Rotterdams Philharmonisch
Orkest & Nicolas Altstaedt
Shostakovich
& Prokofiev

![]()
Shostakovich

Het Rotterdams Philharmonisch
Orkest (NL) is een modern orkest met sterke wortels in de traditie van de klassieke muziek en het temperament van thuishaven Rotterdam. Sinds de oprichting in 1918 werd het orkest geleid door topdirigenten als Eduard Flipse, Edo de Waart, Yannick Nézet-Séguin en Lahav Shani. Het orkest onderscheidt zich door de intensiteit van zijn concerten, de kleurrijke klank en de gedurfde manier waarop het zijn publiek benadert. Tijdens tournees vult het RPO met succes ’s werelds belangrijkste zalen. Recensenten zijn het erover eens: dit orkest behoort tot de top.
Andris Poga (LV) studeerde directie aan de Jāzeps Vītols Latvian Academy of Music en aan de Vienna University of Music and Performing Arts, en filosofie aan de Universiteit van Letland. Poga is chef-dirigent van het Stavanger Symphony Orchestra sinds 2021 en was muziekdirecteur van het Latvian National Symphony Orchestra van 2013 tot 2021. Hoogtepunten uit de voorbije seizoenen zijn samenwerkingen met toonaangevende orkesten uit Duitsland, Frankrijk, Italië, Japan en Scandinavië, waaronder het Tonhalle-Orchester Zürich, Gewandhausorchester Leipzig, NHK Symphony Orchestra Tokyo, Wiener Symphoniker, Accademia Nazionale di Santa Cecilia, Orchestre National de France, Hong Kong Philharmonic en Sydney Symphony. Hij was assistent bij Paavo Järvi bij het Orchestre de Paris van 2011 tot 2014 en bij het Boston Symphony Orchestra van 2012 tot 2014.
18.30 Inleiding door Francis Maes
Rotterdams Philharmonisch Orkest: orkest
Andris Poga: dirigent
Nicolas Altstaedt: cello
Cellist Nicolas Altstaedt (DE) brengt als solist, dirigent en artistiek directeur een repertoire dat varieert van oude tot hedendaagse muziek. Na zijn veelgeprezen debuut met de Wiener Philharmoniker en Gustavo Dudamel op het Lucerne Festival werkte hij onder meer samen met Budapest Festival Orchestra, Deutsche Kammerphilharmonie, alle BBC Orchestras, Philippe Herreweghe en Paavo Järvi. Hij speelde op de grootste internationale podia en nam deel aan toonaangevende festivals, en dat niet alleen solo, maar ook in samenspel met artiesten als Janine Jansen, Vilde Frang, Antoine Tamestit en Quatuor Ébène. Zijn meest recente opnames voor het Lockenhaus Festival werden bekroond met de BBC Music Magazine Chamber Award 2020 en de Grammophone Award 2020. In 2012 werd Altstaedt artistiek directeur van het Internationales Kammermusikfest Lockenhaus, en van 2015 tot 2022 stond hij aan het hoofd van de Österreichisch-Ungarische Haydn Philharmonie. Daarnaast was hij tweemaal verantwoordelijk voor het Pfingstfestspiele Ittingen.
