Thijs Klein Ovink
landschapsarchitectuur
Academie van Bouwkunst Amsterdam
houtbare
het
landschap
Het houtbare landschap Een ontwerpend onderzoek naar een houtbaar toekomstperspectief voor zowel boer als landschap in mijn geboortedorp.
Thijs Klein Ovink Master landschapsarchitectuur Thijskleinovink@gmail.com afstudeerproject Master landscape architecture Academy of Architecture Amsterdam augustus 2026 commissieleden Bieke van Hees (mentor) Remco van der Togt Merten Nefs toegevoegde examinatoren Ytje Feddes Ziega van den Berk
*Alle afbeeldingen, tenzij aangegeven met bronvermelding, zijn eigen werk en dienen vertrouwelijk te blijven. Ze mogen niet worden gedeeld of gedupliceerd door enige persoon of entiteit, behalve voor het specifieke doel van de Academie van Bouwkunst.
foto’s genomen tijdes een fietsrit in mijn gemeente
4
Samenvatting van het houtbare landschap Opgegroeid op een varkenshouderij in het landelijk gebied van de Noorderkempen in België, heb ik het (agrarische) landschap zienderogen zien veranderen: megastallen en voedergewassen die dienen om het vee te voeden domineren het landschap, terwijl tegelijkertijd waardevolle landschapselementen verdwijnen ten gevolge van de intensieve veehouderij. Mede door de steeds groter wordende stikstofproblematiek en mijn interesse in de toekomst van het landelijk gebied stelde ik mezelf de volgende vraag: Welke rol kan ik, als landschapsarchitect, spelen in de landbouwtransitie? Verkenning van de Noorderkempen De Noorderkempen is een uitgestrekt, zandig gebied in het noorden van België en is een van de vijf gebieden die samen de Kempen vormen. De keuze om mijn afstudeerwerk te baseren op deze regio is niet geheel onlogisch: ik ben er opgegroeid en heb er altijd met veel plezier gewoond. Tevens is deze regio (samen met West-Vlaanderen) een ware stikstofhotspot die sterk gelinkt is aan de intensieve veehouderij, die op een kantelpunt staat. Naast stikstofdepositie is er ook verminderd dierenwelzijn, en zorgen de rechtstreekse gevolgen van klimaatverandering ervoor dat het huidige verdienmodel steeds moeilijker houdbaar wordt. Tegelijk is de regio economisch en cultureel diep verweven met de landbouw: generaties boeren hebben het landschap gevormd, en een deel van hun identiteit is daarmee verbonden. De gemeente als plot De gebiedsvisie richt zich op de gemeente Ravels, de gemeente waarin ik ben opgegroeid. De reden hiervoor is dat de stikstofproblematiek daar een belangrijk thema is en het gebied kenmerkend is voor de bredere Kempense zandgronden. Tevens kenmerkt het landschap van de gemeente zich door haar diversiteit aan verschillende landschappen en cultuurhistorische elementen, zoals religieus erfgoed en linten. Opgave: een houtbaar perspectief voor de boeren en het landschap Het doel van mijn project is het ontwikkelen van een langetermijnvisie dat gebaseerd is op een landschappelijk raamwerk dat boeren een nieuw verdienmodel biedt, verankerd in de kwaliteit en identiteit van het landschap. Door het landschap zelf in te zetten als productielandschap via houtwallen, agroforestry, kleine bosuitbreidingen en andere landschapselementen ontstaat een raamwerk dat als waaridg verdiemodel kan dienen voor de boer. concept Het concept van de visie zet in op de diversiteit en kwaliteiten van de verschillende aanwezige landschapstypen. Dit leidt tot een gebiedsvisie waarin per landschapstype nieuwe vormen van landbouw worden geïntroduceerd. Ondanks dat elke boer bodemgestuurd werkt, werken alle boeren samen via een koppelstrategie. Daarnaast worden in het plan nieuwe recreatieverbindingen en verbindingen voor flora en fauna gecreëerd. Op deze manier ontstaat er nauwe interactie tussen natuur, landbouw en recreatie. Uiteindelijk ontstaat er een gefaseerde ontwikkeling richting 2050, waarin het landschap stap voor stap verandert zonder de bestaanszekerheid van de boer te ondermijnen, maar juist toewerkt naar een landschap dat zelf waarde genereert en waarin boer en maatschappij samen profiteren van een houtbare toekomst!
5
6
Inhoudsopgave Voorwoord 9 1
Introductie 10
1.1 1.2 1.4
Aanleiding 12 Het abiotische landschap van de Noorderkempen 14 Het antropogene landschap van de Noorderkempen 16
2
Landschap in ontwikkeling 20
2.1 2.2 2.2 2.2
Landelijke en regionale problematiek 22 Ontwikkelingen in de sector 28 Een nieuw perspectief 30 De rol van de landschapsarchitect 34
3
Een locatie 36
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6
De Noorderkempen 39 De gemeente als plot 42 Evolutie van het landschap 44 Aanwezige landschapstypes 46 Beeldverslag 48 Opgave 52
4
Het onwerp 54
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6
Concept 56 Opbouw plan 58 Landschappelijk raamwerk 64 Groenstructuren 66 Koppelbedrijven 68 Uitwerking 70
5
Deeluitwerkingen 72
5.1 5.2 5.3
6
6.1 6.2
Gebiedsidentiteit 74 Van beekvallei naar jonge ontginningsrond 76 Van dorpsrand naar kampenlanschap 94
Ontwikkelstrategie 110
De overheid als regisseur 112 Tot slot 116
Bibliografie
122 7
8
De kerktoren van Weelde, mijn geboortedorp (auteur en jaartal onbekend)
voorwoord Beste lezer, Na 4 jaar studeren aan de Academie van Bouwkunst te Amsterdam, was het dan eindelijk tijd voor de laatste stap: het afstuderen. Het afstudeerproject laat zien wat ik heb geleerd de afgelopen jaren, waar mijn interesses liggen in het werkveld en welke positie ik wil innemen als landschapsarchitect. De inspiratie voor het afstudeerwerk ligt op de plek waar ik ben opgegroeid, het landelijk en agrarisch gebied van de Noorderkempen. Meer specifiek heb ik mijn gemeente gebruikt als plot voor mijn ontwerp. Deze streek heeft doorheen mijn verschillende opleidingen (Tuin- en landschapsontwerp en landschapsontwikkeling in Gent en Academie van Bouwkunst te Amsterdam) altijd veel invloed gehad op mijn interesses, gedachtegang en ontwerpen. In mijn afstudeerproject ben ik op zoek gegaan naar mijn rol als landschapsarchitect binnen de ruimtelijke en economische ontwikkelingen van de landbouwsector in mijn regio. Het onderzoeken hoe er een nieuw perspectief geboden kan worden voor de boer en de herontdekking van het landschap van mijn eigen dorp als proeftuin voor gebiedsspecifiek ontwerp hebben mij veel gebracht. Veel leesplezier, Thijs Klein Ovink
9
I Introductie
10
11
1.1 Aanleiding persoonlijke motivatie
Ik ben geboren als kind van Nederlandse ouders die, om economische redenen, naar België verhuisden en hun thuis vonden in het dorp Weelde. Dit agrarische dorp, gelegen in de zanderige Noorderkempen in het noordoosten van België, werd de plek waar ons gezin wortel schoot. Mijn ouders vestigden zich op een varkensbedrijf, dat in eigendom was van een Nederlandse varkenshouder die op verschillende locaties in Nederland en één in België actief was. Opgegroeid in een agrarische gemeenschap, voelde ik van jongs af aan hoe diep de agrarische economie hier verweven is met het dagelijks leven. Er zijn oogstfeesten, veel inwoners werken in de agrarische secor en de cd&v is al decenialang de vaste winnaar tijdens de gemeentelijke verkiezingen. Net zoals ik, waren van een aantal van mijn vrienden uit het dorp, de ouders boer, en ik heb meegemaakt hoe zij failliet gingen omdat ze niet mee konden in het huidige systeem of omdat er geen opvolging was. Ook op het bedrijf waar ik ben opgegroeid werden in de loop van de jaren nieuwe stallen bijgebouwd om mee te kunnen blijven draaien. Omdat er op ons bedrijf ook geen opvolging was, is er recent besloten om mee te doen met de stikstofuitkoopregeling van de Vlaamse Overheid. De bedrijvigheid werd gestopt en de stallen worden eind 2026 gesloopt. Daarnaast heb ik (tot mijn grote frustratie) het landschap doorheen de jaren ook zienderogen zien veranderen. Het kleinschalige landbouwlandschap met kenmerkende landschapselementen waarin ik ben opgegroeid, veranderde steeds verder naar een landschap dat ten dienste staat van de industriële veehouderij. De drijfveer achter de industriële veehouderij is sterk economisch geïnspireerd en ingebed in het idee van massaproductie. Bij dit systeem schakelen bedrijven zich in op een wereldmarkt waar tegen dumpingprijzen geproduceerd wordt, en waarbij de consument in de supermarkt vooral het goedkoopste vlees wil. Dit duwt landbouwers, die de laatste schakel zijn in de keten, naar hele lage marges en dus grote volumes. Ze hebben veel dieren nodig om er een leefbaar bedrijf aan over te houden. Maar veel dieren betekent ook veel voer, en dus is er veel ruimte nodig om de veestapel te voeden. Daardoor is het landschap doorheen de jaren veranderd naar een productielandschap, waarin landschapselementen van weleer geen plek meer krijgen. Bodemuitputting, verdroging en monoculturen zijn hiervan het gevolg. Dit brengt mij tot mijn afstudeervraag: Hoe kan een landschappelijk raamwerk, gebaseerd op houtige landschapselementen, boeren in mijn gemeente een nieuw en toekomstbestendig verdienmodel bieden, waarbij de kwaliteit en identiteit van het landschap wordt hersteld?
12
13
1.2 Het abiotische landschap van de Noorderkempen bodem
Essen
Hoogstraten
Wuustwezel Kalmthout
Merksplas Rijkevorsel
tabroek
Kapellen
Brecht
Beerse
Malle
Zoersel
14
Het onderzoek richt zich op de Noorderkempen vanwege mijn persoonlijke band met dit landschap en de aanwezigheid van een rijke variatie aan kleinschalige landschapstypen binnen dit gebied. De regio wordt gekenmerkt door een zandbodem die varieert van droog tot vochtig zand. Dat laatste vinden we terug in de valleigebieden en rondom de grotere waterlopen. Daarnaast vinden we op een aantal plaatsen binnen de regio ook wat zandleembodems terug. Het gebied wordt deels gekenmerkt door heel wat plaggengronden die het resultaat zijn van duizenden jaren intensieve bodembewerking. Ze bevinden zich voornamelijk in de omgeving van oude dorpen en kenmerken zich door een humeuze bovengrond met typische, vaak gelaagde bodemopbouw. Deze gronden zijn ontstaan door eeuwenlange intensieve bemesting met stalmest, met ook een minimale fractie van zand die mee op de bodem werd aangebracht (via de stalmest of via wind vanuit verstuiving van graas/heidegebieden).
Baarle-Hertog
Ravels
Turnhout
Oud-Turnhout
Verspreid in de Noorderkempen vinden we relatief veel ontginningen zoals de Kolonies Wortel en Merksplas en oudere ontginningslandschappen zoals ‘De Maatjes’ terug. Ook in de gemeente waar ik ben opgegroeid, de gemeente Ravels, is dit landschapstype vertegenwoordigd. Het ontginningslandschap is ontstaan door het stelselmatig in ontginning brengen van de voormalige heide.
