Ondanks meer regen toch nog waterschaarste AI brengt een revolutie, maar nog niet meteen
Du Pont De Messe
(Jefferson De Dessous La Ville x Vidal de St Fontaine)
Op 24 mnd.:
866 kg en 136 cm (+3)
Vrouwelijk gesekstbeschikbaarsperma
Voor economie met klasse
Ki-code: 945352
⊲ Eenvoudig te gebruiken bloedlijn
⊲ Hoge karkasindexen
⊲ Hoge dochtervruchtbaarheid
Wilt u sperma van Smoking of andere stieren bestellen, bezoek dan onze webshop op shop.crv4all.nl of shop.crv4all.be
RUBRIEKEN
5 Van de redactie
6 Fokkerijnieuws
15 Uit de dierenartspraktijk: snoeiafval geeft risico op sterfte
23 Managementnieuws
27 CRV-coöperatienieuws
31 Managementnieuws
32 Marktinfo voer
33 Marktinfo vee
34 Agenda
35 CRV-bedrijfsnieuws
RASSPECIAL
8 Rasspecial charolais, een Franse gigant met focus op gras en groeikracht
12 Groeikracht, arbeidsgemak en rust staan voorop bij charolaisfokkers Marcella en Cor-Rens van Schie
20 Voor de Normandische charolaisfokkers Olivier en Victor Corbin draait alles om autonome charolaiskoeien
28 De Franse charolaisfokker Pascal Delcourt focust zich op het verbeteren van het rastype
MANAGEMENT
16 Meer regen en toch waterschaarste, een contradictie die er geen blijkt te zijn
INTERVIEW
24 ‘Kunstmatige intelligentie gaat het management van veebedrijven fundamenteel veranderen’, voorspelt CRV-datadirecteur Tjebbe Huybrechts
BIJ DE COVER
Een drietal dat het fundament is van een duurzame en e ciënte fokkerij met charolais (foto: Quinten den Hertog)
rasspecial charolais
‘De meerwaarde van AI staat of valt met de beschikbaarheid van data’ 14 24 15 8 16
Marcella van Schie:
‘Charolaisdieren houden gemakkelijk hun conditie. Ze vreten werkelijk alles’
Tjebbe Huybrechts:
Franse gigant charolais zorgt voor groeikracht
Ondanks meer regen toch nog waterschaarste
Bolivar
De La Langherode
(Cachemire De Dessous La Ville x Idefix van Terbeck)
Op 26 mnd.:
988 kg en 139 cm (+4)
Vrouwelijk gesekstbeschikbaarsperma
Grensverleggend
Ki-code: 945331
⊲ 91 punten eindbeoordeling
⊲ 92 punten bespiering
⊲ Hoge dochtervruchtbaarheid
Wilt u sperma van Bolivar of andere stieren bestellen, bezoek dan onze webshop op shop.crv4all.nl of shop.crv4all.be
Een reus die zich aanpast aan
de moderne
tijd
Vier verhalen over een ras, steeds met een net wat andere invalshoek. Ook de bedrijven zelf doen het vaak net wat anders. En toch herken je in elk verhaal hetzelfde fundament van het ras. De dieren groeien stevig door en doen dat met weinig voer. Doe daarbij nog een vleugje passie en liefde voor het ras en dit alles verklaart meteen ook het succes van het ras. Al van oudsher is charolais een ras dat bekendstaat om de zware gewichten, het volume en vooral de indrukwekkende groeikracht. Daar heeft de naoorlogse geschiedenis een rol in gehad. Het ras paste zich aan, de focus kwam op groeikracht te liggen. Daar stopte het niet, de veehouders wilden de groeikracht van het ras koppelen aan een extensief plaatje, met veel aandacht voor gras. Het beenwerk werd sterker, de muil moest breed zijn, de kalveren vlot geboren. Kortom, men richtte zich met het ras destijds op de nabije toekomst. Een kleine zeventig jaar later is binnen het charolaisras dat verhaal nog niet vergeten. In de huidige tijdgeest draait het in veehouderij, dus ook in de fokkerij, toch meer om e ciëntie, een lagere input van voer en be-
WIM VEULEMANS HOOFDREDACTEUR
heersen van de ecologische voetafdruk. In een dergelijk klimaat, waarin het ook nog eens gaat om grondgebondenheid, natuurbeheer en de beschikbaarheid van ruwvoer, heeft de charolaisfokker goud in handen. Vooral de potentie om gras, en al zeker natuurgras, om te zetten in hoogwaardig eiwit – lees vlees – lijkt mij een belangrijke troef voor de toekomst van het ras.
Charolais koppelt die kwaliteiten nog eens met de registratie van veel dierdata en informatie over de prestaties van de dieren. Ook in de toepassing van merkerselectie is het Franse ras een voorloper. Het is een extra tool om het ras de toekomst in te leiden.
Het verhaal over deze Franse gigant inspireert om toch wat afstand doen nemen van de dagelijkse hectiek en de waan van de dag. Vakmanschap en passie mogen er daarbij gerust zijn, maar evenzeer is het cruciaal dat fokkerij, van welk ras dan ook, zich voorbereidt op de toekomst. En die toekomst is waarschijnlijk anders dan dit moment. Het vraagt ook ondernemers die het durven te managen.
Hoogste verkoopprijzen voor één Frans limousinbedrijf
De recente veiling op het opfokstation Lanaud bracht het Franse limousinbedrijf van scea Chapelain-Avril een dubbelslag. Het bedrijf haalde het hoogste bod binnen bij zowel de stieren als de vaarzen. De zestien maanden oude Armor, geboren op het fokbedrijf van Chapelain-Avril, was in de kwalificatie RJ met een finaal bod van 29.600 euro de duurste stier in het aanbod van stieren opgefokt op het selectiecentrum van Lanaud. Deze zoon van Sauveur TD-RR VS uit een dochter van Atlas RRE VS werd voor de veiling omschreven als een complete stier
met finesse in het beenwerk, lengte en een goede aanhechting van de schouders en een open bekken.
Midden mei werd de stier gewogen met een gewicht van 657 kilo, goed voor een dagelijkse groei van 1488 gram per dag in zijn periode op het centrum. Uit deze stal is ook Valda TD afkomstig. Voor deze negentien maanden oude dochter van Oeillet-RJ uit een dochter van Necker-RR VS werd 17.100 euro geboden. Valda is een rastypische vaars met veel volume.
Maar liefst zestien stieren kregen een finaal bod van meer dan 10.000 euro achter hun naam. Nummer twee in de toplijst van duurst verkochte stieren was Aldo, een zoon van Marin-HDL-RJ uit een dochter van Gaultier-RJ en geboren op het bedrijf earl Clermontel. Hij werd verkocht voor 27.100 euro. Aldo is een complete, elegante stier met fijn beenwerk met veel breedte en een ontwikkelde achterhand. Hij was goed voor een dagelijkse groei van 1.369 gram per dag.
Ares, een zestien maanden oude Ricky-Tabs PS-zoon uit een Napoleon-TA PS, volgt hem op de voet met een finaal bod van 25.100 euro. Deze stier, geboren bij Jacques Combourieu, toonde bijzondere prestaties in zijn
opfok. Hij woog zo 720 kilo en was goed voor een dagelijkse groei van 1.929 gram per dag. Bovendien liet hij een enorm sterke ontwikkeling in de achterhand zien.
Op de veiling waren 57 stieren met de classificatie RJ, die allemaal verkocht werden. Vijf stieren werden verkocht aan buitenlandse vleesveehouders. Gemiddeld was de prijs met 10.077 euro wat lager dan de vorige veiling in maart (12.349 euro). De negen aangeboden vaarzen brachten gemiddeld 7.267 euro op. Opvallend is dat er acht van richting buitenlandse bedrijven trekken.
Ook in de classificatie Espoir was de gemiddelde verkoopprijs met 6.194 euro net wat lager dan op de voorjaarsveiling (6.896 euro).
Alle 64 stieren werden verkocht, elf ervan aan buitenlandse fokkers.
Dat geldt ook voor de duurste stier, Atlas. Deze veertien maanden oude zoon van Pepere-RJ uit een Bel Orient-RRE M trekt voor 12.200 euro richting Italië. Atlas haalde een dagelijkse groei van 1.500 gram per dag in zijn opfok op het station en woog 573 kilogram. De jonge stier, gefokt door earl Nanot, toonde zich een complete stier met een sterke rug en mooie rasuitstraling.
Vlaamse jonge vleesveehouders gaan naar
de Young Breeders School in Battice
Voor het eerst nemen drie jonge Vlaamse, toekomstige vleesveehouders deel aan de Young Breeders School (YBS), die Elévéo dit najaar organiseert in het Waalse Battice. Deze ondersteunende opleiding met wedstrijd richt zich op de toekomstige generatie veehou-
ders en is reeds aan zijn 24e editie toe. Sinds enkele jaren kent de YBS ook een werking richting Belgisch witblauw.
De jongeren komen van 2 tot en met 6 september enkele dagen in een aantal Waalse gastgezinnen terecht en worden die vijf da-
gen ondergedompeld in verzorging, toilettage, voorbrengen en beoordelen van het Belgisch-witblauwras. Daarnaast volgt een grote groep jonge melkveehouders een soortgelijk programma.
De volledige editie is inmiddels uitverkocht.
Solway View Upeach gekroond tot algemeen kampioen
Tijdens de prestigieuze Royal Highland Show 2026, die eind juni in Schotland plaatsvond, streden de beste British Blue-runderen om de felbegeerde titels. Dit jaar ging de absolute hoofdprijs naar de indrukwekkende vaars Solway View Upeach, een dochter van de stier Engin. Eigenaar Kevin Watret mocht met dit topdier het algemeen kampioenschap in ontvangst nemen. Upeach won ook het kampioenschap vrouwelijk. Daarnaast verkoos de jury haar als beste eigengefokte dier. De tweejarige vaars won vorige editie in 2025 haar rubriek op deze show. Een volle
zus van haar werd in Carlisle eerder dit jaar verkocht voor ruim 19.000 euro. Haar secondante, reserve algemeen kampioen, werd de fraaie koe Ellglen Olympia (v. Attribut) van Ellen Elliott. Bij de stieren pakte Almeley Shaggy (v. Crackley Bank Oscar), voorgebracht door Graham Morgan, het kampioenschap. De titel voor het beste jonge stier was weggelegd voor de beloftevolle Rhymil Udancer (v. Empire).
De indrukwekkende Upeach heerste op de Royal Highland Show
Armor RJ, de stier met de hoogste verkoopprijs op de veiling van Lanaud
Luc De Laet, slager:
‘Een koe is geen fles wijn, hè. Elk dier is anders. Zelfs al slaag je erin om identieke koeien te kweken, dan nog zal de ene meer of minder stress hebben tijdens het slachten. Dat heeft impact op het vlees’
Uit: Het NIeuwsblad, 2 juli 2026
Bijna 300.000 doses sperma van 26 runderrassen in Nederlandse genenbank
In de Nederlandse genenbank voor landbouwhuisdieren lagen eind vorig jaar 288.456 doses sperma opgeslagen van 7.105 stieren van 26 runderrassen. Van 11,5 procent van de donoren is ook een genoomprofiel vastgelegd. Dit blijkt uit overzichten van het Centrum voor Genetische Bronnen Nederland (CGN) van Wageningen University & Research. Met een aandeel van 75 procent van het totaal aantal opgeslagen doses genetisch materiaal is rundvee de belangrijkste diersoort in de
genenbank. Afgelopen jaar groeide de genenbank voor rundvee nog met ruim 2.500 doses van 52 verschillende stieren. De afgelopen vijf jaar werd ook sperma van 700 dieren, voornamelijk stieren, uit de genenbank gehaald om te worden ingezet voor het behoud of herstel van genetische diversiteit.
Het genetisch materiaal is van zeldzame Nederlandse rassen en van gangbare rassen die wereldwijd een belangrijke rol spelen in de voedselproductie.
Coleyfokkerij domineert herefordkeuring op Royal Highland Show 2026
Tijdens de Royal Highland Show 2026 hebben de herefordrunderen van de Coleyfokkerij een indrukwekkende dubbelslag geslagen. Het jonge jurylid Non Thorne duidde de jonge, gekalfde vaars Coley 1 Malan 697 aan als algemeen raskampioen. Malan 697, een in augustus 2023 geboren dochter van Romany 1 Distiller uit de Deense herefordkoe Kammerherre Malan, werd voorgebracht door de jonge fokker Abbie Jackson-Carr. Ze verscheen in de ring met haar in februari geboren stierkalf JC 1 Del Boy aan de voet. Het jurylid prees de vaars specifiek om haar fijnheid en lichtvoetigheid, waarmee ze de zwaardere concurrentie in de koeienrubrieken achter zich liet.
Het succes voor de Coleybloedlijnen werd compleet gemaakt door de jonge stier Coley 1 Centurion van Heather Whittaker. Deze stier (v. Gouldingpoll 1 Goldspice) eiste de reservetitel in het algemeen kampioenschap op. Zijn moeder won in 2022 ook al een titel op deze show. Hij won ook het kampioenschap bij de stieren. Centurion is geen onbekende in het showcircuit; hij won eerder al de Interbreed-titel op de Shropshire County Show.
Coley 1 Malan 697 won overtuigend het kampioenschap op de Royal Highland Show
Kracht van charolais
Dat de charolais bijzonder populair is, is een understatement. Vooral in Frankrijk heeft het ras een prominente plaats in de vleesveehouderij, maar ook buiten de Franse landsgrenzen heeft het ras zijn plaats. In die mate zelfs dat het Franse charolaisstamboek het ras het belangrijkste vleesras noemt.
