Diney Costeloe
Het meisje zonder naam
De Fontein
Het meisje zonder naam 1-496.indd 3
04-07-18 10:40
Proloog
Hanau, Duitsland, 9 november 1938 ‘Juden raus! Juden raus! Juden raus!’ Het gejoel op de nachtelijke straten kwam steeds dichterbij. Het werd begeleid door knallen, gerinkel en kreten van angst. De familie Becker zat ineengedoken in de keuken van hun appartement op de eerste verdieping, met de lichten uit en alle gordijnen dicht. Vroeger had Franz Becker op de begane grond zijn praktijk gehad, maar die was overgenomen door een collega toen nieuwe wetten Franz verboden nog langer als arts te werken. Maar het gebouw en hun appartement waren gemarkeerd. Marta duwde haar kinderen Lisa en Martin de kleine bezemkast in. ‘Lisa, je moet! Dapper zijn!’ zei ze, terwijl ze de deur stevig voor Lisa’s neus dichtdeed. Ze wist dat haar dochter doodsbang werd van kleine ruimtes – dat had ze altijd al gehad – maar het was voor haar eigen veiligheid en Marta moest nu sterk zijn voor hen allemaal. Terwijl de schreeuwende menigte op straat voorbijtrok kroop M arta onder de keukentafel. Bakstenen zeilden door de ramen naar binnen en glasscherven regenden op de tafel. Ze rolde zich zo klein mogelijk op om niet door rondvliegende splinters te worden geraakt. Gelukkig leek de opgewonden joelende stoet door te lopen. Maar nog terwijl Marta onder de tafel vandaan kroop en haar kinderen uit de bezemkast liet, klonk er gestamp van laarzen op de trap en werd de deur van hun appartement ingetrapt. Twee Bruinhemden stormden naar binnen, een van hen met een pistool, de ander gewapend met een lange houten knuppel. Ze werden gevolgd door een man van de Gestapo, lang en sinister in zijn kenmerkende donkere jas en pet. Hij bleef in de deuropening staan en keek om zich heen. ‘Niet te 7
Het meisje zonder naam 1-496.indd 7
04-07-18 10:40
geloven dat er nog steeds smerige Joden in zo’n appartement wonen, terwijl zo veel echte Duitsers geen fatsoenlijke woning hebben,’ zei hij walgend. Zijn blik gleed over de vrouw en twee kinderen die doodsbang in de keuken stonden. ‘Waar is je man? Waar verstopt hij zich?’ ‘Die is er niet. Hij is… Hij is weg… naar een patiënt,’ antwoordde Marta hakkelend. ‘Zoek hem op,’ snauwde de Gestapo-officier tegen zijn mannen. ‘Hij heeft geen patiënten!’ De twee Bruinhemden gehoorzaamden meteen. Ze klosten door het appartement, kiepten bedden om, trokken gordijnen opzij en openden alle kasten. Uiteindelijk meldde een van hen: ‘Er is hier niemand, meneer.’ De Gestapo-man keek kwaad naar Marta. ‘We vinden hem wel. Pak één koffer in, en dan wegwezen! Neem je Jodengebroed mee en hoepel op… voordat ik terugkom!’ Daarop stampten de drie mannen de trap weer af. Toen ze weg waren, liet Marta zich op een stoel zakken en ze sloeg haar handen voor haar gezicht. Gelukkig was Franz inderdaad naar een patiënt toe, een jonge Joodse moeder die moest bevallen, en gelukkig hadden de Bruinhemden en de Gestapo-officier door het weinige licht in de keuken niet opgemerkt dat Martin blind was. Voorlopig waren haar twee mannen veilig, maar ze wist dat dat niet lang meer zou duren. Wat moesten ze doen? Haar hersenen leken verdoofd en ze moest zichzelf dwingen na te denken. De Gestapo-man zou bijna zeker over een paar uur terugkomen, op zoek naar Franz, en om zeker te weten dat zij en haar kinderen het appartement hadden verlaten. Maar buiten op straat liepen nog steeds uitzinnige menigten te schreeuwen, brand te stichten, ruiten in te gooien en iedereen in elkaar te slaan die dom genoeg was om te protesteren. ‘Mutti,’ fluisterde Lisa, ‘waar is papa?’ ‘Dat weet ik niet, Lisa,’ antwoordde Marta. Dat was de waarheid. Franz kon overal zijn; alleen niet, hoopte ze vurig, in de klauwen van de menigten op straat. 8
