21ste jaargang • nummer 5 • juni 2010
Chris nieuwsbrief Anorexia: méér dan een eetprobleem Hoe kom je eigenlijk aan anorexia? En: hoe kom je er weer vanaf? Miranda* (18) en Hanneke (33) weten er alles van. Ze zaten met zichzelf in de knoop. Ze dachten hun leven onder controle te krijgen door bijna niks te eten en megaveel te sporten. Ze werden broodmager, maar vonden zelf dat ze er goed uitzagen. Op een zonnige woensdagmiddag gaan we samen met Hanneke op bezoek bij Miranda. Vanaf het moment dat ze elkaar ontmoeten, is er een klik. Ze herkennen elkaars verhaal en gedachten. Het duurt dan ook niet lang voordat ze druk met elkaar in gesprek zijn. Wij luisterden met hen mee.
Het sluipt erin Miranda is de vijfde in een gezin met elf kinderen. Haar problemen beginnen als ze vijftien is. Miranda: ”Ik heb een paar vervelende dingen meegemaakt, werd depressief en ging steeds minder eten. Voor mij was het een manier om controle over mezelf uit te oefenen.” Hanneke: “Dat herken ik wel. Als mensen zeiden dat ik zo was afgevallen, dacht ik: Ik ben goed bezig! Het heeft heel lang geduurd voor ik erkende dat ik een probleem had.”
Dieptepunt
De weg terug
Hanneke: “Ik zag het leven echt niet meer ziet zitten. Ik besloot onbetaald verlof op te nemen en voor drie maanden naar Australië en Nieuw-Zeeland te gaan. Van de dokter mocht het eigenlijk niet, omdat ik ondervoed was.” Miranda: “Bij mij ging het ook van kwaad tot erger. Ik rende bijvoorbeeld vaak rondjes in het dorp en ik rende de trappen op en af. Op die manier kon ik voor mijn ouders verborgen houden dat ik veel wilde bewegen; zij mochten natuurlijk niks merken.”
Hanneke: “Bij De Hoop leerde ik dankzij regelmaat en structuur weer wat normaal eten was. Doordat ik God leerde kennen, ontdekte ik eindelijk wie ik was.” Miranda: “Toen ik in een anorexiakliniek was opgenomen realiseerde ik me dat ik gestoord bezig was! Ik leerde weer op een gezonde manier met eten omgaan, te praten over mijn gevoelens en om allerlei negatieve gedachten over mezelf om te buigen.”
Hulp
Miranda: “Ik denk dat het ontstaan van mijn eetprobleem te maken heeft met het niet uitpraten van moeilijkheden.” Hanneke: “Dat denk ik ook. Doordat je niet goed je eigen gevoelens kunt benoemen, weet je niet wat je moet zeggen en je wilt de ander niet kwetsen.” Miranda: “Ja, je bent vooral bezig met wat die ander voelt en je denkt heel negatief over jezelf.” Hanneke: “Je moet echt leren om dat los te laten.” Miranda: “Klopt; je bent tenslotte wie je bent en je mag er zijn!”
Toch kan Miranda haar problemen niet verborgen houden voor haar ouders. Dat wil niet zeggen dat die er ook direct raad mee weten. Miranda: “Ze begrepen er niets van, maar dat kan ook haast niet. Onze dominee wist mijn ouders ervan te overtuigen dat ik echt deskundige hulp nodig had. Zelf vond ik dat eigenlijk niet nodig. Tot iemand zei dat ik er over een tijdje niet meer zou zijn, als ik zo zou doorgaan.” Hanneke: “In Australië en NieuwZeeland ontdekte ik hoe prachtig de wereld is. Eindelijk durfde ik te erkennen dat mijn bewegingsdrang en eetpatroon niet gezond waren. Terug in Nederland zocht ik hulp.”
Praten!
* Om privacyredenen is een andere naam gebruikt.