TEKST WIM VEULEMANS
‘Charolais is het belangrijkste vleesras van Frankrijk en zelfs van Europa.’ Dat zegt het Franse charolaisstamboek en het staaft die claim met cijfers. Het stamboek meldde in 2022 meer dan 3,4 miljoen stamboekfokdieren te hebben, waarvan 1,259 miljoen fokkoeien. In 2022 werden in Frankrijk 1,2 miljoen charolaiskalveren geboren, waarvan 1,08 miljoen kalveren een geregistreerde vader hadden. Daarmee is het ras het grootste Franse vleesras. Circa 37 procent van de zoogkoeien in productie is van het charolaisras. Als je alle koeien telt, is die verhouding een op vijf. Internationaal is het ras in meer dan zeventig landen aanwezig, in Europa is ongeveer een op de vier vleeskoeien een charolais. Zowel in Frankrijk als in de rest van de wereld wordt het ras ook ingezet om te kruisen met andere rassen. Zo is in Frankrijk een kwart van de kruisingskalveren – ongeveer 430.000 kalveren per jaar – afkomstig van een charolaisstier. Dat cijfer is bij sommige rassen nog veel hoger. Zo is charolais goed voor ongeveer 95 procent van de kruisingskalveren geboren uit een salerskoe, bij montbéliarde is dit 45 procent en bij holstein 11 procent. Die populariteit wordt deels verklaard door de verbetering in groei (+10%) en morfologie die het ras inbrengt, maar ook de weerstand die de kalveren tonen. Ten slotte maakt de kenmerkende kleur van het ras (het zilvergen), die de vacht van
kruisingsnakomelingen lichter en egaler maakt, charolaiskruislingen gemakkelijk herkenbaar.
Emmanuel Turpeau is naast charolaisfokker in Bressuire, tussen Nantes en Poitiers, ook voorzitter van het Franse charolaisstamboek. ‘De kracht van charolais ligt in het feit dat het in alle marktsegmenten past, van volumeproductie tot de focus op kwaliteit’, geeft hij aan. ‘Dankzij deze diversiteit kan elke veehouder wel dieren vinden die aansluiten bij zijn productiedoelstellingen en de diverse verwachtingen van de markt.’
Oorsprong in de Arconce-vallei
Over de oorsprong van het charolaisras bestaan verschillende theorieën. De ene wijst terug naar de kruistochten, een andere gaat terug naar het juratijdperk. Volgens het Franse moederstamboek ligt de oorsprong van het charolaisras in de Arconcevallei, rondom de regio’s Charolles en Brionnaise. Begin jaren 1700 kent deze regio enige hongersnood. Om aan de groeiende behoefte aan voeding te kunnen voldoen, gaat men door de jaren heen intensiever fokken met de lokale runderen, de charolais. De jaren daarop trekken er veehouders weg uit de regio en nemen de runderen mee naar andere regio’s in de buurt en naar grootschalige landbouwgebieden in Frankrijk. De selectie richt zich in die tijd vooral op de vleeskwaliteiten
charolais zorgt voor groei
met een sterke lichaamsbouw. De dieren worden ook ingezet als trekdieren. In de jaren twintig van de negentiende eeuw ontstaan ook nieuwe selectiemethoden met charolais. Zo is er ene Louis Massé in de regio Cher. Hij streeft ernaar het gewicht van zijn dieren te verhogen door ze overvloediger, regelmatiger en rijker voer te geven. Hij gaat zich minder richten op maat en bouw, meer op borstbreedte, kortere ledematen, fijnheid van botten en melkproductie. En met succes, want Massé wint regelmatig wedstrijden met zijn charolais. Ook kruisen met andere rassen wint in die tijd aan belang. Veehouders willen graag de slachtleeftijd verlagen. Onder meer het Engelse durhamras komt zo in beeld.
Stamboek in beeld
In het midden van de negentiende eeuw duikt ook de eerste melding van een stamboek op, zo is in 1864 sprake van een stamboek van het verbeterde charolaisrunderras in de regio Nièvre. Samen met de introductie van het stamboek worden er ook steeds meer keuringen georganiseerd.
In 1860 wordt de populatie van het charolaisras geschat op 315.000 dieren. In 1892 is dit aantal al gestegen tot 1.128.000. Het ras is al verspreid over Midden- en West-Frankrijk.
In 1882 volgt een tweede stamboek, het stamboek van het zuivere charollaiseras in Charolles. Deze veehouders willen vooral de raszuiverheid behouden. De volgende jaren evolueert de fokkerij met charolais steeds meer naar een gespecialiseerd ras voor vleesproductie.
Ondertussen laat de ontwikkeling van het ras in Frankrijk ook buitenlandse veehouders niet koud. In 1906 zijn er charolaisrunderen te zien in Milaan, vier jaar later staan er dieren op een internationale tentoonstelling in Buenos Aires. In 1921 richt men een centraal exportsyndicaat op. De export kent een explosie in de jaren vijftig door de vele reizen van Émile Maurice, voorzitter van het charolaisstamboek. Hij was ook de op-
richter van een exportorganisatie die nu bekend staat als Charolais International.
Evolutie in selectie
In deze periode zijn er ook een aantal verschuivingen op te merken in de selectie en de fokkerij. De fokkers gaan zich meer richten op het verbeteren van de spiermassa, een diepere borst, kortere – maar ook weer niet te korte – ledematen. Ze willen dat de dieren het vermogen hebben om grote weiden te begrazen. Op die manier kan het ras ook uitbreiden richting andere regio’s in Frankrijk.
De vleeskwaliteit blijft echter het voornaamste selectiecriterium voor het charolaisras vanaf de ontwikkeling van trekdier tot vleesras. Deze eigenschap blijkt een doorslaggevend voordeel in de naoorlogse periode, als door het landbouwbeleid boeren worden aangemoedigd de productiviteit van het Franse vee te verhogen en de bevolking te voeden. Om die ambitie invulling te geven ontwikkelt het Franse charolaisstamboek diverse tools en programma’s. Zo worden prestatie- en afstammingsgegevens verzameld in een nationale database. Dieren worden beoordeeld op hun fenotype en bijhorende metingen worden uitgevoerd.
Omdat charolaisrunderen extensief worden gehouden, heeft kunstmatige inseminatie minder impact dan bij andere rassen. Embryotransplantatie blijft beperkt, onder meer omwille van de kostprijs. Op verschillende locaties in Frankrijk ontstaan opfokstations. Die richten zich op het monitoren en registreren van onder meer groei, vleesproductie en slachtkwaliteit van jonge charolaisstieren. Ook maternale kenmerken krijgen aandacht in deze stations. Pas in 2023 sluiten alle teststations voor charolais hun deuren. Het enige overgebleven station dat verbonden is aan charolais in Frankrijk, is het station in Epinal (88), waar de stieren van het nationale stamboek Charolais Univers worden getest.
De stand van het charolaisras in de Lage Landen
In België is de omvang van charolais eerder beperkt. Enkel in Wallonië is er een erkende stamboekwerking. Elévéo heeft voor 2025 in zijn stamboek twintig deelnemende charolaisbedrijven, goed voor 350 geregistreerde kalveren. Het stamboek heeft 451 ingeschreven koeien.
In Nederland is wel een erkend stamboek, het Nederlandse Charolais Stamboek, waarbij de registratie van gegevens bij CRV ligt en de werking ondersteund wordt door een stamboekvereniging.
Al jaren is charolaisfokker Peter van Nieuwenhuijzen voorzitter van het stamboek. ‘We hebben momenteel veertig leden. De laatste
twee jaar hebben we wel enkele nieuwe leden mogen verwelkomen.’ De stamboekvoorzitter legt daarbij een link naar de wolf. ‘Het zijn meestal veehouders die vroeger schapen hadden om te laten grazen, maar door de wolf overschakelden op rundvee en dus charolais.’
CRV meldt in haar jaarstatistieken voor 2025 in totaal 552 aangemelde charolaiskalveren. Op 1 september van dat jaar kende het stamboek ook 622 levende vrouwelijke dieren, een cijfer dat al jaren vrij stabiel is. Mede-stamboekbestuurder en charolaisfokker Hans Kranenburg bevestigt die groei in leden. ‘Regelmatig krijg ik vragen van vee-
houders die met enkele charolaisdieren willen starten’, geeft Kranenburg aan. ‘Ze zijn dan vaak overtuigd door de rust, de eerlijkheid en de groeikracht van de dieren. Dat zijn toch echt kenmerken die je als veehouder moeten overtuigen van de waarde van het ras.’
Met regelmaat koopt Kranenburg vrouwelijke pinken aan in Frankrijk om voor bloedvernieuwing te zorgen. ‘De database met DNA-informatie van charolais is zo groot. Dat is waardevolle informatie die de toekomst van het ras en zijn potentie in groei alleen maar bevestigen’, besluit de stamboekbestuurder.
Emmanuel Turpeau, Frans stamboekvoorzitter:
‘Het charolaisras beschikt over alle troeven om een wereldwijde referentie te blijven’
In 2016 kent genotypering een introductie in het ras, met daarbij ook aandacht voor de genetische afwijkingen. Bij charolaisrunderen gaat het dan onder meer over: progressieve ataxie, de ‘dubbele spiergroei’ (twee mutaties: MH-Q204X en MH BeefF94L), de ‘hoornloze’ vorm (polled celtic), Blind en DEA (anhydrotic ectodermal dysplasia).
De kracht van charolais
De rasstandaard beschrijft nauwkeurig de zichtbare kenmerken die gewenst zijn voor het charolaisras. Zo dienen de dieren een egale, uniforme kleur wit tot bleekcrème te hebben. De snuit, maar ook de oogleden, moeten roze zijn. De gewenste bouw is langlijvig, robuust en zwaar. De kop is kort en breed met een grote, open neus. De borst is breed en diep, de romp is cilindrisch en diep, de achterhand zwaar bespierd met breedte in het bekken. Het beenwerk is stevig en goed geplaatst.
Het Franse stamboek controleert de rasstandaard van charolais op twee niveaus: via de borging van de afstamming, waarbij de rascode wordt vastgelegd en via een inschrijving in het stamboek, met twee klassen A en A+, die bepaald worden door middel van een morfologisch onderzoek (bouw en gebreken), naast andere voorwaarden zoals prestatiegegevens.
Charolais is een veerkrachtig ras, het past zich makkelijk aan in alle omstandigheden. Dat maakt dat het ras de afgelopen decennia wereldwijd een solide reputatie heeft opgebouwd. Het wordt vaak gekruist met lokale rassen en ligt aan de oorsprong van twee kruisingen in tropische omgevingen: charbray (charolais x brahman) en canchim (charolais x zeboe). ‘Dit aanpassingsvermogen is essentieel om de ontwikkelingen op de markten te kunnen volgen. Het charolaisras beschikt over alle troeven om een wereldwijde referentie te blijven op het gebied van de veehouderij’, stelt stamboekvoorzitter Turpeau.
Uit gegevens van het Franse moederstamboek blijkt dat de kalveren onder sobere omstandigheden een gemiddelde daggroei halen van ruim een kilo tussen geboorte en spenen (op 7 à 8
maanden). Maar evenzeer zijn er bedrijven die tot ruim anderhalve kilo halen met hun kalveren. Nog sterker is de dagelijkse groei in de afmestperiode, waarbij dieren gemiddeld tot ruim 2,2 kilo halen. De bouw van het dier, met een ruime ontwikkeling en een sterk, stevig skelet, maakt die groei en spierontwikkeling mogelijk.
Het ras kent bovendien twee allelen van het gen voor dubbele bespiering, die elk een effect hebben op de ontwikkeling van het dier. De brede kop en muil zorgen voor een vlotte voeropname, ook van weidegras, wat resulteert in een uitstekende voeropname en efficiënte voederconversie.
In de selectie is al enkele decennia ook veel aandacht voor de maternale eigenschappen van de dieren. Selectie op vlot afkalven resulteert dan weer in vlotte geboorten, 96 procent van de koeien zorgt ook jaarlijks voor een kalf. Tot slot zijn het vrij vlotte dieren in de omgang met elkaar en de mens.
‘De grote kracht van de charolais ligt in het vermogen om ruwvoer efficiënt te benutten en zich tegelijkertijd aan te passen aan zeer uiteenlopende omstandigheden’, geeft de Franse stamboekvoorzitter Turpeau tot slot aan. l
Enkele kenmerken
(bron: Idele 2022)
gemiddeld karkasgewicht jonge stier 449 kg op 18,1 maand gemiddeld karkasgewicht vaars 395 kg op 29,4 maand gemiddeld karkasgewicht koe 465 kg op 6,5 jaar slachtrendement jonge stier 51-55 procent slachtrendement vaars 54-55 procent slachtrendement koe 57-59 procent vleesrendement 73 procent
ALS JE DIER KAN KIEZEN
met Optimin Beef
vleesveerantsoenen voor:
einde van de dracht hittestress met een zeer hoog niveau vitamine E en Selenium
www.aveveagrarisch.be
GOOI EN WIN
17 cm “gelijk met de grond” systeem en volledig te openen achterdeuren
Disselvering met dwarsbladveren Geverfde of gegalvaniseerde Keuze van hekken: • Draaibaar
• Op rail • Telescopisch
dealer zak)
KNZ® BEURSACTIES RMV GORINCHEM
via het Agrarisch Aveve vleesveevoeders.
Bezoek onze stand op de RMV-beurs, gooi een dartpijl en win mooie prijzen. Maak bovendien kans op het winnen van een buiten BBQ Ontvang een KNZ deurmat bij bestelling van minimaal 15 KNZ likstenen en een prachtige KNZ reiskoffer bij een bestelling van minimaal 30 KNZ likstenen. We zien u graag in Gorinchem! stand D101
Succesvol gemengd voeren betekent dat de dieren bij iedere hap een uitgebalanceerde portie voer binnen krijgen, kalveren. Uw melkpoederexpert Jean-François Lericq +32 (0) 484/11.86.38 - jf.lericq@starmilk.be www.starmilk.be is een nutritioneel additief ontwikkeld door Starmilk om de start van het kalf te onders teunen. Het werkt vanaf de eerste dagen om de darmimmuniteit te versterken, de melkvertering te verbeteren en de risico’s van neonatale stress te beperken.
Haal het beste uit uw melk met de 8 zekerheden
RMV Gorinchem stand SKY 4
Komt u ook? Scan de QR code en vraag uw kaart aan!
U kunt uw advertentieruimte reserveren tot 3 maart e-mail: advertenties@crv4all.com
EERSTE KEUS VAN
Charolais siert in groei en gemak
Aandacht voor natuur, rust en gemak staat centraal bij de charolaisrunderen van Marcella en Cor-Rens van Schie. Daarbij houden ze steeds een oog op de omgeving, zowel vanuit de blik van de consument als van de wandelaar op de Zuid-Hollandse Eilanden.
