Skip to main content

Brandweerkrant van Nederland - Lente 2026

Page 1


SAMENWERKING

Drie regio’s, één aanpak waterongevallen

Wat begon als een gezamenlijke ambitie, is nu uitgegroeid tot een stevige samenwerking. De veiligheidsregio's Hollands Midden, RotterdamRijnmond en Zuid-Holland Zuid werken samen aan één duidelijke werkwijze voor waterongevallen. Denk aan duiken, oppervlakteredding en het gebruik van vaartuigen. Duiken heeft daarbij de hoogste prioriteit.

De samenwerking startte met een intentieverklaring: de wens om kennis te bundelen, materialen te standaardiseren en opleidingen op elkaar af te stemmen. Al snel werd besloten om concrete stappen te zetten richting één gezamenlijke aanpak, ondersteund door een meerjaren inkoopplan voor duikpakken, duikvoertuigen en duikmaterialen. Het doel is helder: veilig, professioneel en goed voorbereid optreden op en rond het water.

COLUMN

Als het licht uitgaat, moeten wíj blijven branden

Als ik op een kazerne ben, voel ik weer waarom ik ooit voor de brandweer koos: omdat wij er zijn als het écht moeilijk wordt. Maar de wereld om ons heen verandert sneller dan ons rooster, en de kans dat we als land langere tijd zonder stroom komen te zitten, wordt met de dag realistischer. De overheid zegt niet voor niets dat inwoners zichzelf drie dagen moeten kunnen redden, omdat wij in die periode alleen kunnen zijn waar de nood het hoogst is. Ik wil dat we als brandweer dán kunnen leveren wat mensen van ons verwachten.

De druk neemt toe als alles uitvalt

Bij langdurige stroomuitval stopt niet alleen het licht. Digitale systemen vallen weg, communicatie wordt onzeker, incidenten stapelen zich op. Dat zie je terug in analyses uit verschillende veiligheidsregio’s: mensen zitten vast in liften, branden vragen meer mankracht zonder digitale ondersteuning, en we moeten creatief zijn met alternatieve communicatie – van portofoons tot desnoods ouderwetse radioverbindingen. En toch… veel kazernes in Nederland hebben geen eigen noodstroom. Dat knaagt aan me. Want ik wéét dat we er moeten zijn, ook als ons eigen gebouw stilvalt.

LEES VERDER OP PAGINA 2

LEES VERDER OP PAGINA 2

Kazerneren vrijwilligers bij slecht winterweer

De afgelopen winter was er eentje. Veel sneeuwval, vriesperiodes en codes oranje en zelfs code rood. Vooral in het noorden van het land was het raak. De hevige sneeuwval zorgde er in Drenthe voor dat een aantal vrijwillige brandweerkorpsen begin januari uit voorzorg naar hun post werd geroepen om snel te kunnen uitrukken.

VERVOLG VOORPAGINA

Samen testen, samen leren

In november 2025 gingen brandweerduikers uit de drie regio’s het water in tijdens praktijktestdagen voor de aanbesteding van nieuwe duikmiddelen. De nieuwe duikmaterialen werden uitgebreid getest. Daarbij werd er goed gekeken naar comfort, veiligheid en gebruiksgemak. Door

samen te testen, bouwen de regio’s aan een sterke basis voor de toekomst van het duiken. Ook de onderhoudsteams werden betrokken. Tijdens een werkplaatstest in Gouda bekeken medewerkers van Materieel & Logistiek de materialen kritisch. Hun ervaring is onmisbaar. Als iets lastig te onderhouden is, merken zij dat jarenlang. Door hun kennis mee te nemen, worden niet alleen de materialen beter, maar ook de werkpro

Het kazerneren was niet verplicht. De keuze was aan de postchefs zelf. Jeffrey van Hettema (postchef van Roden) legt uit: “Het is de drive om wat te willen doen voor mens en dier die maakt dat wij, en andere korpsen in Drenthe, dit doen. Binnen een kwartier na de vraag had ik al een volwaardige ploeg op de been. Er zijn hier verschillende ruimtes waarin iedereen gewoon regulier kan doorwerken. De coronaperiode heeft ons geleerd dat je je werk eventueel ook elders kan doen. Dus ook hier.”

Bijzondere tijd

Hoe kijkt Jeffrey terug op die periode? “Door de vele sneeuw kreeg je andere uitrukken. Zo zat er een paard vast in meters sneeuw, alleen zijn kop was nog te zien. We hebben in totaal vier keer gekazerneerd gezeten. Een paar keer bij code oranje en ook die ene keer bij code rood. Tijdens het kazerneren hebben we twee uitrukken gehad,

waaronder het ondersteunen van een ambulance. Normaal eet je niet samen. Nu haalden we voor het ontbijt en de lunch boodschappen in de supermarkt en aten we gezellig samen. Het was een heel bijzondere tijd.”

Vanuit het managementteam van de Veiligheidsregio Drenthe is per mail een bedankkaart uitgestuurd naar alle Drentse brandweervrijwilligers en andere medewerkers als bedankje voor hun inzet.

Investeren in vakbekwaamheid

In maart 2026 start een gezamenlijke duikopleiding met twaalf deelnemers: vier uit elke regio. Deze opleiding maakt deel uit van een bredere leerlijn, waarin ook de opleiding tot duikploegleider en de bijscholing van duikinstructeurs zijn opgenomen. Door samen op te leiden ontstaat er één taal, één werkwijze en één manier van handelen. Dat maakt samenwerken tijdens een inzet makkelijker, maar vooral veiliger. Ook de rol van de assistent duikploeg wordt eenduidig vastgelegd, zodat iedere ploeg weet wat zij van elkaar kunnen verwachten.

Een belangrijke mijlpaal

Eerder dit jaar, op 15 januari 2026, werd de gezamenlijke aanbesteding van de duikmiddelen bekrachtigd. Daarmee werd er officieel gekozen voor één standaard in materialen en werkwijzen. Dat maakt het makkelijker om duikers en middelen uit te wisselen tijdens inzetten.

VERVOLG VOORPAGINA

Stappen zetten

In meerdere regio’s worden nu 72­uursdraaiboeken gemaakt, noodaggregaten aangeschaft en back­upsystemen voorbereid. Dat geeft me hoop. Het voelt alsof we als brandweer langzaam klaar gaan staan voor een nieuwe werkelijkheid: eentje waarin wij zelf moeten blijven draaien, zonder afhankelijk te zijn van alles wat normaal zo vanzelfsprekend is.

Noodsteunpunten

Binnen een paar jaar komen er zo’n 4500 noodsteunpunten in Nederland, zodat iedere inwoner binnen 15 minuten ergens terecht kan voor hulp en informatie. Veiligheidsregio’s en gemeenten zijn druk bezig met de voorbereidingen.

Rol van de brandweerkazerne Laten we eerlijk zijn: in veel dorpen is de brandweerkazerne dé plek waar mensen heen gaan als het misgaat. Dat past bij ons. Mensen vertrouwen ons. Maar dan moeten we wel weten wat onze rol is: geven we informatie? Vangen we mensen op? Helpen we met eerste levensbehoeften? Ik wil dat duidelijk is wat we moeten doen én dat we daarvoor klaarstaan.

Klaar wíllen staan

Als Defensie moet opschalen bij grote verstoringen, kunnen ze een beroep op ons doen. Ook dat vraagt duidelijkheid: wat kunnen wij leveren, wat willen we leveren, en wat hebben we daarvoor nodig?

Weerbaarheid begint niet bij scenario’s of draaiboeken. Het begint bij de houding: wij willen klaarstaan Dus laten we het gesprek voeren. Laten we onze rol in die eerste 72 uur scherp maken. Laten we samen, als brandweer en met partners, investeren, oefenen en leren. Want als het licht uitgaat, wil ik maar één ding: dat wij blijven branden.

Jolanda Trijselaar

Voorzitter Brandweer Nederland

COLUMN

Vernieuwde website natuurbrandrisico

De website natuurbrandrisico.nl is volledig vernieuwd en is nu onderdeel van brandweer.nl. De site wordt nu centraal beheerd door het Team Landelijke Communicatie Brandweer Nederland. De nieuwe versie is gebruiksvriendelijker, moderner en biedt meer flexibiliteit voor de regio’s die de fases van natuurbrandrisico beheren.

Een belangrijke verbetering is dat het systeem nu flexibel is ingericht. Mocht uit toekomstig onderzoek blijken dat een andere indeling (bijvoorbeeld drie of vier fasen) beter werkt, dan kan deze eenvoudig en snel worden aangepast, zonder tussenkomst van een programmeur. Ook teksten en meldingen kunnen nu eenvoudig door de websitebeheerder zelf worden aangepast.

BRABANT-NOORD

Regio’s beheren zelf hun fases Hoewel het landelijke beheer nu bij Brandweer Nederland ligt, blijven de veiligheidsregio’s zelf verantwoordelijk voor het aanpassen van de fasen in hun eigen regio. Zij krijgen hiervoor een eigen beheerdersrol, waarmee uitsluitend binnen de eigen regio wijzigingen kunnen worden doorgevoerd.

Nieuwe hoofdlocatie

Brandweer Brabant Noord

Woensdag 17 december is de vernieuwde brandweerkazerne en kantoorlocatie aan de Vogelstraat in ’s-Hertogenbosch officieel geopend. Jack Mikkers, voorzitter Veiligheidsregio

Brabant-Noord en burgemeester van ’s-Hertogenbosch, en Marie-Louise van Schaijk, directeur van de veiligheidsregio en commandant van de brandweer, openden het pand door samen een brandweerslang te koppelen.

Deze locatie vormt het thuishonk voor de 24­uursdienst (beroepsbrandweer) én brandweervrijwilligers van 's­Hertogenbosch. Daarnaast is het pand de regionale ontmoetingslocatie voor medewerkers van de veiligheidsregio, met een diversiteit aan werkplekken en overlegruimten. Met werkplaatsen, een logistiek centrum en de PPMO­testbaan, komen er meerdere belangrijke functies samen op één centrale plek. Niet voor

niets staan de begrippen verbinden, samenwerken en ontmoeten op deze plek centraal.

Brandweer

Voor de 24­uursdienst en vrijwilligers van Brandweer ‘s­Hertogenbosch heeft hun werk in de tijd van de verbouwing niet stilgelegen. Zij stonden 24/7 paraat en waren beschikbaar om uit te rukken. Ook is het onderkomen van de 24­uurs­

Toegankelijk, modern en gebruiksvriendelijk

De website is technisch volledig vernieuwd, verantwoord gebouwd en voldoet aan alle toegankelijkheidsrichtlijnen. De kaart is overzichtelijker: regio’s zijn nu duidelijk zichtbaar en herkenbaar. Ook kun je makkelijk de meldingen van meerdere regio’s tegelijk ontvangen.

Meldingen

Oude abonnees worden per mail gevraagd om zich opnieuw aan te melden. Dit zorgt voor een opgeschoonde en actuele verzendlijst. En uiteraard kunnen ook nieuwe abonnees zich makkelijk aanmelden voor het ontvangen van meldingen bij het veranderen van de fase in een of meerdere regio’s.

Als het meezit gaat de vernieuwde website live op het moment dat deze krant verschijnt.

Nieuwsgierig? Kijk snel op www.natuurbrandrisico.nl

dienst meegenomen in de verbouwing. Zij genieten nu van vernieuwde slaapkamers, kantoren, sportzaal en fitnessruimte. Voor de vrijwilligers is samenkomen na een oefenavond of uitruk ook belangrijk, zij genieten nu ook van een nieuwe ruimte. Zowel de 24­uursdienst als de vrijwilligers maken samen gebruik van de gloednieuwe remise.

Ingebruikname

Op maandag 1 december werd het pand voor het eerst in gebruik genomen. Collega’s gingen na een werkdag met

veel enthousiasme naar huis, een goed begin van een nieuwe start.

Duurzaamheid

Duurzaamheid is een belangrijk uitgangspunt geweest in het ontwerp en de uitwerking. We behielden zoveel mogelijk bestaande bouw en hebben veel duurzame materialen gebruikt, zoals gebrand hout op de gevels enbiobased vloerbedekking in de kantoren. We hebben een warmtekoude opslagsysteem gerealiseerd, zonnepanelen, groene daken en een natuur­inclusief ontwerp.

Sneller en slimmer zicht op natuurbranden met CHRIS

Brandweer Twente zoekt continu naar manieren om efficiënter en effectiever te werken. Innovatie speelt daarbij een belangrijke rol. Met ons Team Digitale Verkenning (TDV) zijn we daarom een samenwerking gestart met een extern bedrijf. Samen werkten we aan een oplossing die ons aanzienlijk tijdwinst oplevert bij de beeldvorming en informatievoorziening tijdens natuurbranden.

Bij een melding van een natuurbrand met uitbreidingsrisico ‘hoog’, wordt de drone van het TDV automatisch gealarmeerd. De drone levert vanuit de lucht waardevolle informatie. Het intekenen van de brandhaarden gebeurde tot nu toe volgens lan­

delijke afspraken handmatig, dat kost relatief veel tijd. “Omdat ook bij natuurbranden elke seconde telt, zijn we op zoek gegaan naar een innovatieve oplossing die snellere beeldvorming mogelijk maakt”, vertelt

Adriaan ter Huurne, specialist natuurbrand bij Brandweer Twente. “Halverwege 2025 zijn we samen met collega’s van ICT in contact gekomen met MEJOR Technologies. We zijn een mooie samenwerking aangegaan.”

CHRIS, real-time informatie

De ontwikkelde software, CHRIS, geeft inzichten tijdens dynamische incidenten en ondersteunt bij het nemen van snellere, beter onderbouwde en veiligere beslissingen. CHRIS analyseert en vertaalt real­time dronebeelden (zowel HR­ als infraroodbeelden) naar direct toepasbare operationele informatie. Op basis van IR­beelden worden vuurpolygonen automatisch ingetekend en worden locatie, oppervlakte, omtrek en

relevante vuurfrontinformatie direct berekend. De info blijft betrouwbaar onder rooklagen en bij beperkte zichtbaarheid. Handmatig intekenen is hierdoor niet meer nodig. Dit levert veel tijdwinst en betrouwbaardere informatie.

Testen

CHRIS werd de afgelopen maanden getest tijdens een demo­ en pilottraject. Daarbij werd een live bewegende brand van ongeveer 400 m² gevolgd. Binnen enkele seconden waren RGB (kleur)­ en infraroodbeelden, gecombineerd met automatisch gegenereerde vuurpolygonen, beschikbaar in één centraal dashboard. Sinds de start is CHRIS samen met beide partijen verder ontwikkeld voor operationeel gebruik.

ZUID-HOLLAND ZUID

DAF-brandweerwagen uit 1970 in ere gehouden

Wie in Sliedrecht woont, heeft hem zeker gezien: de karakteristieke rode DAF brandweerwagen uit 1970. Compleet met originele logo’s van Sliedrecht en een onmiskenbaar hoog motorgeluid. Het voertuig wordt met zorg onderhouden door de Stichting DAF Brandweer Sliedrecht, een club van zeven (oud-)brandweerlieden. Voorzitter Teus Versloot en penningmeester Ronald van den Enden vertellen er beeldend over.