Arendonk
LEGENDA Mobiliteit
Landbouwstructuren spoorweg snelweg zand zandleem
0
10 km
agrarisch ontginningslandschap plaggengronden
Bodem
N
serre
Landschapstypes
klei
plaggengronden
landduin
ontginningsgronden
veen
valleilandschap
antropogeen
bos- en heidegebieden
15
1.3 Het antropogene landschap van de Noorderkempen landbouwgebruikspercelen
Essen
Hoogstraten
Wuustwezel Kalmthout
Merksplas Rijkevorsel
tabroek
Kapellen
Brecht
Beerse
Malle
Zoersel
16
In de Noorderkempen is 55,8% van de totale oppervlakte bestemd als agrarisch gebied. Dit is een vrij gelijkaardig percentage als gemiddeld in Vlaanderen, daar is dit 57,6%. In mijn gemeente is dit echter 64 (!) procent. De naaststaande kaart vat de belangrijkste ruimtelijke kenmerken van het Noorderkempense landbouwlandschap samen. Er kunnen grofweg 2 verschillende landbouwzones onderscheiden worden: een open en grootschalig landbouwlandschap boven de microcuesta, met de fruitsector aanwezig in het noorden van Hoogstraten en rond Merksplas. Ten zuiden van de microcuesta is er minder landbouw aanwezig. Het landschap is er grotendeels versnipperd en verkaveld. Dit parklandschap begrenst de Noorderkempen van de Kalmthoutse heide tot voorbij Malle en Beerse. Het landbouwlandschap is er veel kleinschaliger, met de aanwezigheid van meer kleine landschapselementen dan in het landschap ten noorden van de microcuesta waar ik ben opgegroeid. Dit komt onder meer door de grootschalige ruilverkavelingen die hier doorheen de tijd verwezenlijkt werden.
Baarle-Hertog
Ravels
Turnhout
Oud-Turnhout
Arendonk
LEGENDA Mobiliteit
Landbouwstructuren spoorweg snelweg
Landbouwgebruikspercelen voedergewassen mais
agrarisch bedrijf Antropogeen dorpen en steden
aardappelen grasland
N 0
10 km
houtige gewassen fruit en noten
17
d
veedichtheid
Essen
Hoogstraten
Wuustwezel Kalmthout
Merksplas Rijkevorsel
tabroek
Kapellen
Brecht
Beerse
Malle
Zoersel
18
De Noorderkempen kent een uitzonderlijk hoge veedichtheid. De veehouderij is daarmee de belangrijkste economische motor van de regio, maar zorgt tegelijkertijd voor een grote ruimtelijke en ecologische druk. Ravels vormt hierin een uitgesproken voorbeeld. De gemeente telt ruim 2,3 miljoen dieren, tegenover ongeveer 15.000 inwoners: maar liefst 154,5 dieren per inwoner. Het grootste deel hiervan bestaat uit kippen (bijna 2,19 miljoen), aangevuld met ruim 91.500 varkens en 35.700 runderen. Ravels behoort daarmee tot een van de gemeenten met de hoogste veebezetting van Vlaanderen.
Baarle-Hertog
Ravels
De gemeente Ravels heeft veruit de meeste dieren met een totaal van 2.317.211 dieren, voornamelijk gedreven door de intensieve kippenhouderij met ruim 2,1 miljoen kippen.
Turnhout
Oud-Turnhout
Arendonk
N 0
10 km
1x 1x 1x
=100 000 kippen = 10 000 varkens = 1000 koeien
19
II landschap in on
20
ntwikkeling
21
2.1 Landelijke en regionale problematiek Hoe zijn we hier gekomen?
Vlaamse landbouw(ers) in problemen
De Noorderkempen
Sinds het stikstofarrest van de Raad voor Vergunningsbetwistingen (Vlaams Parlement, 2021) zit naast Nederland, ook Vlaanderen muurvast in een stikstofdossier. Vergunningen voor landbouwbedrijven werden massaal geweigerd of aangevochten, omdat een onderbouwd toetsingskader voor stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden ontbrak.
Deze problematiek is zeer nijpend en zichtbaar in de Noorderkempen. Het gebied rond Ravels en Arendonk grenst rechtstreeks aan het Turnhouts Vennengebied, een van de meest stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden van Vlaanderen. Het Vlaamse PAS-beleid kent dit gebied dan ook een uitzonderingspositie toe als ‘maatwerkgebied’, dat wil zeggen dat er is specifiek flankerend beleid uitgewerkt voor bedrijven met een impactscore tussen 5 en 50%, en voor bedrijven gelegen in het Turnhouts Vennengebied. Anders dan elders in Vlaanderen geldt hier voor dit maatwerkgebied geen vaste einddatum voor de vrijwillige uitkoopregeling een teken van hoe complex en gevoelig de situatie in dit specifieke stuk Kempen is. Het bedrijf waarop mijn vader werkzaam was heeft meegedaan met deze vrijwillige uitkoopregeling. Sinds eind vorig jaar zijn alle dieren weg en eind 2026 worden alle stallen gesloopt.
Om te vermijden dat Vlaanderen in dezelfde vergunningenstop belandde als Nederland, moest de Vlaamse regering snel een oplossing uitwerken. Een jaar na het stikstofarrest van februari 2021, werden de nieuwe bepalingen vastgelegd in het zogenaamde krokusakkoord oftewel de conceptnota voor de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS). Dat akkoord bepaalde dat de stikstofuitstoot van landbouw en industrie moest dalen en dat de Vlaamse varkensstapel moest worden afgebouwd. Opvallend aan het PAS was de indeling van bedrijven in een rode en oranje lijst: 41 zogenaamde rode bedrijven werden verplicht gesteld om tegen 2025 te sluiten, en 116 oranje bedrijven werden opgeroepen om vrijwillig te sluiten tegen 2026 (Vlaams Parlement, 2021). Na een langdurig openbaar onderzoek waarin boeren, landbouworganisaties, gemeenten en provincies meer dan 15.000 opmerkingen en bezwaren indienden, bereikte de Vlaamse regering op 10 maart 2023 uiteindelijk een definitief stikstofakkoord, formeel bekrachtigd in het PAS-decreet van februari 2024. Sindsdien geldt voor elk landbouwbedrijf een verplichte emissiereductie op basis van een impactscore, met sectordoelen van 15% voor melkvee en vleesvee en 20% voor mestkalveren ten opzichte van referentiejaar 2015
22
De impact van deze vernietigende regelgeving werd bij bepaalde boeren in mijn gemeente niet mals opgevat. Al bij het prille begin van deze wetgeving klonk er in Ravels felle kritiek van veehouders die vonden dat hun regio onevenredig zwaar werd getroffen; een vertegenwoordiger van driehonderd Kempense boeren sprak van een existentiële bedreiging voor de lokale landbouw. Tegelijk trekt de Noorderkempen ook grensoverschrijdende druk aan: in de Noorderkempen zijn circa zestig veebedrijven in Nederlandse handen (waaronder het bedrijf van mijn vader). Dit is een verdubbeling van het aantal Nederlandse vestigingen binnen vijf jaar (Apache, 2020). Het stikstofprobleem verplaatst zich zo over de grens heen, zonder dat het wordt opgelost.
collage van verschillende kranten- en online artikels
23
Verdwijnen landschapselementen Naast de druk op de landbouwers, neemt ook de druk op het landschap toe. Het kenmerkende, kleinschalige landschap dat historisch gezien onlosmakelijk verbonden was met de lanbouw is is rap tempo verloren gegaan door toedoen van de intensieve veehouderij. De afgelopen 250 jaar verloor Vlaanderen 2/3e van zijn houtkanten, en dat proces zet zich onverminderd voort: alleen al vorig jaar verdween er 40 kilometer aan kleine landschapselementen in Vlaanderen, een groot deel daarvan illegaal. Van de resterende 44.500 kilometer wordt jaarlijks nog altijd afgeknabbeld (Landbouwleven, 2022). Deze afname is geen bijkomstig verlies, maar het directe gevolg van dezelfde intensivering die de voornaamste oorzaak is van stikstofproblematiek: grotere percelen, grotere machines en grotere veestapels laten weinig ruimte voor de houtkanten, knotbomen en holle wegen die het landschap vroeger typeerden.
Illustratie die het probleem goed samenvat: door toedoen van de intensieve veehouderij zijn houtige elementen in het landschap verdwenen, en daarmee ook het leven (VoicesofplanetEarth, 2026)
Europese Natuurherstelwet een ander direct gevolg van het verdwijnen van landschapselementen is het verdwijnen van habitats in het landschap. Dit is duidelijk te zien in naaststaande grafiek. De grafiek laat de staat zien dat belgie helemaal onderaan bungelt als het gaat om de staan van zijn habitats in functie van de Europese Natuurherstelwet. Er is dus dringend werk aan de winkel!
Belgie is de slechtste leerling van de klas als het gaat om de staat van haar habitats. Ook dat is een direct gevolg van de instensivering van de landbouw (bron: status of habitats at Member State level 2013-2018)
24
<0,3 0,3 - 0,6 0,6 - 0,9 0,9 - <1,3 >=1,3 <0,3 0,3 - 0,6 0,6 - 0,9 0,9 - <1,3
Veedichtheid runderen in Vlaanderen, in aantal runderen per hectare (2023) 20km
>=1,3
veedichtheid runderen in Vlaanderen, in aantal runderen per hectare (Statbel, 2023)
<0,1 0,1 - <0,4 0,4 - <1,5 1,5 - <5,2 >=5,2
Veedichtheid varkens in Vlaanderen, in aantal varkens per hectare (2023)
<15 15-20 20-25
<0,1 25-30 30-35
0,1 - <2,2 35-40
40-45 2,2 - <17 45-50
17 - <50 >50 >=50 Kilogram stikstof per jaar / per hectare (VMM,2021) 20km
Er is een duidelijke corelatie te zien tussen de veedichtheid en de stikstofdepositie in de Noorderkempen, die tot de hoogste van België behoort.
Veedichtheid pluimvee in Vlaanderen, in aantal stuks pluimvee per hectare (2023) Bron: Statbel, bewerking Agentschap Landbouw en Zeevisserij
Heidelandschap met koeien, Euphrosine Beernaert (1884)
vroeger was het idyllische Kempische landschap onlosmakelijk verbonden met landbouw, waar het landschap in balans was met landbouw en vee..
26
Heidelandschap met koeien, Euphrosine Beernaert (1884) (eigen verwerking)
tegenwoordig is dit idylische landschap echter ver te zoeken..
27
2.2 ontwikkelingen in de sector het landschap en haar landbouw
1962
GLB van start
1500
1800 industriële revolutie
1900
1950
opkomst waardering natuur en landschap
1960
197
Wederopbouw en modernisering
ANTROPOCEEN
blekerijen
middeleeuwen Grootschalig bebossen met naaldbomen
6x massale ontginning heide
3x 12x +/- 6 ha grond
uitvinding van kunstmest en grootschalige toepassing van prikkeldraad (na WO2)
potstalsysteem
Landbouwmechanisatie
Gemeenschappelijk landbouwbeleid EU van start
in
Om de toekomst van het landschap voor te stellen, dienen we eerst te begrijpen welke keuzes er zijn gemaakt in het verleden en waarom. Die keuzes hebben geleid tot het huidige systeem en de inrichting van ons landschap. Een greep uit belangrijke historische gebeurtenissen voor de landbouw en haar landschap: Middeleeuwen tot 1800 Het landschap van de Kempen zoals we het vandaag kennen, is het resultaat van eeuwenlange menselijke bewerking. In de Middeleeuwen werd het schrale zandlandschap stap voor stap in cultuur gebracht: heidevelden werden ontgonnen, akkers ontstonden rond kleine nederzettingen, en blekerijen maakten gebruik van de zuivere waterlopen die het landschap bood. Dit kleinschalige, arbeidsintensieve landschap bleef eeuwenlang grotendeels ongewijzigd. 1800 tot 1900 Met de industriële revolutie die rond 1840 zijn intrede deed in België, veranderde ook het platteland. De massale ontginning van heidegronden en de grootschalige bebossing met naaldbomen (voor mijnbouw en houtproductie) tekenen een nieuw, functioneel landschap. Wat ooit een organisch gegroeid geheel was, werd stap voor stap een landschap dat inspeelt op economische vraag. 28
1900 Rond 1900 stond de landbouw voor een grote verandering. De middeleeuwse bemestingsperiode, die vooral steunde op mestbereiding in het potstalsysteem, kon verlaten worden omdat kunstmest betaalbaar werd. De koe werd nu van mestproducent een melkproducent en mocht naar buiten, de wei in. Heide werd nu ook in grasland omgezet. De melk ging via zuivelfabriekjes naar de consument. Rond 1900 ontstaat, als reactie op deze ontginningsgolf, voor het eerst aandacht voor natuur en landschap als iets waardevols op zich. Het is het prille begin van wat we vandaag het Antropoceen noemen: het tijdperk waarin de mens de belangrijkste kracht wordt achter landschapsverandering. 1950 tot 1960 Na de Tweede Wereldoorlog staat wederopbouw centraal. De landbouwmechanisatie doet zijn intrede: paard en handkracht maken plaats voor tractoren en machines. Landbouw moderniseert in hoog tempo, met productiviteit als voornaamste doel.
