De tekst uit deze publicatie mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch door fotokopieën of enige andere manier, echter uitsluitend na voorafgaande toestemming van de uitgever.
Toestemming voor gebruik van tekst(gedeelten) kunt u schriftelijk of per e-mail en uitsluitend bij de uitgever aanvragen.
3.1
3.2
3.3
4.2
4.3
5.2
5.3
BIJLAGEN
bijlage 1: Toekomstverkenning richting 2035 – uitgebreide onderbouwing van trends en beleidsontwikkelingen
bijlage 2: Aanbevelingen en bijbehorende handelingsperspectieven hoofdstuk 4
bijlage 3: Aanbevelingen en bijbehorende handelingsperspectieven hoofdstuk 5
bijlage 4: Leden van de schrijfgroep en meelezers
bijlage 5: Overzicht gebruikte bronnen en beleidsdocumenten
bijlage 6: Proces totstandkoming
Samenvatting
AANLEIDING
De zorg bevindt zich in een periode van ongekende digitale verandering. Technologie ontwikkelt zich sneller dan ooit. Kunstmatige intelligentie, datagedreven zorg en hybride zorgvormen veranderen de manier waarop we werken, leren en samenwerken. Tegelijkertijd neemt de druk op de zorg toe door vergrijzing, personeelstekorten en complexere zorgvragen. Digitale transformatie is geen vrijblijvende optie, maar noodzakelijk om de zorg toegankelijk en toekomstbestendig te houden. Om dit te realiseren is het van belang dat de medisch specialisten hun rol hierin (kunnen) pakken.
Dit document ondersteunt deze digitale transformatie en is opgesteld met de kennis van nu. Het kijkt vooruit naar 2035, maar erkent dat de toekomst zich niet precies laat voorspellen. Het is géén parallelle visie, maar een verdieping op Medisch Specialist 2035, waar thema’s als datagedreven werken, kennis en vaardigheden en (nieuwe) technologieën verder zijn uitgewerkt.
Het bestuur van de Federatie Medisch Specialisten heeft een werkgroep, samengesteld met medisch specialisten vanuit het platform Informatiebeleid, de opdracht gegeven het visiedocument (C)MIO 2025 te herzien binnen de kaders van Medisch Specialist 2035. Daarbij is nadrukkelijk gekozen om niet alleen de rol van de (C)MIO, maar ook breder de rol van iedere medisch specialist in de dagelijkse praktijk te adresseren in het kader van digitale transformatie.
Dit document verbindt digitale zorg, data en informatietechnologie expliciet met professioneel leiderschap. Het richt zich niet alleen op (C)MIO’s, hun CxIO/MIO-teams en wetenschappelijke verenigingen, maar op alle medisch specialisten die vanuit hun eigen professie willen bijdragen aan toekomstbestendige zorg.
DRIE SAMENHANGENDE DOELEN RICHTING 2035
Om richting te geven aan de digitale transformatie van de medisch-specialistische zorg, richt dit document zich op drie samenhangende doelen die de basis vormen voor toekomstbestendige zorg. Data en informatietechnologie worden daarbij doelgericht ingezet ter ondersteuning van zorgprofessionals en patiënten:
1. Ondersteunend aan het zorgteam
Digitale mogelijkheden ondersteunen en versterken zowel de zorgprofessional als het zorgnetwerk rond de patiënt. Ze verhogen de kwaliteit van zorg en dragen bij aan een mensgerichte benadering, met de patiënt en zorgverlener als uitgangspunt. Daarbij wordt de administratieve last passend geminimaliseerd.
2. Professionele verantwoordelijkheid
Elke medisch specialist beschikt over voldoende kennis van data, digitale zorg en informatietechnologie en, heeft de digitale en veranderkundige vaardigheden om het werk goed uit te kunnen voeren. Deze kennis en vaardigheden zijn verankerd in opleiding en (her)registratie. Medisch specialisten gebruiken nieuwe mogelijkheden om (multidisciplinair) zorgprocessen te herontwerpen. Een helder ingerichte governance en mandatering van medisch specialisten rond digitalisering ondersteunen landelijke implementatie en adoptie.
3. Gericht op mens en maatschappij
Doelgerichte inzet van data en informatietechnologie draagt bij aan toegankelijke en kwalitatief goede zorg, voor zowel de individuele patiënt als voor de maatschappij. Zo vergroten we de maatschappelijke meerwaarde van de digitale transformatie.
Figuur 1 De drie pijlers van de digitale agenda 2035
Toekomstbestendige zorg Ondersteunend aan het zorgteam
VAN VISIE NAAR SAMENHANGENDE AGENDA
De digitale transformatie raakt alle aspecten van het werk van de medisch specialist: van dataregistratie tot patiëntcontact, van besluitvorming tot leiderschap. Om richting te geven aan deze ontwikkeling en de drie doelen te realiseren zijn zes digitale opgaven uitgewerkt. Samen vormen zij de agenda richting 2035. Deze opgaven bieden houvast bij de snelle digitale veranderingen en verbinden beleid met de praktijk van alledag.
De zes digitale opgaven zijn:
1. Databeschikbaarheid en datagedreven zorg – vormt de ruggengraat van netwerkzorg, kwaliteitsverbetering en leren en verbeteren. Zonder betrouwbare, gedeelde data kan geen enkele innovatie duurzaam slagen.
2. Patiëntgerichte zorg in een digitaal tijdperk – borgt dat technologie bijdraagt aan eigen regie, toegankelijkheid en keuzevrijheid, met behoud van de menselijke maat.
3. Regeldruk en administratieve last – bevordert slimmer werken, standaardisatie en gebruiksvriendelijke systemen die tijd teruggeven aan de zorgprofessional.
4. Kunstmatige intelligentie (AI, incl. generatieve AI) – ondersteunt besluitvorming, vermindert registratielast en vraagt om zorgvuldige validatie, ethiek en governance.
5. Menselijke maat en digitale afhankelijkheid – benadrukt ethiek, inclusie, veiligheid en weerbaarheid in een steeds meer gedigitaliseerde werkomgeving.
6. Innovatie, implementatie en adoptie – richt zich op het duurzaam toepassen en opschalen of juist afschalen van vernieuwingen, gedragen door leiderschap vanuit de zorgpraktijk.
Samen vormen deze digitale opgaven het handelingskader voor de komende tien jaar. Dat vraagt om samenwerking binnen een heldere structuur en governance. Alleen zo komen we van visie naar uitvoering en van ambitie naar realisatie en impact.
VAN VISIE NAAR UITVOERING
De digitale agenda uit dit document wordt ontwikkeld en uitgevoerd binnen de bestaande governance van de Federatie Medisch Specialisten. Besluitvorming, mandatering en borging vinden plaats binnen de formele structuren van de Federatie, in samenhang met het platform Informatiebeleid, het Kennisinstituut van de Federatie en de wetenschappelijke verenigingen. Om versnippering te voorkomen en gelijke uitgangsposities voor grote en kleinere verenigingen te waarborgen worden aanbevelingen en handelingsperspectieven uitgewerkt, met een heldere rolverdeling tussen de Federatie, wetenschappelijke verenigingen en andere betrokken partijen.
DE OPROEP: VAN VISIE NAAR ADOPTIE
Digitale transformatie biedt de kans om zorg fundamenteel anders – mensgerichter, (kosten)efficiënter, effectiever en duurzamer – te organiseren. De uitdaging hierbij is om informatietechnologie te implementeren en breed te adopteren – niet alleen door voorlopers. Zo zorgen we voor toegankelijkheid, gelijke kansen en begrijpelijke bruikbare toepassingen voor alle zorgverleners én patiënten.
In deze digitale agenda worden per opgave verschillende doelgroepen expliciet aangesproken, elk met een eigen verantwoordelijkheid en agenda richting 2035. Hieronder is de agenda per doelgroep in grote lijnen weergegeven. De uitwerking per digitale opgave is terug te vinden in hoofdstuk 4.
1. Medisch specialisten, vakgroepen en medische staven
Neem gezamenlijk verantwoordelijkheid voor digitale transformatie. Werk zorgvuldig en uniform met data, ontwikkel en gebruik samen met patiënten passende digitale en hybride zorg, implementeer bewezen digitale innovaties en zet AI veilig en verantwoord in. Beschik over voldoende kennis en digitale vaardigheden, voorkom digitale afhankelijkheid, wees veranderbereid en borg digitaal lerend leiderschap binnen elke vakgroep en medische staf.
2. (C)MIO’s en hun CxIO/MIO team
Vervul een strategische, verbindende en uitvoerende rol in de digitale transformatie en bevorder – vanuit een daartoe gemandateerde rol – kennisoverdracht en professionalisering op gebied van informatiebeleid binnen het ziekenhuis én in regionale en landelijke netwerken en werkgroepen. Besteed hierbij aandacht aan digitale inclusiviteit als ook aan digitale afhankelijkheid. Draag bij aan standaardisatie, het realiseren van een datagedreven infrastructuur, intuïtieve digitale werkprocessen, veilig en zinvol gebruik van AI en de duurzame inbedding van digitale innovaties. Doe dit in multidisciplinaire teams waarin naast zorginhoudelijke deskundigheid ook expertise op het gebied van data en technologie is vertegenwoordigd.
3. Wetenschappelijke verenigingen (wv’en) en de Federatie Medisch Specialisten Veranker digitalisering in bestuur en gremia van de Federatie met een centrale rol voor het platform Informatiebeleid. Neem regie op de professionele kant van digitalisering. Borg in opleidingen, richtlijnen en kwaliteitsbeleid datavaardigheden, uniforme registratie en het herontwerp van zorgpaden ten behoeve van de ontwikkeling van hybride zorg, AI, ethiek en digitale weerbaarheid. Stimuleer kennisdeling en opschaling van bewezen innovaties. Bundel landelijke vragen en organiseer een sterk platform Informatiebeleid.
4. Externe partners: patiënten, instellingen, leveranciers, beleidsmakers en politiek Zorg voor een veilig, open, gestandaardiseerd en gebruiksvriendelijk digitaal ecosysteem, waarin patiënten en zorgverleners digitaal vaardig en betrokken zijn. Hierbij worden inclusieve hybride zorg en AI zorgvuldig ingezet en digitale weerbaarheid geborgd. Zorg voor ondersteunende wet- en regelgeving, kaders en bekostiging. Faciliteer opschaling van bewezen, impactvolle digitale innovaties.
Zorg voor tijd, structuur, mandaat en ondersteuning voor (C)MIO’s/CxIO-teams zodat zij hun bijdrage kunnen leveren aan digitale transformatie op lokaal, regionaal en landelijk niveau. Borg deelname van gemandateerde professionals van de Federatie Medisch Specialisten in landelijke governance. Prioriteer samen de digitale routekalender voor de medisch specialistische-zorg en geef hier uitvoering aan.
Faciliteer gemandateerde zorgverleners bij digitale transformatie, implementatie en adoptie van herontworpen zorgprocessen. Benut de expertise van het platform Informatiebeleid en stimuleer sectoroverstijgende kennisdeling.
IMPACT EN PERSPECTIEF
De digitale transformatie zal bijdragen aan het behoud van kwaliteit, toegankelijkheid en duurzaamheid van de zorg en kan, mits doelgericht ingezet, bijdragen aan beheersing en reductie van zorgkosten. Duurzaamheid gaat hierbij niet alleen over langdurige inzetbaarheid en betaalbaarheid, maar ook over milieu-impact, zoals vermindering van reisbewegingen, efficiënter gebruik van middelen en een lagere ecologische voetafdruk van zorgprocessen.
De centrale uitdaging is data en informatietechnologie zo in te zetten dat zij de zorgprofessional versterken, de patiënt centraal houden en de menselijke maat bewaken.
De Federatie Medisch Specialisten, de wetenschappelijke verenigingen en het platform Informatiebeleid roepen iedereen op deze digitale agenda actief uit te dragen. Door kennis te delen, samen te werken en verantwoordelijkheid te nemen, bouwen we samen aan de zorg van morgen.
Voorwoord
De druk op de zorg neemt toe. Vergrijzing, personeelstekorten en een steeds complexere zorgvraag stellen ons voor grote uitdagingen. Medisch specialisten ervaren een hoge administratieve last en worden onvoldoende ondersteund in hun registratieprocessen. Dat tast het werkplezier aan en maakt het vak minder aantrekkelijk voor de nieuwe generatie. Er ontstaan in rap tempo nieuwe technologische mogelijkheden die bij kunnen dragen deze uitdagingen aan te gaan. Niet als luxe, maar als noodzaak om de zorg voor onze patiënten te kunnen continueren.
Daarmee staat de zorg aan de vooravond van een ingrijpende transformatie. Digitalisering versnelt en hybride zorg wordt de nieuwe norm. Hergebruik van data wordt essentieel. Kunstmatige intelligentie, waaronder verschillende vormen van (generatieve) AI, verandert hoe we informatie verwerken, delen en toepassen in de dagelijkse praktijk. Nieuwe vormen van diagnostiek, behandeling en samenwerking komen daarmee binnen handbereik.
De Federatie Medisch Specialisten kijkt met de visie Medisch Specialist 2035 vooruit naar de rol van de medisch specialist in een veranderende zorgomgeving. Via scenario’s en toekomstverkenningen zijn kansen en knelpunten richting 2035 in kaart gebracht. Het bestuur van de Federatie heeft een werkgroep bestaande uit leden van het platform Informatiebeleid, waarin het landelijk (C)MIO-netwerk en vertegenwoordigers van wetenschappelijke verenigingen samenkomen, de opdracht gegeven om het visiedocument CMIO 2025 te herzien binnen de kaders van Medisch Specialist 2035. Daarbij is gekozen om niet alleen de rol van de (C)MIO, maar ook die van iedere medisch specialist in de praktijk te betrekken. Dit document verbindt de thematiek van digitale zorg, data en informatietechnologie met professioneel leiderschap – niet alleen voor (C)MIO’s, hun CxIO/MIO-team en wetenschappelijke verenigingen, maar voor iedere medisch specialist die vanuit zijn eigen professie actief wil bijdragen aan toekomstbestendige zorg.
Waar het visiedocument (C)MIO 2025 de opkomst van digitale informatie-uitwisseling, netwerkzorg en technologisch leiderschap belichtte, staan we nu aan het begin van een nieuw tijdperk. Informatietechnologie biedt de kans om zorg fundamenteel anders – mensgerichter, (kosten)efficiënter en duurzamer – te organiseren. Dat lukt alleen als deze informatietechnologie in nauwe samenwerking met medisch specialisten en andere zorgprofessionals wordt ingezet. Digitale transformatie vraagt om samenwerking binnen duidelijke governance-structuren, met een gedeelde visie, herontwerp van processen, gezamenlijke uitvoering, adoptie en (persoonlijk) leiderschap.
HOOFDSTUK 1
Inleiding
In juni 2025 heeft de Federatie Medisch Specialisten het visiedocument Medisch Specialist 2035 gepubliceerd, waarin toekomstambities voor de beroepsgroep zijn benoemd en onderbouwd.
Dit document bouwt voort op de visie (C)MIO 2025 en schetst binnen de kaders van Medisch Specialist 2035 wat digitale transformatie betekent voor de medisch specialist in 2035: binnen het eigen vakgebied, de instelling, de regio en het landelijke netwerk. Het laat zien hoe digitalisering kan bijdragen aan betere, veiligere en meer mensgerichte zorg, mits deze wordt ingezet in nauwe samenwerking met zorgprofessionals.
In dit document onderscheiden we zes digitale opgaven die de komende tien jaar richting geven aan deze ontwikkeling. Per digitale opgave worden, analoog aan het visie document MS 2035, verschillende doelgroepen aangesproken met hun eigen handelingsperspectief: 1) medisch specialisten, vakgroepen en medische staven, 2) (C)MIO’s en hun CxIO/MIO-team, 3) wetenschappelijke verenigingen en de Federatie Medisch Specialisten en 4) externe partners zoals patiëntenorganisaties, instellingen, beleidsmakers en politiek.
Samenwerking tussen deze doelgroepen is essentieel om de digitale opgaven te realiseren. Een heldere structuur en governance zijn daarbij verbindend en noodzakelijk.
Dit document nodigt uit tot reflectie, handelen en samenwerken. De digitale toekomst van de zorg vraagt niet alleen om technologische innovatie, maar vooral om medisch leiderschap, duidelijke kaders en gedeelde verantwoordelijkheid.
Samen bouwen we aan toekomstbestendige zorg voor iedereen: nu en in de toekomst. Data en informatietechnologie zijn daarbij, mits doelgericht ingezet, middelen om de zorg mensgerichter, (kosten)efficiënter, effectiever en duurzamer te maken.
