Nr. 4-2020
DICHTBIJ
MEELEVEN IS EEN MAGAZINE VAN DE REGENBOOG GROEP EN VERSCHIJNT VIER KEER PER JAAR
RONDJE REGENBOOG OP PAD MET DE MAALTIJDSERVICE
ROBERT’S LAATSTE KEUZE: STOPPEN OF VERZUIPEN
DE VERMIJDING VOORBIJ DICHTBIJ ZORGMIJDERS
RAINBOW SOULCLUB NOMADISCHE KUNST IN CORONATIJD
HOOFDREDACTIONEEL COMMENTAAR
DICHTBIJ Verandering went snel. Nee, dat zeg ik verkeerd. Wat wordt, wat ooit normaal was, toch snel vreemd. Als je er even bij stilstaat. Het valt vooral op als je tv kijkt. Mensen die elkaar een hand geven bij een eerste ontmoeting. Helden die elkaar een dikke hug geven aan het einde van een heroïsche ontknoping. Of zelfs een high five! Het voelt bijna als fragmenten waar je de Twin Towers nog in ziet staan: het is gedateerd, het is nu anders. Wat waren we eigenlijk zalig, nog onwetend. Ik blader door mijn Stravaprofiel (een sociaal medium voor sportenden) en kom een foto tegen van januari 2020. Het is een selfie met een nieuwgemaakte ‘vriendin voor heel even’. We ontmoetten elkaar op de Jaap Eden schaatsbaan. Zij, ruim over de tachtig, dapper krabbelend, misschien wat stram, maar onverschrokken en doelbewust. En ik, die mijzelf de avond ervoor via YouTube schaatsen op noren had geleerd. We gingen ongeveer even hard, maar ik viel veel vaker. Het was een prachtige dag en de ontmoeting vroeg om een foto. Met haar stralende kunstgebit, blinkend in de laagstaande winterzon zit deze vriendelijke vreemdeling dicht naast me. Dichter dan ik, gister nog, bij mijn moeder durfde komen. Na mijn bezoek zei ik: “Tot de volgende keer, pas goed op jezelf” en ik probeerde haar dan maar een soort van telepathisch een enorme knuffel te geven. Een echte is door haar kwetsbare gezondheid uitgesloten. Je moet toch wat.
Colofon Meeleven wordt vier keer per jaar uitgegeven door De Regenboog Groep ISBN 13840607 De Regenboog Groep Droogbak 1-d, 1013 GE Amsterdam 020-531 76 00 www.deregenboog.org info@deregenboog.org Contactpersoon donateurs Fré Meijer 020-531 76 00 Covermodel Alexis Showt een outfit tbv de nieuwjaarskaart 2
Fotografie Merlijn Michon, Rainbow Soulclub, Nicolline van der Spek, Emma Ricketts, Sander van Breemen Redactionele bijdragen Nicolline van der Spek, Emma Ricketts, Fré Meijer, Jola Gosen, Joost Slis, Sander van Breemen, Sander Egas, Fré Meijer Correcties Vanessa Smit, Veu Studio Design Left Graphic Design Hoofdredactie Sander Kersten
Maar het moment was heel intens. Misschien wel intenser dan normaal, juist door het uitblijven van de fysieke nabijheid en de wetenschap dat je het allebei moet missen. Het kan dus wel. Maar het is wel anders. En nog steeds wennen. Tijd om te wennen aan dit andere normaal hebben mijn collega’s bij De Regenboog Groep zichzelf dit jaar niet gegund. Paraat moeten we staan, voor iedereen die ons nodig heeft. Van ad hoc opgerichte nachtopvangen voor de talloze buitenslapers, tot alternatieve dagbestedingen voor hen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Maaltijddiensten voor kwetsbaren en een enorme groep vrijwilligers die, op afstand, eenzame Amsterdammers bijstaan. Er is zo veel gedaan en met zo’n enorme snelheid, flexibiliteit en aanpassingsvermogen dat de woorden, ‘oud’, ‘nieuw’ of ‘ander normaal’ niet eens van toepassing zijn. Het is wat het is en het moet zo snel mogelijk gebeuren. Ik hoop dat we in deze twintig pagina’s een beetje hebben kunnen samenvatten hoe De Regenboog ook op afstand zo dichtbij mogelijk is gebleven bij de mensen die het nodig hebben. Blijf gezond, blijf dichtbij. Ook in 2021! Sander Kersten
Druk Drukkerij Schuttersmagazijn Disclaimer De in dit magazine gepresenteerde informatie is in samenspraak met en met toestemming van de geraadpleegde bron tot stand gekomen. Samensteller De Regenboog Groep accepteert dan ook geen enkele aansprakelijkheid voor onjuistheden anders dan spel- of interpunctiefouten. Acceptgiro We sturen altijd een acceptgiro mee met Meeleven, zodat ook de lezers die geen donateur zijn aan onze projecten kunnen doneren.
