Skip to main content

Dominique van der Heijden - Verborgen Oogst

Page 1


VERBORGEN OOGST

Academie Van Bouwkunst | Dominique van der Heijden | 2026 Amsterdam

Commissie leden |

Rogier van den Brink (mentor)

Inez Tan

Wouter van Elburg

Toegevoegde Leden | Jolijn Valk

Tobias Kumkar

Academie Van Bouwkunst Amsterdam Master Architectuur 06 juli 2026 dominiquev.d.heijden@live.nl +31 (06) 11879381

VERBORGEN OOGST

Afb. Mestreecht Ersteerke, www.mestreechtersteerke.nl

|

VOORWOORD

Een oude boerderij op een plek met een rijke geschiedenis, die terugreikt tot de ijstijd en een eerste bezetting in 57 voor Christus. Een bouwwerk waarin verschillende tijdslagen zichtbaar zijn, maar die langzaam vervagen door de staat van verval waarin het zich bevindt. Het behoud van historische architectuur is waardevol, het benadrukt het karakter van een plek en de geschiedenis die daarin besloten ligt.

De wereld van de architectuur fascineert mij. Het vermogen om creatieve ideeën te onderbouwen met diepgaande kennis, resulterend in tastbare vorm en taal, is wat mij aantrekt. Het vertalen van een ontwerp naar de werkelijkheid van een specifieke locatie, een gebouw of een object. Maar ook het vertellen van het verhaal van een plek, waarbij de architectuur verschillende tijdslagen onthult en zichtbaar maakt.

Dit project gaat over het samenbrengen van een plek, een gebouw en een beleving tot één verhaal. Dat verhaal wil ik vertellen door middel van een architectonisch ontwerp waarbij het bestaande wordt gerespecteerd en een hedendaagse interventie een dialoog aangaat met wat er al was. Twee tijdslagen die elkaar versterken en ieder op eigen wijze een verhaal vertellen. Het project is tot stand gekomen op basis van een breed onderzoek waarin landschappelijke, stedenbouwkundige en architectonische analyses samenkomen.

De kwaliteiten van deze specifieke plek zijn onderzocht en de mogelijkheden die daarbij passen zijn verkend. Het resultaat is een conceptuele uitkomst, een samenkomst van verleden en heden, waarbij de grenzen tussen wat er was en wat er kan zijn bewust open worden gelaten.

Locatie

1. LOCATIE EN GESCHIEDENIS

HETALBERRTKANAAL

CENTRUM MAASTRICHT
HOEVE CASTRUM
NEDERLAND
SINT-PIETERSBERG
ENCI GROEVEN

NEDERLAND

enci groeven

BELGI Ë

afb. kaartonderlegger: © Google Maps. Grafische bewerking: eigen werk.

Landsgrens

HOEVE CASTRUM

Afb. Collectie Ed de Groot

| LOCATIE

Hoeve Caestert is gelegen op het Waalse deel van de SintPietersberg, ook bekend als het Plateau van Caestert, ongeveer 250 meter ten zuiden van de grens met Maastricht en grenzend aan de Vlaamse gemeente Riemst, nabij Kanne.

De hoeve maakte ooit deel uit van een groter complex, waaronder twee kastelen, een watertoren en een kapel, ook wel bekend als Villa Castrum. De kastelen brandden af in 1972, waarna de watertoren en de kapel kort daarna werden gesloopt. Wat resteert is de hoeve, een bouwwerk dat de geschiedenis van het complex in zich draagt, maar waarvan de context grotendeels is verdwenen.

| ONTSTAAN

De naam Villa Castrum verwijst naar het Romeinse woord ‘castrum’, wat kasteel of vesting betekent. Deze naam onderstreept het strategische belang van de locatie door de eeuwen heen.

De geschiedenis van de site gaat terug tot de 5e eeuw voor Christus, toen er een Keltisch oppidum stond dat 32 hectare besloeg. Deze vesting maakte gebruik van de natuurlijke strategische ligging op het plateau.

| ORGINELE FUNCTIE

Middeleeuws kasteel en klooster Het oorspronkelijke kasteel dateert uit de 13e eeuw, maar werd in latere periodes meerdere malen gerenoveerd. In de 15e eeuw werd een watertoren toegevoegd om de waterdruk in de leidingen te garanderen. Het complex diende als rustplaats voor monniken uit Luik, die hier retraites organiseerden en groepen verwelkomden voor bezinning.

Van klooster tot gastvrijheid Na zijn tijd als klooster werd het complex omgebouwd tot een gastvrijheidslocatie. De bijbehorende 17e-eeuwse boerderij was essentieel voor de bevoorrading van het klooster met voedsel, zoals graan, vlees en andere producten. Hiervoor diende de bijbehorende schuren en moestuin. De boer runde ook een café op zijn terrein en hield beroemde stieren voor de fokkerij.

| SAMENVATTING EIGENAREN EN FUNCTIE

Pré-historie

Romeins

869

Karolingers/Merovingers

1126 Bovon/Neufmoustier

1256

1798

Bertrand van Liers en zoon

Abten van St.Jacques 1424; bouw: 1686 Henrici, 1713 Jacqet, 1773 Maillard

Fam. Veugen

1821 Fam. Vissers bankier

Fam. Nagelmackers

1873 Fam. De Broukere/dochter/zoon Alfred 1908 Fam. Reijntjes De Theulegoet

1921 Van Rijckevorsel 1921 zijn vrouw (Kervijn) zeer gelovig, missen in kapel, rood bekleed, wellicht toen uitbreidende bouw?

Fam. August en Joseph Smeets ? Société Immobiliere Fortuna, verkoopt aan 1936 Voorloper CBR

1940-1944 In WOII eerst Duitsers (Tod) daarna US, Schot Briggs 1945-1951 hotel resto (oudejaarsfeesten?)

1951-196

Fam. (Toine) Starren, 1951-1963 na briggs, vóór Halais, van 1951-1963 Dubois champignonkweker/ scholieren retraite/ Vlaamse kampeerclub/Oranjereizen

1963 Jeugdherberg/Fam.

1963-1972 Halais

1969-1972 E. de Grood/Wingers/Knippenberg

1972-1973 Amotie

1950 Duchateau (boerderij) 2003 -heden Wallonië/DNF

| 1951 - 1963

Afb. Villa Castrum. www.villacastrum.eu

| GANGENSTELSEL

Door de gehele Sint-Pietersberg loopt een uitgebreid ondergronds gangenstelsel, dat zich uitstrekt van Maastricht tot het meest zuidelijke Waalse deel van de berg. Ook onder het Plateau van Caestert bevinden zich deze gangen. Onder de hoeve zelf zijn geen gangenstelsels gegraven, maar onder de voormalige kastelen en de kapel zijn wel gangen gevonden die destijds in gebruik zijn genomen.

Kasteel Caestert stond op het plateau, bovenop een kalkrijke mergelheuvel. De ondergrond bevatte diverse mergelgroeven en tunnels, waaronder de kasteelgroeve, deels gelegen onder het kasteel zelf. De kalkrijke ondergrond was eigendom van de cementindustrie CBR, die vanaf 1936 het terrein in gebruik had en de ondergrondse mergel- en limonietgroeven exploiteerde. Deze groeven liepen deels onder het kasteel en de bijbehorende hoeve, waardoor een complex gangenstelsel ontstond dat de stabiliteit van de bovengelegen bebouwing beïnvloedde.

In 1966 stortte de toren van het oude kasteel in, waarna de resterende constructie in opdracht van CBR van de helling werd verwijderd. De instabiele ondergrond, mede als gevolg van de groeven eronder, droeg vermoedelijk bij aan de verzwakking en het verval van de gebouwen. In 1972 verwoestte een brand het nieuwere kasteel en de watertoren, waarna beide snel werden gesloopt.

Wat ondergronds resteert zijn fundamenten, een grafkelder en een ijskelder ooit in gebruik als onderdeel van het complex, nu een stille herinnering aan wat hier heeft gestaan. Een directe verbinding tussen het bovengrondse en het ondergrondse ontbrak enkel een waterput elders op het terrein vormde een relatie tussen de twee werelden. Het hoogteverschil tussen de hoeve en de vloer van de grafkelder bedraagt 18 meter. De gangen zijn hedendaags niet meer toegankelijk zonder de juiste begeleiding.

Afb. Collectie Ed de Groot
| Het fundament onder de kastelen
| De plattgrond van het gangenstelsel
| Grafkelder
| Ijskelder

| MORFOLOGIE EN GEOGRAFIE

De Sint-Pietersberg is gelegen ten noorden van de Jekervallei en ten westen van de Maas, en vormt de noordrand van het Plateau van Caestert, een deel van het Boven-Maasplateau. Het hoogste punt aan de Waalse zijde bedraagt circa 170 meter boven NAP. Het hoogteverschil met de Maasvallei bedraagt ongeveer 100 meter, wat resulteert in een sterk contrasterend reliëf steil afhellend naar de Maas, zachter glooiend naar het westen.

De berg is opgebouwd uit kalksteen en mergel uit het Krijt, met daarboven jongere zand- en kleilagen. Duidelijke terrassenstructuren markeren de oude rivierterrassen van de Maas en de Jeker. Erosie door beide rivieren heeft diepe insnijdingen in het landschap gecreëerd, terwijl tektonische opheffing en breuken het plateau in afzonderlijke blokken hebben verdeeld.

Aan de Waalse zijde zijn diverse karstverschijnselen aanwezig opgeloste kalkzones, dolines en ondergrondse gangen. De grotten van Caestert en Fort Ebn-Emael, uitgehouwen in de mergelheuvel, tonen hoe poreus en bewerkbaar de kalksteen is. Historische kalksteengroeven, waaronder de groeven van Caestert en Lanaye, getuigen van eeuwenlange menselijke exploitatie van de ondergrond. Het Kanaal van Ternaaien, aan de voet van de berg uitgesneden door menselijk ingrijpen, versterkt de scherpe morfologische overgang tussen plateau en vallei.

De berg is geen statisch geheel. Aan de Maaszijde vindt actieve erosie plaats door water en hellinginstabiliteit. Kalkverwering en karstificatie blijven plaatsvinden in het plateau. De breuklijnen veroorzaken lichte aardverschuivingen en scheurvorming. Vegetatie en herinrichting na het sluiten van de groeven beïnvloeden de huidige hellingsvormen.