TEKST WIM VEULEMANS
De heersende junihitte lijkt het koppel charolaiskoeien en kalveren dat loopt achter de schuur van Marcella en Cor-Rens Van Schie in het ZuidHollandse Abbenbroek, weinig te deren. Soberheid en weerbaarheid zijn nu eenmaal de kracht van dit ras. Dat zijn meteen ook de redenen waarom het Zuid-Hollandse stel ruim twintig jaar geleden voor dit ras koos. In 2002 namen Marcella van Schie en haar man CorRens het bedrijf over van Marcella’s schoonouders. In de beginjaren was er nog een samenwerking met een naburige melkveehouder, maar al snel gingen beiden hun eigen weg. Naast de zestig charolaisrunderen houden ze ook nog een koppel van 50 schapen op hun bedrijf.
Groei uit eigen kracht
‘In 2004 hebben we onze eerste vier charolaiskoeien gekocht’, gaat Marcella van start. ‘Ik werkte toen al tien jaar op het landbouwbedrijf Ambachtsheerlijkheid Cromstrijen. Daar raakte ik besmet met mijn passie voor charolais. Hoe kan het anders?’, zegt ze lachend. ‘Ik kende geen andere koeien.’
Met de jaren groeide de veestapel naar zijn huidige omvang, nu goed voor zestig stuks in totaal. Maar er was meer dan alleen de ervaring van het werken met charolais dat deze vleesveehouders overtuigden van hun keuze. ‘De koeien zijn vrij gemakkelijk in de omgang’, verduidelijkt Marcella de keuze. ‘Ze zijn niet alleen vrij rustig, het is ook makkelijk met ze werken.’
Omdat Cor-Rens vier dagen per week buitenshuis werkt, en ook Marcella regelmatig opdrachten buiten de deur heeft, is efficiëntie belangrijk. ‘We hebben er niet zo veel werk aan, zeker in de zomer als de koeien buiten lopen.’
Verder verwijst ze naar de robuustheid, soberheid en groeikracht van het ras. Dat laatste kenmerk staaft ze met een voorbeeld van vorige zomer. ‘We hadden een koe die met kalf op de weide liep gedurende de zomer, in de herfst voerden we haar af en woog ze nog steeds 500 kilo geslacht. Zonder bij te voeren’.
Veilig de duinen in
De huidige veestapel voert nagenoeg volledig terug op de vier aangekochte dieren in 2004. Slechts één keer kocht het koppel later nog drie koeien bij, maar verder groeiden ze vanuit eigen kracht. ‘Enkel stieren kopen we aan’, vertelt Marcella verder. Telkens is er één stier op het bedrijf aanwezig, die ze om de twee à drie seizoenen vervangen. Dat zijn vaak stieren van Nederlandse collega’s, maar met regelmaat trekken ze ook naar Frankrijk om er een stier te kopen. Zo kochten ze een stier aan bij de Franse topfokker Baudet, een bedrijf dat al acht generaties lang met charolais fokt. ‘Deze stier was hier enkele jaren actief, maar die hebben we nu verhuurd aan een collega. Momenteel loopt er een jonge stier die afkomstig is van collega Hans Kranenburg’, zegt Marcella. Ze wijst naar de ruim twee jaar oude stier in het koppel achter de schuur. ‘Hij is een voor zijn leeftijd enorm ontwikkelde zoon van Majesté, een excellente koe uit de stal van Hans. Hij steekt nu al boven de veel oudere koeien uit.’
Bovendien straalt deze jonge stier rust uit, een belangrijk selectiecriterium voor de Abbenbroekse veehouders. ‘We kijken inderdaad heel sterk naar het karakter van onze charolais, zeker bij de stier.’ Dat is niet alleen voor het eigen werkgemak, maar ook voor het landgebruik.
BEDRIJFSPROFIEL
Abbenbroek
eigenaren Marcella (54, foto) en Cor-Rens (54) van Schie, Nora (22), Amber (21) en schoonzoon René (25) veestapel 60 stuks charolais, 20 kalvingen en 50 schapen grondgebruik 140 ha natuurweiden en 19 ha regulier land (gras, tarwe) activiteiten hoeveverkoop Charolais Cow4u
De dieren lopen immers gedurende het overgrote deel van het jaar op weiden die het bedrijf in gebruik heeft, maar die ook open zijn voor publiek. ‘Zo lopen er een tiental drachtige dieren op 90 hectare duingebied bij Rockanje’, vertelt Marcella. ‘Het is dus belangrijk dat ze mensen gewend zijn, want die wandelen er tussen de dieren door.’ Om die reden lopen er ook enkel drachtige dieren, een stier mag daar niet tussen lopen. Naast het karakter kijken ze ook naar het geboortegemak en het exterieur van de stier die ze willen inzetten. Dat geldt ook voor de selectie van de ki-stieren die ze
Het charolaisvlees van Cow4u is bijzonder in trek
Links:
een nieuwe schuur is in aanbouw
Rechts:
ontwikkeling en karakter zijn belangrijk in de stierselectie bij
Van Schie
enkel inzetten op hun jongvee. ‘De pinken insemineren we met een ki-stier, maar wel maximaal drie keer’, verduidelijkt Marcella. ‘Daarna gaan ook zij bij de stier.
Makkelijk conditie houden
De charolaiskoeien die bij de stier gaan, lopen allemaal rondom het bedrijf. Pas als de dieren drachtig gescand zijn, gaan ze naar weiden verder van de deur. Van het voorjaar tot eind december, begin januari lopen de dieren dan buiten. ‘Er lag zelfs al sneeuw toen ze begin dit jaar op stal kwamen. Ze houden makkelijk hun conditie. Ze vreten werkelijk alles.’ Het zwaartepunt van de kalvingen ligt tussen december en mei. ‘Maar we lopen steeds in’, verduidelijkt de vleesveehoudster. ‘Charolais is vrij vruchtbaar en we halen makkelijk een kalf binnen een jaar. Daar moeten we wel rekening mee houden.’ Ook in het natuurgebied rond Stellendam van ruim 50 hectare hebben ze charolaisdieren lopen. ‘We mochten er dit jaar een koppel inscharen’, verduidelijkt Marcella. ‘Hopelijk krijgt dat verhaal een vervolg in de komende jaren.’ Naast de natuurgebieden, goed voor een 140 hectare, hebben ze ook nog eens een 19 hectare regulier land in gebruik. Een deel van dit land is weideland. Daarnaast is er ook een deel kruidenrijk grasland en tarwe. Komend seizoen willen ze hun teeltplan uitbreiden met luzerne.
Gras als hoofdbrok
Gras maakt dan ook het grootste deel uit van het voer voor de charolais. Ook in de winter op stal. ‘Als ze gekalfd hebben, krijgen ze wat mais bij, aangevuld met wat krachtvoer’, vertelt Marcella. ‘En in afmest geven we naast mais en krachtvoer ook tarwemeel en soja, met op het einde wat extra maismeel.’
Het merendeel van de stieren mesten ze zelf af op het bedrijf, waarbij deze rond de twee jaar zijn en goed voor 500 kilo geslacht gewicht. Die gaan dan ook niet de weide op. Af en toe verkopen Marcella en Cor-Rens ook een fok-
stier aan een collega. Een deel van de stieren maken ze os net na het spenen. ‘Die laten we dan wel eerst wat uitdijen op de weide’, verduidelijkt Marcella. ‘Dan krijgen ze als we ze richting de tweeënhalf jaar afmesten, net wat ander vlees, meer richting het vrouwelijke.’
Gek op smaak van het vlees
Ook het vrouwelijk vee wordt afgemest, maar pas als ze niet drachtig raken of in een zeldzaam geval als het karakter wat moeilijk is. ‘Onze koeien houden we tot ze op zijn’, zegt Marcella.
Een aantal jaren terug begonnen ze met het zelf vermarkten van een deel van hun afzet. Dat kan in vleespakketten. Maar vooral richten ze zich op de losse verkoop van hun vlees dat ze diepgevroren aanbieden. De hoeveverkoop groeide gestaag met de jaren en vandaag slachten ze gemiddeld een dier per maand. Dat komt ongeveer overeen met 400 kilo rundvlees. Dat kan een stier, maar evengoed een oudere koe zijn. ‘We merken dat dat onze klanten weinig uitmaakt. Ze zijn gewoon gek op de smaak en textuur van onze charolais. Zeker van de hamburgers’, zegt Marcella met een glimlach.
Wat niet via de eigen hoeveverkoop verwerkt wordt, verkoopt ze aan de reguliere handel. Maar ook hierin willen ze verder ontwikkelen. ‘Een klein deel van onze dieren staat in de winter nog even aangebonden in de oude schuur. Om in aanmerking te komen voor natuurvlees, moeten we dit aanpassen’, verduidelijkt de veehoudster. Daarom zijn we nu bezig met een nieuwe stal te bouwen. Het wordt een open stal met groepshokken en een eenvoudige overkapping. Op die manier kunnen we onze charolais ook als natuurvlees vermarkten.’ Ondanks de nieuwe stal is er geen ambitie om te groeien, eerder om te extensiveren en vooral te investeren in biodiversiteit. Daarom schakelen ze een aantal reguliere weidelanden momenteel ook om naar kruidenrijk grasland. Biologische veehouderij is dan wel iets waar ze aan denken, maar voorlopig ligt hun ambitie daar nog niet. l
Snoeiafval geeft risico op sterfte
Tijdens mijn weekenddienst, op een zaterdagmiddag, kreeg ik een telefoontje van een veehouder die me meldde dat hij een dode pink in de weide had. Daarnaast maakte hij zich ook zorgen over een andere pink in de weide, die er ook slecht aan toe was.
De urgentie leek me hoog en gelukkig kon ik snel langsgaan bij de veehouder. De veehouder had mij reeds vooraf doorgegeven waar de weide was. Op een perceel nabij het dorp liepen zijn uitgeschaarde pinken.
Daar aangekomen, was de tweede pink inmiddels ook al overleden en was meteen de logische vraag: wat is hier aan de hand met deze dieren?
In de autorit naar de weide ging het handboek pathologie al door mijn hoofd, want een dode pink – uiteindelijk twee dus – op een weide komt gelukkig niet vaak voor. Daarenboven was het ook duidelijk dat het verloop van de mogelijke ziekte bijzonder snel moet zijn gegaan. De veehouder had immers de dieren op donderdag nog gezien. Bovendien lopen er ook meerdere mensen dagelijks langs de weide.
Nader fysisch onderzoek leerde me dat er uitwendig aan de twee dieren eigenlijk niet veel bijzonders te vinden was.
Aan de hand van voorbeelden uit hun dagelijkse praktijk schrijven vier dierenartsen over diergezondheid in de vleesveehouderij. Om en om beschrijven Anthony De Schryver, René Bemers, Piet De Meuter, en Hans Van Loo maandelijks vastgestelde ziektebeelden, uitgevoerde behandelingen en/of mogelijke preventiemaatregelen.
naam aandoening vergiftiging met taxus verschijnselen ademhalingsproblemen, wankelen, schuimbekken en uiteindelijk sterfte door hart- of ademhalingsstilstand oorzaak taxine uit de taxussplant behandeling geen
Het eerste dode dier was lichtjes opgelopen, maar ook dat gebeurt gemakkelijk bij warmere temperaturen. De tweede pink toonde wat lichte kolieksymptomen net voor het sterven, maar had een normale lichaamstemperatuur. Ik merkte wel wat schuim rond de bek op, maar verder was er ook niet echt wat te vinden. Inmiddels waren er al wat mensen aan komen lopen en een daarvan vroeg zich af of snoeiafval uit de tuin schadelijk kon zijn. Snoeiafval is nooit verstandig om aan dieren te voeren en in dit geval bleek er ook taxus bij te zitten. Taxus is echter zeer giftig voor runderen, maar ook voor andere grazers. Het bevat de stof taxine. Zelfs snoeisel dat al enkele weken oud is, blijft giftig. Het zorgt voor ademhalingsproblemen, wankelen, schuimbekken om uiteindelijk te leiden tot hart- of ademhalingsstilstand. Er is geen tegengif voor. Na overleg met de veehouder en de persoon waar het snoeiafval van was, besloten we om de dieren voor sectie aan te bieden. Bij sectie bleken er inderdaad taxusrestanten in de pens van de dieren aanwezig te zijn. Het was dus zeer aannemelijk dat dit de oorzaak van de sterfte was. Verder is het aan de WA-verzekering om hierbij eventueel over te gaan tot een vergoeding van de schade.
Meer regenval, toch waterschaarste
Lange droge periodes wisselen af met extreem natte tijden; de verandering in het klimaat is merkbaar. Ondanks dat er jaarlijks meer neerslag valt, is er toch waterschaarste. Lastig, omdat beregenen steeds meer aan banden wordt gelegd. Klimaatbestendig ruwvoer telen vraagt om een ander gewasplan en creatieve manieren om water op te vangen en te hergebruiken.
TEKST ALICE BOOIJ
De eerste helft van 2026 was typerend voor de veranderingen in het klimaat waar de landbouw mee te maken heeft. Een heel droog voorjaar maakte de grondbewerkingen gemakkelijk, maar zorgde er ook voor dat in april en mei al regeninstallaties uit de schuur werden gehaald. Het constant droge weer hield aan tot en met de tweede snede, waarna een stevige periode met veel regen volgde én een hitteperiode met temperaturen tot bijna 40 graden. Het is geen incident, maar een trend die resulteert in extreem droge en natte perioden, oftewel een uitdaging voor de landbouw. Die trend vraagt om nadere uitleg. Het gevallen aantal millimeters regenwater is de afgelopen tientallen jaren niet gedaald. Sterker nog, er valt de laatste jaren meer regen. Denk
aan het extreem natte jaar 2024. Nederland is de afgelopen vijftig jaar natter geworden. De 190 regendagen per jaar zijn gelijk gebleven, maar de hoeveelheid water die valt, is gestegen. Hier staat tegenover dat de droge periodes ook langer en heter zijn, denk aan 2025 en recent nog eind juni met langdurige hitte. Het heeft alles te maken met klimaatverandering, met warmere lucht die meer waterdamp bevat, en resulteert in waterschaarste. Niet alleen voor de landbouw.
