Skip to main content

Veeteeltvlees februari 2026

Page 1


Drie rassen onder één dak

bij de familie Van Laere

Mestbeleid vraagt aandacht voor sporenelementen

Mercosur-verdrag dieper bekeken met een LTO-adviseur

Bouw je mee aan de veeteelt van morgen?

CRV zoekt:
Inspecteur Vleesvee (0,6 FTE) regio Vlaanderen

Als inspecteur van de afdeling stamboek en registratie ben je verantwoordelijk voor de exterieurbeoordeling van het Belgisch Witblauw ras, conform de vastgestelde standaarden en volgens de werking van het stamboek voor Belgisch Witblauw. Je zorgt voor de stamboekopname van de dieren, de keuring van dieren en geeft opvolging aan het stamboekonderzoek. Je geeft bedrijfsvoorlichting en ondersteunt mede voorlichtingsvergaderingen. Je bent de contactpersoon tussen de veehouder en CRV en speelt een belangrijke rol in de promotie van diensten.

Wij vragen

• Bachelor of Master werk- en denkniveau, bij voorkeur afstudeerrichting landbouw

• Je bent iemand met een passie voor en kennis van de rundveeverbetering

• Je hebt ervaring op het gebied van rundveebeoordeling

• Je bent gedreven en hebt goede communicatieve vaardigheden

• Competenties: klantgericht, samenwerken, resultaatgericht, overtuigingskracht, discipline en marktgericht

Wij bieden

• Een job bij de marktleider in rundveeverbetering

• Een 3/5de contract van onbepaalde duur (24 uur), werkgebied Vlaanderen

• Een aantrekkelijk markconform salaris, inclusief bedrijfswagen, groepsverzekering en maaltijdcheques

• Een fijne werkplek

• Een afwisselende functie waarin geen dag hetzelfde is

• Direct contact met klanten en een zichtbare impact op hun bedrijfsvoering

• Interne opleiding en een goede begeleiding

Kom bij ons werken!

Solliciteer vóór 15 maart 2026 via onze website, vacature.crv4all.nl (button solliciteren) en wie weet word jij onze nieuwe collega!

Wil je eerst meer weten?

Neem dan contact op met Addy Moree, Hoofdinspecteur, via telefoonnummer 06-20 36 44 59.

CRV is een innovatieve coöperatie voor rundveeverbetering.

BETTER COWS BETTER LIFE is waar CRV voor staat. We helpen veehouders bij het fokken van een gezonde en efficiënte rundveestapel en bieden een breed aanbod aan producten en diensten om de veestapel optimaal te laten presteren. Circa 23.000 Nederlandse en Vlaamse veehouders zijn bij de Coöperatie Koninklijke CRV u.a. aangesloten en zijn daarmee de eigenaren van het bedrijf CRV. We opereren internationaal in meer dan 50 landen en hebben wereldwijd circa 2.000 medewerkers.

RUBRIEKEN

5 Van de redactie

6 Fokkerijnieuws

21 Managementnieuws

28 Managementnieuws

29 CRV-coöperatienieuws

30 Managementnieuws

32 Marktinfo voer

33 Marktinfo vee

34 Agenda

35 CRV-bedrijfsnieuws

HOOFDARTIKEL

8 Spoorelementen in bodem en gewas vragen om waakzaamheid

REPORTAGE

12 Drie rassen maken de dienst uit op het rundveebedrijf van de familie Van Laere

DE BOERIN

16 Hoe lees je de cijfers van een boekhoudrapport?

INTERVIEW

18 Een gesprek over het Mercosur-verdrag met Klaas Johan Osinga, internationaal beleidsadviseur bij LTO

FOKKERIJ

22 Onderzoek naar schurftgevoeligheid van Belgisch witblauw

VOEDING

26 Voerwijzer: wat te doen bij vermoeden van mycotoxines bij vleesvee?

hoofdartikel bemesting

fokkerij schurft voeding mycotoxines

Bart Van Laere: ‘Wie vooruit wil in de fokkerij zonder gebreken, heeft bloedspreiding nodig’

Klaas Jan Osinga: ‘Ons afsluiten voor bepaalde importstromen schaadt exportbelangen’

BIJ DE COVER

De jeugd heeft de toekomst, dat geldt ook voor deze jonge witblauwe (foto: Regine Foket)

Drie rassen onder één dak bij de familie Van Laere

BAC veiling

zaterdag 28 maart 2026

Presentatie 11.00 uur

Veiling van geteste Blonde d’Aquitaine stieren fysiek en online via farmersbid.com

Locatie: Beuzelshoek 2, 7245 VR Laren (Gld.) Stal open 10.00 uur

Veiling 14.00 uur

Blonde d’Aquitaine Centrale opfok

Uitgebreide info over de stieren vindt u op blondestamboek.nl

Een juiste kijk vraagt

helder verbanden

zien

‘It’s all connected.’ Het is een Engelse uitdrukking die verwijst naar zaken die met elkaar verband houden, vaak zonder dat ze opgemerkt worden.

Dicht bij onze veebedrijven is dat ook zo. Dat blijkt onder meer uit het Boerin-verhaal in dit nummer. In de analyse van financiële resultaten op veebedrijven wijst Boerenbond-adviseur Maries Van Eetvelde terecht op de verschillende verbanden tussen de financiële cijfers en het management op het bedrijf. Zo zijn ruwvoer en krachtvoer voor veel veehouders wel duidelijk met elkaar verbonden, maar een ander voorbeeld is dat vaak net wat minder. Stijgende kosten voor diergezondheid wijzen vaak naar een ander probleem. Of hogere krachtvoerkosten hoeven geen probleem te zijn als de groei volgt. Het is dus voor veehouders belangrijk om op het eigen bedrijf de juiste verbanden te leggen. Dat die verbanden niet altijd opgemerkt worden, is zeker in de besluitvorming op hoger niveau een probleem. Kijk bijvoorbeeld maar naar het hoofdverhaal. Want wie het politieke besluit voor de nieuwe bemestingsnormen heeft genomen, zal zeker niet verder ge-

keken hebben dan het besluit zelf. Het is nochtans duidelijk dat de nieuwe bemestingsnormen de sector dwingen om verder te kijken dan alleen maar stikstof en de gevolgen voor de opbrengst. De actoren in het hoofdverhaal doen dat wel. Minder mest betekent vaak niet alleen minder kilo’s in opbrengt voor gewassen, maar ook minder spoorelementen, minder bodemleven en uiteindelijk minder benutting van wat we wél mogen geven.

Het wordt misschien eens tijd dat men mest niet alleen maar als slecht ziet, als een losse input, maar als een grondstof: stikstof, koper, zink en kobalt versterken elkaar. Wie die connectie doorbreekt, geeft ook toe op e ciëntie. Het probleem is dat je het niet meteen ziet, we kunnen dus misschien ook niet van onze politici verwachten dat ze het zien. Maar al zie je die tekorten niet meteen, ze kruipen er gestaag in.

Aanvullen aan het voerhek kan helpen, maar maskeert het echte probleem: bodem, planten en dieren vormen één systeem. It’s all connected – en beleid zou dat ook moeten zijn.

De jonge Verdun RJ werd op Lanaud verkocht voor een stevig bedrag van 30.800 euro, net geen recordprijs

De jonge Vagabond met kwalificatie Espoir zorgde voor de recordprijs van 18.000 euro

Franse limousinveiling opent jaar met een knaller

De eerste veiling voor limousinstieren van het Franse limousinstamboek in Lanaud zorgde voor een absoluut record. Voor de jonge stier met kwalificatie RJ, Verdun RJ, werd een topbedrag van 30.800 euro geboden. Verdun RJ is een zoon van Renault RJ uit een dochter van Neron. Met zijn uitzonderlijke fenotype en zijn mooie eigen prestaties op het opfokstation werd Verdun uiteindelijk verkocht voor 30.800 euro. In de opfok op het station in Lanaud was Verdun goed voor een dagelijkse groei van 1274 gram per dag. De jonge stier van zestien maanden oud werd geboren in de Camargue bij fokker

Philippe Maureau. Ondanks de hoge prijs blijft deze stier met 4.000 euro onder het absolute record op Lanaud. De limousinfokstier werd voorafgaand aan de veiling getypeerd als een zeer goede stier van het mixte type met veel kracht, zeer diep en met een goed open bekken en brede, ronde dijen. Verdun bleek zeer compleet, zowel in lengte, breedte, in schofthoogte met een goede spiermassa, als met een goed gevormde dij.

Alle veertig stieren met kwalificatie RJ werden uiteindelijk verkocht tegen een gemiddelde prijs van 9.835 euro. Naast Verdun werd er nog voor dertien andere stieren een bedrag

Britse veiling verrast met topstier

De titel op de keuring voor British Blue in het Engelse Carlisle was deze winter voor Auchenlay Upbeat, maar het hoogste bod op de veiling een dag later was voor Pendle Umpire. Jurylid Will Sedgley koos op de keuring in Carlisle voor de twee jaar oude Auchenlay Upbeat als algemeen kampioen. De zoon van

De kampioensstier Auchenlay Upbeat kreeg een ultiem bod van ruim 14.500 euro

Sandyvale Jagerbomb uit een dochter van Heros du Peroy werd in 2025 nog kampioen bij de stieren op de Royal Highland Show. De stier, die voorgebracht werd door de familie Paterson uit Dunblane, werd een dag later verkocht voor 12.600 pond (14.555 euro). Het hoogste bod was er echter voor een

Pendle Umpire haalde met net meer dan 20.000 euro de hoogste veilingprijs

van vijf cijfers geboden. Zo ging de jonge Tangozoon Visiteur van de hand voor 29.100 euro.

In het veilingaanbod zaten ook nog eens 72 jonge stieren met de kwalificatie Espoir. Al deze stieren werden tijdens de veiling verkocht. In deze groep lag de gemiddelde prijs op 6.135 euro. Ook hier kregen drie stieren een ultiem bod van meer dan 10.000 euro achter hun naam. Het hoogste bod was bij de Espoirs voor Vagabond. Deze zoon van ShiftTa PS werd verkocht voor 18.000 euro. Dit bedrag is voor deze kwalificatie wel een recordprijs.

jongere rubriekswinnaar op de keuring. Pendle Umpire, een zoon van Hallfield Panther, ging van de hand voor een bedrag van ruim 20.620 euro (17.000 guinje of 17.850 Britse pond) geboden. Umpire is gefokt op het bedrijf van de familie Hardley in Nelson. Zijn volle broer Pendle Upanther werd dan weer verkocht voor 12.130 euro. Voor 16.982 euro ging Solway View Ussainbolt van de hand. Deze twee jaar oude stier is een zoon van Engin en aangeboden door Maulscastle Farming uit Annan.

De hoogste prijs voor een vrouwelijk dier was voor Solway View Valentine, een dochter van Topgun Splash uit een dochter van Dodou. Voor deze jonge vaars werd 6000 guinje (7278 euro) geboden.

De gemiddelde prijs voor stieren lag deze veiling op 7918.75 pond (9148 euro), voor vrouwelijke dieren was dit 4725 pond (5458 euro).

Teun Voets, ketenbegeleider Van Loon Group:

‘Ik vind genetica interessant en kijk dan ook naar welke dieren het best en het slechtst functioneren als het gaat om voederconversie en daggroei’

Uit: Nieuwe Oogst, 26 januari 2026

Driekwart van de anguskalveren is genoomgetest in de Verenigde Staten

‘Het landschap van genetische evaluatie verandert.’ Dat was de boodschap van Kelli Retallick-Riley, president van Angus Genetics Inc (AGI) tijdens de recente Angus Convention in het Amerikaanse Kansas City. Daar werd ook gemeld dat driekwart van de nieuw geregistreerde kalveren in de Verenigde Staten ondertussen genoomgetest wordt. In 2025 was dit goed voor een 237.000 genetische profielen. Tegelijk waarschuwde AGI tijdens het congres dat genetische selectie alleen waarde heeft als die bewezen werkt in commerciële omstandigheden. ‘Er worden meer data verzameld buiten de rasverenigingen dan ooit tevoren’, gaf Retallick-Riley aan. ‘Onafhankelijke bedrijven beginnen dit landschap te ontwikkelen en veranderen in rap tempo de omgeving waarin we van oudsher hebben gewerkt.’

Ook Troy Rowan, universitair docent bij de afdeling dierwetenschappen van de universiteit van Tennessee, deelde enkele van zijn bevindingen over de toekomst van fenotypering (het vastleggen van dierprestaties en exterieur) en commerciële data. Rowan wees daarbij op het belang van het verzamelen van fenotypes en data. Niet alleen van voor de hand liggende kenmerken, maar ook voor minder eenvoudig te meten kenmerken. ‘Selectiemethoden verliezen hun kracht als we ze niet trainen op nieuwe fenotypes.’

De rundveefokkerij kan zich daarin ook laten leiden door andere veesectoren. Dat toonde de Amerikaanse hoogleraar dierwetenschappen Mike Ellis van de universiteit van Illinois aan met enkele voorbeelden, waarin de varkenssector zaken als karkaseigenschappen, voerefficiëntie en worpgrootte heeft aangepakt in de fokkerij.

