Skip to main content

Toekomst van de zorg

Page 1

Dit is een commerciële uitgave van Contentway bij deze krant Campagne Manager: Laurien Slop Managing Director: Saïd Laktami Graphic Design: Kiloe van Benthem Redactie: Eltjo Nieuwenhuis en Mecdelawit Ogbamichael Tekst: Hugo Schrameyer, Fred Pals, Diederik de Groot en Jan Koning Gedistribueerd met: Het Financieele Dagblad 2026 Drukkerij: RODI Rotatiedruk. Partner content in deze campagne is tot stand gekomen in samenwerking met onze klanten. Dit zijn commerciële uitingen. Dit is een commerciële uitgave. De FD-redactie heeft geen betrokkenheid bij deze productie.

TOEKOMST VAN DE ZORG

DIGITALE ZORG VRAAGT REGIE, LEF EN SAMENWERKING DE ZORG VERANDERT ZODRA TECHNOLOGIE VANZELFSPREKEND WORDT SLIMMER ORGANISEREN HOUDT DE ZORG TOEGANKELIJK

04

10

14

Uitgegeven door Contentway Benelux B.V. Keizersgracht 424 NL-1016 GC Amsterdam

Tel: +31 (0)20 241 7763 Web: contentway.nl Email: info@contentway.nl redactie@contentway.nl

september 2026


02

Lifechaingers – Partner Content

Slimme spraaktechnologie geeft mensen hun stem terug Wie door ALS, MS, afasie of een andere aandoening niet meer kan praten, merkt hoe snel gesprekken aan hen voorbijgaan. Spraakcomputers zijn vaak traag en omslachtig. Uit wetenschappelijk onderzoek onder logopedisten blijkt dat zestig procent van dit soort kostbare apparaten binnen een jaar in de kast belandt.

Daniël Smidt, Jelmer v/d Weide en Antal van Kolck, Oprichters, Lifechaingers

B

ij traditionele spraakcomputers moeten gebruikers de woorden bijvoorbeeld per letter intikken of door mappen klikken. Tegen de tijd dat hun antwoord klaar staat, is het gesprek soms alweer drie onderwerpen verder.

Antal van Kolck, mede-oprichter van de Nederlandse zorg-startup Lifechaingers, wilde daar iets aan veranderen. Met haar team ontwikkelde zij Bobbai, een AIspraakapp die luistert naar wat er in de omgeving gebeurt, suggesties biedt aan de gebruiker en daarvan leert. De app stelt antwoorden voor die de gebruiker op eigen smartphone of tablet kan selecteren, wat sneller en persoonlijker is. “Wanneer iemand door een ongeluk of ziekte niet meer kan praten, verdwijnt er veel meer dan taal”, legt Van Kolck uit. “Door je beperking kun je je humor en je eigen persoonlijkheid vaak niet meer uiten. Iemand uit de directe omgeving van mijn compagnon kon na een ernstig ongeluk niet meer spreken en de traditionele hulpmiddelen gaven alleen trage, afstandelijke antwoorden. Dan mis je de echte menselijke klik.”

Gebruiksonderzoek

Juist die snelheid en context maken het verschil, blijkt uit onderzoek. Bij de huisarts voer je immers een ander gesprek dan thuis aan de keukentafel. Bobbai voorspelt op basis van de situatie bij de gebruiker passende reacties. Van Kolck: “De huidige oplossingen zijn vaak gericht op het aangeven van basale behoeften zoals honger of pijn, maar voor diepgaand contact is bij deze doelgroep meer nodig. Met Bobbai ontstaat er weer een natuurlijke gespreksstroom. Zowel het plezier als de diepgang in de interactie komen terug.”

Nederland drukken inkoopcontracten een grote stempel op welke medische apparatuur vergoed wordt. Dat werpt hoge drempels op voor nieuwe technologische toepassingen en start-ups. Kijk je naar Duitsland, dan zie je een speciaal sneltraject voor digitale zorg-apps. In België heeft de logopedist meer regie om hulpmiddelen met budgetten toe te wijzen. Als we in Nederland de zorg betaalbaar en effectief willen houden, zijn innovaties en ruimte voor moderne software nodig.”

Zelfredzamer

Bobbai is inmiddels bij meerdere zorginstellingen en cliënten in gebruik. Bij Lifechaingers merken ze dat logopedisten, cliënten en naasten positief verbaasd zijn. Van Kolck: “Hiermee kunnen mensen hun eigen persoonlijkheid laten zien en zijn ze zelfredzamer. Dat is belangrijk voor de zorg van de toekomst!”

Vergoeding

De oplossing is er, maar een vergoeding bleek ingewikkelder. Het Nederlandse systeem is vooral ingericht op medische hulpmiddelen die als fysiek apparaat worden aangeschaft. Moderne innovatieve software past daar minder makkelijk in. “Onze regelgeving loopt nog achter op de werkelijkheid”, stelt Van Kolck. “In

lifechaingers.com

Adsysco – Partner Content

De toekomst van zorg zit in verbinden, niet in registreren Wie kwaliteit van leven centraal zet, kan zorg en welzijn niet los van elkaar organiseren. De beweging naar langer zelfstandig en verbonden leven is geen hype, maar noodzaak. De zorgvraag groeit, terwijl het aantal beschikbare professionals niet evenredig meegroeit. Daarmee wordt de opgave breder: hoe organiseren we ondersteuning zodat mensen niet alleen zorg ontvangen, maar ook kunnen meedoen, contacten onderhouden en zo lang mogelijk zelfstandig blijven? Technologie moet die samenwerking eenvoudiger maken.

D

ie verschuiving brengt zorg en welzijn dichter bij elkaar. Een inwoner maakt immers geen onderscheid tussen zorg, sociaal werk, vrijwilligerswerk of mantelzorg, maar ervaart vooral een vraag in het dagelijks leven. In de uitvoering is die samenhang echter nog lang niet vanzelfsprekend. “De inwoner heeft één vraag, maar de uitvoering knipt die vraag op in verschillende domeinen. Dáár gaat tijd en energie verloren”, zegt Esther Ockeloen, directeur van Adsysco, het bedrijf achter Regicare, een softwaresysteem voor het sociaal domein. Daarom wordt de rol van sociaal werk belangrijker. Veel vragen gaan niet direct over medische behandeling, maar over meedoen, vervoer, daginvulling, sociale contacten, mantelzorg, vrijwilligerswerk of praktische ondersteuning. Daar ligt een

adsysco.nl

belangrijke sleutel tot kwaliteit van leven.

Zorg en welzijn verbinden

Volgens Ockeloen wordt de transformatie te vaak als financieel vraagstuk bekeken. “Financiering speelt mee, maar de belemmeringen zitten in samenwerking, processen en informatievoorziening. Zorg en welzijn moeten elkaar sneller vinden en werken vanuit hetzelfde beeld van de inwoner.” Informele zorg is daarbij geen vervanging van professionele zorg. “De transformatie gaat niet over minder zorg leveren, maar over ondersteuning beter organiseren. Professionele capaciteit moet beschikbaar blijven voor mensen die haar het hardst nodig hebben. Tegelijk kunnen sociale netwerken veel betekenen bij vragen rond meedoen, contact en praktische steun.”

Technologie kan helpen, maar is geen doel op zichzelf. Op kleine schaal lukt samenwerking vaak zonder complexe systemen. Zodra honderden inwoners, vrijwilligers, mantelzorgers en professionals betrokken zijn, ontstaat behoefte aan overzicht en verbinding. “In de praktijk staan gegevens nog te vaak verspreid over verschillende dossiers en applicaties. Professionals vragen dezelfde informatie opnieuw uit en overdrachten verlopen niet altijd soepel. Dat vergroot de registratiedruk en vertraagt ondersteuning.”

Over vijf jaar zou een professional volgens Ockeloen niet meer hoeven nadenken over welke organisatie een vraag moet oppakken. Een signaal over eenzaamheid, vervoer, daginvulling of ondersteuning moet vanzelf bij de juiste partij terechtkomen, op basis van een gedeeld beeld van de inwoner. Dat vraagt niet alleen om digitalisering, maar vooral om een andere manier van organiseren, waarin organisaties en betrokkenen makkelijker over domeinen heen samenwerken. “De toekomst van zorg zit niet in meer registreren of in nog meer losse systemen. Die zit in het vermogen om professionele zorg, welzijn, mantelzorgers, vrijwilligers en gemeenschappen daadwerkelijk met elkaar te verbinden.”

Samenwerking vereenvoudigen

De technologische uitdaging is daarom niet méér vastleggen, maar samenwerking vereenvoudigen. Minder administratie en betere informatie-uitwisseling geven professionals meer ruimte voor aandacht, signalering en het gesprek met inwoners.

Esther Ockeloen, Directeur, Adsysco


Safeguard – Partner Content

contentway.nl

03

Veiligheid begint met de juiste mensen op de juiste plek De zorg digitaliseert in hoog tempo, maar de manier waarop hulpverleners worden gealarmeerd bij een incident is niet overal meegegroeid. In een omgeving waar bewoners en patiënten vaak niet zelfredzaam zijn, kan een snelle en gerichte respons het verschil maken. Moderne technologie moet daarom niet alleen slimmer zijn, maar vooral eenvoudiger in het gebruik.

NEN2575-4-norm gecertificeerde oplossing ontwikkeld die de betrouwbaarheid van een traditionele personenzoekinstallatie combineert met het gebruiksgemak van moderne mobiele technologie.”

Ingmar Vroege, Oprichter, Safeguard

“Veiligheid moet altijd een prioriteit zijn, ongeacht of het de zorg is of niet”, zegt Ingmar Vroege, oprichter van Safeguard. “In de zorg verblijven veel mensen die niet zelfredzaam zijn. Waar mensen bij andere organisaties meestal naar buiten kunnen lopen bij een ontruiming, is dat in de zorg niet altijd het geval. Dat maakt ze extra kwetsbaar. Ik denk daarom dat het goed is om te kijken naar mogelijkheden die de veiligheid kunnen verbeteren.” Veel zorginstellingen werken volgens Vroege nog met traditionele personenzoekinstallaties. “We zien nog naambordjes, schuifjes om aan te geven of iemand aanwezig is, piepers die opgehaald moeten worden en soms ook nog portofoons. Mensen lopen echt met hele broekriemen vol aan apparatuur, maar moeten ook nog zorg verlenen. Daarom hebben wij een volgens de

Zorgmedewerkers zijn vooral opgeleid om zorg te verlenen en niet om zich bezig te houden met ingewikkelde digitale systemen. “Vrijwel iedereen is gewend om met een smartphone en apps te werken. De smartphone is voor hulpverleners het zichtbare deel van ons systeem. Daarachter bepaalt het systeem wie aanwezig is, wie gealarmeerd moet worden, waar het incident is en welke instructies direct nodig zijn. Daarbij proberen we hun werkzaamheden zo min mogelijk te belasten, zodat zij hun aandacht kunnen richten op wat echt telt: goede zorg voor kwetsbare bewoners en patiënten. We willen dat zoveel mogelijk processen automatisch verlopen, zodat mensen niet steeds dingen hoeven aan te zetten of allerlei stappen moeten doorlopen. Het moet simpel blijven.”

dat meldingen altijd binnenkomen en dat hulpverleners direct zien wat ze moeten doen. Dat maakt het ook voor oudere generaties heel makkelijk om ermee te werken.”

Slimmer alarmeren

Die eenvoud is van groot belang. “Je wilt eigenlijk zo min mogelijk afhankelijk zijn van menselijk handelen. Telefoons gaan automatisch aan als een dienst begint of wanneer iemand een locatie binnenkomt. Werk je op meerdere locaties, dan zorgt het systeem ervoor dat je op de juiste plek beschikbaar bent. Daarnaast zorgen we

Bij een incident moet de juiste hulpverlener direct worden bereikt

Bij een incident ontvangen alleen de hulpverleners die daadwerkelijk aanwezig zijn een melding. “Je krijgt direct de locatie waar het alarm is en wat je moet doen. Daarnaast kun je checklists bekijken, zie je welke hulpverleners reageren en kun je meteen met elkaar communiceren. Op zo’n moment dat iedere seconde telt, kunnen hulpverleners zich daardoor volledig richten op het verlenen van zorg aan mensen die vaak niet zelfstandig kunnen handelen.” “Bij traditionele alarmeringsmethodes weet je niet altijd of de juiste hulpverleners aanwezig zijn, of hun apparatuur werkt en of een melding daadwerkelijk aankomt. Dan ontstaat schijnveiligheid: op papier lijkt alles geregeld, terwijl je in de praktijk belangrijke zekerheden mist. Met een gecertificeerd systeem borgen we dat de juiste hulpverleners worden bereikt en leggen we de opvolging vast. Zo kunnen zorgorganisaties processen evalueren en de

safeguard-app.com

veiligheid continu verbeteren.”