Gevecht om het water
Wolter van der Kooij, lector agrarisch waterbeheer bij Aeres Hogeschool, rekent het op zijn sigarendoos voor: ‘Het gewas neemt 550 milliliter water per jaar op en er valt tussen de 800
en 900 millimeter water. Er is dus genoeg water, maar niet op het juiste moment beschikbaar. De kunst is vooral om het overschot vast te houden voor droge tijden.’ Van der Kooij, naast lector ook bestuurslid bij Waterschap Zuiderzeeland, geeft aan dat extremen in het weer geen incidenten zijn, maar in de toekomst regelmatig zullen voorkomen en dat er een keuze gemaakt moet worden wie de druppels water krijgt. Bij de rangorde rondom de waterschaarste, bepaald door Rijkswaterstaat, neemt de landbouw de laatste plek in, geeft Van der Kooij aan. ‘In de zogenaamde verdringingsreeks, de rangorde voor de verdeling van de hoeveelheid water bij waterschaarste, komen veiligheid en kwetsbare natuur als eerste aan bod, gevolgd door nutsvoorzieningen en kleinschalig hoogwaardig gebruik. Landbouw komt daar achteraan.’ Hij adviseert de landbouwsector om mee te praten over waterberging om de beschikbaarheid van water veilig te stellen. In zijn visie kunnen natuurgebieden juist een belangrijke schakel zijn in de oplossing en daar kan de landbouw van profiteren. ‘Bijvoorbeeld met het creëren van zoetwaterbellen, die voor de hele regio van belang zijn.’ Van der Kooij is er een groot voorstander van boeren zelf stuwtjes te laten plaatsen om water vast te houden. ‘Daarvoor hebben ze een vergunning nodig, soms is melden genoeg en soms staat er ook een vergoeding tegenover. In Flevoland zijn we trouwens nog niet zover.’ Het plaatsen van een stuw helpt niet alleen water vast te houden, maar bestrijdt ook verzilting. ‘Bij onze onderzoeksboerde-
rij Aeres Farms in Dronten kunnen we niet meer beregenen, omdat zowel het grondwater als het oppervlaktewater te zout is. Met zo’n stuw kun je in tijden van neerslagoverschotten je eigen zoetwatervoorraad in de bodem opbouwen.’
Stuw plaatsen
Veel agrarische ondernemers geven de voorkeur aan beregenen bij een watertekort. ‘Maar naar mijn idee is beregenen eindig’, zegt Van der Kooij. Voor het verhogen van het waterpeil zijn boeren terughoudend, merkt hij. ‘Dat is onterecht. De landbouw lijdt ook schade door een te laag peil. Ga maar eens
Definities
– Irrigatie is het kunstmatig toedienen van water aan landbouwgronden of gewassen.
– Fertigatie is het toevoegen van water en meststo en (kader pag. 19).
– Captatie is het onttrekken of aftappen van water uit een waterloop of de bodem.
– Infiltreren is water dat in de bodem dringt en langzaam wegzakt.
– Bu eren is water opslaan om het later weer te gebruiken.
experimenteren met een hoger peil en ervaar wat wel en wat niet bij de percelen past. Dat vasthouden van water en gebruiken in droge periodes is ook een doelstelling van het waterschap. Daarin valt er samen wat te winnen.’
Drinkwaterleidingbedrijven hebben ook belang bij meer infiltratie van neerslag in de bodem. Het plaatsen van een stuw zet volgens Van der Kooij dan meer zoden aan de dijk dan alternatieve gewassen telen. ‘Die verdampingsverschillen zijn niet zo groot, daar schiet je niet zoveel mee op. Behalve als je geen gewas teelt, dan kun je zo 2500 kuub per hectare per jaar laten infiltreren.’
WaterRadar
In Vlaanderen is er binnen het ILVO tien jaar geleden al een speciale groep opgericht: het Expertisecentrum Landbouw & Klimaat, afgekort ELK. Binnen het ELK werken wetenschappers uit alle onderzoeksgroepen van het ILVO samen aan interdisciplinaire klimaatoplossingen. ‘Om ideeën aan te dragen, zodat de landbouw zich op klimaatveranderingen kan voorbereiden’, geeft ILVO-onderzoeker Sarah Garré aan. In Vlaanderen komt volgens de Vlaamse Milieumaatschappij gemiddeld slechts 10 procent van het waterverbruik op het conto van de landbouw, waarbinnen veeteelt een van de grootverbruikers is. ‘Oplossingen benaderen we gebiedsgericht. De zandgronden van de Kempen of kleiige polders vragen andere invalshoeken.’ Daarbij wordt naast landbouw en natuur ook het bedrijfsleven betrokken. Zo kunnen landbouwers met de online tool WaterRadar, die VITO samen met ILVO ontwikkelde, op zoek gaan naar alternatieve waterbronnen in de buurt van hun percelen. ‘Bijvoorbeeld vanuit de industrie met hergebruik van gezuiverd afvalwater’, noemt Garré, waarbij ze opmerkt dat subsidie vanuit de overheid in deze samenwerking wel nodig is in de huidige context. ‘De waterprijzen zijn laag en daarmee is er ook minder aanleiding om samen proactief aan het waterverbruik te werken.’
Op innovatiecentrum De Marke in Hengelo ervaren ze al heel lang waterschaarste, geeft onderzoeker en kennisdeler Geert Stevens aan. ‘We zitten op droge zandgrond en waterwinbedrijf Vitens heeft hier een
waterwingebied, waardoor we al jaren boeren met een scheve waterbalans.’
Het vraagstuk water is op De Marke vooral zo groot, omdat water de beperkende schakel is in de opbrengsten van de gewassen, geeft Stevens aan. ‘Eerder was het zo dat je een piek met regen in het voorjaar had en ook in augustus, met in de zomer een flinke dip. We ervaren nu dat de dip in de zomer een stuk dieper is. Eigenlijk hebben we in een jaar twee grasseizoenen, in het voorjaar en in het najaar.’
De Marke zet in op het zoeken van een oplossing om klimaatbestendig ruwvoer te verbouwen. Dat kan op twee manieren, geeft de onderzoeker aan: met het aanpassen van het gewasplan en met werken aan het waterplan.
Mais efficiënt met water
Gewassen ‘weerbaar maken’ betekent voor De Marke dat naast gras en mais ook gras in combinatie met klaver en kruidenrijk grasland een vaste waarde is.
‘Gras doet het vooral in het voorjaar goed, klaver komt er wat later bij en bij droogte bewijst het kruidenrijke grasland zijn waarde. Bovendien is het gewas geschikt om te beweiden’, zo verklaart Stevens de keuze. ‘Dat levert een opbrengstverhoging van 10 procent op, ook in de wat drogere jaren. Dat zien we niet alleen in onze gewasopbrengsten op De Marke, maar dat is met meerdere onderzoeken ook wetenschappelijk bewezen.’
Ook andere gewassen passeren de revue. Zo blijkt wintergerst ook te passen in het streven om de hoeveelheid beschikbaar water goed te benutten en ondanks droge zomers toch over het jaar voldoende opbrengst te halen. Het voordeel van wintergerst is dat het in het najaar ingezaaid wordt. ‘Dan kan het profiteren van het vocht in de winter en het voorjaar. Voor de zomerdroogte is het gewas klaar om te oogsten.’ Stevens noemt hier nog een ander voordeel bij: ‘We kunnen op tijd het mengsel van gras, klaver en kruiden inzaaien en zelfs nog een snede hiervan in het najaar winnen of de koeien erop weiden. Dit zouden we na de oogst van mais niet redden.’
Over mais gesproken: dat blijft een vaste waarde bij de teelt van ruwvoer, geeft Stevens aan. ‘Mais gaat veel efficiënter om met water. Vergeleken met gras
Veredelen op wortelgroei en hybrides
In het kweekwerk voor toekomstbestendige voedergewassen buigen veredelaars zich al een jaar of tien over het watervraagstuk. ‘We merken dat beregenen meer of helemaal aan banden wordt gelegd’, geeft Thomas van Tetering van DLF aan. In Denemarken bouwde het kweekbedrijf een faciliteit met dieptecamera’s speciaal voor wortelonderzoek. ‘We zien verschillen tussen grasrassen, maar nog meer tussen grassoorten. Festulolium en
rietzwenkgras bijvoorbeeld hebben een beter infiltratievermogen en zijn beter droogtetolerant. Bij kruiden als cichorei en smalle weegbree zie je hetzelfde.’
Van Tetering geeft aan dat combinaties gemaakt worden met Engels raaigras om zo de opbrengst en de kwaliteit te combineren met de kwaliteit van andere grassoorten die water uit diepere lagen halen en stortbuien beter aankunnen. ‘Daarbij letten we niet alleen op
bewortelingsdiepte, maar ook op hittestress. Kropaar, kruiden en klaver bijvoorbeeld hebben hier minder last van.’ Van Tetering geeft aan dat de eerste en de tweede snede samen zo’n twee derde van de totale opbrengst omvatten. ‘Kruiden en klaver geven de kans om ook in de zomer nog opbrengst te halen. We zien met de ecoregeling en het GLB dat kruiden en klavers in de grasmat veel kunnen toevoegen.’
SmartDrip: mest en water direct bij de graswortels
Zou druppelirrigatie ook iets zijn voor de grasteelt? Met die gedachte gingen Kees de Groot en Erik Reefhuis, beiden werkzaam bij veevoerbedrijf GIJS, zo’n vijf jaar geleden aan de slag. En ze gingen in hun zoektocht nog een stap verder met fertigatie. Dat betekent niet alleen water, maar ook meststoffen toedienen. ‘In mais werd dat al gedaan, waarom zou het in gras ook niet kunnen?’, vroegen ze zich af. Na de droge jaren 2018, 2019 en 2020 was de behoefte er zeker. ‘We wilden mest en water toevoegen.’ Zo ontstond SmartDrip, waarbij via slangen zo’n 20 centimeter onder het maaiveld een vloeistof met 70 procent water en 30 procent mest, eventueel aangevuld met kunstmest, ervoor zorgt dat het de graswortels op
geen enkel moment in het seizoen aan iets ontbreekt. ‘Met dezelfde hoeveelheid stikstof halen we meer voer, een betere kwaliteit ruwvoer en minder emissie. Het is precisiebemesting waarbij geen bemester of regenhaspel meer het grasland op hoeft. Dat scheelt ook weer bodemverdichting’, zo somt De Groot de resultaten op van proeven die ze samen met Wageningen UR in de buurt van het Gelderse Laren aanlegden. Hun inzet in de maisteelt hebben ze overigens gestaakt. ‘De meerwaarde is heel beperkt, mais kan beter tegen hitte en droogte.’ De kosten voor het aanleggen van de SmartDrip zijn fors: ongeveer 22.000 euro per hectare. De meeropbrengsten schat De Groot op 1100 euro per hectare. ‘Dat bete-
heeft het de helft van de hoeveelheid water nodig per kilo droge stof. Mais blijft voor ons dus een belangrijk gewas.’
De beregeningsinstallatie, die dit jaar in april al in actie kwam, wordt na de langste dag verplaatst van het gras- naar het maisland. ‘Mais maakt in die periode meer kilo’s droge stof van dezelfde hoeveelheid water dan gras. Zo gaan we efficiënt om met water.’
De Marke heeft daarnaast ook proefvelden om uit te zoeken hoe de benutting van het beregeningswater kan worden verhoogd. ‘Wat geeft een betere benutting? Frequent een kleine hoeveelheid water of minder frequent een grotere hoeveelheid geven? En hoe reageren gras en mais daarop?’
Waterberging actueel
Van een beregeningsverbod is nog geen sprake, geeft Stevens aan. ‘Gelukkig niet, maar de druk op water neemt toe, zeker op droge zandgronden in waterwingebied. Het is een uitdaging voor de toekomst, daarom zoeken we naar een goede waterbalans. Door nu al zuinig te zijn met water hopen we beregeningsverboden voor te blijven.’
Naast onderzoek naar alternatieve gewassen noemt Stevens ook het thema waterbergen actueel. Het eerste wat bij de
Figuur 1 – Indicatieve trend van de jaarlijkse neerslag in Nederland (bron: KNMI/CLO)
kent een verbetering van de stikstofefficiëntie met 24 procent ten opzichte van een traditioneel bemest veld, 16 procent meer drogestofopbrengst, 22 procent meer eiwit, 19 procent meer kvem en 24 procent minder uitspoeling van nitraat. Daarbij zijn minder CO2-uitstoot, BEX-voordeel en effecten op de KringloopWijzer nog niet op geld gezet.’ Het systeem is praktijkrijp, aldus De Groot, die aangeeft dat er een nauwe samenwerking is met Netafim, die kennis over slangen en irrigatie inbrengt. ‘We willen proberen dit jaar 30 hectare grasland van SmartDrip te voorzien. Met inzet van praktijkproeven, bodemsensoren, satellieten en AI willen we het systeem verder ontwikkelen met het doel het zelfsturend te maken.’
onderzoeker opkomt bij dit thema, is verhoging van het gehalte organische stof. ‘Hoe hoger dat is, hoe meer waterbufferend vermogen. Dat weet natuurlijk iedere veehouder.’
In het streven de ‘waterbel’ onder de grond te voeden werkt
De Marke samen met het waterschap en andere grondeigenaren, ook buiten de landbouw. ‘We hebben hetzelfde doel: zorgen dat we genoeg water houden.’ In het gebied lopen experimenten met het bevloeien en irrigeren van water dat van buiten het gebied wordt aangevoerd voor aanvulling van het grondwater. ‘Onderzocht wordt welk effect dit heeft op de waterbalans, de gewasproductie en de mineralenbenutting’, licht Stevens toe.
Dichter bij huis wordt gekeken naar het opvangen van erfwater. ‘Het is misschien een druppel op een gloeiende plaat, maar alle kleine beetjes helpen.’ Ook het plaatsen van stuwen en het afdammen van sloten zijn opties. ‘Het Waterschap Rijn en IJssel noemt het “elke druppel de grond in”’, geeft Stevens als voorbeeld. ‘Waterschappen zijn volop in beweging om de sloten op peil te houden. Dat is ook boerenbelang. Ga het gesprek aan met het waterschap, maar ook met natuurorganisaties’, adviseert hij. ‘Hoe kun je de watervoorraad op peil houden of zelfs verhogen?’ l
Figuur 2 – Indicatieve trend van de jaarlijkse verdamping in Nederland (bron: KNMI)
‘Kwaliteit van de moeder bij charolais overtreft alles’
Op het bedrijf van Olivier en Victor Corbin in Normandië draait alles om autonome charolaiskoeien. Met driehonderd dieren, een doorgevoerde selectie en een sterke positie binnen de Franse fokkerij bouwen vader en zoon verder aan hun genetica en hun afzetmarkt.