Driekwart van de anguskalveren wordt gegenotypeerd in de VS

Nieuwe fokwaarden voor blondekoeien

Eind januari publiceerden Coöperatie CRV en het Blonde d’Aquitaine Stamboek Nederland

Met een fokwaarde 113 voor algemeen voorkomen en bespiering staat Orchidee boven aan de lijst

nieuwe fokwaarden exterieur voor de blonde d’Aquitainekoeien. De berekening van deze fokwaarden is gelijk aan deze voor stieren. Daarbij worden ook alle beschikbare data meegenomen. In eerste instantie wordt de eigen exterieurkeuring meegenomen, in dit geval enkel de eerste keuring. Daarna komen er ook de exterieurkeuring van ouders, voorouders, broers en zussen en dochters bij. De betrouwbaarheid van deze fokwaarden is wel beperkter dan bij stieren. Deze fokwaarden kunnen nuttig zijn in het voorspellen van de genetische potentie van een dier. De data van dieren die een hoge verwantschap hebben met de koe, zorgen voor de sterkste stijging in de betrouwbaarheid. Daarnaast wordt een kwart van de betrouwbaarheid van

de vader doorgegeven aan de betrouwbaarheid van de koe. Dus als de vader een hoge betrouwbaarheid heeft, wordt de betrouwbaarheid van de koe ook al meteen een stuk hoger. Hetzelfde geldt voor de betrouwbaarheid van de moeder. De betrouwbaarheid van de fokwaarden stijgt wel als er meer nakomelingen gekeurd zijn.

Een blonde d’Aquitainekoe krijgt een fokwaarde voor exterieur als zij zelf is ingeschreven in het blondestamboek. Dat wil zeggen dat zij door de inspecteur van het stamboek is beoordeeld. Tevens moet het dier 100 procent blond zijn met een S-registratie. De fokwaarden exterieur voor koeien zijn te bekijken op de website van het Blonde d’Aquitaine Stamboek Nederland.

Spoorelementen in bodem en gew vragen om waakzaamheid

De nieuwe bemestingsnorm van 170 kilo stikstof uit dierlijke mest heeft indirect ook gevolgen voor de aanvoer van spoorelementen. Bij dertig kuub mest is er voor de meeste elementen nog voldoende dekking, maar de marges worden wel smaller. Soms ook gevaarlijk smal voor een goede diergezondheid.

De noodklok wil hij nog niet luiden, maar de nieuwe bemestingsnorm van 170 kilo stikstof uit dierlijke mest is wel zorgelijk. Gerard Abbink, adviseur bij

Groeikracht, roept telers van gras en mais op om waakzaam te zijn. Let niet alleen op de opbrengst en kwaliteit van het gras, waar al vaker voor gewaarschuwd is in de media, maar zeker ook op de aanwezigheid van spoorelementen in bodem en gewas, geeft hij aan.

‘Mest is de meest complete voeding voor de bodem. Het bestaat uit verteerde planten en bevat dus alle benodigde spoorelementen voor de groei van het gewas. Spoorelementen in mest zitten in de verhouding zoals ze in planten horen te zitten’, legt Abbink uit.

‘Met de afvoer van mest verdwijnen die spoorelementen van het veebedrijf. Het handigst is het om spoorelementen standaard te laten analyseren in de kuilmonsters. Dan heb

as waakzaamheid

je in de gaten wat er gebeurt en kun je zo nodig bijsturen.’ Om een inschatting te krijgen van de ernst van de situatie maakte Abbink samen met Eurofins een analyse van de (spoor)elementen bij de nieuwe bemestingsnormen. Daarbij vergeleken ze de onttrekking door het gewas met de hoeveelheid die via drijfmest in de kringloop wordt teruggebracht (tabel 1).

Meer onttrekking dan bemesting

Bij kalium zijn tekorten volgens Abbink het snelst merkbaar. ‘De eerste respons van het gewas ontstaat als gevolg van kalitekort. Voor elke ton droge stof aan gras is zes tot zeven kuub drijfmest nodig om de onttrekking aan fosfaat en kali te dekken. Bij tien ton droge stof is dat dus ruim zestig kuub. Met de nieuwe bemestingsnorm kom je hooguit nog tot 45 kuub. Dat slaat dus een gat.’ Kali is een hoofdelement. Hoe zit dat bij de spoorelementen? Abbink: ‘De meeste spoorelementen zijn bij een drijfmestgift van 25 tot 30 kuub nog wel gedekt. Mangaan en molybdeen zijn de uitzonderingen. Van deze elementen is met de nieuwe bemestingsnormen meer onttrekking dan

mineralen en spoorelementen

bij 10 ton droge stof gras

Tabel 1 – Benodigde rundveemest bij onttrekking van mineralen en spoorelementen bij opbrengst van 10 ton droge stof gras (bron: Eurofins en Groeikracht)

mineralen en spoorelementen

Tabel 2 – Aandeel mineralen en spoorelementen buiten het streefgebied in kuilmonsters (bron: Eurofins)

aanvoer via mest. Met name klaver heeft last van tekorten aan molybdeen.’ Abbink weet dat er in de akkerbouw op sommige gewassen mangaan en molybdeen wordt bijbemest, maar voor grasland is dat per saldo erg kostbaar. ‘Daarvoor is ruwvoer te goedkoop. Bovendien wordt een bemesting nooit volledig door het gewas opgenomen, een deel spoelt uit of wordt vastgelegd in de bodemvoorraad.’

Deze bodemvoorraad is voor de meeste spoorelementen voorlopig toereikend, volgens Abbink. Daarom is er bij een bemestingsniveau van dertig kuub mest per hectare nog geen negatieve invloed op de gewasopbrengst.

Slechte hergroei door kopertekort

Toch neemt ook die bodemvoorraad langzaam af. Uit cijfers van Eurofins valt af te lezen dat de gehalten van sommige spoorelementen zowel in de bodem als in het ruwvoer dalen (figuren 1, 2 en 3, pagina 10). Karst Brolsma is bodemdeskundige bij Eurofins en ziet een wisselend beeld. Spoorelementen die in de bodem stabiel zijn maar toch dalen in de graskuil, worden minder goed door de plant opgenomen. ‘Voor een goede benutting moet de bodemkwaliteit opti-

Figuur 1 – Trend van kopergehalte in graskuil en grasland (bron: Eurofins)

maal zijn. Als de pH-waarde, de samenstelling van het kleihumuscomplex of het bodemleven niet optimaal is, zal de plant minder spoorelementen meekrijgen, terwijl de bodemvoorraad wel toereikend is.’

Figuur 2 – Trend van seleniumgehalte in graskuil en grasland (bron: Eurofins)

Figuur 3 – Trend van zinkgehalte in graskuil en grasland (bron: Eurofins)

Van een aantal spoorelementen is wel sprake van een tekort, vooral van koper en selenium (tabel 2, pagina 9). Arjan Reijneveld, productmanager bodem bij Eurofins, zegt dat tekorten aan selenium en koper vrij eenvoudig te corrigeren zijn met kunstmest. Dat brengt het gesprek over mineralentekorten op een bekend punt van discussie: vul je die tekorten aan via de bodem of aan het voerhek? Reijneveld legt uit dat voor beide routes wat valt te zeggen. ‘Kies je voor aanvulling via de bodem, dan profiteren alle diergroepen ervan en hoef je niet apart voor elke groep te sleutelen aan het rantsoen. Geef je de mineralen aan het voerhek of in het krachtvoer, dan verstrek je meer rechtstreeks, er spoelt niets uit.’

Als een spoorelement op enig moment de zwakste schakel is voor de optimale gewasopbrengst, ligt aanvulling via de bodem weer voor de hand. Koper is daar een goed voorbeeld van, weet Reijneveld. ‘Koper speelt een rol bij de activiteit van enzymen die belangrijk zijn voor de celdeling. Voor groei van de plant is dat cruciaal. De stevigheid van de celwanden, het risico op roestvorming en de synthese van eiwit hangen samen met een goede activiteit van enzymen in de plant. Een slechte hergroei na het maaien kan een gevolg zijn van kopertekort. En let op: bij een hoge pH, hoger dan 6,5, zijn elementen als koper, ijzer, mangaan en kobalt sowieso minder beschikbaar.’

De magie van mest

De interactie tussen koper en stikstof blijkt mooi uit figuur 4. Anders gezegd: de stikstofbenutting is hoger bij voldoende beschikbaarheid van spoorelementen, in dit geval koper. Ook Abbink refereert daaraan. Hij noemt een praktijkvoorbeeld uit de graanteelt bij onze oosterburen. ‘In Duitsland

Tekort en overmaat liggen dicht bij elkaar

Spoorelementen, voeding en diergezondheid zijn het vakgebied van Ant Koopmans, veterinair bij de afdeling rundvee van Royal GD. De telefoon staat bij GD nog niet roodgloeiend van verontruste veehouders die de gevolgen van een strenger mestbeleid vrezen. Maar er is volgens haar wel degelijk een categorie die zich druk maakt, of druk zou moeten maken. ‘Het varieert sterk van bedrijf tot bedrijf, maar in algemene zin is het risico op tekorten op bedrijven met veel gras in het rantsoen het grootst. Die veehouders zijn minder gewend hun basisrantsoen met mineralen te optimaliseren. Dat komt doordat er met een combinatie van gras en krachtvoer voor de verse koeien normaliter voldoende spoorelementen in het rantsoen aanwezig zijn. In krachtvoer zijn

mineralen en spoorelementen toegevoegd.’ Wie meer mais voert, is al gewend om met mineralen te sturen in het basisrantsoen, mais bevat van nature (veel) minder spoorelementen. Om een vinger aan de pols te houden adviseert Koopmans melkveehouders een tankmelkabonnement, waarmee twee, vier of zes keer per jaar inzichtelijk wordt hoe het gesteld is met de mineralenvoorziening. Op dit moment volgt ongeveer 30 procent van de Nederlandse melkveehouders via deze weg de ontwikkeling in spoorelementen op hun bedrijf. En niet voor niets. Want spoorelementen hebben stuk voor stuk relevante functies in de koe. In algemene zin zijn het vaak de weerstand en vruchtbaarheid die onder druk komen te staan als de voorzie-

begrijpen ze niet dat wij met honderd kilo stikstof acht ton graan kunnen telen. Hun argument is dat wij in Nederland profiteren van een drijfmestverleden. De daaruit meegekomen spoorelementen maken dat de bodem stikstof beter benut. Dat geldt niet alleen voor koper, maar ook voor zink en kobalt.’ Zo bezien heeft een kunstmestgift van alleen stikstof en verder geen dierlijke mest weinig zin. Dierlijke mest bezit magie, zoals Abbink het omschrijft. Dierlijke mest en kunstmest vullen elkaar aan. Pas je beide toe, dan geldt: één en één is drie. Wie wil weten hoe dat zit, komt uit bij scheikundelessen over kationen en anionen: nitraat, een vorm van stikstof, is in oplossing negatief geladen, een anion. Koper daarentegen is in oplossing positief geladen, een kation. Komen die elkaar in de bodem tegen, dan trekken ze elkaar aan. Zo neemt een plant door opname van nitraat automatisch koper mee uit de bodem. En koper zorgt weer voor een betere stikstofbenutting. Het is een ingewikkeld samenspel, ieder element heeft zijn functie. Minder bemesten (minder nitraat in de bodem) betekent uiteindelijk een minder sterke opname van koper en andere positief geladen elementen. Dat komt enerzijds doordat er minder in de mest komt vanuit het voer, anderzijds door een lagere opname bij afwezigheid van voldoende stikstof. Abbink: ‘Daarom hebben de meesten van ons geleerd dat stikstof het belangrijkste bemestingsnutriënt is. Het is de aanjager van alle opname. Dus niet alleen de lagere drijfmestgift, maar ook de strengere stikstof-kunstmestnormen zullen voor lagere opname van een breed pakket mineralen zorgen.’

Tekorten aanpakken via bemesting Terug naar de praktijk, waar adviseurs dit jaar de puzzel moeten leggen met minder dierlijke mest. Sjon de Leeuw doet dat voor PPP Agro Advies. Hij adviseert net als Abbink eerst een blik te werpen op de ruwvoeranalyses. Daarnaast is bij melkvee een tankmelkabonnement een unieke optie om tekorten aan spoorelementen tijdig te traceren. ‘Tekorten die incidenteel voorkomen, zijn voor de korte termijn prima via de voeding te corrigeren. Wat door de bek van de koe gaat, komt direct beschikbaar. Bij structurele tekorten

ning met spoorelementen niet klopt. Koopmans: ‘Het speelt nogal eens bij vage problemen, die vaak ongrijpbaar lijken. Veel spoorelementen werken als antioxidant voor het wegvangen van vrije radicalen.’

Koopmans is bekend met cijfers van Eurofins, waaruit blijkt dat vooral koper en selenium sterk afnemen in de kuiluitslagen. ‘Toevallig zijn dat net de lastigste elementen om op de juiste manier toe te voegen aan het rantsoen. Het zijn de elementen met een relatief smalle veiligheidsmarge. Dat wil zeggen dat een tekort of een soms toxische overmaat dicht bij elkaar liggen.’

Koopmans adviseert om ook de ruwvoermonsters op spoorelementen te onderzoeken, zodat het rantsoen passend te maken is.

Figuur 4 – Verloop van ruweiwit- en kopergehalte in graskuilen in de periode 1996-2025 (bron: Eurofins)

is ingrijpen op de bodem zinvol. Je hebt niet de garantie dat het terugkomt in het voer, maar dat wil niet zeggen dat je niks moet doen met bemesting’, zegt De Leeuw. Uiteraard zijn de bodemanalyses het vertrekpunt bij het opstellen van een bemestingsplan. Al was het maar omdat ook de grondsoort volgens De Leeuw bepalend is bij de beschikbaarheid van spoorelementen. Zandgronden staan al langer bekend om tekorten aan spoorelementen. Een spoorelement waar de De Leeuw bij de maisteelt speciaal de aandacht op vestigt, is borium. Dit element is belangrijk voor de groei, zoals voor celdeling en transport van koolhydraten, en voor een goede kolfzetting. De Leeuw voegt daar nog aan toe: ‘Uiteindelijk wil je wel dat hoge aandeel zetmeel in je snijmais.’

