N A T T E voeten D R O G E
op het
Klimaatmigratie en systeemherstel op de hoge gronden
Colofon: Titel van het rapport: Natte voeten op het droge Klimaatmigratie en systeemherstel op de hoge gronden Datum: 7 jul. 2026 Versie: 1.1 Inge Noten Afstudeerproject aan de Academie van Bouwkunst Amsterdam Master Stedenbouwkunde Contact: ingenoten@hotmail.nl Commissie leden: Herman Zonderland (mentor) Jitske Tiemersma Eric Frijters Externe commissie leden: Giacomo Gallo Flora Nycolaas 2
NATTE VOETEN OP HET DROGE Klimaatmigratie en systeemherstel op de hoge gronden
3
Onbewoonbaar geworden huizen in de wijk Pathmos Enschede. Foto: Marcel van den Bergh / de Volkskrant 4
Voorwoord Toen ik in het voorjaar van 2024 de eerste versie van mijn afstudeeronderzoeksopzet aan het schrijven was, had ik mijn nooit kunnen voorstellen dat mijn afstudeeronderzoek door een ramp die zomer zo het proces zou veranderen. Mijn initiële zoektocht startte met een fascinatie over hoe klimaatverandering onze statische wereld dwingt tot verandering. Wereldwijd bedreigt zeespiegelstijging de kust en treden rivieren buiten hun oevers, met alle gevolgen van dien. De natuurlijke systemen die doordringen in onze piekfijn geregelde en getemde woonomgevingen. Die clash tussen de statische menselijke manier van leven en de dynamische natuur, dat raakvlak, dat interesseert mij.
Op 21 juli 2024 zijn tientallen gezinnen in Enschede ontheemd geraakt door extreme regenval. Ik dacht bij mijzelf; Enschede? Een stad die gevestigd is op de helling van een stuwwal, op de hoge en droge zandgronden. Hoe kan een stad, die ik in mijn aannames juist zag als een van de veilige’ havens voor de dreigende zeespiegelstijging, zoiets overkomen?
Ondanks dat het onderzoek gedurende het proces meermaals een nieuwe wending aangenomen heeft door de bevindingen van het onderzoek, bleef die initiële fascinatie mij altijd leiden. Die botsing tussen onze geregelde statische wereld, en de natuurlijke systemen waar wij deze wereld op gebouwd hebben, daar zit voor Mijn onderzoek begon met de vraag hoe klimaatmigratie al onze leefgebieden een opgave. in Nederland eruit zou zien wanneer er een onvermijdelijke ramp zou gebeuren. Hoe kunnen we dat Klimaatverandering vraagt om flexibiliteit in alle lagen nu vormgeven, zodat we in de toekomst voorbereid zijn, van ons bestaan. Is het mogelijk om onze statische inplaats van dat de ramp ons overvalt. Die zoektocht wereld mee te laten bewegen met de dynamische begon in Zeeland met de vraag; ‘waar moeten al deze natuurlijke wereld? mensen naartoe?’. Hoe ziet klimaatmigratie, van een grote schaal zoals de pronvincie Zeeland eruit? Gedurende het onderzoek kwam er al snel een prangendere realisatie naar boven. In mijn aannames was ik ervan uitgegaan dat rondom de kust en de rivieren de eerste Nederlandse klimaatmigratie deze eeuw mogelijk al zou plaatsvinden. Maar ik realiseerde mij dat enkele maanden geleden, in de zomer van 2024, de eerste klimaatvluchtelingen van Nederland deze eeuw al een feit waren.
5
Samenvatting Klimaatverandering en de toename van extreme neerslag stellen Nederlandse steden voor een urgente ruimtelijke opgave. De hevige regenval van 21 juli 2024 in Enschede maakte duidelijk dat ook steden op hogere zandgronden kwetsbaar zijn voor wateroverlast. In wijken als Pathmos en Stadsveld stroomde regenwater, vermengd met rioolwater, woningen binnen. In tientallen huizen liep het water op tot ongeveer 40 centimeter en meer dan 60 woningen werden onbewoonbaar verklaard. Deze gebeurtenis laat zien dat wateroverlast uit neerslag niet langer als een incidenteel probleem kan worden beschouwd, maar als een ruimtelijke en maatschappelijke opgave met grote gevolgen voor bewoners. De kwetsbaarheid van Enschede hangt nauw samen met de manier waarop de stad zich heeft ontwikkeld. In de loop der tijd is het stedelijk weefsel over bestaande laagtes, beken en beekdalen heen gebouwd. Hoewel deze structuren in het dagelijks gebruik grotendeels onzichtbaar zijn geworden, blijven zij bepalend voor de manier waarop water zich door de stad beweegt. Juist door de toename van extreme neerslag worden deze verdwenen systemen opnieuw zichtbaar, niet als landschappelijke kwaliteit, maar in de vorm van wateroverlast. Daarmee ontstaat een duidelijk spanningsveld tussen het huidige ruimtegebruik en de patronen van de ondergrond.
Deze benadering wordt uitgewerkt in Stadsveld, een wijk in het westen van Enschede die in een lagergelegen zone ligt waar een kuil en een een breed beekdal voorkomt. Door het terugbrengen van een verdwenen beekdal ontstaat een beekdal waar plek is voor de bewoners, voor ecologie en nieuwe ontwikkeling. Het ontwerp anticipeert op verschillende klimaatscenario’s. Bij een T100-bui krijgt water ruimte in de laagste delen van het gebied, terwijl verhoogde paden en alternatieve routes de bruikbaarheid van de wijk waarborgen. Bij een extremer T1000-scenario reikt het water verder in de overgangszones en worden aanvullende waterrobuuste maatregelen in de bebouwing noodzakelijk, zoals afsluitbare gevels en voorzieningen voor gecontroleerde afvoer. Enschede staat in deze context niet op zichzelf, maar laat een kwetsbaarheid zien die ook op veel andere plekken in Nederland aanwezig is. De wateroverlast van 2024 is daarom niet alleen te begrijpen als een lokaal incident, maar ook als een waarschuwing voor steden en dorpen op de hogere zandgronden. Laat de ramp en de gevolgen in Enschede ons leren hoe we in Nederland én internationaal met ons landschap omgaan. Door proactief onze leefomgeving aan te passen op de ondergrond en haar systemen en klimaatverandering zo ruimte te geven, maken we onze steden en inwoners robuuster.
De gebeurtenissen in Enschede maken duidelijk dat het beschermen van individuele woningen onvoldoende Daar krijgen we veel voor terug. is. In getroffen buurten kwam het water niet vanuit één richting, maar via meerdere kanten tegelijk de woning binnen: via deuren, vloeren, kwel en het riool. Daardoor wordt zichtbaar dat het hier niet gaat om losse woningproblemen, maar om een systeemprobleem op gebiedsniveau. Ook technische ingrepen zoals wadi’s, waterbassins en omleidingen bieden slechts gedeeltelijk verlichting wanneer zij alleen plaatselijk worden toegepast. Ze kunnen de druk lokaal verminderen, maar nemen de fundamentele mismatch tussen stad en watersysteem niet weg. Het is tijd om landschap in te passen in de stad: landschappelijke stedenbouw. Door het klimaat en de ondergrond centraal te stellen en daar de stedenbouw op te laten reageren, maken we robuuste steden. Dit leidt tot de strategie: Enschede stroomt. Het klimaat bepaald het gebied, de ondergrond de functie en stedenbouw sluit daarop aan.
6
21 juli 2024 Broekheurnerweg Enschede. Foto: Henk ten Harkel 1Twente 7
Inhoudsopgave
1.
2.
3.
De eerste klimaatvluchtelingen
Oorzaken van de wateroverlast
Het Enschede van de toekomst
Pagina 10
Pagina 24
Pagina 54
1.1. De eerste klimaatvluchtelingen van Nederland deze eeuw
2.1. Klimaat
3.1. Stadsreset: Landschappelijke stedenbouw
1.2. Wateroverlast in Nederland 1.3. Wateroverlast in Enschede 1.4. Natte voeten op het hoge droge 1.5. Leeswijzer
8
2.2. Ondergrond & structuren 2.3. Gebruik 2.4. Het conflict tussen de lagen
4.
5.
6.
Enschede Stroomt!
Samenleven in het beekdal
Enschede Stroomt als voorbeeld!
Pagina 58
Pagina 74
Pagina 114
4.1. Enschede Stroomt!
5.1. Stadsveld
4.2. De strategie
5.2. Themakaarten
6.1. Wat is de staat van de rest van Nederland?
5.3. Het plan
6.2. Vingerafdruk van de waterproblematiek
5.4. Deelgebieden 5.5. Uitkomsten 5.6. Fasering
9
10
1.
DE EERSTE KLIMAATVLUCHTELINGEN
Dichtgetimmerde woningen in Pathmos - Reinier van Willigen / Tubantia 11
1.1. Aanleiding De eerste klimaatvluchtelingen van Nederland deze eeuw 21 juli 2024, een datum waar vast vele bewoners van Enschede nog weten waar ze op dat moment waren. In verschillende delen van het land viel overvloedige regenval. Vooral in Twente was de overlast groot. Vele straten kwamen onder water te staan, maar tot overmate van ramp liep het water ook vele huizen binnen. Er is veel gebeurd since juli 2024. Terugkijkend nu (in juli 2026) is het leven in de zwaarst getroffen straten nog niet terug bij het oude. In onder andere de wijken Pathmos en Stadsveld had er in tientallen woningen tot wel 40 centimeter aan regenwater gemixt met rioolwater gestaan. Meer dan 60 woningen werden in de dagen volgend op de ramp onbewoonbaar verklaart. Met één hevige bui waren de bewoners hun woning kwijt. Één hevige bui, die overal in Nederland had kunnen vallen, maakte in Enschede mogelijk wel de eerste klimaatvluchtelingen van Nederland. Het roept de vraag op; was dit incicent eenmalig en zijn dit de laatste klimaatvluchtelingen in Nederland? Of heeft de situatie in Enschede een probleem blootgelegd dat op veel meer woonplekken aan de orde is?
Bewoners van Pathmos naast hun beschadigde inboedel - Oost 12
“In een half uur, drie kwartier viel er al 70 millimeter. Vier keer meer dan onze riolen aankunnen” - gemeentelijk waterdeskundige Koen Wagelaar
Dichtgetimmerde huizen die onbewoonbaar zijn verklaard - 1Twente/Niels Veurink 13
Schade door het water dat de woningen ingelopen is in Pathmos en Stadsveld - Wouter de Wilde / Oost 14
Een bewoner van Pathmos wijst aan tot waar het rioolwater stond - RTV Oost
Schimmel na de overstroming van de huizen - Herman Engbers / Trouw 15
1.2. Wateroverlast in Nederland Nederland heeft een rijke historie als het aankomt op leven met de dreiging van het water. Van het samenleven met water op de terpen, tot het weren van water met dijken en grote kunstwerken als de deltawerken. Door de jaren heen zijn er verscheidene technieken ontwikkelt om het land droog genoeg te houden. En niet enkel Nederlandse bodem wordt drooggehouden door de kennis die is opgedaan. Het is een heus exportproduct van de Nederlanders geworden. De dreiging van het water komt van vele kanten. Zo heeft Nederland te maken met een aantal verschillende type van wateroverlast: • Kustoverstroming: overstroming vanuit zee (veroorzaakt door storm, harde wind en/of springtij) • Fluviale overstroming: overstroming vanuit rivieren (veroorzaakt door langdurige of hevige regenval stroomafwaarts of in het stroomgebied) • Pluviale overstroming: wateroverlast door neerslag (extreme neerslag) Kustoverstroming Ondanks het opwerpen van kilometerslange dijken en het terugdringen van het water, is Nederland nooit geheel beschermd geweest tegen rampen. Velen vloeden hebben huisgehouden in het land. Het defensieve werk werd in sommige reacties zelfs een heus offensief tegen het water. De meest bekende ramp, de watersnoodramp van ’53, was een van die vloeden die grote gevolgen heeft gehad voor het watersysteem. De vloed, die voortkwam uit een combinatie van uiterst ongunstige omstandigheden, overstroomde grote delen van het land. Het aantal doden in Nederland bedroeg 1836, maar ook in het Verenigd Koninkrijk, op zee en in België maakte de overstroming slachtoffers. Tienduizenden dieren raakte verloren, 100.000 mensen verloren hun huis en de schade was enorm. Met de dreigende zeespiegelstijging gaat het vaak over de dreiging van het zeewater. Ondanks dat de kans van een overstroming vanuit de zee laag is, is de omvang van gevolgen na een overstroming groot.