De DAF kwam in 1970 als nieuwe tankautospuit naar Sliedrecht. Ronald verwij als chauffeur/pompbediende met dit voertuig gewerkt.”

In 1987 werd de DAF verkocht aan de bedrijfsbrandweer van Lips in Dordrecht. “In 2015 zagen we hem op Marktplaats, te koop als camper. We hebben hem met geleend geld contant betaald en hierheen gereden. Er zat van alles vast, maar we hebben ‘m helemaal opgeknapt, in theorie zou hij nu kunnen uitrukken.”

Bijzondere ritten

De DAF rijdt één op drie en was een van de

Voordelen

De kracht van CHRIS ligt niet in het gebruik van infrarood op zich, maar in de automatische analyse ervan. Waar infraroodbeelden al beschikbaar zijn via bestaande drones, vertaalt CHRIS de data direct naar bruikbare operationele informatie. Ook maakt CHRIS het mogelijk om de ontwikkeling van een brand in de tijd te volgen en te vergelijken. Door beelden van verschillende momenten samen te brengen, ontstaat inzicht in hoe snel en in welke richting een brand zich verplaatst. Dit helpt bevelvoerders om patronen te herkennen, risico’s beter in te schatten en uitbreiding, waaronder vliegvuur, eerder te signaleren.

laatste brandweerwagens op benzine, voordat diesel de standaard werd. Onder meer oude straalpijpen en andere historische materialen zijn erin verwerkt. Het onderhoud gebeurt met een man of zes, zo’n vier keer per jaar. Ondanks de goede staat zijn er nog wel enkele wensen. Zoals originele spiegels: “Maar die zijn zeldzaam en duur.”

De wagen rijdt regelmatig bij feestjes, het Baggerfestival, Sinterklaas en bruiloften: ‘We hebben zelfs een speciale trap waarmee bruiden op hakjes in kunnen stappen. Heel indrukwekkend was de begrafenis van een jongen van negen jaar die gek was van de brandweer. Wij hebben hem met zijn gezin naar zijn laatste rustplaats mogen brengen.

Opstapringen

Het rijden met een enorm stuur zonder stuurbekrachtiging is een belevenis op zich. Instappen kun je via opstapringen op de voorvelg. Dat zijn net messen, waarmee een collega per ongeluk eens een auto heeft opengesneden. En waar je ook bent, je hoort ’m aankomen. Dat blijft mooi.’

V.l.n.r. Danny Noordergraaf, Nico van Wijgerden, Ronald van den Enden, Marcel van Wijgerden, Teus Versloot, Jan de Jong en Aart Redelijkheid

“Elk brand vertelt een verhaal”

Hoe brandonderzoek helpt om te leren, groeien en samen veiliger te worden

Wanneer de rook is opgetrokken en de brand is geblust, blijft er vaak één belangrijke vraag hangen: wat is er precies gebeurd? Voor brandonderzoekers is dat een beginpunt van hun werk. Niet om schuldigen aan te wijzen, maar om te leren. Leren van incidenten, van het effect van het brandweeroptreden en van de werking van preventieve voorzieningen in gebouwen.

“Brandonderzoek is de spiegel van ons vak”, zegt brand­ en incidentenonderzoeker Gerben van den Boom. Het laat zien wat goed ging en wat beter kan. Elke brand en incident is een kans om samen slimmer te worden.

Van vlam tot verhaal

Brandonderzoek draait om inzicht. Wat was de oorzaak van de brand, hoe verliep die en hoe gedroegen mensen en materialen zich onderweg. Elk stukje informatie draagt bij aan het grotere geheel; van de eerste rookontwikkeling tot het moment van blussing. Die inzichten helpen niet alleen onderzoekers, maar ook de collega’s op de rode wagen. Want juist in het optreden ter plaatse ligt vaak een schat aan informatie verborgen. “En daarom zie je al vaak een brandonderzoeker tijdens de incidentbestrijding aan het werk. Beeldmateriaal maken en informatie verzamelen is dan hun eerste taak”.

De kracht van eerste indrukken

De eerste waarnemingen van brandweermensen zijn van onschatbare waarde. Zij zijn als eerste bij het incident en zien dingen die later nooit meer exact te reconstrueren zijn. ‘Wat zag je toen je aankwam? Waar kwam de rook vandaan, hoe bewoog die, welke kleur had die? Stonden ramen of deuren open of juist dicht? Heb je zelf iets

geopend of verbroken? En in de meterkast… stond de stroom er nog op of heb je zelf iets uitgeschakeld?’ Die eerste waarneming is goud waard. Gerben: “Wat brandweermensen in die eerste minuten zien kan later een groot verschil maken en bijdragen in de reconstructie van de brand”.

Geen ramptoerist van je eigen brand Na afloop van een incident is de nieuwsgierigheid vaak groot. Toch is het belangrijk

Rook, ramen, meterkast en mensen

Een aantal observaties zijn bij elke incidentfase relevant, ongeacht de omvang van de brand.

• Rookbeeld en vlammen: onthoud waar je rook of vlammen zag­ en waar juist niet. De kleur, dichtheid en stroming van rook zeggen veel over het brandverloop.

• Deuren en ramen: waren ze gesloten bij aankomst of juist open? Heb je zelf iets geopend en hoe?

• Meterkast: stond er spanning op, waren groepen al uitgevallen of heb je zelf de stroom uitgeschakeld?

• Bewoners: konden zij de woning op eigen kracht verlaten of moest je ingrijpen? Waar trof je hen aan en in welke toestand.

om het sporenbeeld zoveel mogelijk intact te laten. Verplaats geen materialen zonder noodzaak. “Wat op het eerste gezicht rommel lijkt, kan cruciaal zijn voor het onderzoek. Brandbestrijding gaat voorop maar onthoud welke materialen je waarheen verplaatst hebt. Wees nieuwsgierig maar met respect voor het incident”, benadrukt Gerben.

Samen leren, samen groeien Onderzoek is teamwork. De brand­ en incidentenonderzoekers leggen verbanden, maar de basis van dat werk ligt bij de collega’s die er als eerste bij waren. Door observaties te delen, eventueel beeldmateriaal te maken en informatie door te geven help je mee om patronen te ontdekken en incidenten beter te begrijpen.

“Je zag alleen rook… en toch wist je: dit gaat fout”

25 jaar na de brand bij de Bonte Wever

Voor bijna iedereen in de regio was De Bonte Wever een plek met herinneringen. De voormalige bontweverij werd in de jaren tachtig opgekocht door Henny van der Most. Concerten van BZN en Normaal, de eerste houseparty’s, bruiloften waar je zo binnen kon lopen, poffertjes eten, een bioscoopje pakken. “Het was altijd bizar gezellig,” zegt Jelle. “Iedereen uit de omgeving van Slagharen kende die plek.” Ook voor Eddy was De Bonte Wever vertrouwd terrein. Niet alleen als bezoeker, maar ook als brandweerman. “Wij stonden daar vaak als brandwacht,” vertelt Eddy. “Even vooraf een rondje: vluchtroutes checken, pallets met stenen bij de deur weg laten halen. Dat hoorde er gewoon bij.” Jelle knikt: “En die klinkertjes in de gangen van het gebouw, die lagen altijd los omdat er geen zand tussen zat. Dat hoorde je meteen.” Dat juist díe plek, het hart van Slagharen, op maandag 7 mei 2001 volledig zou afbranden, had niemand kunnen bedenken.

