Skip to main content

Giel Wieggers - De bodem als ontwikkelaar

Page 1

DE BODEM ALS ONTWIKKELAAR Stedelijke transformatie geleid door het landschap

Giel Wieggers Landschapsarchitectuur Academie van Bouwkunst Amsterdam 2024-2025


3


4


Giel Wieggers gielwieggers@gmail.com Afstudeerproject Master landschapsarchitectuur Academie van Bouwkunst Amsterdam Februari 2024 - Mei 2025 Commissieleden Willemijn van Manen (mentor) Brigitta van Weeren Tomas Degenaar Toegevoegde leden ten behoeve van examen Marieke Timmermans Roel van Gerwen Afdelingshoofd landschapsarchitectuur Joost Emmerik Alle afbeeldingen, tenzij anders aangegeven, zijn eigen werk en dienen vertrouwelijk de blijven. Ze mogen niet worden gedeeld of gedupliceerd door enige persoon of identiteit, behalve als hiervoor toestemming is verleend.

5


SAMENVATTING Havenstad is een ambitieus plan van de Gemeente Amsterdam om vanaf 2029 een deel van het Westelijk Havengebied te transformeren tot een nieuw woon-werkmilieu met maximaal 70.000 woningen en 58.000 arbeidsplaatsen. Hoewel duurzaamheid en klimaatadaptatie belangrijke thema’s zijn binnen het gemeentelijk beleid, worden deze in de huidige plannen nog weinig ruimtelijk zichtbaar. Leidend Landschap biedt een alternatief, waarbij het landschap de basis vormt voor de stedenbouwkundige ontwikkeling. In deze visie wordt het onderliggende landschap leidend: bodemlagen, historische waterstructuren, topografie, ecologie en hydrologie vormen samen een robuust raamwerk dat richting geeft aan stedenbouw. De oude loop van het Oer-IJ speelt hierin een centrale rol. Deze wordt zichtbaar gemaakt en verbonden met de havenbekkens, waardoor een krachtige landschappelijke structuur ontstaat. Via een gesloten grondbalans worden bodems en baggerslib uit het gebied hergebruikt voor landschappelijke elementen zoals ophogingen, ondieptes,

6

eilanden en terrils. Het plan zoekt een balans tussen wonen, werken, natuur en beleving. Industriële structuren, zoals silo’s, loodsen en kranen, blijven behouden en krijgen een nieuwe functie, bijvoorbeeld als atelier of woning. Door de introductie van halfopen bouwblokken waarin het omliggende landschap tot binnen het bouwblok reikt, ontstaat er een diversiteit aan woonmilieus. Een belangrijk uitgangspunt is de beleving van het landschap. Zowel introverte rustzoekers als extraverte recreanten vinden er plek. Het Oerpad, een meanderende route door het gebied, verbindt deze ervaringen met elkaar. Door landschap en infrastructuur slim te verweven, ontstaat een toekomstbestendige stadswijk waar ecologie, klimaatbestendigheid, erfgoed en leefkwaliteit samenkomen in een nieuwe vorm van stedelijk wonen.


INHOUD Introductie 6 Historie 20 Ruimte 28 Klimaat 36 Bodem 48 Visie 60 Wijkniveau 96 Buurtniveau 112 Wat achter blijft 142

7


INTRODUCTIE

8


9


FASCINATIE Ontsnappen uit de stad Ik woon sinds tien jaar in het drukke Amsterdam. In mijn tijd hier ben ik op verschillende momenten in het Westelijk Havengebied terechtgekomen. Bijvoorbeeld als ik naar een feestje bij Ruigoord ging, of als ik op een illegale rave belandde tussen de industrie zelf. Ik was altijd gefascineerd door deze omgeving: de weidsheid, de rauwheid, de lawaaiigheid, maar tegelijkertijd ook de stilte – een bijzondere combinatie van elementen die je niet in het drukke stedelijke gebied tegenkomt. Het Westelijk Havengebied is zo’n groot onderdeel van Amsterdam, maar de meeste Amsterdammers komen nooit in dit deel van de stad en weten niet dat het zo immens groot is. In de hedendaagse samenleving, waarin mensen vaak onder hoge werkdruk en stress leven, wordt het cruciaal om af en toe te ontsnappen aan de dagelijkse sleur. Deze behoefte aan ontsnapping kan op verschillende manieren worden vervuld, afhankelijk van individuele voorkeuren. Ik denk dat een stad plekken moet hebben waar men kan ontsnappen aan de werkelijkheid. In de drukke

10

binnenstad is dit moeilijk, maar het Westelijk Havengebied is door de weidsheid en openheid juist een perfecte plek daarvoor. Sommigen verlangen naar extravert escapisme, bijvoorbeeld door deel te nemen aan dansactiviteiten met veel andere mensen. Anderen geven de voorkeur aan een introverte vorm van ontsnapping, waarbij ze simpelweg op zichzelf kunnen zijn en kunnen genieten van de stilte van hun omgeving. Dit noem ik meer introvert escapisme. Ik ben ervan overtuigd dat bij stedelijke ontwikkelingen, zoals Havenstad, het ontwerpen van de openbare ruimte vanuit ooghoogte, met een focus op de ervaring van de bezoeker, een positieve impact kan hebben op de mentale gezondheid van de mensen. Het creëren van ruimtes die zowel extraverte als introverte vormen van escapisme mogelijk maken, draagt bij aan een gebalanceerde en inclusieve stedelijke omgeving.


Een illegale rave in het havengebied, waar ik onverhoopt belandde.

11


CONTEXT Functie van het gebied Het Westelijk Havengebied in Amsterdam beslaat een oppervlakte van 35,47 km² en is daarmee het grootste bedrijventerrein van Nederland. In dit uitgestrekte gebied zijn ongeveer 1.700 bedrijven gevestigd, die werk bieden aan zo’n 45.000 mensen. Het gebied speelt een cruciale rol in zowel de nationale als internationale handel. In tegenstelling tot de Rotterdamse haven, waar de relatie met het water nog sterk aanwezig is en het karakter van een echte haven duidelijk voelbaar blijft, is het Westelijk Havengebied vooral uitgegroeid tot een bedrijventerrein. De directe relatie met het water is hier grotendeels verloren gegaan, wat het gebied een wezenlijk ander karakter geeft. Desalniettemin is de ruimtelijke kwaliteit, met name de weidsheid die ontstaat door de havenbekkens, niet verloren gegaan.

12


De schaal van het Westelijk Havengebied is immens: de langste havenbekken is bijna 3 km en zou qua lengte het gehele centrum van Amsterdam doorkruisen.

13


FASCINATIE Ontoegankelijk gebied De kades vormen de plekken bij uitstek waar je de weidsheid van het gebied kunt ervaren. Ik ben alle kades langsgefietst om te onderzoeken welke havenbekkens openbaar toegankelijk zijn. Wat daarbij opvalt: hoe verder je naar het westen gaat, hoe minder kades toegankelijk zijn voor het publiek. Dat is op zich logisch, aangezien het westelijke deel van het gebied nog volop in gebruik is voor industrie en bedrijvigheid. In het oostelijke deel daarentegen, zijn al delen getransformeerd tot leefgebied, zoals de Houthavens, waar de relatie tussen water en stad weer voelbaar is gemaakt.

Afgesloten kade (illegaal betreden) 14


Openbaar toegankelijk

Afgesloten

Openbare kade nabij de Houthavens

15


CONTEXT Havenstad Havenstad is een van de meest ambitieuze stadsontwikkelingsprojecten van de Gemeente Amsterdam. Het plan beoogt de transformatie van een deel van het Westelijk Havengebied, momenteel een uitgestrekt bedrijventerrein, tot een levendig en gemengd woon-werkmilieu. Vanaf 2029 wil de gemeente hier maximaal 70.000 woningen realiseren. Tegelijkertijd wordt er ruimte gecreëerd voor naar schatting 58.000 extra arbeidsplaatsen, waarmee Havenstad uitgroeit tot een volwaardige stadswijk met een evenwichtige mix van wonen, werken en voorzieningen. De visie voor Havenstad is er een van complete stedelijkheid. Er komen scholen, sportfaciliteiten, winkels, zorgcentra en groene openbare ruimtes, allemaal binnen handbereik van de bewoners. Het gebied wordt grotendeels autoluw ingericht: slechts één op de vijf huishoudens krijgt een eigen parkeerplaats. In plaats daarvan wordt volop ingezet op duurzame mobiliteit, met hoogwaardige fiets- en voetpaden en een sterk openbaar vervoersnetwerk. Onder meer een nieuwe metrolijn verbindt station Sloterdijk met Amsterdam Centraal via het toekomstige Havenstad.

16

Ondanks de stevige ambities op het gebied van duurzaamheid binnen het Amsterdamse beleid, komt klimaatadaptatie en vergroening nog weinig ruimtelijk tot uiting in de huidige plannen voor Havenstad. Juist in een gebied als het Westelijk Havengebied, dat ruim is opgezet en nog volop ontwikkelruimte biedt, liggen hier grote kansen. Door het landschap strategisch in te zetten, kan niet alleen worden bijgedragen aan het oplossen van klimaatvraagstukken — zoals wateropvang, hittestress en biodiversiteit — maar kan ook een nieuwe, onderscheidende identiteit voor het gebied worden gevormd. Havenstad biedt daarmee de mogelijkheid om een nieuwe standaard te zetten voor stedelijke verdichting in balans met ecologie en leefkwaliteit.