Enschede na regenbui 12-7-2024 16
Fluviale overstroming Waar het Nederlandse watersysteem in de afgelopen eeuw vooral defensief en offensief is geweest naar kust en rivieren, is er deze eeuw verandering in gekomen. Er is een transitie gaande naar meebewegen. Programma’s zoals ruimte voor de rivier zorgen voor een nieuwe kijken nieuwe balans waar er ruimte is voor hoog water. Toch bant het niet de gehele wateroverlast uit. Enkele jaren geleden, in 2021, werd de provincie Limburg overvallen met op sommige plaatsen meer dan 150 milliliter regen in 48 uur tijd. In Limburg, maar ook in omliggende landen, veroorzaakte het grote schade (Vikki Thompson, KNMI-klimaatbericht, 2025). Pluviale overstroming Ieder jaar vallen er in Nederland buien die lokaal de waterhuishouding testen. Pluviale overstromingen lijken steeds vaker voor te komen. Intense en extreme regenval leggen zo een grote druk op de lokale watersystemen dat ze overspoelen en het water vrijuit door het landschap en woonomgevingen stroomt, met alle gevolgen van dien. In hoofdstuk 2 wordt verder ingegaan op deze extreme weersomsstandigheden en de effecten daarvan.
Kapotte kassen in Asten na de hagelstorm - Omroep Brabant
Horrorhagel Als geboren en getogen Leendenaar is voor ‘ons’ in Zuidoost-Brabant niet de storm in 2024 een verse herinnering aan noodweer, maar de storm van de zomer van 2016. Op 23 juni was er zo een zware hagelstorm dat er hagelstenen zo groot als golf- en tennisballen uit de lucht kwamen vallen. Het was een ramp. Een hagelstorm van 15 minuten heeft voor meer dan 500 miljoen schade in de regio aangericht. Het is een wonder dat er geen doden zijn gevallen. Niets bleef gespaard. Woonhuizen, schuren, kassen en auto’s bleven met flinke schade achter. Het is een kleine tien jaar gelegen, maar wanneer ik goed om me heen kijk zie ik de hagelschade nog terug. Zo staan de deuken van de hagelstenen nog als een heuse poffertjespan in de auto van mijn moeder. Maar extremen brengen ruimte voor vernieuwing. De pijn en de schrik die de storm heeft achtergelaten heeft zich ook gemanifesteerd in mooie dingen. Zo werden bijvoorbeeld kassen vernieuwd bij herbouw. De horrorhagel was niet de eerste, en zal ook niet de laatste weersextreme zijn in mijn eigen omgeving. Deze ‘eens in zoveel jaren’ extremen lijken wel vrijwel jaarlijks voor te komen. En hoewel je jezelf nooit helemaal kan voorbereiden, geeft het wel hoop om te zien hoe zulke extremen ook tot verbinding en vernieuwing kunnen leiden. Rampen zijn een krachtige katalysator voor verandering.
17
1.3. Wateroverlast in Enschede Enschede ligt ‘hoog en droog’ en toch is wateroverlast geen nieuw verschijnsel. 21 juli 2024 is een ramp in een reeks van aanhoudende wateroverlast in de stad. Zoekend in oude krantenartikelen wordt als snel een beeld geschetst van de vele locaties waar water op straat stond in de afgelopen 75 jaar. Wateroverlast in het nieuws: Om een beeld te geven bij de constante waterstress en resulterende wanhoop van bewoners over wateroverlast in Enschede, hierbij een greep uit het nieuws van de afgelopen 80 jaar. Houdt hierbij rekening dat deze greep uit het nieuws niet een compleet beeld geeft.
Ververstraat 13 hoek Bombazijnstraat wateroverlast 1969 De Volkskrant - 07-061983 (Delpher)
17-8-1969 (Erfgoed Enschede, Kolkman, H.) Twentsche courant - 07-061961 (Delpher) “De onweersbui trok over het zuidwestelijk gedeelte van Enschede en veroorzaakte daar plaatselijk veel wateroverlast. (...) Een uur na de bui was het water vrijwel overal weer verdwenen.” 1961 1955
Kruispunt GetfertsingelHaaksbergerstraatJanninkswegPathmossingel.
Tubantia - 15-011968 (Delpher) “Na de gladheid en de wateroverlast zorgden de weersomstandigheden vanmiddag voor nieuwe problemen: storm.“ 1968
1965
1968
Overstorming Pathmos
Oldenzaalsestraat richting Kalanderstraat 18
De Volkskrant - 2012-1988 (Delpher)
“Door zware regenval hebben Enschede, Hengelo en Deventer maandag te kampen gehad met ernstige wateroverlast. De riolering in de drie plaatsen kon de grote “Het merkwaardige is, hoeveelheid regen schrijft de VNG, dat het niet verwerken. In grondwater meer stijgt Enschede kwamen dan in overeenstemming daardoor tientallen is met de vroeger door de kruispunten blank te textielindustrie onttrokken staan. Invalswegen hoeveelheid water. van de stad moesten Honderden kelders van tijdelijk worden woningen en winkels zijn afgesloten.” inmiddels onder water komen te staan.” “Het verdwijnen van de textielindustrie, aan het eind van de jaren zeventigmoet als mogelijke oorzaak worden gezien van het; stijgende grondwaterpeil.”
1969
1960 (Erfgoed Enschede)
2-8-1910 (Erfgoed Enschede)
“In Enschede gebeurt iets griezelig. Het grondwater stijgt. Sinds 1980 is er twee meter bij gekomen. (...) Kelders van bewoners lopen vol. Bij de gemeente worden schadeclaim ingediend, maar die worden van de hand gewezen. “
1983
1988 1989
1975 Tubantia - 01-10-1968 (Delpher) “Door de langdurige regenval kon de riolering in dit deel van de stad het water niet meer verwerken, waardoor straten blank kwamen te staan.“
1985 Leeuwarder courant 09-08-1989 (Delpher) “Noodweer heeft in Enschede en Zwolle gisteravond tot overlast geleid. (...) In Enschede liepen tunnels onder water en traden tal van alarminstallaties in werking.”
Tubantia - 10-06-07 “Terwijl het in Enschede, Hengelo en Delden uit de hemel goot, was er bijvoorbeeld in Almelo niets aan de hand. In Hengevelde waar de Höftedagen werden gehouden overstemde de regen het geluid van De Heino’s, die er de stekker maar uit trokken. Enschede lijkt vooralsnog de meeste overlast te hebben gehad, er vielen hagelstenen van twee centimeter doorsnee. Alle brandweerlieden werden opgeroepen bij te springen.” Oldenzaalsestraat Enschede. Foto Pieter Holtman De Antaresstraat (Twekkelerveld) in Enschede 2010. Foto: Arnout van Veen
De Volkskrant - 04-061992 (Delpher)
RTL - 20-06-2013
“Zware regenval heeft dinsdagavond in Enschede grote overlast veroorzaakt. (...) Vooral de wijk Pathmos had zwaar te lijden onder het noodweer. Uit de inventarisatie die de politie woensdagochtend heeft opgemaakt, blijkt dat in veel straten het water tot twintig centimeter hoogte heeft gestaan.”
KNMI - 01-09-2010 “Op één na natste augustus in ruim honderd jaar.” “Augustus was wisselvallig en zeer nat. Gemiddeld over het land viel 170 mm neerslag, tegen 62 mm normaal. Daarmee was het de op één na natste oogstmaand sinds 1906.”
1992 1990
1994
2007 1995 NRC Handelsblad 29-06-1994 (Delpher) “Zware regenval heeft vanochtend in het oosten van het land voor wateroverlast gezorgd, vooral in Enschede.“
“Een wolkbreuk zorgt voor veel overlast in Enschede en Deventer. Er viel binnen een uur zoveel regen als normaal gesproken in een maand. ”
2005
(...) “In sommige straten staat volgens RTV Oost 15 tot 30 centimeter water. De brandweer is bezig het water weg te pompen.”
2010 2013 2009
2015
2025
Oost - 23-11-2009 “De riolering de wateroverlast niet overal aan, waardoor verschillende straten en tunnels blank kwamen te staan.“
19
Oorzaak wateroverlast in het nieuws: Tussen de artikelen over de wateroverlast, bevinden zich ook artikelen over de oorzaken van de wateroverlast. In 1969 kwam er al een rapport naar buiten van het waterschap De Regge, waarin ze een aantal belangrijke oorzaken geven. Tubantia - 17-01-1969 (Delpher) ALMELO — Een jaar geleden, in januari 1968, is voor het laatst ernstige wateroverlast in oostelijk Nederland voorgekomen. Een onverwacht snelle dooi na sneeuw en vorst was de oorzaak. In het studierapport van het waterschap De Regge wordt eraan herinnerd, dat in de jaren 1960. 1961, 1965 en 1966 ook overstromingen voorkwamen.
Het rapport geeft een opsomming van de belangrijkste oorzaken van wateroverlast in het Reggegebied : • de leidingen zijn niet breed genoeg, noch voor de landbouw, noch voor de vestiging van nieuwe woon- en industriegebieden. • ruilverkavelinigen zorgen voor verbetering van de detailontwatering,op een aantal plaatsen, waardoor het water sneller in de hoofdstromen belandt, die daar soms nóg niet op zijn aangepast. • als gevolg van de snelle uitbreiding van Enschede, Hengelo en Almelo komen bij regenval enorme hoeveelheden water in de beken, die in de meeste gevallen aan de sterke urbanisatie zijn aangepast. . • de uitvoering van verbeteringswerken op hoge gronden in het waterschapsgebded versnelden de aflvoer van het water, hetgeen stroomafwaarts een soort sneeuwbaleffect deed ontstaan. • in belangrijke delen van het waterschap is de plaatselijke afwatering onvoldoende. • de hoeveelheid in de industriegebruikt water neemt aanzienlijk toe — de lozing geschiedt via de te smalle waterschapstoeken. • verharding van zandwegen, verbreding van bestaande weigen en aanleg van nieuwe wegen leiden tot vergroting van het verharde oppervlak, waardoor hogere eisen aan de afvoercapaciteit van de verschillende waterlopen moeten worden gesteld.
Archiefbeelden 1968
Wateroverlast Dr. Zamenhoflaan. Fotoarchief Gemeente Enschede 20
Uit de krantenartikelen blijkt ook hoe het gevecht tegen het water voor de inwoners een heuse uitputtingsslag is. In de jaren 80 stond het grondwaterpeil in Enschede hoog. De bevolking, die iedere winter met het waterpeil te maken kreeg en daardoor te kampen had met ondergelopen kelders en gezondheidsproblemen, was het meer dan zat.
Trouw - 04-03-1988 (Delpher) “Toch is het in de winter voor honderden Enschedeërs pompen of verzuipen. Door de hoge grondwaterstand is menige kelder ondergelopen, terwijl het wassende water verder ongemakken als ontzette kozijnen, klamme binnenmuren en roestende verwarmingsbuizen veroorzaakt.” (...) “Als na de pauze ook ‘de zaal’ mag meepraten, roept een van de aanwezigen geëmotioneerd in de microfoon dat hij een geweldige hekel heeft gekregen aan de politiek. „Met wat er onder de grond gebeurt, kun je als politicus kennelijk geen eer behalen en je krijgt er ook geen lintje voor. Daarom steekt niemand een poot uit”. Er van uitgaand dat een oplossing twee miljoen gulden op jaarbasis kost, doet een mevrouw met grijs permanent berekenen, dat de Enschede bevolking voor 80 miljoen gulden heeft bijgedragen in de Delta-werken. „Al die dijken in Zeeland hebben twee miljard gekost. Daar is 80 miljoen van ons bij. En dan zal er geen twee miljoen voor ons te vinden zijn?” ”
21
1.4. Doel & Relevantie Natte voeten op het hoge droge Één regenbui. Dat was ervoor nodig om tientallen woningen te sluiten. Het roept de vraag op of dit uitzonderlijk was of een voorbode van aanhoudende problematiek. Het roept om verder onderzoek naar de problemen en een plan voor de toekomst. Voor dit onderzoek stel ik mijzelf daarom de vraag:
Welke klimaat-, landschaps- en stedenbouwkundige factoren dragen bij aan de wateroverlast in Enschede, en welke strategie en herinrichting is nodig om de stad op lange termijn toekomstbestendig te maken tegen extreme weersomstandigheden?
1.5. Leeswijzer Na de verkenning van de wateroverlast in Enschede in de zomer van 2024 en de bredere context van wateroverlast in Nederland en in de geschiedenis van de stad, richt dit rapport zich in hoofdstuk 2 op de oorzaken van de wateroverlast. Hier wordt onderzocht hoe klimaat, ondergrond en structuren, en gebruik samen bijdragen aan het ontstaan van deze problemen. In hoofdstuk 3 wordt vervolgens een toekomstperspectief ontwikkeld vanuit het concept van landschappelijke stedenbouw. Dit mondt in hoofdstuk 4 uit in de strategie Enschede Stroomt!, waarin de verdwenen beekdalen opnieuw ruimte krijgen om water, groen en stedenbouw met elkaar te verbinden. In hoofdstuk 5 wordt deze strategie uitgewerkt in een plan voor een van de getroffen gebieden in de wijk Stadsveld. Tot slot wordt in hoofdstuk 6 Enschede gepositioneerd als voorbeeld voor andere steden in Nederland en daarbuiten die op hoge zandgronden met vergelijkbare klimaatvraagstukken te maken hebben.
22
Straten verandert in rivieren in Enschede juli 2024 - Wilma Meere / Oost 23
24
2.
OORZAKEN VAN DE WATEROVERLAST
Onweersbuien boven Klazienaveen - Noordernieuws 2024 25
2. Oorzaken van de wateroverlast Nederland is van oudsher een land dat bekend staat om zijn watermanagement. Het is niet voor niets dat het oude gezegde luidt;
Hoe zat het in Enschede? Om de wateroverlast beter te begrijpen, moet er naar meer gekeken worden dan enkel de weersomstandigheden. De omstandigheden zijn uitgesplitst in 3 lagen die bijdragen aan het probleem. De lagen zijn:
“God schiep de aarde, behalve Nederland, want dat deden de Nederlanders zelf”
• Klimaat – Klimaatverandering en weersomstandigheden • Ondergrond & structuren – Landschap en watersysteem • Gebruik – Ontstaan en groei
Ondanks al die kennis en kunde die Nederland in huis heeft staan de kranten vol met berichten over problemen met het water management. Beelden van inwoners die tot over hun enkels in het water staan, terwijl er iemand in een opblaasband verder in de straat drijft zijn niet ongewoon. Weerrecord na weerrecord wordt verbroken.
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op iedere laag, om zo de lagen over elkaar te kunnen leggen en een totaalbeeld te kunnen schetsen van hoe de watersnood in Enschede heeft kunnen onstaan en zoveel schade aan heeft kunnen richten. En of dat zorgen baart voor de toekomst van wateroverlast in Enschede.
KLIMAAT
ONDERGROND & STRUCTUUR
GEBRUIK
NIET BEÏNVLOEDBAAR 26
BEÏNVLOEDBAAR
De straten staan blank door hevige regenval 21 juli 2024 - RTV Oost 27
2.1. Analyse Klimaat Het klimaat is aan het veranderen. Dat is een fenomeen waar wereldwijd steeds vaker de effecten van zijn te voelen. Denk aan de zeespiegelstijging waardoor eilanden en kustlijnen in het water verdwijnen, of aan rivieren die vaker buiten hun oevers treden in vele landen wereldwijd. Maar het is ook te merken aan de lange periode van droogte. Hoe zit het met de gevolgen van klimaatverandering voor Nederland, met betrekking tot de extreme neerslag die zich op 21 juli 2024 voordeed boven Enschede? Wat is klimaatverandering? Klimaatverandering is een begrip dat de afgelopen decenia veel aandacht heeft gekregen, maar wat betekend het nou eigenlijk? Klimaatverandering is een begrip dat de afgelopen decenia veel aandacht heeft gekregen, maar wat betekend het nou eigenlijk? Klimaat is het middelde weer (temperatuur, neerslag, wind, etc.) in een bepaald gebied, gementen over een lange periode. Dat het klimaat veranderd gaat over de algehele afkoeling en opwarming van het wereldwijde klimaat. Dit gaat niet over schommelingen in een paar jaar tijd, maar over tientallen jaren en zelfs eeuwen. Het klimaat veranderd door natuurlijke omstandigheden (denk hierbij bijvoorbeeld aan vulkaaruitbarstingen of zonlichtwisselingen). Maar door invloeden van de mens treed de verandering sneller op. Door uitstoot van broeikasgassen neemt de snelheid van de opwarming van de aarde toe. (KNMI, n.d.).
Copernicus 2025 28
Wereldwijd zijn er afspraken en conferenties gehouden om gezamelijk de uitstoot van broeikassen terug te dringen en zo klimaatverandering door menselijk handelen af te remmen. Het 2015 Klimaatakkoord van Parijs was een grote stap in de goede richting. De afspraak van de landen was om de voorspelde 1.5 graden opwarming in 2045 tegen te gaan. Echter, door de nog altijd excellerende stijging van de temperatuur komt dat moment steeds dichterbij. In 2023 was de boodschap al dat we 19 jaar ‘verloren’ zijn in de strijd tegen klimaatverandering, toen was de prognose voor 1,5 graad is bijgesteld naar 2034. (Copernicus, 2023). Echter in november 2025 stelde Copernicus dit bij naar mei 2029. (Copernicus, 2025) Maar waarom staat de grens op 1,5 graad? Het lijkt op het eerste oog wat arbitrair om uit te gaan van 1,5 graad, maar het stelt een kantelpunt in de opwarming van de aarde voor. Als we als aarde voorbij de 1,5 graden opwarming gaan, dan kan dat vergaande en onomkeerbare gevolgen hebben voor de ecosystemen. Extreme weersomstandigheden zullen vaker voorkomen, het zeeniveau zal stijgen, de biodiversiteit neemt af en ecosystemen zoals koraalriffen zullen verder of zelfs helemaal verdwijnen (Climate Council, 2023).
Houghton, JT., Ding, Y., Griggs, DJ., Noguer, M., Linden, PJ van der, Dai, X., et al. (2001)
Gemiddelde neerslaghoeveelheid in Nederland (Noordhoff Atlasproducties)
Wat is het effect op het Nederlandse klimaat? De opwarming van de aarde heeft effect op natuurlijke systemen over de hele wereld. Ieder gebied ondervind andere effecten. Volgens de Rijksoverheid zijn er een aantal gevolgen die effect zullen hebben op Nederland: • • • •
De zeespiegel stijgt Planten en dieren sterven uit Grote kans op schade door extreem weer Gezondheidsproblemen en meer kans op infectieziekten
(Rijksoverheid, n.d.) De stijging van de zeespiegel in combinatie met het extreme weer heeft een grote impact op ons watersysteem. De kust ondervind de dreiging van de stijgende zeespiegel, maar ook de afvoer van rivieren wordt erdoor verstoord. Het extreme weer daarentegen heeft impact op het gehele binnenland.
Aantal dagen met zware neerslag (PBL aug 2023)
Klimaatverandering is al goed te zien in de data van weersomstandigheden deze afgelopen decenia. Het aantal dagen met zware neerslag (meer dan 50mm neerslag) neemt toe en de gemiddelde hoeveelheid water neemt in veel delen van het land toe.
Onweersbuien boven Klazienaveen - Noordernieuws 2024 29
Extreme neerslag De ramp in Enschede was gevolg van extreem weer dat vaker en intenser voorkomt door klimaatverandering. Kortom betekend de verandering in extreme neerslag dat er meer neerslag en in pieken valt. Wanneer er over extreme neerslag gesproken wordt, dan wordt er gekeken naar de hoeveelheid neerslag, de neerslag duur en de kans dat het gebeurd. Bijvoorbeeld een T100/1h bui is een bui die eens in de 100 jaar voorkomt en een omvang heeft van van 53-64mm in 60 minutes.
STOWA heeft onderzoek gedaan naar de neerslag extremen in het klimaatscenario 2050 upper. Daarin komt naar voren dat in 2050 een T100/1h niet 5364mm neerslag bevat, maar groeit tot 69.9mm. Eens in de 100 jaar klinkt niet als een groot probleem, maar het betekend dat de bui eens in de 100 jaar op eenzelfde locatie valt: “Dat deze kans op extreme neerslag klein is, betekent niet dat dit soort gebeurtennissen in Nederland heel weinig optreden. Een extreem in de uurneerslag die een
Basisstatistiek (2019 neerslagstatistieken STOWA)
Klimaatscenario 2050 Upper (2019 neerslagstatistieken STOWA)
30
lokale kans van eens per 100 jaar heeft – ongeveer 58 millimeter in de huidige statistieken – treedt (vrijwel) ieder jaar wel ergens in Nederland op. Omdat zo’n bui klein is en Nederland groot en er dus veel plekken zijn waar zo’n bui kan vallen. Ogenschijnlijk zeldzame extremen komen daarom veel vaker binnen Nederland voor dan de statistieken lijken te suggereren. “ - KNMI Extreme neerslag
Conclusie Klimaatverandering zorgt ervoor dat weersextremen steeds extremer in frequentie en intensiteit worden. Daardoor worden buien omvangrijker in hoeveelheid water en in duur. Dit verhoogt de druk op de ondergroen en het gebruik.
KLIMAAT
ONDERGROND & STRUCTUUR
! GEBRUIK Klimaatverandering verhoogt extreme neerslag in intensiteit en de frequentie. Daarmee neemt de druk op de ondergrond & structuur en het gebruik toe.
NIET BEÏNVLOEDBAAR
!
BEÏNVLOEDBAAR 31
2.2. Analyse Ondergrond & structuren De extreme bui die boven Enschede viel op 21 juli 2024 is niet de eerste extreme regenbui die in Nederland gevallen is. Hoe kan het dan zo zijn dat er in Enschede zo een drastische gevolgen zijn geweest? Gevestigd op de stuwwal Enschede is gevestigd op de helling van de stuwwal van Oldenzaal, dat onderdeel is van de Twentse Heuvelrug. De stuwwal is gevormd door opstuwing door landijs tijdens de voorlaatste ijsstijl (150.000 jaar geleden). Op de helling, van de overgang van hoog naar laag, zijn vele woonkernen gevestigd, zoals ook Oldenzaal, Oostmarsum en Vasse. Binnen de gemeentegrenzen van Enschede is er een hoogteverschil van meer dan 40 meter tussen het hoogte en laagste punt.
32
Hoogtekaart
33
Huidige watersysteem Het huidige watersysteem bestaat uit een viertal watersystemen. Aan de westkant van de stuwwal liggen de watersystemen Linderbeek, Twentekanaal en Regge. Aan de oostkant ligt het systeem van de Dinkel. Qua oppervlaktewater liggen de meeste beken aan de randen van de stad. Binnen de bebouwde kom van Enschede zijn enkel een aantal beken overgebleven of teruggebracht.
Huidige beken
Huidige beken netwerk met namen beeklopen. 34
Huidige watersystemen
Verdwenen beken Dat er beken zijn verdwenen in Enschede is duidelijk, maar hoeveel en waar hebben deze gelegen? Wanneer er een kaart van de huidige beken vergeleken wordt met een kaart van vroegere beeklopen, dan valt al snel op dat er binnen de ring van Enschede maar weinig open water over is gebleven. Het historische overzicht van waterlopen laat zien hoe al in 1988 (toen de kaart opgesteld werd) de beken in de stad verder weggedreven werden.
Vroegere beeklopen (overlay kaart 1988)
“Historisch overzicht van: Waterlopen vanaf 1852” door de Gemeente Enschede
“Historisch overzicht van: Waterlopen vanaf 1852” door de Gemeente Enschede geprojecteert op een hillshade. 35
stuwwal
Waterdiepte bij extreme neerslag T100 (70 mm) in één uur - (3Di- Twents waternet)
Waterdiepte bij extreme neerslag T1000 (160 mm) in twee uur - (3Di- Twents waternet) 36
Overstroming bij extreme neerslag Om in kaart te brengen waar mogelijke overlast ontstaat bij extreme neerslag, heeft het Twents waternet modellen gemaakt van situaties van T100 (70mm/1hr) en T1000 (160mm/2hr) stormen.
De patronen die ontstaan in de modellen geven een aantal dingen prijs. Zo zegt het iets over wat de snelheid van het water (de stijlheid van de helling) doet met hoe breed het water zich verspreid. En de vormen van de patronen duiden dalen en kuilen.
Stroomsnelheid Bovenstrooms op de stuwwal en onderaan de stuwwal onstaan twee andere patronen. De stroomsnelheid op de helling zorgt voor verder ingesleten dalen waardoor het water snel, maar met weinig uitdijing omlaag stroomt. Waar benedenstrooms het dal juist uitdijt en vertraagt tot een breder beekdal. De ommeslag van de helling naar het dal ligt ter hoogte van het centrum van Enschede.
Dal Op de stuwwal hebben zich over de eeuwen heen dalen uitgesleten. En ook al is de stad eroverheen gegroeid, de dalen zijn nog altijd zichbaar. De dalen is waar het water zich verzameld en verder van de stuwwal afstroomt.
Kuil Op de stuwwal zijn kuilen ontstaan. Dit kunnen oude vennen zijn of plekken waar het water de grond sneller hebben doen wegslijten. Ook menselijke barrieres kunnen dalen veroorzaken. In de dalen verzamelt zich water dat daar dan stagneert en pas verder stroomt wanneer de kuil gevuld is.
37
De patronen geabstraheerd De patronen van snelheden, dalen en kuilen zijn in heel Enschede te zien. Het bestaande watersysteem en de patronen die de ondergrond vertronen, komen niet overeen.
Patronen Bestaand water Beekdal snelstromend Beekdal traagstromend Kuilvormig hoog Kuilvorming laag
38
Conclusie Enschede heeft zich gevestigd op de helling van de Oldenzaalse stuwwal. Tussen de (droge) beekdalen in is de stad gegroeid. Met het groeien van de stad zijn vele beken verlegd en verdwenen. Toch is in de ondergrond nog altijd zichtbaar waar beekdalen vroeger gelegen hebben, door kleine verschillen in hoogte die zichtbaar worden wanneer je extreme neerslag op de stad projecteerd. De patronen die dan ontstaan zijn te verdelen door stroomsnelheden hoog en laag, en door de vormen als kuil en dal.
De ondergrond & structuur vormen beekdalen en kuilen, die door hoogteverschillen het water van hoog naar laag begeleiden op verschillende snelheden.
KLIMAAT
ONDERGROND & STRUCTUUR
De stad is gevestigd op een strategische plek tussen systemen en landschappen.
GEBRUIK
NIET BEÏNVLOEDBAAR
BEÏNVLOEDBAAR 39
2.3. Analyse Gebruik Enschede is een stad van vele bloeiende, maar ook donkere tijden. De opkomst van veel moois, maar ook diepe rampen, tekent de stad. Opbouw, verwoesting en wederopbouw zijn een terugkerend gegeven in de geschiedenis van Enschede.. Enschede, ooit ontstaan als kleine nederzetting op de helling van de Oldenzaalse stuwwal, lag tussen twee bisdommen (Münster en Utrecht) en maakte deel uit van de gouw Tuvante (Twente). In die tijd heette de vereniging van omliggende marken nog Anescedhe. Pas in 1188 werd de naam Enschede gebruikt voor het centrum van de markenbond. In 1325 kreeg Enschede stadsrechten. Rond die tijd werd ook de eerste gracht gegraven, gevolgd door een tweede buitengracht rond 1450. Op oude kaarten uit 1560 (van Jacobus van Deventer) is het ‘ei’ van Enschede goed te zien. Deze vorm is nog altijd zichtbaar in de stad. Na de vele oorlogen en rampen die het kleine stadje in de 15e en 16e eeuw te verduren kreeg, gaf het zich in 1597 over aan de troepen van prins Maurits, die vervolgens de verdedigingswerken ontmantelden en de buitengracht en delen van de binnengracht dempten. Op de nieuw vrijgekomen gronden werden huizen gebouwd. Rondom Enschede werd in de 18e eeuw veel vlas verbouwd en linnen gesponnen. Dit groeide uit tot de eerste spinners en wevers van de streek. In 1728 werd de eerste kleine fabriek opgericht voor het weven van bombazijn (half linnen, half katoen). Vele handweverijen, blekerijen en ververijen volgden dit voorbeeld en vestigden zich in Enschede. Waar er in 1808 nog 30
fabrieken bestonden in Enschede, waren dat er in 1819 al 50 weverijen, 28 katoenspinnerijen, 40 ververijen, 8 linnen- en katoendrukkerijen, 8 blekerijen en 2 hoedenfabrieken. Door de komst van de stoommachine groeide dit aantal verder (Wiegman, 1989). Het rampjaar 1862 legde de volledige stad in de as na een verwoestende stadsbrand. De trieste balans was dat alle publieke gebouwen, 25 stallen, 44 pakhuizen en 633 woningen waren verwoest. De stad werd weer opgebouwd, en tijdens de wederopbouw werd Enschede aangesloten op het spoorwegnet (Wiegman, 1994). In 1940 was Enschede gegroeid tot een stad met 92.895 inwoners. Na een periode van bloei brak de Tweede Wereldoorlog aan. Los van de vele slachtoffers was er na de oorlog ook veel materiële schade. Geschat wordt dat ongeveer 470.000 m³ aan woon- en winkelhuizen en 440.000 m³ aan industrie-inhoud werd verwoest. Op 1 april 1945 werd Enschede bevrijd en begon wederom de gigantische klus om de stad weer op te bouwen. De stad bloeide weer op als industriestad. Aan werkgelegenheid was geen gebrek. In 1960 bevond 68% van de werkgelegenheid zich in de textielindustrie en nog eens 14% in de kledingindustrie. Maar in 1966 volgden massaontslagen. Tegen de concurrentie uit Oost-Europa en Azië konden de Nederlandse bedrijven niet op. Grote fabrieken verdwenen en de werkloosheid was hoog (Wiegman, 1989).
1728: Herman en Jan Jacobsoon van Lochem stichten de eerste kleine textielfabriek voor het weven van bombazijn
1517: Grote stadsbrand
1750: Grote stadsbrand
1325: Enschede verkrijgt stadsrechten 11.600 1.501
1100 Prestedelijk
40
1200
1300
1400
1500
1600
Stadswording en eerste bloeiperiode: landstadje
1700
1.835
1800
De voorheen ‘eenzijdige’ stad kreeg een ander karakter. De verhouding tussen industrie en diensten veranderde en de stad werd veelkleuriger. Dat betekende echter niet het einde van de rampen voor Enschede. In 2000 werd de stad opgeschrikt door de vuurwerkramp van 13 mei, waarbij vele doden en gewonden vielen en 200 huizen werden verwoest. Op die plek verrees het nieuwe Roombeek (Gemeente Enschede, n.d.).
Enschede is een stad die zich telkens opnieuw heeft uitgevonden en juist daardoor is uitgegroeid tot de veelzijdige en veerkrachtige stad van nu.
200.000 inwoners De ‘teloorgang’ van de textielindustrie. Om werkgelegenheid te herstellen worden veel bedrijven naar Enschede gehaald. Enschede krijgt 354 luchtaanvallen door de geallieerden te 144.346 verduren tijdens de 141.204 Tweede Wereldoorlog
Vrijwel de gehele textielindustrie is verdwenen. Op grote schaal vind er stadsvernieuwing plaats. 157.947 150.449
159.640
Samenvoeging 126.122 gemeente Enschede en Lonneker aanvaard door Tweede Kamer 109.326 100.000 inwoners 92.895
1862: Grote stadsbrand
82.934
63.012
52.963 37.939
12.941
18.642 15.902
Nog 80% van alle arbeidsplaatsen in Oprichting 1938: Enschede worden hogeschool Twente 2000: Twentekanaal bezet door textiel(later universiteit Vuurwerkramp gereed en kledingindustrie Twente)
23.246
1900 Hernieuwde opbloei en uitbreiding: Opbloei industriestad
2025: 700 jarig bestaan van Enschede
2000 Herstructurering industrie Naoorlogse expansie
41
Groei Op de onderstaande kaart zijn de bouwjaren van de gemeente Enschede afgebeeld. Het is goed te zien hoe het ‘ei’ van Enschede in het midden van de stad is omringd door ringen van groei. De stad is in radialen ontwikkelt over het omliggende landschap.
Bouwjaren 1350 1850 1900 1950 1980 2010
42
Mobiliteit Enschede is goed verbonden door de aanwezigheid van zowel weg, spoor, kanaal en vliegveld. Enschede ligt aan de A/N35 en N18, die verbonden zijn aan een volledige ringweg door de stad. Het spoor, waaraan in 1866 het station Enschede geopend werd, verbind Enschede direct met Den Haag en Zwolle, en met Münster en Dortmund. Via het Twentekanaal is Enschede verbonden met de IJssel. En het vliegveld Twente Airport is momenteel enkel voor privé- en zakenvliegtuigen beschikbaar.
Bereikbaarheid
43
Functies en gebruik Zoals iedere stad is Enschede opgebouwd uit een verzameling van verschillende stadsdelen met ander gebruik of andere functies. Goed is te zien hoe het centrum (een mix van functies) omringd is door compact wonen, dan grondgebonden wonen en aan de randen luw wonen. Rondom de infrastructuren (spoor, weg en water) hebben de werklandschappen zich gevestigd (industrie en bedrijventerreinen). Binnen de gemeente vallen ook nog twee dorpen, hier in paars. Ook staat Enschede bekend om de campus aan de westzijde van de stad.