Het meisje zonder naam 1-496.indd 8
04-07-18 10:40
‘Wat gaan we doen, moeder?’ vroeg Martin zachtjes. ‘Ik ga een koffer inpakken, dan hebben we in elk geval wat spullen bij ons als ze terugkomen en ons wegjagen.’ ‘Het is niet veilig om hier te blijven,’ zei Martin. ‘Op straat is het ook niet veilig. We zijn nergens veilig, maar voorlopig lijkt het me beter om hier te blijven. Als ze ons in het donker zien lopen met een koffer, grijpen ze ons en slaan ze ons in elkaar. Zo te horen zijn ze doorgelopen.’ Ze liep behoedzaam naar het raam en gluurde van achter het gordijn het grijze ochtendlicht in. Er bewogen nog wat schaduwen op de straat beneden, donkere silhouetten afgetekend tegen de rossig-oranje gloed van de brandende synagoge aan het eind van de straat en het huis van de rabbi daarachter. De hemel zelf leek wel in brand te staan, en Marta vroeg zich even af waarom hun woning gespaard was. Waar schijnlijk omdat een brave ‘Duitse’ familie er wilde wonen. Hoe dan ook hadden ze hier nog een uurtje of twee veilig onderdak, schatte ze. Als ze nu de straat op ging met twee kinderen, van wie de ene blind was, zou dat zelfmoord zijn, maar ze moesten er wel voor zorgen dat ze klaarstonden om te vluchten. Marta pakte de grootste koffer die ze hadden en begon hem te vullen met wat kleding voor ieder van hen. In de zak van haar rok stopte ze de parelketting die haar man haar op hun trouwdag had gegeven en een ring die van haar oma was geweest. ‘Pak de pot met bloem even,’ zei ze tegen haar dochter. Toen Lisa haar die bracht, stak ze haar hand in de bloem en haalde er een rolletje Rijksmarken uit. ‘Stop die in je ondergoed,’ droeg ze een geschrokken Lisa op, en toen ging ze verder met de koffer. Buiten klonken het geroep en het gerinkel van glas steeds verder weg. Martin zat op een stoel, met zijn hoofd in zijn handen. Zijn blindheid maakte hem nog banger. Het hele huis was ondersteboven gehaald en hij wist nu niet meer waar alles stond. Als hij ging rond lopen, zou hij zeker struikelen. ‘Waar kunnen we naartoe, moeder?’ vroeg hij. 9
Het meisje zonder naam 1-496.indd 9
04-07-18 10:40
‘Naar tante Trudi,’ antwoordde Marta ferm, hoewel ze eigenlijk geen idee had. ‘Papa komt vast daarnaartoe om ons op te halen als…’ Ze aarzelde, hield de woorden ‘als ze hem niet hebben opgepakt’ voor zich en zei in plaats daarvan: ‘Als hij kan.’ Met hun drieën bleven ze in de vroege ochtenduren zitten wachten. Langzamerhand dommelden de kinderen in een onrustige slaap, maar Marta bleef klaarwakker. Slapen zou haar toch niet lukken, en ze wist dat het zelfs dom zou zijn. Ze moest alert blijven voor het geval de Gestapo terugkwam. Buiten hoorde ze nog steeds af en toe geroep. Zodra het een beetje licht werd, liep ze weer naar het raam om naar buiten te kijken. Ze schrok enorm van wat ze zag. Was dit echt de straat waar ze woonde? Hij lag bezaaid met glas, stukken van ingetrapte deuren en kapotte meubels. De ramen van de twee huizen aan de overkant waren ingegooid, met een paar kartelige scherven nog in de kozijnen, de voordeur van het ene huis lag plat op de grond en de deur van het andere huis hing scheef aan slechts één scharnier. De huizen aan weerskanten