Skip to main content

do 14 mei - zo 17 mei 2026 GOLD

Page 1


Zijn vrouwen betere vorsten?

Het verhaal van Maria van Bourgondië

GOLD verbindt het mooiste uit de Brugse Gouden Eeuw: de fascinerende stadsgeschiedenis, het onroerend erfgoed, de kunstschatten en bovenal de muziek, die eeuwenlang in heel Europa de toon zette. De vierde editie vertelt het verhaal van een Vlaamse vorstin met een bijzondere Brugse connectie: Maria van Bourgondië (1457-1482).

Een valse start

Op 13 februari 1457 was het rumoerig in de gangen van het gigantische paleis de Koudenberg te Brussel. Isabella van Bourbon, de frêle echtgenote van de Bourgondische erfprins Karel – de latere Karel de Stoute –, stond op het punt te bevallen van de eerste erfgenaam van de Bourgondische troonopvolger. Een meisje werd geboren en op 17 februari ‘Maria’ gedoopt naar de Heilige Maagd. Hertogin Isabella van Portugal, haar meter, hield haar boven de doopvont van de hertogelijke kapel samen met haar peetvader, niemand minder dan de dauphin, de toekomstige Franse koning Lodewijk XI, die Maria in haar verdere carrière behoorlijk wat

kopzorgen zou bezorgen. Grote afwezige was de toenmalige hertog Filips de Goede. ‘Want het is toch maar een meisje, maar mocht het God believen dat hij een jongen zou zenden, dan gaf hij een groot feest’, aldus de hofkroniekschrijver George Chastelain. Dat was echter een smoesje. De aanhoudende ruzie tussen de hertog en zijn zoon Karel zorgde ervoor dat de twee nauwelijks in dezelfde ruimte konden vertoeven. Omwille van die twist installeerde het jonge koppel zich kort na Maria’s geboorte in het Henegouwse Le Quesnoy. Maria zou de eerste jaren van haar leven hoofdzakelijk in die regio vertoeven.

Een pittig meisje

Na het overlijden van haar moeder Isabella in 1465 reisde de jonge Maria van stad naar stad met een voorkeur voor de steden Gent en Brugge. De prinsenhoven in beide steden werden aangepast om het verblijf van het prinsesje zo comfortabel mogelijk te maken, en dat kostte handenvol geld. In de vele uitgaven zien we indirect het pittige karakter van de prinses doorschemeren. In 1467 sloopten de kleine mademoiselle en haar speelkameraadjes tijdens een pyjamaparty haar bed in het Gentse Hof ten Walle. De vriendinnen hadden daarnaast de gewoonte

Maria was ook een vrome vrouw. Haar stiefmoeder Margaretha van York schonk haar omstreeks 1477 een prachtig geïllumineerd getijdenboek, bestemd voor de privédevotie van de hertogin. Op 21 april 1477 bezocht de hertogin het begijnhof Ten Wijngaerde in Brugge waar ze de mis, opgefleurd met diverse gezangen, bijwoonde in haar persoonlijke bidkapel. Vanuit haar praalgraf in de Brugse Onze-Lieve-Vrouwekerk kan Maria dankzij het uitzonderlijke concert van The Tallis Scholars opnieuw meegenieten van muziek van de belangrijkste componisten uit haar tijd: Johannes Ockeghem en Gilles Binchois (do 14 mei).

elke dag te dansen in een wijnkelder die zich onder de hertogelijke sauna bevond. Het ging er zo jolig aan toe dat de plankenvloer het begaf. Ook in haar latere leven komt dit speelse kantje naar boven: zo vermeldt de Brugse kroniekschrijver

Anthonis de Roovere dat de hertogin in 1482 met haar hofhouding ging schaatsen op de Brugse meersen. Ze viel herhaaldelijk op het gladde ijs, tot groot jolijt van haarzelf en haar hofdames.

De Maagd Maria Op 5 januari 1477 sloeg het noodlot toe. Hertog Karel overleed na een zoveelste mislukte campagne op het slagveld te Nancy. De negentienjarige Maria werd als enig kind sneller dan verwacht de troonopvolgster over zeventien Bourgondische erflanden. Peetvader Lodewijk XI van Frankrijk viel de Bourgondische gebieden binnen. Ook in verschillende Vlaamse, Hollandse en Brabantse steden zag men de kans schoon om zich van de heersende politieke elite te ontdoen die het corrupte beleid van de hertog hadden gesteund. Hertogin Maria kreeg een hele resem klachten voorgeschoteld, een direct gevolg van het weinig doortastende politieke bewind van haar vader Karel de Stoute.

Portret door Michael Pacher, tussen 1450 tot 1499
‘Als vrouwelijke vorst kon hertogin Maria zelf geen leger aanvoeren, en dus werd er een echtgenoot gezocht die dat in haar naam kon doen.’

Op het programma tijdens GOLD

In ruil voor de broodnodige centen en militaire steun keurde Maria van Bourgondië op 11 februari 1477 de eisen goed in het Groot Privilege, het allereerste charter uitgereikt voor alle Bourgondische gewesten samen.

Een communicatiestrategie werd uitgewerkt waarbij hertogin Maria haar hulpeloosheid als jonge wees en maagd tegenover haar verraderlijke peetvader in de verf zette; een beeldvorming die tot op de dag van vandaag blijft doorleven. De Brugse rederijker Anthonis de Roovere werd aangesteld als meester-propagandist en schreef een gedicht waarin de hertogin, de arme maagd Maria, de stedelingen in eigen persoon om hulp roept. De Finse Aino Peltomaa brengt met haar Ensemble Gamut! Maria van Bourgondië net zoals Anthonis in verband met de Heilige Maagd Maria (vr 15 mei).

Noodlot

Als vrouwelijke vorst kon hertogin Maria zelf geen leger aanvoeren, en dus werd er iemand gezocht die dat in haar naam kon doen, een echtgenoot. Maria liet aan Maximiliaan van Oostenrijk, zoon van de Habsburgse keizer, weten dat zij hem nog altijd – ondanks vele andere huwelijkskandidaten – als haar ware verloofde zag. Na hun huwelijk toerde het populaire jonge koppel, zij 20, hij amper 18, door de Lage Landen. De jeugdige en ietwat onbeholpen Maximiliaan had echter de grootste moeite om zich te schikken naar het onderhandelingsklimaat in onze contreien. Hij was het bovendien al snel beu om in de schaduw van zijn populaire vrouw te lopen. Sollazzo Ensemble verkent de anonieme werken uit de tijd van Maria van Bourgondië op zoek naar vrouwelijke stemmen (za 16 mei). Zo krijgen we een glimp van de complexe levens van vrouwen in Maria’s tijd.

Op 6 maart 1482 sloeg het noodlot opnieuw toe: tijdens een reigerjacht raakte Maria van Bourgondië ernstig gewond na een val van haar paard. Ze werd vervolgens naar het Prinsenhof in

Brugge gevoerd. Enkele weken na het ongeval, op 27 maart 1482, bezweek de vijfentwintigjarige hertogin aan haar verwondingen. Na haar overlijden werd de broze vrede in de Nederlanden opnieuw verbroken. De Vlaamse (en enkele Brabantse) steden, gesteund door een groep edelen (onder wie de Brugse edelman Lodewijk van Gruuthuse), keerden zich tegen Maximiliaan in een tien jaar durende burgeroorlog.

Toch was de Habsburgse toekomst van de Lage Landen verzekerd. Maria en Maximiliaan kregen drie kinderen van wie er twee de volwassen leeftijd bereikten: Filips de Schone (1478-1506) en Margareta van Oostenrijk (1480-1530). Maria’s dochter Margareta zou na het overlijden van haar broer in 1506 tot 1530 tweemaal als regentes regeren over de Nederlanden. ClubMediéval gaat voor La doulce amour creatief aan de slag met dansen die rechtstreeks uit het dansboekje van diezelfde

Margareta van Oostenrijk komen, Lara Barsacq voorziet een eigentijdse interpretatie van die hoofse dansen (zo 17 mei).

Lisa Demets

1.

Polyfoniewandeling

In het voetspoor van Maria van Bourgondië

do 14, vr 15 & za 16 mei 2026 / 10.30 vr 15 mei 2026 / 15.00 (in het Engels)

LEZING EYE-OPENER

The Tallis Scholars Devote praalmuziek

do 14 mei 2026

20.00 Onze-Lieve-Vrouwekerk MUZIEK

SPIRITUEEL TIJDLOOS KIPPENVEL

2. 3.

Lezing door Lisa Demets vr 15 mei 2026

15.00 Kamermuziekzaal

LEZING EYE-OPENER

4.

Ensemble Gamut!

Van geboorte tot dood –het leven van Maria

vr 15 mei 2026

19.00 & 21.00 Onze-Lieve-Vrouwekerk

MUZIEK SPIRITUEEL

5.

Sollazzo Ensemble

The Innerlife (Anonyma? — Les Chansonniers du Val de Loire)

za 16 mei 2026

20.00 Concertzaal

MUZIEK

TIJDLOOS EYE-OPENER

La doulce amour

6.

Lara Barsacq & ClubMediéval

zo 17 mei 2026

15.00 & 19.00 Concertgebouw MUZIEK

Zand

The Tallis Scholars

Devote praalmuziek

do 14 mei 2026

20.00 Onze-Lieve-Vrouwekerk

The Tallis Scholars: vocaal ensemble

Amy Haworth & Emma Walshe: sopraan

Elisabeth Paul & Luthien Brackett: alt

Steven Harrold, Tom Castle, Simon Wall & Will Balkwill: tenor

Tim Scott Whiteley & Chris Webb: bas Peter Phillips: artistieke leiding

Hemelse muziek uit de Bourgondische Nederlanden

Johannes Ockeghem (ca.1410-1497)

Missa Ecce ancilla Domini (ca.1460-1470)

Johannes Ockeghem

Mort tu as navré de ton dart (ca.1470-1480)

Josquin Desprez (ca.1450-1521)

Nymphes des bois (ca.1497–1500)

De meerstemmige muziek, waarbij meerdere stemmen als zelfstandige partijen tot een samenhangend geheel worden gecombineerd, kende tijdens de renaissance een absoluut hoogtepunt. Met de kunstminnende Bourgondische hertogen verschoof het zwaartepunt van deze hoogstaande kunst van Parijs naar de Nederlanden, waar talrijke jonge talenten in prestigieuze koorscholen werden opgeleid om van daaruit over Europa rond te zwerven en de meest gegeerde muzikale functies als zanger, kapelmeester en componist te bekleden. Twee van de boegbeelden van die ‘geleerde’ techniek waren Johannes Ockeghem (ca.1410-1497) en Josquin Desprez (ca.14501521). Ockeghem was meer dan 40 jaar in dienst van het Franse koningshuis. Hij onderhield contacten met de belangrijkste componisten van zijn tijd, zoals Gilles Binchois, Guillaume Dufay, Antoine Brumel en Josquin Desprez. In 1484 bracht hij een bezoek aan Brugge en Damme.

In samenwerking met de kerkraad van de Onze-Lieve-Vrouwekerk

MUZIEK

Het was toen gebruikelijk dat componisten hulde brachten aan hun bewonderd model door uit diens werk te citeren in hun eigen composities of hun stijl te imiteren. Een ideale gelegenheid hiertoe was het overlijden van een hun collega’s of leermeesters. Twee composities uit de tweede helft van de 15e eeuw illustreren dit exemplarisch: twee zogenaamde ‘déplorations’ of treurzangen.