Visiekaart die in hoofdlijnen de plannen van Havenstad laat zien

Gebiedscontouren van Havenstad Amsterdam

17


CONCEPT Identiteit van Havenstad Als je kijkt naar industriële gebieden in Amsterdam die eerder zijn getransformeerd, zoals het Oostelijk Havengebied of de NDSM-werf, valt op dat de identiteit van deze gebieden vrijwel uitsluitend wordt ontleend aan het laatste hoofdstuk van hun geschiedenis: de industrie. Bij de toekomstige ontwikkeling van Havenstad lijkt hetzelfde te gebeuren. Ook hier richt de blik zich vooral op het industriële verleden, waaruit het nieuwe gebied zijn identiteit moet gaan ontlenen. Op deze manier dreigt het gebied opnieuw zo’n transformatiegebied te worden met een industriële identiteit, zoals we die in binnen- en buitenland al zo vaak hebben gezien. Dat is een gemiste kans. Het Westelijk Havengebied kent een veel rijkere gelaagdheid, met landschappelijke lagen die veel verder teruggaan in de tijd. Door deze lagen mee te nemen in de planvorming, kan niet alleen een rijkere, gelaagdere identiteit ontstaan, maar kunnen deze elementen ook actief bijdragen aan hedendaagse opgaven. Zo biedt de landschappelijke geschiedenis waardevolle aanknopingspunten voor het omgaan met klimaatproblemen. De geschiedenis hoeft niet alleen verteld te worden, ze kan ook richting geven aan de toekomst.

NDSM-Werf

2800 v C 18

250 v C

900

1200


Oostelijke Handelskade

Borneo-Sporenburg

1800

1890

1970

Heden 19


PROBLEMEN Klimaatproblemen Het klimaat verandert snel. Volgens het laatste IPCC-rapport gebeurt dit wereldwijd, vooral in de poolgebieden waar het twee keer zo hard opwarmt. Ook Nederland merkt de gevolgen: meer hittegolven, zwaardere regenbuien en langdurige droogte. Steden zijn kwetsbaar. Ze huisvesten meer dan de helft van de wereldbevolking en kampen met klimaatproblemen, luchtvervuiling en verlies van natuur. Tegelijk zijn steden traag aan te passen. Terwijl het klimaat snel verandert, kosten ruimtelijke aanpassingen decennia. Veel bewoners hebben weinig contact met natuur, waardoor het gevoel van urgentie soms ontbreekt.

stress en verbetert de luchtkwaliteit. NBS zijn vaak goedkoper, vragen minder onderhoud en passen zich makkelijker aan veranderende omstandigheden aan dan technische systemen. Wel nemen ze meer ruimte in. In dichtbebouwde wijken is dat een uitdaging. Maar aan de stadsrand, bijvoorbeeld in het Westelijk Havengebied in Amsterdam, liggen wél kansen. Daar kan de natuur niet alleen het klimaat helpen, maar ook bijdragen aan een nieuwe identiteit voor het gebied.

Toch bestaan er bredere oplossingen dan technische ingrepen. Steeds meer experts pleiten voor Nature Based Solutions: natuurlijke maatregelen die tegelijk helpen tegen hitte, wateroverlast en verlies aan biodiversiteit. Denk aan bomen, wadi’s en groene daken. Ze koelen de stad, vangen water op en slaan CO2 op. Ze verbeteren ook de leefomgeving voor planten, dieren én mensen. Groen in de stad bevordert beweging, vermindert

In de binnenstad wordt wegens ruimtegebrek veelal gewerkt met dure technische oplossingen met veel beheerskosten om klimaatproblemen op te lossen 20


Levend eco-industrielandschap Dit document presenteert een nieuwe visie op het Westelijk Havengebied, inclusief een alternatief plan voor de ontwikkeling van Havenstad. In dit plan krijgen wonen, natuur, beleving en industrie ieder een volwaardige plek binnen een samenhangende en toekomstgerichte gebiedsontwikkeling. De verschillende functies worden niet los van elkaar gedacht, maar in samenhang geplaatst, zodat ze elkaar versterken en samen een levendige, veelzijdige stadswijk vormen. De landschappelijke geschiedenis, de opbouw van de bodem en het aanwezige water zijn in deze visie niet slechts achtergrondinformatie, maar vormen juist de leidraad voor het ontwerp. In plaats van ze te benaderen als beperkingen, worden ze erkend als kwaliteiten die bijdragen aan de identiteit, leefbaarheid en veerkracht van het toekomstige stadsdeel.

Wonen

Ervaring

Natuur

Industrie

21


HISTORIE

22


23


HISTORIE Voorhistorie 2800 voor Christus Rond 2800 voor Christus stond het Oer-IJ in open verbinding met de Noordzee. Het landschap werd sterk gevormd door de getijden, waarbij zeewater twee keer per dag het gebied in- en uitstroomde. Hierdoor ontstond een dynamisch systeem van geulen, kreken, zandige oeverwallen en slibrijke vlakten.

24

In deze periode werden getijdengeulafzettingen gevormd: lagen van zand, silt en klei die zijn afgezet door de stromende getijden


Vroege historie 250 voor Christus Rond 250 voor Christus raakt de open verbinding tussen het Oer-IJ en de Noordzee steeds verder verzand. Hierdoor verandert het landschap ingrijpend: het Oer-IJ verliest zijn directe getijdenwerking en gaat zich meer oostwaarts ontwateren, richting de toenmalige Zuiderzee. Het dynamische kustlandschap maakt plaats voor een meer gesloten, moerassig gebied met brede kreken en lage gronden.

In deze periode wordt vooral rivierklei afgezet. Dit zijn fijne afzettingen van slib en kleideeltjes die door langzaam stromend rivierwater worden afgezet op overstromingsvlaktes. Rivierklei is rijk aan voedingsstoffen, maar vaak zwaar en slecht doorlatend.

25


HISTORIE Vroege Middeleeuwen 900 Rond het jaar 900 zorgt een stijgende zeespiegel ervoor dat het IJ zich weer begint uit te dijen. Het landschap verandert opnieuw: het water dringt verder het land binnen en zet grote delen van het veen- en kleigebied langdurig onder water. Hierdoor ontstaat een uitgestrekt waterrijk laagland met brede inhammen, getijdegeulen en natte,

26

onstabiele bodems. In deze periode worden opnieuw afzettingen gevormd, vooral bestaande uit fijn kleiig materiaal dat via overstromingen en getijdenstromen het gebied binnenkomt. Deze jonge zeeklei is rijk aan slib en kleideeltjes, wat het landschap een slappe, vochtige ondergrond geeft.


Late Middeleeuwen 1200 Rond 1200 beginnen mensen voor het eerst grootschalig in te grijpen in het landschap van het Oer-IJ-gebied. Door de voortdurende dreiging van het water en het verder inklinken van de veengebieden worden dijken aangelegd om het land te beschermen tegen overstromingen. Hiermee verandert het landschap fundamenteel: de natuurlijke dynamiek van getijden en overstromingen wordt steeds meer ingeperkt.

27


HISTORIE Vroege industriële revolutie 1865 De aanleg van dijken markeert de overgang naar een beheerst landschap, waarin water geleidelijk onder controle wordt gebracht. Binnen de dijken blijven nog restanten van het natte veenlandschap aanwezig, maar door ontwatering en inklinking verandert de bodemstructuur. Veel van deze vroegste dijken liggen nog altijd zichtbaar in het landschap en vormen de basis van de huidige verkaveling en infrastructuur.

Late industriële revolutie 1888 Rond 1888, in de late industriële revolutie, verandert het landschap van het Oer-IJ-gebied opnieuw ingrijpend. Met behulp van droogmakerijen wordt op grote schaal land gewonnen uit water ten behoeve van de landbouw. Meren, moerassen en veenplassen worden leeggepompt en omgevormd tot regelmatige kavels omzoomd door dijken en sloten. Deze ingrepen leiden tot een strak, rationeel verkaveld polderlandschap met rechte lijnen en functionele structuren. Waar voorheen natuurlijke overgangen tussen water en land bestonden, domineert nu het menselijk ontwerp. 28


Late 20e eeuw 1970 Rond 1970, in de late 20e eeuw, ondergaat het Oer-IJgebied opnieuw een ingrijpende verandering. In het kader van de uitbreiding van de Amsterdamse haven worden diepe havenbekkens gegraven, midden in de bestaande polderstructuur. Voor deze ingreep wordt ook het voormalige eiland De Hoorn doorsneden, waardoor het oorspronkelijke landschap op grote schaal wordt opengebroken en herschikt.

29


RUIMTE

30


31


RUIMTE Braakliggend terrein In de hele Randstad is ruimte schaars, en dat geldt zeker voor Amsterdam. Hoewel de stad moet verdichten en elke vierkante meter telt, liggen in het Westelijk Havengebied nog opvallend veel grote stukken terrein braak. Een deel van deze grond ligt zelfs al zo lang ongebruikt, dat de natuur er langzaam begint terug te keren. Door het industriële gebied compacter en slimmer in te richten, komt er ruimte vrij voor andere functies, zoals natuur, wonen en beleving. Zo ontstaat de kans op een meer evenwichtig en leefbaar stadsdeel, waar economie en ruimte voor mensen en natuur hand in hand gaan.

Overgenomen door natuur

32


Braakliggend terrein

33


RUIMTE Fossiele energie Een groot deel van het Westelijk Havengebied is momenteel in gebruik door de fossiele industrie. Ook vandaag de dag zijn we nog steeds afhankelijk van fossiele energie, maar we bewegen onvermijdelijk richting een toekomst waarin schone, hernieuwbare energie de norm is. Wanneer die omslag is gemaakt, zoals verwacht rond 2050, zullen grote delen van het gebied hun oorspronkelijke functie verliezen. De ruimte die dan vrijkomt biedt nieuwe kansen voor herontwikkeling. Denk aan het inzetten van het terrein voor natuur, wonen en ervaring.

blijven als industriële artefacten die het verleden tastbaar maken. In hun ruwe verschijningsvorm en utilitaire uitstraling vormen ze een krachtig contrast met de zachtere kwaliteiten van natuur en publieke ruimte. Sommige van deze structuren kunnen zelfs een nieuwe bestemming krijgen, bijvoorbeeld als atelier, woning of culturele voorziening.

