Skip to main content

Veeteeltvlees maart 2026

Page 1


Tweede locatie als alternatief voor groei op eigen erf

BBG investeert in gezonde stallen voor gezonde dieren

Genetica voorop bij charolaisfokker in Frankrijk

Cabotin

8472 De La Cleuzeur

Race De Mehogne x Paravent D’Izier

Op 21 mnd.: 863 kg en 136cm (+7)

Voor vreemd bloed met kwaliteit

Ki-code: 945175

⊲ Past op elke hedendaagse bloedlijn

⊲ Mannelijke karkasindex 117

⊲ Moeder was een zware koe van 1.043 kg

Wilt u sperma van Cabotin of andere stieren bestellen, bezoek dan onze webshop op shop.crv4all.nl of shop.crv4all.be

RUBRIEKEN

5 Van de redactie

6 Fokkerijnieuws

15 Uit de dierenartspraktijk: vaccineren bij vectorziekten

23 CRV-coöperatienieuws

30 Managementnieuws

32 Marktinfo voer

33 Marktinfo vee

34 Agenda

35 CRV-bedrijfsnieuws

HOOFDARTIKEL

8 Tweede locatie als alternatief voor groeien op eigen erf

REPORTAGE

12 De Franse charolaisfokker Stéphane Berthomier investeert enkel in genetica

BEMESTING

16 Is renure een doorbraak op de mestmarkt of een belofte op papier?

BEELDVERHAAL

18 BBG investeert in gezonde stal en dieren

INTERVIEW

20 CRV-voorzitter Jochem van der Starre ziet data als het goud van CRV

DE BOERIN

24 Christel van Raaij zet mentale gezondheid in de agrarische sector op de kaart

ECONOMIE

26 De rendabiliteit van vleesvee staat nog steeds onder druk

GEZONDHEID

28 Paratuberculose kan jaren sluimeren

BIJ DE COVER

Een eerste brahmanstier in de vernieuwde BBG-stal (foto: Eric Elbers)

hoofdartikel

tweede locatie

fokkerij BBG-stal

Stéphane Berthomier: ‘We hebben veel te lang onze veehouders niet naar waarde geschat’

De Boerin Christel van Raaij

Jochem van der Starre: ‘Ik zie kansen voor vleesconcepten op basis van geselecteerde genetica’

Disselvering met dwarsbladveren Geverfde of gegalvaniseerde

vleesveerantsoenen voor:

het einde van de dracht hittestress met een zeer hoog niveau vitamine E en Selenium jouw met Optimin Beef

KNZ® BEURSACTIES RMV GORINCHEM

zakgoed via het Agrarisch Aveve onze vleesveevoeders. www.aveveagrarisch.be

Bezoek onze stand op de RMV-beurs, gooi een dartpijl en win mooie prijzen. Maak bovendien kans op het winnen van een buiten BBQ. Ontvang een KNZ deurmat bij bestelling van minimaal 15 KNZ likstenen en een prachtige KNZ reiskoffer bij een bestelling van minimaal 30 KNZ likstenen. We zien u graag in Gorinchem! stand D101

De Poort 3a 5751 CN Deurne • T +31(0)88 73 00 500

Stabiel beleid, geen gezwabber

In de huidige tijdgeest klinkt het misschien als een onmogelijke, misschien zelfs naïeve wens. Maar stabiliteit zou ons als maatschappij meer dan deugd doen. Niet alleen in het financiële of het technische, maar zeker ook emotioneel. Dat is ongeveer de rode draad in een groot deel van de verhalen in dit nummer. Een stabiel beleid is niet zomaar iets voor een veehouder, het is de bouwsteen van zijn ondernemerschap. Dat geldt niet alleen voor de veehouderij of de landbouwsector in zijn geheel, maar voor nagenoeg elke ondernemer. En al zeker voor elke kapitaalintensieve sector, dus ook voor de veehouderij. Investeringen die een afschrijvingstermijn hebben van meer dan vijftien jaar, hebben geen baat bij een politiek zwabberbeleid. Banken financieren immers geen onzekerheid waarbij een overheid elke zoveel jaar haar spelregels aanpast.

Het gevolg is dat ambities en plannen van een nieuwe generatie, die al beperkter in omvang is, in de koelkast blijven. Want wie durft er te investeren in ‘vergroening’ op zijn bedrijf, als die tien jaar later voor de nieuwe

bewindvoerders niet groen genoeg meer is? Een andere publieke misvatting is vaak dat de sector de regels vooral wil versoepelen. Dat is niet geheel zo.

Veehouders geven vaak aan dat ze vooral duidelijke en haalbare regels willen, regels waarmee ze kunnen ondernemen op de lange termijn.

De veehouderij staat immers voor een flinke generatiewissel in Nederland en Vlaanderen en dan is het niet handig dat ons beleid gracieus uitblinkt in gebrek aan een stabiel kader. Het klopt dan wel dat er vaak subsidies worden verstrekt, maar wat heb je eraan als de rest van je pad uit obstakels bestaat?

Die obstakels zijn niet alleen technisch, maatschappelijk of politiek van aard, maar ook emotioneel grijpen ze in. Ze zorgen voor onzekerheid en vaak ook voor een vorm van niet begrepen worden bij veehouders. Het krijgt gelukkig wel steeds meer aandacht, getuige daarvan ook het verhaal van De Boerin in dit nummer.

Stabiliteit zorgt niet alleen voor rust, maar laat de boer ook weer focussen op wat echt telt: vakmanschap.

Hoogste bod voor Very Good

Zijn fokkers, scea de l’Epicea, hadden de naam van hun blondestier niet beter kunnen kiezen.

Very Good was immers op de recente blondeveiling in het Franse Casteljaloux met 14.300 euro de stier met de hoogste verkoopprijs. De gemiddelde verkoopprijs lag deze veiling op 7.691 euro. Door de winterse weersomstandigheden was de stierenveiling in het Franse opfokstation voor blonde d’Aquitaine in Casteljaloux een week uitgesteld. Het aanbod omvatte 53 jonge stieren, waarvan er 46 een kwalificatie kregen.

Het hoogste bod was voor Very Good, een zoon van Shangai uit een dochter van Gaulois. De stier, die midden december 2024 werd geboren bij earl de l’Epicea, haalde in zijn opfok een dagelijkse groei van 1.314 gram per dag. Een maand voor de veiling woog de jonge stier 580 kg. Very Good kreeg een ultiem bod van 14.300 euro. Nog zes andere stieren topten hun verkoopprijs af boven de 10.000 euro. Nummer twee in de toplijst was de twaalf maanden oude Rotchildzoon Adelante. Deze stier van 608 kg en een dagelijkse groei van 1,657 kg veranderde van eigenaar voor 12.500 euro.

15.800 euro voor Franse charolaistopstier

Een veertien maanden oude charolaisstier kreeg in het Franse Jalogny een mooie verkoopprijs van 15.800 euro op zijn naam.

In het Franse opfokstation voor charolais in Jalogny had midden februari een veiling plaats van tachtig jonge stieren die in het opfokstation werden opgefokt en opgevolgd. Al deze stieren werden vooraf aan de veiling gegenotypeerd, gekeurd en ingeschreven in het Franse stamboek.

Ook acht embryopakketten van Franse topfokkers werden die dag geveild. Hiervan werden er uiteindelijk zes verkocht.

De veiling leverde een verkoop op van 96 procent van de stieren en dit voor een gemiddelde verkoopprijs van 5.626 euro. De topprijs was voor Vélo, een jonge stier geboren op het bedrijf van Julien Curat.

Deze zoon van Shimano uit een dochter van Nirvana werd verkocht voor 15.800 euro en trekt naar het topbedrijf van Gaec Micaud.

Vélo woog een maand voor de veiling 706 kilogram op een leeftijd van veertien maanden en haalde een dagelijkse groei van 1.548 gram per dag in zijn opfokperiode.

Op pagina 12 leest u een reportage over een ander topbedrijf met charolais in Frankrijk. Ook een stier van dit bedrijf werd op deze veiling verkocht. Deze Taozoon Abricot van Stéphane Berthomier kreeg een ultiem bod van 4.200 euro achter zijn naam.

Vélo, een jonge charolaisstier, kreeg op een Franse veiling een bod van 15.800 euro op zijn naam

Veilingtopper Very Good, een jonge zoon van Shangai

Judith van Ooijen, bestuurslid van de Vakbond voor Dieren:

‘We wijzen boeren niet af: als vakbond heb je ook een

relatie met werkgevers hoog te houden’

Uit: Trouw, 24 januari 2026

Réjouizoon goed voor hoogste bod op stierenveiling

De eerste veiling voor stieren van het opfokstation in Ciney leverde naast een volle tribune ook nog een 100 procent verkoop op. Voor een Réjouizoon werd uiteindelijk 8.000 euro geboden door een Vlaamse fokker. Het veilingaanbod omvatte in totaal elf stieren. Deze werden uiteindelijk allemaal verkocht, voor een gemiddelde prijs van 5.750 euro, exclusief kosten.

De hoogste prijs ging naar Démocrate de l’Escaille, een zoon van Réjoui uit een dochter van Matériel. De stier is geboren op het be-

Nieuwe Franse

drijf van Stéphane Pierrard en Bernadette

Toussaint in het Waalse Boussu-en-Fagne. Hij kreeg een ultiem bod van 8.000 euro van een fokker uit Vlaanderen. Ook Vanadale de Lez Fontaine (Laureaat x Niccolo) trekt naar Vlaanderen, hij werd uiteindelijk verkocht voor 7.200 euro. Hyppolitezoon Hyppolite de Monfat is dan weer voor 6.400 euro verkocht aan een Ierse ki.

Réjouizoon Démocrate de l’Escaille kreeg het hoogste bod

Iboval-cijfers

Het Franse Idele heeft nieuwe fokwaarden (Iboval) beschikbaar gemaakt, voor onder meer blonde d’Aquitaine, charolais en limousin. Aan de basis van deze fokwaarden liggen gegevens verkregen van de geboren kalveren bij de fokkers. Het gaat daarbij om zowel kalveren uit natuurlijke dekking als kalveren uit ki-stieren.

De gegevens van deze kalveren komen uit het wegingsprogramma, waarbij de kalveren ook beoordeeld worden op de onderdelen, onder meer op het moment van spenen, op

groeikracht (CRsev), bespiering (DMsev) en ontwikkeling skelet (DSsev). Samen met geboortegemak (IFNAIS) wordt hier de speenindex (ISEVR) uit berekend.

Wanneer de vaarskalveren zelf gekalfd hebben, volgt een cijfer voor de melkgift (Alait). Er is tevens een cijfer voor afkalfgemak van de dochter van de stier (Avel). Deze worden eveneens samengebracht in een index (MERPsev). Tot slot wordt ook een totaalindex gepubliceerd, IVMAT, bestaande uit CRsev, DMsev, DSsev, CVEL en ALait. De fokwaarde

CVEL, ook een combinatie-index, wordt echter niet gepubliceerd.

Net als bij veel andere fokwaarden is 100 het standaardgemiddelde. Een hogere fokwaarde is gunstig. Ook de betrouwbaarheid is relevant in het beoordelen van de cijfers. Hoe meer nakomelingen met gegevens, hoe betrouwbaarder de cijfers.

Alle fokwaarden van de diverse rassen zijn te raadplegen op de website van het Franse Idele. Scan de QR-code

Nieuw aanbod BAC-veiling blondestieren

Op zaterdag 28 maart vindt in Laren een stierenveiling plaats van blondestieren die getest zijn op het BAC-opfokstation in Laren. In totaal worden zes stieren geveild die cen-

traal opgefokt zijn en waarvan verschillende prestatiegegevens bekend zijn.

De veiling van de zes fokstieren door veilingmeester Adrion van Beek is fysiek te volgen

Tabel 1 – Overzicht van het aanbod van blondestieren voor de BAC-veiling in Laren

op het opfokstation in Laren en online via FarmersBid.

Volg de veiling online. Scan hiervoor de QR-code

naam geb. datum vader mv. fokker ontw. rastype

Tweede locatie als voor groeien op eigen

Groei op de thuislocatie is lang niet altijd meer mogelijk. Toch willen veel veehouders hun bedrijf blijven ontwikkelen. Een tweede locatie komt daarom steeds vaker in beeld. Een standaardrecept is het niet: het vraagt andere vaardigheden, meer organisatie en een stevige financiële basis.

TEKST INGE VAN DRIE

Uitbreiden op de eigen locatie wordt voor veel vlees- en melkveehouders steeds lastiger. Vergunningen zijn schaars, stikstofregels drukken op uitbreidingsplannen en soms zit het bouwblok simpelweg vol. Tegelijkertijd zijn er ondernemers die wél willen doorgroeien. Voor hen komt een andere strategie in beeld: een tweede locatie.

Die ontwikkeling is niet helemaal nieuw, maar Niek Groot Wassink, adviseur financieel management bij DLV Advies, ziet dat de optie tweede locatie wel vaker op tafel

ligt. ‘Het komt duidelijk meer voor dan tien jaar geleden. Vooral omdat uitbreiden op de bestaande locatie simpelweg lastig is geworden.’

Bijna zes procent met twee locaties

Exacte cijfers over tweede locaties in de veehouderij zijn schaars. Volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) uit de periode 2019-2021 had een kleine minderheid van de melkveebedrijven meer dan één bedrijfslocatie. Van de melkveebedrijven in Nederland had

als alternatief

5,8 procent twee locaties, 0,5 procent drie locaties en 0,1 procent meer dan drie locaties. In intensieve sectoren is werken met een tweede, derde of zelfs vierde locatie al gebruikelijker. Zo lag het percentage varkensbedrijven met minstens twee locaties volgens het CBS in 2021 op 19 procent. Van de vleeskuikenbedrijven had bijna 13 procent twee of meer locaties. ‘Bij melkvee is een tweede locatie toch wat ingewikkelder, bijvoorbeeld vanwege de vaste melktijden’, zegt Bram van der Heijden, specialist bedrijfsontwikkeling bij Exlan. ‘Al kiezen veel bedrijven nu voor robotmelken. Dat maakt zo’n tweede locatie wel iets laagdrempeliger.’