HOOFDSTUK 2
Toekomstverkenning richting 2035
De medisch-specialistische zorg staat richting 2035 onder toenemende druk. Vergrijzing, meer multimorbiditeit en een groeiende bevolking leiden tot een sterk stijgende en complexere zorgvraag, terwijl de beroepsbevolking krimpt. Tegelijkertijd ervaren zorgprofessionals hoge regeldruk en administratieve lasten, waardoor tijd voor directe patiëntenzorg in gevaar komt. Herontwerp van zorgprocessen als ook reductie van deze lasten zijn randvoorwaarden om zorg toegankelijk en van hoge kwaliteit te houden én het vak aantrekkelijk te houden. Naast kwaliteit en toegankelijkheid is ook de betaalbaarheid van zorg een belangrijk thema. Digitalisering kan bijdragen aan het opvangen van deze druk, maar alleen wanneer keuzes worden gemaakt op basis van aantoonbare toegevoegde waarden én kosteneffectiviteit. Verder groeit het besef dat de zorg een aanzienlijke ecologische voetafdruk heeft. Energiegebruik van gebouwen en ICT, reisbewegingen van patiënten en zorgverleners en het gebruik van materialen dragen bij aan de klimaatimpact van de zorg. Digitalisering kan deze impact helpen verminderen, maar kan ook nieuwe milieubelasting veroorzaken door datacenters, hardware en energieverbruik. Dit vraagt om bewuste keuzes en afwegingen.
Zorg wordt steeds vaker hybride georganiseerd in netwerken over instellingen en domeinen heen. Daarmee verschuift de rol van de medisch specialist van individuele behandelaar naar netwerkpartner. Goede netwerkzorg vraagt om betrouwbare, gedeelde en begrijpelijke data, interoperabiliteit en ‘eenheid van taal en techniek’1. Zonder datakwaliteit, semantische standaardisatie en gezamenlijke governance kan netwerkzorg niet duurzaam en schaalbaar worden gerealiseerd.
Digitalisering en met name kunstmatige intelligentie (waaronder generatieve AI) veranderen hoe informatie wordt verzameld, geordend en gebruikt. AI kan bijdragen aan snellere diagnostiek, slimmere beslisondersteuning en minder administratieve lasten, maar alleen als toepassingen goed gevalideerd, uitlegbaar en ethisch verantwoord zijn. De hoeveelheid data per patiënt groeit explosief en is bovendien vaak verspreid over meerdere instellingen. Daar komt bij dat de relevantie van deze gegevens per behandelaar kan verschillen. De uitdaging is om deze versnipperde data te vertalen naar precies díe informatie die van waarde is voor de medisch specialist en deze op een overzichtelijke, logische manier te presenteren om data-overload te voorkomen. De specifieke informatiebehoefte zal daarbij vanzelfsprekend variëren per vakgebied van de medisch specialist.
Ook op beleidsniveau wordt de digitale transformatie krachtig aangejaagd. Kaders als de Wet elektronische gegevensuitwisseling in de zorg (Wegiz), de opkomst van de European Health Data Space (EHDS), de nationale visie op het gezondheidsinformatiestelsel, de Europese Medical Device Regulation (MDR) en het Integraal Zorgakkoord (IZA)/Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) vormen samen de juridische en organisatorische ruggengraat voor elektronische gegevensuitwisseling, datagedreven werken en veilige inzet van software en AI als medisch hulpmiddel. Deze ontwikkelingen geven burgers meer zeggenschap over hun gegevens en maken secundair gebruik van data voor onderzoek en innovatie mogelijk. Dit vraagt om forse investeringen in datakwaliteit, interoperabiliteit, ethisch datagebruik en landelijke coördinatie en mandatering.
De aantrekkelijkheid van het medisch specialistisch vak staat onder druk door de toegenomen werkdruk, personeelstekorten en beperkte invloed op het eigen werk. Het werkplezier van de zorgprofessional kan weer vergroot worden door zorgprocessen en systemen goed op elkaar aan te laten sluiten en deze te ondersteunen met de nieuwe mogelijkheden van (informatie)technologie.
1 Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Nationale visie en strategie op het gezondheidsinformatiestelsel.
Den Haag: Ministerie van VWS, 2023.
Toch is de digitale kloof een reëel risico. Een aanzienlijk deel van de bevolking – naar schatting ongeveer één op de vijf mensen – heeft moeite met digitale middelen. Ook onder zorgprofessionals bestaan grote verschillen in digitale vaardigheden. Zonder aandacht voor begrijpelijke, toegankelijke en inclusieve technologie kan digitalisering ongelijkheid in toegang tot zorg vergroten. Daarom is inclusieve technologie een expliciete ambitie.
Het fundament van deze visie sluit aan bij Medisch Specialist 2035 en bouwt voort op de gedachte dat de mens centraal staat in de zorg, dat verantwoordelijkheid verder reikt dan de spreekkamer en dat er aandacht is voor gezondheid en werkplezier van het zorgteam. Drie kernprincipes bepalen hoe digitalisering wordt ingezet: ondersteunend aan het zorgteam, verantwoordelijk en gericht op mens en maatschappij. Digitalisering is immers pas geslaagd als zij de menselijke maat versterkt, de professional ondersteunt in zijn of haar rol en bijdraagt aan goede, toegankelijke en toekomstbestendige zorg.
De uitgebreide onderbouwing van trends en beleidsontwikkelingen die aan deze visie ten grondslag ligt, is opgenomen in de bijlage 1
HOOFDSTUK 3
Digitale agenda met opgaven richting 2035
De digitale transformatie van de zorg voltrekt zich al in de dagelijkse praktijk. Om richting 2035 samenhang en voortgang te waarborgen, beschrijft dit hoofdstuk de onderliggende doelen en digitale opgaven die deze ontwikkeling sturen. De digitale opgaven bouwen voort op de drijfveren en thema’s uit Medisch Specialist 2035 en op de trends en beleidsontwikkelingen uit hoofdstuk 2. Ze vormen de brug tussen visie en uitvoering.
3.1 DE DRIE SAMENHANGENDE DOELEN RICHTING 2035
Dit visiedocument werkt toe naar drie samenhangende doelen die als kapstok dienen voor alle digitale opgaven en aanbevelingen:
1. Ondersteunend aan het zorgteam
Digitale mogelijkheden ondersteunen en versterken zowel de zorgprofessional als het zorgnetwerk rond de patiënt. Ze verhogen de kwaliteit van zorg en dragen bij aan een mensgerichte benadering, met de patiënt als uitgangspunt. Daarbij wordt de administratieve last passend geminimaliseerd.
2. Professionele verantwoordelijkheid
Elke medisch specialist beschikt over voldoende kennis van data, digitale zorg en informatietechnologie en heeft de digitale en veranderkundige vaardigheden om zijn of haar werk goed uit te kunnen voeren. Deze kennis en vaardigheden zijn verankerd in opleiding en (her)registratie. Medisch specialisten gebruiken nieuwe mogelijkheden om (multidisciplinair) zorgprocessen te herontwerpen. Een helder ingerichte governance en mandatering van medisch specialisten rond digitalisering ondersteunen landelijke implementatie en adoptie.
3. Gericht op mens en maatschappij
Doelgerichte inzet van data en informatietechnologie draagt bij aan de toegankelijkheid en kwaliteit van zorg, zowel voor de individuele patiënt als voor de maatschappij. Zo vergroten we de maatschappelijke meerwaarde van de digitale transformatie.
Deze drie doelen vormen het inhoudelijke fundament van de digitale agenda richting 2035. De zes digitale opgaven die vervolgens worden uitgewerkt, zijn hiervan een directe vertaling.
3.2 OPZET VAN DE DIGITALE AGENDA
De zes digitale opgaven die in hoofdstuk 4 worden uitgewerkt, beschrijven elk een essentieel onderdeel van de digitale transformatie. Iedere opgave volgt dezelfde opbouw:
1. Korte duiding en ambitie – waarom deze opgave richting 2035 van strategisch belang is;
2. Relatie met het Medisch Specialist 2035-kompas;
3. Agenda met concrete handelingsperspectieven voor vier doelgroepen:
Medisch specialisten, vakgroepen en medische staven;
(C)MIO’s en hun CxIO/MIO-team;
Wetenschappelijke verenigingen en de Federatie Medisch Specialisten;
Externe partners zoals patiënten(organisaties), instellingen, beleidsmakers en politiek.
Deze opzet maakt duidelijk wie welke verantwoordelijkheid heeft, hoe de doelen richting 2035 worden gerealiseerd en hoe alle partijen gezamenlijk bijdragen aan de uitvoering van de visie.
3.3
DE ZES DIGITALE OPGAVEN IN SAMENHANG
De zes digitale opgaven die samen de digitale agenda vormen zijn nauw met elkaar verweven. Geen van deze opgaven staat op zichzelf; vooruitgang in het ene domein is direct afhankelijk van stappen die in een ander domein worden gezet. Juist deze samenhang is nodig om de transformatie van de zorg daadwerkelijk in de praktijk te realiseren.
De zes digitale opgaven zijn:
1. Databeschikbaarheid en datagedreven zorg – vormt de ruggengraat van netwerkzorg, kwaliteitsverbetering en leren en verbeteren. Zonder betrouwbare, gedeelde data kan geen enkele innovatie duurzaam slagen.
2. Patiëntgerichte zorg in een digitaal tijdperk – borgt dat technologie bijdraagt aan eigen regie, toegankelijkheid en keuzevrijheid, met behoud van de menselijke maat.
3. Regeldruk en administratieve last – bevordert slimmer werken, standaardisatie en gebruiksvriendelijke systemen die tijd teruggeven aan de zorgprofessional.
4. Kunstmatige intelligentie (AI, incl. generatieve AI) – ondersteunt besluitvorming, vermindert registratielast en vraagt om zorgvuldige validatie, ethiek en governance.
5. Menselijke maat en digitale afhankelijkheid – benadrukt ethiek, inclusie, veiligheid en weerbaarheid in een steeds digitalere werkomgeving.
6. Innovatie, implementatie en adoptie – richt zich op het duurzaam toepassen en opschalen of juist afschalen van vernieuwingen, gedragen door leiderschap vanuit de zorgpraktijk.
Samen vormen deze opgaven één geheel: data en AI leveren bouwstenen, patiëntgerichte zorg en menselijke maat geven richting, vermindering van regeldruk en een doordachte implementatie maken uitvoering mogelijk en structurele positionering (hoofdstuk 5) zorgt ervoor dat beleid duurzaam wordt gedragen.
3.4 RELATIE MET MEDISCH SPECIALIST 2035 EN DE DIGITALE TRANSFORMATIE
Elke digitale opgave draagt bij aan de verwezenlijking van de ambities uit Medisch Specialist 2035. In Medisch Specialist 2035 worden thema’s als datagedreven werken, kennis en vaardigheden en nieuwe technologieën uitgewerkt. Waar Medisch Specialist 2035 de brede toekomst van de beroepsgroep schetst, vertalen we hier, binnen de kaders van Medisch Specialist 2035, de ambities naar het digitale domein. Deze verdieping is nadrukkelijk gepositioneerd binnen het kompas van de visie en vormt geen zelfstandig of parallel visietraject. De digitale agenda die uit deze verdieping volgt, geeft richting aan samenhangende uitvoering binnen de bestaande governance van de Federatie Medisch Specialisten.
De digitale transformatie is daarmee geen losstaand traject, maar een concrete uitwerking van de zeven thema’s van het kompas van Medisch Specialist 2035:
Toegankelijke zorg en schaarste – digitale middelen en data helpen om schaarste inzichtelijk te maken, keuzes te onderbouwen en zorg toegankelijk te houden voor wie het nodig heeft.
Duurzame inzetbaarheid en werkplezier – gebruiksvriendelijke systemen, minder registratielast en goede digitale ondersteuning dragen bij aan werkplezier en duurzame inzetbaarheid.
Kennis en vaardigheden van de toekomst – digitale scholing, datageletterdheid en samenwerken over domeinen heen versterken de noodzakelijke kennis en vaardigheden.
Diversiteit, inclusiviteit en gelijkwaardigheid – inclusieve technologie en aandacht voor de digitale kloof helpen om gelijke toegang tot zorg te bevorderen en nieuwe vormen van uitsluiting te voorkomen.
(Nieuwe) technologieën – deze visie concretiseert hoe technologie bondgenoot wordt in plaats van doel op zich. Steeds verdergaande digitalisering is één aspect van deze nieuwe technologieën. Rollen als (C)MIO maar ook andere professionals dragen bij aan inhoudelijk zinvolle toepassing hiervan.
Vergroening van de zorg – digitalisering kan bijdragen aan minder reistijd, efficiëntere processen en beter gebruik van middelen, met oog voor de ecologische voetafdruk van technologie zelf.
Preventie – datagedreven inzichten en digitale hulpmiddelen maken vroegsignalering, zelfmanagement en populatiegerichte preventie beter mogelijk.
3.5 AGENDA RICHTING 2035
De drie samenhangende doelen en de zes digitale opgaven vormen samen de digitale agenda richting 2035. Ze geven richting aan de noodzakelijke beweging: van visie naar uitvoering en van ambitie naar impact.
In hoofdstuk 4 worden de zes digitale opgaven één voor één uitgewerkt, met concrete aanbevelingen per doelgroep. Zo wordt de visie voor 2035 vertaald naar tastbare stappen voor iedereen die bij de digitale toekomst van de zorg betrokken is.
HOOFDSTUK 4
Digitale opgaven en inhoudelijke uitwerking
De komende paragrafen beschrijven hoe de visie op informatiebeleid richting 2035 concreet vorm krijgt binnen zes digitale opgaven. Elke digitale opgave vertaalt een onderdeel van de digitale transformatie naar de dagelijkse zorgpraktijk en geeft handelingsperspectief aan de betrokken doelgroepen.
4.1 DATABESCHIKBAARHEID EN DATAGEDREVEN ZORG
In 2035 is data betrouwbaar, bruikbaar en van iedereen Zorg wordt steeds meer georganiseerd in netwerken van professionals, patiënten en organisaties. In die netwerken is toegang tot juiste, volledige en goed geduide data op het juiste moment een voorwaarde voor goede zorg. Of het nu gaat om samenwerking rond patiënten met multimorbiditeit, gezamenlijke besluitvorming of capaciteitssturing: databeschikbaarheid en datagedreven zorg vormen het fundament van toekomstbestendige zorg.
Daarom staat in deze visie niet alleen het beschikbaar stellen van data centraal, maar ook het vermogen om data veilig, zorgvuldig en eenduidig vast te leggen, te interpreteren en te benutten voor primair én secundair gebruik. Of data geschikt zijn, hangt af van de toepassing of de vraag die wordt gesteld. Primair gebruik betreft de directe zorgverlening, bijvoorbeeld diagnostiek en behandeling. Secundair gebruik gaat om toepassingen zoals kwaliteitsverbetering, wetenschappelijk onderzoek, capaciteitsmanagement en populatiegerichte zorg.
Medisch specialisten ervaren nu vaak extra administratielast voor het hergebruik van data. In 2035 is het uitgangspunt dat registratie in de eerste plaats het primaire proces ondersteunt en dat secundair gebruik hier rechtstreeks uit wordt afgeleid, zonder extra registratie of inspanning van de zorgverlener. Dit vraagt om informatiesystemen die hierop zijn ingericht en doorontwikkeld.
Van bron tot betekenis: een gedeelde verantwoordelijkheid
In het zorgproces worden data voor primair gebruik vastgelegd door verschillende betrokkenen rond de patiënt: van mantelzorgers tot verschillende medisch specialisten. Daarnaast is er steeds meer medische technologie die data registreert en ook beschikbaar stelt aan patiënten en zorgprofessionals. Kwaliteit van deze vastgelegde zorgdata is een randvoorwaarde voor databeschikbaarheid en datagedreven zorg en is een gedeelde verantwoordelijkheid van patiënten en mantelzorgers, zorgprofessionals, klinisch fysici (medisch technologie) en leveranciers.
Die kwaliteit is alleen geborgd als vastleggen van data efficiënt, interpreteerbaar en zo veel mogelijk herbruikbaar is. Dat vraagt om:
intuïtieve informatiesystemen die zorgverleners tijdens het zorgproces ondersteunen in het juist vastleggen en op het juiste moment presenteren van informatie;
training en scholing in vaardigheden in duiding en toepassing van data;
informatievoorziening die data uit verschillende systemen overzichtelijk bij elkaar brengt (het moet voelen als één informatiesysteem) en aansluit bij de context van de gebruiker.
Een huisarts heeft bijvoorbeeld behoefte aan een andere samenvatting dan een cardioloog. Systemen moeten daarom zo zijn ontworpen dat iedere zorgverlener de informatie krijgt die past bij zijn of haar informatiebehoefte.
