de puur muziek
07.10.2011 | 20:00 | KRAAKHUIS
Capilla Flamenca & MADJID KHALADJ ENSEMBLE LIEDTEKSTEN
LIEDTEKSTEN capilla flamenca Ave Maris Stella Ave maris stella dei mater alma atque semper virgo felix celi porta.
Gregoriaans Gegroet ster van de zee voedende moeder van God en voor altijd maagd gelukkige hemelpoort
Douce Fortune Dolçe fortuna ormay rendime paçe Da gli ochi de costei che me deffaçe
Johannes Ciconia Zoete fortuin, schenk mij nu eindelijk vrede door de ogen van zij die mij zo kwelt
Costei me feça luce piu ch’al sole Quando i foragi ai ochi me transfiçe
zij schenkt mij meer licht dan de zon wanneer ze haar blik naar mij toewendt
Mi fo che piu deço me dale Veçendo macher dolçe promesse
En zij berokkent mij zoveel pijn wanneer zij haar zoete beloften verbreekt
Ogni letitia el moi cor fenisse Poy ch’el so viso a me negar li piaçe
Alle vreugde is uit mijn hart geweken nu het haar behaagt haar gelaat voor mij te verbergen.
Dolçe fortuna…
Zoete fortuin,…
Je prens plaisir en une dame Je prens plaisir en une dame, voirement, qui tout bien parfait. Si tresfort que de ceur et d’ame toutans servir, de veuil parfait, je la veuil, par dit et par fait. Chascuns peut son droit nom trouver es chiefs des lignes, sans errer.
Anoniem, Cyprisch Manuscript Ik vind mijn genoegen in een vrouw, waarachtig, die alle goeds vervolmaakt. Zo heftig dat ik haar met hart en ziel steeds dienen wil, met volle overgave, met woord en daad. Elkeen kan haar echte naam vinden in het begin van deze lijnen, zonder dwalen.
Ceulz qui bien font, jamais ne blasme. Ce qu’on desfait, tantost refait.
Zij die het goede doen, zal ze nooit afbreken. Wat wordt vernield, zet ze meteen recht.
2
Le bon relieve de tout blasme ne besoing a d’estre refait. Du nom se peut on infourmer es chiefs des lignes, sans errer.
Het goede verheft ze boven alle smet en het heeft geen nood meer aan herstel. Over haar naam kan men de gegevens vinden in het begin van deze lijnen, zonder dwalen.
Vertu parcroit, le bien n’entame,
est relevé, nori et fait, destruisant tout mal et forfait. Son droit nom peut on encontrer es chiefs des lignes, sans errer.
Deugdzaamheid vervult ze, goedheid besmet ze niet, elk groots en deugdelijk werk wordt door haar, die de goedhartigen aanvuurt, verheven, gevoed en voortgebracht, terwijl ze alle kwaad en misdragen fnuikt. Haar echte naam kan men vinden in het begin van deze lijnen, zonder dwalen.
Madjid Khaladj et alia
Teksten Iraanse musici: zie p. 7
Trover ne puis Trover ne puis aucunemant confort, si tres fort point l’amere departie, dont je me plaing sovant, soupire et crie, querant, helas, de ma dolour la mort
Matteo de Perugio Troost kan ik helemaal niet vinden, zo sterk steekt het droevig heengaan, dat ik mij zo vaak beklaag, en zucht en steun, al zoekend, helaas, het einde van mijn smart.
Fenir me faut, hé mi, dolent a tort, se resort n’ay pour ma dame jolie.
Sterven moet ik, wee mij, onterecht gegriefd, als ik geen verzachting vind voor mijn mooie geliefde.
Trover ne puis….
Vinden kan ik niet …
Hors suy de joye, trist, et de deport
tel bien avoir. Amour, je te supplie : ayde moy, car ce n’est mie decort.
Verstoken ben ik van vreugde, triest, en ver van verzet door de bemoeiingen van Fortuna, die mij niet gunt zo’n schat te bezitten. Amor, ik smeek je : help mij, want dit is geen schijnvertoon.
Trover ne puis….
Vinden kan ik niet …
trestout grant et vertueus fait par elle, qui les bons enflame,
par l’esfort de Fortune, qui m’envie
3
Anoniem, Cyprisch Manuscript Vlucht weg van mij, Zwaarmoedigheid, want ik kan je niet meeslepen ! Vlucht snel, want jouw gezelschap doet me erge kwalen torsen. Uiterst dodelijk is het dit te moeten ondergaan. Vlucht dus en laat me leven, want aan het genieten geef ik mij helemaal over !
Fuies de moi Fuiés de moi, Merancolye, car ne te puis comporter ! Fuiés tost, car ta compagnie me fait de tres griefs maus porter. Mout mortel m’est le supporter. Fuiés donc et me laissiés vivre, car a plaisir trestous me livre ! Certes, mal est accompagnie la personne qu’acompagnier tu veus. Pourquoy m’estuet que die :. “Veuilliés toi de moy esloigner !” Si t’en vay, sans plus aprochier, de moy et tant tost t’en delivre, car a plaisir trestous me livre !