Ook Vlaanderen kent het fenomeen tweede locatie. ‘Het is in elk geval geen uitzondering meer’, stelt Jan de Keyser, hoofd Agri & Food bij BNP Paribas Fortis. ‘Maar laat me duidelijk zijn: het is geen standaardrecept. Een tweede locatie is geen extra stal. Het is eigenlijk een tweede ondernemingseenheid.’

Groeikansen op eigen locatie beperkt

De belangrijkste reden dat ondernemers naar een tweede locatie kijken, is volgens adviseurs de steeds beperktere uitbreidingsruimte op de eigen locatie. In Nederland speelt daarbij vooral het stikstofbeleid en de

Jan de Keyser, hoofd Agri & Food bij BNP Paribas Fortis: ‘Een tweede locatie mislukt zelden door techniek, maar
Niek Groot Wassink, adviseur DLV:
‘Groei is van alle tijden en blijft doorgaan.
Bedrijven staan niet stil’

vergunningverlening. In Vlaanderen is de situatie vergelijkbaar, al verschilt de regelgeving in detail. ‘De kern is hetzelfde: de vergunningsruimte is beperkter geworden en juridisch gevoeliger’, zegt De Keyser. ‘Door de stikstofregels en de nabijheid van kwetsbare natuurgebieden is uitbreiden op de bestaande locatie in bepaalde regio’s veel moeilijker geworden.’

Dat betekent volgens de Vlaming niet dat er niets meer kan, maar de drempel is hoger. ‘De vrijblijvendheid is eruit’, zegt De Keyser. ‘Groei moet technisch, juridisch én financieel kloppen.’

Groot Wassink ziet daarnaast een andere ontwikkeling die meespeelt bij het groeiende aantal bedrijven met twee locaties. ‘Sommige bedrijven hebben de afgelopen twee, drie jaar veel geld verdiend, zeker ook bedrijven met een tweede tak, zoals varkens. Die hebben nu de middelen om een extra investering te doen. Normaal gesproken zouden ze een stal ernaast willen zetten, maar nu dat lastig is, kijken ze naar een tweede bedrijf.’

Vakmanschap én leiderschap nodig

Voor ondernemers met de drang om te groeien kan een tweede locatie een oplossing zijn. Toch benadrukken adviseurs dat het zeker niet voor iedereen geschikt is. ‘Dit is echt een strategie voor ondernemers met managementcapaciteit’, zegt De Keyser. ‘Een tweede locatie vraagt leiderschap, niet alleen vakmanschap. Je moet sterk zijn in organisatie en procescontrole, financiële discipline hebben en tegen complexiteit kunnen.’

Bij een tweede locatie is daarnaast vrijwel altijd personeel nodig, geeft De Keyser aan. ‘Je kunt als veehouder niet fysiek op twee plaatsen tegelijk zijn. Je hebt daarom een betrouwbare operationele kracht nodig die het bedrijf draaiende houdt als jij er niet bent.’

Het type ondernemer dat succesvol meerdere locaties runt, verschilt vaak van de vakman die zelf het meeste werk doet. ‘Je wordt meer manager’, zegt Van der Heijden. ‘In het buitenland is een structuur met eigenaren, bedrijfsleiders en medewerkers al veel gebruikelijker. In Nederland zijn we daar minder aan gewend. Als je graag alle touwtjes zelf in handen houdt, wordt het heel lastig.’

Groot Wassink noemt vergelijkbare eigenschappen. ‘Je moet flexibel zijn, goed met personeel om kunnen gaan en werk uit handen kunnen geven. Daarnaast moet je in staat zijn om grote lijnen te zien en vooruit te plannen.’

Meer geld in het laatje

Het runnen van meerdere locaties kan duidelijke voordelen bieden. Een belangrijk voordeel is groeiruimte. Als uitbreiding op de thuislocatie niet mogelijk is, kan een andere locatie alsnog ruimte bieden. Daarnaast kan een tweede locatie ook bijdragen aan risicospreiding. ‘Je concentreert niet alles op één plek’, zegt Groot Wassink. Ook de grotere omvang biedt kansen. ‘Meer melk betekent uiteindelijk ook meer geld in het laatje’, zegt hij.

Ook het beter benutten van personeel kan een voordeel zijn. ‘Misschien heb je op de ene locatie amper werk genoeg. Met twee locaties kun je je personeel dan beter benutten. Bovendien kun je bepaalde werkzaamheden centraliseren.’ Zo kan een ondernemer bijvoorbeeld verschillende diergroepen over de twee locaties verdelen. ‘Bij grotere bedrijven kun je de droge koeien of oudmelkse dieren op een andere locatie houden’, geeft Groot Wassink als voorbeeld.

Efficiëntie niet vanzelfsprekend

Tegelijkertijd waarschuwen adviseurs ervoor dat schaal niet automatisch tot efficiëntie leidt. ‘Het is niet zo dat je een tweede bedrijf koopt en dat het vanzelf werkt’, zegt Groot Wassink. ‘Je moet goede afspraken maken en ver vooruit kunnen kijken.’

Ook de afstand tussen de twee locaties is een factor om rekening mee te houden. Hoe verder de locaties uit elkaar liggen, hoe lastiger het wordt. ‘Als je bedrijf in Oost-Brabant ligt en je tweede locatie in West-Brabant, wordt het lastig om er snel te zijn in geval van nood of bij een storing’, zegt Van der Heijden als voorbeeld. Bij de aankoop van een tweede locatie is ook de juridische status van het bedrijf essentieel. ‘Let goed op de vergunning’, waarschuwt Van der Heijden. ‘Als de vergunning niet op orde is, loop je extra risico. Banken gaan zo’n project dan ook niet financieren.’

Ook de technische staat van gebouwen speelt een rol. Oude stallen kunnen aanzienlijke renovatiekosten met zich meebrengen. ‘Verborgen kosten komen vaker voor dan ondernemers denken’, zegt De Keyser. Daarnaast moet de ondernemer goed kijken naar praktische zaken als grondsoort, ruwvoerpositie en het wel of niet samen kunnen gebruiken van machines. ‘Bij een varkensbedrijf kun je bij een tweede bedrijf de schuur vol zetten en ervoor gaan. Maar een melkveebedrijf is niet zomaar te kopiëren, vooral vanwege de ruwvoerpositie’, meent Groot Wassink.

Risico’s niet onderschatten

Volgens De Keyser worden bij de start van een tweede locatie regelmatig dezelfde fouten gemaakt. De eerste valkuil is te snel beslissen. ‘Men focust op de aankoopprijs’, ziet De Keyser. ‘Maar je moet niet alleen kijken wat het bedrijf vandaag waard is, maar ook hoe toekomstbestendig het is.’

Ook het onderschatten van risico’s komt regelmatig voor, merkt De Keyser. ‘Wat gebeurt er bij een lagere melkprijs, een hogere rente of een uitbraak van een ziekte? Die scenario’s moet je vooraf doorrekenen. Een tweede locatie mislukt zelden door techniek, maar juist door managementoverschatting.’

De bankdirecteur pleit daarnaast voor het gefaseerd doen van investeringen. ‘Alles tegelijk doen verhoogt het risico exponentieel.’

Banken staan in principe open voor investeringen in een

tweede locatie, maar kijken er wel kritisch naar. Volgens

De Keyser beoordelen banken vijf belangrijke aspecten: de juridische robuustheid van de vergunning, de technische staat van de infrastructuur, de managementcapaciteit van de ondernemer, de cashflow bij moeilijke omstandigheden en de strategische logica achter de beslissing. ‘Een tweede locatie wordt niet gefinancierd omdat het kan, maar omdat het economisch verantwoord is.’

Ook Groot Wassink ziet dat banken bereid zijn mee te denken. ‘Als een bedrijf goed geld verdient, er een sterke ondernemer op zit en het verdienmodel klopt, dan zullen banken er zeker serieus naar kijken.’

Andere structuur voor financiering

De financiering van een tweede locatie verschilt wel van een klassieke uitbreiding op dezelfde locatie. Bij uitbreiding op de eerste locatie is er één vergunning, één organisatie en één cashflow. Bij een tweede locatie komt daar veel meer bij kijken, geeft De Keyser aan. Zo benoemt hij extra ‘due diligence’ (boekenonderzoek), een aparte rapportering per locatie en meer aandacht voor risicobeheersing. ‘Daarnaast is de werkkapitaalbehoefte vaak groter en wordt de financiering vaker gefaseerd en gekoppeld aan mijlpalen.’

Volgens Groot Wassink speelt ook de verhouding tussen eigen vermogen en vreemd vermogen een belangrijke rol. ‘Zo’n tweede locatie vergt enorm veel kapitaal. Als alles met vreemd geld gefinancierd moet worden, wordt de stap al snel te groot. Maar soms kan een andere constructie uitkomst bieden. Bijvoorbeeld wanneer een investeerder grond koopt en die beschikbaar stelt aan de ondernemer.’

Ondanks alle onzekerheden in regelgeving en politiek

verwachten adviseurs dat de ontwikkeling richting grotere bedrijven en soms meerdere locaties doorgaat.

‘Groei is van alle tijden en blijft doorgaan’, stelt Groot Wassink. ‘Bedrijven staan niet stil.’

Maar een tweede locatie blijft wel een strategische keuze die goed doordacht moet zijn. ‘Wie groeit vanuit frustratie, loopt risico’, zegt De Keyser. ‘Maar wie groeit vanuit strategie, kan er sterker uitkomen.’

De centrale vraag blijft volgens hem altijd dezelfde: versterkt een tweede locatie de economische weerbaarheid van het bedrijf op lange termijn? ‘Als het antwoord daarop ja is – en de cijfers ondersteunen dat – kan het een krachtige stap zijn. Een eenvoudige weg is het niet, maar voor ondernemers die de uitdaging aankunnen, kan het wel een nieuwe route zijn om verder te bouwen aan hun bedrijf.’ l

Samenvatting

De afstand tussen twee locaties is een factor om rekening mee te houden: hoe verder locaties uit elkaar liggen, hoe lastiger het wordt

– Door beperkte uitbreidingsruimte op de eigen locatie kijken melk- en vleesveehouders vaker naar een tweede bedrijfslocatie.

– Een tweede locatie vereist een sterke organisatie. Een ondernemer moet om kunnen gaan met personeel en het vermogen hebben om werk uit handen te geven.

– Groeiruimte en het spreiden van risico’s zijn voordelen van een tweede locatie, maar een grotere schaal leidt niet automatisch tot een hogere efficiëntie.

– Banken beoordelen vooral vergunningen, managementcapaciteit en het verdienmodel.

Genetica voorop op Frans topbedrijf

De Franse charolaisfokker Stéphane Berthomier zet topgenetica voorop in zijn bedrijfsvoering, die verder vooral soberheid uitstraalt. Zijn zestienjarige Écolière, goed voor meer dan 368 nakomelingen, is daar het toonbeeld van.

TEKST WIM VEULEMANS

Het dominante ras in de centraal-Franse regio Auvergne is charolais. Een groot deel van het land is hier permanent grasland, vaak omgeven met hagen en heggen. Dat geldt ook voor het departement Allier, waar in het kleine dorpje Chavenon een topbedrijf gehuisvest is. ‘Charolais is een sterk ras dat zich goed heeft aangepast aan de omgeving’, zegt Stéphane Berthomier (55). Hij houdt hier honderd charolaiszoogkoeien in combinatie met 185 hectare land. Noch zijn vrouw, die werkt in de zorg, noch zijn drie kinderen zijn op het bedrijf actief. Wel krijgt de veehouder een dag per week hulp van een externe medewerker. In 1993 nam Stéphane Berthomier het bedrijf over van zijn ouders en kocht hij zijn vier broers en zussen uit. Het huidige bedrijf omvat momenteel twee locaties,

circa drie kilometer van elkaar gelegen. Alle gronden zijn rondom beide bedrijven gelokaliseerd, behalve een stuk van 23 hectare dat 12 kilometer verderop ligt.

Lage kosten en alles aanwenden

Alle teelten op het bedrijf zijn gericht op de zoogkoeien. Het graan en de mais worden op het eigen bedrijf ingezet. Om zijn grond efficient te kunnen bewerken en de kosten laag te houden heeft Berthomier een samenwerking, de coöperatie CUMA, opgestart met collega-veehouders uit de buurt.

De dieren lopen van 15 maart tot circa 1 december buiten op het grasland. Enkel op hete momenten in de zomer komen de dieren op stal. ‘Het is dan ook vaak voor hen te warm en dan geef je toe op groei en welzijn’,

Chavenon

Frankrijk

BEDRIJFSPROFIEL

eigenaar Stéphane Berthomier (55) veestapel 100 charolaiszoogkoeien grondgebruik 185 ha, waarvan 135 ha grasland, 20 ha tijdelijk grasland, 5 ha triticale, 10 ha tarwe, 5 ha snijmais en 5 ha gerst

vertelt Berthomier. ‘Bovendien is water hier een probleem. Ik moet alle water voor het bedrijf aankopen, ik kan hier amper wat oppompen. Dit kost toch een tientot twaalfduizend euro per jaar’, verduidelijkt de vleesveehouder. Ook stro moet worden aangekocht, maar als ligbed maakt Berthomier ook gebruik van de snippers van het heggenhout dat hij om de paar jaar snoeit in deze regio. Die snippers dienen eveneens voor de verwarming in huis.