De adviseur is erop gespitst om ook te waarschuwen voor een overmaat aan spoorelementen. Met name overdosering aan het voerhek is een lastig te herkennen probleem. Koeien dun op de mest, darmen van streek; een overdosering mineralen is dan niet het eerste waar je aan denkt. l

Drie rassen onder één dak

In Bassevelde bouwde de familie Van Laere gestaag aan een Belgischwitblauwveestapel met focus op rendabiliteit, gezondheid en bloedspreiding. Het belang van bloedspreiding leerden ze uit hun ervaringen met hun veestapel van het witrode ras, een ras dat met uitsterven bedreigd is.

De witrode stier Umberto vertrekt binnenkort naar de ki

Het huidige koeienlandschap kwam er niet vanzelf. Dat weet de familie Van Laere uit Bassevelde als geen ander. Georges (72) en Lutgarde (60) gaven het bedrijf door aan hun zonen Piet (40) en Bart (38). Ze zagen hoe de holsteinkoe Vlaanderen veroverde en de lokale rassen onderdrukte. Zelf bleven ze trouw aan het Oost-Vlaamse witroodras. Maar helemaal ontsnappen aan de holsteinisering deden ze niet. Samen met zijn broer Piet runt Bart een opvallend gemengd bedrijf, waar ze 200 Belgisch-witblauwdieren houden samen met een melkveestapel die bestaat uit 35 zuivere witroden en 65 holsteins. Die melken ze onder hetzelfde dak met een 2 x 6-visgraatmelksysteem.

Die witblauwveestapel kwam er pas bij rond het jaar 2000. Door het melkquotum kon de familie niet meer groeien in melkkoeien, waardoor ze kansen zagen in vleesvee als extra tak. ‘Destijds konden we aan een voordelige prijs Belgisch witblauwe embryo’s inplanten via het 5B-project van Meetjesland’, vertelt Bart. ‘Met dat project wilde men het witblauwras vooral verbeteren op vlak van een rendabele vleesproductie.’ In de vijftien jaar daarop bouwde de familie met de genetica van de embryo’s de veestapel uit tot een 70 à 75-tal kalvingen per jaar. De familie vindt rendabiliteit belangrijk. Stieren mesten ze steevast af op 19 maanden. ‘Houd ik ze langer, dan kost me dat volgens experten meer in onderhoud’, zegt Bart. Met drie rassen op het bedrijf is de veestapel behoorlijk divers. Maar de drie rasgroepen vullen elkaar wel aan. ‘Een deel van de biest van de melkkoeien is voor de Belgisch-witblauwkalveren’, legt Bart uit. ‘En omgekeerd ruimen de zoogkoeien het minderwaardige voer op van de melkkoeien.’ De witblauwkalveren worden apart gehuisvest van de melkkoeien. ‘Holsteins zijn vinniger. Ik denk dat ze de rustige witblauwkalveren aan het voerhek zouden wegconcurreren’, zegt Bart. De witroden zijn dan weer robuuster dan de holsteindieren. ‘Witroden zijn minder gefokt op extremen zoals massale melkproductie. Hierdoor zijn ze veerkrachtiger en vruchtbaarder.’

Twaalf witrode ki-stieren

De wens om die eigenschappen te behouden, is een reden waarom de verdringingskruising met het holsteinras niet bij de volledige witrode veestapel is doorgevoerd. ‘Vanaf het jaar 2000, toen een van onze witrode koeien honderdtonner werd, kwam een subsidie voor het witrode ras ter sprake’, zegt Piet. ‘Die bedraagt 280 euro per koe per jaar. Dan reken je toch even.’ Met die subsidie wil de overheid de genetische diversiteit van rundveerassen behouden. Er wordt zo een levende

BEDRIJFSPROFIEL

eigenaren Piet (40) en Bart (38) Van Laere aantal dieren 200 Belgisch witblauwen, 65 holsteins en 35 witroden grondgebruik 25 ha mais, 35 ha weiland, 6 ha grasklaver en 4 ha voederbieten aantal kalvingen/jaar 70 à 75 witblauwkalvingen

genenbank gevormd, waarop teruggevallen kan worden als er bij het holsteinras problemen opduiken door een virus of klimaatverandering bijvoorbeeld. Dat deden overheden eerder ook al met planten.

Naast de subsidie noemt Piet de lagere veeartskosten en de 8 à 9 procent meer vlees bij verkoop als reforme koe als voordelen van de witrode koeien. ‘Als je er uw boterham mee verdient, waarom zou je ze dan wegdoen?’, vraagt hij zich af. ‘Uiteindelijk draait het om de winstmarge.’

Maar vooral vanwege hun fokkerijpassie kunnen de veehouders geen afscheid nemen van het ras. Die passie zie je terug in de vele foto’s van prijskampkampioenen in hun huis. Een van die foto’s, waarop de nationale witroodkampioene Werna staat, stamt uit 1984. ‘Zij was toen de koe van de toekomst van het witrode ras, omdat ze een goede uier had en een erg hoge melkproductie’, zegt Bart. ‘Voor de betere familietakken, zoals die van haar, droegen we extra goed zorg.’ Werna is de stam-

Naast 200 witblauwdieren zijn er ook 65 holsteins en 35 witroden In de jongveestal zijn de verschillende rassen apart gegroepeerd

Bassevelde
De broers Bart (links) en Piet (rechts) runnen samen het bedrijf. Ouders Lutgarde (midden) en Georges (niet aanwezig tijdens fotomoment) springen bij waar nodig

moeder van een paar van hun tot nu toe twaalf ki-stieren. CRV biedt op dit moment negen witrode stieren aan, waarvan drie van Van Laere. Het gaat om Umberto (v. Carlo), Souvenier (v. Kantovanie) en Tamboer (v. Gabriël).

Reconstructie-actie voor nieuw bloed

Witrood fokken is nattevingerwerk, stelt Bart. En de populatie is met 500 koeien en twintig veehouders heel beperkt. De genetische diversiteit onder de dieren is dus klein en de kans op inteelt groter. Daarnaast missen veehouders in het ras eigenschappen zoals hoornloosheid en hoge producties. ‘Dit ondermijnt de vooruitgang in de fokkerij’, zegt hij. De SDVR-werkgroep Belgisch witrood van CRV, waar de familie actief lid van is, kreeg van veehouders de vraag of daar iets aan te doen viel. Resultaat: een reconstructie-actie. Die zou van 1 juli 2025 tot 1 maart 2029 een eenmalige kruising van het Belgisch-witroodrund met een ander ras toestaan. Daarna worden deze F1-kruisingen, die dus voor vijftig procent uit Belgisch witrood bestaan, teruggekruist met het Belgisch witrode ras. Voor één keer zouden de F1-kruisingen ook premiegerechtigd zijn, iets wat volgens Bart broodnodig is om het voortbestaan van het ras te verzekeren. ‘Ze raden ons aan om in te kruisen met rassen met gelijkaardige eigenschappen. Denk aan een rood haarkleed of een iets gedrongener dier.’

Volgens Bart gaat het niet alleen om nieuw bloed, maar vooral om het binnenhalen van nieuwe eigenschappen dankzij rassen uit een breed fokprogramma. Het verhogen van de productie vinden ze het belangrijkst. ‘Wil je het voortbestaan van het ras verzekeren, dan moet je er ook zonder subsidie een boterham aan verdienen.’

Ook spreiding centraal bij zoogkoeien

Ook het hoornloosheidsgen willen ze via de actie verkrijgen. ‘Je weet nooit wat vanuit de wetgeving later op ons afkomt’, legt Bart uit. Rassen op hun lijstje zijn het mrij-ras voor gehalten, het Normandisch ras, omdat dat het best lijkt op witrood, fleckvieh voor robuustheid en melkproductie, en red holstein voor een hogere productie en het hoornloosheidsgen. Noors roodbont en ayrshire vindt de familie te licht.

Ook in de zoogveetak staat er één principe centraal: spreiding in de stierkeuze. Een les die Bart leerde uit zijn ervaringen met de witrode veestapel. ‘Wie vooruit wil in de fokkerij zonder gebreken, heeft bloedspreiding nodig’, zegt hij. Bart is dan ook blij dat Michel Georges, toen professor genetica, begin jaren nul waarschuwde voor de risico’s van het fokken op extremen bij Belgisch witblauw. Die boodschap vond gehoor bij een nieuwe generatie fokkers. Onder meer stieren als Empire en Adajio zetten mee de stap naar een duurzamer type dier. Dat zijn de lijnen waar Bart vandaag bewust naar zoekt.

Gezondheid en zelfredzaamheid stellen de broers voorop. ‘De dieren moeten het vooral zelf kunnen’, zegt Bart. In de lente en zomer grazen zo’n 65 zoogkoeien op permanent grasland in de polders. Ze voeren niet bij, omwille van de afstand en het extra werk. ‘En ik wil probleemloze kalveren.’ Dat verklaart waarom uitgesproken exterieurstieren zoals Darko wel ingezet worden, maar nooit massaal.

Vijf voor twaalf

Anders dan bij Belgisch witblauw is het aanbod aan stieren met uitgesproken raseigenschappen bij het witrode ras veel beperkter. Met de verruimingsactie waait er voor de veehouders een nieuwe wind en is het vooral afwachten wat de kruisingen geven.

De verruimingsactie is niet het enige wat CRV deed om het ras in stand te houden. ‘Om het ras in stand te houden heb je vooral vrouwelijke dieren nodig’, zegt Bart. ‘We hebben er daarom op gehamerd in de SDVR-werkgroep om gesekst sperma te krijgen. En dat hebben we gekregen.’ Georges vult aan: ‘Eigenlijk is het vijf voor twaalf voor het witrode ras. De dieren zijn samen met hun fokkers uitgestorven.’ Het lijkt erop dat de overgebleven fokkers er alles aan doen om het ras in stand te houden. Kiezen voor één ras kan de familie niet, al erkent Bart dat zijn hart sneller slaat van de fokkerijpassie in de Belgisch-witblauwwereld. ‘Bij de witroden is de fokkerijwereld te klein om echt fanatiek te worden, bij holsteins te groot. Bij het Belgisch witblauw zijn er nog echte boerenprijskampen. Daar kan een modale boer tonen waar hij voor staat in zijn fokkerij, zonder al te veel extremen. Dat is voor mij echte passie.’ l

Ook in de zoogveehouderij staat één principe centraal: spreiding in de stierkeuze, een les die Bart leerde uit zijn ervaringen met de witrode veestapel

einde van de dracht hittestress met een zeer hoog niveau vitamine E en Selenium

met Optimin Beef

www.aveveagrarisch.be dealer zak)

vleesveerantsoenen voor:

KNZ® BEURSACTIES RMV GORINCHEM

Bezoek onze stand op de RMV-beurs, gooi een dartpijl en win mooie prijzen. Maak bovendien kans op het winnen van een buiten BBQ

via het Agrarisch Aveve vleesveevoeders.

Ontvang een KNZ deurmat bij bestelling van minimaal 15 KNZ likstenen en een prachtige KNZ reiskoffer bij een bestelling van minimaal 30 KNZ likstenen. We zien u graag in Gorinchem! stand D101

Komt u ook? Scan de QR code en vraag uw kaart aan!

Economische cijfers sturen het management

Maries Van Eetvelde is consulente rundvee bij Boerenbond en begeleidt veehoud(st)ers vanuit Focus, het economische programma van de Vlaamse belangenorganisatie. Aan de hand van een geanonimiseerd bedrijf met de analyse en resultaten van de zoogkoeien wijst zij op enkele belangrijke onderdelen in deze economische analyse. ‘Voor vleesveebedrijven is ook het jongvee meegenomen’, zegt Maries. ‘Met dit overzicht kunnen we de bedrijfsonderdelen analyseren en zien wat er goed gaat of wat beter kan. Ook de ruwvoerproductie op het bedrijf krijgt een aparte analyse. Er staat nooit een naam op, enkel een nummer. Elke veehouder kent zijn eigen nummer, iemand anders kan dat niet toewijzen aan een bedrijf.’

Ook het ras is vermeld. Op die manier kunnen veehouders onderling hun resultaten vergelijken. De economische analyse van een bedrijf met Belgisch witblauw is namelijk anders dan van een met blonde d’Aquitaine. ‘De verhouding tussen vleesopbrengsten verschilt wel eens als je rassen vergelijkt. Ook bepaalde kosten liggen dan anders.’

Opbrengsten

ren. Ruwvoer omvat hier zowel mais als gras alsook de variabele kosten voor ruwvoerproductie, zoals het loonwerk of zaadgoed. Voor krachtvoer worden de kosten van zowel het aangekochte als het eigengeproduceerd krachtvoer (tegen marktprijs) meegenomen.

‘Als de kosten voor gezondheid of vruchtbaarheid sterk verhoogd zijn, kan dat op bepaalde problemen wijzen. Die kan je dan aanpakken. In deze kost heeft bij witblauw de keizersnede een grote impact.’ Maries wijst ook op de kosten voor milieu, die voor de meeste zoogkoeienbedrijven beperkt zijn door een vlottere mestafzet. ‘Daarentegen is de kost voor strooisel bij zoogkoeien eerder hoog. Daarbij rekenen we niet alleen het aangekochte strooisel mee, maar ook het eigengeproduceerde stro en dit aan een marktconforme prijs.’

