WORTELEND WAAR WATER STROOMT
BACHELORPROEF LANDSCHAPS-EN TUINARCHITECTUUR 2023-2024
GROENKLIMAATAS DRIE ALS STRUCTURELE OPPORTUNITEIT VOOR KLIMAATROBUUSTE WIJKEN TEN ZUIDOOSTEN VAN GENT
HANNAH DE BIE
KASK & CONSERVATORIUM, HOGENT
SITUERING
GROENKLIMAATAS DRIE
PROLOOG Voor een afstand van 360km slingert de Schelde zich doorheen Frankrijk en België, om uiteindelijk via de Westerschelde uit te monden in de Noordzee. Het punt waar de rivier voor de eerste keer invloed ondervindt van de getijdenwerking van die zee, het Sluizeneiland in Gent, kan tevens gezien worden als het hart van het projectgebied. Hier ligt ook de grens tussen de Bovenschelde en de Zeeschelde. Groenklimaatas 3 (zie hiernaast) en het randstedelijk gebied ten zuidoosten van de binnenstad van Gent (met de wijken Macharius-Heirnis, Dampoort, Ledeberg, Oud-Gentbrugge en Gentbrugge) vormt het kader waarbinnen gewerkt wordt.
ANTWERPEN GENT BRUSSEL DOORNIK
ANTWERPEN GOUY DESTELBERGEN
MOERVA ART
BINNENSTAD MACHARIUS -HEIRNIS
LDE SCHE DU R M E LOKEREN
GENT
LEDEBERG
MELLE
GENTBRUGGE
WETTEREN DEN
MELLE
SC
HELDE
ANALYSE
ABIOTISCH SYSTEEM
<
N
0
1000m
SLUIS EILAND
DAMVALLEI GENTBRUGSE MEERSEN
In 1990 ontstond het eerste idee om vanuit de binnenstad van Gent recreatieve, ecologische en landschappelijke verbindingen naar het buitengebied te creëren. Deze zouden de stad voorzien van natuur, een frisse wind op hete zomerdagen en een veilig fietsnetwerk. Vandaag de dag verbinden acht groenklimaatassen het stadscentrum met grote groenpolen en open ruimte rondom Gent. In dit project zoomen we in op GKA3, met als startpunt Portus Ganda, waar de Schelde en de Leie samenvloeien. Groenklimaatas drie volgt vervolgens de loop van de Schelde richting het zuidoosten, via het Keizerpark naar de groenpolen Damvallei en Gentbrugse Meersen. Op grotere schaal vormt GKA3 de poort naar Nationaal Park Scheldevallei.
DENDERMONDE
DER
LEIE
PORTUS GANDA
GROENKLIMAATASSEN
BORNEM
DAMVALLEI
De identiteit en aantrekkelijkheid van Gent heeft de stad vooral te danken aan de prominente aanwezigheid van haar waterlopen. De Leie en Schelde liggen mee aan de basis van het ontstaan van de stad, om te overleven moet men immers een bron van water in de buurt hebben. Het water verklaart veel landschapshistorische ontwikkelingen, zoals op welke gronden het eerst gebouwd werd, en welke gronden langer voor agrarisch gebruik dienst deden, waar de grootste natuurpolen zich bevinden.... De laatste decennia is er echter steeds minder geluisterd naar het water en het landschapshistorische verhaal, waardoor er enorm veel open ruimte is verdwenen, waterlopen overwelfd zijn... met alle gevolgen van dien (hittestress, wateroverlast...) In deze opgave wordt getracht op zoek te gaan naar een strategie om een ruimtelijk antwoord te bieden aan die actuele vraagstukken voor het gebied ten zuidoosten van Gent.
E17
OUDGENTBRUGGE
DURMEVALLEI
KALKENSE MEERSEN ZWIJNAARDE
DAMPOORT
Waar water stroomt, wortelen mensen. Waar mensen wortelen, wordt water gedronken, getemd, vervuild, geloosd, bevaren, gevierd en gevreesd. Al eeuwenlang hebben we een ambivalente relatie met water. Water vormt een gevaar, maar tegelijkertijd de grootste bron van leven (én plezier). Afhankelijk van de context zien we het als onze beste vriend of grootste vijand. (Helaas werkten we dit laatste perspectief vooral zelf in de hand.)