Om het grasland in topconditie te houden voegt Berthomier algen toe. ‘Elke twee jaar breng ik algen als toevoeging op het grasland’, vertelt de veehouder. ‘Het verbetert de bodemvruchtbaarheid en de grasgroei. En het voegt enkele essentiële voedingsstoffen toe als calcium en magnesium.’ Het andere jaar bemest de vleesveehouder met klassiekere meststoffen.

Berthomier werkt ook met omweiden, waarbij de dieren om de paar dagen een nieuw stuk krijgen. Bovendien wint hij het gras voor het rantsoen in verschillende stadia, zodat hij met de rantsoensamenstelling de verschillende behoeften van de charolaisdieren kan invullen.

Gras en hooi zijn het hoofdbestanddeel van het winterse rantsoen, aangevuld met eigen granen, lijnzaad, raapzaad, bietenpulp en luzerne.

Honderd dieren per jaar

‘Charolais is een ras waar je makkelijk mee kunt werken en dat je vooral zowel intensief als extensief kunt houden’, meent Berthomier. Het bedrijf werkt naar een honderd kalvingen per jaar, verspreid over een heel jaar. ‘Die

De zestienjarige Écolière zorgde al voor 368 nakomelingen

hebben we nodig,’ zegt hij, ‘want we verkopen ook een honderd dieren per jaar.’

Vijftig stuks van alle leeftijden worden geslacht in Villefrance, goed voor de afzet van een dier per week. Een 15 tot 20 stieren verkoopt het bedrijf jaarlijks voor de fokkerij. Een 30-tal dieren gaan dan weer weg als broutards op de leeftijd van 8,5 maand bij een gewicht van 400 kilogram. Het merendeel van die broutards trekt richting Italië. De Italianen zijn op zoek naar dieren die ze snel kunnen laten groeien. ‘Ze willen ze vrij snel van 400 naar 700 kilo krijgen en betalen daar ook voor’, verduidelijkt de Franse fokker.

Een deel van de dieren mest Berthomier zelf af, zowel stieren rond de leeftijd van 20 tot 24 maand als vaarzen of koeien. ‘Ik laat mijn minste vaarzen het snelst een eerste keer kalven, dan kan ik sneller beginnen met afmesten’, verduidelijkt hij. De afkalfleeftijd op het bedrijf ligt rond de 30 maanden, waarbij de genetisch minste dieren eerder kalven.

Investeren in genetica

De kosten probeert de Franse charolaisfokker bewust laag te houden. ‘Enkel genetica mag me geld kosten’, geeft hij aan. Daarmee zet hij fokkerij voorop in het managen van zijn bedrijf. Al begin jaren zestig werden de eerste charolaisvaarzen op het bedrijf ingeschreven in het Franse stamboek. En met de jaren werd er – ook door de ouders van Stéphane – geïnvesteerd in goede genetica. Zo werden de genen van de Franse charolaistopper James Bond ingezet op het bedrijf. James Bond was de kampioensstier op de nationale keuring in Parijs van 2017. Hij zorgde volgens Berthomier voor een genetische sprong vooruit op het bedrijf.

De focus op fokkerij is er volop. De fokker kiest er voor om hier goed in te zijn en er alle aandacht aan te besteden. Hij kiest zelf de stieren uit en insemineert ook zelf. In de selectie legt hij de focus op lengte, kilo’s en makkelijk afkalven. ‘Maar ik kijk ook naar de bek’, gaat Stéphane verder. ‘Die moet mooi vierkant zijn, dan kan de koe makkelijk en vlot gras eten.’

Ook genomic selection of merkerselectie op basis van DNA past Berthomier toe in zijn fokkerij. ‘Daarbij kijk ik vooral naar de merkers voor dubbelbespierdheid en hoornloosheid. Vooral dat laatste is belangrijk in de fokkerij.’ Zo fokte Berthomier een aantal jaren terug de beloftevolle homozygoot hoornloze stier Sirtaki PP. De jonge stier was te zien tijdens de Vente Bien Naître in 2022, een veiling van veelbelovende jonge dieren in Cournon, een bekende veiling in de charolaisfokkerij in samenwerking met het Franse stamboek. De jonge stier verhuisde toen richting de Franse Pyreneeën voor een bedrag van 4700 euro. Het gemiddelde op zulke veilingen lag in die periode rond de 4000 euro.

BEDRIJFSREPORTAGE

Elk jaar brengt Berthomier twee tot drie jonge dieren naar het foktechnisch opfokstation van Jalogny, ook ondersteund door het Franse stamboek. Dat is op de leeftijd van acht maanden, de leeftijd dat de jonge kalveren gespeend worden. ‘Er huizen steeds vijftien tot achttien dieren die in gelijke omstandigheden worden opgefokt. Ook hun prestaties worden gemonitord.’

Zo loopt er momenteel een kleinzoon van James Bond via vaderszijde, Abricot, in het opfokstation. De jonge stier werd begin 2025 geboren uit Rainette, een zesjarige dochter van Malakoff en de eigengefokte Tao.

‘Abricot was al bij de geboorte een mooi bevleesd stierkalf’, vertelt Berthomier. ‘Hij kwam er begin september binnen en haalt momenteel een dagelijkse groei van 1548 gram per dag.’

is een combiatie van Unesamgirl met Ouistiti’, verduidelijkt hij. ‘Unesamgirl komt uit onze beste bloedlijn. Haar grootmoeder Écolière is momenteel zestien jaar oud en zorgde in al die jaren reeds voor ruim 368 nakomelingen. Ze is het symbool van de kracht en duurzaamheid van het charolaisras.’ Een van haar dochters is de moeder van Unesamgirl, Scarlette. Zij is dan weer de volle zus van Tao, de vader van Abricot.

Geen enkele van zijn drie kinderen ziet een overname van het bedrijf zitten. En dat brengt de 55-jarige vleesveehouder bij zijn grootste bezorgdheid en uitdaging: het vinden van een overnemer. ‘We hebben veel te lang onze veehouders niet naar waarde geschat en nu klagen we als samenleving dat er te weinig vlees is en dat het te duur is’, gaat hij verder.

Charolais past zich makkelijk aan de omstandigheden aan, intenstief of extensief

Meer dan 360 nakomelingen

Abricot werd midden februari geveild en verkocht voor een bedrag van 4200 euro. In dat veilingaanbod zat ookeen embryopakket van het bedrijf van Berthomier. ‘Het

Berthomier geeft aan dat hij nagenoeg de enige in deze regio is die nog met dieren werkt. ‘Jonge boeren hebben andere sociale verwachtingen, continu op hun bedrijf beschikbaar zijn is niet altijd meer aan hen besteed. En ook al stijgt de prijs nog, dat is onomkeerbaar.’ l

Wat te doen bij vectorziekten: vaccineren of niet?

Afgelopen jaar werden alle runderen in België verplicht gevaccineerd tegen blauwtong type 3 en 8 en tegen het virus dat verantwoordelijk is voor epizoötische hemorragische ziekte type 8, gekenmerkt door symptomen die erg lijken op blauwtong bij rundvee. Dit jaar zijn deze vaccinaties niet langer verplicht, wat ook betekent dat er geen overheidsbijdrage meer zal zijn. Vanuit onze praktijk adviseren wij onze veehouders om de vaccinatie toch opnieuw uit te voeren. Een van de veehouders uit ons cliënteel twijfelt echter. ‘Het heeft vorig jaar toch wel wat werk gekost en de dieren zijn er niet rustiger van geworden,’ beargumenteert hij. ‘Bovendien moet ik nu de kosten zelf dragen. Misschien probeer ik het dit jaar wel met insecticiden op de rug van de koeien.’ Ik kan mijn klant ergens volgen in zijn redenering, maar toch vind ik het de moeite waard om hem te overtuigen. ‘Ik begrijp je twijfel,’ antwoord ik, ‘maar toch lijkt het me verstandig om opnieuw te vaccineren. De opgebouwde bescherming zal stilaan afnemen, aangezien dode vaccins doorgaans maximaal één jaar een stevige afweer geven. De gevoeligheid van de dieren zal dus opnieuw toenemen. Daar komt bij dat een nieuwe boostervaccinatie een veel betere bescherming geeft. Een goede vaccinatie zorgt er bovendien voor dat als een dier toch besmet

Aan de hand van voorbeelden uit hun dagelijkse praktijk schrijven vier dierenartsen over diergezondheid in de vleesveehouderij. Om en om beschrijven Anthony De Schryver, René Bemers, Piet De Meuter en Hans Van Loo maandelijks vastgestelde ziektebeelden, uitgevoerde behandelingen en/of mogelijke preventiemaatregelen.

naam aandoening vectorziekten blauwtong en EHD

verschijnselen subklinisch tot erge symptomen als koorts, gedaalde eetlust, speekselen, kreupelheid, gedaalde productie en vruchtbaarheid

oorzaak virussen die worden overgebracht via vectoren (knutten of kleine mugjes) preventie vaccinatie en overdrukventilatie in de stal

raakt, de symptomen veel milder zijn en het virus minder lang aanwezig blijft. Dat verkleint de kans op verdere verspreiding van het virus.’

Het virus is niet verdwenen. In onze buurlanden is de infectiedruk nog steeds hoog. Afgelopen jaar werden daar nog heel wat nieuwe infecties gemeld. Ook de vectoren blijven aanwezig.

De knutten die het virus verspreiden, vinden nu eenmaal bijzonder veel broedplaatsen in en rond landbouwbedrijven. En van insecticiden op de rug is bovendien niet aangetoond dat ze bescherming bieden tegen dit type virussen.

Om hem volledig te overtuigen voeg ik er nog aan toe: ‘Als je wacht met vaccineren tot er e ectief een uitbraak is, kan ik niet garanderen dat het vaccin dan nog voldoende bescherming biedt. Als er op dat moment al voldoende vaccin beschikbaar is. Door nu te vaccineren kunnen we het rustig aanpakken en zijn de koeien beschermd vóór het vectorseizoen opnieuw op gang komt in de lente.’

De argumenten blijken te werken. ‘Ik zal het als een verzekering bekijken,’ besluit de veehouder. ‘Als de besmetting buiten ons land blijft, heeft het me wat geld gekost. Maar als ik zelf getroffen word, zal het me waarschijnlijk veel meer kosten als ik niet gevaccineerd heb.’ Een verstandige keuze, denk ik tevreden.

Doorbraak op mestmarkt of belofte op papier?

Europa heeft renure officieel toegelaten als kunstmestvervanger. Boeren mogen voortaan stikstof uit dierlijke mest boven op de 170 kilo dierlijke norm aanwenden. Voor bedrijven met een mestoverschot klinkt het als een doorbraak. Maar wordt renure echt de gamechanger die de mestmarkt afkoelt?

‘Na twintig jaar onderzoek, pilots en lobbyen is de toelating van renure, stikstof gewonnen uit dierlijke mest, op Europees niveau formeel rond’, zegt Jan Roefs, directeur van het Nederlands Centrum voor Mestverwaarding (NCM). ‘De bal ligt nu bij de lidstaten voor de nationale implementatie.’ In Nederland zouden boeren renure naar verwachting al

Ammoniumzouten afkomstig van stikstofkrakers zijn erkend als renure

komende zomer kunnen inzetten. In Vlaanderen wordt gemikt op het voorjaar, rond april of mei 2026. ‘Met het wegvallen van de derogatie en andere aanscherpingen in het mestbeleid is dit een welkome ontwikkeling’, vervolgt Roefs. ‘De mestproductie daalt wel door het lagere mestexcretieplafond, maar dat compenseert de afname van de plaatsingsruimte lang niet’, zegt hij. ‘We komen uit op een mestoverschot van 59 miljoen kilogram stikstof.’

Dankzij de toelating mogen boeren tot 80 kilogram stikstof per hectare gewonnen uit dierlijke mest aanwenden als kunstmestvervanger boven op de dierlijke limiet van 170 kilogram, legt Roefs uit. ‘Pas je dat toe op de helft van het Nederlandse voedergewassenareaal, dan rekenen we het mestoverschot weg. Dat blijkt uit NCM-berekeningen. In dat scenario is de mestcrisis dus opgelost.’

Nu vooral stikstofkrakers

Europa erkent momenteel drie renureproducten: ammoniumzouten, mineralenconcentraat en struviet. Vooral ammoniumzouten en mineralenconcentraat zijn twee producten waar boeren nu mee aan de slag kunnen. ‘Struviet is een traagwerkende fosfaatmeststof die in Nederland en Vlaanderen eigenlijk overbodig is’, zegt Eddy Van Dycke, consulent mestverwerking bij Boerenbond. Hij verwijst daarbij naar de rijke fosfaattoestand van de bodem. De productie van struviet concentreert zich nu vooral in de waterzuiveringsindustrie. Het winnen van deze stof uit mest is nog niet helemaal praktijkrijp. ‘Onder de rubriek ammonium-

zouten vallen met name ammoniumsulfaat en ammoniumnitraat’, weet Van Dycke. ‘Belangrijk daarbij is dat deze producten afkomstig moeten zijn uit een mestbewerkingsstap om de stempel renure te krijgen. Dan kijken we vooral naar eindproducten van een stikstofstripper of -kraker.’