107x 2790x 53.750x 60 ha grond
1996
2014
MAP1
70
1980
1990
Schaalvergroting en exportmodel
Introductie van voorlopig PAS-kader
2000 strengere milieuregels
2010 Natura 2000 en ruimtelijke druk
2020 Transitieperiode en onzekerheid
exportmodel bedrijven moeten voldoen aan strengere milieuregels
Schaalvergroting en ntensivering van de landbouw
bedrijven krijgen een ‘kaart’ gelang hun locatie Politieke crisis rond stikstofakkoord
1962 tot 1990 Na 1970 ontwikkelde de landbouw zich fenomenaal tot een moderne hightech bedrijfstak. Voornamelijk onder impuls van Sicco Mansholt, de geestelijke vader van het Europese Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB), kwam in de landbouw een belangrijke schaalvergroting tot stand. Ruilverkavelingen, grondtechnische ingrepen, drainagekanalen, het vergroten van de landbouwkavels, het aanleggen en verharden van landbouwwegen en het verdwijnen van landschapselementen bepaalden vanaf nu het landschap. Vlaanderen groeit naast Noord-Brabant uit tot een exportregio: landbouwproducten en vee worden op grote schaal geproduceerd voor de internationale markt, met alle gevolgen van dien voor de schaal van bedrijven en het landschap eromheen. 1990 tot 2000 Vanaf de jaren ‘90 wordt duidelijk dat dit groeimodel ook een keerzijde heeft. Met MAP1 (het eerste Mestactieplan) in 1996 worden bedrijven voor het eerst verplicht te voldoen aan strengere milieuregels rond mestgebruik en -verwerking. Het is het begin van een lange reeks regelgeving die de draagkracht van het landschap probeert te bewaken.
2000 tot 2014 Met de aanwijzing van Natura 2000-gebieden krijgt beschermde natuur een prominente plaats in de ruimtelijke ordening. Bedrijven krijgen voortaan als het ware een ‘kaart’ toebedeeld naargelang hun ligging ten opzichte van deze gebieden: hun ontwikkelingsmogelijkheden hangen steeds sterker af van hun locatie. In 2014 wordt met de introductie van een voorlopig PAS-kader (Programmatische Aanpak Stikstof) een eerste poging gedaan om vergunningverlening en stikstofdepositie met elkaar te verzoenen. 2014 tot heden Het PAS-kader blijkt geen structurele oplossing en de spanning tussen landbouw, natuur en vergunningverlening loopt verder op. Deze periode van transitie en onzekerheid culmineert in de politieke crisis rond het stikstofakkoord: een periode van felle discussie en onduidelijkheid. Het maakt pijnlijk duidelijk dat het huidige systeem, gebaseerd op steeds verdere schaalvergroting, tegen zijn grenzen aanloopt, en dat er nood is aan een nieuw perspectief voor zowel landbouw als landschap. 29
2.3 Een nieuw perspectief voor het landschap én de boer Nu ik de knelpunten in het huidige landbouwsysteem heb blootgelegd, schetst dit hoofdstuk het perspectief. Niet als een utopie, maar als een haalbare, stapsgewijze richting die een toekomstperspectief biedt voor de boer en het landschap. De visie steunt op drie onderling samenhangende principes: Halvering van de veestapel Het startpunt is een forse reductie van de intensieve veehouderij in het plangebied. Dit is een radicaal uitgangspunt, maar het is geen keuze die los van de realiteit staat. Het Vlaamse stikstofakkoord dwingt in delen van de Noorderkempen al tot sluiting of omschakeling. Mijn visie grijpt deze onvermijdelijke krimp aan als kans in plaats van als bedreiging, en herverdeelt de vrijgekomen grond niet naar verdere intensivering van het landschap maar naar een nieuwe, houtige landgebruiksvorm die als waardig verdienmodel gezien kan worden voor de boer. Verdubbeling van groene, lineaire structuren en bosstructuren De ruimte die vrijkomt, onder meer op perceelsgrenzen, wordt ingezet om het historische raamwerk van het landschap te herstellen en te verdichten: de ontginningslanen, houtkanten en bosstructuren die de vorige eeuw grotendeels verdwenen, komen terug en zorgen voor een verdubbeling ten opzichte van de huidige situatie. Dit gebeurt niet willekeurig: bodem en landschapstype bepalen welk bostype waar past. Op de jonge ontginningsgronden, in het kampenlandschap en langs de beekdalen vraagt elk deelgebied om een andere aanpak, zodat het nieuwe bos aansluit bij de lokale bodemeigenheid in plaats van er 30
een generieke laag overheen te leggen. Zo ontstaat geen aaneengesloten productiebos, maar een fijnmazig netwerk dat het landschap tegelijk leesbaar en functioneel maakt. Het verzilveren van maatschappelijke en economische baten als verdienmodel. Het volgende principe is het economische kloppende hart van de visie: de waarde die deze nieuwe bos- en landschapsstructuren leveren, moet terugvloeien naar de boer zodat het voor de boer ook interessant is om mee te doen. Een hectare bos legt bijvoorbeeld jaarlijks 9,1 ton CO₂ vast, biedt een waterberging van 760 m³ en verhoogt de insectendiversiteit met 52,8% ten opzichte van reguliere landbouwgrond. Naast de fysieke waarde die de houtige elementen opleveren, levert het bos dus diensten met een reële maatschappelijke en economische waarde. Door deze ecosysteemdiensten te waarderen en uit te keren aan de boer, ontstaat een nieuw verdienmodel naast de houtopbrengst zelf. De boer verschuift zo van een positie waarin hij louter vlees of melk verkoopt, naar een positie waarin hij een breed pakket aan landschapsdiensten levert: hout, koolstofopslag, waterberging en biodiversiteit tegelijk. Het resultaat van deze drie principes zorgt voor een landschap waarin de klassieke scheiding tussen productiebos, natuuren recreatiebos, landbouwgrond en dorp vervaagt. Nieuwe bossen en landschapselementen dienen in mijn visie meerdere doelen tegelijk: houtproductie, recreatie, biodiversiteit én CO₂opslag lopen door elkaar heen in dezelfde structuur.
x2
2
halvering van de veestapel
verdubbeling van groene, lineaire structuren en bosstructuren
€
Het verzilveren van de maatschappelijke baten van landschapselementen als verdienmodel
31
bos-en natuurgebieden
kampenlandschap
gezondheid
beekdalen 100 gram fijnstof vangt een volwassen boom per jaar op
9,1 ton CO2
jonge ontginningsgronden
neemt een hectare bos per jaar op
C O2
2 a 3 graden r at uu
landschapstypes
is de temperatuur die een grote boom veroorzaakt voor zijn directe omgeving
r pe tem
€
€
ondergrond
Bodem en landschap bepalen het bostype
niet overal dezelfde ingreep, maar een aanpak die inspeelt op de lokale eigenheid
32
Ecoysteemdiensten verwaar verdie
De waarden die het bos en houtige elem de boer als nie
15-40kg
walnoten groeien er jaarlijks aan een notenboom
ds
e
l
v oe
760 m3
6-8 m3 hout groeit er jaarlijks per ha bos bij
ds gron
rs ite it
er wat
52,8 %
is het percentage waarmee het aantal insecten toeneemt per extra meter houtwalbreedte
to ffe n
is het waterbergend vermogen van een hectare bos ten opzichte van 50 m3 landbouwgrond
ive biod
€ € € € € € €
rden als volwaardig, alternatief enmodel
menten opleveren moeten terugvloeien naar euw verdienmodel.
Meervoudig ruimtegebruik van het landschap
De klassieke scheiding tussen productiebos, natuurbos, landbouwgrond en dorp vervaagt. Nieuwe bossen en landschapselementen dienen meerdere doelen tegelijk: houtproductie, recreatie, biodiversiteit én CO2-opslag.
33
2.4 Rol van de landschapsarchitect uit wat bestaat het takenpakket? Als landschapsarchitect vervul ik in principe drie rollen tegelijk: die van gebiedsanalist, ontwerper en procesbegeleider. Als gebiedsanalist worden de eerste pijnpunten in de regio in kaart gebracht. Vervolgens worden er scenario’s uitgewerkt die concreet maken wat er op het spel staat: wat gebeurt er als niets verandert, en wat betekent een alternatief waarin water en bodem sturend zijn? Dit wordt bekeken vanuit het perspectief van zowel de boer als het landschap. Als ontwerper wordt er gewerkt op gebiedsschaal, niet op het niveau van de individuele kavel. In plaats van per bedrijf te ontwerpen, wordt op regionaal niveau gewerkt. Zo ontstaan nieuwe ruimtelijke dragers die meerdere functies combineren, zoals waterberging en biodiversiteit. Van bij de start wordt rekening gehouden met opschaling, zodat experimenten niet blijven steken in pilots die te kleinschalig zijn om echt verschil te maken. Om experimenten mogelijk te maken, worden ook voorwaarden geschets waarbinnen ze kunnen plaatsvinden. Voorstellen worden zo opgezet dat ze omkeerbaar en aanpasbaar zijn, zodat onomkeerbare ingrepen vermeden worden. Er wordt letterlijk en figuurlijk ruimte gecreëerd waarin boeren kunnen experimenteren én mogen mislukken, zonder dat dit meteen het voortbestaan van hun bedrijf in gevaar brengt. Naast deze ruimtelijke en procesmatige rol is er ook een verbindende taak: die tussen het collectieve probleem en de individuele bedrijfsvoering. Zo wordt er gewerkt aan nieuwe verdienmodellen en koppelingen tussen sectoren, bijvoorbeeld door opbrengsten uit woningbouw in te zetten voor de landbouwtransitie. De architect maakt deze koppelingen ruimtelijk zichtbaar en uitvoerbaar, en vertaalt solidariteit over een groter gebied naar een evenwichtige verdeling van lasten en baten in het ontwerp. Diezelfde vertalende rol speelt ook tussen schaalniveaus en partijen. Landelijke sturingsprincipes, zoals “water en bodem sturend”, worden vertaald naar regionale praktijkgidsen en vervolgens naar concrete inrichtingsprincipes per gebiedstype. Hierbij kan de landschapsarchitect fungeren als tussenpersoon tussen bijvoorbeeld de overheid en de individuele boer.
34
gebiedsanalyse
ontwerpend onderzoek op gebiedsschaal
faciliteren van een veilige ruimte voor experiment verbinden van collectief probleem en individuele bedrijfsvoering
procesontwerp naast ruimtelijk ontwerp
verbinden van partijen
35
III
36
Een locatie
37
3.1 De Noorderkempen
38
Het onderzoek richt zich op de regio Noorderkempen vanwege mijn verbinding met het landschap en en de rijke cultuurhistorische geschiedenis van het gebied.
in het oosten de Maasvallei, in het zuiden de lijn Rupel-Dijle, door het noorden van Vlaams-Brabant, aan de Demer, en aan een lijn over Hasselt van Munsterbilzen tot Lanaken.