Vanuit de Waalse kant presenteert de Sint-Pietersberg zich als een massieve, asymmetrische kalksteenheuvel met een steile oostflank naar de Maas en een afgeronde westflank naar het Jekerdal. De contrastlijn tussen het Plateau van Caestert en de Maasvallei is een van de markantste morfologische overgangen in dit grensgebied.

Jekerdal | Westzijde

Maasdal | Oostzijde

CAESTERT PLATEAU | Bos

Gebieds grens | 9 ha Prive grens

Openveld

Rivier

Boerderij orgineel

ALBERTKANAAL
Hoofd routing
CAESTERT | routing
Bos
Openveld
Boerderij
Rivier
Gebieds grens
Prive grens

| DYNAMISCH BOSLAND ERVARING

Het perceel is omringd door een dynamisch boslandschap, gekenmerkt door verschillende typologieën. Via uitgebreide wandelingen door het gebied zijn de kwaliteiten van het bos in kaart gebracht en onderscheiden. Dit eeuwenoude landschap heeft mede bepaald hoe het terrein is ingericht en hoe de oriëntatie van de gebouwen is ontstaan. De strategische ligging, verscholen tussen het gelaagde landschap, wisselt af met momenten van openheid, doorkijken tussen het bos die onverwacht uitzicht bieden. Deze kenmerken vormen een waardevolle inspiratiebron voor het concept van dit project.

OPEN GRENS - OPEN GESLOTEN |

DOORKIJKJE |

GELAAGD LOOFBOS |

UITZICHT / VERZICHT |

HALF OPEN VELD |

LANGS EEN BOS GRADIENT |

Woodland experience, Eva Willemsen

| LANDSCHAPPELIJKE

ARCHITECTONISCHE BEWERKINGEN

Op de Sint-Pietersberg zijn binnen het boslandschap verschillende landschappelijke en architectonische bewerkingen herkenbaar. Deze bewerkingen laten zich koppelen aan specifieke termen, zoals hiernaast omschreven. De elementen komen sterk naar voren in de landschappelijke beleving van de plek, zij vormen een kenmerk, een herkenningspunt en bepalen mede de ervaring van het gebied. Door gebruik te maken van deze bestaande kwaliteiten, in plaats van ze te negeren of te overschrijven, sluit het ontwerp aan op de eigen taal van de plek. Het werken met deze elementen vormt een uitgangspunt voor het ontwerp: architectuur volgt het landschap.

OPRIJLAAN |

‘‘De belangrijkste toegangsroute tot een gebouw’’

Landshapsarchitectonische berwerking -

Hoofdroute naar een gebouw met een gecomponeerde beeldsequentie. Een montagelijn die verschillende delen van de context aan de bezoeker introdcueert en zo het gebouw en de context aan elkaar koppelt.

BELEDÉRE |

‘‘Plaats die een mooi uitzicht biedt, alzijdig uitzichtpunt. Italiaans: bel= mooi + véderè=zien’’

Landshapsarchitectonische berwerking -

Nadrukkelijk aanwezig panorama; veelal gesitueerd op dramatische punt in het landschap; kan letterlijk maar ook figuurtlijk een eindpunt van een route zijn.

ALLEE / LAAN |

‘‘Een relatief brede, door de bomen of hagen begleide rechte weg’’

Landshapsarchitectonische berwerking -

Een verbindend element; kan een zichtlijn zijn, begleidt een beweging, meestal met en perspectiefvisch verdwijnpunt. Er is een beslotenheid die de tegenstelling binnen/buiten versterkt.

TUINMUUR |

‘‘duurzame tweedimentionale verticale scheiding’’

Landshapsarchitectonische berwerking -

Scheidt de tuin af van de buitenwereld. Het kan ook binnen de tuin geplaatst worden als afscheiding tussen twee delen of als ommuring van een hof of verborgen tuin ;op het zuiden gericht kan er een tropisch klimaat ontstaan.

Tussen haard en horizon, Johan der Zwart

HOOFDGEBOUW |

‘‘Arhitectonisch bouwwerk gepositioneerd in het landschap’’

Landshapsarchitectonische berwerking -

Ondersteunend aan het landschap en landschap in dienst van het gebouw.

WANDELPAD

|

‘‘Smalle weg op vrijelijk op voort te bewegen’’

Landshapsarchitectonische berwerking -

Een gematerialiseerde dwaling. Het meest directe middel om een route te ensceneren. Het schept een zintuigelijke afstand dan een beweging over het grondvlak.

POORT |

‘‘Toegang of doorgang in een muur of andere omheining, al of niet af te sluiten’’

Landshapsarchitectonische berwerking -

Binnentreden en tegelijkertijd verlaten van een ruimte of grensmarkering. Het dient als aankondeging. Het kan uitnodigend of juist afwerend zijn. Men wordt geconfronteerd met de dikte van de afscheiding.

GIARDINO SEGRETO

|

‘‘Letterlijk geheime tuin, maar vaak niet daadwerkelijk verborgen’’

Landshapsarchitectonische berwerking -

Onttrekt zich aan de wetmatigheden van de tuin en het huis en schept een eigen context. Veelal een eindpunt van een route, omdat een tuin geen relatie heeft met de omgeving ken hij een afgerondheid.

‘‘Vrij in de open ruimte staade dichte bomengroep’’

Landshapsarchitectonische berwerking -

Vrij in de ruimte staand ruimtelijk accent in de vorm van een miniatuur bos. Het kan een zichtlijn begleidende of een ongewenst zicht voorkomen.

PLATEAU

|

‘‘Verhoogde vlakte met steile hellingen’’

Landshapsarchitectonische berwerking -

Als een soort podium presenteert een plateau het gebouw en de omgeving aan elkaar. Heeft een multifunctioneel karakter, het biedt openheid in een bebouwde vlakte, het hoeft geen wand te bezitten.

Tussen haard en horizon, Johan der Zwart

Architectonische kenmerken die zich onthullen

Routing

| WAARDEKAART

Gelaagdheid in het landschap

Tijdens verschillende wandelingen naar Hoeve Caestert komen steeds dezelfde kwaliteiten naar voren. Het is een rustige omgeving waarin het geluid wordt bepaald door de wind door de bomen en het fluiten van vogels. De plek trekt zich terug uit de wereld en dat is precies wat haar karakter bepaalt.

De routes die naar de hoeve leiden zijn meervoudig en geen van alle eenduidig. Elke route heeft iets onvoorspelbaars een nieuwe bocht, een open plek, een zichtlijn die zich plotseling ontvouwt en even later weer sluit. Het landschap verandert met elke stap. Verborgen tussen al deze routes ligt het perceel van Hoeve Caestert, dat zich niet opdringt maar gevonden wil worden.

Wat de routes gemeen hebben is de gelaagdheid van het landschap. Als coulissen die achter elkaar verschijnen, onthult het landschap zich geleidelijk. De bezoeker wordt geleid zonder het te beseffen. Langzaam worden de architectonische kenmerken van de plek zichtbaar niet in één moment, maar als een opeenvolging van ontdekkingen.

Het begint met de aarde. De grond waar de wijnstokken wortelen, de zon die ze voedt en de seizoenen die hun groei beinvloeden.

Een wijngard is een levend kunstwerk, een plek waar natuur en menselijke zorg samen komen.

‘Han de Poel’

2. AMBACHT

| WIJNSTREEK

Een wijnrijke omgeving, Hoeve Caestert ligt midden in een uitzonderlijk wijnrijk landschap. Deze streek, met zijn unieke kalkrijke bodem en gunstige microklimaat, herbergt enkele van de meest bijzondere wijngaarden van Nederland.

De Apostelhoeve, de oudste en grootste wijngaard van Nederland, ligt in het nabijgelegen Jekerdal op de Louwberg. Sinds 1970 is de familie Hulst hier pionier in de Nederlandse wijnbouw op meer dan 14 hectare wijngaarden. De Apostelhoeve en Hoeve Nekum liggen op ongeveer 300 meter afstand van elkaar, wat de compactheid van deze wijnstreek illustreert.

Hoeve Nekum, voor het eerst vermeld in 1304, wordt sinds 1934 bewoond door de familie Bollen. Als op één na oudste wijnmakerij van Nederland begon het bedrijf in 1988 met wijnbouw.

De wijngaard Slavante op de Sint-Pietersberg wordt beschouwd als de oudste wijngaard van Nederland in de moderne tijd. In 1967 plantte Frits Bosch hier na anderhalve eeuw stilte de eerste wijnstokken. De wijngaard is prachtig gelegen op de oostelijke helling met uitzicht op de Maas en het Maasdal.

Château Neercanne is de enige Nederlandse wijngaard die deel uitmaakt van een echt kasteel. Het perceel werd in 1985 aangeplant en ligt direct onder het kasteel. De wijnvoorraad wordt opgeslagen in de mergelkelder van het kasteel, waar in 1991 tijdens een historische lunch de basis werd gelegd voor het Verdrag van Maastricht.

Deze concentratie van historische wijngaarden binnen een straal van enkele kilometers rond Hoeve Caestert onderstreept de natuurlijke geschiktheid van dit unieke landschap voor wijnbouw en positioneert het project binnen een rijk erfgoed van ambachtelijke wijnbouwtraditie.

Appostehoeve Hoeve Nekum

| OMLIGGENDE WIJNHUIZEN

Chateau Neercanne

NEDERLAND

afb. kaartonderlegger: © Google Maps. Grafische bewerking: eigen werk.

VILLA CASTRUM

Landgrens

Slavante
wijngaart Vergist

De ligging van Hoeve Caestert biedt uitstekende condities voor de aanplant van een wijngaard. De Sint-Pietersberg kent twee karakteristieke zijden, de steile helling aan de noordoostzijde en de glooiende helling aan de zuidwestzijde. Deze glooiende helling, met zijn zachte expositie richting de zon, is bij uitstek geschikt voor de aanplant van wijnstokken.

De locatie is omringd door bos, maar kent ook open velden, met name aan de zijde van het glooiende landschap. Niet elk open veld is echter geschikt voor wijnbouw. De bereikbaarheid van de zon en de beschikbare werkruimte rondom de stokken zijn bepalende factoren bij de selectie van de juiste percelen. Wanneer al deze factoren in overweging worden genomen, blijft er circa 18 hectare over die in aanmerking komt voor gebruik als wijngaard.