Ammoniumsulfaat en -nitraat zijn echter ook de eindproducten van stalluchtwassingssystemen. ‘Omdat de mest bij deze technieken niet eerst bewerkt wordt, zoals bij een kraker, krijgen de producten niet het label renure’, legt Van Dycke uit. Ammoniumsulfaat uit luchtwassers mag in Vlaanderen en Nederland wel als kunstmest worden gebruikt. Dat maakt de wettelijke mestgiftlimiet voor beide ammoniumzouten verschillend. Voor renure geldt er een maximumgift van 80 kg stikstof per hectare boven op de 170 kg dierlijke stikstof. Kunstmest mag onbeperkt gebruikt worden, zolang je binnen de totale stikstofgebruiksnorm voor een gewas teelt. Mineralenconcentraat, het tweede praktisch bruikbare renureproduct, wordt vooral geproduceerd door mestverwerkingsinstallaties die varkensmest verwerken. Een nadeel van deze techniek is dat deze redelijk wat kost. Stikstofkrakers zijn daarom op dit moment het interessantst voor veehouders om zelf renure te produceren, stelt Roefs. Eén ding staat vast: ongeacht de techniek start de productie van renure altijd met drijfmest. Vleesveehouders met veel vaste mest vallen dus buiten de boot als producent.

Inzetten op eigen bedrijf

Dat renure op korte termijn massaal kunstmest zal vervangen, nuanceert Inès Verleden, onderzoeker energie en circulaire economie bij Inagro. ‘Korrelkunstmest en de bijbehorende machines zijn sterk ingeburgerd. Niet iedereen zal dus meteen overschakelen’, zegt ze. ‘Bovendien zijn ammoniumzouten en mineralenconcentraat vloeibaar en volumineus. Volgens de wetgeving moeten ze emissiearm worden uitgereden.’ Bij Inagro werd al getest met injectie door sleufkouters, maar ook spaakwielbemesters zouden voldoen. Mineralenconcentraat bevat gemiddeld 1 procent stikstof. ‘Dat is vrij laag’, aldus

Verleden. ‘Je moet het dus in grote volumes toedienen en daar is het machinepark nog niet volledig op afgestemd.’ Ze ziet wel mogelijkheden om het, net als mest, met een mesttank en -injector toe te passen. In Nederland zijn er al loonwerkers die mineralenconcentraat met gespecialiseerde machines op het land brengen, weet Roefs. Ammoniumzouten bevatten een stuk meer nutriënten met circa 7 procent stikstof voor ammoniumsulfaat en 15 procent voor ammoniumnitraat en zijn daardoor praktisch beter inzetbaar. ‘Ammoniumzouten uit een stikstofkraker hebben een pH rond de vijf. Roestvrijstalen materiaal is dan aangewezen om corrosie te vermijden’, aldus Verleden.

De onderzoekster verwacht dat akkerbouwers door alle praktische drempels niet massaal zullen overschakelen van korrelkunstmest op renure. ‘Vooral het prijsverschil met kunstmest zal bepalen hoe populair renure wordt’, zegt ze. ‘Voor rundvee-

bedrijven met een mestoverschot ligt dat anders. Voor hen kan de productie van renure, los van de prijs, wel interessant zijn om de mestafzetkosten te reduceren. Dit op voorwaarde dat Vlaanderen het erkent als mestverwerking en er mestverwerkingscertificaten aan koppelt. Dat is op dit moment nog niet het geval.’

Hoge kosten, veel baten

Ook Jan Roefs ziet vooral kansen voor veehouders met een mestoverschot. ‘In sommige regio’s in Nederland lopen de mestafzetkosten op tot meer dan dertig euro per kuub’, zegt hij. ‘Dat is extreem hoog. Dit loopt vaak in de tienduizenden euro’s. Voor een aantal bedrijven is het daarom interessant om te investeren in een eigen renure-installatie.’

Volgens Roefs biedt zelf produceren meerdere voordelen: minder afhankelijkheid van de grillige kunstmest- en mestmarkt, gerichtere inzet van nutriënten en een

lagere klimaat- en energievoetafdruk dan bij kunstmest. Bij het Vlaamse onderzoekscentrum Inagro werd onderzocht of renure leidt tot een hoger nitraatresidu dan kunstmest. ‘In Europa leefde de vrees dat het toelaten van bewerkte dierlijke mest als kunstmest de waterkwaliteit zou verslechteren’, zegt Verleden. ‘Uit onze proeven bleek dat niet. Integendeel, in droge periodes scoorde renure zelfs beter dan kunstmest. Door de vloeibare vorm worden nutriënten dan efficiënter opgenomen dan bij korrelkunstmest.’

Renure produceren brengt uiteraard kosten met zich mee, benadrukt Verleden. Maar die moeten volgens haar worden afgewogen tegen de baten. Roefs sluit zich daarbij aan en ziet zelfs een bredere impact: ‘Als veel boeren ermee aan de slag gaan, kan dat de druk op de mestmarkt verlichten. Maar als iedereen blijft afwachten tot een ander het voortouw neemt, komt het nooit echt van de grond.’ l

Renure moet volgens de Europese wet emissiearm worden aangewend. Een spaakwielbemester kan daarbij helpen

BBG investeert in gezonde stal en dieren

De Belgian Blue Group (BBG) investeerde recent in bioveiligheid en een gezonde stierenstal. ‘Door de situatie met blauwtong hebben we met BBG bekeken hoe we in de toekomst nog beter voorbereid kunnen zijn op een soortgelijke calamiteit’, vertelt Simon Noppen, directeur bij BBG. Een grondige renovatie van de ki-stallen van Waver, waar momenteel 55 stieren gehuisvest zijn, diende zich aan. ‘We hebben daarbij deze ki-stal als test beschouwd en geïnvesteerd in een overdruksysteem, waardoor knutten en andere insecten kunnen worden buitengehouden.’

De virussen die via insecten bij de dieren terechtkomen, kunnen immers veel schade veroorzaken. Stieren kunnen ziek worden en ki-stations kunnen vanwege veterinaire regelgeving op slot komen te zitten. ‘Dit dwingt ons om maatregelen te nemen om knutten en andere insecten buiten de stallen te houden’, legt Noppen uit.

De stal bestaat uit drie delen: twee delen met stierenhokken en een dekstal in het midden. Elk deel, ook de dekstal, heeft een eigen luchtinlaat, waarlangs alle lucht voor dit deel naar binnen wordt getrokken.

De lucht passeert in die luchtsluis niet alleen een eerste net, maar wordt ook door een filtermembraam gezogen waardoor ook water stroomt. Dit zorgt ervoor dat insecten niet naar binnen kunnen, maar het koelt en zuivert ook de lucht die binnenkomt.

Een detailfoto van het filtermembraam. Door deze filter wordt ook continu water gepompt.

Via een enorme ventilator wordt de verse lucht aangetrokken en weggepompt vanuit de luchtsluis naar de stallen van de dieren. Ook de dekstal heeft een eigen luchtsluis en toevoer.

Via de blauwe buizen wordt de lucht in de stal geblazen en verdeeld over de gehele stal. Boven de dieren hangen ventilatoren die zorgen voor extra luchtverplaatsing. Knutten houden immers niet van wind.

Via schouwen verlaat de lucht weer de stallen. Hierbij is de instroomsnelheid van de verse lucht hoger dan de snelheid waarmee de lucht de stal verlaat via deze schouwen. Daardoor wordt er in de stal een overdruk gecreëerd, die ervoor zorgt dat er van buitenaf geen insecten de stal in kunnen.

Om de stal hermetisch af te sluiten zijn de oude netten voor de dieren vervangen door nieuwe screens die de stal afsluiten. Deze screens hebben nog steeds een oprolsysteem, waardoor de dieren eventueel nog naar buiten kunnen. De screens, die gemaakt zijn van een soort plastic, zijn donker aan de buitenzijde, maar laten nog steeds veel licht door.

Ook de toegang voor de machines om te voeren en mest weg te halen is aangepast. De poort is voorzien van een systeem dat de poort razendsnel opent en sluit. Daarnaast wordt bij het openen meteen via kleine ventilatoren langs beide zijden van de poort en via grotere ventilatoren tegenover de opening tegenwind gecreëerd.

naam Jochem van der Starre leeftijd 45

opleiding Hogeschool Van Hall Larenstein bedrijf melkvee- en akkerbouwbedrijf in Slootdorp met 175 melk- en kal oeien bestuursfunctie voorzitter hoofdbestuur CRV en raad van commissarissen CRV Holding BV vorige bestuursfuncties (o.a.) hoofdbestuurslid en commissaris CRV sinds 2023, voorzitter district Noord-Holland FrieslandCampina, adviesraad GD, jongerenraad en inforaad CRV, adviesraad JoinData

‘Ik vind het belangrijk dat CRV een coöperatie is die naast leden staat en met leden in gesprek gaat’

‘Data zijn het goud van CRV’

Bij het maken van keuzes zal het bestuur van CRV zich laten leiden door coöperatieve principes.

CRV-voorzitter Jochem van der Starre laat er geen misverstand over bestaan. ‘Investeringen moeten altijd waarde toevoegen voor de leden en veehouders moeten de regie houden op hun eigen bedrijf.’

TEKST WICHERT KOOPMAN

Hij was als tiener al geïnteresseerd in fokkerij en raakte als student overtuigd van de meerwaarde van data. Bekenden waren dan ook niet verbaasd toen Jochem van der Starre bekendmaakte zich bestuurlijk in te zetten voor de coöperatieve veeverbetering. De melkveehouder uit Slootdorp in de Wieringermeerpolder is sinds enkele maanden voorzitter van Coöperatie CRV en de raad van commissarissen van CRV Holding BV. Tijdens CRV Live, de vertrouwde ledenbijeenkomsten in een nieuw jasje, maakten leden met hem kennis en deelde hij zijn visie op de toekomst van CRV. Voor Veeteelt doet hij dit in een vraaggesprek nog eens dunnetjes over.

Wat drijft u om u als bestuurder in te zetten voor CRV?

‘Tijdens mijn studie aan de hogere landbouwschool maakte ik kennis met de kracht van data. Ik deed onderzoek voor een bank en een accountantskantoor en zag hoeveel informatie verstopt zit in de data van melkveebedrijven. Data slim combineren levert hele nieuwe inzichten op om betere beslissingen te kunnen nemen.’ ‘CRV verzamelt al meer dan 150 jaar data van koeien. Deze data zijn het goud van CRV. Als lid van de CRV-jongerenraad en inforaad ontdekte ik dat van die gouden berg aan data nog maar een heel klein deel wordt benut. De workshops op CRV Live bevestigden voor mij nog maar eens hoeveel kennis we in huis hebben. Neem alleen al het inzicht dat we hebben in de relatie

tussen genetische aanleg en voerefficiëntie. Van de kennis van CRV zouden veehouders nog veel meer gebruik kunnen maken om stappen vooruit te zetten in hun bedrijfsvoering. Er liggen voor CRV bovendien nog enorme kansen om op basis van data nieuwe diensten en producten te ontwikkelen. Daarop is ook onze visie op de toekomst van CRV gebaseerd. De presentatie tijdens CRV Live over de mogelijkheden van kunstmatige intelligentie liet zien dat CRV al volop aan deze toekomst werkt.’

Wat mogen CRV-leden van voorzitter Jochem van der Starre verwachten? ‘Ik weet hoe ingewikkeld ondernemen als veehouder is. Wet- en regelgeving verandert voortdurend, het toekomstperspectief is onzeker en het publieke debat voelt vaak oneerlijk. En ondertussen moeten wij iedere dag beslissingen nemen over het dagelijks management en de ontwikkeling van ons bedrijf. De meeste veehouders die ik spreek, willen niet minder verantwoordelijkheid, maar juist meer inzicht om grip te krijgen op de prestaties van dieren en de toekomst van hun bedrijf. Als voorzitter van CRV is het mijn taak om die koers te bewaken en ervoor te zorgen dat CRV een coöperatie blijft die er voor de leden is.’

Wat betekent het feit dat CRV een coöperatie is concreet voor de strategie van de organisatie?

‘Coöperatief ondernemen betekent in de eerste plaats dat CRV de brandende ambitie

moet hebben om iedere dag de allerbeste diensten en producten te leveren, of het nu gaat om ki, vruchtbaarheidsadvies, mpr, fokkerijadvies, managementondersteuning of genetica. Daarnaast zijn en blijven we als coöperatie volledig verantwoordelijk voor alle stamboektaken. CRV staat naast veehouders. Elke boer en elk bedrijf is anders. CRV reikt hulpmiddelen aan waarmee ondernemers op basis van hun eigen visie hun bedrijf kunnen ontwikkelen.’

‘Als het gaat om strategische keuzes, zal het bestuur zich altijd laten leiden door coöperatieve uitgangspunten. Investeringen moeten voor veehouders betere producten opleveren tegen concurrerende prijzen, innovaties moeten echt waarde toevoegen voor de leden en veehouders moeten de regie houden op hun eigen bedrijf.’

U vertelt wat leden mogen verwachten van CRV. Mag de coöperatie ook iets verwachten van de leden?

‘Iedere euro die leden-veehouders besteden aan diensten en producten van concurrenten kan CRV niet besteden aan de ontwikkeling van betere producten en concurrerende prijzen. Dit is in de eerste plaats een opdracht aan onszelf om de allerbeste te zijn of te worden en te blijven. Maar het betekent ook dat CRV loyaliteit aan de coöperatie zeer waardeert. We zijn met de ledenraad in gesprek over de manier waarop we hier invulling aan kunnen geven. Wij kunnen als bestuurders ons werk niet doen zonder de stem van de leden. Daarom is het goed om CRV Live te organiseren om te horen wat er leeft en hoe CRV zich kan verbeteren. Deze bijeenkomsten waren een mooie kans om leden te vragen wat ze van ons verwachten. Ook via het nieuwe CRV Panel kunnen veehouders laten weten hoe ze tegen ontwikkelingen aankijken. Mijn oproep aan leden is: geef ons feedback, deel jullie ideeën en meld wat beter kan.’

Data spelen in de melk- en vleesveehouderij een steeds grotere rol. Welke positie ziet u voor CRV in de keten?

