


Steeds meer interesse in ultravroege mais

Familie Boer houdt piemonteses met een eerlijk verhaal

Bruno Vincent noemt een stabiel beleid cruciaal








![]()



Steeds meer interesse in ultravroege mais

Familie Boer houdt piemonteses met een eerlijk verhaal

Bruno Vincent noemt een stabiel beleid cruciaal












■ Zeer vroeg (FAO 210)
■ Een podiumplaats op gebied van nanciële opbrengst (Varmabel 3 jaar)
■ Dubbeldoel: silo- en korrelmaïs
■ Indrukwekkende korrelopbrengst voor top voederwaarde
■ Uitstekende restplantverteerbaarheid
■ Snelle grondbedekking








RUBRIEKEN
5 Van de redactie
6 Fokkerijnieuws
25 Uit de dierenartspraktijk: amputatie van een klauw door een abces
29 CRV-coöperatienieuws
30 Managementnieuws
32 Marktinfo voer
33 Marktinfo vee
34 Agenda
35 CRV-bedrijfsnieuws
HOOFDARTIKEL
8 Ultravroege mais valt steeds meer in de smaak
REPORTAGE
12 Claus en Astrid Boer houden piemonteses met een eerlijk verhaal
GEZONDHEID
16 Veel biest is niet altijd beter
22 Serie gezondheid: mannheimia laat geen tijd om te twijfelen
INTERVIEW
18 De sector heeft vooral nood aan een stabiel kader, stelt nieuwe ABS-voorzitter Bruno Vincent
DE BOERIN
27 Inspirerende boerin: Ellis Lugtenberg
COÖPERATIE CRV
28 De jaarcijfers CRV tonen een positief resultaat







gezondheid biest




De Boerin

Ellis Lugtenberg


Astrid Boer: ‘Onze klanten willen zien waar hun eten vandaan komt’




Bruno Vincent:
‘Geef de boer dat stabiele kader en dan heb je geen Mercosur-deal nodig’


BIJ DE COVER

Een blik van de jeugd, een kal e op het piemontesebedrijf van de familie Boer kijkt recht in de lens (foto: Henk Lomulder)



Tijdens dit evenement, de ledenbijeenkomst in een modern jasje, ontdek je de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van data, management en fokkerij. Laat je inspireren door oplossingen en inzichten die jou verder brengen.
Programma
• Ontvangst
• Interview met Jochem van der Starre de nieuwe voorzitter van CRV
• Presentatie: “van KI naar AI”
Tjebbe Huybrechts, directeur informatica-oplossingen en genetica, neemt ons mee in de fascinerende wereld van de kunstmatige intelligentie.
• Lunch
Experts van CRV zijn aanwezig om al jouw vragen over diensten en producten van CRV te beantwoorden.
• Workshops
In workshops reiken specialisten oplossingen aan voor de huidige uitdagingen op jouw bedrijf.
• Afsluiting
En natuurlijk is deze dag een mooie gelegenheid om bij te praten met collega-veehouders.
De inloop van CRV Live start rond 10.00 uur en de dag wordt om ongeveer 15.30 uur afgesloten met een borrel.
Meld je aan! VOL = VOL
Alle info over het programma en de inhoud van de workshops vind je op de website van CRV. Scan de QR-code en meld je aan. Aanmelden is noodzakelijk vanwege de lunch.




Datum Regio Locatie
Dinsdag 10 februari Vlaanderen Domein de Vesten, Laakdal
Donderdag 19 februari Noord Zalencentrum ’t Haske, Joure
Woensdag 4 maart Oost Dieka van de Kruusweg, Markelo
Vrijdag 6 maart
Mid-West Boerderij De Weistaar, Maarsbergen
Dinsdag 10 maart Zuid Boerderij ’t Dommeltje, Boxtel














Op het moment dat ik dit schrijf heeft Europa net het Mercosur-akkoord goedgekeurd. Het akkoord mag dan wel bij verschijnen van deze VeeteeltVlees met een gekwantificeerde meerderheid zijn goedgekeurd, de eindmeet is nog niet geheel in zicht, ondanks 25 jaar van onderhandelen. Ook het Europees Parlement moet dit immers nog goedkeuren en daar richt de sector zich nu op.
Europa mag dan wel nood hebben aan strategische bondgenoten, waarin handel belangrijk is. En er zullen nog ‘pro’s’ zijn voor dit akkoord, zoals de verschuivingen in de wereldse machtsblokken, het wispelturige beleid van een Trump en het steeds negeren van het EU-blok. Het zijn allemaal valide argumenten, maar de tegenstem wordt door de Europese strategen toch net wat makkelijk aan de kant geschoven. In die kritische sector zit ook Bruno Vincent, sinds het voorjaar van 2025 voorzitter van landbouworganisatie ABS. Ook hij is kritisch, en terecht. Dat is dan wel zijn rol. Maar in een interview verderop in dit nummer raakt hij wel een aantal cruciale punten aan.
WIM VEULEMANS HOOFDREDACTEUR
De Europese maatschappij is bijzonder kritisch op de manier waarop we hier vee houden of aan landbouw doen. Bepaalde politici zijn dat nog meer. Het gevolg is een rijtje aan normen en wetten die onze producten ‘uniek’ maken in de wereld.
Opnieuw is dat geen probleem, alleen is de consument als hij in de winkel staat, net wat minder kritisch. En vooral onwetend. Dat geldt ondertussen niet alleen voor de consument, maar ook voor beleidsmakers. En dat is het terechte punt van Bruno Vincent. In de winkel op zoek naar een mooi stukje vlees vergeet die consument dat niet alle landen strenge milieunormen opleggen aan hun producenten, of dat de runderen daar met duizenden in feedlots pal in de zon staan. Zonder een boom of schaduwplek in de buurt, zoals Vlaanderen en minister Weyts met Airkoe wil nastreven. Het zou goed zijn als beleidsmakers en strategen dat evenwicht in een handelsakkoord opnemen. Handeldrijven doe je immers vanuit een gelijkwaardigheid van alle partners in de deal. Dus ook de boeren.
Op de laatste stierenveiling in 2025 van het Franse Blonde Génétique kreeg de jonge Rapacezoon Vladimir met 6800 euro het hoogste bod. De online-veiling met de VVFserie – stieren van het type ‘viande vêlage facile’ of stieren met vlees en makkelijk afkalven – op dinsdag 23 december eindigde met een 100% verkoop en een gemiddelde prijs van 5012 euro.
De hoogste prijs bij de jonge stieren ging naar de een jaar oude Vladimir, een zoon van Rapace uit een dochter van Gaelic. Vladimir werd in de catalogus beschreven als een stier van het mixte type. Hij woog net voor de veiling 486 kilogram en haalde een dagelijkse groei van 1,909 kilogram per dag. Deze stier, geboren bij Gaec de la Mastrie, kreeg het ultieme bod van 6800 euro en verhuist naar het bedrijf van Gaec les Pres d’Anjou.


De twee vrouwelijke dieren met het label ‘Top Génétique’ blijven in het zuidwesten van Frankrijk. Beide dieren zijn gefokt door het fokbedrijf Earl de la Petite Borde van Yves en Sylvie Rizon uit Gers. Beide vaarzen zijn een
De gemiddelde inteeltcoefficiënt van de verschillende vleesrassen in Nederland en Vlaanderen stabiliseerde de voorbije jaren.
Dat blijkt uit cijfers die Coöperatie CRV berekende.
De meest voorkomende vleesrassen in Nederland en Vlaanderen houden al enkele jaren een stabiel niveau met inteelt aan. Dat betekent dat er bij deze vleesrassen amper een toename is in inteelt. Het FAO hanteert voor de inteelttoename in een populatie een grenswaarde, die zij hebben vastgelegd op maximaal 1% per generatie aangehouden. Bij rundvee omvat een generatie-interval circa vier jaren.
De hoogste toename in inteelt lag bij marchigiana. De dieren geboren in 2024 waren
goed voor een inteeltcoefficiënt van 5,07%, een sterke toename met 1,43%. Ook een jaar eerder nam de inteelt in dit ras toe van 2,61% (2022) naar 3,64% (2023). Marchigiana is zo het enige vleesras dat flirt met de FAO-grens van maximaal 1% inteelttoename per generatie.
Met een inteeltcoefficiënt van 5,16% voor dieren geboren in het jaar 2024 ligt de inteelt het hoogst bij de Nederlandse witblauwen. Deze inteeltgraad ligt met 0,12% net wat hoger dan de dieren geboren in 2022 en 2023. Op langere termijn ligt de inteelt van deze rundveedieren al enige jaren op een stabiel niveau.
De inteeltcoefficiënt van hun Vlaamse tegenhangers ligt met 4,02% een stukje lager. Ook
dochter van Rufus. De 19 maanden oude Vagabonde werd voor 7300 euro toegewezen, Victoire vertrekt voor 6000 euro naar een ander bedrijf.
in Vlaanderen blijft deze inteeltcoefficiënt al jaren op een stabiel niveau.
Bij blonde d’Aquitaine is de inteelt ook al jaren stabiel, maar ook op een vrij laag niveau. Zowel in de Nederlandse als in de Vlaamse populatie ligt deze al jaren rond de 1%. Dat geldt ook voor de andere vleesrassen in Nederland. Enkel de inteeltcoëfficiënt van verbeterd roodbont ligt met 2,03% net wat hoger, maar ook deze daalt al enkele jaren.

Een beperkt aanbod van stieren sloot het veilingjaar van het opfokcentrum van Ciney af. Voor een zoon van Avicii werd de hoogste prijs betaald.
In het aanbod van de laatste veiling van het CSB-opfokstation van Ciney waren maar acht stieren te vinden. Zes van deze stieren werden uiteindelijk verkocht en dit voor een gemiddelde prijs van 6050 euro. De prijzen varieerden daarbij van 4700 euro tot 8400 euro. Drie stieren blijven in Wallonië, twee stieren verhuizen naar Italië. Het hoogste bod, 8400 euro, kwam op naam
van Hamecon d’Ozo, een zoon van Avicii uit een dochter van Megawatt. Deze bijna vijftien maanden oude stier is gefokt door Jean-François Rouxhet uit Izier. Begin december werd de jonge stier gekeurd met +2 in hoogtemaat en was goed voor 650 kilogram. In zijn opfok was hij goed voor een groei van 1,715 kilogram per dag, gemeten tussen 7 en 13 maanden leeftijd. De stier kreeg een eindbeoordeling van 87,3 punten. Hamecon verhuist naar ki-organisatie BBG. Een volgende veiling is gepland op 11 februari 2026 om 14.00 uur.
Xavier Gellynck, hoogleraar
landbouweconomie
UGent:
‘De verwerkende industrie is veel groter, en die sterke asymmetrie tussen landbouwbedrijven en andere ketenpartners is vaak nadelig voor de boer’
Uit: Boer & Tuinder, januari 2026
Na het annuleren van de holsteinkeuring tijdens de SIA in Parijs hebben ook enkele andere stamboeken, deze voor blonde d’Aquitaine, limousin, witblauw en charolais, bekendgemaakt dat er geen keuring met hun dieren zal plaatshebben in Parijs.
De actuele situatie omtrent lumpy skin disease (LSD) of de besmettelijke nodulaire dermatose heeft verschillende vleesveestamboeken het besluit doen nemen om de keuring tijdens de landbouwbeurs in de Franse hoofdstad Parijs te annuleren. De stamboeken geven aan het risico met de dieren niet te willen lopen, ook gezien het feit dat er amper zicht is op een verbetering in de situatie.
De stamboeken zullen echter wel aanwezig zijn in hal 1 van de landbouwbeurs. De SIA heeft plaats van 21 februari 2026 tot en met 1 maart.

De recente kerstquiz van VeeteeltVlees bleek geen eenvoudige opdracht. Iets meer dan de helft van de deelnemers scoorde alle antwoorden goed. Uiteindelijk haalde twee op de drie vleesveehouders de maximale score.
Tabel 1 – Antwoorden van de VeeteeltVleeskerstquiz 2025
vraag antwoord editie (pagina)
1 C juli, pagina 29
2 C juni, pagina 7
3 C februari, pagina 10
4 B november, pagina 8
5 A februari, pagina 25
6 C mei, pagina 12
7 B januari, pagina 31
8 C oktober, pagina 16
9 B juli, pagina 9
10 A januari, pagina 9
11 B mei, pagina 29
12 A april, pagina 22
13 B juni, pagina 9
14 A november, pagina 23
15 B september, pagina 8
Uit al deze inzenders werd Maarten Van Laethem uit Pajottegem geloot als winnaar. Hij wint de mooie hoofdprijs: vijf hectare mais LG 32.257, aangeboden door Limagrain.
De 500 kilogram Startflakes Extra nr. 104, een prijs aangeboden door Aveve, werd gewonnen door Jens Debeer uit Proven. De derde prijs gaat naar een jonge veehouder uit Gelderland. Thijmen van Mourik uit Varik had ook alle vragen correct en wint 20 rietjes conventioneel sperma, aangeboden door CRV. De andere prijswinnaars staan in tabel 2. Het grootste struikelblok in deze quiz was vraag 11. In die vraag peilden we naar het
verband tussen twee stieren in de fokwaardepublicatie van het voorjaar van 2025. Ze hadden immers dezelfde fokker. Een op de drie deelnemers beantwoordde deze vraag foutief. Ook vraag 5 – met daarin de enige foute uitspraak over Waals landbouwminister Dalcq – was voor velen een lastige.
Bij de keuze voor de mooiste cover ging de helft van de stemmen naar de meicover van Regine Foket met een koe en kalf in het gras bij vleesveehouder Filip Ally. Nummer twee werd de cover van november, waarbij een jonge veehouder trots zijn dier voorstelt op de NVM.
Tabel 2 – Prijswinnaars van de VeeteeltVlees-kerstquiz 2025
prijs aangeboden door winnaar
1 5 ha mais LG 32.257
Limagrain Maarten Van Laethem, Pajottegem
2 500 kg nr. 104 Startflakes Extra Aveve Jens Debeer, Proven
3 20 rietjes conventioneel sperma naar keuze CRV Thijmen van Mourik, Varik
4 15 rietjes conventioneel sperma naar keuze CRV Johan Van Rijn, Sassenheim
5 10 rietjes conventioneel sperma naar keuze CRV Kevin Meeus, Boutersem
6 CRV-overall CRV Jasper Nooteboom, Oene
7 dronefoto VeeteeltVlees Kees Vonk, Noordeloos