Waarachtig, in slecht gezelschap is de persoon die je vergezellen wil. Daarom moet ik je zeggen : “Wilt U van mij weggaan !” Ga dus weg, zonder mij nog ooit te benaderen en bevrijd je hiervan meteen, want aan het genieten geef ik mij helemaal over !
De ce faire ne tardés mye. Fai le tost, san plus retarder, ma tres felle et grant ennemye, de qui me doy toutans garder. Va t’en, sans plus de moi penser, et m’esfasciés tost de ton livre, car a plaisir trestous me livre !
Wacht niet om dit te doen. Doe het vlug, zonder enig dralen, mijn zeer lafhartige en grote vijand, voor wie ik mij steeds hoeden moet. Ga weg, zonder nog langer aan mij te denken, en schrap me vlug uit je boek, want aan het genieten geef ik mij helemaal over !
Ploures dames Plourés, dames, plourés vostre servant, qui ay toudis mis mon cuer et m’entente, corps et desir et penser en servant l’onneur de vous, que Dieus gart et augmente. Vestés vous de noir pour mi, car j’ay cuer teint et viaire pali,
Guillaume de Machaut Weent, vrouwen, beweent Uw dienaar, die steeds zijn hart en toevertrouwen gaf, lijf en hart en denken om Uw eer te dienen die God moge bewaren en vermeerderen. Kleedt U in het zwart voor mij, want gekwetst is mijn hart en mijn aangezicht verbleekt en ik zie mij stervend, al op eens, zo God en U mij geen verzorging brengt.
et si me voy de mort, en aventure, se Dieus et vous ne me prenés en cure.
4
Mijn hart laat ik U en geef het aan Uw wil over en de ziel bied ik deemoedig God aan. En zie waar de rest naar toe moet gaan : het vlees naar de maden, want dat is hun volle recht, en de bezittingen worden verdeeld aan de arme lieden. Helaas, in deze toestand op mijn sterfbed ben ik totaal ontdaan, als God en U mij niet verzorgen wil.
Mon cuer vous lay et met en vo commant, et l’ame a Dieu devotement presente. Et voit ou doit aler le remenant : la char aus vers, car c’est leur droite rente, et l’avoir soit departis aus povres gens. Helas ! en ce parti en lit de mort sui a desconfiture, se Dieus et vous ne me prenés en cure.
Et pour ce je vous depri qu’a Dieu vueilliés pour moy faire depri. Ou paier creins le treü de Nature, se Dieus et vous ne me prenés en cure.
Maar ik weet zeker dat Uw goedheid zo groot is dat U mij zonder dralen uit het gevaar waarin ik verkeer, zult halen, als U maar wenend tot God bidt dat hij er mee instemt mij te genezen. En daarom smeek ik U dat U bij God voor mij wilt bidden. Zo niet vrees ik de afrekening van Natura, als God en U mij niet verzorgen wil.
Madjid Khaladj et alia
Teksten Iraanse musici: zie p. 7
Je prens d’amour Je prens d’amour noriture nete et pure et doucement norissant. Pourquoi doi bien estre amant dusqu’a tant qu’en mon cors la vie dure.
Anoniem, Cyprisch Manuscript (eind 14e eeuw) Uit de liefde put ik voedsel zuiver en rein en zachtjes versterkend. Daarom moet ik wel minnaar blijven zolang als in mijn lijf het leven lengt.
Si le seray, car atise, sans faintise, mon cuer par toute dousseur, toustans d’ensi bonne guise, que n’avisen fors qu’estre son serviteur,
En zo zal ik zijn, want ze wakkert, zonder veinzerij, mijn hart aan met zachte gloed, steeds op zo’n aangename wijze dat ik er alleen maar kan aan denken haar dienaar te zijn.
Mais certains sui qu’en vous de bien a tant que dou peril, ou je sui, sens attente me geterez, se de cuer en plourant priez a Dieu qu’a moy garir s’assente.
5
En metant toute ma cure, sans laidure et sans falir tant ne quant, de vivre en le bien servant et disant, voirement sans mespresure :
Terwijl ik al mijn streven zet om, zonder laagheid en zonder ook maar in iets te falen, te leven door haar goed te dienen, al zeggend, voorwaar zonder misvatting :
Je prens d’amour ...
Uit de liefde put ik…
Madjid Khaladj et alia
Teksten Iraanse musici: zie p. 7
Dona Gentile Dona gentile, bella come loro Che sopra le altre portate corona Come per l’universo si razona Datime secorso , stella, che moro.
Guillaume Dufay Nobele vrouwe, schitterend als goud gekroond boven alle andere vrouwen, die in de hele wereld wordt geroemd, sta mij bij, mijn ster, want ik sterf
Che più non stago in questo purgatoro Tranquillato en ver di me fortuna Dona gentile…
want in dit vagevuur kan ik niet langer blijven, berustend in wat het lot mij bereidt Nobele dame…
Lasso ja sono di tale martoto, Che vivere non posso salvo en una. Qui me trovo com voy, clara luna Per sempre servire, quella ca’ d’oro. Dona gentile…
Ik ben deze kwelling moe ik kan niet leven tenzij door haar alleen en ben ik samen met jou, heldere maan, voor altijd ten dienste van die dame van goud. Nobele dame…
Ligiadra Donna Ligiadra donna che’l mio cor contenti, Rendime pace ormay di mie tormenti.