De naam van de streek is afkomsting van een vervorming van het woord Campinia of Campina, wat Latijn is voor open vlakte. In de laat-Romeinse tijd werd de streek aangeduid met de naam Toxandrië.
Nederland
Ten noorden van de grens met Nederland zetten de Kempen zich voort door de zandgronden van het zuidoosten van Noord-Brabant tot Ligging ten noorden van Eindhoven, en in Nederlands Limburg (Peel, Weert), en vormen er één geheel De Vlaamse Kempen nemen het grootste deel van de mee. Deze (sub)streek staat ook wel bekend als provincie Antwerpen, het noorden, midden en west- de Nederlandse- of Brabantse Kempen. In deze en van Belgisch Limburg en het uiterste noorden van subregio van de Kempen voelt men zich eerder Vlaams-Brabant in. Als begrenzing van de Kempen Brabander. in het Vlaams Gewest kan men beschouwen: in het westen de Scheldevallei en de Scheldepolders, en de lijn Wijnegem-oostrand van Lier-Boortmeerbeek,
39
De Noorderkempen wordt vaak getypeerd als open ruimtegebied waar landbouwactiviteiten primeren, wat duidelijk te zien is op naaststaande kaart. Het gebied kent daarnaast ook heel wat grotere natuurkernen en bijzondere integraal ontwikkelde groengehelen. De laatste jaren echter geraken grotere gehelen vaker versnipperd, de open ruimte neemt af en ook kleinschalige verbindingen via kleine landschapselementen (KLE’s) verdwijnen uit het landschap, wat zorgt voor een verdere habitatfragmentatie en een verlies in connectiviteit.
Essen
W Kalmthout
Stabroek
40
Kapellen
Baarle-Hertog
Hoogstraten
Ravels
Wuustwezel
Merksplas Rijkevorsel
Brecht Turnhout
Oud-Turnhout
Arendonk
Beerse
Malle
Zoersel
0
10 km
3.2 de gemeente als plot mijn geboortedorp als proeftuin
Voor mijn ontwerp heb ik de gemeente Ravels als plot genomen. Naast het feit dat ik hier ben opgegroeid wordt de gemeente ook wel eens een ‘stikstofhotspot’ genoemd (De Tijd, 2021), een reden des te meer om mijn gemeente als proeftuin te beschouwen. De gemeente is een landelijke gemeente gelegen in de provincie Antwerpen en grenst aan Nederland. Hoewel de gemeente vernoemd is naar de grootste deelgemeente, Ravels, staat het gemeentehuis in Weelde, het dorp waarin ik zelf ben opgegroeid. Deze twee plaatsen worden samen met Poppel ook wel de Drie Goddelijke Deugden genoemd, terwijl de inwoners van Ravels, de Ravelsenaars of Ravelaars, bekend staan onder de bijnaam Ravelse Pieren.
NEDERLAND
Baarle-Nassau en Baarle-Hertog Baarle-Hertog
Het is een vrij vlakke gemeente, het laagst gelegen gebied (± 22m) ligt bij Aarle in het noorden van Poppel, de hoogste punten (35m) zijn verspreid over de deelgemeente Ravels. De oppervlakte van de gemeente bedraagt 95 km² waarvan 64 procent bestemd is voor de landbouw. x 2 427 504
Weelde-Statie
x 15 712
154,5 dieren / inwoner (!)
64% landbouw
20% bos 7% wonen 2,7% natuur en reservaat 1,1% industrie 1,5% recreatie
42
3,7% overig
Hilvarenbeek
Poppel
locatie waar ik ben opgegroeid
Weelde
Ravels-Eel
Reusel
0
1 km
3.3 evolutie van het landschap Hoe is Ravels ontwikkeld doorheen de tijd?
1771
1873
Ten tijde van Ferraris zien we duidelijk de oorspronkelijke logica van het landschap. Rond de kernen, op de meest vruchtbare gronden zijn kleine akkercomplexen terug te vinden. Dit landschap noemt het kampen- of mozaieklanschap. Daarrond zijn uitgestreke, onontgonnen heidegebieden terug te vinden die gebruikt werden om het vee op te grazen.
Eind 19e eeuw begint het landschap als sterk te veranderen. De ontginningswet van 1847 die de Belgische regering de macht gaf om gemeenten te verplichten om woeste gronden (zoals heide, vennen en bossen) te verkopen of zelf te ontginnen om ze vruchtbaar te maken zorgde ervoor dat de eerste heide werd omgezet tot landbouwgrond. Nieuwe infrastructuur maken de ontginningen beter bereikbaar. De oorspronkelijke, kleinschalige kampenen mozaïekstructuur blijft herkenbaar, maar percelen worden steeds groter en de open ruimte wordt steeds intensiever benut.
De boerderijen waren kleine, gemengde bedrijven met slecht een klein aantal stuks vee. De landbouw was in balans met het lanschap
44
1971
2025
Een eeuw later het grootste deel van de voormalige heide is inmiddels ontgonnen of bebost. Vooral de aanleg van de Gewestbossen in functie van het produceren van stuthout voor de mijnen heeft het landschap ingrijpend veranderd. Ook de landbouw wordt ondertussen steeds grootschaliger. Kleine percelen maken plaats voor grotere landbouwblokken. De versnippering van het kampenlandschap heeft zich verder voortgezet door infrastuctuur, industrie en bebouwing.
Het hedendaagse landschap is het resultaat van min of meer twee eeuwen ontginning, schaalvergroting en intensivering. De oorspronkelijke kleinschalige structuur is vrijwel overal verdwnen en landbouwpercelen zijn sterk vergroot. Tegelijkertijd zijn de landbouwbedrijven totaal niet meer grondgebonden, veel groter geworden en liggen ze verspreid door het landschap. De overgebleven bossen vormen grote, aaneengesloten structuren, terwijl landbouw en bebouwing steeds meer met elkaar verweven zijn geraakt. Het landschap is daarmee efficiënter geworden maar daarmee ook veel minder fijnmazig en divers.
45
3.4 aanwezige landschapstypes en zijn uitdagingen
Hoogproductieve plaggengronden worden bedreigd door droogteschade omwille van grondwaterstandsdaling
Hoge grondwaterwindruk leidt tot lage grondwaterstanden
Verlies aan infiltratiecapaciteit door bodemcompactie van landbouwgronden (zware landbouwmachines Landbouw onder druk door verpaarding, industrie en verstedelijking Moeilijk te bereiken landbouwgronden versmalde toegang tot percelen onder druk van nieuwe verkavelingen
water en bodem landgebruik en logistiek biodiversiteit en stikstof Te smalle beken zorgen voor beperkte migratiemogelijkheden voor dieren
Weinig tot geen KLE in landbouwgebied
droogtegevoeligheid door intensieve drainage en grondwaterwinning in diepere grondlagen
beeklopen zijn vervuild door uitspoeling van meststoffen
Te smalle beken zorgen voor beperkte migratiemogelijkheden voor dieren
Agrarisch landgebruik ligt zodanig dicht bij de beek, dat er natschade optreedt als de beek bij piekbuien overstroomt
landgebruik langs beken zorgt voor bedreiging voor biodiversiteit
plaggengronden
effectief overstromingsgevoelig gebied rondom de Aa
hoge verdampingsgraad/ evaporatie naaldbossen in natura 2000 gebieden water infiltreert door dik naaldpakket bomen amper in bodem
verstedelijking zorgt voor fragmentaite van natuurgebieden door verkaveling
beekvalleien stikstofdruk door verkeer en industrie
bos- en heidegebieden
heide en schrale graslande zijn gevoelig voor verruiging
Grootschalige pluim- en melkveeveebedrijven verliezen link met landschap en zorgen voor verkeersdruk op landbouwwegen
GPBV bedrijven onder druk door hun effect op naburige natura 2000 gebieden
Drainage van neerslag door gedraineerde beeklopen, ondergronds drainagenetwerk en grachtenstelsel eidt tot drainage- verlies en daling van grondwaterstanden
Biodiversiteitsverlies door hoge stikstof Weinig tot geen kleine landschapselementen Hoge grondwaterwindruk leidt tot lage grondwaterstanden
46
jonge ontginningen
bos- en heidegebieden plaggengronden beekvalleien
jonge ontginningen
dorpskern
0
1 km 47
3.5 beeldverslag plaggengronden
grote serrecomplexen domineren het landschap op bepaalde pleken en geven een vreemde, onmenselijke schaal aan de ruimte
‘bedrijfswoning’ middenin het landschap, van versnippering gesproken...
oude stallen en kleine wegetjes verraden dat we ons nog in het kleinschalig kampenlandschap bevinden dichtbij de kern, het voelt echter vrij ‘kaal’ aan
48
d
ontginningsgronden
grootschalige akkerbouwpercelen bestaande uit aardappelen en voedergewassen (mais)
rechte, ratione infrastructuur doorsnijdt het onginningslandschap zichtbaar microreliëf richting de waterloop
grote, industriële megastallen komen in grote getallen voor in het ontginningslandschap maar net zo goed op de voormalige plaggengronden
49
d
bos- en heidegebieden
de bossen rondom het vliegveld zijn vrij monotoon en bestaan voornamelijk uit Dennen
waardevolle natuur rondom het vliegveld bestaande uit heide en heischrale graslanden, zichten zijn hier weids
ecologisch waardevolle vennen en heischraal grasland in het de staatsbossen van Ravels
50
d
beekvalleillandschap
de bossen rondom het vliegveld zijn vrij monotoon en bestaan voornamelijk uit Dennen
ondanks het plaatsen van een informatiebord voor bezoekers blijft de vallei van de Aa weinig aantrekkelijk voor recreanten
lokale (reacreatieve) weg waar de Aa onder loopt
natte weilanden in het valleigebied
51
3.6 opgave
een houtbaar landschap? Het is duidelijk dat de intensieve veehouderij in de Noorderkempen op een kantelpunt staat. Stikstof, dierenwelzijn, klimaatverandering en een verslechterende bodemkwaliteit maken dat het huidige verdienmodel steeds moeilijker houdbaar wordt. Tegelijk is de regio economisch en cultureel diep verweven met de landbouw: generaties boeren hebben het landschap gevormd, en een deel van hun identiteit is daarmee verbonden. Een abrupte breuk met dit verleden zou niet alleen sociaal onrechtvaardig zijn, maar ook een verarming van het landschap zelf betekenen. Vanuit mijn eigen achtergrond op een varkensbedrijf in Weelde ken ik de kwetsbaarheid van dit systeem van binnenuit: de afhankelijkheid van één product, één markt, één verdienmodel. Waar de veehouderij nu vooral gericht is op maximale productie binnen een smal takenpakket, ligt er een kans om het landschap en het inkomen van de boer te verbreden. Hout, als traag maar veelzijdig product, biedt een alternatief dat niet vraagt om het loslaten van het boerschap, maar om het herverbinden ervan met de ecologische en ruimtelijke kwaliteiten van de de gemeente. Gedeelde ambities In dit afstudeerproject staat het versterken van de veerkracht van het landschap centraal. Het doel is om een landschap te ontwerpen dat economisch perspectief biedt aan de huidige en toekomstige generatie boeren, en dat tegelijk bijdraagt aan biodiversiteit, verhouting en de leesbaarheid van de verschillende landschapstypes binnen de gemeente. Het landschap van Ravels zal transformeren van een monofunctioneel productielandschap naar een multifunctioneel houtlandschap, waarin landbouw, natuur en recreatie elkaar versterken in plaats van beconcurreren.
