Skip to main content

2603006 / Anima Eterna Brugge & Alexander Declercq

Page 1


Anima Eterna brengt in dit programma muziek die nog geen eeuw oud is. Hebben we daar wel historische uitvoeringspraktijk bij nodig?

Speelden muzikanten toen écht anders dan vandaag? Wie enkele historische opnames beluistert, komt al snel tot de conclusie: ja, het klonk verdorie anders. Maar wat maakt het precies anders? Andere instrumenten, andere snaren, andere manieren van spelen en interpreteren? Of zit het in een ander soort van ‘muzikantschap’? Had het publiek andere verwachtingen van muzikanten dan vandaag? Of ligt het aan de opnametechnieken van toen? Die vragen namen de muzikanten van Anima Eterna mee tijdens hun voorbereiding op dit programma. Definitieve antwoorden hebben ze niet. Alleen voorlopige: hier en nu, op het podium.

In een vorig project, opgebouwd rond de muziek van Clara Schumann, hebben jullie een tijdlang geoefend op letterlijk ‘mee-spelen’ met historische opnames. Hoe voelde dat? Gaan jullie dat deze keer weer doen?

Hillary Metzger (cello): Dat was een intense ervaring die veel van ons vroeg. Ik herinner me nog dat ik eerst vooral weerstand voelde: ik wilde niet na-apen, ik wilde mijn eigen ding doen (lacht)! Maar door vol te houden hebben we wel enorm veel geleerd: het is pas door letterlijk in de schoenen te gaan staan van een muzikant van toen en diens gedrag te kopiëren dat een bepaalde manier van spelen opeens logisch en natuurlijk wordt. Bij dit programma gaan we niet zover.

Maar we laten ons wel inspireren door de opnames die er zijn, zoals het Adagio van Barber, in de versie van Toscanini. Wat dan meteen opvalt, is hoeveel sneller Toscanini het speelt! En dat sluit aan bij bevindingen van heel wat onderzoekers: de adagio’s waren echt een pak sneller – dus dat nemen we zeker mee.

In datzelfde project kwamen jullie tot de conclusie dat het portamento (glijden van de ene naar de andere toon bij positiewissels) veel couranter gebruikt werd op het einde van de 19e eeuw dan we doorgaans denken.

Helena Druwé (eerste viool): Dat was inderdaad een van onze vaststellingen. Het vroeg zoveel durf van ons om dat op het podium te brengen! Het publiek vandaag is dat écht niet gewoon en uiteindelijk wil je toch met hen kunnen communiceren. Dat is altijd opnieuw de vraag die ons bezighoudt: eenmaal we op het podium zitten, zijn we geen onderzoekers meer, maar muzikanten die ook ruimte moeten vinden om de muziek hier en nu te interpreteren. Ook in dit programma zal je dus meer portamento horen dan in de meeste opnames van deze muziek, maar hoeveel precies dat beslissen we samen tijdens de repetities. Hetzelfde geldt trouwens voor het vibrato. Op de opnames van toen hoor je een continue, maar kleine vibrato. Wij zijn niet gewoon om zo te spelen, dus we zullen moeten onderzoeken tijdens de repetities of we erin slagen om ons muzikale verhaal op die manier te vertellen.

Anima Eterna verkent Amerikaanse klanken

Uitvoerders & programma

Anima Eterna Brugge: ensemble

Alexander Declercq: piano

Olav Grondelaers: presentatie

Motor Music: video

Annemarie Peeters: script

Florence Beatrice Price (1887–1953)

Quintet in A Minor for Piano and Strings (1928)

II. Andante

III. Juba: Allegro

Samuel Barber (1910–1981)

String Quartet in B Minor, opus 11 (1936)

II. Molto adagio (Adagio for Strings)

Aaron Copland (1900–1990)

Appalachian Spring (versie voor 13 instrumenten, 1944)

met de steun van

met de steun van de Belgische Tax Sheltermaatregel via Flanders Tax Shelter

In 2026 viert de Muziekkapel Koningin Elisabeth de 150e geboortedag van haar oprichtster. De Muziekkapel is vandaag een internationaal Centrum voor Muzikale Uitmuntendheid waar toptalent wordt gevormd door middel van artistiek mentorschap. In dit jubileumjaar deelt de Muziekkapel haar erfgoed met het publiek onder meer door een Steinway D (1910) van de Koningin ter beschikking te stellen voor deze tournee van Anima Eterna.