Vertrouwen opbouwen

Een nieuwe werkwijze vraagt vertrouwen. Daarom begint iedere implementatie met uitleg en demonstraties. “Mensen maken kennis met het systeem en ervaren dat het eenvoudig werkt. We beantwoorden vragen en nemen zorgen weg, bijvoorbeeld over privacy. Zo creëren we draagvlak.” Daarnaast blijven hulpverleners regelmatig oefenen. “We versturen testmeldingen en organiseren oefeningen. Zo blijft het systeem herkenbaar en vertrouwd. Die oefeningen evalueren wij samen met de organisatie, zodat zowel het systeem als de werkwijze steeds beter worden.” Dat gebeurt inmiddels bij verschillende zorginstellingen. Zo maakt het reanimatieteam van het St. Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein gebruik van het systeem. “Reanimatiemeldingen komen direct bij de juiste hulpverleners terecht, inclusief locatie en instructies. Dat is superwaardevol.” Ook Cardia in Den Haag werkt met de volgens de NEN25754-norm gecertificeerde oplossing voor de ouderenzorg. Vroege geeft aan dat de ontwikkeling niet stilstaat. “Naast dat wij nu borgen dat de juiste mensen aanwezig zijn, willen we ook borgen dat zij weten wat ze moeten doen bij een ontruiming of een ander incident. Dat gaan we doen door hun kennis te toetsen, zowel in de praktijk als in theorie. Er is nog heel veel mogelijk. Uiteindelijk draait het erom dat een kwetsbare bewoner of patiënt bij een incident snel hulp krijgt.”


04

Digitale zorg vraagt regie, lef en samenwerking VOORWOORD

De Nederlandse zorg staat voor een uitdaging die urgenter wordt. Vergrijzing, personeelstekorten en oplopende kosten zetten het systeem onder druk, terwijl de vraag naar toegankelijke zorg groeit. Digitalisering geldt als deel van de oplossing. Terecht, want technologie kan zorgverleners ontlasten, patiënten regie geven en processen slimmer organiseren. Tegelijkertijd blijkt de praktijk behoorlijk weerbarstig. tieve taken kunnen de zorg fundamenteel veranderen. Ze kunnen tijd vrijspelen voor professionals, verbeterde zorguitkomsten opleveren, dubbele handelingen voorkomen en patiënten betrekken bij hun zorgproces. Voorwaarde is dat de digitale basis op orde is. Zonder infrastructuur, standaarden en veilige systemen blijft innovatie kwetsbaar.

Marcel Cappetti, CEO van Conscia Nederland, bestuurslid bij NLdigital & voorzitter van de Commissie Digitalisering in de Zorg

D

e potentie is groot. Netwerkzorg, monitoring op afstand, betere gegevensuitwisseling, kunstmatige intelligentie bij diagnostiek en behandelkeuzes, maar ook automatisering van administra-

Marcel Cappetti ziet die spanning van dichtbij. Hij is CEO van IT-bedrijf Conscia Nederland, bestuurder bij NLdigital en in die rol voorzitter van de Commissie Digitalisering in de Zorg. Volgens hem begint het probleem bij de plek die digitalisering in veel zorgorganisaties krijgt. “IT en digital worden in de zorg nog te vaak gezien als faciliterend, niet als strategisch. Eigenlijk is dat een gemiste kans. Het ontbreekt niet aan ideeën, maar aan samenhang. Iedereen kijkt elkaar aan. Er is onvoldoende

bestuurlijke betrokkenheid voor sturing op de daadwerkelijke zorgtransformatie als uitkomst van het IT-project. Daardoor maken we te weinig meters.” Die traagheid past bij een complex speelveld. Zorgorganisaties, leveranciers, verzekeraars en overheid zijn allemaal nodig om digitale zorg verder te brengen, maar hun belangen lopen niet vanzelf parallel. Cappetti: “Je hebt eigenlijk iedereen op één lijn nodig, maar ze hebben allemaal tegenstrijdige belangen. Het is een complex samenwerkingsveld.” Juist daarom is regie nodig. Nederland is sterk in verkennen en experimenteren, maar minder sterk in doorpakken. Cappetti noemt het land prikkelend een proof-ofconcept-land: overal lopen pilots, terwijl opschaling uitblijft. “Zet ambitieuze doelen neer, schrijf duidelijk uit wat er nodig is en laat de markt daar een rol in spelen. Er is meer sturing nodig, zowel vanuit de overheid, zorgverzekeraars als vanuit de zorgsector zelf.”

Digitale versnelling

Die markt bestaat uit meer dan de

zichtbare leveranciers van elektronische patiëntendossiers. Daaromheen zit een brede schil van technologiebedrijven die netwerken bouwen, data beveiligen, cloudomgevingen beheren en applicaties ontwikkelen. Veel daarvan zijn concurrenten, maar kunnen samen versnelling brengen. De zorg hoeft niet alles zelf uit te vinden. “Je hoeft geen first mover te zijn. Als fast follower kun je meegaan op ontwikkelingen waarvoor elders het wiel is uitgevonden.” Voor Cappetti is de agenda helder: betere gegevensbeschikbaarheid, verstandige inzet van AI en cyberveiligheid. “Wat we in de toekomst nodig hebben, hangt echter niet alleen samen met technologie. Een stap voorwaarts vraagt om bestuurlijke keuzes, investeringsruimte, veranderkracht op de werkvloer en de bereidheid om samen te werken. Digitalisering is geen wondermiddel. Maar zonder digitale versnelling wordt goede, toegankelijke en betaalbare zorg moeilijker vol te houden.”

Tekst: Hugo Schrameyer

SelfGuide – Partner Content

Goed instructiemateriaal geeft zorgprofessionals meer ruimte Nieuwe software moet de zorg efficiënter maken, maar levert zorgmedewerkers in de praktijk geregeld extra verwarring en werkdruk op. Korte, visuele werkinstructies kunnen die drempel verlagen. Ze helpen professionals zelfstandig verder, beperken vragen aan de IT-servicedesk en houden meer tijd beschikbaar voor cliënten en patiënten.

H

et knelpunt ligt daarbij zelden bij de techniek zelf, benadrukt co-founder Willem Kienhuis van SelfGuide, een innovatieve software-oplossing waarmee organisaties applicaties sneller kunnen adopteren en integreren. SelfGuide is actief in verschillende sectoren, waaronder de zorg. Zorgmedewerkers kiezen hun vak om mensen te helpen, terwijl digitale systemen vaak als ballast worden ervaren. Tegelijk volgen nieuwe applicaties, updates en administratieve verplichtingen elkaar in hoog tempo op. Daardoor groeit de afstand tussen wat een systeem kan en wat medewerkers er dagelijks mee doen.

Begeleiding vereist

Kienhuis: “Een technische implementatie kan volledig volgens planning verlopen,

selfguide.com

terwijl de toepassing op de werkvloer toch achterblijft. Medewerkers moeten begrijpen waarom een systeem wordt ingevoerd en hoe het hun werk ondersteunt. Zonder die begeleiding ontstaat frustratie en wordt software eerder als last dan als hulpmiddel ervaren.” Traditionele middelen sluiten daar niet altijd goed op aan. Omvangrijke pdf-handleidingen vragen veel zoektijd, terwijl klassikale trainingen vaak plaatsvinden voordat medewerkers de kennis werkelijk nodig hebben. Tegen de tijd dat zij die moeten toepassen, is een deel alweer weggezakt. Bovendien verschillen digitale vaardigheden binnen een organisatie sterk: sommige medewerkers kunnen het tempo moeilijk volgen, terwijl ervaren gebruikers afhaken wanneer uitleg te algemeen blijft.

Visuele instructies op maat

SelfGuide zet daarom in op visueel instructiemateriaal op maat, waarin stap voor stap wordt uitgelegd welke handelingen nodig zijn. Medewerkers kunnen deze op elk gewenst moment en in hun eigen tempo bekijken, liefst direct vanuit de applicatie of het werkproces waarin een vraag ontstaat of op de plekken waar ze al bekend mee zijn – zoals het intranet of een AI-agent. “Een gebruiker wil op het moment van vastlopen snel herkennen wat deze op het scherm moet doen. Een visuele instructie sluit beter aan op de werkelijke omgeving dan een lange tekstuele uitleg. Daardoor groeit de digitale zelfredzaamheid en neemt de afhankelijkheid van collega’s en servicedesks af ”, verduidelijkt Kienhuis. Dat is ook relevant bij het inwerken van nieuwe medewerkers. Door het personeelsverloop moeten zorgorganisaties voortdurend kennis over systemen, processen en registraties overdragen. Wanneer die kennis vooral in de hoofden bij ervaren collega’s zit, ontstaat

kwetsbaarheid bij ziekte, vakantie of vertrek. Centraal beheerde instructies maken kennis minder persoonsgebonden en eenvoudiger te actualiseren na wijzigingen in de software.

Bestuurlijke keuze

Daarbij is volgens Kienhuis een duidelijke bestuurlijke keuze nodig. Digitale adoptie vraagt niet alleen om ambitie, maar ook mensen, tijd en middelen om instructies te maken, beheren en onder de aandacht te brengen. “Succes ontstaat wanneer medewerkers met vertrouwen werken en de toegevoegde waarde van een systeem ervaren. Minder hulpvragen en kortere inwerktijden zijn belangrijk. Maar digitale ondersteuning schept vooral ruimte voor betere zorg.”

Willem Kienhuis, Co-founder, SelfGuide


contentway.nl

Medux – Partner Content

05

Meer tijd en ruimte door slimme zorg- en mobiliteitshulpmiddelen

Hulpmiddelen lijken tastbaar en praktisch, maar hun werkelijke waarde zit in de keten erachter: advies, beheer, onderhoud en beschikbaarheid. Als die keten goed werkt, merkt de gebruiker er zo min mogelijk van. En daarin schuilt de waarde: zorgverleners kunnen hun werk lichter en veiliger doen, terwijl cliënten langer zelfstandig blijven en vaker kunnen meedoen. nachts niet meer werkt of een lekke band aan een scootmobiel: het zijn situaties die direct ingrijpen in iemands vrijheid. Daardoor verschuift service steeds meer van reageren op storingen naar preventief onderhoud, met minder uitval voor gebruikers en meer grip op kosten en capaciteit.

Innovatie René Martens, Commercieel directeur, Medux

R

ené Martens, commercieel directeur van Medux, kijkt naar hulpmiddelen vanuit professionele en persoonlijke ervaring. Sinds zijn jeugd gebruikt hij zelf een rolstoel. Dat maakt zijn blik op mobiliteit, afhankelijkheid en zelfstandigheid concreet. Voor hem gaat het vak niet alleen over producten, maar over deelname aan het dagelijks leven. “Wij leveren hulpmiddelen in alle fases van het leven. Dat kan een bedverhoger zijn rond een bevalling, maar ook een hoog-laagbed in de laatste levensfase. Met elk passend hulpmiddel zijn er minder handelingen van zorgprofessionals nodig. En we kennen allemaal de signalen van nu: deze mensen zijn moeilijk te vinden.” Die schaarste maakt hulpmiddelenbeheer steeds belangrijker. In gemeenten, thuiszorg, ouderenzorg en gehandicaptenzorg draait het niet alleen om beschikbaarheid, maar ook om inzetbaarheid. Een elektrische rolstoel die onderweg uitvalt, een hoog-laagbed dat ‘s

medux.nl

De rol van data groeit daarin. Een voorbeeld is de stad Den Haag. Daar zijn duizenden scootmobielen online verbonden via IoT-technologie, waardoor storingen eerder zichtbaar worden. Niet pas wanneer een gebruiker stilvalt, maar al wanneer patronen erop wijzen dat onderhoud nodig wordt. “Innovatie begint bij de gebruiker. Als wij eerder zien dat een scootmobiel dreigt uit te vallen, kunnen we onderhoud plannen vóór iemand stil komt te staan. Dat is beter voor de cliënt, efficiënter voor onze serviceorganisatie en goedkoper voor de keten.” Ook binnen zorgorganisaties kan beter inzicht veel verschil maken. Een tillift die nauwelijks wordt gebruikt, kan misschien elders meer waarde hebben. Een hulpmiddel dat juist voortdurend bezet is, wijst op een andere behoefte. In een sector waar personeel schaars is, telt ook zoektijd. Als medewerkers kostbare minuten kwijt zijn aan het vinden van een bloeddrukmeter of zuurstofapparaat, loopt de druk verder op. Track-and-trace en gebruiksdata kunnen die verspilling verminderen.

De techniek is daarbij geen doel op zich. Een hoog-laagbed brengt een zorgverlener op de juiste werkhoogte. Een modern matras kan wisselligging ondersteunen. Een lichtere rolstoel spaart de schouders van de gebruiker. Martens noemt het voorbeelden waarin innovatie tastbaar wordt: soms groot en digitaal, soms juist klein en mechanisch.