Ook hier kijkt Maries vooral naar de variabele kost per 100 kilogram verkoopbaar vlees. ‘Zo kan de krachtvoerkost in totaal hoog liggen. Als de groei en vleesaanzet goed volgen, hoeft dat geen probleem te zijn.’

Vaste kosten

De verkoop van vlees vormt hier de hoofdbrok. ‘Hier brengen we alle inkomsten uit de verkoop van dieren samen, zowel levend als geslacht. Ook het jongvee zit hierin vervat. Elders in de boekhouding is er wel een meer uitgesplitst overzicht beschikbaar’, vertelt Maries. ‘Op die manier is er ook meer gedetailleerd inzicht in de veebewegingen op het bedrijf.’

Op een zoogkoeienbedrijf hebben de premies voor de opbrengst een belangrijke waarde. Daarnaast wordt met de opbrengsten ook gekeken naar het inventarisverschil. ‘Daarbij gaat men aan het eind van het boekjaar het aantal dieren en hun waarde vergelijken met die van het begin van dat jaar.’

Dit cijfer wordt vooral beïnvloed door het sterftecijfer in de opfok en bij de koeien. Elk dier dat uitvalt heeft immers een waarde die verloren gaat.

‘Over de jaren heen en de bedrijven onderling vergelijken gaat het best door naar de opbrengsten per dier of nog beter per 100 kilogram verkoopbaar vlees te kijken. Hier zijn de effecten van het aantal dieren verdwenen.’

Variabele kosten

‘De variabele kosten zijn de kosten waar je als veehouder het meest invloed op hebt. Ze kunnen wel sterk fluctueren en worden sterk bepaald door het soort bedrijf en met welk ras je werkt’, geeft Maries aan. ‘Gaat het om een bedrijf met afmest, of alleen dieren voor afmest? Steeds kunnen we via de variabele kosten zien hoe het bedrijf technisch draait.’

Ook voor een aantal zoogkoeienbedrijven berekent het economische programma Focus een kostendekkende opbrengst per 100 kg vlees. ‘Dat doen we alleen als de opbrengst van het geproduceerde vlees voldoende gewicht heeft in het volledige plaatje van het bedrijf. Over het algemeen is dat enkel op de gespecialiseerde bedrijven.’ Daarbij krijgt men dan inzicht in hoeveel men minimaal voor een koe moet krijgen of wat de vleesprijs moet zijn om uit de kosten te komen. l 3 2 4

Ruwvoer is de som van teelt-, oogst-, bewaar- en vervoederkosten van ruwvoer, zelf geteeld of bijgekocht voer. De kwaliteit van ruwvoer en het management maken het verschil in hoeveel krachtvoer je nodig hebt om een bepaalde groei te realise1

De kosten die een bedrijf heeft, zijn de vaste kosten, zelfs al zouden er geen koeien gehouden worden. Hierin wegen vooral de investeringen door. De kosten voor de ruwvoeruitbating omvatten de vaste kosten voor het produceren, zoals de pacht of afschrijvingen op eigen grond, maar ook de investeringen die de veehouder voor het gebruik van ruwvoer maakt, zoals de aankoop van een mengwagen of een voerbak. ‘We rekenen met een fictieve pacht voor de eigen grond. Deze zit voor dit bedrijf in het blokje voor ruwvoeruitbating.’

Binnen Focus werkt Boerenbond met eigen afschrijvingstermijnen voor gebouwen en machines. Die kunnen verschillen van die uit de financiering. ‘Daardoor kunnen we ook eerlijker bedrijven vergelijken.’ Ook werkt men met fictieve intresten, die dan weer samenhangen met de afschrijvingen.

Saldo en arbeidsinkomen

Het saldo, de opbrengsten min de variabele kosten, geeft het beste inzicht in hoe een bedrijf technisch draait. ‘Een jonge veehouder heeft vaak meer investeringen en hogere vaste kosten dan een oudere veehouder zonder opvolger’, legt Maries uit. Bij het arbeidsinkomen – het inkomen dat over is voor de geleverde arbeid – worden wel de vaste kosten in rekening gebracht.

TEKST WIM VEULEMANS

De economische cijfers zeggen meer dan het financiële plaatje, vaak sturen ze ook het management. De boerin speelt hierin dikwijls een voortrekkersrol. ‘Zij houdt vaak de boekhouding bij’, zegt consulente Maries Van Eetvelde. Ze legt uit hoe je de cijfers kunt lezen.

Bedrijfsuitslag_Deel 1_Economisch resultaat_Zoogvee.xlsx ECONOMISCHE ANALYSE ZOOGVEE

Deelnemer: 94004 Periode: 01/01/23 - 31/12/23

Belangrijkste ras = Wit-Blauw Zoogvee met stierafmesting Verkochte

Opbrengsten

+ verkopen melk kalveren

1 3 2 4

koeien, stieren, jongvee (*)

- aankopen vee

+ premies, diversen

+ intern melk aan kalveren veebewegingen ("UIT" - "IN") inventarisverschil (eind - begin)

-> aangekocht: 42 ton stro aan 116 €/ton

- Stadswater (6944) / Dierziektebestr (2582),

Vaste

- Verzekeringen (4475) / Dienstverlening (3460),

naam Klaas Johan Osinga leeftijd 59

opleiding Wageningen Universiteit carrière praktijkonderzoek bij Wageningen Universiteit, ontwikkelingswerk op Papoea-Nieuw-Guinea, diverse functies bij LTO huidige functie strategisch beleidsadviseur internationaal bij LTO

‘Als we ons afsluiten voor bepaalde importstromen, schaden we mogelijk onze exportbelangen’

Prangende vragen over Mercosur-akkoord

Het Mercosur-akkoord ligt onder vuur. Terwijl de Europese Commissie inzet op geopolitiek en wereldhandel, vrezen landbouwers oneerlijke concurrentie. In Brussel en Straatsburg groeit het verzet tegen dit akkoord met ongelijk speelveld. Wat staat er op het spel? We vragen het Klaas Johan Osinga, internationaal beleidsadviseur bij LTO.

Dinsdag 20 januari stond Straatsburg in het teken van protest. Boerenorganisaties uit heel Europa, verenigd in Copa-Cogeca, trokken massaal naar het Europees Parlement om hun ongenoegen te uiten over het Mercosur-vrijhandelsverdrag. Volgens hen zet het verdrag de Europese landbouw onder druk. Nu de Europese Raad het akkoord al heeft goedgekeurd, ligt de bal bij het Europees Parlement en daar wilden de boeren gehoord worden.

Op dezelfde dag bezocht Veeteelt het CopaCogeca-gebouw in Brussel. Langs de bureaus van Finnen, Britten, Hongaren en de Belgische Boerenbond ging het richting de Nederlandse LTO met prangende vragen voor beleidsadviseur Klaas Johan Osinga.

Voorzitter Ursula von der Leyen heeft haar handtekening al gezet. Heeft het Europees Parlement nog iets te zeggen en heeft protest nog wel zin? ‘Op 9 januari keurde de Europese Raad, waarin de EU-staatshoofden en regeringsleiders zetelen, zoals premier De Wever, Mercosur goed met een nipte meerderheid. Vijf lidstaten stemden tegen, België onthield zich van stemming en Nederland stemde voor. Deze interne “go” maakte dat Von der Leyen het akkoord namens de EU-lidstaten legaal kon tekenen in Zuid-Amerika. De ondertekening was echter slechts een politiek signaal naar de rest van de wereld toe.’ ‘Het Europees Parlement heeft het laatste

woord over de inhoud. Ook al tekent de Europese Commissie het Mercosur-verdrag, het parlement kan het akkoord nog blokkeren of aanpassingen afdwingen. Als die “nee” zegt tegen de deal, moet de commissie opnieuw ondertekenen. Een scenario dat in mijn ogen onwaarschijnlijk is. Zeker nu Europa in het kader van de geopolitieke spanningen dringend op zoek is naar bondgenoten.’

‘In plaats van te stemmen over de deal stapte het Europees Parlement met dit akkoord naar het Hof van Justitie.’

Gaat het Europees Parlement uiteindelijk tekenen?

‘Met deze stap wil het parlement toetsen of dit akkoord wel in lijn ligt met het Europees recht. Voorlopig zal het EP dus niet stemmen over het verdrag. Dat kan pas na de uitspraak van het hof en dat vertraagt het ratificatieproces meestal met één tot twee jaar. Het is dus vooral een vertragingsmanoeuvre. Wel kan de commissie het handelsakkoord voorlopig van kracht verklaren, als één van de Mercosur-landen het akkoord ratificeert. Maar daarmee zou Von der Leyen het vertrouwen van het parlement schaden. Ik betwijfel of dat gaat gebeuren.’

Er is veel kritiek op het Mercosur-verdrag, maar is schrappen realistisch? ‘Politiek gezien niet. Het is onverstandig om internationale partners mis te lopen. Zeker

in deze onzekere tijden met de tarieven van Trump en China op de loer. Aan de andere kant ligt het akkoord heel gevoelig en wordt er wel geluisterd naar de bezorgdheden van de boeren.’

Europa kwam boeren wel tegemoet, maar biedt dat straks genoeg bescherming?

‘De tariefcontingenten voor gevoelige producten liggen vast: 99.000 ton rundvlees tegen 7,5 procent heffing, 180.000 ton pluimveevlees en 190.000 ton suiker per jaar. Het rundvleesquotum komt overeen met ongeveer 1,5 procent van de Europese rundvleesproductie. Sommige politici noemen de impact op de prijs daarom te verwaarlozen, maar negeren dat landbouwmarkten weinig prijselastisch zijn. Kleine extra volumes kunnen al grote prijsschommelingen veroorzaken.’

Zijn er nog voordelen voor boeren?

‘Europa belooft de markt te monitoren en bij een prijs- of volumedaling van vijf procent binnen 21 dagen een onderzoek te starten. Als blijkt dat het akkoord schade veroorzaakt, kunnen de tariefcontingenten worden aangepast. Dat is eerder al gebeurd, maar allerminst vanzelfsprekend.’

‘Daarnaast is 6,3 miljard euro voorzien om getroffen sectoren te compenseren. Het gaat om het Unity Safety Net uit de GLB-voorstellen voor 2028-2034, dat ook voor andere noodsituaties kan worden gebruikt. Volgens boeren komt die steun echter te laat: ingrijpen volgt pas wanneer de schade al is aangericht. Intussen pleiten de Mercosur-landen voor een zo gelijk en transparant mogelijk akkoord, zonder beschermingsclausules of strikte quota. Wat dat op lange termijn betekent voor de Europese landbouw, blijft onzeker.’

Boeren kregen last minute 45 miljard euro extra GLB-steun. Helpt dat?

‘Er gaat 385 miljard euro naar landbouw. Voor de volgende begroting en voor het GLB, dat loopt van 2028 tot 2034, wil de commissie een landbouwbudget van 293,7 miljard euro uittrekken. Dat is een bespa-

TEKST JUSTINE POPPE
‘Succesvolle export is alleen mogelijk met een sterk diergezondheidheidsstatuut’

ring van 20 procent op het landbouwbudget, inflatie niet meegerekend. Oorzaak is dat Europa krap bij kas zit door onder andere de terugbetaling aan het coronaherstelfonds en hogere defensie-uitgaven. Elke vorm van extra geld voor de landbouw is dus meer dan welkom, bijvoorbeeld om voldoende investeringssteun te garanderen. Maar die 45 miljard euro is eigenlijk geen extra geld. Dit was oorspronkelijk gereserveerd budget dat halverwege de begroting, tussen 2028 en 2034, zou vrijkomen als reserve. Nu zou het in 2028 al vrijkomen. De commissie heeft dat bedrag gewoon naar voren geschoven.’ ‘Overigens moeten we het voorstel nog zien; het draait om de kleine lettertjes. Maar die toezegging bleek politiek cruciaal: de Italiaanse premier Giorgia Meloni liet haar verzet varen, waardoor Italië tijdens de stemming alsnog voor het Mercosur-verdrag stemde. Zonder die koerswijziging had commissievoorzitter Ursula von der Leyen geen meerderheid gehad om het akkoord rechtsgeldig te ondertekenen.’

Wat hebben EU-boeren nu nodig?

‘Vooral maatregelen om ons zo competitief mogelijk te houden op de wereldmarkt. Ook

Europees rund- en kippenvlees wordt wereldwijd afgezet, vaak in diepvriesvorm. Succesvolle export en een goede vierkantsverwaarding, waarbij alle delen van het dier vermarkt worden, zijn alleen mogelijk met een sterk diergezondheidsstatuut.’

‘Europa moet via beleid streven naar een zo dierziektevrij mogelijk continent. Tegelijk blijft de bescherming van gevoelige producten via quota essentieel. Dat is soms dubbel: wie import beperkt en vraagt om spiegelclausules, moet zich realiseren dat Europa zelf ook sterk exportgericht is. De Europese pluimveesector is bijvoorbeeld groot geworden dankzij de export van bij ons minder gewaardeerde delen, zoals kippenpoten. Als we ons afsluiten voor bepaalde importstromen, schaden we mogelijk exportbelangen.’

Zijn er ook kansen in het akkoord?