daarvan leken onbeschadigd, en Marta besefte met een schok dat dat de woningen waren van twee van haar niet-Joodse buren. Er woonden weinig niet-Joden in deze buurt, maar voor zover ze kon zien, waren die huizen met rust gelaten. In geen van de huizen brandde licht. Ze zag mevrouw Klein buiten door haar spullen zoeken, die vertrapt in de goot lagen. We moeten weg, dacht ze. Net toen ze zich wilde omdraaien om de kinderen te wekken, zag ze in de schaduwen bij de ingang van een steeg iets verderop een flits van beweging. Er was daar iemand. Ineens zag ze dat het Franz was, die ongerust om het hoekje gluurde. Ze tilde haar hand op om te zwaaien, maar op dat moment stapten twee mannen een deur uit en spraken hem aan. Franz wilde wegrennen, maar een derde man stond al achter hem. De man haalde uit met een houten knuppel, waarop Franz geluidloos in elkaar zakte. De eerste twee mannen grepen hem bij zijn voeten en sleepten hem achter zich aan, zonder zich er iets van aan te trekken dat zijn achterhoofd op en neer stuiterde op de keien. Ze verdwenen om een hoek. Marta beet op haar hand om niet te gaan gillen en staarde naar de 10
Het meisje zonder naam 1-496.indd 10
04-07-18 10:40
ingang van de steeg. De derde man, die er nog stond, keek omhoog. Hoewel Marta zeker wist dat hij haar niet kon zien achter het dikke fluweel van het gordijn, richtte hij zijn blik op hun raam en glimlachte. En toen draaide hij zich om, volgde zijn kompanen en Franz en verdween uit het zicht. Met hernieuwde paniek liep ze naar haar kinderen toe en schudde aan hun schouders. ‘Wakker worden. We moeten gaan.’ ‘Waarheen?’ vroeg Lisa slaperig, blijkbaar even vergeten wat er was gebeurd. ‘Naar tante Trudi. Nu. Voordat ze terugkomen. Kom op, jongens. Er is geen tijd te verliezen.’ Ze kon alleen maar bidden dat de woning van haar zus Trudi niet ook kort en klein was geslagen en dat de waanzin tot deze wijk beperkt was gebleven. De twee kinderen kleedden zich snel aan. Op aandringen van hun moeder trokken ze twee stel ondergoed, twee truien en dikke wollen kousen aan. Ze wilde dat de kinderen zo veel mogelijk kleren droegen, want ze wist dat hun kostbare koffer zomaar afgepakt kon worden als ze ermee over straat liepen. ‘En deze,’ zei ze, terwijl ze hun winterjassen aangaf. Het zou koud zijn op dit vroege uur van een novemberdag. ‘En mutsen, sjaals en handschoenen,’ ging ze door, terwijl ze zelf ook haar winterkleding aantrok, ‘en jullie warme laarzen.’ Algauw waren ze klaar voor vertrek. De koffer was zwaar. Marta had hem zo vol mogelijk gepropt, want ze wist dat ze heel lang niet meer zouden terugkomen in dit appartement… Of misschien wel nooit. ‘Hou Martins hand vast,’ droeg Marta haar dochter op, ‘en laat niet los, wat er ook gebeurt.’ ‘Goed, Mutti,’ antwoordde het meisje. Ze pakte de hand van haar broer. ‘Niet loslaten, Martin.’ ‘Mijn stok!’ riep Martin geschrokken. ‘Ik heb mijn stok nodig.’ ‘Nee,’ snauwde Marta. ‘Geen stok. Ze mogen niet zien dat je blind bent. Leg je hand hier.’ Ze pakte zijn hand en legde die op het handvat van de koffer. ‘Je moet me helpen. We dragen hem samen, zodat ik je hiermee onopvallend kan leiden.’ 11
Het meisje zonder naam 1-496.indd 11
04-07-18 10:40
Na nog een laatste blik op het appartement waar ze meer dan vijftien jaar had gewoond, zei ze zachtjes: ‘We gaan nu naar beneden en dan naar buiten. Blijf bij elkaar, maar als we elkaar toch kwijtraken, probeer dan naar het huis van tante Trudi te komen.’
