De Molukse lessen: verslag debat 11/09 in Moluks Historisch Museum Kunnen de Marokkanen iets leren van de Molukkers? Na de aanslag van 11 september 2001 en helemaal sinds de opkomst van Pim Fortuyn en de moord op Theo van Gogh worden Marokkaanse jongeren constant aangesproken op hun gedrag. Trouw journalist Youssef Azghari waagde een vergelijking met de reactie van de Molukse gemeenschap in de jaren ’70 toen hun jongeren verder moesten in een vijandig gestemde Nederlandse samenleving. In “Molukse lessen voor Marokkanen die radicaliseren” schrijft hij: We kunnen radicalisering onder Marokkaanse jongeren voorkomen als we ze bewust maken dat hun extreme gedrag hun ontwikkeling remt. Dan is het wel nodig dat ook de oudere Marokkanen, net als de Molukkers destijds, hun jongens helpen om hun trots en zelfvertrouwen te hervinden. Als we ze serieus nemen en kansen bieden om in dit land (tot halverwege vorige eeuw het grootste moslimrijk) iets van hun leven te maken, hebben ze geen behoefte aan radicale opvattingen. Dat is de Molukse les.
Na de uitgebreide aandacht voor alle vormen van radicalisering en de gevolgen voor de samenleving is de historische vergelijking van Azghari is op zijn minst verfrissend te noemen. Maar zien de Molukkers het zo ook? En welke lessen zijn er nog meer? Als tegenwicht voor alle andere “9/11” evenementen organiseerde Kosmopolis een publiek gesprek over extreem gedrag en de weg naar hervonden trots en zelfvertrouwen bij Molukkers en Marokkanen in het Moluks Historisch Museum te Utrecht. Dit alles voor een bijna perfect gemengd publiek van zo’n vijftig journalisten, kunstenaars, studenten en onderzoekers van Nederlandse, Molukse en Marokkaanse afkomst(en). Terug naar de jaren ‘70 In het eerste deel van het debat, geleid door Farid Tabarki en Esther-Claire Sasabone werd het publiek geheugen over de Molukse treinkapingen in de jaren ’70 opgefrist met een fragment uit de documentaire Dutch Approach (2000). “Ik handel niet om wanorde te scheppen,” leest een voice-over uit een brief die de enige vrouwelijke treinkaapster schreef aan haar ouders. Oud-treinkaper en schrijver Abe Sahetapy zit samen met museumdirecteur Wim Manuhutu, Marokkaanse jongere Ismael Luki en Molukse jongere en blogger Henry Timisela [zie http://henrytimisela.wordpress.com/] rond de tafel. Abe kende de briefschrijfster goed omdat ze in hetzelfde milieu verkeerden. Hij legt uit dat de treinkapingen van 1975 en 1977 als acties niet op zichzelf stonden. In het decennium daarvoor was bijv. ook de woning van de Indonesische ambassadeur in Wassenaar bezet. Deze acties kwamen voort uit een diepe behoefte aan rechtvaardigheid die niet alleen door de “terroristen” zo werd gevoeld. Veel leden van de Molukse gemeenschap keurden het geweld niet goed, maar zij kwamen met duizenden naar de herdenking in Assen. Na zijn acties heeft Abe 9,5 jaar vast gezeten. Dit was een tijd van veel nadenken waarin hij zijn eigen leven en lot in een ander perspectief is gaan zien. Het streven naar een vrije, onafhankelijke republiek op de Zuid-Molukken, de Republik Maluku Selatan, oftewel het RMSideaal, is hij toen een nieuwe invulling gaan geven. Om aan te geven wat de impact was van de acties, vertelt Wim Manuhutu dat elke Molukker weet waar hij was op 11 juni 1977, de dag waarop met een militaire operatie een einde werd gemaakt aan de treinkaping bij De Punt. Historisch gezien bleek die datum een keerpunt. De afstand tussen de Molukse gemeenschap en de Nederlandse werd groter en troebeler. Wim: “Ik wil niet generaliseren maar in het algemeen hadden Nederlanders in die tijd de schurft aan Molukkers.” Hij studeerde destijds en reisde geregeld met het openbaar vervoer. Ironisch: Ik had altijd plaats in de trein of bus want niemand wilde naast een potentiële treinkaper zitten. Ook ergerden veel Molukkers zich aan de manier waarop de regering met twee maten mat. Koningin Juliana hield bij de onafhankelijkheid van Suriname een toespraak: “Elk volk heeft het recht op een eigen staat.” Voor de Molukkers liever vandaag dan morgen. Ismael Luki luistert mee. Zijn ouders en grootouders kwamen in de jaren ’60 en ’70 naar Nederland. Hij moet bekennen dat hij pas tijdens zijn werk voor een Moluks steunpunt vertrouwd is geraakt met de geschiedenis van de Molukkers want op school kwamen deze gebeurtenissen amper aan bod. Hij denkt dat de jaren ’70 veel heviger waren dan nu. Hij zegt: “Als ik die wanhoop en machteloosheid hoor in die brief, dan denk ik niet dat het al zo ver is met de Marokkaanse jongeren.”