Veiligheid

Veiligheid loopt als vaste voorwaarde door dat alles heen. Het gaat om fysieke veiligheid, maar ook om digitale veiligheid. Hulpmiddelen worden steeds slimmer en verbonden, terwijl gebruikersgegevens gevoelig zijn. Dat vraagt om keuzes in techniek, leveranciers en onderhoudsprocessen. “Veiligheid is geen vinkje achteraf. Wij werken met hulpmiddelen waarop mensen letterlijk moeten kunnen vertrouwen. Als een tillift bijvoorbeeld een bepaald gewicht moet dragen, dan moet die prestatie onder alle omstandigheden betrouwbaar zijn.” Betaalbaarheid is de andere randvoorwaarde. Hulpmiddelen kosten geld, maar het alternatief is vaak duurder of minder menswaardig: minder zelfstandigheid, zwaardere zorg of een onnodig verblijf in een instelling. Een bed thuis kan in de laatste levensfase veel betekenen voor de cliënt en diens omgeving, terwijl het de druk op duurdere zorgplekken vermindert. Daarom kijkt Medux naar de totale levensduur van hulpmiddelen. Niet alleen de aanschafprijs telt, maar ook onderhoud, reparatie, hergebruik en logistiek. Hoe minder storingen, hoe beter voor gebruiker, zorgprofessional, betaler en leverancier. Ook circulariteit sluit daarbij aan. Onderdelen van hoog-laagbedden kunnen

opnieuw worden gebruikt, waardoor grondstoffen en energie worden bespaard.

Zorgvraag

Voor de komende jaren verwacht Silvia Woudberg, head of innovation & AI bij Medux, dat data, kunstmatige intelligentie, automatisering, maar ook circulaire productie meer impact krijgen. Vooral de demografische ontwikkeling maakt dergelijke innovaties urgent. Technologie kan helpen om doorlooptijden kort te houden en hulpmiddelen sneller op de juiste plek te krijgen. “Hulpmiddelen kunnen zeer bepalend zijn voor zelfstandigheid, mobiliteit en waardigheid. Technologie helpt ons om sneller te leveren, slimmer te onderhouden en hulpmiddelen opnieuw in te zetten. Uiteindelijk gaat het erom dat mensen kunnen blijven doen wat voor hen belangrijk is.” Daarmee verschuift het beeld van hulpmiddelen. Ze zijn geen sluitpost van de zorg, maar een voorwaarde om zorg uitvoerbaar en mensgericht te houden. In een ouder wordende samenleving worden rolstoelen, tilliften, bedden, sensoren en serviceprocessen onderdeel van dezelfde opgave: mensen zo lang mogelijk veilig thuis laten wonen, zorg ontvangen en deelnemen.

Silvia Woudberg, Head of innovation & AI, Medux


06

Open-XS – Partner Content

Slimme zorgtechnologie moet rust terugbrengen in de zorg

Bewegingsvrijheid voor bewoners van zorginstellingen kan wel degelijk samengaan met veiligheid. Slimme zorgtechnologie helpt risico’s eerder te herkennen, zonder dat medewerkers onnodig de kamer betreden. Hierdoor is er voor zowel bewoners als medewerkers meer rust, omdat het toezicht verandert van voortdurend controleren naar incident-gedreven reageren.

V

anuit die filosofie ontwikkelt Open-XS, een leverancier van innovatieve zorgtechnologie, zorgoproepsystemen en private LTEsystemen. Deze Nederlandse aanbieder werkt vanuit Zuidwolde met een team ontwikkelaars aan innovatieve producten en diensten voor de zorgmarkt. Hieronder vallen zorgkiezers, hals/polszenders, deurcontrollers en private LTE-netwerken als alternatief voor wifi. Wanneer er een zorgvraag is vanuit de zorginstellingen met voldoende belangstelling, toetst Open-XS of het haalbaar is om dat te ontwikkelen. Een voorbeeld hiervan is uit-bed-detectie via de SOS5-sensor. Met traditionele alarmering leidde elke beweging tot een alarm, terwijl met de SOS5 uitsluitend uit-bed-meldingen worden gegenereerd met een geanonimiseerd beeldfragment. In situaties waarbij de bewoner de diagnose dementie heeft, kan een onverwacht bezoek onrust veroorzaken. Een goede nachtrust draagt bij aan het leefplezier van de bewoner overdag.

Open-deurenbeleid

Het open-deurenbeleid in de ouderenzorg vereist slimme inzet van zorgtechnologie, zegt Eric van Waardenburg, operationeel directeur van Open-XS. Vooral bij mensen met dementie kan meer bewegingsvrijheid

het risico vergroten dat zij gaan dwalen. Open-XS ontwikkelt deurcontrollers waarmee preventief kan worden gemeld wanneer iemand gaat dwalen. Op basis van de locatie van de bewoner en de vooraf ingevoerde leefcirkels kan op maat worden gealarmeerd. “Naast dat we beschikken over een team van ontwikkelaars, heeft Open-XS een zorgcoach in dienst om de verbinding te vormen tussen ontwikkeling van zorgtechnologie en optimaal gebruik ervan in de praktijk.”

Privacy

Open-XS zet nu vooral in op de SOS5, een slimme optische sensor die gebruikmaakt van AI. Deze nieuwe oplossing wordt ingezet om risicovolle situaties in een kamer te herkennen, zoals een bewoner die op de grond ligt, de kamer verlaat of opvallend lang in de badkamer blijft. Personen worden bij een alarm niet herkenbaar in beeld gebracht, maar als geanonimiseerde figuren weergegeven. De beeldanalyse vindt lokaal in de kamer plaats, zodat geen videobeelden naar de cloud worden gestuurd. Volgens Van Waardenburg is die privacybescherming essentieel en blijft zorgtechnologie altijd een afweging tussen autonomie en veiligheid. “De functies van zorgtechnologie zijn standaard niet geactiveerd. Naarmate de zorgvraag

van de bewoner toeneemt, kunnen de benodigde instellingen in de SOS5 worden opgeschaald. Daarmee is de SOS5 inzetbaar al naar gelang de zorgzwaarte toeneemt.” Zorgcoach Jeroen Streutker benadrukt dat zulke profielinstellingen afgestemd worden op de zorgvraag. “Je moet steeds opnieuw kijken welke actieve technologie noodzakelijk is. Iemand met een gebroken been kan tijdelijk extra toezicht nodig hebben, maar zes weken later hoeft dat niet meer. Laat je de meldingen toch aanstaan, dan creëer je onnodig werkdruk en alarmmoeheid.”

Een zorgcoach zorgt voor de verbinding tussen ontwikkeling en gebruik Prioriteiten

De SOS5 helpt dus bij het prioriteren. Een medewerker kan bij een melding een geanonimiseerd beeldfragment bekijken en beoordelen of direct ingrijpen nodig is. Dat voorkomt dat een zorgmedewerker onnodig de kamer betreedt, en door spreken en luisteren kan ook op afstand al met de bewoner worden gecommuniceerd. De tijdwinst zit vooral in de nachtzorg. Traditionele rondes, waarbij medewerkers de kamer binnengaan, kunnen worden vervangen door de SOS5. Dat brengt rust op zorgafdelingen en biedt bewoners een rustige nacht, en daardoor meer energie overdag.

openxs.nl

Dwalen

Ook bij dwaalgedrag wordt technologie specifieker. De leefcirkels worden per bewoner op maat ingesteld, terwijl de dwaaltag een melding geeft zodra iemand de cirkel verlaat. Open-XS gebruikt daarvoor onder meer draagbare alarmgevers, die eruit kunnen zien als een horloge of sieraad. De acceptatie is ook praktisch belangrijk: een technisch goede oplossing heeft weinig waarde als een bewoner deze niet wil dragen. Streutker: “Zorgmedewerkers zijn gewend om zelf de regie te houden, dus loslaten en vertrouwen op technologie is best moeilijk. Door goede begeleiding ontstaat een systeem dat voor de zorgmedewerker werkt en vanzelf geaccepteerd wordt.”

Invoeringsopgave

Daarmee ligt de grootste invoeringsopgave volgens Van Waardenburg en Streutker niet bij de techniek alleen. Door bij de ontwikkeling de ervaringen uit de praktijk op te nemen, slagen ze erin de vertaalslag naar techniek te maken. Met partners helpt Open-XS de alarmeringen van meerdere producten te integreren in één zorgapp. De volgende stap ligt bij leefritme- en patroonherkenning. Het systeem verzamelt dan waardevolle data van de SOS5 en andere sensoren voor trendanalyses. Zo kan plotseling vaker naar het toilet gaan een achterliggend medisch probleem signaleren. Zulke informatie kan professionals eerder attenderen op een zorgvraag, zonder dat technologie zelf een medische conclusie trekt. De inzet verschuift daarmee nog verder van algemene monitoring naar selectieve ondersteuning.


contentway.nl

ICTU – Partner Content

Toekomstbestendige zorg begint met vertrouwen

De zorg digitaliseert in hoog tempo. Zorgtechnologie, gegevensuitwisseling en kunstmatige intelligentie bieden grote kansen om zorgprofessionals te ondersteunen en cliënten beter te helpen. Maar de afhankelijkheid van digitale systemen groeit ook. Daarom zijn informatiebeveiliging en privacy een voorwaarde voor veilige, toekomstbestendige zorg.

V

olgens Joost Wagenaar, senior adviseur Informatiebeveiliging en Privacy bij het landelijke programma Start je Kickstart van de Nederlandse overheidsorganisatie ICTU, en David Bos, CISO bij zorgorganisatie Vanboeijen, begint toekomstbestendige zorg niet met techniek maar vertrouwen. “Bewoners, cliënten, verwanten en medewerkers moeten erop kunnen rekenen dat wij zorgvuldig omgaan met gegevens en technologie”, stelt Bos. “Alleen dan kunnen we digitale mogelijkheden verantwoord inzetten. Het gaat niet alleen om persoonsgegevens, maar ook om de systemen waarop de zorg draait. Die afhankelijkheid neemt toe. Domotica, medicatietoediening, nachtobservatie en alarmering zijn verweven met het primaire zorgproces. Die systemen moeten dus beschikbaar en betrouwbaar blijven.” De risico’s zijn volgens Bos reëel, want hackpogingen en phishing worden door AI steeds overtuigender. “Als informatiebeveiliging niet op orde is, kunnen medische gegevens op straat komen te liggen. Ernstiger is dat een organisatie volledig kan stilvallen. Dat raakt direct de continuïteit, veiligheid en kwaliteit van zorg.”

Veiligheid werkbaar maken

Bos vindt dat informatiebeveiliging werkbaar moet blijven. “Je kunt technisch

startjekickstart.nl

gezien tien sloten op een deur zetten, maar als een zorgmedewerker er steeds tien moet openen, is het niet meer werkbaar. Je bent voortdurend op zoek naar de balans tussen veilig genoeg en praktisch uitvoerbaar.” Informatiebeveiliging draait daarom niet alleen om techniek, maar ook om gedrag. “Hoe dichter een medewerker bij de cliënt staat, hoe vaker diegene met gevoelige informatie te maken krijgt. Het is daarom belangrijk dat informatiebeveiliging aansluit op de dagelijkse zorgpraktijk en medewerkers helpt, in plaats van belemmert.” “Ik zou de mens niet de zwakste schakel noemen, maar de laatste”, vervolgt Wagenaar. “Probeer aan de voorkant de juiste maatregelen te nemen die medewerkers ontzorgen. Tegelijkertijd is het cruciaal dat zij weten waarop ze moeten letten en dat ook vertalen naar de praktijk.” Vanboeijen kiest daarom voor ondersteuning in plaats van controle. “Je kunt phishingmails versturen en medewerkers op de vingers tikken als ze ergens op klikken. Daar leert niemand van. We willen juist laten zien dat we allemaal fouten maken en daarvan leren.” Ook digicoaches spelen daarin een belangrijke rol. “Dat zijn collega’s uit de zorg die medewerkers helpen technologie

begrijpelijk en toepasbaar te maken”, legt Bos uit.