‘CRV ontwikkelt zich steeds meer tot een centrale speler in een ecosysteem van be-

‘Binnen vijf jaar kunnen veehouders werken met een AI-model dat meedenkt over beslissingen’

drijven die data met elkaar delen en daarmee veehouders inzichten bieden om de bedrijfsvoering te optimaliseren. Denk aan voeradviseurs, dierenartsen en automatiseringsbedrijven. Maar ook verderop in de vlees- en zuivelketen krijgen data steeds meer waarde. Grote voedingsconcerns willen verzekerd zijn van voedingsgrondstoffen, ook voor de toekomst. Ze sturen op verlaging van de impact van de voedselproductie op het klimaat en de leefomgeving. Veehouders kunnen daar een belangrijke bijdrage aan leveren met betere genetica en scherper management. En CRV kan hierin als geen ander ondersteunen.’

Dat klinkt mooi. Maar hoe worden veehouders hier beter van?

‘Dat is een heel terechte vraag. CRV is een coöperatie. De opbrengsten van investeringen moeten bij onze leden-veehouders terechtkomen. Als wij de duurzaamheidsprestaties van onze dieren met data kunnen borgen, versterkt dat onze positie in de keten. Denk aan het vastleggen van fokwaarden voor methaanreductie in de KringloopWijzer. Of aan concepten voor de rundvleesproductie op basis van geselecteerde genetica. Een sterke positie in de keten biedt kansen om van duurzaamheidsprestaties een verdienmodel te maken. Hier zal CRV de komende jaren sterk op inzetten.’

Data delen in de keten is best spannend. Hoe voorkomen we dat andere partijen met data van veehouders aan de haal gaan?

‘Om met vertrouwen data te kunnen delen is het essentieel dat veehouders zeggenschap houden over wat er met hun data gebeurt. Met JoinData hebben we dat goed geregeld. Tegelijkertijd is het volgens mij niet verstandig om data alleen voor jezelf te houden. Data krijgen namelijk pas echt waarde als je er iets mee doet. Samenwerking met andere partijen kan daarom meerwaarde bieden, mits veehouders de zeggenschap houden. Dit betekent dat in overeenkomsten tussen partijen altijd duidelijk moet staan beschreven voor welk doel de data mogen worden gebruikt.’

Is CRV er ook voor veehouders die niet zoveel ophebben met een hoogtechnologische bedrijfsvoering?

‘Zeker. Iedere veehouder kiest zijn eigen strategie. Ik ken veel veehouders die heel succesvol zijn met een eenvoudige, kostenbewuste bedrijfsstrategie. Een veehouder hoeft ook geen dataspecialist te zijn om te profiteren van de meerwaarde van dataverzameling en dataverwerking. Deze meerwaarde komt ook indirect bij veehouders op het erf terecht via de diensten en producten van CRV.’

De overtre ende trap van managementondersteuning op basis van data is kunstmatige intelligentie (AI). Welke rol gaat AI volgens u spelen in de melk- en vleesveehouderij?

‘De toepassing van kunstmatige intelligentie gaat de komende jaren ongekende nieuwe kansen bieden om stappen vooruit te zetten in het management van onze melken vleesveebedrijven. Denk aan een hulpmiddel dat op basis van kunstmatige intelligentie de uitslag van de mpr analyseert en op basis van deze analyse praktisch toepasbare adviezen geeft.’

‘CRV is dan ook volop bezig met de ontwikkeling van toepassingen van kunstmatige intelligentie en daagt veehouders uit om in een AI-lab mee te denken. Ik denk dat dit een snelle en effectieve manier is om producten te ontwikkelen die aansluiten bij de behoeften van de leden. Ik verwacht dat binnen vijf jaar melk- en vleesveehouders kunnen werken met een zogenaamde “digital twin” oftewel een digitale “tweelingbroer” of “tweelingzus”. Dit is een AI-model dat het bedrijf, de koeien, het voer en het management kent en meedenkt om beter afgewogen beslissingen te nemen.’

CRV heeft in de afgelopen acht jaar geïnvesteerd in Engender voor de ontwikkeling van een eigen techniek voor het seksen van sperma. Waarom? En wat gaan leden-veehouders hiervan terugzien?

‘We zien dat de inzet van gesekst sperma op melkvee – meestal in combinatie met het gebruik van vleesveesperma voor gebruikskruising —internationaal sterk is toegenomen. Door gesekst sperma te gebruiken op dieren met de hoogste fokwaarden, kun je de genetische vooruitgang sterk versnellen. Daar liggen nog grote kansen voor Nederlandse en Vlaamse veehouders. Tot nu toe moet CRV de techniek voor het seksen van sperma duur inkopen. Financieel en strategisch is het daarom heel interessant om een eigen techniek in handen te hebben. Dat is de reden dat CRV investeert in Engender, een jong, startend NieuwZeelands bedrijf. Er is in de afgelopen jaren mooie vooruitgang geboekt, maar we willen absolute zekerheid over de kwaliteit van het sperma voordat we het op de markt brengen. Veldtesten in Nieuw-Zeeland hebben inmiddels bewezen dat zowel het bevruchtend vermogen als de kwaliteit van het seksen aan de hoogste eisen voldoet. We hebben het volste vertrouwen dat dit ook in Nederland en Vlaanderen gaat werken. Daarom zal in de loop van dit jaar de eerste Engender-machine in Nederland in gebruik genomen worden om ook hier veldtesten te kunnen uitvoeren.’ l

CRV Live succesvol van start

De eerste editie van CRV Live, de vertrouwde ledenbijeenkomsten in een nieuw jasje, zit erop. In vier bijeenkomsten in Nederland

en een in Vlaanderen maakten leden-veehouders kennis met de nieuwe voorzitter van CRV en met fascinerende ontwikkelingen in de toepassing van kunstmatige intelligentie (AI). In boeiende workshops lieten ze zich inspireren met nieuwe praktische inzich-

ten voor hun bedrijfsvoering. Een groot aantal bezoekers gaf na afloop aan CRV Live aan te bevelen bij collega’s.

CRV Live gemist? Volgend jaar wordt CRV Live opnieuw georganiseerd en ontvangen alle leden weer een uitnodiging.

Tjebbe Huybrechts, directeur informatie-oplossingen nam de bezoekers mee ‘van KI naar AI’

Denk mee en sluit je aan bij het CRV Panel

Coöperatie CRV start binnenkort met een nieuw initiatief: het CRV Panel. Wil jij CRV helpen om betere diensten en producten te ontwikkelen en strategische keuzes te maken die beter aansluiten op de praktijk op jouw erf? Dan is het CRV Panel dé kans om jouw inzichten en ervaringen te delen met CRV. Er gebeurt veel in onze sector en juist daarom is het voor CRV belangrijk om de ideeën en ervaringen van leden-veehouders te kennen Als je deelneemt aan het CRV Panel, ontvang je vier tot zes keer per jaar een korte vragen-

lijst in je mailbox. Invullen van de online vragenlijst kost per keer maximaal tien minuten. Je kunt de vragenlijst invullen wanneer het jou uitkomt en op je eigen desktop, laptop, tablet of telefoon.

Alle antwoorden worden anoniem verwerkt en enkel door CRV gebruikt om waardevolle inzichten te verzamelen. Deelnemers aan het CRV Panel ontvangen na afloop een samenvatting van de uitkomsten en terugkoppeling van wat er met de input wordt gedaan. Zo blijf je op de hoogte van nieuwe ontwikkelingen.

Aanmelden voor het CRV Panel is eenvoudig via een online aanmeldingsformulier.

Scan hiervoor de QR-code

Ledenbijeenkomsten vleesvee in Nederland

Ook dit jaar organiseert het Nederlandse vleesveebestuur bijeenkomsten voor leden. Tijdens deze avonden zal vleesexpert Patrick van den Berg zijn visie geven op de vleeskoe van de toekomst. Eric Elbers,

productspecialist vleesvee bij CRV, presenteert het actuele stierenaanbod. Daarnaast delen vleesveebestuurders actuele ontwikkelingen binnen de coöperatie. En natuurlijk zijn deze avonden een mooie gelegenheid

Tabel 1 – Data en locaties ledenbijeenkomsten voor vleesveehouders in Nederland

datum locatie

19 maart

26 maart

Café-restaurant Reimink, Lemelerveld

Kalverhouderij Beekzicht, Barneveld

2 april Restaurant ’t Draaiboompje, Moergestel

om bij te praten met collega’s. De inloop is vanaf 19.45 uur en de avonden worden afgesloten met een drankje. Data en locaties staan in de tabel. Aanmelden is gewenst. Onder de bezoekers die zich hebben aangemeld, worden enkele prijzen verloot. Aanmelden kan door het scannen van de QR-code. Lukt aanmelden via de QR-code niet? Stuur dan een mailtje naar: joost.van. der.ven@crv4all.com

leeftijd 50 opleiding hogere agrarische school in Deventer carrière redacteur bij Veeteelt, senior projectleider LTO Noord en eigen bedrijf Anders Kijken sinds 2016

‘Voor een gezonde sector zijn gezonde mensen nodig’

Christel daagt uit om anders te kijken

Waar het op het platteland vaak stil blijft, zoekt
Christel van Raaij het gesprek. Met aandacht voor de mens achter het bedrijf zet zij mentale gezondheid in de agrarische sector op de kaart.

TEKST QUINTEN DEN HERTOG

Ze was een van de aanjagers van de AgroZorgwijzer, de voorloper van Taboer, ze geeft adviezen, spreekt voor groepen, heeft een podcast en bracht in december haar debuutroman uit. Met in alles wat ze doet één rode draad: mentale gezondheid op het platteland. ‘Aandacht voor de mens heeft altijd in me gezeten’, zegt Christel van Raaij.

Toen Christel jaren geleden bij Veeteelt werkte als redacteur, luisterde ze al naar de verhalen van boeren. In haar artikelen kreeg de persoonlijke kant van het boeren vrijwel altijd een plek. Later was ze ruim vier jaar projectleider van AgroZorgwijzer. En nu brengt ze met haar bedrijf Anders Kijken mentale gezondheid op het platteland onder de aandacht bij omstanders, overheden en het bedrijfsleven. ‘Ik vind mentale problemen bij jongeren en armoede ook heel schrijnend. Maar ik kan niet de hele wereld redden en de agrarische sector is met mijn achtergrond het meest logisch.’

Wanneer besefte je dat mentale gezondheid op het platteland meer aandacht nodig heeft?

‘In gesprekken met boeren viel me op dat mentale problemen op het platteland vaak onzichtbaar blijven. Er zijn weinig cijfers over hoe het echt gaat op het boerenerf. In het bedrijfsleven weet je hoeveel werknemers uitvallen door ziekte, bij boeren is dat lastiger te meten. Toch zijn er duidelijke triggers waar elk mens last van kan hebben: onvoldoende toekomstperspectief, financiele druk, geen waardering voelen…’ ‘Als je dit weet en je kijkt naar de agrarische sector van het laatste decennium, dan hoef je geen cijfers te hebben die laten zien dat de mentale gezondheid bij een deel van de boeren onder druk staat. Maar triggers kunnen ook veel kleinere dingen zijn. Zo kon een boer door de aanschaf van een melkrobot elke dag samen met zijn gezin ontbijten, maar verdween zijn rustige opstart tijdens het melken. Dat deed meer met hem dan verwacht. Mentale problemen komen niet alleen voor bij mensen die het niet goed op de rit hebben.’ ‘Daarnaast merk ik dat onze samenleving

steeds meer behoefte heeft aan verbinding, maar tegelijkertijd kritischer wordt. Mensen zeggen sneller “zoek het zelf maar uit”. Bovendien letten veel mensen op wat er in de agrarische sector gebeurt, omdat de sector heel belangrijk is. Boeren zijn voedselproducenten, moeten zorgen voor dieren en hebben indirect invloed op bijvoorbeeld de waterkwaliteit. Dat maakt de druk voor boeren extra groot, terwijl er door de plattelandscultuur weinig over wordt gepraat.’

Waarom is aandacht voor mentale gezondheid zo belangrijk?

‘Als je breder kijkt dan het individu, is het eenvoudig: voor een gezonde sector zijn gezonde mensen nodig. Het gaat erom te begrijpen wat veranderingen met iemand doen. Bij een technisch project, zoals dynamisch draadloos weiden of rondom Natura 2000-gebieden, probeer ik er altijd een persoonlijke draai aan te geven. Het gaat niet alleen om kosten en opbrengsten, maar ook om de menselijke kant. Heel vaak worden plannen gemaakt zonder te kijken of die plannen wel bij een boer passen. Als iemand altijd streefde naar een hoge productie, maar ineens extensiever moet gaan boeren, wat zijn dan zijn doelen als boer?’ ‘Boeren kunnen dan in een soort rouw terechtkomen. Veranderingen kunnen een enorme impact hebben, maar hier wordt weinig of geen aandacht aan besteed. Tijdens een gesprek zei een boer tegen me: “Je bent een van de eersten die er zo met ons over praat.” Dat raakt me.’

Hoe wil je ervoor zorgen dat die aandacht er wel komt?

‘Ik wil laten zien hoe belangrijk het is om naar elkaar om te zien. Dat is de basis. Een appje, een bakje koffie, een rondje op de racefiets – het effect daarvan op iemand is écht groot. Veel mensen weten niet goed hoe ze er voor iemand kunnen zijn, bijvoorbeeld omdat ze niet weten wat ze moeten vragen. Vaak heeft iemand zelf geen woorden voor zijn gevoel, wordt iemand door mentale problemen geen leuker persoon, heeft hij of zij geen zin meer in sociale contacten en ontstaat er een soort isolement. Terwijl op zo’n moment diegene juist

iemand nodig heeft die naar hem omkijkt. Er alleen al zijn is soms genoeg, niet iedereen zit te wachten op een gesprek.’ ‘Soms is een gesprek wel goed. Al is het maar bespreken wat je blij maakt en wat positieve of negatieve triggers zijn. Voor mij helpt luisteren naar muziek – harde hardrock of vrolijke feestmuziek – of wandelen om negatieve gedachten weg te krijgen. Maar ook samenzijn met mijn dochter of vriend, of juist alleen zijn, zodat ik in mijn eigen tempo dingen kan doen. Gesprekken voer ik zonder oordeel. Dat probeer ik tenminste. Het is menselijk om snel een oordeel te hebben, maar je hoeft er niet altijd iets mee te doen. Het gaat erom dat we accepteren dat anderen dingen anders doen dan wijzelf. We moeten anders kijken.’