De fysieke sporen van de fossiele tijd, zoals opslagtanks, silo’s, leidingen, kranen en pijpsystemen, hoeven daarbij niet volledig te verdwijnen. Deze rauwe objecten kunnen juist behouden

Kolenopslag

34


Olieopslag

35


RUIMTE Wegenstructuur In het havengebied zijn de infrastructuurprofielen sterk overgedimensioneerd. Wegen zijn opvallend breed en worden vaak geflankeerd door brede, verharde vluchtheuvels. Zelfs waar groene middenbermen aanwezig zijn, ontbreekt elke vorm van ecologische kwaliteit. Ze bestaan meestal uit kort gemaaid gras, zonder biodiversiteit of ruimtelijke beleving. Deze ruimtelijke overmaat biedt juist kansen. Door de verkeersstructuur te herontwerpen, komt er ruimte vrij voor een fijnmazig landschapsraamwerk. Dit netwerk van groen en langzame verbindingen kan zich vertakken door het hele gebied, tot op het schaalniveau van de buurt en bouwblok. Daarnaast liggen er verspreid door het gebied talrijke treinsporen. Een deel daarvan wordt nog actief gebruikt voor het vervoer van goederen, maar een groot aantal sporen zijn ongebruikt. Tegelijk vormen ze, met hun ritme en lineaire structuur, een interessant ruimtelijk element dat potentie heeft voor integratie in een nieuw landschappelijk netwerk.

Brede wegprofielen 36


Gebiedsontsluitingsweg

Secundaire wegen

Spoor

(ongebruikte) sporen 37


KLIMAAT

38


39


KLIMAAT Binnendringen zoute kwel Het water in het Noordzeekanaal wordt steeds brakker. Dit komt door een combinatie van factoren: de instroom van zout water vanuit de Noordzee neemt toe, terwijl de aanvoer van zoet water uit de omliggende binnenwateren in de zomer steeds verder afneemt. Klimaatverandering speelt hierin een belangrijke rol, doordat langere droge periodes zorgen voor minder aanvulling met zoet water. De havenbekkens, gevuld met dit brakke water, steken als lange vingers diep de stad in. Hierdoor neemt de zoute kweldruk vanuit de ondergrond toe, met name in de aangrenzende stedelijke gebieden. Dit vormt een groeiend probleem voor bomen en andere vegetatie. De meeste plantensoorten zijn niet bestand tegen grondwater met een hoge zoutconcentratie.

Zout water

Zoet water

Brakke kwel

40


41


KLIMAAT Verstoorde scheggenstructuur Amsterdam wordt vaak aangeduid als een scheggenstad. Deze term verwijst naar de acht groene, wigvormige zones die als vingers vanuit het omliggende landschap diep de stad in reiken. Deze structuur werd voor het eerst vastgelegd in het Algemeen Uitbreidingsplan van 1935, met het idee dat de stad moest kunnen ademen binnen een groeiende verstedelijking. De scheggen functioneren als groene aders die natuur, recreatie en ecologie tot in de woonwijken brengen. Ze zorgen voor verkoeling, biodiversiteit, ruimte voor ontspanning en een directe relatie met het omliggende landschap. In een tijd waarin de druk op de stad toeneemt, zijn deze groene structuren essentieel voor een gezonde en leefbare leefomgeving. Door de recente ontwikkelingen rondom station Sloterdijk is de structuur van de Brettenscheg echter verstoord. De ecologische verbinding tussen het landschap en de binnenstad is op deze plek grotendeels verloren gegaan. Hoewel er pogingen worden gedaan om deze verbinding te herstellen, gebeurt dat nu vooral door middel van groene daken. Die bieden wel waarde voor luchtgebonden soorten, maar vormen geen robuuste ecologische verbinding met de bodem. Een sterkere, landschappelijk ingebedde oplossing is nodig om de continuïteit van de scheg weer voelbaar en functioneel te maken.

42


43


KLIMAAT Natuur in het havengebied Hoewel het Westelijk Havengebied grotendeels bestaat uit verhard en industrieel terrein, herbergt het verrassend veel biodiversiteit. Tijdens een locatiebezoek met ecoloog Martin Melchers werd duidelijk dat er bijzondere soorten in het gebied voorkomen, zoals de steenmarter en de rugstreeppad. Deze soorten profiteren van de rust die het gebied ’s nachts biedt, wanneer menselijke activiteit vrijwel afwezig is. Juist die stilte maakt het havengebied, ondanks zijn ruwe karakter, tot een schuilplaats voor dieren. De natuur die er wél is, is vaak onverwacht rijk en florerend. Kleine groengebieden voelen als oases in het harde, industriële landschap. Ze vormen waardevolle plekken, maar liggen meestal geïsoleerd van elkaar. Door het gebrek aan onderlinge verbinding kunnen soorten zich nauwelijks verplaatsen, wat de ecologische waarde op langere termijn onder druk zet. Het is daarom essentieel om in het nieuwe plan voor het Westelijk Havengebied te investeren in een fijnmazig netwerk van ecologische verbindingen. Door de bestaande groene plekken met elkaar te verbinden, kunnen dieren migreren en ecosystemen zich herstellen. Daarbij is het belangrijk dat een deel van deze natuur niet begaanbaar is voor mensen, zodat de rust voor gevoelige soorten behouden blijft. Tegelijk kunnen andere zones juist ruimte bieden voor natuur en recreatie in combinatie, zodat ook bewoners en bezoekers de kwaliteiten van het landschap kunnen ervaren.

Geisoleerde natuur 44


Verbonden natuur

45


KLIMAAT Verspilling van zoet water Het Westelijk Havengebied is een immens groot gebied, en daardoor valt er bij iedere regenbui een groot volume aan water op het terrein. Vrijwel al het regenwater wordt momenteel direct afgevoerd naar de havenbekkens, waar het zich vermengt met brakke en vervuilde watermassa’s. Dat is zonde, want in droge periodes is dit zoete regenwater van grote waarde. De grondwaterstand daalt, en het risico op verdroging van bodem en vegetatie neemt toe. Daarnaast ontbreekt het in het gebied aan ecologisch waardevol oppervlaktewater. De havenbekkens en het Noordzeekanaal zijn vrijwel de enige waterstructuren in het gebied, en deze zijn op veel plekken meer dan tien meter diep. Dergelijke diepe waterlichamen bieden nauwelijks ruimte voor waterplanten of dieren. Ze functioneren niet als leefgebied en leveren geen bijdrage aan de ecologie van het gebied. Om verdroging tegen te gaan en de biodiversiteit te versterken, is het van belang om regenwater zoveel mogelijk lokaal te bufferen. Door het aanleggen van ondieptes, natte zones en groene structuren kan het water langer worden vastgehouden en ontstaat ruimte voor planten, insecten, vogels en amfibieën. Zo krijgt water een betekenisvolle plek in het nieuwe plan.

Gebied dat gevoed is met regenwater: diversiteit aan soorten. 46


0 tot 1 m

1 tot 5 m

5 tot 10 m

10 tot 15 m Vervuild en brak

Vegetatie bij brakke en vervuilde wateromstandigheden: vooral distels andere soorten die slechte condities verdragen

47


KLIMAAT Hittestress In het Westelijk Havengebied zijn op de hittestresskaart grote rode zones zichtbaar. Dit duidt erop dat de gevoelstemperatuur bij zomerse omstandigheden aanzienlijk hoger is dan de werkelijke luchttemperatuur van 35 graden Celsius. Deze rode vlekken komen vooral voor op plekken met veel bebouwing en verharding, zoals rond station Sloterdijk en ten noorden daarvan. De hitte blijft hier als het ware hangen, doordat er weinig schaduw, wind of verkoelende elementen aanwezig zijn. Opvallend is dat de havenbekkens als koele vingers het gebied in steken. Dankzij het koude water en de wind die door deze open structuren kan waaien, werkt het gebied als een natuurlijke ventilatiezone. Hierdoor kan de gevoelstemperatuur op die plekken zelfs onder de luchttemperatuur dalen. Ook de invloed van groen en water rond de Brettenscheg is duidelijk zichtbaar: deze zones kleuren groen en blauw op de kaart, wat wijst op een merkbare afkoeling. Voor het nieuwe plan is het daarom belangrijk om de bebouwing goed te laten aansluiten op de havenbekkens, zodat een optimale luchtstroom en ventilatie behouden blijft. Daarnaast is het van groot belang om oppervlaktewater en natuurelementen toe te voegen, die zorgen voor verkoeling en een aangenaam leefklimaat in het gebied.

Brettenscheg

De havenbekkens fungeren als ventilatiezone 48


Invloed water

Invloed groen

45–50+ °C

40–45 °C

37–40 °C

34–37 °C

31–34 °C

28–31 °C

De vele verharding en weinig groen en water rondom station Sloterdijk 49


BODEM

50


51


BODEM Vlak landschap Wie naar de hoogtekaart van het Westelijk Havengebied en de omliggende gebieden kijkt, ziet een verschil in kleuren op de kaart: het havengebied toont voornamelijk gele tinten, terwijl de omgeving grotendeels blauw en groen kleurt. Dit geeft duidelijk de verhoogde ligging van het Westelijk Havengebied aan ten opzichte van het omliggende landschap. Deze verhoogde ligging is het resultaat van een grootschalige ophoging tijdens de aanleg van het gebied. Het hele havengebied is toen opgehoogd met ongeveer twee meter zand. Dit zand werd gewonnen uit de eerste zandlaag die vrijkwam bij het uitgraven van de havenbekkens. Daarmee werd al vroeg ingezet op een gesloten grondbalans: de hoeveelheid afgegraven grond stond gelijk aan de hoeveelheid opgebrachte grond binnen hetzelfde projectgebied. Er werd geen grond van buiten aangevoerd of afgevoerd, wat zorgde voor een duurzaam en efficiënt ontwerp. Qua topografie is het gebied verder vrij vlak, met nauwelijks hoogteverschillen. Eén uitzondering vormt Houtrijk, een kunstmatige heuvel aan het westelijke uiteinde van het gebied. Deze heuvel is opgebouwd uit restgrond van graafwerkzaamheden in de haven en afgedekt met schone grond om begroeiing mogelijk te maken. Vanaf deze plek heb je een indrukwekkend uitzicht over het havengebied en de wijde omgeving. Voor mij is het zelfs een plek die het gevoel van sublimiteit kan oproepen: een ervaring van grootsheid, weidsheid en oneindigheid. In de nieuwe visie van het Westelijk Havengebied wil ik de gesloten grondbalans uit het verleden voortzetten en een meer divers en interessanter landschap creëren, zowel voor de ruimtelijke beleving als voor het toevoegen van ecologische waarde.