Bij het overlijden van Gilles Binchois in 1460 componeerde Ockeghem het vierstemmige treurlied Mort tu as navré, terwijl Josquin Desprez op zijn beurt in 1497 Ockeghem herdacht met zijn vijfstemmige déploration Nymphes des bois. Beide werken behoren tot het genre van het motet-chanson: dat is een meerstemmig lied op een Franse tekst, waarin echter een Latijnse tekst is geïntegreerd (in de taal van het religieuze motet). De geciteerde Latijnse tekst is symbolisch gekozen uit de requiem- of dodenmis, met overname van de overeenkomstige gregoriaanse melodie, die in brede notenwaarden gelijktijdig met de Franse tekst wordt gezongen. Ockeghem neemt een fragment over uit het Dies irae, Josquin de melodie van de intredezang uit de dodenmis, Requiem aeternam. De tekst in Ockeghems treurlied vermeldt dat Binchois in zijn jeugd soldaat is geweest. Wellicht was hij enige tijd in dienst van de Engelse edelman William Pole, die tijdens de Honderdjarige Oorlog in Frankrijk strijd leverde tegen het koningshuis. Later werd Binchois lid van de hofkapel van de Bourgondische hertogen. Het gedicht Mort tu as navré is geschreven in de vorm van een ballade, een van de toen gangbare strofische gedichten, gekenmerkt door een afsluitend refreinvers in elke strofe: Priez pour l’âme

Elke strofe is op dezelfde muziek. Kenmerkend voor Ockeghem is de complexe polyfonie in vloeiende melodische lijnen, die in samenklank uitmunten door een opvallende welluidendheid. Josquin Desprez gaat een stap verder: hij doordringt de polyfone constructie met sterkere tekst-expressieve accenten en verborgen symbolische referenties. Het gedicht Nymphes des bois¸ van de hand van Jean Molinet, de geschiedschrijver van de Bourgondische hertogen, is vrijer van opbouw en niet meer gebonden aan de strakke herhalingsstructuur van de ballade.

– Tijdens de renaissance beleefde de meerstemmige gezongen muziek een hoogtepunt.

– Onder invloed van de Bourgondische hertogen verplaatste het zwaartepunt van de muziek zich naar de Nederlanden.

– In de polyfonie van de renaissance gaan vloeiende melodische lijnen en welluidende harmonieën hand in hand met een toenemende aandacht voor tekstexpressie.

© Hugo Glendinning
‘In de renaissance brachten componisten hulde aan hun bewonderd model door uit hun werk te citeren in hun eigen composities of hun stijl te imiteren.’

Liedteksten The Tallis Schollars

Het roept iedereen wereldwijd op om te treuren om het overlijden van Ockeghem, ’notre bon père’. Vier eigentijdse eersterangscomponisten zijn met name genoemd: Loyset Compère, Pierre de la Rue (‘Piersson’), Antoine Brumel en Josquin Desprez. De tenor, de centrale partij van het vijfstemmige ensemble, draagt plechtstatig de melodie voor van het gregoriaanse requiem, omkranst door vier vrij ontworpen stemmen op de Franse tekst. Desprez citeert op de eerste woorden in de bovenstem een motief uit een mis van Ockeghem en in het eerste deel imiteert hij diens complexe polyfonie. In het tweede deel, Accoutrez-vous, waarin de dichter zich tot de componisten wendt, is de schrijfwijze meer declamatorisch en directer: de stemmen komen vaker en bloc samen, zodat de tekst optimaal verstaanbaar wordt en de muziek een sterke uitdrukkingskracht krijgt. Aan het slot zingen alle stemmen de laatste woorden van de gregoriaanse zang, Requiescat in pace. Amen (‘Moge hij rusten in vrede. Amen’) in een ontroerende samenzang. En hier grijpt Desprez in met een symbolische verwijzing naar Ockeghem: dit fragment bevat immers 64 noten, de som van de naam Ockeghem wanneer men de letters vervangt door cijfers (a=1, b=2...).

Maar er is meer: in een eigentijds Italiaans handschrift is Nymphes des bois helemaal gekopieerd in zwarte noten, als teken van rouw. In de tenorpartij staat bovendien genoteerd dat men ‘de melodie een halve toon lager moet zingen’, met als resultaat dat de ontleende gregoriaanse zang begint met een halve toon, die symbool staat voor lijden en verdriet. Een gregoriaanse melodie weerklinkt ook in Ockeghems vierstemmige Missa Ecce ancilla Domini, de gelijknamige zang voor het feest van Maria Boodschap op 25 maart, waarvoor deze mis was bestemd. Zoals gebruikelijk weerklinkt de melodie in de tenorpartij, maar wel op de mistekst. Als meest prestigieuze genre van de religieuze muziek van die tijd bestaat de mis uit de vijf delen van het ordinarium, de gezangen die in elke mis als vaste bestanddelen voorkomen:

Kyrie, Gloria, Credo, Sanctus en Agnus Dei. Ockeghems missen vormen het hoogtepunt van de meer abstracte polyfonie, als combinatie van zelfstandige lijnen die hun charme ontlenen aan de rijke variatie aan ritmische en melodische ontplooiing, in afwisseling tussen twee-, drie- en vierstemmige passages.

Bossuyt

het zwart genoteerd

Johannes Ockeghem

Missa Ecce ancilla Domini

Kyrie

Kyrie eleison. Christe eleison. Kyrie eleison.

Gloria

Gloria in excelsis Deo. Et in terra pax hominibus bonae voluntatis.

Laudamus te. Benedicimus te. Adoramus te. Glorificamus te. Gratias agimus tibi propter magnam gloriam tuam.

Domine Deus, Rex caelestis, Deus Pater omnipotens.

Domine Fili unigenite, Iesu Christe.

Domine Deus, Agnus Dei, Filius Patris.

Qui tollis peccata mundi, miserere nobis.

Qui tollis peccata mundi, suscipe deprecationem nostram.

Qui sedes ad dexteram Patris, miserere nobis.

Quoniam tu solus Sanctus. Tu solus Dominus. Tu solus Altissimus, Iesu Christe. Cum Sancto Spiritu, in gloria Dei Patris. Amen.

Credo

Credo in unum Deum.

Patrem omnipotentem, factorem caeli et terrae, visibilium omnium et invisibilium.

Et in unum Dominum

Jesum Christum, Filium Dei unigenitum, Et ex Patre natum ante omnia saecula.

Kyrie Heer, ontferm U. Christus, ontferm U. Heer, ontferm U.

Gloria Eer aan God in den hoge, en vrede op aarde aan de mensen die Hij liefheeft.

Wij loven U. Wij zegenen U. Wij aanbidden U. Wij verheerlijken U . Wij danken U voor uw grote heerlijkheid.

Heer God, hemelse Koning, God, almachtige Vader.

Heer, eniggeboren Zoon, Jezus Christus. Heer God, Lam Gods, Zoon van de Vader; U die wegneemt de zonden der wereld, ontferm U over ons; U die wegneemt de zonden der wereld, aanvaard ons gebed; U die zit aan de rechterhand van de Vader, ontferm U over ons.

Want U alleen bent heilig. U alleen de Heer. U alleen de Allerhoogste: Jezus Christus, Samen met de heilige Geest, in de glorie van God de Vader. Amen.

Credo

Ik geloof in één God, de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde, van alles wat zichtbaar en onzichtbaar is.

En in één Heer, Jezus Christus, de eniggeboren Zoon van God, vóór alle tijden geboren uit de Vader.

Josquin Desprez, Nymphes des bois, in het Italiaanse manuscript Medici-codex (1518). Ten teken van rouw zijn alle noten in

Deum de Deo, lumen de lumine, Deum verum de Deo vero.

Genitum, non factum, consubstantialem Patri: per quem omnia facta sunt. Qui propter nos homines et propter nostram salutem descendit de caelis.

Et incarnatus est de Spiritu Sancto ex Maria Virgine: Et homo factus est.

Crucifixus etiam pro nobis sub Pontio Pilato: passus, et sepultus est. Et resurrexit tertia die, secundum scripturas.

Et ascendit in caelum: sedet ad dexteram Patris.

Et iterum venturus est cum gloria judicare vivos et mortuos: Cujus regni non erit finis.

Et in Spiritum sanctum Dominum, et vivificantem:

Qui ex Patre, Filioque procedit. Qui cum Patre, et Filio simul adoratur, et conglorificatur: Qui locutus est per Prophetas.

Et unam, sanctam, catholicam et apostolicam Ecclesiam.

Confiteor unum baptisma in remissionem peccatorum.

Et expecto resurrectionem mortuorum

Et vitam venturi saeculi. Amen.

Sanctus

Sanctus, Sanctus, Sanctus, Dominus Deus Sabaoth.

Pleni sunt coeli et terra gloria tua. Osanna in excelsis.

Benedictus qui venit in nomine Domini. Osanna in excelsis.

God uit God, licht uit licht, ware God uit de ware God.

Geboren, niet geschapen, één in wezen met de Vader; door wie alles geschapen is.

Hij is voor ons mensen en omwille van ons heil uit de hemel neergedaald.

En Hij heeft het vlees aangenomen door de Heilige Geest uit de maagd Maria en is mens geworden.

Hij is voor ons gekruisigd onder Pontius Pilatus: heeft geleden en is begraven.

En Hij is op de derde dag verrezen, volgens de Schriften.

Hij is opgevaren naar de hemel en zit aan de rechterhand van de Vader. En Hij zal opnieuw komen in heerlijkheid om te oordelen over levenden en doden; aan zijn rijk zal geen einde komen.

Ik geloof in de Heilige Geest, die Heer is en het leven geeft Die voortkomt uit de Vader en de Zoon; Die samen met de Vader en de Zoon wordt aanbeden en verheerlijkt; die gesproken heeft door de profeten.

En ik geloof in de ene, heilige, katholieke en apostolische Kerk.

Ik belijd één doopsel tot vergeving van de zonden.

En ik verwacht de verrijzenis van de doden en het leven van het komende rijk. Amen.

Sanctus

Heilig, heilig, heilig, de Heer, de God der hemelse machten. Vol zijn hemel en aarde van uw heerlijkheid. Hosanna in den hoge.

Gezegend Hij die komt in de naam van de Heer. Hosanna in den hoge.

Agnus Dei

Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, miserere nobis.

Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, miserere nobis.

Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, dona nobis pacem.

Johannes Ockeghem

Mort tu as navré de ton dart / Miserere

Mort, tu as navré de ton dart

Le pere de joyeuseté

En desployant ton estandart

Sur Binchois, patron de bonté.

Son corps est plaint et lamenté

Qui gist soubz lame.

Helas plaise vous en pitié

Prier pour l’ame.

Retoricque, se dieu me gard

Son serviteur a regretée.

Musicque par piteux regard [A] fait deul et noir a portée.

Pleurez hommes de feaulté

[L’omme sans blame.]

Vueillez v[ost]re université [Prier pour l’ame.]

En sa jonesse fut soudart

De honnorable mondanité, Puis a esleu la milleur part

Servant dieu en humilité

Tant luy soit en chrestienté

Son no[m] et (est) fame

Qu’i deno[ment] grant voulonté.

Priez pour l’ame.

Miserere pie Jesu Domine, dona ei requiem. Quem in cruce redemisti precioso sanguine, pie Jesu Domine, dona ei requiem.

Agnus Dei

Lam van God, dat wegneemt de zonden van de wereld, ontferm U over ons.

Lam van God, dat wegneemt de zonden van de wereld, ontferm U over ons.

Lam van God, dat wegneemt de zonden van de wereld, geef ons de vrede.