TEKST JUSTINE POPPE
‘KEXTRA FOTO’S WWW.VEETEELTVLEES.NL
ijk!’ In de wei wijst Olivier Corbin naar een zogend kalf, kijkt ernaar en tikt op zijn horloge. ‘Vleesaanzet die me geen geld kost. Bij charolais overtreft de kwaliteit van de moeder alles,’ zegt hij. Het is warm in het Franse Cour-Maugis-sur-Huisne en samen met de dieren zoeken we de schaduw van de bomen op. Victor vult zijn vader aan: ‘Grote spenen en veel melk zijn nodig voor de zelfredzaamheid. Met hun sterke benen en karkassen, brede kop en muil brengen ze gras tot waarde als de beste. Hierdoor zijn we met onze 150 hectare grasland en 150 hectare akkerbouw niet afhankelijk van een veevoederfirma.’
Veestapel in tienvoud uitgebreid
Door die zelfredzaamheid is de charolais volgens de veehouders het meest voorkomende ras in Frankrijk. Al speelt ook de voorkeur van de Franse consument voor iets vetter vlees een rol, denkt de familie. De vleeskwaliteit is vergelijkbaar
met die van het limousinras. Ook Olivier (53) koos in 1990, het jaar van zijn bedrijfsovername, resoluut voor het ras.
‘Toen wisselde ik een dertigtal blonde d’Aquitainedieren in voor dertig charolais’, zegt hij. ‘Vooral vanwege de zelfredzaamheid en het rustige karakter.’ Later breidde hij zijn veestapel tienvoudig uit tot 300 dieren, met jaarlijks 150 kalvingen, dankzij het aanhouden van vrouwelijk vee. Het bedrijf runt hij samen met zijn zonen Victor (25), die een deel van het bedrijf heeft overgenomen, en Martin (23), die meewerkt op het erf. Oliviers vrouw Valerie (52) werkt buitenshuis als verpleegkundige.
‘Jaarlijks verkopen we twintig mannelijke stieren voor de fokkerij en een vijftigtal voor de vleesproductie’, zegt Victor. ‘De rest zijn vrouwelijke dieren voor de vernieuwing van de veestapel.’ De familie verkoopt zowel fokstieren van één als van twee jaar oud. Omdat bij dit extensieve ras weinig ki wordt toegepast, vindt er volop handel in fokstieren plaats
tussen Franse boeren. ‘Om onze fokkerijnaam kracht bij te zetten nemen we jaarlijks deel aan vier prijskampen’, zegt Victor. ‘Af en toe vallen we in de prijzen. Maar het belangrijkste is dat we onze type dieren kunnen laten zien. Dat andere veehouders weten waar we voor staan.’
Fokken en veehandel leeft in Frankrijk
Victor pakt er een dikke catalogus bij met op elke pagina een kaart van Frankrijk met een ander departement ingekleurd. Hij bladert naar Orne, waar alle Franse charolaisstierenfokkers zijn opgenomen, ook hijzelf. Naast de naam Corbin staan zijn telefoonnummer en verschillende scores. ‘De scores geven het genetische niveau van onze veestapel aan’, duidt hij. ‘Dat maakt potentiële kopers wegwijs. Is een potentiële koper geïnteresseerd, dan komt hij langs om naar de dieren te kijken.’
Ook zijzelf gebruiken de catalogus om jaarlijks een drietal stieren van collega-boeren te kopen. Vooral de grootte, het rastype, het karakter, de melkproductie en dus de groei van het kalf vinden ze belangrijke punten. ‘Van elke fokstier die verkocht wordt, wordt een DNA-staal genomen’, zegt Victor. Hij toont een uitslag waarop bovengenoemde eigenschappen met een score staan, waarvan 100 het gemiddelde is. Ook het A+-stempel valt op naast elk dier. ‘A+ betekent dat het dier uit oude stamboeklijnen komt’, zegt hij. Volgens Victor staat dat garant voor kwaliteit. ‘Voor een dier zonder stamboekvermelding betaal je gemiddeld drie- à vierduizend euro, met een stamboek loopt de prijs op tot vier- à zesduizend euro. Die meerprijs betaal je voor de zekerheid. Alle afstammings- en prestatiegegevens zijn bekend. Daarnaast verplicht het stamboek ons om bij de verkoop bloedstalen te nemen, zodat dierziekten kunnen worden uitgesloten.’
BEDRIJFSPROFIEL
eigenaren Olivier (53), Valerie (52), Victor (25) en Martin Corbin (23) aantal dieren 300 charolais met jaarlijks 150 kalvingen grondgebruik 150 ha grasland en 150 ha akkerbouw, waarvan 60 ha tarwe, 30 ha mais, 30 ha koolzaad en 30 ha gerst Cour-Maugus-sur-Huisne
De traditionele grote schuren, ook wel granges dîmières of tiendenschuren genoemd, zijn een algemeen beeld in deze regio
Olivier en zijn vrouw Valerie met zoon Victor Corbin, zoon Martin was niet aanwezig op het fotomoment
Voor slachtdieren wordt de prijs mede bepaald door de vleesclassificatie volgens het Seurop-systeem, van E (uitstekende bespiering) tot P (geringe bespiering). ‘Charolais is een dubbeldoelras en onze dieren neigen sterker naar het karkastype dan naar het vleestype’, vertelt Victor. Hij situeert zijn dieren rond de R-score. ‘Dat is hier het populairste type. Dankzij hun ruime karkas zijn ze sterk en kalven ze makkelijk.’
Kruisen met salers
De familie verkoopt niet alleen stieren aan charolaisfokkers.
‘In de regio Cantal, in Zuid-Centraal-Frankrijk, staat het dubbeldoelras salers vooral bekend om zijn vleesproductie’, weet Victor. ‘We verkochten al een paar charolaisstieren aan salersfokkers. Die kruisen bijvoorbeeld het beste deel van hun veestapel raszuiver en het overige deel met een charolaisstier.’
Dankzij de betere groei en vleesaanzet van charolais verhogen zij zo de marktwaarde van hun overtollige kalveren. Ook staan salerskoeien bekend om hun afkalfgemak en brede bekken. Hierdoor worden charolaiskalveren, ondanks hun grotere omvang, makkelijker geboren. ‘Het grove skelet van charolaiskalveren is een reden waarom het ras weinig wordt ingekruist bij holsteinkoeien’, zegt Victor. ‘Dat geeft problemen tijdens het afkalven.’
Over afkalven gesproken: van januari tot maart is het druk bij de familie Corbin. ‘Dan halen we alle charolais naar de stal om af te kalven’, zegt Victor. ‘Negentig procent van de koeien kalft zelf. Maar toch houden we graag een oogje in het zeil. Van de 150 kalvingen help ik jaarlijks gemiddeld bij 15 stuks.’ Victor loopt met ons de ‘geboortestal’ uit 2015 in. Die is netjes ingedeeld in vijf groepen, met telkens plaats voor maximaal 30 koeien.
‘Na maart grazen de moederdieren samen met hun kalf en één stier in dezelfde groep’, zegt Victor. ‘Wanneer de kalveren ouder zijn, verhuizen ze ’s winters naar een andere locatie om verder op te groeien.’
De familie heeft naast de geboortestal thuis nog twee loca-
ties voor drachtige koeien en de kalveropfok. ‘Op stal voeren we de dieren met gras- en maiskuil’, vertelt Victor. ‘We merken dat ze met de energierijke mais in de winter goed doorontwikkelen.’
Achttiende-eeuwse hoeve
Gelukkig is het nu niet hartje winter op het erf, maar hoogzomer. Op de tuintafel staat de fles appelcider klaar en omringd door imposante, driehonderd jaar oude schuren in tinten van geel tot zachtroze ademt het erf pure Franse charme. De traditionele grote schuren, ook wel granges dîmières of tiendenschuren genoemd, zijn een algemeen beeld in deze regio. ‘Er zit hier veel kalk in de grond’, duidt Victor de kleur. ‘Ze zijn gebouwd in de achttiende eeuw, een periode waarin rijke boerenfamilies met veel personeel werkten.’ Volgens bronnen werd er vroeger ‘de tiende’ in opgeslagen. Dat was een belasting in natura, doorgaans een tiende van de opbrengst, die boeren aan de kerk moesten afdragen. Vandaag doen de schuren dienst als opslagplaats en machineloods.
Olivier loopt met zijn koelbox richting de trekker. Naast vlees heeft de familie nog een stevige akkerbouwtak met 60 ha tarwe, 30 ha mais, 30 ha koolzaad en 30 ha gerst. ‘Onze regio heeft een zeer wisselende bodem’, weet Victor. ‘Op de 150 hectare kleigrond doen we aan akkerbouw. De heuvelachtige en stenige bodem gebruiken we als graasweides. Af en toe roteren we ook met grasland.’ Hij schat de grondprijs op 8.000 à 10.000 euro per hectare. De akkerbouwtak draaiende houden is vandaag de dag Victors belangrijkste bezigheid.
Welke plannen hij voor de toekomst heeft, is ook duidelijk. ‘Mijn vader kent de bloedlijnen van de stamboekdieren goed’, zegt hij. ‘Die kennis wil ik zelf verder uitbouwen.’ Ook wil hij volop inzetten op zijn fokkerijnetwerk. ‘Zo weet ik wat er leeft in de markt en kan ik de verkoop van onze stieren verder uitbouwen’, zegt hij. ‘Misschien leidt dat ooit ook tot afzet in België.’ l
Na maart grazen de moederdieren samen met hun kalf en één stier in dezelfde groep, die maximaal uit dertig dieren bestaat
Landelijke bvd-bestrijding
met jaar uitgesteld tot 2028
GEZONDHEID – Het Nederlandse bvd-bestrijdingsprogramma treedt niet op 1 januari 2027, maar op 1 januari 2028 in werking. Volgens staatssecretaris Silvio Erkens van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) blijkt uit sectoroverleg dat het eerder afgesproken tijdspad niet haalbaar is. De wettelijke verankering van de bvd-bestrijding betekent dat ook vleesveehouders mee gaan doen aan het bestrijden van bvd. De zuivelsector werkt al sinds 2018 aan de bvdbestrijding, waarbij al ruim 90 procent van de
Ruim 90 procent van de melkveebedrijven heeft inmiddels een bvd-vrij-status
Grasteelt groeit in Vlaanderen
GRAS – Het areaal kruidenrijk grasland en de percelen met grasklaver, gras en grasluzerne in Vlaanderen zijn dit jaar toegenomen met 6.500 hectare. Het areaal aan silomais daalde met 6.800 hectare ongeveer 7 procent. Dat schrijft het Vlaamse Agentschap Landbouw & Zeevisserij.
Het areaal voederbieten blijft met 4.623 hec-
tare nagenoeg gelijk aan dat van vorig jaar. In Vlaanderen wordt dit jaar 248.236 hectare gras geteeld, een toename van 7 procent. Het areaal grasklaver steeg ook met 7 procent naar 16.642 hectare. Opvallend groot is de stijging van het areaal vlinderbloemigen, zoals luzerne, met 24 procent naar 3177 hectare. De grootste verschuivingen zijn er te zien in
melkveebedrijven een bvd-vrij-status heeft.
Om de officiële EU-vrijstatus voor bvd te behalen moet 99,8 procent van de rundveebedrijven, die samen ten minste 99,9 procent van de rundveestapel vertegenwoordigen, vrij zijn van bvd. Daarnaast mag gedurende achttien maanden geen besmetting zijn vastgesteld, vaccinatie tegen bvd is niet toegestaan. Bij een succesvolle uitvoering van het bestrijdingsprogramma kan Nederland naar verwachting binnen drie tot vijf jaar na invoering de EU-vrijstatus behalen.
De kalversector heeft aangekondigd vanaf de start van het programma uitsluitend nog bvdvrije runderen aan te voeren.
de akkerbouwgewassen. Dit jaar is het aardappelareaal gedaald met 23 procent vanwege de slechte prijsontwikkelingen afgelopen jaar. Ook het aantal hectare suikerbieten daalde vanwege slechte prijzen met 13 procent. In plaats daarvan hebben akkerbouwers meer wintergerst (+30%), korrelmais (+19%) en winterkoolzaad (+65%) gezaaid.
Wereldwijde vleesproductie verviervoudigd, maar rundvlees niet
ECONOMIE – De wereldwijde productie van dierlijke voedingsmiddelen is in zestig jaar explosief gegroeid. De melkproductie nam sterk toe en de vleesproductie verviervoudigde zelfs tussen 1961 en 2022. Opvallend is echter dat die groei nauwelijks voor rekening komt van rundvlees. Dat blijkt uit een nieuw rapport van de voedsel- en landbouworganisatie van de Verenigde Naties, de FAO. De totale vleesproductie steeg van 71 miljoen ton in 1961 naar 361 miljoen ton in 2022. Volgens de FAO komt de groei van het aanbod van dierlijke producten vooral voort uit meer pluimveevlees, varkensvlees en eieren. Vooral in Azië nam de vleesproductie flink toe, gevolgd door Latijns-Amerika en Afrika. In Oceanië, Noord-Amerika en Europa nam de productie van vlees minder sterk toe. In 2022 was Azië met 155 miljoen ton de grootste vleesproducent ter wereld. Europa stond op plek twee met 64 miljoen ton, gevolgd door Latijns-Amerika met 59 miljoen ton. In Azië, vooral in het oosten van het continent, steeg de productie van rundvlees met
270 procent in zestig jaar tijd het hardst. In Europa, Amerika, Oceanië en Afrika nam de productie van rundvlees daarentegen tussen 1961 en 2022 gemiddeld genomen af. Toenames waren in deze continenten nog wel te zien in Centraal-Amerika (+52 procent), ZuidEuropa (+53 procent), Micronesië (+332 procent), Polynesië (+41 procent) en Noord-Afrika (+7 procent).