Johannes Ciconia Edele dame die mijn hart verblijdt, geef me vrede en stop mijn kwellingen.
Tu say che honesto amore e pura fede Strinse’l mio cor(e) di doglia e de martiri.
Jij weet dat door een rechtschapen liefde en een zuiver geloof mijn hart met smart en pijnen is overladen
6
Zonder dat ik ooit erbarmen ontving voor mijn oprechte liefde, huil ik nu, zucht en steun en sla mijn ogen neder
Sença aver may per bene amar mercede Ay, en pianto, ay ochi al pecto inten sospi[ri] Dimando a consolare i mia desiri, Qualche riposo ormay de mia lamenti.
Ik vraag mijn verlangens te troosten, een moment van rust voor mijn klachten.
Ligiadra donna che’l moi coro contenti, Rendime pace ormay di mie tormenti.
Edele dame die mijn hart verblijdt, geef me vrede na al mijn kwellingen.
LIEDTEKSTEN iraanse musici « O Saqi, geef nog wijn en bemoei je niet met vijand en vriend, want we hadden wel graag dat de ene weggegaan was, en de ander was gekomen. »
Fortuin kwam vanmorgen Hâfez (1325-1390) Fortuin kwam vanmorgen naast mijn hoofdkussen zeggen, « Sta maar op! De koning, ShirinsKhosrow is gekomen. »
Toen de lentewolken de ontrouwe plannen zagen van de toekomst, Zijn ze om het korte leven van de jasmijn, de hyacint, en de narcis, in tranen gekomen.
« Drink van deze beker, ga dronken en pompeus overal heen, Zo zie je precies hoe je geliefde met zo veel grandeur is gekomen. »
Als de zachte wind de geparfumeerde woorden van Hâfez van de nachtegaal hoorde, Waren zoete geuren overal bij alle bloemen en planten gekomen.
« Maak het dan bekend, jij met jouw muskusparfum, Hoe het hert vol muskus uit de Turkse woestijn is gekomen. »
Show your face Jalaluddin Rumi (1207-1273)
De tranen van de bedroefden hebben hen hun respect teruggegeven, Maar van het wenen van de minaarsredder is niets gekomen.
Show your face, for the orchard and rosegarden are my desire; open your lips, for abundant sugar is my desire. Sun of beauty, come forth one moment out of the cloud, for that glittering, glowing countenance is my desire.
Mijn hartenvogel is al mooi om te zien en kan weer vliegen, Duifje, let maar op, nu dat de valk is teruggekomen.
7
lamentation is my desire. Last night the shaikh went all about the city, lamp in hand, crying, “I am weary of beast and devil, a man is my desire.” They said, “He is not to be found, we too have searched.” He answered, “He who is not to be found is my desire.” Though I am penniless, I will not accept a small carnelian, for that rare, precious carnelian is my desire. Hidden from every eye, and all things seen are from Him— that hidden One manifest in works is my desire. My state has gone beyond every desire and yearning; from mine and place to the elements is my desire. My ear heard the tale of faith and became drunk; where is the portion of sight? The form of faith is my desire. In one hand the winecup, in the other the Beloved’s curl—to dance so in the midst of the arena is my desire.” That rebeck says, “I am dead of expectation; the hand and bosom and plectrum of Uthman are my desire.” I am at once Love’s rebeck, and Love is my rebeck-player; those favours of the plucking of the All-merciful are my desire. Cunning minstrel, number the rest of this ode after this fashion, for it is after this fashion I desire. Show your face from the east, Sun of the Pride of Tabriz; I am the hoopoe, the presence of Solomon is my desire.
Out of your air I heard the sound of the falcon-drum; I returned, for the sultan’s forearm is my desire. You said capriciously, “Trouble me no more; be gone!” That saying of yours, “Trouble me no more,” is my desire. And your repulse, “Be gone, the king is not at home,” and those mighty airs and brusqueness of the doorkeeper, are my desire. In the hand of every one who exists there are filings of beauty; that quarry of elegance and that mine are my desire. This bread and water of heaven’s wheel are like a treacherous torrent; I am a fish, a leviathan, Oman is my desire. Like Jacob I am crying alas, alas; the fair visage of Joseph of Canaan is my desire. By Allah, without you the city is a prison for me; I wander abroad, mountain and desert are my desire. My heart is weary of these weak-spirited fellow-travellers; the Lion of God and Rustam-i Dastan are my desire. My soul is sick of Pharaoh and his tyranny; that light of the countenance of Moses son of Imran is my desire. I am aweary of these tearful people so full of complaining; that ranting and roaring of the drunkards is my desire. I am more eloquent than the nightingale, but because of vulgar envy a seal is on my tongue, and
8