Dood, met je pijl trof je de vader van de vreugde. Je vlag heb je gespreid over Binchois, toonbeeld van goedheid. Wij treuren en klagen om zijn lichaam dat onder de grafsteen rust. Ach, wees genadig en bid voor zijn ziel

Retorica, bij God, mist reeds haar dienaar. Musica met geloken blik, rouwt en tooit zich in het zwart. Ween, trouwe mensen, om de onberispelijke man. Willen jullie samen bidden voor zijn ziel.

In zijn jeugd was hij een soldaat leidde een werelds maar eervol leven; daarna koos hij het betere deel door God te dienen in nederigheid. Zozeer is in het christenrijk zijn faam verspreid dat ieder mens van goede wil zal bidden voor zijn ziel.

Barmhartige Heer Jezus, schenk hem vrede die U aan het kruis hebt verlost met Uw kostbaar bloed,

Josquin Desprez

Nymphes des bois

Nymphes des bois, déesses des fontaines,

Chantres expers de toutes nations, Changes voz voix, fors claires et haultaines,

En cris trenchants et lamentations, Car Atropos, très terrible satrappe, A votre Ochghem atrappé en sa trappe, Vrai trésorier de musique et chief d’œuvre,

Doct, élégant de corps, et non point trappe.

Grand domaige est que la terre le couvre. Acoultres vous d’habits de dœul, Josquin, Piersson, Brumel, Compère, Et ploures grosses larmes d’œul. Perdu aves vostre bon père.

Requiescat in pace. Amen. Requiem eternam dona eis Domine, et lux perpetua luceat eis.

Requiescat in pace. Amen.

Nimfen van het woud, godinnen van de bronnen, ervaren zangers uit alle volkeren, verander uw stemmen, zo krachtig, helder en verheven, in scherpe kreten en klaagliederen, want Atropos, de geduchte heerseres, heeft jullie geliefde Ockeghem in haar val gelokt: de ware schatbewaarder van de muziek, een echte grootmeester. Geleerd, elegant van leden en geenszins grof.

Het is een groot verdriet dat de aarde hem bedekt. Hul u in rouwkleding, Josquin, Piersson, Brumel, Compère, en ween bittere tranen, want u hebt uw goede vader verloren.

Moge hij rusten in vrede. Amen. Heer, schenk hem de eeuwige rust, en laat het oneindige licht over hem schijnen. Moge hij in vrede rusten. Amen.

Ensemble Gamut! Van geboorte tot dood – het leven van Maria

vr 15 mei 2026

19.00 & 21.00 Onze-Lieve-Vrouwekerk

Ensemble Gamut!:

Aino Peltomaa: stem, middeleeuwse harp & percussie

Ilkka Heinonen: jouhikko (een strijkbare lier), stem & electronics

Juho Myllylä: blokfluiten, stem & electronics

Stabat mater – ongeluk en dood

Maria van Bourgondië hield van paardrijden en stierf een tragische dood na een val van haar paard. Ze was zwanger toen ze viel en leed nog enkele weken voor haar overlijden. We horen

Vertaling: Jo Libbrecht

De geboorte van Maria

Hoe wonderbaarlijk is het vrouwelijke lichaam en zijn vermogen om leven te schenken! Het hele hof houdt de adem in terwijl priesters en vroedvrouwen Maria’s moeder Isabella bijstaan tijdens de bevalling. Uiteindelijk wordt Maria geboren! Naar verluidt ging haar geboorte gepaard met een donderslag.

In virginalis thalamo – Brigittijnse zang (antifoon)

O facies mosaica – Brigittijnse zang (responsorium)

Fit porta Christi pervia – Getijdenliturgie Lapsensaajasten sanat – Runogeboortebezwering (traditioneel Fins lied)

Maria’s droom

Maria is verdwaald tijdens een tocht te paard, ze vindt een prachtige weide en valt in slaap.

Psallat scholarum concio – Piae Cantiones (instrumentaal)

Neity Maria Emonen – traditionele runobezweringen

Beatus vir, qui timet Dominum – Mis en officie van Sint-Hendrik (graduale)

Luojan virsi – traditioneel runolied, Kanteletar

Trina caeli hierarchia – Brigittijnse zang (hymne)

Mariagezangen en genezende bezweringen, terwijl Maria van Bourgondië op haar sterfbed haar rouwende echtgenoot probeert te troosten en ondertussen nog steeds de politieke en financiële zaken van de staat regelt.

Stabat Mater dolorosa – Graduale Romanum, kerkelijk liedboek

O frondens virga – Hildegard von Bingen (instrumentaal)

Käärmeen luku – runolied naar Huovinen & Hakulinen (traditioneel)

Latuit in blando – Brigittijnse zang (responsorium)

Naar de hemel

Het hof eerde Maria met een glorieuze begrafenis, waarbij Maximiliaan voor de gelegenheid het zilverwerk liet omsmelten. Van diep verdriet naar hemelse glorie, uiteindelijk verheugen we ons over de rijke erfenis die Maria van Bourgondië ons heeft nagelaten.

Haar nalatenschap vindt vandaag nog steeds grote weerklank.

Salve regina – Brigittijnse zang (antifoon) Alma redemptoris mater – Brigittijnse zang (antifoon) (instrumentaal)

Mariale koraal – Eurajoki (traditioneel)

Summae trinitati – Brigittijnse zang (responsorium) In samenwerking met de kerkraad van de Onze-Lieve-Vrouwekerk

Een muzikale boomgaard

Hoe schets je een portret van iemand die eeuwen geleden leefde, iemand wiens verhaal we alleen uit de tweede, derde, zoveelste hand kennen? Hoe wordt een figuur uit de geschiedenisboeken terug een mens van vlees en bloed? Historische documenten, een portie verbeelding en een eigentijdse touch schragen het werk van schilders, beeldhouwers en romanschrijvers. Maar in muziek? Precies op die vraag laten Ensemble Gamut! en Aino Peltomaa hun magie los. In vier hoofdstukken zetten ze evenveel episodes uit het korte leven van Maria van Bourgondië (1457-1482) op muziek: haar geboorte, een droom (in de zin van een voorspelling of visioen), haar dood na een val tijdens de jacht, en tot slot de verheerlijking van haar nagedachtenis. Die verhaalboog vult Peltomaa in met een lappendeken van middeleeuwse muziek uit Finland – haar eigen thuisland – en omstreken.

De religieuze muziek in dit programma is afkomstig uit drie verzamelingen, die ook zélf goeddeels opgetrokken zijn uit overgeërfde, geleende en hergebruikte teksten en melodieën. Overal waar het christendom doorheen de middeleeuwen werd verspreid, volgde dezelfde kern van religieuze teksten en gezangen. De muziek die in de Finse kloosters weerklonk, moet zodoende ook Maria van Bourgondië niet onbekend in de oren hebben geklonken. Tegelijk vervlocht dat repertoire zich met lokale tradities, zoals een tuinier fruitbomen vermeerdert en nieuwe, nog kwetsbare variëteiten op oude stammen ent. Legenda Sancti Henrici dateert uit de 13e eeuw en is de oudste van de schaarse overgebleven verzamelingen van middeleeuwse muziek uit Finland. Henry, de figuur waarnaar de naam van de verzameling verwijst, was een Engelse missionaris. Rond 1150 werd hij eropuit gestuurd om de Finnen te bekeren tot het christendom, maar hij werd daarbij brutaal vermoord. De legende is prominent aanwezig in de Finse folklore en lag aan de basis van de verering van Sint-Henricus als patroonheilige van de katholieke kerk in Finland. De bewaarde muziek betreft gezangen op poëtische teksten over het leven, de mirakels en het martelaarschap van de heilige. Sommige van die gezangen waren

– Aan de hand van middeleeuwse religieuze gezangen en volksmuziek schetsen Aino Peltomaa en Ensemble Gamut! vier sleutelmomenten in het leven van Maria van Bourgondië, van haar geboorte als enige erfgename van Karel de Stoute, over een droomvisioen, tot haar vroege dood en de luister van haar begrafenis.

– Hun muziek leunt op een grondige kennis van de historische bronnen én een creatieve, hedendaagse verbeelding. nieuw gecomponeerd, maar vaker maakten ze gebruik van bestaande (volks)melodieën.

Een andere belangrijke bron is Cantus Sororum (‘Zang van de zusters’), een verzameling gezangen van de Birgitta-orde in Naantali. Hierin zijn heel wat gezangen terug te vinden die aansluiten bij de Mariaverering die sterk leefde in de 15e eeuw, in het bijzonder in onze contreien. Peltomaa selecteerde verschillende hymnes uit Cantus Sororum en legt verbindingen tussen de Bijbelse Maria en het levensverhaal van Maria van Bourgondië. In virginalis thalamo en O facies mosaica verwijzen zo naar het wonder van het lichaam waarin nieuw leven ontstaat, terwijl de dood en verheerlijking van de Bourgondische vorstin begeleid worden door Salve Regina en Alma Redemptoris Mater – twee wijdverspreide Maria-antifonen waarin verdriet én genade centraal staan.

Nog een eeuw later, in 1582, kwam Piae Cantiones tot stand. De bundel bevat 74 Latijnse gezangen voor kathedraalschoolleerlingen, samengesteld door Theodoricus Petri, een Finse student in Rostock die oude hymnes uit zijn vaderland wilde bewaren. Uit die verzameling koos Aino Peltomaa Psallat scholarum concio, een hymne die de geboorte van het kindje Jezus verbindt met de belofte van verlossing.

‘Aina

Peltooma verweeft

verschillende stukken tot een nieuw geheel en volgt daarbij naast historische bronnen ook haar eigen oor en inzicht.’

Ze markeert hier het begin van het hoofdstuk over de droom van Maria van Bourgondië, die symbool staat voor de grote opdracht die voor haar lag toen ze op haar 20e onverwachts in de voetsporen van haar vader Karel de Stoute stapte.

Tegenover die religieuze composities staan Runoliederen, een erg belangrijke volksmuziekvorm uit Finland, Karelië en Estland, die onder meer complexe epische poëzie bevat, naast herdersgedichten, smeekbedes, betoveringen, legendes, ballades, huwelijksliederen en nog veel meer. Lapsensaajasten sanat, een traditionele bezwering voor de geboorte, vormt zo een tegenpool voor de gelukzalige, eerder abstracte Maria-hymnes die eraan voorafgaan: de tekst bezweert een aards, fysiek gebeuren, waarin niet alleen nieuw leven schuilt, maar ook het risico voor de zwangere vrouw om zelf de dood te vinden. Wanneer het christendom zijn intrede deed, sijpelden ook Bijbelse personages binnen in de Runo-liederen. Neity Maria Emonen is een mooi voorbeeld van zo’n volkslied – een bede om genezing – dat naderhand een christelijke invulling kreeg. Ensemble Gamut! trekt die vervlechting van tradities door in zijn eigen werkwijze: Käärmeen luku, dat gezongen werd om slangen weg te jagen en hun beten te genezen, wordt hier gecombineerd met de hymne Latuit in blando, waarin de slang opduikt als symbool voor misleiding. Ook Fit porta Christi pervia en Lapsensaajasten sanat vormen elkaars contrapunt, als twee planten die zich om elkaar heen slingeren.

De aanpak van Aino Peltomaa is uitgesproken creatief. Ze verweeft verschillende stukken tot een nieuw geheel en volgt daarbij naast historische bronnen ook haar eigen oor en inzicht. Aan het bestaande materiaal voegt ze bovendien eigentijdse elementen toe: haar eigen vocale stijl, nieuwe improvisaties, zelfs elektronica. Die benadering, benadrukt ze, verschilt in wezen niet van de muzikale praktijken waarin het repertoire

tot stand kwam. Ze voegt op haar beurt een nieuwe laag toe aan een lange traditie waarin partituren en volksmelodieën hergebruikt, doorgegeven, geleend en herwerkt werden. De kerken, kloosters en kathedraalscholen van weleer hebben al lang niet meer dezelfde betekenis als een half millennium geleden, maar de muzikale boomgaard bloeit nog steeds.