Anders Kijken: zo heet niet alleen je bedrijf, maar ook je podcast. ‘Ja, daarin vertellen mensen waarom ze doen wat ze doen en hoe ze zelf anders zijn gaan kijken. Zo sprak ik Lesley Moffat van Eyes on Animals. Zij verbindt, oordeelt niet, maar kijkt samen met transporteurs en slachterijen hoe ze hun werk diervriendelijker kunnen maken. Ook sprak ik boeren die op een andere manier werken dan standaard is en online veel kritiek kregen, en een boerendochter die psychiater is bij GGZ. Het zijn vooral verhalen waar ik zelf nieuwsgierig naar ben en ik hoop dat luisteraars hierdoor anders leren kijken.’

Dat zijn een hoop persoonlijke verhalen, zit je hoofd nooit vol?

‘Persoonlijke verhalen blijven vaak lang in mijn hoofd hangen. Sommige gesprekken triggeren me zo dat ik er iets mee wil doen. Zo is mijn roman “Tot hier” ontstaan, dat gaat over een Achterhoeks stel dat met hun melkveebedrijf moet verhuizen. Het is gebaseerd op veel verschillende verhalen, geen zelfhulpboek, maar een manier om het gesprek te starten. Ik heb het verhaal bewust niet gekoppeld aan zoiets als beleid. Mensen, ook niet-boeren, moeten zich de situatie kunnen voorstellen. En dat werkt: ook mensen die geen boer zijn, bellen me en reageren. Sommige mensen lazen het zelfs met tranen rollend over hun wangen. Echt onwerkelijk. Het verhaal blijft hangen en het inspireert om anders naar elkaar te kijken. Dit jaar wil ik met mijn boek door alle provincies van Nederland en door Vlaanderen om te vertellen over het belang van mentale gezondheid en er voor elkaar zijn. Ik heb nu al in vier provincies afspraken staan.’ l

Nieuwsgierig naar Tot hier, het boek van Christel? Meer informatie vind je op www.anderskijken.nl.

Rendabiliteit van vlees nog steeds onder druk

Figuur 1 – Evolutie van de gemiddelde prijzen per jaar voor koeien in de Vlaamse markt (bron: Agentschap Landbouw en Zeevisserij Vlaanderen)

De prijzen van rundvlees boomden de voorbije maanden vooral op het noordelijk halfrond. Dat de consumptie standhoudt en de productie achter blijft lopen, is deels de oorzaak hiervan. Desondanks blijft de rendabiliteit van vleesvee een stevige uitdaging.

Wie de internationale prijzen voor rundvlees van voorbije maanden onder de loep neemt, merkt al snel de stijgende trend op in deze markt. Die trend is vooral te zien in de noordelijke regio’s. In zowel de Verenigde Staten, Groot-Brittannië als Europa namen de prijzen voor rundvee sinds 2021 een gestage stijging aan. Dat die prijsstijging zich hier steviger doorzette dan in de zuidelijke regio’s, is grotendeels te verklaren door de krimp in het aantal dieren. De Europese veestapel kromp met 3 procent. Een aantal politieke beslissingen, maar ook gebrek aan een stabiel kader worden hierbij het vaakst genoemd als oorzaak.

Figuur 2 – Evolutie van de gemiddelde prijzen per jaar voor Franse blonde d’Aquitaine broutards (bron: veemarkt Agen (Fr.))

exclusief toegerekende kosten

rendabiliteit met toegerekende kosten referentie (opbrengsten = kosten)

Krimp in productie

In de Verenigde Staten hakte de droogte er stevig in, wat mede leidde tot een krimp van 4 procent in de productie van rundvlees. Om hun rundveepopulatie weer op te bouwen houden vleesveehouders nu even meer dieren aan, waardoor er even nog minder vlees op de markt komt. De VS diende zelfs rundvlees te importeren om zo aan de binnenlandse vraag te voldoen. Australië en Nieuw-Zeeland vullen die vraag momenteel in met voornamelijk mager rundvlees.

In de zuidelijke regio’s bleven de prijzen eerder stabiel, waarbij de huidige prijzen zelfs lager liggen dan in het eerste deel van 2022. In die regio is Brazilië de grootste producent, maar ook een sterke exporteur van rundvlees. En dit ondanks een verwachte productiedaling van circa 5 procent door het aanhouden van dieren voor kuddeherstel.

Figuur 3 – De structurele rendabiliteitsindicator voor fokkerijbedrijven van vleesvee (bron: FOD Economie)

De grote winnaar in 2025 was echter Australië. De productie van rundvlees nam er met ruim 10 procent toe en daarmee doken de Australiërs in het gat dat Brazilië en de Verenigde Staten lieten in de wereldmarkt. Deze drie benoemde landen zijn meteen ook de grootste spelers in de wereldhandel, althans wat de export betreft. China is de grootste importeur ter

wereld. Volgens analyses van Rabobank trekt ongeveer de helft van de Braziliaanse export richting China, maar ook een groot deel van het Australische rundvlees komt op de Chinese markt terecht. Nochtans doet China er alles aan om de zelfvoorzieningsgraad van rundvlees te verhogen. Het spreekt voor zich dat de prijzen op de wereldmarkt van een ander niveau zijn dan de huidige prijzen in onze regio. Importerende landen kijken daarbij naar aangeboden volumes, maar ook naar een lagere prijs.

Consumptie is stabiel of stijgt

De krimp in productie is momenteel gekoppeld aan een aanhoudende of soms stijgende vraag naar vlees van de consument. Dat gaat niet zozeer op in onze regio’s, maar vooral in Aziatische groeilanden als China, Vietnam of Maleisië. Die vraag wordt gedreven door een stijgend inkomen, vooral in de middenklasse. Momenteel ligt de hoogste consumptie voor rundvlees per capita in Argentinië, op de voet gevolgd door Zimbabwe en de Verenigde Staten. In 2024 aten Belgen thuis 4,43 kilo rundvlees, 40 gram meer dan het jaar ervoor. Dat blijkt uit de jaarlijkse cijfers van VLAM, waarbij het uitsluitend om het verbruik thuis gaat. De consumptie neemt daarbij de grootteorde aan van tien jaar geleden. De totale vleesconsumptie thuis lag in 2024 met 28,08 kilo ook net wat hoger dan in 2023. In Nederland deed de Universiteit van Wageningen onderzoek naar het verbruik. Het totale vleesverbruik lag in 2024 in Nederland per capita op 74,4 kilo vlees, waarvan rundvlees goed was voor 14,9 kilo. Belangrijk ter vergelijking is dat het hier gaat om karkasgewicht. Beide cijfers kennen al enkele jaren een dalend verloop.

index

opbrengsten productiekosten exclusief toegerekende kosten productiekosten met toegerekende kosten

2021 reëel 2022 reëel 2023 reëel 2024 reëel feb. ’25 jan. ’25 mrt. ’25 apr. ’25 mei ’25 jun.’25jul.’25aug.’25sept.’25okt.’25nov.’25dec.’25

jaar

Figuur 4 – Maandelijkse evolutie van de indexen voor opbrengsten en productiekosten op fokkerijbedrijven van vleesvee (bron: FOD Economie)

De prijzen op de Europese markt voor rundvlees houden al enige tijd een vrij hoog niveau aan. Dat geldt voor Belgisch rundvlees, maar ook over de grens namen de veeprijzen toen. Zo verdubbelde in vijf jaar de prijs voor Franse broutards van het blonde d’Aquitaineras. In 2021 was de gemiddelde prijs voor een blonde broutard van 300 tot 350 kilo in de kwalificatie U 3,28 euro per kilo. In 2025 steeg dit gemiddelde naar 6,06 euro per kilo (figuur 2).

Eenzelfde verhaal zien we in België. De gemiddelde prijs voor S-koeien steeg van 533,85 euro per 100 kilo in 2021 naar 874,45 euro in 2025 (figuur 1). Een plus van 63 procent. De prijs voor U-koeien nam in diezelfde periode zelfs met 103 procent toe. Eenzelfde trend zien we bij de stieren.

Rendabiliteit onder druk

Voor veehouders is de verkoopprijs van hun runderen natuurlijk belangrijk voor de rendabiliteit, maar er zijn ook andere factoren. Ook de kosten, variabele en vaste, spelen een rol. De Belgische overheidsdienst Economie (FOD Economie) heeft samen met de sector een aantal rentabiliteitsindicatoren uitgewerkt. Hierin worden zowel de opbrengsten als de productiekosten objectief weergegeven. Deze indicatoren zijn beschikbaar voor twee typen rundveebedrijven: bedrijven voor vermeerdering (fokbedrijven) en bedrijven voor afmesting (gesloten bedrijven).

De structurele rendabiliteitsindicator (figuur 3) voor fokkerijbedrijven is gebaseerd op boekhoudkundige gegevens van Waalse vleesveebedrijven. De figuur geeft de verhouding aan tussen de opbrengsten en de kosten. Is de indicator lager dan 1, dan dekken de opbrengen de volledige kosten niet. Daarbij worden de productiekosten ook uitgesplitst exclusief of inclusief de toegerekende kosten (gezinsarbeid en fictieve intresten). Daaruit valt op te maken dat de huidige opbrengsten nog steeds niet de volledige productiekosten inclusief eigen arbeid dekken op een fokkerijbedrijf.

Een andere interessante indicator is de maandelijkse evolutie van de opbrengsten en productiekosten, die ook hier uitgesplitst worden (figuur 4). Deze worden berekend door middel van indexatie van de gegevens van Waalse gespecialiseerde vleesveebedrijven. Daarin valt op dat in 2022 en 2023 vooral de kosten sterk stegen om sinds 2024 een relatief vlak patroon aan te houden. Beide tonen aan dat de rendabiliteit op vleesveebedrijven nog steeds onder druk staat.l

Elke rundveehouder kan ermee te maken krijgen: ziekten in de veestapel. Maar hoe herken je ze op tijd? Hoe behandel en voorkom je ze? In deze serie duiken we in veelvoorkomende ziekten bij runderen. Praktische inzichten voor een gezonde veestapel.

onderwerp

1. salmonella

2. bvd

3. ibr

4. mycoplasma

5. leptospirose

6. mannheimia

7. para-tbc

8. neospora

Paratuberculose kan jaren blijven sluimeren

Jarenlang oogt alles normaal in de stal. De koeien staan rustig te eten, het jongvee dartelt in het rond. Maar onder die schijnbare rust kan paratuberculose zich ongemerkt verspreiden. Tegen de tijd dat de eerste koe zichtbaar ziek wordt, kan de infectiedruk al hoog zijn.

TEKST QUINTEN DEN HERTOG

Een lang onzichtbare ziekte. Zo laat paratuberculose, afgekort para-tbc, zich het best omschrijven. De bacterie veroorzaakt een ongeneeslijke darminfectie bij zowel wilde als gehouden herkauwers. Vandaaruit kan de bacterie zich verder door het lichaam verspreiden. De darmwand verdikt en beschadigt, waardoor de opname van voedingsstoffen afneemt en eiwitverlies toeneemt.

Geen zichtbare symptomen, wel besmettelijk

De gevolgen kunnen aanzienlijk zijn: diarree, conditieverlies, verminderde vruchtbaarheid, een zwelling onder de onderkaak, een lager geboortegewicht bij kalveren en in ernstige gevallen sterfte. Toch laten de meeste runderen lange tijd geen ziekteverschijnselen zien. ‘De ziekte ontwikkelt zich meestal langzaam en vaak worden symptomen pas in een vergevorderd stadium zichtbaar’, vertelt Royal GD-dierenarts Tim Florax. Ondertussen kunnen dieren al lange tijd besmettelijk zijn, voornamelijk via mest, maar soms ook via biest, melk, stofdelen en de baarmoeder.

Naarmate de infectie vordert, neemt de uitscheiding van bacteriën toe. Zichtbaar zieke koeien kunnen miljoenen bacteriën uitscheiden en zo zorgen voor een hoge infectiedruk binnen het bedrijf. ‘Voorheen dachten we dat alleen oudere koeien de bacterie konden uitscheiden en dat uitsluitend kalveren besmet konden raken. Nu weten we dat ook volwassen vee vatbaar voor para-tbc kan zijn’, zegt Florax. ‘Wel zijn kalveren gevoeliger dan volwassen dieren. Hoe jonger het rund op het moment van infectie is en met hoe meer bacteriën het in aanraking komt, hoe sneller het dier zelf besmettelijk wordt.’

Volgens GD wordt bij 4 procent van de onderzochte kalveren jonger dan zes maanden al uitscheiding vastgesteld en bij 6 procent van onderzocht ouder jongvee.