CAESTERT |

Gebieds grens

Bos

Openveld

Wijngaard

Rivier

+/- 18, HA mogelijk voorwijngaard

Bestaande bebouwing

Nieuwe toevoeging

Maasdal | Oostzijde
Jekerdal | Westtzijde

SAUVIGNON GRIS

Deze druif die wordt gebruikt voor Natuurwijn is meervoorkomend in NL / BE vanwege de stevige resistentie

Late bloei |

Minder risico op schade voor nachtvorst

Hoge schimmel resistentie |

Goede weerstand tegen schimmels en daardoor minder besproeieing nodig

Betrouwbare rijping en opbrengst |

In verband met koud klimaat en late bloei meer kans op goede oogst

Stevige scheel |

Door de stevige scheel veel weerstand tegen bederf. Hierdoor kan je langere scheelwekingtoepassen

CONVENTIONELE WIJN

Appelzuur

Wijnsteenzuur

Geconcentreerde druivenmost

Water

Gist

Sacharose

Gistcellen

Actieve droge gist

Melkzuurbacteriën

Calciumcarbonaat

Fumaarzuur

Eikenhoutsnippers

Protease

Stikstof

Zuurstof

Bèta-glucanase

IJzersulfaat

Koper(II)sulfaat

Lysozym

Pectolytisch enzym

Caseïne

Zwavel

Een conventioneel wijnproces biedt praktische voordelen. De eenlaagse opzet resulteert in lagere bouw- en onderhoudskosten, een eenvoudigere constructie en een betere logistieke toegankelijkheid voor personeel, machines en heftrucks. Alles bevindt zich op één niveau, wat de reiniging vereenvoudigt en het proces flexibel en uitbreidbaar maakt.

De keerzijde is een hoger energieverbruik. Pompen zijn noodzakelijk om wijn tussen de verschillende stappen te verplaatsen, met een verhoogd risico op oxidatie of beschadiging van delicate aroma’s als gevolg. Intensiever gebruik van pompen en leidingen leidt bovendien tot meer mechanische slijtage. Voor locaties waar grond schaars of kostbaar is, vormt de grotere benodigde grondoppervlakte een bijkomend nadeel.

Wit 200 mg/l

Rood 150 mg/l

NATUUR WIJN

Een natuurlijk, zwaartekrachtgestuurd proces behandelt de wijn zachter. Door most en wijn via het hoogteverschil tussen de productieniveaus te verplaatsen, worden pompen grotendeels overbodig. Dit vermindert oxidatie, beschermt gist en aroma’s en verlaagt het energieverbruik en de onderhoudskosten. Op locaties met een heuvelachtig terrein of beperkte grondoppervlakte biedt dit systeem bovendien een compact en efficiënt alternatief.

De hogere bouwkosten vormen het voornaamste nadeel. Een constructie met meerdere niveaus, aangevuld met liften of trappen, is complexer en kostbaarder dan een eenlaagse opzet. Latere uitbreiding of aanpassing van de productiecapaciteit is daardoor ook minder eenvoudig te realiseren.

Sulfieten SO2

Zwavel

Wit 40 mg/l

Rood 30 mg/l

| Oogst en wijnbereiding horizontaal

Een horizontaal wijnproces biedt praktische voordelen. De eenlaagse opzet resulteert in lagere bouw- en onderhoudskosten, een eenvoudigere constructie en een betere logistieke toegankelijkheid voor personeel, machines en heftrucks. Alles bevindt zich op één niveau, wat de reiniging vereenvoudigt en het proces flexibel en uitbreidbaar maakt.

De keerzijde is een hoger energieverbruik. Pompen zijn noodzakelijk om wijn tussen de verschillende stappen te verplaatsen, met een verhoogd risico op oxidatie of beschadiging van delicate aroma’s als gevolg. Intensiever gebruik van pompen en leidingen leidt bovendien tot meer mechanische slijtage. Voor locaties waar grond schaars of kostbaar is, vormt de grotere benodigde grondoppervlakte een bijkomend nadeel.

Oogst
Ontstelen & persen
Gisting Rijping
Bottelen
Verkoop

| Oogst en wijnbereiding verticaal

Een verticaal, zwaartekrachtgestuurd proces behandelt de wijn zachter. Door most en wijn via het hoogteverschil tussen de productieniveaus te verplaatsen, worden pompen grotendeels overbodig. Dit vermindert oxidatie, beschermt gist en aroma’s en verlaagt het energieverbruik en de onderhoudskosten. Op locaties met een heuvelachtig terrein of beperkte grondoppervlakte biedt dit systeem bovendien een compact en efficiënt alternatief.

De hogere bouwkosten vormen het voornaamste nadeel. Een constructie met meerdere niveaus, aangevuld met liften of trappen, is complexer en kostbaarder dan een eenlaagse opzet. Latere uitbreiding of aanpassing van de productiecapaciteit is daardoor ook minder eenvoudig te realiseren.

Oogst
Ontstelen en persen
Gisting
Rijping
Bottelen
Verkoop

| LOCATIE EN TERREINVOORZIENINGEN

De keuze van de juiste locatie is bepalend voor een succesvolle wijngaard. Mergelgronden, zoals die van de Sint-Pietersberg, zijn bijzonder geschikt voor wijnbouw de mineraalrijke, goed doorlatende bodem biedt de druif optimale groeiomstandigheden. De ideale oriëntatie van een wijngaard is zuidwest, waarbij een open vlakte tussen zuid en west zorgt voor maximale zonblootstelling en optimale windblootstelling. Wind speelt een cruciale rol in het natuurlijk bestrijden van schimmelziekten, een van de grootste uitdagingen in de Nederlandse en Belgische wijnbouw. Een zuidwestenwind draagt bovendien bij aan het snel drogen van de bladeren na regen, wat het risico op schimmelaantasting verder vermindert. Voor een efficiënte inrichting van de wijngaard gelden vaste plantafstanden.

De rijen liggen 2 meter uit elkaar, met een onderlinge afstand van 1 meter tussen de stokken binnen een rij. De druiven hangen op een hoogte van 75 centimeter boven de grond. De maximale haagshoogte rondom de wijngaard bedraagt 60 centimeter, om schaduwvorming te voorkomen. Deze verhoudingen zorgen voor voldoende licht, luchtcirculatie en werkruimte tussen de rijen.

afb. kaartonderlegger: © Google Maps. Grafische bewerking: eigen werk.

Zuid-Weste wind stroom

| LOCATIE EN TERREINVOORZIENINGEN

De Sint-Pietersberg biedt met zijn natuurlijke hoogteverschil en ondergrondse gangenstelsels de ideale condities voor een verticaal wijnproces. Het hoogteverschil tussen het maaiveld en de vloer van het gangenstelsel bedraagt 18 meter voldoende om het volledige productieproces zwaartekrachtgestuurd te laten verlopen. De keuze voor een verticaal proces is hier dan ook geen ontwerpbeslissing, maar een logisch gevolg van wat de plek zelf aanbiedt.

De huidige situatie

De interventie

Activering

3. VISIE

BEHOUDEN

Afb. Onderliggende afbeelding Ed de groot. Grafische bewerking: eigen werk.

| VISIE

Hoeve Caestert is een bouwwerk met een rijke geschiedenis dat langzaam ten onder gaat. Nadat de boer in de jaren negentig het terrein verliet, raakten de gebouwen snel in verval. Tijdens de periode van leegstand vond grootschalig vandalisme plaats waarbij waardevolle bouwmaterialen en constructies werden verwijderd blauwstenen drempels, dakpannen en houten balken verdwenen. Dit versnelde het verval aanzienlijk. Delen van wat nog overeind staat zijn inmiddels afgedekt met een tijdelijk dak om verdere aftakeling te voorkomen. Sinds 1993 woont een boswachter op het terrein om het complex te bewaken.

De geschiedenis van het bredere complex illustreert hoe kwetsbaar historisch erfgoed is wanneer gebruik en bescherming ontbreken. CBR wilde het terrein uitgraven om de mergel te winnen, maar de monumentale status stond dit in de weg. Wat volgde was verwoesting op een andere manier, de kastelen werden in brand gestoken, het gangenstelsel onder de kastelen werd vernietigd door de mergelwinning. Van het volledige complex resteert vandaag enkel de hoeve.

De zoektocht naar een nieuwe bestemming voor Hoeve Caestert is niet alleen een architectonische opgave, het is een vraag die de beheerders van de hoeve zelf stellen. Villa Castrum, het tijdelijke initiatief dat de hoeve momenteel beheert, roept actief op tot ideeën en betrokkenheid bij de toekomstige invulling van het complex. Die open vraag vormt de directe aanleiding voor dit project.

Dit verval is niet onvermijdelijk. Historische architectuur heeft gebruik nodig om te overleven , niet als museum, maar als levende plek. Een nieuwe functie die aansluit bij de geschiedenis en het karakter van de locatie kan het verval keren en de hoeve een nieuw leven geven. Niet door het verleden te wissen, maar door het te verankeren in het heden.

Dit project onderzoekt welke nieuwe functie passend is voor Hoeve Caestert en hoe een hedendaagse architectonische interventie het bestaande kan versterken zonder het te overheersen. Het behoud van het historische karakter staat daarbij centraal, niet als doel op zich, maar als voorwaarde voor een ontwerp dat recht doet aan de plek en zijn geschiedenis.

2013 | de plek waar ooit de kastelen hebben gestaan en alleen een afdruk van de fontein nog zichtbaar is.

Afb. Collectie Ed de Groot
| Huidige boerderij schuur

| PROGRAMMA

Het behoud van Hoeve Caestert vormt het vertrekpunt van deze ontwerpopgave. Om dat behoud te waarborgen is een nieuwe functie noodzakelijk, een die aansluit bij de geschiedenis en het karakter van de plek. Die functie is het wijnhuis.

Het programma van het wijnhuis omvat de volledige keten van wijnproductie: van de wijngaard en de binnenkomst van de oogst, via de verwerkingsruimte, de vatenkamer en de rijpingskamers, naar de bottelruimte, de opslag en het proeflokaal. Ondersteunende ruimtes zoals bergingen, technische ruimtes en sanitair completeren het programma.

Het wijnhuis wordt gerund door een wijnboer die op het perceel woont, ondersteund door vaste werknemers en vrijwilligers. Een wijngaard is in de beginfase zelden zelfvoorzienend op basis van wijnproductie alleen. De moestuin aan de noordzijde van de boerderij, die ooit de kastelen van voedsel voorzag, wordt daarom in ere hersteld. Als aanvullende functie draagt zij bij aan de exploitatie van het landgoed en versterkt zij de band met het landschap en de seizoenen.