Start je Kickstart

Veel zorgorganisaties willen aan de slag met informatiebeveiliging en privacy, maar zoeken naar een praktische manier om prioriteiten te stellen en voortgang aantoonbaar te maken. Vooral kleinere organisaties hebben behoefte aan overzicht, structuur en ondersteuning. Daarom ontwikkelde ICTU, met financiering van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, het kosteloze ondersteuningsprogramma Start je Kickstart voor organisaties in de langdurige zorg. “We beginnen vaak met de Quickscan informatiebeveiliging”, vertelt Wagenaar. “Vervolgens kijken we waar de grootste risico’s zitten, welke maatregelen het meeste effect hebben en wie daarvoor verantwoordelijk is. Het doel is niet een lijstje af te werken, maar organisaties te helpen een continu verbeterproces in te richten.” Zo werkt Start je Kickstart toe naar aantoonbare naleving van onder meer NEN 7510, de AVG en Cyberbeveiligingswet. “Tijdens het traject ontstaat vaak precies de beweging die nodig is: van inzicht naar concrete actie”, aldus Wagenaar. Vanboeijen heeft het traject inmiddels doorlopen en is NEN 7510-gecertificeerd. “De risicoanalyse was voor ons het juiste vertrekpunt”, zegt Bos. “Je kijkt waar de grootste risico’s zitten, wie daar invloed op heeft en welke prioriteiten je stelt. Dat heeft geholpen scherpe keuzes te maken en het eigenaarschap goed te beleggen.”

07

Verantwoorde technologie

Volgens beiden wordt informatiebeveiliging de komende jaren alleen maar belangrijker. Niet als rem op innovatie, maar als voorwaarde om technologie verantwoord in te zetten. Bos: “Informatiebeveiliging en privacy moeten geen obstakels zijn, maar enablers. Als de basis op orde is, kunnen we verantwoord bouwen aan zorgtechnologie, gegevensuitwisseling, kunstmatige intelligentie en slimme ondersteuning. Technologie is een middel om medewerkers beter te ondersteunen, de zelfredzaamheid van cliënten te vergroten en zorg te verbeteren. Zo maken we innovatie mogelijk zonder concessies te doen aan veiligheid en vertrouwen.” Start je Kickstart biedt organisaties structuur, begeleiding en praktische hulpmiddelen. Zo groeit informatiebeveiliging uit van een papieren verplichting tot een stevig fundament voor veilige, mensgerichte en toekomstbestendige zorg. Wagenaar benadrukt dat organisaties niet hoeven te wachten tot alles perfect is, maar dat er juist samengewerkt wordt aan continue verbetering. “Onze aanpak richt zich op concrete, behapbare stappen. We beginnen met de grootste risico’s en maatregelen die direct effect hebben. Voor zorgorganisaties die veilige gegevensuitwisseling, betrouwbare zorgtechnologie en aantoonbare informatiebeveiliging serieus willen oppakken, is dit het moment om te starten.” Vanboeijen biedt ondersteuning en begeleiding aan kinderen, volwassenen en ouderen met veelal complexe zorgvragen in wonen, werken, leren en vrije tijd. Meer informatie is te vinden op vanboeijen.nl Meer informatie over Start je Kickstart is te vinden op startjekickstart.nl Volg ons op LinkedIn.

Joost Wagenaar, Senior adviseur Informatiebeveiliging en Privacy, ICTU

David Bos, CISO, Vanboeijen


08

Aangeboden door Aethon

Hoe workforce-strategie miljoenen euro’s vrijmaakt voor betere zorg Het debat over de arbeidsmarkt in de zorg wordt al jaren gedomineerd door dezelfde vragen. Hoe trekken we meer mensen aan? Hoe behouden we medewerkers? Hoe beperken we de afhankelijkheid van zzp’ers en externe inhuur? Het zijn begrijpelijke vragen, maar ze vertrekken allemaal vanuit dezelfde aanname: dat het personeelstekort voornamelijk een tekort aan mensen is. “Die aanname doet de enorme potentie en kracht van zorgorganisaties flink tekort”, aldus Joost van Dijk, CMO bij Aethon en Aelio. gedragen als werkgever en meer als workforce-strateeg. Als we onveranderd zo doorgaan, moet straks één op de vier Nederlanders in de zorg werken, een onrealistisch toekomstbeeld. De uitdaging ligt daarom niet langer alleen in het aantrekken van voldoende mensen, maar vooral in het slim organiseren van de beschikbare arbeid en het inspireren van professionals. Dat vraagt om een andere manier van kijken naar werkgeverschap. Niet het zorgsysteem of -protocol staat centraal, maar de manier waarop alle beschikbare capaciteit gezamenlijk wordt ingezet. Pas dan kun je de cliënten echt de zorg geven die ze nodig hebben en verdienen.”

N

atuurlijk staat de Nederlandse zorg voor een structurele uitdaging. De zorgvraag neemt toe door vergrijzing en een groeiend aantal chronisch zieken, terwijl de beroepsbevolking nauwelijks groeit. Tegelijkertijd verlaten ervaren medewerkers vroegtijdig de sector, neemt de behoefte aan flexibiliteit toe en verandert wet- en regelgeving de manier waarop organisaties personeel kunnen inzetten. De workforce-uitdagingen zijn op veel plekken hetzelfde. Onder deze omstandigheden is het aantrekken van meer medewerkers alleen niet voldoende om de continuïteit van de zorg te waarborgen.

“Zorgorganisaties zullen zich minder moeten gedragen als werkgever en meer als workforcestrateeg”

Van Dijk: “Zorgorganisaties zullen zich minder moeten

aethon.nl

In de praktijk is die capaciteit vaak versnipperd georganiseerd. Vaste medewerkers, interne flexpools, zijinstromers, uitzendkrachten, gedetacheerden en de laatste zzp’ers worden regelmatig als afzonderlijke werelden benaderd, ieder met hun eigen processen, systemen en verantwoordelijken. Daardoor ontstaat een paradox. “We worden vaak gebeld voor extra capaciteit als het rooster niet kan worden gevuld met de vaste medewerkers. Natuurlijk kunnen we dat, misschien wel als beste bemiddelaar van Nederland. Onze AI-gedreven recruitmentmachines draaien volcontinu en we kijken ook over de grenzen heen. En onze eigen erkende zorgopleider SVOZ zorgt ervoor dat capaciteit zo snel mogelijk inzetbaar is en duurzaam inzetbaar blijft. We snappen die reflex; de zorgplanner en de zorgverantwoordelijke directeur zijn erop gebrand de roosters goed te vullen. Ze doen dit met tomeloze energie en een ongelooflijke toewijding om de continuïteit en kwaliteit van zorg te waarborgen.”

“Misschien klinkt het gek, uit de mond van een organisatie die haar bestaansrecht heeft opgebouwd als uitzender en detacheerder, maar ik help onze opdrachtgevers liever met het benutten van hun eigen kracht.” Van Dijk legt uit: “We zien te vaak dat zorgorganisaties extern personeel inhuren, terwijl binnen dezelfde organisatie medewerkers bereid zijn extra diensten te werken of tijdelijk op een andere locatie inzetbaar zijn. Niet omdat er te weinig capaciteit is, maar omdat het overzicht ontbreekt.” De discussie over personeelstekorten gaat daardoor vaak voorbij aan een fundamenteler vraagstuk: de inrichting van arbeid. Veel zorgorganisaties beschikken over aanzienlijk meer flexibiliteit dan zij zelf zichtbaar hebben. Dat arbeidspotentieel wordt echter onvoldoende benut, omdat het verspreid is over locaties, teams en systemen. “De echte uitdaging voor de komende jaren verschuift wat mij betreft daarmee van werven naar organiseren. Ik ben er echt van overtuigd dat zorgorganisaties zelf het beste uitzendbureau van de zorg kunnen zijn. En daar helpen we onze opdrachtgevers graag bij; we leren hen alle kneepjes van het flexibiliseren van arbeid binnen hun eigen organisatiemuren.”

‘Workforce orchestration’ is een bestuurdersdiscipline

Van Dijk: “Voor bestuurders betekent dit dat de discussie over personeel breder moet worden gevoerd dan HR alleen. Recruitment, strategische personeelsplanning, interne mobiliteit, opleiden, externe inhuur, flexleverancier-management en technologie zijn geen losse disciplines meer. Zij bepalen gezamenlijk of een organisatie in staat is om de zorgvraag van morgen op te vangen. Dat vraagt om een andere manier van organiseren. Wij noemen dat orkestreren; alle workforce-inspanningen laten samenspelen. Niet vanuit afzonderlijke afdelingen, maar vanuit één integrale workforce-strategie. In de praktijk zien wij herkenbare bouwstenen die elkaar versterken.”


Aangeboden door Aethon

contentway.nl

09

De eerste stap is strategische workforce-planning. Organisaties moeten niet alleen vooruitkijken naar de personeelsbehoefte van volgend kwartaal, maar ook bepalen welke mix van vaste medewerkers, interne flexibiliteit en externe capaciteit nodig is om die zorgvraag duurzaam op te vangen. De tweede stap is het zichtbaar maken van verborgen capaciteit. Vrijwel iedere zorgorganisatie beschikt over medewerkers die meer willen of kunnen werken, op andere locaties inzetbaar zijn of nieuwe rollen willen oppakken. Dit is capaciteit die vaak onbenut blijft, omdat zij verspreid is over teams, locaties en systemen. Pas daarna komt recruitment in beeld. Daarbij is het verstandig de arbeidsmarkt te verbreden. Niet alleen door traditionele werving, maar ook door studenten, zij-instromers, internationale professionals en andere doelgroepen actief te betrekken. Organisaties kijken nog vaak naar diploma’s en functies, terwijl de vraag steeds vaker moet zijn welke competenties daadwerkelijk nodig zijn. Door werkzaamheden slimmer te verdelen, medewerkers op te leiden en functies anders in te richten, ontstaat ruimte zonder direct extra personeel aan te trekken. Daarnaast zullen organisaties hun afhankelijkheid van externe inhuur moeten herijken. Externe professionals blijven noodzakelijk, maar zouden niet langer de eerste oplossing van capaciteitsvraagstukken moeten zijn. Start met kijken naar de mogelijkheden binnen de eigen organisatie, met een professioneel gemanagede interne flexschil en kijk pas daarna naar de externe markt. Dat betekent tegelijkertijd dat organisaties volledige grip moeten krijgen op hun externe inhuur. Niet alleen op tarieven, maar ook op de prestaties van leveranciers, de kwaliteit, compliance en de daadwerkelijke kosten. Zonder dat inzicht blijft sturen op capaciteit grotendeels reactief. Tot slot blijft aanstekelijk werkgeverschap cruciaal. “Korte diensten, kleine roosters, geen inspraak op de planning; gelukkig zien we steeds meer zorgorganisaties die echt luisteren naar de professional”, aldus Van Dijk. In een arbeidsmarkt waarin professionals steeds meer keuzevrijheid hebben en flexibiliteit eisen, wordt een sterk werkgeversmerk steeds belangrijker. Niet als marketinginstrument, maar als voorwaarde om medewerkers te behouden, te ontwikkelen en intern in beweging te krijgen. Deze bouwstenen versterken elkaar. Wie uitsluitend investeert in recruitment zonder zicht te hebben op interne capaciteit, blijft achter de feiten aanlopen. Wie alleen grip krijgt op externe inhuur zonder strategische personeelsplanning, blijft reageren op tekorten. Juist de samenhang maakt het verschil.

Workforce-strategie en -technologie besparen miljoenen euro’s zorggeld

Een dergelijke workforce-strategie is nauwelijks uitvoerbaar wanneer informatie verspreid blijft over verschillende systemen. Strategische personeelsplanning, (zelf)roostering, interne mobiliteit, recruitment,

flexleverancier-management en externe inhuur vragen om één gedeeld beeld van de beschikbare capaciteit. Van Dijk: “Daar ligt volgens mij de volgende stap voor de sector. Niet nóg een applicatie, maar een digitaal fundament waarop de volledige inzetstrategie kan worden georganiseerd. Een platform waarin zichtbaar wordt welke capaciteit aanwezig is, waar tekorten ontstaan, welke medewerkers beschikbaar zijn voor extra inzet, welke leveranciers waarde toevoegen en waar externe inhuur daadwerkelijk noodzakelijk is.” Vanuit die gedachte heeft Aethon het platform Aelio ontwikkeld. Niet als vervanging van bestaande HR- of planningssystemen, maar als de verbindende laag daarboven. Van Dijk: “Aelio koppelt met alle planningsoftware en brengt personeelsplanning, interne flexibiliteit, recruitment, leveranciersmanagement en externe inhuur samen, zodat zorgorganisaties niet langer sturen op afzonderlijke processen, maar op de totale beschikbare workforce. Het platform ondersteunt daarmee niet één onderdeel van de organisatie, maar de volledige inzetstrategie. Zorgmedewerkers kunnen met een handige werkapp eenvoudig diensten claimen die het best passen bij hun

werksituatie die week; 24 uur per dag en zeven dagen per week. En als het volgende week anders is, geen probleem. Met AI en automatching werken we proactief aan de best passende matches en werken we ver vooruit om de achterban van onze opdrachtgevers te verleiden om diensten op te pakken, die het best bij hen passen. Het neemt een enorme workload van de planners weg. We maken zo van zorgorganisaties weer echte magneten op de arbeidsmarkt. De regie van de werkweek ligt dan echt bij de zorgprofessional. Eindelijk, zou ik haast zeggen. Het maakt het werken met een eigen flexschil zo veel makkelijker, effectiever en leuker.”