Functie en gebruik Centrum Compact wonen Grondgebonden woningen Luw wonen Dorp Werklandschappen Campus
44
Functies en gebruik De vijf functies van de stad, waar later in dit rapport verder op wordt ingegaan, zijn het centrum, de drie type woonfuncties en de werklandschappen. Centrum
Centrum Het centrum gaat over het stadscentrum. De huizen staan dicht op elkaar en de functies zijn gemengd. Ook is er sprake van cultuurhistorisch belangrijke gebouwen en structuren. Compact wonen In de gebieden die als compact wonen zijn aangeduid, is een mix van functies nog mogelijk, maar het merendeel van de gebouwen bestaat uit woningbouw. Het gaat veelal om gestapelde woningbouw, voornamelijk appartementencomplexen, met een hogere dichtheid.
Compact wonen
Grondgebonden wonen
Luw wonen
Grondgebonden wonen De naam zegt het al: grondgebonden wonen gaat over woongebieden waar veel grondgebonden woningen staan. Denk hierbij aan een mix van rijwoningen en twee-onder-een-kapwoningen, met incidenteel een appartementencomplex. Luw wonen In gebieden met luw wonen bevinden zich vooral tweeonder-een-kapwoningen en vrijstaande woningen. Vaak hebben deze woningen tuinen en is er veel open ruimte. Deze gebieden kennen doorgaans weinig andere functies. Werklandschappen De werklandschappen bestaan uit een mix van industriegebieden, bedrijventerreinen en, in het geval van Enschede, ook een luchthaven. De gebouwen hebben vaak een groot oppervlak en de ruimte is veelal ingericht voor logistiek, met grote verharde oppervlakten.
Werklandschappen
45
Conclusie Door de opkomst van de textielindustrie is Enschede uitgegroeid tot industriestad. Ondanks vele rampen, wist het zich iedere keer weer opnieuw uit te vinden. Toen de textielindustrie teloor ging, is de focus verbreed en is Enschede de veerkrachtige stad geworden die het nu is. De stad is in radialen over het landschap gegroeid. De stad is goed verbonden via weg, water, spoor en de lucht.
KLIMAAT
Het gebruik van de stad heeft de landschappelijke systemen overbouwd.
ONDERGROND & STRUCTUUR GEBRUIK
NIET BEÏNVLOEDBAAR 46
BEÏNVLOEDBAAR
Enschede 47
2.4. Analyse Het conflict tussen de lagen Wanneer de conclusies uit de lagen klimaat, ondergrond en structuren en gebruik over elkaar worden gelegd, wordt al snel duidelijk waarom woningen in Pathmos en Stadsveld bij hevige neerslag onder water komen te staan. Door de groei en ontwikkeling van de stad zijn de beken die hier oorspronkelijk liepen, buiten het stedelijk gebied gedrukt. Het water wordt tegenwoordig via leidingen en riolering door de stad afgevoerd. Ook menselijke ingrepen in de ondergrond hebben deze situatie niet verbeterd. Door het aanleggen van taluds en hellingen voor wegen zijn nieuwe hoogteverschillen ontstaan, waardoor water op sommige plekken niet vrij kan wegstromen. Hierdoor is als het ware een badkuipeffect ontstaan. Bij alledaagse neerslag functioneert het huidige afvoersysteem over het algemeen voldoende. Met de toenemende kennis over klimaatverandering en de invloed daarvan op het weer, neemt echter ook het risico op hevige buien toe. Daardoor groeit de kans dat het bestaande systeem in de toekomst onvoldoende capaciteit heeft om extreme neerslag op te vangen. En daarmee lopen vele inwoners het risico dat hun woning bij eenvolgende storm ook onder water staat.
48
Wateroverlast en huidig oppervlaktewater Wanneer je de huidige wateroverlast (onderstaand in rood) en het huidige oppervlaktewater (onderstaand in blauw) over elkaar legt, dan ontstaat er een herkenbaar patroon. De lijnen en vlakken in rood komen overeen met oude beken die op oude kaarten zichtbaar zijn. Deze dalen zijn er nog steeds en bij een overschot aan water lopen ze weer vol.
49
Kwetsbare paden 2019 (twents waternet) Niet kwetsbaar: • Piekbui T100: Minder dan 5 centimeter water tegen de gevel; • Piekbui T250: Minder dan 10 centimeter water tegen de gevel; • Piekbui T1000: Minder dan 10 centimeter water tegen de gevel; Kleine mate van kwetsbaarheid: • Piekbui T100: Tussen 5 en 10 centimeter water tegen de gevel; • Piekbui T1000: Meer dan 10 centimeter water tegen de gevel; Middelgrote mate van kwetsbaarheid: • Piekbui T250: Meer dan 10 centimeter water tegen de gevel; Grote mate van kwetsbaarheid: • Piekbui T100: Meer dan 10 centimeter water tegen de gevel;
50
Kwetsbaarheid Het Twents waternet (14 Twentse gemeente, provincie Overijssel, Vitens en saterschap Vechtstromen) heeft een klimaatatlas onderzoek laten uitvoeren. Hieronder staan de kaarten met de uitslagen over de kwetsbaarheid. Ook hier zijn de patronen van de beekdalen herkenbaar. Het schetst een pijnlijk beeld van de schaal van het probleem en hoeveelheid kwetsbare panden en wegen in de stad.
Kwetsbare paden 2019 (twents waternet) Niet kwetsbaar: • Piekbui T100: Minder dan 10 centimeter water op straat; • Piekbui T250: Minder dan 10 centimeter water op straat; • Piekbui T1000: Minder dan 30 centimeter water op straat; Kleine mate van kwetsbaarheid: • Piekbui T250: Tussen 10 en 30 centimeter water op straat; • Piekbui T1000: Meer dan 30 centimeter water op straat; Middelgrote mate van kwetsbaarheid: • Piekbui T100: Tussen 10 en 30 centimeter water op straat; • Piekbui T250: Meer dan 30 centimeter water op straat; Grote mate van kwetsbaarheid: • Piekbui T100: Meer dan 30 centimeter water op straat;
51
Conclusie De groei van de stad heeft ertoe geleid dat het stedelijk weefsel zich over de bestaande ondergrond en historische structuren heen heeft ontwikkeld. Daarmee zijn deze structuren echter niet verdwenen. Onder invloed van klimaatverandering, die leidt tot frequentere en intensievere neerslag, worden deze onderliggende structuren opnieuw zichtbaar in de vorm van wateroverlast. Deze ontwikkeling vormt een bedreiging voor het huidige ruimtegebruik en maakt aanpassing van de stad noodzakelijk.
KLIMAAT
Door de manier waarop de stad zich heeft ontwikkelt over het landschap, ontstaat er steeds groter wordende druk op het gebruik!
ONDERGROND & STRUCTUUR GEBRUIK
!
!
Extreme neerslag verergerd
Buiten onze macht om te veranderen
Het is een systeem van patronen
NIET BEÏNVLOEDBAAR 52
!
Aangetast en overbouwd door het gebruik Ontkoppeld van de ondergrond
BEÏNVLOEDBAAR
Impact van wateroverlast
Intermezzo: Kan je ieder huis los beschermen? Zoals eerder in dit hoofdstuk beschreven, gaat het om niet een enkel huis, maar om hele gebieden van huizen die als kwetsbaar worden bestempeld. Je kan ieder huis los van elkaar beschermen, maar dat is duur en inefficiënt. Daarbij komt ook dat het water vanuit meerdere kanten naar binnen probeert te dringen. In het geval van Pathmos kwam het water door de voordeur, door de achterdeur, via het kwel kwam het door de vloer en de druk op het riool zorgde voor overspoeling vanuit bijvoorbeeld wc’s.
Voordeur
Achterdeur
Riool Kwel
Is dit niet op te lossen met een paar technische ingrepen? Als Nederlanders is het niet gek om als eerste vraag te stellen; kunnen we het technisch oplossen? Dat is een van onze export producten. Op veel plekken doen we dat al. Waterbassins, omleidingen, wadi’s, etc. Er zijn veel puntsgewijze aanpassingen die je kan doen in de stad om de druk van de wateroverlast te verlichten. Echter zijn vele van deze oplossingen een kleine pleister op een grote wond. Het zijn puntsgewijze oplossingen die lokale verlichting kunnen bieden, maar ze pakken niet fundamenteel het systematische probleem op.
over. Of denk aan Valkenburg en Terblijt, waar in 2024 waterbassins overstroomde door hevige regenval waardoor woningen beschadigd raakte. Of aan juni 2026, toen door hevige onweersbuien in de nacht van 27 op 28 juni, op meerdere plekken het riool overstortte en in het zwemwater terecht kwam. Het zijn maatregelen die wij nemen om plaatselijke oplossingen te bieden, maar het is tijd om echt naar de problemen in het systeem te kijken.
Daarbij zijn er vele voorbeelden van puntsgewijze oplossingen die niet voldoende verlichting konden bieden om overlast tegen te gaan. Bijvoorbeeld in Zandvoort in juli 2025, daaroverstroomde een vernieuwd waterbassin dat in mei datzelfde jaar opgeleverd was. Daardoor liepen rioolputten alsnog Puntsgewijze oplossingen kunnen lokale verlichting bieden, maar pakken niet fundamenteel het systematische probleem op.
KLIMAAT
ONDERGROND & STRUCTUUR
GEBRUIK
53
54
3.
HET ENSCHEDE VAN DE TOEKOMST
Centrum van Enschede 55
3.1. Concept Stadsreset: Landschappelijke Stedenbouw De stad is gegroeid over de bestaande systemen in de ondergrond heen. Nu de samenhang en de conflicten tussen klimaat, ondergrond en gebruik steeds duidelijker worden, dringt de vraag zich op: hoe nu verder? Hoe kunnen deze conflicten worden opgelost in een bestaand stedelijk weefsel dat niet is afgestemd op de ondergrond? Het is niet zo dat er niets gebeurt aan het waterprobleem. In de praktijk worden op veel plekken maatregelen genomen waar ruimte is: een wadi hier, een waterberging daar, en een gescheiden rioolstelsel wanneer een straat toch al wordt opengebroken. Deze aanpak, gebaseerd op veel kleine en technische ingrepen, pakt echter vaak niet het onderliggende systeemprobleem aan.
precies tussen verschillende landschappen in: op de overgang tussen hoog en laag, droog en nat, en dicht bij beekdalen die water en vruchtbare gronden boden. Het landschap was daarmee bepalend voor waar en hoe werd geleefd. Met de voortgaande ontwikkeling van de stad werd echter vooral groei leidend. Andere waarden moesten daarvoor wijken. Als we die kennis en die kunde van vroeger samen brengen met de ontwikkelingen van nu, ontstaat er een heel nieuw type stedenbouw. Landschappelijke stedenbouw. Een manier van ontwikkelen die landschap en ondergrond wel leidend stelt. Om de stad robuust te maken tegen alle vormen van klimaatverandering en voor de gezondheid van de bewoners.
Als we de kennis en kunde van het landschap verbinden met de opgaven van nu, ontstaat de basis voor een nieuw type stedenbouw: landschappelijke stedenbouw. Een manier van ontwikkelen waarin landschap en In Enschede heeft zich een ramp voltrokken. Mensen ondergrond opnieuw leidend zijn. Zo kan Enschede zijn ontheemd geraakt en woningen zijn onbewoonbaar uitgroeien tot een robuuste en gezonde stad, beter geworden. Juist dit is het moment om radicaal anders bestand tegen de gevolgen van klimaatverandering en naar de ontwikkeling van de stad te kijken op een manier gericht op het welzijn van haar bewoners. waarbij klimaat en ondergrond wel leidend zijn. Toen Enschede zich, toen nog als nederzetting, in het landschap vestigde, speelde de ondergrond een duidelijke rol in de keuze voor die plek. Enschede ligt
56
Voor de industrieële revolutie
Industrieële revolutie
Landschap leidend
Ontwikkeling leidend
Robuuste toekomst
Landschappelijke stedenbouw Stedenbouw stuurt niet het landschap, het landschap en de ondergrond stuurt stedenbouw door alle weefsels! Zo creëren we een nieuwe samenhang door bodem- en watersturend te ontwerpen en herstellen!