Hoeve Caestert was van oudsher een plek waar mensen de stad ontvluchtten, een retraite in de natuur. Die rol krijgt zij terug. Om de wijngaard en moestuin te kunnen onderhouden zijn werknemers nodig die op het terrein verblijven. Daarnaast biedt de hoeve ruimte aan bezoekers die tijdelijk willen onderdompelen in de natuur en het ritme van het landgoed. De verblijfsfunctie is daarmee niet alleen een economische drager, maar ook een voortzetting van de historische identiteit van de plek.

De carréboerderij, waarvan de gesloten vorm in de loop der jaren is onderbroken, wordt gerenoveerd en teruggebracht in haar oorspronkelijke staat. De herkenbare typologie wordt hersteld, maar krijgt een nieuwe invulling. De boerderij huisvest de toetreding tot het landgoed, de verblijfskamers, de gemeenschappelijke verblijfsruimtes, de back office, de bibliotheek, de bedrijfsruimtes voor de moestuin en de woning van de wijnboer.

Het programma van het wijnhuis is te omvangrijk om volledig in de bestaande boerderij onder te brengen. Nieuwe bouwwerken zijn ontworpen om dit programma te kunnen waarborgen op een manier die aansluit bij het karakter van de plek en de bestaande bebouwing, zonder deze te overheersen.

|

DE BEZOEKER

De bezoeker

Deze plek richt zich op bezoekers die tijd willen investeren in begrip en ervaring. Wijnliefhebbers die het proces van druif tot wijn willen leren kennen door actieve deelname, en stedelingen die rust zoeken in plaats van entertainment. Beiden waarderen stilte boven drukte en kiezen voor meerdaagse verblijven waarin wandelen, observeren en ontdekken centraal staan.

Behoud is geen terugkeer naar het verleden. Het is een erkenning dat wat er is de moeite waard is om voort te zetten. Hoeve Caestert draagt de sporen van eeuwen in zich — in het mergel, in de muren, in de stilte van de verlaten kamers. Die sporen zijn geen last, maar een vertrekpunt. Het nieuwe bouwt voort op wat er al was, zonder het te wissen. Verborgen oogst, niet alleen van de wijngaard, maar van de plek zelf.

4. ONTWERP

| VERBORGENHEID

Architectuur volgt het landschap

‘‘Het gebouw past zich aan aan zijn omgeving, niet ondersom’’

Zien zonder gezien te worden

‘‘Het ontwerp maximaliseert strategische zichtlijnen terwijl het zelf verscholen blijft.’’

Gelaagdheid in diverse schalen ‘‘Iedere laag onthult iets nieuws’

Sequentiële route

‘‘De route is een geleidelijke verbinding tussen landschap en architectuur’’

Het materiaal als verhaal

‘‘Het materiaal komt uit de plek zelf en keert terug als architectuur’’

Dit project vertrekt vanuit het bestaande. Hoeve Caestert draagt de sporen van eeuwen in het mergel, in de muren, in de stilte van wat is achtergelaten. Behoud is hier geen doel op zich, maar een voorwaarde. Het nieuwe bouwt voort op wat er al was, in dialoog in plaats van in tegenstelling.

De plek is verankerd in haar landschap. De Sint-Pietersberg heeft door de eeuwen heen bepaald hoe hier gebouwd werd, met welk materiaal, in welke richting, op welke hoogte. Het ontwerp volgt diezelfde logica. Wat boven de grond gebeurt, is verbonden met wat eronder ligt, de geschiedenis van de groeven, het gangenstelsel, de ondergrond die het landschap draagt.

Architectuur en natuur, verleden en heden, staan hier niet tegenover elkaar, maar gaan een dialoog aan. De bestaande boerderij en het nieuwe wijnhuis spreken een verwante taal, maar uit een andere tijd. Het ene bevestigt het andere, zonder het te imiteren.

Verborgenheid is een wezenlijk kenmerk van deze plek. Wat zich hier bevindt, toont zich niet meteen. De route naar de hoeve is indirect, het landschap onthult zich geleidelijk, gebouwen liggen verscholen achter muren en bomen. Die verborgenheid is geen toeval, maar een kwaliteit die het ontwerp overneemt en versterkt.

Materiaal en constructie volgen uit de plek zelf. Wat uit de grond komt, keert terug als architectuur. Die gedachte vormt de kern van het ontwerp, verder uitgewerkt in de hoofdstukken die volgen.

| REAGEREN OP HET BESTAANDE

De locatie kent drie bepalende elementen, de carréboerderij, de tuinmuur en het ondergrondse gangenstelsel. Deze elementen vormen de aanleiding tot het nieuwe ontwerp.

De oriëntatie van de bestaande bouwwerken is bepaald door de natuur. De moestuin is van noord naar zuid georiënteerd en omsloten door een muur. De voormalige kastelen stonden op de rand van de berg en volgden de schuinte van het landschap. De boerderij is daar tussenin geplaatst, met een oriëntatie die aansloot bij het bedienen van de kastelen, de moestuin en het omliggende land. De natuur was leidend en dat principe keert terug in het nieuwe ontwerp.

| STRUCTUURLIJNEN

Rechte structuurlijnen zijn in het landschap nauwelijks aanwezig. De lijnen die de plek bepalen zijn schuin en volgen de berg. De meest dominante lijn is de rand van de helling aan de oostzijde de Maaszijde. Deze lijn keert niet alleen bovengronds terug, maar is ook in het gangenstelsel als oriëntatie af te lezen.

| VORM EN FUNCTIE

De carréboerderij was van origine een gesloten vorm. De hoeve is gegroeid vanuit economische noodzaak , aansluitend gebouw na gebouw, elk volgend op het vorige. Het resulterende binnenhof diende als verkeersruimte tussen de verschillende gebouwen en functies.

De positie van de nieuwe gebouwen is bepaald aan de hand van de boerderij, het gangenstelsel, het landschap, de structuurlijnen en het programma. De carréboerderij wordt teruggebracht in haar gesloten vorm. De nieuwe gebouwen liggen op dezelfde schuine lijn als de berg, waardoor de volumes het landschap volgen. De positionering in lijn met het gangenstelsel legt tevens een relatie met het ondergrondse gangenstelsel.

De nieuwe gebouwen hebben voldoende afstand tot de boerderij om niet met elkaar in conflict te komen elk volume krijgt een eigen identiteit. Doordat het programma over meerdere gebouwen is verdeeld, wordt de boerderij de verbindende factor. Dit heeft tot gevolg dat de hoofdtoetreding verschuift van de kopgevel naar de zijgevel.

| FUNCTIE EN ROUTING

Het bestaande hof verliest zijn functie als centrale verkeersruimte en wordt een besloten binnenhof voor een deel van de bedrijvigheid. Er ontstaat een nieuw binnenhof dat de verschillende functies met elkaar verbindt. Dit hof wordt afgebakend door de bestaande tuinmuur en de nieuwe gebouwen.

Het bestaande gangenstelsel als opslag voor transport

| BESTAANDE ONDERGRONDSE SITUATIE

| BEHOUD DOOR GEBRUIK

Het bestaande gangenstelsel als opslag voor transport

| BEHOUD DOOR ACTIVERING

Stelsel met elkaar verbinden voor sequentiele routing

Het bestaande gangenstelsel als vatenkelder

Het bestaande gangenstelsel als vatenkelder

Mergel is een sedimentair gesteente dat is ontstaan uit afzettingen van zeeschelpen en organisch materiaal uit het Krijttijdperk, circa 65 tot 70 miljoen jaar geleden. De mergel van de SintPietersberg en de omliggende regio is een kalkrijke variant, gevormd in een ondiepe tropische zee die zich destijds over het huidige Zuid-Limburg en de Belgische Voerstreek uitstrekte. De groeven waarin het materiaal werd gewonnen zijn daarmee niet alleen een bouwkundige nalatenschap, maar ook een geologisch archief.

Mergel is van oudsher het dominante bouwmateriaal in Zuid-Limburg en de aangrenzende Belgische regio. Boerderijen, kerken, vestingmuren en ondergrondse gangenstelsels getuigen van een eeuwenlange bouwtraditie waarin mergel zowel structureel als esthetisch werd ingezet. De lokale beschikbaarheid van het materiaal maakte het een vanzelfsprekende keuze de groeve en het bouwwerk lagen letterlijk op dezelfde plek. Hoeve Caestert is een direct product van die traditie.

Mergel is een zacht gesteente met een druksterkte van circa 5 tot 15 MPa. Die zachtheid is tegelijk zijn grootste kwaliteit het materiaal is eenvoudig te bewerken met handgereedschap of kettingzaag en laat zich in vrijwel elke gewenste maat en vorm winnen. De massieve blokken die vandaag de dag nog worden gewonnen in Zuid-Limburg en België hebben een gangbare afmeting van 2000 x 600 x 1000 mm. Deze afmeting voorkomt scheurvorming en doorbuiging tijdens transport en verwerking. De kleur varieert van crèmewit tot lichtgeel, afhankelijk van het ijzer- en kleigehalte van de vindplaats. In de gevel geeft mergel een warme, matte uitstraling die sterk contrasteert met hardere en donkerdere materialen zoals blauwe hardsteen of geborsteld roestvrijstaal.

Mergel heeft een hoge thermische massa het accumuleert warmte en geeft die geleidelijk af. De poreuze structuur absorbeert vocht en geeft het gecontroleerd terug, wat bijdraagt aan een stabiel binnenklimaat. Ondergrondse mergelruimtes hebben een constante temperatuur van circa 10 tot 12 graden Celsius, ongeacht het seizoen. Deze eigenschap maakt mergel als materiaal onlosmakelijk verbonden met het programma van wijnopslag en rijping het materiaal doet van nature wat klimaatinstallaties zouden moeten doen.

Mergel is zeer duurzaam in droge en beschutte omstandigheden. Ondergronds, gevrijwaard van vocht en vorst, is het materiaal uitzonderlijk stabiel de eeuwenoude gangenstelsels van de Sint-Pietersberg zijn daar het bewijs van. Buitentoepassing vereist een zorgvuldige detaillering met voldoende bescherming tegen directe regenslag en vorstinwerking. Brede overstekken, uitstekende dakranden en de juiste oriëntatie van gevels zijn daarbij bepalend. De historische mergelbouw in de regio toont aan dat het materiaal bij de juiste toepassing generaties meegaat.