De interesse voor honderddagenmais neemt toe. Een wettelijke plicht voor de teelt van een rustgewas dwingt telers van mais een ultravroeg ras te kiezen. Dat kost weliswaar wat opbrengst, maar vergroot de kans op een goed geslaagd rustgewas. En dat is winst op de langere termijn.
TEKST TIJMEN VAN ZESSEN
De term honderddagenmais zet boeren eigenlijk op het verkeerde been. Wat beter de lading zou dekken, is ultravroege mais. Want daar gaat het over in de promotie van honderddagenmais. Ultravroege maisrassen winnen aan belangstelling, omdat maistelers daarmee kunnen voldoen aan de rustgewasverplichting op zand- en lössgrond. Die eis schrijft voor dat op 1 september het rustgewas in de grond zit.
Mais telen kan dan alleen met ultravroege mais. Maar wordt die mais wel rijp en kost het niet veel opbrengst? Maisonderzoeker Jos Groten van Wageningen University & Research ziet wel mogelijkheden voor ultravroege mais. ‘Honderd dagen, dat lukt niet. In ons rassenonderzoek oogsten we de ultravroege rassen op achttien en op twintig weken. Na deze periode is de mais wel rijp, anders komen de rassen niet op de lijst voor





ultravroege snijmaisrassen. We zien steeds meer belangstelling voor deze groep maisrassen vanwege de wettelijke plicht om op zand- en lössgrond vóór 1 september het rustgewas te zaaien.’
Ultravroege mais is volgens Groten normale snijmais die eerder afrijpt met een normale plantlengte tot maximaal drie meter. ‘Door de vroege bloei ontstaat een snellere kolfvulling en haalt het geoogste product eerder de 35 procent droge stof. Over het algemeen hebben de rassen veel zetmeel, een hoog kolfaandeel en daardoor een hoge vem-waarde per kilo droge stof. De kwaliteit is vergelijkbaar met of zelfs hoger dan die van latere snijmaisrassen, de opbrengst ligt gemiddeld genomen 15 procent lager voor de op twintig weken geoogste mais en 30 procent voor op achttien weken geoogste mais.’
Meer rendement van rustgewas
Net als bij de reguliere maisrassen bestaan binnen deze groepen gradaties, legt Groten uit. ‘Het minst vroege ras in de op
twintig weken geoogste mais heeft een drogestofpercentage van 36, het vroegste ras komt uit op 45 procent droge stof en zou ook op achttien weken al oogstrijp kunnen zijn.’
De hamvraag is of ultravroege mais telen financieel interessant is bij de lagere opbrengsten. Het gaat al snel om enkele honderden euro’s minder mais per hectare. ‘Dat klopt, maar wat is het alternatief?’, vraagt Arjan Lassche van KWS zich af. ‘De wetgeving is er, daar moet je aan voldoen. Dat kan ook met een andere teelt, zoals graan of sorghum, maar de opbrengsten van die gewassen liggen nog lager dan van de ultravroege mais. Bovendien zijn dit voor veehouders minder bekende teelten en dat maakt de kans op misoogsten groter.’
Op dit moment is het aandeel ultravroege mais in de omzet van KWS niet groter dan 5 procent. Lassche verwacht dat dit de komende jaren echter flink zal toenemen. Niet alleen omdat de nieuwste rassen steeds meer acceptabele opbrengsten halen (zie tabel 1 op pagina 10). Lassche wijst ook op de langetermijneffecten van een goed geslaagd rustgewas. ‘Als je dat vroeg kunt zaaien, is de grond nog warm en heb je de vrijheid om rustgewassen te kiezen die bij late zaai minder goed aanslaan. Denk aan gele mosterd of bladrammenas, waar je veel organische stof mee op kunt bouwen. Zeker op percelen waar je elk jaar mais wilt telen, betaalt dat zich uit.’
Die opbouw van organische stof geeft voeding voor een volgende teelt en zorgt ervoor dat de bodem beter water en nutriënten vasthoudt. ‘Door de hogere bodemtemperatuur bij vroeger zaaien van het rustgewas kan het zich vlotter ontwikkelen, waardoor de nutriënten niet verloren gaan. Bij een volgende teelt komen die nutriënten ten goede aan de opbrengst van het gewas.’
Geen concessies meer aan kwaliteit
Ultravroege maisrassen komen niet uit de lucht vallen. KWS liet dit voorjaar in het praktijkonderzoek een aantal rassen meedraaien die in Denemarken, Zweden en het noorden van het Verenigd Koninkrijk al populair zijn. Het marktaandeel van deze rassen is daar door het korte groeiseizoen veel groter. Nu ze ook in Nederland zijn aangemeld voor het rasonderzoek, staan ze ook op de Nederlandse lijst. Lassche noemt het ras Giso als voorbeeld van een achttienwekenras met een FAO van 150 met een behoorlijk acceptabele opbrengst.
Limagrain merkt de toenemende belangstelling voor ultravroege mais ook. De wettelijke plicht om het rustgewas te telen gaat in het 8e Actieprogramma Nitraatrichtlijn van eens per vier naar eens per drie jaar of twee keer per zes jaar. Bovendien is het voorstel om vanaf 2027 op kleigrond het telen van een vanggewas te verplichten. Vroeg oogsten geeft dan meer speelruimte om het vanggewas te zaaien, zegt Jos Groot Koerkamp, commercieel manager bij Limagrain Nederland. Hij noemt daarmee een aantal argumenten die de interesse aanwakkeren. Ook bij Limagrain is de omzet van ultravroege maisrassen nu nog beperkt tot zo’n 5 à 10 procent van de Nederlandse verkoop, terwijl in Denemarken en Zweden 80 procent van de klanten kiest voor ultravroege rassen. ‘In kwaliteit geef je niks meer toe, dat is er met veredeling wel uitgehaald’, schetst Groot Koerkamp, die het ras Skipper als meest populaire voorbeeld noemt. ‘Er zijn ook telers die een ultravroeg ras kiezen vanwege de oogstzekerheid. We krijgen steeds vaker te maken met extreem weer, dan is een grote oogstelasticiteit erg prettig.’
Groot Koerkamp ziet boven de lijn Alkmaar-Zwolle wel problemen om de mais vóór 1 september rijp te krijgen. Ook met achttienwekenmais lukt dat niet. ‘In 2025 lukte dat misschien nog wel, dat was een bijzonder goed maisjaar. Maar dan had
Ultravroeg is op het voederwaardeverslag niet ultrarijp of omgekeerd. ‘Als de mais voldoende rijp is – wat meestal wel lukt – is de snijmais van een ultravroeg ras niet anders dan van gangbare maisrassen. Ik zie veel kuilen van rond de 1010 tot 1020 vem met voldoende zetmeel’, zegt Marcel Gerritsen. De teeltspecialist van Agrifirm ziet wel wat meer variatie in de opbrengst binnen het
segment van ultravroege rassen. Maar de voederwaarde wijkt niet af. ‘Je bent wel meer afhankelijk van een goed jaar. In 2025 maakten we een uitzonderlijk goed maisjaar mee. Half april kon de mais de grond in en die is over het algemeen goed aangeslagen. Het jaar ervoor was extreem nat, dan loop je kans dat de mais te laat gezaaid wordt en in augustus onvoldoende
de mais half april al wel in de grond moeten zitten. Die gok nemen de meeste telers in het noorden niet, die kiezen dan toch voor een echt rustgewas in het voorjaar en slaan de mais een jaar over.’
Minder dik zaaien
Vroeg zaaien is dus een belangrijke succesfactor, zegt ook Lassche. Het advies is zaaien vóór 1 mei in een goed opge-
afrijpt. In dat geval zal de voederwaarde wat lager zijn, omdat er minder zetmeel in de mais zit.’ Wie dan volledig heeft ingezet op ultravroege mais, heeft wel een uitdaging en riskeert bijvoorbeeld ethanolvorming in de kuil. Mooier is het als er later nog een andere partij overheen gekuild wordt die rijper is. En bij erg natte mais is een strobed onder in de sleufsilo verstandig om vocht op te vangen.
warmd zaaibed. ‘Voor de loonwerker betekent dit niet te diep werken, drie tot vier centimeter is voldoende. Hoe dieper je gaat, hoe meer koude grond er naar boven komt.’
Tabel 1 – Rassenbulletin snijmais ultravroeg en zeer vroeg bij groeiseizoen van 20 weken, gemiddelde resultaten over 2020-2025 (bron: WUR)
stengelrotresistentie
drogestofgehalte (%) 3) maiskopbrandtolerantie 2) stevigheid
drogestofgehalte relatief zetmeelgehalte suikergehalte celwandgehalte celwandverteerbaarheid vem/kg ds drogestofopbrengst vem-opbrengst aantal jaren in onderzoek snelheid grondbedekking zomerlegering plantlengte builenbrandresistentie
De bemesting luistert ook nauw. Die moet voldoende zijn, maar niet te veel. Grondonderzoek (de bodemvoorraad) vormt de basis voor het bemestingsadvies, maar in algemene zin is tussen de 35 en 40 kuub drijfmest per hectare optimaal. Vijftig kuub is te veel, omdat de plant dan langer groen blijft en het ras1)
vroegheid bloei
* Geen resultaten beschikbaar
1) Rassen per groep gerangschikt op volgorde van vroegheid; standaard 100.000 planten/ha
2) Classificatie bij maiskopbrand: 0 = nog in onderzoek
3) 3% verschil in drogestofgehalte betekent ongeveer één week vroeger

In Vlaanderen stimuleert de wetgever de teelt van rustgewassen anders dan in Nederland. De datum van 1 september is niet van toepassing. Wel zijn maistelers op alle grondsoorten verplicht om te kiezen voor teeltdifferentiatie of rotatie. ‘Bij differentiatie teelt de veehouder verplicht twee of drie verschillende gewassen op zijn bedrijf, afhankelijk van de hoeveelheid bouwland.
Elk jaar mais op hetzelfde perceel is daarbij niet verboden’, zegt Raf Steegmans van Boerenbond. Ultravroege maisrassen zijn in Vlaanderen niet populair, omdat de opbrengst van latere rassen doorgaans toch hoger ligt, vertelt Steegmans. En de wetgeving verplicht telers er niet een rustgewas voor een bepaalde datum te zaaien.
gewas eind augustus minder rijp is. Wat voor een vlotte afrijping ook helpt, is minder dik zaaien. ‘Per hectare zijn 92.000 tot 95.000 zaden voldoende. Als de planten verder uit elkaar staan, ontwikkelen ze zich beter en rijpen ze sneller af. Want in een vitale plant zetten suikers zich sneller om in zetmeel’, weet Lassche. Daarnaast bestempelt hij ook de beschikbaarheid van kalium en een voldoende hoge pH-waarde als belangrijke succesfactoren.
Afstemming loonwerker belangrijk Lassche erkent dat vroeg zaaien een punt van discussie is. Is de grond in april niet te koud? ‘Als je tijdig begint met het zaaibed bereiden en het zaad ligt luchtig, dan durf ik te stellen dat ultravroege mais ook in Noord-Nederland moet lukken. Wel is afstemming met de loonwerker nog belangrijker, zowel voor de tijdige zaai als voor het moment van oogsten. Het is verstandig om daar deze maanden al goede afspraken over te maken.’ l
Tabel 2 – Rassenbulletin snijmais ultravroeg en zeer vroeg bij groeiseizoen van 18 weken, gemiddelde resultaten over 2020-2025 (bron: WUR)
ras1)
* Geen resultaten beschikbaar
1) Rassen per groep gerangschikt op volgorde van vroegheid; standaard 100.000 planten/ha
2) Geen nieuwe resultaten in 2024 en 2025, cijfers van RB2025 worden gehandhaafd
3) 3% verschil in drogestofgehalte betekent ongeveer één week vroeger stengelrotresistentie stevigheid zomerlegering 2) snelheid grondbedekking builenbrand plantlengte kolfhoogte vroegheid bloei drogestofgehalte (%) 3) drogestofgehalte relatief zetmeelgehalte suikergehalte celwandgehalte celwandverteerbaarheid vem/kg ds drogestofopbrengst vem-opbrengst aantal jaren in onderzoek










