HANDREIKING REFORMATORISCHE LEEFWERELD
Deze handreiking is bedoeld als een praktische ondersteuning voor sociaal professionals en adviseurs beleid in het sociaal domein om beter samen te kunnen werken met reformatorische burgers en kerken.

Introductie - Reformatorische mensen noemen elkaar soms ‘ons soort mensen’: mensen die op een vergelijkbare manier in het leven staan als zijzelf. In dit hoofdstuk werken we uit hoe dat leven en hun leefwereld eruitzien.
Deze kennis van de reformatorische leefwereld helpt je om beter te begrijpen waar mensen vandaan komen. En waarom zij een goede reden hebben om te doen wat zij doen.
Basiskennis
Reformatorische christenen maken onderdeel uit van het christendom. Deze stroming kent zijn oorsprong in de 17e eeuw en legt sterk de nadruk op de noodzaak van innerlijke verandering (‘bekering’). Die bekering tot God is volgens de reformatorische geloofsleer nodig, maar kan pas gebeuren als je je zonde eerst heel oprecht hebt gevoeld.
Reformatorische christenen zijn door en door religieus (Boele, 2020). Dit betekent dat God een rol speelt in alle aspecten van hun leven. Hierbij voelen reformatorische christenen zich afhankelijk van God en voelen Gods gezag over hun leven, waarbij God ook de dingen in het leven bestuurt. “Alle dingen in het leven, vruchtbare en onvruchtbare jaren […], gezondheid en ziekte, rijkdom en armoede, komen niet door toeval, maar uit Gods vaderhand,” zo leert zondag 10 van de Heidelbergse Catechismus – een belangrijk leerboek. Het is God die beslist over ziekte en gezondheid. Datzelfde geldt ook voor andere problemen in het leven (Plaisier & Wiertsema, 2022).
De reformatorische zuil heeft een eigen cultuur. Er is bijvoorbeeld sprake van eigen waarden en idealen, betekenisgeving, levensstijl, regels, gewoonten en soms taal.
De lokale reformatorische gemeenschap is een hecht netwerk van familie, kerk, school en winkels: een wij cultuur. De relaties ontstaan en blijven in stand in een tamelijk gesloten kring van familie, vrienden, kerk, scholen en winkels. Mensen kennen elkaar en ondersteunen elkaar. Er is een hoge mate van onderlinge solidariteit. Dit zorgt voor bescherming en veiligheid. Bijvoorbeeld in de vorm van financiële en praktische onderlinge steun, waaronder ook opvangmogelijkheden van kinderen bij andere gezinnen. Deze ‘bonding’ zorgt echter ook voor afstand tot de samenleving en kan ertoe leiden dat mensen buiten eigen kring nauwelijks contacten hebben (Bakker & Felten, 2012).
Volgens een GGD hebben jongeren vooral vrienden en relaties binnen de eigen kring (GGD Gelderland-Midden, 2017).

Er zijn vier kenmerken van de reformatorisch cultuur te onderscheiden
Leefwereld
Onder ‘leefwereld’ verstaan wij iemands persoonlijke wereld van ervaringen en omgeving, inclusief sociaal en cultureel leven. Naast de bij de introductie genoemde kenmerken zijn de volgende kenmerken belangrijk om de leefwereld te begrijpen:
• Reformatorische burgers leven met én vanuit extern gezag. Dat wil zeggen dat het leven geleefd wordt vanuit de religie waarbij God de waarden en normen bepaalt en heeft laten vastleggen in de Bijbel. Dit betekent dat de regie voor keuzes in het leven in eerste instantie niet in de persoon zelf ligt (‘wat goed voelt’), maar van buiten zichzelf komt.
• Het leven is bedoeld als leven in vertrouwen op God.
• Het gezin kent man, vrouw en kinderen als norm. Reformatorischen hebben het gevoel dat dit vanuit de samenleving onder druk is komen te staan.
• Gezagsgetrouwheid. De overheid wordt in de geloofsleer gezien als door God aangesteld. Er is in reformatorische wereld wel een toename te zien van onbegrip voor de uitwerking van ethische keuzes van de overheid voor hun zuil.
• (Opvoed-) problematiek wordt ook geduid vanuit de geloofsleer.
• Loyaliteit naar OSM-ers (= ons soort mensen).
• Terughoudendheid ten opzichte van vernieuwing.
• Wij-cultuur versus ik-cultuur. Waarbij de plattelandscultuur en reformatorisch cultuur soms in elkaar overlopen.

1. De zondagsheiliging is belangrijk. Reformatorische christenen gaan twee à driemaal per zondag naar de kerk. Verder brengt men deze dag door in de kring van het eigen gezin en neemt men zo min mogelijk deel aan het maatschappelijke leven.
2. In het maatschappelijk leven onthouden reformatorische burgers zich van een aantal zaken zoals media (liever geen televisie, gefilterd internet), dansen en bezoek van theater, bioscoop, etc. (De Muynck & Post, 2009). De opkomst van de smartphone en streamingdiensten is de reformatorische zuil echter niet voorbijgegaan.
3. Qua kleding dragen vrouwen geen broek of uitdagende kleding. Het haar is lang. Bij kerkgang dragen zij een hoed, mannen veelal een pak.
4. Voor geestelijke zaken is er een eigen woordenschat, met traditioneel taalgebruik. In het dagelijkse gesprek worden Bijbelteksten gebruikt. Er wordt niet gevloekt, ook zogenaamde bastaardvloeken worden niet gebezigd. De Bijbel leest men meerdere malen per dag uit de Statenvertaling van 1637 (Janse,1985, zoals geciteerd in Janse, 2015).