Direct doneren? Dat kan ook NL79 TRIO 0379 3155 64 De Regenboog Groep Amsterdam @Regenboog020 regenboog020 Nieuwsbrief ontvangen? Meld je aan via www.deregenboog. org/nieuwsbrief Meeleven niet meer ontvangen? Stuur een mail naar Fré Meijer: fmeijer@deregenboog.org of bel 020 531 76 00
HANS IN GESPREK MET …
DAPHNE Daphne van Zetten is locatiehoofd bij inloophuis Blaka Watra. Zij kreeg het idee om inloophuizen van De Regenboog Groep ’s nachts open te stellen voor economisch daklozen. Een initiatief dat zo goed werkt, dat het is uitgebreid naar nog vier van onze inloophuizen. Hans Wijnands is directeur van De Regenboog Groep. H: “Het idee van nachtopvang in zelfbeheer is vorig jaar zomer bij jou ontstaan. Waar kwam dit idee vandaan?” D: “Ik vond het wrang dat ik aan het einde van de werkdag tegen mijn collega zei: ‘Fijne avond, wel thuis’. Want ik wist dat hij geen thuis had. Hij moest weer onder een brug slapen, terwijl hij net als ik bij Blaka Watra werkte. Ik dacht: waarom kan hij niet hier blijven? De inloop staat toch leeg ‘s nachts. Alles is er, een wasmachine, een douche. Je kunt hier koken. Nou, ik mocht het idee uitwerken van jullie en zo is het geboren: een slaapplek voor maximaal zes mensen. Mensen die wel een baan hebben maar geen slaapplek.” H: “Maar hoe weet je nou met wie het goed zal gaan en met wie niet?” D: “Een beetje fingerspitzengefühl, denk ik. En
de huismeesters kennen we natuurlijk. Die zijn eindverantwoordelijk.” H: “Hoe selecteer je de mensen?” D: “De kandidaten worden aangedragen door onze collega’s van Maatschappelijk Werk. Het belangrijkste is dat ze een baan hebben. De nachtopvang is immers bedoeld als overbrugging voor economisch daklozen. Wat we zien is dat mensen hier de rust vinden om aan hun toekomst te werken. Eén jongen heeft bijvoorbeeld een opleiding tot heftruckchauffeur afgerond. Mensen kunnen ook hier sparen, want het kost ze niets. Sparen is handig voor de borg die ze straks moeten betalen wanneer ze een kamer vinden.” H: “Hoeveel mensen die gebruik hebben gemaakt van deze nachtopvang zijn er al doorgestroomd?” D: “Bij Blaka Watra zo’n vier van de tien.” H: “Dat is dus bijna de helft.” D: “Was jij eigenlijk sceptisch in het begin, Hans?” H: “Het was makkelijker om ‘nee’ te zeggen, maar ik dacht: laat ik niet alleen in risico’s denken.” D: “Snap ik hoor. In het begin ging ik ‘s nachts nog wel eens langs om te kijken of alles wel goed ging. Maar het gaat goed. De sfeer onderling is uitstekend. Die jongens hier zijn net een gezinnetje samen. En qua veiligheid hebben we ervoor gezorgd dat de huismeesters een BHV-opleiding hebben kunnen volgen. En we hebben de wijkagent ingelicht, zodat ook hij weet waarom er ‘s nachts licht brandt.” Tekst Nicolline van der Spek | Fotografie Merlijn Michon 3
Rainbow Soulclub
NOMADISCHE KUNST DOOR CORONA De Rainbow Soulclub is een kunstenaarscollectief van dak- en thuislozen en bestaat al vijftien jaar. Hoe doorstaat het collectief de coronatijd, waarin ze de vaste ontmoetingsplek moest opgeven en de leden door de hele stad verspreid zijn geraakt?
4
S
askia Janssen en George Korsmit zijn beeldend kunstenaars en docenten op een kunstacademie. Ze runnen al 15 jaar het creatieve collectief Rainbow Soulclub. Dat doen ze samen met bezoekers van Blaka Watra. Saskia: “In de eerste plaats zijn we een club. Een bijzondere club, waarin vriendschappen ontwikkeld zijn. Waarin we dingen maken die we anders niet zouden maken. Zowel wij niet, als de andere clubleden niet. Vriendschapsclub, kunstenaarscollectief, solidariteitsclub, zo is het gegroeid. De kunst staat niet altijd op nummer één, solidariteit is ook erg belangrijk.”
Een nomadisch bestaan Met de komst van corona is de capaciteit van inloophuis Blaka Watra meer dan gehalveerd. Er mogen nog maar twintig mensen tegelijk binnen zijn in plaats van vijftig. Sommige clubleden zijn thuisloos, maar niet dakloos: zij zijn daardoor even niet welkom in de inloophuizen. Andere deelnemers krijgen dagopvang op een nieuwe locatie. Dat maakt de Rainbow Soulclub een club in diaspora. George: “De groep is verdeeld geraakt. We bestaan uit dak- en thuislozen; dat zijn al twee subgroepen. Daarnaast zijn er ongedocumenteerden en is een deel van ons harddruggebruiker. Die groepen zijn nu gescheiden. En dat is wel een beetje triest.” Saskia is vooral hoopvol. Ze gaat er vanuit dat de scheiding tijdelijk is. Ze vergelijkt het met een oude vriendschap; daarin pak je de draad eenvoudig weer op waar je ophield, hoe lang er ook tussen zit.
Op de lange baan De club krijgt veel aanvragen van buiten. Helaas zijn sommige van die projecten op de lange baan geschoven. Saskia: “Eigenlijk zouden we nu met elf mensen van de Soulclub voor de Bokemei Stichting in Ghana een summer school organiseren. Schilderen theaterworkshops geven aan de kinderen van de school.” Dat gaat nu niet door. Lia Gieling van galerie Cargo in Context is dol op de jongens van de Rainbow Soulclub. In maart hadden ze er een tweede tentoonstelling, mooier nog dan de eerste. Die expositie werd een paar dagen na de opening op 6 maart gesloten. Saskia: “We hadden er twee weken intensief aan gewerkt. We hebben heel grote vliegers gemaakt en er teksten op geschilderd.
Het was een eerbetoon aan de overledenen van de groep. We zouden ze nog oplaten als eerbetoon.” Dat oplaten moet nog gebeuren.
Op afstand op straat contact houden In coronatijden kan de club niet doen wat ze van plan was. Saskia en George hebben daarom geïnventariseerd wat de behoeften van de leden waren. De deelnemers wilden graag contact. Dat leidde tot nieuwe vormen van samenzijn. Zo kreeg groepslid Sena een kamer in een opvang aan de Transformatorweg. Samen met hem initieerde de groep daar een wekelijkse tekentafel voor nieuwe clubleden. Saskia en George zijn in coronatijd gaan rondfietsen langs alle plekken waar ze deelnemers verwachtten die niet meer bij de inloop naar binnen konden; buiten in parken en op bankjes. Saskia: “We hadden materialen bij ons: papier en stiften en hielden soms ook ontvangst thuis in onze portiek of met tuinstoelen voor de deur.” Op afstand op straat hebben ze zo met alle leden contact gehouden. 5
Is de club eigenlijk zelf kunst? Wat kunstenaars maken is kunst. De vraag dringt zich op of de Rainbow Soulclub van zichzelf een kunstwerk is. Saskia ziet dat liever niet zo. “Daar denken we niet zo over na. We doen het omdat we het graag doen.” Kunst wordt vaak gezien als iets waar je pas ruimte voor maakt als al het andere op orde is. Dat geldt niet voor de Soulclub en George vindt kunst dan ook beslist geen luxe. “In kunsttermen is het dat er meer is dan plat overleven. Dat iedereen ideeën heeft over hoe je in het leven staat en dat wil je uiten. Het gaat om een andere manier van menszijn”. Daar komt bij dat je even niet met je directe zorgen bezig bent, wat verlichting geeft. Corona of niet, de Rainbow Soulclub vervult een wezenlijke rol in het leven van haar deelnemers en gaat daarom juist met meer energie door. De nieuwjaarsgroet voor contacten van De Regenboog Groep wordt dan ook dit jaar gemaakt door de verspreide leden van De Rainbow Soulclub, Wij kijken, hopelijk net als jij, uit naar het resultaat.