Para-tbc kan niet behandeld worden. Daarom richt de bestrijding zich op het voorkomen van nieuwe besmettingen en het beperken van verspreiding binnen het bedrijf. Het tijdig opsporen en afvoeren van besmettelijke dieren is daarbij cruciaal. Omdat besmette dieren meestal pas later ziekteverschijnselen vertonen, zijn laboratoriumonderzoeken nodig om geïnfecteerde dieren vroegtijdig in beeld te krijgen. De meeste Nederlandse melkveebedrijven nemen verplicht jaarlijks of tweejaarlijks deel aan melkonderzoek op antistoffen tegen para-tbc bij individuele dieren binnen het Paratuberculose Programma Nederland, dat twintig jaar geleden door de zuivelsector werd opgericht. Inmiddels heeft meer dan 80 procent van de melkveebedrijven een gunstige status behaald. Het percentage runderen en vaarzen met ongunstige testuitslagen is in die periode sterk gedaald. ‘Dat wijst erop dat we met deze aanpak de infectiedruk kunnen verminderen. Tegelijkertijd biedt nieuwe kennis handvatten om de aanpak verder te versterken’, stelt Florax.

Voor vleesveebedrijven bestaat geen verplichte aanpak, al kunnen zij via twee dierziektemonitoringsprogramma’s bij GD hun bedrijfssituatie volgen door middel van bloed- en mestonderzoek. Volgens Florax laten veel vleesveehouders hun dieren echter nog niet met regelmaat onderzoeken en valt daar nog veel winst te behalen. In Vlaanderen is deelname aan het paratuberculoseprogramma niet verplicht. Toch neemt volgens DGZ zo’n 95 procent van de Vlaamse melkveehouders deel.

Vorming antistoffen komt traag op gang

Bij een para-tbc-besmetting komt de vorming van antistoffen traag en geleidelijk op gang. Er is in tegenstelling tot de meeste andere infectieziekten een relatief lange periode waarin besmette runderen lage en vaak wat wisselende ni-

Tim Florax, GD-dierenarts:

‘Runderen kunnen al lang besmettelijk zijn

voordat ze

symptomen vertonen’

veaus aan antistoffen in het bloed hebben. De test geeft dan op verschillende tijdstippen een wisselende uitslag. ‘Bedrijven kunnen voor hun gevoel vrij zijn of een gunstige status hebben, terwijl de ziekte onzichtbaar circuleert en door de lange incubatieperiode pas jaren later zichtbaar wordt. Dat maakt de ziekte voor veel veehouders ongrijpbaar’, vertelt Florax. In mestonderzoek is de bacterie doorgaans eerder aantoonbaar, doordat de bacterie wordt uitgescheiden via mest.

Positief getest rund afvoeren

Wordt een rund positief getest op antistoffen in bloed of op bacteriën in de mest, dan adviseert de dierenarts om het dier zo snel mogelijk af te voeren. ‘Op zoogkoeienbedrijven is het echter niet altijd mogelijk om besmette, zogende moederdieren direct af te voeren. Laat deze dieren niet opnieuw dekken en voer hen na het spenen van de kalveren zo snel mogelijk af’, adviseert Florax. Hij adviseert daarnaast om ook haar nakomelingen jonger dan één jaar oud af te voeren. ‘De gevoeligheid voor een paratuberculose-infectie is deels genetisch bepaald. Bovendien loopt een kalf van een besmettelijk rund rond de geboorte een verhoogd risico op besmetting via mest, biest of melk. Bij koeien in een vergevorderd stadium kan besmetting zelfs in de baarmoeder optreden. Daarnaast wijst een besmet moederdier op een besmette bedrijfsomgeving, waardoor het kalf ook via andere routes kan worden blootgesteld.’

Om verspreiding binnen een besmet bedrijf te beperken, adviseert Florax het koppel in verschillende groepen te verdelen: in de ene groep de positief geteste moederdieren en hun kalveren en in de andere groep de negatief geteste dieren. ‘Het is belangrijk om niet alleen de dieren te scheiden, maar ook de bijbehorende mest, percelen, werktuigen, uitrusting en voer.’ Worden besmettelijke runderen vooral in de oudere leeftijdsgroepen gevonden, dan geeft de dierenarts als tip om ieder moederdier – ook de negatief geteste moederdieren – slechts twee keer af te laten kalven.

Mogelijk relatie met ziekte van Crohn

Vanwege de lange incubatieperiode verdient ook insleep aandacht. Aanvoer van runderen en andere herkauwers zoals schapen en geiten, mest en ruwvoer en de aankoop van besmette grond vormen belangrijke risico’s. Florax: ‘Door de stevige waslaag in de celwand kan de bacterie meer dan een jaar overleven. Voorkom vervuiling van drinkwater en voer met mest, beweid aangekocht land het eerste jaar niet en voorkom overdracht via kleding. Door hygiënische maatregelen te nemen kan het infectierisico behoorlijk verminderen.’ Het aanpakken van paratuberculose is niet alleen van belang voor de diergezondheid en het bedrijfsresultaat, maar ook in het licht van een mogelijke relatie met de ziekte van Crohn bij mensen. ‘Het is niet bewezen dat er een link is tussen para-tbc en de ziekte van Crohn, daar loopt nog veel onderzoek naar’, aldus Florax. l

Paratuberculose verloopt lange tijd onzichtbaar

GEÏNFECTEERD DIER

ZWARE UITSCHEIDER IN MEST BESMETTING

UITSCHEIDER IN MEST

Een besmet rund scheidt para-tbc-bacteriën uit via de mest en besmet op die manier andere dieren in het koppel.

Een geïnfecteerd dier wordt vaak niet meteen ziek. Bacteriën in de mest zie je vaak eerder dan antisto en in melk of bloed.

De bacteriën vermenigvuldigen zich in de koe en worden uitgescheiden in de mest. Andere koeien kunnen besmet raken. De bacterie is vaak aantoonbaar in de mest. Antisto en kunnen wisselend aantoonbaar zijn.

De bacteriën vermenigvuldigen zich verder en worden nog meer uitgescheiden in de mest. Antisto en zijn aantoonbaar in bloed en melk. De koe is vaak niet zichtbaar ziek.

ZEER ZWARE UITSCHEIDER IN MEST, ZIEKE KOE

Bij ontwikkeling naar de progressieve vorm is de koe zichtbaar ziek. Het rund is heel besmettelijk via de mest en mogelijk ook via de baarmoeder.

Netjes mest uitrijden kan 40 euro per hectare opleveren

MEST – Netjes bemesten levert veehouders 40 euro per hectare op. Die boodschap gaf Ronald van Hal van ForFarmers, tijdens een live webinar van Dairy Academy van A-ware aan de vooravond van het uitrijseizoen. ‘Met het wegvallen van de derogatie moeten we het met minder mest doen. Dan moet je de mest die je hebt, zo efficiënt mogelijk benutten en zo netjes mogelijk op het land brengen’, gaf de innovatiemanager ruwvoerteelt bij ForFarmers aan.

Volgens Van Hal ligt de stikstofemissie bij zorgvuldig werken rond de 5 procent. Bij slordig uitrijden kan dat oplopen tot 12 tot 15 procent. Hij rekende voor wat dat betekent in de praktijk. Bij een drijfmestgift van 170 kg stikstof leidt 8,5 procent extra verlies tot circa

Frankrijk verplicht boostervaccinatie voor runderen in LSD-gebieden

GEZONDHEID – Frankrijk gaat in 2026 door met het verplicht vaccineren van runderen tegen LSD in de eerder getroffen gebieden.

Dieren die vorig jaar zijn gevaccineerd, krijgen dit jaar een boostervaccinatie. Dat maakte de Franse minister van landbouw Annie Genevard bekend.

Tijdens een conferentie van de Franse nationale raad voor dier- en plantgezondheidsbeleid Cropsav werden drie verschillende strate-

gieën besproken: het stopzetten van de vaccinatie, het voortzetten ervan in de reeds getroffen gebieden of het uitbreiden van de vaccinatie naar het hele Franse vasteland. Een grote meerderheid stemde voor het voortzetten van de vaccinatie in de in 2025 getroffen Franse gebieden. Omdat het vaccin waarmee de runderen zijn gevaccineerd ten minste één jaar werkt, krijgen de runderen in het oosten – waar de ziekte eind juni vorig

14 kg stikstof minder benutting. ‘Elke kilo stikstof is goed voor 15 tot 20 kilo extra droge stof. Dan kom je in totaal op een verlies van 200 tot 280 kilo droge stof. Bij een ruwvoerprijs van 0,175 euro per kilo droge stof komt dat neer op ongeveer 40 euro per hectare.’ Werk bij het uitrijden van de mest schoon, zorg voor gladde sleufranden en besmeur het gras niet, gaf Van Hal mee. Ook het voorkomen van overlap van werkgangen is belangrijk. Verdun de mest daarnaast en stem de techniek af op de samenstelling van de mest. Bij netjes bemesten hoort ook het bemonsteren van de mest voor het uitrijden, gaf Van Hal aan. ‘De samenstelling van mest varieert sterk. Het maakt nogal wat uit of je drijfmest gemiddeld 3 of 4 kg stikstof per kuub bevat.’

jaar opdook – als eerste een boostervaccinatie. Dat is nodig om voldoende immuniteit te behouden. De Franse overheid betaalt de verplichte vaccinatie.

Sinds 2 januari zijn er in Frankrijk, en ook in Italië, geen nieuwe gevallen van LSD meer gemeld. In Spanje is begin maart bij twee rundveebedrijven in de Spaanse provincie Huesca LSD vastgesteld. Het zijn de eerste Spaanse besmettingen buiten Catalonië.

Japanse markt weer toegankelijk voor Belgisch rundvlees

ECONOMIE – Japan heeft zijn markt opnieuw opengesteld voor Belgisch rundvlees. Daarmee komt een einde aan importbeperkingen. De heropening is belangrijk nieuws voor de Belgische rundvee- en kalversector en creeert nieuwe exportkansen op een veeleisende, maar kapitaalkrachtige markt, stelt Belgisch minister David Clarinval. De beslissing is het resultaat van jarenlange onderhandelingen tussen België en Japan, ondersteund door het bredere handelsakkoord tussen de Europese Unie en Japan. Via talrijke sanitaire missies en technische dossiers heeft België kunnen aantonen dat

Al sinds 2019 worden de Japanse invoertarieven op Belgisch rundvlees geleidelijk aan verlaagd

zijn rundvleesproductie voldoet aan de hoge kwaliteits- en gezondheidsnormen. Japan erkent hiermee expliciet de strenge voedselveiligheid en traceerbaarheid in België. De marktopening past binnen de economische partnerschapsovereenkomst tussen de EU en Japan, die in 2019 in werking trad. In dat kader werden de invoertarieven op rundvlees geleidelijk verlaagd. Voor 2019 was dit voor de EU nog 38 procent.

Volgens Boerenbond biedt de heropening duidelijke kansen voor Belgische rundvee- en kalverhouders. ‘Dankzij het handelsakkoord en de vele sanitaire missies, waaraan de sector intensief heeft meegewerkt, is de markt nu opnieuw toegankelijk. Dat biedt potentieel nieuwe afzetkansen voor Belgisch vlees,’ stelt de landbouworganisatie.

De stikstofemissie bij zorgvuldig uitrijden van de mest ligt rond de 5 procent. Bij slordig uitrijden kan dat oplopen tot 12 tot 15 procent

Stikstofeffecten over de grens tellen mee bij nieuwe vergunningen in grensregio

STIKSTOF – Aanvragers van omgevingsvergunningen voor Natura 2000-activiteiten in grensgebied Nederland-Vlaanderen moeten er rekening mee houden dat er ook naar stikstofeffecten over de grens wordt gekeken. Nederlandse overheden zullen bij een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit ook de impact op Vlaamse natuurgebieden beoordelen – en andersom. Daarvoor stelden ze een gezamenlijk afsprakenkader vast. De afspraken moeten zorgen voor een duidelijke werkwijze, snellere uitwisseling van informatie en advies en vlottere afhandeling van vergunningsaanvragen.

De regels van het land waar het project ligt, blijven leidend, de vergunning wordt verleend door het eigen land. Er is dus geen dubbele toetsing, maar wel overleg over de effecten over de grens. Een daling van de uitstoot in Nederland helpt ook de natuur in Vlaanderen – en andersom. Ook blijven beide landen zelf verantwoordelijk voor het verminderen van de stikstofuitstoot op hun eigen grondgebied.

Een daling van de uitstoot in Nederland helpt ook de natuur in Vlaanderen – en andersom

Aantal Belgische runderslachtingen op laagste niveau

ECONOMIE – Het aantal runderslachtingen in België is in 2025 gedaald naar het laagste niveau sinds 1980. In totaal werden vorig jaar 750.000 runderen geslacht, een daling van 7,3 procent ten opzichte van 2024. Dat blijkt uit recente cijfers van het Belgische statistiekbureau Statbel.

Vanaf 2018 was er al sprake van een afname in het aantal geslachte runderen. In 2023 en 2024 kende de sector nog een tijdelijke stijging, maar die trend heeft zich in 2025 niet doorgezet.

Gemiddeld werden er in 2025 maandelijks 62.500 runderen geslacht. In januari 2026 lag

het aantal met 63.823 dieren iets hoger dan het maandgemiddelde van vorig jaar. Binnen het totale geslacht gewicht van de verschillende diersoorten in België nemen runderen een aandeel van 13,2 procent in. Varkens domineren met 54,8 procent, kippen volgen met 31,3 procent

Braziliaans rundvlees met verboden hormoon

MARKT – Eind 2025 kregen Nederland en andere EU-landen via het Rapid Alert System for Food and Feed (RASFF) van de Europese Commissie een melding over Braziliaans rundvlees dat niet aan de Europese regels voldeed. Het vlees was wel vergezeld van een gezondheidscertificaat, terwijl er aanwijzingen waren dat de runderen waren behandeld met oestradiol, een hormoon dat in de EU verboden is. In totaal ging het om zes zendingen die via Nederland de Europese Unie binnenkwamen.