52
Opgave Het landschapsontwerp dient als drager van de systeemverandering. De landbouwtransitie is het middel om het landschap te herstellen en de relatie tussen boer en landschap opnieuw te verstevigen. Hoe kan de boer, van producent van vlees, drager worden van een houtbaar landschap, en hoe kan dat landschap op zijn beurt een nieuw, gefaseerd verdienmodel mogelijk maken tussen 2025 en 2050? Vanuit een grotendeels monofunctioneel en intensief landgebruik werk ik toe naar een landschap waarin hout, voedsel en natuur elkaar in de tijd opvolgen en versterken, en waarin de boer e en nieuwe economisch verdienmodel wordt geboden. De ontwerpopgave luidt dan ook: Hoe kan de transitie van intensieve veehouderij naar een houtbaar landschap de veerkracht van de boer en zijn omgeving versterken?
N 3 NH
N
2050
3 NH
N
N N
T BA HOU
AR
B U SS
AP CH S D LAN
INES AS US
U AL
53
IV het ontwerp
54
55
4.1 concept
unieke kwaliteiten per landschapstype benutten De doorsnede toont de transitie van het huidige, versnipperde landschap naar een landschap waarin elke zone opnieuw zijn eigen kwaliteit en functie krijgt. Vandaag kent de regio weinig biodiverse productiebossen die vaak een harde overgang heeft naar landbouwgebied. Intensieve akkerbouw en megastallen domineren het landschap dat tegenwoordig gekenmekrt wordt door minimale kleine landschapselementen, beken die worden weggedrukt tussen megastallen en monoculturen, en dorpen zonder groene dooradering naar het buitengebied. Alle landschapstypes die voorkomen in de gemeente liggen nu naast elkaar zonder onderlinge samenhang, van grondgebronden landbouw is geen enkele sprake. Tegen 2050 transformeert elke zone vanuit haar eigen bodemkundige en landschappelijke identiteit. Het naaldbos ontwikkelt zich tot een divers, gelaagd natuurgebied. Op de ontginningsgronden krijgt natuurinclusieve landbouw en bosbouw een plek, met aanplant van landschapselementen die de harde randen verzachten. De beek krijgt letterlijk ruimte om weer te meanderen, wat het beekdal terugbrengt als ecologische en klimatologische drager in het landschap. De plaggengronden ontwikkelen hun eigen, unieke landbouw-landschapstype, en laantjes verbinden de dorpsrand weer met het omliggende buitengebied. Met dit ruimtelijk concept worden de unieke kenmerken van ieder landschap versterkt en lopen verdwijnt de harde grens tussen de verschillende landschapstypes. Landbouw wordt terug bodemsturend, regeratief en natuur, landbouw en recreatie worden met elkaar verweven.
56
geen groene dooradering van de dorpen weinig diverse productiebossen en natuurgebieden
intensieve akkerbouw t.b.v. veehouderij
minimale KLE’s monocultuur
megastallen
AA
harde overgang tussen bos en landbouw
intensieve veeteelt en versnippering
nu
intensieve akkerbouw tot aan dorpsrand
nu
tu na
urge
b ied
transformatie naar divers bos
n tgi on
ggengronden pla
gronden nings
dorps ra n
beekdal
d
aanplant van landschapselementen unieke kwaliteiten per landschapstype
natuurinclusie landbouw en bosbouw
2050
AA ruimte geven aan beek
lanen verbinden dorpen met buitengebied
57
4.2 opbouw
hoe is het plan opgebouwd?
58
De ruggengraat POPPEL
WEELDE
De N12 of de steenweg naar Tilburg vormt de ruggengraat van het plan. Het is historisch gezien de ontsluitingsas waarlangs de dorpskernen van Weelde, Ravels en Poppel zich hebben ontwikkeld en waaraan de latere ontginningen zijn georganiseerd. Wie van Turnhout naar Poppel rijdt, ziet letterlijk het HOUTbare landschap zich ontvouwen.
RAVELS
De ribben Elke ontginningslaan die vanuit de N12 of het aangrenzende kampenlandschap het achterland intrekt, wordt een landschappelijke drager: aan de lanen zijn struweel-/ hakhoutstroken en bos te vinden, gekoppeld aan percelering. Hoe verder weg van de ruggengraat het landschap ingegegaan wordt, hoe extensiever/houtiger de invulling van het raamwerk.
59
60
De knopen De kernen zullen fungeren als ‘schakelpunten’. Hier komt het kampenlandschap samen met de N12 en de aftakkende lanen. De knopen verlenen zich perfect voor CSA landbouw, houtwerkplaatsen of verkooppunten van lokaal geteeld voedsel.
De randen Bestaande boscomplexen aan de randen van de gemeente worden getransformeert naar gemengd bos met rafelranden. Verscheidene lanen en het landschap rond de kernen verbinden bestaande complexen zodat fauna makkelijk kan migreren.
ontwerpprincipes
ontginningsgronden ontginningsgronden
plaggengronden plaggengronden
ontginningsgronden
ontginningsgronden plaggengronden
extensief
intensief intensief
extensief extensief
intensief
extensief
ontginninglanen worden verbreed en verdicht tot houtige zones; hoe verder van de N12, hoe extensiever het gebruik
ontginningsgronden plaggengronden
weinig zichtbare beken worden ruimtelijk structurerende elementen intensief
extensief
‘ontginningslanen’ leiden visueel naar (dorpse)landmarks dorp
laan
bos
korrelgrootte van historisch cultuurlandschap als contrast
Bossen: van harde grens naar rafelrand
62
4.3 landschappelijk raamwerk 2050 unieke kwaliteiten per landschapstype benutten
Legenda landschappelijke basis dorpen met kerk als landmark
ontginningslaan met dubbele gemengde laan N12 als ruggengraat lokale houtbouw-hub zichtlijnen op religieus erfgoed (oriëntatiepunt) boerenbedrijf (102 = 1 101 232 dieren)
beekvalleilandschap beekvalleilandschap met houtkanten en bomenrijen beemden / natte hooilanden en broekbossen kleinere beken ecologisch opwaarderen
kampenlandschap strokenteelt rondom de dorpen
akkerbouw 1/6 rotatie voor menselijke consumptie voedselbossen tussen de kern en bestaande bossen mozaïeklanschapsherstel met houtkanten en hagen
ontginnginslandschap kruidenrijk grasland (grasklaver als veevoeder), boomweides of agroforestry nieuw natuurvolgend productiebos
bestaande monotone bossen omvormen tot gemengde bossen landschap van contrasten
recreatie
bestaande infrastuctuur langzaamverkeer nieuwe infra langzaamverkeer
landschap openstellen voor recreatie zichtpunten landschap
64
Nederland
Molenheide Ravels
Nieuw Ley
N135
POPPEL
domein De Schrieken
N
ed
l er
an
d
N12
Aa
WEELDE
Vliegveld Weelde
WEELDE-STATIE
Gewestbossen Ravels
N ed
RAVELS-EEL
er la nd
RAVELS
kanaal Dessel-Schoten
0
1 km 65
4.4 groenstructuren
verbinden van structuren en habitats Niet alleen de verrijking van het landschap zelf draagt bij aan een gezonde populatie, ook de verbinding tussen bestaande habitats is essentieel. In Ravels bevindt zich het vogelrichtlijngebied van Arendonk, Merksplas, Oud-Turnhout, Ravels en Turnhout. Dit bestaat uit twee deelgebieden die vrijwel volledig van elkaar gescheiden zijn door de vallei van de Aa, met slechts een smalle aansluiting. Voor heidevogels als de blauwe kiekendief en het korhoen betekent dit dat foerageer- en broedgebieden ver uit elkaar liggen, terwijl juist de kleinschalige akkers en graslanden rond de heidekernen een belangrijke schakel vormen om beide gebieden functioneel met elkaar te verbinden. Door het herstel van heide en beekdal, aansluitend op de kleinschalige akkers en strokenteelt, ontstaat een aaneengesloten gradiënt die de twee vogelrichtlijngebieden met elkaar verbindt. Zo wordt het landschap niet langer een barrière, maar een verbindend element tussen beide Natura 2000-gebieden, en profiteren zowel de heidevogels als de kenmerkende weidevogelsoorten en watervogels van de nieuwe omstandigheden hiervan.
66
Het kleinschalige kampenlandschap heeft een verbindende rol tusssen de vogelrichtlijngebeiden in Ravels (De Vree (z.d.).
vogelrichtlijngebied 0
1 km 67
4.5 koppelbedrijven Belangrijk voor mijn verhaal is hoe verschillende bedrijven met elkaar samenwerken. Waar een enkel bedrijf in het jonge ontginningslandschap of het kampenlandschap moeilijk een gesloten kringloop kan realiseren, ontstaat die veerkracht wél wanneer verschillende bedrijfstypen elkaar aanvullen. De kampenboer, de beekdalboer en de ontginningsboer hebben elk een eigen bodem, waterhuishouding en teeltmogelijkheid, en juist dat verschil maakt hen complementair.
1. Bloemkool 2. Pompoen 3. Bospeen 4. Tarwe met Veld 5. Prei
De kampenboer werkt op de oude, organische en voedingsrijke bodems en combineert strokenteelt met een voedselbos of tuinderij. De kleinschalige, sterk geroteerde teelten – van bloemkool en prei tot sla en wortel – leveren weinig eigen mest, maar veel maaisel uit de bloemrijke en houtige stroken. Dit maaisel is voor de eigen bodem al waardevol, maar kan bij overschot ook aangeboden worden aan de ontginningsboer als grondstof voor bokashi of compost.
7 Groeilagen gecombineerd die elkaar helpen versterken in bestuiving en nutriënten, bv: -Okkernoot -Appel -Framboos -Aardbei -Druif -...
1
KA
De beekdalboer beheert de natte beemden, graasweiden en wilgenteelt langs de beekvalleien. Vanuit dit natte, extensieve landschap komt eveneens maaisel vrij, terwijl de wilgenteelt op termijn hout levert voor de houtkanten en de lokale KA houtbouw.
MP
OF
68
3
4
5
6
BO
ER
MAAISEL
MP
De ontginningsboer, tot slot, bewerkt de jonge, opener percelen met een ruimer bouwplan van pootaardappel, wintertarwe, suikerbiet, kool en veldsla, aangevuld met grasklaver als maaimeststof. Op dit bedrijf komt de kringloop samen: het maaisel van kampen- en beekdalboer wordt hier verwerkt tot bodemverbeteraar, terwijl de extensieve melkveehouderij zorgt voor mest richting de akkerbouwpercelen én voer (grasklaver, snijmaïs) ontvangt in ruil.
EN
22
1
EN
BO
ER
2
os
lb dse
en
der
n tui
ij
voe
Eenjarige groenten met hoge rotatie en meerder seizoen: -Sla -Spinazie -Ui -Wortel -...
1. Pootaardappel 2. Wintertarwe 3. Suikerbiet 4. Kool 5. Veldsla 6a. Grasklaver (maaimeststof) 6b. Grasklaver (maaimeststof)
1. Wilgenteelt 2. graasweide 3. natte beemden
dboon
1
BE
2
EK
DA
LB
R MAAISEL
1 2
KA
VOER
3
MP
MAAISEL
3
OE
EN
BO
4
ER
5
6b 6a
VOER
ON
TG
MEST
INN
2
GIN
t
l tee ken
stro
ON
TG
1
INN
2
GIN
GS
ER
BO
ER
e iev
ens ext
erij
ud
elk
BO
GS
uw
tbo
u ho
m eve nsi
ho vee
e ext
1. Grasklaver (voer) 2. Grasklaver (maaimeststof)
re teelten per
69
4.6 uitwerking
unieke kwaliteiten per landschapstype benutten De uitwerking van het raamwerk richt zich op twee specifieke deelgebieden. Deelgebied 1 richt zich voornamelijk op het nieuwe ontginningslandschap maar laat ook de overgang van de Aa naar dit ontginngingslandschap zien. Deelgebeid 2 richt richt zich op het vernieuwde kampenlandschap en de overgang van de dorpsrand naar dit nieuwe kampenlandschap.