Kluskunst “We kwamen erachter dat een van onze leden een paar jaar geleden een huis heeft gekregen, maar dat nooit echt had ingericht. Hij bivakkeerde er. In juli hebben we er samen een gezellige woning van geklust”, vertelt Saskia glimlachend. Twee vriendinnen van Saskia en George zijn decorbouwers met een grote opslag. Dankzij hen hangen er nu in het huis gordijnen uit televisieseries, zoals Hollands Hoop. De bewoner zelf was tijdens het klussen ziek en kon geen zwaar werk doen. Saskia: “Hij heeft ons getekend toen wij aan het werk waren. Zo zag ik mezelf terug met een schort aan, terwijl ik zijn keuken schoonmaakte.” Opknappen is geen kunst, maar wel solidair. Dat de leden dat voor elkaar opbrengen heeft alles te maken met het feit dat de deelnemers elkaar zo goed en zo lang kennen. 6
Meer van de Rainbow Soulclub zien? Kijk op rainbowsoulclub.com of @rainbowsoulclub op Instagram.
Tekst: Joost Slis | Foto’s: Rainbow Soulclub
DE VERMIJDING VOORBIJ Je redt jezelf! Dat is de mores die geldt bij het overleven op straat. Maar die houding helpt niet als je hulp nodig hebt. Het project Zonder Zorg is opgericht om zorgmijdende buitenslapers te benaderen en naar zorg toe te leiden. Het begon als een pilot in ons inloophuis Makom. Inmiddels is het uitgebreid tot een volwassen en zeer succesvol project.
J
ildau Bakker werkt bij dit project van De Regenboog Groep. Ze kent Richard Willems (51) door en door. Tot voor kort was hij een buitenslaper én een zorgmijder. Sinds drie maanden heeft hij zijn eigen woning. Terwijl de zon naar binnen schijnt, laat Richard zijn huis zien. Alles doet het: tv, ijskast, wasmachine. Er staat zelfs een kapstok, waar inmiddels twee jassen aan hangen. Zijn eigen jas ligt op de grond, naast een pot augurken. Hij heeft 24 jaar op straat gewoond. Even wennen. Oud-West, een van de acht inloophuizen van De Regenboog Groep, was jarenlang zijn ‘thuis’. Hij kwam er voor koffie en kende er iedereen, inclusief de vrouw die nu naast hem op de bank zit, maatschappelijk werker Jildau Bakker. 7
Ze werkt bij Zonder Zorg, niet op een kantoortje waar je eerst een afspraak moet maken, maar gewoon vanuit het inloophuis. Ze zagen elkaar elke dag. Er werd gezwaaid, gekletst en soms ook gelachen. Zo is het begonnen. Met een praatje.
Kleine stapjes Elk jaar maken rond de vijfduizend mensen gebruik van de in totaal acht inloophuizen van De Regenboog Groep. Vooral mensen met verslavingsproblemen en dak- en thuislozen. Een deel van de bezoekers heeft dringend zorg nodig, maar lukt het niet in contact te komen met de hulpverlening. Voor die groep is Zonder Zorg in het leven geroepen, een samengesteld team van medewerkers van De Regenboog Groep en het ACT-team van GGZinGeest, bedoeld voor mensen zoals Richard. “Je hebt te maken met mensen die soms geen vertrouwen meer hebben in de zorg”, zegt Janneke Roozen. Ze is gedragstherapeutisch medewerker bij GGZinGeest en projectleider van Zonder Zorg. Dit project startte in 2017 vanuit inloophuis Makom en is daarna uitgerold naar ons andere inloophuis OudWest.. “Dat vertrouwen is op de een of andere manier geschonden. Wij proberen vanuit het inloophuis het vertrouwen terug te winnen. Dit doen we zonder ons op te dringen. Er zijn is voldoende. Het begint met oogcontact en een praatje, daarna gaan we een keer met iemand mee naar een afspraak. Onderweg naar bijvoorbeeld de tandarts praat je met elkaar. Zo bouw je het contact op en kun je stappen maken. Kleine stapjes met altijd die grote stap in je achterhoofd. Je kunt niet meteen hoog inzetten. Veranderen is eng. “Stel, je krijgt net als Richard na 25 jaar slapen op straat ineens een bed. Dan kun je denken: wat verwachten ze allemaal nog meer van me?”
Buurvrouw “In het begin was het inderdaad wennen”, geeft Richard toe. De eerste weken zocht ik nog wel eens een portiek op om in te slapen. Maar inmiddels voel ik me helemaal thuis in mijn eigen huis.” Hij laat een schilderij zien. Zelf gemaakt. De bedoeling is dat hij iets van werk gaat zoeken. Hij denkt aan dagbesteding, de fietsenmakerij bij inloophuis OudWest. Maar eerst een shaggie. Naast de asbak ligt een kaart op tafel. “Mag ik erover vertellen, Ries?” 8
Jildau is trots. Misschien nog wel trotser dan Richard zelf. Ze vertelt het verhaal van de buurvrouw. Richard had bij alle buren een briefje in de brievenbus gedaan om zich te verontschuldigen voor de geluidsoverlast die hij op een avond had veroorzaakt. Er waren wat jongens van de straat langsgekomen, maar dat wil hij niet meer. Geen gedonder. De buurvrouw schreef Richard een kaartje terug om hem veel geluk te wensen met zijn eigen woning. Als hij ‘last’ van haar had, moest hij ook gewoon aankloppen. Jildau glundert. “Dat is toch prachtig. Heb je een eigen huis, krijg je er gelijk een schat van een buurvrouw bij.”