De keuze van het voegwerk is bepalend voor de duurzaamheid van mergelbouw. Traditioneel werd mergel verwerkt met kalkmortel een materiaal dat zachter is dan de steen zelf, meebeweegt bij temperatuurwisselingen en vocht kan afvoeren. Cementmortel is ongeschikt, omdat het harder is dan het mergel en bij uitzetting het gesteente beschadigt. Een correcte kalkmortelafwerking is daarmee niet alleen historisch authentiek, maar ook constructief noodzakelijk.

Mergel verweerd op een gecontroleerde manier. De buitenste laag kalcificeert over tijd en vormt een natuurlijke beschermende korst. Dit patina geeft het materiaal een rijke, gelaagde uitstraling die toeneemt met de jaren. De verwering is daarmee geen teken van achteruitgang, maar een kwaliteit het materiaal draagt de sporen van de tijd zichtbaar in zich.

Zuid-Limburg en de Belgische Voerstreek kennen een relatief mild klimaat met beperkte vorstperiodes. In combinatie met de juiste bouwkundige detaillering maakt dit mergel tot een geschikt buitenmateriaal in deze regio. De lange traditie van mergelbouw in het landschap is daar de beste bevestiging van niet als uitzondering, maar als vanzelfsprekend onderdeel van de bouwcultuur.

Afb. Collectie Ed de Groot

| DE VONST VAN GRAVEN

Afb. Mergel Bouwsteen Kleijne. www.mergel.nl. Grafische bewerking: eigen werk.

mm

600 mm 2000 mm

Mergel winning |

In Zuid-Limburg en België wordt op bepaalde plekken nog steeds mergel gewonnen. De massieve blokken worden uit een blinde wand gezaagd met behulp van een kettingzaag. Een veelvoorkomende maat is 2000 x 600 x 1000 mm. Deze afmeting voorkomt scheurvorming en doorbuiging.

Herkomst

Materiaal

De Toegang

Oorspronkelijk mergelformaat afgewisseld met waalformaat, toegepast in wildverband

Binnenhof zijde

Toepassing

Wijnhuis, Remise Het baken, Toegang gangenstelsel

Oorspronkelijk formaat steen, toegepast in wildverband

Massieve mergelblokken op volle dikte, in wildverband gestapeld

| HERSTEL EN INTERVENTIE

De carréboerderij vormt de basis voor de ontwerpprincipes van het wijnhuis. De architectonische eigenschappen zijn geanalyseerd en dienen als inspiratiebron voor de materalisering en detaillering van het nieuwe ontwerp. De oorspronkelijk gesloten vorm van de carré is in de huidige situatie onderbroken. Bij de herbestemming van de boerderij wordt deze onderbreking hersteld en de omsloten vorm opnieuw een geheel. Voor de materialisering en architectonische kenmerken sluit het ontwerp aan bij het bestaande principe, een afwisseling van baksteen en mergel in speklagen, met gevelopeningen die terugliggend zijn en omkaderd worden door blauwe hardsteen, die zowel constructief als aanduidend werkt.

In de huidige situatie bevindt de hoofdingang zich aan de kopse kant, gericht op de glooiende helling aan de westzijde. Het nieuwe plan vraagt om een nieuwe ingang, bereikbaar via het nieuwe binnenhof. Deze ingang is een hedendaagse toevoeging aan de carréboerderij en onderscheidt zich door zijn materialisering. De gevel heeft een ongewoon gewone uitstraling, de vorm en typologie sluiten aan bij het karakter van de carréboerderij, maar de materiaaltoepassing maakt het ongewoon.

De gevel wordt opgebouwd uit mergel dat vrijkomt bij de aanleg van het nieuwe gangenstelsel. Mergel is een zacht en bewerkbaar materiaal dat in vrijwel elke vorm kan worden gesneden. De mergelblokken van 600 mm diep worden hier versneden tot de hoogte van een waalformaat, waardoor het vertrouwde metselverband van de bestaande boerderij wordt gevolgd, de afwisseling tussen mergelblok en waalformaat blijft herkenbaar, maar is nu volledig in hetzelfde materiaal uitgevoerd. Zo keert het materiaal dat uit de grond komt terug als gevel.

Bestaande kopgevel

Bestaande zijgevel

De poort heeft geen open maar een gesloten karakter, waarmee de verborgenheid van het ensemble wordt versterkt. De omkadering is uitgevoerd in geborsteld roestvrijstaal een keuze die zowel esthetisch als constructief is gemotiveerd. Het roestvrijstaal sluit aan bij de esthetiek van het wijnhuis en draagt tegelijkertijd de sluitstenen rondom de poortopening en het bovenliggende metselwerk.

Hoewel de bestaande poort een open doorgang zonder dak kent, is in het nieuwe ontwerp gekozen voor een overdekte entree. Dit maakt het mogelijk het daklandschap van de oorspronkelijke structuur door te laten lopen over de nieuwe toevoeging een continuïteit die des te belangrijker is omdat de oorspronkelijke opening al een onderbreking in dat daklandschap veroorzaakte. Daarnaast creëert de overdekte entree een ruimtelijke overgang tussen de verschillende functies die erachter zijn gelegen.

Vanaf het oorspronkelijke hof gezien lopen de bestaande speklaagwanden aan weerszijden van de nieuwe ingang door. Achter de poort begint de nieuwe materialisering. Op die manier blijft de oorspronkelijke tektoniek van het hof bewaard, terwijl de doorgang zelf op een bijzondere wijze wordt uitgelicht.

De nieuwe toetreding

Diagram interventie boerderij

Het wijnhuis, de remise, het baken en de grottoegang volgen de vormentaal van de schuurarchitectuur die op het perceel al aanwezig is. De carréboerderij is opgebouwd uit een opeenvolging van aangebouwde volumes, elk met een eigen schuine dakvorm en een eigen functie binnen het grotere geheel. Deze typologie, gesloten, functioneel en sober van karakter, vormt het uitgangspunt voor de nieuwe bouwwerken.

Alle nieuwe bouwwerken herhalen deze logica. Zelfstandige volumes, georiënteerd op de schuine lijn van de berg, gesloten naar buiten toe en gericht op het programma daarbinnen of, in het geval van het baken en de grottoegang, op hun rol als markering in de route. Niet als kopie van de bestaande schuren, maar als hedendaagse voortzetting van hetzelfde principe: architectuur die zich voegt naar de functie en de plek, zonder zichzelf op de voorgrond te plaatsen.

De materialisering versterkt deze samenhang. Mergel vormt de massa van alle gebouwen, gestapeld in blokken die direct uit de groeve komen, de wanden zijn drager en gevel tegelijk. Geborsteld roestvrijstaal verbindt deze massa, in deuren, kozijnen, trappen en constructie, steeds op de naad tussen het gevondene en het gemaakte. Waar de bestaande boerderij zijn karakter ontleent aan de afwisseling van mergel en baksteen, ontlenen de nieuwe bouwwerken hun karakter aan de afwisseling van mergel en staal, een hedendaagse vertaling van hetzelfde principe.

Geborsteld roestvrijstaal is in dit ontwerp geen afwerking. Het is geen coating, geen imitatie en geen ornament. Het is een bewuste materiaalkeuze, een materiaal dat zijn rol niet verbergt maar toont.

In het gangenstelsel van deze locatie is verroest constructiestaal aangetroffen een gegeven dat uniek is binnen de gehele berg. Het droeg destijds de bovengelegen bebouwing, niet als esthetische keuze maar als pure noodzaak. Dit spoor is de historische verankering van de materiaalkeuze in het nieuwe ontwerp. Waar het staal destijds verroeste en opging in de berg, keert het nu terug als geborsteld roestvrijstaal, duurzaam, zichtbaar en consequent doorgevoerd.

Het staal verschijnt op elke plek waar mergel en programma elkaar ontmoeten. Als constructief element, als kozijn, als deur, als trap steeds op de naad tussen het gevondene en het gemaakte. Het verbindt het bovengrondse met het ondergrondse, het historische met het hedendaagse.

Het staal draagt het gebouw. Diverse profielen vormen het constructieve skelet dat overspanningen mogelijk maakt en de verbinding legt tussen de mergelwanden en de ruimtes daartussen. Waar constructiestaal doorgaans achter afwerkingen verdwijnt, wordt hier de omgekeerde keuze gemaakt. De constructie is zichtbaar. De profielen zijn eerlijk. De verbindingen zijn nauwkeurig gedetailleerd en onderdeel van het architectonische beeld.

Roestvrijstaal is het materiaal van de wijn. De grote geborstelde vaten die het productieproces domineren zijn geen toeval het materiaal is gekozen vanwege zijn neutraliteit, hygiëne en duurzaamheid in contact met vloeistoffen en organische processen. Door hetzelfde materiaal toe te passen in de architectuur van het wijnhuis ontstaat een vanzelfsprekende samenhang. De geborstelde kolom echoot het geborstelde wijnvat. De kozijnprofielen herhalen de geometrie van de productieapparatuur. Architectuur en productie spreken dezelfde materiaaltaal het gebouw en zijn inhoud zijn als één geheel ontworpen.

Een wijnhuis stelt bijzondere eisen aan zijn materialen. De combinatie van hoge luchtvochtigheid, temperatuurwisselingen tussen boven- en ondergronds en de aanwezigheid van organische zuren vormt een veeleisende omgeving. Roestvrijstaal is voor deze omstandigheden bij uitstek geschikt zonder coating, zonder onderhoud, zonder concessies. Ondergronds, waar de luchtvochtigheid het hoogst is, is geborsteld roestvrijstaal de enige logische keuze voor een materiaal dat eerlijk en onbehandeld wil blijven. Het patineert subtiel over de jaren, maar blijft zichzelf.

De geborstelde afwerking geeft het staal een mineraal karakter. De verticale borsteling zorgt voor een subtiele onregelmatigheid die het materiaal leven geeft het licht glijdt over het oppervlak en verandert van toon met het uur van de dag en de seizoenen. Die koelheid is wat het materiaal zo krachtig maakt naast de warme, robuuste mergel. De precisie van het geborsteld roestvrijstaal accentueert de ruwheid van de steen. De koele grijstint maakt de warme gebroken witte toon van het mergel rijker. Slank tegenover massief. Gemaakt tegenover gevonden. Geologisch tegenover hedendaags.

Geborsteld roestvrijstaal is in dit ontwerp het meest veelzijdige materiaal. Het draagt, het omlijst, het verbindt en het contrasteert. Het is thuis in de vochtige ondergrondse kelders en in de bovengrondse ruimtes. Het sluit aan bij de wijnvaten die het gebouw vullen en bij de mergelwanden die het gebouw vormen. Het is op iedere naad aanwezig de naad tussen oud en nieuw, tussen boven en onder, tussen het gevondene en het gemaakte. Niet als statement, maar als systeem. Eerlijk, precies en consistent.

| PRINCIPES GEVELOPENINGEN

Licht van boven |

De circulatieruimte binnen de muren van de carréboerderij bevindt zich in het hart van het bouwwerk. Het is een plek die een relatie aangaat met alle omliggende gebouwen en functies, de verbindende factor tussen binnen en buiten, tussen de afzonderlijke volumes en de activiteiten die zich daarin afspelen. Het is een open ruimte, omsloten door muren maar belicht van boven. De gevelopeningen van de omliggende gebouwen zijn overwegend op deze binnenruimte georiënteerd, waardoor het licht van bovenaf de ruimtes achter de wanden bereikt. De circulatieruimte is daarmee meer dan een verkeersruimte, het is een overgangszone die de plek bij elkaar houdt.

Deze ruimtelijke logica is als uitgangspunt genomen in het ontwerp van het wijnhuis. Op een aantal cruciale momenten in de routing ontstaat een knooppunt, een plek waar routes samenkomen en zich vertakken, waar de overgang plaatsvindt tussen bovengronds en ondergronds, tussen binnen en buiten, of tussen verschillende functies. Zoals de binnenruimte van de carréboerderij de afzonderlijke gebouwen aan elkaar verbindt, verbinden deze knooppunten in het wijnhuis de opeenvolgende lagen van het ontwerp met elkaar.

| VERBINDING VAN MUURTYPOLOGIEËN

Het nieuwe binnenhof wordt afgekaderd door een mergelstenen muur, een voortzetting van de bouwtraditie die al op het perceel aanwezig is. Achter deze herhaling van de tuinmuur liggen het wijnhuis en de remise verborgen. Enkel het schuine dak, dat net over de muur heen valt, verraadt iets van wat zich daarachter bevindt.

Toch vormt deze tuinmuur tegelijk het begin van het gebouw zelf. Ook de overige zijden van het wijnhuis en de remise zijn opgebouwd uit mergel, als voortzetting van de geologische logica van de Sint-Pietersberg. De bouwblokken die vrijkomen bij het uitgraven van de nieuwe groeven worden in hun oorspronkelijke formaat gestapeld.

De metseltechniek aan de hofzijde draagt bij aan de oriëntatie van de bezoeker binnen het gebouw. De toepassing van kleinere restblokken, zoals ook bij de oorspronkelijke tuinmuur gebruikelijk was, maakt direct leesbaar aan welke zijde het binnenhof zich bevindt.

Tussen de twee wanden bestaat een bewust hoogteverschil. De wand aan de hofzijde heeft een hoogte van 2,5 meter, gelijk aan de bestaande tuinmuur. De wand daartegenover, aan de zijde van het wijnhuis, is 4 meter hoog en biedt zo extra functionele ruimte. De daktypologie sluit daarbij aan op die van de bestaande boerderij.

De twee verschillende metseltechnieken worden met elkaar verbonden door een stalen constructie die tevens het dak draagt. Het dak vormt een lichte toevoeging tegenover de zware materialiteit van de mergelblokken.

| PRINCIPES GEVELOPENINGEN

Toegangsdeuren |

De gesloten poortopeningen in de gevel refereren aan de poorten van de bestaande carréboerderij. Het is een hedendaagse interpretatie die een nieuwe tijdslaag toevoegt aan het bestaande ensemble, een doorgang van geborsteld rvs die een bewust contrast aangaat met het ruwe mergel. De taatsdeuren zijn aan de boven- en onderkant bevestigd. Wanneer zij openstaan, wordt de volledige wanddikte zichtbaar en is de zwaarte van het materiaal direct voelbaar. De deuren hebben een dikte van 60 mm , een bewuste keuze. De wanden bestaan uit 600 mm massief mergelsteen; de deurdikte is exact een tiende daarvan, waardoor een natuurlijke verhouding ontstaat tussen de deur en de wand die hem omsluit.

In die 60 mm is een greep verwerkt die over vrijwel de volledige hoogte van de deur loopt. Aan de ene zijde ligt de greep terugliggend, waardoor de hand de volledige dikte van de deur ervaart. Aan de andere zijde is het principe omgekeerd, de greep steekt naar buiten, alsof het materiaal door de deur heen is gedrukt. Het verwijst naar de logica van het gangenstelsel, waar materiaal enerzijds wordt uitgegraven en anderzijds opnieuw wordt ingezet.

Rondom elke deuropening is een stalen omkadering aangebracht die de constructie en stabiliteit waarborgt. Dit kader markeert tevens de overgang tussen binnen en buiten , zowel ruimtelijk als klimatechnisch, zodat water wordt geweerd. In de bestaande boerderij zijn vergelijkbare kaders uitgevoerd in blauwe hardsteen, in wisselende vormen en breedtes. In de nieuwe situatie zijn de afmetingen van deze kaders bepaald aan de hand van de bestaande verhoudingen die passend zijn bij de desbetreffende gevel. De kaders liggen 30 mm voor het gevelvlak, waardoor een schaduwrand ontstaat die de opening extra benadrukt en de gevel een helder ritme geeft.

Ramen |

De kozijnen volgen hetzelfde principe als de taatsdeuren. De analyse van de bestaande boerderij de posities, vormen en kaders van de gevelopeningen vormde het vertrekpunt. De afmetingen van de raamopeningen zijn afgeleid van de maat van de mergelblokken; de posities zijn bepaald door de functionele logica van de ruimtes erachter.

De omkadering is identiek aan die van de deuren een stalen kader van geborsteld rvs dat 30 mm voor het gevelvlak ligt en een schaduwrand creëert. Daarbinnen ligt een terugliggend kozijn van 30 mm dik gepatineerd staal, de helft van de deurdikte van 60 mm. Deze verhouding is consequent doorgevoerd: de wanddikte is de maat, de deur is een tiende daarvan, het kozijn de helft van de deur. Zo ontstaat een stelsel van verhoudingen dat zijn oorsprong vindt in het materiaal zelf.

Het glas ligt bijde lager gelegen ramen ver terugliggend in de wand en bij de boven gelegen ramen aan de voorzijde, zoals ook in de bestaande boerderij het geval is. De diepe neggen maken de wanddikte voelbaar zonder dat het mergel direct zichtbaar is het gepatineerd staal omhult, het mergel blijft verborgen. De ranke profielen van 30 mm houden het kozijn terug en laten het glas en de diepte van de nis het beeld bepalen.

De lager gelegen openingen hebben een groter formaat, zodat zicht op het interieur en de activiteiten daarachter mogelijk is. Daarboven zijn kleinere openingen toegevoegd die naast ventilatie ook voor dynamiek in het gevelvlak zorgen een hiërarchie in de gevel die de functie volgt en het ritme versterkt.

SITUATIE PLATTEGROND

PLATTE

Het baken steekt boven de tuinmuren uit, zichtbaar vanaf het land, tussen de wijnranken door. In de verte, aan de linkerzijde van het baken, toont zich het nieuwe daklandschap, terwijl aan de rechterzijde het historische daklandschap in zijn oorspronkelijke vorm zichtbaar blijft.

Zicht op de boerderij vanaf de wijngaard

PLATTE

| ONTVANGST

De ontvangst vormt het centrale punt van het perceel — de verbindende factor tussen de boerderij en de bedrijvigheid van het landgoed. Vanuit hier leidt de route naar een van de drie hoven die het terrein structureren. Het is de toegang tot een plek van werken, samenkomen en terugtrekken, een plek van thuiskomen voor wie hier woont, werkt of verblijft.

Dak | Het zadeldak sluit aan bij de oorspronkelijke boerderijtypologie en is afgewerkt met dakpannen en een daktrim, zoals ook toegepast bij de bestaande kopgevel.

Constructie | Het dak wordt gedragen door een stalen spantconstructie. Vorm en typologie verwijzen naar de oorspronkelijke constructie het staal is een hedendaagse interpretatie binnen dezelfde vormentaal.

Gevel | De gevel heeft een ongewoon gewone vormentaal. Het metselverband sluit aan bij de bestaande boerderij, waar speklagen van mergel en baksteen zijn toegepast, hier volledig uitgevoerd in mergel.

Poort | De doorgang bestaat uit een gesloten stalen poort die volledig geopend kan worden door middel van grote taatsdeuren. Aan de rechterzijde is een kleinere loopdeur toegepast. De rondboogvormige opening vormt tevens de constructie die de poort overspant.

Goot | Aan de zijkant van het dak is een goot toegepast die de afwatering verzorgt. De goot is bewust in het zicht geplaatst, omdat het een opvallend onderdeel is van de boerderij.

G R

B 01 Hoofd entree | B 0 2 ontvangst | B 0 3 gezamelijke leeftuimte | T toilet | B 0 4 opslag |

PLATTE

g | B 0 5 keuken / eetkamer | B 0 6 studio | B 0 7 wasruimte / opslag | B 0 8 berging | B 0 9 entree bedrijfsruimte | B 0 10 bibliotheek | B 0 11 douche | | B 0 15 verkeersruimte | B 0 16 koelingen / vriezers / opslag | B 0 17 moestuin | B 0 18 binnenhof / onmoetinsplek | B 0 19 entree beheerderswoning

PLATTE G R O N D | Boerderij | +1
B 1 1 ontvangs woning | B 1 2 werkkamer
B1 3 leefruimte / keuken | B1 4 verkeersruimte | B1 5 slaapkamer | B1 6 badkamer | T toilet
PLATTE G R O N D | Boerderij | +2
B 2 1
PLATTEGROND

Fragment toegang

Doorzicht vanuit de poort

| HET BAKEN

Het baken is een architectonisch hoogteaccent in het landschap, maar niet altijd zichtbaar. Op specifieke momenten toont het zich, om vervolgens weer te verdwijnen achter de boerderij, de bomen en het landschap. Het is een oriëntatiepunt zonder directe toegang, een markering waarvan de functie zich aanvankelijk niet prijsgeeft.

Wanneer de bezoeker zich van het nieuwe naar het oude gangenstelsel beweegt, wordt deze overgang gemarkeerd door licht dat van boven naar binnen valt. Het is het baken dat dit specifieke moment in de route aanlicht en betekenis geeft.

Daklicht | Het licht dat van boven naar binnen treedt, valt precies op de overgang tussen het nieuwe en het oude gangenstelsel. Het markeert deze specifieke plek in de diepte

Trim | Een ranke trim langs de bovenrand van de baken legt de visuele relatie met het wijnhuis en de remise, en bindt de drie bouwwerken aan elkaar.

Gevel | De gevel is opgebouwd uit massieve mergelblokken, gestapeld in hoogtes van 1 meter. De metselmethodiek reflecteert het wildverband van de bestaande boerderij. De massieve blokken vertellen het verhaal van het materiaal dat direct uit de grond wordt gehaald. De baken heeft een totale hoogte van 13 meter.

Fundering | Ook de baken is gefundeerd op dezelfde manier als de overige bouwwerken op het terrein.

Gevel fragment het baken

| REMISE

De remise is de eerste plek waar de oogst binnenkomt, rechtstreeks van het land, voordat deze wordt vervoerd naar het wijnhuis. Het gebouw ondersteunt het landbouwkundige proces, hier worden gereedschappen, machines en overige benodigdheden opgeslagen.

Trap | Vanwege een hoogteverschil van 1 meter is een interne trap toegepast die de twee niveaus met elkaar verbindt.

Dak | Het ranke dak is uitgevoerd in roestvrijstalen profielplaat en rust op een stalen constructie. Het vormt een lichte toevoeging tegenover de zware materialiteit van de mergelblokken. De afwatering is verwerkt in een verborgen goot, waarbij het water verborgen wordt afgevoerd tussen de stenen aan de tuinmuurzijde.

Constructie | De staal constructie bevindt zich tussen de muren en staat los van beide typologieën, maar verbindt deze met elkaar. Het ranke dak voegt de muren samen tot één gebouw.

Tuinmuurzijde | De tuinmuur is opgebouwd uit kleinere mergelblokken, zoals ook de oorspronkelijke tuinmuren. Deze muur geeft tevens de oriëntatie aan voor de bezoeker binnen het terrein.

Gevel | De gevels van het wijnhuis en de remise zijn opgebouwd uit massieve mergelblokken van 1 bij 2 meter en 60 centimeter dik, zoals deze uit de groeve worden gehaald. De blokken worden zoveel mogelijk in hun oorspronkelijke formaat gestapeld. Twee lagen van 1 meter hoog vormen de basis, waarna de blokken overgaan in een formaat van 50 centimeter hoog rondom de raamopeningen.

Gevelopeningen | De doorgangen en raamopeningen zijn omkaderd met stalen profielen in geborsteld roestvrijstaal, die 30 millimeter voor het gevelvlak liggen en een schaduwrand creëren. Naast hun esthetische rol vormen deze profielen ook de constructie rond de opening. De afmetingen volgen een vast verhoudingsstelsel, afgeleid van de wanddikte van 600 millimeter. Kozijnen liggen terugliggend in diepe neggen, zodat de dikte van de wand voelbaar blijft zonder dat het mergel zichtbaar wordt.

Vloerl | De vloer is opgebouwd uit opengewerkte stalen roosters. Op plekken waar dit niet functioneel is, zoals in de werkplaatsen, worden de roosters afgewisseld met dichte stalen platen.

Fundering | Zoals ook de bestaande boerderij is het wijnhuis gefundeerd om wegzakken van de mergelblokken te voorkomen. Funderen op mergel is in deze regio een gangbare en bewezen methode. Door de hoogte van de tractor heeft de remise daarbij een lager en een hoger gedeelte. De oogst wordt aan de voorzijde binnengebracht, terwijl de tractor aan de achterzijde op de juiste hoogte uitkomt, zodat de druiven van daar naar het wijnhuis kunnen worden vervoerd.

PLATTE

Plattegrond

Plattegrond

| WIJNHUIS

In het wijnhuis wordt de oogst eerst verzameld in een aparte ruimte, voordat deze wordt vervoerd naar de pers- en ontstelerskamer. Vanuit daar verplaatst het geperste druivensap zich naar de roestvrijstalen vaten die de grond in zakken. Deze vaten lopen door over twee verdiepingen op de ondergelegen verdieping wordt de wijn overgezet van de roestvrijstalen vaten naar houten vaten, die vervolgens naar de rijpingskamers worden gebracht.

Het wijnhuis vormt de verbinding met het gangenstelsel. Wanneer de bezoeker via de wenteltrap steeds een verdieping lager afdaalt, wordt voelbaar dat men door de grond heen zakt. De verschillende lagen worden zichtbaar en de zwaarte van het materiaal is voelbaar in elke stap van de route naar beneden. Op het laagste punt ontmoet het nieuwe gangenstelsel het bestaande gangenstelsel een overgang die wordt gemarkeerd door het baken.

Trap | De stalen wenteltrap circuleert langs alle verdiepingen naar beneden. Het is een ruimtelijk element dat de route van de bezoeker vervolgt.

Lift | | Links van de trap bevindt zich een lift, voornamelijk bedoeld als goederenlift voor het verplaatsen van materialen.

Daklicht | De daklichten zorgen voor extra licht op belangrijke knooppunten binnen het gebouw. Ze liggen verzonken, zodat het dak ondoorbroken lijkt door te lopen.

Dak | Het ranke dak is uitgevoerd in roestvrijstalen profielplaat en rust op een stalen constructie. Het vormt een lichte toevoeging tegenover de zware materialiteit van de mergelblokken. De afwatering is verwerkt in een verborgen goot, waarbij het water verborgen wordt afgevoerd tussen de stenen aan de tuinmuurzijde.

Constructie | De staal constructie bevindt zich tussen de muren en staat los van beide typologieën, maar verbindt deze met elkaar. Het ranke dak voegt de muren samen tot één gebouw.

Binnenwanden | De stalen binnenwanden zijn op onverwachte posities geplaatst, zodat de routing een element van ontdekking behoudt. De wanden liggen onder en tussen de constructie en kunnen, indien nodig, eenvoudig worden verwijderd.

Tuinmuurzijde | De tuinmuur is opgebouwd uit kleinere mergelblokken, zoals ook de oorspronkelijke tuinmuren. Deze muur geeft tevens de oriëntatie aan voor de bezoeker binnen het terrein.

Gevel | De gevels van het wijnhuis en de remise zijn opgebouwd uit massieve mergelblokken van 1 bij 2 meter en 60 centimeter dik, zoals deze uit de groeve worden gehaald. De blokken worden zoveel mogelijk in hun oorspronkelijke formaat gestapeld. Twee lagen van 1 meter hoog vormen de basis, waarna de blokken overgaan in een formaat van 50 centimeter hoog rondom de raamopeningen.

Gevelopeningen | De doorgangen en raamopeningen zijn omkaderd met stalen profielen in geborsteld roestvrijstaal, die 30 millimeter voor het gevelvlak liggen en een schaduwrand creëren. Naast hun esthetische rol vormen deze profielen ook de constructie rond de opening. De afmetingen volgen een vast verhoudingsstelsel, afgeleid van de wanddikte van 600 millimeter. Kozijnen liggen terugliggend in diepe neggen, zodat de dikte van de wand voelbaar blijft zonder dat het mergel zichtbaar wordt.

Vloerl | De vloer is opgebouwd uit opengewerkte stalen roosters, waardoor licht kan doordringen naar de ondergronds gelegen verdiepingen. Op plekken waar dit niet functioneel is, zoals in de werkplaatsen en toiletten, worden de roosters afgewisseld met dichte stalen platen.

Fundering | Zoals ook de bestaande boerderij, is het wijnhuis gefundeerd om wegzakken van de mergelblokken te voorkomen. Funderen op mergel is in deze regio een gangbare en bewezen methode.

Constructie gangenstelsel | In de uitgegraven ruimtes is een stalen constructie toegepast die wanden en vloeren draagt, zonder het mergel aan te tasten. Hierdoor blijft de constructie in de toekomst demontabel. Daarnaast oefent de constructie druk naar buiten uit, wat bijdraagt aan de stabiliteit van de mergelwand.

PLATTE G R O N D | W ijnhuis

1 entree

| W

verzamelplaats

| W 3 tontstelen en persruimte | W 4 berging / techniek | W 5 rvs vaten | W 6 berging | T toilet

W
wijnhuis
2
oogst
Waar het wijnmaken begint
De vatenkamer

Wanneer de bezoeker zich van het nieuwe naar het oude gangenstelsel beweegt, is dat zichtbaar aan de heldere mergelwand die kort geleden is vrijgekomen bij het uitgraven van de bovenliggende bouwstenen. Vanuit de nieuwe gang biedt een zware stalen deur toegang tot het historische gangenstelsel. Deze overgang is niet alleen letterlijk een doorgang, op deze specifieke plek wordt zij ook gemarkeerd door licht dat van boven naar binnen valt. Het is het baken dat dit moment in de route aanlicht en betekenis geeft.

De verbinding tussen boven en ondergronds

| DE RIJPKAMERS

In het oude gangenstelsel, verborgen diep onder de grond, liggen verschillende kamers die dienen als rijpingskamers. De houten vaten liggen hier gestapeld opgeslagen, waarbij de tijd die verstrijkt zorgt voor de rijping van de wijn.

De vaten rusten op een stalen constructie die los van de wanden is gepositioneerd, zodat de bestaande kamers niet worden aangetast en de constructie in de toekomst weer kan worden verwijderd.

De rijpingskamers in het bestaande gangenstelsel

Plattegrond

PLATTE G R O N D

PLATTEGROND

Fragment toegang wijnhuis

Fragment muur typologieën

Fragment raam zijgevel wijnhuis

Fragment ramen gevel wijnhuis en remise

De toegang naar het wijnhuis en de remise

| TOEGANG GANGELSTELSEL

De grottoegang markeert de overgang tussen verleden en heden, een plek waar twee werelden samenkomen. Het is de entree voor de voorbijganger die vanuit het Maasdal komt, en de uitgang voor wie het wijnhuis via het gangenstelsel verlaat. Net als het baken wordt deze overgang van boven aangelicht. De hoogte van de grottoegang refereert aan het achterliggende, oorspronkelijke gangenstelsel, dat van buitenaf niet zichtbaar is. Verstopt aan de zijkant van de Sint-Pietersberg vormt deze nieuwe interventie een verwantschap met de bouwwerken hoger op het perceel, verschillende plekken, één samenhangend verhaal.