Al jarenlang staan dieren met een goed karakter bovenaan in de fokkerijkoers van Claus en Astrid Boer. Maar nu deze eigenschap goed zit verankerd in de piemonteseveestapel, wordt er ook verder gekeken. De eerste successen waren zichtbaar bij de winst van de bedrijfsgroep op de NVM.
TEKST JAAP VAN DER KNAAP
Wanneer Astrid Boer in de whatsappgroep deelt dat ze van plan zijn om twee koeien te slachten, weet ze dat binnen twintig minuten driekwart van alle vleespakketten verkocht zijn. ‘We hebben een vaste klantenkring die graag vlees van onze dieren afneemt. We bieden altijd mager vlees aan van dezelfde topkwaliteit. Bovendien hebben we een eerlijk verhaal over hoe we onze dieren houden. Zo’n vaste klantenkring werkt voor ons gewoon heel goed.’
Astrid (45) en Claus (48) Boer houden in het Drentse Papenvoort piemontesekoeien als hobby op hun bedrijf de Calluna Hoeve. Elk jaar kalven er acht tot tien koeien af op de locatie waar Astrids ouders in de jaren tachtig startten met het inkruisen van piemontesestieren op een deel van de melkveestapel. ‘Ik weet niet beter dan dat we werkten met het piemonteseras’, aldus Astrid, die samen met Claus vanaf 2001 zelf als hobby aan de slag ging als vleesveehouder. Dat was eerst op een locatie in
Schoonloo en later kon dat op het ouderlijk bedrijf van Astrid. ‘Het piemonteseras levert puur en mager vlees en het zijn dieren die zich goed redden in natuurgebieden’, legt Claus uit. ‘We hebben 72 hectare grond in gebruik, met name natuurgronden van Staatsbosbeheer. Daar passen prima piemonteses op.’
Fokken op karakter
Tijdens de laatste nationale keuring op de NVM speelde de familie Boer zich in de kijker. In de eerste plaats met Calluna Hoeve’s Elsa (v. Arias), die de winst opeiste bij de vrouwelijke dieren van 8 tot 12 maanden. Maar vooral ook met de winnende bedrijfsgroep. ‘Dat is toch wel een van de mooiste prijzen’, vindt Claus. ‘Het is een waardering voor je fokkerij, het laat zien waar je als bedrijf voor staat.’ Astrid vult hem aan: ‘Eigenlijk begint voor ons de fokkerij nu pas. Dit was pas ons tweede optreden tijdens de NVM. We hebben jaren vooral gefokt en
geselecteerd op dieren met een goed karakter. We zijn met onze koeien qua karakter nu wel waar we willen zijn, zodat we ook wat meer op andere eigenschappen kunnen letten, maar het blijft ons belangrijkste fokkerijcriterium. We hebben liever een dier met een goed karakter dan een dier dat 50 kilo zwaarder is, maar eigenlijk onhandelbaar is.’
In de stal tonen beiden het resultaat. Ze stappen onbevreesd de potstal in waar koeien met hun kalveren lopen en stuk voor stuk aangehaald worden. Ook de beide dochters Anna (19) en Zara (17) en Anna’s vriend Willem de Kort knuffelen met koeien en kalveren. ‘Dit vinden we belangrijk’, legt Astrid uit. ‘We houden de koeien voor ons plezier. Dat ze even fel zijn wanneer ze net een kalf hebben, dat hoort bij de natuur, maar daarna moet het snel klaar zijn. Als het karakter niet goed is, dan gaan ze weg.’
Veel werk om wolf buiten de deur te houden
Vanwege de hanteerbaarheid wordt er ook niet gewerkt met natuurlijk dekkende stieren, maar worden alle koeien geïnsemineerd. Opvallend is dat eind december nagenoeg alle koeien al hebben gekalfd en de stal vol zit met jonge kalveren en hun zogende moeders. ‘We hebben het afkalfseizoen naar voren gehaald’, legt Claus uit. ‘We zitten in een regio waar veel overlast is van wolven. We willen nu dat de kalveren wat ouder en dus sterker zijn als ze in het voorjaar naar buiten gaan, in de hoop dat ze dan beter opgewassen zijn tegen de wolf.’
Het is een gevoelig onderwerp. Er is flink geïnvesteerd in een wolfwerend raster, waarmee inmiddels 10 hectare grasland is voorzien. Maar dat lukt niet bij alle percelen. Afgelopen jaar overleefde de kudde al eens een wolvenaanval. ‘Dat wil je echt niet meemaken’, zegt Astrid en ze laat bij een van de koeien zien waar de bijtsporen zichtbaar waren. ‘We doen er echt alles aan om een aanval te voorkomen.’ Het is niet alleen de investering van een wolfwerend raster, het is vooral ook het extra werk dat de wolf oplevert. ‘We zijn elke zondag een paar uur bezig met de bosmaaier om het wolfwerend raster vrij te houden van gras. Voor de openfrontstal hebben we hoge hekken geplaatst om te voorkomen dat wolven daar binnenkomen.’
Klant wil weten wat hij eet
In de stal met de zoogstellen krijgen de koeien naast natuurhooi ook een paar scheppen mais en grasklaver uit een baal. ‘We kijken goed naar de mest en stemmen daarmee het rant-


eigenaren Claus en Astrid Boer plaats Papenvoort ras piemontese grondgebruik 72 ha aantal kalvingen/jaar 10 moederdieren
soen af’, vertelt Claus. ‘Sommige dieren reageren wat sneller op het eiwitrijke grasklaverhooi en die krijgen juist een schep mais extra.’ Tijdens het voeren staan de dieren minstens een uur vast aan het voerhek, zodat ze niet mesten in de potstal en ook de dieren goed geobserveerd kunnen worden. Zowel Claus als Astrid werken buitenshuis en kunnen snel naar huis, mocht het bijvoorbeeld nodig zijn voor een afkalving. ‘Meestal kalven ze helemaal zelf af. Ook dat is een reden waarom we piemonteses houden, we willen geen keizersnedes.’
De vaarzen zijn minimaal twee jaar en drie maanden oud als ze voor het eerst afkalven. ‘We willen dat ze eerst voldoende uitgroeien’, aldus Claus. ‘Het is een laatrijp ras, je ziet dat de dieren zich nog jarenlang blijven doorontwikkelen.’
Het ideale slachtmoment is vervolgens een aantal afkalvingen later en doorgaans tussen de vier- en zesjarige leeftijd. Dat kan variëren door vraag en aanbod. ‘Voor de vleespakketten van 20 kilo is een geslacht gewicht van ongeveer 450 kilo ideaal. In de


Eind december hebben nagenoeg alle koeien al gekalfd en is de stal vol met zogende koeien en hun kalveren
pakketten zitten diverse soorten vlees. Met dit geslacht gewicht zijn de vleeslappen niet te groot en kunnen we ook de luxe, kleinere delen goed over de pakketten verdelen’, legt Astrid uit. Bewust worden er telkens twee dieren tegelijk aangeboden. ‘Dat werkt met het afmesten handiger. Ook voor de dieren is het beter als ze met z’n tweeën zijn.’ In de afmestperiode van drie maanden krijgen ze mais, goed hooi en tot 6 kilogram brok per dag.
Als ze zelf geen twee dieren hebben, gaan ze op zoek bij collegastamboekleden naar een tweede vrouwelijk dier. In de whatsappgroep voor klanten wordt dan wel bewust gemeld dat een van de dieren van een collega-fokker afkomstig is. ‘Je moet altijd eerlijk zijn en altijd dezelfde kwaliteit aanbieden. Daarom mesten we geen stiertjes zelf af, dat is toch een andere kwaliteit. Klanten komen bij ons voor een goed stuk vlees, maar ook voor ons verhaal. Ze weten hoe we met onze dieren omgaan, ze kennen onze passie en kiezen soms ook bewust voor lokaal vlees. Daarom moet je eerlijk blijven vertellen wat je aanbiedt.’
Op de dag van de slacht nemen Claus en Astrid vrij van het werk om bij de uitbeender de pakketten te kunnen samenstellen. Aan het eind van de dag kunnen de klanten de pakketten thuis komen ophalen. ‘Dat is een mooi moment om met hen in gesprek te gaan. En eigenlijk neemt iedereen wel een kijkje in de stal om even bij de dieren te kijken. Onze klanten willen zien waar hun eten vandaan komt.’
Fokkerij wordt steeds leuker
Astrid is al drie jaar secretaris van het piemontesestamboek. ‘Het is een enthousiaste club mensen’, vindt ze. ‘Iedereen kent elkaar, gunt elkaar de winst op de keuring en ik leer ook steeds meer over fokkerij. Samen met de kinderen vinden we fokkerij ook een steeds leuker onderwerp om over te discussiëren.’
De stieren die ze inzetten, zijn stieren die het stamboek gezamenlijk inkoopt en adviseert, maar zelf blijven ze ook fan van Fortwijk Bonito 73. ‘Dat is een stier waarvan je zeker weet dat
de kalveren gemakkelijk geboren worden, de kalveren foutloos zijn en een goed karakter bezitten. Onze inseminator van CRV heeft op ons verzoek alle rietjes van Bonito die hij nog kon vinden, verzameld en voor ons gereserveerd.’
De eigen fokkerij werpt inmiddels ook zijn vruchten af en afgelopen jaren werden er drie stieren als dekstier verkocht. Ook hopen ze dat stamkoe Bibian (v. Bonito 73) nog in aanmerking gaat komen om preferent te worden. Bibian heeft inmiddels 88 punten en ook diverse van haar nakomelingen doen het goed. Maar er staat nog een wens op het verlanglijstje. ‘We zouden het mooi vinden om ooit eens een paar goede Italiaanse koeien te importeren’, besluit Claus. ‘Dan krijg je echte raskoeien vanuit het hart van de Italiaanse fokkerij. Wie weet, gaat dat er nog een keer van komen.’ Maar voorlopig is het vooral plezier beleven aan de eigen veestapel. l

Er wordt veel aandacht besteed aan de verzorging van de veestapel bij de familie Boer. Meer foto’s daarvan zijn te vinden op de website.



Weelde Depot
Geeneinde, 2381 Ravels
open van 10.00u tot 18.00u


• een betere vruchtbaarheid


met een zeer hoog niveau vitamine E en Selenium




Ontwikkeld ter aanvulling van vleesveerantsoenen voor:
• de hogere behoeftes van zoogkoeien aan het einde van de dracht
• het versterken van de immuniteit bij ziekte, hittestress
open 18.00u open ot 18.00 u voorVakbeursintensieve veeteelt mechanisatieenop erfniveau
• verbeteren van de vleeskwaliteit



Bezoek onze stand op de RMV-beurs, gooi een dartpijl en prijzen. Maak bovendien kans op het winnen van een buiten Ontvang een KNZ deurmat bij bestelling van minimaal 15 en een prachtige KNZ reiskoffer bij een bestelling van minimaal 30 KNZ likstenen. We zien u graag in Gorinchem! stand
Optimin Beef nr 474 is verkrijgbaar in zakgoed via het Agrarisch Aveve center in jouw buurt en inmengbaar in onze vleesveevoeders. Meer informatie op www.aveveagrarisch.be












Benut het groeipotentieel van uw lammeren maximaal met: LAMMERENKORREL



















• Voor goede spierontwikkeling van uw lammeren; een hoge maar veilige groei zonder vervetten.
• Met alle toegevoegde mineralen en sporenelementen zoals kobalt.














• Voeradvies na spenen 150 -250g per dag gericht op een groei van 2kg per week.











Informeer naar onze dealeradressen, vraag naar VOERWAARTS bij uw dealer of bestel via HOBBYFARMING.NL (vanaf 250kg totaal) of 123voer.nl (per zak)
VOERWAARTS.N L Tel. 0315 23 00 83 • info@voerwaarts.nl










Een hoge kwaliteit biest met veel antisto en en een laag kiemgetal geeft nuchtere kalveren de beste start. Dat is geen nieuws, maar ‘less is more’ blijkt nu uit Amerikaans onderzoek. Van goede biest kun je minder geven, sterker nog: te veel biest zou averechts werken. Hoe kijken specialisten in Nederland en Vlaanderen hiernaar?
TEKST ALICE BOOIJ