‘De Europese zuivelorganisatie EDA sprak zich positief uit over dit akkoord. De zuivelsector kan straks 30.000 ton kaas en 10.000 ton melkpoeder tariefvrij exporteren naar de Mercosur-landen. Dat is voordelig.’ ‘Desondanks is Copa-Cogeca tegen het akkoord. Ook het grootste deel van onze soja

halen we uit de Verenigde Staten en ZuidAmerika. Het tarievenbeleid van Trump kan hogere sojaprijzen opleveren. Dan zou je denken: gelukkig hebben we een vrijhandelsakkoord met Mercosur. Maar opnieuw: is dat dan ook een gelijk speelveld? Omdat de standaarden hier zo hoog zijn, leggen we die ook bij andere landen op. Denk aan de ontbossingsverordening. Zo mag er geen soja Europa binnenkomen die geteeld is op een perceel dat sinds 2020 ontbost is. Die regels kunnen de sojabeschikbaarheid en de prijs opdrijven. Ik zie daarom meer kansen om soja en andere grondstoffen in Europa te telen. Oekraïne kan daarvoor van strategisch belang zijn. De soja die daarvandaan komt, is ggo-vrij.’

‘Kunstmest valt dan weer onder het Carbon Border Adjustment Mechanism, of de CBAMwetgeving. Bepaalde EU-importproducten met een hoge CO2-voetafdruk worden hierdoor vanaf begin dit jaar met een extra taks belast. Dat drijft de prijs op. Tegelijk staat de Europese Commissie onder druk van de lidstaten om de CBAM-heffing op kunstmest te verlichten. Hiermee wil ik maar zeggen: de discussie rond het gelijke speelveld blijft bestaan.’ l

Vlaming verkiest Vlaamse steak boven Braziliaanse

ECONOMIE – Zeven van de tien Vlamingen zijn bereid om meer te betalen voor een Vlaamse steak dan voor een Braziliaanse. Dat blijkt uit een bevraging in opdracht van Boerenbond naar aanleiding van het Mercosurakkoord. Vooral 55-plussers geven aan bereid te zijn om meer te betalen voor steak van Vlaamse bodem. Jongere generaties hechten meer belang aan een lagere prijs. ‘Onze landbouwers produceren aan hoge standaarden op vlak van milieu, dierenwelzijn en klimaat. Het is hoopgevend dat consumenten die inspanning ook willen erkennen’, zegt Boerenbond-voorzitter Lode Ceyssens. Volgens de enquête vindt 72 procent van de Vlamingen het belangrijk om landbouwproducten van Vlaamse bodem te kopen. Tegelijkertijd geeft 60 procent aan dat het vaak moeilijk is om te zien waar voedingsproducten precies vandaan komen. ‘Consumenten willen bewust kiezen voor lokale en duurzame voeding, maar worden daarin onvoldoende geholpen. Zeker bij verwerkte producten is de herkomst van grondstoffen vaak onduidelijk’, aldus Ceyssens.

Landbouwproducten zouden overal ter wereld aan dezelfde regels moeten voldoen, stelt 90 procent van de bevraagde Vlamingen. ‘Dat gelijke speelveld ontbreekt vandaag volledig. In de Mercosur-landen worden nog actieve stoffen gebruikt die hier al lang verbo-

den zijn. Ook dierenwelzijnsnormen en controles op antibiotica en hormonen liggen er lager. Op die manier wordt de consument bedrogen’, zegt Ceyssens.

In de bevraging stelt 83 procent van de Vlamingen dat we binnen Europa zoveel mogelijk zelfvoorzienend moeten blijven voor onze voedselproductie. ‘De Vlaming staat duidelijk achter landbouwers die zorgen voor kwaliteitsvol en duurzaam voedsel van eigen bodem. Het is dan ook onbegrijpelijk dat Europese regelgeving onze landbouwers vastzet in plaats van hun toekomstperspectief te geven’, besluit Ceyssens. ‘Onze boeren hebben vergunningen en rechtszekerheid nodig om verder te kunnen verduurzamen.’

De cijfers komen op het moment dat het verzet tegen het Mercosur-akkoord toeneemt. Europese Commissie-voorzitter Ursula von der Leyen ondertekende in Paraguay de handelsdeal tussen de Europese Unie en de Mercosur-landen. Het Europees Parlement moet echter ook nog uitspraak doen over dit akkoord

Mercosur is een economisch samenwerkingsverband tussen Brazilië, Argentinië, Uruguay en Paraguay. Het handelsakkoord met de Europese Unie moet de invoer en uitvoer van goederen vergemakkelijken, waaronder landbouwproducten als rundvlees, suiker en pluimvee.

Gerben Boom is de nieuwe NAJK-voorzitter

POLITIEK – Gerben Boom is de nieuwe voorzitter van het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK). De 26-jarige akkerbouwer uit Noord-Brabant volgt per 1 april Roy Meijer op. Boom was bij NAJK de afgelopen jaren portefeuillehouder Internationaal en daarvoor voorzitter van het BAJK.

De nieuwe voorzitter groeide op op het melkveebedrijf van zijn ouders, dat later werd omgebouwd tot akkerbouwbedrijf. Hij zit met hen in maatschap en heeft daarnaast als agrarisch adviseur gewerkt. Volgens Boom staan jonge boeren en tuinders voor grote en soms ingrijpende opgaven. ‘Afzetmarkten staan onder druk en er blijft onzekerheid rondom stikstof, gewasbescherming en dierenwelzijn. Ook geopolitieke ontwikkelingen, zoals met China en Mercosur, volgen elkaar in hoog tempo op. Dat voelt soms zwaar en vraagt om duidelijke keuzes’, schrijft hij in een brief aan de achter-

Gerben Boom, groeide op het melkveebedrijf van zijn ouders op, dat werd omgebouwd tot een akkerbouwbedrijf

ban van NAJK. Toch blijft hij positief: ‘Eén ding is voor mij zeker: wij zijn de toekomst van onze sector, in Nederland én in Europa.’

Boom wil daarbij niet vasthouden aan hoe het altijd ging, maar vooruitkijken naar hoe het beter kan en moet.

Exportwaarde van vlees stijgt

ECONOMIE – De flink hogere prijzen voor vlees en zuivel hebben ervoor gezorgd dat de exportwaarde van vlees en zuivel fors is gestegen in 2025. Dat blijkt uit de voorlopige ramingen van Wageningen Social & Economic Research en het Centraal Bureau voor de Statistiek. Zo nam de exportwaarde van melk, room, boter en weiproducten toe met bijna 12 procent tot 6,9 miljard euro. De exportwaarde van kaas steeg met 6,7 procent naar 5,7 miljard euro, terwijl de exportwaarde van vlees steeg tot 12,1 miljard. Dat is een groei van ruim 10 procent.

De Nederlandse economie verdient ruim 49 miljard aan de export van landbouwgoederen. De exportwaarde van zuivel en eieren (de onderzoekers scharen dat onder één productgroep) is goed voor 13,3 miljard euro. Zuivel en eieren zijn daarmee de belangrijkste exportproducten.

Van de buitenlandse afnemers van zuivel en eieren is Duitsland de belangrijkste markt. Die afzet steeg met 14 procent naar 3,6 miljard euro. België is de tweede grootste afnemer en daar steeg de exportwaarde met 8 procent naar ruim 1 miljard euro. Belangrijk te vermelden is dat Nederland ook zuivel en eieren importeert en soms ook doorvoert. Zo importeerde Nederland voor 2,4 miljard euro aan zuivel en eieren uit Duitsland, een stijging van 14 procent.

Duitsland is ook de belangrijkste afzetmarkt voor vlees. De onderzoekers maken geen onderscheid in vleessoort, maar in totaal ging er voor 2,78 miljard euro aan vlees naar de oosterburen. Dat is een stijging van 17 procent. Een beperkt aanbod van slachtvarkens en runderen en dierziekten als varkenspest en blauwtong hebben volgens de onderzoekers bijgedragen aan de hogere prijzen.

Meer actueel nieuws?

Schurftgevoeligheid van Belgisch witblauw

De gevoeligheid voor schurft bij Belgisch witblauw is veel veehouders wel bekend. Behandelingen zijn niet altijd even effectief en bovendien is er veel verschil in gevoeligheid tussen dieren. In een vervolgproject onderzoekt Inne Patteet, doctoraatstudent aan de KU Leuven, de mogelijkheden van sturing via de fokkerij.

Schurft blijft een van de meest hardnekkige gezondheidsproblemen bij het Belgischwitblauwras. Ondanks intensieve behandelingen blijft de aandoening op veel vleesveebedrijven telkens weer opduiken met negatieve gevolgen voor zowel dierenwelzijn als economische prestaties. Binnen het Genobreed-project onderzoekt Inne Patteet voor haar doctoraat aan de universiteit van Leuven hoe genetische selectie kan bijdragen aan een alternatieve en duurzame strategie voor de bestrijding van schurft.

Psoroptische schurft behandelen

Schurft of meer correct psoroptische schurft bij runderen wordt voornamelijk veroorzaakt door Psoroptes ovis-mijten. ‘Deze mijten leven op de huid en veroorzaken door hun bijtgedrag een sterke allergische reactie,’ verduidelijkt Patteet. Hierdoor ontstaan er huidletsels met korstvorming, verdikking van de huid, haarverlies en hevige jeuk. Meestal zijn deze letsels zichtbaar ter hoogte van de ruglijn en de staartbasis. In ernstige gevallen breiden deze zich uit naar de flanken.

De huidige bestrijding van psoroptische schurft bestaat uit herhaalde behandelingen met anti-parasitaire middelen. In de praktijk blijken deze behandelingen echter vaak intensief, tijdrovend en niet altijd succesvol. ‘Dat komt vaak doordat vóór de behandeling de ruglijn van de dieren niet wordt geschoren’, vertelt de onderzoekster. ‘Maar het ligt soms ook aan het gebruik van ongeschikte producten, een foutieve dosering of het niet correct herhalen van de behandeling na zeven dagen.’

Die herhaling is cruciaal, omdat de meeste producten niet werken tegen de eitjes. Door de behandeling

Er worden monsters van de schurft genomen om er later een DNA-analyse op te kunnen uitvoeren

ongeveer zeven dagen later te herhalen worden ook de pas uitgekomen mijten bestreden.

Een alternatieve strategie

Omdat de klassieke behandelingen vaak tekortschieten, is er nood aan meer duurzame bestrijdingsstrategieën. Een veelbelovende piste is het verhogen van de natuurlijke weerbaarheid van het Belgisch witblauw tegen psoroptische schurft via gerichte fokkerij. ‘Het valt namelijk op dat er binnen dezelfde box soms dieren zijn met zware schurftletsels en dieren die nauwelijks symptomen vertonen’, geeft

Inne Patteet aan. ‘Dit wijst erop dat schurftgevoeligheid niet uitsluitend door omgevingsfactoren wordt bepaald, maar dat ook genetische factoren een rol spelen.’

Het Bomange-project, een onderzoeksproject van KU Leuven dat liep van 2017 tot 2020, vormde de eerste stap in het onderzoek naar de genetische basis van deze gevoeligheid en diende als basis voor het latere Genobreed-project. Daaruit bleek dat schurftgevoeligheid inderdaad gedeeltelijk erfelijk is. Bovendien werden er in dat onderzoek drie interessante DNA-regio’s geïdentificeerd die mogelijk een rol spelen in schurftgevoeligheid. ‘De validatie en verdere uitdieping van dit onderzoek gebeurt momenteel in het Genobreed-project, een samenwerking tussen KU Leuven, UGent, ULiège en FWO,’ zegt Patteet. ‘Het project is gestart in de winter van 2024-2025 en loopt over drie opeenvolgende winterperiodes. Tot nu toe werden ongeveer 600 dieren bemonsterd op een veertigtal bedrijven.’

Inne Pateet, onderzoeker KU Leuven: ‘Het doel is nagaan of schurftgevoeligheid kan worden meegenomen in de fokkerij’
Medewerkers van KU Leuven en UGent gaan langs bij deelnemende bedrijven Meestal zijn de letsels zichtbaar ter hoogte van ruglijn en staartbasis

Deelnemen aan het Genobreed-project?

Veehouders die meer informatie wensen of willen deelnemen aan het Genobreed-project, kunnen contact opnemen met onderzoekster Inne Patteet via: inne.patteet@kuleuven.be of +32 16 71 02 54

Tijdens de bedrijfsbezoeken die Patteet samen met collega’s van UGent in het kader van dit project voert, worden samen met de veehouder boxen geselecteerd waarin zowel sterk aangetaste als nauwelijks aangetaste dieren aanwezig zijn. Van elk dier nemen ze een bloedstaal om te kijken naar de genetica. Daarnaast nemen ze ook huidafkrabsels ter hoogte van de nek, de rug en de staartbasis. Via deze huidafkrabsels wordt er bepaald welke parasieten aanwezig zijn en in welke aantallen.

Ervaringen uit de praktijk

Uit deze bedrijfsbezoeken komt een aantal belangrijke vaststellingen naar voren. Zo blijkt allereerst dat schurft niet altijd correct wordt gediagnosticeerd. ‘Op bijna een kwart van de bedrijven die wij bezoeken waar ze vermoeden dat er psoroptische schurft aanwezig is, vinden we uiteindelijk andere parasieten terug’, vertelt Patteet. ‘Psoroptes wordt vaak verward met chorioptes, een mildere vorm van schurft, die vooral voorkomt aan de achterhand en rond de hakken. Bijtluizen en steekluizen worden regelmatig teruggevonden en verward met psoroptes. Ook menginfecties komen vaak voor. ‘

Daarnaast blijkt dat de zichtbare schurftletsels niet altijd iets zeggen over het echte besmettingsrisico van een dier. Inne Patteet ziet tijdens bedrijfsbezoeken regelmatig dat dieren met weinig of geen zichtbare letsels toch een hoog aantal mijten dragen en zo een belangrijke besmettingsbron vormen voor andere dieren. Dit toont aan dat dieren sterk kunnen verschillen in hun reactie op de mijten.