Rebecca Diependaele

Met veel dank aan Aino Peltomaa voor de ter beschikking gestelde documentatie en het interview op 26 februari 2026.

Luistertip

Ook in hun instrumentatie vermengen de musici van Ensemble Gamut! verschillende klankwerelden met elkaar: de typische middeleeuwse kleuren van blokfluit en harp, de booglier (jouhikko) die de volksmuziek uit de Baltische regio kenmerkt, percussie, hedendaagse elektronica en een hemelsbreed stembereik. #deeplistening

Liedteksten Ensemble Gamut!

In virginiali thalamo

In virginali thalamo qui se carne præcinxit, in huius sponsæ calamo mysteria depinxit.

O facies mosaica

O facies mosayca, solis choruscans radiis sanctitate magnifica, magnis clarens prodigiis.

In requie pacifica sponsi fruens in encennis.

O femina mirifica, continuis letifica servos tuos predisis

Gloria Patri et Filio et Spiritui Sancto

Fit porta Christi pervia

Fit porta Christi pervia, omni referta gratia, transivitque rex, et permansit clausa, ut fuit, per saecula.

Summi Parentis Filius processit aula Virginis, sponsus, redemptor, conditor, suae gigas Ecclesiae.

Honor matris et gaudium, immensa spes credentium, lapis de monte veniens mundumque replens gratia.

Exsúltet omnis anima, quod nunc salvátor gentium advenit mundi Dominus redimere quos condidit.

Christo sit omnis glória, quem Pater Deum genuit, quem Virgo mater edidit fecunda Sancto Spiritu. Amen

In de maagdelijke schoot

In de maagdelijke schoot heeft Hij, die mens werd, door deze bruid zijn goddelijke mysterie zichtbaar gemaakt.

O gelaat als een mozaïek

O gelaat, als een mozaïek van licht, stralend in de glans van de zon verheven in heiligheid, schitterend door grote wonderen.

In vredige rust genietend van uw bruidegom in de hemelen.

O wonderbare vrouw, die het voortdurend opneemt voor uw dienaren

Eer aan de Vader en de Zoon en de Heilige Geest

U was de poort voor Christus U was de poort voor Christus, vol van genade, en de Koning ging erdoor, en de poort bleef dicht, tot in de eeuwigheid.

De Zoon van de Allerhoogste Vader kwam voort uit de kamer van de Maagd, de Bruidegom, Verlosser en Schepper, de Heerser van zijn Kerk.

Eer aan de moeder en bron van vreugde, onmetelijke hoop van de gelovigen, de steen uit de hemelse berg geboren die de wereld vervult met genade.

Laat elke ziel zich verheugen, want nu is de redder van de volken, de Heer van de wereld, gekomen om te verlossen wat Hij geschapen heeft.

Alle glorie aan Christus, door God de Vader verwekt, door de Moeder-maagd voortgebracht, vruchtbaar door de Heilige Geest. Amen.

Runo spell for birth

Mitä sille laulettanee, Ja kuta sanottanehe, Kuin tuleepi immin tuska, Pakko neitosen paneepi; Kuin kohtu kovaksi käypi, Vatan täysi vaikiaksi?

Onko han suvussa tässä, Tämän puuton purkajata, Likeltä tähystämähän, Lunastamaan luotuasi. Onko kiukuissa kiroissa, Muorien salasanoissa?

Piilten piikahuoneesehen, Ilman uksen ulvomata, Kyläkunnan kuulemata, Sanan saamata kylähän.

Kivi sorra kiukahasta, Muju muurista murenna, Poika neitosen povesta, Lapsi vaimon lantehista.

Kohta kuolema tuleepi, Lähestyypi hengen lähtö, Tähän kohtuhun kovahan, Vatan tautiin vaikiahan.

Neityt Maaria emonen, Rakas äiti armollinen! Tules tänne tarvitessa, Käys tänne kututtaissa. Sinä oot vanhin vaimoloista, Ensin emä ihtelöistä.

Juokse polvesta merehen, Sinisukka, puolitiestä, Niin huhuta huiahuta Ihvenille, ahvenille, Kaikille veen kaloille.

Tuo kiiskiltä kinua, Matehelta nuljaskata, Kaikilta veen kaloilta, Jolla voian luun lomia, Jolla sivuja sivelen, Perävieriä vetelen

Runo-bezwering bij geboorte Wat zal men voor haar zingen, en welke woorden zal men spreken, wanneer de pijn van het meisje opkomt, wanneer de nood de jonge vrouw overvalt; wanneer de schoot verstijft, en de buik zwaar en benauwd wordt?

Is er in deze familie iemand die deze knoop kan ontwarren, die van dichtbij kan toezien, om je schepsel te verlossen? Ligt het aan toorn of aan vervloeking, aan de geheime woorden van oude vrouwen?

Verberg je in de meisjeskamer, zonder gehuil bij de deur, zonder dat het dorp het hoort, zonder dat het nieuws zich verspreidt.

Breek de steen van de haard, brokkel het gruis uit de muur, haal het kind uit de borst van het meisje, het kind uit de schoot van de vrouw.

Spoedig nadert de dood, het einde van de adem komt dichterbij, in deze harde schoot, in deze zware, pijnlijke toestand.

Maagd Maria, o moeder, geliefde, genadige moeder! Kom hier wanneer men je nodig heeft, kom hier wanneer men je roept. Jij bent de oudste onder de vrouwen, de eerste van alle moeders.

Ren naar de zee, het water in, tot aan de knieën, halverwege, roep luid en laat je stem weerklinken voor de witvissen en de baarzen, voor alle vissen van het water.

Vraag het de stekelbaars, ontlok het aan de kwabaal, aan alle vissen van het water, waarmee ik de beenderen kan zalven, waarmee ik de zijden kan bestrijken, de achterste doorgangen kan openen.

Niin avan lihasen arkun, Arkun luisen longottelen, Päästän maalle matkamiehen, Pienisormisen pihalle.

Ja kuin ei siitä kyllä liene, Kohta kuolema tuleepi, Läheneepi hengen lähtö.

Neityt Maaria emonen, Rakas äiti armollinen!

Tuo viikate Virosta, Heinärauta helvetistä, Käteheni oikiahan; Jolla sivuja sivelen, Perävieriä vetelen, Takasalvat taitan poikki, Pihtipuoliset pirotan, Päästän maalle matkamiestä, Pienisormista pihalle, Näitä maita marsimahan, Ilmoja ihaelemaan,

Kenenkä ne keksimätä, Kunka ne salasanoita?

Neity Maria Emonen

Neity Maria Emonen, mesi keittä kielelläsi, sima suussasi suloa, konnan kuohuun kovaan

Jos rauta pahan tekköö, teräs hieno hilpassoo, Neity Maria Emonen, pistä sormesi sulonen, reikään revenneeseen, hienot helmasi kokoak.

Mariatar kaunis vaimo, tuus pikku kattilansi jolla verta keitetään, jolla mähurmeen tymeen veren vuotamattomaksi, punasta putoamatak

Zo open ik de kist van het vlees, maak ik de benige schoot los, en laat de reiziger naar buiten, het kind met de kleine vingers, het erf op.

En als dat nog niet voldoende is, dan komt de dood nabij, dan nadert het einde van de adem.

Maagd Maria, o moeder, geliefde, genadige moeder!

Breng de zeis uit Estland, het ijzer uit de onderwereld, in mijn rechterhand; waarmee ik de zijden kan bestrijken, de doorgangen kan openen, de grendels achterin breek ik stuk, de klemmen wrik ik los, en laat de reiziger naar buiten, het kind met de kleine vingers, om deze wereld te betreden, om de lucht te aanschouwen.

Wie heeft deze dingen bedacht, wie kent deze verborgen woorden?

Maagd Maria, moedertje

Maagd Maria, moedertje, honing kookt op uw tong, de zoetheid van uw mond, bedwingt de kracht van het kwaad.

Als het ijzer kwaad doet, het fijne staal verwondt, Maagd Maria, moedertje, steek dan uw zoete vinger in de gescheurde opening, en heel de diepe wonde.

Maria, mooie vrouw, kom met uw kleine keteltje, waarin het bloed wordt gekookt, waarmee de etter wordt gestelpt, het bloed niet langer vloeit, het schuimende kwaad bedaart.

Beatus vir, qui timet Dominum Beatus vir, qui timet Dominum, in mandatis eius cupit nimis. Potens terra erit semen eius. Generatio rectorum benedicetur.

Luojan virsi

Maaria pyhäinen Neitsyt, vaimo valkeaverinen, meni metsän rantuelle, näki oksalta omenan, näki puulta pähkinäisen: ylähähkö maasta syödä, alahahko puuhun nousta.

Otti kartun kankahalta, pudotti omenan puusta, sorti maahan pähkinäisen. Poimi suuhun pähkinäisen, loi omenan huulillensa, huuliltansa kielellensä, kieleltä keruksillensä. Tuosta tyytyi, tuosta täytyi.

Maaria pyhäinen Neitsyt, vaimo valkeaverinen, astuvi talo talolta, vasta kultainen kädessä, hopeainen kainalossa.

Meni yhtehen talohon, oli akka ikkunassa, kysytteli akkaselta: ’Hoi sa akka, vanha vaimo, onko tässä yösijaista, yösijaista, maamajaista, missä maata mannun naisen, naisen raskahan levätä?’

Akka vasten vastaeli: ’Ei oo meillä yösijaista, yösijaista, maamajaista. Mene tallihin mäelle, tallihin takimmaisehen, oron suuren seimen luokse.’

Zalig de man die de Heer vreest Zalig de man die de Heer vreest, die grote vreugde vindt in zijn geboden. Zijn nakomelingen zullen machtig zijn op aarde; het geslacht van de oprechten zal gezegend worden.

Het lied van de Schepper

Maria, heilige maagd, vrouw met het lichte bloed, ze ging naar de rand van het bos, zag een appel aan een tak, zag een noot aan een boom: te hoog om van de grond te eten, te laag om in de boom te klimmen.

Zij nam een stok uit het veld, sloeg de appel uit de boom, wierp de noot op de grond. Ze nam de noot in haar mond, bracht de appel naar haar lippen, van de lippen naar haar tong, van de tong naar haar keel. Daarmee was ze voldaan, daarmee vervuld.

Maria, heilige maagd, vrouw met het lichte bloed, ging van huis tot huis, met goud in haar hand, met zilver onder haar arm.

Ze ging een huis binnen, en daar zat een oude vrouw bij het raam. Ze vroeg de vrouw: ‘Ach, oude vrouw, is hier een slaapplaats, een plaats om te rusten, waar een gewone menselijke vrouw, een zwangere vrouw kan rusten?’

De oude vrouw antwoordde: ‘Wij hebben geen nachtverblijf, geen plaats om te rusten. Ga naar de stal op de heuvel, helemaal achteraan, bij de grote kribbe.’

Maaria pyhäinen Neitsyt, vaimo valkeaverinen meni tallihin mäelle, tallihin takimmaisehen; sai hän sieltä yösijaisen, yösijaisen, maamajaisen.

Synnytteli poikastansa tallihin hevosen luokse, kakaroille jääkkähille, oljille lumekkahille

Jouluna Jumala syntyi, paras poika pakkasella. Maaria oli emo Jumalan. heinille apilahille, apilahan kukkasille.

Trina caeli hirearchia

Trina caeli hierarchia, sol, stellae, luna, sidera, Deum laudent, o Maria, pro te Virgo puerpera.