De kwaliteit van biest is de laatste jaren gestegen, concluderen onderzoekers van de Universiteit van Wisconsin. De concentratie antistoffen nam toe van gemiddeld 50 naar 90 gram per liter, dankzij genetica en betere voeding van droogstaande koeien. Met de komst van genomic selection is de gezondheid van koeien genetisch gezien verbeterd, waaronder ook de uiergezondheid. Die heeft volgens de onderzoekers een positief effect op de kwaliteit van de biest. Met een hogere biestkwaliteit zou ook de hoeveelheid te voeren biest aangepast moeten worden. ‘Met 2,5 liter biest als eerste gift krijgen de kalveren genoeg antistoffen binnen, meer biest is zeker niet beter’, luidt de conclusie van de onderzoekers in Wisconsin. ‘Kalveren meer voeren geeft buikpijn. De kostbare extra liters biest kun je beter invriezen.’ De Amerikaanse onderzoekers wijzen erop dat de gangbare opvatting van zoveel mogelijk biest in de kalveren achterhaald is. Vier liter bij de eerste biestgift vinden ze ‘oldskool’. Harmen Endendijk, hoofd R&D bij kalvervoerproducent Alpuro, snapt het advies wel. ‘Als je een Brix-waarde van 27 hebt, zit er zo’n 100 gram aan antistoffen in een liter biest. Onze vuistregel is dat een kalf de eerste 24 uur 250 gram antistoffen binnen moet krijgen. Dan voldoe je hieraan met 2,5 liter biest.’
Bij Alpuro zien ze zulke hoge Brix-waarden maar zelden. ‘Een Brix van 25 komt niet eens veel voor. Dat is omgerekend zo’n 80 gram antistoffen per liter biest’, zegt Endendijk. ‘Dat betekent dat 3 liter voldoende is.’
Een Brix-waarde van 22 met 50 gram antistoffen per liter biest ziet hij het meest. ‘Dan moet je de eerste 24 uur 5 liter voeren. Dat is op zich best al veel.’ Het ‘overvoeren’ en de kans op koliekachtige verschijnselen, zoals de Universiteit in Wisconsin signaleert, herkent hij niet.
Hoe meer biest, hoe beter de weerstand
Peter Mölder, dierenarts en verantwoordelijk voor R&D bij Denkavit, kan zich voorstellen dat de kalveren buikpijn krijgen als er met sondevoeding een te grote hoeveelheid biest aan het kalf wordt gegeven. ‘Zeker als je 12 procent van het lichaamsgewicht van het kalf in één keer toedient. Voeding met de fles is het beste, hoewel ik ook begrijp dat sondevoeding onder bepaalde omstandigheden wordt toegepast.’ Hij blijft bij het principe om de eerste dagen te proberen zo veel mogelijk biest in een kalf te krijgen. ‘Ik ben het absoluut niet eens met het beperken van de totale biestgift, hoe hoog de kwaliteit ook is. Hoe meer biest, hoe beter de weerstand van het kalf.’
Endendijk merkt dat veehouders wel langer biest doorvoeren. ‘Tot wel vijf dagen. Dat juichen we toe, op voorwaarde dat de biest hygiënisch bewaard wordt.’ Om de eerste en ook de tweede biestgift een paar dagen daarna nog te kunnen voeren is een koel-
kast noodzakelijk, geeft Endendijk aan. ‘Bedrijven die dat langer doorvoeren voor elkaar hebben, halen uitstekende resultaten in groei en gezondheid van hun kalveren.’
Kwaliteit verhogen
Het belang van hygiëne wordt door Denkavit dik onderstreept. Bij een hoger kiemgetal hechten zich bacteriën aan de antistoffen, die daardoor minder of niet de mogelijkheid hebben de darmen te passeren. Schoon gewonnen biest is nodig om de kalveren, die zonder afweerstoffen geboren worden, de noodzakelijke weerstand mee te geven, geeft Mölder aan. ‘Gebruik een schone emmer en zet de biest meteen in de koelkast. In lauwwarme biest explodeert het aantal bacteriën.’
Naast het hygiënisch winnen van de biest zijn er nog meer mogelijkheden om de kwaliteit van de biest te verbeteren, geeft het ILVO in Vlaanderen aan. ‘Eerste tussentijdse resultaten van het BiestBoost-project tonen aan dat de huidige gemiddelde Brix-waarde op de Vlaamse bedrijven voor melkvee 23,5 procent bedraagt en voor vleesvee 24,5 procent. Genetica, maar ook ander droogstandsmanagement en andere rantsoenen kunnen aan de basis liggen van dit verschil ten opzichte van de Amerikaanse cijfers’, zegt Sarah Lievens, onderzoeker rundveehouderij. ‘De EFSA, de autoriteit voedselveiligheid, heeft in haar aanbeveling voor kalveren staan dat het volume van de biest 12 procent van het lichaamsgewicht van het kalf zou moeten bedragen met een kwaliteit van meer dan 50 g IgG per liter. Ook moet de biest binnen zes uur na de geboorte toegediend worden. In de praktijk hoeft dit volume niet in één beurt gegeven te worden, maar kan ook in twee beurten. Het volume van de biestgift de eerste uren na de geboorte kan minder, op voorwaarde dat het kalf minimaal 300 gram IgG binnenkrijgt binnen de eerste 24 uur na geboorte.’
Biestmanagement is een van de belangrijkste aspecten op het veebedrijf, zo luidt de eensgezinde mening van de jongveespecialisten. ‘Die eerste dagen bepaal je het verloop van de rest van het kalverleven’, geeft Endendijk aan. ‘De investering hierin krijg je 100 procent terug met een gezonde opfok en groei, en meer melk in de eerste en latere lactaties.’ Sarah Lievens adviseert regelmatig het protocol van biestmanagement tegen het licht te houden, inclusief consequent meten van de biestkwaliteit met een refractometer en een regelmatige controle van een steekproef bij de kalveren op hun serum IgG-waarden. ‘Vooral omdat je met de groeiende bedrijfsomvang ziet dat kalveropfok qua tijd in de knel komt’, merkt Endendijk. ‘We kunnen niet genoeg blijven hameren op het belang van biestmanagement.’ l
Tabel 1 – Benodigde biestgift bij verschillende biestkwaliteit vergeleken met traditionele advies (bron: Universiteit van Montreal) geboortegewicht kalf biestgift (l) % van geboortegewicht biestgift (l) % van geboortegewicht biestgift (l) % van geboortegewicht
hoge biestkwaliteit (Brix > 25%) gemiddelde biestkwaliteit (Brix 22-24%) traditionele advies
leeftijd 53
opleiding graduaat agro-industrie, Roeselare
carrière bestuurder ABS (2022), nationaal voorzitter ABS (2025) bedrijf vleesvee (60 Belgisch witblauwen) en bijhorend land INTERVIEW

‘Wij moeten bomen planten in de weide, maar Weyts heeft er geen probleem mee dat die Braziliaanse koeien pal in de zon staan’


Voor Bruno Vincent, voorzitter van de Vlaamse
boerenorganisatie ABS, ontbreekt vooral het stabiele kader in het landbouwbeleid, zowel in Vlaanderen als in Europa. ‘We hebben ambitieuze jongeren met een droom. Maar toch haken er te veel af.’
TEKST WIM VEULEMANS
Begin april 2025 nam de Aalterse vleesveehouder Bruno Vincent symbolisch de drietand over van Hendrik Van Damme. Vincent werd daarmee voorzitter van de Vlaamse boerenorganisatie ABS of het Algemeen Boerensyndicaat.
Toen Vincent in 1996 het vleesbedrijf van zijn moeder overnam, was er van een ambitie in een vakbeweging nog maar weinig te merken op het Aalterse hof. Vincent combineerde zijn bedrijf met het werken buitenshuis. Pas in 2019 ging het verdedigen van boeren hem meer aantrekken en begon zijn verhaal bij ABS.
Vanwaar kwam destijds uw draai naar het verdedigen van de sector?
‘Dat kwam vooral door mijn laatste werk buitenshuis, waar ik werkzaam was in een onderzoeksinstelling. Ik merkte dat er daar heel veel kennis was in de diepte, maar veel minder in de breedte. Bij boeren is dat veeleer omgekeerd. Een veehouder moet het brede spectrum kennen, van het technische tot de markt en zelfs de maatschappij. Dat viel me sterk op en dreef me richting het syndicalisme van ABS.’
‘In 2019 heb ik volledig voor de landbouw gekozen en kon ik mijn bedrijf gaan combineren met verschillende vertegenwoordigingen vanuit ABS in een aantal rundveegerelateerde organisaties als VLAM, Belbeef en IVB. In 2022 trad ik dan toe tot het bestuursorgaan. In maart van vorig jaar werd ik eerst provinciaal voorzitter in Oost-Vlaanderen, om een maand later Hendrik Van Damme op te volgen als nationaal voorzitter. Hij is nu mijn ondervoorzitter.’
Was het een eenvoudige wissel in het bestuur van ABS?
‘Neen, toch niet. Het mooie is dat we in 2025 in onze structuur maar liefst twaalf nieuwe bestuurders hebben mogen verwelkomen op een totaal van negentien bestuurders. De ervaren bestuurders kunnen zo de jongeren begeleiden, zoals Hendrik doet.’ ‘Ik weet dat wel meer organisaties het moeilijk hebben om mensen te engageren. Dat was en is ook voor ons een uitdaging. Wij hebben bovendien geen groot personeelsbestand waar we als bestuurders kunnen op terugvallen. Het zijn dus maar enkele mensen die het brede arsenaal aan dossiers opvolgen. Mijn voorzitterschap is naast mijn bedrijf nog eens een fulltime tijdsbesteding, waarbij de verplaatsingen, vaak naar Brussel in de spits, kunnen doorwegen.’
Was tijd dan uw grootste drempel om het voorzitterschap op u te nemen?
‘Eigenlijk niet. Voor mij was het deels opgeven van mijn privacy een grotere drempel. Je raakt die toch wat kwijt met zulk engagement, je loopt ook meer in de kijker. En dan heb ik het niet alleen over de pers. Je wordt toch ook wat gereserveerder in je houding. Je kan niet zomaar alles zeggen.’
Recent presenteerde ABS een toekomstvisie op de landbouw. Wat heeft daarin de voornaamste aandacht?
‘Het familiale bedrijf staat daarin vooraan. Die bedrijven hebben onze sector in Vlaanderen gebracht tot waar we nu staan. We mogen die bedrijven nooit uit het oog verliezen.’
‘Daarnaast hebben we ook aandacht voor het regionale verenigingsleven. Het is belangrijk dat boeren op lokaal niveau altijd mee aan tafel zitten als het over de sector en alles eromheen gaat. Vroeger had iedereen in het dorp wel een boer in de familie, dat is nu niet meer het geval. In gemeenten en bovenlokale structuren gaat het vaak over ons, al zitten we niet altijd mee aan tafel. We moeten dat zelf als boer oppakken.’
Jullie willen ook meer aandacht voor de verjonging in de sector?
‘Dat is misschien wel de grootste uitdaging, niet alleen hier, maar in geheel West-Europa. Er zijn nog zo veel jongeren geïnteresseerd in de sector, jongeren met ambitie. Dat merkte je recent op Agribex, maar ook bij de actie tegen Mercosur in Brussel. Daar waren heel veel jongeren.’
‘Alleen loopt hun ambitie vaak spaak, niet zozeer door een gebrek aan financiële middelen, als wel door gebrek aan een stabiel kader waar ze hun toekomst op kunnen bouwen. We moeten als maatschappij oppassen dat we die generatie niet kwijtraken en ons ervan bewust zijn dat er daarna nog een generatie komt.’
Wat moet dat stabiele kader dan wel inhouden?
‘Zo’n kader staat of valt met de aanwezigheid van rechtszekerheid. De sector beseft goed dat er in verschillende dossiers stappen en investeringen nodig zijn, maar dat kan alleen maar als je weet dat waarin je investeert ook standhoudt op langere termijn. Veel politieke beslissingen zijn echter nogal labiel onderbouwd. Stikstof is daar een voorbeeld van. In Vlaanderen durft men er niet meer aan te sleutelen, omdat men vreest dat het geheel dan omvalt.’
‘In Vlaanderen moet elke rundveehouder tussentijds 5 procent ammoniakemissie verminderen ten opzichte van de vergunde situatie door bijvoorbeeld minder dieren te houden, te beweiden of enkele innovatieve technieken toe te passen. Maar van deze laatste is men dan niet zeker of ze op langere termijn legitiem blijven. Als ABS vroegen we om die 5 procent voor de rundvee-



‘Veel politieke beslissingen zijn nogal labiel onderbouwd.
Stikstof is daar een voorbeeld van’



sector uit te stellen tot na de uitspraak van het grondwettelijk hof, maar zelfs dat durft men niet aan.’
Verschilt de situatie in Vlaanderen met die in Nederland?
‘Ik ken de Nederlandse situatie natuurlijk niet geheel in de diepte, maar er lijkt mij wel een groot verschil. In Nederland is er tenminste nog debat over stikstof. Dat komt natuurlijk door de recente verkiezingen en de regeringsonderhandelingen. Maar in Vlaanderen is er geen debat.’
Is het recente mestactieplan MAP7 een soortgelijk verhaal in Vlaanderen?
‘Een verschil met stikstof is dat we met de sector hierover wel mee aan tafel zaten. Het is er nu, al is het niet perfect, en we zullen het ermee moeten doen.’
‘Recent bracht de Vlaamse milieumaatschappij VMM naar buiten dat het nitraatgehalte in het oppervlaktewater op het laagste peil in jaren lag. Het is goed dat de inspanning van onze land- en tuinbouwers resultaat opleveren en dat dit erkend wordt. Maar ik vraag mij dan ook meteen af wat de boer hieraan heeft. Ik kan me niet van de
indruk ontdoen dat er in dit dossier, net als met stikstof, steeds naar onze sector wordt gekeken als oorzaak. Men negeert daarbij andere bronnen van vervuiling, zoals door private huizen. Recent zag ik op Facebook een foto van een bevroren waterloop vol met uitwerpselen van ganzen. Ik weet goed dat dit niet afdoet aan de inspanning die onze sector neemt en moet nemen. Maar het beeld maakt evenzeer duidelijk dat de overheid niet alleen naar onze sector moet kijken.’
Recent voerden jullie actie tegen de Mercosur-deal die de EU wil aangaan. Waarom ligt die zo zwaar op de maag? ‘Op zich zijn we niet tegen een handelsdeal, laat dat duidelijk zijn. Alleen mag zo’n deal niet ten koste gaan van onze veehouders. Hoe kan je als veehouder immers concurreren met een product als jij andere, zwaardere normen krijgt opgelegd in het produceren ervan dan een geïmporteerd product? En het grootste probleem is dat de consument het niet eens gaat merken, want dat vlees gaat vaak in de verwerking.’
‘Het valt me bijzonder zwaar dat geen enkele natuur- of dierenwelzijnsorganisatie
gereageerd heeft op Mercosur. Ze staan voor een betere natuur en meer welzijn, maar hier hoor je ze niet of amper. En nog frappanter is de houding van Vlaams minister Ben Weyts, bevoegd voor dierenwelzijn. Hij wil via zijn project Airkoe meer beschutting voor de dieren op de weide, maar is ook voor Mercosur. Wij moeten dus bomen planten in de weide, maar Weyts heeft er geen probleem mee dat die Braziliaanse koeien in feedlots pal in de zon staan.’
‘Ik heb de indruk dat Europa deze Mercosur wat uit armoede en onder druk van het Trump-beleid snelsnel wil doordrukken.’
U bent blijkbaar kritisch op de kijk van het Europese beleid op landbouw?
‘Noem me gerust een fiere Europeaan. Ik zie zeker meerwaarde in Europa. We mogen best positief blijven. We hebben een innovatieve, hardwerkende sector en een grote interne markt. Alleen moet ook Europa toekomstgericht denken en een stabiel kader voorzien voor onze sector. Geef de boer dat stabiele kader en eigenlijk heb je dan geen Mercosur-deal nodig. Ik denk zelfs dat dit ook geldt voor andere economische sectoren. Ook zij vragen een stabiel en realistisch kader dat hun toestaat om internationaal mee te kunnen spelen.’
Toch zal de EU het landbouwbudget opnieuw inkrimpen. Wat betekent dat voor de Vlaamse landbouw?
‘In die 20 procent reductie van het budget in het GLB houdt men geen rekening met de inflatie. Voor Vlaanderen zal die krimp dus nog flink hoger zijn. Ik begrijp dat in het licht van de internationale spanning Europa voor een aantal strategische keuzes staat. Defensie is er daar een van, en dat is logisch. Maar ook landbouw en voeding zijn dat. En het lijkt alsof niet alle politici dat helder in beeld hebben. We kunnen snel de sleutels van onze eigen voeding kwijt zijn.’
Heeft de sector dan wel voldoende potentie richting de toekomst?
‘Zoals ik al zei: we moeten positief zijn. We hebben kennis, kunde, markt en ambitie in onze sector. Alleen ontbreekt het ons aan een stabiel en werkbaar kader om te kunnen ondernemen op langere termijn.’
Wat is tot slot uw ambitie als voorzitter?
‘Ik wil vooral de stem van de landbouwers naar voren brengen, maar ook laten brengen. Dat wil zeggen dat ik niet voor mezelf, voor het ABS, maar voor alle boeren dat wil doen. Voor mij ligt daarbij de nadruk op het feit dat we ervoor moeten zorgen dat op elk niveau en in elk aan landbouw gerelateerd debat de boer mee aan tafel zit.’ l
(Cachemire de Dessous la Ville x Rejoui d’Argenton)
Op 42 mnd: 1156 kg en 154 cm (+10)
Ki-code: 945263
⊲ Korte drachtduur
⊲ Moeder 90 punten eindbeoordeling
⊲ Zeer hoge dochtervruchtbaarheid