Gevelopeningen |

De doorgangen en raamopeningen zijn omkaderd met stalen profielen in geborsteld roestvrijstaal, die 30 millimeter voor het gevelvlak liggen en een schaduwrand creëren. Naast hun esthetische rol vormen deze profielen ook de constructie rond de opening. De afmetingen volgen een vast verhoudingsstelsel, afgeleid van de wanddikte van 600 millimeter. Kozijnen liggen terugliggend in diepe neggen, zodat de dikte van de wand voelbaar blijft zonder dat het mergel zichtbaar wordt.

Daklicht | De doorgang van en naar het gangenstelsel wordt gemarkeerd door licht van boven, wederom een markering van een overgang, deze keer tussen het ondergrondse en de wereld daarbuiten.

Trim | Een ranke trim legt de relatie met de overige, hoger op het perceel gelegen bouwwerken. De hemelwaterafvoer is hier wegverwerkt achter de trim, met een spuwer die het water richting de grotwand afvoert.

Gevel | De gevel is opgebouwd uit massieve mergelblokken, zoveel mogelijk in hele formaten gestapeld, zonder vast ritme. De metselmethodiek reflecteert het wildverband van de bestaande boerderij, het materiaal wordt direct verwerkt in het formaat waarin het uit de grond komt. Deze toegang heeft een totale hoogte van 12 meter, wat de hoogte van het gangenstelsel symboliseert.

Vloerl |De vloer is opgebouwd uit opengewerkte stalen roosters. Op plekken waar dit niet functioneel is, zoals in de werkplaatsen, worden de roosters afgewisseld met dichte stalen platen. De open structuur zorgt ervoor dat de mergelondergrond kan blijven ademen en niet volledig wordt afgesloten.

Fundering | Ook de baken is gefundeerd op dezelfde manier als de overige bouwwerken op het terrein.

PLATTEGROND

toegang gangenstelsel

Fragment

De route begint in het Jekerdal en stijgt omhoog naar het plateau van de Sint-Pietersberg. Vanaf dit hoogste punt daalt de route vervolgens de berg in laag voor laag, verder naar binnen, verder van het zichtbare naar het verborgen. De zwaarte van het materiaal wordt voelbaar naarmate de bezoeker dieper afdaalt, totdat de berg aan de Maasdalzijde weer wordt verlaten.

00

Deze laag herbergt de bovengrondse bedrijvigheid, het verblijf voor de bezoekers en het thuis van de wijnboer. Daarboven strekt het landschap zich uit de wijnranken die met de seizoenen meegroeien en worden klaargemaakt voor de oogst. De oogst wordt van het land gesorteerd en naar het wijnhuis vervoerd, waar de druiven worden geperst tot sap en via de roestvrijstalen vaten de grond in zakken. Hier begint de afdaling.

- 01

De roestvrijstalen vaten zakken de grond in, waar het druivensap zich ontwikkelt tot wijn. Vanuit de vaten vloeit de wijn over naar houten vaten, waar het rijpingsproces zich verder ontwikkelt. De bezoeker daalt mee, verdieping voor verdieping.

- 02 | 03

Twee verbindende verdiepingen met ondersteunende ruimtes, waaronder opslag en technische installaties. Zij vormen de stille lagen tussen de productie boven en de rijping beneden, de bezoeker passeert ze en voelt de diepte toenemen.

- 04

De verdieping waar oud en nieuw, boven- en ondergronds, functioneel en beleving samenkomen. Het gangenstelsel waar de wijn op houten vaten rijpt in de oorspronkelijke kamers. De plek waar wordt gebotteld en waar de bezoeker kan proeven. Van hier verlaat de wijn het complex en komt de bezoeker opnieuw in contact met de buitenwereld, ditmaal aan de Maasdalzijde van de Sint-Pietersberg.

De proefkamer

De toegang naar het gangenstelsel

5. MAQUETTES

|

NAWOORD

Aan het begin van dit verslag schreef ik over mijn fascinatie voor architectuur, het vermogen om een idee te vertalen naar tastbare vorm, en om het verhaal van een plek te onthullen door ontwerp. Hoeve Caestert heeft die fascinatie op de proef gesteld en verdiept.

Waar de fascinatie begon bij een vervallen boerderij, is uitgegroeid tot een onderzoek naar wat het betekent om een plek werkelijk te begrijpen voordat je haar verandert. De geschiedenis van Caestert, de kastelen die er ooit stonden, het gangenstelsel dat zich onder de grond uitstrekt, de stilte van de hoeve die wacht op een nieuwe functie, heeft mij uitgedaagd om anders om te gaan met behoud, niet vanuit stilstand, maar vanuit een respectvolle manier van omgaan met de historie.

Het ontwerp dat hieruit is voortgekomen is geen eindpunt, maar het resultaat van diepgaand analytisch onderzoek naar de mogelijkheden van deze plek.

Het wijnhuis, de remise, het baken, de herstelde carréboerderij, de toegang naar het gangenstelsel, zij schrijven een nieuw hoofdstuk, voortbouwend op wat er al was. Verborgenheid, verankering, materiaal dat zijn herkomst versterkt, dit zijn geen abstracte concepten gebleven, maar zijn voelbaar geworden in elke beslissing die ik heb genomen.

| DANKWOORD

Het project Verborgen Oogst had niet kunnen bestaan zonder verborgen steun, verborgen voor een ander, maar erg zichtbaar voor mij.

Graag wil ik mijn afstudeercommissie bedanken, Rogier van den Brink, mijn mentor, Inez Tan en Wouter van Elburg, die mij de afgelopen periode hebben begeleid en uitgedaagd om tot dit resultaat te komen.

Ed de Groot, die inspirerende verhalen met mij heeft gedeeld over de geschiedenis van deze plek en die mij daarnaast voorzag van waardevol beeldmateriaal en historische documentatie.

Mijn familie, en in het bijzonder mijn ouders, dank ik voor hun onvoorwaardelijke steun en vertrouwen gedurende dertien opleidingsjaren.

Mijn vriend dank ik voor zijn geduld en voor de tijd en ruimte die hij mij heeft gegeven.

Mijn studiegenoten hebben mij in iedere fase begeleid, met steun, vertrouwen en een luisterend oor. Een aantal van hen ben ik in het bijzonder dankbaar, voor de sparringsessies, de gedeelde momenten van ontspanning en de gesprekken die houvast gaven tijdens dit traject. Ik ben dankbaar dat ik jullie via de academie heb mogen ontmoeten.

Mijn vrienden en vriendinnen dank ik voor hun geduld en steun, ook op momenten dat ik er door dit traject minder voor hen kon zijn.

Mijn huisgenoten dank ik voor hun betrokkenheid en voor de plek waar ik altijd thuis kon komen.

Mijn leidinggevenden en collega’s dank ik voor hun luisterend oor, hun begeleiding en de tijd en ruimte die zij mij gaven om te groeien. Jullie kritische blik heeft mij geholpen de architect te worden die ik nu ben. Met dank voor het fijne kantoor, waar ik in alle rust en concentratie heb kunnen werken, een steun die ik zeer heb gewaardeerd.

Tot slot dank ik de academie, met speciale dank aan de huismeesters, die de academie een beetje thuis hebben laten voelen, en het team van de makerspace, die mij de afgelopen vier jaar veel hebben geleerd en bijgestaan bij het maken van maquettes.

Dank aan jullie allen. Zonder jullie had ik dit niet kunnen waarmaken.

Boeken en publicaties |

Publicaties der Wetenschappelijke Belgisch-Nederlandse Commissie voor de Bescherming van de Sint-Pietersberg. (z.d.). Het landschap van Caestert bij Klein Ternaaien. Drukkerij J. Peeters.

Trefois, C. V. (1941). De bouw der boerenhoeven in de Zuidelijke Nederlanden. Bijdrage tot de studie der ontwikkelingsgeschiedenis van de plattelandsche architectuur (1e druk). De Sikkel & Uitgeversmaatschappij de Haan.

Van Olst, E. L. (1991). Uilkema, een historisch boerderij-onderzoek. Boerderijonderzoek in Nederland 1914-1934 (Deel 1). Geraadpleegd van https://www.dbnl. org/tekst/olst003uilk02_01/index.php

Willemse, E. (2025). Woodland experience [Ongepubliceerd document].

Der Zwart, J. (2025). Tussen haard en horizon (Hoofdstuk 6-9). Sun Uitgeverij.

Websites |

Heemkunde Kanne. (z.d.). https://heemkundekanne.be/tag/caestert/

Mergel.nl. (z.d.). Winning. https://mergel.nl/winning/ Mergel.nl. (z.d.). Zagerij. https://mergel.nl/zagerij/ Mergel.nl. (z.d.). Mergelzagerij [Video]. YouTube. https://www.youtube.com/ watch?v=eZZOg4OduiY

Mestreecht Ersteerke. (z.d.). Kasteel Caestert. https://mestreechtersteerke.nl/ pagkasteelcaestert.htm

Natuurpunt Riemst. (z.d.). https://natuurpuntriemst.be

Strahlen.org. (z.d.). Caestert. https://www.strahlen.org/vp/be/caestert/caestert.php Villa Castrum. (z.d.). https://www.villacastrum.eu/

Winestories. (z.d.). Conventional vs. organic, biodynamic, or natural wine. https:// www.winestories.nl/blogs/stories-about-wine/conventional-vs-organic-biodynamicor-natural-wine

Interviews |

De Groot, E. (2025, 20 september). Vrijwilliger Villa Castrum [Persoonlijke communicatie].

De Poel, H. (2025, 11 oktober). Wijngaard Vergist [Persoonlijke communicatie].

De Jong, J. (2025, 10 november). Zuiver Wijnen [Persoonlijke communicatie].

De Beaumont, A. & De Beaumont, M. (2025, 13 juli). Vrijwilligers Villa Castrum [Persoonlijke communicatie].

Alle afbeeldingen zijn, tenzij anders aangegeven, eigen werk.

| VERBORGEN OOGST

Academie Van Bouwkunst Amsterdam Master Architectuur

06 juli 2026

dominiquev.d.heijden@live.nl +31 (06) 11879381

© Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen of openbaar gemaakt, in enige vorm, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Dominique van der Heijden - Verborgen Oogst by Amsterdam Academy of Architecture - Issuu