Data moeten technisch losstaan van de applicatie waarin ze zijn vastgelegd. Alleen door gegevens in een uniforme taal te registreren (zoals SNOMED CT of LOINC) wordt echte uitwisselbaarheid binnen en buiten instellingen mogelijk.
Veel initiatieven rond “registratie aan de bron” hebben de afgelopen jaren niet gebracht wat ervan werd verwacht. Systemen, standaarden en processen waren niet goed op elkaar afgestemd. Dit onderstreept dat een transformatie
meer inhoudt dan alleen het invoeren van een standaard. Er is een integrale aanpak in het transformeren en uniformeren van zorgprocessen met een kartrekkersrol voor de zorgprofessionals.
Tegelijkertijd zijn standaarden en gebruiksvriendelijke systemen op zichzelf onvoldoende om databeschikbaarheid over de grenzen van individuele zorginstellingen heen te realiseren. Daarvoor zijn ook landelijke voorzieningen, generieke functies en afspraken nodig, ontwikkeld en geïmplementeerd volgens een gezamenlijke doelarchitectuur.
Alleen wanneer lokale systemen aansluiten op zulke landelijke voorzieningen met duidelijke governance, verantwoordelijkheden en technische randvoorwaarden kan databeschikbaarheid daadwerkelijk schaalbaar, duurzaam en zorgbreed worden gerealiseerd.
Technologieën zoals spraakgestuurd rapporteren kunnen bijdragen aan efficiëntere gegevensvastlegging en betere datakwaliteit, mits goed ingebed in het werkproces. In de toekomst kan (generatieve) AI hierbij helpen, door automatisch relevante data uit het zorgproces te ordenen en overzichtelijk aan de medisch specialist te presenteren. Zorgverleners zijn onmisbaar om de relevantie en juistheid van data te beoordelen én om technologie zinvol te ontwikkelen en in te voeren.
Menselijke duiding blijft van groot belang bij datagedreven zorg. Zonder context is het moeilijk data goed te interpreteren. Nu is interpretatie vooral een menselijke taak; op termijn kan een deel hiervan risico-gebaseerd en geautomatiseerd plaatsvinden, waarbij menselijke controle op het systeem nodig blijft. Systemen zoals LLM’s en slimme dashboarding ordenen en filteren informatie en nemen daarmee feitelijk al beslissingen over welke data relevant lijken. Ze ondersteunen overzicht en duiding, maar de menselijke professional moet kunnen begrijpen en toetsen hoe deze systemen tot hun selectie komen. Zo ontstaat betekenisvolle besluitvorming in plaats van datagedreven ruis. Al met al, worden data steeds belangrijker in ons vak: aandacht voor registratie, validatie en zorgvuldige interpretatie, duiding zijn essentiële vaardigheden voor elke medisch specialist. Data zijn immers de stethoscoop van de toekomst.
4.2 PATIËNTGERICHTE ZORG IN EEN DIGITAAL TIJDPERK
In 2035 is zorg georganiseerd rond de behoeften en mogelijkheden van de patiënt: digitaal waar het kan, fysiek waar het moet
Patiëntgerichte zorg betekent in 2035 dat zorg plaatsvindt op het juiste moment, via het juiste kanaal en met oog voor de persoonlijke situatie en voorkeuren van de patiënt. Niet de technologie staat centraal, maar de mens; technologie is een hulpmiddel om eigen regie en toegankelijkheid te versterken.
Digitale toepassingen zoals thuismonitoring, zelfdiagnostiek en overzichtelijke dashboards maken zorg op afstand steeds beter en veiliger mogelijk. Hybride zorg is daarbij geen ‘one-size-fits-all’-benadering, maar maatwerk per patiënt én per specialisme. Daarmee is patiëntgerichte zorg ook ‘contextgerichte zorg’: afgestemd op digitale vaardigheden, gezondheidsvaardigheden, persoonlijke voorkeuren en de organisatie van de zorg.
Om de toegankelijkheid van zorg voor de gehele populatie te borgen, is het essentieel hybride zorg waar mogelijk als standaard werkwijze te integreren. Door zorg slimmer te organiseren kunnen met dezelfde personele capaciteit meer patiënten worden geholpen—zonder in te leveren op kwaliteit van zorg of mensgerichte aandacht.
Van zorgepisode naar doorlopende ondersteuning
Zorg op afstand begint bij de eenvoudige vraag: wat is voor deze patiënt op dit moment nodig? Soms volstaat een eenvoudige beeld- of geluidsverbinding; in andere situaties biedt een digitaal dashboard actueel inzicht in het ziekteverloop. Zo regelen veel patiënten met een chronische aandoening, zoals diabetes, grote delen van hun zorg zelf. Daarmee worden patiënten niet meer altijd standaard ingepland voor routinecontroles maar wordt dit mede gedaan aan de hand van gesignaleerde afwijkingen of vragen. In 2035 is dit type zelfmanagement, ondersteund door technologie, in veel chronische zorgvormen de norm, met ruimte voor menselijke afstemming zodat de patiënt-arts relatie niet verdwijnt.
De rol van de arts in hybride zorg is ingebed in gezamenlijk ontwikkelde zorgpaden en richtlijnen. De medisch specialist fungeert daarbij als regisseur van het zorgproces: niet alles hoeft in de spreekkamer plaats te vinden, maar alles blijft veilig, begrijpelijk en doelmatig. Dat vraagt om herontwerp van zorgpaden waarin zorgpraktijk en digitaal aanbod logisch op elkaar aansluiten, met blijvende aandacht voor patiënten en zorgverleners die minder digitaal vaardig zijn. Daarnaast is structurele financiële ruimte nodig binnen ziekenhuizen, met bekostiging die hybride en patiëntgerichte zorg ondersteunt. Alleen dan kunnen innovatie en vernieuwing duurzaam onderdeel worden van de dagelijkse praktijk.
Verwachtingsmanagement en digitale inclusie
Patiëntgerichte digitale zorg is alleen succesvol als patiënten weten wat zij kunnen verwachten en zich gesteund voelen bij nieuwe vormen van contact en zelfzorg. Patiënteducatie en gebruiksvriendelijke digitale ondersteuning bij installatie en gebruik van de applicaties zijn daarom net zo belangrijk als de technologie zelf. Tegelijk is bewustwording nodig dat niet alle contactmomenten in de zorg meer fysiek zullen zijn, mede door schaarste en duurzaamheid. Heldere communicatie richting patiënten én zorgverleners helpt om uit te leggen wanneer digitale zorg de voorkeur heeft en wanneer fysieke zorg aangewezen blijft.
De digitale kloof, bijvoorbeeld door beperkte vaardigheden, taalbarrières of sociaaleconomische omstandigheden, vraagt blijvende aandacht. Leveranciers, zorgorganisaties, patiëntenverenigingen en zorgverzekeraars spelen hierin een rol door technologie begrijpelijk en toegankelijk te maken en patiënten hierin te begeleiden. Digitalisering biedt tegelijk kansen: als digitaal vaardige patiënten meer zelfmanagement op zich nemen, ontstaat extra capaciteit voor mensen met minder gezondheidsvaardigheden.
Voor deze laatste groep blijft ruimte voor klassieke vormen van ondersteuning essentieel. Scholing van zorgverleners richt zich daarom ook op het herkennen en goed bedienen van patiënten die minder digitaal vaardig zijn.
4.3 REGELDRUK EN ADMINISTRATIEVE LAST
In 2035 is administratie geen doel op zich, maar een logisch en ondersteunend onderdeel van zorg Het verminderen van administratieve lasten biedt, in combinatie met goede automatisering, de kans om werkplezier en productiviteit van zorgverleners te vergroten en leidt bovendien tot doelmatiger inzet van schaarse personele capaciteit en lagere indirecte zorgkosten. Technologieën om lasten te verlichten van spraakgestuurd rapporteren tot automatische briefgeneratie en robotic process automation (RPA) – zijn al beschikbaar, maar worden nog lang niet overal toegepast of goed benut. Het huidige beleid zet in op een halvering van de administratietijd tot maximaal 20% van de werktijd in 2030, waarbij het nadrukkelijk gaat om zinnige administratie die direct bijdragen aan de kwaliteit en veiligheid van zorg en zo helpen het arbeidsmarkttekort te verminderen.
In 2035 is administratieve ondersteuning vanzelfsprekend, omdat systemen zijn ontworpen vóór en mét de zorgprofessional, vanuit hun werkprocessen en behoeften. Dat vraagt tijd, betrokkenheid en gezamenlijke keuzes over standaardisatie en inrichting. Implementatie alleen is niet genoeg: het gaat om blijvende adoptie en opschaling, om scholing waar nodig en vooral om gebruiksgemak. Tegelijk is dit vraagstuk meer dan een opleidingsprobleem. Goede gebruiksvriendelijkheid, uniforme inrichting en heldere standaarden zijn leidend; scholing is ondersteunend en wordt op termijn minder nodig, naarmate systemen intuïtiever worden.
Slimmer werken door hergebruik, voorbereiding en standaardisatie Een groot deel van de administratieve last komt voort uit dubbele registraties, onnodig handwerk en versnipperde processen: bijvoorbeeld wanneer gegevens niet automatisch worden hergebruikt, wanneer het EPD verkeerd of inconsistent is ingericht, of wanneer workflows onnodig complex zijn.
Hergebruik van gegevens vraagt daarbij niet alleen om technische oplossingen, maar vooral om duidelijke vakinhoudelijke keuzes en verantwoordelijkheden. Het uitgangspunt hierbij is dat data voor secundair gebruik (zoals o.a. kwaliteitsregistraties en onderzoek) kunnen worden afgeleid uit de registratie in het primaire proces zonder extra aanvullende registratie. Het gaat hierbij om kerngegevens uit meerdere domeinen, zoals medische gegevens,
laboratoriumdiagnostiek, medicatie en beeldvorming. Er moet een gezamenlijke kritische dialoog worden gevoerd met onze externe partners waaronder patiënten en instellingen, over hoe en welke gegevens door wie moeten worden vastgelegd, waarbij de vastlegging niet alleen een verantwoordelijkheid is van de zorgprofessional maar ook van ondersteunend personeel, de patiënt en zijn of haar mantelzorger. Controle op de datakwaliteit van deze vastgelegde gegevens is essentieel om te zorgen dat de data bruikbaar zijn voor directe patiëntenzorg als ook voor leren en verbeteren.
Het houderschap van standaarden en datasets, zoals voor diagnoses en diagnostiek, ligt daarbij primair bij de betreffende vakinhoudelijke disciplines, in nauwe samenwerking met wetenschappelijke verenigingen. De technische vertaling en lokale inrichting vindt plaats door (C)MIO’s en andere informatie- en dataleiders binnen de instelling. Cruciaal is dat de landelijke governancestructuur voor standaarden en databeschikbaarheid aansluit op de lokale inrichting en werkprocessen, om mismatches en foutieve implementaties van bronsystemen te voorkomen.
Adoptie vereist scholing, tijd en verantwoordelijkheid
Zorgverleners worden vaak onvoldoende ondersteund of opgeleid in het efficiënt gebruiken van digitale systemen. Een korte training bij de start van een nieuwe versie van het informatiesysteem is onvoldoende om te kunnen werken in een zich continu door ontwikkelende digitale omgeving. Periodieke hertraining, geaccrediteerde bij- en nascholing en vaardigheidsonderhoud maken daarom deel uit van professioneel functioneren.
Tegelijk blijft de ambitie dat dit soort scholing over tien jaar minder nodig is overeind, omdat systemen dan intuïtiever en gebruiksvriendelijker zijn ingericht. Tot die tijd gaan scholing en doorontwikkeling van systemen hand in hand.
4.4 AI (INCL. GENERATIEVE AI)
In 2035 gebruiken we AI verantwoord, gevalideerd en met oog voor de menselijke maat Kunstmatige intelligentie (AI) heeft zich de afgelopen jaren razendsnel ontwikkeld: van experimenteel hulpmiddel naar dagelijkse praktijktoepassing. Diagnostische algoritmen, voorspellende modellen, automatische triage en tekstgenererende tools zoals large language models (LLM’s) worden steeds vaker ingezet om zorgprocessen te versnellen, registratielast te verminderen en beslisondersteuning te bieden. Generatieve AI ontwikkelt zich bovendien in hoog tempo van administratief hulpmiddel (zoals spraakherkenning) richting toepassingen die daadwerkelijk klinisch advies kunnen geven. Daarmee komt generatieve AI steeds dichter op het domein van medische technologie en kan zij – afhankelijk van functie en gebruik – worden aangemerkt als medisch hulpmiddel. Dit vraagt om zorgvuldige toetsing en naleving van de Medical Device Regulation (MDR) en de AI act.
Toch wordt naar schatting slechts een klein deel van alle ontwikkelde AI-toepassingen daadwerkelijk in de zorg gebruikt. Dit laat zien dat, net als bij andere innovaties in de zorg, de uitdaging bij AI vooral ligt in verantwoorde implementatie en opschaling, waarbij ontwikkeling, validatie en praktijkervaring samenkomen.
Ook binnen het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) is de implementatie van AI een duidelijke prioriteit. De nadruk ligt daarbij op toepassingen in diagnostiek en generatieve AI, zoals spraakgestuurd rapporteren en voorspellende modellen. Deze toepassingen zijn bedoeld om administratieve lasten te verlagen én de dagelijkse zorgpraktijk beter te ondersteunen. Het AZWA benadrukt dat AI-oplossingen in nauwe samenwerking met zorgprofessionals worden ontwikkeld en gevalideerd, zodat veilige toepassingen kunnen opschalen naar brede inzet in de zorg.
AI biedt grote kansen, maar roept ook fundamentele vragen op over veiligheid, betrouwbaarheid, bias, interpretatie, governance en ethiek, zowel bij de introductie van deze nieuwe technologie als ook bij (langduriger) gebruik. De opgave is helder: niet meegaan in de hype, maar bouwen aan zorgvuldige, gevalideerde en bruikbare toepassingen die daadwerkelijk waarde toevoegen in de praktijk, waarbij naast klinische meerwaarde ook de kosteneffectiviteit en impact op zorguitgaven expliciet worden meegewogen.
Van belofte naar verantwoorde praktijk
De grootste belofte van AI ligt op twee terreinen:
1. registratieverlichting en procesondersteuning zoals administratieve automatisering, spraak-naar-tekst en planningsondersteuning.
2. directe patiëntenzorg, zoals diagnostiek, beeldvorming en beslisondersteuning.
Vooral bij AI-toepassingen in de directe patiëntenzorg is betrouwbare en uniforme beschikbaarheid van data een essentiële randvoorwaarde. AI-modellen kunnen alleen veilig en valide functioneren wanneer de data waarop zij worden toegepast inhoudelijk overeenkomen met de data waarop zij zijn getraind. Dit vraagt om een correcte en consistente inrichting van bronsystemen, inclusief uniform bronbeheer, metadata-beheer en duidelijke afspraken.
Voor cross-institutionele toepassing en validatie van AI-modellen is deze uniformiteit nog belangrijker. Dat betekent dat data governance binnen instellingen georganiseerd moet zijn, met duidelijke verantwoordelijkheden voor beheer, kwaliteit en gebruik van (bron)data. Inhoudsdeskundigen, zoals medisch specialisten en (C)MIO’s, spelen hierin een sleutelrol: zij borgen de klinische betekenis van data en vormen de verbindende schakel tussen zorginhoud, datagebruik en technische implementatie van AI.
Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen de twee typen toepassingen, omdat risico en professionele verantwoordelijkheid sterk verschillen. Bij ondersteunende AI-systemen, zoals administratieve automatisering ligt het risico vooral op foutieve informatieverwerking of inefficiëntie. Bij AI in de directe patiëntenzorg geldt dat de toepassing een medisch hulpmiddel is en onder de MDR valt. Onjuist gebruik kan dan direct gevolgen hebben in de vorm van schade bij de patiënt.
Medisch specialisten hebben daarom een duidelijke rol en verantwoordelijkheid: zij begrijpen het verschil tussen ondersteunende en klinische AI-toepassingen en zijn zich bewust van de mate waarin zij AI in hun besluitvorming laten meewegen. Klinisch fysici kennen de risico’s als de AI als medisch hulpmiddel wordt ingezet en kunnen met andere medisch specialisten borgen dat de AI op een veilige en verantwoorde manier wordt geïntroduceerd en gebruikt. (C) MIO’s kunnen samen met de commissie AI van de Federatie Medisch Specialisten een stimulerende en richtinggevende rol spelen voor de inzet in de medische praktijk.
De praktijk vraagt om meer dan alleen techniek. Veel zorgverleners hebben beperkte kennis van wat AI precies is, wat het kan en wat het níet kan. De kans op bias in datasets of op inzet van niet-gevalideerde modellen is reëel, zeker bij populaties die ondervertegenwoordigd zijn in trainingsdata. Medisch specialisten leren AI te gebruiken als aanvullend instrument, met hun eigen professionele blik als toets.