SCHELDEVALLEI
GETUIGENHEUVEL BLANDIJNBERG AFGEGRAVEN RIVIERDUIN DESTELBERGEN DEKZANDRUG VAN LEDEBERG
In het projectgebied blijkt de geologische tijdschaal alom vertegenwoordigd te zijn. In de binnenstad van Gent tekent de befaamde Blandijnberg de horizon. Deze is opgebouwd uit meerdere formaties daterend uit het Paleogeen, meer dan 50 miljoen jaar geleden. Ten zuiden van de Schelde rijzen hoge zandige gronden op, die een uitloper van de Vlaamse zandleemstreek vormen. Tussen de Schelde en deze uitloper ligt de dekzandrug van Ledeberg. Tenslotte bepalen rivierduinen ten noorden en oosten van de rivier mee het (micro)reliëf van het landschap ten westen van Gent. Deze ontstonden tijdens het einde van de laatste ijstijd door afzetting van stuifzand uit de bedding van de Schelde tijdens droge periodes. Het water blijkt dus deels oorzaak als gevolg te zijn van het reliëf. HEUSDEN DYNAMISCH UITLOPER VLAAMSERIVIERDUIN RELIËF ZANDLEEMSTREEK RECHTGETROKKEN MEANDER DICHTGESLIBTE PALEOMEANDER ROZEVELDBEEK LEDEBEEK
SLUISEILAND ZEESCHELDE - MET GETIJ BOVENSCHELDE -ZONDER GETIJ
RIETGRACHT
GELAAGD
Duizenden jaren aanwezigheid van water zijn leesbaar in het valleilandschap. Zowel natuurlijke systemen (oude meanders) als menselijke ingrepen (afwateringskanalen zoals de Rietgracht) laten hun sporen na. De Schelde, drager van het systeem, is doorheen de jaren afgesneden van haar meanders en in een keurslijf gegoten. Speciale aandacht gaat naar het feit dat de natuurlijke getijdenwerking van de rivier bijna langsheen de volledige GKA nog aanwezig is. Deze eindigt abrupt ter hoogte van het Sluiseiland. Een sluis vormt daar de scheiding tussen de Bovenschelde en de Zeeschelde. Daarnaast spelen de Rietgracht, Ledebeek en Rozebroekbeek een belangrijke rol in de afwatering van deelgemeenten Ledeberg, Gentbrugge en Dampoort. Helaas zijn deze doorheen de jaren deels overwelfd.
WATERSYSTEEM Afgegraven rivierduinen van de laatste ijstijd en restanten van alluviale gronden laten in de ondergrond sporen na van een dynamisch verleden. De paleomeander ten oosten van de Scheldebocht is nog duidelijk leesbaar in de bodemkaart. De tweede meander, ten westen van de Scheldebocht, is volledig opgehoogd, ook deze ingreep is duidelijk leesbaar in de bodemkaart. Hoge, zandige gronden zijn bebouwd, de natte kleigronden zijn doorheen de geschiedenis gevrijwaard van nederzettingen.
BETROKKEN
AFSTROOM VERGRAVEN OPGEHOOGD BEBOUWD ZAND LEMIG ZAND LICHT ZANDLEEM ZANDLEEM KLEI ZWARE KLEI
BODEM
<
N
0
BIOTISCH SYSTEEM
1000m
SCHELDE ALS DRAGER De aanwezige vegetatie in en rond het projectgebied situeert zich voornamelijk langsheen de oevers van de Schelde. Binnen het stedelijk gebied rijgt de Schelde (en dus ook GKA3) enkele kleine kralen van open groene ruimtes aaneen, zoals het Cotton Island, het Keizerpark en het Arbedpark. Met de stroom mee ruilen robuuste natuurgebieden met een landschappelijk karakter (de Damvallei en de Gentbrugse Meersen) de compacte stedelijke parken in. Tenslotte vormt groenklimaatas drie de toegangspoort van het Nationaal Park Scheldevallei. VAN GESLOTEN NAAR OPEN Het schaarse voorkomen van open ruimtes en natuur binnen de stadsontwikkeling staat in schril contrast met de aanwezigheid van de grote groenpolen Damvallei en Gentbrugse Meersen net buiten de stad. Groenklimaatas drie is zowel in stedelijk gebied als landschappelijke context rijkelijk voorzien van waardevolle groengebieden. Helaas houdt deze tendens op aan de randen van de stad. Een enorme diversiteit aan habitattypes verrijkt het landschap. De duizenden jaren aanwezigheid van de rivier de Schelde bepalen vandaag de dag mee waar welke natuurtypes voorkomen. De Damvallei, bestaande uit waardevolle natte natuur van zowel elzenbroekbossen als graslandtypen zoals schrale hooiweiden, dottergraslanden... is ontstaan op de restanten van een dichtgeslibde meander. Deze ontwikkelde een laagveenecosysteem, waaruit mensen honderden jaren geleden gretig turf ontgonnen. De turfputten tekenen de loop van de oude meander en ontwikkelden de unieke vegetatie. In de Gentbrugse meersen wisselen waterrijke vlaktes (de oorspronkelijke meersen), drogere oppervlakten en bos elkaar af. Ook hier bepalen de restanten van de rechtgetrokken meander mee het natte karakter van de plek. Op de hogere zandgronden binnen het stedelijk weefsel vinden we, vooral in de oude kasteeldomeinen, enkele restanten van loofbossen. Deze habitats worden helaas van elkaar gescheiden door infrastructuren zoals de E17 en de oprukkende verstedelijking.
AANWEZIGE
NATUUR COYENDANSPARK DAMVALLEI
ARBEDPARK
KEIZERPARK
GENTBRUGSE MEERSEN
VERSNIPPERD VERSCHEIDEN VEGETATIE
AKKERLAND GRASLAND NATTE NATUUR BOS SCHELDE + OEVERS
URBANE EVOLUTIE
<
N
0
1000m SUBURBANE SCHELDEDORPEN Ledeberg, Gentbrugge, Sint-Amandsberg, Destelbergen en Heusden zijn stuk voor stuk strategisch ontstaan als Scheldedorpen op de hogere zandgronden langsheen de loop van de rivier. Op deze zandgronden werd eeuwenlang aan landbouw gedaan, vanwege de vruchtbaarheid van de bodem en nabijheid van water. Met hun ligging langsheen de rivier werden de gemeenten ook tijdens de industriële revolutie interessante uitvalsbasissen voor diverse industrieën. De laatste decennia heeft de stedelijke ontwikkeling zowel de agrarische als industriële identiteit van deze wijken ingeruild voor een woonkarakter.
03
01 02 SINT-AMANDSBERG
DESTELBERGEN
GENT - BINNENSTAD
URBANE
EVOLUTIE
SPOORINFRASTRUCTUUR ANTWERPSESTEENWEG
DENDERMONDSESTEENWEG
N70 E17
GENTBRUGGE
BRUSSELSESTEENWEG
LEDEBERG
INFRASTRUCTUUR
R4
URBANE (R)EVOLUTIE? De aanwezigheid van de mens in en rond Gent gaat terug tot in de Oude Steentijd. Toen al vestigde men zich op de hogere zandruggen nabij waterlopen. De tijdelijke nederzettingen ontwikkelden zich doorheen de jaren in vaste bebouwde kernen. Deze evolutie is grofweg op te delen in drie tijdslagen: 01 - Ten tijde van Ferraris had de stedelijke structuur van Gent de vorm aangenomen zoals we die vandaag de dag kennen; een historische kern omringd door gemeenten met een landelijk karakter. ( - 1775) 02 - De industriële revolutie bracht een verstedelijking en conglomeratie van die gehuchten met zich mee, met als gevolg de aanwezigheid van talrijke arbeiderswijken rondom Gent. Deze maken samen deel uit van de 19e eeuwse gordel rond Gent. (1775 - 1950) 03 - De nog resterende open ruimte in Gentbrugge en Sint-Amandsberg is sinds 1950 slachtoffer van de verkavelingswoede, vaak op waterrijke gronden (1950 - heden) De voornaamste toegangswegen naar de stad zijn reeds af te lezen op de Ferrariskaart. In 1837 werd de stad via het oosten ontsloten met een treininfrastructuur en sinds 1973 snijdt de E17 Gentbrugge, de Gentbrugse Meersen en de Damvallei doormidden. De impact van de snelweg op zowel het stedelijk als natuurlijk weefsel is enorm. Zowel in stedelijke als natuurlijke context, op hoge en lage gronden, geeft het toekomstig klimaat een grotere kans op pluviale overstromingen voor het gebied langsheen GKA3. Fluviaal overstromingsriscio is afwezig. De wijken Ledeberg, Oud-Gentbrugge en Dampoort kleuren rood op de hittestreskaart. Het stedelijk hitte-eilandeffect versterkt de gevolgen van een hittegolf voor milieu én gezondheid.
HEUSDEN
HITTESTRESS + OVERSTROMINGSRISICO