Koen nam hoffelijk haar jas aan en hing deze aan de kapstok. ‘Hoe lang is het eigenlijk geleden dat wij samen een hapje zijn gaan eten?’ vroeg hij toen ze de huiskamer binnenkwamen. Isabel reageerde met een spottende blik. ‘We zijn naar de snackbar geweest, romanticus.’ ‘Dat vroeg ik niet.’ ‘Een maand of twee, drie geleden, denk ik. Was dat niet bij die bistro vlak bij de Kalverstraat?’ Koen knikte. ‘En die tongfilet haalde het niet bij het patatje oorlog en de frikadel speciaal van snackbar Het Hoekje. Om maar te zwijgen van het broodje kaassoufflé, dat was echt van een andere planeet.’ Isabel zuchtte theatraal. ‘Jij bent een culinaire barbaar.’ ‘Op z’n tijd. Maar zeg nou eerlijk: jij vond het toch ook lekker?’ Hij dook precies op tijd weg om de mep van zijn vrouw te ontwijken. ‘Geef jij hiermee aan dat ik de locatie voor ons huwelijkslustrum moet veranderen?’ sprak hij ontdaan tijdens zijn vlucht richting bank. ‘Zonde van die geweldige deal, zeg. Voor nog geen driehonderd euro onbeperkt snacken voor de hele bups. Dat de cafetaria tijdens ons feest gewoon openblijft, zag ik niet als probleem.’ Hij keek Isabel uitdagend aan. ‘Blijkbaar denk jij daar anders over.’ Het lukte haar niet meer om de ernstige gezichtsuitdrukking vast te houden. Ze pakte een losliggend kussen van een stoel en smeet het naar zijn hoofd. ‘Idioot,’ lachte ze breeduit. Koen dook ineen. Theatraal hield hij beide handen op de plek waar het kussen zijn hoofd had geraakt. ‘Dit noem ik mishandeling met voorbedachten rade, mevrouw de rechter. Op het moment dat wij die snackbar binnenliepen kwam dit snode plan al bij u op.’ Hij hamerde met zijn rechtervuist op de tafel. ‘Drie jaar hechtenis waarvan vier onvoorwaardelijk.’ Toen Isabel hem vernietigend aankeek, maakte hij een verontschuldigend gebaar. ‘Oké, ik stop met die flauwekul. ‘Wijntje?’ ‘Eh, nee. Doe maar wat fris. Die glazen wijn van gisteren zijn me vandaag opgebroken. Ik heb de halve dag met een stekende koppijn rondgelopen.’ Hij schonk mineraalwater voor haar in en nam zelf een half glas rode wijn. Ze kropen op de bank tegen elkaar aan. Met een half oog volgden ze een film die al een halfuur geleden was begonnen. ‘Vakantie,’ zei Koen om half tien. ‘Eindelijk,’ antwoordde Isabel terwijl de zoveelste moord in beeld kwam. Feitelijk maakte het hen weinig uit welke pulp er werd uitgezonden. ‘Als Willem zo doorgaat, loopt hij volgend jaar de marathon van New York,’ grapte Koen. ‘Zo zie je maar wat een acute levensbedreiging met iemand kan doen. Hij drinkt geen druppel meer, heeft zijn sigaren weggegooid en loopt inderdaad meer kilometers dan het meest fanatieke lid van