Net na de middag gingen de piepers. Ook Barry weet het nog goed. Het was 13.20 uur. “Ik was toen regionaal officier van dienst,” zegt hij. “Formeel had ik nog geen rol, maar de brand werd snel opgeschaald. Ik ben erheen gereden. Ik voelde: dit wordt groot.” Bij Jelle kwam de melding binnen met toen nog gesproken woord. “Een stormvloed aan codes. Zóveel riedeltjes. Ik werkte toen in Ommen. Ik ben in die periode maar één keer tijdens mijn werk weggegaan voor een brand, en dat was deze. Dan weet je gewoon: dit is serieus. De hele regio werd opgeroepen.” Eddy herinnert zich hetzelfde gevoel.

“Je zag alleen maar rook” Op het eerste gezicht leek het nog mee te vallen. “Je zag alleen rook,” vertelt Barry. “Ik kwam Van der Most nog tegen. Die vroeg: ‘Gaat het?’ En ik zei: ‘Ja hoor, het gaat.’ Maar ondertussen moest je beslissen: blijven we binnen of niet?” Die beslissing viel snel. “Het pand was veel te link,” zegt Barry. “Dat risico kon je niet nemen.” Eddy

stond ondertussen al op het dak. “Via trappen aan de zijkant. De brand zat daar al zeker 20 meter verderop, maar dat zag je niet. Al die oude nissen van vroeger, daaronder zat het vuur al.” Binnen was de situatie verraderlijk. “Er is nog een ploeg bij de bioscoop naar binnen gegaan,” vertelt Jelle. “Die werden ingehaald door zwarte rook.”

Explosies, rook en rondvliegende biervaten

Wat volgt, staat bij alle drie in het geheugen gegrift. “Het rookte gigantisch,” zegt Jelle. “En toen kwam die explosie. Een deur van acht meter breed klapte eruit. Na die knal moesten we rennen om op afstand te komen.” Biervaten vlogen door de lucht.

“Die stonden aan de zijkant van de opslag,” vertelt Eddy. “Ze kwamen over ons heen vliegen.” Jelle: “We stonden met een hele kluit brandweerlieden onder dekking bij een stroomhuisje op de rand van de parkeerplaats.”

Barry van Moll, officier van dienst, leider CoPI, compagniecommandant, Eddy Scholten, manschap post Slagharen en Jelle Nijeboer, manschap post Hardenberg

De boerderij in het vliegvuur

Tijdens de inzet bij de Bonte Wever ontstaat er plotseling onrust aan de rand van het terrein. “Op een gegeven moment hoorden we dat er een boerderij in brand stond,” vertelt Jelle. “Zo’n 400 meter verderop. Dat verwacht je gewoon niet.” Barry vult aan: “Normaal gesproken reken je met vliegvuur tot 50 meter. Bij natuurbrand misschien 100. Dit lag daar vér buiten.”

Toch bleek de dreiging reëel. Door de harde oostenwind en rondvliegende delen, waaronder biervaten, sloeg het vuur over. De boerderij, met een rieten kap, vatte vlam. “Geen houden aan,” zegt Jelle. “Die rieten kap, dat was gewoon klaar.” Een ondersteuningspeloton werd direct ingezet. “Eerst een blusvoertuig met aanvullend materieel,” vertelt Barry. “Later ook ploegen uit andere regio’s.”

“Je raakt het overzicht volledig kwijt” Barry vervulde die dag drie rollen tegelijk: leider CoPI, officier van dienst en compagniecommandant. “Dat was achteraf eigenlijk niet te doen,” zegt hij eerlijk. “Het CoPI kraakte in z’n voegen maar bleef wel functioneren. Het totaalplaatje was ik op een gegeven moment wel kwijt. En ondertussen moest je ook nog afstemmen met politie en ambulance.” De commandopost werd drie keer verplaatst. “Eerst stonden we verkeerd in de wind,” vertelt Barry. “Later weer ergens anders.” Communicatie was een groot probleem. “Het was het analoge tijdperk,” zegt Jelle. “Vier kanalen, meer niet. Alles zat vol. Als er een alarmering uitging, kon je de meldkamer niet eens bereiken.” Ook daar was het zwaar. “Met z’n tweeën in de meldkamer,” zegt Jelle. “Zonder back­up. Dat kun je je nu niet meer voorstellen.” Het overzicht was lastig te houden. Jelle vervolgt: “Nadat we wisten dat de boerderij in lichterlaaie stond, ging iedereen daar kijken wat er aan de hand was. Bij de Bonte Wever zelf konden we namelijk niks meer doen.” Eddy vult aan: “Dat voelde inderdaad heel wrang. Je staat met zóveel voertuigen en mensen, en toch kun je zo’n woning niet

redden.” De brand bij de boerderij benadrukte nogmaals hoe extreem deze inzet was. En hoe grillig het vuur zich die dag gedroeg.

Een brand van formaat

Uiteindelijk werden ongeveer 350 brandweermensen ingezet, verdeeld over meerdere compagnies en pelotons uit onder andere IJsselland, Twente, Drenthe, Flevoland en de Stedendriehoek. “Die oostenwind die richting de weilanden ging is onze redding geweest,” zegt Eddy. “Als de wind de andere kant op had gestaan, had het hele dorp onder de rook gestaan.”

Toch bleef de situatie ongrijpbaar. “Je zag ergens rook,” zegt Eddy, “en dan bleek de brand alweer 20 meter verder te zitten.”

Jelle: “Je blijft denken: dit stopt zo wel. Maar uiteindelijk ging het hele pand eraan.” Om 15.30 uur sloegen de vlammen zichtbaar naar buiten. “Toen wist ik: dit gaan we niet meer redden,” zegt Barry. “Het hele hotel ging verloren.”

Het hart uit het dorp

Wat overbleef was machteloosheid. “Na die explosie stond je met ruim 50 man te kijken,” zegt Jelle. “Je kon niks meer.”

Eddy: “Tja, wat doe je met een straal water in zo’n vuurzee?” De impact op Slagharen was enorm. “Je haalt het hart uit het dorp weg,” zegt Barry. “Huilen stond nader dan het lachen bij omstanders.” Eddy voelt dat nog steeds. “Ik mis De Bonte Wever. Als ik erlangs kom, denk ik nog steeds: zo jammer. Zoveel mensen werkten daar. Het halve dorp was afhankelijk van de Bonte Wever.” Vandaag de dag staat er een woonwijk. Straatnamen als Bonte Weverstraat, Spoelenstraat, Getouwenstraat en de Sterkerijstraat houden de herinnering levend. “Het is bijzonder,” zegt Jelle. “Iedereen wist daar de weg. Iedereen was er wel eens geweest.” 25 jaar later blijft het een brand die indruk maakt. “Een wonder dat er geen gewonden zijn gevallen,” zegt Eddy.

BRABANT-NOORD

Één RI&E voor Handcrew Zuid 6

Vier Arbo-coördinatoren uit vier verschillende veiligheidsregio's hebben samen één gezamenlijke RI&E opgesteld voor Handcrew Zuid 6. Een mooi voorbeeld van hoe regionale samenwerking ook op het gebied van arbeidsveiligheid werkt.

Handcrew Zuid­Nederland is een gespecialiseerd team voor natuurbrandbestrijding. Het is een samenwerkingsverband van zes veiligheidsregio's: drie in Brabant, één in Zeeland en twee in Limburg. Deze regio's financieren het team gezamenlijk. Het personeel voor de Handcrew wordt geleverd door drie Brabantse regio’s en Limburg­Noord. In totaal gaat het om ongeveer 100 brandweermensen die speciaal zijn opgeleid om natuurbranden snel en effectief te bestrijden. Tijdens een inzet staan zij onder leiding van een teamleider Handcrew.

