 werden de resultaten van de Amsterdamse ETHOS-telling gepubliceerd. Deze telmethode meet veel nauwkeuriger hoeveel mensen er in een gemeente dakloos zijn. De cijfers liegen er niet om.
Op 8 april 2025 deed Amsterdam voor het eerst mee aan de ETHOS-telling, waarvan de resultaten op 8 oktober bekend zijn gemaakt. Het gaat om een nieuwe telmethode die een beter beeld geeft van het werkelijke aantal daklozen. Zo komen ook mensen in beeld die nu vaak onder de radar blijven. En de cijfers spreken boekdelen. In de regio Amsterdam gaat het om meer dan 13.000 personen. Het percentage buitenslapers is met zo’n 1.400 individuen omgerekend ongeveer het dubbele van de meeste andere Nederlandse gemeenten. En het aantal mensen dat gebruik wil maken van de inloophuizen blijft ook steeds maar verder toenemen.
“We zijn vaak het allerlaatste houvast voor deze groep daklozen.”
Jessica Hoogenboom, locatiehoofd inloophuis De Kloof
Zoals bij inloophuis De Kloof in hartje Amsterdam. Mannen – bijna alleen maar mannen – liggen te slapen met hun hoofd op de tafels. Of op de vloer; knieën opgetrokken, sneakers uit. De druk bemande keuken en de wasmachines draaien permanent op volle toeren. Regenboogmedewerkers proberen hun werkzaamheden zo snel mogelijk te doen. “Ik kan wel even schetsen hoe het hier gisteren was,” zegt locatiehoofd Jessica Hoogenboom. “Het heeft de hele vorige nacht geregend. Dus staan hier om negen uur zo’n veertig rillende mensen voor de deur. Die laten we dan zo snel mogelijk binnen. Daarna mag er – dat
moet van de brandweer – alleen nog iemand in als er ook iemand uitgaat. Dus dan vormt zich buiten een groep van nog eens vijf tot tien man. En als laatste aangekomen staat daar altijd een oude man bij die op krukken loopt.”
Vol, vol, vol
En lopen is hier wel een sleutelwoord, want heel veel van deze mensen slapen niet of nauwelijks ‘s nachts. Ze lopen. Ze krijgen het anders te koud, vinden geen goede plek, ook omdat er al anderen liggen. Of omdat ze worden weggejaagd. “Wat wil die oude man achteraan in de rij? Nou: opdrogen, wat warmte, een warme hap, douchen, schone kleren. We hebben hier een prachtig ruilsysteem waarbij mensen hun kleren kunnen inleveren om ze te laten wassen en dan meteen schone krijgen om te dragen. Maar ik kan hem hooguit een kop koffie brengen en verder is het toch echt buiten wachten.” Jessica vindt het geweldig om hier mensen te kunnen helpen. En helpen is een voorzichtig begrip, voegt ze eraan toe. “We zijn vaak het allerlaatste houvast voor deze groep. Maar het is vol, vol, vol. Elke dag.”