12
Het meisje zonder naam 1-496.indd 12
04-07-18 10:40
1
Londen, juli 1939 Toen Naomi Federman een advertentie in de Evening Standard zag staan, waarin werd gevraagd om pleegouders voor vluchtelingenkinderen uit Duitsland, zette die haar aan het denken. Ze liet hem aan haar man Daniel zien toen hij die avond thuiskwam van zijn werk als taxichauffeur. ‘Zouden wij dat niet kunnen doen?’ vroeg ze. ‘We hebben hier ruimte voor een kind.’ ‘Prima, schat,’ zei hij meegaand. ‘Als jij dat wilt, zullen we eens navraag doen.’ Ze gingen naar Bloomsbury House, waar de opvang van Joodse vluchtelingenkinderen uit Duitsland werd gecoördineerd, en s chreven zich in. ‘Het liefst zouden we een baby of peuter willen,’ zei Naomi aarzelend tegen de vrouw achter de balie die hun gegevens noteerde. ‘Ik vrees dat we dat niet kunnen garanderen,’ antwoordde de medewerkster. ‘We weten tegenwoordig nooit helemaal zeker wie er in de treinen zitten. De meeste kinderen van wie we de namen doorkrijgen, zijn al aan gezinnen gekoppeld, maar er zitten soms ook kinderen bij die op het laatste ogenblik op de trein zijn gezet. Dat zijn degenen voor wie we nog pleegouders nodig hebben.’ Ze keek glimlachend naar de Federmans. ‘Grootmoedige mensen zoals jullie, die bereid zijn hen op te nemen en een thuis te geven.’ ‘Dat begrijpen we volkomen,’ zei Daniel. ‘En we zijn graag bereid een thuis te geven aan welk kind dan ook dat dat nodig heeft. Toch, schat?’ Naomi knikte.
13
Het meisje zonder naam 1-496.indd 13
04-07-18 10:40
Het was een warme middag in juli toen mevrouw Carter van Bloomsbury House in de grote stationshal van Liverpool Street op de aankomst van de vluchtelingentrein uit Frankfurt wachtte. Achter haar stonden de toekomstige pleegouders. De meesten kenden de namen en leeftijden van de kinderen die bij hen zouden komen wonen, maar de Federmans waren pas de vorige dag gevraagd naar het station te komen, want er zou een extra kind in deze trein zitten. De aanblik van de rij kinderen die behoedzaam de stationshal in stapten, beroerde zoals altijd haar hart. Ze droegen allemaal een naamsticker op hun jas, ze hadden allemaal één klein koffertje bij zich, en allemaal zagen ze er moe en bleek, armoedig en bang uit. Een paar kinderen waren in tranen na hun lange reis, nu al met heimwee, aangekomen in een vreemd land waar alles er anders uitzag en ze de taal niet spraken. Gelukkig sprak mevrouw Carter Duits. Rustig en efficiënt stelde ze de pas aangekomen kinderen aan hun nieuwe gezinnen voor en v inkte hun namen en adressen af op haar lijst. Geleidelijk aan verlieten ze de stationshal – pleegmoeders met hun nieuwe beschermelingen aan de hand, pleegvaders met hun koffertjes – en gingen ze Londen in om hun nieuwe leven te beginnen. Uiteindelijk was er nog maar één kind over, een meisje van een jaar of dertien, klein voor haar leeftijd, met piekerig bruin haar en vuile vegen op haar gezicht. Ze stond er verloren bij, met haar koffertje aan haar voeten en betraande bruine ogen. Mevrouw Carter liep naar haar toe en vroeg glimlachend: ‘Hallo, en wie ben jij? Hoe heet je, lieverd?’ ‘Lisa Becker,’ antwoordde het meisje fluisterend. ‘Nou, Lisa, we zijn blij dat je er bent. We hoorden pas dat jij ook in de trein zat toen die in Nederland aankwam, maar je bent heel welkom. Waar kom je vandaan?’ ‘Hanau.’ Niet de eerste uit die stad, dacht mevrouw Carter. ‘Nou, je bent nu veilig in Londen. Hebben ze je een brief voor me meegegeven?’ Lisa knikte, haalde een envelop uit haar zak en gaf die aan haar. Mevrouw Carter maakte hem open en las hem snel. 14