Ondanks de groeiende wereldbevolking en een toenemende vraag naar dierlijke eiwitten, is de hoeveelheid rundvlees die per persoon beschikbaar is, wereldwijd nauwelijks gestegen. Vooral de beschikbaarheid van pluimveevlees en varkensvlees per hoofd van de bevolking steeg flink. Er zijn volgens het rapport wel grote verschillen in de beschikbaarheid van dierlijke voedingsmiddelen per inwoner tussen regio’s. In Noord-Amerika is de beschikbaarheid per inwoner het hoogste ter wereld, terwijl veel landen in Afrika achterblijven.
Ook betaalbaarheid blijft een probleem, blijkt uit het rapport. In lage- en middeninkomens-
De hoeveelheid rundvlees die wereldwijd per persoon beschikbaar is, steeg de afgelopen zestig jaar nauwelijks
landen zijn dierlijke voedingsmiddelen in verhouding met het inkomen van consumenten duurder dan in hoge-inkomenslanden. Vooral in delen van Afrika ten zuiden van de Sahara en Zuid-Azië kunnen veel huishoudens zich deze producten niet regelmatig veroorloven.
naam Tjebbe Huybrechts leeftijd 38
opleiding master livestock production Hogeschool Gent, master bio-engineering KU Leuven, PhD-onderzoek KU Leuven huidige functies global director information solutions en (ad interim) global director genetics bij CRV, lid raad van bestuur Belgian Blue Group vorige functies (o.a.) global manager IT, global director data en global business development manager bij CRV
‘AI gaat het management van veebedrijven fundamenteel veranderen, maar nog niet morgen’
‘AI brengt revolutie, maar niet meteen morgen’
‘Kunstmatige intelligentie gaat het management van vleesveebedrijven fundamenteel veranderen’, voorspelt datadirecteur Tjebbe Huybrechts van CRV.
‘Maar AI zal morgen nog niet de aansturing van jouw bedrijf overnemen.’ Om krachtige AI-modellen te ontwikkelen zijn eerst meer data nodig.
TEKST WICHERT KOOPMAN
‘Hallo Chat, ik heb morgen een interview voor het vakblad VeeteeltVlees met Tjebbe Huybrechts van CRV. Het onderwerp is kunstmatige intelligentie (in het Engels artificial intelligence, afgekort als AI). Ik ben benieuwd waar CRV mee bezig is en hoe hij denkt over de kansen en bedreigingen van de toepassing van kunstmatige intelligentie. Kun je voor mij de belangrijkste vragen formuleren?’
ChatGPT: ‘Omdat het voor VeeteeltVlees is, zou ik de vragen zo formuleren dat ze zowel nieuwswaarde als praktische relevantie voor veehouders opleveren. Dus: wat doet CRV nu, wat verandert er straks en waar zitten de dilemma’s? Hier zijn vragen die daar goed op aansluiten:
CRV werkt al jarenlang met grote hoeveelheden data uit fokkerij en bedrijfsmanagement. Wat is er door de opkomst van kunstmatige intelligentie fundamenteel veranderd?’
‘CRV beschikt over een enorme set aan informatie over de genetica en prestaties van rundvee. We hebben bovendien de allerbeste data-engineers om deze te analyseren. Sinds vijf jaar maken we hierbij gebruik van kunstmatige intelligentie in de vorm van zelflerende modellen. Zo begrijpen we steeds beter hoe genetische aanleg en omgevingsfactoren, zoals management en voeding, op elkaar ingrijpen en de prestaties van dieren beïnvloeden. Bovendien kunnen
we de prestaties steeds beter voorspellen en afwijkingen signaleren. Een computermodel kan veel meer informatie verwerken dan het menselijk brein. Daardoor levert de toepassing van kunstmatige intelligentie inzichten op die we zonder deze techniek nooit zullen krijgen. Met deze inzichten kan CRV veehouders helpen om meer rendement te halen uit hun bedrijf.’
Waar zet CRV AI vandaag al concreet in en welke toepassingen zitten nog in de pijplijn?
‘Zelflerende modellen worden al ingezet bij de ontwikkeling van diensten en producten. Ook gebruiken we al AI binnen de organisatie, bijvoorbeeld om efficiënt routes te plannen. Daarnaast zijn we vergevorderd met de ontwikkeling van AI-modules die veehouders ondersteunen met managementadvies.’
‘Om de bruikbaarheid van AI-toepassingen te testen in de praktijk heeft CRV het AI-lab opgezet. Dit is een groep melkveehouders die fungeert als klankbord voor onze dataengineers. Zo zorgen we ervoor dat AI-toepassingen voor veehouders ook echt toegevoegde waarde leveren. Daarbij fungeert het AI-lab als een snelkookpan voor innovatie. We verwachten dan ook in de tweede helft van dit jaar de eerste modules op basis van AI in de praktijk te kunnen introduceren.’
Veel AI-ontwikkelingen ontstaan in de melkveehouderij. Hoe zorg je dat vleesveehouders niet achterblijven? ‘Vleesveehouders kunnen zeker meeliften
Verantwoording
De vragen voor dit interview zijn bij wijze van experiment opgesteld met behulp van het AI-model ChatGPT. Alle tekst die met ChapGPT is gegenereerd is vetgedrukt weergegeven. Het interview met Huybrechts en de formulering van zijn antwoorden zijn wel uitgevoerd door een redacteur van vlees en bloed.
op de ontwikkeling van AI-modellen voor de melkveehouderij. Maar de meerwaarde van kunstmatige intelligentie staat of valt met de beschikbaarheid van data. Voor het Belgisch-witblauwras heeft CRV ten behoeve van de fokwaardeschatting de beschikking over slachthuisdata, zoals data van karkasgewichten en classificatie. We hebben bovendien genoomdata en exterieurdata uit de bedrijfsinspectie. Dat is een begin.’
‘Maar om krachtige AI-modellen te ontwikkelen zijn er nog veel meer data nodig. CRV is hiervoor onder andere in gesprek met de vleeskalversector. In de varkens- en de pluimveehouderij worden analyses van camerabeelden gebruikt om groeicurves te berekenen. Op basis van deze data zijn AImodellen ontwikkeld die veehouders helpen om hun bedrijfsvoering te optimaliseren. Deze techniek zou ook kunnen worden toegepast in de vleesveehouderij. En als CRV deze data kan koppelen aan genetica, ontstaan ook voor vleesveehouders heel interessante toepassingen van kunstmatige intelligentie.’
Waar ziet u de grootste bedreiging van AI voor de rundveehouderij?
‘Als we er verstandig mee omgaan, zie ik AI niet als een bedreiging voor de rundveehouderij, maar als een uitdagende kans. Wel dreigen er kansen te blijven liggen, omdat bedrijven elkaar beconcurreren in plaats van samen te werken. Alle grote partijen in de veehouderij werken aan het integreren van AI in hun producten en dien-
‘Ik raad iedereen aan om zich te oriënteren op AI. Zo krijg je inzicht in de mogelijkheden en de valkuilen’
sten. Maar vooralsnog doet ieder dit voor zich. De ontwikkeling van AI-modellen kost veel geld en zou meer rendement opleveren als zou worden samengewerkt. CRV beschikt over unieke genoomdata, die bijvoorbeeld van grote toegevoegde waarde kunnen zijn bij het analyseren van sensordata. Veehouders zouden erbij gebaat zijn als toeleveranciers van onze expertise meer gebruik zouden maken.’
CRV heeft toegang tot veel data. Hoe kijkt u naar eigenaarschap: van wie zijn die data uiteindelijk en wie bepaalt wat ermee gebeurt?
‘CRV heeft zich altijd hard gemaakt voor duidelijke afspraken over het eigenaarschap en het gebruiksrecht van data. Met de opkomst van kunstmatige intelligentie is het alleen maar belangrijker geworden dat zeggenschap over de toegang tot data goed is geregeld. Naarmate meer data beschikbaar zijn, neemt voor softwareontwikkelaars de meerwaarde van extra data snel af. Het is dan ook een illusie om te denken dat commerciële partijen veehouders voor data zullen gaan betalen. Toegang geven tot bedrijfsdata kan veehouders wel helpen om betere beslissingen te nemen. Daarin zit de meerwaarde van data delen.’
Welke ontwikkeling rond AI in de veehouderij wordt volgens u overschat en welke juist onderschat?
‘AI is een buzzword. Er wordt veel over gesproken en nog meer van verwacht. De techniek zal vleesveehouders zeker gaan helpen om betere beslissingen te nemen en uiteindelijk de sector radicaal te veranderen. Maar AI zal morgen echt nog niet het management van jouw bedrijf overnemen. Het zal met de toepassing van AI net zo gaan als met ki. Deze techniek werd zo’n negentig jaar geleden geïntroduceerd om dekinfecties te voorkomen. In het begin werd er heel kritisch naar gekeken en was echt nog niet iedereen overtuigd van de voordelen. Maar ki heeft uiteindelijk de rundveefokkerij fundamenteel veranderd, omdat de techniek het mogelijk maakte om veel meer nakomelingen te verwekken van de beste stieren en zo een veel snellere genetische vooruitgang te realiseren. Zo zal het ook gaan met AI. We gaan ongetwijfeld nog toepassingen ontdekken die het management van veebedrijven fundamenteel gaat veranderen.’
Als een veehouder dit interview leest en denkt: ik wil voorbereid zijn op AI, welke stap zou u hem of haar vandaag adviseren?
‘Ik raad iedereen aan om zich nu al te oriënteren op kunstmatige intelligentie, bijvoorbeeld door eens te zoeken naar antwoord op een vraag met behulp van een taalmodel zoals ChatGPT. Door te experimenteren krijg je inzicht in de mogelijkheden van AI, maar ook in de valkuilen. Want AI is niet foutloos. Antwoorden moet je altijd kritisch beoordelen. Een taalmodel verzamelt bijvoorbeeld razendsnel informatie uit publicaties op het internet. Maar het blijft belangrijk om te checken of deze informatie op betrouwbare bronnen is gebaseerd.’
‘Voorspellende AI-modelellen, waar CRV nu aan werkt, zullen soms met adviezen komen die in eerste instantie tegen het boerenverstand in lijken te gaan. Het zal tijd kosten om deze modellen op waarde te leren schatten en vertrouwen te krijgen in de uitkomsten. Vergelijk het maar met de introductie van genoomfokwaarden. Die sloten in eerste instantie ook niet altijd aan bij het “buikgevoel” van veehouders. Daarom duurde het even voordat genoomselectie breed werd omarmd.’
‘De kwaliteit van AI-adviezen is sterk afhankelijk van de kwaliteit van de data die in het model worden gestopt. Veehouders kunnen zich nu al voorbereiden op AI-toepassingen door ervoor te zorgen dat managementdata betrouwbaar en zo volledig mogelijk worden vastgelegd. Daarnaast vraagt de toepassing van AI om bewuste keuzes als het gaat om het delen van data. Met wie deel je welke data, met welk doel, en wat levert dit op?
Ten slotte nodigt CRV veehouders uit om actief mee te denken, bijvoorbeeld in ons AI-lab. Zo wordt de toepassing van AI niet iets wat over de sector heen komt, maar een ontwikkeling die we als sector zelf in de praktijk vormgeven.’
Bonusvraag voor een sterk slot:
Stel dat we dit gesprek opnieuw voeren in 2035: wat doen rundveehouders dan nog zelf waarvan we nu denken dat AI het gaat overnemen? Die laatste vraag levert vaak mooie, minder voorspelbare citaten op.
‘Ik durf hier echt geen uitspraken over te doen. In potentie zal AI binnen tien jaar veel managementtaken van veehouders kunnen overnemen. Maar in hoeverre veehouders de toepassing van AI zullen omarmen, zal sterk afhangen van de omstandigheden. Zo is het in het verleden altijd gegaan met grensverleggende vernieuwingen. Als de economie veehouders dwingt om meer rendement uit de veestapel te halen, als wet- en regelgeving verder wordt aangescherpt of als afnemers hogere eisen gaan stellen aan de onderbouwing van duurzaamheidsclaims, kan de toepassing van AI zomaar in een stroomversnelling raken. l
Nieuw: hoofdsectie zichtbaar in CRV bedrijf
Sinds kort vermeldt CRV op registratiekaarten en bij ‘detail dier’ in CRV Bedrijf of een dier geregistreerd is in de hoofdsectie van het stamboek. Registratie in de hoofdsectie is een bewijs van raszuiverheid volgens de Europese fokkerijverordening. Voor dieren van een van de 21 rassen waarvoor CRV een o ciële stamboekerkenning heeft van de overheid, kan dit van belang zijn als het dier wordt aangeboden voor export. Sommige landen eisen dan namelijk een bewijs van raszuiverheid (zoötechnisch certificaat).
Vlaamse houders van zeldzame runderrassen hebben een bewijs van raszuiverheid nodig om subsidie te kunnen aanvragen.
Voor Nederlandse veehouders geldt deze eis (nog) niet.
Dieren worden in de hoofdsectie geregistreerd als zeven van de acht bloeddelen van hetzelfde ras zijn. Bovendien moeten alle voorouders tot twee generaties terug in de hoofdsectie van het stamboek geregi-
streerd staan. Upgraden is eventueel mogelijk, maar alleen via de vrouwelijke lijn. Bij alle dieren die niet aan de eisen voldoen, staat achter ‘hoofdsectie’ een streepje.
Nieuwe stalnamen Een hart voor fokveedagen
Onderstaande aanvragen voor stalnamen zijn in het tweede kwartaal van 2026 ingediend bij CRV Stamboek. Als na veertien dagen geen bezwaren zijn ingediend, krijgen deze de o ciële status.
Tabel 1 – Aangevraagde stalnamen in tweede kwartaal 2026
stalnaam naam woonplaats
Schelenberg Jansen Vastgoed en Agri Welsum
V.d. Ganzepoel E. F. C. J. de Gouw Hoedekenskerke
V.d. Braeck A. van Millingen Harskamp Zuivelhoeve J. Maljaars Aagtekerke ND mts. Nijhof Schuinesloot
Van ’t Ensink Ensink Agro bv Enschede
CRV draagt prijskampen een warm hart toe. Daarom ondersteunt Coöperatie CRV de Federatie Vleesveestamboeken Nederland met een financiële bijdrage voor het organiseren van keuringen.