Aer cum volatilibus, fretum cum natatilibus, et terra cum reptilibus, cuntisque animantibus.

Nix, imbrium stillamina, flores, fructus et gramina, Deo pro tua gloria, dent laudum dona varia.

Omne genu caelestium, infernorum, terrestrium, flectatur caeli Domino, locanti te in gaudio.

Omne momentum transiens, mille millenis gradibus. Trinum Deum glorificet, pro te tam digna laudibus.

Maria Mater gratiae, Mater misericordie, tu nos ab hoste protege, et hora mortis suscipe

Maria, heilige maagd, vrouw met het lichte bloed, ging naar de stal op de heuvel, helemaal achteraan; daar vond zij een slaapplaats, een plaats om te rusten.

Daar baarde zij haar kind in de stal bij het paard, tussen de dieren, op ijzige strohalmen.

Met Kerstmis werd God geboren, de beste zoon in de vrieskou.

Maria was de moeder van God, op het hooi en de klaverbloemen.

De drievoudige hemelorde

De drievoudige hemelorde, zon, maan en alle sterren loven God, o Maria, omwille van jou, maagd en moeder tegelijk.

De lucht met al wat vliegt, de zee met al wat zwemt, de aarde met al wat kruipt, ja, alle levende wezens samen.

Sneeuw en regen, bloemen, vruchten en gras, laat hen God eren en voor jouw glorie hun veelstemmige loflied aanheffen.

Laat elke knie in de hemel, onder en boven de aarde, zich buigen voor de Heer van hemel en aarde, die jou een plaats gaf in vreugde en licht.

Elk voorbijgaand moment, duizendvoudig vermenigvuldigd, verheerlijkt de Goddelijke Drievuldigheid, omwille van jou, zo waardig om geprezen te worden.

Maria, moeder van genade, moeder vol barmhartigheid, bescherm ons tegen het kwaad en sluit ons in de armen in het uur van onze dood.

Stabat mater dolorósa

Stabat mater dolorósa iuxta crucem lacrimósa, dum pendébat Fílius.

Cuius ánimam geméntem, contristántam et doléntem pertransívit gládius.

O quam tristis et afflícta fuit illa benedícta, mater Unigéniti!

Quae aerébat et dolébat, pia mater, cum vidébat Nati poenas íncliti.

Quis est homo qui non fleret, matrem Christi si vidéret in tanto supplício?

Quis non posset contristári piam matrem contemplári doléntem cum Fílio?

Pro peccátis suae gentis vidit Iesum in torméntis, et flagéllis súbditum.

Vidit suum dulcem Natum moriéntem desolátum, cum emísit spíritum.

Eia, mater, fons amóris me sentíre vim dolóris fac, ut tecum lúgeam.

Fac, ut árdeat cor meum in amándo Christum Deum ut sibi compláceam.

Sancta Mater, istud agas, crucifíxi fige plagas cordi meo válide.

Tui Nati vulneráti, tam dignáti pro me pati, poenas mecum dívide.

Fac me vere tecum flere, crucifíxo condolére, donec ego víxero.

In smarten stond de moeder In smarten stond de moeder naast het kruis, wenend, waar haar zoon hing.

En haar zuchtende hart, bedroefd en treurend, werd door een zwaard doorboord.

O hoe droevig en treurig was die gezegende, moeder van de eniggeborene.

Ach, hoe treurde en leed die moeder, terwijl ze de smarten van haar roemrijke kind zag.

Wie is de mens die niet weent, als hij Christus’ moeder ziet in zulke beproeving.

Wie heeft geen medelijden bij het zien van Christus’ moeder wenend om haar Zoon?

Voor de zonden van Zijn volk, zag zij Jezus in pijn en aan geselingen overgeleverd.

Ze zag haar geliefde kind, bij Zijn sterven geheel verlaten, terwijl Hij de geest gaf.

Geef, o moeder, bron van liefde, Dat ik meevoel met uw smart, Dat ik samen met u treur;

Doe mijn hart branden van liefde voor Christus, om Hem te behagen.

Heilige moeder, doe dit: prent de striemen van de gekruisigde stevig in mijn hart.

Deel met mij de pijnen van je gewonde Zoon, die zich waardig achtte voor mij te lijden.

Laat me samen met je wenen, en medelijden met de gekruisigde, zolang ik leef.

Iuxta crucem tecum stare, ac me tibi sociáre in planctu desídero.

Virgo vírginum paeclára, mihi iam non sis amára, fac me tecum plángere.

Fac, ut portem Christi mortem, passiónis fac me sórtem, et plagas recólere.

Fac me plagis vulnerári, cruce hac inebriári, et cruóre Fílii.

Flammis urar ne succénsus, per te, Virgo, sim defénsus in die iudícii.

Fac me cruce custodiri, morte Christi praemuniri, confoveri grátia.

Quando corpus moriétur, fac, ut ánimae donétur paradísi glória.

Käärmeen luku

Mist’ on synty syysmaolla, Tapa talvi käärmehellä?

Tuostapa synty syysmaolla, Tapa talvi käärmehellä:

Sylki Syöjätär vesille, Lapalivo lainehille,

Tuotapa tuuli tutjutteli, Meren lieto liekutteli,

Niemehen nimettömähän, Nimen tietämättömähän,

Paikoille papittomille, Maille ristimättömille.

Mist’ on pää pahalle pantu? Pahasta pata-ranista.

Mist’ on kieli keijon suussa?

Laat mij met u naast het kruis staan, ik wens graag in uw pijn te delen.

Stralende maagd der maagden wees mij thans niet bitter, laat mij met u treuren.

Laat mij Christus’ dood dragen, maak mij deelgenoot aan Zijn lijden, doe mij Zijn striemen overdenken.

Laat mij verwond worden door Zijn striemen, maak mij dronken van het kruis, wegens de liefde van uw Zoon

Als ik door vlammen word verbrand, laat mij dan door u, maagd, worden beschermd, op de dag des oordeels.

Bescherm mij door het kruis, verdedig mij door de dood van Christus, laat mij mezelf koesteren in Zijn genade.

Als mijn lichaam sterven zal, geef dan dat mijn ziel de glorie ontvangt van het paradijs.

Het getal van de slang

Waar ligt de oorsprong in de herfstgrond?

Waar is het kwaad van de slang ontstaan?

Daar is het geboren, in de herfstgrond, daar is het kwaad van de slang ontstaan.

Syöjätär, het monster, spuwde het in het water, en het werd gedragen door de golven.

De wind schudde het heen en weer, de zachte zee wiegde het voort, naar onbekende landtongen, naar plaatsen zonder naam, naar landen zonder priester, naar ongedoopte gebieden.

Waar komt het kwaad vandaan? Het is op de verkeerde plaats vastgezet.

Waar komt de tong in de mond van de geest vandaan?

Kiel’ on Lemmon keihähästä.

Miksis oot pahoa tehnyt Kuka käski, ken kehotti,

Isosiko vai emosi, Vaiko valtavanhempasi?

Sie out siinnyt saatanasta, Nuijapiästä nulopahtana

Tule töitäs tunnustammaa, Pahojas parantammaa, Tuhojasi turmelemmii!

Elä puissa puikkeleha, Koloissa kivisen kasan,

Ku out tehnä tekojasi, Purru toisen tuumipuolen.

Joka siitä ajettuna, Iha pahaksi panenema, kirrous sinnuu kohtattako! Niin kirrous sinnuu kohtattako!

Tule työsi tuntomahan, Kipeäsi nuolemahan, Itse turvu tuskihisi, Pahasi parantamahan!

Itse paisu pakkohosi, Haluihisi halkiele!

Toukkapa tuonen tanhuvilta, Mato musta maan alanen!

Latuit in blando

Latuit in blando serpentis sibilo hostis pestiferi dolositas ut homo raperetur.

Latuit humiliter in vagientis pueri exili corpore deitatis immensitas ut homo revinceretur.

Latuit in desponsata matre virginalis honestas.

De tong is de speerpunt van Lempo, de duivel.

Waarom heb jij kwaad gedaan? Wie gaf de opdracht, wie spoorde je aan?

Je oudere broer of je moeder? Je verre voorouders misschien ?

Je bent uit Satan geboren, afgegleden uit de speerpunt.

Kom je daden erkennen, je kwaad herstellen, je verwoestingen ongedaan maken!

Kruip niet langer in de bomen, noch in holen, in hopen steen,

Jij hebt je daden verricht, je in een ander vastgebeten. Die werd daardoor getroffen, en door het kwade aangetast moge de vervloeking over jou komen! Ja, moge een vloek je treffen!

Erken wat je hebt gedaan, lik de wonden die je hebt veroorzaakt verberg je in je eigen kwelling, herstel het kwaad !

Barst van je eigen dwang, scheur uiteen door je begeerte!

Je bent een worm uit de velden van de dood, een zwarte made uit de diepte van de aarde!

In het zachte gesis

In het zachte gesis van de slang school het bedrog van de vijand, dat de mens meesleurde.

In het kleine lichaam van een wenend kind school de onmetelijkheid van God, die de mens heroverde.

In de verloofde moeder school de kuise waardigheid van de maagdelijkheid.

Salve regina

Salve regina, mater misericordiae, vita, dulcedo, et spes nostra, salve.

Ad te clamamus exsules filii Evae.

Ad te suspiramus, gementes et flentes in hac lacrimarum valle.

Eia, ergo, advocata nostra, illos tuos misericordes oculos ad nos converte. Et Iesum, benedictum fructum ventris tui, nobis post hoc exsilium ostende. O clemens, O pia, O dulcis Virgo Maria. Amen.

Maarian ilmestyspäivän virsi

Sun viisas neuvos, Jumala, Mun sielun’ ilahuttaa.

Kosk’ istun kuolon varjossa, Niin sinä armost’ totta.

Tuoti meil hyvän sanoman, josta sikis edesvastaajan Jeesus Marian kohduss.

Summae trinitati

Summae trinitati, simplici Deo, una divinitas, aequalis gloria, coaeterna maiestas, Patri, Prolique, Sanctoque Flamini.

Qui totum subdit suis orbem legibus, Praestet nobis gratiam Trinus Deus et unus, cui ab aeterno, o Maria, summae placuisti. Qui totum …

Wees gegroet, koningin

Wees gegroet, koningin, moeder van barmhartigheid; ons leven, onze vreugde en onze hoop, wees gegroet.

Tot u roepen wij, ballingen, kinderen van Eva; tot u smeken wij, zuchtend en wenend in dit dal van tranen.

Daarom dan, onze voorspreekster, sla op ons uw barmhartige ogen; en toon ons, na deze ballingschap, Jezus, de gezegende vrucht van uw schoot. O goedertieren, o liefdevolle, o zoete maagd Maria.

Hymne van de dag van Maria Boodschap

Uw wijze raad, o God, verheugt en troost mijn ziel. Wanneer ik in de schaduw van de dood zit blijkt U waarlijk genadig.

Ons werd de blijde boodschap gebracht, waaruit de Verlosser is geboren: Jezus, ontvangen in de schoot van Maria.

Aan de Allerhoogste Drie-eenheid

Aan de hoogste Drie-eenheid, aan de ene God: één goddelijkheid, gelijke eer en glorie voor de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

Hij die de hele wereld aan Zijn wetten onderwerpt, moge de ene God in drie personen ons zijn genade geven, God die steeds bijzonder welgevallig was aan Maria.