Het meisje zonder naam 1-496.indd 14
04-07-18 10:40
Ze wendde zich tot de Federmans en schakelde over op het Engels. ‘Ze heet Lieselotte Becker, dertien jaar oud, en ze komt uit Hanau, een stad in de buurt van Frankfurt. Ze is Joods, maar volgens deze brief niet praktiserend.’ Ze keek Naomi aan. ‘Jullie wel?’ Naomi schudde haar hoofd. ‘Mijn vader was Joods, maar we h ielden ons niet aan de joodse leefregels.’ ‘Lieselotte houdt zich niet aan bepaalde geloofsregels wat betreft eten, dus daar hoeft u zich geen zorgen om te maken. Ze kan gewoon met jullie mee-eten.’ Mevrouw Carter wendde zich weer tot het meisje. ‘Lieselotte, dit zijn de aardige mensen bij wie je gaat wonen: meneer en mevrouw Federman. Je gaat nu met hen mee naar huis. Schrijf maar zo snel mogelijk naar je ouders om te vertellen dat je bent aangekomen en waar je nu woont.’ Lisa keek naar het echtpaar dat stond te wachten. De man was klein en pezig. Hij droeg een nogal wijde donkere broek en een geruit jasje over een kraagloos overhemd. Er zat wat grijs in zijn haar, voor zover het te zien was onder zijn platte pet, maar zijn ogen waren diepblauw en er verschenen rimpeltjes bij de hoeken toen hij naar haar glimlachte. Zijn vrouw was een stukje kleiner dan hij, alleen dan veel weelderiger gebouwd. Haar donkerblonde haar was opgestoken, ze droeg een blauwe katoenen jurk die een beetje strak over haar flinke boezem zat, en haar armen zagen er sterk en kordaat uit. Zij glimlachte ook, maar haar ogen, scherp en lichtgrijs, kregen een ietwat afkeurende blik toen ze de verfomfaaide toestand van Lisa zag. Mevrouw Carter voelde een steek van medelijden met haar: zoals bij veel pleegouders en hun Duitse pleegkinderen zou de communicatie tussen hen in het begin lastig zijn. Lisa sprak amper Engels en de Federmans spraken geen woord Duits. ‘Hallo, Lieselotte,’ zei Naomi Federman. ‘Welkom in Londen.’ Lisa staarde haar niet-begrijpend aan totdat mevrouw Carter vertaalde, en toen zei ze aarzelend in het Engels: ‘Dag, mevrouw.’ Ze wees naar zichzelf en voegde eraan toe: ‘Lisa, bitte. Lisa.’ 15
Het meisje zonder naam 1-496.indd 15
04-07-18 10:40
‘Een verkleinvorm van haar naam,’ legde mevrouw Carter glimlachend uit. ‘En een stuk gemakkelijker uit te spreken. Ik denk dat jullie haar maar Lisa moeten noemen. Trouwens,’ ging ze door, ‘hoe willen jullie dat Lisa jullie aanspreekt?’ De Federmans keken elkaar aan. De man haalde zijn schouders op, maar zijn vrouw opperde aarzelend: ‘Tante Naomi en oom Dan?’ ‘Perfect,’ beaamde mevrouw Carter monter. Ze schakelde weer om naar het Duits en legde het aan Lisa uit. Voordat ze het station verlieten, noteerde mevrouw Carter Lisa’s gegevens op haar lijst, gaf de Federmans een hand en nam afscheid. Daniel droeg Lisa’s koffertje toen ze het station uit liepen, in een dubbeldekkerbus stapten en de trap op gingen naar het bovendek. ‘Zo dan… Liesel… Lisa,’ zei Dan een beetje hakkelend. ‘Nu kun je op weg naar huis alvast iets van Londen zien.’ Hij gebaarde naar het raam en het uitzicht. Naomi en Daniel gingen op het bankje achter het meisje zitten, dat met grote ogen naar buiten keek, en spraken op gedempte toon met elkaar. ‘Niet helemaal waarop we hadden gehoopt,’ zei Dan behoedzaam. ‘Nee,’ beaamde Naomi. ‘Ik had eigenlijk gehoopt op een veel jonger kind, maar we konden haar toch moeilijk laten staan?’ ‘Natuurlijk niet, schat. Het komt wel goed,’ zei Dan met enige opluchting. ‘Deze kant op,’ zei Dan toen ze uit de bus stapten. ‘Het is niet ver.’ Hij beende voor hen uit met Lisa’s koffertje, en Naomi volgde hem met Lisa door het netwerk van straten achter de hoofdweg. Naomi kletste tegen het meisje, ook al wist ze dat Lisa er geen woord van verstond. Dan wachtte op de hoek op hen en wees naar het straatnaambordje aan de muur. ‘Kemble Street,’ zei hij. ‘Wij wonen in Kemble Street.’ Hij keek verwachtingsvol naar Lisa, maar toen ze niets zei, herhaalde hij het en raakte haar met zijn wijsvinger aan. ‘Jij zegt: “Ik woon in Kemble Street.”’ 16
Het meisje zonder naam 1-496.indd 16
04-07-18 10:40
Zodra Lisa eenmaal besefte wat hij van haar wilde, deed ze een poging om de straatnaam te herhalen. Ze stamelde: ‘Ik woon in Kemble Street.’ Haar nieuwe pleegouders glimlachten goedkeurend. ‘Goed zo!’ zei Dan. ‘Goed gedaan!’ Voor het eerst sinds ze hun pleegkind hadden ontmoet, zagen ze haar glimlachen, waardoor haar bleke gezichtje transformeerde. Ze liepen de straat een stukje in en bleven voor hun rijtjeshuis staan, met een groene deur waarop het getal 65 was geschilderd. ‘Dit is het,’ zei Dan. ‘Nummer vijfenzestig. Hier wonen wij, Lisa. Kemble Street nummer vijfenzestig.’ Hij maakte de voordeur open en ging hun voor naar binnen. In de smalle gang, met aan de linkerkant een zitkamer, een doorgang naar de keuken aan de achterkant van het huis en de steile trap naar de bovenverdieping, zette Dan haar koffertje neer. ‘Welkom in je nieuwe huis, Lisa.’ ‘Ik zal Lisa haar kamer laten zien,’ zei Naomi. ‘Zet jij alvast water op, Dan, dan drinken we straks een kopje thee. Deze kant op, Lisa.’ Naomi pakte het koffertje en wenkte Lisa mee naar boven. Boven aan de trap wees ze naar een deur en toen naar zichzelf. ‘Onze slaapkamer.’ Ze opende een tweede deur, waar een piepklein badkamertje was, en daarna een derde. Ze wenkte Lisa naar binnen. ‘Dit is jouw kamer, Lisa.’ Het was een kleine kamer met een bed, een ladekast en een stoel. Op het bed lag een bloemetjessprei en op de kast stonden een porseleinen schaal en een waterkan versierd met roosjes. Aan de ene muur hing een spiegel en aan de andere een schilderijtje van een paard voor een ploeg. Naomi legde de koffer van het meisje op het bed. ‘Als jij nou eens je spullen uitpakt en daarna naar de keuken komt?’ Lisa keek haar nietbegrijpend aan, dus trok ze de laden open, wees naar de koffer en gebaarde ‘uitpakken’. Toen Lisa knikte, glimlachte Naomi en ging ze naar beneden. Lisa stapte naar het raam van haar kamer en keek naar buiten. Beneden was een onverzorgd tuintje met houten schuttingen eromheen, 17
Het meisje zonder naam 1-496.indd 17
04-07-18 10:40