Al 131 zorgmijders naar zorg geleid Met de gemeente is afgesproken dat Zonder Zorg dit jaar tenminste honderd zorgmijders toeleidt naar zorg. Driekwart jaar later is dit al bij 131 cliënten gelukt. Om mensen in zorg te krijgen, werkt het team nauw samen met verschillende zorgaanbieders in de stad, zoals Veldwerk, GGD en Leger des Heils. Die samenwerking werkt inmiddels twee kanten op. Maaike van den Bos is trajecthouder Centrale Toegang Maatschappelijk Opvang. “We krijgen wel eens een cliënt aangemeld die we met geen mogelijkheid in zorg krijgen, maar van wie je bijna
Een wasje? Heeft ‘ie die al gedraaid? Ook niet. Wel kookt hij voor zichzelf. “Laatst heb ik boerenkool gemaakt met shoarma en aardappelen.” “Zullen we straks anders nog even boodschappen doen samen?” vraagt Jildau. Richard vindt het een goed idee. “Halen we gelijk waspoeder.” Richard staat op om zijn jas aan te trekken. “Zonder die meid was ik nergens.” Vroeger verspeelde je ook wel eens kansen, door je niet aan afspraken te houden. Dat is nu ook al flink verbeterd. Kan zijn, denkt Richard maar bij Zonder Zorg doen ze dingen die hij niet kan, zij kennen de weg. Zo is hij ook in aanmerking gekomen voor het heroïneproject. Dat was zonder Jildau nooit gelukt. Zijn leven zit in een stroomversnelling, lijkt wel. Maar Jildau doet niet alles. Morgen bijvoorbeeld moet hij naar het ziekenhuis. Een maand geleden zou ze nog zijn meegegaan, maar dat hoeft nu niet meer. Hij kent er nu zelf de weg. zeker weet dat hij niet meedoet in de samenleving. Een verward persoon, maar slim genoeg om wenselijke antwoorden te geven tijdens de intake. Voor dat stuk hebben we Zonder Zorg echt nodig. Dan bellen we met Janneke en vragen we of hij een bekende is van de inloophuizen. Zo ja, dan vragen we of zij eens een praatje met hem wil maken. Dan lukt het vaak wel, merken we, om iemand naar zorg toe te leiden. Dat ze de cliënten kennen, maakt Zonder Zorg zo waardevol. Daarnaast hebben ze ook nog eens de expertise in huis. Vanwege hun GGZ-achtergrond kijken ze met een andere bril naar de mensen, waardoor ze het gedrag van de cliënt beter kunnen plaatsen. We hebben Janneke wel eens moeten bellen over een cliënt die psychotische neigingen had in de nachtopvang. Stond ze meteen op de stoep. Niet als behandelaar die wilde weten wat er allemaal bij die jongen tussen zijn oren speelde, maar om praktische hulp te bieden. Die jongen voelde zich enorm gesteund, maar wij ook.”
Doorstromen Het vergt een lange adem om de Richards van deze wereld naar zorg toe te leiden. Dat is een ding dat zeker is. Maar het werkt wel. Een groot aantal bezoekers van de inloophuizen van De Regenboog Groep stroomt daadwerkelijk door. Het project stoppen zou zonde zijn, meent Kathleen Denkers. Ze is locatiehoofd van inloophuis Makom en denkt eerder aan uitrollen naar andere inloophuizen. “Onze bezoekers komen echt verder, zelfs bezoekers waarvan ik dacht: dat gaat hem niet worden. Het geheim? Bij veel hulpverleningsinstanties wordt er puur zakelijk naar een klant gekeken. Bij Zonder Zorg zie ik liefde en geduld. Ze maken desnoods een omweggetje om toch te komen waar ze wezen moeten. De Regenboog Groep is dienstverlener, geen hulpverlener. Door de samenwerking met GGZinGeest krijgen we onze mensen toch in zorg, zelfs de notoire zorgmijder.”
Waspoeder Jildau wil weten of Richard eigenlijk eten in huis heeft voor vanavond. Nog niet.
Tekst: Nicolline van der Spek | Fotografie: Merlijn Michon 9
K J I L E K A M S N E E ! G O O B N E G E R E RONDJ Smakelijk gered eten! Alles is anders sinds de start van de Covid-epidemie. En of het nu tijdelijk anders is, of blijkt dat dit ons nieuwe normaal wordt, daar kunnen we niet op wachten. In Meeleven 2 van dit jaar meldden we dat we met de hulp van vele donaties (met name die van Guerilla Kitchen, zie kader) een strakke maaltijdservice hebben gerealiseerd. Per week worden meer dan vijfhonderd maaltijden bezorgd bij onze inloophuizen, gasten van respijtzorg en mensen die om uiteenlopende redenen niet voor zichzelf kunnen koken.
W
e rijden een dagje mee met Martijn en Sanne in ons elektrische busje. Normaal gesproken werken beide heren voor de Homeservice, waar ze klussen doen voor minder welvarende Amsterdammers, maar het werk lag even stil. Sanne vertelt: “Ik heb in het begin een tijdje thuisgezeten en deze werkzaamheden zijn 10
PER WEEK: 400 maaltijden voor de inloophuizen 75 maaltijden voor afhaal cliënten/deelnemers 40 maaltijden voor de respijtzorggasten van Villa Buitenlust De afnemers van deze maaltijden zijn deelnemers en cliënten van De Regenboog, die tijdens de lockdown om welke reden dan ook zelf niet meer boodschappen konden doen of koken. Hiernaast zorgt het afhalen van de maaltijd voor een dagelijkse frisse neus en praatje. Niet alleen praktisch en gezond, maar dus zeker ook een sociale maaltijd!
een geschenk uit de hemel. Ik kan weer wat doen. En daarbij een geluk bij een ongeluk, want ik leer nu alle inloophuizen en de rest van de Regenboog organisatie kennen. Ook Martijn is blij dat hij aan de slag kan: “Ik was blij dat ik gevraagd werd voor het rondrijden van de maaltijden. Het is nuttig werk en geeft me voldoening.