Coördinatie over regio’s heen Omdat de Handcrew meerdere regio’s beslaat, wordt er op verschillende niveaus samengewerkt en afgestemd. De dagelijkse coördinatie ligt bij één coördinator Handcrew. Zo blijven ontwikkelingen overzichtelijk en goed georganiseerd. Daarnaast zijn er interregionale werkgroepen ingericht, onder andere op het gebied van vakbekwaamheid en arbo.

De uitdaging: arbo en werkgeverschap

Op arbogebied ontstond een bijzondere uitdaging. De brandweermensen zijn in dienst van vier verschillende

regio's, waardoor het werkgeverschap is verdeeld. Toch wil je voor zo'n gespecialiseerd team één duidelijke en werkbare aanpak. Daarom is binnen Zuid 6 gekozen voor één gezamenlijke RI&E voor de Handcrew. In plaats van vier aparte plannen van aanpak is er nu één gezamenlijk plan. De coördinator Handcrew heeft hiervoor mandaat gekregen van de vier directies om namens alle regio's op te treden, acties te plannen en de voortgang te bespreken. Ook met de ondernemingsraden zijn hierover afspraken gemaakt. Zij geven gezamenlijk instemming op de RI&E en volgen samen de voortgang van de acties.

Vooruitkijken: leren en verder bouwen Vanuit de Zuid 6­gedachte is de wens om in de toekomst vaker samen op te trekken op RI&E­gebied. Iedere regio heeft eigen materieel en taken, maar door meer vanuit een gezamenlijke basis te werken kunnen ontwikkelingen slimmer en efficiënter worden opgepakt.

Samenwerken loont – ook als het gaat om veilig en gezond werken.

V.l.n.r.: Nard Kroot (VRMWB), Mieke Meulendijks (VRBZO), Johan Mackus (VRLN) en Malonka Baijens (VRBN)

De BATS: een

eeuw Haarlemse brandweerhistorie

Dit jaar viert de BATS zijn honderdjarige dienstverband binnen de organisatie. De BATS, een bijzonder brandweervoertuig met een unieke uitstraling, begon zijn indrukwekkende loopbaan als een rijdende tankautospuit in het hart van Haarlem.

De officiële naam van het voertuig is de A.S.2 (Autospuit 2). Het was het tweede gemotoriseerde voertuig van de Haarlemse brandweer — na een eerdere materiaalwagen — maar de allereerste echte autospuit met afneembare mechanische ladder. De roepnaam ‘De BATS’ ontstond in de praktijk van alledag. Bij het wegrijden uit de stalling (de toenmalige Brinkmann­garage aan de Smedestraat), zorgden explosies in de uitlaat voor enorme klappen die door de straat galmden, dat de bewoners en brandweerlieden inspireerde tot de naam ‘BATS’.

Kracht, capaciteit en restauratie

De technische specificaties benadrukten de zware uitvoering van dit voertuig:

• Gewicht: 6860 kg.

• Motor: Een 70 PK sterke 4­cilinder Magirus benzinemotor met een cilinderinhoud van 10,3 liter.

• Pomp: Een bronzen installatie (Type Z III) met een capaciteit van 2000 liter per minuut bij 8 atmosfeer.

• Ladder: Een afneembare mechanische ladder van essenhout met een stijghoogte van 20 meter.

• Remmen: 1 rem op de aandrijfas; vanwege het enorme gewicht werd op een later tijdstip een Bosch rembekrachtiger ingebouwd op onderdruk om de remweg te verkorten.

• Onderhoud: Na iedere rit moest het voertuig onderhouden worden, ieder vetpotje iedere smeernippel en alle oliën, alles moest gecontroleerd worden.

• Restauratie: Na een langdurig traject werd in 2021 een uitvoerige restauratie van de motor afgerond, waardoor dit unieke stuk vakmanschap in volledig originele staat behouden blijft voor de toekomst.

Een technologisch wonder Het voertuig is gebouwd in 1921. Voor die tijd was de BATS een technologisch wonder: het was de grootste en zwaarste uitvoering die destijds leverbaar was. In heel Nederland is dit specifieke type alleen geleverd aan de korpsen van Haarlem, Schiedam en Leiden. Op 23 februari 1926 vroeg de brandweerstaf toestemming voor de aanschaf van deze 4­cilinder Magirus voor een bedrag van f. 23.000,­. In juli 1926 werd de wagen, model ‘Smyrna’, via de firma Geesink & Zonen uit Weesp geleverd.

Legendarische Inzetten

Sinds de ingebruikname op 23 augustus 1926 stond de BATS vooraan bij de grootste branden in de regio:

• Timmerfabriek Kaub (18 januari 1927): Is de eerste brand waarbij deze spuit werd ingezet bij de grote brand aan de Herensingel en later bij de tweede brand (11 juli 1928) in Halfweg.

• De Haarlemse Scheepsbouw Maatschappij ‘De Vette Kluif’ (26 november 1928): In de Waarderpolder werkte de BATS 12 uur onafgebroken, waarbij 4 stralen over een afstand van 700 meter moesten worden aangevoerd. Waterleiding lag er nog niet in de Waarderpolder en aanjaagverband was nog vrijwel onbekend, trouwens Haarlem had nog maar 1 autospuit.

• Molen De Adriaan (23 april 1932): De spuit werd ingezet bij de bestrijding van de historische molen aan het Spaarne met 2 zware stralen (36 MM mondstuk) om dit Haarlemse symbool te redden.

100 jaar rijdend erfgoed

In 1956 na precies 30 jaar ging de A.S.2 met pensioen, mede vanwege de massieve banden waarmee niet meer gereden mocht worden op de moderne weg. Vandaag, in 2026, is de BATS na de succesvolle motorrevisie nog steeds in volledig originele staat. De BATS is in volle glorie te bewonderen als het rijdende boegbeeld van de brandweer in Kennemerland.

Waarborgen weerbaarheid: bezoek Inspectieraad

Op dinsdag 10 maart bracht de Inspectieraad een bezoek aan Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant. De Inspectieraad bestaat uit de Inspecteurs-Generaal van de inspectiediensten van verschillende ministeries. De Inspectieraad werkt aan de weerbaarheid/continuïteit van de eigen organisatie en kijkt hoe zij de organisaties waar zij toezicht op houden kunnen helpen om de continuïteit te waarborgen.

We namen de Inspectieraad mee in ons verhaal over hoe wij werken aan de continuïteit van onze organisatie. We vertelden hoe we ervoor staan en welke stappen wij al ondernamen om de continuïteit van brandweerzorg, de crisisorganisatie en crisiscommunicatie te waarborgen. We zetten mooie stappen op het gebied van noodstroom, noodcommunicatie en planvorming voor onze organisatie. Zo voorzagen we alle posten van noodstroomaggregaten om de voertuigen operationeel te houden en sloten een convenant met DARES die ons helpt om noodcommunicatie op te zetten. De komende tijd werken we dit verder uit en implementeren dit in onze organisatie. Daarnaast werken we samen met de andere hulpdiensten aan een regionaal plan voor de crisisorganisatie en werken we, onder andere, met andere veiligheidsregio’s en het NIPV aan een weerbaar Nederland.

Brandweerzorg

Vervolgens kwam tijdens een rondleiding door post Tilburg­Centrum onze brandweerzorg in de regio aan bod. Weerbaarheid en continuïteit zit al voor een belangrijk deel verweven in onze reguliere brandweerzorg maar de komende tijd gaan we nog een stap verder om de continuïteit van onze

hulpverlening verder te borgen. We breiden bijvoorbeeld ons DMRnetwerk uit zodat onze manschappen ook zonder C2000 masten met elkaar kunnen blijven communiceren. De directeur van de Unie van Waterschappen, nam de leden van de Inspectieraad mee in de wereld van de waterschappen. Hierbij ging hij in op de uitdagingen waar wij als Nederland voor stonden en staan op het gebied van waterbeheer. We overwonnen in het verleden al veel maar er komen steeds nieuwe uitdagingen bij. Hier moet aandacht voor zijn in preventie en preparatie.

Uitdagingen

De Inspectieraad heeft grote waardering voor de stappen die we al zetten en het enthousiasme waarmee we werken aan onze continuïteit. Graag gaan wij de komende tijd verder in gesprek met een aantal leden van de Inspectieraad en de ministeries die zij vertegenwoordigen. Om de continuïteit verder op orde te brengen zijn er nog wat hobbels te nemen. De uitdagingen liggen nu met name op het gebied van noodcommunicatie en brandstofvoorziening. Dit moeten we gezamenlijk oppakken.

Terschellinger Klaas Visser al halve eeuw brandweervrijwilliger

Klaas Visser (66) is chauffeur-pompbediener bij ploeg Midsland op Terschelling. In januari maakt hij een halve eeuw vol bij de brandweer op het Waddeneiland, een unieke prestatie binnen Brandweer Fryslân.

In de familie van Klaas wordt de liefde voor de brandweer al generaties van vader op zoon doorgegeven. “Mijn vader was postcommandant. Toen ik bijna zestien was, zei hij: ‘Kom er maar bij’. En dus deed ik dat. Van opleidingen of examens was destijds nauwelijks sprake. Kennis van brand of brandbestrijding had ik nog niet. Dat leerde ik allemaal in het werk.”

Kampvuurtjes

Uit de eerste jaren van zijn brandweerloopbaan herinnert Klaas zich vooral veel natuurbranden. “Als de kroegen sloten, trok de jeugd de duinen in om daar een fikkie te stoken en verder te feesten. Die kampvuurtjes liepen nogal eens uit de hand. Soms stonden we drie, vier nachten per week te blussen.” In die tijd waren er op Terschelling geen TS­en voor natuurbrandbestrijding. “We moesten ons redden met eenvoudige middelen. Onze wagen kon niet door de duinen rijden. We probeerden altijd zo dicht mogelijk bij de brand te komen, maakten een inschatting van het brandverloop en creëerden een stoplijn. Met maar 700 liter water aan boord moesten we

bovendien zuinig blussen.” En als het niet lukte om het vuur te doven? Dan kon – en kan! – de ploeg rekenen op hulp van eilander boeren en loonwerkers. “Zo werkt het hier. Iedereen is bereid om elkaar te helpen.”

Blushelikopters

Vooral de grote brand in natuurgebied de Boschplaat in 2004 maakte indruk. “Op twee plekken in het gebied brak tegelijk brand uit. De hitte was enorm, zo had ik het nog nooit meegemaakt. Uiteindelijk moesten er blushelikopters komen om het vuur onder controle te krijgen. Er is nog ruim anderhalve week nageblust.”

Fluitend door PPMO

“We hebben een fantastische ploeg. Sinds een jaar of twaalf is mijn zoon ook vrijwilliger.”

Voorlopig blijven vader en zoon samen blussen: “Ik kom nog altijd fluitend door de PPMO en ben nauw betrokken bij de aanschaf van onze nieuwe TS. Als die straks op de kazerne staat, ga ik er misschien eens over nadenken om het bluspak aan de wilgen te hangen.”

NOODSTEUNPUNTEN

Pilot noodsteunpunten van start

Dit jaar starten alle 25 veiligheidsregio’s met pilots voor noodsteunpunten en coördinatiepunten. Deze pilots moeten duidelijk maken hoe inwoners tijdens een angdurige stroomuitval of andere crisis toch betrouwbare informatie en hulp kunnen krijgen. De pilots zijn een samenwerking tussen gemeenten, veiligheidsregio’s en het ministerie van Justitie en Veiligheid.

Volgens Charlotte van Ruijven, projectleider van het Landelijk project noodsteunpunten, is die samenwerking essentieel, omdat een langdurige stroomuitval niet alleen een technische uitdaging is, maar ook een maatschappelijke. Bewoners moeten ergens terecht kunnen voor informatie en ondersteuning wanneer digitale middelen uitvallen. Voor brandweerkazernes raakt dit direct aan vraagstukken zoals uitruk zonder stroom, deurtoegang, liftopsluitingen en de belasting op communicatiekanalen.

Noodsteunpunten

Tijdens een eerste inventarisatie bleek al dat de invulling van het begrip noodsteun­

punt heel divers is. Komen de mensen er alleen voor informatie of moet er ook een arts aanwezig zijn? In deze pilot worden noodsteunpunten gezien als plekken in de wijk (buurthuizen of andere centrale locaties), waar mensen terechtkunnen voor informatie, als digitale middelen uitvallen.

Coördinatiepunten

Coördinatiepunten vormen de verbindende schakel tussen die noodsteunpunten en de crisisorganisatie van de overheid. In meerdere regio's wordt onderzocht of brandweerkazernes een geschikte plek zijn voor zo'n coördinatiepunt. Kazernes bleken tijdens eerdere stormen al goed te werken als lokaal knooppunt voor informatie en uit­

gifte. Voor een noodsteunpunt zelf zijn kazernes minder geschikt, omdat de brandweer altijd moet kunnen blijven uitrukken. Toch blijft het in kleinere dorpskernen een mogelijke optie.

Vier hoofdthema’s Het landelijk project kent vier hoofdthema’s:

• Basisfunctionaliteit van noodsteunpunten;

• Informatie en communicatie;

• Samenwerking met de samenleving en

• Borging van continuïteit.

Iedere regio bepaalt zelf de inhoud van de pilot. Sommige richten zich op noodcom­

municatie via bijvoorbeeld radioamateurs, anderen op samenwerking met zorginstellingen of wijkorganisaties. Ook gemeenten, hulpdiensten en bewonersgroepen denken mee. In veel wijken ontstaan nu al gesprekken over wat mensen zelf kunnen doen en hoe buurtinitiatieven kunnen aansluiten op de officiële hulpstructuren. Zo ontstaat er aan het einde van dit jaar een landelijke blauwdruk: wat moet overal hetzelfde zijn en waar blijft ruimte voor lokale keuzes?

Eén ding staat nu al vast: de pilots leveren waardevolle inzichten op over hoe Nederland zich beter kan voorbereiden op maatschappelijke ontwrichting en hoe overheden, organisaties en inwoners daarin samen optrekken.

Dit is een niet bestaand bord puur ter illustratie.

Wie denkt dat de brandweer nog altijd een uitgesproken mannenwereld is, hoeft maar even met deze vijf vrouwen te praten. Samen vormen Astrid, Fokje, Huberte, Natasja en Mies een vanzelfsprekend onderdeel van de post Beusichem – niet als ‘de vrouwen’, maar gewoon als collega’s. Toch was dat niet altijd zo.