70
1
van beekvallei naar jonge ontginningsgronden
2
van dorpsrand naar kampenlandschap
Nederland
Molenheide Ravels
Nieuw Ley
N135
POPPEL
domein De Schrieken
N
ed
l er
an
d
N12
Aa
WEELDE
Vliegveld Weelde
WEELDE-STATIE
Gewestbossen Ravels
N ed
RAVELS-EEL
er la nd
RAVELS
kanaal Dessel-Schoten
0
1 km 71
V deeluitwerking
72
gen
73
beekdallandschap
Alle houten constructies worden gebouwd met hout dat rechtstreeks uit de het landschap zelf komt: snoeihout uit de houtkanten van het kampenlandschap, dunningshout uit de ontginningslanen voor het ontginningslandschap, hakhout uit de beekdalbossen voor het beekdal. Zo ontstaat niet alleen een sterke visuele samenhang tussen landschap en meubilair, maar wordt ook de lokale houtketen en de economische relatie tussen boer en landschap zichtbaar gemaakt .
ontginningslandschap
Het gebied krijgt een herkenbare laag: houten pad- en zitmeubelen die de beleving van het landschap versterken, uitnodigen tot rust of ontmoeting, en die tegelijk fungeren als herkenningspunten langs de routes tussen de verschillende landschapstypes.
kampenlandschap
5.1 gebiedsidentiteit
74
padenstructuur:
zitmeubilair:
padenstructuur:
zitmeubilair:
padenstructuur:
zitmeubilair:
onverhard of knuppelpad op nattere delen
rechte paden gemaakt uit houtsnippers verkregen van dunningshout
verhoogd knuppelpad of vlonderpad (eik of kastanje) op poeren, volgt de meandering van de beek
laag, rond hout (robinia of eik verkregen uit houtkant snoei
lineaire zitkanten gemaakt van eiken planken, aansluitend bij rechtlijnige karakter van de laanbeplanting, geplaatst op regelmatige afstand als rustpunten
robuuster karakter (eik of kastanje), hier mag het meubilair iets grover ogen, passend bij de ruigere natuurwaarde
75
5.2 van beekvallei naar jonge ontginningsgronden van kaal productielandschap naar gevarieerd recreatielandschap Bestaande situatie De bestaande situatie van het ontginningslanschap laat een eerder kaal en open landschap zien dat is ontstaan door jarenlange schaalvergroting. Het is een landschap geworden dat eenzijdig ingericht op korte-termijn productie, met ecologische verarming, verlies van identiteit en weinig veerkracht als gevolg Er vindt voornamelijk ruwvoerproductie plaats voor het vele vee dat te vinden is in dit landschap.
vallei van de Aa
grillige en kleinschalige percelering bebouwing in beekvallei
intensieve landbouw tot aan beek
openheid
rechthoe 0
76
250
500 m
‘kaal’ landschap dat gefocusd is op productie
voormalige prodcutiebossen bebouwing verspreid langs ontginningswegen
rationele kavelpatronen
ekige naaldhoutpercelen
planuitwerking, deelgebied 1 (bestaande situatie)
landschap
uitgangspunten
erf en kavel
Bestaande laanbeplanting langs hoofdwegen vormt landschappelijk kader in het ontginngingslandschap.
en
rationele, orthogonale kavelstructuur zichtbaar maken (door aanplant lineaire structuren) en zo 5m beleefbaar maken 6m 1m ontginningsweg
1,5m
haag fietspad
infrastructuur
bomenrij
3m
5m
1m
3m
sloot
weg
berm
sloot
bos (variabel)
5m
6m
bomenrij
ontginningsweg
1m
1,5m
haag fietspad
5m bomenrij
prinipeprofiel hoofdwegen: om rationele structuur te benadrukken wordt erbos (variabel) gestreefd naar zwaar beplante hoofdwegen met onderbegroeing
op
en
ge
slo
ten
op
en
Dit bos wordt enerzijds ingericht volgens de principes van ‘natuurvolgend bosbeheer’: door slimme uitdunning (in plaats van kaalkap) wordt de houtproductie geoptimaliseerd. Omdat het bos altijd bedekt is en bestaat uit een variëteit aan bomen, is het aantrekkelijk voor recreatie en een geschikte leefplek voor dieren en insecten. Anderzijds worden deze kaders ingericht met kruidenrijk grasland, boomweides of agroforestry.
ge
slo
ten
De vlakken in dit kader zijn of open (agrarisch gebruik) of besloten door de aanplant van productiebos op droge gronden met een lage grondwatertrap.
m
5m
3m
3m
5m
pad
bomenrij
singel
sloot
weg
uitruilen van gronden en efficiënt grensaanpassingen maken grotere ingrepen mogelijk
5m bomenrij
5m bomenrij
bos (variabel)
5m bomenrij
6m weg
6m 3m wegbloem- en 5m kruidenrijke berm
beek
3m 2,5m bloem- en 2-4m kruidenrijke berm
(onverhard) pad
prinipeprofiel secundaire wegen: secundaire wegen worden bij voorkeur ook zwaar beplant in het ontginngingslandschap
3m
3m
5m
1m
3m
singel
sloot
weg
berm
sloot
2,5m 4m
4m 2,5m
2,5m
5m houtwal
landbouw
prinipeprofiel veldwegen: veldwegen zijn bij voorkeur onverhard en worden gebruikt voor lokaal verkeer en landbouwverkeer
toekomstige situatie In de toekomstige situatie is het landschap volledig van gedaante veranderd. De grootschalige openheid die ontstond door jarenlange schaalvergroting heeft plaatsgemaakt voor een gevarieerder landschap dat aangenaam en meer besloten aanvoelt. Er is voornamelijk sprake van kruidenrijk grasland, met soorten zoals luzerne die zowel als voedergewas dienen als als maaimeststof. Het vee loopt zoveel mogelijk buiten. Daarnaast wordt gebruikgemaakt van kruidenrijke akkerranden, die zorgen voor meer dooradering en biodiversiteit in het landschap. Verder zien we veel nieuwe, natuurvolgende boscomplexen ontstaan. Robuuste ontginningslanen, bestaande uit verschillende boomsoorten zoals eik, haagbeuk en beuk, voorkomen grootschalige uitval door plagen. Ook door het inzetten van kruidenrijke akkerranden wordt het landschap meer ecologisch dooraderd.
0
80
250
500 m
planuitwerking, deelgebied 1 (toekomstige situatie)
fasering De huidige situatie toont een kaal landschap dat volledig gericht is op productie. Er zijn weinig landschapselementen aanwezig. De bodem ligt grotendeels ook open en kwetsbaar voor droogte en uitspoeling.
huidige situatie
Tijdens de aanplantfase wordt er per bodemtype gekeken welke landschapselementen er aangeplant kunnen worden. Deze fase vraagt nog vooral geduld en beheer. Na 10 tot 20 jaar is de aanplant uitgegroeid tot een volwaardige vegetatie. Dit bos wordt ingericht volgens de principes van ‘natuurvolgend bosbeheer’: door slimme en selectieve uitdunning (in plaats van radicale kaalkap) wordt de houtproductie geoptimaliseerd. Omdat het bos altijd bedekt is en bestaat uit een biodiverse variëteit aan bomen, is het aantrekkelijk voor recreatie en een geschikte leefplek voor fauna. Na 25+ jaar heeft het ontginningslandschap een gesloten boskarakter met rijke ondergroei, hoge biodiversiteit en een gevestigde recreatieve en productieve functie. De kenmerkende openheid van weleer is nu een houtbaar landschap dat tegelijk hout, voedsel, ecosysteemdiensten en beleving oplevert. Het voelt gevarieerder en meer besloten aan.
aanplantfase, 0-10 jaar
uitdunningsfase 10-20 jaar
volwassen fase, 25+ jaar
82
ontginningslandschap
Vormen van agroforestry wisselen zich af met de weides waardoor een afwisselend open en besloten landschapsbeeld ontstaat. lanen bestaan uit verschillende soorten of cultivars van dezelfde soort zoals eik, haagbeuk, beuk, om grootschalige uitval door plagen en ziektes lineaire groenstructuren volgen perceelsgrenzen
zichtlijnen vanaf de ontginningsas naar het landschap blijven open en worden versterkt door bomenrijen
akkerranden volgen de perceelsgrenzen en geven het gebied ecologische dooradering
er is voornamelijk sprake van kruidenrijk permanent grasland met vee dat weer buiten loopt, ook onder de bomen wordt vee gehouden in een silvopastoraal systeem
graslanden zijn kruidenrijk en worden gefaseerd gemaaid om bloei (ondersteuning insecten) en schuilgelegenheid (algemene biodiversiteit) te bevorderen.
84
85
bestaande situatie ontginningslandschap
het landschap wordt gedomineerd (naast bos) door graslanden met verschillende intensiteit. De meest intensieve productieve graslanden zijn kruidenrijk en worden gefaseerd gemaaid om bloei (ondersteuning insecten) en schuilgelegenheid (algemene biodiversiteit) te bevorderen
bloemrijke bermen
impressie van het nieuwe ontginningslandschap dat meer besloten en aangenamer aanvoelt dan voorheen
oude ontginningslanen worden weer zichtbaar omdat ze worden aangezet met een dubbele gemengde bomenrij
In het nieuwe ontginningslandschap wordt gebruik gemaakt van rassen die goed floreren op een rantsoen van gedroogd en vers gras zoals galloway runderen
beekvallei
zachte overgang van dorpsrand naar beekvallei aanplant van lineaire elementen op kavelstructuur om orthogonale structuur van cultuurlandschap zichtbaar te maken
Van nature aanwezige laagtes transformeren in nat moeras
zichtlijnen vanaf de ontginngingwegen richting het landschap blijven open en worden versterkt door singels en bomenrijen
Op fietsafstand van het dorp ontwaren kleine woonlandschappen/clusters waar in lage dichtheden houten huizen verrijzen. Dit gebeurd voornamelijk op plaatsen waar boeren zijn gestopt. De oriëntatie volgt de kavelstructuur
88
89
dorpsrand naar beek De doorsnede toont de opbouw van de beekvallei. Deze zonering is functioneel bepaald door waterhuishouding, beheer en ecologische gradiënt, en vormt tegelijk een aaneengesloten habitatgradiënt van droog naar nat.
kamsalamander
bruine kikker
ijsvogel
w on
in g
1:2 of 1:3
90
tuin
houtkant
oever
Aa
variabel
3m
2,5m
1,5 tot 5m
beekprik
kopvoorn
boomkruiper
gruto
kleine bonte specht
kievit
watervleermuis
1:10
pad 1,5m
flauw oevertalud met ruimte voor water
hooiland
variabel
91
overgang ontginningslaan naar landschap
1
2
3
SILVOPASTORALE LANDBOUW
bomenrij
berm en bomenrij
3m
2,50m
3m
1
2
3
Vee wordt gehouden onder walnoten-, kastanje-, en eikenbomen en grazen van het kruidenrijk gras.
Nieuwe recreatiewoningen duiken op in het ontginningslandschap en dienen als nieuwe inkomstenbron voor de boer.
Het gebied wordt terug aantrekkelijk om doorheen te bewegen om te recreëren.
92
DUB
recreatief pad
4
6
BBELE BOMENLAAN
berm recreatief pad en bomenrij
rijbaan, 2-richtings
5,00-6,00m
3m
2,50m
5
NATUURVOLGEND PRODUCTIEBOS
bomenrij
3m
4
5
De ontginningslanen worden de structuurbepaldende elementen in het voormalige ontginningslandschap, het worden herkenbare bakens die zullen leiden tot de dorpskern.
Het nieuw aangeplante bos wordt beheerd volgens natuurvolgend bosbeheer, de natuurlijke processen van het bos worden hierbij als uitganspunt genomen.
6
Doorheen bos kan vrij gerecreëerd worden.
93
5.3 van dorpsrand naar kampenlandschap van harde scheiding naar hybride gebieden Bestaande situatie Het bestaande kampenland is een agrarisch mozaïek van akkers, graslanden, bos en verspreide erven. De oorspronkelijke kleinschaligheid van het kampenlandschap is nog steeds herkenbaar, maar is door ruilverkaveling en schaalvergroting sterk vervaagd. Percelen zijn groter en de landbouw is intensiever geworden, met een sterke concentratie van veehouderij en grote agrarische bedrijfsgebouwen verspreid over het landschap.
weinig tot geen KLE’s
kleinschalige perceelsstructuur
0
94
250
500 m
stallen (veehouderij) en monotone teelten zoals maïs en intensief grasland domineren het landschap
te smalle beken zorgen voor beperkte migratiemogelijkheden voor dieren
verspreide boerenerven
Moeilijk te bereiken landbouwgronden versmalde toegang tot percelen onder druk van nieuwe verkavelingen
grootschalige glastuinbouw tussen kale akkers en weilanden
planuitwerking, deelgebied 1 (nieuwe situatie)
m
eg
landschap
uitgangspunten
mu
erf en kavel
kleinschaligheid, onregelmatigheid en vruchtbaarheid van de ondergrond vormen het uitgangspunt
kleinschalighied versterken door aanplant van5mbomenrijen, houtwallen en heggen op 5m 5m 5m 5m 5m weg weg bomenrij bomenrij bomenrij bomenrij oorspronkelijke kavelstructuur
infrastructuur
al al kd ekd e be be
5m
3m
3m
bloem- en bloem- en kruidenrijke kruidenrijke berm berm
96
2,5m
l l da da ek eek e b b
2,5m 4m
4m
5m
bomenrijbomenrij
2,5m
2,5m
5m
5m
weg
weg
5m
5m
bomenrijbomenrij
prinipeprofiel hoofdwegen: voor de landbouw voldoende breed profel met bomen aan weerzijden
se
ultifunctionele houtwallen en diverse lanen worden aangeplant langs wegen en perceelsgrenzen
recreatieve paden langs erf- en perceelsgrenzen maken het landschap beleefbaar
aanplanten van erfbeplanting om raamwerk te verstevigen 5m 5m 5m 6m 6m
verbinden van veldwegen en aanleg van nieuw recreatief netwerk 3m 3m 2,5m 2,5m 4m 4m 2,5m 2,5m
bomenrij
bomenrij
m
nrij
bomenrij
weg
5m
5m
6m
6m
bomenrij
bomenrij
weg
wegbloem- en kruidenrijke berm
weg
3m
bloem- en bloem- en kruidenrijke kruidenrijke berm berm
3m 2,5m
2,5m 4m
4m 2,5m
2,5m
bloem- en kruidenrijke berm
prinipeprofiel secundaire wegen: ecundaire wegen zijn somberder aangeplant maar voorzien van houtwallen waar mogelijk
prinipeprofiel veldwegen: veldwegen zijn bij voorkeur onverhard en worden gebruikt voor lokaal verkeer en landbouwverkeer 97
toekomstige situatie Abrupte of rommelige overgangen van dorpsrand naar landelijk gebied zijn in het Ravels van 2050 verleden tijd. De dorprand worden aantrekkelijke hybride gebieden waar kleinschalige landbouw samen met de lokale gemeenschap wordt bedreven. Deze agrarische boer-burger collectieven hebben zowel een sterke landschappelijke als agrarische component. De erven en percelen zijn onderdeel van het landschappelijk raamwerk van lanen, houtwallenen waterlopen die vanuit het buitengebied tot diep in het diep wortelt. Deze groenblauwe lijnen zorgen voor een sterke ruimtelijke verbinding tussen de woongebieden en het agrarische kampenlandschap op de voormalige plaggengronden. Binnen het raamwerk zorgt een fijnmazig netwerk van wandel- en fietsroutes voor een goede toegankelijkheid van het landschap.
0
98
250
500 m
P
99 planuitwerking, deelgebied 2 (toekomstige situatie)
dorpsrand
kleinschalige tuinderijen en CSA-initiatieven vinden plaats rondom de erven en verbinden de boer zo met de dorpsbewoner
Zichtlijnen op het kampenlandschap vanaf wegen worden vesterkt door houkanten en singels
aanplant van lineaire elementen op kavelstructuur als onderdeel van het kleinschalige landcshap
dorpsranden functioneren als poorten naar het landschap
de overgang van het dorp naar het landschap wordt vormegegeven door een houtwal van +/- 7 m
Op fietsafstand van het dorp dienen de bossen als woonlandschappen/clusters waar in lage dichtheden houten huizen verrijzen. Dit gebeurd voornamelijk op plaatsen waar boeren zijn gestopt.
100
P
101
bestaande situatie beekvalleilandschap
102
doordat het lanschap niet enkel gefocust is op productie kunnen fauna en flora zich beter ontwikkelen in dit landschap
impressie van het nieuwe beekvalleilandschap waar het aangenaam recrearen is en waar evologische waarden terug hersteld zijn
inzet van robuuste, zelfredzame runderrassen in het nieuw beekvalleilandschap lanschap is beter beleefbaar door aanleg recreatief netwerk
ontwikkeling van natte natuur in de beekvallei 103
4
1
1
Varkens werken mee in de korte keten door het groenafval op te eten.
akkerranden
(ecologische dooradering)
teeltbed
3m
3m
2
3
Om schade aan de bodem te voorkomen
Rondom de kernen wordt gebruk gemaakt van strokenteelt. Dit is bevordelijk voor de biodiversiteit en werkt tevens als plaagbestrijding.
wordt er zoveel mogelijk gebruik gemaakt van onbereden teeltbedden. Wortels kunnen zich
104
2
3
zo optimaal ontwikkelen en voedingstoffen en water zijn beter beschikbaar.
5 6
4
Lineaire voedselbossen maken het cultuurhistorische kavelpatroon rondom de dorpskernen terug zichtbaar.
5
Er wordt zoveel mogellijk gebruik gemaakt van maaimeststoffen in plaats van dierlijke mestsoffen. Dit is veel beter voor het bodemleven: meer wormen, en een betere bodemstructuur.
6
Gemeenschapslandbouw door samenwerkingen tussen dorpsbewoners en lokale boeren.
105
hoe ziet zo’n houtwal eruit? In mijn ontwerp maak ik veel gebruik van houtkanten. Dit zijn lijnvormige beplantingselementen die van oudsher de karakteristieke percelering van het kampenlandschap markeren. Ze ontstonden historisch als afscheiding tussen kleinschalige akkers en weilanden, vaak op een lichte aarden wal (houtwal) die ontstond door eeuwenlange grondbewerking langs de perceelsgrens. In mijn ontwerp worden deze lijnvormige elementen ingezet als ‘lineaire voedselbossen’. Wandelaars en bewoners kunnen gebruik van het brede aanbod aan vruchten en (klein) fruit die deze houtkanten te bieden hebben.
15-20m
Functies: • • • •
Perceelsafscheiding en windsingel voor vee en gewassen Ecologische verbindingszone en habitat voor kleine fauna en vogels Bron van hout (brandhout, geriefhout) en koolstofopslag Versterking van de kleinschalige, besloten landschapsbeleving kenmerkend voor het kampenlandschap
kruinlaag walnoot, vlier, kastanje klimmers
5-15m
kiwibes, druif tussenlaag
3-8m
1-3m
0,3-1,2m
0,1-0,3m
106
peer, appel, kers
stuiklaag braam, framboos, hazelaar kruidlaag smeerwortel, varens bodembedekkers aardbij, bosbes
2-8 meter
1,5 me
eter
kruinlaag: walnoot, vlier, kastanje
klimmers: kiwibes, druif
tussenlaag: peer, appel, kers
struiklaag: braam, framboos, hazelaar
kruidlaag: smeerwortel, varens
bodembedekkers: aardbij, bosbes
107
bestaande situatie kampenlandschap
bloem- en kruidenrijke bermen
108
teelt van humane voeding (wortels in dit geval) op de voedingsrijke, voormalige plaggengronden
impressie van het nieuwe kampenlansdschap waar humane voedselproductie voorrang heeft op voederproductie
enkele bomenrij (beuk, acacia, eik, kastanje ) langs secundaire wegen ‘lineaire voedselbossen’ zijn bereikbaar voor recreanten door recreatief netwerk, recreanten kunnen voluit gebruik maken van al hetgeen de houkanten en wallen te bieden hebben
dubbel benutten van voedselrijke houtwallen om het kleinschalige en afwisselende landschap te versterken 109
VI ontwikkelstrat
110
tegie
111
6.1 ontwikkelstrategie de overheid als regisseur
Deze visie die als doel heeft om tot een volwaardig ‘Houtbaar’ landschap te komen tegen 2050. De overheid neemt in dit verhaal een reggiseursrol. Het creëert draagvlak, zorgt voor de juiste prikkels en ondersteunt samenwerkingen.
Verwaarden ecosysteemdiensten
Het verwaarden van ecosysteemdiensten kan op meerdere manieren: een afdracht uit toeristische inkomsten of vastgoedwaarde die terugvloeit naar een regionaal groenfonds, uitstootcompensatie in Tegelijk is een klassieke, top-down planningsaanpak de vorm van carboncredits waarbij industrie, verkeer niet wenselijk: het zijn de boeren en grondeigenaren en landbouw betalen voor de koolstof die bomen die de omslag concreet moeten maken, zij zijn vastleggen. immers de hoeders van het landschap. De overheid Een andere geldstroom kan verkregen worden neemt daarom geen uitvoerende, maar een door het verrekenen van lagere zorgkosten regisserende rol op zich: ze brengt actoren samen, dankzij schonere lucht en minder schade door stelt kaders en randvoorwaarden vast, en faciliteert droogte en wateroverlast. Opgeteld bij de houtde overgang zonder die van bovenaf op te leggen. en voedseloogst kan een hectare bos zo op verschillende manieren tegelijk renderen. Tijdslijn Overstapmoment voor de boer Op korte termijn ligt de nadruk op het afvangen van stikstof en fijnstof. Het eerst wat er gaat gebeuren is Het kantelpunt waarop een boer beslist om aanplanten van bos en houtige landschapselemten. de overstap te maken van landbouw naar De omschakeling van landbouwgrond naar bos, natuurinclusieve landbouw of houtteelt ligt daar boomweides of agroforestry maakt tegelijk ruimte waar bos en houtige landschapselemten meer vrij voor de aanleg voor bouw- en infraprojecten opbrengen dan het huidige gebruik van de grond. elders. Als de opbrengsten uit ecosysteemdiensten (waaronder ook de verkoop van hout) meer Op de middellange termijn (tien tot dertig jaar) opbrengt dan de huidige landbouwopbrengst, wordt evolueert dat bos naar een aantrekkelijk woon- en een break-evenpunt bereikt. Waar dat punt exact recreatielandschap. Een gezond landschap van ligt laat ik in mijn onderzoek in het midden, maar die schaal drukt bovendien de maatschappelijke doordat de strategie vertrekt vanuit de individuele kosten in de gezondheidszorg omdat boven fijnstof landbouwer is ze in principe opschaalbaar. Voor opvangen en de mentale gezondheid van mensen boeren is overstappen op houtbouw niet alleen een omhoog gaat omdat ze werken en recreeren in de duurzame nieuwe inkomstenbron, het zorgt teven buurt van bos. voor een aantrekkelijker landschap voor iedereen. Een randvoorwaarde voor de omschakeling Het verschil tot aan het break-evenpunt kan naar een houtbaar landschap is een eerlijke overbrugd worden met directe verkopen — van vergoeding voor boeren en landschapsbeheerders woningen of fosfaatrechten — en gerichte subsidies. die landschapselementen aanleggen en onderhouden. Dit gebeurd door het verwaarden van ecosysteemdiensten.
112
overheid
landschapsarchitect
economen en experts
boer met behulp van burgers
De boer neemt een centrale vorm aan in het verhaal, hij plant immers het raamwerk aan. De overheid neemt de reggiseurrol op zich.
groenfon
ds op
houtverko
verkoop
fosfaatre
chten
ren minder die minder la ndbouwg ron
d
Wanneer een hectare bos per saldo meer oplevert dan een hectare landbouwgrond kan de financiële prikkel voor verdere schaalvergroting worden weggenomen.