Boven NAP

Onder NAP

52


De verhoogde ligging ten opzichte van de omgeving van het Westelijk Havengebied door het op hoogzand wordt duidelijk zichtbaar op de hoogtekaart.

53


BODEM Hoogeverschillen

Uitzicht vanuit Houtrijk

Topografie geeft ruimtelijkheid aan het gebied 54


Oude kaart die laat zien uit welke havenbekken het zand is gehaald dat voor het deelgebied is gebruikt als ophoogzand

Het gehele Westelijk Havengebied is ongeveer 2 meter opgehoogd met ophoogzand dat is gewonnen uit de bodemlagen bij de aanleg van de havenbekkens.

55


BODEM Diversiteit in soorten Wanneer je het ophoogzand wegdenkt, verschijnt er een gevarieerd palet aan bodemtypes die allemaal samenhangen met de landschappelijke geschiedenis van het gebied. Zo heeft het deel dat door dijken is afgeschermd een veenondergrond. Het Westelijk Havengebied zelf bestaat grotendeels uit zeeklei, ontstaan in de periode dat het gebied nog in open verbinding stond met de Noordzee. Ook zijn de contouren van twee voormalige eilanden nog duidelijk zichtbaar: Ruigoord en De Hoorn. Het meest opvallende bodemtype is dat van de getijdengeulafzettingen, in combinatie met rivierklei. Op de bodemkaart meanderen deze structuren zichtbaar door het gebied, wat het oude stroomgebied van het Oer-IJ blootlegt.

Veen

Zeeklei

Getijdengeulafzettingen

Rivierklei

Oppervlaktewater

56


57


BODEM Gelaagde opbouw Wie inzoomt op de bodemsamenstelling en daar een verticale doorsnede van bekijkt, ziet een sterk gelaagde opbouw waarin verschillende historische fasen letterlijk in de bodem zijn terug te lezen. Op plekken waar het Oer-IJ ooit heeft gestroomd, zie je dat de eerste en tweede zandlaag volledig zijn weggesleten. Dat is relevant voor toekomstige transformaties, omdat gebouwen normaal gesproken op deze zandlagen worden gefundeerd. De kleiige ondergrond is daarvoor te slap. Technisch gezien is fundering op de derde zandlaag mogelijk, maar dat brengt aanzienlijke kosten met zich mee. Op deze plekken kan het herstel van het oude OerIJ-landschap daarom niet alleen landschappelijk, maar ook economisch verstandig zijn.

Zeeklei

Ophoogzand Zeekei Veen Zeeklei 1e Zandlaag

Rivierklei

2e Zandlaag

Getijdengeulafzettingen

Laag van Harting Eemklei Keileem 3e Zandlaag

58

Rivierklei


Getijdengeulafzettingen

2e Zandlaag

Zeeklei

10 m 0m -10 m -20 m -30 m -40 m -50 m -60 m

59


BODEM Van afvalmateriaal naar grondstof Baggerslib is een nat mengsel dat zich ophoopt op de bodem van rivieren, sloten en havens. Het bestaat voornamelijk uit water, zand, klei en organisch materiaal, en bevat daarnaast in kleine hoeveelheden stoffen zoals zware metalen, pesticiden, olie en microplastics. De exacte samenstelling verschilt per locatie en is afhankelijk van natuurlijke afzetting en menselijke vervuiling. In het Westelijk Havengebied wordt jaarlijks ongeveer drie miljoen kuub baggerslib verwijderd. Dat staat gelijk aan 125.000 grote vrachtwagens vol materiaal. Wanneer baggerslib niet als verontreinigd wordt geclassificeerd, mag het worden gestort in de Noordzee. In het Westelijk Havengebied wordt echter álle bagger beschouwd als verontreinigd, ook al is een groot deel in feite schoon genoeg om hergebruikt te worden. Doordat alles op één hoop belandt, moet het worden afgevoerd naar speciale baggerdepots, zoals het IJsseloog in het Ketelmeer. Dat is niet alleen inefficiënt, maar ook zonde van de herbruikbare grondstoffen. Tijdens mijn afstudeerproject sprak ik hierover met Abbe Hekkert van het bedrijf Blauwe Bagger. Dat leverde waardevolle inzichten op. Blauwe Bagger is een Rotterdams bedrijf dat baggerspecie verwerkt tot bruikbare grondstoffen zoals zand, klei en organisch materiaal. Door innovatieve scheidingstechnieken maakt het bedrijf van een afvalstroom nieuwe bouwmaterialen en draagt het bij aan een circulaire economie. Als medeoprichter van het Circulaire Bagger Consortium werkt Blauwe Bagger

samen met overheden en partners aan de verduurzaming van de bagger- en bouwsector. In het Westelijk Havengebied varieert de samenstelling van baggerslib per locatie. Door de halfopen verbinding met de Noordzee bevat het slib in het Noordzeekanaal relatief veel zand. In de havenbekkens overheerst een meer kleiige samenstelling, passend bij de lokale bodemopbouw. Nabij de mondingen van waterwegen bevat het slib juist meer organisch materiaal. In de nieuwe visie voor het Westelijk Havengebied wordt baggerslib niet langer gezien als afval, maar als grondstof. Het maakt daardoor onderdeel uit van de gesloten grondbalans die in het gebied wordt voortgezet. De verschillende soorten baggerslib krijgen elk hun eigen toepassing binnen het plan. Zandrijk slib kan worden ingezet om ondieptes te creëren in de diepe havenbekkens, zodat ecologische zones ontstaan. Zandrijk slib kan worden ingezet om ondieptes te creëren in de diepe havenbekkens, zodat ecologische zones ontstaan. Door de grotere korrel van de zanddeeltjes is het baggerslib op deze plekken bovendien in staat om water te bufferen. Kleirijk slib is geschikt als kernmateriaal voor de aanleg van dammen. En slib met een hoog gehalte aan organisch materiaal kan worden gebruikt als vruchtbare toplaag in de openbare ruimte van het gebied.

Baggerschip in het havengebied

Baggerdepot IJsseloog 60


Baggerslib zand

Baggerslib Klei

Baggerslib Organisch

Organisch Klei

Organisch Zand

Zand

Klei

Organisch Zand Klei

Zand gedomineerd

Klei gedomineerd

Veel organisch materiaal

Ondieptes in waterbuffers

Dijken van havenbuffers

Vruchtbare toplaag maaiveld

61


VISIE

62


63


VISIE Landschapsraamwerk opgebouwd vanuit de bodem De basis van het raamwerk is een landschappelijke structuur die voortkomt uit de combinatie van de bodemopbouw, de landschappelijke historie en de industriële ontwikkeling van het gebied. Langs een lineaire zone die het oude verloop van het Oer-IJ volgt, worden negen delen van de havenbekkens met elkaar verbonden. Deze Oer-IJ-lijn, in samenhang met de havenbekkens, vormt de primaire structuur van het gebied. Deze structuur fungeert als ecologische verbinding en waterbuffer. De havenbekkens in deze structuur, ook wel havenbuffers genoemd, hebben allemaal als hoofdfunctie het vasthouden en geleiden van water. Toch verschillen ze onderling sterk in karakter. Elke buffer heeft een eigen identiteit en brengt een andere ruimtelijke ervaring met zich mee, afhankelijk van de context waarin deze ligt. Sommige havenbuffers zijn ontworpen voor menselijke toegang en gebruik, andere worden juist teruggegeven aan de natuur en zijn ontoegankelijk voor recreatie. Aan deze primaire structuur vertakt zich een secundaire structuur, die gebruik maakt van de overgedimensioneerde straten in het gebied. Op deze plekken wordt het ophoogzand afgegraven, zodat de oorspronkelijke zeekleibodem weer aan het maaiveld komt te liggen. Hierdoor ontstaat een landschappelijke laag met meer ecologische potentie en herkenbaarheid. Samen vormen de primaire en secundaire structuren een robuust en fijnmazig netwerk dat het Westelijk Havengebied verbindt met de omliggende stad. Via deze structuren, en in verbinding met de Brettenscheg, ontstaat een sterke relatie tussen de toekomstige woonwijken en het omliggende landschap.

64


65


VISIE Herverdeling van bodemsoorten

In het verleden werd het zand dat vrijkwam bij het uitgraven van de havenbekkens gebruikt als ophoogzand voor het omliggende gebied. Deze strategie, waarbij binnen het projectgebied wordt gewerkt met een gesloten grondbalans, wordt in de nieuwe visie voortgezet. Door alleen grond te verplaatsen binnen het gebied en niets aan- of af te voeren, blijft het proces duurzaam, efficiënt en landschappelijk verbonden met de ondergrond.

Het Westelijk Havengebied wordt door middel van een gesloten grondbalans ongelijk gemaakt. Verschillende bodemlagen uit het verleden komen weer aan het oppervlak te liggen. De hoogteverschillen zorgen voor diverse microklimaten en brengen verschillende ervaringen met zich mee voor de bezoeker.

66


Een cascadesysteem zorgt ervoor dat regenwater via een trapsgewijze structuur door het gebied stroomt. In het Westelijk Havengebied begint dit systeem in de openbare ruimte, waar het water eerst wordt opgevangen in verlaagde zones, meestal midden in de bouwblokken. Van daaruit stroomt het via de secundaire structuren langzaam verder langs de herstelde loop van het Oer-IJ, om uiteindelijk uit te komen in de havenbuffers. Deze vorm van watergeleiding vergroot het natte areaal in het gebied en verlengt de tijd dat het water in het landschap aanwezig blijft. Daardoor krijgt het de kans om geleidelijk in de bodem te infiltreren. Tegelijkertijd zorgt de verbinding met de traditionele havenbekkens voor waterveiligheid. Bij piekbuien of hoge waterstanden kan overtollig water gecontroleerd worden afgevoerd, zonder het stedelijke systeem te overbelasten.

Zandrijk baggerslib wordt ingezet om ondieptes te creëren in de havenbekkens. Tegelijk blijft het bufferend vermogen van het water behouden, doordat het zand door zijn grove structuur water goed kan vasthouden en geleidelijk doorlaten. Baggerslib met een hoog gehalte aan organisch materiaal wordt gebruikt voor het ophogen van openbare ruimtes. Het vormt daar een vruchtbare toplaag die de groei van vegetatie bevordert en bijdraagt aan de ecologische kwaliteit van het gebied.

67


VISIE Herstellen schegverbinding

Het nieuwe landschappelijke raamwerk herstelt de verstoorde verbinding van de Brettenscheg door middel van een omleiding door het Westelijk Havengebied. Via deze route wordt de natuur niet alleen verbonden, maar ook verfijnd doorgetrokken tot in de nieuwe woonwijken. Ook de bestaande, nu nog geïsoleerde natuurgebieden binnen het havengebied worden opgenomen in dit netwerk. Zo ontstaat een aaneenschakeling van landschapstypologieën, variërend van grote landschappelijke parken tot kleinschalig buurtgroen binnen de bouwblokken. Het raamwerk verbindt natuur, ecologie en verblijfskwaliteit op meerdere schaalniveaus en maakt van het gebied een samenhangend landschapsysteem.

Bufferen van regenwater

Al het regenwater wat in het gebied valt wordt gebufferd in de structuur, waar het langzaam in de bodem kan infiltreren. Hierdoor wordt het gebied meer weerbaar tijdens droge periodes.

68


Barrière tegen zoute kwel

De landschappelijke structuur zorgt voor een natuurlijke barrièrewerking tegen zoute kwel wat via de havenbekken en de bodemlagen de stad in wordt gestuwd.

Tegengaan van hittestress

De structuur zorgt voor een natuurlijke ventilatie wat hittestress tegengaat in het gebied.

69


VISIE Vervuilde bodem Ondanks de strenge regelgeving rondom bodemvervuiling bevat het Westelijk Havengebied nog altijd veel verontreinigde grond. Uit bodemmonsteronderzoek blijkt dat vervuilende stoffen in sommige delen tot wel twee meter diep in de bodem doordringen. Daar komen ze in contact met het grondwater, wat het risico op verspreiding en ecologische schade vergroot. Fytoremediatie is een techniek waarbij planten worden ingezet om vervuilde bodems, water of lucht te zuiveren. Bepaalde plantensoorten kunnen schadelijke stoffen opnemen, afbreken of omzetten in minder schadelijke verbindingen. Deze methode wordt bijvoorbeeld toegepast bij De Ceuvel in Amsterdam-Noord. Het nadeel is echter dat fytoremediatie slechts effectief is tot een diepte van ongeveer één meter, omdat de meeste plantenwortels niet dieper reiken. Aangezien de vervuiling in het Westelijk Havengebied zich op grotere diepte bevindt, is deze techniek hier niet toereikend als enige oplossing. In de nieuwe visie voor het gebied is het uitgaanspunt dat alle bodemmateriaal ter plaatse wordt gehouden en opnieuw wordt ingezet, volgens het principe van een gesloten grondbalans. Om dat mogelijk te maken, wordt de vervuilde grond gebundeld en ingezet voor de aanleg van verhoogde uitkijkpunten, zoge-

noemde terrils. Door deze grond te clusteren, op te hogen en af te schermen, komt de verontreiniging niet meer in contact met het grondwater en vormt ze geen risico meer voor het milieu. Tegelijkertijd krijgen deze plekken een nieuwe landschappelijke betekenis binnen het ontwerp.

Vervuiling tot 2 m

Fytoremediatie tot 1 m

Zandlaag tot 4 m

Vervuilde bodem in contact met grondwater

Gebruiken voor hoogteverschillen zonder contact met het grondwater

70

Afgraven en concentreren vervuilde bodem


Terrils In totaal zijn er drie terrils opgenomen in het nieuwe plan, elk zorgvuldig gepositioneerd op een strategische plek binnen het gebied. Ze liggen alle drie langs de primaire Oer-IJ-structuur, maar verschillen onderling sterk in context en beleving.

lijke terril markeert het einde van de langste zichtlijn langs een havenbekken. De oostelijke terril ligt direct aan het Noordzeekanaal en biedt een spectaculair uitzicht op de passerende zeeschepen. Zo krijgt elke terril een unieke ruimtelijke betekenis en draagt hij bij aan zowel beleving als bodemsanering.

De meest westelijke terril bevindt zich aan het breedste havenbekken van het gebied en biedt een weids uitzicht over het water. De zuide-

71


BODEM Zand In Nederlandse steden met zandbodems is het van belang om bomen en planten te selecteren die goed gedijen op doorlatende, vaak voedingsarme grond. Zandbodems drogen snel uit maar zijn ook makkelijk te bewerken en te verbeteren.

Struiken •

•

Bomen •

•

•

•

Grove Den (Pinus sylvestris) - Deze boom is zeer tolerant voor droge, zanderige bodems en is een natuurlijke keuze voor zandgronden. Eik (Quercus) - Verschillende soorten eiken, waaronder de zomereik (Quercus robur) en wintereik (Quercus petraea), kunnen goed op zandgronden groeien. Ruwe Berk (Betula pendula) - De ruwe berk is niet alleen tolerant voor droge omstandigheden maar helpt ook bij het verbeteren van de bodem door bladval. Tamme Kastanje (Castanea sativa) - Deze boomsoort doet het goed op goed gedraineerde zandbodems en biedt daarnaast eetbare kastanjes.

Grove Den 72

Eik

•

Brem (Cytisus scoparius) - Brem is een struik die goed aangepast is aan arme zandgronden en in het voorjaar mooie gele bloemen biedt. Duindoorn (Hippophae rhamnoides) - Duindoorn is zeer geschikt voor zandgronden, helpt bij erosiecontrole en levert eetbare bessen. Heide (Calluna vulgaris en Erica spp.) - Heideplanten zijn typische vertegenwoordigers van zandige, zure bodems en dragen bij aan biodiversiteit.

Lagere planten en bodembedekkers •

•

•

•

Zandzegge (Carex arenaria) - Deze zegge is aangepast aan zandbodems en kan helpen bij de stabilisatie van zandige gebieden. Tijm (Thymus) - Verschillende soorten tijm groeien goed op zonnige, droge plekken met zandige bodem en trekken bestuivers aan. Zilverkruid (Potentilla argentea) - Een droogtetolerante plant die goed aansluit bij natuurlijke beplanting op zandgronden. Maagdenpalm (Vinca minor) - Ondanks dat deze plant de voorkeur geeft aan een iets vochtiger standplaats, kan het ook op droge, beschaduwde zandbodems gedijen.

Duindoorn

Heide


Veen Het baggerslib met veel organisch materiaal dat gebruikt wordt in de openbare ruimte, kan als een moderne variant van veen worden gezien.

Bomen •

•

•

•

Zwarte Els (Alnus glutinosa) - Een boom die goed gedijt op natte gronden en bekend staat om zijn vermogen om stikstof uit de lucht te fixeren, wat de bodemkwaliteit kan verbeteren. Wilgensoorten (Salix) - Wilgen zijn zeer tolerant voor natte omstandigheden en kunnen snel groeien. Ze zijn ook nuttig voor erosiecontrole langs waterwegen. Berk (Betula) - Zowel de ruwe berk (Betula pendula) als de zachte berk (Betula pubescens) kunnen goed tegen vochtige omstandigheden en zijn geschikt voor veenbodems. Populier (Populus) - Populieren kunnen goed tegen natte bodems en groeien snel, wat ze geschikt maakt voor stedelijke gebieden die snel groen willen toevoegen.

Struiken en lagere planten •

•

•

•

Dotterbloem (Caltha palustris) - Een vochtminnende plant die in het voorjaar mooie gele bloemen produceert, ideaal voor natte delen van stedelijke groengebieden. Veenbes (Vaccinium oxycoccos) - Hoewel het meer bekend is van natuurlijke veengebieden, kan veenbes een interessante aanvulling zijn op stedelijke groenprojecten op natte grond. Watermunt (Mentha aquatica) - Een aromatische, vochtminnende plant die ook goed is voor de biodiversiteit, aangezien het veel insecten aantrekt. Zegge (Carex) - Diverse zegge-soorten zijn goed aangepast aan natte omstandigheden en kunnen helpen bij het stabiliseren van de bodem en het toevoegen

Zwarte Els

Treurwilg

Veenbes

Zegge 73


BODEM Zeeklei Vanaf 5 meter onder NAP vind je in het Westelijk Havengebied (buiten het stroomgebied van het Oer-IJ) een laag zeeklei van 7 meter dik. Zeekleibodems staan bekend om hun hoge vruchtbaarheid en rijkdom aan kalk, maar ook om hun potentieel compacte structuur.

struik die goed bestand is tegen zware bodems en prachtige witte bloesems biedt.

Lagere planten en grassen •

Bomen •

•

•

Iep (Ulmus spp.) - Iepen zijn robuuste bomen die goed gedijen op de vruchtbare, kalkrijke zeekleibodems. Ze zijn geschikt voor stedelijke omgevingen dankzij hun hoge weerstand tegen wind en luchtverontreiniging. Linde (Tilia spp.) - Lindes zijn ideaal voor zeekleibodems vanwege hun vermogen om goed te groeien in kalkrijke grond. Hun geurige bloesems trekken in de zomer veel bijen aan. Veldesdoorn (Acer campestre) - Een sterke, windbestendige boom die goed gedijt in de vruchtbare zeekleibodem.

•

•

Duizendblad (Achillea millefolium) - Duizendblad is een veelzijdige plant die goed groeit op voedingsrijke bodems zoals zeeklei en aantrekkelijk is voor bestuivers. Kattenstaart (Lythrum salicaria) - Deze vochtminnende vaste plant produceert in de zomer opvallende roze bloemen. Pijpenstrootje (Molinia caerulea) - Een siergras dat zich goed aanpast aan zowel droge als vochtige omstandigheden, ideaal voor de soms wisselende vochtigheidsniveaus van zeekleibodems.

Struiken •

•

•

Hortensia (Hydrangea macrophylla) - Hortensia’s gedijen goed op de vochtige, voedingsrijke zeekleibodems en bieden weelderige bloemen. Vuurdoorn (Pyracantha coccinea) - Een sterke, groenblijvende struik met opvallende bessen, geschikt voor dichte hagen. Sleedoorn (Prunus spinosa) - Een inheemse

Iep 74

Linde

Sleedoorn

Duizendblad


Rivierklei Bij rivierkleibodems, kenmerkend door hun vruchtbaarheid en vermogen om water vast te houden, is het essentieel om bomen en planten te selecteren die goed gedijen in deze specifieke bodemcondities. Rivierklei kan zwaar en compact zijn, wat uitdagingen biedt, maar ook voordelen biedt door de hoge voedingsstoffenconcentraties.

Bomen •

•

•

•

•

•

Mansoor (Asarum europaeum) - Deze bodembedekker groeit goed in de schaduw en kan goed overweg met de zware, vochtige kleigronden. Pimpernel (Sanguisorba minor) - Pimpernel houdt van vochtige, vruchtbare bodems en voegt textuur en interesse toe aan de onderbeplanting. Echte sleutelbloem (Primula veris) - Deze vroegbloeiende plant prefereert vochtige, kalkrijke kleibodems en biedt gele bloemen in het voorjaar.

Zomereik (Quercus robur) - Robuust en majestueus, de zomereik is goed aangepast aan de diepe, vruchtbare rivierklei. Zwarte populier (Populus nigra) - Een inheems soort dat natuurlijk voorkomt langs rivieren en goed gedijt op vochtige kleibodems. Witte wilg (Salix alba) - Zeer geschikt voor natte omstandigheden langs rivieroevers en een snelle groeier.

Struiken •

•

•

Wilde kamperfoelie (Lonicera periclymenum) - Deze geurige klimplant houdt van de rijke, vochtige rivierkleibodem. Meidoorn (Crataegus monogyna) - Een sterke, inheemse haagplant die goed groeit op diverse bodemtypes, inclusief rivierklei. Ribes (Ribes sanguineum) - Biedt prachtige voorjaarsbloesem en is goed aangepast aan de vruchtbare rivierkleibodems.

Lagere planten en bodembedekkers

Zwarte populier

Witte wilg

Wilde kamperfoelie

Mansoor 75


VISIE Landschapsraamwerk dat reikt tot aan de voordeur In deze visie op het Westelijk Havengebied valt allereerst op dat het Havenstad-plan niet strikt binnen de grenzen van de ring blijft. Wanneer het oorspronkelijke plangebied volledig is ontwikkeld, kan ook het gebied ten westen van de ring worden getransformeerd tot een aantrekkelijk woon-werkmilieu. Omdat Zaandam steeds meer wordt gezien als onderdeel van de Metropoolregio Amsterdam, creëert deze uitbreiding van Havenstad een logische overgang. Via het Hembrugterrein ontstaat zo een geleidelijke verbinding tussen Zaandam en station Sloterdijk. Door tegelijkertijd het industriële areaal verder naar het westen te verdichten, blijft er voldoende ruimte behouden voor bedrijvigheid, terwijl nieuwe stedelijke functies zich kunnen ontwikkelen binnen een meer gemengde structuur.

76

0 km

0.5 km

1km

1.5 km

2 km

2.5 km


Brak water

Zoet water

Rivierklei

Zeeklei

Zanderig baggerslib

Wijkniveau 1:2000

Organisch baggerslib

Kleiig baggerslib

Zand

Bestaande natuur

Nieuwe bebouwing

Oude bebouwing

Open landschap

77


ERVARING OER-pad

78


Het Oer-pad is een route die de volledige primaire landschappelijke structuur van het OerIJ in het plan volgt. Als bezoeker ervaar je langs dit pad een grote variatie aan ruimtelijke sferen. Je slingert alleen over kronkelende paden waar je kunt verdwalen in de stilte, of stilstaan bij weidse vergezichten die een gevoel van sublimiteit oproepen. Tegelijkertijd voert de route je ook langs plekken met meer reuring en activiteit, waardoor het pad een afwisselende beleving biedt van het landschap.

79


OERPAD Palen

80


Het Oer-pad is één lange pad, maar per deel verschilt in materiaal en beleving, afhankelijk van de context. Op sommige plekken loop je over een knuppelpad dat boven het water slingert, met hoogteverschillen en momenten waarop je natte voeten kunt krijgen. Elders kom je stapstenen tegen die je over het water leiden. Deze afwisseling van ondergrond en omgeving zorgt ervoor dat elk deel van het pad een andere ervaring biedt en maakt de wandeling avontuurlijk en onverwacht.

Om het pad herkenbaar en onderscheidend te maken ten opzichte van andere routes in het gebied, worden langs de gehele lengte houten palen geplaatst. Deze staan overal op exact dezelfde hoogte ten opzichte van NAP. Zo krijg je als bezoeker een direct besef van het hoogteverschil in het landschap en ervaar je hoe sterk het niveau in het gebied varieert.

81


Vanaf een van de terrils heb je een indrukwekkend uitzicht over het nog altijd actieve industriële deel van het gebied. 82


83


Het vlonderpad dat over het overgroeide havenbekken voert, slingert zigzaggend door het riet en wekt een gevoel van desoriëntatie op. Terwijl je je een weg baant door het hoge riet, hoor, zie en ruik je nog steeds de nabijgelegen, werkende 84 fabrieken.


85


Vanaf het smalste punt stap je via stapstenen het weidse Oer-IJ over. 86


87


De havenbekkens zijn vergroend, maar de lange zichtlijnen die het gebied ruimtelijkheid geven, blijven behouden. De juxtapositie tussen de weelderige natuur en de ruwe industriële artefacten is voelbaar. 88


89


Hier maakt de natuur haar intrede op het publieke plein en gaat ze geleidelijk over in een meer verhard, stedelijk oppervlak. 90


91


Het pad slingert hier tussen de opslagtankers door, die met natte voeten in het Oer-IJ staan. De daken van enkele tankers zijn toegankelijk gemaakt, zodat je het landschap vanuit een verhoogd perspectief kunt ervaren. 92


93


In de dichtbegroeide Brettenscheg is het Oer-IJ beduidend smaller en wordt het ervaren als een beek die meanderend door het bos stroomt. 94


95


Eenmaal uit de dichtbegroeide Brettenscheg gekomen, opent het gebied zich opnieuw door het havenbekken. Het pad dat dwars door het midden loopt, voert langs een reeks natuureilanden, met aan weerszijden een weids uitzicht over het water. 96


97


WIJKNIVEAU

98


99


WIJKNIVEAU Stedenbouwkundig concept

100

Zoveel mogelijk van de oorspronkelijke industriële bebouwing en elementen blijft behouden in het nieuwe plan. Op deze manier wordt de laag van de industriële historie zichtbaar, wat zorgt voor een krachtig contrast met de nieuwe bebouwing. De bestaande structuren kunnen een nieuwe functie krijgen, of juist als artefact opgaan in het landschap.

Nieuw en oud in symbiose

De nieuwe bebouwing die wordt toegevoegd bestaat voornamelijk uit halfopen bouwblokken. Hierdoor krijgt het landschap de ruimte om ook binnen in de blokken door te dringen en blijven deze structuren ruimtelijk en visueel toegankelijk. Elk bouwblok staat aan de buitenzijde in directe relatie tot een grotere landschappelijke structuur, zoals een havenbekken, het Oer-IJ of een secundaire groene zone. De meer besloten binnenwereld van het blok vormt zo een krachtig contrast met de weidsheid van het omliggende landschap.

Halfopen blokken voor verbinding en contrast

Het landschap vormt de basis voor de stedelijke ontwikkeling en stuurt daarmee de opbouw van het stedenbouwkundig plan. Op sommige plekken bepaalt het landschap zelfs letterlijk de vorm en oriëntatie van de bouwblokken. Torens worden slechts spaarzaam ingezet, en alleen op locaties die direct verbonden zijn met de primaire landschapsstructuur, zodat ze het landschap versterken in plaats van overheersen.

Gebouwen vormen het landschap


Openbaar Vervoer Omdat de auto een minder dominante rol krijgt in het plan, wordt het openbaar vervoernetwerk des te belangrijker. Het OV-netwerk bestaat uit een dubbele trambaan vanuit station Sloterdijk richting het Hembrugterrein. Bij het Noordzeekanaal aangekomen maken beide trambanen elk een lus in tegenovergestelde richting, waardoor ze de omliggende buurten bedienen. Op deze manier hoeven vrijwel alle bewoners maximaal 150 meter te lopen naar een tramhalte, waarmee het ruim binnen de richtlijnen voor stedelijke ontwikkeling valt.

101


WIJKNIVEAU Auto Omdat het gebied ook een werkmilieu blijft en profiteert van de tactisch gelegen randpositie van Amsterdam, wordt de auto niet volledig uit het straatbeeld geweerd. In plaats daarvan dringt het autonetwerk via strategische inprikkers de buurten binnen. Aan deze inprikkers zijn ondergrondse parkeergarages gekoppeld, gelegen onder de bouwblokken. Zo blijft het gebied goed bereikbaar per auto, terwijl de auto zelf een minder prominente plek inneemt in het straatbeeld.

102


Fiets De fietsstructuur speelt een centrale rol in het plan en beschikt daarom over het meest uitgebreide netwerk. Door het hele gebied zijn goed verbonden fietspaden opgenomen, die zorgen voor een vlotte en veilige verbinding tussen woonbuurten, werkplekken en voorzieningen. Hierdoor is elk deel van het gebied gemakkelijk per fiets te bereiken, wat het fietsen aantrekkelijk maakt en actief stimuleert.

103


WIJKNIVEAU Blokidentiteit door het onderliggende landschap Op wijkniveau is goed te zien wat de introductie van de landschappelijke structuur teweegbrengt. Ieder bouwblok krijgt, door het omliggende en binnendringende landschap, een eigen karakter. Sommige bouwblokken zijn zelfs gevormd door het landschap. Het toevoegen landschap brengt veel uitdagingen met zich mee voor de mobiliteit. Deze vergroening mag echter niet ten koste gaan van bereikbaarheid en toegankelijkheid: essentiële onderdelen van een goed functionerende stad. Hiervoor is een doordacht verkeersnetwerk ontworpen, met als basis de hoofdas en de buurtlaan die elkaar kruisen. De hoofdas loopt van Sloterdijk richting het Hembrugterrein in Zaandam, de buurtlaan loopt vanuit de Vlothaven via verschillende buurten naar het Noordzeekanaal. Ondanks de verschillende verkeersstructuren die op deze assen aanwezig zijn, blijft ook hier het landschap, de secundaire structuur dominant. De havenbuffers vormen een familie, maar hebben ieder een eigen karakter en morfologie. Sommige eilanden in deze buffers zijn toegankelijk voor mensen, terwijl andere juist bestemd zijn voor de natuur bijvoorbeeld als rustplaats voor vogels. 104


105


WIJKNIVEAU Hoofdas

De hoofdas is 60 meter breed en bestaat uit een asymetisch opgebouwd profiel, met het langzame verkeer inclusief de tramlijnen meer aan de zonnige zijde en het autoverkeer aan de schaduwzijde. Het profiel bevat een ruig landschap in het midden van 20 meter breed, waar aan beide zijdes plek is om er langs te wandelen. Omdat deze hoofdas de belangrijkste verkeersader is, komt er een dubbelzijdig fietspad aan beide zijdes.

106


107


WIJKNIVEAU Buurtlaan

De buurtlaan heeft een wat smaller en asymmetrisch profiel van 40 meter breed, maar wordt begeleid door een even brede groenstructuur van eveneens 20 meter. Door deze opbouw kan het profiel worden gezien als een moderne, natuurlijke variant van een Amsterdams grachtenprofiel. In het profiel is geen auto aanwezig, enkel een tramlijn aan de schaduwzijde. Aan de zonzijde ligt een dubbelzijdig fietspad en een vlonderpad dat varieert in breedte, zodat er op sommige plekken ook ruimte is om te verblijven.

108


De oevers van het water zijn relatief steil, op sommige plekken zelfs met een helling van 1:3. Om erosie en afkalving tegen te gaan, worden de oevers dicht beplant met bomen en heesters, waarvan de wortels de bodem bij elkaar houden.

109


WIJKNIVEAU Kade

De kades behouden het overwegend stenige karakter, maar worden wel vergroend. Er worden twee rijen bomen toegevoegd, waarbij de bomen die tegen de gebouwen aan staan van de derde grootteorde zijn. De bomen die verder op de kade staan, dichter bij het water, kunnen uitgroeien tot bomen van de eerste grootteorde. Op sommige kades moet de auto kunnen rijden, maar de fietser krijgt meer ruimte op de weg, waardoor auto’s vanzelf trager gaan rijden. De trambaan ligt relatief dicht tegen de gebouwen aan, zodat je gemakkelijk vanuit de tram naar de bouwblokken kunt komen. Aan de waterkant ligt een brede voetgangerszone met veel zitplekken, zodat je volop kunt genieten van de weidsheid van de haven.

110


111


WIJKNIVEAU

De woonstraten hebben een intiem profiel van 20 meter breed, dat uitnodigt om als bewoner ook voor je voordeur te verblijven. Aan beide zijden van de straat ligt een voetgangerszone van 5 meter, met een margestrook van 1,5 meter. Deze stroken bieden mogelijkheid voor bewoners om zich de ruimte toe te eigenen, bijvoorbeeld met plantenbakken, zitplekken of andere objecten. In het midden van het profiel ligt een lineaire wadi, die in verbinding staat met de grotere landschappelijke structuren in de wijk. De wadi is 5 meter breed en biedt voldoende ruimte om bomen aan te planten. Deze bomen worden niet in een rechte lijn geplaatst, maar verspringen in positie, waardoor de wadi een losser en natuurlijker karakter krijgt. Een straat van 5 meter breed, waar de auto te gast is, biedt net genoeg ruimte voor autoverkeer en vormt de ontsluiting met de parkeergarages die onder de bouwblokken liggen.

112


113


BUURTNIVEAU

114


115


BUURTNIVEAU Uitleg Kolengebied In het plan zijn twee gebieden in detail uitgewerkt. Het doel van deze uitwerking is om een indruk te geven van de sfeer van het gebied. Welke invloed heeft het landschap op de beleving, en op de manier waarop toekomstige bewoners en gebruikers in het gebied zullen wonen en werken? Omdat de plannen nauw verbonden zijn met de context, wordt telkens eerst de huidige situatie getoond aan de hand van een luchtfoto.

Huidige situatie

Aangezien het plan in de basis bestaat uit het verplaatsen van bodemmateriaal volgens een gesloten grondbalans, wordt vervolgens een meer abstracte kaart getoond die aangeeft tot welke laag wordt afgegraven of opgehoogd. Tot slot wordt een detailuitwerking gepresenteerd, inclusief lengtedoorsnede en perspectieven, die een goed beeld geven van de beoogde sfeer. Bodemlaag

Bodemlaag

Detail 1:500

116


Havengebied

Huidige situatie

Bodemlaag

Detail 1:500

117


BUURTNIVEAU Kolengebied huidige situatie Het kolengebied wordt momenteel gekenmerkt door grote bergen kolen die het landschap een vervreemdend en bijna buitenaards karakter geven. In het nieuwe plan wordt met hoogteverschillen verwezen naar deze kolenbergen. Daarnaast staan er nog grote kranen en graafmachines in het gebied, die als industriële kunstwerken boven de kolenheuvels uitsteken. De rechthoekige, immense loodsen vormen een sterk contrast met de organische vormen van de kolenbergen.

118

0

50

100

150 m


119


BUURTNIVEAU Kolengebied bodem Op de plek waar het oude Oer-IJ stroomde, wordt afgegraven tot aan de oorspronkelijke bodemlagen, waardoor het Oer-IJ deels wordt hersteld. Vanuit deze laag vertakt zich de secundaire structuur, die wordt afgegraven tot aan de zeekleilaag. Deze structuur staat in verbinding met de binnenruimtes van de halfopen bouwblokken en met de afgegraven wadi’s in de buurtstraten. De binnenruimte van de bouwblokken in het kolengebied wordt opgehoogd met zand en afgewerkt met een organische baggersliblaag. Op het hoogste punt van de nieuwe heuvel wordt plaatselijk een kom aangebracht, waarin regenwater tijdelijk kan worden gebufferd. Via de afgegraven ringstructuur aan de randen van het bouwblok wordt overtollig regenwater afgevoerd richting de secundaire structuur. In de bouwblokken waar het rechte spoor doorheen loopt, wordt de binnenruimte niet opgehoogd, maar juist subtiel afgegraven, zodat ook daar plaatselijk water kan worden opgevangen.

0

50

Oppervlaktewater

Rivierklei

Getijdengeulafzettingen

Zeeklei

Baggerslib organisch

Zand maaiveld

Zand Opgehoogd

Zand afgegraven

120

100

150 m


121


BUURTNIVEAU Kolengebied plankaart Het landschap binnen het kolenblok ligt iets hoger, is droger en dichtbebost. Daardoor vormt het een sterk contrast met de omgeving buiten het blok, waar de weidsheid van het Oer-IJ domineert. Het Oer-IJ krijgt hier de vorm van een rietlandschap, met slechts enkele solitaire, natte heesters, zodat het open karakter behouden blijft. De grote loodsen zijn allemaal behouden en krijgen een nieuwe invulling. Ze vormen de ruimtelijke kaders van een nieuw publiek plein. Ook op dit plein doet het Oer-IJ zijn intrede: het natte landschap loopt hier geleidelijk over richting het drogere, verhoogde terrein binnen het kolenblok. De secundaire structuur van het plan is de buurtlaan. Binnen dit profiel slingert het water zoveel mogelijk mee, zodat er een natuurlijke en informele ruimte ontstaat. De solitaire gebouwen binnen de halfopen blokken, waar de spoorlijn doorheen loopt, zijn geplaatst in lijn met het spoor. Het spoor zelf fungeert als een intern wandelpad dat langs de blokken loopt en bijdraagt aan de ontsluiting van de binnenterreinen.

A

Oude bebouwing

Nieuwe bebouwing

Oerpad

Vlonderpad

Spoorpad

Ingang parkeergarage

Oerij oever

Opgehoogd loofbos

Lineair Elzen-broekbos

Collectieve tuinen

Collectieve tuinen

122


0m

50 m

100 m

150 m

1:500

B

123


BUURTNIVEAU Kolengebied doorsnede

Raterpopulier

Gewone es Ruwe berk Treurwilg

124


Beuk Zomereik

Zwarte els

Katwilg

125


126

A


De binnenruimte kenmerkt zich door dichte vegetatie en hoogteverschillen. Heesters en kleine bomen zorgen voor een zachte overgang tussen privé en openbaar 127


128

B


Het natte OerIJ landschap gaat via lostliggende stelconplaten langzaam over in een plein waarbij de stelconplaten tegen elkaar aan liggen. 129


BUURTNIVEAU Maquette 1:500 Kolengebied

130


131


BUURTNIVEAU Havengebied huidige situatie Het havengebied kenmerkt zich door een groot, breed havenbekken waar vandaag de dag nog schepen liggen. Het grootste deel van het landareaal bestaat uit een vlak maaiveld, met daarop opslagsilo’s van allerlei verschillende hoogtes die losjes in een denkbeeldig grid staan.

132

0

50

100

150 m


133


BUURTNIVEAU Havengebied bodem De grootste bodemingreep in dit gebied vindt plaats in de havenbekkens. Deze worden deels volgestort met zandrijk baggerslib, waardoor ondieptes en eilanden ontstaan binnen de waterstructuur.

0

50

Ook in dit gebied wordt het Oer-IJ afgegraven, waardoor het in open verbinding komt te liggen met de havenbekkens. De binnenzijde van het bouwblok wordt afgegraven tot aan de zeekleibodem, waarbij een open verbinding met het havenbekken wordt gerealiseerd. Rondom het binnenwater in het blok worden zogenaamde swales gegraven. Deze zorgen ervoor dat regenwater niet direct in het binnenwater stroomt, maar plaatselijk vertraagd kan infiltreren.

Oppervlaktewater

Rivierklei

Getijdengeulafzettingen

Zeeklei

Zand maaiveld

Zand afgegraven

Zandrijk baggerslib

134

100

150 m


135


BUURTNIVEAU Havengebied plankaart In dit gebied blijft het open karakter behouden en wordt het zelfs versterkt. In de havenbekkens liggen eilanden die niet toegankelijk zijn voor mensen, waardoor rust en ecologische waarde gewaarborgd blijven. Binnen het bouwblok blijven alle silo’s intact. Ze worden getransformeerd tot woningen en ateliers, waarmee het industriële erfgoed een nieuwe functie krijgt. Het binnenwater krijgt een intiemer karakter en nodigt uit tot recreatie. Ouders kunnen vanuit hun woningen bovendien goed toezicht houden op spelende kinderen in en rond het water. Het grid van de silo’s wordt in het zuidelijke deel van het plan voortgezet in de plaatsing van de bomen, waardoor de structuur van het gebied herkenbaar blijft en wordt doorvertaald in het groen. Rondom de silo’s die in het water staan, wordt een proces van verlanding gestart. Verlanding is het proces waarbij open water geleidelijk verandert in moeras of land, doordat slib, plantenresten en ander materiaal zich ophopen. Dit gebeurt meestal op plekken met weinig stroming, waar sediment kan bezinken en vegetatie zich kan vestigen.

136

Oude bebouwing

Nieuwe bebouwing

Oerpad

Vlonderpad

Ingang parkeergarage

Oerij oever

Baggerslib eiland

Verlandingszone

Lineair Elzen-broekbos

Collectieve tuinen


0m

50 m

100 m

150 m

1:500

C

D

137


BUURTNIVEAU Havengebied doorsnede

138


0m

Berijpte Wilg Witte els

Witte Abeel

50 m

100 m

150 m

Treurwilg

139


140

C


De verhoging van de swale zorgt voor een zachte overgang tussen privé en openbaar 141


142

D


Het pad slingert hier tussen de opslagtankers door, die met natte voeten in het Oer-IJ staan. Sommige bovenkanten zijn toegankelijk gemaakt, zodat je het landschap vanuit een verhoogd perspectief kunt ervaren. 143


WAT ACHTER BLIJFT

144


145


WAT Epiloog ACHTER BLIJFT Wanneer stedelijke gebieden worden getransformeerd, worden de plannen in de eerste stadia op visieniveau meestal uitsluitend uitgedacht door stedenbouwkundigen. Zo ook bij Haven-Stad: in de Ontwikkelstrategie wordt niets gezegd over de landschappelijke historie, de bodem of de landschappelijke kwaliteiten. Landschapsarchitecten worden vaak pas later in het proces betrokken, wanneer de strategie in hoofdlijnen al is vastgesteld. Ze worden dan ingezet voor het verder uitwerken van bijvoorbeeld de openbare ruimte. Ik zie dit als een groot gemis, want juist het landschap zou het uitgangspunt moeten zijn bij stedelijke transformatie. Landschapsarchitecten zouden vanaf het begin betrokken moeten zijn bij het proces – en idealiter zelfs een leidende rol innemen. Met dit project hoop ik te hebben laten zien dat een alternatieve benadering van de stad, geredeneerd vanuit het onderliggende landschap, kan leiden tot een stedelijke ontwikkeling met meer veerkracht, waarde en een eigen identiteit.

146


Dankwoord Allereerst wil ik mijn mentor Willemijn van Manen bedanken. Haar vertrouwen en aanstekelijke motivatie hebben me keer op keer verder geholpen. Dankzij haar voelde ik me gesteund, zelfs op de momenten dat ik zelf even twijfelde. Ook veel dank aan mijn commissieleden, Brigitta van Weeren en Tomas Degenaar, voor jullie scherpe inzichten, kritische blik en inhoudelijke feedback. Jullie hebben me geholpen mijn plan aan te scherpen en steeds weer vanuit nieuwe invalshoeken te kijken.

Op pad met ecoloog Martin Melchers

Bedankt aan Martin Melchers (ecoloog), Abbe Hekkert (Blauwe Bagger) en Mirte van Laarhoven (Living Landscapes) voor jullie expertise omtrent specifieke onderwerpen. Jullie kennis heeft mijn project op een wezenlijke manier verdiept. Mijn familie — Ine, Jan en Joes — wil ik bedanken voor het altijd voor me klaarstaan tijdens deze drukke afstudeerperiode. Jullie betrokkenheid en steun zijn voor mij van heel belangrijk geweest. Pep, jij ook bedankt. Je wist altijd precies wanneer je pontificaal op mijn werk moest komen liggen, en eerlijk is eerlijk: dat zorgde voor de nodige luchtigheid en gezelschap. En lieve Eline, je bleef me steunen, onvoorwaardelijk. Dank je wel daarvoor.

147


WAT ACHTER BLIJFT Literatuurlijst Actueel Hoogtebestand Nederland. (2023). AHN viewer. https://www.ahn.nl/ahn-viewer Buro Lubbers. (2024). Innovatief watersysteem in Eindhoven: Gebieden Celsius, Vredeoord en Grote Beek verbonden door afwatering. Buro Lubbers Landschapsarchitectuur en Stedenbouw. De Gans, W. (2011). De bodem onder Amsterdam. Amsterdam: De Geologische Dienst Nederland TNO. De Gans, W. (z.j.). De bodem onder Amsterdam: Een geologische stadswandeling (TNO publicatie TIP 190). TNO, Geologische Dienst Nederland. https://www.tno.nl Gemeente Amsterdam. (2021). Integraal raamwerk Haven-Stad: Transformatie van 12 deelgebieden. Gemeente Amsterdam, Directie Ruimte en Duurzaamheid. Gemeente Amsterdam. (2023). Klimaatadaptatie Hittestress. https://maps.amsterdam.nl/klimaatadaptatie/ Gemeente Amsterdam, Bureau Monumenten & Archeologie. (2009). Cultuurhistorische verkenning Haven-Stad. Gemeente Amsterdam. Gemeente Amsterdam, Ruimte en Duurzaamheid. (2017). Ontwikkelstrategie Haven-Stad: Transformatie van 12 deelgebieden (verkorte versie). Gemeente Amsterdam. Informatiepunt Leefomgeving. (2023). Verzilting: Oorzaken, gevolgen, maatregelen. https://iplo.nl/thema/water/ beheer-watersysteem/verzilting-oorzaken-gevolgen-maatregelen/ Klarus, V. (2020). De natuur als oplossing voor de effecten van klimaatverandering in de stad. City Deal Klimaatadaptatie. Koop, S., & van Leeuwen, C. (2017). The challenges of water, waste and climate change in cities. Environment, Development and Sustainability. https://doi.org/10.1007/ s10668-017-9691-2 Onze natuur. (2022, juni 19). Wat is het verschil tussen natuur, milieu en klimaat? https://www.onzenatuur.be/ artikel/wat-is-het-verschil-tussen-natuur-milieu-en-klimaat

148

Parlement van de Scheggen. (2019). Manifest van de Scheggen. ARCAM Architectuurcentrum Amsterdam. Rijkswaterstaat. (2021, mei). Verzilting Amsterdam-Rijnkanaal en Noordzeekanaal: Feiten en maatregelen (Factsheet P1231). Rijkswaterstaat Water, Verkeer en Leefomgeving. https://www.helpdeskwater.nl/verzilting Short, J. R., & Farmer, A. (2021). Cities and climate change. Earth. Stichting Oer-IJ. (2015). Zicht op het Oer-IJ: Plan van Aanpak, Geopark Oer-IJ in oprichting (Versie 3C). Stichting Oer-IJ. Stichting Oer-IJ & VISTA landschapsarchitectuur en stedenbouw. (2019, 29 februari). Inspiratiebeeld voor het Oer-IJ gebied. https://www.oerij.eu/wat-doen-wij/publicaties/inspiratiebeeld-voor-het-oer-ij-gebied/ The World Bank. (2023). Assessing the benefits and costs of nature-based solutions for climate resilience: A guideline for project developers. International Bank for Reconstruction and Development. Van Londen, H., Van Eerden, R., & De Visser, R. (2022). Basisdocument Oer-IJ: Provinciaal archeologiegebied. Steunpunt Monumenten & Archeologie Noord-Holland. Van Zanten, B., Gutiérrez Goizueta, G., Brander, L., Gonzalez Reguero, B., Griffin, R., Kapur Macleod, K., Alves, A., Midgley, A., Herrera, L. D., & Jongman, B. (2023). Assessing the benefits and costs of nature-based solutions for climate resilience: A guideline for project developers. World Bank. https://www.worldbank.org


149


150


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Giel Wieggers - De bodem als ontwikkelaar by Amsterdam Academy of Architecture - Issuu