Het prijskampseizoen is weer geopend
Lie ebbers van prijskampen kunnen weer hun hart ophalen. Voor de komende weken staan meerdere evenementen in de agenda. Zo wordt op dinsdag 21 juli tijdens de jaarmarkt in Bogaarden een Belgisch-witblauwkeuring georganiseerd. De jaarmarkt vindt weer plaats in de Molenstraat in Bogaarden en de prijskamp start vanaf 10.00 uur. Een dag later, op woensdag 22 juli, staat de Belgisch-witblauwprijskamp voor de regio Oosterkempen gepland. Deze wordt weer georganiseerd op de terreinen van Agri-Z
in Retie. De prijskamp start om 12.30 uur. Op de landbouwbeurs van Libramont staat op 24 juli een keuring van blonde d’Aquitaine-dieren in de agenda. Een dag later is er de nationale keuring voor het Belgisch-witblauwras.
Op zaterdag 1 augustus organiseren Hedwig en Jelle Redant opnieuw de Grote Prijs Keukens Redant, een nationale prijskamp voor Belgisch-witblauwstamboekdieren. De prijskamp start vanaf 10.00 uur en vindt plaats aan de Joseph Cardijnstraat 46 in Erpe-Mere.
Daarnaast kunnen organisaties gebruikmaken van de service voor het aanleveren van de (stamboekerkende) diergegevens ingedeeld in rubrieken voor de catalogus.
Ook in Vlaanderen ondersteunt Coöperatie CRV prijskamporganisaties met een financiële bijdrage en het aanleveren van diergegevens. Organisaties die gebruik willen maken van ondersteuning van CRV, kunnen contact opnemen met: fokveedagen-nl@crv4all.com (Nl.) of prijskampen.be@crv4all.com (Vl.)
Zondag 9 augustus vindt in Beveren-Waas de fokveedag van het Waasland plaats. Op het programma staat ook een prijskamp voor Belgisch witblauw. Inschrijven voor deze prijskamp kan nog tot 21 juli bij Glenn Verhelst, glenn_verhelst@hotmail.com, 0489-37 32 23
Op maandag 17 augustus organiseren het veeprijskampcomité en de gemeente Zandhoven opnieuw de veeprijskamp Pulderbos voor Belgisch witblauw. Dieren kunnen tot uiterlijk 24 juli aangemeld worden via vrijetijd@zandhoven.be
‘De SIA-prijskamp is onze grote ambitie’
Met de stier Rameau behaalde Delcourt de Prix de la Fédération, de onderscheiding die overeenkomt met een tweede plaats in de nationale finale van de Franse charolaisprijskampen
De Franse veehouder Pascal Delcourt combineert akkerbouw met een charolaisbedrijf dat jaarlijks ongeveer 90 afkalvingen telt. Elk jaar verkoopt hij een twintigtal fokstieren en neemt hij deel aan verschillende prijskampen. Zijn grote ambitie? Ooit met een van zijn dieren deelnemen aan de prestigieuze prijskamp van het Salon International de l’Agriculture (SIA) in Parijs.
TEKST JUSTINE POPPE
‘Dat is momenteel de grootste trots van ons bedrijf.’ Pascal Delcourt (60) toont de ereplaat die hij in november 2024 behaalde tijdens de superfinale van de nationale charolaisprijskamp in Moulin. ‘Beschouw deze wedstrijd als de meest begeerde van de Franse charolaisfokkerij’, zegt de veehouder, die in Potigny een gemengd akkerbouw- en vleesveebedrijf runt met ongeveer 200 dieren, vier dekstieren en 90 afkalvingen per jaar. Met de stier Rameau, toen vier jaar oud en goed voor 1.600 kilogram levend gewicht, behaalde hij de Prix de la Fédération, de onderscheiding die overeenkomt met een tweede plaats in de nationale finale van de Franse charolaisprijskampen. Hij deed dat samen met zijn zonen Alexandre (18) en Mathieu (21). Alexandre staat naast
zijn vader met een stapel prijsplaten in de hand. Ook de spanten van de loods waarin het interview plaatsvindt in aanwezigheid van Flavie Bouvet, adviseur bij het HerdBook Charolais, hangen vol met onderscheidingen.
Bekendste vleesras van Frankrijk
Toen Pascal Delcourt het familiebedrijf in 1986 overnam, had hij waarschijnlijk niet gedacht dat hij ooit zulke resultaten zou behalen. ‘We hadden toen een twintigtal melkkoeien’, vertelt hij. ‘Maar melken vond ik te arbeidsintensief, zeker als je alleen werkt.’ Daarnaast had hij altijd al een voorkeur voor het charolaisras. ‘Het vraagt relatief weinig arbeid, omdat het geselecteerd is voor extensieve begrazing. Daardoor benutten de dieren het voer zeer efficiënt en groeien ze uitstekend op gras.’
BEDRIJFSPROFIEL
eigenaar Pascal Delcourt (65) aantal dieren 90 kalvingen per jaar grondgebruik 280 ha, waarvan 75 ha tarwe, 15 ha mais, 22 ha zonnebloemen, 105 ha grasland, 35 ha koolzaad, 22 ha vlas en 5 ha rode klaver
Volgens Delcourt is dat het resultaat van een fokkerij die vooral heeft ingezet op een goede lichaamsbouw en functionaliteit, eerder dan op extreme vleesproductie. Dat de charolais het belangrijkste vleesras van Frankrijk is, bevestigt Flavie Bouvet. Volgens het Herd-Book telt Frankrijk ongeveer 1,2 miljoen raszuivere of gekruiste charolaiskoeien. Dat komt neer op ongeveer een op de vijf vleesrunderen. Ongeveer 1.500 fokkers zijn aangesloten bij het Herd-Book.‘Dat zijn alleen de geregistreerde fokbedrijven’, verduidelijkt ze. ‘In werkelijkheid houden ongeveer 27.000 bedrijven charolaisrunderen.’ Bouvet toont vervolgens een kaart van Frankrijk en wijst naar het departement Saône-et-Loire. ‘Die streek bestaat uit glooiende graslanden op relatief arme bodems, die bijzonder geschikt zijn voor grasgroei’, legt ze uit. Het ras ontstond in de streek Charolais, rond de stad Charolles in Bourgogne-Franche-Comté. Het charolaisvlees uit die regio geniet zelfs een Europese oorsprongsbescherming, wat een belangrijke troef is voor de vermarkting. Voor Pascal Delcourt geldt dat niet. ‘Hier in Calvados zitten we in een echte akkerbouwregio met zeer vruchtbare kleigronden’, vertelt hij. Naast zijn veestapel bewerkt hij 280 hectare landbouwgrond: 75 hectare tarwe, 15 hectare mais, 22 hectare zonnebloemen, 105 hectare grasland, 35 hectare koolzaad, 22 hec-
tare vlas en 5 hectare rode klaver. ‘Zelfs de oogst doe ik volledig zelf’, zegt hij, terwijl hij naar zijn moderne maaidorser wijst. ‘Alleen de gewasbeschermingswerkzaamheden besteed ik uit.’
Steeds meer Belgische landbouwers
Pascal Delcourt schat de prijs van landbouwgrond in zijn regio op 7.000 tot 8.000 euro per hectare. ‘Er zitten hier een paar Belgische landbouwers’, merkt hij op, verwijzend naar de milieuproblematiek waarmee de Vlaamse landbouw kampt. ‘Voor de opbrengst van één hectare grond in Vlaanderen kopen ze hier bijna tien hectare.’
Even later rijden we naar de weilanden waar de fokstier Rameau loopt. Ook Flavie Bouvet gaat mee. ‘Kijk eens’, zegt ze, terwijl ze naar een kalf wijst. ‘Dat dier heeft veel potentieel. Het beschikt over een sterke bespiering, een diepe romp, krachtige benen, een grote kop en een brede snuit. Daardoor kan het veel gras opnemen. Het bezit alle kenmerken om ruwvoer optimaal te benutten.’ Tijdens de afmestfase realiseren charolaisrunderen een gemiddelde dagelijkse groei van ongeveer 2,2 kilogram. Het gemiddelde karkasgewicht bedraagt 465 kilogram voor een koe van 6,5 jaar, 395 kilogram voor een vaars van 29,4 maanden en 449 kilogram voor een stier van 18,1 maanden.
Links: de dieren grazen vooral extensief, alleen in de winter gaan ze op stal
Rechts:
Potigny
Pascal Delcourt en zoon Alexandre
Delcourts veestapel sluit het dichtst aan bij het gemengde charolaistype, waarbij de nadruk ligt op een harmonieuze en sterke lichaamsbouw
Voor Pascal Delcourt draait alles om het zo goed mogelijk behouden en verbeteren van het rastype. Zijn veestapel sluit het dichtst aan bij het gemengde charolaistype, waarbij de nadruk ligt op een harmonieuze, sterke en goed ontwikkelde lichaamsbouw in plaats van op een extreme bespiering. ‘Elk jaar houden we een twintigtal vaarzen aan voor de fokkerij. Daarbij kijken we naar groei, rastype en kwaliteiten van de moeder’, vertelt hij. ‘De selectie van de vrouwelijke dieren gebeurt volledig op het oog.’
Jaarlijks twintig fokstieren verkopen
Het feit dat Delcourt fokstieren produceert, speelt daarbij een belangrijke rol. ‘Jaarlijks verkopen we een twintigtal fokstieren aan collega-veehouders’, zegt hij. ‘Al die dieren worden genetisch getest, zodat kopers een goed beeld krijgen van hun fokwaarde.’ Hij toont de resultaten van zo’n DNA-test. Kenmerken zoals afkalfgemak, groei, melkproductie en karkasontwikkeling worden weergegeven in indexcijfers, waarbij 100 het gemiddelde is.
In Frankrijk worden veel fokstieren nog altijd rechtstreeks tussen veehouders verhandeld. Ook Delcourt koopt zijn dekstieren bij collega’s, die volgens dezelfde fokdoelstellingen werken. Kunstmatige inseminatie wordt wel toegepast, maar blijft beperkt, omdat de meeste bedrijven extensief werken. ‘Afhankelijk van de beschikbare bloedlijnen kopen we doorgaans niet meer dan een vijftiental rietjes sperma per jaar’, legt hij uit. De koeien worden tussen december en april geïnsemineerd, wanneer de ongeveer 200 runderen op stal staan. De rest van het jaar verblijven ze permanent in de wei. ‘De afkalvingen vinden in de winter plaats’, vertelt Delcourt. Daarvoor zet hij zijn vier dekstieren op het juiste moment bij de ongeveer negentig moederdieren. ‘De koeien kalven vrijwel volledig zelfstandig. Wij beperken ons vooral tot toezicht.’ Op stal krijgen de dieren dagelijks een rantsoen van 10 kilogram graskuil, 12 kilogram maiskuil, 2 kilogram stro en 2 kilogram hooi.‘Met dat energierijke rantsoen bouwen ze voldoende reserves op voor een lang weideseizoen en produceren de koeien ook voldoende melk voor hun kalveren’, legt hij uit.
Terug op het bedrijf valt op hoe dicht de stallen tegen het dorp aan liggen. ‘Met slechts drie hectare rond de bedrijfsge-
bouwen zitten we hier wat krap’, geeft Pascal Delcourt toe. Daar kan in de toekomst verandering in komen. Alexandre en Mathieu ronden binnenkort hun landbouwopleiding af en willen mee in het familiebedrijf stappen. ‘Misschien zoeken we ooit een tweede of zelfs derde locatie om ons vee onder te brengen’, zegt hij. ‘Maar daarover is nog niets beslist. De toekomst zal uitwijzen wat mogelijk is.’ Voorlopig besteden beide zonen al hun vrije tijd aan de dieren. Elk jaar neemt de familie deel aan vier à vijf prijskampen. Het doel is hun genetica aan andere fokkers te tonen en de verkoop van fokstieren verder te stimuleren. ‘De verste prijskamp ligt meer dan 500 kilometer hiervandaan’, vertelt Delcourt. ‘Elke verplaatsing is een avontuur met de hele familie.’
Dromen van Parijs
Wat hun grootste ambitie is? ‘Deelnemen aan het Salon International de l’Agriculture in Parijs’, antwoordt Alexandre zonder aarzelen. ‘Voor de charolaisrubriek worden in heel Frankrijk slechts een veertigtal dieren geselecteerd. De selectie is dus bijzonder streng.’ Zijn vader besluit vastberaden: ‘Ooit staan we daar. Daar werken we elke dag voor.’ l
Meer charolaisbeelden?
Meer beelden van de charolais bij de familie Delcourt staan op de website van VeeteeltVlees.
Foto en film op veeteeltvlees.nl
Hoge prijzen rundvlees, vraaguitval dreigt
ECONOMIE – Door een dalende rundvleesproductie blijven de prijzen voor rundvlees nog hoog. Als gevolg van een haperende wereldeconomie door de gevolgen van de oorlog met Iran dreigt op langere termijn vraaguitval, met een daling van de prijzen tot gevolg. Ondertussen neemt de export van rundvlees uit Europa af en de import toe. Dit schrijven marktanalisten van RaboReseach in een update van de rundvleesmarkt. De Europese rundveestapel is in 2025 verder gekrompen. Zo daalde het aantal zoogkoeien met 0,9 procent en de omvang van de melkveestapel met 0,7 procent. Deze kleinere veestapel zal het aanbod van rundvlees blijven beperken. Zo daalde de rundvleesproductie tot en met februari van dit jaar met 4 procent. De scherpste daling deed zich voor in Ierland (–14% ten opzichte van vorig jaar), gevolgd door kleinere dalingen in Frankrijk (–2%), Duitsland (–4%), het Verenigd Koninkrijk (–1%), Italië (–2%) en Polen (–8%). In Nederland en Spanje steeg de rundvleesproductie met 3 procent door een hogere slacht van koeien, vaarzen en kalveren in Nederland en een toename van de slacht van stieren in Spanje. Hoewel het aanbod krap blijft, stimuleert de dalende melkprijs de slacht van koeien. RaboResearch voorspelt voor 2026 een daling van een procent in de rundvleesproductie in de 27 EU-landen en het Verenigd Koninkrijk.