Anima Eterna Brugge

viool

Helena Druwé

Rebecca Huber

Nicolas Mazzoleni

Emma Williams

altviool

Bernadette Verhagen

Dagmar Valentová

cello

Hilary Metzger

Tine Van Parys

contrabas

Beltane Ruiz Molina

fluit

Anne Parisot

klarinet

Lisa Shklyaver

fagot

Edurne Santos Arrastua

Five min. to go

Scan de qr-code en duik met deze korte podcast al even samen met Olav Grondelaers in het programma van deze avond.

MUZIEK

Aan de andere kant van de oceaan

‘Hoe zou Amerika kunnen klinken?’ Met die vraag reisde de Tsjech Antonín Dvořák op het einde van de 19e eeuw naar New York. Wilde de Amerikaanse klassieke muziek meer zijn dan een simpele doorslag van de Europese, dan moest ze haar eigen stem vinden. Voor Dvořák – een buitenstaander – was het duidelijk: enkel door de muziek van haar minderheden te omarmen, kon de Amerikaanse muziek beginnen zingen. Veertig jaar later bleef Dvořáks vraag echter grotendeels onopgelost: jazz bestormde de oren in de straten en de bars. Maar de klassieke muziek aarzelde: wat kon ze vertellen? Florence Price, Samuel Barber en Aaron Copland componeerden, elk vanuit hun eigen perspectief, een antwoord op die vraag.

Op een zolder in Illinois

Ondanks Dvořáks hartstochtelijke inzet voor componisten van Afro-Amerikaanse afkomst kleurden de klassieke podia in de Verenigde Staten in de eerste helft van de 20e eeuw nog steeds grotendeels blank. Componisten van kleur hadden het allesbehalve makkelijk om hun muziek uitgevoerd te krijgen. Zo schreef Florence Price (1887-1953) naar de bekende dirigent Serge Koussevitzky – in de hoop hem te overtuigen haar werk uit te voeren:

‘I have two handicaps – those of sex and race. I am a woman and I have some Negro blood in my veins. Knowing the worst, then, would you be good enough to hold in check the possible inclination to regard a woman’s composition as long on emotionalism but short on virility and thought content; until you have examined some of my work? … As to the handicap of race, … I should like to be judged on merit alone.’

Koussevitzky hapte nooit toe. Jammer genoeg, want telkens wanneer Prices muziek wél op het podium kwam, kon ze rekenen op luid applaus.

– Met welke stem zingt de Amerikaanse muziek? Het antwoord op die vraag werd door de drie Amerikaanse componisten op het programma radicaal anders ingevuld.

– Florence Price verzoent haar AfroAmerikaanse roots in het zuiden van de VS met de taal van de Europees geïnspireerde klassieke muziek.

– Samuel Barber bleef trouw aan de taal van de late, Europese romantiek.

– Aaron Copland probeerde met zijn muziek gehoor te geven aan zijn communistische inspiratie en het bijbehorende verlangen om zijn muziek dichter bij de ‘gewone man’ te brengen.

Price ontving zelfs complimenten van First Lady Eleanor Roosevelt. Toch kon dit niet verhinderen dat haar muziek grotendeels onbekend bleef. Pas in 2009, meer dan vijftig jaar na haar dood, werd een grote lading van haar manuscripten geheel bij toeval ontdekt op de zolder van een verlaten huis in Illinois. Zo ook het Quintet for piano and strings dat vandaag op de pupiter staat. Net als in veel van haar andere werken overbrugt Price hier moeiteloos de beide muzikale werelden die haar oren bewoonden: die van haar Afro-Amerikaanse roots in het zuiden van de VS en die van de Europees geïnspireerde klassieke muziek. Zeker in het derde deel, net als in Prices symfonieën een juba, is de invloed van de slavenmuziek duidelijk hoorbaar. De juba is een dans die ontstond op de plantages en waarbij, bij gebrek aan echte percussieinstrumenten, het hele lichaam ritmisch bespeeld wordt.