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) wist twee van die zendingen te kop-

pelen aan Nederlandse importeurs, ieder goed voor ongeveer 25.000 kg bevroren vlees. Deze partijen zijn onmiddellijk door de importeurs op aangeven van de NVWA geblokkeerd. De overige vier zendingen waren bestemd voor buitenlandse afnemers: een Zwitserse en een Belgische importeur. Van de Zwitserse partij is een beperkt deel – circa 5000 kg –in Nederland verspreid naar vijf Nederlandse afnemers, De Belgische importeur haalde bijna 49 ton bevroren vlees binnen, maar daarvan is niets op de Nederlandse markt beland.

Het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) bevestigde van zijn kant dat er ook geen distributie was van het vlees op de Belgische markt. Volgens de voedselautoriteit komt rundvlees met verboden hormonen daar slechts bij hoge uitzondering op de markt. Het hormoon oestradiol wordt internationaal vooral ingezet bij veterinaire behandelingen, zoals vruchtbaarheidsproblemen, en in sommige landen ook om de productie te verhogen. Autoriteiten geven aan dat incidentele consumptie van vlees met dit hormoon geen direct gevaar vormt voor de volksgezondheid.

Markt kijkt naar boven

– De huidige voederwaardeprijzen zijn berekend door Wageningen Universiteit (WUR) op 10 februari 2026. De waarde van 1000 vem (kvem-prijs) stijgt naar 21,0 eurocent, de waarde van eiwit blijft stijgen en staat momenteel op 76,1 eurocent per kg dve.

In de onderstaande tabel met de voederwaardeprijzen staan verschillende producten opgesomd met bijhorende voederwaarde. De voederwaarde van het product wordt berekend aan de hand van de cijfers die WUR publiceert. Er wordt daarbij een vergelijking gemaakt tussen de marktwaarde en de voederwaarde. Belangrijk om te weten is dat men enkel producten mag vergelijken die vergelijkbaar zijn. Bij een voederwaardeprijs onder de 100 is het voedermiddel prijstechnisch interessant. Evalueer ook eerst welke producten in het rantsoen passen en kies binnen deze producten de goedkoopste optie. – De eiwitprijzen zijn weinig veranderd afgelopen weken. Toch wordt de sojaprijs momenteel behoorlijk beïnvloed. Zo leidt de onrust in het Midden-Oosten tot hogere olieprijzen, dus ook de sojaolie, wat op de beurzen averechts werkte op de prijs van het sojameel. Dit effect wordt echter grotendeels tenietgedaan door de gestegen transport- en crushkosten. In het noorden van Brazilië is daarnaast te veel regen gevallen, wat de oogst benadeelt en waarmee de kans groter wordt op schimmel en rottingsproblemen voor de soja.

– De raapschrootprijzen zijn gestegen. De raap is namelijk slecht beschikbaar, waardoor de prijzen op korte termijn stijgen. Hierdoor gaat raap de komende tijd uit veel rantsoenen verdwijnen en gaat men naar alle waarschijnlijkheid terug naar de soja.

– De graanprijzen zijn gestegen, met name door de geopolitieke spanningen in het MiddenOosten. De beurzen lieten echter enkele dagen na het begin van de oorlog opnieuw hun economische kant zien, waardoor de graanprijzen weer daalden. Er is en blijft ook veel voorraad en Australië verwacht een zeer goede graanopbrengst.

– De sojahullen blijven te hoog geprijsd om ze momenteel als vulmiddel te gebruiken. Andere grondstoffen zijn goedkoper, evenals enkele bijproducten. Palmpitschilfers zijn wat gestegen en zijn momenteel te duur als vulmiddel.

– Bijproducten zijn gedaald in prijs. De prijzen zijn de afgelopen weken verder gedaald, met name de energieprijzen. De aardappelproducten zijn momenteel interessant.

VOEDERWAARDEPRIJZEN

(bron: Liba)

maart 2026

ENERGIE- EN EIWITPRIJZEN VOER

in eurocenten, excl. btw (bron: Wageningen Livestock Research)

februari

2026 m/m y/y

fokvee kvem 21,00 kg dve 76,10 mestvee kvevi 19,90 kg dve 76,20

m/m = vergelijking t.o.v. vorige maand y/y = vergelijking t.o.v. dezelfde maand vorig jaar

Zoek, vervang en bespaar

Voederwaardeprijzen geven de verhouding weer van de voederwaarde van mengvoer, grondstoffen en bijproducten in relatie tot de marktprijs. Bij een voederwaardeprijs onder de 100 procent is het voedermiddel prijstechnisch interessant.

voederwaardeprijs (€/ton)vevi marktprijs t.o.v. voederwaardeprijs(%) bewaringsverlies(%) vevig/kgds dveg/kgds reg/kgds vemg/kgds

NUCHTERE KALVEREN

NUCHTERE KALVEREN

BROUTARDS LIMOUSIN

BROUTARDS LIMOUSIN

Bron: BVK vzw

bron: Veemarkt

Bron: veemarkt Les Hérolles (Fr.)

bron: Veemarkt Les Hérolles (Fr.)

KOEIEN BELGISCH WITBLAUW BROUTARDS BLONDE D’AQUITAINE

BROUTARDS BLONDE D’AQUITAINE

KOEIEN BELGISCH WITBLAUW

Bron: veemarkt Agen (Fr.)

STIEREN BELGISCH WITBLAUW

STIEREN BELGISCH WITBLAUW

Bron: veemarkten België

Bron: Veemarkten België

KARKASPRIJZEN WERELDWIJD

KARKASPRIJZEN

WERELDWIJD

land waarde maart 2026 trend (m/m**)

Groot-Brittannië 738,68

Bron: European Market Observatories

Bron: European Market Observatories

Uruguay 432,10

Europa 724,66

Australië 484,99

Verenigde Staten 702,90

Nieuw-Zeeland 484,14

Argentinië 496,86

Brazilië 328,13

*euro/100 kg geslacht gewicht stieren =

**m/m = vergelijking t.o.v. vorige maand

AGENDA

KEURINGEN EN PRIJSKAMPEN

4 april Vleesveemanifestatie, Hulshorst

25 april Vetten Os, Rekkem

9 mei Jongveekeuring blonde d’Aquitaine, Koekange

8 augustus Vleesveekeuring, Enter

VEILINGEN

28 maart BAC-stierenveiling, Laren

17-18 juni Veiling limousin, Boisseuil (Frankrijk)

VOORUITBLIK

BEURZEN, STUDIEVERGADERINGEN, DEMODAGEN

24-27 juli Landbouwbeurs, Libramont

6-8 oktober Sommet de l’Elevage, Clermont-Ferrand (Frankrijk)

Raadpleeg de website veeteeltvlees.be of veeteeltvlees.nl voor een actuele en uitgebreide stand van zaken.

COLOFON

VeeteeltVlees is een uitgave van CRV BV in opdracht van Coöperatie CRV ua. De leden van de Coöperatie CRV ontvangen VeeteeltVlees gratis, als onderdeel van het lidmaatschap. VeeteeltVlees verschijnt maandelijks.

redactie

hoofdredacteur Wim Veulemans redactie Inge van Drie, Jaap van der Knaap, Wichert Koopman, Quinten den Hertog, Justine Poppe foto- en beeldbewerking Rogier van der Weiden vormgeving René Horsman, Esther Onida eindredactie Lieke van den Broek hoofd CRV-magazines Jaap van der Knaap

redactie-adres

Nederland: postbus 454, 6800 AL Arnhem telefoon 026 38 98 800

Vlaanderen: Buchtenstraat 7, 9051 Sint-Denijs-Westrem telefoon 078 15 44 44 fax 09 363 92 06 e-mail veeteelt@crv4all.com

abonnementsprijs/jaar

Nederland en België € 108,00, overige landen € 175,00. In combinatie met abonnement op vakblad Veeteelt bedraagt een abonnement € 180,00 per jaar, overige landen € 311,00 per jaar. Prijzen excl. btw. Abonnementen zijn gebaseerd op kalenderjaar en worden jaarlijks in februari gefactureerd. Opzegging is mogelijk per kwartaal. Bel voor opgave van een abonnement: België: CRV Klantenservice (078 15 44 44) e-mail klantenservice.be@crv4all.com

Nederland: CRV Klantenservice (088 00 24 440) e-mail klantenservice.nl@crv4all.com

advertentie-afdeling

Karen Dammer en Froukje Visser

postbus 454, 6800 AL Arnhem telefoon (+31)(0)6 53 16 85 29 e-mail advertenties@crv4all.com

illustraties/foto’s

APRIL

GEZONDHEID

Vectorziekten: wat komt er op ons af, niet alleen met blauwtong, EHD of LSD? Wat zijn de gevolgen en wat kun je als veehouder zelf ondernemen ter preventie? Met enkele specialisten in diergezondheid zetten we alles op een rijtje. Verder bekijken we de invloed van het klimaat op de teelt van de diverse ruwvoerteelten op een veebedrijf. Tot slot publiceren we een update van de fokwaarden voor het Belgisch-witblauwras en bekijken we welke stieren een opvallend fokkerijprofiel laten zien.

De foto’s zijn van de eigen fotodienst van VeeteeltVlees. Uitzonderingen zijn de foto’s van Blonde Génétique (6), Herdbook Charolais (6), Elevéo (7), Quinten den Hertog (8-9, 24), Mark Pasveer (8, 11, 30), Bernd Hietberg (15), Peter Timmer Fotografie (16), Eric Elbers (18-19), BBG (35) en Italgen (35).

Overname van artikelen is alleen toegestaan na toestemming van de redactie. Hoewel aan de samenstelling van de inhoud de meeste zorg is besteed, kan door de redactie geen aansprakelijkheid worden aanvaard voor mogelijke onjuistheden of onvolledigheden. Alle auteursrechten en overige intellectuele eigendomsrechten ten aanzien van (de inhoud van) deze uitgave worden uitdrukkelijk voorbehouden. Deze rechten berusten bij CRV BV c.q. de betre ende auteur. Artikelen uit VeeteeltVlees mogen uitsluitend verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden na schriftelijke toestemming van CRV.

Druk: Senefelder Misset, Doetinchem ISSN 01.68-7565

Nieuwe piemontesestier Escalon

Via de webshop van CRV is sinds kort sperma beschikbaar van de piemontesestier Escalon, een Italiaanse topstier die wordt aanbevolen door het Nederlandse Piemontese Stamboek. Escalon (Buio x Oslo) scoort in Italië gunstige

fokwaarden voor de kenmerken groei, bespiering en geboortegemak. Sperma van Escalon is uit voorraad te bestellen via de CRV-webshop. Kijk op www.crv4all.nl of www.crv4all.be of scan een van de QR-codes

Bwb-proefstier Figaro de Brisy ki-code 945332

geboren: 21-02-2023

schofthoogte: 32 mnd., 146 cm (+6) gewicht: 993 kg

34 cm

DÉLÉGUÉ D’IZIER

83 / 90 / 84 / 80 / 85 / 88

verkoper: Jean-Marc Didier, Cherain

fokker: Jean-Marc Didier, Cherain haarkleur: blauw-wit

DE L’ALLEMOINE

ACROPOLE D’IZIER

FLASH D’IZIER

DÉFIANCE D’IZIER

83 / 89 / 86 / 84 / 85 / 89

BANQUE D’IZIER

SHERIFF DE CENTFONTAINE

RÉGENCE DE L’ALLEMOINE

LITIGE DU SART

TAVERNE D’IZIER

FLASH D’IZIER

BANQUE D’IZIER

HARICOT DE MEHOGNE

DÉCISION D’IZIER

Figaro de Brisy is een complete stier met een supermooi fenotype. Op basis van zijn genoomfokwaarden mag van zijn nakomelingen op 14 maanden leeftijd het complete plaatje worden verwacht met 108 voor conformatie, 107 voor gewicht en 112 voor gestalte. Deze scores resulteren in 111 voor de gecombineerde index gewicht en conformatie. Voor vrouwelijk karkasgewicht scoort hij een genoomfokwaarde van 109 en voor 115 karkasrendement.

Bwb-proefstier Gonzales de Roupage ki-code 945334

geboren: 12-08-2023

schofthoogte: 26 mnd., 138 cm (+3) gewicht: 853 kg

32 cm

CARGO DU COIN

88 / 90 / 86 / 85 / 85 / 90

verkoper: Pierre Martens, Saint-Ode fokker: Philippe Collignon, Ortho haarkleur: blauw-wit

DU COIN

WILMOTS DU FALGI

BASTILLE DE ROUPAGE

93 / 89 / 86 / 88 / 85 / 89

TOILE DE ROUPAGE

WILMOTS DU FALGI

SUPER STAR DE CENTFONTAINE

TILOUIS D’ATRIVE

PEUREUSE DU COIN

BENHUR DU CHAMP BOUVAL

URSULE DU FALGI

SHERIFF DE CENTFONTAINE

OBSESSION DE ROUPAGE

Gonzales de Roupage werd geboren bij Philippe en Alice Collignon en aangekocht door BBG bij Pierre Martenst. Gonzales was kampioen op de jaarmarkt in Libramont in 2025. Het is een complete stier met een mooie brede achterhand. Zijn genoomfokwaarden tonen een compleet verervingspatroon met een gecombineerde index voor gewicht en conformatie van 116.

NEDERLAND
BELGIË

Toro v’t Goed

Ter Wallen

(Debarde de Fooz x Imperial de L’Ecluse)

Op 32 mnd.: 1134 kg en 148 cm (+8)

De belofte van morgen

Ki-code: 945269

⊲ Uitzonderlijke moederlijn

⊲ Enorme lengte

⊲ Eerste kalveren bevestigen

Wilt u sperma van Toro of andere stieren bestellen, bezoek dan onze webshop op shop.crv4all.nl of shop.crv4all.be

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Veeteeltvlees maart 2026 by CRV Uitgeverij/CRV Publishers - Issuu