Terwijl de export van rundvlees vanuit de EU
daalde, steeg de import van rundvlees in 2025. Rabobank voorziet voor de korte termijn nog geen sterke stijging van de import als gevolg van de handelsafspraken met Australië en de Mercosur-overeenkomst, die op 1 mei in werking is getreden. Maar op de langere termijn zal Europa meer en meer een importmarkt voor rundvlees worden.
De rundvleesprijzen blijven hoog, maar begonnen in het tweede kwartaal van dit jaar af te vlakken. Dit wijst volgens RaboResearch op
weerstand uit de markt. Ook producenten van rundvlees krijgen langzaam maar zeker last van de gevolgen van de oorlog met Iran. Hogere prijzen voor energie en veevoer maken de productie van rundvlees duurder. Op korte termijn zijn de effecten volgens RaboResearch nog niet heel groot. Maar als de inflatie blijft stijgen, de economische groei blijft stagneren en huishoudens minder te besteden hebben, zullen de vraag naar rundvlees en de rundvleesprijzen dalen.
Nederland gaat voor 2,6 gve per hectare
STIKSTOF – Met onder meer zones rondom Natura 2000-gebieden, de invoering van een grondge-bondenheidsnorm in de melkveehouderij en bedrijfsspecifieke emissienormen wil het kabinet in Nederland de stikstofuitstoot van de landbouw structureel terugdringen. Dat blijkt uit de stikstofplannen van landbouwminister Jaimi van Essen.
Voor melkveehouders geldt vanaf 2035 een grondgebondenheidsnorm van maximaal 2,6 grootvee-eenheden (gve) per hectare. Om aan die norm te voldoen, kunnen melkveehouders samenwerken met akkerbouwers binnen een straal van 25 kilometer. Daarnaast moeten veehouders op zand- en lössgronden minimaal 85 procent van hun areaal invullen met grasland of rustgewassen. Het kabinet wil bovendien afscheid nemen van de huidige stikstofdoelen, die zijn gebaseerd op de kritische depositiewaarde. In plaats daarvan komen wettelijke emissiedoelen per sector. Uiterlijk eind 2027 moet een
juridisch houdbare en wetenschappelijk onderbouwde rekenkundige ondergrens worden ingevoerd.
Vanaf 2035 wil het kabinet sturen op afrekenbare emissienormen op bedrijfsniveau. Voor de melkveehouderij wordt daarbij gedacht aan een norm van 0,164 kilogram ammoniak per fosfaatrecht en een maximale uitstoot van 92 kilogram CO₂-equivalenten uit stallen en mestopslag per fosfaatrecht. ‘De boer zit daarbij zelf aan het stuur. De ondernemer kiest wat bij zijn of haar bedrijf past’, aldus Van Essen.
Voor de uitvoering van de stikstofaanpak trekt het kabinet 20 miljard euro uit. Daarvan is 9 miljard euro gereserveerd voor de aanpak van gebieden rond Natura 2000-gebieden. ‘Het geld en de maatregelen zetten we in waar die het meeste effect hebben, rond kwetsbare natuur. In deze zones helpen we boeren toe te werken naar een extensievere bedrijfsvoering’, geeft Van Essen aan.
Naar verwachting wordt rond circa 85 stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden een zone ingesteld van 500 meter vanaf de gebiedsgrens. Voor vijftien gebieden met een hoge stikstofoverbelasting wordt gekozen voor een zone van 1000 meter.
Veehouders binnen deze zones kunnen kiezen voor aanpassing van hun bedrijfsvoering, verplaatsing of vrijwillige bedrijfsbeëindiging.
Het kabinet kiest nadrukkelijk niet voor gedwongen onteigening, zegt Van Essen. ‘Door rondom een selectie Natura 2000-gebieden te kiezen voor een extensievere landbouw, blijft er in de rest van Nederland meer perspectief voor hoogproductieve landbouw.’
Rond de Veluwe wordt daarnaast ook een emissiereductie van 65 tot 69 procent buiten de zones afgesproken.
Het kabinet reserveert 170 miljoen euro voor vestigingssteun aan jonge boeren. Daarmee wil het de bedrijfsopvolging en de toekomst van de agrarische sector ondersteunen.
Op de langere termijn zal Europa meer en meer een importmarkt voor rundvlees worden
Drukt El Niño stempel op de prijzen?
– De huidige voederwaardeprijzen zijn berekend door Wageningen Universiteit (WUR) op 9 juni 2026. De waarde van 1000 vem (kvem-prijs) stijgt iets naar 20,8 eurocent, de waarde van eiwit daalt echter naar 89,9 eurocent per kg dve.
– In de onderstaande tabel met de voederwaardeprijzen staan verschillende producten opgesomd met bijhorende voederwaarde. De voederwaarde van het product wordt berekend aan de hand van de cijfers die WUR publiceert. Er wordt daarbij een vergelijking gemaakt tussen de marktwaarde en de voederwaarde. Belangrijk om te weten is dat men enkel producten mag vergelijken die vergelijkbaar zijn, Bij een voederwaardeprijs onder de 100 is het voedermiddel prijstechnisch interessant. Evalueer ook eerst welke producten in het rantsoen passen en kies binnen deze producten de goedkoopste optie.
– De eiwitprijzen zijn stabiel gebleven. Er is weinig speciaals te melden met betrekking tot soja. De beschikbaarheid zal wat krap blijven. Het geschat areaal sojabonen is echter naar boven bijgesteld en de weersverwachtingen zijn de afgelopen weken goed geweest. Men verwacht nu droger weer, de vraag is of dit direct gevolgen heeft voor de prijs. De raapprijzen zijn weer gedaald na een eerdere opleving. De vraag stijgt wel, onder andere door de krapte bij de soja.
– De graanprijzen zijn wat gedaald. We komen nu wel echt in een weermarkt. Zo is de Europese tarwe- en maisopbrengst wat naar beneden bijgesteld wegens de warmte en de droogte. Wanneer de hitte en droogte langer aanhouden, is de kans groot dat dit de prijs behoorlijk gaat beïnvloeden.
– De vulmiddelen zijn over het algemeen relatief aan de prijs. Men verwacht echter dat deze prijzen wat zouden moeten kunnen dalen. De olieprijs is gedaald, dus de transportkosten zouden ook lager moeten kunnen zijn. De sojahullen zijn zeer goed qua aanbod en hierdoor verwacht men dat de prijs naar beneden zou moeten kunnen.
– Bijproducten zijn gelijkgebleven in prijs. De prijs van de bietenperspulp is naar beneden bijgesteld.
VOEDERWAARDEPRIJZEN
(bron: Liba)
juli 2026
ENERGIE- EN EIWITPRIJZEN VOER
in eurocenten, excl. btw (bron: Wageningen Livestock Research)
Voederwaardeprijzen geven de verhouding weer van de voederwaarde van mengvoer, grondstoffen en bijproducten in relatie tot de marktprijs. Bij een voederwaardeprijs onder de 100 procent is het voedermiddel prijstechnisch interessant.
24 juli Nationale keuring blonde d’Aquitaine, Libramont
25 juli Nationale keuring Belgisch witblauw, Libramont
1 augustus Grote Prijs Keukens Redant (Belgisch witblauw), Erpe-Mere
8 augustus Vleesveekeuring, Enter
9 augustus Witblauwkeuring, Beveren
VEILINGEN
1 september Veiling blonde d’Aquitaine VVF, Casteljaloux (Frankrijk)
VOORUITBLIK
26 september BAC-fokstierenveiling, Laren
1 oktober Veiling blonde d’Aquitaine, Doux (Frankrijk)
12 november Veiling blonde d’Aquitaine, Casteljaloux (Frankrijk)
18-19 november Veiling limousin, Boisseuil (Frankrijk)
22 december Veiling blonde d’Aquitaine, Casteljaloux (Frankrijk)
BEURZEN, STUDIEVERGADERINGEN, DEMODAGEN
24-27 juli Landbouwbeurs, Libramont
6-8 oktober Sommet de l’Elevage, Clermont-Ferrand (Frankrijk)
5-6 november Open dagen BBG, Ciney
Raadpleeg de website veeteeltvlees.be of veeteeltvlees.nl voor een actuele en uitgebreide stand van zaken.
AUGUSTUS FOKWAARDEN
Een nieuwe reeks fokwaarden en indexen voor Belgisch witblauw werd net voor de zomer gepubliceerd door het Waalse stamboek Elevéo. VeeteeltVlees brengt in het augustusnummer een diepere analyse van deze fokwaarden.
Verder komen in dit nummer een aantal zomerse keuringen aan bod, zowel voor blonde d’Aquitaine als voor Belgisch witblauw. Onder meer is de redactie aanwezig in Libramont en op de keuring in Erpe-Mere.
Tot slot brengen we een verhaal over de waarde van herfstgras in de veehouderij.
COLOFON
VeeteeltVlees is een uitgave van CRV BV in opdracht van Coöperatie CRV ua. De leden van de Coöperatie CRV ontvangen VeeteeltVlees gratis, als onderdeel van het lidmaatschap. VeeteeltVlees verschijnt maandelijks.
redactie
hoofdredacteur Wim Veulemans
redactie Inge van Drie, Jaap van der Knaap, Wichert Koopman, Quinten den Hertog, Justine Poppe foto- en beeldbewerking Rogier van der Weiden vormgeving René Horsman, Esther Onida eindredactie Lieke van den Broek hoofd CRV-magazines Jaap van der Knaap aan dit nummer werkte verder mee Alice Booij
Nederland en België € 108,00, overige landen € 175,00. In combinatie met abonnement op vakblad Veeteelt bedraagt een abonnement € 180,00 per jaar, overige landen € 311,00 per jaar. Prijzen excl. btw. Abonnementen zijn gebaseerd op kalenderjaar en worden jaarlijks in februari gefactureerd. Opzegging is mogelijk per kwartaal. Bel voor opgave van een abonnement: België: CRV Klantenservice (078 15 44 44) e-mail klantenservice.be@crv4all.com
Karen Dammer en Froukje Visser postbus 454, 6800 AL Arnhem telefoon (+31)(0)6 53 16 85 29 e-mail advertenties@crv4all.com
illustraties/foto’s
De foto’s zijn van de eigen fotodienst van VeeteeltVlees. Uitzonderingen zijn de foto’s van France Limousin Selection (6), Sam Hutchinson (6), Wayne Hutchinson (6), Quinten den
Overname van artikelen is alleen toegestaan na toestemming van de redactie. Hoewel aan de samenstelling van de inhoud de meeste zorg is besteed, kan door de redactie geen aansprakelijkheid worden aanvaard voor mogelijke onjuistheden of onvolledigheden. Alle auteursrechten en overige intellectuele eigendomsrechten ten aanzien van (de inhoud van) deze uitgave worden uitdrukkelijk voorbehouden. Deze rechten berusten bij CRV BV c.q. de betre ende auteur. Artikelen uit VeeteeltVlees mogen uitsluitend verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden na schriftelijke toestemming van CRV.
schofthoogte: 22 mnd., 138 cm (+8) gewicht: 866 kg 22 mnd. 36 cm op 22 mnd.
Schofthoogte Besp.
DAUPHIN DE CENTFONTAINE
78 / 90 / 85 / 80 / 85 / 88
KALINKA VAN DEN HONDELEE
100 / 89 / 86 / 78 / 80 / 88
verkoper: H. P. M. Strijbos, Hilvarenbeek
fokker: H. P. M. Strijbos, Hilvarenbeek
haarkleur: witblauw
G-STAR VAN DE BREEHOEVE
VALEUREUSE DE CENTFONTAINE OR DE BEAUJEU
SUPER STAR DE CENTFONTAINE
BRIGADIER DE SOMME
ELISA
NOCEUR DE FOOZ
POÉSIE DE CENTFONTAINEVALLI
ADAJIO DE BRAY
HONGROISE DE L’ÉCLUSE
PANACHE DE CENTFONTAINE
MAGISTRALE DE CENTFONTAINE
SAP Vleesvee vernieuwd
SAP Vleesvee is vernieuwd en vanaf nu beschikbaar in de applicatie CRV Fokkerij. De nieuwe gebruikersvriendelijke versie van het StierAdviesProgramma werkt volledig digitaal en geeft een snel advies voor de volledige veestapel. De resultaten worden overzichtelijk weergegeven en er zijn handige en snelle zoekfuncties toegevoegd. In de eerste versie zijn direct standaard stierpakketten beschikbaar. Over enkele weken komt al een vernieuwde versie beschikbaar, waarin het ook mogelijk is om eigen stierpakketten aan te maken.
Na de lancering van het nieuwe SAP Vleesvee blijft CRV werken aan verbeteringen. Jouw
ki-code 945353
Dolphin is een stier met lengte en maat, +8 cm op een leeftijd van 22 maanden. De jonge stier, gefokt door Henk Strijbos, werd in het najaar van 2025 nationaal kampioen op de Nationale Vleesvee Manifestatie. De jonge kampioensstier gaat via de Vlaamse Kalinka van de Hondelee terug op topkoe Super Star de Centfontaine. Dolphin is een stier die spiermassa en klasse zal brengen.
gebruikerservaringen zijn hiervoor zeer waardevol. Deze kun je eenvoudig doorgeven via de feedbackknop boven aan iedere pagina. Voordat je met het nieuwe SAP Vleesvee aan de slag kunt, moet een aantal zaken zijn geregeld. Je moet beschikken over een actief Mijn CRV-account, toegang hebben tot CRV Fokkerij en de productvoorwaarden voor CRV Fokkerij Basis hebben geaccepteerd. Van de eigen stieren die je eventueel wilt toevoegen, moet een levensnummer bekend zijn. Om gebruikers van SAP Vleesvee te ondersteunen heeft CRV een uitgebreide handleiding gemaakt. Hierin staat onder andere waar je de applicatie kunt vinden, wat de
functie is van ieder scherm en hoe je een advies kunt draaien. Scan de QR-code om de handleiding te downloaden.
Voor vragen over het nieuwe SAP Vleesvee kun je contact opnemen met je CRV-fokkerijspecialist of met de CRV-klantenservice: 078-15 44 44, klantenservice.be@crv4all.com (Vlaanderen) of: 088-00 24 440, klantenservice.nl@crv4all.com (Nederland). SAP Vleesvee is ook direct te benaderen. Scan hiervoor een van de QR-codes