Deze visie richt zich daarom op algemene principes in plaats van technische voorschriften: veilige implementatie, continue monitoring van prestaties, toetsing op bias en betrouwbaarheid, governance, professionele verantwoordelijkheid én het borgen van AI-competenties.
Een belangrijk principe is op dit moment de human in the loop: de zorgverlener blijft eindverantwoordelijk en weegt de uitkomst van AI mee in het klinisch oordeel. Pas wanneer toepassingen uitlegbaar, betrouwbaar en gevalideerd zijn, kan overwogen worden bepaalde taken (deels) te automatiseren, al is de verwachting dat de mens nauw betrokken zal blijven in het monitoren van de uitkomsten van de AI algoritmen. Dat vraagt om zorgvuldige afwegingen, omdat te grote afhankelijkheid van AI ook kan leiden tot verlies van vaardigheden. De komende jaren zullen we, o.a. binnen de wv-en, onze visie verder moeten ontwikkelen in hoe om te gaan met ‘deskilling’.
De AI-competentieset van de Federatie Medisch Specialisten vormt hierbij een leidraad. Deze set beschrijft welke kennis, vaardigheden en attitude nodig zijn om AI verantwoord te gebruiken in de praktijk. In 2035 zijn deze AIcompetenties integraal onderdeel van de professionele standaard van elke medisch specialist.
Scholing en educatie over AI zijn structureel geborgd in initiële opleidingen, bij- en nascholing. Zo kan AI daadwerkelijk en verantwoord onderdeel worden van de dagelijkse praktijk.
De rol van de (C)MIO: brug tussen informatietechnologie en zorgproces
De (C)MIO heeft een sturende rol bij de integratie van AI in het zorgproces: gebruiksvriendelijk, veilig en werkbaar. AI moet niet alleen technisch mogelijk zijn, maar ook aansluiten op de klinische workflow. Dat vraagt om (C)MIO’s die actief regie voeren en verbindingen leggen met andere (medisch specialistische) professionals. Zo kunnen klinisch fysici helpen bij goede introductie en gebruik als AI als medisch hulpmiddel wordt ingezet, en kan een CPIO een belangrijke rol vervullen bij AI algoritmes in het domein van de medicatie. Een bredere lokale AI-commissie binnen het ziekenhuis kan helpen door systematisch te adviseren over selectie, implementatie en evaluatie van toepassingen. Zo ontstaat een samenhangende aanpak, waarbij keuzes en implementaties niet versnipperd plaatsvinden.
Landelijk dragen (C)MIO’s bij aan standaardisatie, validatieprotocollen en kennisdeling over de inzet van AI. Wetenschappelijke verenigingen hebben daarbij een aanvullende rol: zij signaleren en duiden relevante AItoepassingen vanuit het zorginhoudelijke perspectief, bundelen kennis en ervaringen uit de praktijk en adviseren over het opnemen van bewezen toepassingen in richtlijnen, zodat toepassing plaatsvindt op een zorgvuldige en eenduidige manier.
In 2035 is AI een vanzelfsprekend onderdeel van het digitale ecosysteem – mits we vandaag investeren in visie, bewustwording, educatie en samenwerking.
4.5 MENSELIJKE MAAT EN DIGITALE AFHANKELIJKHEID
In 2035 is technologie dienstbaar aan zorg – niet leidend Digitale technologie, kunstmatige intelligentie en datagedreven zorg veranderen het medische werkveld ingrijpend. Hoe ver technologie ook ontwikkelt, één principe blijft centraal: technologie ondersteunt de arts-patiëntrelatie, zij vervangt die niet. Waar passend versterkt technologie het menselijk contact, neemt achtergrondtaken over en zorgt dat de tijd die arts en patiënt samen hebben juist betekenisvoller wordt.
In 2035 staat daarom niet de technologie centraal, maar de vraag: voegt dit waarde toe voor deze patiënt, op dit moment, in deze context én draagt het bij aan het bredere zorgmodel, inclusief werkplezier en kwaliteit van zorg?
De medisch specialist heeft daarbij een toetsende rol: niet alleen beoordelen of een digitale toepassing waarde heeft, maar ook of deze proportioneel is, kosteneffectief en in verhouding staat tot de inzet van tijd, middelen en maatschappelijke kosten. De huidige digitaliseringsgolf leidt tot een overvloed aan toepassingen waarvan de meerwaarde soms discutabel is. Ook kan de hoeveelheid informatie tot een informatie-overload leiden. Medisch specialisten beoordelen kritisch de kwaliteit van een digitale innovatie en wanneer deze wel of niet passend is voor de zorgpraktijk en op welk moment in het klinische proces deze moet worden ingezet.
De mens blijft de maat der dingen. Zorgverleners geven richting aan verantwoorde innovatie: ethisch, veilig en met oog voor de risico’s van digitale afhankelijkheid. Patiënten worden daarbij in positie gebracht om met digitale toepassingen eigen regie te voeren en keuzes te maken die bij hen passen.
Weerbaar in een digitale wereld
Zorgorganisaties zijn steeds afhankelijker van digitale systemen. Van EPD tot AI-ondersteuning, van portalen tot monitoring: het is nauwelijks nog voorstelbaar dat een ziekenhuis “offline” werkt. Tegelijk weten we dat digitale systemen kunnen uitvallen of slachtoffer kunnen worden van cyberaanvallen. Z-CERT, het nationale expertisecentrum voor cybersecurity in de zorg, benadrukt dat de vraag niet langer is óf ziekenhuizen worden gehackt, maar wanneer. Dat vraagt om structurele voorbereiding, training en veerkracht. Digitale weerbaarheid is daarmee een kernvoorwaarde voor veilige zorg.
Medisch specialisten weten hoe te handelen bij uitval van digitale systemen en informatietechnologie. Denk aan scenario’s waarin patiëntinformatie tijdelijk niet toegankelijk is of beslisondersteuning wegvalt. Training in dergelijke situaties is belangrijk – voor artsen én ondersteunende teams. Daarnaast worden systemen zó ontworpen dat zij veilig zijn, continu worden geüpdatet en kunnen meebewegen met nieuwe bedreigingen. Digitale vaardigheden en aandacht voor verschil in digitale competenties tussen zorgprofessionals zijn hierbij essentieel, maar net zo belangrijk is het dat
zorgprofessionals beschikken over niet-digitale vaardigheden en bekend zijn met noodprocedures en alternatieve werkprocessen voor situaties waarin systemen (tijdelijk) uitvallen.
Ethiek: tussen autonomie en algoritme
Met de opkomst van zelflerende systemen, algoritmische triage en generatieve AI verschuiven verantwoordelijkheden en rollen. Wat betekent het als een AI-model zelfstandig een diagnosevoorstel doet? Hoe transparant zijn die modellen en wie is verantwoordelijk voor fouten? Dit zijn vragen binnen het domein van ethiek: het geheel van normen, waarden en reflecties op technologische keuzes in de zorg.
Ethiek krijgt een concrete vertaling in de praktijk: explainable AI is de norm. AI mag geen “black box” zijn.
Toepassingen zijn uitlegbaar en controleerbaar, zodat artsen en patiënten begrijpen hoe uitkomsten tot stand komen.
De arts blijft eindverantwoordelijk voor het medische oordeel, maar leert ook kritisch samen te werken met technologie. Verantwoordelijkheid is bovendien een juridische kwestie en vraagt om duidelijke kaders en afspraken. Dat vraagt bewustwording, scholing én ruimte om twijfels en dilemma’s te bespreken. Ethiek wordt verankerd in opleidingen, richtlijnen en praktijknormen.
Innovatie is nooit technologie-gedreven op zichzelf. De reden om te innoveren is en blijft het verbeteren van zorg voor mensen met oog voor kwaliteit, toegankelijkheid en menselijkheid en met aantoonbare meerwaarde.
4.6 INNOVATIE, IMPLEMENTATIE EN ADOPTIE
In 2035 is innovatie een vanzelfsprekend onderdeel van de manier waarop zorg wordt verleend, georganiseerd en verbeterd. De tijd van talloze losse pilots is voorbij. Innovaties worden niet alleen opgeschaald, maar ook expliciet geëvalueerd op hun klinische meerwaarde, kosteneffectiviteit en impact op werkprocessen, waarbij het stoppen met niet-doelmatige toepassingen een bewuste en legitieme keuze is. De komende tien jaar draait het om duurzaam implementeren en breed opschalen van bewezen oplossingen die de zorg beter, mensgerichter en toekomstbestendig maken, waarbij naast klinische meerwaarde en werkbaarheid ook aandacht is voor milieu-impact, zoals energiegebruik, materiaalgebruik en reisbewegingen.
Innovatie betekent niet steeds opnieuw beginnen, maar juist continu leren van wat werkt en aanpassen. Het adagium “proudly copied from” wordt richtinggevend: succesvolle initiatieven worden na evaluatie hergebruikt en (landelijk) opgeschaald, zodat waardevolle toepassingen sneller hun weg vinden naar de praktijk. Dit vraagt van medisch professionals om verder te kijken dan de muren van de eigen instelling. De uitdaging ligt in het versterken van implementatiekracht en leiderschap; binnen vakgroepen, instellingen en wetenschappelijke verenigingen.
De medisch specialist speelt hierin een sleutelrol. Hij of zij verbindt klinische inhoud met digitale vernieuwing, beoordeelt effectiviteit, bewaakt de kwaliteit van zorg en stimuleert collega’s om bewezen toepassingen te gebruiken. Daarnaast weet een medisch specialist welke collega’s te betrekken om een goed multidisciplinair beeld te krijgen van de voordelen maar ook risico’s van de nieuwe technologie. Wetenschappelijke verenigingen pakken de handschoen op om te zorgen voor richtlijnen en kwaliteitskaders die succesvolle innovaties structureel borgen. (C)MIO’s en andere digitale leiders verbinden strategie en uitvoering: zij zorgen dat innovaties aansluiten bij bestaande architecturen, werkprocessen en beleid.
Om tot duurzame opschaling te komen, is samenwerking nodig op alle niveaus. Innovatie vraagt om een cultuur van gezamenlijk leren en evalueren, kennisdeling en hergebruik – niet van vrijblijvende pilots, maar van breed gedragen verandering.
AANBEVELINGEN RICHTING 2035
Medisch specialisten, vakgroepen en medische staven Ga zorgvuldig om met data en uniforme registratie, ontwikkel, evalueer en gebruik samen met patiënten passende en toegankelijke digitale en hybride zorg en blijvende digitale vaardigheden, zet AI zorgvuldig en onderbouwd in, blijf weerbaar en kritisch bij technologische afhankelijkheid, en neem lerend leiderschap in digitale vernieuwing.
(C)MIO’s en hun CxIO/MIO-team Bouw aan een eenduidige datagedreven informatie-infrastructuur en intuïtieve digitale werkprocessen, stimuleer zinvol en veilig gebruik van AI in nauwe samenwerking met zorgverleners, versterk informatieveiligheid en digitale continuïteit, en zorg dat digitale innovaties aansluiten bij professionele waarden, vaardigheden en leerprocessen en duurzaam worden ingebed en opgeschaald. Stel een goed CxIO/MIO team samen met verschillende expertise; nieuwe rollen (zoals een CDIO of CPIO) kunnen hier zeer waardevol zijn, evenals andere medisch specialisten op het domein van medische technologie zoals klinisch fysici. Daarnaast kunnen andere deskundigen op het gebied van informatie en data zoals klinisch informatici, data-analisten en technisch geneeskundigen een belangrijke rol vervullen.
Wetenschappelijke verenigingen en Federatie Medisch Specialisten Neem als wetenschappelijke verenigingen de regie op de professionele kant van digitalisering door datavaardigheden, uniforme registratie, herontwerp van zorgpaden ten behoeve van ontwikkeling van hybride zorg, AI, ethiek en digitale weerbaarheid te verankeren in opleidingen, richtlijnen en kwaliteitsbeleid. Gebruik deze kaders om binnen bestaande gremia met partners te sturen op gezamenlijke infrastructuur, veilige systemen, opschaling en kennisdeling rond bewezen digitale innovaties. Doe dit waar mogelijk generiek vanuit de Federatie en waar verbijzondering nodig is aangevuld vanuit de individuele wetenschappelijke vereniging. Het platform Informatiebeleid heeft hierin een belangrijke rol als Federatie-breed verbindend gremium. (C)MIO’s leveren binnen dit platform hun expertise op generieke thema’s rondom digitalisering, data en informatietechnologie. Waar zorginhoudelijke verbijzondering nodig is, worden deze kaders aangevuld vanuit de individuele wetenschappelijke verenigingen.
Externe partners: patiënten, instellingen, leveranciers, beleidsmakers en politiek Zorg voor een veilige, open, gestandaardiseerde en gebruiksvriendelijke digitale zorginfrastructuur, waarin patiënten en zorgverleners digitaal vaardig en betrokken zijn. Zorg ervoor dat hybride zorg en uitlegbare AI zorgvuldig worden ingezet, digitale weerbaarheid is geborgd en wet- en regelgeving, kaders en bekostiging opschaling van bewezen, menswaardige digitale innovaties eerlijk ondersteunen.
In bijlage 2 staan de volledige aanbevelingen en suggesties voor concrete acties.
HOOFDSTUK 5
Structuur, positionering en samenwerking
Digitalisering raakt alle onderdelen van het werk van de medisch specialist. In de voorgaande hoofdstukken is beschreven waarom verandering nodig is, welke thema’s richting geven aan deze transformatie en welk handelingskader daarbij hoort. Dit hoofdstuk gaat een stap verder: het beschrijft de structuren, rollen en vormen van samenwerking die nodig zijn om die agenda daadwerkelijk te realiseren. Daarmee vormt hoofdstuk 5 de verbindende laag tussen visie en uitvoering. Zonder duidelijke positionering, mandatering en governance blijven ambities versnipperd. Hier wordt uiteengezet hoe medisch specialisten, instellingen en landelijke gremia samen het fundament leggen onder toekomstbestendig informatiebeleid.
5.1 IN 2035 IS INFORMATIEBELEID INGEBED IN ZORGSTRUCTUREN — LOKAAL, REGIONAAL ÉN LANDELIJK
Toekomstbestendig informatiebeleid vraagt om duidelijke structuren, taakverdeling en interdisciplinaire samenwerking, waarin de rol van de medisch specialist cruciaal is. In 2035 zijn digitalisering en informatiebeleid stevig verankerd in de zorg. Medisch specialisten participeren op strategisch, tactisch en operationeel niveau: landelijk, regionaal en lokaal binnen hun eigen instelling.
Elke medisch specialist heeft hierin een rol. Die loopt uiteen van basale kennis en toepassing van digitale zorg tot verdieping en participatie in commissies binnen de instelling of wetenschappelijke vereniging, of ontwikkeling tot (Chief) Medical Information Officer. Binnen de medisch-specialistische zorg wordt kennis over digitalisering en informatiebeleid gedeeld in de vakgroep, de instelling, de wetenschappelijke vereniging, de commissie AI en het platform Informatiebeleid van de Federatie Medisch Specialisten.
Op vakgroepniveau zijn vaste aanspreekpunten voor digitalisering en informatiebeleid essentieel. Zij vormen de schakel tussen het zorgproces, ICT, kwaliteitsbeleid en bestuur, zodat afstemming, implementatie en adoptie breed gedragen plaatsvinden.
5.2 (C)MIO’S WERKEN
IN TEAMS
Vóór 2025 werd de (C)MIO veelal gezien als ‘EPD-dokter’ en digitale ambassadeur binnen het ziekenhuis. In 2035 is die rol van de (C)MIO verbreed. De (C)MIO blijft het aanspreekpunt voor de Raad van Bestuur op het gebied van digitalisering en informatiebeleid, maar het werkveld is te breed en complex om door één persoon gedragen te worden. Daarom werken (C)MIO’s in CxIO-teams. De samenstelling en grootte van deze teams verschillen per instelling. Ze kunnen bijvoorbeeld bestaan uit Medical Information Officers (MIO’s), Chief Nursing Information Officers (CNIO’s), Chief Research Information Officers (CRIO’s), Chief Pharmacy Information Officers (CPIO’s), Chief Medical Data Officers (CMDO’s) en klinisch fysici (medische technologie). Ook andere deskundigen op het gebied van technologie en data zoals klinisch informatici, data-analisten en technisch geneeskundigen kunnen een rol hebben in het (C)xIO team.
Daarnaast maken andere inhoudelijke experts binnen de medisch-specialistische zorg – zoals intensivisten, radiologen en andere digitaliseringskoplopers deel uit van deze multidisciplinaire samenwerking, ook wanneer zij geen formele (C)MIO-rol hebben. In 2035 is die samenwerking tussen expertises vanzelfsprekend.