‘Ook rond de vachtkleur horen we opvallende observaties van veehouders,’ vervolgt ze. Veehouders geven regelmatig aan dat dieren met een witte vacht meer last lijken te hebben van schurft dan dieren met een zwarte vacht. Als verklaring hiervoor wordt vaak verwezen naar het verschil in huiddikte. ‘Er zijn aanwijzingen dat dieren met een zwarte vacht een dunnere huid hebben, wat mogelijk samenhangt met een lagere schurftgevoeligheid. Binnen het Genobreed-project onderzoeken we die hypothese verder door de huiddikte van de bemonsterde dieren systematisch te meten’, stelt Patteet.

Praktische meerwaarde

‘De bevindingen uit de bedrijfsbezoeken tonen duidelijk aan dat het voor veehouders niet eenvoudig is om te weten of er schurft aanwezig is het op het bedrijf en welke behandeling het meest geschikt is’, zegt Patteet. Daarom wil het Genobreed-project deze informatie beschikbaar maken voor de veehouder. Deelnemende bedrijven ontvangen daarom informatie over de aanwezige parasieten op hun bedrijf, inclusief het aantal Psoroptes ovis-mijten per dier. Zo kunnen de veehouders dieren identificeren die een belangrijke besmettingsbron vormen. Vervolgens wordt het huidige behandelplan samen met de veehouder besproken en wordt er advies gegeven over mogelijke verbeteringen.

‘Het uiteindelijk doel van Genobreed is nagaan of schurftgevoeligheid in de toekomst kan worden meegenomen in de fokkerij. Dit kan via de ontwikkeling van een genetische test of via praktische, goed meetbare kenmerken die iets zeggen over de gevoeligheid van een dier. Gerichte selectie van de juiste dieren kan op termijn leiden tot een verhoogde weerstand tegen schurft binnen de witblauwpopulatie’, besluit Inne Patteet. l

Pajotse vleesveehouder wint LG-mais

Zijn tweede deelname aan de kerstquiz verzilverde

Maarten Van Laethem meteen met winst. De prijs, voor vijf hectare maiszaad, kreeg de Pajotse vleesveehouder uit handen van Nele Bonte van Limagrain.

Jens Debeer kreeg als tweede prijs van de Avevevertegenwoordigers krachtvoer voor zijn kalfjes.

Met zijn tweede deelname aan de VeeteeltVlees-kerstquiz wist vleesveehouder Maarten Van Laethem uit Pajottegem meteen de hoofdprijs binnen te halen. Hij kreeg zijn hoofdprijs, tien dosissen LG 32.257, goed voor vijf hectare mais, overhandigd door Nele Bonte, technisch adviseur bij Limagrain België. Maarten Van Laethem vulde samen met zijn vrouw voor de tweede keer de kerstquiz in. ‘Op hoop van zegen’, lacht hij. ‘En met de bladen en laptop erbij.’

Samen met zijn broer Johan runt Maarten een gesloten vleesveebedrijf, aangevuld met akkerbouw. Beide broers werken ook deeltijds buitenshuis. Zo is Maarten ook werkzaam bij molens Dedobbeleer in Halle. ‘In het verleden waren onze dieren voornamelijk van het witblauw mixte-type, maar met de jaren zijn we meer richting het vleestype gaan fokken’, vertelt Maarten. De witblauwen worden ook op het bedrijf zelf afgemest alvorens ze via de handelaar afgezet worden.

Nele Bonte van Limagrain België overhandigt de hoofdprijs aan de broers Maarten (midden) en Johan Van Laethem (rechts)

Mais, spelt en aardappelen zijn de voornaamste teelten in de akkerbouwtak op het bedrijf. De mais dient grotendeels als basis in het rantsoen van de dieren, daarbij aangevuld met gras en aardappelen. ‘De mais is deels kuilmais en een deel verwerken we als ccm of mks, een goede energiebron voor ons vleesvee,’ gaat Maarten verder. In de mais zoekt de jonge vleesveehouder vooral naar zetmeel in de plant en een goede droogteresistentie. ‘Met het door Limagrain aangeboden ras LG 32.257 zit hij dan meer dan goed’, pikt Nele Bonte in. ‘Het is een stabiel ras dat momenteel het populairste ras in België is. In de kuil zorgt het voor de hoogste drogestofopbrengst met veel zetmeel, maar ook als korrelmais zorgt het voor de hoogste korrelopbrengst.’

West-Vlaamse winst

Ook Jens Debeer kreeg zijn prijs, 500 kilogram kalvervoer, nr. 104 Startflakes Extra, aangeboden door Aveve Veevoeding. De jonge vleesveehouder runt in Proven een gemengd bedrijf met vleesvee en aardbeien. ‘We hebben een 50-tal kalvingen met eigen afmest’, vertelt Jens. ‘We verkopen onze dieren via de coöperatie Vlaams Hoeverund aan Colruyt.’

Het merendeel van de dieren zijn witblauwen, maar de West-Vlaamse vleesveehouder heeft ook enkele jaren ingekruist met een stier die 50 procent maine anjou was. Momenteel wordt een deel van de inseminaties via ki uitgevoerd, aangevuld met een aangekochte stier. l

Mieke Van Eetvelde (Aveve), Patrick Opsommer (Opsommer BV), prijswinnaar Jens Debeer en Yves Baetens (Aveve)

Aan de hand van praktijkcases, schrijven verschillende voeradviseurs van Aveve (B.) en Agrifirm (Nl.) over rantsoenberekeningen in de vleesveehouderij. Deze editie beschrijft Anne Vandelannoote van Aveve Veevoeding de risico’s van mycotoxines.

Vermoeden van mycotoxines bij vleesvee

Runderen kunnen ongemerkt langdurig lijden door toxines in hun lichaam. Deze schadelijke stoffen kunnen door het lichaam zelf worden geproduceerd (endotoxines), maar ook via het rantsoen worden opgenomen. We spreken dan over mycotoxines. Mycotoxines vindt men vooral in maiskuilen, maar kunnen ook voorkomen in graskuil. Ze ontstaan door schimmelvorming op het veld, op de kolf of tijdens de bewaring via doorgroei in de kuil. Die schimmelvorming is niet altijd goed zichtbaar. Een kuil kan er aan de buitenkant goed uitzien, maar toch een hoeveelheid mycotoxines bevatten.

Het inschatten van risico’s is dan niet eenvoudig. Tijdens de teelt spelen de veldomstandigheden een cruciale rol. Gewasschade of stressfactoren zoals droogte, extreme neerslag of aantasting door ziekten (bv. aarfusarium en insectenschade) vergroten de kans op schimmelvorming. De mycotoxines die dan al op het veld gevormd zijn, blijven stabiel tijdens de oogst en kunnen bij opslag nog verder toenemen. Er bestaan zes grote groepen mycotoxines, elk met hun eigen chemische eigenschappen en risico’s. In de praktijk komen volgende drie types vaak voor: aflatoxines, DON (deoxynivalenol) en ZEA (zearalenone).

Vooral chronische blootstelling, zelfs aan lage niveaus, kan de darmwand bij het dier ernstig beschadigen. Hierdoor worden voedingsstoffen minder goed opgenomen en belanden de toxines sneller in de lever. Dit kan leiden tot diarree, verminderde vruchtbaarheid, lagere groei, slechtere vertering en algemene gezondheidsproblemen, die subtiel of onzichtbaar optreden. Bij vermoeden van mycotoxineproblemen start je best met een analyse van het rantsoen. Met representatieve monsters van de kuilvoeders bepaal je welke toxines aanwezig zijn en in welke hoeveelheden. Ook de blootstellingsduur van de dieren is belangrijk: hoe

diergroep

voedermiddel

maiskuil

rantsoen zoogkoeien

kg vers kg droge stof

12,0 4,1

voordroogkuil 1e snede 12,0 5,8

voederbieten 10,0 1,6

nr. 444 Hepatomycxx 0,2 0,2 totaal 34,2 11,7

rantsoenkenmerken

drogestofgehalte (%) 34

vevi/kg ds 1.012

ruw vet (g/kg ds) 35

ruw eiwit (g/kg ds) 147

dve (g/kg ds) 83

oeb (g/kg ds) –1

ruwe celstof (g/kg ds) 189 zetmeel (g/kg ds)

129

Tabel 1 – Voorbeeldrantsoen voor zoogkoeien met een aanpak van mycotoxines

Kenmerk ontgifting

Ontgifting of detoxificatie is het natuurlijke proces waarbij het lichaam schadelijke sto en zoals mycotoxines a reekt en onschadelijk maakt. Bij runderen speelt vooral de lever een centrale rol. Dit orgaan filtert toxines uit het bloed, zet ze om in minder schadelijke verbindingen en zorgt ervoor dat ze het lichaam kunnen verlaten via gal of urine. Wanneer dieren langdurig blootgesteld worden aan mycotoxines, heeft dit invloed op de darmgezondheid en kan de lever overbelast raken. Dit vertraagt de ontgiftingscapaciteit en verhoogt het risico op problemen. Het toevoegen van een adequate mycotoxinebinder richt zich zowel op de absorptie via kleimineralen als op de omzetting in niet-toxische sto en via enzymes en het ontgiften van de lever.

Veldschimmels kunnen een oorzaak zijn van mycotoxines in het ruwvoer

langer en intensiever de opname, hoe groter het risico op gezondheidsproblemen. Het is cruciaal om risicovolle ruwvoeders zorgvuldig te beheren door correct in te kuilen, goed uitkuilbeheer en het vermijden van broei en schimmelgroei. Na beoordeling van de risico’s kan je actie ondernemen in het rantsoen. Gebruik van additieven die mycotoxines binden, deactiveren en de darm- en leverfunctie ondersteunen, bieden de meest complete aanpak. Door de grote variatie aan mycotoxines is een combinatie van deze strategieën het meest doeltreffend. l

Extra controle op bioveiligheid in de strijd tegen ibr

GEZONDHEID – Het Belgische Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen (FAVV) gaat in de strijd tegen ibr de controles naar bioveiligheid bij veehandel en veetransport aanscherpen. De aankondiging volgt op een oproep van Agrofront, de koepelorganisatie van Belgische landbouworganisaties, aan de minister van Landbouw Clarinval om extra maatregelen te treffen om de verspreiding van het ibr-virus in te dammen.w

Onvoldoende aandacht voor bioveiligheid in de veehandel en veetransport wordt gezien als de belangrijkste bron van besmetting van ibr-vrije bedrijven. Vanaf 9 februari zal het FAVV deze sectoren extra gaan controleren. De extra controles zijn vooral gericht op rundveebedrijven die heel vaak dieren verhandelen en transporteurs op veemarken en slacht-

huizen. Verzamelcentra en stallen van handelaren worden door het FAVV al regelmatig gecontroleerd.

Het FAVV gaat onder andere controleren op de geschiedenis van verplaatsingen van runderen en naleving van aankoopprocedures. Ook zal gecontroleerd worden op het in quarantaine houden van aangekochte dieren en de aanwezigheid van vaccins. Daarnaast krijgen reinigings- en ontsmettingsinstallaties en het bijhouden van een reinigings- en ontsmettingsregister extra aandacht, met name bij veemarkten en slachthuizen. Het FAVV wijst erop dat bioveiligheidsmaatregelen niet alleen helpen in de strijd tegen ibr, maar ook tegen opkomende ziekten zoals LSD en EHD. België wil ibr-vrij worden, maar wordt de laatste maanden getroffen door nieuwe uitbraken. Om het statuut ibr-vrij te krijgen mag

twee jaar niet gevaccineerd worden. Dit vaccinatieverbod was voorzien voor eind 2025, maar is vanwege de uitbraken inmiddels uitgesteld tot 2027. Hiermee is de aanvraag voor het ibr-vrij statuut uitgesteld tot 2030.

Onvoldoende aandacht voor bioveiligheid in handel en transport is een belangrijke bron van besmetting met ibr

Hoeveelheid aan uitgescheiden stikstof gedaald

MEST – In 2024 is de hoeveelheid stikstof die via dierlijke mest werd uitgescheiden, met 3 procent gedaald. Het stikstofoverschot in

De oogst van tarwe en mais viel in 2024 erg tegen, wat zorgde voor minder vastlegging van stikstof in gewassen

de Nederlandse landbouw nam daarentegen met 13 procent toe. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In 2023 had het stikstofoverschot juist het laagste niveau sinds aanvang van de metingen. Het stikstofoverschot in de landbouw bestaat uit het deel van de aangevoerde stikstof dat niet wordt benut voor de productie van landbouwgewassen. Deze stikstof komt in de bodem of de lucht terecht. In 2024 daalde de hoeveelheid stikstof die naar de lucht werd uitgestoten, met ongeveer 7 procent tot 75 miljoen kilo, onder meer door een kleinere veestapel en innovaties. De hoeveelheid stikstof die in de bodem achterbleef, nam fors toe: met 21 procent tot 220 miljoen kilo. De stijging van het stikstofoverschot is vooral het gevolg van tegenvallende oogsten. Zo

was de tarweoogst de laagste in 25 jaar en bereikte de opbrengst van snijmais het laagste niveau in bijna 30 jaar. Hierdoor werd er minder stikstof vastgelegd in gewassen.

De totale aanvoer van stikstof via ruwvoer bedroeg 260 miljoen kilo, waarbij 7 miljoen kilo afkomstig was uit de voorraad van 2023. Daarnaast daalde de stikstofaanvoer via krachtvoer met 3 procent. Dit kwam door een lager stikstofgehalte in het krachtvoer en door een afname van de veestapel. In totaal ging het om 384 miljoen kilo stikstof. De aanvoer van stikstof via kunstmest nam licht toe, met 2 procent, tot 201 miljoen kilo. De stikstofuitstoot via dierlijke mest daalde met 3 procent tot 449 miljoen kilo. Hiervan was 284 miljoen kilo afkomstig uit de rundveehouderij, tegenover 293 miljoen kilo in 2023.

RUWVOER – Het toevoegen van vijf centimeter zware klei zorgde voor gemiddeld 10 procent meer kilo drogestofopbrengst tussen 2019 en 2025 en een 19 procent hogere zetmeelopbrengst tussen 2022 en 2025. Daarnaast hield de bodem beter vocht vast en nam het gehalte organische stof toe. Dat blijkt uit een zevenjarig onderzoek op Agroinnovatiecentrum De Marke, dat zich richtte op het combineren van de gunstige eigen-

schappen van zand en klei. Op de proefvelden werd er geen klei, 5 cm lichte klei of 5 cm zware klei toegepast. De afgelopen zeven jaar werd de snijmaisopbrengst gemeten en werden bodemanalyses uitgevoerd. Drie jaar mais wisselde af met drie jaar gras. Zware klei had het grootste effect. Uit bodemanalyses bleek dat zware klei het lutumaandeel met 2 procent verhoogt en het gehalte organische stof met 0,3 procent ten opzichte van de

onbehandelde zandgrond. Het bodemvocht in de bovenste 20 cm steeg gemiddeld met 2 procent. De zware kleilaag zorgde ook voor een hogere stikstofonttrekking. Na de oogst werd er echter geen duidelijk verschil in minerale stikstof in de bodem gemeten. Voor een goede menging van klei en zand blijkt het gunstig om de klei eerst een winter boven op het perceel te laten liggen en in het voorjaar een bodembewerking uit te voeren.

Nieuwe datum CRV Live in Vlaanderen

Begin februari bereikte CRV het verheugende bericht dat Vlaamse veehouders een week eerder dan gebruikelijk mochten starten met uitrijden van drijfmest. Dit betekent dat al vanaf maandag 9 februari ruimte kon worden gemaakt in de mestopslag.

Op 10 februari zou Coöperatie CRV in het Vlaamse Laakdal de eerste CRV Live-bijeenkomst organiseren. Om al onze leden-veehouders de gelegenheid te geven gebruik te maken van de uitgelezen kans om mest uit te rijden zonder CRV Live te hoeven missen, is besloten om deze bijeenkomst te verplaatsen naar 11 maart. CRV Live is het evenement voor leden van CRV om kennis te maken met de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van data, management en fokkerij. Tjebbe Huybrechts, directeur informatie-

oplossingen en genetica, neemt je mee in de fascinerende wereld van de kunstmatige intelligentie en wat deze ontwikkeling nu al kan betekenen voor de bedrijfsvoering. En Jochem van der Starre, de nieuwe voorzitter van CRV, zal live worden geïnterviewd over zijn visie op de coöperatie. In de middag staan diverse workshops gepland, waaronder een tweetal speciaal voor vleesveehouders.

Het volledige programma van CRV Live, alle data en locaties en meer informatie over de workshops zijn te vinden op de website van CRV. Hier vind je ook een aanmeldingsformulier. Meld je snel aan om de workshops van keuze te kunnen volgen. Scan de QR-code

Online verkiezingen regiobesturen

Leden van Coöperatie CRV kunnen sinds 10 februari stemmen op nieuwe kandidaten of opnieuw verkiesbare kandidaten voor de vijf CRV-regiobesturen. Omdat de regiobesturen de ledenraad benoemen, zijn dit indirect ook verkiezingen voor het hoogste bestuurlijk orgaan van de coöperatie.

De bestuursverkiezingen worden volledig online gehouden. Leden

hebben hiervoor van hun regiobestuur een uitnodiging ontvangen. Hierin zijn ook de kandidaten voor de eigen regio voorgesteld. Stemmen kan nog tot 11 maart.

Alle kandidaten zijn ook terug te vinden op de website van Coöperatie CRV. Scan de QR-code om dit overzicht van de kandidaten te bekijken

Ledenbijeenkomsten vleesvee in Nederland

Ook dit jaar organiseert het Nederlandse vleesveebestuur bijeenkomsten voor leden. Tijdens deze avonden zal vleesexpert Patrick van den

Tabel 1 – Data en locaties ledenbijeenkomsten vleesvee in Nederland

datum locatie

19 maart Café-restaurant Reimink, Lemelerveld

26 maart Kalverhouderij Beekzicht, Barneveld

2 april Restaurant ’t Draaiboompje, Moergestel

Berg zijn visie geven op de vleeskoe van de toekomst. Eric Elbers, productspecialist vleesvee bij CRV, presenteert het actuele stierenaanbod. Daarnaast delen vleesveebestuurders actuele ontwikkelingen. De inloop is vanaf 19.45 uur en de avonden worden afgesloten met een drankje. Data en locaties staan in de tabel.

Aanmelden is gewenst, scan daarvoor de QR-code. Onder de aangemelde bezoekers worden prijzen verloot. Lukt aanmelden via de QR-code niet? Stuur dan een mailtje naar: joost.van.der.ven@crv4all.com

Extra ledenbijeenkomsten in Roeselare en Beervelde

Alle Vlaamse leden van CRV zijn op 11 maart natuurlijk van harte uitgenodigd voor CRV Live, waar speciaal voor vleesveehouders twee workshops worden georganiseerd. Om veehouders uit West- en Oost-Vlaanderen de gelegenheid te geven op een redelijke rijafstand en in de avonduren een bijeenkomst te bezoeken worden extra ledenbijeenkomsten georganiseerd op 4 maart in Roeselare (Inagro, Ieperseweg 87, Beitem) en op 12 maart in Beervelde (Feestzaal Breughel, Beerveldsebaan 32, Lochristi).

Op het programma staan onder ander een stierenpresentatie en een presentatie over de diverse apps van CRV voor vleesveehouders. Daarnaast komt Stefaan Ribbens van DGZ zijn kennis delen over vaccinaties tegen ibr, blauwtong en nieuwe opkomende ziektes. De avond start om 19.45 uur.

Aanmelden kan via de QR-code of via Els Jacobs (els.jacobs@crv4all.com of 0470-304987)

Ammoniakuitstoot daalde 27 procent sinds 2005

STIKSTOF – De uitstoot van ammoniak in Nederland daalde in 2024 met bijna 4 procent ten opzichte van 2023. Sinds 2005 is de ammoniakemissie gedaald met 27 procent. Dit blijkt uit een rapportage van het Compendium voor de Leefomgeving (CLO), dat is gebaseerd op cijfers van onder andere het RIVM en het CBS.

Tot 2013 daalde de uitstoot van ammoniak door onder andere krimp van de veestapel, eiwitarm voer, het afdekken van mestopslagen, emissiearm bemesten en emissiearme stallen. Emissiearm bemesten leverde hierbij de grootste bijdrage. Volgens het CLO verdwijnt hiermee enerzijds minder ammoniak in de lucht en komt er anderzijds meer stikstof in de bodem beschikbaar voor het gewas, waardoor minder kunstmest nodig is.

Tussen 2014 en 2017 nam de uitstoot van ammoniak weer toe. De twee belangrijkste oorzaken voor deze stijging zijn volgens het CLO de groei van de melkveestapel en een andere voersamenstelling.

Deze toename werd voor een deel gecompenseerd door schonere stalsystemen voor varkens en pluimvee.

Sinds 2018 daalt de uitstoot van ammoniak weer doordat er minder rundvee, (fok)varkens en pluimvee (leghennen) worden gehouden.

Ook een toename van het aantal emissiearme varkensstallen levert

Emissiearm bemesten leverde een belangrijke bijdrage aan de daling van de ammoniakuitstoot

aan deze daling een bijdrage, net als de verplichting om mest te verdunnen bij uitrijden op grasland op klei en veen.

Met de daling van de uitstoot voldoet Nederland aan de Europese verplichtingen. De volledige rapportage van de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen is te lezen op de website van het Compendium voor de Leefomgeving.

Veestapel Verenigde Staten naar laagste niveau in 75 jaar

VLEESVEE – Op 1 januari dit jaar waren er 86,2 miljoen runderen (inclusief kalveren) in de Verenigde Staten. Dat is een daling van 0,35 procent ten opzichte van vorig jaar. Daarmee lag het aantal dieren op het laagste niveau sinds 1951, zo meldt het Amerikaanse landbouwmi-

De veestapel ligt in de Verenigde Staten op het laagste niveau sinds 1951

nisterie USDA. De aanhoudende daling van de veestapel in de VS afgelopen jaren wordt vooral veroorzaakt door minder vleesvee. Afgelopen jaar daalde het aantal vleeskoeien met 1 procent naar 27,6 miljoen stuks. Daarentegen steeg het aantal stuks melkvee met 2 procent naar 9,57 miljoen.

De daling van het aantal moederdieren voor vleesvee zorgt voor een teruglopend aandeel vleeskalveren. Dat drijft de prijs op en daarmee ook de prijs voor kruislingkalveren afkomstig uit de melkveehouderij. Melkveehouders zetten als gevolg van hogere kalverprijzen steeds vaker vleesstieren in op een deel van de melkveestapel. Afgelopen jaren steeg de inzet explosief. Dat is niet verwonderlijk. Voor kruislingkalveren van nog geen week oud werd afgelopen jaar tussen de 1200 en 1500 dollar betaald, zo schrijft het Amerikaanse vakblad Dairy Herd Management. In de VS wordt veel gebruikgemaakt van het ras angus om te kruisen met melkvee. De kwaliteit van die kruislingen wordt steeds beter, aldus Dairy Herd Management. Het vakblad schrijft dat toe aan het gebruik van de vele slachtgegevens van deze kruislingkalveren voor fokwaarden en fokprogramma’s van ki-organisaties.

Prijzen van mestafzet stijgen naar recordhoogte

MEST – In aanloop naar het uitrijseizoen zijn de ophaalbijdragen voor mest in Nederland naar een recordhoogte gestegen. Dit blijkt uit marktdata van DCA Market Intelligence. In het zuiden laten de afzetprijzen een licht dalende trend zien, terwijl deze in het midden en noordoosten van het land juist oplopen. In de eerste week van februari variëren de afzetprijzen voor rundveemest volgens DCA tussen ongeveer 30 euro per kuub in ZuidNederland en ongeveer 38 euro per kuub in

Noordoost-Nederland. Hiermee ligt de ophaalbijdrage enkele euro’s boven het niveau van die in dezelfde week vorig jaar. Volgens DCA is de druk op de mestmarkt met name groot in Midden- en Noordoost-Nederland. In het verleden was de spanning juist het hoogst in Noord-Brabant en Limburg. In Zuid-Nederland zijn de afgelopen jaren echter relatief veel veehouders gestopt, waardoor het aanbod is afgenomen. Daarnaast lijkt de mestmarkt in het zuiden beter ingericht op overschotten. In het noorden en oosten van Nederland waren mestoverschotten tot voor kort minder aan de orde. Door het verdwijnen van derogatie is dit veranderd. In voorgaande jaren daalden de mestafzetprijzen, afhankelijk van de weersomstandigheden, doorgaans als het uitrijseizoen was begonnen. DCA verwacht echter dat de druk op de mestmarkt dit jaar hoog blijft, omdat minder plaatsingsruimte beschikbaar is door het vervallen van derogatie.

Ben jij creatief en gek op koeien?

CRV zoekt: Redacteur nieuwe media bij Veeteelt (0,8 fte)

Als redacteur nieuwe media bij Veeteelt werk je aan publicaties voor zowel print als online. Je maakt deel uit van een enthousiaste redactie, die voortdurend op zoek is naar relevante en actuele onderwerpen voor melk- en vleesveehouders. Je maakt deel uit van het team Global Marketing van CRV. Je zoekt zelf naar achtergronden bij het nieuws, je houdt interviews, schrijft reportages en werkt aan de opzet en uitvoering van video’s en podcasts. Je bent creatief en je werkt je producties uit voor een combinatie van publicaties in print, online en social media. Je weet wat er speelt in de sector en door je vele contacten vergroot je je netwerk.

Wij vragen

• Relevante hbo-opleiding (gerelateerd aan landbouw of journalistiek)

• Creativiteit en vindingrijkheid

• Oog voor ontwikkelingen rondom nieuwe media

• Goede vakinhoudelijke kennis van de rundveehouderij

• Gevoel voor taal en journalistiek

• Interesse in mensen en het lef om vragen te stellen

Wij bieden

• Een uitdagende functie bij een toonaangevende vaktitel

• Een dienstverband voor 32 uur per week (0,8 fte)

• Goede ontwikkel- en doorgroeimogelijkheden

• Werken in een enthousiast team van collega’s

• Goede arbeidsvoorwaarden, waaronder een marktconform salaris, 25 vakantiedagen en daarbovenop 17,5 atv-dagen (bij een fulltime dienstverband), een vaste eindejaarsuitkering van 2,25 procent, balans tussen thuiswerken en werken op ons kantoor in Arnhem (hybride), en alle andere voordelen van een goed geregelde bedrijfs-cao.

Heb je belangstelling?

Stuur dan uiterlijk 20 maart je sollicitatiebrief (of andere uiting) en curriculum vitae naar jobs@crv4all.com.