57
58
4. ENSCHEDE STROOMT!
Haaksbergerstraat 21 juli 2024- 1Twente 59
4.1. Masterplan Enschede Stroomt! Wat betekent het om landschappelijke stedenbouw toe te passen in een bestaande stad? Daarvoor kijken we naar de drie lagen: klimaat, ondergrond en structuren en gebruik. Klimaatverandering kunnen we niet tegenhouden, de ondergrond en structuren zijn een gegeven en leren ons waar in te grijpen. Het gebruik zal daarop moeten reageren. KLIMAAT
ONDERGROND & STRUCTUUR
GEBRUIK
Met het veranderende klimaat als graadmeter van de locatie en urgentie ->
En de ondergrond en structuur als leidraad voor de inrichting ->
Gaan we het gebruik aanpassen tot een robuuste en toekomstgerichte leefomgeving
Om te bepalen waar het gebied van de ingrepen zich bevind, gaat het klimaat dienen als graadmeter. Stresstesten met toekomstige klimaatscenario’s duiden de locaties waar de problemen zich concentreren. Doormiddel van stresstesten met verschillende intenties wordt de zonering bepaald aan de hand van de urgentie. De ondergrond en structuren zijn een gegeven. De natuurlijke omstandigheden zijn nog steeds aanwezig onder het stedelijk weefsel. Menselijk handelen heeft de ondergrond op aangetast, en ook dat moet worden meegenomen. Door de ondergrond en structuren vanaf het begin als leidend thema mee te nemen, kunnen zij als leidraad dienen voor de inrichting. Met de locatie en urgentie die door het klimaat worden bepaald, en met de structuren van de ondergrond als basis voor de inrichting, passen we het gebruik aan om zo een robuuste en toekomstgerichte leefomgeving te creëren: een landschappelijke stedenbouwkundige reset voor Enschede.
60
Klimaat als graadmeter Het klimaat en de klimaatstresstesten dienen als graadmeter om de locatie van ingrepen en de mate van urgentie te bepalen. Bepalen van de locatie Voor Enschede gaan we uit van de T100- en T1000buien. Deze buien projecteren kwetsbare gebieden op de kaart. Het kernzone omvat de zone waar bij een T100bui water op straat blijft staan. T100-buien (70 mm/uur) komen met voldoende regelmaat voor om deze zone als serieus kwetsbaar te beschouwen. Hier zijn ingrepen noodzakelijk.
Het overgangszone wordt gedefinieerd door de T1000bui (160 mm/2 uur). Dit gebied is matig kwetsbaar. Alleen onder extreem uitzonderlijke omstandigheden kan hier water blijven staan.
Wateroverlast bij kortdurige buien +10 cm bij T100 70mm/1h 0-25+ cm bij T1000 160mm/2h
61
De urgentie De urgentie verschilt tussen het kernzone en het overgangszone. Het kernzone kent een hoge urgentie. De kans dat een storm van de omvang van 21 juli 2024 zich opnieuw in Enschede voordoet, waarbij water vanaf de hellingen het dal instroomt, maakt directe ingrepen noodzakelijk. In het overgangszone is die urgentie momenteel minder groot. Tegelijkertijd maakt klimaatverandering de kans op een bui van het formaat van een T1000 steeds aannemelijker. De urgentie in dit zone zal daarom in de tijd toenemen. De urgentie verschilt dus niet alleen per zone, maar ook in de tijd. De kernzone heeft een hoge urgentie. Het huidige gebruik staat daar zodanig onder druk dat het doel is om het beekdal vrij te maken en in te richten als waterbuffer en stadslandschap. Daarmee kan een verdwenen beekdal worden hersteld. De overgangszone kent een opkomende urgentie. Het gaat hier om de flanken van het beekdal. Het bestaande stedelijke weefsel moet worden aangepast naar een meer geschikte vorm van stedenbouw die aansluit op de nieuwe context van het beekdal. Deze transformatie kan geleidelijk plaatsvinden en samengaan met nieuwbouw. Wat overblijft, is het hoge en droge deel van de stad. Deze zone staat niet onder dezelfde druk van de oude beekdalen, maar valt daarmee niet buiten beeld. Omdat in de kernzone sloop zal plaatsvinden, zal een deel van de bewoners in de hoge en droge gebieden moeten worden opgevangen. Dat vraagt om een serieuze verkenning van verdichting binnen de stad. Daarnaast is de hoge en droge zone van belang om het water dat naar het beekdal stroomt af te remmen, al zal de schaal van de ingrepen hier kleiner zijn dan in de kern- en overgangszone.
Kern Hoge urgentie
Overgangszone Openkomende urgentie
Hoog en droog Opvang overig
Opvang sloop kerngebied
Landschappelijk aangepaste bouw, gradient
Doel: Vrijmaken van de verdwenen beekdalen en inrichten als waterbuffer en stadslandschappen.
62
Doel: Huidige stedelijke opzet aanpassen naar een geschikte stedenbouw die aansluit op de nieuwe context.
Doel: Ondersteuning en opvang van de ontwikkeling in de kern en overgangszone.
Patronen en doelen inrichting De patronen in de ondergrond en structuren zijn een gegeven. Water stroomt nu eenmaal van hoog naar laag, en dalen en kuilen lopen vol. Dat bepaalt de inrichting van het nieuwe beekdal. Voor een dal in de hoger gelegen zone is het van belang dat de stroming van het water wordt vertraagd. Als het water snel van de stuwwal afloopt, verhoogt dat de druk op het lagergelegen beekdal. Hoe trager het water de helling afstroomt, hoe meer tijd er beneden aan de stuwwal is om het al gevallen water af te voeren.
Een dal in de lager gelegen zone heeft ruimte nodig. Het water verzamelt zich in de dalen en breidt zich uit van de kernzone naar de overgangszones. Door de beek ruimte te geven, kan het water zich verzamelen en wegstromen naar de beken. Kuilen in de lager gelegen zone vormen een waterbekken voor retentie. Deze kuilen lopen vol en hebben daarom ruimte nodig in de kernzone en zelfs in delen van de overgangszone, zodat zij veilig kunnen vollopen.
Kuilen in de hoger gelegen zone zijn uiterst geschikt om water vast te houden en zo tijdelijk te bergen. Het zijn natuurlijke ‘wadi’s’ waar water zich van nature verzamelt. Daarmee kunnen zij helpen om de piek in de afstroom te verminderen.
HOOG
Vasthouden stagneren
STAGNEREN
RUIMTE GEVEN
STROMING
KUILVORMIG
DALVORMIG
VERTRAGEN
Vertragen stroming
Ruimte geven stroming
LAAG
Retentie en ruimte geven stagneren
63
Bouwsteen water
Hoog en droog • Zoekgebied voor wateropvang en voor oplossingen om het afstromende water te remmen.
Waterhuishouding is niet enkel een thema voor het kerngebied. Het watersysteem is verwoven en zal op alle lagen een andere vorm krijgen. Overgangszone • Zoekgebied voor afremmen van het stromende water en buffer voor zeer extreme wateroverlast. Kerngebied • Leegmaken van het kerngebied om een verdwenen beekdalen te herstellen en extreme weersomstandigheden op te kunnen vangen.
64
Bouwsteen bebouwing Door de ingrepen in het watersysteem zal ook de bebouwing aangepast moeten worden.
Hoog en droog • Zoekgebied voor verdichting in de stad. Dit zal fungeren als buffer voor de sloop die in de overgangszone en kern plaats zal vinden. Overgangszone • De nieuwe voorkant van de stad zal herontwikkelt en flink verdicht worden. Een verhoging in bouwvolumes naar het beekdal is gepast. Gesloten bouwblokken fungeren als kleine gemeenschappen in deze nieuwe stedelijke ontwikkeling. Kerngebied • Het kerngebied is leeggemaakt. Bewoning is niet gepast. Gebouwen die niet gesloopt worden doormiddel van kleine verhogingen of hoge historische waarde worden iconen.
65
Bouwsteen mobiliteit Het leegmaken van de kern heeft effect op het mobiliteitsnetwerk en de bereikbaarheid van de stad.
Hoog en droog • In het hoge en droge gebied zal doormiddel van herinrichting van de straat ruimte gemaakt moeten worden voor het bufferen en vertragen van de afstroom van water. Wandel en fietsverbindingen worden verbonden aan de overgangszone en het kerngebied. Overgangszone • De nieuwe bouwblokken worden ontsloten vanuit de ‘droge’ kant. De nieuwe ‘voorkanten’ van de bebouwing worden zoveel mogelijk autoluw of autovrij gemaakt. Kerngebied • In het kerngebied worden wegen afgewaardeerd en weggehaald. Enkel hoofdontsluiting ten goede van de ontsluiting van de stad worden als oversteek van het beekdal behouden. Focus is op wandel- en fietsverbindingen door het beekdal.
66
Bouwsteen groen De nieuwe opening voor het beekdal is een ultieme kans om de ecologische en groenstructuren in de stad te verbeteren.
Hoog en droog • In het hoge en droge gebied wordt ruimte gemaakt door de straten aan te passen, waardoor er ook ruimte komt voor het vergroenen van de straten. Overgangszone • De permeabele overgangszone vormt een verbinding tussen het beekdal en het hoge droge. De blauwe verbindingen en heringerichte straten zijn uitstekelijke structuren voor groene doorgangen. Zo wordt het groen vanuit het beekdal verder met de stad verwoven. Kerngebied • Het kerngebied verbindt direct met het buitengebied. Daardoor wordt het een belangrijke ecologische verbinding door de stad.
67
Bouwsteen ontmoeting & programma Het vrijgekomen beekdal is een heus nieuwe voorkant met verdichting en programma voor de stad. Ook het park biedt ruimte voor stadsprogramma in het groen.
Overgangszone • De nieuwe voorkanten van de overgangszone bevat nieuw programma, ondersteund door de verdichting. Op het noorden is er ruimte voor reuring (denk aan winkels en horeca). Op het zuiden is er ruimte voor rust. Kerngebied • Ook in het park, waar ruimte, is er deze tweedeling. Op het noorden is het programma met reuring (denk aan sport en samenkomen). Op het zuiden is er plek voor rustig samenkomen en bloemen/tuinen. In het watergebied kan men dicht bij het beekdal (nat en droog) om te spelen en ontdekken.
68
69
4.2. Masterplan De strategie De kern- en overgangszones snijden door het stedelijke weefsel heen, dat in veel gevallen niet is afgestemd op de ondergrond. Daardoor raakt het beekdal veel verschillende typen stadsdelen. Iedere stedelijke typologie reageert anders op de introductie van het beekdal. Om inzicht te geven in deze verschillen, is een matrix opgesteld. In het centrum is het van belang dat erfgoed behouden blijft. De ingrepen dienen daarom zo min mogelijk impact te hebben op de bestaande inrichting. Voor de kernzone en de overgangszone betekent dit dat gezocht moet worden naar ruimte in de openbare ruimte, of dat moet worden uitgeweken naar technische oplossingen. In het hoge en droge deel heeft de strategie weinig tot geen impact. Het is van belang dat, voordat het water het centrum kan instromen, ingrepen worden gedaan om het water om te leiden en zo de zone te ontlasten van instromend water. In zones met compact wonen, waar stedelijke ontwikkelingen plaatsvinden, dient het beekdal te worden vrijgemaakt. De beek kan ruimte bieden aan stedelijke parkfuncties, zodat een stadspark ontstaat dat bijdraagt aan de hogere dichtheden in de overgangszone en de hoge en droge zone. In de plinten van de overgangszone is ruimte voor functies als horeca, commerciële voorzieningen en maatschappelijke functies. In de hoge en droge zone kan aanzienlijk worden verdicht. Daarbij is het van belang om in de openbare ruimte te zoeken naar groene verbindingen van hoog en droog naar het lager gelegen dal.