“We besparen aantoonbaar miljoenen euro’s zorggeld”

Elke zorgorganisatie kan morgen starten. “We besparen aantoonbaar miljoenen euro’s zorggeld door veel effectiever te plannen en te organiseren, meer capaciteit uit de beschikbare eigen mensen te halen en door interne flexpools met dubbele cijfers te laten groeien zodat je maximaal bespaart op externe inhuur. Onze praktijkcases bewijzen dat minimaal 15% van de externe inhuurkosten kan worden bespaard en dat we 50% van de workload van planners en intercedenten van de interne flexschil wegnemen. Zorgorganisaties kunnen zo enorme financiële ruimte creëren voor betere zorg. Het liefst worden we afgerekend op de besparingen die we realiseren.” De zorgorganisaties die de komende tien jaar succesvol blijven, zijn waarschijnlijk niet de organisaties die de meeste mensen weten te werven. Het zijn de organisaties die hun beschikbare mensen het beste weten te organiseren. “Workforce orchestration vraagt om een andere manier van denken over arbeid, een andere inrichting van werkgeverschap en een digitaal fundament dat al die onderdelen met elkaar verbindt. Pas dan verandert personeelsbeleid in moderne workforce-strategie. En juist daarin ligt volgens mij de grootste kans voor de Nederlandse zorg.”


10

De zorg verandert zodra technologie vanzelfsprekend wordt EXPERT

Wie de toekomst van de zorg wil begrijpen, moet niet beginnen bij apps, sensoren of kunstmatige intelligentie. De vraag waarom mensen patiënt worden, lijkt veel relevanter. Digitale transformatie kan helpen om problemen als personeelstekort of stijgende kosten te verhelpen, maar alleen als die technische vooruitgang onderdeel wordt van een bredere beweging naar preventie. investeren in gezondheid dan telkens extra geld toevoegen aan behandeling.”

Lucien Engelen, Zorgtransformatie architect en keynote speaker

“Ik ben ongeduldig, omdat er ongelooflijk veel moet gebeuren op het gebied van gezondheid en gezondheidszorg”, zegt Lucien Engelen, internationaal spreker en adviseur op het snijvlak van zorginnovatie, digitale transformatie en AI. “Mijn visie is dat we niet aan de achterkant moeten proberen het probleem op te lossen. Je moet meer naar de voorkant toe, naar preventie. In feite moeten we meer

Monitoring is een concreet voorbeeld. In het ziekenhuis worden patiënten op de intensive care continu gevolgd, maar op gewone afdelingen vaak niet. “Als je continu kunt monitoren, kun je eerder zien dat een patiënt veilig naar huis kan, of juist eerder moet worden teruggehaald voordat het bijna te laat is. Diezelfde logica kun je ook doortrekken naar de thuissituatie. Horloges, telefoons en andere meetapparatuur kunnen trends zichtbaar maken. Het gaat daarbij niet om het exacte getalletje, maar om trendanalyses op basis waarvan je eerder kunt ingrijpen”, benadrukt Engelen, die daaraan toevoegt dat hij liever niet spreekt over e-health. “Anno 2026 is dit gewoon een integraal onderdeel van gezondheidszorg.”

Grote impact

Ook over AI spreekt Engelen bewust

nuchter. “Het lijkt langzamerhand alsof AI een duizenddingendoekje wordt dat alles oplost. AI zal grote impact hebben, maar we moeten ons realiseren dat dit niet morgen is. De eerste winst valt niet zozeer in medische hoek te verwachten, maar eerder op administratief vlak. Veertig procent van de tijd van artsen en verpleegkundigen gaat op aan administratieve taken. Daar kan AI natuurlijk een enorme rol spelen.”

Het lijkt alsof AI een duizenddingendoekje wordt dat alles oplost De grootste hindernis om de digitale transformatie verder te populariseren,

is volgens Engelen niet techniek, geld of privacy. “De olifant in de kamer is cultuur. Iedereen wil verandering, maar niemand wil veranderen. Dat is ook niet onlogisch: zorgprofessionals zijn behoorlijk voorzichtig. Als het fout gaat, sta ik voor het hekje en niet de partij die het apparaat geleverd heeft.” Toch ziet hij de beweging als onomkeerbaar. De arts wordt volgens hem steeds meer gids. “De zorgprofessional gaat gebruikmaken van AI, continue monitoring en andere technologie, maar blijft op basis van opleiding, kennis en ervaring gidsend optreden voor en met de patiënt. Wat je straks zult zien, is dat de patiënt zijn gegevens steeds meer zelf in handen krijgt. Zorgprofessionals nemen een abonnement op de data van de patiënt, in plaats van dat zorgmensen toegang geven tot een afzonderlijke portal. Daarmee verschuift de zorg stap voor stap van een systeem rond instellingen naar een netwerk rond de patiënt, waarin data, vertrouwen en samenwerking bepalend worden.” Tekst: Hugo Schrameyer

EvidenceHunt – Partner Content

Medische kennis zoekt een snellere, betrouwbaardere route De medische wetenschap groeit dagelijks, maar spreekuren, onderzoek en markttoelatingsprocessen vragen om snelle, betrouwbare en herleidbare antwoorden. AI speelt daarin een praktische rol, door medisch bewijs sneller te vinden, controleren en toe te passen. “Handmatig zoeken is nauwelijks nog bij te houden. Alleen PubMed bevat inmiddels al ruim veertig miljoen publicaties en groeit jaarlijks met anderhalf miljoen artikelen. Wie snel het juiste bewijs nodig heeft, kan daar niet zomaar een dag voor uittrekken”, zegt Philippe Habets, CEO van EvidenceHunt, een AI-platform dat zorgprofessionals, onderzoekers en life science professionals helpt om snel en controleerbaar medisch bewijs te vinden en te benutten. De medische professional stelt in gewone taal een medische of wetenschappelijke vraag. Vervolgens doorzoekt het systeem betrouwbare bronnen, zoals wetenschappelijke publicaties en richtlijnen, en geeft een samenvattend antwoord met verwijzingen naar het onderliggende bewijs. Het verschil met algemene AI-tools zit volgens Habets in de controleerbaarheid.

evidencehunt.com

“Een generieke chatbot voelt prettig, totdat blijkt dat een studie niet bestaat of een antwoord niet klopt. Daarom moet je kunnen zien waar informatie vandaan komt. Voor medische professionals is verificatie cruciaal.”

Doelgroep

De doelgroep is breder dan alleen de spreekkamer. Met inmiddels meer dan 100.000 gebruikers bij ziekenhuizen, GGZ-instellingen, onderzoeksorganisaties en farmaceutische bedrijven wordt EvidenceHunt ingezet door clinici, onderzoekers en farmaceutische professionals. Zorgprofessionals gebruiken het platform in de dagelijkse praktijk voor opleidingen, wetenschappelijk onderzoek en kwaliteitsverbetering: van het beantwoorden van klinische vragen tot het raadplegen en analyseren van literatuur, richtlijnen en interne protocollen.

Snellere kennisprocessen

Voor farmaceutische bedrijven en onderzoeksorganisaties ligt de waarde vooral in het versnellen van arbeidsintensieve kennisprocessen, zoals systematische literatuurreviews, competitieve landschapsanalyses en dossiers voor markttoegang. Processen die traditioneel maanden duren, kunnen worden teruggebracht tot weken of zelfs dagen – terwijl bronnen en analyses volledig herleidbaar blijven. De onderliggende methoden voor het vinden, rangschikken en verwerken van bewijs zijn bovendien wetenschappelijk onderzocht en beschreven in zogeheten ‘peer-reviewed’ publicaties. EvidenceHunt positioneert zich niet als een losse zoektool of algemene chatbot, maar als een kennisinfrastructuur voor organisaties. Via API’s en integraties kan die worden verbonden met andere toepassingen, van digitale zorgassistenten tot specifieke onderzoeksworkflows. “Wat wij doen, is de wetenschappelijke literatuur overzichtelijk en herleidbaar klaarzetten en

verwerken”, licht Habets toe. “Het klinisch redeneren op patiëntniveau blijft bij de arts. Het bewijs betreft ook groepen, terwijl een medische beslissing altijd betrekking heeft op een individu. Die verantwoordelijkheid nemen wij niet over.”

Levende infrastructuur

Habets ziet medische kennis steeds meer als een levende infrastructuur. Richtlijnen en protocollen lopen vaak achter op nieuwe literatuur. AI kan nieuwe publicaties dagelijks signaleren en klaarzetten voor menselijke beoordeling, zodat organisaties structureel actueler werken en protocollen sneller kunnen actualiseren. Dat leidt tot kennisrijkere teams, minder dubbel werk en uiteindelijk beter onderbouwde zorg.

Philippe Habets, CEO, EvidenceHunt


Inquira – Partner Content

Digitale collega’s geven de zorg weer lucht Rondom elke afspraak in een ziekenhuis, huisartsenpraktijk of apotheek gebeurt meer dan patiënten zien: plannen, nabellen, doorverbinden, herinneren en controleren. Dat coördinatiewerk is onmisbaar, maar elke lege plek in de agenda en elke gemiste afspraak kost schaarse zorgcapaciteit. Met voice AI nemen digitale collega’s dat werk over, zodat medewerkers meer tijd houden voor contact dat menselijk moet zijn.

maken. “Je hoort over ziekenhuizen waar poliklinieken de telefoon nog maar twee uur per dag opnemen, omdat medewerkers anders niet aan hun werk toekomen. Patiënten kunnen hun vraag niet kwijt, medewerkers worden onderbroken en capaciteit blijft onbenut. Ook ligt het aantal no-shows tussen 5% en 10%.”

Umar Nizamani & Jan Peter Larsen, Oprichters, Inquira

V

olgens Umar Nizamani en Jan Peter Larsen, oprichters van Inquira, zit juist in die administratieve coördinatie een onderschat knelpunt. De discussie over personeelstekorten gaat vaak over verpleegkundigen, artsen en verzorgenden, maar de ondersteunende laag eromheen staat net zo onder druk. “Rondom het primaire zorgproces zit een enorme hoeveelheid coördinatie. Denk aan afspraken, telefoontjes, patiënten die niet komen opdagen en vragen die steeds terugkomen. Dat werk is onmisbaar, maar het legt ook veel druk op organisaties”, zegt Larsen. Inquira wil dat verlichten met digitale collega’s, aangedreven door voice AI, die dit coördinerende werk uit handen nemen.

De logistiek rond de patiënt blijft handwerk

Hoe groot die druk is geworden, blijkt uit de keuzes die organisaties noodgedwongen

Digitale dossiers hebben de zorg veranderd, maar de logistiek rond de patiënt is nog grotendeels handwerk. Daar ligt volgens Nizamani ruimte voor automatisering. “Zorgorganisaties besteden enorm veel tijd en geld aan administratie. Een groot deel daarvan zit in de frontoffice en in zorglogistiek. Daar kan AI voor het eerst helpen, omdat de technologie flexibel genoeg is geworden.”

Voice AI: een collega die nooit in gesprek is

De technologie waarop Inquira inzet is voice AI: digitale collega’s die gesprekken voeren, vragen beantwoorden en acties uitvoeren in systemen van zorgorganisaties. Een patiënt kan bellen om te vragen wanneer een afspraak is, of een uitslag klaarstaat of hoe een afspraak kan worden verzet. De AI helpt waar dat kan en verbindt door als een mens nodig is. Medisch advies geeft het systeem niet. “Het gaat om administratieve en coördinerende taken”, zegt Larsen. “Zodra er medische beoordeling nodig is, moet een professional het overnemen.”

Volgens Nizamani was zulke automatisering lang lastig, omdat zorgprocessen per organisatie verschillen en veranderen. “Vroeger was het vaak duurder om een complex proces in software te vangen dan om mensen het handmatig te laten oplossen. Elk ziekenhuis en elke praktijk werkt net anders. Met AI kun je die verschillen beter verwerken zonder het proces opnieuw te bouwen.”