ZUID-LIMBURG

12 deelnemers beroepsklas binnen vier maanden op de brandweerauto

Vorig voorjaar kondigden we een nieuwe manier van opleiden aan. In september kwamen deelnemers vers binnen bij Brandweer Zuid-Limburg. En amper vier maanden later zitten ze voor de eerste keer op de tankautospuit. Maar liefst twaalf nieuwe collega’s werden in recordtijd klaargestoomd voor het brandweervak, nadat de veiligheidsregio een interne dagopleiding aanbood. Een unicum voor het Zuid-Limburgse korps, dat bijzonder positief uitpakte.

Na een algemene informatieavond bestudeerde de selectiecommissie alle 300 sollicitatiebrieven en werden 60 kandidaten uitgenodigd voor een sporttest. In totaal kwamen 47 mannen en vrouwen door deze fysieke test. Zij werden allen uitgenodigd voor een panelgesprek. Hierin werd een beeld gevormd van de persoonlijkheid van de kandidaat en stond vooral het mentale aspect van het werk centraal. Uiteindelijk werden twintig personen uitgenodigd voor een selectiedag, waar sportieve, mentale en samenwerkingskwaliteiten werden beoordeeld tijdens het uitvoeren van allerlei opdrachten. Voorafgaand aan het laatste keuzemoment moesten de

Eén van hen zit inmiddels al twintig jaar bij de brandweer. Toen zij begon, was ze de tweede vrouw op de post. "De sfeer veranderde toen er meer vrouwen kwamen," vertelt ze. "De eerste vrouw was heel moederlijk, maakte veel praatjes. Ik was meer van: niet lullen maar poetsen. Maar uiteindelijk was je gewoon één van de mannen."

Ook hun omgeving reageerde eigenlijk heel vanzelfsprekend toen ze bij de brandweer gingen. “Echt iets voor jou,” kregen ze vaak te horen. Voor sommigen was het zelfs een logische stap: ze werkten al in het dorp, hadden veel vrienden bij de brandweer of hadden een beheersmatige functie voordat ze gevraagd werden om vrijwilliger te worden. "Als ze me niet hadden gevraagd, was ik er waarschijnlijk nooit aan begonnen," zegt één van hen. "En dat zou ik nu zonde vinden."

Geen vrouwenwerk, maar mensenwerk Specifieke uitdagingen omdat ze vrouw zijn? Die ervaren ze nauwelijks. Bij een hulpverleningsinzet is de één vaak gewondenverzorger, mede door ervaring en (talen)kennis. Een ander kruipt makkelijker achter in een voertuig omdat ze wat klei­

ner is. De kracht zit hem vooral in de samenwerking. Iedereen wordt ingezet op haar of zijn sterke punten. Het onderscheid man­vrouw vinden ze niet belangrijk. "We hoeven niet beter te zijn dan de gemiddelde man. Het is lood om oud ijzer. Het gaat veel meer om persoonlijkheid." Al zijn ze het erover eens dat vrouwen wel degelijk een andere dynamiek brengen. "Maar vijf vrouwen op één post is ook wel genoeg hoor," wordt er lachend gezegd.

Samen sterk

Fysieke belasting zien ze niet als een probleem. “We doen het samen. Een plafond trek je er niet alleen uit, dat doe je met elkaar. We zijn heel verschillend – en juist dat maakt ons een sterk team. Zodra het bluspak aan gaat, schakelt er iets om. Dan ben je in functie.” Onverstoorbaar, gedreven, teamplayers – zo omschrijven ze zichzelf. De dankbaarheid zit vooral in de collega’s. “We kunnen blind op elkaar vertrouwen. We maken lol, flauwekullen veel, en dragen samen bij aan de veiligheid in het dorp.”

Intensieve periode

Brandweer Zuid­Limburg kijkt met een heel positief gevoel terug op de intensieve periode. De cursisten doen het uitstekend op de kazernes. En de brandweer is dankzij deze nieuwe collega’s toekomstbestendig. Want zij ver­

deelnemers ook nog een medische test ondergaan.

Positief

De uiteindelijke beroepsklas bestond uit elf mannen en één vrouw. Zij doorliepen in enkele maanden tijd alle modules die horen bij de opleiding tot manschap. Het leertempo lag behoorlijk hoog, maar de afwisseling tussen theorie en praktijk werd als heel positief beoordeeld door de kandidaten.

Vlak voor kerst legden de deelnemers allen met succes hun laatste examens af. Vanaf dat moment werden ze geplaatst op één van de beroepskazernes in Zuid­Limburg.

vangen de eerste lichting collega’s die binnenkort uitstroomt omdat ze de 20 jaar heeft volbracht. Mocht er in de toekomst opnieuw behoefte zijn aan een groot aantal nieuwe beroepskrachten, dan wordt een dergelijk dagklas­traject zeker opnieuw overwogen.

(Astrid van der Wurff, Fokje Poortinga, Mies Pabon, Natasja Laponder, Huberte van Andel)

Meekijken via de telefoon van de melder

Bij een 112-melding zijn centralisten volledig afhankelijk van wat een melder telefonisch doorgeeft. Ze moeten dan bepalen: wat is er aan de hand? Waar is het precies? Hoe ernstig is de situatie? En dat kan, helemaal wanneer er sprake is van paniek, best lastig zijn. Meldkamer Midden-Nederland heeft een nieuw hulpmiddel dat helpt bij de beeldvorming.

Meldkamer Midden­Nederland kan ­ tijdelijk en met toestemming van de melder ­ via de smartphone meekijken naar de situatie ter plaatse.

Hoe werkt dat?

Tijdens het 112­gesprek kan de centralist een beveiligde link sturen naar de telefoon van de melder. Als die op de link klikt, gaat de camera aan de achterkant van de telefoon aan en kan de centralist live meekijken. Het gesprek loopt gewoon door. De melder ziet de centralist niet, maar de meldkamer krijgt wel direct beeld van de situatie. “Dat levert waardevolle informatie op”, vertelt Nick van Schaick, teamleider Meldkamer MiddenNederland. “Bij een uitslaande brand zien

GRONINGEN

we meteen hoe ernstig de situatie is en of er bijvoorbeeld overslag dreigt. Bij wateroverlast werd bijna standaard de brandweer gealarmeerd, maar door de videoverbinding die nu wordt gelegd kan de centralist het incident vaak al zelfstandig oplossen. Bij incidenten kan de centralist zo beter inschatten wat er aan de hand is en gerichter handelingsperspectieven geven totdat de hulpdiensten arriveren. Dit draagt bij aan betere beeldvorming voor de aanrijdende collega’s en hulpverlening aan de burger.”

Intensief gebruikt

De meldkamer gebruikt het systeem al een tijdje, maar het wordt de laatste tijd steeds intensiever ingezet. Nick: “We

merken dat dit in veel situaties een heel handig hulpmiddel is. Tijdens de jaarwisseling waren er veel kleine brandjes en dan is het heel prettig om even mee te kunnen kijken om de prioriteit te kunnen bepalen. En zo kunnen we deze werkwijze bijvoorbeeld ook tijdens stormdagen inzetten.”

Privacy staat voorop

De melder moet zelf actief toestemming geven door op de link te klikken. Nick: “We maken geen opnames waarop personen herkenbaar in beeld zijn en we gaan strikt om met het gebruik van de beelden. Ook binnen woningen gelden duidelijke afspraken. Het meekijken is er uitsluitend om de hulpverlening zo goed mogelijk te ondersteunen. We zetten deze mogelijkheid bewust en zorgvuldig

Eerste nieuwe tankautospuit voor Brandweer Groningen

Eind december vorig jaar is de eerste van 28 nieuwe tankautospuiten overgedragen aan Brandweer Groningen. In de periode tussen 2026 en 2030 vervangt Brandweer Groningen 28 tankautospuiten (TS’en) van 21 brandweerkazernes. De primeur is voor Brandweer Appingedam; hier wordt de eerste nieuwe TS operationeel.