113
€1.000–5.000/ha/jaar
)
ho
ve
ge
tie
ali
ut
en
w
on
ea cr re
€
e rd
kl bo eins uw ch
de vervuiler betaalt via CO₂-credits voor de vastgelegde CO₂ in het landschap
voe dse l
aa
omsten (verkoop van
w
ktink mar
ot co mp en
sa ti
e
ke sie as kl
uit sto
ing bos en landschap leveren “carboncredits” op (ecosysteemdiensten) geld gaat via een regionaal groenfonds terug naar boeren/landschapsbeheerders
2000 ha
a en ev
cc
vo o
r
ti
vit
eit
en
ba te n
Wanneer een hectare bos per saldo meer oplevert dan een hectare landbouwgrond kan de financiële prikkel voor verdere schaalvergroting worden weggenomen.
114
ho
ut
pr
ijs
:
st
n
minde r scha delijke gezon invloed dheid op
s ie id
bs
kt e
kan sen
er
su
g regionaal groenfonds € em 10 id als intermediar 0/ de ha ld e
oo g
be p
r oo ing n v rijd ste best o k e ere ch lag emis h c
Levert ca.7m3/hout/ha/jaar op (na 20 jaar)
grond sto ffe n
minder kosten door schade en toevoer
huidige inkomstenbron
stikstofcrisis en aanplant
recreatie en productielandschap
HOUTBAAR LANDSCHAP
fase 1 0-10 jaar
fase 2 10-30 jaar
fase 3 30-50 jaar
€ (cummulatief) €2000
€1500
toekomstige inkomstenbron
aanvullen met directe verkopen en subsidies. kleinschalige (houten) woningbouw en de verkoop van fosfaatrechten door het afbouwen van landbouwgrond. Subsidies uit het SNL, GLB of ander (nieuw op te richten) fonds break - even point t.o.v. huidig inkomen
inkomsten uit ecosysteemdiensten (bij hoge CO2 beprijzing)
uitstootcompensatie verschil in opbrengsten aanvullen tot break-even prijs kansen voor baten
€1000
gem. inkomen/ha
melkveehouderij (incl GLB subsidie)
beperkte CO2 opname en lage CO2 prijs
oogst pionierssoorten
grondstoffenoogst
recreatie kleinschalige houtbouw
€0 2025
2030
2035
2040
2045
2050
2055
2060
tijdspad ontwikkelstrategie
115
6.2 tot slot
Hoeveel winst valt er te halen?
2025
64% landbouw
20% bos=1900 ha
7% wonen 2,7% natuur en reservaat 1,1% industrie 1,5% recreatie 3,7% overig
x 2 427 504
116
2050 34% natuurinclusieve landbouw
50% bos=4750 ha
7% wonen
1,1% industrie 4% recreatie
5,9% overig
x 1 200 433
117
heideontginngingen Van ongeschonden heidelandschap, via decennia van onginnging en vervolgende schaalvergroting in
Binnen een tijdsbestek van 25 jaar, en door een halvering van de veestapel is het mogelijk 2000 ha bos aan te planten alsook 50 km aan lineaire groenstructuren. Dit zal ervoor zorgen dat de helft van de totale oppervlakrte van de gemeente bebost zal worden. Door in te zetten op grootschalige bebossing om de gevolgen van klimaatverandering te beperken en daardoor een kleinschalige, groen en voedselinclusief landschap te creëren hoop ik een breed maatschappelijk doel te realiseren. Deze visie vormt de eerste stap en kan hopelijk als inspiratie dienen voor de recente ontwikkelingen rondom de bossenstrategie, de green new deal en de herziening van het Europees landbouwbeleid.
118
n de landbouw, naar een houtbaar landschap waarin boer en landschap elkaar weer versterken.
119
bibliografie Kaartbeelden De kaartbeelden zijn gemaakt, geabstraheerd en bewerkt met behulp van de volgende databronnen: PDOK, Geopunt, Digitaal Hoogtemodel Vlaanderen, Vlaamse Hydrografische Atlas - Waterlopen, landschapskaart provincie Antwerpen, ruimtebeslag, data Agentschap Natuur en Bos. Bronnen Kempens Erfgoed. (z.d.). Beeldbank Noorderkempen: Foto’s uit de oude doos]. Geraadpleegd op 11 augustus 2026, van https://collecties. kempenserfgoed.be/zoeken/groep=Beeldbank/ groep=Kranten/groep=Expos/Zoek=Weelde/pagina=7/aantalpp=16/?nav_id=0-0 Delcampe. (z.d.). Ravels [Zoekresultaten verzamelobjecten]. Geraadpleegd op 11 augustus 2026, van https://www.delcampe.net/en_GB/collectables/search?...term=Ravels Nationaal Park Taxandria. (z.d.). Documenten. Geraadpleegd op 11 augustus 2026, van https:// nptax.be/nl/documenten Metaforum KU Leuven. (2024). Duurzame landbouwproductie en de maatschappelijke uitdagingen (Metaforum-visietekst nr. 22). KU Leuven. https://www.kuleuven.be/metaforum/ visie-en-debatteksten/metaforum-visietekst-duurzame-landbouwproductie-definitieve-versie-website-gecorrigeerd.pdf Voedsel Anders. (2021, 7 september). Landsharing of landsparing? Naar reële oplossingen! https://www.voedsel-anders.be/landsharing-landsparing-naar-reele-oplossingen
120
Knack. (z.d.). Het is best mogelijk om voldoende voedsel te produceren zonder de natuur verder te vernietigen. Geraadpleegd op 11 augustus 2026, van https://www.knack.be/ nieuws/het-is-best-mogelijk-om-voldoende-voedsel-te-produceren-zonder-de-natuur-verder-te-vernietigen/
Natuurpunt. (z.d.). Natuur in het hart. Geraadpleegd op 11 augustus 2026, van https://www. natuurpunt.be/dit-is-natuurpunt/natuurbeleid/ natuur-in-het-hart Homolová, A., De Korte, L., & Joosten, T. (2026, 11 mei). GLB: miljarden voor de boer, wie krijgt wat van Brussel? Follow the Money. https:// www.ftm.nl/artikelen/glb-miljarden-voor-de-boer-wie-krijgt-wat-van-brussel De Standaard. (z.d.). De boer die niet vergroot, gaat dood. Geraadpleegd op 11 augustus 2026, van https://www.standaard.be/nieuws/de-boerdie-niet-vergroot-gaat-dood/47760033.html Knak de Worst. (z.d.). [Titel kon niet met zekerheid worden vastgesteld]. Geraadpleegd op 11 augustus 2026, van https://www.knakdeworst.nl/ cms/?p=14352 Nederland Vegan. (z.d.). Nederland Vegan NL [PDF]. https://nederlandveganland.nl/Nederland-Vegan-NL.pdf Vlaamse overheid. (z.d.). [Titel kon niet met zekerheid worden vastgesteld] [PDF]. Publicaties Vlaanderen. https://publicaties.vlaanderen.be/ view-file/57349 Statistiek Vlaanderen. (z.d.). Gemeente in vogelvlucht: Turnhout. Geraadpleegd op 11 augustus 2026, van https://gemeente-stadsmonitor. vlaanderen.be/gemeente-vogelvlucht?gemeente=Turnhout Provincies in Cijfers. (z.d.). Dashboard [Interactief dashboard]. Geraadpleegd op 11 augustus 2026, van https://provincies.incijfers.be/dashboard/l Vlaams Parlement. (z.d.) De relatie tussen landbouw en natuur: het stikstofdossier, het Parkendecreet en de mestactieplannen. vlaamsparlement.be
Orys Advocaten. Het Krokusakkoord – deel 2: het stikstofakkoord (2022). orys.be Nieuwe Oogst. Vlaamse regering bereikt stikstofakkoord en noemt het PAS (10 maart 2023). nieuweoogst.nl Departement Landbouw en Zeevisserij. Het stikstofakkoord meer in detail. lv.vlaanderen.be VRT NWS. Ravels overlegt met boze boeren over stikstof: “Dit is een moord op de landbouw in onze regio” (28 april 2022). vrt.be Apache / Onderzoekscollectief Spit. Nederlandse veehouders verhuizen naar België (28 mei 2021). apache.be / onderzoekscollectiefspit.nl Landbouwleven. Te veel kleine landschapselementen verdwijnen (27 oktober 2022). landbouwleven.be VRT NWS. Waardevolle Vlaamse plattelandsnatuur vaker illegaal vernietigd: “Herstel kan honderden jaren duren” (16 april 2026). vrt.be VILT vzw. Illegale vernietiging plattelandsnatuur neemt toe (18 mei 2026). vilt.be Afbeeldingen
https://www.provincieantwerpen.be/index.php/nl/integraalwaterbeleid/veleau/vallei-van-de-aa Multimedium BVBA. (z.d.). Domein - Weelde. Vzw Kempens Landschap. https://www.kempenslandschap.be/nl/over-kempens-landschap/domeinen/ruraal-erfgoed/weelde De bodem van dit bos is bedekt door varens | Natuurwijzer. (z.d.). https://natuurwijzer.naturalis.nl/media/1042 Vogelbescherming Nederland. (z.d.-b). Grutto. Vogelbescherming. https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/grutto Orangefit. (2024, 9 juli). Zijn walnoten gezond? 5 redenen waarom je ze vaker wil eten. Orangefit®. https://www.orangefit.be/fitblog/ voeding/walnoten-gezond Vogelbescherming Nederland. (z.d.-c). Kievit. Vogelbescherming. https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/kievit De Vree, J. (z.d.). bocagelandschap. Joost de Vree. https://www. joostdevree.nl/b/bocagelandschap Berge, M. T., & Berge, M. T. (2023, 18 juli). How a forest grows. Trees For All. https://treesforall.nl/en/growing-phases-of-a-forest/ Joosten, T. (2020, 3 september). Acht misvattingen over boeren (in negen grafieken). Follow The Money - Platform Voor Onderzoeksjournalistiek. https://www.ftm.nl/artikelen/boer-en-veehouder-ontzien FanatiekMitchell. (2025, 17 april). Onbereden teeltbedden - Zonnegoed. Zonnegoed. https://www.zonnegoed.nl/ingredient/onbereden-teeltbedden/ FanatiekMitchell. (2023, 20 december). Maaimeststoffen - zonnegoed. Zonnegoed. https://www.zonnegoed.nl/ingredient/maaimeststoffen/
Naaldbomen [Foto]. Zoom.nl. https://zoom.nl/foto/landschap/873332/naaldbomen?object=category&object_id=5 IPC Groene Ruimte. (2023, 6 februari). Natuurvolgend in plaats van cultuurvolgend groenbeheer [Foto]. https://ipcgroen.nl/kennis-inspiratie/natuurvolgend-in-plaats-van-cultuurvolgend-groenbeheer Vogelbescherming Nederland. (z.d.). Boomkruiper. Vogelbescherming. https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/boomkruiper 31 Jully 1826 onz buiten bij Delft. (z.d.). https://commons.wikimedia.org/wiki/File:31_Jully_1826_onz_buiten_bij_Delft,_Balthasar_ Jooss,_SA_Delft,_inv.nr._4789.jpg Foto’s uit de oude doos van: Landbouwmechanisatie - 1957 II https://www.agrifoto.nl/reportages/11418/fotos-uit-de-oude-doosvan-landbouwmechanisatie-1957-ii Familie van Bijsterveldt wil ieder jaar betere resultaten - De Heus Voeders. (2023, 11 september). https://www.deheus.be/ over-ons/kijk-bij-onze-klanten/familie-van-bijsterveldt-wil-ieder-jaar-betere-resultaten
121
Thijs klein ovink landschapsarchitectuur Academie van Bouwkunst Amsterdam, augustus 2026