Contact dat menselijk moet blijven

De meerwaarde zit in taken die tijd kosten, maar niet altijd door een zorgprofessional hoeven te worden uitgevoerd. Denk aan patiënten herinneren aan een afspraak, mensen op een wachtlijst bellen als er een plek vrijkomt, controleren of een intake volledig is of nagaan of iemand vooraf bloed heeft laten prikken. Afspraken plannen en verzetten kan rechtstreeks in het EPD. En als een zorgverlener zich ziek meldt, belt de digitale collega in korte tijd alle betrokken patiënten af, een taak waar organisaties wekelijks tegenaan lopen. Zo wordt dezelfde zorgcapaciteit beter benut. De medewerker aan de balie verandert daarmee van degene die alles zelf belt en regelt, in iemand die een team digitale collega’s aanstuurt en zelf tijd overhoudt voor de gesprekken waar een mens het verschil maakt. De menselijke kant van de zorg hoeft daardoor niet te verdwijnen. Hoe minder professionals worden belast met repeterende vragen, hoe meer ruimte overblijft voor contact dat wél menselijk moet zijn. Nizamani noemt oudere patiënten die de digitale collega waardeerden, omdat die rustig uitlegde waar een patiëntnummer te vinden was. “Persoonlijk contact moet

Meer weten over toepassingen en resultaten, of zelf ervaren hoe een digitale collega klinkt? Kijk op www.inquira.health

contentway.nl

11

persoonlijk blijven. Maar niet elk contactmoment in de zorg hoeft door een mens te worden gedaan. Soms wil een patiënt vooral rustig en duidelijk geholpen worden. Een AI-agent kan daar tijd voor nemen op momenten waarop medewerkers die tijd niet meer hebben.”

Getraind als een nieuwe collega

Succesvolle invoering begint volgens Larsen niet bij techniek, maar bij het werkproces. Inquira kijkt met zorgorganisaties hoe telefoontjes, intakes, planningen en uitzonderingen verlopen. “De technologie wordt niet bovenop een organisatie gelegd als een standaardoplossing. We kijken eerst hoe het werkproces nu loopt. Daarna trainen we de AI alsof het een nieuwe collega is. Hoe beter dat aansluit op de praktijk, hoe groter de kans dat medewerkers en patiënten ermee uit de voeten kunnen.” Veiligheid en vertrouwen zijn randvoorwaarden. De technologie werkt met gevoelige patiëntgegevens en moet passen binnen de hoge eisen van de zorg. Nizamani wijst op Europese dataopslag, logging, afbakening tegen medisch advies en zorgspecifieke normen. “Dit is geen leuke gadget die je zomaar in de zorg neerzet. Vanaf de eerste regels code moet je rekening houden met veiligheid, privacy en verantwoordelijkheid. Alleen dan kun je AI op schaal verantwoord inzetten.” De komende jaren schuift de toepassing op naar ketens van zorgcoördinatie: niet alleen herinneren aan een afspraak, maar ook controleren of een verwijzing is opgepakt, of een patiënt voorbereid verschijnt en of vervolgacties nodig zijn. Daarmee wordt AI geen vervanger van arts of verpleegkundige, maar een organisatorische laag. Nizamani en Larsen verwachten dat digitale collega’s binnen enkele jaren net zo vanzelfsprekend zijn als een agenda of een dossier. Niet om de mens uit de zorg te halen, maar om de mens weer tijd te geven voor het werk dat er echt toe doet.


12

Zorgdata lopen nog te vaak achter de patiënt aan S TA N D A A R D I S E R I N G

De zorg kan zich steeds minder veroorloven dat medische gegevens vastzitten in separate systemen. Door oplopende kosten, personeelstekorten en een groeiende groep patiënten die zorg krijgt van meerdere behandelaren, neemt de druk toe om gegevens uit te wisselen en beschikbaar te maken. Toch reizen medische gegevens nog lang niet altijd vanzelf mee van huisarts naar ziekenhuis, apotheek of thuiszorg. kunt zijn, is het eigenlijk gek dat dit in de zorg nog niet vanzelfsprekend is. Rond medicatie zijn er jaarlijks tienduizenden vermijdbare ziekenhuisopnames doordat het overzicht niet actueel is.”

Leonique Niessen, Directeur, Nictiz

L

eonique Niessen is directeur van Nictiz, de Nederlandse kennisorganisatie voor digitale informatievoorziening in de zorg. Zij ziet standaardisering als voorwaarde voor veilige en betaalbare zorg. “Digitalisering doen we in de eerste plaats voor patiëntveiligheid en kwaliteit van zorg. Als je overal ter wereld digitaal verbonden

product dreigt fors te stijgen. Technologie lost dat niet alleen op, zegt Niessen, maar kan wel helpen om schaarse tijd beter te benutten. “Als zorgprofessionals verantwoording moeten afleggen door handmatig vinkjes te zetten, is dat zonde van hun handen en hun hoofd. Met betere gegevens en slimme ondersteuning kun je met dezelfde mensen meer doen. Maar zorg blijft mensenwerk.”

Versneller

Dat voorbeeld maakt de inzet tastbaar. Wanneer huisarts, apotheek en ziekenhuis, maar ook thuiszorg en trombosezorg, niet over hetzelfde medicatiebeeld beschikken, ontstaan risico’s. Volgens Niessen gaat het om 27.000 ziekenhuisopnames per jaar door vermijdbare medicatiefouten. Betere uitwisseling van medicatiegegevens kan dat aantal terugdringen.

Vooral kunstmatige intelligentie wordt vaak genoemd als versneller. Niessen tempert de verwachtingen: AI kan pas betrouwbaar ondersteunen wanneer de onderliggende gegevens vergelijkbaar, bruikbaar en van voldoende kwaliteit zijn. Spraakgestuurde registratie, automatisch samenvatten en het genereren van brieven kunnen de komende jaren al verschil maken.

Tegelijk raakt standaardisering direct aan de betaalbaarheid van de zorg. Eén op de zes werkenden werkt momenteel in de zorg. Richting 2040 zou dat bij ongewijzigd beleid één op de vier moeten worden. Ook het beslag op het bruto binnenlands

De grootste hindernis is volgens haar niet de techniek. Na het sneuvelen van het landelijke elektronisch patiëntendossier in 2011 zijn zorginstellingen jarenlang hun eigen route gegaan. Daardoor is een omvangrijke erfenis aan systemen

en werkwijzen ontstaan. Nieuwe wetgeving, zoals de Wet elektronische gegevensuitwisseling in de zorg en de European Health Data Space, moet uniforme afspraken afdwingbaarder maken. “Standaardiseren betekent afspraken maken met elkaar. Zorgprofessionals bepalen welke gegevens nodig zijn voor goede zorg; leveranciers moeten die gegevens technisch beschikbaar maken. Soms moet een partij iets laten of overnemen van een ander voor het grotere geheel.” Over vijf jaar moet de patiënt het verschil merken aan minder herhaling van gegevens en minder fouten. Wie toestemming geeft, moet kunnen verwachten dat actuele gegevens beschikbaar zijn bij de behandelaar, of dat nu de huisarts, huisartsenpost, specialist of thuiszorg is. Uiteindelijk is een goede digitale basis geen doel op zich, maar een voorwaarde om ook in de toekomst toegankelijke, veilige en betaalbare zorg te kunnen bieden. Tekst: Hugo Schrameyer

AAG – Partner Content

AI vraagt om een modernere bedrijfsvoering in de zorg Zorgorganisaties zoeken naar manieren om met beperkte capaciteit meer tijd voor cliënten vrij te maken. Kunstmatige intelligentie kan daarbij helpen, maar vraagt eerst om scherpere keuzes over bedrijfsvoering, verantwoordelijkheden en investeringen. Zonder inzicht en samenhang dreigt AI te blijven steken in losse experimenten.

V

eel zorgorganisaties hebben de afgelopen jaren vooral bezuinigd, terwijl de modernisering van ondersteunende processen achterbleef. Begrotingen, financiële sturing en capaciteitsplanning zijn daardoor vaak nog gebaseerd op cijfers uit het verleden. Dat wringt in een sector waarin cliëntgroepen, bekostiging en personele beschikbaarheid voortdurend veranderen. ‘Rolling forecasts’ kunnen een alternatief bieden voor jaarlijkse begrotingen die al bij aanvang hun actualiteit verliezen. Marcel Melenhorst, bestuurder bij AAG, vindt dat de bedrijfsvoering toe is aan revisie. “Veel organisaties sturen nog achteruitkijkend, terwijl de werkelijkheid op 1 januari alweer anders is dan tijdens het opstellen van de begroting. AI maakt het mogelijk om sneller verbanden te leggen en vooruit te kijken. Daarvoor moeten be-

aag.nl

stuurders bedrijfsvoering wel als strategisch onderwerp behandelen.” De praktische mogelijkheden liggen volgens hem onder meer bij het analyseren van kwaliteitsinformatie, automatiseren van administratieve processen en spraakgestuurd rapporteren. Daarnaast kunnen nieuwe talenten met andere inzichten aan boord gehaald worden. Ook AI-agents kunnen processen rond bijvoorbeeld planning en roostering, mutatieverwerking en rapportages helpen te verslimmen. De winst zit niet alleen in lagere kosten, maar vooral in tijd die beschikbaar komt voor cliënten, overleg en professionele ontwikkeling. “Vrijgespeelde tijd hoeft niet automatisch te worden vertaald in extra productie of scherpere afspraken met financiers. Zorgprofessionals hebben die ruimte ook nodig voor reflectie, samenwerking en vakontwik-

keling. Anders verdwijnt een belangrijk deel van de menselijke opbrengst van AI.”

Stapsgewijs

Een succesvolle invoering begint met de vraag welk probleem organisaties willen oplossen, welke randvoorwaarden gelden en hoe medewerkers worden meegenomen. Experimenteren blijft nodig, maar losse toepassingen zonder duidelijke richting leveren zelden structurele verbetering op.

Veel organisaties sturen nog achteruitkijkend AAG koos bij de eigen invoering voor een stapsgewijze aanpak. Medewerkers kregen ruimte om toepassingen te leren kennen, terwijl tegelijkertijd aandacht werd besteed aan AI-geletterdheid, kritisch professioneel oordeel en veilig gebruik. Zo moet voorkomen worden dat enthousiasme beperkt blijft tot een kleine groep voorlopers. “Bestuurders hoeven niet iedere toepassing zelf te beheersen, maar zij moeten wel richting geven en nieuwsgierig blijven. Geef medewerkers ruimte om te

experimenteren en breng vervolgens focus aan in kansrijke ideeën. Wie eind 2026 nog uitsluitend aan het oriënteren is, heeft kostbare tijd verloren.” Ook softwareleveranciers dragen verantwoordelijkheid. Veel efficiëntiewinst ontstaat pas wanneer AI wordt ingebouwd in bestaande systemen voor HR, financiën en planning. Voor zorgorganisaties betekent dit dat technologische vernieuwing moet samengaan met bestuurlijke discipline en duidelijke prioriteiten. Melenhorst pleit daarom voor meer investeringen in moderne bedrijfsvoering en voor een beter overleg tussen bestuurders, toezichthouders, financiers en leveranciers. Zo kan AI duurzaam worden verankerd in de bedrijfsvoering van zorgorganisaties.

Marcel Melenhorst, Bestuurder, AAG


contentway.nl

MyFMS – Partner Content

Zorgmedewerkers verdrinken veelal in bureaucratie

Grote zorgorganisaties draaien op tientallen locaties en hebben honderden voertuigen. Voor de mobiliteit daaromheen bestaan vaak losse systemen naast elkaar: een apart programma voor ritregistratie, losse declaratieformulieren en een eigen overzicht van het wagenpark. Planners en zorgmedewerkers typen gegevens meerdere keren over en controleren ze handmatig tussen systemen. Het kost allemaal tijd die niets met zorg te maken heeft.

P

ersoneelstekorten, strengere regels rond fiscale ritregistratie en CO2rapportage – en de wens om zorgmedewerkers zoveel mogelijk tijd aan zorg te laten besteden – maken mobiliteit tot een bestuurlijk thema. Elk uur dat niet aan administratie opgaat, is een uur dat terugvloeit naar zorg of ondersteuning. Het softwarebedrijf MyFMS levert een platform dat ritregistratie, declaratiebeheer en wagenparkbeheer samenbrengt, en algemeen directeur Frank Leemkuil ziet dagelijks hoe versnippering vertraagt.

Eén bron in plaats van drie

“Afzonderlijke systemen genereren drie keer soortgelijke gegevens, die vervolgens handmatig aan elkaar gekoppeld moeten worden”, verklaart Leemkuil. Dit kan met één platform dat rit-, declaratie- en voertuiggegevens één keer vastlegt en automatisch verwerkt richting HR-, ERP-

en financiële systemen. Dat voorkomt dubbele invoer en fouten en levert één betrouwbare bron op voor rapportages en besluitvorming. Handmatige kilometerdeclaraties, achteraf corrigeren van ritregistraties, verplichte kalibratie van voertuigsystemen en het handmatig verzamelen van cijfers voor CO2-rapportages kosten zorgprofessionals vandaag nog onnodig veel tijd. Realtime-dashboards geven managers bovendien inzicht in ritten, brandstofverbruik, onderhoud en declaraties per locatie of team, zodat bestuurders kunnen bijsturen in plaats van achteraf reconstrueren.

Van bijzaak naar bestuurlijk thema Een zorggroep met ongeveer 4.500 medewerkers en 88 locaties registreert bijvoorbeeld de ritten van 75 eigen

voertuigen via tags met automatische kalibratie en een koppeling met het identity-systeem Entra ID. Voor ongeveer 500 berijders die met dienstauto’s rijden, betekent dat centraal geregelde toegang in plaats van fysieke sleutels die apart beheerd moeten worden. Beveiliging is daarbij zeker in de zorg een randvoorwaarde, waar gegevens over medewerkers en cliëntbezoeken gevoelig liggen. Toegangsrechten worden daarom centraal beheerd en automatisch geactualiseerd zodra iemand van functie verandert of uit dienst gaat. “Als een app te ingewikkeld is, wordt deze niet gebruikt en blijft de administratieve last bestaan of verschuift die naar iemand anders”, vertelt Leemkuil. Zijn advies aan berijders: breng eerst het werkelijke mobiliteitsgebruik in kaart voordat er in nieuwe voertuigen

13

of systemen wordt geïnvesteerd. En kies voor één geïntegreerde oplossing in plaats van losse puzzelstukjes, en betrek zorgprofessionals bij de keuze. “Kwaliteit van zorg en administratieve eenvoud staan niet tegenover elkaar, minder administratie levert juist meer tijd voor zorg op.”

Kleiner en flexibeler

Verdere integratie met HR- en identitysystemen, groei van gedeelde in-company mobiliteit en strengere CO2-rapportage bepalen de komende jaren de agenda. Data moeten wagenparken kleiner en flexibeler maken in plaats van groter, zodat mobiliteit verschuift van bijzaak naar een volwaardig onderdeel van de bedrijfsvoering in de zorg, vindt Leemkuil.

Frank Leemkuil, Algemeen directeur, MyFMS

myfms.com

Elanza – Partner Content

Flex is allang geen noodgreep meer. Zo behandelen we het nog wel Inzet van flexibel personeel drukt in de zorg steeds zwaarder op de begroting. Flexpools, regionale samenwerking en externe bureaus helpen de roosters rond te krijgen, maar maken de planning complexer. De uitdaging is dubbel: de juiste mensen vinden, én zien wat je inzet en wat dat kost.

“Er viel een dienst uit, je belde het bureau op de hoek en klaar”, zegt Anouk Haazelager van Elanza, die eerder leiding gaf in de zorg. “Vandaag is de flexibele schil een structureel onderdeel van de begroting. Alleen is het proces eromheen nooit meegegroeid.”

Informatieprobleem

“Vraag een bestuurder met welke bureaus diegene werkt, wat ze kosten en hoe succesvol open diensten gevuld raken. Bij veel organisaties kost dat antwoord weken, want het zit verspreid over het roostersysteem, de financiële administratie, mailboxen en bureauportalen. Dat is

elanza.nl

geen personeelsprobleem, maar een informatieprobleem.”

Dat gebrek aan overzicht kan grote financiële gevolgen hebben. “Een inkoper vond bij een steekproef over zes bureaus 150.000 euro verschil, alleen op het tarief. De uren waren nog niet eens gecontroleerd.” Het Openbaar Ministerie ging er eerder van uit dat met ongeveer 10 procent van de 100 miljard euro die in de zorg omgaat, wordt gefraudeerd. Daar komt wetgeving overheen. De Belastingdienst handhaaft op schijnzelfstandigheid en op 1 januari 2027 gaat de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) in. Haazelager: “Elke regel is verdedigbaar. Samen vragen ze iets wat veel organisaties niet kunnen leveren: per inzet aantoonbaar maken dat kwaliteit en uren kloppen. Regie was het rooster rond krijgen. Nu is het kunnen laten zien hoe.”

Van tien naar één

Elanza koppelt zijn platform aan

bestaande roostersystemen en brengt alle zorgcapaciteit in één overzicht samen. “Een open dienst gaat eerst naar de interne flexpool. Geen match? Dan automatisch naar de volgende schil: een regionale pool, zelfstandigen of een van de zeventig aangesloten leveranciers. De zorgorganisatie bepaalt zelf de volgorde en voorwaarden. Niet wij of het bureau.”

Zuiver inzicht

Dat Elanza zelf geen uren levert en aan geen enkel bureau verbonden is, noemt Haazelager essentieel. “Als het systeem dat je inhuur organiseert eigendom is van een partij die ook de uren levert, is je inzicht per definitie gekleurd. Zonder zuiver inzicht kun je niet sturen.” Flex blijft nodig. “Mensen worden ziek, krijgen kinderen en willen zelf bepalen wanneer ze werken.” Tegelijk wordt het strenger gereguleerd, en schuift zorg op naar familie en netwerk. Meer schillen, meer afstemming. “Flex moet niet uit de zorg verdwijnen, we moeten het eindelijk fatsoenlijk organiseren. Elke euro die door gebrek aan inzicht weglekt, wordt niet aan zorg besteed.”

Zonder zuiver inzicht kun je niet sturen De winst wordt volgens Haazelager snel zichtbaar. “Voor een kleine ouderenzorgorganisatie scheelt dit al dertig uur per week aan correcties en uitzoekwerk. Het delen van één dienst gaat gemiddeld van tien minuten naar één minuut. En geen dubbele boekingen meer, dus niet twee keer betalen voor één dienst.”

Anouk Haazelager, CEO, Elanza


14

Slimmer organiseren houdt de zorg toegankelijk UITDAGINGEN

Meer mensen hebben zorg nodig, terwijl het aantal beschikbare zorgprofessionals achterblijft. Om de zorg toegankelijk te houden, is een andere manier van werken noodzakelijk. Medische technologie speelt daarin een steeds belangrijkere rol. dat de druk op zorgverleners iedere dag verder toeneemt.”

Luc Knaven, Directeur, FMed

V

olgens Luc Knaven, directeur van FMed (brancheorganisatie medische technologie & hulpmiddelen), zijn de uitdagingen fundamenteel. “We zien een snel toenemende zorgvraag door vergrijzing en meer mensen met chronische aandoeningen, terwijl het aantal beschikbare zorgprofessionals niet in hetzelfde tempo meegroeit. Dat betekent

In de praktijk leidt dat volgens hem tot langere wachttijden, hoge werkdruk en steeds moeilijkere keuzes over waar schaarse capaciteit wordt ingezet. “Als we blijven werken zoals we dat vandaag doen, loopt het systeem vast. De oplossing ligt daarom niet alleen in méér mensen opleiden, maar vooral in slimmer organiseren. We zullen de productiviteit in de zorg moeten verhogen zonder concessies te doen aan kwaliteit. Daar kan medische technologie een cruciale bijdrage aan leveren.”

Meerwaarde

Medische technologie is volgens Knaven inmiddels een noodzakelijke voorwaarde om de zorg overeind te houden. “Technologie ondersteunt zorgprofessionals bij diagnostiek en behandeling, vermindert administratieve lasten, maakt zorg op

afstand mogelijk en helpt patiënten langer zelfstandig thuis te blijven. Daarmee besparen we niet alleen tijd, maar benutten we de beschikbare zorgcapaciteit veel effectiever.” Toch wordt innovatie volgens hem nog te vaak beoordeeld op de aanschafprijs. “Een innovatie die zorgverleners tijd bespaart, complicaties voorkomt, ziekenhuisopnames vermindert of patiënten zelfredzaam maakt, levert uiteindelijk veel meer op dan dat het kost.” Die meerwaarde is volgens Knaven in de hele zorgketen zichtbaar. “Aan de voorkant zorgt technologie voor snellere en nauwkeurigere diagnostiek. Tijdens de behandeling ondersteunt zij de zorgprofessional bij veiligere en efficiëntere zorg. Daarna maken thuismonitoring, sensoren, digitale begeleiding en innovatieve medische hulpmiddelen het mogelijk dat patiënten minder vaak naar het ziekenhuis hoeven, beter gevolgd worden en langer zelfredzaam blijven.”

Menselijk contact

Thuismonitoring van chronische

patiënten laat volgens Knaven goed zien hoe technologie de zorg slimmer organiseert. “Dankzij medische sensoren en slimme meetapparatuur kunnen zorgverleners patiënten op afstand volgen. Alleen wanneer afwijkingen worden gesignaleerd, is direct contact nodig. Patiënten hoeven minder vaak naar het ziekenhuis, voelen zich zekerder omdat zij continu worden gemonitord en zorgverleners kunnen hun aandacht richten op de patiënten die die zorg daadwerkelijk nodig hebben.” Volgens Knaven bestaat nog altijd het misverstand dat technologie de zorgprofessional vervangt. “In werkelijkheid is het precies andersom: technologie ondersteunt de professional, zodat deze meer tijd krijgt voor het menselijke contact.” Draagvlak ontstaat volgens hem wanneer technologie aantoonbaar het werk gemakkelijker maakt, betrouwbaar is en goed aansluit op bestaande werkprocessen. De grootste uitdaging ligt volgens Knaven inmiddels niet meer bij de techniek zelf. “Bewezen innovaties worden nog te vaak afgeremd door complexe regelgeving, versnipperde implementatie en een bekostigingssysteem dat onvoldoende aansluit op arbeidsbesparende innovaties. Alleen als we deze uitdaging aangaan, kunnen we de zorg toegankelijk houden.”

Tekst: Jan Koning

ZorgPlanner.online – Partner Content

Meer ruimte voor vakmanschap

medewerkers om hun dagelijkse werkwijze goed te begrijpen. Zorgprofessionals zijn geen IT’ers. Zij willen vooral een systeem dat hen ondersteunt, zodat zij zich kunnen richten op de cliënt.”

J

Dat merkt hij ook terug bij organisaties die hun processen anders hebben ingericht. “Planningen worden grotendeels automatisch voorbereid, declaraties kosten veel minder tijd en medewerkers hebben altijd inzicht in hun rooster. Ook cliënten kunnen online formulieren invullen of hun dossier bekijken. Daardoor verdwijnen veel handmatige werkzaamheden en blijft er meer tijd over voor de zorg zelf. Daarnaast ondersteunen we ook het zelfroosteren, waardoor medewerkers meer invloed

Goede zorg draait om aandacht. Toch besteden zorgprofessionals een aanzienlijk deel van hun werkdag aan registreren, plannen en administratieve handelingen. Digitalisering wordt vaak genoemd als oplossing, maar technologie voegt alleen iets toe wanneer zij werk uit handen neemt.

aap van der Spek is samen met Robert van der Spek en Robert Veerman directeur, en samen vormen ze het hart van ZorgPlanner.online. Van der Spek ziet de zorg zich de afgelopen jaren geconfronteerd met een groeiende verantwoordingslast. “Verzekeraars gaan steeds minder uit van het vakmanschap van de zorgverlener. Daardoor moeten allerlei procedures worden vastgelegd die vroeger vanzelfsprekend onderdeel waren van het werk. Bovendien worden gegevens geregistreerd die weinig met de zorg zelf te maken hebben, maar vooral bedoeld zijn om een eventuele schadeafwikkeling te ondersteunen. Het gevolg is een administratief waterhoofd.”

Efficiënter inrichten

Die ontwikkeling heeft volgens hem gevolgen die verder reiken dan extra papierwerk. “Het begint met het

zorgplanner.online

beschrijven van de noodzakelijke zorg. Wanneer dat ongestructureerd gebeurt, ontstaat onduidelijkheid over wat precies geleverd moet worden. Vervolgens kost ook het declaratieproces veel tijd, omdat medewerkers uit die beschrijvingen de juiste informatie moeten halen. Bij een thuiszorgorganisatie zagen we dat daardoor uiteindelijk drie fte aan capaciteit vrijkwam voor andere werkzaamheden. Dat was geen doel op zich, maar laat wel zien hoeveel efficiënter processen kunnen worden ingericht.” Volgens Van der Spek ligt de oplossing niet in nóg meer systemen, maar juist in een betere samenwerking tussen bestaande processen. Vanuit die gedachte werkt ZorgPlanner.online met een platform waarin planning, tijdregistratie, HRM en declaratie op elkaar aansluiten. “We hebben ruim een jaar gesproken met zorg-

Ondersteunen, niet vervangen

krijgen op hun eigen werktijden. Dat vergroot niet alleen de flexibiliteit, maar draagt volgens onze ervaringen ook bij aan meer werkplezier.” Voor de komende jaren verwacht Van der Spek dat kunstmatige intelligentie een steeds grotere ondersteunende rol krijgt. “Daarbij is het essentieel dat zorgvuldig wordt omgegaan met gevoelige patiëntgegevens en dat de digitale infrastructuur voldoet aan de Europese eisen voor privacy en gegevensbeveiliging. AI kan helpen bij het opstellen van zorgplannen en administratieve processen verder automatiseren. Tegelijkertijd moet de regie over de inhoud van de zorg altijd bij de zorgprofessional blijven. Technologie moet het vakmanschap ondersteunen, niet vervangen.”


contentway.nl

Aangeboden door Ascie

15

Personeelstekorten in de zorg los je niet op met werven, wel met slim Praktijkleren Twee uur ‘s nachts, een woonvoorziening voor mensen met een verstandelijke beperking. Een begeleider ziet dat een cliënt onrustig is, anders dan anders. Is het spanning? Of zit er iets lichamelijks achter: pijn, een infectie, een bijwerking van medicatie? Lange tijd was de reflex om de huisartsenpost te bellen en af te wachten. Nu opent de begeleider de Triage App, beantwoordt enkele gestructureerde vragen over wat zij ziet en weet binnen een paar minuten hoe urgent de situatie is en wie er ingeschakeld moet worden. Soms is dat alsnog direct de arts. Soms kan het team zelf verder, met gerichte observatie en duidelijke instructies.