09:30 Villa Buitenlust, Spaarndammerdijk Ze halen de bus op bij Villa Buitenlust. Eerst wordt het afgelopen weekend uitvoerig besproken (gemarineerde kippen en hardlopen), daarna staat de te rijden route op het programma.
allemaal mee? Yep, Kasper kan daar wel wat mee! In het busje wordt er druk gespeculeerd wat het gaat worden; vissoep of toch pasta met zalm?
Inladen!
10:00 Food Centre, Jan Van Galenstraat Voor het Food Center ontmoeten we Koen Polder, een van de initiatiefnemers. Vandaag mogen we bij Crisp. nl, een online supermarkt, de overschotten ophalen.
10:15 Crisp, Jan Van Galenstraat Koen en Sanne zijn kind aan huis en mogen doorlopen naar achter om de karren te halen. Er staan twee goed gevulde karren klaar vol met vlees, vis, pasta, pastasaus, sapjes, salades en pizza’s en nog meer luxe boodschappen.
Guerrilla Kitchen
Geroutineerd gaan ze aan de slag om een verdeling te maken en in te schatten wat er gebruikt kan worden. Tussendoor wordt de door covid gevelde chef Kasper nog even gebeld: kunnen de kilo’s zalm en kabeljauw
Dit initiatief haalt sinds 2014 voedseloverschotten op bij restaurants, groothandels en winkels, die zij anders zouden weggooien. Dit verzamelde voedsel delen zij uit of ze koken er gezonde veganistische maaltijden van, die tegen een kleine vergoeding te verkrijgen zijn.Bij het begin van de epidemie benaderden ze Koen Polder van onze Fietsenmakerij, waar de bakfietsen van Guerrilla Kitchen in onderhoud zijn: nu de horeca moest sluiten was er plots wel heel veel goed voedsel over! 11
12:30 Inloophuis Princehof, Oudezijds Voorburgwal Het is hier spitsuur! Chef Ahmad neemt het krat ingrediënten in ontvangst en gaat snel door met het bakken van de vijftig eieren voor de lunch van vandaag.
13:00 Villa Buitenlust Spaarndammerdijk 11:30 De Derde Schinkel, Derde Schinkelstraat Martijn levert al het voedsel waarmee gekookt gaat worden af bij het keukenteam van de Derde Schinkel. Op het menu staat een door Gilbert, deelnemer van de keukenploeg, gemaakte roti.
Terug bij het beginpunt, deze keer met acht verse maaltijden voor de gasten in respijtzorg. Beheerder Kim Van Leuken neemt ze bij de deur in ontvangst. Ze vertelt: “De service brengt en een gezonde maaltijd, die extra belangrijk is tijdens de stressvolle periode waarin gasten verkeren en biedt een verbindende factorfactor. Er kan op een veilige afstand samen gegeten worden in de woonkamer. De maaltijden zijn letterlijk en figuurlijk een warm welkom voor de respijters.” Tekst en fotografie: Emma Ricketts
Nico is vier dagdelen per week aanwezig op de Derde Schinkel. Hij is enorm blij dat de dagbesteding weer vorm heeft gekregen! Morgen zitten zijn gesneden boontjes in de tachtig roti maaltijden die door de stad bezorgd gaan worden.
Ingrediënten afgeleverd, maaltijden inladen en op weg! 12:00 Inloophuis Oud-West, Bilderdijkstraat Martijn rijdt soepel door de drukke stad naar inloophuis Oud-West. Hier hoeven ze alleen maar iets op te pikken. Niet alle inloophuizen maken op alle dagen gebruik van de service. Martijn wacht op corona-proof afstand bij de deur op de lege warmhoudbak die zaterdags vol eten naar het inloophuis was gebracht. 12
Hulde aan de donateurs van onze elektrobus! IMC Trading, Haella Stichting, Amsterdamsch Fonds voor Groei en Bloei, Stichting Vereniging tot Ondersteuning van Minvermogenden, Pasman Stichting, Sea Palace, Primark Amsterdam, De School.
Mijn naam is Robert, ik ben 50 jaar en ik ben alcoholist. Jarenlang ben ik in de greep geweest van een ziekte die me vertelde dat de enige oplossing voor mijn problemen is om nog meer te drinken. Tot ik, nu bijna anderhalf jaar geleden, resoluut stopte.
MEER DAN EEN JAAR NUCHTER: EEN BEGINNETJE 13
E
en jaar of vijf geleden raakte ik langzaam in een neerwaartse spiraal. Na een burn-out ben ik gedeeltelijk afgekeurd voor werk, en het re-integratietraject dat na mijn keuring volgde, werd een mislukking. Ik deed wat vrijwilligerswerk dat aansloot bij mijn werkervaring en waar ik iets van mezelf in kwijt kon. Toen dat wegviel, raakte ik zwaar in de put. Ik kwam in de greep van neerslachtigheid en negatieve gedachten over mezelf: dat ik toch niks kon, dat ik alleen maar iedereen tot last was, dat alles toch wel zou blijven mislukken en dat er voor mij geen toekomst meer was.
Binge drinking en vreetbuien Ik kreeg hierdoor afschuwelijke angst- en paniekaanvallen en begon deze ´weg´ te drinken. Maar de angst en somberheid werden alleen maar erger, waarna ik dan weer opnieuw ging drinken. Langzaam overwoekerde de drank mijn leven. Het laatste jaar was een ware hel: ik hoorde stemmen die er niet waren, was bang dat er demonen waren die het op me gemunt hadden, dat er ratten en slangen in mijn huis waren die me naar de keel zouden vliegen. Ik durfde nauwelijks de deur uit, omdat ik bang was dat mensen me zouden aanvallen met een mes, of me zouden gaan uitschelden. Ook had ik thuis ongecontroleerde woedeaanvallen. ‘Drankbinges´ werden afgewisseld met vreetbuien, waardoor ik zwaar overgewicht kreeg. Ik was bij uitstek wat je noemt een ´stiekeme drinker´, iemand die de gordijnen dichttrekt en zichzelf onzichtbaar probeert te maken.
Stoppen of verzuipen De ommekeer kwam toen ik op een morgen, zoals meestal met een zware kater en vol zelfwalging, wakker werd en in een beeld mezelf dood op bed zag liggen, omringd door lege drankflessen. “Je kunt niet langer zo doorgaan, want dit wordt je dood,” flitste door me heen. Zo zwart-wit was het geworden: kies je de dood of het leven? Het was stoppen of (letterlijk) verzuipen. Ik meldde me aan bij Jellinek. Na een frustrerend lange wachttijd kon ik vorig jaar mei terecht op de klinische detox, met aansluitend een dagbehandeling van twaalf weken. 14
Sinds de detox heb ik geen druppel meer gedronken. De behandeling heeft me door die zware, eerste weken heengetrokken, maar daarna moet je toch weer alleen verder. Sterker nog, daarna begint het pas. Ik besloot daarom naar De Regenboog Groep te gaan, voor een Back-on-track coach. Dit is iemand die uit eigen ervaring weet wat het is om verslaafd te zijn. In het begin vond ik het moeilijk om iets van mezelf te laten zien aan mijn coach, Wim. Jarenlang excessief drankgebruik en isolement hadden een apathisch, tobberig kasplantje van me gemaakt. Via de Jellinek psychiater kreeg ik een medicijn voorgeschreven dat veel verlichting bracht. Ik ben begonnen met een toneel- en schrijfgroep via Roads en ben veel gezonder gaan eten. Hierdoor ben ik het afgelopen jaar 17 kilo afgevallen. Ik ervaar veel morele en praktische steun aan het contact met Wim. Het voelt iedere keer weer alsof je weer uit je zinloze gepieker gaat en weer met je voeten op de aarde komt.
Niet meer tussen schaamte en schuld Wim waardeert het als ik open ben en meer van mezelf laat zien, ook als ik me niet goed voel. Juist dat is voor mij zo cruciaal: me wat beter leren uiten en niet blijven hangen in schaamte en schuld. Nog steeds loop ik snel tegen mijn grenzen op. Maar in plaats van naar beneden, zit ik in een spiraal omhoog en daar gaat het uiteindelijk om. Ik kan eerlijk zijn naar mijn naasten en hoef geen geheim meer met me mee te dragen. Stoppen met drinken is niet zo moeilijk. Toen ik in gebruik zat, dacht ik bij iedere kater: “ik drink nooit meer”. Gestopt blijven is wel moeilijk. Het vereist dat je iedere dag opnieuw kiest om niet te gebruiken. Niet wegrennen voor moeilijke emoties, je grenzen leren herkennen, eerlijk naar jezelf durven kijken, onderzoeken of je aanwezige gedachten je helpen om de goede keuzes te maken, enzovoort. Een verslaving is iets waar je nooit vanaf bent, maar iedere dag bewust mee bezig moet blijven. Het goede nieuws is: je hoeft niet te drinken. Ik beschouw dit eerste, nuchtere anderhalve jaar als een beginnetje. Er is veel om voor te leven en ik weet dat ik in nuchterheid een weg zal vinden naar een goede toekomst.
Regenboogvrijwilliger Wim Borsboom (64) hielp Robert bij zijn herstel ‘Ik heb hem echt gigantisch zien opknappen’ “Toen ik Robert voor het eerste ontmoette, zag ik een man zitten die me eigenlijk nauwelijks durfde aan te kijken. Hij keek alleen maar naar beneden en was ontzettend onzeker over zichzelf. Hij twijfelde over alles en zag honderdduizend beren op de weg. Die onzekerheid zit er nog steeds wel voor een deel, maar ik heb hem echt gigantisch zien opknappen het afgelopen jaar. Ik zei laatst nog tegen hem dat toen ik hem in het begin aankeek, ik echt dacht: is er wel iemand thuis? Nu zit er energie in. Zo gaaf om dat te zien gebeuren. Om iemand zo zien te veranderen.
Spiegel Wat ik deed was hem een spiegel voorhouden. Dan confronteerde ik hem met zijn eigen uitspraken. Je zegt dit, maar wat wil je nu precies? Hij wilde vooral aardig gevonden worden. Op een gegeven moment speelde er iets met de buurman. Hij was heel bang dat de buurman hem niet meer aardig zou vinden. Ik zei: ‘En wat dan nog? Staat de wereld dan stil?’ De alcohol heeft zijn onzekerheid natuurlijk alleen maar versterkt. Het zorgde er ook voor dat zijn wereldje steeds kleiner werd. Ik tipte hem aansluiting te zoeken bij andere mensen en vroeg hem wat hij leuk vond. Hij sloot zich aan bij een schrijversclubje. Toevallig kwam hij via hen weer terecht in een toneelgroep. Op die manier lukte het
hem een netwerk op te bouwen. En toen hij wilde gaan sporten heb ik hem aangemoedigd. Dat soort duwtjes geef je als maatje.”
Niet meer dichtbij “We spraken elkaar vaak in een koffietentje in de stad, maar in maart – tijdens de eerste coronagolf – kon dat niet meer. We belden elkaar toen minstens een keer in de week om toch contact te blijven houden. Wat ik heel knap van hem vind is dat hij toen niet is teruggevallen. Hij bleef clean, wat ook een teken was dat ik hem langzaam kon loslaten. In de zomer hebben we de koppeling afgerond en afscheid van elkaar genomen. Robert vroeg nog wel of hij me af en toe mocht bellen. Natuurlijk, zei ik, geen probleem. Ik heb met al mijn maatjes, Robert was mijn vijfde, contact gehouden. Wat je wel ziet is dat naarmate de tijd verstrijkt, het contact verwatert. Dat zal waarschijnlijk ook met Robert gebeuren en is natuurlijk alleen maar een goed teken.”
Tekst Robert: ‘Robert’ | Interview en foto: Nicolline van der Spek
Ook op afstand dichtbij: de belpoule In deze tijden van isolatie ligt eenzaamheid voor veel mensen met een klein sociaal netwerk extra op de loer. Onze afdeling Informele Zorg schakelde snel in coronatijd: mensen die een luisterend oor nodig hebben, kregen een bel- of mailmaatje. Inmiddels kan elke Regenboog-deelnemer meedoen (bezoekers van inloophuizen bijvoorbeeld). 15
PASSIE IS DE GPS VAN DE ZIEL 16
Proloog Misschien kan je je nog de editie van Meeleven herinneren waar we op bezoek gingen op Buurtwerkplaats Noorderhof. De stoere mannen van de Homeservice (zie ook blz. 10 van deze Meeleven) werkten er samen aan de bouw van een jol*. Maar toen kwam corona en werd alles anders. Hoe is het met de mensen en hebben ze nog kunnen werken aan hun geliefde project? Sander van Breemen, projectleider van de Homeservice, beschrijft de afgelopen periode.
Dat Arnoud, de werkbegeleider en initiator van dit project, met de bouw van de jol zijn passie volgt, is zeker. Dat merken ze goed bij Homeservice, doordat alle mensen, ervaringen en hulpbronnen die ze voor dit project nodig hebben, als vanzelf op hun pad komen. Van het bouwtekeningenontwerp, op basis van de zelf berekende afmetingen, tot de voordelig op maat gezaagde lariks houten planken bij Het Jonge Schaap. En van de geleende auto met extra lange en sterke aanhanger om het hout op te halen tot de sympathieke smid die graag een cursus wilde geven, waardoor ze zelf de roeidollen voor de riemen leerden smeden. “Dit betekent overigens niet dat we niet hard hoeven te werken of geen tegenslagen tegenkomen”, vertelt Sander van Breemen. “Maar zoals de dienstverleners van Homeservice zelf ook maar al te goed weten: die horen bij het leven.”
Omgekeerde werkelijkheid Ook Arnoud ondervond dit al snel toen hij startte met de daadwerkelijke bouw. Ter voorbereiding had hij eerst een bestaande jol nagemeten, bouwtekeningen van het internet gehaald en zelf vervolgens in het computerprogramma Autocad werktekeningen voorbereid. Toen hij daadwerkelijk aan de slag ging bleek dat de vorm en buigingen van het hout de daadwerkelijke bouw en maatvoering bepalen en dat de werktekeningen richting het ronde archief (oftewel: de prullenbak) konden.
2020: Het roer om De eerste maatregelen rondom het Covid-19 virus in het voorjaar hadden voor iedereen verstrekkende gevolgen. “Een korte periode konden en wilden we überhaupt niet werken aan de jol. Vanaf de zomer hebben we alleen maar in afgeslankte vorm van maximaal 4 personen per keer gewerkt. Om iedereen toch aan de beurt te laten komen, hebben we een schema gemaakt, waarbij iedereen om de beurt aan het werk mag.”
Hoe vordert de Jol? Het houtwerk is klaar. De twee gangen (zijwanden van de jol) zijn geplaatst aan elkaar geklonken met koperen nagels. De binnenkant van de jol (alle kieren en naden) zijn gebreeuwd.** Het verplaatsbare zitbankje is in productie. Onder begeleiding van de smid zijn de roeidollen gesmeed uit vierkante en ronde stukken metaal. Deze zijn in het vuur gelegd en vervolgens op maat gesmeed. Dit betekent nogal wat voor de werkbegeleiders en de dienstverleners. “Waar we voorheen met groepen tot wel vijftien man op een donderdag aan verschillende projecten werkten, mogen we nu nog maar met maximaal vier personen (waarvan vaan één of soms twee betaalde krachten) op de locatie werken. Dit heeft direct invloed op onze mensen, omdat de afleiding en ontspanning die werk biedt, wegvallen. Dit geldt voor werk aan de jol, maar ook al het andere werk dat stil komt te liggen of in sterk afgeslankte vorm doorgang kan vinden. Gelukkig hebben onze werkbegeleiders goed contact met alle mensen die bij ons werkenbij ons werken. We houden ze op welke wijze ook zo dichtbij als mogelijk. We merken dan ook dat, ondanks alles, de verschillende mensen die meewerken blijven aangehaakt. Het doormaken van een gezamenlijk proces, waarbij iedereen meewerkt aan dezelfde stappen, werkt motiverend. Het zelf nadenken, samenwerken en geduld opbrengen zijn waardevolle inzichten voor iedereen die aan dit fijne project meewerkt.” Tekst & foto’s: Sander van Breemen | Redactie: Sander Kersten
Watzegjemenou? * Een jol is een klein type roei- of zeilboot. Kenmerkend is de verticaal staande spiegel. ** Breeuwen, kalfaten of kalefateren is een techniek waarbij de kieren tussen de gangen van de huid of tussen de planken van het bovendek van een schip worden dichtgemaakt met behulp van werk en pek of teer dat gewonnen werd uit harshoudende bomen, zoals de grove den.
Bakkers, groenteboeren, kappers en multinationals:
ALLEMAAL BEDANKT! In de periferie van De Regenboog Groep bevindt zich een heel ecosysteem van mensen en bedrijven die al jarenlang en zonder dat iemand het ooit gevraagd heeft, een extra helpende hand toesteken. Of dat nu met spullen of voedsel is of, ‘gewoon’, door zich verdraagzaam op te stellen als buurtgenoot. We zetten de vaste donateurs deze keer ook graag even – desgewenst in het zonnetje! Voor de etenswaren zijn dat (in Amsterdam) Slagerij Sera, De Avondwinkel Westerpark, het Hilton Hotel, groothandel De Kweker, Esila Groothandel en Restaurant Manota. Zonder uitzondering doneren ze eens of twee keer per week (soms vaker) groente, fruit, melkproducten en vlees. Fantastisch en hartelijk dank! Tal van bakkers in Amsterdam denken dagelijks aan ons. Zoals Bakker Jambe, Bakker Gebroeders Niemeyer, ROC van Amsterdam (Centrum), Broodhuys Meijer, Bakkerij Westerpark, de Hema in de Kinkerstraat en Bakker Dick van Leeuwen uit Woerden. Heerlijke broden, krentenbollen en gebak leveren ze of kunnen we bij hen ophalen. 18
Dan zijn er nog vrijwillige kappers, zoals Angels Beauty Style en vrijwilliger Frieda. Wekelijks frissen zij bezoekers van de inloophuizen weer helemaal op met hun geknipte koppies. De Hardcore Help Foundation komt eens in het kwartaal met een buslading vol gedoneerde kleding, schoenen en slaapzakken, helemaal uit Duitsland gereden. Peperwortel Traiteur en Catering hebben ons tijdens corona voorzien van heel veel heerlijke producten en lenen ons nu isolatieboxen uit om het eten warm in rond te brengen.