Centrum
Compact wonen
Grondgebonden wonen
In de grondgebonden woonzones zal het beekdal eveneens worden vrijgemaakt. Hier kan het beekdal ruimte bieden aan wijkfuncties, zoals tuinen, sport en waterspeelplekken. In de overgangszone kan de dichtheid geleidelijk oplopen richting het beekdal, maar het is van belang dat de zone permeabel blijft voor water, natuur en mens. Ook in deze zones is ruimte voor programma dat aansluit bij de wijk. In de grondgebonden zones die hoog en droog liggen, moet worden gezocht Werklandschappen
70
Luw wonen
naar mogelijkheden voor verdichting en versterking van groenstructuren.
op de bestaande woningen, met in de open ruimte meer vergroening en ruimte voor waterretentie.
Luwe woonzones bevinden zich vooral aan de randen van de stad. Het zijn overgangszones tussen stad en landschap. Het herstelde beekdal in de kernzone kan hier functioneren als een groene loper van en naar de natuur. Er is ruimte voor groen programma voor de buurt, zoals gezamenlijke tuinen of sportvoorzieningen. In de overgangszone is ruimte voor beperkte verdichting die past bij het luwe karakter van de buurt. Daarbij moet de zone wel permeabel blijven, met in het straatprofiel ruimte voor water en wadi’s. In het hoge en droge deel zal moeten worden gezocht naar verdichting tussen of
Werklandschappen vormen een interessante structuur. Beekdalen die hier doorheen lopen, raken veel grootschalige bebouwing. Het herstelde beekdal in de kernzone kan een waardevolle buffer vormen binnen de versteende omgeving: een plek waar werknemers kunnen verblijven, wandelen of lunchen. In de overgangszone is ruimte voor kantoren en mogelijk een lunchroom. Verdichting in het hoge en droge deel is nodig. Het optoppen van bedrijfspanden met kantoren kan daarbij een passende strategie zijn.
Functie en gebruik Centrum Compact wonen Grondgebonden woningen Luw wonen Werklandschappen
71
Kernzone T100 - “Beekdal”
Centrum
Cultuurlijk inpassen / technisch oplossen Belang behoud erfgoed. Minimale impact op bestaande inrichting.
Compact wonen
Minimale inpassing openbare ruimte, technisch oplossen.
Leegmaken of stedelijk inpassen Beekdal fungeert als stadspark met stedelijk programma.
Stadse ontwikkeling met programma en hoge dichtheid.
Grondgebonden wonen
Leegmaken
Verdichtte randen aan een stadspark met wijk programma.
Luw wonen Lage dichtheid en overgang naar het omliggende landschap. Ecologie en samen in groen.
Werklandschappen Ruimte voor de water en groen opgave, met maximaal gebruik op randen.
72
Beekdal een park met wijks programma.
Leegmaken Landschapspark voor uitloop naar het buitengebied met groen programma voor wijk.
Leegmaken Wateropvang grote daken in beekdal (vasthouden niet afvoeren)
Overgangszone
Hoog & droog
T1000 - “Rafelrand”
De stad
Cultuurlijk inpassen / technisch oplossen
Behoud
Minimale inpassing openbare ruimte, technisch oplossen.
Nieuwe voorkanten en rafelrand Actieve plinten naar beekdal met horeca en commercieel programma.
Nieuwe voorkanten, blokken sluiten en rafelrand
Deel van de plinten actief met programma als aanvulling beekdal park.
Nieuwe voorkanten/hoeken en rafelrand Passende verdichting naar het beeldal met opties tot programma.
Nieuwe voorkanten en rafelrand Gedeelde functies en horeca functies naar het beekdal toe. Kantoren ter verdichting.
Behoud.
Groenstructuren Verdichting en aanvulling groenstructuren naar het beekdal.
Verdichten en groenstructuren Herinrichting straten voor vergroening en groenstructuren.
Verdichten en herinrichting straten Groene woonstraten en verdichten en verdiversiferen bestaande woningen.
Verdichten en groen/blauwe verbindingen Groen en blauwe structuren tussen de bedrijven toevoegen.
73
74
SAMENLEVEN IN HET BEEKDAL
5.
75
Stadsveld Stadsveld is een wijk in het westen van Enschede. Op basis van bestemmingsplannen uit 1949 begon de bouw van de wijk. Daarmee markeert Stadsveld de overgang naar grootschalige, planmatige stadsuitbreidingen. In plaats van een compacte arbeidersbuurt werd gekozen voor ruimte. De wijk is dan ook ruim ingericht en bestaat uit een mix van eengezinswoningen en portiekflats.
76
77
S.L. Louwersstraat Nov 2025 (Cyclomedia)
Zweringweg Nov 2025 (Cyclomedia) 78
Warmoesstraat Nov 2025 (Cyclomedia)
Meindert Hobbemastraat Nov 2025 (Cyclomedia) 79
Stadsveld Het plangebied wordt gevormd door de patronen in de ondergrond en de klimaat stresstesten. In het plangebied liggen twee patronen. Het is een lagergelegen plangebied waar de stroomstelheid dus verminderd. Het beekdal dat zich daardoor vormt is vrij breed. Ook is er in het beekdal een kuil aanwezig. Dit is de kuil waar door de storm in de zomer van 2024 woningen gesloten zijn.
Het leegruimen van de T100 zone bevat:
Het plangebied is onderdeel van de ‘grondgebonden’ typelogie. In het plangebied bevinden zich voornamelijk woningen, met aan de noordkant een educatief cluster (in blauw) en aan de noordoostkant bevind zich een commercieel cluster (in geel). Het commerciele cluster is het centrum van Stadsveld. Hier bevinden zich grote en kleine winkels.
Ook kruist het plangebied twee wegen die als hoofdontsluiting dienen.
80
• • • •
185 woonfuncties 2 gezondheidszorgfuncties (758m2 & 322m2) 2 onderwijsfunctie (3596m2 & 13192m2) 1 kantoorfunctie (480m2)
Water Zoals eerder benoemd bevatten de patronen in de ondergrond dalvormige gebieden en kuilvormige gebieden. Zowel de kuil als het beekdal zal vrijgemaakt worden en ook blijven. De overgangszone (T1000) is vele malen groter. Om daar een overgang in te bieden, wordt er een rafelrand gecreëerd. Daarvoor verdwijnen een aanvullende:
De rafelrand dient als een overgang van de bestaande stad en het beekdal. Daarvoor zal de rand permeabel moeten zijn. Zo kan het water, maar kunnen ook de omwonende en de dieren vanuit de stad naar het dal trekken. Op basis van de stroomrichtingen zullen wadi’s of stadsbeken het water gecontroleerd en vertraagd het beekdal in laten stromen.
• 152 woonfuncties • 13 winkelfuncties (totaal 2591m2) • 1 bijeenkomstfunctie (82 m2)
81
Bouwvelden Het doel is om de nieuwe bouwvelden permeabel te houden voor water, mens en dier. Door rekening te houden met de grens van de T100 en de aansluiting op het bestaande stadsweefsel ontstaan er bouwvelden in verschillende vormen. De bouwvelden vormen een overgang van het bestaande weefsel naar het nieuwe beekdal. Op een aantal plekken ontstaan markante plekken. Vaak koppen die in het zicht naar de omliggende omgeving liggen, of juist binnen het beekdal markant zijn. Het zijn interessante zichtlijnen vanuit de behouden wegen. Alle gevels naar het beedal toe zijn van belang voor de beeldkwaliteit.
82
Bebouwing Door de ruimte en de bouwvelden onstaan er vier ruimtes in het beekdal en de bebouwing. Rondom de kuilvorm, het hart van de waterproblemen in dit deel van Stadsveld, onstaat een plek waar samenkomen van belang is. De bebouwing is naar de kuil gedraaid en binnen in de kuil is een samenkomstplek. Dit gebied bevat overwegend woningen. Het Stadspark is een grote open ruimte met een overgebleven huis van de bestaande situatie. Dit huis staat op een kleine verhoging en valt daarom buiten het waterprobleem. Een perfecte plek voor rust. Achter de bewaarde woning bevind zich het bestaande stedelijke weefsel al. Als aanvulling is ten zuiden een groot bouwblok geplaatst dat de rustige ruimte insluit, zodat de ruimte niet wegloopt. De bewoning is overwegend woningen, met als uitzondering het bewaarde gebouw. Dat kan een passende horeca functie vervullen met uitzicht over het beekdal.
Het horecahart, is het gebied dat aansluit op het commerciele buurtcentrum van Stadsveld. De winkels die al aanwezig zijn zijn voornamelijk supermarkten en winkels. Een aanbod voor horeca is nog niet groots aanwezig. Daarvoor is het nieuwe horecahart. Het vormt de doorgang van het commerciele cluster naar het beekdal. Een aantal markante plekken zijn gevuld met torens, deel van de bouwblokken. De plinten zijn actief met functies als horeca en commerciele functies. In de toren is plek voor kantoren en voor woonruimte. Het campuspark ligt in het bestaande educatieve cluster. Bij de panden in het T100 gebieden zaten een aantal schoolgebouwen, die een nieuwe plek vinden in de nieuwe bouwvelden. Het campuspark zal voornamelijk omring worden door bewoning, met plek voor kleine buurt functies. Over de samenstelling en werking van de bouwvelden, wordt op pagina 86 verder ingegaan.
83
Mobiliteit
84
g voor water idin ho u d o n a
es gt
Het park bevat verschillende type paden. Van verharde utilitaire paden, tot onverharde doorsteekjes door de verschillende typen beplanting in de verschillende zones. Ook, doormiddel van vlonderpaden, blijven de paden begaanbaar bij regenval. Enkel bij extreme regenval kan het voorkomen dat de vlonderpaden ook onbegaanbaar worden.
De hoofdontsluiting die het park kruist, zal op hetzelfde niveau als het beekdal liggen. Het kan dus voorkomen dat er water over de straat loopt. Om dat aan te geven zullen er palen geplaatst worden met de hoogtes van het water. Bij 20 cm hoogte, kunnen gewone auto’s nog prima door het water rijden. Daarboven is het afhankelijk van het model. Op die manier hoeft er niet uitgegaan te worden van grote duikers en buizen, die bij hevige regen alsnog overstromen.
beekdal m door et g e a W
Het doorlopende park biedt ruimte aan een wandel- en fietsverbinding die de het beekdal volgt. De wandel- en fietsverbinding kan aansluiten op het omliggende netwerk. Auto’s en ander gemotoriseerd vervoer hebben geen plek in het beekdal. Daardoor onstaat er een doorlopend stadspark voor omwonenden.
Groen Een doorlopende grondstructuur die aansluit op het omliggende landschap is van grote waarde. Doordat het park verschillende ondergrondpatronen en gebruiken kent, is er ruimte voor een breed assortiment aan beplanting. Hoe gevarieerde (natuurlijk overwegend inheems) hoe beter en gezonder. In de nattere gedeeltes zal rekening moeten worden gehouden met hoe goed bomen en planten met het water omgaan. Het beekdal zal niet altijd nat zijn. Bij droogte is het een park waar mensen in het groen kunnen recreëren, sporten en doorheen kunnen bewegen. Voor de campus is zelfs buitenles een mogelijk gebruik van het park.
85
Orientatie De bouwvelden hebben allemaal (op logistieke en bereikbaarheids uitzonderingen na) een orientatie naar buiten toe. Naar de straat, naar de permeabele doorgangen en naar het beekdal.
Programma / voorzieningen De bouwblokken hebben vrijwel allemaal een gezamelijke binnentuin, en aanvullend een of meerdere locaties binnen de panden of op het dak om als bouwblok samen te komen. In de plinten van de bouwblokken is ruimte voor programma. In de niet commerciele zone gaat dit op kleinschalig programma zoals bijvoorbeeld een kapper, een fysiotherapeut of een kleinschalig koffiebarretje. In de openbare ruimte is plek voor publiek programma.
Bouwblokken De bouwvelden zijn niet voor een enkele ontwikkelaar. De gesloten bouwblokken zijn opgeknipt in verschillende projecten, zodat er ruimte is voor bouwprojecten van alle partijen (wooncooperaties, CPO (collectief particulier), ontwikkelaars, etc.) Zo ontstaat er een divers programma en diverse type woningen, die beter aansluiten op de diversiteit van bewoners in Stadsveld.
Accenten en tussenruimte De bouwblokken kennen hoogteaccenten naar het beekdal en de hoofdwegen. Tussen de bouwblokken in is ruimte voor een lagere bebouwing die meer als een woonstraatje dient.
86
Toegang Parkeren zal deels op de begane grond van het bouwblok bevinden in een gedeelde parkeergarage. (in verband met het beekdal kan parkeren niet verdiept worden). De blokken dienen permeabel te blijven, zodat semi-publieke en semiprivate ruimtes ontstaan.
Publiek <-> privaat De ruimte rondom de bouwblokken is publiek, al worden de eerste meters ingericht op een manier dat bewoners het als eigen ruimte kunnen inrichten met bankjes, planten en andere items om wat afstand van het publiek te creëren. Binnen in het bouwblok is semi-publieke en semi-private ruimte. Met een aantal private achtertuinen waar gepast.
Groen en blauw in en rondom de blokken
GROEN
VOET GROEN
VOET
GROEN VOET FIETS
VOET
GROEN VOET
FIETS
GROEN
VOET FIETS
VOET GROEN
De ruimte rondom de bouwblokken is groen ingericht als onderdeel van het beekdal. In de binnentuin is daar ook gepaste ruimte voor, al bevind zich dat wel boven een parkeergarage, dus de inrichting zal verschillen. Gezamelijke daktuinen zijn een mooie toevoeging aan de gezamelijke functies. Tussen de bouwblokken is minstens 14 meter ruimte.
Variateit in de 14m doorgangen De 14 meter minimaal tussen de bouwblokken geeft ruimte voor een variateit aan inrichtingen. Elementen zullen altijd een mix van doorgangen en groen zijn.
87
88
89
T100-werking Bij een T100-bui stroomt water vanuit de wijk en vanuit hoger gelegen delen van de stad naar het beekdal. Doordat hier geen bebouwing meer aanwezig is, krijgt het water ruimte om zich op het laagste punt te verzamelen. Om piekbelasting te beperken, worden de
routes richting het beekdal zo ingericht dat het water vertraagd wordt afgevoerd. Naarmate het beekdal zich vult, blijven de vlonderpaden in eerste instantie nog bruikbaar. Zodra ook het water van hogerop instroomt, raken delen van deze paden overstroomd. Twee wandelpaden en de hoofdroute worden daarom verhoogd aangelegd, zodat zij ook tijdens een T100-bui toegankelijk blijven. De autoroutes door het beekdal kunnen bij een T100-bui onder water komen te staan. De stad blijft echter bereikbaar via alternatieve routes rondom het beekdal. Meetlatten langs de hoofdroutes maken bovendien zichtbaar hoe hoog het water staat, zodat bestuurders kunnen beoordelen of passage nog mogelijk is.
90
T1000-werking Bij een T1000-bui is de wateroverlast omvangrijker en beperkt het water zich niet langer tot het beekdal alleen. Het water stijgt verder en bereikt ook de overgangszone. De woningen in dit gebied moeten daarom waterrobuust worden ontworpen, bijvoorbeeld met afsluitbare
gevels op de begane grond en voorzieningen voor gecontroleerde waterafvoer op strategische punten. Tijdens een T1000-bui worden de hoofdroutes in het beekdal, evenals de wandel- en fietspaden, onbegaanbaar. Auto’s die op maaiveldniveau staan geparkeerd, moeten daarom tijdelijk worden verplaatst naar hoger gelegen grasvelden buiten het beekdal. Mocht zich ooit een T1000-bui voordoen, zonder dat maatregelen zijn getroffen om een deel van het afstromende water vanuit hoger gelegen delen van de stad af te remmen of om te leiden, dan zal ook een deel van de overgangszone die in dit plan behouden is, overstromen. Het nieuwe beekdal verzacht de impact van zo’n extreme neerslaggebeurtenis, maar een T1000-bui is zó uitzonderlijk dat na de storm mogelijk een volgende fase van herstructurering in de overgangszone noodzakelijk blijkt.
91
erpaden over d n he Vlo t
b
l kda ee
92
uil
Gem ee ns
Samenkomen in de kuil
ntrum boven e c de ps a h k c
elpad and nw
rbindend fiets e v -e es l l A
93
94
95
Spelen in het
he u
Special op een
euwe samenko i n m als l s e v
lek tp
96
l da
Rust in het park
be ek
Pad tussen de
pa rk
n sse bo 97
98
99
Perm eab ele
Reuring in het centrum
100
ekjes e t s or o d
101
102
103
Educatie in/bij h et p
Bewegen op de campus
104
k ar
Ge m
dal eek tb he
pshuis overloo a h pi sc n n ee
rt in o Sp
het park
105
106
107
108
109
Fasering De uitvoering van het plan kan in fasen verlopen, waarbij per bouwblok en per gebouw wordt bepaald wanneer en hoe een volgende stap gezet kan worden. Daardoor ontstaat ruimte om aan te sluiten op natuurlijke momenten van verandering in de wijk. Het beekdal ontstaat zo niet in één beweging, maar als een reeks puzzelstukken die zich stap voor stap tot een geheel voegen. Juist die gefaseerde aanpak maakt het mogelijk dat het beekdal in de tijd niet alleen compleet wordt, maar ook verder kan groeien.
110
111
112
6.
ENSCHEDE STROOMT ALS VOORBEELD
113
6.1 Enschede stroomt als voorbeeld Wat is de staat van de rest van Nederland? Is het probleem in Enschede dan alleen een probleem van Enschede? Of zou een bui zoals die in de zomer van 2024 ook in andere steden op de hoge zandgronden tot vergelijkbare schade hebben geleid? In Enschede heeft het reliëf van de oude beekdalen ervoor gezorgd dat het water zich op een aantal laaggelegen plekken kon verzamelen. Maar reliëf is niet uniek voor Enschede. Wie naar kaarten van de ondergrond kijkt, ziet door heel Nederland een netwerk van lijnen en laagtes terugkomen. Zowel op de AHNhoogtekaarten als in kaarten van dalvorming en droge dalbodems wordt zichtbaar dat deze structuren op veel meer plekken aanwezig zijn. En op veel van die plekken wonen mensen. De ramp in Enschede moet daarom niet alleen worden gezien als een lokaal incident, maar ook als een waarschuwing. Laat Enschede een wake-upcall zijn om beter te kijken naar de ondergrond van onze woonplaatsen en naar de kwetsbaarheden die daarin al besloten liggen.
Onder NAP
Hoogte
Water stroomt van hoog naar laag.
Water stroomt van hoog naar laag.
114
Dalvorming
(droog) dalbodems
De dalen die door de hoogte gevormd worden.
De kaart die meestal aangehaald wordt.
115
6.2.Enschede stroomt als voorbeeld Vingerafdruk van de waterproblematiek Enschede is daarin geen uitzondering. Ook andere steden op de hogere zandgronden worden geconfronteerd met vergelijkbare wateropgaven. Het verval van de stuwwal is in Enschede wellicht sterker, maar in de stresstesten van 140 mm in 2 uur wordt iets opvallends zichtbaar: iedere stad en ieder dorp in Nederland heeft een eigen vingerafdruk van de waterproblematiek. De kuil- en dalvormen die Enschede zo nadrukkelijk tekenen, duiken ook op in andere woonplaatsen. Deze beelden zijn dan ook niet alleen interessant om naar te kijken, maar vooral een oproep om vooruit te denken. Erken klimaatverandering, begrijp de ondergrond en handel vooruitkijkend, zodat onze woonplekken robuuster en beter voorbereid worden op de toekomst.
Coevorden Hardenberg Apeldoorn Enschede
Amersfoort Arnhem Nijmegen Breda Helmond Eindhoven
Gem. Heerlen Maastricht
116
De ‘water vingerafdruk’ van een
sta db ij 1 40 m m
in 2 uur. 117
Enschede als voorbeeld Laat de ramp en de gevolgen in Enschede ons leren hoe we in Nederland én internationaal met ons landschap omgaan. Door proactief onze leefomgeving aan te passen op de ondergrond en haar systemen en klimaatverandering zo ruimte te geven, maken we onze steden en inwoners robuuster. Daar krijgen we veel voor terug.
118
119
Referenties Climate Council. (2023, April 15). Impacts at 1.5 and 2 degrees of warming. Opgehaald van Climate Council: https://www.climatecouncil.org.au/ resources/impacts-degrees-warming/ CLO. (2023, augustus 15). Neerslagextremen in Nederland, 1910-2022. Opgehaald van CLO | Compendium voor de Leefomgeving: https://www.clo. nl/indicatoren/nl059003-neerslagextremen-in-nederland-1910-2022 Copernicus. (2023, December 12). We’ve ‘lost’ 19 years in the battle against global warming since the Paris Agreement. Opgehaald van Copernicus, Europe’s eyes on Earth: https://climate.copernicus.eu/weve-lost-19-yearsbattle-against-global-warming-paris-agreement Copernicus. (2025, November 5). The rapid approach of the 1.5°C global warming threshold since the Paris Agreement. Opgehaald van Copernicus: https://climate.copernicus.eu/rapid-approach-15degc-globalwarming-threshold-paris-agreement?utm_source=socialmedia&utm_ medium=tw&utm_id=news-COP28summary-1223 Gemeente Enschede. (sd). Vuurwerkramp. Opgehaald van Gemeente Enschede: https://www.enschede.nl/vuurwerkramp KNMI. (sd). Klimaat in Nederland. Opgehaald van https://www.knmi.nl/ klimaat Rijksoverheid. (sd). Klimaatverandering en gevolgen. Opgehaald van Rijksoverheid: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/ klimaatverandering/gevolgen-klimaatverandering Vikki Thompson, KNMI-klimaatbericht. (2025, juli 08). Hadden de overstromingen in Limburg van 2021 erger kunnen uitpakken? Opgehaald van KNMI Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut: https://www.knmi. nl/over-het-knmi/nieuws/hadden-de-overstromingen-in-limburg-van-2021erger-kunnen-uitpakken Wiegman, T. (1989). Kleine historie van Enschede. Enschede: Broekhuis Hengelo. Wiegman, T. (1994). Enschede 1884-1934 van grensuitbreiding tot annexatie. Zaltbommel: Europeese Bibliotheek.
120
121
N A T T E voeten
op het
D R O G E
122