Jan Hendriks, Algemeen directeur

Dit alledaagse moment raakt de kern van een van de grootste bestuurlijke opgaven in de zorg. Die opgave is niet alleen een tekort aan mensen. Het is vooral een tekort aan duurzaam inzetbare deskundigheid: professionals die complexe zorgvragen zelfstandig, veilig en doelmatig kunnen oplossen. Terwijl de zorgvraag complexer wordt, drukken verzuim, verloop en externe inhuur zwaar op de begroting. Bovendien beklijft onderwijsgestuurde bijscholing niet altijd voldoende. En schaarse medische expertise wordt ingezet voor vragen die een goed toegerust team zelf had kunnen beantwoorden.

Praktijkleren

Opleiden is daarmee allang geen operationeel HRdossier meer, maar een strategisch vraagstuk voor bestuurders en toezichthouders. De relevante vraag is niet hoeveel medewerkers een organisatie kan opleiden, maar welke kwaliteit, capaciteit en financiële waarde zij met leren realiseert. Het antwoord begint bij praktijkleren. Daarbij is de beroepspraktijk tegelijk de bron van de leervraag, de leeromgeving en de plaats waar het resultaat ontstaat. Deelnemers werken met eigen cliënten, actuele casuïstiek en verbeteropgaven. Het leerproces levert daardoor direct waarde op: een betere triagewerkwijze, een sterkere overdracht, een team dat meer zelf oplost. Ontwikkeling van de professional en verbetering van de organisatie in één beweging, met minder verleturen dan bij klassiek onderwijs.

Leerprogramma’s

Nergens wordt dat zichtbaarder dan in de medisch generalistische zorg (MGZ): de samenhangende medische,

verpleegkundige en begeleidende zorg voor mensen met complexe of langdurige gezondheidsvragen. Neem de gehandicaptenzorg. Mensen met een verstandelijke beperking uiten pijn of ziekte vaak anders; achter een gedragsverandering kan een lichamelijke oorzaak schuilgaan of een syndroom opspelen. Begeleiders zien dat als eersten, maar de kwaliteit van zorg wordt bepaald door wat er daarna gebeurt. In de leerprogramma’s van de ZorgPraktijkAcademie ontwikkelt de verpleegkundige in de complexe zorg zich tot scharnier tussen begeleiding en behandeling. Zij versterkt het signaleren, redeneren en beslissen van hele teams. Die ene investering heeft zo effect op tientallen collega’s: teams lossen meer zelf op, er wordt minder onnodig opgeschaald en specialistische expertise kan gerichter worden ingezet. Dezelfde beweging is gaande rond kwetsbare ouderen, in de geestelijke gezondheidszorg en in de jeugdzorg.

Niet het aantal diploma’s telt, maar het aantoonbare effect in de praktijk Deskundigheid

Maar deskundigheid moet er ook zijn op momenten dat de opgeleide professional er niet is: in de nacht, in het weekend, op kleine locaties. Daarom werken de ZorgPraktijkAcademie en Triage.nu samen. De Triage App stelt per gezondheidsklacht gestructureerde triagevragen, helpt de urgentie te bepalen en maakt direct duidelijk wie ingeschakeld moet worden. Een kennisbank in begrijpelijke taal legt uit welke signalen ertoe doen en wat de medewerker zelf kan doen. De professional blijft beslissen; de app maakt dat beslissingsproces gestructureerd en overdraagbaar. Zo wordt wat in het leerprogramma is geleerd de standaardwerkwijze van de hele organisatie, in de gehandicaptenzorg, de ouderenzorg en de jeugdzorg.

Rekensom

Voor bestuurders betekent dit een andere rekensom. Wie leren en werken zo verbindt, stuurt tegelijk op lager verzuim, minder verloop, minder externe inhuur en minder onnodige zorg. Opleiden verschuift van losse

kostenpost naar investering met vooraf benoemde resultaten, verankerd in de begroting en de planning-encontrolcyclus. Niet het aantal diploma’s telt, maar het aantoonbare effect in de praktijk. De ZorgPraktijkAcademie nodigt bestuurders en directies uit voor een strategische verkenning: welke complexe zorgvragen bepalen uw toekomstige deskundigheidsbehoefte, waar ontstaan vermijdbare kosten en welke resultaten moeten binnen twee tot vier jaar zichtbaar zijn? Daaruit volgen met ondersteuning vanuit Ascie een passend beleidskader (https://mgzzorg.nl) en een samenhangend MGZ-leerprogramma, met de Triage App als instrument om het geleerde in de dagelijkse praktijk te borgen. Voor aanvullende informatie en downloads ga naar: www.merken-en-meten.nl Meer weten? Kijk op zorgpraktijkacademie.nl

Meer weten? Kijk op triage.nu

Dit artikel is een gezamenlijke bijdrage van de ZorgPraktijkAcademie en Triage.nu.


16

Zorgbalans – Partner Content

Digitale zorg vraagt vooral om anders organiseren Digitale zorg kan ouderen helpen langer zelfstandig te leven en zorgprofessionals meer ruimte geven voor persoonlijke aandacht. De technologie is er inmiddels, maar de uitdaging zit vooral in de manier waarop organisaties deze inzetten.

Vera Bergkamp, Bestuurder, Zorgbalans

“Voor ons begint digitale zorg niet met de vraag wat technologie kan, maar met wat iemand nodig heeft om zo zelfstandig mogelijk te leven, met behoud van eigen regie en kwaliteit van leven”, vertelt Vera Bergkamp, bestuurder van Zorgbalans. Vanuit haar rol bij

deze grote ouderenzorgorganisatie in Kennemerland en Zuid-Holland Noord houdt zij zich nadrukkelijk bezig met de toekomstbestendigheid van ouderenzorg. “Technologie werkt alleen als mensen ermee kunnen en willen werken. Daarom moet je investeren in begeleiding en scholing. Soms wordt te snel gedacht dat iemand een toepassing niet kan gebruiken, terwijl het met voldoende uitleg, vertrouwen en tijd wel lukt.”

Digitaal ondersteunen

Medicijndispensers, beeldzorg en slimme monitoring kunnen ouderen meer grip geven. Ze worden minder afhankelijk van vaste zorgmomenten en ondersteuning kan eerder en gerichter worden ingezet. “Technologie is voor ons geen vervanging van menselijke zorg. Als je

voorspelbare en repeterende taken digitaal kunt ondersteunen, ontstaat juist meer ruimte voor cliënten die extra aandacht, begeleiding of complexe zorg nodig hebben. Tegelijkertijd kan technologie nieuwe vormen van contact mogelijk maken. Door vanuit huis deel te nemen aan groepsgesprekken kunnen ouderen bijvoorbeeld samen digitaal een museum bezoeken, bewegen of een spel spelen. Ook wordt contact met familie en vrienden laagdrempeliger.”

Meer tijd voor zorg

Ook achter de schermen liggen kansen. Technologie kan zorgprofessionals ondersteunen met digitale aanmeldprocessen en spraaktechnologie bij dossiervoering. “Een volgende stap is slimme inzet van AI. Die kan informatie uit een dossier verzamelen, controleren en samenvatten. De zorgprofessional controleert, vult aan en stelt vast. Zo verschuift het werk van verzamelen en

overtypen naar beoordelen en beslissen. Dat scheelt tijd en signalen worden minder snel gemist. De zorgprofessional blijft conclusies trekken. AI ondersteunt het vakmanschap, maar vervangt dit niet”, stelt Bergkamp.

Structureel onderdeel

De grootste uitdaging blijkt niet technisch, maar organisatorisch. Bergkamp: “Dagelijkse routines veranderen, verantwoordelijkheden verschuiven en werkzaamheden worden anders georganiseerd. Medewerkers hebben andere vaardigheden nodig, teams gaan anders samenwerken en leidinggevenden moeten ruimte bieden voor leren en experimenteren. Daarom hebben we digitale zorg structureel verankerd in DigiZ: ons centrale team voor de inzet, ondersteuning en verdere ontwikkeling van digitale zorg.” Die ontwikkeling stopt niet bij de organisatiegrenzen. Ouderen bewegen door verschillende delen van het zorglandschap en vaak leidt dat tot onnodige handelingen. “Daarom moeten we organisaties, gegevens en zorgprocessen slimmer verbinden. Zo creëren we een betere ervaring voor cliënten én meer ruimte voor zorgprofessionals”, besluit Bergkamp.

zorgbalans.nl

Argos Zorggroep – Partner Content

Hoe slimme technologie de werkdruk in de ouderenzorg verlaagt De druk op de ouderenzorg neemt toe. De zorgvraag stijgt, terwijl vacatures moeilijk te vervullen zijn en ziekteverzuim onder het personeel hoog blijft. Voor zorgorganisaties betekent dit dat ze met minder mensen goede zorg moeten blijven bieden. Technologie kan daarbij helpen, mits ze medewerkers daadwerkelijk werk uit handen neemt. die moeilijk vervulbaar zijn. We hebben daarnaast een hoog ziekteverzuim, waardoor je simpelweg arbeidskrachten mist. En bij de inhuur van uitzendkrachten zie je dat bepaalde taken toch vooral bij een klein groepje vaste medewerkers terechtkomen.”

Shequita Kalloe, Lid Raad van Bestuur, Argos Zorggroep

S

hequita Kalloe, lid van de raad van bestuur bij Argos Zorggroep, ziet dagelijks wat personeelstekorten betekenen voor medewerkers van haar organisatie. “Bij ons ontstaat de werkdruk met name doordat er veel vacatures zijn

argoszorggroep.nl Foto: Melanie Coors van Coors Fotografie

als doel om taakverlichting te realiseren. Zo kunnen we het werk voor medewerkers leuker en makkelijker maken, maar uiteindelijk ook met minder medewerkers aan meer cliënten zorg bieden.”

Vooral de tijd die medewerkers rechtstreeks met bewoners kunnen doorbrengen, komt daardoor onder druk te staan. “Zij ervaren dat ze onvoldoende tijd hebben om die echte aandacht te geven aan cliënten. De zorgtaken worden wel gedaan, maar dat is het minimale. En dat roept spanning op bij onze mensen.”

Een concreet voorbeeld is de zorgdomotica die in de gebouwen van Argos Zorggroep is verwerkt. Waar medewerkers vroeger ‘s nachts langs alle kamers moesten lopen, kunnen ze nu op afstand zien of ingrijpen nodig is. “Langs alle kamers lopen maakt geluid, verstoort de nachtrust en kost menskracht. Met een slimme camera kun je vanaf een centrale plek kijken of je in actie moet komen.”

Argos Zorggroep probeert die druk onder meer te verminderen door de inzet van slimme technologie. Kalloe: “Onze focus ligt op technologische innovatie met

Die camera’s kunnen bijvoorbeeld signaleren wanneer een bewoner met een verhoogd valrisico uit bed komt. Medewerkers kunnen de bewoner dan

meteen ondersteunen om naar het toilet te gaan en zo een potentiële valpartij voorkomen. “Dat geeft enorm veel rust op de afdeling”, zegt Kalloe. Ook kunnen meldingen automatisch worden doorgestuurd wanneer een team niet reageert. De signalering staat zo ingesteld dat de melding dan doorgaat naar een ander team en anders naar de avond-, nacht- of weekendhoofden. Bij pilots wordt overigens vooraf toestemming gevraagd aan bewoners of hun mantelzorgers. Daarnaast wordt de cliëntenraad nauw betrokken. Kalloe verwacht dat kunstmatige intelligentie de mogelijkheden nog verder kan vergroten. “Camera’s kunnen veel intelligenter worden door ze aan AI te koppelen. Je zou op een gegeven moment aan de manier waarop iemand loopt kunnen herkennen dat het valrisico toeneemt. Zo kun je veel sneller preventieve interventies doen. Wij maken de beweging van ‘ouderenzorg naar nieuwerezorg’. Dat betekent dat het weliswaar anders moet, maar dat de zorg onveranderd liefdevol en deskundig blijft. En daarmee houden we zorg toegankelijk en betaalbaar.”


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Toekomst van de zorg by Contentway - Issuu