Hij die de hele wereld…

Gloria Patri, et Filio, et Spiritui Sancto. Qui totum…

Eer aan de Vader, de Zoon, en de Heilige Geest. Hij die de …

Sollazzo Ensemble

The Innerlife (Anonyma? — Les Chansonniers du Val de Loire)

za 16 mei 2026

20.00 Concertzaal

Sollazzo Ensemble: ensemble

Anna Danilevskaia: vedel & artistieke leiding

Johanna Beier & Elisabeth Hetherington: sopraan

Lior Leibovici & Jonatan Alvarado: tenor

Rémi Lecorche: renaissance trombone, schuiftrompet, bazuin & blokfluiten

Adrien Reboisson: schalmei, blokfluiten, dulciaan

Ori Harmelin & Floris de Rycker: luit

Franziska Fleischanderl: psalterion

Alle werken uit dit programma zijn anoniem overgeleverd.

Comme femme is in een van de elf gekende versies toegeschreven aan Gilles Binchois

Se je soupire/Ecce iterum wordt nu eens toegewezen aan Margareta van Oostenrijk (tekst en/of muziek), dan eens aan Pierre de la

Rue (haar hofcomponist).

J’aimeray mon amy uit Chansonnier de Bayeux

Ravy d’amour*

Mon mary ma defame** (instrumentaal)

O infame desloyaute uit Wolfenbüttel

Chansonnier

Henri Phlipet uit Leuven Chansonnier

Comme femme ** (instrumentaal)

Comme femme desconfortée*

Kyrie Comme femme uit Vatican 54

Se je soupire/Ecce iterum, anoniem, MS228 uit

Chansonnier van Margareta van Oostenrijk

Ce que ma bouche n’ose dire uit Chansonnier

Uppsala (instrumentaal) Sans racoincter tout dun accord*

L’autre ious men chevauchoye** (instrumentaal)

Tres douce fillete ** (instrumentaal)

Bevons ma commere! Nous ne bevons point

Chansonnier de Bayeux

Mon enfant, mon enfant** (instrumentaal)

Ung franc archier** (instrumentaal)

Soubz les branches/En la rousée/En ce joli mois de mai*

Chiara fontana uit Chansonnier Cordiforme (instrumentaal, op de melodie van Jay pris amours)

Jay pris amours a ma devise uit Chansonnier de Nivelle

J’ay pris ung poul a ma chemise uit Florence 176

J’ay prins deux pous a ma chemise*

Jam pris amour uit Firenze Mael. XIX

Vertaling: Jo Libbrecht

* uit Dijon Chansonnier

** uit Harmonices Odhecaton Canti C

Met nederlandstalige boventiteling

The Innerlife (Anonyma? —

Les Chansonniers du Val de Loire)

‘Zij is slechts een meisje’, kroniekschrijver George Chastelain noteerde onverbloemd de reden waarom Filips de Goede het doopsel van zijn kleindochter Maria van Bourgondië niet bijwoonde (‘Le duc toutevoies ne voulut onques estre à ce baptisement pour cause que ce n’estoit qu’une fille’). De Bourgondische hertog kon zijn teleurstelling niet verbergen toen hij hoorde dat zijn eerste kleinkind geen jongen was. Een jongen had hij daarentegen met een groots doopfeest beloond! (‘Mais s’il eust plu à Dieu de lui envoier un fils, il en eust fait grand feste’). Nochtans hoefde Filips zich geen zorgen te maken over de erfopvolging, want sinds de 14e eeuw konden bij de Bourgondiërs ook vrouwen de adellijke lijn verderzetten. Toen in 1477 Maria’s vader Karel de Stoute onverwacht op het slagveld tegen de Fransen in Nancy overleed, werd Maria effectief de rechtmatige hertogin.

Maria was twintig jaar oud en had meteen af te rekenen met problemen als gevolg van haar vaders beleid. De bevolking in de Lage Landen was ontevreden over het bemoeizuchtige Bourgondische bewind. De kassen waren leeg omwille van de vele oorlogen die Karel had uitgevochten. Dankzij enkele politieke toegevingen en een intelligente marketingcampagne kon Maria op korte termijn weer krediet winnen bij de bevolking. Ze zette de Bourgondische traditie voort om te investeren in kunst en cultuur. Maria overleed zelf onverwacht na een val van haar paard in Brugge in 1482. In de vijf jaar als hertogin heeft ze niettemin een bescheiden stempel kunnen drukken op het culturele leven. Omwille van verloren geraakte archiefdocumenten is het onmogelijk om een volledig beeld op te stellen van Maria’s mecenaat, maar ze gaf opdracht tot het maken van grafmonumenten, schilderijen, manuscripten en zegels. Maria behield ook de muziekkapel die onder het bewind van haar muziekminnende vader Karel de Stoute was uitgegroeid tot een van de meest prestigieuze van Europa. Ze omringde zich met beroemde componisten, zoals Antoine Busnois, of nodigde

– Maria van Bourgondië erfde van haar vader Karel de Stoute niet alleen de macht over de Bourgondische Nederlanden, maar ook diens muzikale smaak. Ze liet zich omringen door de beste muzikanten van haar tijd.

– Een groot deel van de muziek in laatmiddeleeuwse muziekbronnen is anoniem overgeleverd. Wie gaat er schuil achter die geheimzinnige figuren? Mannen of vrouwen?

– Veel chansons vertellen over de innerlijke gevoelswereld van vrouwen, met een rijk facet aan schakeringen.

rondreizende muzikanten uit. Wellicht had ze zelf ook een muzikale aanleg, want ze speelde het clavichord.

Muziek van bekende & anonieme componisten – of componistes?

Aan het Bourgondische hof werd zowel religieuze als wereldlijke muziek uitgevoerd. Het is net dat wereldlijke repertoire dat Sollazzo Ensemble vanavond onder de loep neemt. Artistiek leidster Anna Danilevskaia is reeds lang gefascineerd door de laatmiddeleeuwse muziekwereld. Het viel haar op dat er van die periode amper, tot geen, namen van vrouwelijke muzikanten bekend zijn. In de hoge middeleeuwen en de renaissance zijn daarentegen wel vrouwelijke muzikanten bekend; enerzijds kennen we figuren als Hildegard von Bingen of trobairitz (vrouwelijke troubadours), anderzijds componistes als Maddalena Casulana of Francesca Caccini.

De lacunes zetten Danilevskaia op een denkspoor. Een groot deel van het laatmiddeleeuwse repertoire is anoniem

overgeleverd. Zou een vrouwelijke componiste zich achter die anonimiteit schuilen? Daar zijn amper bewijzen voor. Maar de vraag leidt wel tot een paradigmaverschuiving. Het standaard toeschrijven van een anoniem stuk aan een componist en niet aan een componiste, is in de (muziek)geschiedenis een diepgeworteld mechanisme. Zowel onderzoekers, muzikanten als het publiek gebruiken al te vaak een hypothetisch ‘hij’. Uit gewoonte stellen muziekliefhebbers zich achter dit raadselachtige personage een bleke kopie voor van Guillaume Dufay of Josquin Desprez.

In de Loirevallei werden omstreeks 1465-1475 enkele chansonniers samengesteld die de voornaamste bronnen vormen voor muziek die circuleerde in zowel Frankrijk als de Bourgondische Lage Landen. Die liedboeken vormen de leidraad voor het vocale repertoire op dit programma. Daarnaast selecteerde Danilevskaia instrumentaal repertoire dat opgenomen werd in Harmonice Musices Odhecaton (1501), de vroegste muziekdruk van de Venetiaanse uitgever Ottaviano Petrucci. De anthologie bevat wereldlijk werk van bekende en anonieme componisten. Opmerkelijk is dat de tekst van de chansons in die druk niet is opgenomen, wat een aanwijzing kan zijn van een instrumentale uitvoering van die liederen.

Een vrouwelijke leefwereld

Een groot deel van de anonieme liederen uit de Loire-chansonniers is geschreven vanuit het perspectief van de vrouw. Maria van Bourgondië zag ongetwijfeld haar eigen gevoelens in de liederen weerspiegeld. De gevoelens die behandeld worden zijn divers. Er zijn liederen

met een melancholische, tot zelfs dramatische, inslag. Een treffend voorbeeld is het destijds beroemde lied Comme femme desconfortée (‘Als een vrouw in nood … verlang ik dag en nacht naar de dood’), dat niet alleen in het Dijon chansonnier, maar ook andere manuscripten werd opgenomen. De (onbeantwoorde) liefde inspireert componisten/s tot hartverscheurende liederen, zoals Ravy d’amours. Andere liederen hebben dan weer een meer brutaal karakter, zoals Bevons ma commere uit het Bayeux chansonnier.

De chansons die over de gevoelswereld van de vrouw vertellen, kunnen volgens Danilevskaia ook door mannenstemmen uitgevoerd worden. Dat contrast stelt de gebruikelijke genderrollen in vraag. Samen met haar zangers en instrumentalisten verkent Danilevskaia de rijkdom aan kleuren en emoties die in de chansons voorkomen. De laatmiddeleeuwse chansons zaaien twijfel over onze hedendaagse geesten en confronteren ons met de automatismen in ons denken.

Let niet alleen op de vocale stemmen, maar ook hoe de instrumenten een rijk polyfoon klankspectrum weven in de muziek. #deeplistening

La doulce amour

Lara Barsacq & ClubMediéval

zo 17 mei 2026

15.00 & 19.00 Concertgebouw

ClubMediéval:

Thomas Baeté: vedels, zang & artistieke leiding

Eugénie De Mey: zang

Lambert Colson: cornetto, cornetto mutto & blokfluiten

Michaël Grébil: luit, cister, percussie & zang

Vincent Kibildis: harp & zang

Lara Barsacq: dans & choreografie

Marta Capaccioli & Aymara Parola: dans

Guillaume Dufay (ca.1400-1474)

Resvelons-nous

Karel de Stoute (1433-1477)

Ma dame, trop vous mesprenés

Anoniem La Stangetta

Loyset Compère (1445-1518)

Le grand désir

Jacob Obrecht (1457-1505)

Rompeltiere

Maria van Bourgondië (1457-1482)

Mijne gheminde uit de Excell. Cronike van Vlaenderen

Basse danse Roti Boully joyeulx, uit Brussels ms. 9085

Anoniem Dit le Bourguygnon

O felle fortuyne, wat hebdy gewracht uit Antwerps Liedboek

Guillaume de Malbecque (ca.1400-1465)

Quant de la belle

Anoniem (?Josquin Desprez ca.1450-1521)

Proch Dolor à7

Hedendaagse pas de deux op 15e-eeuwse muziek

Speciaal voor deze vierde editie van GOLD, gewijd aan hertogin Maria van Bourgondië (1457-1482), bracht Concertgebouw Brugge twee oude bekenden voor het Concertgebouw samen op het podium: choreografe en danseres Lara Barsacq en muzikant en artistiek leider van ClubMediéval Thomas Baeté. Zij brengen een ensemble van drie dansers en vijf muzikanten mee.

Lara Barsacq staat bekend om haar werk rond historische vrouwenfiguren die door de geschiedenis naar de marge geduwd werden. Met Kassia Undead – vorig jaar te zien tijdens December Dance – zette ze voor het eerst een middeleeuwse figuur centraal: de 9e-eeuwse componiste en dichteres Kassia van Konstantinopel. Baeté brengt met ClubMediéval een collectief van sterke muzikale persoonlijkheden samen rond de polyfonie van de late middeleeuwen. Hij gaat op zoek naar wat er achter het repertoire schuilgaat, en naar een uitvoering die historische nauwkeurigheid en persoonlijke expressie in evenwicht houdt. La doulce amour is een artistieke ontmoeting tussen twee artiesten uit verschillende disciplines die dezelfde historische wereld als werkterrein delen en die nu voor het eerst samen betreden, in de stad die Maria van Bourgondië boven alle andere verkoos.