met aan weerskanten identieke tuinen. Erachter lag zo te zien een steegje, en daarachter de achtertuinen van de huizen aan de volgende straat. Ze draaide zich weer om naar het bed en maakte haar koffertje open. Alles wat ze op de wereld bezat zat erin. Haar moeder had haar weinige kleding voor haar ingepakt en had het zelfs nog voor elkaar gekregen om een nieuwe winterjas voor haar te kopen, maar Lisa droeg haar enige paar schoenen. De tranen sprongen haar in de ogen toen ze naar de kleding keek die zo zorgvuldig door Mutti was hersteld en opgevouwen. Wat deed Mutti nu? Waar was papa? Was hij al thuisgekomen? Hoe ging het met Martin nu hij in een onbekend, overvol appartement moest wonen? Kon hij er de weg al vinden? Ze pakte de foto die van hen was gemaakt in gelukkiger tijden, glimlachend naar de camera. Haar familie. Het was de enige foto die ze van hen had. Ze stopte hem in haar zak, vermande zich met moeite, snoot haar neus en begon haar kleren in de ladekast te stoppen. Toen haar koffertje leeg was, schoof ze het onder het bed en ging zitten. Hier was ze dan, in Londen, in een piepklein huis, bij mensen die ze niet kende. Voor Lisa hadden alle straten er hetzelfde uitgezien toen ze hierheen waren gelopen, en de huizen allemaal identiek, als papieren poppetjes aan een slinger. Ze had zich afgevraagd hoe ze ooit de weg zou moeten leren vinden in dit doolhof. Ze wilde alleen maar naar huis, terug naar Hanau om bij haar eigen familie te zijn, hoe moeilijk het leven daar ook werd. Tranen van ellende en eenzaamheid liepen over haar wangen. Papa had gedacht dat ze veilig waren. Hij was een bekende huisarts in de stad, met een goedlopende praktijk. Het feit dat zijn moeder toe vallig Joods was geweest, had voor hem nooit uitgemaakt. Ze waren volledig geïntegreerd en hij beschouwde zichzelf op de eerste plaats als een Duitser. Hij was legerarts geweest in de vorige oorlog en had zelfs een medaille gekregen. Maar nu stelde dat allemaal niets meer voor. Zijn moeder was Joods, dus was hij ook Joods en mocht hij alleen nog Joodse patiënten behandelen. Zijn vroegere collega’s deden nu alsof hij de pest had. En toen hij een van zijn zwangere patiënten te hulp was geschoten omdat haar kind te vroeg geboren werd, was hij 18
Het meisje zonder naam 1-496.indd 18
04-07-18 10:40
opgepakt door de Gestapo en verdwenen. In de beruchte Kristallnacht waren ze hun huis uit gezet en was een andere arts, een A riër die al eerder de praktijkruimte had overgenomen, in het appartement erboven gaan wonen. Zij hadden tijdelijk bij Mutti’s zus Trudi en haar gezin kunnen logeren, maar hun appartement was klein. Het was bijna onmogelijk geweest om er drie extra personen onder te brengen, vooral met een blind kind erbij, en dus hadden ze daar niet lang kunnen blijven. Mutti had een tweekamerwoning weten te vinden in een oude huurflat aan de rand van de stad, en daar hadden ze wel kunnen blijven. Martin, Lisa’s blinde oudere broer, had er geleidelijk aan de weg gevonden, en enige tijd lang hadden ze weer een min of meer normaal leven kunnen leiden. Alleen was papa er niet. Hij was niet vrijgelaten, hij was simpelweg verdwenen, en dus had Marta besloten een manier te zoeken om haar kinderen in veiligheid te brengen. Ze had Lisa’s naam op de lijst gezet van Joodse kinderen die op een plekje in de kindertransporttreinen wachtten, die hen naar veilige plekken in het buitenland zouden brengen. ‘Ik wil niet weg,’ had Lisa gesmeekt, maar haar moeder had zich niet laten vermurwen. ‘Als er een plekje vrijkomt, lieverd, dan gá je. Ik wil dat je veilig bent.’ ‘Maar Martin dan?’ ‘Martin nemen ze niet,’ zei haar moeder bitter. ‘Ze willen zijn naam niet eens op de lijst zetten; blinde kinderen zijn te lastig.’ Dagen en weken waren voorbijgegaan. Er was geen nieuws gekomen over papa, ondanks alle moeite die haar moeder had gedaan om te ontdekken wat er met hem was gebeurd en waar hij naartoe was gebracht. Lisa kreeg een paspoort, maar ze had nog geen plekje in de trein gekregen. Daar was ze blij om. Ze wilde niet weg en hoopte vurig dat ze nooit zou worden gekozen. Maar plotseling, op een middag, was er een man naar hun huis gekomen met de mededeling dat er een plekje vrij was in de trein die de volgende dag uit Frankfurt vertrok. Lisa wilde niet, maar haar moeder stond erop dat ze ging en begon haar spullen in te pakken. ‘Er komt oorlog,’ zei Mutti. ‘Ik kan Duitsland niet uit zonder je 19
Het meisje zonder naam 1-496.indd 19
04-07-18 10:40
vader, en Martin kan niet weg zonder mij. Zodra je in Londen bent, moet je me schrijven met je adres. Stel dat er oorlog komt en je kunt niet rechtstreeks naar ons schrijven, dan kun je proberen brieven naar ons toe te krijgen via je vaders neef Nikolaus in Zwitserland.’ Ze drukte een opgevouwen velletje papier in Lisa’s hand. ‘Dit is zijn adres in Zürich. Als het kan, gaan we naar hem toe. En misschien kan het, want Zwitserland zal waarschijnlijk neutraal blijven in een oorlog.’ De volgende dag had Lisa in tranen afscheid genomen van Martin en haar moeder. Nu, op haar nieuwe kamer, bekeek Lisa het papiertje met het adres van Nikolaus Becker. Zou papa ooit nog thuiskomen? En zo ja, zouden papa, mama en haar broer dan Duitsland mogen verlaten om naar Zürich te gaan? Ze keek om zich heen in het sombere kamertje dat nu van haar was. Het zou niet gemakkelijk worden, maar ze was hier nu en moest er het beste van maken. Ze stond op. In het badkamertje dat aan de achterkant van het huis uitstak, alsof het er als bijgedachte aan vast was gebouwd, spetterde ze wat koud water in haar gezicht, vermande zich en ging naar beneden.
Lees verder in Het meisje zonder naam
20
Het meisje zonder naam 1-496.indd 20
04-07-18 10:40
Eerste druk september 2018 Oorspronkelijke titel The Girl With No Name Oorspronkelijke uitgever Head of Zeus Ltd. Copyright © 2016 Diney Costeloe The moral right of Diney Costeloe to be identified as the author of this work has been asserted by her in accordance with the Copyright, Designs and Patents Act 1988 Copyright © 2018 voor deze uitgave Uitgeverij De Fontein, Utrecht Vertaling Lia Belt Omslagontwerp Baqup, op basis van de uitgave van Head of Zeus Omslagillustratie © Getty Images/Popperfoto Opmaak binnenwerk ZetSpiegel, Best isbn 978 90 261 4629 9 isbn e-book 978 90 261 4630 5 nur 302 www.uitgeverijdefontein.nl Alle personen in dit boek zijn door de auteur bedacht. Enige gelijkenis met bestaande – overleden of nog in leven zijnde – personen berust op puur toeval. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, elektronisch, door geluidsopname- of weergaveapparatuur, of op enige andere wijze, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Het meisje zonder naam 1-496.indd 4
04-07-18 10:40