‘Prices muziek kon telkens rekenen op luid applaus, toch bleef haar muziek grotendeels onbekend tot 2009.’

Wereldberoemd adagio

Samuel Barber (1910-1981) schreef zijn allerbekendste werken in … Europa. Niet toevallig. Als componist bleef hij trouw aan de taal van de late, Europese romantiek. Voor Barber geen roots, geen folk, geen jazz en ook geen avantgarde. In 1935 won hij de Prijs van Rome, wat beloond werd met een tweejarig verblijf in de stad. In die periode componeerde hij het String Quartet, opus 11. Toen hij het tweede deel van het strijkkwartet af had, omschreef hij het in een brief als een ‘Knock-out!’. Zijn intuïtie klopte: het Adagio behoort, in de versie voor orkest uit 1938, tot de beroemdste werken uit de klassieke muziek.

Amerikaanse legende

Aaron Copland (1900-1990) componeerde de score voor Appalachian Spring in opdracht van de invloedrijke mecenas Elizabeth Sprague Coolidge voor choreografe Martha Graham. Graham toonde eerder al haar interesse in producties rond de Amerikaanse geschiedenis en cultuur. En ook Copland had met zijn balletten Billy the Kid en Rodeo een flinke dosis ‘Americana’ in zijn muziek verwerkt. Hij gaf daarmee gehoor aan zijn communistische inspiratie en het bijbehorende verlangen om zijn muziek dichter bij de ‘gewone man’ te brengen.

Graham vertelde Copland dat ze wilde dat het ballet ‘a legend of American living’ zou zijn, ‘like a bone structure, the inner frame that holds together a people.’ De titel voor het ballet ontleenden Copland en Graham aan een gedicht van Hart Crane. De setting is evenwel niet die van de Appalachen maar van een typisch pioniersdorp in Pennsylvania. Het script onderging tijdens het werkproces van Graham

en Copland heel wat wijzigingen: in eerdere versies was de context van de Burgeroorlog en de strijd om de afschaffing van de slavernij veel duidelijker aanwezig. Bij de première in 1944 landde het ballet in zijn uiteindelijke vorm: een verhaal dat draait om de bruiloft van ‘The Bride’ met ‘The Husbandman’, de moeder van de bruid – ‘The Pioneer Woman’ – die het geheel aanschouwt vanuit haar schommelstoel en een prediker – ‘The Revivalist’– met zijn vier volgelingen.

Copland onderstreepte de actie met muziek die eerst het wijde, onbegrensde landschap oproept, vervolgens via levendige motieven de dansende voeten van ‘The Revivalist’ en zijn volgelingen aanvuurt en daarna ook het gespannen gemoed van ‘The Bride’ verklankt. Op het einde komt de muzikale climax: een set van variaties op de Shaker hymne ‘Simple Gifts’ – waarbij de ‘The Bride’ en ‘The Husbandman’ zich installeren in hun nieuwe huis.

Het ballet was een instant succes. De première, vijf maanden na D-Day, werd onthaald als een verhaal van hoop: een nieuw begin na moeilijke tijden. De bewerking van de partituur tot een suite voor orkest leverde Copland een Pulitzer Price op en tot op vandaag geldt de muziek van Appalachian Spring als een sterk symbool voor de Amerikaanse identiteit – gebruikt door politici aan beide zijden van het Amerikaanse politieke landschap.

Biografieën

Sinds zijn oprichting in 1987 ligt de ziel en bestaansreden van het orkest Anima Eterna Brugge (BE) in een voortdurende zoektocht, in de vraag naar de oorsprong en context van muziek en haar uitvoering. Welke instrumenten klonken er? Hoe lazen muzikanten hun partituren? Wat verwachtten componisten van hun noten?

Vanuit die vraagstelling brengt

Anima Eterna muziek uit de periode 1750 tot 1945 naar vandaag. Het hart van Anima Eterna is een internationaal samengestelde groep muzikanten en specialisten, gedreven door passie voor onderzoek en experiment.