Wilt u sperma van Zeus of andere stieren bestellen, bezoek dan onze webshop op shop.crv4all.nl of shop.crv4all.be
Elke rundveehouder kan ermee te maken krijgen: ziekten in de veestapel. Maar hoe herken je ze op tijd? Hoe behandel en voorkom je ze? In deze serie duiken we in veelvoorkomende ziekten bij runderen. Praktische inzichten voor een gezonde veestapel.

onderwerp
1. salmonella
2. bvd
3. ibr
4. mycoplasma 5. leptospirose 6. mannheimia
7. para-tbc 8. neospora
Mannheimia is op vrijwel elk rundveebedrijf aanwezig en kan onder bepaalde omstandigheden ineens ontsporen. Bij een uitbraak kan een gezond dier binnen twaalf tot zestien uur in shock raken. Snel ingrijpen is cruciaal.
TEKST QUINTEN DEN HERTOG
Een pijlgifkikkertje, daar vergelijkt Royal GD-dierenarts Jasper het Lam de bacterie mannheimia weleens mee. ‘Mannheimia komt net als deze kleine kikkertjes in verschillende gedaantes voor en kan zeer sterk gif afgeven. Bij een infectie kunnen runderen en kleine herkauwers in een tijd van enkele uren doodziek worden’, zegt de dierenarts, die promotieonderzoek naar de bacterie doet aan de Universiteit Utrecht.
Plotseling ernstig ziek
Mannheimia, officieel Mannheimia haemolytica, staat al langer bekend als een belangrijke ziekteverwekker bij kalveren. Vooral na virusinfecties, stress of plotselinge weersveranderingen kan de bacterie ernstige longontstekingen veroorzaken, onderdeel van het zogenoemde BRD-complex (bovine respiratory disease).
De eerste verschijnselen zijn vaak mild: koorts, hoesten, vieze neus- of ooguitvloeiing en soms afhangende oren. Maar als mannheimia diep in de longen doordringt, kan het ziektebeeld plots omslaan. Kalveren worden snel sloom en benauwd, gaan liggen met een pompende ademhaling en eten of drinken niet meer. Op dat moment is vaak al een groot deel van het longweefsel ontstoken en uitgeschakeld voor de zuurstof-koolstofdioxide-uitwisseling. Daarnaast komen grote hoeveelheden ontstekingsstoffen in de bloedbaan terecht. Zelfs wanneer een dier op het oog lijkt te herstellen na behandeling, kan blijvende schade ontstaan door verklevingen en littekenweefsel in de longen.
Naast longontsteking kan mannheimia ook borst-buikvliesontsteking veroorzaken. Dit ziektebeeld wordt de laatste twee decennia steeds vaker gezien bij vleeskalveren en soms ook bij fokkalveren. Het gaat meestal om kalveren van ongeveer drie tot tien weken oud, soms wat ouder, die er voorafgaand aan de ziekte goed uitzien. Deze dieren worden soms dood gevonden of zijn plotseling ernstig ziek: ze staan met een gebogen rug en bolle buik, zijn kortademig, sloom, eten of drinken niet meer en zijn koortsig of juist koud door shock. Zonder snelle behandeling sterven veel van deze kalveren binnen 12 tot 48 uur. Bij dit ziektebeeld is meestal een ander type mannheimia, serotype A2, betrokken dan bij longontsteking. Deze bacteriën veroorzaken meestal geen longontsteking, maar dringen via de bloedbaan door naar het buikvlies, de longvliezen en het hartzakje. Dit serotype werd lange tijd gezien als een onschuldige bewoner van de keelamandelen, maar recent GD-onderzoek toont aan dat juist dit type borst-buikvliesontsteking veroorzaakt. Of het gaat om een veranderde of nieuw ingesleepte stam is nog niet duidelijk en vraagt om verder onderzoek. Inmiddels is wel duidelijk dat niet elke mannheimia hetzelfde is: verschillende serotypen geven uiteenlopende ziektebeelden. Sommige stammen blijken zonder duidelijke aanleiding hevige en spontane uitbraken te veroorzaken bij gezonde dieren. Zo zorgde de bacterie in de afgelopen tien tot vijftien jaar steeds vaker voor ernstige en dodelijke uitbraken van longontsteking bij melkkoeien, meestal serotype A1 of A6. ‘Gezonde, sterke melkkoeien worden binnen een halve dag doodziek of worden zelfs dood aangetroffen’, vertelt Het Lam. Opvallend is dat vergelijkbare uitbraken bij volwassen zoogkoeien veel minder vaak worden gezien.
Stress als mogelijke trigger
Volgens Het Lam is mannheimia waarschijnlijk op vrijwel elk rundveebedrijf aanwezig zonder dat dit altijd tot ziekte leidt. De bacterie kan onder bepaalde omstandigheden ineens ontsporen. Omdat mannheimia geen aangifteplichtige ziekte is en uitbraken niet centraal worden geregistreerd, is het exacte aantal gevallen onbekend. Longontsteking door mannheimia als onderdeel van BRD komt wereldwijd en jaarlijks voor, in Nederland

vooral in de herfst- en wintermaanden. Borst-buikvliesontsteking komt op veel vleeskalverbedrijven voor, maar wordt bij zoogkalveren en jongvee op melkveebedrijven weinig gezien. Wat dit verschil verklaart, is nog onbekend. Stress lijkt een rol te spelen bij het uitbreken van mannheimia. ‘We zien uitbraken bijvoorbeeld na het aanvoeren van nieuwe dieren’, zegt Het Lam. ‘Dat kan duiden op insleep van een nieuwe stam, maar ook op een toename van stress in het koppel.’ Stressmomenten zoals transport, het mengen van groepen, spenen en een onvoldoende stalklimaat verhogen het risico op ziekte. Dat geldt met name voor jonge kalveren, waarbij de biestbescherming in de eerste levensmaanden afneemt. In het BRD-complex is het belangrijk om te testen welke virussen en bacteriën de aanstichters of meelopers zijn van een mannheimia-longontsteking, zodat deze meegenomen kunnen worden in het plan van aanpak. Daarnaast vormen de wintermaanden na het opstallen een risicoperiode: jonge en oudere dieren staan dan dichter op elkaar, ademen elkaars lucht in en het stalklimaat is niet altijd optimaal.
Behandel plotselinge ziekte als spoed
De ernst van mannheimia zit in het gifmechanisme van de bacterie. Die bacterie scheidt op twee momenten gifstoffen uit: zolang ze leeft en wanneer ze wordt afgebroken. ‘Witte bloedcellen trekken naar de infectie toe, maar het gif valt deze cellen juist aan. Hierbij komt bacteriedodend gif van de witte bloedcellen vrij, waardoor er nog meer witte bloedcellen naar de infectie toe trekken, die ook weer worden aangevallen. Dat veroorzaakt een kettingreactie van ontstekingen en een heel snel verloop van de ziekte,’ legt Het Lam uit. Zodra mannheimia diep in de longen en op de borstvliezen zit, kan een dier door die overweldigende immuunreactie binnen twaalf tot zestien uur in shock raken.
Het snelle ziekteverloop maakt snelle herkenning en handelen cruciaal. ‘Krijgen meerdere dieren ineens koorts of laat het kalf eerste tekenen van BRD zien? Bel dan direct de dierenarts, ook buiten kantoortijden’, adviseert Het Lam. Vroege behandeling maakt het verschil tussen leven en dood. ‘Als je in een vroeg stadium start met het juiste antibioticum en met ontstekingsremmers, knappen de meeste dieren snel en goed op. Maar door de gifstoffen en de hevige ontstekingsreactie ontstaat binnen een dag zoveel weefselschade, dat een halve dag te laat behandelen het verschil kan betekenen tussen herstel en het verliezen van een goed kalf.’
Het Lam adviseert acuut zieke dieren apart te zetten, eventueel samen met de moeder als het kalf nog niet gespeend is, en voor de eerste behandeling twee tot drie longspoelingen en minimaal vijf bloedmonsters te nemen en als er al een dier dood is, dit dier in te sturen voor sectie. ‘Het best wordt er gestart met een eerstekeusantibioticum en wordt er twee keer per dag getemperatuurd om nieuwe gevallen vroeg op te sporen. Met de uitslagen van bacteriekweek en gevoeligheid op antibioticum kan de dierenarts de behandeling eventueel aanpassen.’ Na drie weken raadt hij aan opnieuw bloed te tappen bij dezelfde dieren. ‘Met deze monsters kun je zien tegen welke ziektekiemen het antistoffenniveau is gestegen. Dat helpt om een gericht preventie- en vaccinatieplan op maat te maken, waarbij duidelijk is welke andere infecties er mee hebben gespeeld.’
‘Er is nog veel onderzoek nodig’, besluit Het Lam. ‘Om gerichter te kunnen adviseren, willen we beter begrijpen wat het verschil maakt tussen het wel of niet ontstaan van een uit-
Dierenarts Jasper het Lam: ‘Vroege behandeling maakt het verschil tussen leven en dood’
braak en of er sprake is van insleep van een nieuwe mannheimia-stam of van verspreiding van een “bedrijfseigen” mannheimia binnen het koppel.’ Hij adviseert: ‘Beperk stressmomenten zoveel mogelijk door geen of beperkt vee aan te kopen, diergroepen niet onnodig te mengen, all-in-all-out toe te passen en koude- of hittestress te voorkomen. Een comfortabele, schone leefomgeving met goede luchtkwaliteit is essentieel. Ook het voorkomen van andere (luchtweg)infecties, een goede biestvoorziening en voldoende melk dragen bij aan weerbaardere kalveren. Preventief vaccineren helpt, mits op tijd en goed uitgevoerd en afgestemd op de aanwezige BRDvirussen en -bacteriën op het bedrijf.’ l
Is een gezond, sterk kalf plotseling ernstig ziek zonder duidelijke oorzaak? Of krijgen meerdere dieren ineens koorts?
1. Bel direct de dierenarts, ook buiten kantoortijden, en zet de acuut zieke dieren apart. Stuur bij sterfte een representatief dier in voor sectie.
2. Laat voorafgaand aan de eerste behandeling twee tot drie longspoelingen en minimaal vijf bloedmonsters nemen door de dierenarts. Als de dierenarts een verdacht geval van mannheimia tegenkomt, start dan gelijk na de monstername met een eerstekeusantibioticum en een ontstekingsremmend middel.
3. Met de uitslagen van de bacteriekweek en de gevoeligheid op antibioticum kan de dierenarts de behandeling eventueel aanpassen. Als de diagnose Mannheimia haemolytica pleuropneumonie is bevestigd en ibr is uitgesloten, bespreek dan met de dierenarts of en hoe verantwoorde vaccinatie kan worden gestart bij de nog gezonde dieren.
4. Laat na drie weken opnieuw bloed tappen bij dezelfde dieren, zodat zichtbaar wordt tegen welke ziektekiemen het antisto enniveau is gestegen en er een gericht preventie- en vaccinatieplan kan worden gemaakt.
✓ Melkpoeders en startvoeders – Voor een optimale en gezonde start
✓ Breed assortiment aanvullende voeders –Perfect afgestemd op jouw groeirantsoen
✓ Voerformules voor de afmest – Voor een sterk en efficiënt afmestresultaat
✓ Mineraalkernen – Ondersteuning voor een robuuste weerstand
Bij Aveve bieden we jou een sterke service met persoonlijk advies
Kom kennismaken met onze experten en oplossingen tijdens Agro-Expo Roeselare en Agridagen Ravels.
info
� Agrarisch Aveve center in uw buurt
���� Anne Vandelannoote: 0475 41 02 34
���� Dries Vermander: 0477 77 41 42
Scan de QR-code en schrijf in op onze nieuwsbrief vleesvee.



