Wil je eerst meer weten?

Neem dan contact op met Jaap van der Knaap, hoofdredacteur Veeteelt, via telefoonnummer 06-22 55 54 14.

Wist je dat circa 23.000 Nederlandse en Vlaamse veehouders bij de Coöperatie Koninklijke CRV u.a. aangesloten zijn? We opereren internationaal in meer dan 60 landen en hebben wereldwijd circa 2.000 medewerkers.

Raap duurder in rustige markt

– De huidige voederwaardeprijzen zijn berekend door Wageningen Universiteit (WUR) op 13 januari 2026. De waarde van 1000 vem (kvem-prijs) daalt iets naar 20,9 eurocent, terwijl de waarde van eiwit licht stijgt naar 74,4 eurocent per kg dve. – In de onderstaande tabel met de voederwaardeprijzen staan verschillende producten opgesomd met bijhorende voederwaarde. De voederwaarde van het product wordt berekend aan de hand van de cijfers die WUR publiceert. Er wordt daarbij een vergelijking gemaakt tussen de marktwaarde en de voederwaarde. Belangrijk om te weten is dat men enkel producten mag vergelijken die vergelijkbaar zijn. Bij een voederwaardeprijs onder de 100 is het voedermiddel prijstechnisch interessant. Evalueer ook eerst welke producten in het rantsoen passen en kies binnen deze producten de goedkoopste optie. – De eiwitprijzen zijn weinig veranderd. De sojamarkt is vrij rustig, maar wordt beheerst door het weer en Donald Trump. De termijbeurs in Chicago (CBOT) is na een bericht van Trump over het handelsakkoord tussen China en Amerika gestegen. De vraag is hoe de marktprijzen hierop reageren. Waar men in Argentinië vreesde voor de waterreserves, heeft de gevallen neerslag opnieuw voor rust gezorgd. De oogst in Brazilië verloopt dan weer wisselend. In het noorden loopt men voor op de oogst van vorig jaar, maar in het zuiden juist achter. De raapschrootprijzen zijn wel gestegen. Raap is namelijk slecht beschikbaar, waardoor de prijzen op korte termijn stijgen. Hierdoor gaat raap de komende tijd uit veel rantsoenen verdwijnen en wordt naar alle waarschijnlijkheid weer veel op soja overgeschakeld.

– De graanprijzen zijn stabiel. Er is bovendien weinig nieuws te vertellen rondom de energieprijzen. Het aanbod blijft groot, maar door de lage prijzen blijft de bereidheid om te verkopen laag.

– De vulmiddelen zijn over het algemeen relatief aan de prijs. De prijs van sojahullen blijft gelijk, maar is wel aan de hoge kant. Dit komt door een krap aanbod. Palmpitschilfers zijn wat gestegen en zijn momenteel te duur als vulmiddel.

– Bijproducten zijn gedaald in prijs. De prijzen zijn de afgelopen weken verder gedaald, met name de energieprijzen. De aardappelproducten zijn momenteel interessant.

VOEDERWAARDEPRIJZEN

(bron: Liba)

januari 2026

ENERGIE- EN EIWITPRIJZEN VOER

in eurocenten, excl. btw (bron: Wageningen Livestock Research)

januari

2026 m/m y/y

fokvee kvem 20,90 kg dve 74,40 mestvee kvevi 18,70 kg dve 82,30

m/m = vergelijking t.o.v. vorige maand y/y = vergelijking t.o.v. dezelfde maand vorig jaar

Zoek, vervang en bespaar

Voederwaardeprijzen geven de verhouding weer van de voederwaarde van mengvoer, grondstoffen en bijproducten in relatie tot de marktprijs. Bij een voederwaardeprijs onder de 100 procent is het voedermiddel prijstechnisch interessant.

voederwaardeprijs (€/ton)vevi marktprijs t.o.v. voederwaardeprijs(%) bewaringsverlies(%) vevig/kgds dveg/kgds reg/kgds vemg/kgds

NUCHTERE KALVEREN

NUCHTERE KALVEREN

BROUTARDS LIMOUSIN

BROUTARDS LIMOUSIN

bron: Veemarkt Les Hérolles (Fr.)

Bron: veemarkt Les Hérolles (Fr.)

KOEIEN BELGISCH WITBLAUW BROUTARDS

BLONDE D’AQUITAINE

KOEIEN BELGISCH WITBLAUW BROUTARDS BLONDE D’AQUITAINE

België

Bron: Veemarkten

Bron: veemarkten België

STIEREN

BELGISCH WITBLAUW

STIEREN BELGISCH WITBLAUW

KARKASPRIJZEN WERELDWIJD

KARKASPRIJZEN WERELDWIJD

land waarde januari 2026 trend (m/m**)

Groot-Brittannië 752,68

Bron: European Market Observatories

Bron: European Market Observatories

Uruguay 442,36

Europa 704,95

Australië 484,45

Verenigde Staten 682,87

Nieuw-Zeeland 462,98

Argentinië 477,58

Brazilië 321,25

*euro/100 kg geslacht gewicht stieren

**m/m = vergelijking t.o.v. vorige maand

AGENDA

KEURINGEN EN PRIJSKAMPEN

14 maart Paasveetentoonstelling, Rhenen

25 april Vetten Os, Rekkem

4 april Vleesveemanifestatie, Hulshorst

9 mei Jongveekeuring blonde d’Aquitaine, Koekange

VEILINGEN

11-12 maart Veiling limousin, Boisseuil (Frankrijk)

28 maart BAC-stierenveiling, Laren

17-18 juni Veiling limousin, Boisseuil (Frankrijk)

VOORUITBLIK

BEURZEN, STUDIEVERGADERINGEN, DEMODAGEN

4 maart Ledenbijeenkomst vleesvee CRV, Roeselare

4 maart CRV Live, Markelo

6 maart CRV Live, Maarsbergen

10 maart CRV Live, Boxtel

11 maart CRV Live, Laakdal

12 maart Ledenbijeenkomst vleesvee CRV, Beervelde

Raadpleeg de website veeteeltvlees.be of veeteeltvlees.nl voor een actuele en uitgebreide stand van zaken.

COLOFON

VeeteeltVlees is een uitgave van CRV BV in opdracht van Coöperatie CRV ua. De leden van de Coöperatie CRV ontvangen VeeteeltVlees gratis, als onderdeel van het lidmaatschap. VeeteeltVlees verschijnt maandelijks.

redactie

hoofdredacteur Wim Veulemans redactie Inge van Drie, Jaap van der Knaap, Wichert Koopman, Quinten den Hertog, Justine Poppe foto- en beeldbewerking Rogier van der Weiden vormgeving René Horsman, Esther Onida eindredactie Lieke van den Broek hoofd CRV-magazines Jaap van der Knaap

redactie-adres

Nederland: postbus 454, 6800 AL Arnhem telefoon 026 38 98 800

Vlaanderen: Buchtenstraat 7, 9051 Sint-Denijs-Westrem telefoon 078 15 44 44 fax 09 363 92 06 e-mail veeteelt@crv4all.com

abonnementsprijs/jaar

Nederland en België € 108,00, overige landen € 175,00. In combinatie met abonnement op vakblad Veeteelt bedraagt een abonnement € 180,00 per jaar, overige landen € 311,00 per jaar. Prijzen excl. btw. Abonnementen zijn gebaseerd op kalenderjaar en worden jaarlijks in februari gefactureerd. Opzegging is mogelijk per kwartaal. Bel voor opgave van een abonnement: België: CRV Klantenservice (078 15 44 44) e-mail klantenservice.be@crv4all.com

Nederland: CRV Klantenservice (088 00 24 440) e-mail klantenservice.nl@crv4all.com

advertentie-afdeling

Karen Dammer en Froukje Visser

postbus 454, 6800 AL Arnhem telefoon (+31)(0)6 53 16 85 29 e-mail advertenties@crv4all.com

illustraties/foto’s

De foto’s zijn van de eigen fotodienst van VeeteeltVlees. Uitzonderingen zijn de foto’s van Interlim Génétique (6), Wayne Hutchinson (6), Landpixel (7), Theo Janssen (7),

MAART ECONOMIE

Economie is in maart het hoofdthema. Daarbij kijken we vooruit naar de ontwikkelmogelijkheden in de veehouderijsector. Wat kan nog en vooral: hoe kan een bedrijf zich nog ontwikkelen, of zelfs groeien? Zijn er nog kansen en wat zijn de beperkingen?

Verder in dit nummer stellen we in een interview Jochem van der Starre voor, de nieuwe voorzitter van Coöperatie CRV. In de reeks over diergezondheid komt verder para-tbc aan bod en we kijken naar de praktische mogelijkheden van renure.

Mark Pasveer (8-11), Regine Foket (12-14, 18-20), NAJK (21), KU Leuven (22-24), Koen Nijs (26-27, 34) en BBG (35).

Overname van artikelen is alleen toegestaan na toestemming van de redactie. Hoewel aan de samenstelling van de inhoud de meeste zorg is besteed, kan door de redactie geen aansprakelijkheid worden aanvaard voor mogelijke onjuistheden of onvolledigheden. Alle auteursrechten en overige intellectuele eigendomsrechten ten aanzien van (de inhoud van) deze uitgave worden uitdrukkelijk voorbehouden. Deze rechten berusten bij CRV BV c.q. de betre ende auteur. Artikelen uit VeeteeltVlees mogen uitsluitend verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden na schriftelijke toestemming van CRV.

Druk: Senefelder Misset, Doetinchem ISSN 01.68-7565

Bwb-proefstier Guliver des Aiwis ki-code 945312

geboren: 24-03-2023

schofthoogte: 30 mnd., 145 cm (+7)

gewicht: 1005 kg op 30 mnd. 34 cm op 30 mnd.

FUTÉ

78 / 90 / 86 / 89 / 85 / 89

verkoper: sprl Clivet, Ciplet

fokker: sprl Clivet, Ciplet haarkleur: blauw-wit

GROMMIT HOF TER ZILVERBERG

AUTORITÉ DE SOMME

CORAIL

DULCINÉE DES AIWIS 95 / 87 / 87 / 90 / 85 / 90

VERTU DES AIWIS

ADAJIO DE BRAY

CLAVER HOF TER ZILVERBERG

INDIANA DU MONT

MAJORITÉ DE CENTFONTAINE

IMPÉRIAL DE L’ÉCLUSE

8093

DÉGUISÉ DU PONT DE MESSE

ROBUSTA DES AIWIS

Guliver des Awis werd geboren en gekocht bij de familie Clivet te Ciplet. Op 30 maanden leeftijd woog hij 1005 kg bij een maat van 1,45 m (+7). Guliver behaalde een eindscore van 90 punten op zijn lineaire beoordeling. Zijn moeder Dulcinée behaalde een eindscore van 89,6 punten.

De Futézoon heeft een prachtige, brede, ronde achterhand. Zijn genoomfokwaarden laten een compleet en foutloos verervingspatroon zien met gewicht en veel bespiering.

Drie nieuwe blonde d’Aquitainestieren

CRV heeft drie nieuwe blonde d ‘Aquitainestieren in het aanbod. Hashtagzoon Rami vererft een zeer goede spierontwikkeling en zijn dochters hebben prima moedereigenschappen. Kalveren van Rami

worden vlot geboren en hij is dan ook geschikt voor gebruik op pinken. Ook Ullin P (Phenix x Hello) scoort goed op bespiering en moedereigenschappen en is bovendien (heterozygoot) hoornloos. Nakomelingen van Umetxo (Naruto x Hilaro) blinken uit in groei en spier- en skeletontwikkeling.

Bwb-proefstier Bolivar de la Langherode ki-code 945331

geboren: 09-01-2024

schofthoogte: 21 mnd., 133 cm (+4) gewicht: 880 kg op 21 mnd. 33 cm op 21 mnd.

CACHEMIRE DE DESSOUS LA VILLE

/ 91 / 88 / 94 / 90 / 91

CAMÉLIA DE LA LANGHERODE

88 / 87 / 85 / 92 / 80 / 89

verkoper: CSB

fokker: François Derycke, Enghien haarkleur: blauw-wit

9115 DE DESSOUS LA VILLE

IDÉFIX VAN TERBECK

JUNGLE DE LA LANGHERODE

GROMMIT HOF TER ZILVERBERG

AUTORITÉ DE SOMME

LARRON D’YVOIR

PRIORITÉ DE DESSOUS LA VILLE

ADAJIO DE BRAY

EFFIE VAN TERBECK

ATTRIBUT DU FOND DE BOIS

HIPPIE DE LA LANGHERODE

Bolivar de la Langherode werd geboren bij François Derycke in Edingen en gekocht bij de CSB. Op 21 maanden woog hij 880 kg bij een schofthoogte van 1,33 m (+4).

De stier heeft een indrukwekkende lengte en bespiering.

Bolivar, een uitstekende zoon van Cachemire, behaalde een eindscore van 91,3 punten. Hij heeft net als zijn vader een zeer goede genoomfokwaarde voor dochtervruchtbaarheid (132).

De Franse topstier Umetxo

Islo du Coin

(Cerbere du Falgi x Tilouis d’Atrive)

Op 49 mnd: 1242 kg en 147 cm (+2)

Voor gewicht met kwaliteit

Ki-code: 945155

⊲ Gemakkelijk te gebruiken origine

⊲ Geeft gestalte en lengte

⊲ Roodfactor positief

Wilt u sperma van Islo of andere stieren bestellen, bezoek dan onze webshop op shop.crv4all.nl of shop.crv4all.be

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook