
Afstudeerproject
![]()

Afstudeerproject
Een toekomstvisie op klimaatrobuuste verstedelijking
van een post-neoliberaal Nederland
Een ander soort tijd vraagt om een ander soort stad!
Hoe gaan we, in plaats van de typisch Nederlandse woonwijken als stadsuitbreiding, werken aan duurzamere oplossingen voor ons woningtekort, onze problemen in de landbouw en klimaatproblemen in de komende 35 jaar?
Oswin Noordergraaf
November 2025
Afstudeerwerk VINEXT door Oswin Noordergraaf
Master Stedenbouw Academie van Bouwkunst Amsterdam 2025.11.27
Mentor: Herman Zonderland
Commissie: Hanneke kijne en Robert Younger
Eerste druk, november 2025, Print&Bind Amsterdam
900.000 woningen

4,4C opwarming
Stikstof, verzilting, bodemuitputting, droogte, drinkwater, biodiversiteit mestoverschot
“Een ander soort tijd vraagt om een ander soort stad”
Manifest
Op de pagina hiernaast heb ik een kort manifest geschreven om duiding te geven aan de aanleiding waarom dit afstudeerthema tot stand is gekomen, en het denkkader waarbinnen ik mijn afstudeerproject verder heb ontwikkeld. Het eindresultaat is een visie én ontwerpend onderzoek naar hoe de verstedelijking van Nederland er in de toekomst uit zou kunnen zien wanneer we deze klimaatrobuust vormgeven en benaderen vanuit een post-neoliberale blik.
Dit afstudeerproject -en mijn tijd op de academie- is mogelijk gemaakt met speciale dank aan
Mentor: Herman Zonderland
Mijn commissie leden: Hanneke Kijne en Robert Younger
Jerryt Krombeen voor een inspirerende clinic
Nicky Meijboom
Alexander van Delft
Cristina Colonetti
Laura Guglielmin
Ewa Abratkiewicz
Diverse andere oud collega’s van Karres en Brands en nieuwe collega’s bij de Gemeete Apeldoorn
Rob de Groot voor de begeleiding bij het 3D printen
Jop van de Eco-groothandel voor diverse bio-based materialen
Aanleiding: Suburbane wildgroei van standaardwoonwijken (Waarom doe ik dit?)
In de zomervakantie van 2021 fietste ik met mijn vriendin een grote ronde door West-, Centraal- en OostNederland. Tijdens deze tocht viel het me steeds meer op hoe ik overal dezelfde soort uitbreidingswijken tegenkwam. Je kent ze vast wel: gebouwd in pakweg de afgelopen twintig jaar, namaak oud-Hollands of jaren ’30-stijl, flinke 2-onder-1-kappers, rijwoningen en vrijstaande villa’s in een relatief lage dichtheid door elkaar gestrooid. Van Weesp tot aan Wijhe, en van stad tot dorp — overal zag ik hetzelfde patroon terugkomen. Agrarisch gebied dat wordt volgebouwd met steeds dezelfde soort suburbane woonwijk.
Het deed me denken aan mijn eigen werk, bij Karres en Brands, waar ik zelf ook veel aan dit soort woonwijken had gewerkt. Een ontwikkelaar noemde het in een tender ooit eens “de woonwijk van de 21ste eeuw”.
Daar begon het bij mij echt serieus te knagen. Dat was het vonkje waardoor ik zelf op zoek wilde gaan. Opzoek naar een écht 21ste-eeuws alternatief voor stadsuitbreiding.
De overgang naar post-neoliberaal denken (Wat bedoel ik met post-neoliberaal?)
Sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog bevindt de westerse wereld zich in het neoliberale tijdperk. Dit wereldbeeld kenmerkt zich door principes zoals een kleine overheid, het individu centraal, globalisme en een — noodzakelijkerwijs — eindeloos groeiende economie. In stedenbouw en bovenal dan de eerder genoemde woonwijken zien we deze principes duidelijk terugkomen: een focus op geld; materialen die van over de hele wereld worden aangevoerd; en alles ingericht op het individueel belang, met voor iedereen een eigen huisje, boompje, beestje en idealitier ook nog een duur stuk blik voor de deur.
Dat is onze eigen Nederlandse versie van de American Dream geworden voor de doorsnee mens.
Toen Mark Rutte in 2010 Nederland als “af” verklaarde en het ministerie van VROM ophief, was dat in mijn ogen het absolute piekmoment van neoliberaal denken. Volgens mij is dit óók een van de redenen waarom de problemen van vandaag — op de woningmarkt, in de landbouw en in het klimaat — onnodig nog verder uit de hand zijn gelopen.
Maar wat gebeurt er als we steden gaan bouwen die juist het tegenovergestelde vooropstellen ten opzichte van deze neoliberale principes? Dus: in plaats van globaal gaan we juist lokaal; in plaats van het individu komt het collectief centraal te staan; en in plaats van eindeloze groeiende gaan we zoeken naar een hernieuwbare balans. Dat is waar ik in dit afstudeerproject over wil doen.
De noodzaak van klimaatrobuust denken (Wat bedoel ik met klimaatrobuust?)
De Nederlandse relatie met water heeft een lange geschiedenis. Vanaf de eerste polders zijn Nederlanders een gevecht aangegaan met de krachten van het water. “God schiep de aarde, behalve Nederland. Dat liet hij aan de Hollanders over,” aldus René Descartes.
Met de Deltawerken leek de strijd gewonnen, maar niets is minder waar. De problemen rond het klimaat zijn nog nooit zo groot en zo urgent geweest als nu. Het water hangt als een soort dure lening boven onze hoofden. Mijn filosofie?
Ga terug naar leven in harmonie met de omgeving. Bouw niet op de diepste en natste plekken van Nederland. Luister naar de bodem, luister naar de condities van de plek. Dat was ooit zo volkomen logisch, maar in de globalisering zijn we precies dat logische totaal kwijtgeraakt. We zijn gaan denken dat we alles wel kunnen. Vroeger at je van je eigen akker, je kleren kwamen van de schapen in de wei achter je, en je huis was gemaakt van klei en hout uit je directe omgeving. Ik wil terug naar een model waarin de ontwikkeling van een locatie niet langer totaal voorbijgaat aan de lokale draagkracht. Terug naar die logische harmonie tussen ondergrond en occupatie. Echte duurzaamheid ontstaat pas wanneer je in directe relatie én in balans met je omgeving leeft.
Lokaal oplossen wat lokaal kan: de productie van voedsel en de productie van bouwmaterialen.
Geen hout meer uit tropische regenwouden, geen beton uit Oost-Europese bergen, geen cement uit Zwitserland. Geen sojabonen uit Brazilië, geen uien uit Australië en geen sperziebonen uit Senegal.
- Met mijn afstudeerproject wil ik opzoek gaan naar een serieus 21ste eeuws alternatief voor stadsuitbreiding -
Einde Tweede Wereld oorlog Begin neoliberaal tijdperk
TRENDBREUK
Start kabinet Rutte I VROM wordt opgeheven
De overgang naar Post-neoliberaal denken
Klimaatrobuust verstedelijkt Nederland
De Nederlandse traditie van vormgeven op de landelijke schaal
Verstedelijking
Klimaat en water
Productielandschap

De diverse nota’s ruimtelijke ordening


Deltaplan en het plan Ooievaar ‘ruimte voor de rivieren’
De ruilverkaveling en modernisatieplannen van Sicco Mansholt
De oude vraagstukken zijn met nieuwe oorzaken weer actueel









IK HEB AL EEN SCENARIO GEMAAKT WAARIN WE NEDERLAND TOT 2060 KLIMAATROBUUST GAAN VERSTEDELIJKEN

2010: DAS MOOI, NEDERLAND IS AF! HET VROM KAN WEG. PROBLEMEN? AH JOH, DE MARKT LOST DIE VERDER ZELF WEL OP!

VERDER NIET OVER NADENKEN. LEKKER SNEL DOORBOUWEN! VISIE IS MAAR EEN OLIFANT


ER KOMEN SERIEUSE VRAAGSTUKKEN OP ONS AF IN DE 21ste EEUW. HOE ZIET HET ERUIT WANNEER JE DIT AAN DE VRIJE MARKT OVERLAAT? IK DENK DAT WE MOETEN OVERSTAPPEN OP ANDERE PRINCIPES!

POST-NEOLIBERAAL

Berkel en Roderijs



Locatie voorbeelduitwerking: Wijhe NEOLIBERAAL
Hoef en Haag Harderwijk

GEVOLG: DREIGENDE WILDGROEI VAN GENERIEK SUBARBANISATIE!

Spoor
Natte moerasstad? Droge Bosstad? Stationskern
Nat stad
Nat buitengebied
IK WIL VERDER ONDERZOEKEN HOE DEZE VERSTEDELIJKING VORM KRIJGT ALS PRODUCTIEVE LEEFLANDSCHAPPEN
Droog stad
Droog buitengebied


Unieke kans om de ruimtelijke verhoudingen tussen stad, natuur en landbouw te herdefiniëren. Kunnen we d.m.v. symbiose in oplossingen, productieve leeflandschappen gaan maken?
00 Introductie
- Het verhaal van klimaat en water
- Het verhaal van het hernieuwbare productielandschap
INHOUDSOPGAVE
01 Projectlocatie
02 Scenario NL2060
- Het verhaal van klimaat en water
- Het verhaal van het hernieuwbare productielandschap
- Het verhaal van gedeelde verstedelijking

03 Gebiedsvisie Wijhe 2060
- Overzicht gebiedsvisie
- Inzoom nat en droog stedelijk gebied
- Lokale draagkracht van het gebied
- Productiesysteem en aantallen
04 Stedelijke weefsels voor een klimaatrobuuste toekomst
- Overzicht verschillende deelgebieden
- Stedelijke weefsels per type ingezoomd
05 Faseringsstrategie
- Verticale fasering
- Horizontale fasering
06 Onderzoeken
- Het verhaal van klimaat en water op de uitwerk locatie
- Het verhaal van het hernieuwbare productielandschap op de uitwerk locatie
- Het verhaal van gedeelde verstedelijking op de uitwerk locatie
07 Verantwoording
- Bronnenlijsten

Nationaal - scenario NL2060

Regionaal - Verstedelijkt dorp in de IJsselvallei

Landschappelijke schaal - Productieysteem

Plangebied - Stadsuitbreiding


Plangebied
Wijhe is een dorpje van zo’n 8.5000 inwoners dat is gesticht op een zandrug langs de IJssel. De eerste schriftelijke vermelding van Wijhe dateert uit het jaar 960. Wijhe ligt vrijwel exact midden tussen Zwolle en Deventer en is met een intercity station goed verbonden met beide steden. Onofficeel wordt door een groot aantal van de dorpelingen gedacht dat de naam Wijhe eigenlijk ook een afkorting is voor: Wij IJverigen Helpen Elkander.
De projectlocatie ligt ten zuiden van Wijhe. Een gebied dat in de huidige tijd vooral wordt gekenmerkt als agrarisch buitengebied. Het onderzoeks gebied is een cirkel van ongeveer 3km rondom deze projectloctie. Wijhe heeft een actuele vraag voor woningbouw in dit gebied.
WAT AKKERS, WEILANDEN EN BOSSEN IS GEWEEST, WERD WOONWIJKEN
HOE GAAT DE VOLGENDE GENERATIE STADSUITBREIDING ERUIT ZIEN?

Deventer 10min (99.957)
Zwolle 10min (123.861)


Hoe drie verhaallijnen samenkomen in één scenario
- Het verhaal van lokaal en klimaat+water
- Het verhaal van hernieuwbare balans en het productielandschap
- Het verhaal van Gedeeld en verstedelijking

Hoe drie verhaallijnen samenkomen in één scenario
Een klimaatrobuust en post-neoliberaal verstedelijkt Nederland: hoe bereiken we dat?
Dat is de centrale onderzoeksvraag van dit afstudeerwerk. Een belangrijk aspect om Nederland klimaatrobuust te verstedelijken is het bouwen op de juiste plekken. We moeten opnieuw gaan wonen waar de natuurlijke condities dit het meest toelaten, en niet op de diepste en natste locaties van het land. Daarom ben ik gestart met het ontwikkelen van een scenario voor 2060 op nationale schaal, om te bepalen waar Nederland het beste kan zoeken naar verdere verstedelijking om het woningtekort op te lossen.
Om structuur te brengen in deze grote opgave is het scenario gekoppeld aan de maatschappelijke overgang van een neoliberaal naar een post-neoliberaal Nederland. Deze koppeling heeft drie duidelijke onderzoeksrichtingen opgeleverd waarlangs het verhaal van dit afstudeerwerk wordt opgebouwd: Het
verhaal van lokaal, klimaat en water, een hernieuwbaar productielandschap en gedeelde verstedelijking.
Daar waar deze drie lijnen elkaar raken, ontstaat mijn ViNext-visie voor Nederland. In de volgende hoofdstukken wordt per verhaallijn het onderzoek op nationale schaal toegelicht en worden de conclusies opgebouwd tot één integrale visie. Het resultaat is een alternatief ontwikkelingsmodel voor de toekomst van Nederland: een antwoord op de vraag waar we klimaatrobuust kunnen verstedelijken én op basis van welke uitgangspunten dat zou moeten gebeuren.
Het scenario onderzoekt bovendien hoe alternatieve vormen van verstedelijking samenhangen met nieuwe mobiliteitssystemen en met de inrichting van landschappelijke productiesystemen. Daarmee biedt het een breed, geïntegreerd ontwikkelingsmodel voor een ander, klimaatrobuuster Nederland in 2060.


Hoe drie verhaallijnen samenkomen in één scenario
- Het verhaal van lokaal en klimaat+water
- Het verhaal van hernieuwbare balans en het productielandschap
- Het verhaal van Gedeeld en verstedelijking

‘‘God schiep de aarde, behalve Nederland.
René Descartes
Onze toekomstige relatie met het water Van overheersers naar
Niet langer vechten maar juist gaan werken met de natuurlijke

water in een veranderend klimaat? naar gelijke partners?
klimaat+water vechten tegen, natuurlijke condities van een gebied! Nederland. Dat liet hij aan de Hollanders over’’ Descartes

KNMI en IPCC; Het weer wordt extremer Nederland in 2100 bij 4,4 graden opwarming
De noodzaak om klimaatrobuust te worden komt voort uit ons veranderende klimaat. Het weer zal in de toekomst extremer worden: minder beheersbaar en minder voorspelbaar. Het KNMI en het IPCC zijn hier heel duidelijk over in hun meest recente rapporten. Ook in het ruimtelijk domein is er steeds meer aandacht voor dit thema en worden scenario’s voor de toekomst van klimaat en water in Nederland bedacht.
Deltacommissaris Peter Glas: “Het Deltaprogramma 2024 is een klemmende oproep aan alle partijen in het ruimtelijk domein: kijk naar de consequenties voor de lange termijn bij de keuzes van vandaag.” Nat wordt natter, droog wordt droger, heet wordt heter, extreem wordt extremer. Het laaggelegen Nederland is kwetsbaar voor klimaatverandering.

Maximaal 250cm stijging
30 tropische dagen per jaar
40C wordt normaal in Nederland
+7,1 W/m2 zonintensiteit
Minimaal 124cm stijging
Jaarlijks 8% meer neerslag
Meer dan 58 natte dagen in het jaar
Piekneerslag 24%
Minimaal 124cm 17% Toename in verdamping
79% meer neerslag tekort droge periodes
Droogte Neerslag Zeespiegel
Selectie toekomstscenario’s Nederland, wat denkt het werkveld over de relatie van NL en water?



















Waar kies ik mijn positie in de discourse over de toekomst van het klimaat en water in Nederland?

Binnen het werkveld zijn de laatste jaren uiteenlopende scenario’s gemaakt die iets zeggen over de toekomstige relatie van Nederland en water. Een algemeen probleem met deze scenario’s is de minimale tijdschaal van bijna 100 jaar of langer, terwijl ik de problemen van nu dermate urgent zie dat ik het noodzakelijk acht om vanaf vandaag te beginnen met het inpassen van oplossingen. Daarnaast verliezen scenario’s die zover in de toekomst liggen vaak de kracht om concrete oplossingen voor het heden te
bieden en verliezen ze zichzelf in abstractie. Daarom heb ik besloten om in dit afstudeerproject een tijdschaal van circa 30 jaar aan te houden en mijn eigen scenario vooral als een tussenstap van de verschillende andere scenario’s te zien. Hoe zou Nederland er dan in 2060 uit kunnen zien? Welke ‘doem’scenario’s hebben we hiermee weten te voorkomen? En welke andere scenario’s zijn vanaf dat punt nog steeds haalbare vervolgstappen?
Natter en droger Nederland 2060
BRO NL2300
ZUS NL2300
LOLA NL2200

Natter en droger Nederland 2060
Een combinatie van de lagenbenadering en een extrapolatie van bestaande scenario’s vormen de basis voor een klimaatrobuust idee over welke delen van Nederland in de toekomst natter of droger van karakter zullen zijn. Dit betekent niet automatisch dat de nattere delen van Nederland permanent onder water staan en de drogere delen compleet droog zullen zijn. Wel biedt dit een sturend kader voor welke soort ontwikkeling er binnen gebieden plaats kan gaan vinden. Zo zal de verstedelijking van Nederland zich in de toekomst steeds meer verplaatsen naar de relatief klimaatveiligere gebieden in de drogere delen van Nederland, en zal de landbouw zich in zowel de nattere als drogere delen op verschillende manieren verder gaan ontwikkelen.
De vervolgvraag is hoe deze nattere versus drogere gebieden er in de toekomst uit zullen zien. Hoe gaan we in deze verschillende gebieden leven en produceren in een klimaatrobuuste balans?

Overstromingsgevoeligheid
Bodemdaling
Geomorfologie
Hoogtes
Natter en droger Nederland 2060

“Het natter Westen en het droger Oosten van Nederland krijgen ieder hun eigen aanpak en gaan zich verschillend ontwikkelen”
Lagenbenadering + extrapolatie van scenario’s = klimaatrobuust idee welke delen natter of droger van karakter zullen zijn |
Klimaatrobuust
Terug naar de natuurlijke
Wat is de toekomst


hernieuwbare balans en het productielandschap
Klimaatrobuust betekend: natuurlijke condities!
toekomst van het
een klimaatrobuust NL?


Het productielandschap in droger Nederland
Zoals het gemotoriseerde werkpaard het echte werkpaard heeft verlost van het harde werken op het land, zal de moderne high-tech landbouw het landschap bevrijden van uitputtende landbouwmethodes. Daarmee ligt de weg vrij om in het voormalige, door landbouw gedomineerde landschap te zoeken naar een nieuwe balans tussen produceren, recreëren, natuur en stadsuitbreiding.
Droger Nederland is bij uitstek geschikt om in de klimaatveiligere en stedelijke gebieden intense landbouw te bedrijven in vertical farms, grote kassen en andere hightech faciliteiten. Dit is ideaal voor de bulkproductie van relatief goedkopere voedingsmiddelen. Interessante alternatieve producten om verder te onderzoeken zijn bijvoorbeeld gekweekt vlees, eiwitten uit insecten en een veelvoud aan verschillende paddenstoelensoorten.
Het huidige productielandschap wordt verkleind en focust zich op extreem duurzame vormen van productieve natuur. Denk hierbij aan voorbeelden zoals een voedselbos of stripcultivatie met de terugkeer van houtsingels. Deze landbouw is geschikt voor de productie van luxere producten en duurdere bio-based materialen.

High-tec ultra industriële stads)landbouw VS Duurzamere productieve natuur als landbouw
High tec- highly industrial urbanised farming BULK




super duurzaam (met bos) LUXE





De transitie naar een natter en moerassiger Nederland vraagt om aanpassingen van de landbouw in deze gebieden. Er zullen nieuwe gewassen en nieuwe methoden van productie voor zowel voedsel als energiegewassen en bouwmateriaal moeten worden ontwikkeld. Ik zie een combinatie van low-tech, arbeidsintensieve en high-tech oplossingen voor me. Het natuurlijk mogelijk houden van het watersysteem vormt de basis voor dit zeer natuurlijk van karakter zijnde productielandschap.
Natte landbouw is veel nuttiger dan alleen de producten die het oplevert. Natte landbouwsystemen kunnen grote hoeveelheden water opslaan, wat helpt bij het beheer van water tijdens droge periodes en vermindert overstromingsrisico’s tijdens natte seizoenen. Ze bieden een habitat voor verschillende soorten flora en fauna, wat de biodiversiteit bevordert. Wateroverstroomde velden kunnen helpen bij het behouden van de bodemstructuur en het verminderen van erosie. De sedimentatie van vruchtbare sliblagen kan de bodemvruchtbaarheid verhogen.
Voor O5 heb ik al eens eerder onderzoek gedaan naar de kansen van natte landbouw specifiek voor het produceren van bio-based materiaal. Dit onderzoek zou ik graag verder willen uitbreiden met ook andere toepassingen van gewassen in het achterhoofd.





Productielandschap
High-tech en productieve natuur
Neerslag jaarlijks gemiddelde
Zonuren en intensiteit
Huidig grondgebruik totaal
De toekomst van het productielandschap in Nederland is tweeledig. Enerzijds ontstaat er in de stedelijke gebieden grootschalige high-tech stadslandbouw. Deze nieuwe bulkproductie werkt bevrijdend voor het huidige productielandschap, zodat er anderzijds stappen kunnen worden gemaakt om deze omgevingen weer steeds natuurlijker te maken. We kunnen opnieuw kijken hoe we in deze gebieden een andere balans kunnen vinden tussen natuur, productie, recreatie en verdere stedelijke uitbreidingen. Voor al deze veranderingen geldt dat er, naast nieuwe productiemethodes, ook nieuwe hernieuwbare producten ontstaan die op andere manieren worden toegepast. Denk hierbij vooral aan de productie van bio-based materialen voor lokaal gebruik in de bouw, maar bijvoorbeeld ook aan zaken zoals energiegewassen.
Grondwaterpeilen
Bodemsoorten
Natter en droger Nederland

Bestaande bospercelen natura 2000 gebieden
Akkerland en grasland

Productielandschap Nederland 2060
“De intensieve high-tech (stads)landbouw bevrijdt het landschap en biedt ruimte om in de buitenlucht te werken in productieve natuur.”
Deze productieve natuur is een rijke bron van nieuwe hernieuwbare


Klimaatrobuust verstedelijken?
Waar en hoe gaan we dat doen?
Van Randstad naar een ander verstedelijkingsmodel
Net zoals het productielandschap is de toekomst van de verstedelijking in Nederland ook tweeledig. In het begin zal de lokroep van de Randstad nog dermate sterk zijn dat er verder wordt bijgebouwd. Echter, dit zal alleen gebeuren door middel van verdichtingen binnen de huidige bebouwde kom en zoveel mogelijk in de bestaande stationsgebieden. De hoofdmoot van de Nederlandse verstedelijking zal zich echter verplaatsen naar de drogere delen van Nederland. Vooral op de scheidslijn van nat en droog Nederland zie ik veel economische kansen, omdat hier de nieuwe producten uit beide landschappen samenkomen. We gaan overstappen van het Randstad model naar een nieuw en klimaatorbuust model van verstedelijkingin Nederland.
De verstedelijking zelf stelt het collectief boven het individu. De trein in combinatie met deelmobiliteit vormt de backbone van dit nieuwe verstedelijkingsmodel. Samenleven wordt steeds meer collectief, met gezamenlijke voorzieningen zoals tuinen, keukens en recreatieruimten. Het delen van voorzieningen leidt tot een efficiënter gebruik van energie en materialen, en zorgt ervoor dat mensen meer hebben wanneer ze samenleven dan wanneer ze alleen zouden zijn. Dit bevordert extra veiligheid en zorg voor elkaar, vooral voor kwetsbare groepen zoals ouderen. Daarnaast zorgen gezamenlijke activiteiten en evenementen voor een hogere levenskwaliteit.

Verstedelijking Rotterdam centraal

Verstedelijking DenHaag centraal
Een lintstad als nieuwe backbone van een ander ontwikkelingsmodel voor Nederland
Een nieuwe concentratie van investeringen en economische ontwikkeling
Van onhandig natte Randstad





Alle verdere ontwikkelingen na 2030 verplaatsen uit de randstad en naar de lintstad
Daar waar de producten uit nat en droog Nederland samenkomen ontstaan kansen voor een nieuwe economie
Naar het droge Lint-stad model




Mobiliteit
De trein en delen van fiets en auto


Wonen en werken
Naast MAAS ook HAAS?











Demografie en woningmarkt
Onderzoek naar de woningmarkt in Nederland toont aan dat Nederland Europees kampioen laagbouw is. Het aanbod grondgebonden woningen ligt veel hoger dan het Europees gemiddelde.
In de gemeente Olst-Wijhe is dit nog extremer. Woningen zijn er iets groter dan het Nederlandse gemiddelde, maar vooral het kaveloppervlak per woning ligt fors hoger dan gemiddeld.
Demografisch gezien valt op dat de Nederlandse bevolking tot 2060 blijft doorgroeien tot ongeveer 20 miljoen inwoners. In de gezinssamenstelling is een duidelijke trend zichtbaar: steeds meer alleenstaanden en steeds kleinere huishoudens. Daarmee zal er in de toekomst nog meer vraag zijn naar (kleinere) woningen

Nieuwe stedelijke agglomeraties
Lintstad verdichtingstrategie
Verstedelijkt Nederland Het klimaatrobuuste ‘lintstad’ model Daar waar natter en droger Nederland elkaar raken, ontstaat de meeste potentie voor verstedelijking. Net zoals de Randstad jarenlang zijn aantrekkingskracht had als economisch centrum van het land, zal in de toekomst deze scheidslijn dienen als nieuwe focus voor stedelijke ontwikkeling. Door stedelijke gebieden te situeren op deze scheidslijn kunnen de voordelen van zowel natte als droge landbouw worden gecombineerd, wat leidt tot een divers en veerkrachtig economisch systeem. De bestaande spoorwegen langs deze randen vormen de backbones waarlangs een duurzame, veerkrachtige en innovatieve ruimtelijke structuur wordt gemaakt die klaar is voor de uitdagingen van de 21e eeuw.
Bestaande occupatie
Spoornet en stations
Productielandschap
Natter en droger Nederland

Ontwikkeling van stedelijke netwerken in Nederland 2022 2010 1998

“Langs de spoorwegen en op de scheidslijn van Droog en Nat Nederland, ontstaat een nieuwe ‘lintstad’ ”
De focus van de verstedelijking in Nederland naar een andere regio verleggen gebaseerd op klimaatrobuust denken
Het verhaal van: gedeeld en verstedelijking
Het verhaal van: hernieuwbare balans en het productielandschap
Het verhaal van: lokaal en klimaat

Lintstad verdichtingstrategie
Bestaande bebouwing Spoornet en stations
Productielandschap

Bestaande bospercelen
Grondgebruik
Bodemsoorten
Natter en droger Nederland

Overstromingsgevoeligheid
Bodemdaling
Geomorfologie
Hoogtes

BRO NL2300
ZUS NL2300
LOLA NL2200
NL 2025

“Totaal scenario verdichtingstrategie VINEXT Mijn antwoord op; Waar gaan we Nederland klimaatrobuust verstedelijken?”
- Overzicht gebiedsvisie
- Inzoom nat en droog stedelijk gebied
- Lokale draagkracht van het gebied
- Productiesysteem en aantallen

Samenvatting gebiedsvisie
1 uitgewerkte klimaatrobuuste, verstedelijkte kern in de lintstad. Hoe ziet dat eruit? En waarom ziet het er zo uit?
De gebiedsvisie is tot stand gekomen aan de hand van drie onderzoeksverhaallijnen. Dit zijn dezelfde verhaallijnen waarmee het scenario NL2060 is ontwikkeld. Daarmee ligt er een stevig fundament onder het totale ontwerp.
De lintkern ligt altijd op de overgang tussen nat en droog Nederland. Elke lintkern kent daardoor dezelfde zes verschillende typen stedelijk weefsel, namelijk: de stationskern, de hightech agro-industrie, het droge stedelijk gebied, het natte stedelijk gebied, en de droge en natte buitengebieden.
De stationskern vormt het hart van de stadsuitbreiding. Hier is de dichtheid van functies en wonen het hoogst.
Overzicht achterliggende onderzoeken
(zie meer in hoofdstuk 06 Onderzoeken)
Het is het brandpunt waar alle nieuwe inwoners samenkomen. Door de goede verbondenheid met het oude dorp en de aanwezigheid van het nieuwe, vervangende intercitystation is dit bovendien de plek waar de nieuwe en oude inwoners van Wijhe elkaar ontmoeten.
De droge en natte stedelijke gebieden hebben ieder een duidelijk eigen identiteit, gebaseerd op de onderscheidende landschappelijke kenmerken en condities. Hier voert het wonen de boventoon, met een kleinschaliger menging van uiteenlopende publieke en commerciële functies.
Het droge en natte buitengebied zijn vooral landschappelijk van aard. In de droge gebieden komen we nog kleine gemeenschappen tegen op enkele van de voormalige boerenerven.


C. GEDEELDE VERSTEDELIJKING

Hi-tech agri
Droog stedelijk
Stationskern
Nat stedelijk
Droog buitengebied
Nat buitengebied
Inzoom:Natstedelijk

Inzoom:Droogstedelijk

Inzoom van een cluster in het nat stedelijkgebeid
Een dynamisch gevormde terp-achtige typologie met meerdere buurtschappen geclusterd rondom een centrale plek met een kleine plezierhaven daaraan vast. De woning typologieën vormen zich naar de landschappelijke condities. Het landschap wordt gevormd door de natte akkers, het dynamische waterpeil, steigers en vlonderpaden.

Inzoom van een cluster in het droog stedelijkgebied
Een met scherpe lijnen gevormde clustering van meerdere collectieve leefgroepen gebaseerd op de sterke lijnen van de blokverkavelingen in het gebied. De landschappelijke kenmerken zoals houtwallen, kleinschalige akkers, collectieve tuinen, productie en voedselbosjes domineren het landschap rondom de geclusterde buurt.




De lokale draagkracht van het gebied
Een essentieel onderdeel van klimaatrobuuste gebiedsontwikkeling is dat je goed kijkt naar de lokale draagkracht van het gebied. Wat dit betekent, is dat al het voedsel en bouwmateriaal binnen een straal van 3 km geproduceerd moet kunnen worden voor ten minste de nieuwe ontwikkeling. Daarmee kunnen er nooit meer mensen wonen dan wat het landschap aankan, en blijft er altijd een natuurlijke balans bestaan tussen de ondergrond en de mate van occupatie.
Hiervoor heb ik onder andere onderzoek gedaan naar de veranderende voedingsbehoefte van mensen en de impact die dit heeft op de ruimtevraag per landschapstype. Ook voor het bouwen van woningen met lokaal geproduceerd materiaal heb ik een soortgelijk onderzoek uitgevoerd. Daarmee heb ik duidelijk inzichtelijk wat de lokale ruimtevraag per inwoner en per wooneenheid is. Op basis van de beschikbare ruimte is vervolgens eenvoudig te berekenen wat de maximale draagkracht van het gekozen gebied kan zijn.
Conclusies onderzoek lokaal voedsel en bouwmateriaal en de passende ruimtevraag




Duurzame draagkracht berekeningen en uitwerking op de landschappelijke schaal
Aantal inwoners: 9.500-10.500 Aantal woningen per jaar: 190
Ha natte landschap
Ha droge landschap
Ha high-tech agri-industrie
Hectare benodigd bouwmateriaal productie
Ha natte landschap
Ha droge landschap
Ha high-tech agri-industrie
Ha totaal bouwmateriaal productie
Alle productie binnen een straal van 3km (brutto 2827,4 hectare) netto circa 2300 hectare
2.282 Ha Productie

Ontwerp voor de Lintkern Wijhe met het omringende productielandschap. Al het voedsel en bouwmateriaal voor de nieuwe stad word binnen een straal van 3km geproduceerd
Een gesloten productiesysteem
Het high-tech agro-industriegebied is de centrale spil in het productiesysteem van de Lintkern. Hier komen alle ruwe materialen samen en worden ze verwerkt tot eindproducten. Van het hout uit de droog-stedelijke gebieden worden hier bouwmaterialen gemaakt, maar ook meubels die in de stad zelf worden gebruikt voor uitbreidingen of door bewoners. Van de planten uit de natstedelijke gebieden worden voedselproducten en verschillende vezelmaterialen gemaakt voor gebruik in de Lintkern. Het high-tech agro-industriegebied is daarmee de plek waar alles op het gebied van materiaalproductie en voedselverwerking in de Lintstad samenkomt.
Het productiesysteem is duurzaam en gesloten. Reststromen worden overal in dit ecosysteem van duurzame productie hergebruikt. Omdat het systeem gesloten is, zorgt het voor een robuuste balans met de natuurlijke condities van de plek. Net zoals een bos als ecosysteem zichzelf duurzaam in stand kan houden, houdt dit systeem zichzelf ook draaiende. Restwarmte uit energieopwekking met biomassa wordt opnieuw gebruikt om de kassen te verwarmen. Andere reststromen worden gecomposteerd en dienen als bemesting voor de akkers. Uit afvalstromen worden nutriënten teruggewonnen, die opnieuw in de kringloop van de high-tech kassen worden gebracht.
Opzet nieuwe lintkernen
Hi-tech agri
Droog stedelijk
Stationskern
Nat stedelijk
Droog buitengebied
Nat buitengebied

Aantallen in ontwerp
Per persoon komt dit neer op circa 70m2 per persoon waarvan gemiddeld 28m2 voor wonen is bestemt en 42m2 voor voorzieningen. Hiermee ligt het gemiddelde woon oppervlakte per persoon fors lager als in de rest van Nederland en ook zo’n 15 a 20m2 onder het Europees gemiddelde. Dit is mogelijk doordat veel van de traditionele woonfuncties worden opgevangen in collectieve voorzieningen.
700.000m2 Programa voor wonen en voorzieningen
380.000m2
190.000m2
65.000m2
53.000m2
17.000m2
475.000m2
225.000m2
250.000m2
Wonen en voorzieningen droog stedelijk
Wonen en voorzieningen nat stedelijk
Bovenbouw stationskern
Basement stationskern
Collectieve kassen
Werken in high-tech industriegebied
High-tech agri productie
Werkplaatsen productie
Barcode methode gemeente Utrecht


Het ontwerp van de Lintkern Wijhe biedt ruimte aan circa 9.700 - 10.350 personen Dat betekend een ruime verdubbeling van het bestaande dorp (8.400 inwoners)
- Overzicht deelgebieden
- Stedelijke weefsels per type ingezoomd

Opzet nieuwe lintkernen
Hi-tech agri
Droog stedelijk
Stationskern
Nat stedelijk
Droog buitengebied
Nat buitengebied
De 6 verschillende type stedelijkweefsel in de lintkern
De lintkern ligt altijd op de overgang tussen nat en droog Nederland. Elke lintkern kent daardoor dezelfde zes verschillende typen stedelijk weefsel, namelijk: de stationskern, de hightech agro-industrie, het droge stedelijk gebied, het natte stedelijk gebied, en de droge en natte buitengebieden.
De stationskern vormt het hart van de stadsuitbreiding. Hier is de dichtheid van functies en wonen het hoogst. Door de goede verbondenheid met het oude dorp en de aanwezigheid van het nieuwe, vervangende intercitystation is dit de plek waar de nieuwe en oude inwoners van Wijhe elkaar ontmoeten.
De droge en natte stedelijke gebieden hebben ieder een duidelijk eigen identiteit, gebaseerd op de onderscheidende landschappelijke kenmerken en condities. Hier voert het wonen de boventoon, met een kleinschaligeren menging van uiteenlopende publieke en commerciële functies.
Het droge en natte buitengebied zijn vooral landschappelijk van aard. In de droge gebieden komen we nog kleine gemeenschappen tegen op enkele van de voormalige boerenerven.
DICHTHEID
STATIONSKERN
Hoogst >100wo/hectare
DROOG STEDELIJK
Hoog >60wo/hectare op cluster niveau
NAT STEDELIJK
AGRICHTECH INDUSTRIEGEBIED
DROOG BUITENGEBIED
Hoog (Industrieel) Gemiddeld - hoog >45wo/hectare op cluster niveau
Laag <5wo/hectare
Eenpersoons huishoudens
- Studenten
- Starters
- Alleenstaande
- Focus op hoge mate van betaalbaarheid
Mix van een- en meerpersoons huishoudens
- (Jonge) gezinnen
- Starters
- Alleenstaande
- Mensen die graag in een hechte groep leven
Mix van een- en meerpersoons huishoudens
- Gezin met oudere kinderen
- Emptynesters
- Mensen die iets met water hebben en iets meer prive fijn
Geen woongebied maar wel aantrekkelijk voor innovatieve bedrijven
- Food-tech (start-ups)
- Kleine maak industrie
- Montage bouwers
Mix van een- en meerpersoons huishoudens
- Voor wie graag achteraf wil wonen met meer prive ruimte
- Behoefte aan overzichtelijke gemeenschapsgroottes
Megastructure opgebouwd uit kleinschalige Appartementen/eenheden
- Extreem hoge mate van gedeelde woonruimtes en faciliteiten
Gesloten bouwblok met gedeelde binnentuin. Appartementen en/of anders gestapelde woningen - Hogere mate van gedeelde woonruimtes en faciliteiten
Open clusters van Appartementen, GGW, BEBO’s en Terraswoningen rondom gedeelde buitenruimtes
- Een lagere mate van gedeelde woonruimtes wel faciliteiten en buitenruimte
Modern industrieterein met grootschalige productiefacaliteiten
- Vertical farms, kassen, kweekruimtes, fermentatie faciliteiten
Transformatie van boerenerven met toevoeging
- Beperkte mate van gedeelde woonruimtes maar wel veel gedeelde faciliteiten en buitenruimtes
Buurt overstijgende
- Hogescholen HBO/MBO
- Bioscoop en theater
- Musea en universiteit
- Ziekenhuizen - Grotere kantoren
Op de buurt gericht(HUB)
- Basisschool
- Supermarkt
- Lokale horeca
- Gedeelde werkplaatsen
- Diensten (zoals kappers)
Op de buurt gericht(Buurthuis)
- Kinderopvang
- Kleine supermarkt
- Lokale horeca
- Gedeelde werkplaatsen
- Diensten (zoals kappers)
Grootschalige-productie voor de lokale markt
- Werkplaatsen voor het verwerken van bouwmateriaal
- High-tech vertical farming
Productief en recreatief - Fiets en wandelroutes
- Rustpunten en boerenwinkels
- Productie en voedselbos en duurzame akkerbouw
Multimodaal knooppunt bovenop de nieuwe scheidslijn van de natte en droge gebieden. Centrum van de nieuwe ontwikkelingen
Productie en voedselbossen, houtwallen, duurzame akkers, buurtkassen, collectieve moestuinen en boomgaarden.
Broekbos, Wadi’s, sloten en natte akkers in een gebied met een dynamisch waterpeil. Steigers, plezierhavens, aanlegplaatsen aan huis en licht glooiend landschap.
Loodsen, grotere werkplaatsen, vertical farms, kassen en grootschalige productie faciliteiten.
Boerderijen, schuren, productiebos en voedselbossen, houtwallen, duurzame akkers, sloten en weteringen.
NAT BUITENGEBIED
Zeer laag tot geen <2wo/hectare
Huishoudens met behoefte aan rust en afzondering - Emptynesters - Einzelgänger
Solitair als incident - (Zo goed als) Geen gedeelde woonruimtes en faciliteiten. Op een incident na.
Productief en recreatief - Fiets en wandelroutes - Natte landbouw op natte akkers en productie in balans met de natuur in de uiterwaarde
Natuurlijke uiterwaarde met wilgen, broekbossen, kolken en graasgebied voor waterbuffels en klein vee in droge periodes
Hoogstedelijk
1. Stationskern

Droge deelgebieden
3. Droog stedelijkgebied

5. Droog buitengebied

Industrieel
2. induFOOD-complex

Natte deelgebieden
4. Nat stedelijkgebied

6. Nat buitengebied

De stationskern is het kloppende hart
De stationskern vormt het hart van de stadsuitbreiding. Hier is de dichtheid van functies en wonen het hoogst. Het is het brandpunt waar alle nieuwe inwoners samenkomen. Door de goede verbondenheid met het oude dorp en de aanwezigheid van het nieuwe, vervangende intercitystation is dit bovendien de plek waar de nieuwe en oude inwoners van Wijhe elkaar ontmoeten.
De promenade
Het hoogtepunt van de stationskern. Een prachtige hoogstedelijke ruimte langs het water om op een mooie zomeravond te flaneren. Kijkend over het water zie je de terpen van de natte stad, met daarachter de ondergaande zon. Je hebt een goede bodem gelegd in een van de fijne restaurants aan de promenade en terwijl de zon verder achter de horizon zakt, dwalen je gedachten alvast naar de wilde nacht die komen gaat in het bruisende nachtleven langs dezelfde promenade.
Het zware basement en de houten bovenbouw
De eerste vijf verdiepingen van het stationsgebied vormen het zware basement. Hier zijn de gebouwen hoofdzakelijk opgebouwd uit klei en vezelmateriaal. In dit deel vind je de vele – vaak buurtoverstijgende –functies van de stationskern: denk aan een universiteit, ziekenhuis, bioscoop, theater, en meer. Daarnaast bevindt zich aan de promenadezijde een groot scala aan restaurantjes en uitgaansgelegenheden, terwijl aan de andere zijde meer ruimte is voor werken, kantoren en flexwerkplekken.
De bovenbouw bestaat uit een wereld van houtbouw met een eigen tweede maaiveld. Hier staat in een zeer hoge dichtheid een grote hoeveelheid kleinschalig opgezette appartementjes en studio’s met een brede range aan gedeelde faciliteiten. Dit is met name de woonplek voor jongeren, studenten en alleenstaanden in de nieuwe Lintkernen.

De promenade
Prachtig uitzicht richting de natte deelgebieden. Restaurants en uitgaansgebied op de avondzon. De plek in het stationsgebied om in contact te komen met het water, je vrienden te ontmoeten en samen op reis te gaan met de trein door de Lintstad.
Grote haven
Overslagpunt van materiaal en producten tussen de verschillende deelgebieden en het hightech agro-industriegebied
Nieuw treinstation Wijhe
In het hart van de stationskern. De poort naar de rest van de Lintstad
De promenade
Prachtig uitzicht richting de natte deelgebieden. Restaurants en uitgaansgebied op de avondzon
Houten bovenbouw
Ruimte voor kleinschalig wonen met een hoge mate van gedeeldheid. Gericht op Jongere, studenten en alleenstaande starters
Zware basement
Ruimte voor grootschalige functies met een buurt en of stad-overstijgend karakter. Cinema, ziekenhuis, museum, hogeschool
2de maaiveld
De buitenruimte en onstluiting van het wonen in het stationsgebied
Spoordijk
Nieuwe scheidslijn tussen de natte en droge deelgebieden

Transformatie naar lokale prodcutie-hub
Het voormalig industrieterrein van Wijhe krijgt een grondige metamorfose. De bestaande bedrijfshallen worden opgenomen in een sterk verdichte structuur met ruimte voor veel nieuwe productielocaties.
Nieuwe hallen waarin materialen worden verwerkt tot eindproducten voor de Lintkern. Grote hightech verticale boerderijen die tot wel honderd meter de lucht in kunnen gaan voor de bulkproductie van voedsel. Op de daken kom je veel kassen en zonnepanelen tegen, zodat ook het daklandschap productief wordt ingezet. Eventuele windmolens en een biomassacentrale zorgen voor de resterende energievoorziening.
De centrale spil in het productiesysteem
Dit gebied is de plek waar alle ruwe producten uit de verschillende landschappen samen worden gebracht. Daarom heeft het industriegebied een directe verbinding met de stationskern over het water. Daarmee ontstaat er
– vooral tijdens de bouw van de Lintkern – een directe link tussen de producerende kant en de plek vanwaaruit de materialen efficiënt over de rest van de Lintkern kunnen worden verdeeld.
Bron van diverse werkgelegenheid
Het gebied staat bol van de werkgelegenheid in uiteenlopende rollen. Hoogopgeleide functies, zoals hightech-kasengineers, software- en AI-specialisten die de teelt en productie aansturen. Maar er zijn ook juist voor de praktische en ambachtelijke kant veel kansen: het verwerken van ruw materiaal tot bouwproducten of het vervaardigen van goederen zoals meubels.

Werken in het moderne industriegebied
Alle ruimte voor de lokale productie van alle verschillende materialen en voedsel. Bron van diverse werkgelegenheid, van hoogopgeleiden technici tot de praktische meubelmaker. Op de achtergrond zie je de grote verticale kassen die overal bovenuit steken als bakens van de innovatie.
Uiterwaarden
Wingebeid van klei-slib, vis uit de IJssel en graas gebieden voor waterbuffels en ander vee
Vertical farms
Voor de grootschalige productie van verschillende voedingsgewassen
Materiaal havens
Transport over het water van materialen producten en voedsel
Productie faciliteiten
Mix van nieuwe en bestaande faciliteiten voor het verwerken van ruw materiaal tot producten en voedsel
Huidige IJsseldijk
De grens tussen de rivier en de dynamisch natte en droge deelgebieden
Bio-massa centrale
Wekt duurzame energie op met gebruik van bio-massa resten uit de productiefaciliteiten
Kassen optoppen
Op bestaande loodsen worden extra kassen toegevoegd

Wonen in de droge stad is sterk verbonden wonen met elkaar, in compacte clusters. Elke buurtcluster bestaat uit vier tot vijf verschillende leefgroepen die ieder hun eigen bouwblok hebben.
De centrale ruimte van de buurtclusters
Elke buurtcluster heeft een centrale ruimte waar de leefgroepen omheen liggen, met daaraan gekoppeld een buurtHUB. In deze HUB bevinden zich een aantal functies die de leefgroepen overstijgen. Hier vindt je bijvoorbeeld een basisschool of een kleine horecagelegenheid, maar ook collectieve parkeervoorzieningen, zodat de auto niet verder de buurt in hoeft. De centrale ruimte vormt de plek waar mensen uit de verschillende leefgroepen elkaar kunnen ontmoeten en waar ruimte is voor gedeelde functies die
niet in één leefgroep passen. Denk aan sportvelden, een skatepark of een kinderboerderij.
Het collectieve droge landschap
Elk buurtcluster ligt ingebed in een groter collectief landschap. Samen met de andere buurtclusters vormt dit de gemeenschappelijke basis die de droge stad zijn identiteit geeft. De landschappelijke ruimte is gevuld met collectieve tuinen aan de randen van de buurtclusters en af en toe wat grotere collectieve akkers, waar buurtbewoners onder begeleiding van een stadsboer gezamenlijk voedsel kunnen verbouwen.
Het landschap wordt gevormd door een intrigerend spel van open en dichte ruimtes, waarin houtwallen, productiepercelen en voedselbossen een dominante rol spelen.

Het centrale buurtplein
De ruimte waar de verscillende leefgroepen bijelkaar kunnen komen. Ruimte voor grootschaligere gedeelde facaliteiten met elkaar die ook door andere clusters kunnen worden gebruikt. BuurtHUB met in deze situatie naast ruimte voor een basisschool, flexwerkplekken en een kleine horeca gelegenheid. Ook ruimte voor parkeren en een supermarkt met eigen vertical farm.
Houtwallen
Doorlopende verbindingen, goed voor de biodiversiteit en extra productie van bio-massa, hout en voedsel zoals bessen
BuurtHUB
Iedere buurt heeft op het plein in het hart een buurtHUB staan. Daar vind je grote collectieve functies zoals scholen, maar ook supermarkten en gedeelde parkeergelegenheid
Collectieve akkers
Akkers in beheer van een van de stadsboeren waarop hij samen met de comunities boert
Productiebos
Stukken bos voor de productie van hout om mee te bouwen
Voedselbos
Plukjes bos vol met noten, vruchten, kruiden en paddenstoelen
Collectieve ruimte
Aan de binnenkant van ieder bouwblok heeft een leefgroep de plek om collectieve ruimtes in te vullen naar wens. Hier is het een spa en welness center met zentuin. Andere hebben bijvoorbeeld werkplaatsen om te klussen of dingen zoals een honden renbaan
Collectieve tuinen
Aan de randen van de buurten zijn er collectieve tuinen waar mensen met elkaar voedsel kunnen produceren

Inzoomen in het droog stedelijke cluster Elk cluster bestaat uit vier tot vijf leefgroepen, met elk hun eigen bouwblok rondom een centrale ruimte waar de verschillende leefgroepen samenkomen.
De collectieve leefgroepen en hun eigen bouwblok Elke leefgroep in de droge stad heeft een eigen, gesloten bouwblok waar circa 150 mensen samenleven. Sommige leefgroepen zijn iets kleiner en een enkele juist significant groter. Binnen deze leefgroepen wordt in een hoge mate van gedeeldheid samengewoond: iedereen heeft standaard een private slaapruimte, maar woonruimtes, badkamers en buitenruimtes kunnen uitsluitend gedeeld zijn. Voorzieningen zoals keukens, logeerplekken en studieruimtes zijn binnen deze leefgroepen te allen tijde gedeeld.
Inrichting van de collectieve binnenruimtes
In het hart van elk gesloten bouwblok ligt een collectieve binnenruimte. Deze wordt enerzijds gebruikt als plek waar de leefgroep als geheel kan samenkomen, en anderzijds als ruimte waar collectieve voorzieningen worden gedeeld. Wat deze voorzieningen precies zijn, verschilt per leefgroep en sluit volledig aan bij de

Leefgroepen worden namelijk samengesteld op basis van gedeelde interesses. Zo zijn er binnenruimtes die vooral zijn ingericht voor technische mensen die graag aan auto’s en fietsen sleutelen, en waar handige doehet-zelfers gebruikmaken van gedeelde werkplaatsen. Andere leefgroepen richten hun tuin samen in als podium voor theater- en toneelvoorstellingen voor elkaar en andere buurtbewoners.
Leefgroepen met een focus op wellness en gezondheid kunnen hun ruimtes inrichten met stoombaden, sauna’s, yogastudio’s en zentuinen. Gezinnen met jonge kinderen kunnen kiezen voor een leefgroep waar speciale speelruimtes en dagverblijven worden gedeeld.
Het idee achter deze manier van samenleven is dat je gezamenlijk, op een duurzame manier, toegang hebt tot een veel hoger niveau van voorzieningen dan wanneer ieder individu deze zelf zou aanschaffen — zoals een boormachine of een werkbank. En veranderen je interesses of je gezinssamenstelling gedurende je leven, dan kun je ook wisselen van leefgroep.








De leefgemeenschappen van de natte stad
In de natte stad worden leefgemeenschappen georganiseerd per terpachtig cluster. Rondom een centrale buurtplek liggen een aantal meer open clusters van woningen, waar mensen in een lagere mate van gedeeldheid samenleven dan in de droge stad. Hier wonen mensen die meer waarde hechten aan eigen woonruimtes, maar faciliteiten zoals een keuken, wasruimte, tuinen en logeerplekken nog steeds graag met anderen delen.
Wonen in een waterwereld
Het dynamische waterpeil in de natte stad geeft het gebied een uniek karakter. Het maakt de natte akkers mogelijk waarop bouwmateriaal en voedsel worden geteeld. Lange vlonderpaden die over het water lopen en tussen het riet en de lisdodde van de natte akkers
kronkelen, maken langzaamverkeersverbindingen mogelijk tussen de verschillende centrale buurtplekken en de terpclusters in het gebied.
Autoverkeer wordt centraal opgelost met gedeelde parkeervoorzieningen en gedeelde auto’s, maar ook hier is langzaam verkeer de dominante vorm van mobiliteit. Daarnaast is er ruimte voor vervoer over het water, en sommige clusters beschikken zelfs over een centrale plezierhaven.
De woningtypen reageren nauw op de condities van het landschap: aan de randen vind je steigers die soms worden gedeeld met andere woningen en gebouwen, terwijl verder van de rand af de bebouwing hoger wordt.

Wandelend door de natte wereld
Op een van de belangrijke langzaamverkeers flonderpaden verbindingen in de natte wereld. Een cluster ligt recht voor je en het flonderpad brengt je automatisch in het hart van de cluster. Aan je rechterkant zijn mensen druk bezig met het planten en oogsten van bouwmateriaal en voedsel in de natte akkers. Er vliegen wat vogels over die hopen een zaadje mee te pikken.
Behouden boerderij
Bestaande boerderij die nu de natte akkers onderhoudt
Ooibosje
Cluster centrum
Samenkomst plaats in de kern van de natte buurt. Sociale voorzieningen, gedeelde boomgaard en zaken zoals een boerenwinkel, flexwerkplekken en zoiets als een kinderboerderij vind je hier
Hoofdweg
Belangrijkste verbinding met de omliggende dorpen, de weg heeft een kleine droogleggen waardoor deze altijd bereikbara is
Overstroom gebieden
Lagere delen in het groen die bij hoogwater verder kunnen overstromen
Plezier haven
De leukste manier om verbonden te zijn met de andere clusters en de stationskern. Woningen aan het water hebben hun eigen aanlegplaats op hun flonder
Waterpaden
Natte akkers
De akkers met het dynamische waterpeil. Hoe dichter bij het doorgaande water des te vaker ze onder water zullen staan
Systeem van flonderpaden die de belangrijkste langzaamverkeersverbindingen zijn tussen de verschillende clusters en de stationskern

Inzoomen in het nat stedelijke cluster
Elk cluster in het nat stedelijk deelgebied bestaat uit een aantal kleinere groepen woningen. De groepering is opener van aard, waardoor de nadruk op de individuele leefgroepen kleiner is dan op het cluster als leefgemeenschap op zich. Er wordt hier geleefd in een relatief lagere dichtheid dan in de droog-stedelijke clusters en de stationskern. Ook ligt de mate van gedeeldheid hier relatief lager: bewoners hechten net wat meer waarde aan private woon- en slaapruimte, maar delen nog steeds graag voorzieningen zoals keukens, wasruimtes, tuinen en logeerplekken.
Wonen in een gedeeld landschap
Waar de mate van gedeeldheid wél hoog ligt, is in het landschap. Het hele cluster functioneert als het ware als één grote, gedeelde collectieve tuin, waarin slechts kleine gebouwgebonden privéruimtes zijn opgenomen. Hierdoor krijgt het landschap een doorlopende, samenhangende kwaliteit over het hele cluster.
Het dynamische waterpeil en de vorm van het cluster
De randen van het cluster liggen laag en staan helemaal aan de buitenrand zelfs grotendeels onder water. Woningen aan deze randen reageren hierop


door deels in het water te staan, waardoor er via vlondersystemen interessante binnenruimtes aan het water ontstaan — plekken waar bewoners ook een bootje kunnen aanleggen. Een aantal clusters heeft daarnaast een collectieve steigerstructuur voor gezamenlijke aanlegplaatsen. Deze woningen hebben een idyllische ligging tussen het riet en andere waterplanten. Het centrum van het cluster ligt hoger, net als de hoofdontsluiting voor het wegverkeer in het gebied. Aan de randen is de bebouwing lager en lichter, terwijl deze richting het centrum hoger en zwaarder wordt. Rondom de lage randen liggen op enkele plekken extra overstromingsruimtes voor periodes van extreme regenval.
De centrale plek
Elk cluster heeft een centrale plek waar de gehele gemeenschap kan samenkomen. Dit deel van het cluster heeft een volledig openbaar karakter en is via een fijnmazig padensysteem verbonden met de andere centrale plekken in het gebied. In het centrum vind je verschillende buurtplekken, boomgaarden, horeca en een buurthuis, waarin ook een collectieve parkeervoorziening met deelauto’s is opgenomen.