Enkele dagen geleden werd ik door een vleesveehouder opgeroepen voor een koe die mank stond. Het bewuste dier vertoonde een hevige pijnreactie bij het plaatsen van haar poot. Deze poot was ook dik en gezwollen. De veehouder had een vermoeden van een breuk.
We plaatsten het dier voor een grondige inspectie van de poot in de klauwbox. Ik besloot ook een RX-foto of röntgenfoto te nemen. Daarbij bleek meteen dat het niet om een breuk in de poot ging. Op deze radiografie was te zien dat er een abces in de hoef zat. Deze ontsteking had ondertussen ook al het klauwbeen aangetast.
De beste oplossing op slagen en vlot herstel van het dier lag op dat moment reeds in een amputatie van de slechte klauw. Een klauwamputatie is een chirurgische ingreep die bij runderen wordt uitgevoerd wanneer er een ernstige aandoening is aan een van de klauwen. Daarbij kan er in veel gevallen ook necrose of afsterven van het weefsel en bot waargenomen worden.
Aan de hand van voorbeelden uit hun dagelijkse praktijk schrijven vier dierenartsen over diergezondheid in de vleesveehouderij. Om en om beschrijven Anthony De Schryver, René Bemers, Piet De Meuter, en Hans Van Loo maandelijks vastgestelde ziektebeelden, uitgevoerde behandelingen en/of mogelijke preventiemaatregelen.
naam aandoening abces in de hoef verschijnselen manken, zwelling rond de hoef oorzaak onsteking door bacterie behandeling antibioticum, eventueel amputatie van de hoef
Het verwijderen van de slechte klauw zorgt ervoor dat de infectie niet verder kan opklimmen in de poot van het dier. Het geeft meteen ook verlichting van de pijn en zal zo makkelijker zorgen voor genezing van het abces en herstel van het dier.
Om de operatie vlot en veilig te kunnen uitvoeren, kan het rund het best in een klauwbox geplaatst worden. Onder een lokale verdoving kan men dan de klauw verwijderen. Ook is het mogelijk om de koe onder een volledige verdoving te doen slapen, om zo dan de ingreep uit te voeren met het dier in volledig liggende positie.
Na het verdoven wordt de aangetaste klauw tot in het bovenste gewricht losgesneden of afgezaagd. Daarna worden de bloedvaten afgebonden en het kapotte weefsel verwijderd. Na dit alles wordt er een stevig drukverband geplaatst en de hoef ingepakt in pleisters. De koe kreeg na de ingreep nog voor tien dagen pijnstiller en antibiotica verstrekt. Ze was na drie weken weer goed te poot.


Luchtwegproblemen en longontsteking bij jonge kalveren zijn de belangrijke oorzaken van uitval en antibioticagebruik bij vleesvee. De schade van een ernstige longontsteking opgelopen tijdens de opfokperiode, dreunt dan ook lang na op latere leeftijd. Een belangrijke oorzaak van luchtwegproblemen bij vleesvee is Bovine Respiratory Syncytial Virus (BRSV), ook wel pinkengriep genaamd.
Soms erg zichtbaar, vaak onopgemerkt
Van de luchtweginfecties bij runderen blijft 70% onopgemerkt1. Soms worden dieren dan zeer ernstig ziek en is het impact erg groot! Maar vaker nog geven luchtweginfecties amper zichtbare symptomen. Ze leiden tot groeiachterstand, verminderde karkaskwaliteit en een langere afmestperiode op latere leeftijd2,3,5,9, hogere behandel- en arbeidskosten4 en een verhoogde kans op afvoer3,5. Dit benadrukt het belang van een preventieve aanpak van luchtwegproblemen bij rundvee. Uit onderzoek8 blijkt dat wanneer u als veehouder één hoestend kalf ziet, er twee kalveren in de koppel lopen met aangetaste longen die u niet ziet. Deze kalveren met longontsteking hebben een groeiachterstand ten opzichte van koppelgenoten of verliezen zelfs gewicht.
Circulatie van pinkengriepvirus binnen een koppel
Bovine Respiratory Syncytial Virus (BRSV), ook wel pinkengriep genaamd, is één van de belangrijkste veroorzakers van luchtwegproblemen. Vrijwel alle volwassen dieren worden ermee geïnfecteerd voordat ze twee jaar oud zijn. Vaak zorgen deze onzichtbare infecties dat het pinkengriepvirus in een koppel blijft circuleren, zeker aan het begin van de winter als het volwassen vleesvee opgestald wordt. Omdat kalveren een zwakker immuunsysteem hebben, zijn ze bijzonder vatbaar en kunnen ze ernstig ziek worden na blootstelling aan het virus. Ook zorgt schade in de longen door het pinkengriepvirus voor een verhoogde vatbaarheid voor andere ziekteverwekkers, zoals Mannheimia haemolytica en Histophilus somni
Totaal aanpak!
Managementmaatregelen zoals goed biestbeleid, gescheiden huisvesting van kalveren en ouder vee, droge bedding en goede ventilatie zijn erg belangrijk om de impact van BRSV te minimaliseren. Daarnaast is vaccinatie van zowel jongvee als volwassen koeien belangrijk in de totaal aanpak van pinkengriep. Pinkengriep is enorm infectieus, één besmet dier kan namelijk tot wel 30 andere dieren binnen de koppel besmetten! Door vaccinatie van oudere dieren aan het einde van het weideseizoen en het begin van de winter vermindert de kans op verspreiding van het virus tijdens de wintermaanden.
HIPRA heeft meerdere vaccins voor rundvee ontwikkeld die u kunt toepassen bij een slimme vaccinatiestrategie en die kunnen bijdragen aan een brede bescherming van de gezondheid van uw waardevolle vleesvee:
HIPRABOVIS® SOMNI/Lkt tegen de bacteriën Mannheimia haemolytica en Histophilus somni infecties, NASYM® tegen BRSV en DIVENCE® Penta, als combinatievaccin tegen BRSV, PI3, BVD en IBR. Het unieke van DIVENCE® Penta is dat het vaccin toegepast kan worden bij zowel jongvee als volwassen vee en na de basisvaccinaties in de opfok een langdurige, brede bescherming biedt tegen de schade van de 5 virussen!
Overleg met uw dierenarts welke vaccinatiestrategie het beste past bij uw bedrijf, ook in het kader van de bescherming van uw vee tegen IBR en BVD.
Scan de QR code voor de bijsluiters


Luchtwegproblemen bij jonge kalveren is een belangrijke oorzaak van uitval en reden van antibioticagebruik bij vleesvee. De schade van een ernstige longontsteking opgelopen tijdens de opfokperiode heeft een belangrijke impact op de prestaties op latere leeftijd. Een belangrijke oorzaak van deze luchtwegproblematiek is Bovine Respiratory Syncytial Virus (BRSV), ook wel pinkengriep genaamd.
Soms erg zichtbaar, vaak onopgemerkt
Van alle luchtweginfecties bij kalveren verloopt 70% zonder zichtbare symptomen¹. Ze leiden tot groeiachterstand, verminderde karkaskwaliteit en een langere afmestperiode op latere leeftijd2,3,5,9, hogere behandel- en arbeidskosten⁴ en een verhoogde kans op afvoer3,5. Dit benadrukt het belang van een preventieve aanpak van luchtwegproblemen bij rundvee. Uit onderzoek8 blijkt dat wanneer u als veehouder één hoestend kalf ziet, er twee kalveren in de kudde lopen met aangetaste longen die u niet ziet. Deze kalveren met longontsteking hebben een groeiachterstand ten opzichte van koppelgenoten of verliezen zelfs aan gewicht.
Circulatie van BRSV binnen de kudde
Bovine Respiratory Syncytial Virus (BRSV), beter bekend als ‘pinkengriep’, is één van de belangrijkste virale veroorzakers van luchtwegproblemen. Vrijwel alle runderen worden ermee geïnfecteerd voordat ze twee jaar oud zijn. Omdat jonge kalveren nog geen volledig ontwikkeld immuunsysteem hebben, zijn ze bijzonder vatbaar en kunnen ze ernstig ziek worden na blootstelling aan het virus. Tegelijk maakt dit virus vaak de weg vrij voor bacteriële infecties die voor bijkomende schade zullen zorgen op het niveau van de longen.
Een plan van aanpak op maat van uw bedrijf!
Door het multifactoriële karakter van luchtwegproblemen bij zowel kalveren als volwassen vee, moet de preventieve aanpak zich richten op verschillende factoren.
Start daarom met een goed biestmanagement, zorg voor gescheiden huisvestingen van jonge kalveren en ouder jongvee voorzien van een droge bedding en besteed de nodige aandacht aan een adequate ventilatie van de stal. Zet daarnaast in samenwerking met uw bedrijfsdierenarts in op een onderbouwde vaccinatiestrategie met een brede virale en bacteriële bescherming, aangepast aan uw bedrijfsspecifieke situatie.
Identificeer de betrokken pathogenen op uw bedrijf aan de hand van gerichte diagnostiek, uitgevoerd door uw dierenarts. Geef daarbij de voorkeur aan longspoelingen onderzocht met de PCR-techniek.
Bespreek de resultaten met uw bedrijfsdierenarts en werk gerichte maatregelen uit die praktisch en arbeidstechnisch uitvoerbaar zijn.
Ga preventief te werk en volg de situatie nauwgezet op.

ELLIS LUGTENBERG SALLANDSE BOERIN
leeftijd 48 • partner Tom Lugtenberg • kinderen Jolien, Iris, Inge en Yvet • woonplaats Olst • bedrijf 130 koeien
ALS EERSTE VROUW
‘Toen ik werd gevraagd als Sallandse Boerin, viel ik bijna van mijn stoel van verbazing. Al sinds 1977 wijst oogstfeest Stöppelhaene elk jaar een Sallandse Boer aan, een ambassadeur voor de agrarische sector. Dat was altijd een man. Ik vind het een eer dat ik die rol als eerste Sallandse Boerin mag vervullen. Het sluit ook aan bij de ontwikkeling in de sector. Op agrarische scholen zie je ook steeds meer meiden.’
EEN PRAATJE HOUDEN
‘Mijn man Tom was twintig jaar geleden ook Sallandse Boer. Hij zei toen al: “Dat past meer bij jou dan bij mij.” Ik doe thuis het jongvee en regel alles rondom onze ontvangstruimte, maar doe ook graag dingen naast de boerderij. Zo zat ik in de gemeenteraad en heb ik aan allerlei agrarische projecten meegewerkt. Dat helpt, want als Sallandse Boerin moet je wel een praatje kunnen houden.’
GENIETEN VAN APARTIGHEID
‘Tijdens Stöppelhaene was ik overal bij: de boerenmarkt, een kerkdienst, een rondrit in een koets, de seniorenbingo. Ik heb genoten van al die apartigheid. Je ontmoet allerlei mensen: van bewoners van een verpleeghuis tot een kunstenares. Ik ben geen kunstkenner, maar als je in gesprek gaat, vind je al snel raakvlakken, zoals in het ondernemerschap. Die uitwisseling inspireert. Dat ervaren we thuis ook als bedrijven van elders bij ons komen vergaderen.’
OOGST VIEREN EN DELEN
‘Stöppelhaene is vanouds het moment om de oogst te vieren en te delen met mensen die het minder goed hebben. Dat element zit er nu nog in. Met het Oogstgave-project zamelen we dit jaar geld in voor een landbouwproject in Zambia, waar 500 boeren worden opgeleid in onder meer agroforestry. Daar ben ik als Sallandse Boerin graag ambassadeur van. Dat verrijkt jezelf ook.’
Coöperatie Koninklijke CRV u.a. heeft afgelopen boekjaar een goed financieel resultaat gerealiseerd.
Met name in de thuismarkt Nederland-Vlaanderen was de omzet boven verwachting en werden de effecten van kostenbesparende maatregelen zichtbaar.
Financieel directeur Egon Verheijden kijkt tevreden naar de resultaten van CRV over het boekjaar 2024-2025, dat liep van 1 september 2024 tot en met 31 augustus 2025. De netto-omzet steeg met ruim 10 miljoen euro naar ruim 195 miljoen euro en het bedrijfsresultaat met ongeveer 8 miljoen euro naar 3,8 miljoen euro. Ondanks een forse belastingafdracht kon een positief nettoresultaat worden geboekt.
Hogere omzet op thuismarkt
Tevreden is Verheijden met name over het resultaat op de thuismarkt. ‘Met een reorganisatieplan anticiperen we op een kleinere veestapel in Nederland en Vlaanderen. Daarmee hebben we in het afgelopen boekjaar al een forse kostenbesparing kunnen realiseren’, vertelt hij. ‘Een krimp van de veestapel bleef echter uit en melk- en vlees-

prijzen waren goed. Hierdoor was de omzet boven verwachting, met onder andere een stijgende afzet van SiryX-sperma.’
De uitbraak van blauwtong in de zomer van 2024 had ook effect op CRV. Verheijden beziet het met gemengde gevoelens. ‘Het virus bracht onze leden-veehouders veel ellende. Maar er waren meer inseminaties nodig om koeien drachtig te krijgen.’
Buitenland op niveau
De buitenlandse vestigingen van CRV presteerden afgelopen boekjaar naar verwachting. ‘De resultaten in Duitsland en Tsjechië bleven stabiel goed en in Nieuw-Zeeland realiseerden we een omzetgroei van circa 8 procent’, vertelt de financieel directeur. ‘Ook onze vestiging in Brazilië boekte dit jaar een gunstig resultaat, enerzijds doordat ons strategisch plan hier de gewenste pres-
tatieverbeteringen oplevert, anderzijds dankzij goede vlees- en melkprijzen.’ CRV USA realiseerde afgelopen jaar een omzetstijging, maar kostenbewaking blijft hier volgens Verheijden een aandachtspunt. Doordat China de grens sloot voor buitenlandse genetica viel deze markt voor CRV weg. ‘In de ontwikkeling van andere nieuwe markten voor onze diensten en producten hebben we afgelopen boekjaar meer focus aangebracht, wat zich vertaalt in betere resultaten’, voegt Verheijden nog toe.
Investeren in innovatie
De CRV-ledenraad heeft besloten geen ledenvoordeel uit te keren en de volledige winst te reserveren voor de ontwikkeling van nieuwe data-oplossingen en noodzakelijke vervanging van IT-systemen. Ook zal in de loop van dit jaar een volgende stap worden gezet in de ontwikkeling van eigen technologie voor gesekst sperma (Engender). Voor 2025-2026 voorziet Verheijden een boekjaar met twee gezichten. ‘In de eerste maanden van dit boekjaar bleef de omzet nog goed op peil. Maar met dalende melkprijzen en stijgende kosten voor mestafzet in het vooruitzicht zal de omzet de komende maanden onder druk komen te staan. Scherp sturen op kosten wordt daarmee extra belangrijk.’ l
Voor de leden van CRV is op 23 januari een webinar georganiseerd waarin Egon Verheijden de jaarcijfers bespreekt. Op CRV Live zullen hoofdbestuursleden een toelichting
geven en vragen beantwoorden. Zie voor meer informatie over CRV Live op pagina 29 hiernaast en de advertentie op pagina 4 van dit nummer van VeeteeltVlees.
Tabel 1 – Belangrijkste kengetallen van Coöperatie Koninklijke CRV u.a. over de afgelopen drie boekjaren
2024-2025 2023-2024 2022-2023 aantal leden in Nederland en Vlaanderen
aantal medewerkers
netto-omzet voor ledenvoordeel (x € 1 miljoen)
ledenvoordeel (x € 1 miljoen) — bedrijfsresultaat (x € 1 miljoen) 3,8 –4,2 0,3 nettoresultaat na belasting (x € 1 miljoen) 0,7 –4,1 –1 eigen vermogen (x € 1 miljoen)

Tabel 1 – Data en locaties CRV Live 2026
In februari en maart organiseert CRV in samenwerking met Veeteelt(Vlees) CRV Live, de bekende jaarlijkse ledenbijeenkomsten in een nieuw jasje.
Op CRV Live neemt Tjebbe Huybrechts, directeur informatica-oplossingen en genetica bij CRV, ons onder de titel ‘Van KI naar AI’ mee in de fascinerende wereld van kunstmatige intelligentie. En hoe verhoudt de AI-revolutie zich tot de revolutie die in gang is gezet met de ontwikkeling van kunstmatige inseminatie?
In workshops maak je interactief kennis met de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van data, management en fokkerij. Zo gaat Wim Veulemans, hoofdredacteur van VeeteeltVlees en coördinator Belgisch witblauw bij CRV, in Vlaanderen in de workshop ‘Vleesveehouderij met toekomst’ met vleesveehouders in gesprek over maatschappelijke en economische ontwikkelingen en trends in consumentengedrag die vleesveehouders de komende jaren mogen verwachten. En hij zal schetsen hoe u zich als vleesveehouder hierop kunt voorbereiden.
Jochem van der Starre, de nieuwe voorzitter van CRV, wordt live geïnterviewd over zijn visie op de coöperatie en u ontmoet de experts van CRV. Zij zijn de hele dag aanwezig om al uw vragen over diensten en producten van CRV persoonlijk te beantwoorden. De inloop van CRV Live start rond 10.00 uur en de dag wordt om ongeveer 15.30 uur afgesloten met een borrel. Tussen de middag verzorgen we een lunch.
Alle leden van Coöperatie CRV zijn uitgenodigd voor CRV Live. Later dit voorjaar zullen nog speciale ledenbijeenkomsten voor vleesveehouders worden georganiseerd.
Meer info over het programma en de inhoud van alle workshops vindt u op de website van CRV. Hier vindt u ook een aanmeldingsformulier waarop u kunt aangeven welke workshops u wil volgen. Scan voor meer info de QR-code
datum regio locatie dinsdag 10 februari Vlaanderen Domein De Vesten, Laakdal donderdag 19 februari Noord Zalencentrum ’t Haske, Joure woensdag 4 maart Oost Dieka van de Kruusweg, Markelo vrijdag 6 maart Mid-West Boerderij De Weistaar, Maarsbergen dinsdag 10 maart Zuid Boerderij ’t Dommeltje, Boxtel
Onderstaande stalnamen zijn in het laatste kwartaal van 2025 aangevraagd Als na veertien dagen geen bezwaren zijn ingediend, krijgen deze de officiële status.
stalnaam naam woonplaats
Weide Porsius J. H. Porsius Tijnje
Sharp Hill mts. L. F. J. M. en C. J. A. Hereijgers-Gommeren IJzendijke
SCH A. F. M. Scholten
Saasveld
De Bredenhorst fam. Van ’t Einde-Snel Heino
RAW HILL mts. J. B. en D. W. E. Klein Wassink en I. M. H. Alefs Ruurlo
Bleskenshoeve mts. P. en C. E. M. Boer-de Reus Biddinghuizen De Klepperhoeve stichting Kinderboerderij Middelburg Middelburg
t Getijde G. F. Verdoold Bergambacht vh Hedinghof mts. Oomen-van Velthoven Oirschot
Leden van Coöperatie CRV kunnen vanaf 10 februari stemmen op nieuwe kandidaten of opnieuw verkiesbare kandidaten voor de CRV-regiobesturen. Omdat de regiobesturen de ledenraad benoemen, zijn dit indirect ook verkiezingen voor het hoogste bestuurlijk orgaan van de coöperatie. De bestuursverkiezingen worden volledig online gehouden. Leden ontvangen hiervoor van hun regiobestuur een uitnodiging. Hierin worden ook de kandidaten voor de eigen regio voorgesteld. Alle kandidaten zijn ook terug te vinden op de website van Coöperatie CRV.
Scan de QR-code voor de kandidaten
ECONOMIE – De kalverhouderij in Nederland heeft in 2040 weer grotendeels de rol waarmee de sector is gestart: het tot waarde brengen van kalveren uit de Nederlandse melkveehouderij. Dit schrijft Rabobank in een toekomstvisie op de sector.
De sectordeskundigen van de bank verwachten dat de productie van de kalverhouderij in

2040 met meer dan 30 procent zal zijn gedaald ten opzichte van 2023. Door schaalvergroting krimpt het aantal bedrijven nog veel sterker: met meer dan 60 procent. Alleen grotere bedrijven kunnen volgens Rabobank de noodzakelijke investeringen in milieu en dierenwelzijn terugverdienen. Daarbij zal de kalverhouderij zich meer over het land verspreiden en minder geconcentreerd zijn. Een productiesysteem waarbij grote aantallen buitenlandse kalveren in Nederland worden afgemest waarna het vlees wordt geëxporteerd, is volgens Rabobank niet houdbaar uit oogpunt van duurzaamheid en dierenwelzijn. Import van kalveren van verder weg zal niet meer mogelijk zijn door wettelijke beperkingen op de afstand en duur van transporten.
Rabobank verwacht een krimp van meer dan 30 procent in de productie van de Nederlandse kalversector
Kalveren zullen bovendien enkele weken langer op melkveebedrijven gehouden worden. Kalverhouders moeten investeren in meer ruimte, groepshuisvesting en ligcomfort voor de dieren. Blank kalfsvlees verdwijnt door het bijvoeren van ruwvoer. Met de krimp van de productie keert de kalversector weer terug naar de basis: het tot waarde brengen van kalveren uit de Nederlandse melkveehouderij. De import van kalveren zal sterk verminderen en ook de export van kalfsvlees daalt, ook al omdat in Nederland meer (rosé) kalfsvlees zal worden geconsumeerd. Alle mest wordt verwerkt, emissies zijn sterk beperkt en het dierenwelzijn is toegenomen. Rabobank verwacht dat door sterke ketenregie en certificering de hogere kosten worden terugverdiend en er voor de blijvende kalverhouders een goed verdienmodel zal zijn.
GRAS – Het verschil in ruweiwitgehalte (regehalte) tussen voorjaarskuilen en najaarskuilen is de laatste tien jaar groter geworden.
Deze conclusie trekken specialisten van Eurofins Agro uit een analyse van de kuiluitslagen over de afgelopen tien jaar. De voorjaarskuilen uit de jaren 2016 tot en met 2019 bevatten gemiddeld 166 gram ruw eiwit per kg droge stof (ds). In dezelfde periode was het re-gehalte in de najaarskuilen gemiddeld 179 gram per kg ds. In de jaren
2021 tot en met 2024 was het gemiddelde re-gehalte in de voorjaarskuilen gedaald tot 145. In de najaarskuilen bleef dit gehalte met 174 gram re per kg ds min of meer op peil. Het verschil tussen voorjaarskuilen en najaarskuilen nam door deze ontwikkeling sterk toe. Ook andere kenmerken, zoals het gehalte aan fosfor en koper, kende een toenemend verschil tussen voor- en najaar.
De specialisten schrijven deze ontwikkeling onder andere toe aan de verschillen in weers-
omstandigheden tussen voor- en najaar. Bovendien is sinds 2016 de totale mestgift verlaagd en ook de gehalten in drijfmest zijn verminderd. Daarbij is een steeds groter deel van de mest voor de eerste sneden gegeven, waardoor de nalevering vanuit de bodem in het najaar belangrijker is geworden.
De specialisten wijzen er ook op dat najaarskuilen een steeds groter aandeel van de grasoogst vormen. Een goede inpassing in het rantsoen is daardoor extra belangrijk.

BEMESTING – Vanaf 1 januari 2026 kunnen Nederlandse veehouders geen derogatie meer aanvragen. De Europese Commissie heeft laten weten dat Nederland zich volgend jaar moet houden aan de standaardnorm van 170 kilo stikstof uit dierlijke mest per hectare. De huidige derogatie op de Nitraatrichtlijn stopte eind 2025. Volgens de commissie heeft Nederland nog steeds grote problemen met het beheersen van nitraat en stikstof. Een nieuwe derogatie zou de druk verder vergroten, terwijl de waterkwaliteit nog steeds een groot probleem is en de stikstofvervuiling te hoog blijft.
Voor Nederland is er geen derogatie meer, Ierland kreeg deze wel
Minister Wiersma noemt dit besluit ‘zeer teleurstellend’ en waarschuwt voor grote gevolgen voor het inkomen en het toekomstperspectief van boeren en mogelijk ook voor de waterkwaliteit. Uit eerdere cijfers blijkt dat derogatiebedrijven met veel grasland vaak onder de nitraatnorm van 50 milligram per liter grondwater blijven. Bovendien is ze bang dat boeren grasland gaan omzetten in bouwland, omdat dat meer geld oplevert. Dat kan slecht zijn voor de waterkwaliteit. LTO is ook teleurgesteld over het besluit uit Brussel. LTO-voorzitter Ger Koopmans stelt dat boeren en tuinders het jaar opnieuw afsluiten zonder duidelijkheid over de regels die voor hen gaan gelden. Ierland kreeg wel een derogatie.
VOEDING – Het Deense landbouwkennis- en innovatiecentrum Seges legt op basis van een data-analyse een voorzichtige link tussen de Bovaer-problemen en een hoger aandeel zwavel in het rantsoen. De zwavel zou voor een belangrijk deel afkomstig zijn uit raapzaadproducten (koolzaad). De data-analyse werd uitgevoerd naar aanleiding van de problemen met Bovaer in Denemarken begin november. Verschillende veehouders beweerden toen dat hun koeien ziek werden van het voeren van het product. Seges analyseerde cijfers van 200 grote veebedrijven en zocht verbanden tussen de samenstelling van het rantsoen en ervaringen van melkveehouders met Bovaer. Opvallend is dat melkveehouders zeer uiteenlopende ervaringen hadden met Bovaer. In de analyse werden 92 voerparameters onderzocht, zoals mineralen, vitaminen, energie-, verzadigingsen eiwitwaarden. De analyse toonde aan dat het zwavelgehalte van het rantsoen signifi-
cant hoger lag (2,62 versus 2,48 g/kg droge stof) op bedrijven die problemen met Bovaer ervaarden. Zwavel komt voornamelijk voor in raapzaadproducten (koolzaad). Deze grondstoffen zijn doorgaans verantwoordelijk voor 50 tot 60 procent van het zwavelgehalte in het voer als raapzaad de belangrijkste eiwitbron is. In rantsoenen met een hoog aandeel mais kan zelfs meer dan 70 procent van de zwavel afkomstig zijn uit raapzaadproducten. Seges veronderstelt dat Bovaer de beschikbaarheid van waterstof in de pens verhoogt, terwijl raapzaadproducten zwavel leveren. De combinatie van waterstof en zwavel kan leiden tot de vorming van waterstofsulfide (H₂S), een gas dat giftig is voor koeien en mensen. Seges benadrukt dat het gaat om een aanname. ‘Er is weinig literatuur beschikbaar over waterstofsulfidemetingen bij koeien die zowel Bovaer als raapzaadproducten of andere zwavelrijke producten gevoerd krijgen’, schrijft het kenniscentrum. ‘Het is daarom niet zeker

De combinatie van waterstof en zwavel kan leiden tot de vorming van waterstofsulfide (H₂S), een giftig gas voor koe en mens
of dit de juiste verklaring is voor sommige incidenten.’ Het onderzoekscentrum wil het risico van het voeren van Bovaer in combinatie met raapzaadproducten grondiger onderzoeken in het voorjaar van 2026.
GEZONDHEID – Ook na een jaar zonder uitbraken van het blauwtongvirus op Nederlandse bedrijven is het verstandig om in 2026 risicovolle diergroepen te vaccineren. ‘Het virus is echt nog niet weg. In tal van landen om ons heen zijn er in 2025 nog uitbraken geweest. Je weet gewoon dat het terug kan keren, zeker bij jonge dieren die het virus nog niet hebben doorgemaakt of eerder zijn gevaccineerd.’ Dat stelt Monique Driesse, dierenarts bij Boehringer Ingelheim Nederland. Kars ten Have, hoofd animal health bij Boehringer Ingelheim Nederland, deelde
recent een opiniestuk, waarin hij stelde dat samenwerking tussen overheden, gezondheidsdiensten en bedrijfsleven nodig is en blijft om grensoverschrijdende dierziekten succesvol te kunnen blijven aanpakken. ‘Door goed samen te werken kunnen we informatie delen en lukt het farmaceuten zoals wij om snel goedwerkende vaccins te ontwikkelen’, verduidelijkt Ten Have zijn boodschap. ‘Die samenwerking in Nederland is uniek. Dat hebben we gezien met blauwtong.’ De hoge vaccinatiegraad, in combinatie met een grote groep dieren die een besmetting
GEZONDHEID – Het verbod om te vaccineren tegen ibr in België is opnieuw uitgesteld en gaat nu pas 1 november 2027 in. Dat is twee jaar later dan gepland. Dat meldt de FOD Volksgezondheid. Eerder was het vaccinatieverbod al uitgesteld van 1 april 2025 tot 1 november 2025.
Bedrijven waar een ibr-haard is vastgesteld, moeten verplicht vaccineren tegen ibr. Dat geldt ook voor bedrijven met het statuut ‘besmet’. Bedrijven met het statuut ‘ibr-vrij’ of
‘gE-negatief in transitie’ mogen hun dieren nu al niet meer vaccineren.
Uitstel is volgens de overheidsdienst nodig vanwege de ongunstige epidemiologische situatie rondom ibr. Afgelopen jaar kregen veel ibr-vrije bedrijven te maken met insleep van ibr en nog steeds worden nieuwe besmettingen vastgesteld.
Bedrijven waar een ibr-haard is vastgesteld, moeten verplicht vaccineren tegen ibr
met het virus al doormaakten, en het vroegtijdig in het jaar beginnen met vaccineren, hebben eraan bijgedragen dat er dit jaar geen uitbraken waren van blauwtong, zo duidt Ten Have de huidige situatie. Boehringer Ingelheim volgt ook de opmars van nieuwe dierziekten zoals mkz, andere blauwtongserotypen en vogelgriep. Voor vogelgriep bij vogels zijn er al stappen gezet voor registratie van nieuwe vaccins, mochten overheden besluiten dat vaccineren mogelijk wordt. Voor vogelgriep bij runderen is dat nog niet aan de orde.