Zij duiken diep in historische bronnen, gaan op zoek naar

authentiek instrumentarium en speeltechnieken, en geven zo telkens nieuwe betekenis aan de muziek. Opgericht en grootgebracht door Jos van Immerseel, ontwikkelt het orkest zich vandaag onder de artistieke leiding van violiste Midori Seiler, zelf vijftien jaar lang concertmeester en dirigent bij Anima Eterna. Samen met andere gerenommeerde gastdirigenten bouwt

Anima Eterna aan één gemeenschappelijk doel: het collectieve geheugen verrijken met nieuwe klanken, nieuwe verhalen en nieuwe ontdekkingen.

Alexander Declercq (BE) studeerde aan het conservatorium in Brugge (piano en klarinet) en nadien aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel en in de Hochschüle für Musik und Tanz in Keulen. Al op jonge leeftijd won hij diverse nationale en internationale competities, waardoor hij in uiteenlopende zalen optrad. Declercq werd gecoacht door onder meer Jos Van Immerseel, Claire Chevalier, Abdel Rahman El-Bacha, Sergei Edelmann, Lukáš Vondráček, André De Groote, Lucas Blondeel en Markus Groh. Naast zijn solocarrière speelt hij in kamermuziekverband en als orkestsolist. In 2021 richtte hij mee het collectief YMB (Young Musicians Bruges) op. Daarnaast is Declercq klarinettist in Trio Brisk en Som’Ensemble en pianist van het Cortenbach Trio.

Olav Grondelaers (BE) volgde na zijn studies Germaanse talen aan de KU Leuven zijn late roeping om klassiek gitarist te worden. In 1999 begon hij voor het toenmalige Radio 3 te werken als muzieksamensteller. Een jaar later kon hij bij Klara aan de slag als reporter. Daarnaast maakte hij in de daaropvolgende jaren culturele bijdragen voor de ochtend op Radio 1 en voor het vrt-nieuws. Vanaf 2008 presenteerde hij met Thomas Vanderveken de ochtend op Klara, later werd hij ook eindredacteur van datzelfde ochtendprogramma. Van 2013 tot 2018 had hij zijn eigen cultuurprogramma Happy Hour op vrijdagavond. Ondertussen is hij de gastheer van het dagelijkse magazine rond muziekactualiteit Music Matters.

‘Anima Eterna Brugge is letterlijk sinds dag één een trouwe partner van het Concertgebouw, want het liet er op 20.02.2002 om 20.02 de allereerste noten weerklinken.’

Lees alles over ons huisorkest Anima Eterna Brugge en onze andere huisartiesten op concertgebouw.be/huisartiesten.

Getipt

wo 25 mrt 2026

20.00 Concertzaal

Les Cris de Paris Schütz. Hooglied

Heinrich Schütz liet zich zijn hele leven lang inspireren door het Hooglied, het meest dichterlijke en zinnelijke Bijbelboek. Op deze magistrale erotische poëzie liet hij al zijn kunnen los in de nieuwe muzikale taal die hij had ontwikkeld sinds zijn leertijd bij Gabrieli in Venetië. Hierin gaan timbres en ruimteeffecten samen met solowerk en meerkorigheid. Sindsdien weerklonk de Bijbelse liefde met Italiaanse eleganza.

do 26 mrt 2026

20.00 Concertzaal

Youth Orchestra Flanders & Joshua Brown Stravinsky, Shostakovich & Brewaeys

Het Youth Orchestra Flanders vertolkt zijn liefde voor jonge hemelbestormers. Brewaeys was 26 toen hij …, e poi c’era… schreef, zijn Eerste symfonie. Stravinsky componeerde op zijn 27e zijn magistrale Vuurvogel. En Shostakovich begon in 1947 aan zijn Eerste vioolconcerto voor zijn goede vriend David Oistrakh. Hij was net de 40 voorbij, maar zou zijn leven lang een jeugdige rebel in hart en nieren blijven.

Laat weten wat je van de voorstelling vond met #concertgebouwbrugge

Info & tickets +32 (0)78 15 20 20 — In&Uit: ‘t Zand 34, Brugge concertgebouw.be

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook