Quatuor Diotima
Beethoven, Poppe & Streich

![]()

Quatuor Diotima (FR), in 1966 gesticht door afgestudeerden van het conservatorium van Parijs, alludeert in zijn naam op twee bronnen. Enerzijds verwijst het naar Diotima, een personage uit een roman van de vroeg-romantische Duitse dichter Friedrich Hölderlin: Hyperion. Daarmee is de naam wezenlijk een allegorie voor de Duitse romantiek.
Anderzijds slaat de naam ook op een strijkkwartet van Luigi Nono, Fragmente-Stille, an Diotima, gecomponeerd in 1980. Hierdoor legt het kwartet evenzeer de link met de hedendaagse muziek en werkt het regelmatig samen met levende componisten, onder wie Pierre Boulez en Helmut Lachenmann.
Yun-Peng Zhao (CN/FR) is medeoprichter van het Quatuor Diotima. Als eerste violist leidt hij het ensemble en bouwde hij een sterke reputatie op in hedendaagse muziek. Hij werkte samen met componisten als Pierre Boulez en Helmut Lachenmann, en creëerde talrijke nieuwe werken. Tegelijk vertolkt hij klassiek repertoire van onder meer Beethoven en Bartók met een frisse, analytische benadering. Zhao treedt wereldwijd op in vooraanstaande zalen en festivals en is actief als pedagoog via masterclasses en academies.
Violist Léo Marillier (FR) studeerde aan het New England Conservatory en het Conservatorium van Parijs, gevolgd door een master in onderzoek aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Als lid van het Diotima Quartet toerde hij door Colombia, Europa en de Verenigde Arabische Emiraten. Hij trad op in zalen als de ElbPhilharmonie in Hamburg, de Philharmonie in Keulen, het auditorium van Radio-France, Jordan Hall en het Théâtre des Bouffes du Nord. Al op dertienjarige leeftijd verscheen Marillier als solist onder meer bij het Wiener Symphoniker en het orkest van het Conservatorium van Parijs. In Berlijn bracht hij het concert Jouissance de la Différence V van Eun-Hwa Cho in première. Daarnaast werkte hij samen met Ensemble InterContemporain, 2e2m en Multilatérale, en is hij vast lid van Cairn Ensemble. Marillier is artistiek directeur van het Inventio-festival in Parijs en medeoprichter van het Joyce Quartet.
Franck Chevalier (FR), geboren in 1973 in Flers, begon op zevenjarige leeftijd met vioollessen en startte op zijn dertiende ook met altvioollessen aan het Conservatoire National de Région de Caen. In 1996 won hij de eerste prijs voor altviool en de prijs voor kamermuziek, waarna hij lid werd van het Orchestre National de France. Als solist voerde Chevalier al concerten van Mozart, Britten en Bruch uit in Caen, Châteauroux en Cervo (Italië). Met het Quatuor Diotima beweegt hij zich tussen orkesten kamermuziek.
Alexis Descharmes (FR) studeerde cello aan het Conservatorium van Parijs en trad in 1998 toe tot het Ensemble Court-circuit, het IRCAM en het Ensemble Intercontemporain. In 2006 werd hij lid van het orkest van Opéra National de Paris, waarna hij in 2016 werd benoemd tot eerste cellist bij het Orchestre National de Bordeaux Aquitaine. In 2023 vond Descharmes dan zijn plek bij het Quatuor Diotima, waar hij zijn affiniteit met zowel het romantische als het hedendaagse repertoire ten volle kan benutten. Vijftig hedendaagse werken werden aan hem opgedragen, en zijn discografie omvat ongeveer vijftig opnames, als solist of met de bovengenoemde ensembles.
19.15 inleiding door Mark Delaere
Quatuor Diotima:
Yun-Peng Zhao & Léo Marillier: viool
Franck Chevalier: altviool
Alexis Descharmes: cello
Lisa Streich (1985) Sternenstill (2020)
Enno Poppe (1969)
Buch, for string quartet (2016)
– No. 1, Marcato
– No. 2, Viertel = 60
– No. 3, Viertel = 108
– No. 4, Viertel = 144
– No. 5, Viertel = 50
pauze
Ludwig van Beethoven (1770-1827)
Strijkkwartet nr. 14 in cis, opus 131 (1826)
– Adagio ma non troppo e molto espressivo
– Allegro molto vivace
– Allegro moderato (recitativo)
– Andante ma non troppo e molto cantabile (variaties)
– Presto
– Adagio quasi un poco andante
– Allegro
In zijn werktoelichting bij het strijkkwartet dat we vanavond beluisteren schrijft Enno Poppe: ‘Jarenlang dacht ik dat het schrijven van strijkkwartetten niet meer mocht. Ik ben echter vergeten waarom. Wellicht omdat het strijkkwartet in al zijn rationaliteit te reactionair of te burgerlijk werd bevonden’. Het negentiende-eeuwse strijkkwartet situeert zich oorspronkelijk inderdaad in de huiskamer van de hogere burgerij of begoede middenklasse. In tegenstelling tot de symfonie of opera is het geen openbaar genre. Naast fysieke beslotenheid kenmerkt het zich ook door een vorm van cultureel elitarisme, alsof het strijkkwartet enkel weggelegd is voor kenners en niet voor liefhebbers. Omdat het strijkkwartet het experimenteerterrein bij uitstek was van componisten, wisten ook zogenaamde kenners er ook al vlug geen raad mee.
Beethoven als spelbreker
De conventies van het strijkkwartet gaan inderdaad al vroeg op de schop. Nadat hij Beethovens opus 131 had beluisterd, zou Schubert gezegd hebben: ‘Wat kunnen wij nu nog schrijven?’ Met de late strijkkwartetten van Beethoven wisten latere componisten als Mendelssohn, Schumann, Brahms of Dvořák inderdaad geen raad. Omdat die late werken helemaal niet beantwoorden aan de vorm en expressie van het romantisch strijkkwartet, namen ze enkel de strijkkwartetten uit Beethovens middenperiode als model. Pas in de twintigste eeuw vonden componisten opnieuw aansluiting bij Beethovens late kwartetten, Béla Bartók in het bijzonder. Beethoven deed het muzikale establishment dus al vroeg op zijn grondvesten daveren. In de woorden van Enno Poppe: ‘Artistieke verzetsbewegingen richten zich altijd tegen het establishment. Ik vond de late strijkkwartetten van Beethoven echter allerminst tot het establishment behoren. Ik zag er veeleer cultuurproducten in die met
– Met referenties aan Beethoven en Boulez vult Enno Poppes Buch de bibliotheek van het strijkkwartet mooi aan.
– In het kwartet van Lisa Streich vormen de precies voorgeschreven boogbewegingen een elegante choreografie van armen.
– De zeven delen van Beethovens opus 131 gaan zonder onderbreking in elkaar over, wat de concentratie van uitvoerders en luisteraars serieus op de proef stelt.
uitsterven waren bedreigd en zonder steun niet konden overleven. Op een bedreigde diersoort schiet je niet. Een kunstenaar die iets kwetsbaars wil afschaffen, heeft niet begrepen waarvoor je moet vechten’. Zowel Enno Poppe zelf als Lisa Streich zetten die strijd onverminderd verder.
De weerbarstige Beethoven
Herhaling en voorspelbaarheid garanderen populariteit, het tegendeel onbegrip en verbijstering. Wat maakt Beethovens
Strijkkwartet nr. 14 in cis, opus 131 (1826) nu zo weerbarstig? De verwachting is dat een strijkkwartet vier delen heeft, maar opus 131 telt er niet minder dan zeven. Bovendien lopen die zeven delen zonder onderbreking in elkaar over, zodat de luisteraar een taaie brok muziek van bijna veertig minuten voor de kiezen krijgt. In plaats van een korte, langzame inleiding die ons in de juiste expressieve sfeer brengt, horen we in het openingsdeel een grondig uitgewerkte fuga, zowat de meest abstracte en constructivistische compositietechniek. Het vierde, centrale, deel is een variatiereeks. Het thema waarop gevarieerd wordt, is allerminst een korte, bevattelijke en populaire melodie,
‘Het strijkkwartet was het experimenteerterrein bij uitstek van componisten.’
zoals in die tijd gebruikelijk was. Het is zelfs niet duidelijk afgesloten zodat je er het raden naar hebt wanneer de eerste variatie begint. Door de voortdurende wijziging van tempo en maatsoort horen we vooral (karakter)variaties, en weinig herhaling of versiering van het thema. Samenklanken zijn soms wrang, vooral in de trage delen, en meer dan eens duiken ook onverwachte onderbrekingen op die de luisterervaring uit evenwicht brengen. Luister bijvoorbeeld naar het slot van het vijfde deel: een scherzo dat normaal gezien tot de meest voorspelbare en vrolijke bewegingen behoort. Het hoofdthema klinkt inderdaad lichtvoetig, maar de behandeling is dat allerminst. Plotse rusten, een stokkende beweging, scherp gearticuleerde pizzicato’s en zelfs een passage die sul ponticello gespeeld moet worden, dragen bij tot de vervreemding. In deze laatste techniek worden de snaren ter hoogte van de kam aangestreken waardoor de klank meer ruis dan toonhoogte bevat. De late Beethoven is even weerbarstig als Bartók, Webern of Ligeti, waarmee we die techniek eerder associëren.
Lisa Streich staat stil bij de sterren
Met zo’n familienaam ben je voorbestemd om een strijkkwartet te schrijven. De beluistering van Sternenstill (2020) maakt duidelijk dat de strijktechniek zelfs het centrale thema is van dit werk. Het bestaat uit een doorlopend geheel van veertien minuten waarin korte contrasterende fragmenten elkaar afwisselen en herhaald worden. Bij elke herhaling wijzigt er wel iets: microtonen die buiten de normale
stemming vallen verkleuren een eenvoudige tonale akkoordprogressie, of een muzikant neuriet een toon zachtjes mee. De belangrijkste verkleuring volgt echter uit de verschillende strijktechnieken die Streich voorschrijft, en zelfs meer specifiek uit het gebruik van de boog. Variatie in de positie daarvan maakt dat nu eens de haren, dan weer het hout, of een combinatie van haren en hout de snaren bestrijken en beslaan. Origineel is dat Streich ook zes gradaties in snelheid van de boogvoering noteert, van bewegingsloos tot 2,5 (volledige!) boogstreken per seconde. Daardoor ontstaat niet enkel een uiterst subtiel klankpalet: de concertbeleving omvat ook een uitgekiende choreografie van bewegende armen dat deze Zweedse componiste met een vlucht vogels vergelijkt.
Naast de late strijkkwartetten van Beethoven was ook het gelijknamige Livre pour quatuor (1949) van Pierre Boulez een belangrijke inspiratiebron voor Enno Poppes strijkkwartet Buch (2016). Poppe verwoordt zijn relatie daartoe als volgt: ‘Dit is een van de meest onbevattelijke en overweldigende strijkkwartetten die ik ken. Hoewel ik me al twintig jaar op dit stuk toeleg, heb ik de sleutel nog steeds niet gevonden. Buch is de sleutel zeker niet, maar veeleer een zoektocht en een diepe buiging’. Poppes ‘boek’ bevat vijf hoofdstukken: een onrustige opening met een snelle opeenvolging van korte inzetten, een zacht deel gebaseerd op glissandi, twee studies in respectievelijk zachte en harde klankkleuren, en een lang uitgesponnen en introvert akkoordisch slotdeel.
Mark Delaere
Hoor hoe het Scherzo van Beethovens opus 131 vrolijk begint, maar op het einde helemaal verbrokkelt. #deeplistening
Vrienden zijn gepassioneerde cultuurliefhebbers met een zwak voor het Concertgebouw.
Je geeft
€ 85
Je voordelen
- Voorrang bij het boeken van tickets
- Gratis tickets voor een van de Vriendenvoorstellingen met drink
- Een jaar lang gratis Concertgebouw Circuit
- Een unieke inkijk in het Concertgebouwprogramma (seizoenslancering, repetities, try-outs ...)
Je steunt
De Makers van het Concertgebouw
Lees meer op concertgebouw.be/vrienden


The Keys vormen een groep enthousiaste kunst– en muziekliefhebbers die helpen bouwen aan de toekomst van het Concertgebouw als succesvol internationaal podiumkunstenhuis.
Je geeft
€ 660* per seizoen voor 1 persoon of € 825* per seizoen voor 2 personen
*excl. btw
Je voordelen
- Voorrang bij het boeken van tickets
- Gratis tickets voor 3 voorstellingen naar keuze waarvan 1 feestevent met uitgebreide receptie
- Interessante netwerkgelegenheden
- Een jaar lang gratis Concertgebouw Circuit
- 20% korting bij de huur van Forum 6 of 7 voor jouw feest of event
Je steunt
- Jonge artiesten
- Een internationaal programma
- De kwaliteitsgarantie van de Concertgebouwpiano’s
Lees meer op the-keys.be


Pianisten gezocht!
Droom jij ervan je favoriete pianostukken te brengen op het grote Concertgebouwpodium? En dan nog wel op een echte concertvleugel, met je eigen repertoire, voor jouw eigen publiek? Tijdens deze vierde editie van Play Here hebben we iets bijzonders in petto: deelnemers kunnen kiezen uit een echte Steinway of de rechtsnarige piano van Chris Maene. We zoeken dus opnieuw pianisten van alle leeftijden en niveaus die Circuit-bezoekers, vrienden en familie blij willen maken op een zomerse dag met hun favoriete pianomuziek van achter het klavier!
info & inschrijven concertgebouw.be/playhere

di 05 mei 2026 / 19.30
seizoenslancering waarop iedereen welkom is
wo 06 mei 2026 nieuw programma online
ma 11 mei 2026
start verkoop educatieve activiteiten
di 12 mei 2026
start voorverkoop voor Vrienden & The Keys
ma 18 mei 2026 start voorverkoop voor groepen
di 19 mei 2026 start verkoop abonnementen & losse tickets en Cera-vennoten

wo 15, do 16, vr 17 & zo 18 apr 2026 / 19.00 & 21.00
zo 19 apr 2026 / 15.00 & 17.00
Concertzaal scène

Normaal gaat het zo: je zit in de zaal te luisteren naar het orkest op het podium. Dat op zich is al prachtig. Maar in CLUB Surround gaat het een beetje anders. Je zit op het podium, middenin het orkest. Je lichaam gaat meetrillen, je ervaart ritme en melodie zoals nooit tevoren en volgt de aanwijzingen van de dirigent van op enkele meters. Je voelt de muziek kortom van binnenuit, een volstrekt unieke ervaring!
do 30 apr 2026
20.00 Concertzaal

Vier figuren – een criticus, een chef-kok, een ziener en een diva – cirkelen rond een gedekte tafel, elk in de ban van hun obsessies en zelfvernietiging. Het publiek neemt plaats aan tafel, of sommigen toch. Anderen zweven rondom rond en geven hun ogen de kost.
De maaltijd begint nooit. Het muzikale diner brokkelt uit elkaar, schoonheid gist, genot wankelt. Eat Me gaat over honger, over lichamen en klanken die balanceren tussen lust en overdaad, schoonheid en verval.
Laat weten wat je van de voorstelling vond met #concertgebouwbrugge
Info & tickets +32 (0)78 15 20 20 — In&Uit: ‘t Zand 34, Brugge concertgebouw.be