– De huidige voederwaardeprijzen zijn berekend door Wageningen Universiteit (WUR) op 9 december 2025. De waarde van 1000 vem (kvem-prijs) stijgt iets naar 21,2 eurocent, terwijl de waarde van eiwit na een behoorlijke stijging terug daalt naar 72,4 eurocent per kg dve.
– In de onderstaande tabel met de voederwaardeprijzen staan verschillende producten opgesomd met bijhorende voederwaarde. De voederwaarde van het product wordt berekend aan de hand van de cijfers die WUR publiceert. Er wordt daarbij een vergelijking gemaakt tussen de marktwaarde en de voederwaarde. Belangrijk om te weten is dat men enkel producten mag vergelijken die vergelijkbaar zijn. Bij een voederwaardeprijs onder de 100 is het voedermiddel prijstechnisch interessant. Evalueer ook eerst welke producten in het rantsoen passen en kies binnen deze producten de goedkoopste optie.
– De eiwitprijzen zijn opnieuw gestegen. China heeft meer soja ingekocht vanuit de Verenigde Staten. Zuid-Amerika hoopt dan weer op goed weer. In Argentinië is het de laatste weken echter te droog geweest, terwijl in Brazilië de weersomstandigheden goed zijn. Men blijft hopen op voldoende regen de komende weken. Ook de raapschrootprijzen zijn gestegen en ook hier speelt China een rol.
– De speculatie is dat Canada de extra invoerheffingen op Chinese auto’s zal uitstellen. In ruil hiervoor zou China de importheffing van 100 procent op Canadese koolzaadolie en -meel moeten stoppen. Hiermee zal er ook minder hiervan naar de EU komen. Verschillende crushers hebben daarbij problemen rondom de fabriek.
– De graanprijzen blijven zakken. Op de beurs stijgen de prijzen vanwege de geopolitieke spanningen, maar op de markt blijven ze dalen. Het aanbod blijft groot, maar door de lage prijzen blijft de bereidheid om te verkopen laag.
– De vulmiddelen zijn over het algemeen relatief goed aan de prijs. De sojahullen blijven in prijs gelijk, de prijs is echter wel aan de hoge kant. Dit komt door een krap aanbod. Palmpitschilfers blijven aantrekkelijk geprijsd, er zit weinig verandering in de markt.
– De bijproducten zijn behoorlijk goed aan de prijs. De prijzen zijn de afgelopen weken terug verder gedaald, met name de energieprijzen.
(bron: Liba)
januari 2026
in eurocenten, excl. btw (bron: Wageningen Livestock Research)
m/m = vergelijking t.o.v. vorige maand y/y = vergelijking t.o.v. dezelfde maand vorig jaar
Voederwaardeprijzen geven de verhouding weer van de voederwaarde van mengvoer, grondstoffen en bijproducten in relatie tot de marktprijs. Bij een voederwaardeprijs onder de 100 procent is het voedermiddel prijstechnisch interessant.
bewaringsverlies(%)
voederwaardeprijs (€/ton)vevi marktprijst.o.v.voederwaardeprijs(%)
bron: Veemarkt Ciney (B.)
Bron: BVK vzw
NUCHTERE KALVEREN
NUCHTERE KALVEREN
BROUTARDS LIMOUSIN
bron: Veemarkt Les Hérolles (Fr.)
Bron: veemarkt Les Hérolles (Fr.)
KOEIEN BELGISCH WITBLAUW BROUTARDS BLONDE D’AQUITAINE
KOEIEN BELGISCH WITBLAUW BROUTARDS BLONDE D’AQUITAINE
bron: Veemarkt Agen (Fr.)
Bron: veemarkt Agen (Fr.)
STIEREN BELGISCH WITBLAUW
STIEREN BELGISCH WITBLAUW
Bron: Veemarkten België
Bron: veemarkten België
WERELDWIJD
land waarde december 2025 trend (m/m**)
Groot-Brittannië 764,74
Bron: Veemarkten België
Bron: veemarkten België
Bron: European Market Observatories
Bron: European Market Observatories
Uruguay 445,27
Europa 699,17
Australië 474,67
Verenigde Staten 654,50
Nieuw-Zeeland 446,14
Argentinië 459,10
Brazilië 325,09
*euro/100 kg geslacht gewicht stieren
**m/m = vergelijking t.o.v. vorige maand
KEURINGEN EN PRIJSKAMPEN
24 januari Witblauwkeuring, Libramont
25 april Vetten Os, Rekkem
VEILINGEN
11-12 maart Veiling limousin, Boisseuil (Frankrijk)
28 maart BAC-stierenveiling, Laren
BEURZEN, STUDIEVERGADERINGEN, DEMODAGEN
10 februari CRV Live 2026, Laakdal
20-22 februari Agridagen, Ravels
Raadpleeg de website veeteeltvlees.be of veeteeltvlees.nl voor een actuele en uitgebreide stand van zaken.


In het februarinummer is er plaats voor een jaarlijks terugkerend thema: bemesting. In Nederland kreeg de sector net voor kerst vanuit de Europese Commissie de bevestiging dat de derogatie van 2026 geschrapt is. Maar wat betekent dat voor veehouders, hoe gaan ze hiermee om en wat kun je als veehouder doen? Ook nemen we een kijkje in de samenstelling van mest. Verder duiken we in de financiële cijfers van een vleesveebedrijf en hoe deze zijn te lezen. Ook is er weer een mooie reportage van een vleesveebedrijf gepland.




VeeteeltVlees is een uitgave van CRV BV in opdracht van Coöperatie CRV ua. De leden van de Coöperatie CRV ontvangen VeeteeltVlees gratis, als onderdeel van het lidmaatschap. VeeteeltVlees verschijnt maandelijks.
redactie
hoofdredacteur Wim Veulemans redactie Inge van Drie, Jaap van der Knaap, Wichert Koopman, Grietje de Vries, Quinten den Hertog, Justine Poppe aan dit nummer werkte mee Tijmen van Zessen foto- en beeldbewerking Rogier van der Weiden vormgeving René Horsman, Esther Onida eindredactie Lieke van den Broek hoofd CRV-magazines Jaap van der Knaap
redactie-adres
Nederland: postbus 454, 6800 AL Arnhem telefoon 026 38 98 800
Vlaanderen: Buchtenstraat 7, 9051 Sint-Denijs-Westrem telefoon 078 15 44 44 fax 09 363 92 06 e-mail veeteelt@crv4all.com
abonnementsprijs/jaar
Nederland en België € 108,00, overige landen € 175,00. In combinatie met abonnement op vakblad Veeteelt bedraagt een abonnement € 180,00 per jaar, overige landen € 3119,00 per jaar. Prijzen excl. btw. Abonnementen zijn gebaseerd op kalenderjaar en worden jaarlijks in februari gefactureerd. Opzegging is mogelijk per kwartaal. Bel voor opgave van een abonnement: België: CRV Klantenservice (078 15 44 44) e-mail klantenservice.be@crv4all.com
Nederland: CRV Klantenservice (088 00 24 440) e-mail klantenservice.nl@crv4all.com
advertentie-afdeling
Karen Dammer en Froukje Visser
postbus 454, 6800 AL Arnhem telefoon (+31)(0)6 53 16 85 29 e-mail advertenties@crv4all.com
illustraties/foto’s
De foto’s zijn van de eigen fotodienst van VeeteeltVlees. Uitzonderingen zijn de foto’s van Blonde d’Aquitaine France (6-7), Elevéo (6), Harrie van Leeuwen (8-11), Henk Lomulder (12-14), Regine Foket (18-20), Elly Geverink (25),
Kiekbyanique (27), Mark Pasveer (28, 34, 35), Kristina Waterschoot (30) en BBG (35).
Overname van artikelen is alleen toegestaan na toestemming van de redactie. Hoewel aan de samenstelling van de inhoud de meeste zorg is besteed, kan door de redactie geen aansprakelijkheid worden aanvaard voor mogelijke onjuistheden of onvolledigheden. Alle auteursrechten en overige intellectuele eigendomsrechten ten aanzien van (de inhoud van) deze uitgave worden uitdrukkelijk voorbehouden. Deze rechten berusten bij CRV BV c.q. de betre ende auteur. Artikelen uit VeeteeltVlees mogen uitsluitend verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden na schriftelijke toestemming van CRV.
Druk: Senefelder Misset, Doetinchem ISSN 01.68-7565

In het eerste kwartaal van 2026 schakelt CRV in Nederland in fases per gebied over naar een nieuw planningssysteem voor de ki-dienstverlening, het implanteren van em-

bryo’s en scanafspraken. Voor veehouders in Vlaanderen verandert er niets. De procedure voor het aanmelden van dieren voor ki, implantatie of scannen via CRV Dier blijft zoals die was. Veehouders die na de invoering van het nieuwe systeem direct contact willen opnemen met de planning, krijgen een medewerker van de centrale planning aan de telefoon. Over de telefoonnummers van de centrale planning wordt u nog nader geïnformeerd.
De bestaande afspraken over bezoektijden tussen veehouders en ki-teams worden in het nieuwe plansysteem zoveel mogelijk voortgezet. Omdat bij de planning van routes
de bestaande gebiedsgrenzen worden losgelaten, kan er in sommige gevallen een inseminator uit een ander team op uw erf komen.
Met de omschakeling naar het nieuwe plansysteem veranderen de opgavetijden voor de tweede ronde. Over de exacte opgavetijden voor uw eigen gebied wordt u persoonlijk geïnformeerd.
Op de website van CRV leest u een achtergrondverhaal over de invoering van de nieuwe toekomstbestendige dienstverlening.
Scan de QR-code om dit verhaal te lezen
Een goede bedrijfshygiëne beperkt het risico op de insleep van dierziektes op uw bedrijf. Medewerkers van CRV werken op meerdere bedrijven en zijn zich zeer bewust van hun verantwoordelijkheid. U kunt het ons gemakkelijk maken door schone bedrijfskleding klaar te hangen. Zo werken we samen aan een gezonde veestapel.
Degelijke en comfortabele overalls in verschillende maten in dames- en herenmodel zijn te bestellen in de CRV-webshop.
CRV heeft ook speciaal extra lange sto assen beschikbaar. Deze reiken tot over de laarzen en zijn daarmee nog hygiënischer dan korte sto assen. De jassen zijn gemakkelijk aan en uit te trekken door een sluiting met drukknopen en zijn verkrijgbaar in de maten M (52) en L (56).
Kijk voor bedrijfskleding in de webshop van CRV of scan de QR-code






geboren: 23-09-2023
schofthoogte: 140 cm (+7)
gewicht: 24 mnd. 895 kg
39 cm
verkoper: F. Mailleux en J. M. Dony, Braibant fokker: F. Mailleux en J. M. Dony, Braibant haarkleur: blauw- wit
Schofthoogte Besp. Type Beenwerk Alg. voorkomen Eindbeoordeling 88,00 89,30 87,30 86,00 85,00 90,10
























Falcao du Coin werd geboren en gekocht bij Mailleux-Dony in Braibant. Op 24 maanden woog hij 895 kg en was hij 1,40 m groot (+7). De stier behaalde een tweede prijs op de jaarmarkt van Ciney in januari 2025.
Falcao heeft een eindscore van 90,1 punten en heeft aan goede moederlijnen geen gebrek. Zijn grootmoeder Boule du Coin woog bijvoorbeeld meer dan 900 kg. Op vlak van genomics zal Falcao veel karkasgewicht vererven (mannelijk 122, vrouwelijk 117).
HAZARD VD PANNEMEERS
GÉNÉRAL DE L’ÉCLUSE
COCA DU COIN 88 / 89 / 85 / 90 / 85
AUDACIEUSE DU COIN
DARKO DE CENTFONTAINE
DUCHESSE DU COIN
BOULE DU COIN
0921 DE L’ÉCLUSE
G-STAR VD BREEHOEVE
RÉACTIVE DU COIN
WILMOTS DU FALGI
SUPER STAR DE CENTFONTAINE
IDÉFIX VAN TERBECK
PLANÈTE DU COIN



NELE BONTE

TECHNICAL ADVISOR LG
PIETER-JAN
VANDE VELDE
MELKVEEHOUDERS
TE DAMME


CÉLINE VANDE VELDE

rijk aan hoogwaardig zetmeel


LG 32.257 (FAO 225)
Nr. 1 dubbeldoelmaïs in België:
- Kuil: VEM-opbrengst per ha: 105,7
- Korrel: financiële opbrengst: 107,1
(Varmabel 2022-2023-2024, normaal netwerk, zeer vroege rassen)

LG 31.205 (FAO 200)
Vroegrijp, hoog zetmeelgehalte, top verteerbaarheid en massale opbrengst
LG 31.238 (FAO 215)
Vroegrijp, massa, dubbeldoel