Maria van Bourgondië

Op 5 januari 1477 overleed Karel de Stoute na een veldtocht bij Nancy. Zijn dochter Maria, negentien jaar oud en enig kind, erfde daarmee zeventien Bourgondische territoria, een vijandige peetvader in de gedaante van de Franse koning Lodewijk XI, en een hof dat haar gezag betwistte. Ze riep de stedelingen persoonlijk om hulp. In een gedicht richtte ze zich tot de inwoners van Brugge en Gent: jong, alleen, een wees tegenover een verraderlijke peetvader. Ze was dat ook echt, en zette die kwetsbaarheid vernuftig in.

Maria van Bourgondië leefde kort en intens. Na een val van haar paard tijdens een jacht in de bossen van Wijnendale bij Torhout stierf ze op vijfentwintigjarige leeftijd. Toch zijn de

– Choreografe en danseres Lara Barsacq en muzikant en artistiek leider van ClubMediéval Thomas Baeté creëren dit werk speciaal voor GOLD met een ensemble van drie dansers en vijf muzikanten mee.

– Bij de keuze van de muziek vertrok Thomas Baeté vanuit de vraag: welke muziek zou Maria van Bourgondië hebben beluisterd?

– Het choreografische materiaal voor La doulce amour putte Lara Barsacq uit het Livre des Basses Danses, het dansboekje van Maria’s dochter Margareta van Oostenrijk.

sporen die ze naliet in deze stad onuitwisbaar: ze vierde haar huwelijk met Maximiliaan van Oostenrijk in Brugge, bracht hier haar zoon Filips de Schone ter wereld, en ligt begraven in de Onze-Lieve-Vrouwekerk.

De playlist van een hertogin

Muziek is de motor van La doulce amour. Thomas Baeté vertrok vanuit de vraag: welke muziek zou Maria van Bourgondië hebben beluisterd? Welke componisten klonken aan haar vaders hof, in de kerken en zalen die zij frequenteerde? Geen enkele kroniek koppelt haar aan een specifiek stuk, maar de muzikale wereld die haar omringde is wel gedocumenteerd. Vanuit die context cureerde Baeté een soort persoonlijke soundtrack rond haar leven.

Om die soundtrack samen te stellen, las hij zich in in haar leven en karakter, op zoek naar stukken die aansloten bij wie ze was en die iets over haar konden vertellen. Eén van die stukken is O Felle Fortuyne, uit het Antwerpse Liedboek – een afscheidslied waarin een anonieme rederijker de stervende Maria van Bourgondië fictief aan het woord liet. Maria van Bourgondië was toen al tachtig jaar dood, maar ze leefde voort als personage. In dit lied zingt ze vanop haar sterfbed, sprekend tot haar kinderen, man, en vrienden.

Van O Felle Fortuyne bleef alleen de tekst bewaard, de melodie ging verloren. Baeté onderzocht meer dan honderd liederen op zoek naar een lied met hetzelfde rijmschema. In een verwant lied vond hij een vermelde melodie, een psalmtoon die perfect paste op Maria van Bourgondiës stervenslied. In La doulce amour klinkt O Felle Fortuyne voor het eerst in bijna vijfhonderd jaar: tekst en melodie weer verenigd, een reconstructie die bijna vijf eeuwen op zich liet wachten.

Op het podium is iedereen Maria van Bourgondië

Net zoals Baeté de muziek schikte rond de levensboog van Maria van Bourgondië, inspireerde Barsacq zich op het leven van Maria voor de dans. Het choreografische materiaal voor La doulce amour put uit het Livre des Basses Danses van Margareta van Oostenrijk. Een langwerpig boekje op zwart perkament, beschreven in gouden en zilveren inkt, samengesteld ergens tussen 1490 en 1510. Het bevat 58 basse danses, genoteerd in een systeem van letters die de danspassen coderen, gecombineerd met melodieën. De dansen kwamen rechtstreeks voort uit de hofcultuur die Maria van Bourgondië zelf heeft gekend. Het boekje draagt de naam van Margareta, dochter van Maximiliaan en Maria van Bourgondië.

Wat het manuscript voor Barsacq zo aantrekkelijk maakt, is precies wat het niet prijsgeeft. De notenbalken bevatten melodieën, de letterreeksen eronder staan voor danspassen, maar over de uitvoering zelf zegt het manuscript niks. Die leemte is voor Barsacq geen obstakel maar een uitnodiging: hedendaagse lichamen vullen in wat de tijd heeft uitgewist.

De basse danse – de hoofse dans van het Bourgondische hof, elegant en bijna glijdend over de grond – loopt als een rode draad door de voorstelling maar transformeert voortdurend. Afhankelijk van de levensfase die wordt verkend, verschuift de dans van register: soms ceremonieel als een processie, soms strikt gecodeerd volgens de notatie, soms intuïtiever en vanuit een eigen belichaming van Maria van Bourgondië.

Voor La doulce amour werken beide makers volgens het repetitieschema van muzikanten: het materiaal wordt individueel voorbereid en de volledige groep – dansers en muzikanten – komt slechts drie dagen bijeen. Goed voorbereid, met een diepgaande kennis van het leven en de wereld van Maria van Bourgondië, brengen Barsacq en Baeté hun materiaal dan voor het eerst fysiek samen. Wat deze artistieke ontmoeting oplevert, ontdekken we op 17 mei.

‘De basse danse – de hoofse dans van het Bourgondische hof, elegant en bijna glijdend over de grond – loopt als een rode draad door de voorstelling maar transformeert voortdurend.’

Liedteksten La doulce amour

Mijne gheminde

Mijne gheminde, ick biddu hertelick,

Aensiet hoe lettel mijn voys gheacht es.

Remedieert mijn lijden smertelick,

In also varre alst in hu macht es.

Een weese, een maecht, die dus vereracht es,

Van hem, die my ter vonten hief!

Ach, doet my bijstant, eert al versmacht es.

Noeyt volc so goede cause besief.

Betraut in Gode, hebdy my lief.

Voor een maecht vechten es eer ende vruecht.

Raept moet, ghi bluscht hu eyghen grief.

God sal ons helpen by sijnder duecht.

Oec biddie hu minlic: hebt, of ghi muecht,

Eendrachticheyt tsamen, wats gheschiet.

Ne weist in sijn heyrcracht niet onghehuecht:

Int meeste volc en licht die victorie niet.

Eere, ionst ende duecht mijn siele hu biedt.

By my, als ionghe princersse cleene.

Doet bystant, dat hu God vruecht verleene!

Resvelons-nous

Resvelons nous, resvelons, amoureux:

Alons au bois tantost cueillir le may

Et chanterons chascun un virelay

Pour sa dame, s’en serons plus joyeux

Tenor:

Alons ent bien tos au may

Ma dame trop vous mesprenés

Ma dame trop vous mesprenés, Quant vers moy ne vous gouvernes.

Aultrement qui l’oseroit dire, Car onques saint tant de martire

Ontwaak, minnaars, ontwaak: Laten we meteen naar het bos gaan om de mei te plukken

En laat elkeen een virelay zingen

Voor zijn dulcinée, en er steeds vrolijker op worden

Tenor:

Laten we op weg gaan naar de mei

Wanneer je me negeert. Wie zou anders durven beweren

N’en dura que vous me donnes. Mijn dame, je bezorgt me grote pijn

Er is nooit een sint of martelaar geweest

Die zo’n behandeling heeft moeten doorstaan (onvolledig rondeau)

Le grand désir

Le grand désir daymer my tient

Quant de la belle me souvient

Et du joly temps qui verdoye

Et hoye

Er bevangt mij een groot liefdesverlangen Als ik terugdenk aan die mooie vrouw

En aan de vrolijke tijd wanneer het groen opbloeit. En hop

Tantost aller y my convient

vers celle la que mon cueur tient je croy quel en aura grant joye

Et hoye

Belle je viens par devers vous pour avoir plaisir et secours vostre amour trop fort me guerroye Et hoye

Bienviengnez amy par amours or me dictes que querez vous vous fault il rien que de moy jaye Et hoye

Belle par raison me convient dire damours ce qu’apartient que vostre amy tenu je soye Et hoye

Je suys celle qui rien ne tient a son amy quant il y vient

Bien nous en monstreray la voye Et hoye

Ce faulx jalloux souvent y vient

Lequel ma dict quil me convient

De lassier lamoureuse voye Et hoye

Maiz mon amy cest pour neant

Car quant de vous il me souvient

Mon cueur vit et volle de joye

Et hoye

Rompeltier

Rompeltier, rompeltaer

Rompeltaeran die deur niet

Myn man die nes myn bet niet

Rompeltaeran die deur niet

An die deure romplet niet

Mi man die nes myn bet niet

Die nes da inne.

O Felle fortuyne

1

O Felle fortuyne wat hebdy gewracht.

Wat hebt ghi nv bedreuen

Aen een lansvrou van grooter macht

Te Brugghe liet si haer leuen

Cranck auontuer schent menighen man

Goods gracie wil haer bistaen nochtan

God wil haer zijn rijcke gheuen

Terstond moet ik op stap

Naar haar aan wie mijn hart toebehoort

Ik denk dat het haar grote vreugde schenkt;

En hop!

‘Schoonheid, ik kom naar u toe

Om genot en hulp te krijgen.

Mijn liefde voor u kwelde mij al te zeer.

En hop!’

‘U bent welgekomen, mijn vriend, bij Amor!

Maar zeg me toch, wat zoekt u dan?

Moet u iets wat ik uit mezelf bezit?

En hop!’

‘Schoonheid, terecht moet ik u

namens Amor zeggen dat het past dat ik als uw vriend beschouwd word.

En hop!’

‘Ik ben er ééntje die zich geenszins houdt aan haar vriend, als die verschijnt.

Ik toon u wel hoe dat gaat.

En hop!’

‘De valse, afgunstige man die hier vaak komt

zei me dat het mij betaamt het liefdespad te verlaten.

En hop’

‘Maar, mijn vriend, dat is zonder reden, Want als ik aan u terugdenk

Leeft mijn hart op en is vervoerd van vreugde.

En hop!’

2

Och edel prince Maximiliaen

mijn man mijn edel heere

Hier moet een scheyden zijn ghedaen

mijn herte doet mi seere

Ende mijnen natuere wort mi so cranck

O god almachtich lof ende danck

Van deser werelt ick mi nv keere

3

Oorlof van Ghelre neue reyn

Oorlof mijn heeren alte samen

Eylaces het moet gescheyden zijn

God behoede v allen van blamen

Adieu Philips van Rauensteyn

Adieu van Beueren neue reyn

Ende Simpol hooch van namen

4

Oorlof mijn lieue nichte soet

Van Ghelre hertoginne

Oorlof mijn reyn Keyserlijck bloet

Dien ic so seer beminne

Tscheyden van v doet mi so wee

Ghi en siet mi leuende nemmermeer

Oorlof alle mijn ghesinne

5

Adieu Margrite edel bloeme reyn

Mijn liefste dochter bidt voor mi

Mijn herte is in grooten weyn

Eylaes die doot is mi so bi

Het moet doch eens ghestoruen zijn

Adieu Philips lieue sone mijn

Ick scheyde noch veel te vroech van dijn.

6

Adieu mijn vrienden altemale

Ghi hebt mi redelijc wel ghedient

Nv bidde ick v met corter tale

Weest doch mijn kinderkens vrient

Ende mijnen man wilt doet bistaat

Ende zijt eendrachtich in v lant

Ic hope het wert v noch wel versien.

7

Oorlof lieue man mijn heere

God verleene v paeys ende vrede.

Ick ben so moede ick en mach niet meere. die doot beroert mi alle mijn lede

Adieu Brugghe schoon stede soet

God wil v nemen in zijn behoet

Daer toe elck lant ende stede.