Een kop koffie, een douche, schone kleren, dat zijn eigenlijk basisvoorwaarden. Dat moet je minimaal bieden, vindt Jessica. “Maar is het genoeg? Nee. De meeste mensen die hier komen zijn kapot van de stress. Het leven van een buitenslaper is eenzaam en angstig. Er is geen enkele ruimte voor die eerste kleine stap naar verbetering. En juist dat is zo belangrijk. Daar zit de hoop en de vooruitgang. En om dat te laten gebeuren moet je ook even tegenover elkaar kunnen zitten en rustig een gesprek voeren. De vragen stellen waar het om gaat: hoe gaat het nou met je? Wat zou je willen nu? Zullen we daar samen aan gaan werken? Gewoon menselijk contact dus. Dat is goud. Maar daar is nu helaas geen tijd voor.” De Regenboog groep maakt zich daarom sterk voor een uitbreiding van het aantal inloophuizen. “Zo hopen we deze mensen meer te kunnen bieden dan tijdelijk onderdak.”
TELT 13.070 DAK- EN THUISLOZEN, VAN WIE 1.718 KINDEREN
Uit de ETHOS-telling blijkt dat er veel meer dakloze vrouwen zijn dan eerder bekend was. De meeste vrouwen (1.442) slapen bij familie, vrienden of derden, gevolgd door de tijdelijke opvang (597 vrouwen) of in een garage, caravan of kraakpand (531 vrouwen). Van de mannen slaapt 17% buiten, tegenover 4% van de vrouwen.
Een nieuw inloophuis in Zuidoost
Op 12 mei 2025 opende De Regenboog Groep de deuren van een nieuw inloophuis aan de Flierbosdreef in Amsterdam Zuidoost. Inloophuis Flierbos biedt een toevlucht en hulp aan hen die dit het hardst nodig hebben en beperkt de overlast in de buurt. Wie wil, kan als meewerkend bezoeker de mouwen opstropen tegen een kleine vergoeding: in het inloophuis zelf of in de veegploeg die de omgeving van Flierbos schoonhoudt.
VAN 13.070 DAKEN THUISLOZEN IS ZO’N 30% VROUW
Vrouwelijke daklozen hebben soms ook kinderen. De gemeenteraad van Amsterdam is vooral geschrokken van het aantal dakloze gezinnen in de ETHOS-telling. En van het aantal jongeren en jongvolwassenen zonder woonplek.
Speciale opvangdagen voor vrouwen
Anika Apfel is locatiehoofd van AMOC Zuid. Zij vindt dat dakloze vrouwen extra aandacht moeten krijgen binnen de hulpverlening aan daklozen. “Als vrouw ben je extra kwetsbaar. Sommige vrouwen zitten in een uitbuitingsrelatie. In ruil voor een slaapplek worden er seksuele handelingen van ze verlangd. Bang voor seksuele intimidatie zoeken deze vrouwen vaak geen hulp bij de voorzieningen waar veel mannen rondlopen.” Om vrouwen te stimuleren hulp te zoeken, zijn er speciale inloophuisdagen voor vrouwen die dakloos zijn. Deze vinden elke donderdag plaats in inloophuis Makom.

Naast vrouwen vormen ook LHBTIQ’ers een kwetsbare groep in de daklozenwereld waarbij trauma een grote rol speelt. Heteromannen zijn op de speciale donderdagen in inloophuis Makom niet welkom. “Niet dat alle mannen in onze inloophuizen vrouwonvriendelijk zijn, of iets tegen LHBTIQ’ers zouden hebben,” haast Anika zich te zeggen. “Maar we zien wel incidenten –binnen en buiten de inloophuizen – die te maken hebben met partnergeweld, vrouwenhaat en seksisme. De Regenboog Groep wil ervoor zorgen dat vrouwen en LHBTIQ’ers in beeld blijven en optimaal geholpen worden. Bovendien willen we ervoor zorgen dat meer dakloze vrouwen naar de inloophuizen durven te gaan. Veel vrouwen voelen zich veiliger in een inloophuis waar ze onder vrouwen zijn, waar ze rust kunnen vinden zonder bang te hoeven zijn.”

Wat begon als een ontmoeting rond een tekentafel in inloophuis Blaka Watra groeide uit tot een bijzonder kunstcollectief. In 2025 vierde de Rainbow Soulclub haar twintigjarig bestaan. Kunstenaars, studenten en bezoekers maken er samen kunst.
Sinds de oprichting van de Rainbow Soulclub in 2005 brengen kunstenaars Saskia Janssen en George Korsmit kunstenaars, studenten en bezoekers van De Regenboog Groep samen. Het is een kunst- en solidariteitscollectief waaraan iedereen kan meedoen. Professionele kunstenaars, mensen die dakloos zijn, leven met armoede, een verslaving hebben, of simpelweg behoefte hebben aan creatieve uitwisseling. Vanuit de ontmoetingen op de club ontstaan tekeningen, schilderijen, teksten, performances en gezamenlijke projecten.
In twintig jaar tijd groeide de Rainbow Soulclub uit tot een grote, steeds veranderende gemeenschap van makers en denkers met verschillende sociale, economische en culturele achtergronden. Saskia: “Sommigen zijn al jaren betrokken, anderen schuiven tijdelijk aan. Juist die openheid maakt het project bijzonder: iedereen kan bijdragen.”
Het jubileum werd gevierd met de tentoonstelling Re-arrangement of Priorities in kunstinitiatief W139 in Amsterdam, de plek waar het collectief in 2007 voor het eerst exposeerde. De tentoonstelling bracht werken samen die in twintig jaar samenwerking zijn ontstaan en liet zien wat er groeit wanneer mensen elkaar blijven ontmoeten. Voor Saskia en George is het belangrijk dat het werk niet wordt gezien als liefdadigheid. “Met onze kunst willen we iets raken bij de mensen die ernaar kijken, geen medelijden opwekken. De nadruk ligt daarom op het maken en delen van kunst.”
Op 1 juli 2025 startte De Regenboog Groep het project Collectieve Wachtlijstbegeleiding. Het initiatief ontstond vanuit een groeiend probleem in de keten van Begeleid Thuis en Beschermd Verblijf (BTBV).
“Wie op een wachtlijst staat voor een woonvoorziening binnen de BTBV-keten, heeft recht op wachtlijstbegeleiding,” vertelt projectcoördinator Chris van Bokkem. “Maar doordat er zoveel mensen wachten, is er zelfs een wachtlijst ontstaan voor die begeleiding. Inmiddels staan er in Amsterdam meer dan duizend mensen op een wachtlijst voor opvang of beschermd wonen. Zonder begeleiding raken zij gemakkelijk verder in de problemen. Of ze verdwijnen zelfs uit beeld.”
Afglijden voorkomen
Veel van deze mensen komen al in de inloophuizen van De Regenboog Groep, vervolgt Chris.
“We bieden daar een luisterend oor en ondersteuning. Eigenlijk hadden we zo al een vorm van wachtlijstbegeleiding. Toen dachten we: laten we dat structureel organiseren.” Met de collectieve wachtlijstbegeleiding wil de Regenboog de BTBV-keten ontlasten en tegelijkertijd voorkomen dat mensen verder afglijden terwijl zij wachten op een plek. Daarom zijn twee inloophuizen op hun sluitingsdagen juist geopend voor mensen op de wachtlijst: Oud-West op dinsdag en Zeeburg op woensdag.
Samen stappen zetten
Chris vertelt hoe het werkt: “Medewerkers kijken

“We voorkomen dat mensen verder afglijden terwijl zij wachten op een plek”
Chris van Bokkem, Projectcoördinator
samen met bezoekers naar hun positie op de wachtlijst en bespreken welke stappen mensen al kunnen zetten. Door een situatie opnieuw tegen het licht te houden, zien we soms dat iemand op een andere plek beter past en zelfs sneller terechtkan. Een mooi voorbeeld is een meneer die zich eind oktober 2025 bij ons meldde. Zijn aanvraag voor een omslagwoning – een éénpersoonswoning met ondersteuning van een persoonlijk begeleider – bleek on hold te staan. Hij was zijn baan kwijtgeraakt en de bijstandsuitkering bleef uit. We schakelden met de betrokken partijen en regelden een uitzondering. Daardoor werd de bijstand versneld toegekend. En zo kreeg meneer in januari 2026 alsnog de sleutels van zijn omslagwoning.”

Inzet van ervaringsdeskundigheid
Het Herstel-Lab is een ontmoetingsplek waar mensen vanuit eigen ervaring werken aan mentale gezondheid. Niet de diagnose staat centraal, maar ervaringskennis.
In een veilige omgeving ontstaan gesprekken, activiteiten en verbinding, ondersteund door De Regenboog Groep. Bram Vreeswijk richtte zes jaar geleden het Herstel-lab op. “Het lab helpt mensen hun eigen ervaringen te onderzoeken zonder ze te medicaliseren.” Het initiatief leverde hem meteen een prijs op van het platform voor geestelijke gezondheid MIND en zorgverzekeraar VGZ. “Binnen de ggz ligt de focus op diagnose,” vertelt hij uit eigen ervaring. “Ook bij mij was het vertrekpunt dat er iets mis was met me. Herstel daarentegen brengt een andere boodschap: je bent in beweging, je zoekt en anderen lopen met je mee.”
Bram is cum laude afgestudeerd als cultureel antropoloog, maar kon moeilijk zijn weg vinden in het leven. Zijn angsten en zijn alcoholisme zaten hem in de weg. Soms ging het een tijdje goed, dan weer minder. In die periodes zocht hij hulp bij de ggz. “Dat had een matig resultaat,” zegt Bram. Pas toen hij zich aansloot bij de AA (Anonieme Alcoholisten) voelde hij zich geholpen. “Ik merkte dat het delen van ervaringsverhalen voor mijn herstel essentieel was.” Het verschil tussen werken vanuit ervaringsdeskundigheid en werken als reguliere professional zit voor Bram niet in intenties – die zijn meestal goed – maar in positie en vertrekpunt. “Binnen de reguliere professionele hulpverlening is de relatie asymmetrisch. De cliënt vertelt, de professional analyseert. Dat is niet gelijkwaardig. De cliënt reflecteert op zijn gedachten en gedrag, maar de professional legt niet uit hoe hij tot zijn overtuigingen, modellen en diagnoses is gekomen.”
Van de vraag hoe ervaringen bepalen wie je bent, schiet Bram in de lach: “Geen mens is los te zien
van zijn ervaringen. Je bént wat je hebt meegemaakt. Het probleem ontstaat pas wanneer ervaringen worden vastgezet in labels, diagnoses en identiteiten die geen ruimte laten voor beweging. In herstel gaat het er niet om bepaalde ervaringen te wissen, maar om ze te integreren. Ervaringsdeskundigheid is daarmee geen eindpunt, het is een voortdurende beweging.” Tegelijk waarschuwt Bram voor een bekende valkuil. “In herstel kan er een fase zijn waarin iemand alles op tafel wil leggen, elk detail, elk trauma. Dat kan helend zijn, maar het kan ook het groepsproces verstoren. Ervaringsdeskundigheid vraagt om dosering, timing en verantwoordelijkheid nemen voor het geheel. Het gaat niet om alleen jezelf uiten, maar om bijdragen aan een gezamenlijke ruimte waarin iedereen kan bewegen.”
“In herstel gaat het om gelijkwaardigheid tussen cliënt en professional.”
Bram
Vreeswijk, oprichter Herstel-Lab

Mensen met een psychiatrische kwetsbaarheid vinden het vaak moeilijk om aansluiting te vinden in de samenleving. Ze krijgen te maken met vooroordelen, stigma en onbegrip. En ze vereenzamen soms. Ook verliezen mensen door zelfstigma het geloof in eigen kunnen. Vaak willen zij wel weer actief worden en contacten leggen. Met leer-, werk- en ontmoetingsplekken wil De Regenboog Groep de drempel verlagen om weer gewoon mee te doen.
Psychiatrie Café
Maandelijks is er op vijf verschillende plaatsen in Amsterdam een Psychiatrie Café. Het Psychiatrie Café is een gezellige bijeenkomst waar we het hebben over psychiatrie vanuit onze eigen ervaringen. We beginnen het Psychiatrie Café altijd met een gezamenlijke maaltijd. Na het eten bespreken we iets dat met psychiatrie te maken heeft. Elke bijeenkomst heeft een ander thema. Bij dat thema nodigen we een spreker uit. We vragen zo veel mogelijk naar sprekers die (ook) uit eigen ervaring kunnen vertellen. Er komen vaste bezoekers en er zijn ook steeds nieuwe bezoekers.
Hoe is het om te leven met psychische problemen? Hoe voelt het als je bij je hulpverlener bent? Psychische gezondheid is voor veel mensen een zwaar onderwerp. Dat is het voor ons lang niet altijd. We praten er juist over, omdat het belangrijk voor ons is. En dat doen we bij een kop koffie of een drankje. Het is soms fijn om samen te zijn met mensen waarmee je een belangrijke ervaring deelt.
Lotgenotengroepen
SCIP staat voor ‘cliëntgestuurde initiatieven en projecten’. Maar zodra je bij SCIP over de drempel komt, zie je nergens het woord ‘cliënt’ meer. Initiatieven zijn er des te meer. De lotgenotengroepen van SCIP zetten bijvoorbeeld hun deuren open voor wie met zichzelf én samen met anderen aan de slag wil. Lotgenotengroepen zijn geen alternatief voor hulpverlening, maar zijn een waardevolle toevoeging. Voorbeelden van lotgenotengroepen zijn groepen voor mensen die kampen met angsten, autistische gedragskenmerken, psychosegevoeligheid, depressie en meer. Er is ook een Engelstalige groep en er zijn groepen die kiezen voor creatieve vormen zoals tekenen en bewegen. Een compleet overzicht vind je op de website.

SCIP is sinds 2025 actief op twee nieuwe locaties, waar allerlei activiteiten zijn die met herstel te maken hebben.
Deze buurtkamer is er voor iedereen die zich hier thuis voelt. Je kunt er met iemand kletsen of er even rustig zitten. Je kan hier deelnemen aan activiteiten, een broodje of een warme maaltijd eten. De buurtkamer bestaat dankzij de bezoekers zelf. Bezoekers die de buurtkamer leuk en belangrijk vinden dragen als vrijwilliger hun steentje bij. Zij doen bar en keuken, houden de buurtkamer schoon en gezellig of organiseren een activiteiten als yoga of muziek. De vrijwilligers bemensen een fietsenwerkplaats, creatief atelier, computerclub en een tweedehands kledingwinkel.
In Moddermolen zit een webbureau en een inloophuiskamer. Binnenkort start er een Trauma Kunst Centrum. Het Trauma Kunst Centrum biedt een podium aan mensen die traumatische ervaringen hebben meegemaakt. Denk aan verwaarlozing, mishandeling, huiselijk geweld, pesten of seksueel geweld. Het creëren van kunst is een manier om te uiten wat er speelt in je lichaam en geest en in je leven. Je kunt gevoelens omzetten door ze vorm te geven in kunstwerken, zoals een gedicht, beeld, songtekst of een schilderij. Kunst als middel voor herstel!
Kijk op onze kalender voor alle activiteiten in de buurtkamers
De maaltijden die uitgedeeld worden in de inloophuizen, het kunnen douchen in de inloophuizen en de schone kleding; het is allemaal mogelijk dankzij onze trouwe donateurs.
In 2025 hebben jullie dit mogelijk gemaakt voor de bezoekers van onze inloophuizen:

40.253 keer konden mensen douchen in onze inloophuizen. Een warme douche, zeker wanneer het koud is buiten, is broodnodig om even te kunnen ontspannen en weer lekker schoon te worden.

In december 2025 verzochten we om donaties voor ondergoed en sokken voor onze dakloze bezoekers. De campagne was een groot succes! Onze bezoekers kunnen de komende tijd in ieder geval na een warme douche een nieuwe onderbroek en warme sokken aantrekken.

188.972 maaltijden zijn uitgedeeld. Door deze warme maaltijden kunnen onze bezoekers aansterken, opwarmen en even tot rust komen. Een basisbehoefte!


39.896 keer werd er na de douche ook schone kleding uitgedeeld.

Ontelbaar veel kopjes koffie zijn er gedronken.


Per dag komen er in onze inloophuizen 596 mensen voor eten, douchen, kleding, een praatje. En om zich weer even mens te kunnen voelen.
We zijn álle mensen ontzettend dankbaar voor deze steun en het mogelijk maken van de basisvoorzieningen in de inloophuizen. De vraag neemt dagelijks toe, donateurs zijn daarom onmisbaar.