Sergey Prokofiev (1891-1953)
Sinfonia concertante voor cello en orkest in e, opus 125 (1952)
- Andante
- Allegro giusto
- Andante con moto - Allegro
pauze
Sergey Prokofiev
De liefde tot de drie sinaasappels: suite, opus 33 (1921)
- De belachelijken
- De magiër Tchélio en Fata Morgana
- Mars - Scherzo
- De prins en de prinses
- De vlucht
Dmitry Shostakovich (1906-1975)
Symfonie nr. 1 in f, opus 10 (1924/25)
- Allegretto – Allegro non troppo
- Allegro
- Lento
- Lento – Allegro molto – Largo – Presto
Het concert van vanavond maakt deel uit van Close Connections. Dat is het samenwerkingsverband van Concertgebouw Brugge met drie internationale toporkesten: London Philharmonic Orchestra, Rotterdams Philharmonisch Orkest en GürzenichOrchester Köln. Het is een duidelijke keuze voor duurzaamheid – verplaatsingen gebeuren met de bus of de trein – en artistieke ontwikkeling, van gezamenlijke creatieopdrachten tot meerdaagse residenties in Brugge. Lees er meer over op concertgebouw.be/ closeconnections
Dit concert is een Keuze van Samen met
Prokofiev en Shostakovich samen op een podium biedt een gelegenheid om hun positie in de Sovjet-muziek te evalueren. In 1918 had Prokofiev Rusland verlaten zonder politieke reden. Het Westen lonkte om zijn carrièremogelijkheden. Hij sloot een terugkeer nooit uit. De compositie van De liefde tot de drie sinaasappelen maakte hij voor de Opera van Chicago (1921), maar op een scenario van de Russische theatermaker Vsevolod Meyerhold. Hij had de theatrale fabel van Carlo Gozzi, L’amore delle tre melarance, een absurde en surrealistische twist gegeven. Prokofiev ging verder in die geest. Zijn muziek voor De liefde tot de drie sinaasappelen is de meest satirische uit zijn oeuvre. De compositie was het enige moment in Prokofievs carrière dat hij echt mee was met zijn tijd. De opera kondigde het surrealisme aan voordat het geschiedenis maakte. Zo’n moment van vooruitziendheid zou hij later niet meer beleven. De satirische toon maakt de muziek tot een briljante oefening in orkestrale fantasie. De geest van het origineel blijft overeind in de suite, die opent met het portret van de belachelijken, de ridicule betweters die commentaar geven op de plot. De scherpe, satirische mars groeide uit tot een van Prokofievs bekendste stukken.
In 1926 kreeg De liefde tot de drie sinaasappelen zijn Russische première in Leningrad. Het succes maakte Prokofiev tot een heuse cultfiguur. Enkele maanden later – op 12 mei 1926 – vond een andere historische première plaats: Shostakovich’ Eerste symfonie. Ontstaan als diplomawerk voor het Conservatorium vond Nikolaj Malko haar goed genoeg voor een publieke uitvoering. Het succes was overweldigend. Shostakovich kreeg meteen een opdracht van de Staatsuitgeverij. Bruno Walter voerde haar uit in Berlijn met de Berliner Philharmoniker. De eerste symfonie geeft nog weinig weg van de latere Shostakovich, maar toch zijn er
– Prokofievs Liefde tot de drie sinaasappelen is een satirische opera die het surrealisme aankondigde nog voor het furore maakte.
– Zowel Prokofiev als Shostakovich kregen tegenstand van het Sovjet-regime omwille van hun composities, Shostakovich wist de autoriteiten echter handiger te bespelen.
– Shostakovich’ Eerste symfonie is een vroeg werk, geschreven toen hij nog aan het conservatorium studeerde.
– Prokofiev herschreef zijn Eerste celloconcerto tot de Sinfonia concertante op vraag van de beroemde cellist Mstislav Rostropovich.
aanknopingspunten. De satirische stijl van De neus en De Lady Macbeth van Mtsensk krijgt een voorzichtige aanzet in de eerste helft. De tweede helft kondigt de diepe emotionele en epische toon aan die Shostakovich zou uitwerken in zijn Vijfde symfonie of zijn Eerste vioolconcerto
Rostropovich aanvaardt geen neen …
In 1926 hadden Prokofiev en Shostakovich weinig vermoeden van wat de verdere Sovjet-geschiedenis zou brengen. In 1932 leek de situatie voldoende stabiel voor Prokofiev om een terugkeer te overwegen. In 1936 zette hij de stap. De relatie met de officiële organen verliep moeizaam, maar het dieptepunt kwam in 1948. Een resolutie tegen het formalisme veroordeelde zowel Prokofiev als Shostakovich voor verraad aan de idealen van de Sovjet-muziek.