Quant de la belle

Quant de la belle me parti, Tristresse vint de ma partie. Jay este de sa departi, E nuit et jour de joye party.

Onques amans en tel parti

Ne fü pour sa dame en partie

Quant de la belle me parti

Tristresse vint de ma partie

Briefment retourneray parti

Flour de bialute quj na partie

Car leesse est de moy partie

Dont jay le cuer presques parti

Quant de la belle me part …

Proch dolor

Proch dolor, amissum terris Germanica turba

Magnanimum regem defleat ille jacet

Atque ruit subito preclara Cesaris astrum

Vulnere non maior nunc dolor esse potest, Fortia stelliferi pandantur lumina caeli

Excipiat magnum calico turma virum.

Pie Jesu Domine, dona ei requiem.

Toen ik afscheid nam van mijn geliefde, kwam het verdriet naar mij toe.

Door haar vertrek ben ik dag en nacht verstoken van vreugde.

Nooit was een minnaar er zo benard aan toe, Deels omwille van zijn geliefde

Toen ik afscheid nam van mijn geliefde, Kwam het verdriet naar mij toe.

Binnenkort zal ik terugkeren [van hier],

Bloem van schoonheid die haar gelijke niet kent;

Want de vreugde heeft mij verlaten, Zodat mijn hart bijna gebroken is ...

Word Vriend

Vrienden zijn gepassioneerde cultuurliefhebbers met een zwak voor het Concertgebouw.

Je geeft

€ 85

O smart! Het Duitse volk treurt om hun groothartige koning, die aan het land ontrukt is.

Dood ligt hij daar, en de heldere ster van de keizer is neergestort.

Niets kan nu meer pijn doen dan deze wonde. De sterke deuren van de sterrenhemel mogen zich openen.

Moge de grote man door de hemelscharen ontvangen worden.

Zachtmoedige Heer Jezus, geef hem de rust.

Je voordelen

- Voorrang bij het boeken van tickets

- Gratis tickets voor een van de Vriendenvoorstellingen met drink

- Een jaar lang gratis Concertgebouw Circuit

- Een unieke inkijk in het Concertgebouwprogramma (seizoenslancering, repetities, try-outs ...)

Je steunt

De Makers van het Concertgebouw

Lees meer op concertgebouw.be/vrienden

Word lid van The Keys

The Keys vormen een groep enthousiaste kunst– en muziekliefhebbers die helpen bouwen aan de toekomst van het Concertgebouw als succesvol internationaal podiumkunstenhuis.

Je geeft

€ 660* per seizoen voor 1 persoon of € 825* per seizoen voor 2 personen

*excl. btw

Je voordelen

- Voorrang bij het boeken van tickets

- Gratis tickets voor 3 voorstellingen naar keuze waarvan 1 feestevent met uitgebreide receptie

- Interessante netwerkgelegenheden

- Een jaar lang gratis Concertgebouw Circuit

- 20% korting bij de huur van Forum 6 of 7 voor jouw feest of event

Je steunt

- Jonge artiesten

- Een internationaal programma

- De kwaliteitsgarantie van de Concertgebouwpiano’s

Lees meer op the-keys.be

Biografieën

The Tallis Scholars (UK) groeiden sinds 1973 door talloze opnames en concerten uit tot toonaangevende uitvoerders van renaissancepolyfonie en brachten zo dit repertoire onder de aandacht van het grote publiek, van Japan tot de VS en over heel Europa. Recent vierden ze hun 50e verjaardag met meer dan 2750 concerten op de teller. Componisten als Whitacre, Tavener, Pärt, Muhly en Jackson componeerden opdrachtwerken, die een plek kregen in een repertoire dat inmiddels veel verder reikt dan de renaissance. De captatie van Obrechts Missa de Sancto Donatiano tijdens GOLD 2018 ging viraal op YouTube, maar ook hun reguliere opnames vallen vaak in de prijzen.

Peter Phillips (UK) studeerde renaissancemuziek in Oxford en begon daar uit interesse voor minder gekend repertoire een eigen ensemble. Daarnaast treedt Peter Phillips geregeld op als gastdirigent, onder meer bij de BBC Singers, het Nederlands Kamerkoor, het Deens Radiokoor, en El Leon de Oro. Hij is verder actief als auteur, columnist en radiomaker en geeft wereldwijd masterclasses. Phillips is honorary fellow aan St. John’s College, Oxford en werd geslagen tot Ridder van de Ordre des Arts et des Lettres in Frankrijk.

Ensemble Gamut! (FI) heeft onder leiding van Aino Peltomaa een eigen, uniek geluid gecreëerd door elementen uit middeleeuwse muziek en Finse volksliederen te combineren en op gedurfde wijze te herschikken, samen met improvisatie en elektronische soundscapes. Hun muziek klinkt in kerken en concertzalen, maar ook in musea en clubs. ‘Gamut’ is ontleed aan de middeleeuwse muziektheorie van Guido van Arezzo rond kleurreproductie. ‘Kamut’ betekent ‘vrienden’ in het Fins, en het woord ‘Kamu’ is een afkorting van kansanmusiikki, wat volksmuziek betekent.

Muzikante en zangeres Aino Peltomaa’s (FI) artistieke benadering verweeft tradities uit de oude muziek met folk, jazz, elektronische muziek en beeldende kunst. Ze is (mede) artistiek leider van verschillende ensembles, waaronder Peltomaa Fraanje Perkola, Ensemble Gamut!, Amor Céu, Harmony of the Spheres en ´k:amos. Haar projecten verschijnen op verschillende Europese podia en radio, en haar opnames worden geprezen door zowel de klassieke als de progressieve muziekwereld. Met haar masters in muziek en psychologie organiseert ze retraites waarin Gregoriaanse gezangen, yoga en meditatie worden geïntegreerd.

Het in 2014 opgerichte Sollazzo Ensemble (FR/CH), bestaat uit klassieke, jazz- en volksmusici met een passie voor laatmiddeleeuwse en vroegrenaissancemuziek. Het ensemble wordt geprezen om zijn expressieve uitvoeringen. Met een focus op historisch repertoire en uitvoering streven de muzikanten naar een tijdloze identiteit voor elk stuk. Het ensemble won talloze prijzen, waaronder de York Early Music Competition. Hun geprezen discografie omvat cd’s gewijd aan 13etot 15e-eeuws repertoire. Ze treden op in Europa, de Verenigde Staten en Azië, en zijn van 2024 tot 2026 ensemble in residentie in het Arsenal de Metz en in Concertgebouw Brugge onder de vorm van een Makerschap voor oprichter Anna Danilevskaia. Sollazzo geniet op regelmatige basis de steun van de DRAC Grand Est, de regio Grand Est, het Centre National de la Musique, Adami en Spedidam. Sollazzo wordt ondersteund door de Groupe Caisse des Dépôts, hoofdsponsor. Sollazzo is lid van REMA, FEVIS en Scène Ensemble.

Anna Danilevskaia (FR) is violaspeler en specialist in repertoire van de 14e tot de 17e eeuw.

Tijdens haar studies aan de Schola Cantorum Basiliensis lag de focus op middeleeuwse viool, en later rondde ze haar studies af met een masterdiploma bij Paolo Pandolfo. In 2014 richtte ze Sollazzo op. Parle qui veut! was in 2024 binnen haar Makerschap

in Concertgebouw Brugge haar eerste project met haar ensemble. Ze wordt geloofd om haar muzikale taal die door critici ‘uniek, gedurfd en toch respectvol’ wordt genoemd. We leven toch niet meer in de middeleeuwen? is haar eerste familievoorstelling die ze ook in het kader van haar Makerschap in Brugge creëerde. Sinds 1 januari is Anna Danilevskaia de nieuwe artistiek directeur van het MA Festival.

ClubMediéval (BE) verenigt een aantal sterke persoonlijkheden rond vedelspeler Thomas Baeté. Samen verkennen ze het repertoire van de middeleeuwen van Noordtot Zuid-Europa, met speciale aandacht voor de symbolen, de poëzie en de politiek achter de muziek. ClubMediéval betreedt podia als Laus Polyphoniae, Tage Alte Musik Regensburg, Festival de Musique Ancienne Ribeauvillé en het Festival Oude Muziek Utrecht.

Thomas Baetés (BE) instrumenten zijn de viola da gamba en de middeleeuwse vedel, waarmee hij ook zijn zang begeleidt. Zijn muzikale activiteiten brachten hem naar meer dan twintig Europese landen, evenals naar Marokko, Peru, Colombia, de VS, Canada, Georgië en Japan. Vanuit zijn passie voor 14e-eeuwse polyfonie richtte hij het ensemble ClubMediéval op, en met zijn project Transports Publics brengt hij minder bekende 17e-eeuwse muziek aan het licht.

Lara Barsacq (FR) is choreografe en danseres. Ze studeerde hedendaagse dans aan het Conservatoire National Supérieur de Musique et de Danse in Parijs. Aansluitend danste en choreografeerde ze voor het Batsheva Ensemble onder leiding van Ohad Naharin en in eigen naam. Daarnaast danste ze bij onder meer Les ballets C de la B, Lisi Estaras, Benny Claessens, Lies Pauwels en Jérôme Bel. Sinds 2007 woont ze in Brussel. Na een periode als uitvoerend kunstenaar, keert Barsacq sedert enkele jaren terug naar de choreografie en maakt opnieuw eigen werk met projecten als Lost in Ballets russes (2018), IDA don’t cry me love (2019), Fruit Tree (2021), La Grande Nymphe (2023) en Kassia Undead (2025) – waarin ze vergeten vrouwen uit de (dans)geschiedenis naar het podium brengt, tussen archief en fictie, tussen incarnatie en documentaire. Van 2020 tot 2022 was ze huisartieste bij Charleroi danse. Later was ze ook aan het Théâtre de Liège (2024-2028) en de Cité musicale-Metz (2024-2026) verbonden als huisartiest.

Getipt

do 21 mei 2026

20.00 Kamermuziekzaal

Musici van het Budapest Festival Orchestra

Bartók, Mendelssohn & Fischer

In Bartóks Divertimento voor strijkorkest hoor je elementen uit de volksmuziek, maar voel je ook een dreigende ondertoon door de historische context waarin het werk ontstond.

Iván Fischer zet die thematiek expliciet voort in Eine deutsch-jiddische Kantate, een werk van zijn eigen hand waarin Duitse en Joodse muzikale tradities met elkaar worden verweven.

Felix Mendelssohns Strijkoctet grijpt terug op klassieke vormen, maar bruist tegelijkertijd van romantische energie en vernieuwing.

zo 31 mei 2026

15.00 Concertzaal

a nocte temporis, Choeur de Chambre de Namur & Reinoud Van Mechelen

Rameau. Les Boréades

Rameau zou zijn ‘tragédie lyrique’ Les Boréades nooit horen, de geënsceneerde opera ging pas in 1982 in première. Koningin Alphise is verliefd op Abaris, een vreemdeling, terwijl de traditie eist dat ze een afstammeling van Boreas huwt. Als een ware deus ex machina komt Apollo een handje toesteken: het huwelijk wordt gefikst, het happy end is verzekerd. Rameau toont zich op zijn best in pakkende aria’s en aanstekelijke dansen – nooit was een tragedie zo swingend.

Laat weten wat je van de voorstelling vond met #concertgebouwbrugge

Info & tickets +32 (0)78 15 20 20 — In&Uit: ‘t Zand 34, Brugge concertgebouw.be

© David Samyn

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
do 14 mei - zo 17 mei 2026 GOLD by Concertgebouw Brugge - Issuu