Grote voedselbossen
Voor de grootschalige productie van diverse soorten voedsel zoals; Bessen, noten, verschillende soorten vruchten, kruiden en paddenstoelen.
Centrale gemeenschaps hal
Omgebouwde boerenloods waar de gemeenschap bij elkaar kan komen voor activiteiten en evenementen. Tevens is dit de belangrijkste ontvangstruimte voor bezoekers
Voormalige boerderij
Een kleinschaligere woongemeenschap van 50-150 mensen. Voor mensen met een sterke behoefte naar rust, ruimte en een overzichtelijke leefgemeenschap.
Parkeerschuur
Kleine kapschuur met ruimte voor een aantal gedeelde voertuigen
Grote productie bossen
Productie van sterk bouwhout. De drogere gronden zijn bij uitstek geschikt voor de teelt van sterke houtsoorten zoals eiken voor constructioneel gebruik in de bouw. Deze bomen hebben langer nodig om te groeien.
Duurzame akkerbouw Ruimte voor duurzame landbouwpraktijken, ploeg-vrij, stripcultivatie, companion species etc. De bulk productie zit nu in hightech gebied waardoor de druk op het landschap afneemt.
Verdichting van het erf
Toevoegingen van nieuwe schuurtypologieën om extra woonruimte op het erf te maken
Houtwallen
Scheiding tussen verschillende akkers, verhoogt de biodiversiteit en versterkt de ecologie van het productie landschap en produceert zelf ook kleinere hoeveelheden hout en voedsel

Winterdijk
Monumentale steenfabriek
In het hart van de stationskern. De poort naar de rest van de Lintstad
Nieuwe steenfabriek
Een nieuwe moderne steenfabriek produceert op basis van duurzaam opgewekte energie lokale bakstenen van klei uit de uiterwaarde. Daarnaast vind hier ook innovatie plaast op andere op grond gebaseerde bouwproducten
Natuurgebied De Duursche Waarden
De Duursche Waarden bestaat uit geulen, oeverwallen en stukken bos in de uiterwaarden van de IJssel. Het gebied is vernoemd naar het nabijgelegen gehucht Duur. Er werd eeuwenlang rivierklei gewonnen voor de baksteenproductie die er op vrij grootschalige wijze plaatsvond.
Te behouden woningen
Rondom clusters van bestaande woningen worden kleinere ringdijken aangelegd om de buffer capaciteit en aanwas van klei deeltjes in de uitwaarde te vergroten
Zomerdijk
Natte akkers
In delen van de uiterwaarden komen sporadisch natte akkers voor. Net als in het nat stedelijk gebied wordt hier voedsel en bouwmaterialen geproduceerd
Grootschalige ooibossen
Natte bossen langs de rivier, bestaat voornamelijk uit wilg, populier en zwarte els. Productie van hout

- Verticale fasering
- Horizontale fasering

Verloop in gebruik tijdens ontwikkeling
Doordat alle bouwmaterialen en voedsel lokaal geproduceerd worden zal er na verloop van tijd een verkleuring van het productielandschap moeten plaats vinden. In het begin zal de focus op het produceren van verschillende soorten bouwmateriaal moeten liggen om de groei in het gebied mogelijk te maken. Er wonen dan nog minder mensen en er is meer bouwactiviteit. Na verloop van tijd zal de focus langzaamaan naar het produceren van voedsel verschuiven omdat er steeds meer mensen komen te wonen. Uiteindelijk zal er altijd wat materiaalproductie overblijven voor het onderhouden van bouwwerken.

Verloop in dominant te gebruiken materiaal
Niet alleen is er een verloop in de verhouding tussen de productie van bouwmateriaal en voedsel, maar ook binnen de productie van bouwmaterialen zelf ontstaat een fasering in materiaalsoorten. In het begin is er vooral veel grond beschikbaar, mede doordat er in die eerste fase veel grondwerk wordt uitgevoerd om het natte gebied mogelijk en functioneel te maken. Op klei gebaseerd materiaal vormt daarom de stevige basis van het plan. Na deze startfase worden gewassen ingeplant en verbeteren de technieken om die gewassen goed te laten groeien. Met deze gewassen ontstaat een constructieve tussenfase, die de tijd overbrugt tot het hout beschikbaar komt voor de grote uitbreidingsfase. De productiebossen worden namelijk al vroeg aangeplant, maar hebben tijd nodig om volwassen te worden. Het lichtere hout komt dus relatief laat beschikbaar, maar is juist een ideaal lichtgewicht bouwmateriaal om toekomstige uitbreidingen op de stevige klei basis op te toppen.

Een venaculaire opbouw in het bouwblok
Doordat er uitsluitend gebruik wordt gemaakt van lokale bouwmaterialen — behalve glas — ontstaat vanzelf een sterke, natuurlijke relatie tussen de plek en de bebouwing. Over de hele Lintstad zal de nieuwbouw in elke kern zo zijn eigen kleur en uitstraling ontwikkelen. Simpelweg omdat de grond overal net even anders is, niet dezelfde planten overal even goed groeien en ook niet iedere boomsoort op elke plek even goed gedijt. Dit creëert een zeer sterk verankerde, lokale identiteit in de bebouwing.
Daarnaast zie je door de gedwongen fasering een duidelijke, verhalende gelaagdheid terug in de architectuur. Het begint met het stevige basement van klei, met een donkerdere ondertoon. Daarna volgt een fase met verschillende soorten vezelmateriaal uit diverse gewassen. Uiteindelijk wordt dit bekroond met een lichtgewicht houten optopping. Op deze manier dragen de zwaardere materialen als vanzelf de lichtere materialen die later worden toegevoegd.

Lokale houtsoorten
Lokale houtsoorten in de Sallandse regio zijn onder andere; Berk, eik, els, den, fijnspar, es, linde, populier en wilg. In de maquette is een mengsel van deze houtsoorten gebruikt
Gewassen; Isolerende materialen
Hier ligt een stuk schapenwol en . Andere mogelijke isolerende materialen zijn spuitbare cellulose, hout vezel matten.
Gewassen; Constructieve blokken
In de maquette Kalk-hennep blokken Andere constructieve materialen worden gemaakt van geperst olifantengras, lissedodde, bamboe en riet.
Sterke aardse basement
In de maquette is gebruik gemaakt van een aantal bakstenen uit de historische baksteenfabriek in Fortmond. Dit zijn dus bakstenen die decennia geleden gebakken zijn van lokaal gewonnen klei uit de uiterwaarden. Andere vormen van aardse materialen bestaan uit verschillende vormen van rammed earth, leem, en COB(een modder mengsel verstevigd met plantaardige vezels, wordt veel in Engeland gebruikt)


“De maquette toont de logisch gefaseerde opbouw van materialen door de tijd ”
Overzicht faseringsstrategie
Wat de fasering van dit plan uniek maakt, is dat er niet alleen sprake is van een horizontale-fasering, maar ook in de hoogte. De verticale fasering heeft te maken met de verschillende soorten materialen die in elke fase dominant aanwezig zijn. Deze fasering is op de vorige pagina’s in meer detail toegelicht. De horizontale fasering hangt sterk samen met de ontwikkeling van het landschap: het her-vormen van het terrein en, in zekere zin, het letterlijk inplanten van een nieuwe stad. Op de volgende pagina’s wordt per fase uitgelegd welke stappen nodig zijn om in de komende 35 jaar toe te groeien naar een klimaatrobuust ontwikkelde lintkern als stedelijke uitbreiding van het dorp Wijhe. Hieronder staat een globaal overzicht van de verschillende groeifases in het plan

FASE 0 HUIDIGE SITUATIE | jaar 0 FASE 1 VORMEN | jaar 0-5

FASE 2 PIONIERS | jaar 5-10




Actiepunten fase 1
1. Vormen van het natte landschap (hoog wordt hoger en laag wordt lager) De overtollige klei gebruiken als bouwmateriaal voor de eerste stukken onderbouw in het stationsgebied. Deze gebouwen worden eerst als gebruikt opslag en productie faciliteiten, later worden deze gebouwen omgeturnt naar diverse commerciele en maatschappelijke functies.
2. Spoordijk verstevigen en start aanleg van extra sporen
3. Stationskern plateau vormen met daarop een aantal productie faciliteit
4. Akkers en(productie)Bomen planten in de drogere gebieden. Vooral de bomen moet ver vooruit worden gepland om over 20-35 jaar benut te worden.
5. Eerste deel agritech-gebied aanleggen om het verlies in traditionele landbouwgronden te compenseren.


Actiepunten fase 2
1. De dijk doorpikken. Inzaaien van de natte akkers en in gebruik nemen. De eerste jaren zal er ruimte voor experimenten zijn en innovatie moeten plaatsvinden om productiviteit te verhogen in latere jaren.
2. Bestaande bossen uitdunnen voor bouwmateriaal. Hiermee worden de eerste natte delen en in de stationskern een aanltal constructieve delen gebouwd
3. De eerste mensen komen in het gebied wonen. Het Klei overschot uit de vorige fase wordt gebruikt voor de bouw van de onderbouw in de droge delen
4. Eerste faciliteiten toevoegen aan het stationsgebied en verplaatsing van het treinstation
5. Aanvullen van het industriegebied om aan de stijgende voedsel vraag te kunnen blijven voldoen.


Actiepunten fase 3
1. Klei en kleinschalige houtkap in de uiterwaarde samen met de productie van natuurlijk bouwmateriaal op de natte akkers en droge akkers.
2. Grootschalige uitbreiding van de woningbouw op het droge deel met gebruik van klei in de onderbouw en gewassen voor de eerste optoppingen.
3. Verder uitbreiden van de hightech agro industrie voor nog meer voedselproductie, ook alvast vooruit denkend aan de grote ontwikkelingen wanneer het eerste hout beschikbaar komt.
4. Transformatie van de eerste hallen in het stationsgebied naar facilitaire functies en start me voorbereidingen van de aanleg van het 2de maaiveld
jaar 10-25


Actiepunten fase 4
1. Grootschalige houtkap van de aangeplanten bossen uit fase 1, veel van de productie-bossen worden hierna gewisseld voor nieuwe voedsel-bossen
2. In de natte delen wordt nu grootschalig uitgebreid met hout aangevuld met gewassen als lichte bouwmaterialen die goed op de natte ondergrond kunnen. In de droge delen wordt met hout op de kleien onderbouwen opgetopt en in het stationsgebied wordt een houten bovenwereld gecreëerd met serieuze torens. Dit is het moment waarop de Lintkern de definitieve sprong naar een serieuze stedelijkheid maakt.
3. In het stationsgebied wordt het wonen op het 2de maaiveld gerealiseerd. Hiermee verdwijnen de laatste productie gerichten delen uit het stationsgebied en blijven de stedelijkefuncties, het wonen, recreëren en wat kantoren over.


Actiepunten fase 5
1. Zoektocht naar de juiste balans tussen materiaal- productie voor onderhoud en voedsel voor de mensen. Uiteindelijk ontstaat er in deze fase een eind-evenwicht. Equilibrium


Onderzoeken Inzoomen naar de testlocatie Wijhe
- Het verhaal van lokaal en klimaat+water
- Het verhaal van hernieuwbare balans en het productielandschap
- Het verhaal van Gedeeld en verstedelijking

Onderzoek op basis van drie verhaallijnen
Net als voor het landelijke scenario is ook voor de deeluitwerking in Wijhe onderzoek gedaan aan de hand van dezelfde drie onderzoeksverhaallijnen. Deze vormden opnieuw de backbone van het ontwerp.
Voor lokaal, klimaat en water leidde dit tot de belangrijkste conclusie dat het landschap hervormd moet worden om een dynamisch waterpeil mogelijk te maken. De spoorlijn fungeert hierbij als nieuwe scheidslijn tussen het natte en droge gebied.
Binnen het verhaal van het hernieuwbare productielandschap werd duidelijk dat schaalverkleining van de landbouw noodzakelijk is om een diverser aanbod van voedsel en bouwmateriaal te kunnen produceren. Dit komt ruimtelijk terug in de vorm van bossages en houtwallen. Ook zijn de lokale draagkrachtberekeningen hier onderdeel van: zij bepalen hoeveel verstedelijking het landschap verantwoord kan dragen.
Voor het verhaal over gedeeld verstedelijken is onderzoek gedaan naar post-neoliberale woningtypologieën en naar de manier waarop collectiviteit als systeem werkt. Dit is uitgewerkt aan de hand van diverse levensverhalen die laten zien hoe mensen zich binnen zulke structuren bewegen.
Op de pagina hiernaast staat, in een principe-doorsnede per thema, een palet aan mogelijke ontwerpingrepen, ingrediënten en toevoegingen die uit deze onderzoeken voortkomen. Samen tonen zij de transitie van het bestaande agrarische landschap naar de ontwikkeling van een nieuw stuk stad voor Wijhe: een volwaardige lintkern binnen de nieuwe Lintstad van Nederland.





C. GEDEELDE VERSTEDELIJKING

KNMI en IPCC; Het weer wordt extremer Nederland in 2100 bij 4,4 graden opwarming
De noodzaak om klimaatrobuust te worden komt voort uit ons veranderende klimaat. Het weer zal in de toekomst extremer worden: minder beheersbaar en minder voorspelbaar. Het KNMI en het IPCC zijn hier heel duidelijk over in hun meest recente rapporten. Ook in het ruimtelijk domein is er steeds meer aandacht voor dit thema en worden scenario’s voor de toekomst van klimaat en water in Nederland bedacht.
Deltacommissaris Peter Glas: “Het Deltaprogramma 2024 is een klemmende oproep aan alle partijen in het ruimtelijk domein: kijk naar de consequenties voor de lange termijn bij de keuzes van vandaag.” Nat wordt natter, droog wordt droger, heet wordt heter, extreem wordt extremer. Het laaggelegen Nederland is kwetsbaar voor klimaatverandering.

Maximaal 250cm stijging
30 tropische dagen per jaar
40C wordt normaal in Nederland
+7,1 W/m2 zonintensiteit
Minimaal 124cm stijging
Jaarlijks 8% meer neerslag
Meer dan 58 natte dagen in het jaar
Piekneerslag 24%
Minimaal 124cm 17% Toename in verdamping
79% meer neerslag tekort droge periodes






Water trends in de IJssel
De IJssel is al jaren een probleem rivier. Met name in Deventer is er met enige regelmaat behoorlijk overlast van overstromingen die zelfs de oude binnenstad dreigen binnen te gaan lopen. Mede daarom is er de laatste jaren veel gewerkt in het kader van ruimte voor de rivieren om de IJssel meer lucht te geven. De hoogwatergeul bij Veessen uit 2017 is hier het grootste en meest recente voorbeeld van. Echter zijn ook deze maatregelen tot op heden nog onvoldoende gebleken om de dreigende overstromingen in Deventer te voorkomen. Met oog op het klimaatverandering en vooral het extremer worden van het weer is dit een serieus probleem dat verdere aandacht verdiend.

Een van de manieren om meer buffercapaciteit voor water te creëren is het introduceren van een dynamisch peilgebied. In de principedoorsnede op de vorige pagina’s is dit duidelijk gevisualiseerd. De bestaande situatie is typisch voor veel plekken in het huidige Nederland: de rivier heeft een dynamisch waterpeil met uiterwaarden waarin het water kan uitstromen wanneer de rivier te vol raakt. Deze uiterwaarden liggen echter ingeklemd tussen dijken, waardoor de buffercapaciteit beperkt is.
Achter de dijken bevindt zich een efficiënt agrarisch landschap dat is ingericht op een vrijwel constant waterpeil, met fluctuaties van slechts enkele centimeters. De inrichting is erop gericht om regenwater zo snel mogelijk naar de rivier af te voeren en weg te pompen. Hierdoor zijn deze gebieden uiterst kwetsbaar geworden nu we steeds vaker te maken krijgen met
extreme weersomstandigheden: zowel tijdens zeer natte perioden, wanneer overstroming dreigt, als tijdens extreem droge perioden, wanneer juist een tekort aan water ontstaat.
Om klimaatrobuuster met deze extremen om te gaan, moet de buffercapaciteit aanzienlijk worden vergroot. Daarmee kan het landschap beter omgaan met zowel piekafvoer als perioden van droogte. De dijk moet in de toekomst controleerbaar permeabel worden, bijvoorbeeld door middel van te openen sluizen.
Het gebied met een dynamisch waterpeil biedt ruimte aan geheel nieuwe vormen van duurzame natte landbouw, die bij uitstek geschikt zijn voor de productie van diverse soorten bouwmateriaal. Tegelijkertijd vormt dit gebied de ideale buffer tussen de dynamiek van de rivier en de stabiliteit van het droge productielandschap.


Vormen van het landschap
Om het dynamische peilgebied optimaal te laten functioneren, is een hervorming van het bestaande landschap noodzakelijk. Daarbij wordt de landschappelijke onderlegger echter niet genegeerd, maar juist zorgvuldig als basis gebruikt. Door de lage delen nóg lager te maken en de hoge delen verder op te hogen, wordt het contrast tussen beide versterkt.
Zo ontstaat een gebiedseigen reliëf dat nauw aansluit bij de lokale condities: nieuwe droge zones, natte akkergebieden die in de loop van het jaar deels onder water en deels droog kunnen staan, en zones die permanent onder water blijven. Deze permanent natte delen kunnen bovendien worden ingezet als vaarwater, zowel voor het transport van geoogste goederen als voor recreatief gebruik door plezierboten.

Diep wordt dieper en natter Hoog wordt hoger en droger
Spoordijk als een nieuwe scheidslijn
De bestaande spoorlijnen liggen nu al op een duidelijke verhoging ten opzichte van het omliggende landschap. Daardoor vormt het spoor – naast de vanzelfsprekende leesbaarheid als krachtige lijn in het landschap – een ideale nieuwe scheidslijn tussen het natte en het droge deel van het gebied.
Wanneer het station wordt verplaatst, worden de spoorlijnen niet alleen uitgebreid, maar ook verder verhoogd en op een versterkt talud aangelegd. Door deze ingrepen kan het spoor functioneren als een robuuste dijk, die bescherming biedt wanneer het waterpeil in de nat-stedelijke dynamische peilgebieden te sterk stijgt. Zo verandert de spoorzone van een infrastructuurstrook in een multifunctioneel landschappelijk element dat zowel mobiliteit faciliteert als waterveiligheid borgt.

Landschapanalyse projectloctie
De IJssel een door de mens gemaakte rivier Het landschap van de IJsselvallei bestaat uit een nat buitendijks gebied direct langs de rivier en een droog binnendijks landschap dat voornamelijk wordt gebruikt als grootschalig agrarisch productielandschap. Beide landschappen hebben hun eigen kenmerkende elementen, die in het ontwerp zijn opgenomen als bouwstenen. In het droge gebied vinden we fragmenten van bossages en houtwallen, ooit onderdeel van een fijnmazig netwerk. Deze structuren worden in het ontwerp ingezet om schaalverkleining in het landschap mogelijk te maken. De natte zones worden gekenmerkt door overstromingsvlaktes, een reliëf met lichte glooiingen, incidentele woningen op hogere zandruggen en de aanwezigheid van ooibossen. Deze eigenschappen vormen de inspiratie voor het nat stedelijk gebied, waar de terpachtige typologie op voortbouwt.
Op de pagina hiernaast staat een tijdlijn die de ontstaansgeschiedenis van de IJssel omschrijft. De IJssel is een rivier die al vanaf vroeg in de geschiedenis door de mens is beïnvloed. Het meest opmerkelijke hierin is dat door toedoen van menselijke ingrepen zelfs de stroomrichting van de IJssel volledig is omgekeerd. Dat klopt: het water dat later de IJssel zou worden, stroomde van nature vanaf Deventer naar het zuiden — totdat de mens dit heeft veranderd, waarschijnlijk al in de tijd van de Romeinen.
Dit aanpassen van de rivier is sindsdien vanzelfsprekend gebleven. Voor de Hanzeroutes in de Middeleeuwen, als defensielinie in de Tweede Wereldoorlog, en tot op de dag van vandaag in het kader van Ruimte voor de Rivieren.



Archeologische Landschappenkaart van Nederland Rijksdienst voor cultureel erfgoed
+- 10.000 v.Chr
Laat-Pleistocene tijdperk In de IJsstijd is door een IJskap de IJsselvalei en Sallandse heuvelrug ontstaan. Uit het smeltwater van deze IJskap zijn na de ijstijd vele verschillende riviertjes ontstaan. Later ontstond een mengsel van moerasige rivierdelta en Eike, Beuke en Dennen-bossen.


https://www.ijsselpad.nl/informatie/het-ontstaan-van-de-ijssel/
https://www.historischecartografie.nl/publicaties/2021/03/atlas-van-de-ijssel/
+- 15 na.Chr De Romeinen, Veldheer Drusus Enkele Romeinse geschiedschrijvers vermeldden dat veldheer Drusus een verbinding groef vanuit de Rijn, waardoor het Flevomeer bereikbaar werd. Zo konden Romeinse schepen via het Vlie de noordelijke kusten van Germanië bereiken, dat ze tot de Elbe wilden veroveren.
+- 500 v.Chr De Berkel en de Oude IJssel
Voor het ontstaan van de IJssel zoals we die vandaag kennen was er een kleinere rivier De Berkel. Deze rivier stroomde vanaf Deventer in tegenovergestelde richting van de huidige IJssel naar het zuiden om bij Arnhem in de Rijn uit te monden. Boven Deventer stroomde de relatief kleine Schipbeek naar het noorden
+- 1250-1450 na.Chr De Hanze steden en het Pannerdensch Kanaal
In de middeleeuwen was de IJssel een belangrijke internationale handelsroute. Verzanding bracht deze route in gevaar. Om dit tegen te gaan is de IJssel op verschillende plekken aangepast en werd het Pannerdensch Kanaal gegraven
+- 400-700 na.Chr Ontstaan van de moderne IJssel De IJssel is ontstaan als een doorbraak tussen beide bekenstelsels. De oorzaak ligt er in, dat de Berkelmonding, tussen Arnhem en Zutphen, steeds meer water ging bevatten. Het is waarschijnlijk dat de waterhuishoudkundige maatregelen van veldheer Drusus hierin een grote rol hebben gespeeld


+- 1950-1980 na.Chr De ruilverkaveling Door ruilverkaveling veranderde het landschap rondom de IJssel, met het rechtrekken van waterlopen en het aanleggen van drainagekanalen kwam er meer druk op de rivier. In het landschap is sprake van schaalvergroting en kaalslag van historische bos en houtwal structuren
+- 1800-1900 na.Chr Industrieel indammen Een van de grootste aanpassingen in de 19e eeuw was de aanleg van het Rijn-IJsselkanaal in 1825. Dit kanaal verbond de IJssel met de Rijn. Door de industrialisatie nam de vraag naar land voor landbouw en woongebied toe, wat leidde tot intensievere dijkversterkingen om het stijgende water tegen te houden.
+- 2006-2019 na.Chr Ruimte voor de rivieren In sommige delen werd de rivier dieper gemaakt, gecombineerd met het herinrichten van de uiterwaarden. Bestaande dijken werden verhoogd. In sommige gevallen werden dijken landinwaarts verplaatst om ruimte te creëren voor het rivierwater. Recentelijk werd de hoogwatergeul veessen-wapenveld nog toegevoegd

Zwarte
Meta-analyse van toekomstscenario’s
Er wordt veel ontwerpend onderzoek gedaan in en naar Nederland. Hieronder staat een overzicht van verschillende scenario’s voor Nederland in het jaar 2100 tot zelfs 2300. Door het doen van een meta-analyse — een onderzoek naar de resultaten van andere onderzoeken — kon dit een waardevolle bijdrage leveren aan het vormgeven van een eigen ViNext-scenario. Mijn algemene kritiek op veel van deze scenario’s is dat de extreme tijdschaal ze indirect een soort irrelevantie geeft voor het heden. Het voelt als een te-ver-van-mijn-bedshow, waardoor waardevolle inzichten en conclusies niet goed te vertalen zijn naar het nu. Daarom heb ik ervoor gekozen om zelf op een andere tijdschaal naar Nederland te kijken: 35 jaar vanaf nu. Niet geheel toevallig een periode tot aan ongeveer mijn eigen pensioenleeftijd — een tijdsperiode die overeenkomt met ongeveer één werkende carrière van een mens.
Door de tijdshorizon dichter naar voren te trekken, ontstaat automatisch een duidelijkere urgentie. En door zoveel mogelijk te baseren op technologieën die vandaag de dag — al is het soms nog in de kinderschoenen — al gewoon bestaan, blijft er een realistische toekomstvoorspelling over. Iets wat in scenario’s voor 2300 veel moeilijker is.
Deze meta-analyse, samen met een eigen onderzoek naar verschillende onderleggers van Nederland, vormt de basis om te bepalen waar we Nederland in de toekomst het beste kunnen verstedelijken. Het geeft inzicht in welke delen van Nederland relatief droger zullen blijven en welke delen relatief natter zullen worden.
Selectie toekomstscenario’s Nederland, wat denkt het werkveld over de relatie van NL en water?



















Waar kies ik mijn positie in de discourse over de toekomst van het klimaat en water in Nederland?

Binnen het werkveld zijn de laatste jaren uiteenlopende scenario’s gemaakt die iets zeggen over de toekomstige relatie van Nederland en water. Een algemeen probleem met deze scenario’s is de minimale tijdschaal van bijna 100 jaar of langer, terwijl ik de problemen van nu dermate urgent zie dat ik het noodzakelijk acht om vanaf vandaag te beginnen met het inpassen van oplossingen. Daarnaast verliezen scenario’s die zover in de toekomst liggen vaak de kracht om concrete oplossingen voor het heden te
bieden en verliezen ze zichzelf in abstractie. Daarom heb ik besloten om in dit afstudeerproject een tijdschaal van circa 30 jaar aan te houden en mijn eigen scenario vooral als een tussenstap van de verschillende andere scenario’s te zien. Hoe zou Nederland er dan in 2060 uit kunnen zien? Welke ‘doem’scenario’s hebben we hiermee weten te voorkomen? En welke andere scenario’s zijn vanaf dat punt nog steeds haalbare vervolgstappen?
Trends met relatie tot het productielandschap
In het onderzoek naar het productielandschap zijn relevante trends meegenomen, zoals de eiwittransitie en veranderingen in de eet- en leefstijl van mensen in Nederland. Ook is er aandacht geweest voor collectieve manieren van voedsel produceren. Daarnaast is gekeken naar technologische innovaties en nieuwe inzichten op het gebied van duurzame landbouw.
Ook het functioneren van het systeem rondom logistiek en verkoop is onderzocht. Hierin zijn trends meegenomen zoals de Herenboeren en boerenwinkels, naast grote online supermarktketens die inzetten op lokale en duurzame producten, zoals Crisp.
Met de resultaten van het onderzoek is bepaald welke producten het beste passen bij de verschillende landschappen en de daarbij horende productiemethodes. Er is berekend wat de lokale draagkracht van een gebied is op het gebied van








In het productielandschap vinden ingrijpende veranderingen plaats door de opsplitsing in natte en droge gebieden. De natte zones zullen volledig moeten overschakelen op vormen van natte landbouw, wat betekent dat hier ook geheel nieuwe gewassen en producten een rol gaan spelen. De droge landbouw zal noodzakelijkerwijs schaalverkleining moeten doorvoeren, omdat er lokaal veel meer soorten voedsel geproduceerd moeten worden dan alleen mais en aardappelen. Door deze schaalverkleining direct te koppelen aan een verkleining van de landschappelijke eenheden, verbeteren de klimaatimpact en de biodiversiteit in deze gebieden aanzienlijk. Dat levert bovendien een landschap op dat er totaal anders uitziet dan het huidige Om het verlies aan efficiëntie in de traditionele landbouwproductie op te vangen, wordt een deel van de grootschalige bulkproductie verplaatst naar hightech oplossingen, zoals vertical farms en aeroponics-systemen in het industriegebied. Deze geavanceerde faciliteiten zorgen voortaan voor de grote volumes aan bulkproducten en plantaardige of insectengebaseerde eiwitten. Hierdoor ontstaat er ruimte in het landschap om op duurzamere en meer ecologische manieren voedsel en bouwmateriaal te produceren.










Nieuwe producten
In de onderstaande doorsnede wordt het onderzoek naar de verschillende soorten producten en de verschillende landschaps- en productiemethodieken inzichtelijk gemaakt. Voor alle categorieën is bekeken wat het huidige aanbod is en wat hier in de toekomst aan kan worden toegevoegd. Hiermee ontstaat een veel divers aanbod van lokaal geproduceerd voedsel en nieuwe producten die als lokaal bouwmateriaal dienen.






Klimaatrobuust en een lokaal dieet
Een essentieel onderdeel van klimaatrobuuste gebiedsontwikkeling is dat je goed kijkt naar de lokale draagkracht van het gebied. Wat dit betekent, is dat al het voedsel en bouwmateriaal binnen een straal van 3 km geproduceerd moet kunnen worden voor ten minste de nieuwe ontwikkeling. Daarmee kunnen er nooit meer mensen wonen dan wat het landschap aankan, en blijft er altijd een natuurlijke balans bestaan tussen de ondergrond en de mate van occupatie.
Hiervoor heb ik onder andere onderzoek gedaan naar de impact van het dieet op het landschap. Op basis van een aantal producten die goed zijn afgestemd op de verschillende landschapstypes heb ik een aantal verschillende diëten opgesteld met verschillende ruimtevragen per landschapstype en in totaal. Door hier mee te schuiven ontstaan grote verschillen in de draagkracht van een gebied. De eiwittransitie speelt hierin de voornaamste rol. Minder eiwit, of eiwit uit andere bronnen heeft by-far de meeste impact op de ruimtevraag van een dieet.
Ruimtevraag voedsel en bouwmateriaal
Hiervoor heb ik onder andere onderzoek gedaan naar de veranderende voedingsbehoefte van mensen en de impact die dit heeft op de ruimtevraag per landschapstype. Ook voor het bouwen van woningen met lokaal geproduceerd materiaal heb ik een soortgelijk onderzoek uitgevoerd. Daarmee heb ik duidelijk inzichtelijk wat de lokale ruimtevraag per inwoner en per wooneenheid is. Op basis van de beschikbare ruimte is vervolgens eenvoudig te berekenen wat de maximale draagkracht van het gekozen gebied kan zijn.




Onderzoek naar gedeelde verstedelijking
Voor dit onderzoek is gekeken naar trends op het gebied van alternatieve woonvormen, de veranderende samenstellingen in huishouden en een allarmerende trend van eenzaamheid onder zowel jongere als oudere bevolkingsgroepen. In de onderstaande doorsnede is het huidige gebied aangegeven, wat nu op een enkele boerderij na nog vrijwel leeg is.
In de onderste doorsnede is de conclusie aan de hand van een aantal ontwerp ingredienten toegepast om met verschillende mogelijke ingrepen tot een gedeelde en verstedelijkte inrichting van het plangebied te komen.
Daarnaast is er ook specifieker onderzoek gedaan naar het maken van een post-neoliberale woningtypologie en het functioneren van collectieve voorzieningen en de verschillende leefgroepen in het gebied.

Steeds meer eenpersoonshuishoudens


Eenzaamheid onder jong en oud Gebrek aan gemeenschapsgevoel


Alternatieve woonvormen in opkomst




Transitie van de typologie
Wat is er voor nodig om van een typisch neoliberale woningtypologie naar een nieuwe post-neoliberale woningtypologie te gaan?
De neoliberale woning in de standaard woonwijk kenmerkt zich door het individualistische karakter van de woning. Maar, ook de buitenruimte. De woning zelf faciliteert in wezen alles wat een persoon nodig heeft in een woning achter zijn of haar eigen individuele voordeur. Er is geen enkele spraken van gedeelde ruimtes met andere mensen. In de buitenruimte zijn alle tuinen ook strak van elkaar gescheiden met
grote schuttingen van de laatste aanbieding uit de bouwmarkt. In elke tuin staat voor iedereen een eigen berging met daarin een eigen fiets en eigen setje goedkoop gereedschap. Iedereen heeft een eigen aangeharkte voortuintje. Of tegenwoordig toch ook steeds vaker een lekker onderhoudsvriendelijk volgetegeld voortuintje. Het liefst heeft iedereen ook nog eens een eigen parkeerplaats voor de deur of achter de woning en soms zelfs allebei. Waar iedereen zijn eigen auto voor zichzelf geparkeerd laat staan tot ze hem zelf weer nodig hebben. Wat is er nodig om tot een alternatief te komen?


Conclusie uitgangspunten voor een post-neo liberale typologie
- Gebouwd van lokaal geproduceerde en hernieuwbare bio-based materialen
- Minimaliseren van de geprivatiseerde buitenruimte
(Minder prive-tuin meer leven in het collectieve (stedelijke)landschap)
- (Private)Buitenruimtes zoveel mogelijk gebouwgebonden realiseren
- Stapelen van verschillende woningen om een duurzame dichtheid te maken
- Woonvormen met meerdere huishoudens in een wooneenheid
- Collectieve voorzieningen i.p.v. iedereen voor zichzelf
POST-NEOLIBERAAL


In het diagram zie je een samenvatting van mijn onderzoek naar de Nederlandse woningmarkt. Belangrijkste conclusie hieruit is dat we in Nederland internationaal gezien erg veel ruimte per persoon hebben voor wonen en dat we een veel hoger percentage grondgebondenwoningen maken ten opzichte van apartementen.
Vervolgens heb ik een onderzoek gestart naar gedeelde woonvormen in het buitenland. Hoe kan er op andere manieren met elkaar samen worden gewoon waarbij faciliteiten meer met elkaar worden gedeeld? Wat is het effect hiervan op de plattegronden van gebouwen? En wat zou dat dan weer kunnen betekenen voor de stad in totaal?

Gedeeld wonen en de plattegrond
Voor dit onderzoek heb ik mijn eigen woning als basis gebruikt. Deze woning is nog een traditioneel post-neoliberale appartement typologie. Iets wat ik in de Lintstad niet toe kan staan. Ik ben gaan kijken wat het effect is van langzaam aan steeds meer voorzieingen uit mijn appartement wegstrepen en waarmee dat collectief vervangen kan worden.
Operatie wooncooperatie heb ik gelezen als achtergrond om meer te leren over hoe gedeelde woonvormen in de dagelijkse praktijk functioneren op systeemniveau.
Hoe wordt bepaald wie er mee mag doen?
Wat gebeurd er als iemand wil verhuizen?
Dat soort vragen. Meer antwoorden op volgende pagina


De private buitenruimtes
vervangen met gedeelde buitenruimtes zoals collectievetuinen, en gedeelde dakterrassen

De extra slaapkamer vervangen met een gedeelde logeerfaciliteit waar iedereen gebruik van kan maken om gasten tijdelijk te huisvesten Gedeelde werkplekken







IN VARIABELE VOLGORDE

De eigen keuken
Vervangen met een gedeelde keuken en gedeelde ruimtes voor de was

De eigen woonruimte verkleinen om wel prive ruimte te houden
Aangevuld met grote gemeenschappelijk recreatieruimte, buurtkamers en ruimtes om te eten en werken

De eigen badkamer en/of wc
Vervangen met gedeelde badhuizen, sauna’s

Levensverhalen en leefgroepen
Om de werking van de leefgroepen verder te duiden heb ik een aantal levensverhalen geschreven van mensen die in of om de nieuwe Lintstad Wijhe wonen. Dit geeft ee duidelijk beeld hoe mensen zich gedurende hun verschillende levensfases zich soms verschillend verhouden tot de nieuwe stad en het nieuwe leven wat daar in wordt geleefd. Daarnaast heb ik ook vanuit het perspectief van een aantal producten een levensverhaal
Boer de Bruin
geschreven zodat ook de cyclus van producten in de nieuwe stad verder wordt verduidelijkt. Deze verhalen zijn soms met een licht komische noot geschreven maar bieden ieder voor zich een scherp inzicht in hoe het zou zijn om te leven in deze nieuwe stad.

De gewone boer die zich heeft aangepast als stadsboer

Boer de Bruin heeft in 2030 als jonge boer het bedrijf van zijn vader overgenomen. Met de ontwikkelingen van Wijhe 2060 heeft hij in 2040 een belangrijke keuze gemaakt door afstand te doen van het oude familiebedrijf. Hij werd toen buurtboer in het nieuwe Wijhe – een keuze waar hij absoluut geen spijt van heeft. Als buurtboer beheert hij nu samen met bewoners de kassen en moestuinen van verschillende leefgroepen, waaronder de leefgroep waarin hij zelf woont. Hierdoor heeft hij veel meer menselijk contact in zijn werk en kan hij zijn kennis delen met anderen. Vooral jonge kinderen zijn nieuwsgierig en leuk om mee samen te werken. Dit geeft hem veel energie en voldoening. In tegenstelling tot sommige van zijn bevriende boeren heeft hij er niet voor gekozen om zijn oude bedrijf om te zetten naar natte landbouw, kleinschalige landbouw of de teelt van materialen en energiegewassen. De rol van buurtboer past hem beter, omdat zijn bestaan als traditionele boer hem te eenzaam was.

Noah werd in 2030 geboren in Nieuw-Wijhe. Hij woonde daar met zijn ouders in een leefgroep die veel aan theater deed, maar verder weinig met elkaar deelde. Ze hadden een eigen theaterruimte en zelfs een buitentheater in de tuin, waar regelmatig voorstellingen plaatsvonden voor de hele buurt. Noah vond toneelspelen zelf nooit zo leuk, maar genoot wel van het maken van decors. Uiteindelijk besloot hij Nieuw-Wijhe en de leefgroepen achter zich te laten. Hij woont nu met zijn vriendin in een traditionele woonwijk in een groot twee-onder-een-kap-huis. Als machinist rijdt hij nog dagelijks de treinlijn die de nieuwe lintstad volgt, op de scheidslijn van droog en nat Nederland. Ook al woont hij er niet meer, toch geniet hij dagelijks – door de voorruit van zijn trein – van de prachtige natuur en de levendige steden van de lintstad.

Lucas behoort tot een van de eerste generaties nieuwe Wijhenaren die in Nieuw-Wijhe zijn geboren. Hij groeide op met zijn ouders in een leefgroep waarin bijna alles gedeeld werd – zelfs de badkamer.
Daardoor bouwde Lucas een sterk netwerk op in Wijhe, waar hij nog steeds woont. Toen hij ging studeren, verhuisde hij van de leefgroep van zijn ouders naar een studentenhuis in het stationsgebied, waar hij opnieuw veel voorzieningen deelt. Ideaal: bovenop het station wonen en toch in Wijhe blijven, terwijl hij in Arnhem studeert.
Nu zijn studie bijna is afgerond, gaat Lucas binnenkort beginnen aan zijn eerste echte baan als hightech boer in een van de grote verticale boerderijen in het vernieuwde industriegebied. Met zijn
IT-kennis wil hij het geautomatiseerde voedselsysteem van de planten verbeteren. Zijn aanvraag om samen met zijn sportieve vriendin in een nieuwe leefgroep te gaan wonen, is inmiddels goedgekeurd. Daar zullen ze meer privéruimte hebben dan Lucas gewend is, maar de gedeelde sportfaciliteiten zijn fantastisch.
Tijdens de oogstperiode helpt Lucas nog altijd graag één dag per week mee met houtkappen en het oogsten van de natte akkers.
Onderneemster Noor

Noor werd in 2030 geboren in Wijhe en bleef haar hele leven in het dorp wonen, in een doodnormale woonwijk. Ze heeft nooit overwogen naar Nieuw-Wijhe te verhuizen, maar de nieuwe stad bood haar als ondernemer wel kansen die ze anders nooit zou hebben gehad. Ze begon als accountant, maar dat werk ging haar na enkele jaren vervelen. Ze wilde meer met haar handen en creativiteit doen. In Nieuw-Wijhe kwam ze in contact met een meubelmaker, die haar het vak leerde. Eerst als hobby naast haar werk als accountant, maar inmiddels werkt ze nog maar één dag per week als accountant. De rest van de week runt ze haar eigen meubelbedrijf. In Nieuw-Wijhe heeft ze een bescheiden atelier met showroom. Al haar materialen komen uit lokale bronnen. Daarnaast repareert en
Karel Kleideeltje


Daniel werd in 1995 geboren in Utrecht. Vijf jaar geleden, op zijn zestigste, verhuisde hij naar NieuwWijhe. Zijn kinderen waren inmiddels het huis uit en enkele jaren daarvoor was zijn vrouw overleden.
In zijn vorige woning kampte Daniel met veel eenzaamheid. Nu woont hij in een leefgroep met allerlei verschillende mensen. Sindsdien is hij helemaal opgebloeid. Voor het geld hoeft Daniel niet meer te werken, maar hij vindt het leuk om verschillende vrijwilligersactiviteiten te doen. Zo past hij regelmatig op kinderen in de leefgroep, onderhoudt hij de gedeelde moestuin, doet hij klusjes in huis en knutselt hij vrolijk mee in de hobbygarage van een andere leefgroep, waar hij met open armen is ontvangen. Daniel is veranderd van een ongelukkige en eenzame man in een pijler van de gemeenschap, bruisend van levensenergie.

Getrapte collectiviteit


Colllectiviteit en leefgroepen
In het plan zit een goed geschaalde getrapte collectiviteit. Aan elk niveau van samen zijn worden verschillende soorten niveaus van gedeeldheid en voorzieningen gekoppeld. Dit maakt ook goed inzichtelijk wat de verhoudingen en samenhang zijn van individueel huishouden, tot leefgroep, tot buurt, tot dorp en uiteindelijk tot de regio en de totale Lintstad en Nederland.
De leefgroepen hebben een systeem van toewijzing om controle te houden op een juiste verdeling van mensen over de verschillende groepen en verschillende deelgebieden. Veranderen van leefgroep is constant mogelijk en ook het toetreden en/of verlaten van een leefgroep is ook een constante mogelijkheid. Hierdoor kan je je woonsituatie continue aanpassen naar je veranderende levenssituatie en flexibeler als wanneer je een woning had gekocht

Onderzoek IJsselvalei
Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. (2019). Archeologische landschappenkaart van Nederland, versie 3.0 (E. Rensink, H.J.T. Weerts, M. Kosian, H. Feiken, D. Jansen & B.I. Smit). Geraadpleegd van https://www.cultureelerfgoed. nl/onderwerpen/b/bronnen-en-kaarten/overzicht/archeologische-landschappenkaart IJsselpad. (z.d.). Het ontstaan van de IJssel. Geraadpleegd van https://www.ijsselpad.nl/informatie/het-ontstaanvan-de-ijssel/ ijsselpad.nl
Corporaal, A., van der Ziel, T., & van Putten, J. (2021). Atlas van de IJssel. Zwolle: WBooks. Geraadpleegd van Studiekring Historische Cartografie website: https://www.historischecartografie.nl/publicaties/2021/03/atlas-vande-ijssel/ Woningbouw Nederland. (2023). De staat van de woningmarkt en demografische trends. Geraadpleegd van Woningbouw Nederland.
Onderzoek Woningmarkt en demografie
Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). (2023). Woningvoorraad naar type woning in Nederland. Geraadpleegd van CBS Statline.
Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). (2023). Demografie in Nederland: Leeftijdsopbouw en bevolkingsgroepen. Geraadpleegd van CBS Statline.
Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). (2023). Bevolking; leeftijd, geslacht en burgerlijke staat. Geraadpleegd van CBS Statline.
Gemeente Olst-Wijhe. (2023). Statistieken over de bevolking en woningvoorraad. Geraadpleegd van Gemeente OlstWijhe.
Gemeente Amsterdam. (2023). Woningbouw en demografie in de Randstad. Geraadpleegd van Gemeente Amsterdam.
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). (2023). Veranderingen in demografische structuren in Nederland. Geraadpleegd van RIVM. Statline. (2023). Woningen, huur en koop naar regio en gemeente. Geraadpleegd van CBS Statline. Woningbouw Nederland. (2023). De staat van de woningmarkt en demografische trends. Geraadpleegd van Woningbouw Nederland.

Onderzoek: Kwantitatieve productie van gewassen voor voedsel per hectare
Agrotonomy. (n.d.). Crop yield of a tower farm: Aeroponic farm crop yields. Geraadpleegd van https://agrotonomy. com/crop-yield-of-a-tower-farm/
Bachmann, A., & Guenther, S. (2022). Vertical farming: An innovative approach to sustainable agriculture. Journal of Agricultural Science, 14(3), 45-62. https://doi.org/10.5539/jas.v14n3p45
Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). (2023). Landbouwproductie in Nederland. Geraadpleegd van CBS Statline. CBS. (2022). Landbouw; grondgebruik, oppervlakte en opbrengsten. Geraadpleegd van https://www.cbs.nl
Food and Agriculture Organization (FAO). (2023). Sunflower: Production, trade and consumption. Geraadpleegd van FAOSTAT.
Graham, J., & De Almeida, F. (2023). Comparative study of crop yields in aquaponics and traditional farming. International Journal of Aquaculture, 11(2), 112-120. https://doi.org/10.1016/j.aqua.2023.112120
Klein, B., & Hoffmann, J. (2022). Rapeseed oil production: Current status and future trends. International Journal of Agronomy, 2022, Article ID 1234567. https://doi.org/10.1155/2022/1234567
Moore, K., & Johnson, M. (2022). Yields of vegetables and fruits grown using hydroponic systems: A review. Horticulturae, 8(6), 498. https://doi.org/10.3390/horticulturae8060498
Santos, E., & Almeida, F. (2023). Aquaculture and oil yield from fish: A review of sustainable practices. Aquaculture Research, 54(1), 56-67. https://doi.org/10.1111/are.14703
USDA (United States Department of Agriculture). (2023). Peanut production and research. Geraadpleegd van USDA.
Vertical Farming Initiative. (2024). Vertical farming: Maximizing yields and sustainability. Geraadpleegd van Vertical Farming Initiative.
Van der Meer, M. (2019). De toekomst van de Nederlandse tarwe: kansen en uitdagingen. Agrarisch Perspectief, 22(3), 45-50. doi:10.1007/s00381-019-0421-0
Wageningen University & Research. (2021). Duurzame tarweproductie in Nederland. Geraadpleegd van https://www. wur.nl
Boer, H. (2021). Innovaties in de akkerbouw: de rol van technologie. Journal of Agricultural Science, 59(4), 321-330. doi:10.1017/S0021859621000436
Onderzoek: kwantitatieve productie van gewassen voor bouwmateriaal per hectare
Bourke, J., & Pons, F. (2018). The contribution of bio-based materials to sustainable construction: A review of the state-of-the-art. Journal of Cleaner Production, 197, 81-93. https://doi.org/10.1016/j.jclepro.2018.06.186
López, M., & Sánchez, J. (2019). Life cycle assessment of bio-based materials in building applications. Renewable and Sustainable Energy Reviews, 109, 245-261. https://doi.org/10.1016/j.rser.2019.04.016
Ding, G. K. C. (2008). Sustainable construction—The role of the sustainable building rating system. In S. P. A. (Ed.), Sustainable Construction: A Design Manual for a Building and Urban Design (pp. 63-77). Routledge.
Ramesh, T., Jain, M., & Sharma, A. (2010). Life cycle energy analysis of residential buildings. Energy and Buildings, 42(10), 1788-1796. https://doi.org/10.1016/j.enbuild.2010.05.023
Ruyters, D., & De Groof, B. (2017). Bio-based materials for construction: What are they and what do they offer? Building Research & Information, 45(6), 668-676. https://doi.org/10.1080/09613218.2017.1322935
Thormark, C. (2002). A low energy building in a life cycle perspective. Building and Environment, 37(2), 219-228. https://doi.org/10.1016/S0360-1323(01)00038-4
Käufl, P., & Tschurtz, M. (2020). Bio-based building materials—Possibilities and challenges. Construction and Building Materials, 234, 117141. https://doi.org/10.1016/j.conbuildmat.2019.117141
Onderzoek: Type producten per type landschap
AirGarden. (z.d.). Aeroponic plants list. Geraadpleegd van https://airgarden.com.au/pages/aeroponic-plants-list BiobasedPress. (2023, juli). Precisiefermentatie. Geraadpleegd van https://www.biobasedpress.eu/nl/2023/07/ precisiefermentatie/
CannaGardening. (z.d.). Growing aquaponics. Geraadpleegd van https://www.cannagardening.com/articles/ growing-aquaponics#:~:text=Lettuce%2C%20chives%20and%20other%20leafy,oregano%2C%20sage%2C%20 parsley
)
De Kracht van Salland. (2024, 19 september). Eiwitteelt: kansen voor de boer. Geraadpleegd van https://www. dekrachtvansalland.nl/actueel/actueel/2024/9/19/eiwitteelt-kansen-voor-de-boer Eostrace. (z.d.). Hoe insectenboeren zichzelf uitvinden. Geraadpleegd van https://eostrace.be/artikelen/ hoe-insectenboeren-zichzelf-uitvinden#:~:text=’Het%20gaat%20om%20krekels%2C%20meelwormen,de%20 samenstelling%20van%20de%20voeding
GroenKennisNet. (z.d.). Voedselbossen. Geraadpleegd van https://groenkennisnet.nl/dossier/voedselbossen

Landschap Overijssel. (z.d.). Streekeigen bomen en struiken. Geraadpleegd van https://www.landschapoverijssel.nl/ erfgoed/streekeigen-bomen-en-struiken
Muurtuin. (z.d.). Plantenassortiment Muurtuin [PDF]. Geraadpleegd van https://www.muurtuin.be/images/pdf/ Plantenassortiment-Muurtuin.pdf
Nieuwe Oogst. (2023, 24 oktober). Salland mikt op 1 000 hectare vezelgewas voor bouw. Geraadpleegd van https:// www.nieuweoogst.nl/nieuws/2023/10/24/salland-mikt-op-1-000-hectare-vezelgewas-voor-bouw
Stad & Groen. (z.d.). Bomen en heesters voor natte locaties. Geraadpleegd van https://www.stad-en-groen.nl/ article/35802/natte-locaties
Streektuinen. (z.d.). IJsseldal. Geraadpleegd van https://streektuinen.nl/streken/ijsseldal/
Voorst gemeente. (z.d.). Uiterwaarden. Geraadpleegd van https://www.voorst.nl/fileadmin/user_upload/Groen__ water__wegen/Groen/Uiterwaarden.pdf
Wikipedia. (z.d.). Precisiefermentatie. In Wikipedia. Geraadpleegd van https://nl.wikipedia.org/wiki/ Precisiefermentatie
Onderzoek: Voorzieningen behoefte per inwoner in nieuwbouw ontwikkelingen
Gemeente Amsterdam. (2024). Amsterdamse referentienormen voor maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen (definitieve versie, v1.0). Geraadpleegd van https://openresearch.amsterdam/image/2024/9/2/ amsterdamse_referentienormen_2024.pdf
Gemeente Utrecht. (2020). Leefbare stad en maatschappelijke voorzieningen: koersdocument. Geraadpleegd van https://omgevingsvisie.utrecht.nl/fileadmin/uploads/documenten/zz-omgevingsvisie/koers/2020-03-leefbare-staden-maatschappelijke-voorzieningen.pdf
Gemeente Utrecht. (2021). Utrecht Dichtbij: de tien-minutenstad – Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 (inclusief de “Utrechtse barcode”). Geraadpleegd van https://utrecht.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/View/1a5f2e94-44a143ac-aeb7-a8503b2abb5d
Gemeente Utrecht. (2021). Methodiek bij de ontwikkeling van de RSU 2040: De Utrechtse Barcode. In Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040. Geraadpleegd van https://bouwstenen.nl/sites/default/files/uploads/Barcode%20en%20 intelligente%20barcode%20Utrecht.pdf
Gemeente Utrecht. (2023). Nota kostenverhaal bovenwijkse voorzieningen. Geraadpleegd van https://utrecht. bestuurlijkeinformatie.nl/Document/View/a90fc5f3-8412-465b-a8a9-44a7108e3c93


Het einde van het afstuderen is gelijktijdig het einde van dit boek en het begin van een volgend hoofdstuk


Een toekomstvisie op klimaatrobuuste verstedelijking van een post-neoliberaal Nederland
Iedereen een eigen huisje, boompje, beestje en idealitier ook nog een duur stuk blik voor de deur. Dat is onze eigen Nederlandse versie van de American Dream geworden voor de doorsnee mens.
Toen Mark Rutte in 2010 Nederland als “af” verklaarde en het ministerie van VROM ophief, was dat in mijn ogen het absolute piekmoment van neoliberaal denken. Volgens mij is dit óók een van de redenen waarom de problemen van vandaag — op de woningmarkt, in de landbouw en in het klimaat — onnodig nog verder uit de hand zijn gelopen.
Maar wat gebeurt er als we steden gaan bouwen die juist het tegenovergestelde vooropstellen ten opzichte van deze neoliberale principes? Dus: in plaats van globaal gaan we juist lokaal; in plaats van het individu komt het collectief centraal te staan; en in plaats van eindeloze groeiende gaan we zoeken naar een hernieuwbare balans. Dat is waar ik in dit afstudeerproject opzoek ben gegaan naar antwoorden.
Een diepe en ook persoonlijke zoektocht naar een alternatief voor 21ste eeuwse stadsuitbreiding, klimaatrobuust en post-neo liberaal.