‘De Liefde tot de drie sinaasappelen was het enige moment dat Prokofiev echt mee was met zijn tijd.’
Shostakovich wist zich spoedig te rehabiliteren. Prokofiev miste de handigheid om de autoriteiten te bespelen. Van 1948 tot zijn dood in 1953 was zijn situatie – zowel artistiek als financieel – precair. Gelukkig kreeg hij steun. De jonge cellist Mstislav Rostropovich had zich voorgenomen om het repertoire voor cello te verrijken. Hij sprak Prokofiev aan. Zijn aandringen leidde tot de Cellosonate uit 1949. Prokofiev onderzocht daarna zijn Celloconcerto uit 1938 op zijn mogelijkheden. Hij deed er drie jaar over om tot het resultaat van 1952 te komen. Hij noemde het nieuwe werk zijn
Tweede celloconcerto. Na de première breidde hij de orkestpartij nog extra uit. Om die reden voldeed de titel niet meer. Sindsdien heet het
Sinfonia concertante
Rostropovich corrigeerde de schetsen van de cellopartij, maar ging wel eens verder. Hij getuigde dat hij sommige solopassages zelf componeerde, om dan te merken dat Prokofievs kleine veranderingen het verschil maakten. De kloof tussen het gewone en het sublieme blijft onoverbrugbaar, concludeerde hij. Om het werk veilig door de auditie voor het Comité voor Artistieke Zaken te loodsen voorzagen Prokofiev en Rostropovich
alternatieven voor ingewikkelde passages, om ze nadien weer te schrappen. Levon Atovmyan assisteerde Prokofiev bij de orkestratie. Het Tweede celloconcerto ging op 18 februari 1952 in première in het Conservatorium van Moskou. Pianist Sviatoslav Richter dirigeerde een orkest van studenten.
Na het overlijden van Prokofiev in 1953 legde Rostropovich zich toe op de internationale bekendheid van de nieuwe compositie. Omdat Prokofiev nog niet officieel was gerehabiliteerd, moest hij omzichtig te werk gaan. Hij greep een uitnodiging uit Kopenhagen aan. Daar had hij wel toestemming voor nodig. Hij verleidde een bevriende bureaucraat met een gratis reis naar Denemarken. Alcohol deed de rest. Rostropovich bracht de internationale première van Sinfonia concertante op 9 december 1954 met het Orkest van de Deense Radio onder leiding van Thomas Jensens. Een herneming op het Praagse Lente Festival van 1955 onder Karel Ancerl lanceerde het werk definitief. In 1956 nam Rostropovich het mee op zijn tournee door de Verenigde Staten, met uitvoeringen door de New York Philharmonic en het San Francisco Symphony Orchestra.
Francis Maes
Het concert biedt de kans om de vroege en de late Prokofiev naast elkaar te horen. De Sinfonia concertante verenigt alles wat Prokofiev te bieden heeft: lyriek naast ironie, energie naast verinnerlijking. Let op de afstand tot de vroege Liefde tot de drie sinaasappelen. De satirische toon was er nog ongeremd. Prokofiev sloot geen compromis. Het sarcasme van de vroege stijl is niet helemaal weg in de latere Sinfonia, maar is wel opgenomen in een breder, abstract en evenwichtig proces.
eerste viool
Marieke Blankestijn
Quirine Scheffers
Rachel Browne
Marie-José Schrijner
Noëmi Bodden
Petra Visser
Annerien Stuker
Alexandra van Beveren
Marie Duquesnoy
Viktoria Daskalova
Marjolein van Dingstee
Lena Aigner
Annelieke van Beest
Andrea Garcia Garcia
Raquel Marín Garcés
Pauli Paananen
tweede viool
Alessandro Di Giacomo
Frank de Groot
Elina Hirvilammi-Staphorsius
Jun Yi Dou
Eefje Habraken
Melanie Broers
Tobias Staub
Sarah Decamps
Daniel Leenders
Annet Verboom
Lotte Reeskamp
Fiona Robertson
Emily Wu
altviool
Anne Huser
José Nunes
Kerstin Bonk
Janine Baller
Veronika Lénártová
Rosalinde Kluck
Olfje van der Klein
Jan Navarro
Jutta Demuynck
Elisabeth Runge
Gesine Hadulla
Oliver Vilu
cello
Emanuele Silvestri
Gustaw Bafeltowski
Joanna Pachucka
Daniel Petrovitsch
Eelco Beinema
Killian White
Paul Stavridis
Eva Vegazo
contrabas
Matthew Midgley
Jonathan Focquaert
Ricardo Xambre Neto
Javi Clemén Martínez
Marta Fossas Mallorquí
Mario Fernández Fernández
fluit
Juliette Hurel
Manon Gayet
Beatriz Da Silva Baiao
hobo
Roger Cramers
Ilona Ingels
Ron Tijhuis
klarinet
Bruno Bonansea
Beatrice Aragona
Romke-Jan Wijmenga
fagot
Pieter Nuytten
Simon Vandenbroecke
Ana Genet
hoorn
David Fernandez Alonso
Richard Speetjens
Pierre Buizer
trompet
Adrian Martinez
Giovanni Giardinella
José Pedro Pereira
trombone
Pierre Volders
Remko de Jager
Rommert Groenhof
tuba
Martijn van Rijswijk
pauken
Nick Woud
slagwerk
Ronald Ent
Martijn Boom
Jesús Iberti Rubira
Jeroen Geevers
Elías Blanco Del Prado
Tobias Furholt
harp
Albane Baron
toetsen
Ana Sanchez Donate
The Keys vormen een groep enthousiaste kunst– en muziekliefhebbers die helpen bouwen aan de toekomst van het Concertgebouw als succesvol internationaal podiumkunstenhuis.
€ 660* per seizoen voor 1 persoon of € 825* per seizoen voor 2 personen *excl. btw
- Voorrang bij het boeken van tickets
- Gratis tickets voor 3 voorstellingen naar keuze waarvan 1 feestevent met uitgebreide receptie
- Interessante netwerkgelegenheden
- Een jaar lang gratis Concertgebouw Circuit
- 20% korting bij de huur van Forum 6 of 7 voor jouw feest of event
- Jonge artiesten
- Een internationaal programma
- De kwaliteitsgarantie van de Concertgebouwpiano’s


do 21 mei 2026
20.00 Kamermuziekzaal

Musici van het Budapest Festival Orchestra
Bartók, Mendelssohn & Fischer
In Bartóks Divertimento voor strijkorkest hoor je elementen uit de volksmuziek, maar voel je ook een dreigende ondertoon door de historische context waarin het werk ontstond. Iván Fischer zet die thematiek expliciet voort in Eine deutschjiddische Kantate, een werk van zijn eigen hand waarin Duitse en Joodse muzikale tradities met elkaar worden verweven. Felix Mendelssohns
Strijkoctet grijpt terug op klassieke vormen, maar bruist tegelijkertijd van romantische energie en vernieuwing.
za 30 mei 2026
20.00 Concertzaal

Berlioz. Roméo et Juliette
Geen verhaal zo romantisch als Romeo en Julia Gesponsord door Paganini en geïnspireerd door Shakespeare en actrice Harriet Smithson, schreef Berlioz zijn briljante ‘symphonie dramatique’. Ondanks deze ondertitel zijn de hoofdpersonages niet te zien en geeft de componist geen enkele regie-aanwijzing. Niettemin brengt Aïda Gabriëls Berlioz’ symfonische meesterwerk op scène en tekent zij voor een eigenzinnige interpretatie.
Laat weten wat je van de voorstelling vond met #concertgebouwbrugge
Info & tickets +32 (0)78 15 20 20 — In&Uit: ‘t Zand 34, Brugge concertgebouw.be