Grotere bedrijven in Amsterdam weten ons ook te vinden. Zo organiseren medewerkers van Zwitserleven al jaren ieder jaar een kerstfeest in inloophuis Makom. Medewerkers van het chemische bedrijf Celanese komen regelmatig koken en doneren nu mondkapjes. Ook medewerkers van Netflix en vastgoedbedrijf Sectie 5 zetten zich regelmatig in om een heerlijke maaltijd te koken voor onze bezoekers. Het Ibis Hotel en advocatenkantoor Clifford Chance leveren al meer dan vrijftien jaar dagelijks ontbijten en lunches. En niet te vergeten de Coffee Company. Voor het elfde jaar op rij organiseren zij een kerstactie, waarbij ze voor ieder verkocht pak koffie een pak koffie aan ons doneren. Prachtig toch?
WAT WIL JIJ VOOR KERST? EEN DAKLOZE WIL WARMTE!
O
nze inloophuizen hebben iedereen in Amsterdam opgeroepen kwalitatief goede winterjassen voor heren langs te komen brengen. Wat bedoelen we nou precies met ‘kwalitatief goede winterjassen’? Nou: intact, écht lekker warm, waterdicht en het liefst met capuchon. Dus nog wensen ook? Ja, want dakloze Amsterdammers brengen grote delen van hun dagen (en vaak nachten) buiten door. Meestal lopen ze veel van de ene naar de andere opvanglocatie, door kou, storm en regen. Dan is een jas die je warm en droog houdt onmisbaar.
straat wat warmte. Voor daklozen zijn het ellendige tijden. Door de 1,5-meterregel is het aantal mensen dat in onze inloophuizen mag zijn gehalveerd. En er zijn amper andere plekken waar ze naar binnen kunnen. Bij inloophuis Oud-West staan de mensen al voor de deur te wachten als we aankomen. Terwijl ergens ´samen staan´, met meerdere personen bij elkaar, ook niet mag. Normaal zijn deze maanden al het zwaarst, maar nu helemaal.”
Minimaal honderden jassen nodig Dagelijks komen er ongeveer 600 daklozen in onze inloophuizen. In een jaar komt dat neer op zo’n 5000 unieke bezoekers. En bijna geen enkele dakloze heeft een jas die hem beschermt tegen het Hollandse weer. Dan kun je wel gissen naar het aantal jassen dat we zoeken. Daarom hopen de inloophuizen dat alle winkels met jassen die maar in de rekken blijven hangen hun noodkreet ook horen.
Locaties en openingstijden voor het langsbrengen www.deregenboog.org/inloophuizen.
Wil jij ook wat doen? Sms WARMTE naar 4333
Financiële bijdrage doen?
Sta jij nu te trappelen om te helpen, maar heb je geen herenwinterjas over? Of woon je te ver weg om deze langs te brengen? Sms dan WARMTE naar 4333. Hiermee doneer je eenmalig drie euro die direct ten goede komt aan warme winterspullen voor daklozen.
NL79 TRIO 0379 3155 64, t.n.v. De Regenboog Groep, o.v.v. WARMTE.
Wat warmte voor iemand met een zwaar en koud leven op straat Locatiehoofd Bianca kan niet wachten: “Het zou zo fijn zijn als er wél een keer een jas is, als iemand erom vraagt. Drie euro is voor de meeste mensen niet veel, maar een jas maakt een wereld van verschil. Zo geef je iemand met een zwaar en koud leven op
Nog geen donateur? Scan deze QR-code en ontdek de mogelijkheden! Of kijk op www.deregenboog.org/steun-ons
OP DE ZEEPKIST
Amsterdam in pauzestand In een jaar waarin we gedwongen afstand van elkaar moesten nemen, geregeerd door RIVMcijfers, mondkapjes en KLM-miljarden, was Gershwin Bonevacia (1992) onze stadsdichter. Brachten zijn gedichten troost en ons dichter bij elkaar? En hoe keek de dichter naar de lege stad? “Vooral de binnenstad heeft heel veel indruk op me gemaakt tijdens de lockdown. Het veranderde van een magische, surrealistische plek in een verstilde naaktheid, wat ook nog wel een esthetische beleving was. Maar op een gegeven moment ervoer ik er vooral leegte en was de stad opeens niet meer mooi. Toen had ik het idee dat de binnenstad zelf ook niet meer zo goed wist wie ze was. Als stadsdichter heb je de dankbare taak invulling te geven aan wat Amsterdam voelt. Poëzie als troost, daar geloof ik in. Een gedicht kan de pandemie dragelijker maken door de coronacrisis niet alleen voor te stellen als een verschrikkelijk monster, maar als iets wat we misschien wel moeten omarmen. Door corona waarderen we extra wat altijd zo vanzelfsprekend was, het elkaar vasthouden bijvoorbeeld. Dat is het paradoxale van deze pandemie. We moeten afstand houden, maar in wezen heeft corona ons dichter bij elkaar gebracht. Voorheen, als ik dichtte over Ajax of de Ramadan, was er altijd wel iemand niet tevreden. Nu hebben we een gemeenschappelijk vijand en is er voor het eerst iets wat alle Amsterdammers raakt.”
Interview: Nicolline van der Spek 20
We leven vertraagd, in een herinnering, in een stilte die de ruimte vult, in overgave, in een wereld die ook doorgaat zonder wereld, in een eenzaamheid waarbij het niet meer gaat om alleen zijn, maar om de druk op de uitgeputte hemel te doen verzachten. Ruimte is iets tijd geven om te kunnen herstellen, is een windvlaag van absentie, zwevend op de golven van een fluisterende stad. Als we maar lang genoeg stil zijn zullen we vanzelf naakt worden, gaan bestaan voor iets anders zoals alle ruimtes die niet geleefd, niet bekeken worden nu bestaan voor iets anders. Het allermoeilijkste lijkt mij iets nieuws durven te betekenen, dat er meerdere betekenissen van jou zijn bestaan, omdat we anders leren kijken omdat we leven in een zonsondergang van gekooide observaties in een woonkamer die heel langzaam verandert in een museum. We leven in een pauzestand, zodat we even op adem kunnen komen. Misschien is dat wel het mooiste.