Per CxIO-team is een heldere taakverdeling afgesproken, bijvoorbeeld per thema zoals het EPD, databeschikbaarheid, AI en digitale zorg/e-health. Een goede afstemming en uitlijning over deze thema’s met zorgprofessionals en zorgmanagement vindt binnen de instelling plaats in een digitale raad of een informatiebeleidsoverleg. Het CxIO-team vervult hierin een sleutelrol door zorginhoudelijke prioriteiten te verbinden met de digitale strategie van de organisatie.
In nauwe samenwerking met de CIO en het IT-team bewaakt het CxIO-team dat keuzes rondom digitalisering en innovatie aansluiten bij de behoeften van zorgprofessionals en patiënten. Daarbij worden beschikbare evidence en de benodigde capaciteit in middelen en mensen meegenomen in de besluitvorming over implementaties. (C)MIO’s zijn naast hun rol in de eigen instelling ook actief betrokken bij de realisatie van landelijke en (cross-)sectorale databeschikbaarheid. Zij participeren in landelijke werkgroepen, kwaliteitsnetwerken, standaardisatie-overleggen en regionale samenwerkingsverbanden. Instellingen richten zich hierop in en bieden (C)MIO’s tijd, ruimte en ondersteuning om deze rol ook buiten de eigen organisatie te vervullen.
Voor landelijke werkgroepen op het gebied van informatiebeleid mandateert de Federatie deskundigen vanuit het platform Informatiebeleid om hierin te participeren, waarbij het platform als klankbord en kennisdelingvehikel gebruikt wordt.
5.3 HET PLATFORM INFORMATIEBELEID ALS VERBINDEND GREMIUM
Het platform Informatiebeleid van de Federatie Medisch Specialisten vervult een centrale rol in de agendering, structurering en professionalisering van digitalisering en informatiebeleid binnen de medisch-specialistische zorg. Het platform bestaat uit (C)MIO’s en een afvaardiging vanuit de wetenschappelijke verenigingen. Niet iedereen hoeft expert te zijn in alle onderwerpen. Richting 2035 ontstaat meer rol- en themadifferentiatie, zodat de juiste mensen aan de juiste tafels zitten.
Zo kan het platform de landelijke agendavorming versterken, de vraagarticulatie verbeteren en de betrokkenheid bij landelijke ontwikkelingen vergroten. Het helpt om standaardisatie van informatiestromen en databeschikbaarheid in samenhang vorm te geven. Een belangrijk aandachtspunt is de gezamenlijke vraagarticulatie richting leveranciers: hoe formuleren we duidelijke, gebundelde vragen namens het veld, zodat versnippering wordt voorkomen en leveranciers niet met uiteenlopende wensen vanuit verschillende instellingen te maken krijgen?
De professionalisering binnen het platform Informatiebeleid is daarbij een belangrijke stap. Heldere doelen en duidelijke verantwoordelijkheden zijn essentieel. Het platform heeft een kennisdelingsfunctie, bijvoorbeeld ten aanzien van de voortgang van trajecten zoals Wegiz, EHDS en landelijke implementatieprogramma’s, als ook het delen van best practices van wetenschappelijke verenigingen of CMIOs. Het bewaakt het overzicht van welke medisch specialisten in verschillende landelijke gremia participeren en haalt best practices én knelpunten op uit de praktijk.
Daarnaast speelt het platform een rol in de versnelling van landelijke trajecten richting de praktijk. Hierbij is frequente afstemming met platformen uit de eerste lijn, Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ), Verpleeg-, Verzorgingshuizen en Thuiszorg (VVT) en andere domeinen. Vervolgens worden deze regionaal geïmplementeerd, waarbij (C)MIO’s in de regio onderling én met collega’s in andere sectoren afstemmen.
5.4 OPLEIDING, BEKWAAMHEID EN GOVERNANCE
Professionalisering betekent ook investeren in opleiding en bekwaamheid. Digitale geletterdheid, leiderschap in informatiebeleid en strategisch inzicht maken structureel deel uit van:
de geneeskundeopleiding en vervolgopleidingen;
programma’s voor herregistratie en visitatie;
bij- en nascholing voor (C)MIO’s, vakgroepaanspreekpunten en zorgverleners in de praktijk.
Zo sluit de ontwikkeling van professionals aan bij de digitale transformatie van de zorg (zie ook het kader Digitale vaardigheden & scholing).
AANBEVELINGEN RICHTING 2035
Medisch specialisten, vakgroepen en medische staven
Zorg dat binnen elke vakgroep en medische staf digitalisering en informatiebeleid structureel belegd zijn, met duidelijke (AI-)aanspreekpunten en nauwe afstemming met (C)MIO’s, en dat alle medisch specialisten via vastgelegde scholingseisen een gezamenlijk en blijvend basisniveau digitale bekwaamheid bereiken.
(C)MIO’s en hun CxIO/MIO-team
Versterk de positie van (C)MIO’s door krachtige, multidisciplinaire teams rond informatiebeleid, data en AI te organiseren, met duidelijke mandaten en strategische inbedding binnen en buiten het ziekenhuis met als doel implementatie, adoptie en digitale transformatie te bereiken. Kies een governance- en samenwerkingsstructuur die past bij de organisatie en die multidisciplinaire samenwerking rond digitalisering, data en medische technologie borgt. Maak daarbij ruimte voor passende rollen (zoals bijvoorbeeld de CDIO of CPIO) en zorg voor structurele verbinding tussen zorginhoud, medische technologie en IT, onder andere door nauwe samenwerking met klinisch fysici en afstemming met de CIO. Zo ontstaat één samenhangende digitale roadmap waarin zorgprocessen en ITarchitectuur gezamenlijk worden ontwikkeld.
Wetenschappelijke verenigingen en Federatie Medisch Specialisten
Versterk de landelijke regie op digitalisering en informatietechnologie door binnen wetenschappelijke verenigingen en Federatie duidelijke rollen, commissies (waaronder de commissie AI) en een stevig platform Informatiebeleid te organiseren, landelijke vraag te bundelen met partners als NICTIZ, DHD en Health-RI, en passende structurele financiering voor CxIO-taken en inzet van artsen te borgen.
Zorg voor een heldere rolverdeling tussen zorginhoud en kaders bij digitalisering en informatiebeleid
Wetenschappelijke verenigingen zijn primair verantwoordelijk voor de zorginhoudelijke en vakspecifieke duiding van digitalisering, data en AI binnen het eigen domein, bijvoorbeeld door het vertalen van ontwikkelingen naar richtlijnen, kwaliteitsbeleid en opleiding.
Generieke kaders voor informatiebeleid, databeschikbaarheid, standaardisatie en samenhang worden Federatiebreed ontwikkeld, met een centrale rol voor het (C)MIO-netwerk en het platform Informatiebeleid, waarbij wetenschappelijke verenigingen dit waar nodig aanvullen.
Voor maximaal effect is nauwe samenwerking binnen dit platform essentieel: zorginhoudelijke expertise vanuit de wetenschappelijke verenigingen en implementatie-ervaring vanuit (C)MIO’s komen hier samen. (C)MIO’s vervullen daarbij een sleutelrol in de vertaling van landelijke kaders naar de praktijk en in het begeleiden van implementatie, adoptie en duurzame digitale transformatie binnen en tussen zorgorganisaties.
Externe partners: (koepels) van ziekenhuizen en klinieken, extramurale zorgaanbieders, regio’s en de overheid Veranker digitalisering en informatiebeleid organisatiebreed, regionaal en landelijk met tijd, structuur en mandaat voor (C)MIO-, CxIO- en CNIO-rollen. Versterk de positie van (C)MIO’s door krachtige, multidisciplinaire teams op de diverse aandachtsgebieden binnen het domein digitale zorg, data en informatietechnologie te organiseren. Voorkom versnippering door gebruik van bestaande landelijke netwerken en kennisdeling tussen koplopers, richt duidelijke governance rond data en AI in en betrek gemandateerde zorgprofessionals structureel bij regionale samenwerking en landelijke besluitvorming.
In bijlage 3 staan de volledige aanbevelingen en suggesties voor concrete acties.
HOOFDSTUK 6
Samen bouwen aan toekomstbestendige zorg
De digitale transformatie van de zorg is geen opgave voor de toekomst - zij is vandaag al begonnen. De komende tien jaar zal blijken hoe goed we technologie, data en mensgerichtheid in balans brengen. Dat is een gezamenlijke opgave van medisch specialisten, zorgorganisaties, verenigingen, beleidsmakers en patiënten. Alleen samen maken we de zorg toekomstbestendig.
De medisch specialist vervult daarbij een centrale rol: als klinisch expert, coördinerend behandelaar in het zorgproces, duider van data, bewaker van kwaliteit en pleitbezorger voor veilige digitalisering. Technologie en innovatie bieden kansen om werkplezier te vergroten, regeldruk te verminderen en de zorg beter te organiseren – mits geleid door professionele waarden en ethisch besef. Dat vraagt om leiderschap, nieuwsgierigheid en samenwerking over grenzen heen.
De nadruk ligt de komende jaren op duurzame toepassing van bewezen oplossingen. Niet méér pilots, maar structurele implementatie binnen heldere kaders en governance. Dit vraagt landelijke afstemming, uniforme standaarden en investeringen in scholing, tijd en samenwerking. Het platform Informatiebeleid en de Federatie Medisch Specialisten geven hierin richting, samen met de wetenschappelijke verenigingen en het veld.
Toekomstbestendige zorg vraagt ook om vertrouwen: in elkaar, in systemen en in een gedeelde visie op goede zorg. Het vraagt om ruimte voor reflectie, professionele autonomie en een blijvende focus op de menselijke maat. Digitale transformatie is geen doel op zich, maar een middel om bij te dragen aan toekomstbestendige zorg: toegankelijk, kwalitatief hoogwaardig, betaalbaar, mensgericht en duurzaam.
De Federatie Medisch Specialisten, de wetenschappelijke verenigingen en het Platform Informatiebeleid roepen iedereen op deze visie actief uit te dragen. Door kennis te delen, samen te werken en verantwoordelijkheid te nemen, bouwen we vandaag aan de zorg van morgen.
BIJLAGEN
Bijlage 1 – Toekomstverkenning richting 2035 – uitgebreide onderbouwing van trends en beleidsontwikkelingen
Bijlage 2 – Aanbevelingen en bijbehorende handelingsperspectieven hoofdstuk 4
Bijlage 3 – Aanbevelingen en bijbehorende handelingsperspectieven hoofdstuk 5
Bijlage 4 – Leden van de schrijfgroep en meelezers
Bijlage 5 – Overzicht gebruikte bronnen en beleidsdocumenten
Bijlage 6 – Proces totstandkoming document
BIJLAGE 1
Toekomstverkenning richting 2035 – uitgebreide onderbouwing van trends en beleidsontwikkelingen
De gezondheidszorg in Nederland staat onder druk. Richting 2035 worden de uitdagingen complexer en urgenter. Een vergrijzende bevolking, toenemende multimorbiditeit, personeelstekorten en de maatschappelijke roep om meer mensgerichte, toegankelijke en betaalbare zorg vormen de context waarin de zorg fundamenteel zal veranderen. Deze demografische en maatschappelijke verschuivingen leiden tot urgente vragen: Hoe blijven we zorg leveren die toegankelijk en van hoge kwaliteit is? Hoe zorgen we dat zorgprofessionals op een plezierige manier zorg kunnen blijven verlenen en niet worden overbelast door toenemende zorgvraag en administratie? En hoe benutten we technologie op een manier die eerlijk, effectief en mensgericht is?
(Nieuwe) technologieën ontwikkelen zich razendsnel. Met behulp van technologie kunnen we de toenemende zorgvraag gedeeltelijk opvangen. Innovaties als kunstmatige intelligentie (AI), robotica en digitale toepassingen zorgen ervoor dat de zorg slimmer en efficiënter kan worden ingericht. De snelheid van technologische innovatie neemt toe en zal naar verwachting richting 2035 blijven versnellen. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste trends en beleidsontwikkelingen beschreven die richtinggevend zijn voor het bredere informatiedomein binnen de medischspecialistische zorg.
1.1 ONTWIKKELINGEN
DIE
RICHTING GEVEN AAN DE VISIE
1.1.1 Toenemende zorgvraag en complexiteit
De Nederlandse bevolking groeit de komende tien jaar naar 19 miljoen inwoners1. Door de vergrijzing stijgt het aandeel 65-plussers naar 24% van de bevolking en heeft naar verwachting 54% van de Nederlanders in 2040 minstens één chronische aandoening met complexere zorgvragen door multimorbiditeit als gevolg. De groeiende zorgvraag vergt nauwe samenwerking in netwerken van zorgprofessionals, patiënten en mantelzorgers. Tegelijkertijd wordt de zorgsector geconfronteerd met een krimpende beroepsbevolking: het aantal beschikbare zorgverleners daalt en de druk op bestaande systemen en professionals neemt toe.
Daarnaast ervaren zorgprofessionals een toenemende regeldruk en administratieve belasting, waardoor er minder tijd overblijft voor directe patiëntenzorg. Het terugdringen van deze lasten is een randvoorwaarde om de zorg toekomstbestendig te houden en vormt een belangrijke opgave richting 2035.
1.1.2 Van zorgprofessional naar netwerkpartner
De traditionele, intramurale zorgstructuren voldoen steeds minder. In plaats daarvan verschuift de zorg naar hybride en netwerk gebaseerde modellen. Zorg wordt steeds meer geleverd in netwerken waarin meerdere zorgaanbieders uit verschillende domeinen samenwerken. Deze ontwikkeling vraagt om betere interoperabiliteit, gedeelde informatiestromen en ‘eenheid van taal en techniek2’. Daarbij is het niet alleen van belang dat data technisch beschikbaar zijn, maar ook dat ze bruikbaar en begrijpelijk zijn voor zorgverleners in verschillende contexten. Databeschikbaarheid is daarmee een randvoorwaarde voor goede netwerkzorg. Deze ontwikkeling vormt de kern van de digitale transformatie: zonder betrouwbare data-uitwisseling, semantische standaardisatie en gezamenlijke governance blijft netwerkzorg beperkt tot goede bedoelingen.
1.1.3 Digitalisering, AI en technologische versnelling
De afgelopen jaren hebben we een exponentiële groei gezien in digitale toepassingen binnen de zorg. Kunstmatige intelligentie – en recent in het bijzonder generatieve AI zoals large language models (LLM’s) – veranderen hoe informatie wordt verwerkt, gedeeld en geïnterpreteerd en kan als medisch hulpmiddel een belangrijke rol spelen in
diagnose en behandeling. De belofte is groot: snellere (thuis)diagnostiek, slimmere beslisondersteuning en minder administratieve lasten. De uitdaging is om kunstmatige intelligentie niet als hype, maar als hulpmiddel in te zetten dat aansluit op de klinische praktijk. Dit vraagt om nieuwe vaardigheden, governance, ethiek en bovenal: brede adoptie. Validatie, uitlegbaarheid en verantwoord gebruik van AI zijn hierbij cruciaal.
De hoeveelheid data per patiënt neemt de komende jaren exponentieel toe. Bijna alle medische apparatuur is tegenwoordig gekoppeld aan het EPD en genereert continu gegevens over de patiënt. Daardoor neemt niet alleen de hoeveelheid data binnen het ziekenhuis toe, maar ook de hoeveelheid data uit het bredere netwerk van zorgaanbieders én de door patiënten zelf gegenereerde gegevens uit bijvoorbeeld apps en wearables. Patiënten hebben gegevens verspreid over meerdere instellingen, vaak met overlappende of inconsistente registraties. Daarnaast nemen steeds meer patiënten zelf data mee via wearables en slimme apparaten, waarbij deze gegevens niet altijd onder gecontroleerde omstandigheden zijn verkregen. Ook groeit het gebruik van thuismetingen, waardoor een belangrijk deel van de klinisch relevante data buiten het ziekenhuis ontstaat. Dit maakt het voor zorgprofessionals steeds moeilijker om overzicht te houden.
Slimme algoritmen en AI zijn daarom essentieel om structuur aan te brengen in grote, complexe datasets en om patronen te herkennen die voor mensen niet direct zichtbaar zijn. Tegelijkertijd is het cruciaal dat deze informatie op het juiste moment contextafhankelijk en relevant aan de medisch specialist wordt gepresenteerd. Zo ontstaat betekenisvolle besluitvorming in plaats van datagedreven ruis. De rol van de medisch specialist verandert daarmee fundamenteel: van primair informatieverzamelaar naar duider, beoordelaar en beslisser. Het realiseren van een uniforme datalaag is één van de belangrijkste opgaven richting 2035. Betrouwbare, eenduidige en goed geduide data vormen daarbij een randvoorwaarde voor het veilig en verantwoord inzetten van AI. Tegelijkertijd is AI een belangrijke bondgenoot om overzicht te creëren, patronen te herkennen en zorgdata in de praktijk werkbaar te maken.
1.1.4 Beleidsontwikkelingen als kader
De transitie richting toekomstbestendige zorg wordt ook op beleidsniveau krachtig ondersteund. De ambities uit het Integraal Zorgakkoord (IZA) en het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) stimuleren onder andere passende zorg, meer samenwerking in de regio, digitalisering en datagedreven werken. Zonder slimme inzet van ICT kunnen deze ambities niet worden gerealiseerd. De digitale middelen zullen dus naadloos moeten aansluiten op de zorgpraktijk en de zorgprofessional moeten ondersteunen om daadwerkelijk betere, doelmatigere en meer mensgerichte zorg te kunnen bieden.
De opkomst van de European Health Data Space (EHDS) markeert een nieuwe fase in het denken over gezondheidsinformatie. Binnen het Ministerie van VWS zijn de werkgroepen Wet elektronische gegevensuitwisseling in de zorg (Wegiz) en EHDS inmiddels samengevoegd tot één beleidsstructuur, waarbij de EHDS steeds meer leidend zal worden. Dit betekent dat Europese kaders richtinggevend zijn voor de Nederlandse aanpak van gegevensuitwisseling en secundair datagebruik. In Nederland biedt de Wegiz, in werking sinds 2023, met een meerjarenagenda tot ten minste 2027 het wettelijk kader om elektronische gegevensuitwisseling te verplichten en daarmee interoperabiliteit te bevorderen. De EHDS, die naar verwachting in werking treedt in 2025 en gefaseerd wordt geïmplementeerd tot circa 2031, bouwt hierop voort en zorgt voor Europese harmonisatie en brede beschikbaarheid van gezondheidsgegevens binnen de Europese Unie.
Daarnaast is in 2023 de nationale visie op het gezondheidsinformatiestelsel gepubliceerd, met een doorkijk naar 2035. Deze visie werkt in drie plateaus: van basisuitwisseling (plateau 1), via verbonden ecosystemen (plateau 2), naar een volledig geïntegreerd en datagedreven zorgstelsel (plateau 3). De EHDS en Wegiz sluiten direct aan bij deze routekaart en vormen samen de juridische en technische ruggengraat van toekomstbestendige zorginformatie in Nederland.
Een aanvullende ontwikkeling betreft de toenemende inzet van software en in het bijzonder AI-toepassingen als medisch hulpmiddel bij diagnostiek, behandeling en besluitvorming. Dit valt onder de Europese Medical Device Regulation (MDR), die voorschrijft dat software die een medische beslissing ondersteunt of beïnvloedt, moet voldoen aan strikte eisen voor veiligheid, validatie en transparantie. De MDR krijgt daarmee een steeds belangrijkere rol in het borgen van betrouwbaarheid en patiëntveiligheid bij het gebruik van AI en andere digitale toepassingen in de zorg.
Bovengenoemde initiatieven zorgen ervoor dat burgers meer zeggenschap krijgen over hun gegevens, terwijl onderzoekers, beleidsmakers en bedrijven toegang kunnen krijgen tot geanonimiseerde data voor innovatie en volksgezondheid. Dit vraagt een forse investering in datakwaliteit, interoperabiliteit en ethisch datagebruik. De beleidscontext benadrukt daarmee de noodzaak van landelijke coördinatie en gezamenlijke mandatering.
Overzicht van beleidskaders richting 2035
De onderstaande beleidslijnen vormen samen de juridische, organisatorische en technologische basis voor verantwoord informatiebeleid en digitalisering in de medisch-specialistische zorg.
Beleidskader / initiatief
Wegiz – Wet elektronische gegevensuitwisseling in de zorg
EHDS – European Health Data Space
Periode / status
In werking sinds 2023, meerjarenagenda tot 2027
Verwachte inwerkingtreding 2026, implementatie tot 2031
Nationale Visie op het Gezondheidsinformatiestelsel
Gepubliceerd 2023, loopt tot 2035
Kernpunten en relevantie voor medisch-specialistische zorg
Verplicht elektronische gegevensuitwisseling tussen zorgverleners; versterkt interoperabiliteit en gegevenskwaliteit. Legt fundament voor uniforme data-uitwisseling en sluit aan op Europese standaarden.
Richt zich op Europese harmonisatie van gezondheidsdata. Stimuleert gegevensuitwisseling binnen de EU, secundair gebruik (onderzoek, beleid, innovatie) en versterkt zeggenschap van burgers over hun gegevens. Wordt leidend kader binnen de EU en Nederland.
Nationale routekaart voor de ontwikkeling van een toekomstbestendig informatiestelsel. Werkt in drie plateaus: (1) basisuitwisseling, (2) verbonden ecosystemen, (3) geïntegreerd en datagedreven zorgstelsel. Sluit direct aan bij Wegiz en EHDS.
MDR – Medical Device Regulation (EU 2017/745)
IZA / AZWA – Integraal Zorgakkoord & Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord
Van kracht sinds 2021, doorlopend relevant
Reguleert medische hulpmiddelen, inclusief software en AI die worden gebruikt voor diagnostiek, behandeling of besluitvorming. Waarborgt veiligheid, transparantie en validatie van algoritmen en digitale zorgtoepassingen. Steeds belangrijker bij implementatie van AI in de zorg.
Lopend tot 2030 Legt nadruk op passende zorg, samenwerking in de regio, digitalisering en datagedreven werken. Vormt beleidsmatige basis voor implementatie van digitale zorginnovaties in Nederland.
1.1.5 Aantrekkelijkheid van het vak onder druk
De aantrekkelijkheid van het vak voor de medisch specialist staat onder druk. Medisch specialisten ervaren een toenemende werkdruk en zoeken naar een betere balans tussen werk en privé. Daarnaast kiezen minder jonge artsen voor een carrière als medisch specialist en verlaten steeds meer medisch specialisten de zorg. Daarnaast neemt de zorgvraag toe. Dit legt extra druk op de beroepsgroep en vraagt om nieuwe oplossingen en zorgprocessen. Het introduceren van technologieën die de administratieve lasten kunnen verlagen en het equiperen van vaardigheden om hiermee om te kunnen gaan kan één van de oplossingsrichtingen zijn om het werkplezier te vergroten. Op deze manier kunnen zorgprofessionals weer meer tijd gaan besteden aan patiëntenzorg. Hiervoor zijn gebruiksvriendelijke, geïntegreerde systemen nodig die het zorgproces ondersteunen.
1.1.6 Digitale kloof: een reëel risico
De digitale transitie vereist digitale vaardigheden van patiënten en/of mantelzorgers, maar ook van zorgprofessionals. Eén op de vijf Nederlanders vindt het lastig met digitale tools om te gaan en heeft beperkte gezondheids- of digitale vaardigheden of kunnen deze vaardigheden in bepaalde ziektebeelden, zoals dementie, verliezen. Ook onder zorgprofessionals bestaan grote verschillen in digitale competenties. Daarom moeten we inzetten op de implementatie van inclusieve technologie: toepassingen die begrijpelijk, toegankelijk en bruikbaar zijn voor álle gebruikers. Het aantal patiënten en/of mantelzorgers dat mee kan in de digitale transformatie zal hierdoor toenemen, maar we moeten ter voorkoming van een digitale kloof oog houden voor diegenen die ondanks alle inspanningen niet (voldoende) digitaal vaardig zijn of niet kunnen meekomen in de digitale transitie. Ook zij hebben immers recht op toegang tot passende zorg, derhalve zullen analoge varianten voor hen beschikbaar moeten blijven.
BIJLAGE 2
Aanbevelingen en bijbehorende handelingsperspectieven hoofdstuk 4
De aanbevelingen en bijbehorende handelingsperspectieven in deze bijlage zijn bedoeld als richtinggevend handelingskader voor de digitale transformatie van de medisch-specialistische zorg richting 2035. Zij vormen geen verplichtende of uitputtende checklist, maar bieden suggesties en voorbeelden van acties die kunnen bijdragen aan de ambities uit dit document.
Niet elke aanbeveling is voor iedere doelgroep, organisatie of wetenschappelijke vereniging op hetzelfde moment of in dezelfde mate relevant. De toepasbaarheid verschilt per context en is afhankelijk van onder andere:
bestaande speerpunten en strategische keuzes;
de fase waarin digitalisering zich binnen het vakgebied bevindt;
beschikbare capaciteit, expertise en samenwerkingsverbanden.
De aanbevelingen zijn nadrukkelijk bedoeld om:
keuzes te ondersteunen, niet om alles tegelijk te realiseren;
het gesprek te faciliteren over prioriteiten en focus;
en handvatten te bieden om digitale thema’s gefaseerd en passend op te nemen in bijvoorbeeld werkagenda’s, jaarplannen of meerjarenprogramma’s.
Wetenschappelijke verenigingen, (C)MIO’s en andere betrokken partijen behouden hierin hun eigen verantwoordelijkheid en professionele ruimte om te bepalen welke aanbevelingen wanneer en op welke wijze worden opgepakt, en waar samenwerking met andere partijen meerwaarde heeft.
Zo ondersteunen deze aanbevelingen het gezamenlijk werken aan toekomstbestendige zorg, met oog voor diversiteit tussen vakgebieden, proportionaliteit in inzet en ruimte voor professionele afwegingen.
Er is een onderverdeling gemaakt in vier doelgroepen:
Medisch specialisten, vakgroepen en medische staven
(C)MIO’s en hun CxIO/MIO-team
Wetenschappelijke verenigingen en Federatie Medisch Specialisten
Inzet die nodig is van andere partijen om onze ambitie mogelijk te maken
MEDISCH SPECIALISTEN, VAKGROEPEN EN MEDISCHE STAVEN
Databeschikbaarheid en datagedreven zorg: verantwoord omgaan met data en registratie
Ga zorgvuldig en verantwoord om met data, van verslaglegging tot gebruik in de praktijk.
Denk hierbij aan:
Wees je bewust van je rol in het datalandschap, van zorgvuldige verslaglegging tot het duiden en gebruiken van data in de praktijk, en voorkom daarbij het gebruik van AI-/data-applicaties die niet voldoen aan AVG en/of MDR, inclusief het uploaden van patiëntdata naar openbare online tools.
Adopteer uniforme registratie-afspraken die aansluiten bij richtlijnen en landelijke datasets, en laat het ‘not-inventedhere’-principe los door aan te sluiten bij bestaande standaarden.
Gebruik de beschikbare tooling optimaal en zie jezelf als uitvoerder binnen de gekozen systemen, niet als verantwoordelijke voor de systeemkeuze.
Sta open voor het delen van data met andere zorgverleners voor zowel primair als secundair gebruik, neem actief deel aan kwaliteitsregistraties en gebruik de uitkomsten voor leren en verbeteren, met feedback op bruikbaarheid en registratielast.
Werk samen met management en andere zorgprofessionals aan zorglogistiek en triage op basis van realtime data.
Patiëntgerichte zorg in een digitaal tijdperk: hybride en digitale zorg samen met patiënten
Ontwikkel en gebruik digitale en hybride zorgvormen samen met patiënten, op een manier die passend en toegankelijk is.
Denk hierbij aan:
Neem deel aan het herontwerp van zorgprocessen en bepaal per zorgpad of consultvorm of digitale zorg gepast, effectief en wenselijk is, waarbij je gebruikmaakt van bestaande goede voorbeelden van hybride zorg in plaats van ieder proces opnieuw te ontwerpen.
Werk binnen vakgroepen en wetenschappelijke verenigingen aan een gedeelde visie op hybride zorg.
Zorg dat zorgprofessionals en patiënten de juiste informatie op het juiste moment krijgen, en zet cockpitdashboards, thuismetingen, zelfdiagnostiek en patiëntvoorbereiding via portalen en intakelijsten alleen in wanneer dit aantoonbaar waarde toevoegt, waarbij patiënten actief gestimuleerd worden om zich voor te bereiden op het consult.
Betrek patiënten bij de keuze voor het zorgkanaal en wees helder over verwachtingen en beperkingen van digitale zorg.
Let op digitale inclusie door je benadering af te stemmen op vaardigheden en omstandigheden van verschillende patiëntgroepen en ontwikkel een communicatieplan waarin staat wat patiënten mogen verwachten van digitale én fysieke zorg.
Regeldruk en administratieve last: werkbaar en vaardig digitaal werken
Zorg voor digitale werkprocessen die ondersteunend, doelmatig en werkbaar zijn in het dagelijkse zorgproces, en maak digitale vaardigheden tot een integraal onderdeel van het professionele handelen.
Denk hierbij aan:
Wees actief betrokken bij de inrichting en verbetering van digitale werkprocessen, en committeer aan landelijke afspraken boven persoonlijke voorkeuren.
Stimuleer onderling leren en evalueer periodiek het eigen gebruik van systemen en de ervaren administratieve last, bijvoorbeeld door werkende voorbeelden en optimalisaties tussen vakgroepen te delen.
Investeer in digitale vaardigheden door ruimte te maken voor periodieke (bij)scholing over effectief digitaal werken.
Ga kostenbewust om met systemen: gebruik waar mogelijk de functionaliteit van het EPD en voorkom wildgroei van externe applicaties.
Kunstmatige intelligentie: verantwoorde inzet van AI
Gebruik AI zorgvuldig en onderbouwd, als hulpmiddel dat veiligheid, kwaliteit en werkbaarheid ondersteunt.
Denk hierbij aan:
Zet AI in voor administratieve lastenverlichting, zoals spraak-naar-tekst of ordervoorbereiding, bij voorkeur ziekenhuisbreed en in samenwerking met leveranciers, met voortdurende toetsing van betrouwbaarheid en veiligheid.
Gebruik beslisondersteunende AI alleen wanneer deze gevalideerd is binnen het eigen specialisme of zorgpad, en werk met een human-in-the-loop, tenzij zeer zorgvuldig is vastgesteld dat geautomatiseerde besluitvorming verantwoord is.
Volg bij- en nascholing over AI, zodat je basisprincipes, risico’s, beperkingen en klinische toepassingen begrijpt, en zorg dat AI-kennis onderdeel blijft van je professionele competentieset.
Stimuleer praktijkprojecten rond AI binnen de eigen instelling en deel zowel succesvolle als niet-succesvolle ervaringen met andere instellingen, bij voorkeur in samenwerking met een lokale AI-commissie.
Weet wanneer je AI inzet als medisch hulpmiddel en dus aan additionele wet en regelgeving te voldoen hebt op de AI verantwoord in te kunnen zetten.
Menselijke maat en digitale afhankelijkheid: veerkracht, menselijk oordeel en ethiek bij technologie
Blijf als professional weerbaar en kritisch bij technologische afhankelijkheid, en bewaak menselijk contact en ethiek.
Denk hierbij aan:
Onderhoud basiskennis van analoge zorgprocessen, weet hoe te handelen bij digitale uitval en neem deel aan scenario-oefeningen, offline-simulaties en crisistrainingen rondom noodprocedures, zodat je voorbereid bent op systeemuitval.
Blijf kritisch op technologische afhankelijkheid, behoud ruimte voor menselijk oordeel en medisch leiderschap en beoordeel nieuwe technologische toepassingen niet alleen op potentiële waarde, maar ook op de wetenschappelijke onderbouwing daarvan.
Reflecteer binnen de vakgroep op ethische implicaties van AI, algoritmes en automatisering, inclusief uitlegbaarheid en gevolgen voor verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid, en bescherm het arts-patiëntcontact door technologie zo in te zetten dat menselijk contact daar waar nodig juist wordt gefaciliteerd.
Innovatie, implementatie en adoptie: leiderschap en leren in digitale vernieuwing
Neem als vakgroep en specialist actief leiderschap in digitale vernieuwing en leer systematisch van ervaringen.
Denk hierbij aan:
Neem actief leiderschap in de implementatie van digitale vernieuwing door bewezen initiatieven naar de eigen praktijk te vertalen, collega’s te stimuleren deze te gebruiken en nieuwe toepassingen te beoordelen op hun meerwaarde voor patiënt, proces en team, zodat succesvolle innovaties structureel in het zorgproces worden geborgd.
Deel ervaringen en resultaten met andere vakgroepen en instellingen om herhaling van pilots te voorkomen en gebruik data en evaluaties om effecten van innovaties te volgen en aanpassingen door te voeren waar dat nodig is.
(C)MIO’S EN HUN CXIO/MIO-TEAM
Databeschikbaarheid en datagedreven zorg: datagedreven infrastructuur & registratie
Bouw aan een eenduidige, datagedreven informatie-infrastructuur die zorgverleners ondersteunt bij goede registratie en zinvol gebruik van data.
Denk hierbij aan:
Wees actief betrokken bij de selectie, inrichting en evaluatie van systeemarchitectuur en applicaties, zodat deze workflow-gebaseerd zijn, uitgaan van eenmalig registreren en meervoudig gebruiken, en erkende datastandaarden toepassen.
Adviseer over keuzehulpen, dashboards en tooling die data vertalen naar klinisch relevante inzichten en zorg voor een infrastructuur waarin zorgverleners zelf van data informatie kunnen maken, bijvoorbeeld via Self-Service Business Intelligence.
Stimuleer correcte registratie en evalueer periodiek de datakwaliteit in een PDCA-cyclus, en bevorder een cultuur waarin data worden gebruikt om te leren en te verbeteren, niet om te controleren.
Wees pleitbezorger voor één gedeelde informatie-infrastructuur binnen het ziekenhuis en in de regio/landelijk en stem lokale deelname aan landelijke programma’s af op deze rol: landelijk voor normering en standaarden, lokaal voor implementatie en aansluiting op het zorgproces.
Patiëntgerichte zorg in een digitaal tijdperk: digitale werkprocessen & gebruiksvriendelijke systemen
Zorg voor digitale werkprocessen en systemen die intuïtief zijn, aansluiten bij de klinische praktijk en patiënten goed ondersteunen.
Denk hierbij aan:
Coördineer de ontwikkeling en implementatie van digitale processen op instellingsniveau, zet je in voor werkbare, gebruiksvriendelijke systemen die zijn ontworpen op basis van klinische behoeften en werk actief samen met vakgroepen en IT-afdelingen om digitale processen in lijn te brengen met de praktijk.
Faciliteer, monitor en stimuleer digitale vaardigheden van artsen en ondersteun collega’s bij het ontwikkelen van digitale werkvaardigheid via training, begeleiding en feedbackloops, op een structurele manier en niet afhankelijk van losse initiatieven.
Zorg dat ondersteuning bij cockpittoepassingen, thuismonitoring en zelfmeettools structureel en organisatiebreed is geborgd en voorkom versnippering van digitale oplossingen voor patiënten en zorgverleners door te werken aan overzicht en samenhang.
Bewaak de balans tussen innovatie en toegankelijkheid door systemen zo in te richten dat digitaal vaardige patiënten optimaal worden ondersteund, terwijl er niet-digitale alternatieven blijven bestaan, en faciliteer overleg met patiëntvertegenwoordigers over digitale behoeftes, barrières en oplossingen.
Stimuleer implementatie van infrastructuur voor spraakgestuurd registreren, automatische briefgeneratie en RPA als concrete bijdrage aan de landelijke 20%-doelstelling, en stel je open als contactpunt voor EPD-leveranciers om te borgen dat nieuwe updates of functies snel en adequaat worden geïmplementeerd.
Steeds meer data worden geproduceerd door een medisch hulpmiddel. Leg de verbinding met klinisch fysici om dezer data ook verantwoord in te kunnen zetten in de klinische praktijk.
Kunstmatige intelligentie: AI in de klinische praktijk
Neem een leidende en verbindende rol bij de inzet van AI, zodat toepassingen veilig, zinvol en goed ingebed zijn in het zorgproces.
Denk hierbij aan:
Werk er samen met leveranciers en zorgverleners naartoe dat AI het registratieproces ondersteunt en naadloos in de workflow integreert, deel kennis en ervaringen om implementatie te versnellen, stimuleer en monitor adoptie en adviseer bestuur en vakgroepen over functionele inzet, risico’s en gebruiksvriendelijkheid van AI-toepassingen.
Stimuleer interdisciplinaire samenwerking door zorgprofessionals, data-analisten, ethici, informatici en leveranciers actief bij elkaar te brengen om AI te ontwikkelen, toetsen en verbeteren, en monitor de impact van AI op werkdruk, patiëntveiligheid en vertrouwen in technologie en gebruik deze inzichten om samen met betrokken partijen bij te sturen.
Neem een leidende rol in het identificeren van het toepassingsgebied van de AI, zet de juiste samenwerking op afhankelijk van dit toepassingsgebied.
Menselijke maat en digitale afhankelijkheid: informatieveiligheid & continuïteit van zorgprocessen
Versterk informatieveiligheid en continuïteit van zorgprocessen, zodat zorg ook bij verstoringen veilig kan doorgaan.
Denk hierbij aan:
Stimuleer bewustzijn over risico’s van informatiebeveiliging en denk actief mee over de gevolgen voor medische processen, en zorg dat protocollen rond digitale uitval breed bekend zijn in de instelling, met betrokkenheid van zorgverleners bij scenario-oefeningen voor systeemuitval, zodat continuïteit van zorgprocessen is geborgd.
Menselijke maat en digitale afhankelijkheid: ethiek, waarden & duurzame digitale innovatie
Zorg dat digitale innovaties, inclusief AI, in lijn zijn met professionele waarden en duurzaam worden ingebed in beleid en praktijk.
Denk hierbij aan:
Adviseer over ethische toetsing bij implementatie van AI-toepassingen – wanneer helpt het en wanneer niet – en maak duidelijk welke rol de (C)MIO heeft in toetsing en borging van uitlegbaarheid, en ondersteun collega’s bij digitale dilemma’s en verschuivende verantwoordelijkheden.
Zorg dat digitale innovaties passen bij de professionele waarden van de zorgorganisatie en geef richting aan duurzame implementatie door innovaties te integreren in bestaande digitale infrastructuur en werkprocessen.
Stimuleer hergebruik van bewezen oplossingen binnen de organisatie en in het regionale netwerk, adviseer bestuur en vakgroepen over implementatiestrategieën, opschaling en randvoorwaarden en bewaak de samenhang tussen innovatieprojecten, beleid en technische standaarden, zodat landelijke opschaling mogelijk wordt.
WETENSCHAPPELIJKE VERENIGINGEN EN FEDERATIE MEDISCH SPECIALISTEN
Databeschikbaarheid en datagedreven zorg: data & registraties in opleiding, taal en datasets Maak datavaardigheden en uniforme registratie tot een vast onderdeel van opleiding, herregistratie en richtlijnen, zodat data betrouwbaar en herbruikbaar zijn.
Denk hierbij aan:
Maak het belang van data en het gebruik ervan onderdeel van opleiding en herregistratie, en maak leren van data en registratievaardigheden structureel onderdeel van opleiding, visitatie en herregistratie.
Neem als wetenschappelijke vereniging verantwoordelijkheid voor uniforme taal en datagebruik binnen het eigen domein.
Richt binnen de vereniging structuren in die nationaal de definitie en afstemming van datasets coördineren, zowel in het EPD als in kwaliteitsregistraties, inclusief kwaliteitsdata, feedbackloops en duiding.
Zorg dat in richtlijncommissies experts met kennis van informatiebeleid, data en digitale toepassingen deelnemen.
Definieer, evalueer en onderhoud periodiek relevante datasets en dashboards binnen specialisme-specifieke zorgpaden met verplichte aansluiting bij (inter)nationale datastandaarden (zoals SNOMED CT, LOINC, OMIM en DT/VT-afgeleiden), en neem verantwoordelijkheid voor de vertaling van ICD-10 naar juiste SNOMED-coderingen voor termen binnen het eigen specialisme.
Veranker EPD-inrichting, uniforme coderingen en workflowoptimalisatie in richtlijnen en beschrijf daarbij welke datasets, coderingen en standaard-workflows daarbij horen.
Databeschikbaarheid en datagedreven zorg: landelijke infrastructuur, EPD-inrichting & gezamenlijke standaarden
Neem samen met partners een richtinggevende rol in landelijke infrastructuur, EPD-inrichting en standaarden, zodat ziekenhuizen kunnen aansluiten op gezamenlijke oplossingen in plaats van ieder voor zich te optimaliseren.
Denk hierbij aan:
Neem samen met het Platform Informatiebeleid een actieve rol in de inrichting van infrastructuur en governance voor landelijke en internationale databeschikbaarheid.
Voorkom dat ieder ziekenhuis individueel optimaliseert door gezamenlijke standaarden en richtlijnontwikkeling te faciliteren, en werk met het platform ‘informatiebeleid aan eenvoudige, uniforme technische oplossingen voor hybride zorg.
Zet administratieve lastenverlichting expliciet op de agenda van bijeenkomsten, commissies en kwaliteitscycli, en stimuleer het proces van interne prioritering (“vraagarticulatie”), zodat wensen vanuit de zorginhoud ingebracht kunnen worden aan landelijke leveranciers- en aanbiedertafels.
Ontwikkel formats voor digitale consultvoorbereiding, dossiersamenvatting en hergebruik van data, aansluitend bij afspraken in het AZWA (A4 en A5).
Patiëntgerichte zorg in een digitaal tijdperk: hybride zorg & vormen van patiëntcontact
Veranker hybride zorg – de combinatie van fysieke en digitale patiëntcontacten – in richtlijnen, techniek en praktijk op basis van uitkomsten, veiligheid en ervaringen van patiënten.
Denk hierbij aan:
Leg in richtlijnen helder vast wanneer digitale zorg passend is en wanneer fysieke zorg vereist blijft, op basis van uitkomsten, veiligheid en ervaringen van patiënten, zodat hybride zorg en verschillende vormen van patiëntcontact veilig en doelmatig worden ingezet.
Draag samen met het platform Informatiebeleid bij aan uniforme technische oplossingen die hybride zorg praktisch uitvoerbaar maken.
Stimuleer onderzoek naar uitkomsten, tevredenheid en veiligheid van verschillende vormen van patiëntcontact, en ontwikkel samen met koepels van instellingen en patiëntenorganisaties communicatieplannen om de resultaten en verwachtingen breed uit te dragen.
Kunstmatige intelligentie: AI in richtlijnen, kwaliteitsbeleid, opleiding en praktijk
Ontwikkel en borg kaders voor veilige, ethische en gevalideerde inzet van AI in richtlijnen, kwaliteitsbeleid, opleidingen en landelijke samenwerking.
Denk hierbij aan:
Ontwikkel en werk samen aan discipline-overstijgende richtlijnen en kaders voor veilige, ethische en gevalideerde toepassing van AI in het eigen vakgebied, lever standaardsets en frameworks (bijvoorbeeld verenigingsspecifieke templates) en zorg voor validatie in relatie tot richtlijnen, en zorg vanuit de zorginhoud voor afstemming en samenwerking met UMCNL, NVZ en landelijke AI-initiatieven (zoals de werkagenda AI), waarbij ontwikkelingen rond AI-autonomie worden gevolgd en vertaald naar richtlijnen (o.a. in samenwerking met KNMG).
Maak AI een vast onderdeel van kwaliteitsbeleid, herregistratie en opleidingstrajecten en ontwikkel samen met onderwijsinstellingen (geneeskunde, paramedisch, verpleegkunde) een generieke AI-competentieset, zodat kennis en vaardigheden breed in onderwijs en nascholing verankerd worden.
Faciliteer validatie van beslisondersteuning per zorgpad, deel uitkomsten via landelijke kennisplatforms, verbind innovatieve leden uit verschillende ziekenhuizen en ondersteun brede kennisdeling en interoperabiliteit.
Stuur actief op ethisch gebruik van AI, zodat de gezondheidskloof niet wordt vergroot.
Menselijke maat en digitale afhankelijkheid: ethiek en digitale weerbaarheid
Versterk ethiek en digitale weerbaarheid tegen systeemuitval, en maak dit tot een vast onderdeel van kwaliteits- en veiligheidsbeleid.
Denk hierbij aan:
Stimuleer bewustwording en scholing over ethiek, digitale weerbaarheid en afhankelijkheid van systemen, draag eraan bij dat periodieke system-down-simulaties (EPD-uitval, AI-offline, netwerkstoringen) een vast onderdeel worden van kwaliteits- en veiligheidsbeleid met “assume breach” als impliciet uitgangspunt, en neem ethiek en weerbaarheid op in opleidingscurricula, visitaties en kwaliteitscycli.
Faciliteer gezamenlijke kaders en trainingen voor systeemuitvalscenario’s waarbij de wetenschappelijke verenigingen kaders geven voor de minimale vereisten om zorg te kunnen continueren.
Bewaak het moreel kompas van digitale innovatie: laat patiëntwaarde leidend zijn, niet de technologische belofte, en borg dat toepassingen gebaseerd zijn op aantoonbare klinische meerwaarde.
Integreer ethiek, systeemkennis en veerkracht in geneeskunde- en vervolgopleidingen en besteed structureel aandacht aan digitale vaardigheden voor alle zorgprofessionals, ter bevordering van digitale competentie en het verkleinen van verschillen daarin tussen zorgverleners.
Innovatie, implementatie en adoptie: opschaling, kennisdeling & leren van elkaar
Schaal bewezen digitale innovaties op en stimuleer een cultuur van ‘leren van elkaar’ in plaats van ‘ieder zijn eigen pilot’.
Denk hierbij aan:
Veranker succesvolle innovaties in richtlijnen, kwaliteitskaders en visitaties en faciliteer kennisdeling tussen specialismen en instellingen via centrale platforms en netwerken, gericht op opschaling van bewezen toepassingen.
Ontwikkel samen met (C)MIO’s en instellingen landelijke kaders voor implementatie en adoptie van digitale innovaties en stimuleer een cultuur van ‘leren van elkaar’, met aandacht voor evaluatie, veiligheid en effectiviteit, in plaats van steeds nieuwe losse pilots.
Databeschikbaarheid en datagedreven zorg: versterk digitale vaardigheden en benut digitale voorzieningen in de zorg.
Denk hierbij aan:
Ontwikkel digitale vaardigheden of zoek ondersteuning om digitale voorzieningen, zoals portalen, dashboards, PGO’s, keuzehulpen en andere toepassingen daadwerkelijk te benutten.
Ondersteun als patiënten- of mantelzorgorganisatie je leden bij het ontwikkelen van digitale vaardigheden en geef input op gewenste vormen van digitale zorg.
Stimuleer en faciliteer het gebruik van patiëntportalen voor voorbereiding, inclusief uitleg, begeleiding en ondersteuning bij digitale toegang, zodat patiënten beter worden betrokken bij hun eigen zorgproces.
Kunstmatige intelligentie: wees kritisch en betrokken bij de inzet van AI en digitale zorg.
Denk hierbij aan:
Houd een kritische en betrokken houding bij de inzet van AI in de zorg, vraag om uitleg over hoe AI wordt gebruikt en lever feedback op transparantie, begrijpelijkheid en vertrouwen.
Stimuleer gezamenlijk leren: ervaringen van patiënten kunnen bijdragen aan betere, uitlegbare en betrouwbare toepassingen.
Instellingen (ziekenhuizen en zorgorganisaties)
Databeschikbaarheid en datagedreven zorg: zorg voor een samenhangende nationale en lokale data-infrastructuur voor databeschikbaarheid.
Denk hierbij aan:
Voorkom regionale versnippering en werk met één nationale taal en infrastructuur voor databeschikbaarheid.
Bouw mee aan de realisatie van databeschikbaarheid waarbij gebruiksvriendelijkheid een speerpunt is, en wees voorbereid op de verplichtingen die de EHDS met zich meebrengt op het gebied van databeschikbaarheid.
Neem verantwoordelijkheid voor een dataplatform/informatie-infrastructuur dat expliciet in lijn is met de landelijke roadmap (LDN/CumuluZ), zodat er niet naast het landelijke datastelsel een nieuw lokaal of regionaal parallel systeem ontstaat.
Richt beleid, bekostiging en interne processen zo in dat zowel primair als secundair gebruik van zorgdata mogelijk is, zonder extra registratielast voor zorgverleners.
Innovatie, implementatie en adoptie: organiseer interne processen en roosters rondom hybride zorg en digitale innovatie.
Denk hierbij aan:
Zie het verlagen van administratieve lasten als een organisatiebrede verantwoordelijkheid, niet als plicht van individuele zorgverleners.
Pas interne processen aan op hybride zorg en AI, inclusief roosters, planning en ICT-ondersteuning, met als doel werkdruk te verlagen en zorgkwaliteit te verbeteren, niet alleen efficiëntie.
Menselijke maat en digitale afhankelijkheid: versterk digitale weerbaarheid en veiligheid.
Denk hierbij aan:
Investeer in digitale weerbaarheid, inclusief back-upscenario’s, opleidingen en structurele beveiliging, en werk volgens het principe van ‘assume-breach’: ga er niet van uit dat systemen veilig zijn, maar bereid je voor op het moment dat ze worden geraakt.
Leveranciers
Databeschikbaarheid en datagedreven zorg: ontwikkel open, uitwisselbare systemen op basis van standaarden en werkprocessen.
Denk hierbij aan:
Maak systemen open en uitwisselbaar op basis van landelijke datastandaarden én open API’s.
Werk actief mee aan de ontwikkeling en implementatie van datastandaarden in samenspraak met zorgprofessionals, patiënten en beleidsmakers uit het veld.
Wees voorbereid op de verplichtingen die de EHDS met zich meebrengt op het gebied van databeschikbaarheid.
Ontwerp systemen die standaardisatie en hergebruik ondersteunen, en richt EPD’s zo in dat registratie voor zorgverleners eenvoudig en intuïtief is, in nauwe aansluiting op het werkproces en in samenwerking met inhoudsdeskundigen.
Ondersteun standaardisatie, interoperabiliteit en opschaalbaarheid, en werk actief samen met zorgprofessionals en wetenschappelijke verenigingen bij implementatie.
Databeschikbaarheid en datagedreven zorg: maak systemen gebruiksvriendelijk, veilig en uitlegbaar (ook bij AI).
Denk hierbij aan:
Richt EPD’s en applicaties zo in dat zorgverleners op een gebruiksvriendelijke manier ondersteund worden bij de juiste registratie en vastlegging van data, en ontwikkel dit samen met de gebruikers.
Lever transparante, veilige en auditeerbare systemen, maak ethiek onderdeel van productontwikkeling en lever AI-toepassingen die uitlegbaar en controleerbaar zijn, zodat ze niet functioneren als ‘black box’. Explainable AI is hierbij een ontwikkelvoorwaarde.
Beleidsmakers
Innovatie, implementatie en adoptie: stel heldere kaders en infrastructuur in voor verantwoord gebruik van gezondheidsgegevens en AI.
Denk hierbij aan:
Stel transparante maatschappelijke kaders op voor het secundair gebruik van gezondheidsgegevens, in lijn met de EHDS.
Stimuleer landelijke afstemming en financiering voor een eenduidige digitale infrastructuur.
Investeer in een robuust nationaal dataplatform als basis voor AI, aangevuld met educatie en validatie voor veilige en brede toepassing.
Bevorder landelijke coördinatie en bundeling van initiatieven en richt een mechanisme in om succesvolle pilots te identificeren, valideren en landelijk uit te rollen.
Kunstmatige intelligentie: stimuleer inclusieve digitale zorg en uitlegbare AI.
Denk hierbij aan:
Stimuleer inclusieve technologie via normering, financiering en ondersteuning van patiënten met lagere digitale vaardigheden, zorg voor één digitale voordeur voor de patiënt en voorkom versnippering van losse applicaties per zorgvraag; stem in de regio met alle betrokken sectoren af welke vormen van digitale zorg worden gebruikt en bevorder uniformiteit.
Bevorder ‘Explainable AI’: zorg dat toepassingen transparant en uitlegbaar zijn, zodat gebruikers begrijpen hoe een algoritme tot een besluit komt.
Beleidsmakers en zorgverzekeraars
Innovatie, implementatie en adoptie: maak bekostiging passend bij hybride zorg en de brede toepassing van bewezen digitale innovaties.
Denk hierbij aan:
Pas bekostigingsmodellen aan op hybride zorgvormen en erken dat fysieke consulten intensiever worden; benoem dat hybride zorg kan bijdragen aan het bedienen van meer patiënten met dezelfde capaciteit, maar dat dit niet éénop-één samenvalt met het schrappen of vervangen van consulten, en zorg dat het belonings- en bekostigingssysteem meebeweegt met de implementatie van hybride zorg, zodat zorgaanbieders niet financieel worden belemmerd om te vernieuwen.
Vergoed tijd en inzet voor systeemoptimalisatie en adoptie, stimuleer landelijk gebruik van bewezen werkende oplossingen conform de afspraken in het AZWA (A4 en A5), maak afspraken waar nodig verplicht om versnippering en vrijblijvendheid te voorkomen, en stimuleer brede toepassing van bewezen innovaties via passende bekostiging en beloningsmodellen.
Politiek
Innovatie, implementatie en adoptie: creëer duidelijke wet- en regelgeving en kaders voor databeschikbaarheid, administratieve lasten en AI.
Denk hierbij aan:
Creëer wet- en regelgeving die databeschikbaarheid, secundair gebruik en patiëntrechten borgt en zorg voor duidelijke verantwoordelijkheden bij alle partijen.
Stimuleer reductie van administratieve lasten.
Stel duidelijke kaders vast over eigenaarschap, veiligheid, ethiek en aansprakelijkheid van AI-toepassingen in de zorg.
Kunstmatige intelligentie: versterk vertrouwen, samenwerking en digitale weerbaarheid rond AI in de zorg.
Denk hierbij aan:
Bevorder publiek vertrouwen door transparantie over toetsing, validatie en de manier waarop AI wordt ingezet.
Stimuleer coördinatie en samenwerking tussen instellingen en voorkom fragmentatie in AI-implementaties.
Stel kaders en financiering beschikbaar voor digitale weerbaarheid en ethische toetsing van AI in de zorg en maak duidelijke afspraken over verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid bij AI-gebruik in de zorg.
BIJLAGE 3
Aanbevelingen en bijbehorende handelingsperspectieven hoofdstuk 5
De aanbevelingen en bijbehorende handelingsperspectieven in deze bijlage zijn bedoeld als richtinggevend handelingskader voor de digitale transformatie van de medisch-specialistische zorg richting 2035. Zij vormen geen verplichtende of uitputtende checklist, maar bieden suggesties en voorbeelden van acties die kunnen bijdragen aan de ambities uit dit document.
Niet elke aanbeveling is voor iedere doelgroep, organisatie of wetenschappelijke vereniging op hetzelfde moment of in dezelfde mate relevant. De toepasbaarheid verschilt per context en is afhankelijk van onder andere:
bestaande speerpunten en strategische keuzes;
de fase waarin digitalisering zich binnen het vakgebied bevindt;
beschikbare capaciteit, expertise en samenwerkingsverbanden.
De aanbevelingen zijn nadrukkelijk bedoeld om:
keuzes te ondersteunen, niet om alles tegelijk te realiseren;
het gesprek te faciliteren over prioriteiten en focus;
en handvatten te bieden om digitale thema’s gefaseerd en passend op te nemen in bijvoorbeeld werkagenda’s, jaarplannen of meerjarenprogramma’s.
Wetenschappelijke verenigingen, (C)MIO’s en andere betrokken partijen behouden hierin hun eigen verantwoordelijkheid en professionele ruimte om te bepalen welke aanbevelingen wanneer en op welke wijze worden opgepakt, en waar samenwerking met andere partijen meerwaarde heeft.
Zo ondersteunen deze aanbevelingen het gezamenlijk werken aan toekomstbestendige zorg, met oog voor diversiteit tussen vakgebieden, proportionaliteit in inzet en ruimte voor professionele afwegingen.
Er is een onderverdeling gemaakt in vier doelgroepen:
Medisch specialisten, vakgroepen en medische staven
(C)MIO’s en hun CxIO/MIO-team
Wetenschappelijke verenigingen en Federatie Medisch Specialisten
Inzet die nodig is van andere partijen om onze ambitie mogelijk te maken
MEDISCH SPECIALISTEN, VAKGROEPEN EN MEDISCHE STAVEN
Structuur, positionering en samenwerking: beleg digitalisering en informatiebeleid structureel binnen elke vakgroep en medische staf, in nauwe afstemming met (C)MIO’s.
Denk hierbij aan:
Benoem binnen elke vakgroep één of meer aanspreekpunten voor digitalisering en informatiebeleid.
Benoem AI-aanspreekpunten die verantwoordelijk zijn voor het signaleren en beoordelen van nieuwe toepassingen.
Zorg voor structurele afstemming met (C)MIO’s en geef input op de inrichting en het gebruik van digitale systemen.
Structuur, positionering en samenwerking: verhoog en borg het basisniveau digitale bekwaamheid van medisch specialisten binnen de eigen vakgroep en medische staf.
Denk hierbij aan:
Erken binnen vakgroep en medische staf dat aandacht voor digitalisering en informatiebeleid tot de professionele verantwoordelijkheid van elke medisch specialist behoort (met verschillen in kennisniveau).
Spreek binnen vakgroep en medische staf expliciet af dat deelname aan scholing over digitalisering wordt verwacht en neem dit op in kwaliteits- en opleidingsafspraken, zodat een gezamenlijk basisniveau digitale bekwaamheid wordt bereikt en behouden.
(C)MIO’S EN HUN CXIO/MIO-TEAM
Structuur, positionering en samenwerking: organiseer een krachtig, multidisciplinair CxIO/MIO-team met expertise op alle relevante domeinen van informatiebeleid.
Denk hierbij aan:
Bouw aan multidisciplinaire teams met kennis over AI, databeschikbaarheid, EPD-optimalisatie en digitale zorg.
Stimuleer kennisoverdracht, samenwerking en professionalisering van collega-medisch specialisten op het gebied van informatiebeleid.
Zorg voor goede samenwerking en afstemming tussen dit team en de IT-organisatie binnen de instelling.
Zorg voor een goede samenwerking tussen experts op het gebied van data en technologie, binnen de medisch specialisten met klinisch fysici op het gebied van medische technologie. Daarbuiten valt te denken aan onder andere technisch geneeskundigen, klinisch informatici e.a.
Structuur, positionering en samenwerking: versterk de regionale en landelijke rol van (C)MIO’s in de implementatie van digitale zorg.
Denk hierbij aan:
Onderhoud regionaal en landelijk contact met collega-(C)MIO’s, intra- en transmuraal, en werk samen aan de implementatie van landelijke programma’s.
Neem deel aan landelijke overleggen en standaardisatie-initiatieven, in afstemming met de Federatie/platform Informatiebeleid en de wetenschappelijke vereniging.
Neem naast lokale ook expliciet regionale en landelijke verantwoordelijkheden op, via goed ingerichte professionaliseringsstructuren (bijv. commissies en werkgroepen).
Structuur, positionering en samenwerking: zorg voor duidelijke mandaten en een strategische positionering van (C)MIO’s binnen en buiten het ziekenhuis.
Denk hierbij aan:
Positioneer je als strategisch partner binnen het ziekenhuis én als verbindende schakel naar externe netwerken.
Werk binnen een professioneel mandateringssysteem, zodat duidelijk is welke (C)MIO met welk mandaat namens het veld spreekt.
Deel relevante inzichten en best practices rond datastandaarden, inrichting en implementatie en bouw mee aan governance-structuren voor secundair gebruik van data, waarbij de rol van zorgprofessionals bij interpretatie en duiding is geborgd.
Draag samen met bestuur, vakgroepen en IT zorg voor een duidelijke structuur rond AI, bijvoorbeeld door een groep collega’s te coördineren die selectie, implementatie en evaluatie begeleidt, met een vaste rol voor een lokale AI-commissie, en werk mee aan governance-structuren waarin AI systematisch wordt geëvalueerd op effectiviteit, bias en impact op de patiëntenzorg.
WETENSCHAPPELIJKE VERENIGINGEN EN DE FEDERATIE
Structuur, positionering en samenwerking: zorg voor een duidelijke en structurele inbedding van informatiebeleid binnen wetenschappelijke verenigingen en de Federatie.
Denk hierbij aan:
Zorg voor heldere rolverdeling en betrokkenheid van medisch specialisten en wetenschappelijke verenigingen bij relevante digitale thema’s.
Maak binnen elke wetenschappelijke vereniging een bestuurslid verantwoordelijk voor de portefeuille informatiebeleid.
Richt binnen de wetenschappelijke vereniging commissies in voor thema’s op het gebied van informatiebeleid.
Structuur, positionering en samenwerking: bundel landelijke vraagarticulatie en versterk samenwerking met relevante nationale organisaties.
Denk hierbij aan:
Stimuleer samenwerking met landelijke partijen zoals NICTIZ, DHD en Health-RI.
Richt het platform Informatiebeleid zo in dat vraagarticulatie richting landelijke trajecten structureel en afgestemd gebeurt.
Zorg voor gezamenlijke landelijke bundeling van vragen in nauwe afstemming met landelijke overleggen en standaardisatie-initiatieven.
Structuur, positionering en samenwerking: zet je in voor passende financiering voor landelijke taken.
Denk hierbij aan:
Werk samen met ziekenhuizen en betrokken partijen aan het expliciet vastleggen, van structurele financiering voor: o landelijke taken van (C)MIO’s/het CxIO-team; o tijd en financiering zodat artsen daadwerkelijk kunnen bijdragen aan digitale zorgtransformatie
EXTERNE PARTNERS: (KOEPELS) VAN ZIEKENHUIZEN EN KLINIEKEN, EXTRAMURALE ZORGAANBIEDERS, REGIO’S EN DE OVERHEID
Ziekenhuizen, klinieken en hun koepels
Structuur, positionering en samenwerking: veranker digitalisering structureel binnen de organisatie en ondersteun (C)MIO’s en CxIO-teams.
Denk hierbij aan:
Zorg voor structurele verankering en ondersteuning van (C)MIO’s en het hele CxIO-team, en benoem aandachtsgebieden, zoals beschreven in hoofdstuk 5.
Structuur, positionering en samenwerking: faciliteer in de organisatie tijd, middelen en professionele structuur voor gemandateerde zorgverleners en voor het verpleegkundig domein.
Denk hierbij aan:
Zorg samen met de Federatie voor:
o structurele financiering voor landelijke taken van (C)MIO’s en het CxIO-team, o financiering zodat gemandateerde zorgverleners daadwerkelijk tijd kunnen besteden aan digitalisering in de zorg,
o structurele tijd binnen het verpleegkundig domein, inclusief een CNIO-organisatie die gelijkwaardig is aan de CxIO/(C)MIO-structuur.
Structuur, positionering en samenwerking: voorkom als koepels van ziekenhuizen en klinieken versnippering en maak gebruik van bestaande landelijke structuren voor informatiebeleid.
Denk hierbij aan:
Maak bij vraagstukken op het gebied van informatiebeleid gebruik van de expertise en structuur van het platform Informatiebeleid voorkom parallelle trajecten zonder gemandateerde afvaardiging.
Structuur, positionering en samenwerking: stimuleer als koepels van ziekenhuizen en klinieken kennisdeling vanuit koplopers en sluit aan bij landelijke afstemming.
Denk hierbij aan:
Stimuleer kennisdeling vanuit koploperziekenhuizen op het gebied van informatiebeleid, in afstemming met het platform Informatiebeleid.
Structuur, positionering en samenwerking: richt governance en coördinatie van digitalisering en AI helder in.
Denk hierbij aan:
Stroomlijn governance rond digitalisering en leg eigenaarschap duidelijk vast, bijvoorbeeld via een ziekenhuisbrede digitaliseringsraad.
Coördineer en monitor digitale toepassingen, zodat patiënten niet geconfronteerd worden met een versnippering aan losse apps.
Richt governance rond digitalisering en AI helder in: leg eigenaarschap vast en voorkom versnipperde keuzes per afdeling of poli, en stel een ziekenhuisbrede structuur (bijvoorbeeld een digitaliseringsraad) in die coördineert welke AI-toepassingen worden gebruikt.
Reserveer expliciet middelen en tijd voor innovatie in digitale patiëntgerichte zorg, en creëer structurele tijd, mandaat en middelen voor implementatie en adoptie, met governance die borgt dat innovaties landelijk kunnen opschalen.
Extramurale zorgaanbieders
Structuur, positionering en samenwerking: versterk informatiebeleid in de extramurale zorg en sluit aan op bestaande landelijke netwerken.
Denk hierbij aan:
Stel (C)MIO’s of CxIO-teams aan en zorg voor verbinding en afstemming met de bestaande informatiebeleidnetwerken (zoals platform Informatiebeleid, netwerk (C)MIO’s GGZ, netwerk (C)MIO eerste lijn).
Regio’s
Structuur, positionering en samenwerking: organiseer regionale samenwerking om landelijke programma’s versneld te implementeren.
Denk hierbij aan:
Richt een regionaal afstemmingsoverleg in met (C)MIO’s van alle regionale zorgaanbieders en betrek daarbij alle relevante beroepsgroepen die bijdragen aan digitale zorg.
Overheid
Structuur, positionering en samenwerking: betrek gemandateerde zorgprofessionals structureel in landelijke governance rond databeschikbaarheid.
Denk hierbij aan:
Neem door de Federatie gemandateerde zorgprofessionals op in de governance en zorg voor passende vacatiegelden.
BIJLAGE
4
Leden van de schrijfgroep en meelezers
Leden schrijfgroep
Naam Functie
Iris Verberk-Jonkers internist-nefroloog en bestuurslid Federatie Medisch Specialisten
Ruud de Waal intensivist en voorzitter CMIO-netwerk
Peter den Hollander orthopeed en vice-voorzitter CMIO-netwerk
Cox van de Weg internist en CMIO Digizorg, afgevaardigd vanuit NIV