• Hydraulische generator 6,5 kVA. GOOI EN VECHTSTREEK

in. De centralist maakt altijd een professionele afweging of meekijken echt meerwaarde geeft. Het is een hulpmiddel dat ons werk ondersteunt, geen doel op zich.”

Keerzijde

Een zorgvuldige afweging is belangrijk, want er kan ook een keerzijde zitten aan het gebruik van het beeldbellen. Nick: “Centralisten kunnen al vroeg beelden zien, terwijl er nog geen hulpdiensten ter plaatse zijn. Dat vraagt ook wat van onze mensen. Daarom evalueren we ook altijd. Op die manier houden we oog voor elkaar.”

De nieuwe Groningse tankautospuiten, die in Winschoten worden geproduceerd door het Groningse bedrijf Ziegler, verschillen op een aantal punten van hun voorgangers. De nieuwe tankautospuiten worden uitgerust met een 60 meter lange slang op haspel voor het blussen van kleine branden. Ook kun je bij de nieuwe auto’s van de buitenkant zien hoeveel water er nog in de tank zit.

Zichtbaarheid

Specificaties

• Volvo FE 4×2 chassis met 320 pk;

• Ziegler Z­CAB XL manschappencabine;

• Watertank 3.000 liter;

• Ziegler FPN 10 – 3.000 – 2H bluspomp;

• Ziegler Z­Control 2.0 bediensysteem;

• LD aanvalshaspel, 60 meter;

• Top Integro dakset;

• Ziegler Z­Vision LED verlichtingssysteem;

• LED­bar voorzijde;

• Lichtmast met draai­ en kantelunit;

Daarnaast is de cabine voor de manschappen aangepast; die is nu ruimer en lichter dan voorheen. Verder zijn er blauwe zwaailampen rondom, in plaats van alleen aan de voor­ en achterzijde. Hierdoor zijn de auto’s nog beter zichtbaar als ze met spoed rijden. Aan de voorzijde zit nu ook een led­bar die meer licht geeft tijdens het rijden op donkere landwegen. Ook worden de nieuwe tankautospuiten weer uitgevoerd antracietkleurige rolluiken en gele handgrepen.

BLUE: landelijk sportevenement voor hulpverleners

Op 29 en 30 mei 2026 vindt in Apeldoorn het Blue Light United Event (BLUE) plaats: hét landelijke sportevenement voor hulpverleners. Dit jaar kun je gratis deelnemen.

Dat brengt het totaal op maar liefst 19 sporten. En het mooie is dat iedereen ongeacht ervaring en niveau mee kan doen.

Ben jij er ook bij? Sport, ontmoet collega’s uit andere diensten en beleef een uniek evenement speciaal voor hulpverleners. Je kunt je opgeven via de website van BLUE.

Tijdens BLUE sport je samen met collega’s van brandweer, politie, Dienst Justitiële Inrichtingen, ambulancezorg, marechaussee, douane en handhaving. Diensten die elkaar normaal gesproken vooral tegenkomen in crisissituaties, maar elkaar hier ontmoeten op een andere, ontspannen manier.

FLEVOLAND

Nieuwe sporten Het sportschema is uitgebreid. Dat betekent nóg meer mogelijkheden om mee te doen. Toegevoegd zijn basketball, darts, grappling, wandelen en zwemmen.

Laatste Firefighter Stair Climb in Almere

Brandweermensen gaan op zondag 13 september wederom de sportieve uitdaging aan om de 30 verdiepingen en 600 treden, in brandweerpak en met het gebruik van ademlucht, te bedwingen. Medewerkers van politie, ambulance en Defensie mogen ook in hun werktenue meedoen. De organisatie van de Stair Climb in het WTC in Almere organiseert het evenement voor de allerlaatste keer. Deze vijfde editie moet daarom een hele speciale worden!

De vijfde en tevens laatste editie van de Firefighter Stair Climb in Almere wordt gehouden op zondag 13 september 2026. De trappenloop in het WTC in Almere is ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de aanslag in New York in 2001, waar veel onschuldige mensen en veel moedige hulpverleners om het leven kwamen.

Stichting Hoogvliegers

Het goede doel waar in 2026 alle donaties naar toe gaan namens de Firefighter Stair Climb is stichting Hoogvliegers. Deze stichting laat zieke of gehandicapte kinderen (6 tot en met 17 jaar) een bijzonder en onvergetelijk avontuur beleven. Ze zijn voor een dag piloot bij Stichting Hoogvliegers! Een dag zonder zorgen, zonder ziekte of handicap, een dag waar ze boven zichzelf uitstijgen en meer dan bijzonder zijn, een dag die ze nooit meer vergeten. Sinds 2007 vlogen er al meer dan 14.000 kinderen. Een prachtig doel waar de Firefighter Stair Climb in 2025 graag aan

Nieuwe documenten

Afgelopen maanden zijn de volgende documenten op brandweernederland.nl gepubliceerd:

• Van vinken naar vonken (onderzoek naar vakbekwaamheid bij de brandweer)

Scan de QR­code die linkt naar de website van BLUE.

NIEUWE EDITIE

Jouw bijdrage in de krant?

De volgende editie verschijnt op 4 juli 2026. De deadline voor het aanleveren van kopij is 4 juni 2026. Weet jij een leuk of boeiend onderwerp voor de volgende krant?

Mail ons dan: communicatie@ brandweernederland.nl

wil bijdragen! Kijk voor meer info op: www.stichtinghoogvliegers.nl

Herdenking

Tijdens de Firefighter Stair Climb staan we op gepaste wijze stil bij de gebeurtenissen van 9/11, maar ook bij brandweerlieden die ­nationaal en internationaal­ zijn omgekomen bij het uitoefenen van hun beroep. Ook wordt er een cheque overhandigd aan het goede doel dat tijdens deze editie centraal staat. Maak jij 13 september ook deel uit van deze beleving?

Inschrijven

Vanaf 1 mei kun je je via de website www.stairclimbalmere.nl aanmelden. Er zijn 911 plekken beschikbaar.

• Brancherichtlijn blijvende vakbekwaamheid Brandweerduiker en Duikploegleider

• Position paper herijking bouwregelgeving

• Landelijke noodprocedure Brand

• Brancherichtlijn blijvende vakbekwaamheid brandweerduiker en duikploegleider

Scan de QR­code die linkt naar de documenten op brandweernederland.nl

Meer informatie / 088 274 7400 of communicatie@brandweernederland.nl

Redactie / Team communicatie Brandweer Nederland

Met dank voor de inhoudelijke bijdragen vanuit de regio’s Brabant­Noord, Drenthe, Flevoland, Frieslân, Gelderland­Zuid, Gooi en Vechtstreek, Groningen, IJsselland, Kennemerland, Midden­ en West­Brabant, Twente, Zuid­Holland Zuid, Zuid­Limburg

Aan deze uitgave werkten mee Fotografie / Jeffrey Koper, Marcel van Saltbommel, Jeroen Terpstra, Jean­Pierre Geussens

Tekst / Veiligheidsregio’s, GH+O Communicatie, Team Landelijke Communicatie Brandweer

Design / OSAGE, Utrecht

Druk / MediaCenter, Rotterdam Distributie / Netwerk Cobra

Bezoek / Kemperbergerweg 783, 6816 RW Arnhem

Post / Postbus 7010, 6801 HA Arnhem Internet / www.brandweernederland.nl / COLOFON

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook