Skip to main content

BNL Special lonen en arbeidsvoorwaarden

Page 1

Special lonen en arbeidsvoorwaarden Bouw & Infra 2022

Loonspecial & arbeidsvoorwaarden 2022 Bouwend Nederland

1


arbeidsrecht

academy

compleet HR-advies loonadvies

accountants en adviseurs voor de bouw

Scab is dé loonverwerker voor de bouw. Ook hebben we een deskundig team Personeelsadvies met hart voor de bouw. Zij helpen je graag op het gebied van loonadvies, HR-advies en arbeidsrecht. Zelf up-to-date blijven? De Scab academy biedt diverse praktische workshops aan!

Loonadviseurs

HR-adviseurs

Arbeidsjuristen

Onze loonadviseurs zijn loonexpert en daarnaast gespecialiseerd in de bouw en hieraan gerelateerde cao’s. Met een praktische aanpak staan ze voor jou klaar.

Wij zijn thuis in alle facetten van personeelsmanagement. Denk aan ondersteuning bij werving & selectie, het voeren van functionerings- en/ of beoordelingsgesprekken, opstellen van een personeelshandboek en bijbehorende reglementen.

Onze ervaren arbeidsjuristen helpen je bij het voorkomen van onnodige conflicten.

Denk aan het optimaal inzetten van de Werkkostenregeling en loonsubsidies, gebruikmaken van een cafetariamodel, sparringpartner voor loonkosten en uitleg loonstrook aan werknemers.

We bieden verzuimbegeleiding en we geven invulling aan het thema duurzame inzetbaarheid. Ook verzorgen we diverse opleidingen.

Ze kunnen je ook bijstaan bij gerechtelijke procedures. Schakel ons in bij ontslag (kantonrechter, UWV, wederzijds goedvinden), (loon-) vorderingen, reorganisatie, medezeggenschap, caocheck, ketenaansprakelijkheid en het opstellen van (arbeids-)overeenkomsten.

Meer weten? Kijk op www.scabadvies.nl/personeelsadvies of bel 013- 583 38 95. Mailen kan ook naar personeelsadvies@scabadvies.nl. We helpen je graag verder! www.scabadvies.nl 2


INHOUDSOPGAVE 1.

HANDLEIDING VOOR LOONADMINISTRATIES

8

1.1 1.2

Belangrijkste wijzigingen loonheffingen 2022 Werkkostenregeling (WKR) in het kort 1.2.1 Hoe werkt de werkkostenregeling? 1.2.2 Hoe werkt de vrije ruimte? Aanleveringen APG Totaaloverzicht belastingtarieven, SV- en BTER-premies 2022 Voorbeeldberekeningen loonkosten bouwplaatsmedewerkers 1.5.1 Voorbeeldberekeningen nettolonen bouwplaatsmedewerkers 1.5.2 Specificatie premies SV- en BTER-bouwplaatsmedewerkers 1.5.3 Voorbeeldberekeningen loonkosten uta-medewerkers 1.5.4 Voorbeeldberekeningen nettolonen uta-medewerkers 1.5.5 Specificatie premies SV- en BTER-uta-medewerkers

9 10 10 11 12 16 19 24 29 31 32 33

2.

CAO BOUW & INFRA

36

2.1

Beloning 2.1.1 Loontabellen bouwplaatsmedewerkers per 1 januari 2022 2.1.2 Loontabellen uta-medewerkers per 1 januari 2022 Arbeidstijden 2.2.1 Basisregeling arbeidsduur en arbeidstijden 2.2.2 Kaderregeling arbeidsduur en arbeidstijden 2.2.3 Toeslag bijzondere uren 2.2.4 Spaarmodel bouwplaatsmedewerkers 2.2.5 Overwerk en overwerktoeslagen 2.2.6 Verschoven uren infra 2.2.7 Beschikbaarheidsdienst bouwplaatsmedewerkers Vakantie en verlof 2.3.1 Wettelijke en bovenwettelijke vakantiedagen 2.3.2 Roostervrije dagen 2.3.3 Extra roostervrije dagen (seniorendagen) vanaf 1 januari 2016 2.3.4 Kort verzuim 2.3.5 Verlof stervensbegeleiding en rouwverlof Individueel budget Tijdspaarfonds Vergoedingen 2.6.1 Reisurenvergoeding 2.6.2 Reiskostenvergoeding 2.6.3 Chauffeurstoeslag bouwplaatsmedewerkers 2.6.4 Vergoeding vakbondscontributie 2.6.5 Vergoeding van persoonlijke beschermingsmiddelen 2.6.6 Vergoeding van werkkleding 2.6.7 Vergoeding van gereedschap 2.6.8 Vergoeding EHBO/BHV 2.6.9 Vergoeding aanvullende ziektekosten Duurzame inzetbaarheid 2.7.1 Duurzame Inzetbaarheids Analyse (DIA) 2.7.2 Hoe werkt de DIA? 2.7.3 Budget duurzame inzetbaarheid 2.7.4 Functiegerichte scholing (bouw en uta) 2.7.5 Periodiek Arbeidsgezondheidskundig Onderzoek (PAGO) 2.7.6 Vierdaagse werkweek en voorbeeldroosters

37 37 37 38 38 39 40 40 41 41 41 42 42 42 42 42 43 43 44 46 46 47 47 47 47 47 48 48 49 49 49 49 49 49 50 50

1.3 1.4 1.5

2.2

2.3

2.4 2.5 2.6

2.7

Loonspecial & arbeidsvoorwaarden 2022 3 Bouwend Nederland


3.

CAO BEDRIJFSTAKEIGEN REGELINGEN BOUW & INFRA

56

3.1

O&O-fonds 3.1.1 Collectieve ongevallen regeling 3.1.2 Subsidie leermeesterscholing 3.1.3 Diplomabonus 3.1.4 Subsidie indiensttreding uitzendkrachten Aanvullingsfonds 3.2.1 Eindejaarsuitkering voor WAO-uitkeringsgerechtigden 3.2.2 Eindejaarsuitkering voor IVA- en WGA-uitkeringsgerechtigden 3.2.3 Pensioenopbouw bij werkloosheid en/of bij ziekte tijdens werkloosheid 3.2.4 Re-integratiebonus 3.2.5 Zelfstandig recht inschakelen re-integratiebedrijf 3.2.6 Overgangsregeling extra roostervrije dagen oudere werknemers 3.2.7 Overgangsregeling extra verlofdagen oudere werknemers 3.2.8 De zwaarwerkregeling

57 57 57 57 58 58 58 59 59 59 60 60 60 60

4.

PENSIOENFONDS VOOR DE BOUWNIJVERHEID

63

4.1

Pensioenregelingen Bouwnijverheid 4.1.1 Middelloonregeling 4.1.2 Arbeidsongeschiktheidspensioen 4.1.3 Partnerpensioen 4.1.4 Wezenpensioen Belangrijke pensioenbegrippen 4.2.1 Pensioenloon 4.2.2 Bodemloon (franchise) 4.2.3 Pensioengrondslag 4.2.4 Pensioenpremies Bijzondere situaties 4.3.1 Pensioenopbouw bij ziekte 4.3.2 Pensioenopbouw bij werkloosheid 4.3.3 Pensioenopbouw bij arbeidsongeschiktheid 4.3.4 Afkoop 4.3.5 Waardeoverdracht

64 64 64 64 64 65 65 65 65 65 66 66 66 66 66 66

5

ARBEIDSRECHTELIJKE THEMA’S

67

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5

De ketenregeling Nieuwe regels voor oproepkrachten Cumulatiegrond bij ontslag Lagere WW premie bij vast contract Transitievergoeding vanaf begin dienstverband

68 68 68 69 69

3.2

4.2

4.3

4


Loonspecial & arbeidsvoorwaarden 2022 5 Bouwend Nederland


ONS LIDMAATSCHAP BIEDT MEER VOORDEEL. PROFITEER JE AL MAXIMAAL MAXIMAAL? BOUWEND NEDERLAND LEIDT OP Wij geloven in de meerwaarde van kennis. Onze kennis en kunde en die van onze partners wenden wij aan om onze leden vooruit te helpen. We garanderen vanuit onze rol als branchevereniging kennisdeling, zijn altijd actueel en geven innovatie een platform. Daarvoor bieden wij een breed trainingsaanbod: van ketenaansprakelijkheid tot energiezuinig bouwen. Op locaties in heel Nederland, bij jou op kantoor en via e-learning. Wij bieden trainingen aan binnen de volgende thema’s: • Contracten & Aanbesteden • Sociale Zaken & HRM • Bedrijfsvoering & Vaardigheden • Veiligheid • Duurzaamheid bouwendnederland.nl/academy

BOUWEND NEDERLAND BESPAART Haal jij al het maximaal financieel voordeel uit jouw lidmaatschap? 50% van je collega’s verdient hiermee haar contributie terug. Bouwend Nederland biedt een ruim aanbod van meer dan 30 voordeelpartners aan. Bij deze A-merken kun je terecht voor meer dan 50 verschillende financiële ledenvoordelen die je bedrijfsvoering vergemakkelijken. Financiële ledenvoordelen op het gebied van: • Verzekeringen • Personeel & Organisatie • Mobiliteit • ICT & Facilitair

bouwendnederland.nl/ledenvoordelen 6


JE CONTRIBUTIE TERUGVERDIENEN? WIJ HELPEN JE OP WEG! BOUWEND NEDERLAND ADVISEERT Wij willen ondernemers optimaal laten presteren. Het is hierbij belangrijk de juiste keuzes te maken. Op het gebied van algemene bedrijfsvoering, juridische vraagstukken en natuurlijk aanbestedingen beschikt Bouwend Nederland daarom over de juiste specialisten. Wij kennen de bouw- en infrasector als geen ander en weten wat er speelt. Hierdoor kunnen wij je voorzien van het juiste advies en helpen wij je graag op weg. Wij bieden advies over onderwerpen zoals: • Aanbestedingen • Algemene voorwaarden • Arbeidsrecht • COA • Oplevering • Sociale zekerheid bouwendnederland.nl/advies

BOUWEND NEDERLAND ONDERSTEUNT Maak dagelijks het verschil met de juiste praktische tools en begeleiding. Zo kun je jouw bedrijf namelijk onderscheiden van de concurrentie. Bouwend Nederland reikt verschillende praktische handvatten aan om je dagelijkse bedrijfsvoering te vergemakkelijken. Tools en ondersteuning: • Uitgebreid Bouwweer • Modelcontracten • Databases • Beslismodellen • BNL Social Support • WIBON helpdesk

bouwendnederland.nl/socialsupport Loonspecial & arbeidsvoorwaarden 2022 7 Bouwend Nederland


1. HANDLEIDING VOOR LOONADMINISTRATIE

In dit hoofdstuk behandelen we aandachtspunten en wijzigingen voor de loon administratieve processen voor het jaar 2022. We beschrijven de belangrijkste fiscale wijzigingen en aandachtspunten. Aan de orde komt ook het proces van aanlevering bij APG. Tenslotte bevat dit hoofdstuk een voorbeeld loon(kosten) berekeningen met de bijbehorende belastingtarieven, SV- en BTER-premies die gelden in 2022. Deze handleiding beoogt niet compleet te zijn. Alleen de belangrijkste wijzigingen en aandachtspunten zijn opgenomen.

1.1

BELANGRIJKSTE WIJZIGINGEN LOONHEFFINGEN 2022

1.2

WERKKOSTENREGELING (WKR) IN HET KORT 1.2.1 Hoe werkt de werkkostenregeling? 1.2.2 Hoe werkt de vrije ruimte?

1.3

AANLEVERINGEN APG

1.4

TOTAALOVERZICHT BELASTINGTARIEVEN, SV - EN BTER-PREMIES 2022

1.5

VOORBEELDBEREKENINGEN LOONKOSTEN BOUWPLAATSMEDEWERKERS 1.5.1 Voorbeeldberekeningen nettolonen bouwplaatsmedewerkers 1.5.2 Specificatie premies SV- en BTER bouwplaatsmedewerkers 1.5.3 Voorbeeldberekeningen loonkosten uta-medewerkers 1.5.4 Voorbeeldberekeningen nettolonen uta-medewerkers 1.5.5 Specificatie premies SV- en BTER-uta-medewerkers

8


1.1 BELANGRIJKSTE WIJZIGINGEN LOONHEFFINGEN 2022

De nieuwsbrief loonheffingen van de Belastingdienst bevat informatie over de nieuwe regels per 1 januari 2022 voor de loonheffingen. De meest relevante onderwerpen voor werkgevers in de bouw- & infrasector hebben wij daaruit overgenomen. Daar waar nodig geven we aanvullende informatie en/of verwijzingen. Het Handboek Loonheffingen 2022 is vanaf begin februari online te raadplegen en te downloaden op de website van de Belastingdienst. De online versie wordt door de Belastingdienst doorlopend actueel gehouden. Van de downloadversie plaatsen ze elk kwartaal een geactualiseerde versie. Gedifferentieerde premie Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof) Met ingang van 1 januari 2022 wordt de basispremie Aof vervangen door een gedifferentieerde premie Aof. Kleine werkgevers gaan over het premieloon van hun werknemers een lagere gedifferentieerde premie Aof betalen dan overige (middelgrote en grote) werkgevers. Met deze verlaging komt het kabinet kleine werkgevers financieel tegemoet voor de kosten van de loondoorbetaling bij ziekte. Met ingang van 1 januari 2022 wordt een werkgever als klein aangemerkt als de premieloonsom van de werkgever maximaal 25 maal het gemiddelde premieloon per werknemer per jaar bedraagt. Let op! Deze definitie van een kleine werkgever gaat per 1 januari 2022 ook gelden voor de gedifferentieerde premie Werkhervattingskas (Whk). De grens voor een kleine werkgever gaat voor de gedifferentieerde premie Whk dus van 10 naar maximaal 25 maal het gemiddeld premieloon per werknemer per jaar. Op de mededeling/beschikking voor de gedifferentieerde premie Whk zal de Belastingdienst ook aangeven of een werkgever voor het Aof klein of (middel)groot is. Het gemiddelde premieloon per werknemer wordt jaarlijks door UWV vastgesteld. Voor de beoordeling of een werkgever als klein moet worden aangemerkt, geldt het premieloon van de werkgever van het jaar t-2. Dit betekent dat voor de premie van het jaar 2022 het premieloon over het jaar 2020 relevant is. Een startende werkgever wordt gedurende de eerste twee jaar altijd aangemerkt als kleine werkgever. Als een werkgever aangesloten is in meerdere sectoren, dan geldt de beoordeling op kleine of (middel) grote werkgever per bedrijfsonderdeel. Let op! Als er sprake is van overgang van onderneming, een overgang bij faillissement of als een overheidswerkgever geheel of gedeeltelijk overgaat naar een andere werkgever, wordt (een deel van) de premieplichtige loonsom van de (deels) overdragende werkgever toegerekend aan de verkrijgende werkgever. De overdragende of verkrijgende partij kan daardoor een kleine of juist (middel) grote werkgever worden. Dit leidt voor het kalenderjaar waarin de overgang plaatsvindt niet tot een wijziging van de categorie waarin de werkgever is ingedeeld (klein of (middel)groot). Het opnieuw bepalen van de grootte van een werkgever na overgang van onderneming en in welke categorie een werkgever daardoor valt, vindt dan plaats voor het kalenderjaar volgend op het jaar waarin de overgang heeft plaatsgevonden. Dit geldt niet als de overgang op 1 januari van een kalenderjaar plaatsvindt. In dat geval wordt direct rekening gehouden met de (nieuwe) grootte van de werkgevers.

Over de volgende uitkeringen, toeslagen en loonbetalingen is een werkgever altijd de hoge premie Aof verschuldigd: • Uitkeringen op grond van de werknemersverzekeringen (WAO, WIA, ZW en WW). Dit geldt als de werkgever de uitkering namens UWV aan zijn werknemer betaalt (werkgeversbetaling) of als de werkgever dit doet als eigenrisicodrager; • WAZO-uitkeringen in verband met zwangerschap, bevalling, adoptie, pleegzorg en aanvullend geboorteverlof; • Toeslagen op grond van de Toeslagenwet; • Het loon uit een WSW-dienstbetrekking; • Wachtgeld op grond van de oude regeling van vóór 2001. Opslag Wet kinderopvang (Wko) De opslag voor de Wet kinderopvang (Wko) blijft van toepassing op de gedifferentieerde Aof premie. Bovenop de lage of hoge premie betaalt u dus de opslag voor de Wko. De opslag Wko berekent u over de (gezamenlijke) grondslag van de Aof. Aangifte loonheffingen In de aangifte loonheffingen komen 3 afzonderlijke rubrieken voor de aanwas van het premieloon Aof (laag, hoog, uitkering) en 3 rubrieken voor de daarover verschuldigde premie. Voor de opslag Wko komt er een afzonderlijke rubriek. Gedifferentieerde premie Werkhervattingskas (Whk) De definitie van een kleine werkgever voor de gedifferentieerde premie Whk verandert per 1 januari 2022. De grens voor een kleine werkgever gaat van 10 naar maximaal 25 maal het gemiddeld premieloon per werknemer per jaar. Daarmee is de grens van een kleine werkgever voor de gedifferentieerde premie Whk vanaf 2022 gelijk aan de grens van een kleine werkgever voor de gedifferentieerde premie Aof. Op de mededeling/beschikking voor de gedifferentieerde premie Whk zal de Belastingdienst ook aangeven of een werkgever voor het Aof klein of (middel)groot is. Wetsvoorstel wijziging bijtelling auto van de zaak zonder CO2-uitstoot Voor auto’s zonder CO2-uitstoot geldt een korting op het bijtellingtarief van 22%. Het kabinet stelt voor om de korting op de bijtelling met ingang van 1 januari 2022 te verlagen met 6%-punt. Dan wordt de bijtelling 16%. Er wordt daarnaast voorgesteld om met ingang van 1 januari 2022 de zogenoemde cap te verlagen van € 40.000 naar € 35.000. De cap is het maximale deel van de cataloguswaarde waarop de korting van toepassing is. Door deze wijzigingen bedraagt de korting voor de auto van de zaak zonder CO2-uitstoot in 2022 derhalve maximaal € 2.100. Het is de bedoeling om in 2023 de cap verder te verlagen tot € 30.000. De cap geldt niet voor waterstofauto’s en auto’s met geïntegreerde zonnepanelen. Gerichte vrijstelling thuiswerkkosten Het kabinet stelt een gerichte vrijstelling voor die het mogelijk maakt een onbelaste vergoeding te geven voor de extra kosten die een werknemer maakt door het thuiswerken. Deze gerichte vrijstelling komt naast de al bestaande gerichte vrijstellingen voor het onbelast vergoeden, verstrekken en ter beschikking stellen van, onder andere, noodzakelijke gereedschappen, ICT-middelen en Arbo-voorzieningen. De gerichte vrijstelling bedraagt € 2 per thuisgewerkte dag. Dit bedrag is bedoeld voor de extra kosten voor water- en elektriciteitsgebruik, verwarming, koffie, thee en toiletpapier en is gebaseerd op onderzoek verricht door het Nibud. U kunt de vrijstelling ook toepassen als een werknemer slechts een deel van de dag thuiswerkt.

Loonspecial & arbeidsvoorwaarden 2022 9 Bouwend Nederland


Voor deze gerichte vrijstelling geldt de 128-dagenregeling. Dit wil zeggen dat in geval uw werknemer 128 dagen thuiswerkt, u uw werknemer een vaste onbelaste vergoeding voor thuiswerkkosten mag geven alsof de werknemer 214 dagen per kalenderjaar thuis werkt. U mag voor eenzelfde werkdag niet tegelijkertijd de vrijstelling voor een vergoeding van thuiswerkkosten en de vrijstelling voor een vergoeding van reiskosten voor het woon-werkverkeer naar de vaste werkplek toepassen. Dit is wel mogelijk als de werknemer op een dag deels thuiswerkt en een zakelijke reis niet zijnde woon-werkverkeer (dienstreis) maakt. Van een vaste plaats van werkzaamheden is in ieder geval sprake als een werknemer op kalenderjaarbasis meer dan 40 dagen naar de betreffende plek reist, ongeacht de datum van indiensttreding, het aantal contracturen en de lengte van het verblijf. Er kan sprake zijn van meerdere vaste werkplekken. De tussen u en uw werknemer gemaakt afspraken over het aantal thuiswerkdagen kunnen de basis vormen voor de vaststelling van de door u onbelast te vergoeden kosten voor zowel de reizen voor woonwerkverkeer als het thuiswerken door de werknemer. Een incidentele afwijking hiervan hoeft niet te leiden tot een aanpassing van de vergoeding.

VOORBEELD Anton werkt 5 dagen per week. Hij werkt 2 dagen thuis en gaat 3 dagen naar kantoor (enkele reisafstand 20 km.) Reiskostenvergoeding per maand: 3/5e x 214 dagen = 129 dagen; 129 dagen x (40 km. x € 0,19) /12 = € 82 (afgerond) Thuiswerkkostenvergoeding per maand: 2/5e x 214 dagen = 86 dagen; (86 dagen x € 2) / 12 = € 14 (afgerond)

De belangrijkste bron voor een juiste toepassing van de WKR is het Handboek Loonheffingen (HL) van de Belastingdienst. De belangrijkste strekking van de WKR komt hieronder aan bod. Voor nadere gedetailleerde uitleg verwijzen wij naar de relevante paragrafen daar naartoe. Wijzingen WKR 2022: Voor 2020 en 2021 is de vrije ruimte verruimd om werkgevers de mogelijkheid te bieden iets extra’s te doen in de coronaperiode. De verruiming wordt niet doorgezet voor het jaar 2022. De vrije ruimte keert daarmee terug op het niveau van 1,7% over de fiscale loonsom tot en met € 400.000 en 1,18% voor het restant van die loonsom. Vrijstelling voor de Verklaring omtrent gedrag (VOG) Vanaf 2020 vallen de kosten van een aanvraag van een verklaring omtrent gedrag (VOG) onder de gerichte vrijstellingen. Afrekening mag later Veel werkgevers geven aan het einde van het jaar vergoedingen of geschenken aan hun werknemers. Bijvoorbeeld een kerstfeest op een externe locatie of kerstpakketten. De rekening hiervoor komt vaak pas aan het begin van het nieuwe jaar. Vergoedt of verstrekt u meer dan het bedrag van uw vrije ruimte? Dan betaalt u over dat gedeelte belasting. Voortaan mag u dit later afrekenen. Op dit moment mag dat uiterlijk bij de aangifte over het eerste aangiftetijdvak van het volgende kalenderjaar. Vanaf 2020 mag dat ook bij de aangifte over het tweede aangiftetijdvak. Korting geven op producten uit eigen bedrijf Werkgevers mogen werknemers 20% korting geven op producten uit het eigen bedrijf, met een maximum van € 500 per jaar per werknemer. De Belastingdienst bepaalt de waarde van deze producten voortaan aan de hand van de gebruikelijke verkoop- of winkelwaarde, inclusief btw.

VOORBEELD Bouchra werkt 4 dagen per week. Zij werkt 2 dagen thuis en 2 dagen op kantoor (enkele reisafstand 12 km.) Reiskostenvergoeding per maand: 2/5e x 214 dagen = 86 dagen; 86 dagen x (24 km. X € 0,19) / 12 = € 33 Thuiswerkkostenvergoeding per maand: 2/5e x 214 dagen = 86 dagen; (86 dagen x € 2) / 12 = € 14

AOW-leeftijd in 2022 In 2022 wordt de AOW-leeftijd met 3 maanden verhoogd naar 66 jaar en 7 maanden.

1.2 WERKKOSTENREGELING(WKR) IN HET KORT In deze paragraaf leest u hoe u de werkkostenregeling kunt toepassen. Ieder jaar worden hier veel vragen over gesteld en door diverse leden is gevraagd de belangrijkste elementen in de special op te nemen. In deze paragraaf wordt daaraan tegemoet gekomen. 10

1.2.1 HOE WERKT DE WERKKOSTENREGELING?

In deze paragraaf leest u welke vier stappen u moet nemen als u vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen in uw vrije ruimte wilt onderbrengen: Stap 1. Bepaal of de vergoeding, verstrekking of terbeschikkingstelling loon is. De werkkostenregeling geldt alleen voor loon (zie HL paragraaf 8.1.1). Stap 2. Is de vergoeding, verstrekking of terbeschikkingstelling loon, ga dan na of deze onder de gerichte vrijstellingen of nihilwaarderingen valt (zie HL paragraaf 8.1.2). Stap 3. Valt de vergoeding, verstrekking of terbeschikkingstelling niet onder de gerichte vrijstellingen of nihilwaarderingen, kies dan of u deze als eindheffingsloon aanwijst of als loon van de werknemer behandelt (zie HL paragraaf 8.1.3). stap 4. Bereken over het bedrag boven de vrije ruimte 80% eindheffing (zie HL paragraaf 8.1.4). Let op! Valt een vergoeding, verstrekking of terbeschikkingstelling onder de gerichte vrijstellingen en wilt u daarvan gebruikmaken, dan moet u de vergoeding, verstrekking of terbeschikkingstelling aanwijzen als eindheffingsloon.


Stap 1: Bepaal of de vergoeding, verstrekking of ter beschikkingstelling loon is De werkkostenregeling geldt voor alle vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen die tot het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking horen. Vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen die geen loon zijn of geen belast loon (zie HL paragraaf 4.12), vallen niet onder de regeling en gaan dus niet ten koste van de vrije ruimte. Ook loon uit vroegere dienstbetrekking, zoals pensioenen en stamrechtuitkeringen, valt niet onder de werkkostenregeling. Stap 2: Ga na of de vergoeding, verstrekking of terbeschikkingstelling onder de gerichte vrijstellingen of nihilwaarderingen valt Bepaalde vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen zijn wel loon, maar u kunt ze toch onbelast vergoeden, verstrekken en ter beschikking stellen zonder dat dat ten koste gaat van uw vrije ruimte. Dat is het geval bij: • Gerichte vrijstellingen (zie HL paragraaf 20.1) • Nihilwaarderingen (zie HL paragraaf 20.2) Stap 3: Kies eindheffingsloon (vrije ruimte) of loon werknemer Afgezien van een paar uitzonderingen, bepaalt u zelf welke vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen u aanwijst als eindheffingsloon en welke u behandelt als loon van de werknemer en normaal belast. U kunt per werknemer een andere keuze maken. Voor het (geheel of gedeeltelijk) aanwijzen van vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen als eindheffingsloon geldt het volgende: • Uw werknemer hoeft niet eerst zelf kosten te maken. U hoeft dus geen bonnen of betalingsbewijzen van uw werknemers te vragen. • Verstrekkingen die u als eindheffingsloon aanwijst, hoeft u niet op werknemersniveau te administreren. Als u verschillende werknemers hetzelfde verstrekt en de werknemers een eigen bijdrage betalen, mag u het totaal van de eigen bijdragen aftrekken van de totale waarde van de verstrekkingen. Het bedrag mag niet negatief worden. • Ook loon in natura kunt u als eindheffingsloon aanwijzen. Zie HL paragraaf 4.5 voor meer informatie over hoe u loon in natura waardeert. • Voor het aanwijzen van vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen van een bepaalde omvang als eindheffingsloon, geldt dat deze vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen niet meer dan 30% mogen afwijken van wat in vergelijkbare omstandigheden gebruikelijk is. Dit is de gebruikelijkheidstoets (zie HL paragraaf 4.2). Het deel dat boven die 30%-grens uitkomt, is loon van de werknemer. Altijd eindheffingsloon of altijd loon van de werknemer Bij een aantal vormen van loon kunt u niet kiezen voor eindheffingsloon of loon van de werknemer. Altijd eindheffingsloon zijn: • Vergoedingen voor de aanschaf van producten uit uw eigen bedrijf voor post actieve werknemers. • Verstrekkingen voor post actieve werknemers die u ook aan uw werknemers geeft, zoals een kerstpakket. Altijd loon van de werknemer zijn: • Een auto van de zaak (behalve de kosten van buitengewone beveiligingsmaatregelen van die auto). • Een (dienst)woning (behalve het pied-à-terre en de kosten van buitengewone beveiligingsmaatregelen voor de woning, zie HL paragraaf 20.3.4).

•

• •

• • •

De vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen die u niet als eindheffingsloon hebt aangewezen (zie HL paragraaf 4.6). Vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen voor criminele activiteiten. Het deel van de vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen dat boven de 30%-grens van de gebruikelijkheidstoets (zie HL paragraaf 4.2) uitkomt. Vergoedingen voor een boete die de werknemer heeft gekregen. Loon uit vroegere dienstbetrekking. Het rentevoordeel inclusief de kosten van een personeelslening voor een eigen woning waarvan de rente (inclusief de kosten) aftrekbaar is in de inkomstenbelasting.

Wanneer kiezen tussen eindheffingsloon en loon U maakt de keuze tussen eindheffingsloon en loon van de werknemer uiterlijk op het moment van vergoeden, verstrekken of ter beschikking stellen. U hoeft dus niet vooraf – bijvoorbeeld aan het begin van het jaar – te kiezen. De keuze blijkt uit uw administratie, waarin u de vergoeding, verstrekking of ter beschikkingstelling opneemt als eindheffingsloon of als loon van de werknemer. Heeft u eenmaal een keuze gemaakt, dan is die keuze definitief. U kunt vergoedingen, verstrekkingen of terbeschikkingstellingen dus niet met terugwerkende kracht aanwijzen als eindheffingsloon. Hierop is 1 uitzondering: hebt u de vergoeding, verstrekking of terbeschikkingstelling per ongeluk verkeerd in uw administratie opgenomen, dan mag u deze fout herstellen. Bijvoorbeeld als u een vergoeding als eindheffingsloon hebt behandeld terwijl u met uw werknemer had afgesproken dat dit loon van de werknemer zou zijn. U herstelt de fout door de aangifte te corrigeren en uw administratie aan te passen. Als bij een controle van uw administratie door de Belastingdienst blijkt dat u een vergoeding, verstrekking of terbeschikkingstelling niet hebt opgenomen als eindheffingsloon en ook niet als loon van de werknemer, dan gaan wij ervan uit dat de vergoeding, verstrekking of terbeschikkingstelling: • Loon van de werknemer is als deze is gegeven in een vorig kalenderjaar. • Eindheffingsloon is als deze is gegeven in het lopende kalenderjaar en als is voldaan aan de gebruikelijkheidstoets. Stap 4: Bereken 80% eindheffing Bereken over het bedrag boven de vrije ruimte 80% eindheffing. U kunt per aangiftetijdvak of eens per jaar de eindheffing aangeven en betalen. Zie HL paragraaf 8.2 voor meer informatie.

1.2.2 HOE WERKT DE VRIJE RUIMTE?

Het is het deel van de totale loonsom van het bedrijf waarin u als werkgever onbelast vergoedingen mag geven. Als u boven de vrije ruimte uitkomt, moet u over het meerdere 80% eindheffing betalen. U berekent uw vrije ruimte over 2022 op basis van het totale fiscale loon van 2022 (zie HL paragraaf 8.2.1). Als u in de loop van het jaar werkgever wordt, mag u het totale fiscale loon niet herrekenen naar een volledig jaar. Keert u loon uit vroegere dienstbetrekking uit? Dan geldt voor de berekening van de vrije ruimte het volgende: • Als het loon uit vroegere dienstbetrekking 10% of minder is van het totale fiscale loon, berekent u de vrije ruimte op basis van het totale fiscale loon. Loonspecial & arbeidsvoorwaarden 2022 11 Bouwend Nederland


•

Als het loon uit vroegere dienstbetrekking meer is dan 10% van het totale fiscale loon, berekent u de vrije ruimte op basis van het totale loon uit tegenwoordige dienstbetrekking.

Als u vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen in uw vrije ruimte wilt onderbrengen, moet u ze als eindheffingsloon aanwijzen, bijvoorbeeld door ze in uw administratie als eindheffingsloon op te nemen. Bepaling en toetsen vrije ruimte U toetst uiterlijk aan het eind van het jaar of u boven de vrije ruimte uitkomt. U berekent het totale fiscale loon van uw werknemers over het lopende jaar en op basis daarvan berekent u de vrije ruimte en toetst u of u de vrije ruimte hebt overschreden. Als u eindheffing moet betalen, doet u dat uiterlijk bij uw aangifte over het 2e tijdvak van het volgende kalenderjaar. U mag de eindheffing ook eerder aangeven en betalen, bijvoorbeeld per aangiftetijdvak. Als aan het eind van het jaar blijkt dat u te veel of te weinig eindheffing hebt betaald, moet u dat verrekenen. U doet dat uiterlijk in de aangifte loonheffingen over het 2e aangiftetijdvak van het volgende jaar. Eindigt uw inhoudingsplicht in de loop van het kalenderjaar? Dan geeft u de eindheffing uiterlijk aan in de aangifte over het tijdvak waarin uw inhoudingsplicht eindigt. Let op! Als u niet boven de vrije ruimte uitkomt, hoeft u geen eindheffing WKR te betalen. U hoeft dan ook geen eindheffing WKR aan te geven.

1.3 AANLEVERINGEN APG

2. Aanlevering loon- en premiegegevens Voortvloeiend uit de arbeidsovereenkomst en uit de cao, draagt u premies voor pensioen en bedrijfstakeigen regelingen af voor uw werknemers. Hiervoor levert u vierwekelijks of maandelijks loon- en premiegegevens aan bij pensioenuitvoerder APG. In dit hoofdstuk leest u alle informatie over hoe en wanneer u, of uw administratiekantoor, loon- en premiegegevens voor uw werknemers aanlevert en hoe de premiebetaling werkt. Selfservice Werkgevers Portal (SWP) Uw organisatiegegevens beheert u in de Selfservice Werkgevers Portal, via www.pensioenaangifte.apg.nl. Ook heeft u via deze portal altijd inzicht in de status van de aanlevering van gegevens. A. De levering premie en gegevens (LPG) Twee manieren om uw LPG aan te leveren Een LPG kunt u op twee manieren aanleveren: 1. Via een beveiligde verbinding vanuit uw loonpakket; 2. Handmatig via de Selfservice Werkgevers Portal (SWP) via www.pensioenaangifte.apg.nl. 1.

12

Een beveiligde verbinding vanuit uw loonpakket Als u uw LPG aanlevert via uw loonpakket, wordt dat via een beveiligde verbinding bij APG ingediend. Na het indienen van uw LPG ontvangt u per e-mail een melding of deze ontvangen is. De details van meldingen en de status van uw LPG kunt u terugvinden in de Selfservice Werkgevers Portal op www.pensioenaangifte.apg.nl.

• • •

Als u aanlevert via uw loonpakket, kunt u in de portal: De status van uw LPG raadplegen; Details van de signalen op uw levering inzien; Uw organisatiegegevens beheren.

Correcties dient u via uw loonpakket door te voeren. 2. Handmatig aanleveren via de Selfservice Werkgevers Portal (SWP) A. Tijdens het maken van een levering helpt het systeem u met het berekenen van de aan te leveren premies. Naast het aanmaken en insturen van uw LPG kunt u in de portal: • De status van uw LPG raadplegen; • Details van de signalen op uw levering inzien; • Uw organisatiegegevens beheren; • Correcties indienen. B. LPG uploaden via SWP Via SWP kunt u op het tabblad Leveringen kiezen voor de uploadfunctie. Wanneer levert u een LPG aan? U levert uw LPG aan per inkomstenperiode. Een inkomstenperiode kan een kalendermaand of een periode van vier weken zijn. Deze inkomstenperioden staan voor elk jaar vast, daar kunt u niet van afwijken. Binnen twee weken na afloop van de inkomstenperiode levert u de LPG aan. Levert u vierwekelijks een LPG aan? Begin 2022 verschijnt op www.bpfbouw.nl/uwpensioen/speciaalvoor/werkgevers/pensioenadministratie/ een overzicht van de inkomstenperiodes in 2022 en de uiterste aanleverdata als u per vier weken aanlevert. Levert u maandelijks een LPG aan? Dan is de uiterste aanleverdatum de 14e van de volgende maand. Bent u zelfstandig ondernemer? Dan levert u uw inkomensgegevens per half jaar aan. De uiterste aanleverdatum is dan als volgt: Periode 1: januari t/m juni: aanlevering voor 14 juli Periode 2: juli t/m december: aanlevering voor 14 januari Periodiciteit Het is belangrijk dat APG weet welke periodiciteit u gebruikt. De periodiciteit geeft aan of u aanlevert met een maandelijkse of vierwekelijkse cyclus. Het is niet mogelijk om in de loop van een jaar de periodiciteit te wijzigen. Als u een deel van uw werknemers per maand uitbetaalt en een deel per vier weken, dient u een tweede aansluitnummer aan te vragen. Dit kunt u doen door een e-mail te sturen aan premies@bpfbouw.nl. Verwerkingscontrole Voordat APG uw LPG inhoudelijk controleert, wordt bepaald of deze te verwerken is. Als u een levering heeft ingediend waarvan de gegevens niet verwerkt kunnen worden, ontvangt u een melding per e-mail. De details van meldingen en de status van uw aanlevering kunt u terugvinden in de Selfservice Werkgevers Portal op www. pensioenaangifte.apg.nl. Daar kunt u ook een overzicht opvragen met de signalen van uw levering. Het is ook mogelijk dat de LPG technisch of inhoudelijk wordt afgekeurd. In dit geval dient u deze te corrigeren en opnieuw in te dienen.


Correcties Wanneer u een door APG geaccepteerde LPG wilt wijzigen, levert u een nieuwe LPG aan. Met deze nieuwe LPG overschrijft u de eerder aangeleverde LPG voor de betreffende werknemer en inkomstenperiode. De nieuwe LPG maakt u aan in uw loonpakket als u daar gebruik van maakt. Levert u de LPG handmatig via de portal aan, dan kunt u een nieuwe levering maken in de portal om te corrigeren. Controle en Handhaving Een goede controle op de afgedragen premies en loongegevens zorgt ervoor dat de rechten van elke werknemer in de bouwnijverheid gewaarborgd zijn. Bovendien wordt hierdoor concurrentievervalsing bij ondernemingen voorkomen. Daarom controleert APG uw LPG. Er worden twee controles uitgevoerd: 1. Kwantiteitscontrole: Hebt u over een inkomstenperiode een LPG aangeleverd? En voor alle medewerkers? 2. Kwaliteitscontrole: Zijn de grondslagen juist en zijn de premies juist berekend? Kwantiteitscontrole Twee weken na afloop van een inkomstenperiode controleert APG of de loon- en premiegegevens van alle werknemers, die volgens onze gegevens bij u in dienst waren, zijn aangeleverd. Is dit niet het geval dan ontvangt u van APG een herinnering om de loon- en premiegegevens van de ontbrekende werknemer(s) alsnog aan te leveren. De volgende situaties zijn denkbaar: • Het is u nog niet gelukt om de inkomstenperiode in zijn geheel goed aan te leveren; • Er ontbreekt een werknemer; • De werknemer is niet meer in dienst.

U kunt als volgt reageren op de 1e herinnering: • U levert alsnog de juiste loon- en premiegegevens aan met behulp van uw loonpakket. U stuurt APG een nieuwe LPG, deze overschrijft de oude onjuiste levering. Als u geen gebruik maakt van een loonpakket, kunt u inloggen op SWP en handmatig een nieuwe juiste levering maken. 28 kalenderdagen na het accepteren van uw levering controleert APG of de signalen zijn opgelost. Is dit het geval dan worden de afgedragen premies overgedragen aan de fondsen. Zijn de loon- en premiegegevens niet, of niet juist vervangen, dan ontvangt u een 2e herinnering per e-mail. Hierop kunt u op dezelfde manier reageren als op de 1e herinnering. 14 kalenderdagen na het versturen van de 2e herinnering controleert APG opnieuw of de signalen zijn opgelost. Is dit het geval dan worden de afgedragen premies overgedragen aan de fondsen. Zijn de loonen premiegegevens op dat moment nog niet juist, dan maakt APG een levering gebaseerd op de bekende gegevens en rekenregels en ontvangt u een opgelegde factuur. De specificatie van de levering die APG aanmaakt kunt u inzien door in te loggen op SWP. U kunt als volgt reageren op de opgelegde factuur: • U betaalt de nota, hierna kunt u nog steeds een nieuwe LPG insturen; • U levert alsnog zelf de juiste loon- en premiegegevens aan. De nieuwe LPG die u doet wordt na acceptatie meteen weer gecontroleerd op juistheid. Als de loon- en premiegegevens nog steeds niet juist zijn, krijgt u wederom een herinnering per e-mail. Aandachtspunten bij het invullen van de LPG

Als na het 2e rappel nog steeds gegevens ontbreken over de inkomstenperiode en/of de werknemer is niet uit dienst gemeld, krijgt u van APG een ‘opgelegde’ factuur. APG berekent zelf op basis van eerder geaccepteerde inkomstenperioden de loon- en premiegegevens voor de ontbrekende inkomstenperiode. Als er geen geaccepteerde loon- en premiegegevens van eerdere inkomstenperioden zijn, dan worden de BTER-uurlonen gehanteerd, gebaseerd op de cao. Op basis van deze uurlonen berekent APG alle andere loon- en premiegegevens. Op een opgelegde factuur kunt u als volgt reageren: • U kunt de loon- en premiegegevens volgens de opgelegde factuur accepteren door de opgelegde factuur te betalen; • U kunt de loon- en premiegegevens van de opgelegde factuur vervangen door een juiste LPG aan te leveren. Dit doet u via uw loonpakket als u daar gebruik van maakt. Heeft u geen loonpakket, dan kunt u via de Selfservice Werkgevers Portal (SWP) handmatig een juiste levering maken; • Als het om een werknemer gaat die al uit dienst is, dan kunt u dit ook via een LPG aan APG doorgeven. Via het loonpakket, als u daar gebruik van maakt, of handmatig via SWP als u geen loonpakket heeft.

Verbijzonderingen Een verbijzondering geeft aan dat er een bijzondere situatie in de inkomstenperiode van toepassing is. Hiermee wordt aangegeven waarom een werknemer deze periode een afwijkende verloning heeft gehad ten opzichte van de contracturen. In de LPG geeft u altijd een verbijzondering aan. Ook als er niets aan de hand is: dan gebruikt u de verbijzondering WNE. Het is mogelijk dat er tegelijkertijd twee verschillende verbijzonderingen inkomstenverhouding van toepassing zijn. Indien dit het geval is, levert u slechts één verbijzondering aan. Hiervoor kiest u de verbijzondering met de hoogste prioriteit, volgens de tabel ‘Overzicht verbijzonderingen’.

Kwaliteitscontrole Direct na het accepteren van de LPG controleert APG of uw aangeleverde loon- en premiegegevens juist zijn. Als er bij een werknemer fouten in de aangeleverde loongegevens zitten of verschillen tussen de aangeleverde en berekende premies, dan stuurt APG u een e-mail (1e herinnering) om u hiervan op de hoogte te brengen. U kunt vervolgens inloggen op SWP om alle (fout)signalen te zien.

Loonspecial & arbeidsvoorwaarden 2022 13 Bouwend Nederland


Hieronder zijn deze situaties nader beschreven.

TABEL OVERZICHT VERBIJZONDERINGEN CODE

OMSCHRIJVING

PRIORITEIT

DGA

Directeur Groot Aandeelhouder

1

ZLF

Zelfstandige

2

WIA

Arbeidsongeschikt, geen bijzonderheden

3

ZKG

Ziekengeld

4

BBL

Beroeps begeleidende leergang

5

OVW

Ouderschapsverlof of onbetaald verlof

6

LLR

Levensloopuitkering – let op: vervallen per 01-01-2022

7

OPK

Oproepkracht

8

STG

Stagiair – let op: vervallen per 01-01-2018

9

PRK

Praktikant – let op: vervallen per 01-01-2018

10

VOL

Volontair – let op: vervallen per 01-01-2018

11

VKW

Vakantiewerker – let op: vervallen per 01-01-2019

12

ULK

Vakantieregeling Duitsland (Urlaubs- und Lohnausgleichskasse)

13

WINE

Geen bijzonderheden

14

Oproepkracht Hebt u oproepkrachten in dienst dan is het van belang dat u dit aangeeft in de LPG als verbijzondering. Bij de deeltijdfactor geeft u de deeltijdfactor aan die de oproepkracht gemiddeld werkt over een langere periode. Het is belangrijk dat de factor constant blijft. Gedeeltelijk werken en parttimers Hebt u medewerkers in dienst met een onvolledig dienstverband, dan geeft u dit aan in de LPG met de deeltijdfactor. Hebt u een medewerker in dienst met een dienstverband van 20 uur dan vult u een deeltijdfactor van 0,5 in. De deeltijdfactor is afhankelijk van het in de cao vastgelegde aantal normuren per week. Omdat uw medewerker pensioen opbouwt over deze 20 uren wijzigt dit nooit, tenzij het arbeidscontract wordt aangepast. Gemiddeld aantal uren Voor de pensioenopbouw van uw werknemer(s) is het belangrijk aan te geven of uw medewerker geheel of gedeeltelijk werkt. Bij een medewerker die fulltime werkt staat de deeltijdfactor dus altijd op 1. Hierdoor bouwt uw medewerker volledig pensioen op. Het is van belang dat u de verbijzondering aangeeft wanneer er sprake is van • • • • • • 14

Zieke werknemers (ZKG) Onbetaald verlof werknemer (OVW) Arbeidsongeschiktheid volgens WAO (WAO) Arbeidsongeschiktheid volgens WGA en IVA (WIA) Uw werknemer werkt in Duitsland of een ander buitenland (ULK) Uw werknemer is een BBL-2 leerling (BBL)

Uw werknemer is ziek (verbijzondering ZKG) Volgens de Wet Verlenging Loondoorbetalingsverplichting bij Ziekte betaalt een werkgever de eerste 2 ziektejaren het loon van de werknemer. Het loon over deze 2 jaren is gemaximeerd tot 170%. De verdeling van de 170% is voor iedere sector per CAO geregeld. Vanaf het moment dat u uw werknemer, door ziekte, minder dan 100% betaalt, vult u op de LPG bij de verbijzondering ZKG in. Het uurloon van de zieke werknemer wordt niet aangepast. U blijft 100% van het normaal verstrekte uurloon aanleveren. Uw werknemer heeft onbetaald verlof (verbijzondering OVW) Bij onbetaald verlof, bijvoorbeeld ouderschapsverlof, langdurig zorgverlof, sabbatical en studieverlof, vult u bij de verbijzondering OVW in. Uw werknemer is (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt (verbijzondering WIA) Over het loon (uit werk) betaalt u premies. Als verbijzondering vult u dan WIA in. Daarbij is het belangrijk dat de deeltijdfactor juist wordt ingevuld. Uw werknemer werkt in Duitsland of een ander buitenland (ULK) Als uw werknemer in Duitsland werkt dan neemt hij (verplicht) deel aan het Duitse Vakantiefonds. (ULAK). U bent vrij in uw keuze voor het afdragen van premies O&O, SF en SAB. Kiest u er voor om geen premies af te dragen dan kunt u hierop ook geen aanspraak maken. U zet deze rubrieken dan op ‘0’ en vult bij de verbijzondering ULK in. Deze verbijzondering kunt u ook gebruiken wanneer uw werknemer in een ander buitenland werkt. Uw werknemer is een BBL-2 leerling De eerste 26 weken ontvangen jeugdige BBL-2 leerlingen een weekloon gebaseerd op 25 uur - de leerling werkt 40 uur. Dit geldt zowel voor opleidingsbedrijven als bouw- en infrabedrijven die zelf een leerling in dienst nemen, om de loonaangifte correct te kunnen verwerken, moet bij deze werknemers de verbijzondering BBL in de LPG worden ingevuld. Het BTER-uurloon is het bruto weekloon gedeeld door 40 uur, omdat er 40 uur gewerkt wordt. Het loon is dus 62,50% van het normale loon bij de betreffende leeftijd. Deze regel geldt vanaf 1 januari 2011 voor werknemers BBL-2 jonger dan 22 jaar en die instromen vanaf 1 januari 2011. De premiefactuur Na verwerking van uw Levering Premie en Gegevens (LPG) ontvangt u per e-mail een premiefactuur. Op de factuur staan de premiebedragen per loontijdvak. Verder is er een bijlage aan de factuur toegevoegd, waarin de premie wordt gespecificeerd per product. Creditfactuur Bij correcties factureert APG vanaf 2016 alleen het verschil tussen de oude en de nieuwe stand. Een creditcorrectie zorgt voor een verlaging van uw openstaande bedrag. Oude facturen moeten nog steeds worden betaald. Wij verrekenen creditfacturen met openstaande facturen. De oudste openstaande factuur wordt als eerste verrekend. Blijft er na verrekening een creditsaldo over dan betalen wij dit uit op het door u opgegeven rekeningnummer. Hebben wij geen rekeningnummer van u dan zullen wij het saldo ook niet uitbetalen.


Let op! De betaaltermijn van elke factuur blijft gehandhaafd. Zorg daarom voor een tijdige betaling van uw facturen. Zo voorkomt u aanmaningen of zelfs overdracht aan een externe incassopartner. Online inzicht in uw financiële gegevens via de portal Als u gemachtigd bent om de financiële administratie uit te voeren, heeft u toegang tot het tabblad Financieel die de financiële informatie toont. U logt in via www.pensioenaangifte.apg.nl. Hier kunt u uw openstaande posten raadplegen. Ook kunt u hier facturen in PDF downloaden. In de portal treft u instructies en uitleg aan over uw financiële overzichten in de portal. Premiebetaling U kunt uw premiefacturen via automatische incasso of overboeking betalen. Als u zelf een overboeking verzorgt, dan vermeldt u het factuurnummer en uw debiteurnummer in de betaalomschrijving. Maakt u gebruik van automatische bankincasso? Dan schrijft APG de premie binnen 3 dagen na factuurdatum van uw rekening af.

Let op! APG incasseert alleen als de premiefactuur voortkomt uit uw levering van premie en gegevens. Als er sprake is van een opgelegde factuur of rentefactuur, dan dient u deze bedragen zelf over te maken. Dit staat ook altijd vermeld op de factuur. Wij adviseren daarom altijd op uw factuur te kijken of deze handmatig door u moet worden betaald. Met ingang van 01-01-2022 wijzigt dit. Wanneer een werkgever gebruik maakt van automatische bankincasso, dan gebeurt dat voortaan ook met opgelegde facturen. Voor rentefacturen blijft het ongewijzigd. Veranderingen per 01-01-2022 zijn terug te vinden op bpfbouw.nl. De premiefacturen van tijdvakken vanaf 2016 betaalt u op een nieuw bankrekeningnummer. Hieronder treft u het rekeningnummer aan.

PREMIEBETALING VANAF 2016: NL12ABNA0481700307 Stichting Derdengelden Cordares inz. St. Derdengelden APG inz. Bouw Amsterdam

Loonspecial & arbeidsvoorwaarden 2022 15 Bouwend Nederland


1.4 TOTAALOVERZICHT BELASTINGTARIEVEN, SV- EN BTER-PREMIES 2022

TOTAAL

WERKGEVER

WERKNEMER

TE BETALEN OVER TEN HOOGSTE

Volksverzekeringen (jonger dan AOW-leeftijd) AOW

17,90%

17,90%

€ 35.472,00 p.j.

ANW

0,10%

0,10%

Idem

Wlz

9,65%

9,65%

Idem

Belastingschijf 1

37,07%

37,07%

€ 69.398 p.j.

Belastingschijf 2

49,50%

49,50%

Belastingen (Jonger dan AOW-leeftijd)

Werknemersverzekeringen Werkgeversheffing Zvw

6,75%

6,75%

€ 59.706 p.j.

WW (AWF) lage premie ¹

2,7%

2,7%

€ 59.706 p.j.

WW (AWF) hoge premie ¹

7,7%

7,7%

€ 59.706 p.j.

Gedifferentieerde Aof laag 2

5,49%

5,49%

€ 59.706 p.j.

Gedifferentieerde Aof hoog 2

7,05%

7,05%

€ 59.706 p.j.

Opslag kinderopvang premie Aof 2

0,5%

0,5%

€ 59.706 p.j.

PAWW ³

0,20%

0,20%

€ 59.706 p.j.

Gedifferentieerde premie Whk WGA-last Minimumpremie grote werkgever

0,21%

€ 59.706 p.j.

Maximumpremie grote werkgever

3,36%

€ 59.706 p.j.

Minimumpremie grote werkgever

0,17%

€ 59.706 p.j.

Maximumpremie grote werkgever

2,72%

€ 59.706 p.j.

ZW-flex

Bedrijfstakeigen regelingen Aanvullingsfonds Bouwplaatspersoneel

3,37%

3,26%

0,11%

Geen maximum

Uta-personeel

0,22%

0,11%

0,11%

Idem

Bouwplaatspersoneel

1,5%

1,5%

Geen maximum

Uta-personeel

0,7520%

0,7520%

Idem

O&O-fonds

Vervolg tabel op p. 20 16


TOTAAL

WERKGEVER

WERKNEMER

TE BETALEN OVER TEN HOOGSTE

Bedrijfstakeigen regelingen BpfBouw middelloon 4 Bouwplaatspersoneel

26,00%

16,4632%

9,5368%

€ 66.337,13 p.j.

Uta-personeel

26,00%

15,2048%

10,7952%

€ 66.337,13 p.j.

Franchise/bodemloon Bouw en UTA

€ 14.802,00 p.j.

Arbeidsongeschiktheidspensioen 5 Bouwplaatspersoneel

0,15%

0,075%

0,075%

€ 66.337,13 p.j.

Uta-personeel

0,15%

0,075%

0,075%

€ 66.337,13 p.j.

Franchise voor Bouw en UTA

Noten: 1. Vanaf 1 januari 2020 zijn er twee verschillende WW-premiepercentages: een hoge en een lage WW-premie. De WAB verplicht de werkgever om op de loonstrook te vermelden of er sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, of er wel of geen sprake is van een oproepovereenkomst en of de arbeidsovereenkomst schriftelijk is overeengekomen. 2. De gedifferentieerde premie Aof vervangt per 1 januari 2022 de basispremie Aof. Kleine werkgevers gaan minder premie betalen. Hoe werkt het precies? Kleine werkgevers gaan per 1 januari 2022 over het premieloon van hun werknemers een lagere gedifferentieerde premie Aof betalen dan overige (middelgrote en grote) werkgevers. Met deze verlaging komt het kabinet kleine werkgevers financieel tegemoet voor de kosten van de loondoorbetaling bij ziekte. Met ingang van 1 januari 2022 wordt een werkgever als klein aangemerkt als de premieloonsom van de werkgever maximaal 25 maal het gemiddelde premieloon per werknemer per jaar bedraagt. Deze definitie van een kleine werkgever gaat per 1 januari 2022 ook gelden voor de gedifferentieerde premie Werkhervattingskas (Whk). De grens voor een kleine werkgever gaat voor de gedifferentieerde premie Whk dus van 10 naar maximaal 25 maal het gemiddeld premieloon per werknemer per jaar. Op de mededeling/beschikking voor de gedifferentieerde premie Whk zal de Belastingdienst ook aangeven of een werkgever voor het Aof klein of (middel)groot is. UWV stelt het gemiddelde premieloon per werknemer jaarlijks vast.

€ 14.802,00 p.j.

3. De PAWW verstrekt werknemers een aanvullende uitkering na afloop van de wettelijke WW-of loongerelateerde WGA-uitkering. De aanvullende uitkering vindt aansluitend op de wettelijke uitkering plaats aan rechthebbenden. De totale duur van de aanvullende en de wettelijke uitkering samen zijn gelijk aan de uitkering waar een werknemer recht op zou hebben gehad op grond van wetgeving in 2015. De PAWW-bijdrage wordt betaald door werknemers. De kosten voor de werkgever hebben vooral betrekking op een eenmalige aanpassing in de salarisadministratie. Daarnaast zal de werkgever periodiek de bijdragen moeten inhouden en af moeten dragen aan Stichting PAWW. De premie voor 2022 is vastgesteld op 0,20%. Premieloon De grondslag voor de berekening van de bijdrage is het brutoloon (kolom 3 van de loonstaat, loon in geld) van de werknemer gemaximeerd op het voor het loontijdvak van toepassing zijnde maximum bijdrageloon werknemersverzekeringen. Het premieloon is het cumulatieve totaal van de bijdragegrondslag. 4. De premie voor de middelloonregeling wordt berekend over de pensioengrondslag. Deze is gelijk aan het (gemaximeerde) pensioenloon verminderd met het franchise. Het maximum pensioenloon bedraagt in 2022 € 66.337,13. De franchise bedraagt € 14.802,00. 5. De premie arbeidsongeschiktheidspensioen bedraagt per 1 januari 2022 0,15%. Het werknemersdeel vormt een aftrekpost voor alle heffingen. De werkgever die niet is aangesloten bij BpfBOUW is verplicht zelf voor zijn werknemers een verzekering af te sluiten voor het WGA-gat. De premie voor deze verzekering wordt gelijkelijk verdeeld tussen de werkgever en de werknemer.

De opslag voor de Wet kinderopvang (Wko) blijft van toepassing op de gedifferentieerde Aof-premie. Bovenop de lage of hoge premie betaal je dus de opslag voor de Wko. De opslag Wko bereken je over de (gezamenlijke) grondslag van de Aof.

Loonspecial & arbeidsvoorwaarden 2022 17 Bouwend Nederland


Special Lonen & Arbeidsvoorwaarden 2022 in de praktijk Je bent verantwoordelijk voor de beloning van werknemers die vallen onder de cao Bouw & Infra bij jouw bedrijf. De lonen en arbeidsvoorwaarden worden elk jaar aangepast en daarom wil je graag extra ondersteuning bij het omzetten van de informatie uit de Special Lonen & Arbeidsvoorwaarden naar de praktijk. Met deze training wordt dit een stuk eenvoudiger.

Meer informatie? Wil je meer weten over onze trainingen? Neem dan contact op via academy@bouwendnederland.nl of bel 079 3 252 159. 18

Trainingsdata: 10 februari 2022 17 februari 2022

Zoetermeer Zwolle


1.5 VOORBEELDBEREKENINGEN LOONKOSTEN BOUWPLAATSMEDEWERKERS

FUNCTIEGROEP

A

A

A

A

Prestatietoeslag Garantie-uurloon Vast overeengekomen loon per 4 weken BTER-grondslag per 4 weken Vast overeengekomen loon per uur Berekend loon voor werknemersverzekeringen

0,00% 14,97 2395,20 2395,20 14,97 2739,62

5,00% 14,97 2514,96 2514,96 15,72 2870,28

10,00% 14,97 2634,72 2634,72 16,47 3000,94

15,00% 14,97 2754,48 2754,48 17,22 3131,60

Garantieloon Prestatietoeslag Werkgeversvergoeding aanvullend ziektekostenpakket

2395,20 0,00 16,89

2395,20 119,76 16,89

2395,20 239,52 16,89

2395,20 359,28 16,89

Brutoloon

2412,09

2531,85

2651,61

2771,37

Storting TSF dagen Storting TSF vakantietoeslag Storting TSF Duurzame inzetbaarheid minus: ingehouden premie BpfBouw middelloon ingehouden premie SAB ingehouden premie Arbeidsongeschiktheidspensioen ingehouden premie PAWW

165,82 204,88 104,43 138,11 2,63 1,09 5,77

174,11 215,13 109,65 150,45 2,77 1,18 6,06

182,40 225,37 114,87 162,78 2,90 1,28 6,35

190,69 235,61 120,10 175,12 3,03 1,38 6,64

Loon voor loonbelasting/volksverzekeringen

2739,62

2870,28

3000,94

3131,60

Brutoloon

2412,09

2531,85

2651,61

2651,03

Wettelijke sociale lasten *Werkgeversheffing Zvw *Premie WW laag (AWF) *Gedifferentieerde premie Aof kleine werkgever *Gedifferentieerde premie Aof grote werkgever *Uniforme opslag kinderopvang op de premie Aof *Gedifferentieerde WGA-last *Gedifferentieerde ZW-last *Premie tweede ziektejaar

184,92 73,97 150,41 193,14 13,70 24,45 39,59 19,18

193,74 77,50 157,58 202,35 14,35 25,62 41,48 20,09

202,56 81,03 164,75 211,57 15,00 26,78 43,36 21,01

211,38 84,55 171,92 220,78 15,66 27,95 45,25 21,92

Bedrijfstakeigen fondsen *Premie SAB *Premie Arbeidsongeschiktheidspensioen *Premie BpfBouw middelloon *Premie O&O-fonds *Afdracht TSF dagen *Afdracht TSF vakantietoeslag *Afdracht TSF Duurzame inzetbaarheid

78,08 1,09 238,42 35,93 165,82 204,88 104,43

81,99 1,18 259,71 37,72 174,11 215,13 109,65

85,89 1,28 281,01 39,52 182,40 225,37 114,87

89,80 1,38 302,30 41,32 190,69 235,61 120,10

Overige werkgeverslasten Rijwielvergoeding Kledingvergoeding

16,00 18,20

16,00 18,20

16,00 18,20

16,00 18,20

3781,16 3823,89

3975,90 4020,67

4170,64 4217,46

4365,40 4414,26

Loonkosten per uur per 1 januari 2021

29,80

31,34

32,87

34,40

Loonkosten per uur per 1 januari 2022 kleine werkgever Aof Procentuele mutatie kleine werkgever Aof

30,75 3,19%

32,33 3,16%

33,91 3,16%

35,50 3,20%

Loonkosten per uur per 1 januari 2022 grote werkgever Aof Procentuele mutatie grote werkgever Aof

31,09 4,33%

32,69 4,31%

34,30 4,35%

35,90 4,36%

Loonkosten per vier weken kleine werkgever Aof Loonkosten per vier weken grote werkgever Aof

Loonspecial & arbeidsvoorwaarden 2022 19 Bouwend Nederland


FUNCTIEGROEP

B

B

B

B

Prestatietoeslag Garantie-uurloon Vast overeengekomen loon per 4 weken BTER-grondslag per 4 weken Vast overeengekomen loon per uur Berekend loon voor werknemersverzekeringen

0,00% 15,84 2534,40 2534,40 15,84 2891,49

5,00% 15,84 2661,12 2661,12 16,63 3029,75

10,00% 15,84 2787,84 2787,84 17,42 3168,01

15,00% 15,84 2914,56 2914,56 18,22 3306,27

Garantieloon Prestatietoeslag Werkgeversvergoeding aanvullend ziektekostenpakket

2534,40 0,00 16,89

2534,40 126,72 16,89

2534,40 253,44 16,89

2534,40 380,16 16,89

Brutoloon

2551,29

2678,01

2804,73

2931,45

Storting TSF dagen Storting TSF vakantietoeslag Storting TSF Duurzame inzetbaarheid minus: ingehouden premie BpfBouw middelloon ingehouden premie SAB ingehouden premie Arbeidsongeschiktheidspensioen ingehouden premie PAWW

175,46 216,79 110,50 152,45 2,79 1,20 6,11

184,23 227,63 116,02 165,50 2,93 1,30 6,41

193,00 238,47 121,55 178,55 3,07 1,40 6,72

201,78 249,31 127,07 191,60 3,21 1,51 7,02

Loon voor loonbelasting/volksverzekeringen

2891,49

3029,75

3168,01

3306,27

Brutoloon

2551,29

2678,01

2804,73

2931,45

Wettelijke sociale lasten *Werkgeversheffing Zvw *Premie WW laag (AWF) *Gedifferentieerde premie Aof kleine werkgever *Gedifferentieerde premie Aof grote werkgever *Uniforme opslag kinderopvang op de premie Aof *Gedifferentieerde WGA-last *Gedifferentieerde ZW-last *Premie tweede ziektejaar

195,18 78,07 158,74 203,85 14,46 25,81 41,78 20,24

204,51 81,80 166,33 213,60 15,15 27,04 43,78 21,21

213,84 85,54 173,92 223,34 15,84 28,27 45,78 22,18

223,17 89,27 181,51 233,09 16,53 29,51 47,78 23,14

Bedrijfstakeigen fondsen *Premie SAB *Premie Arbeidsongeschiktheidspensioen *Premie BpfBouw middelloon *Premie O&O-fonds *Afdracht TSF dagen *Afdracht TSF vakantietoeslag *Afdracht TSF Duurzame inzetbaarheid

82,62 1,20 263,17 38,02 175,46 216,79 110,50

86,75 1,30 285,70 39,92 184,23 227,63 116,02

90,88 1,40 308,23 41,82 193,00 238,47 121,55

95,01 1,51 330,76 43,72 201,78 249,31 127,07

Overige werkgeverslasten Rijwielvergoeding Kledingvergoeding

16,00 18,20

16,00 18,20

16,00 18,20

16,00 18,20

4007,53 4052,64

4213,58 4260,85

4419,65 4469,07

4625,72 4677,30

Loonkosten per uur per 1 januari 2021

31,58

33,20

34,82

36,44

Loonkosten per uur per 1 januari 2022 kleine werkgever Aof Procentuele mutatie kleine werkgever Aof

32,59 3,20%

34,26 3,19%

35,94 3,22%

37,62 3,24%

Loonkosten per uur per 1 januari 2022 grote werkgever Aof Procentuele mutatie grote werkgever Aof

32,95 4,34%

34,65 4,37%

36,34 4,37%

38,03 4,36%

Loonkosten per vier weken kleine werkgever Aof Loonkosten per vier weken grote werkgever Aof

20


FUNCTIEGROEP

C

C

C

C

Prestatietoeslag Garantie-uurloon Vast overeengekomen loon per 4 weken BTER-grondslag per 4 weken Vast overeengekomen loon per uur Berekend loon voor werknemersverzekeringen

0,00% 16,84 2694,40 2694,40 16,84 3066,08

5,00% 16,84 2829,12 2829,12 17,68 3213,06

10,00% 16,84 2963,84 2963,84 18,52 3360,03

15,00% 16,84 3098,56 3098,56 19,37 3507,03

Garantieloon Prestatietoeslag Werkgeversvergoeding aanvullend ziektekostenpakket

2694,40 0,00 16,89

2694,40 134,72 16,89

2694,40 269,44 16,89

2694,40 404,16 16,89

Brutoloon

2711,29

2846,01

2980,73

3115,45

Storting TSF dagen Storting TSF vakantietoeslag Storting TSF Duurzame inzetbaarheid minus: ingehouden premie BpfBouw middelloon ingehouden premie SAB ingehouden premie Arbeidsongeschiktheidspensioen ingehouden premie PAWW

186,54 230,48 117,48 168,93 2,96 1,33 6,49

195,86 242,00 123,35 182,80 3,11 1,44 6,81

205,19 253,52 129,22 196,68 3,26 1,55 7,14

214,52 265,05 135,10 210,56 3,41 1,66 7,46

Loon voor loonbelasting/volksverzekeringen

3066,08

3213,06

3360,03

3507,03

Brutoloon

2711,29

2846,01

2980,73

3115,45

Wettelijke sociale lasten *Werkgeversheffing Zvw *Premie WW laag (AWF) *Gedifferentieerde premie Aof kleine werkgever *Gedifferentieerde premie Aof grote werkgever *Uniforme opslag kinderopvang op de premie Aof *Gedifferentieerde WGA-last *Gedifferentieerde ZW-last *Premie tweede ziektejaar

206,96 82,78 168,33 216,16 15,33 27,36 44,30 21,46

216,88 86,75 176,40 226,52 16,07 28,68 46,43 22,49

226,80 90,72 184,47 236,88 16,80 29,99 48,55 23,52

236,72 94,69 192,54 247,25 17,54 31,30 50,68 24,55

Bedrijfstakeigen fondsen *Premie SAB *Premie Arbeidsongeschiktheidspensioen *Premie BpfBouw middelloon *Premie O&O-fonds *Afdracht TSF dagen *Afdracht TSF vakantietoeslag *Afdracht TSF Duurzame inzetbaarheid

87,84 1,33 291,62 40,42 186,54 230,48 117,48

92,23 1,44 315,57 42,44 195,86 242,00 123,35

96,62 1,55 339,53 44,46 205,19 253,52 129,22

101,01 1,66 363,48 46,48 214,52 265,05 135,10

Overige werkgeverslasten Rijwielvergoeding Kledingvergoeding

16,00 18,20

16,00 18,20

16,00 18,20

16,00 18,20

4267,72 4315,55

4486,80 4536,92

4705,87 4758,28

4924,97 4979,68

Loonkosten per uur per 1 januari 2021

33,63

35,36

37,08

38,81

Loonkosten per uur per 1 januari 2022 kleine werkgever Aof Procentuele mutatie kleine werkgever Aof

34,70 3,18%

36,49 3,20%

38,27 3,21%

40,05 3,20%

Loonkosten per uur per 1 januari 2022 grote werkgever Aof Procentuele mutatie grote werkgever Aof

35,09 4,34%

36,89 4,33%

38,69 4,34%

40,49 4,33%

Loonkosten per vier weken kleine werkgever Aof Loonkosten per vier weken grote werkgever Aof

Loonspecial & arbeidsvoorwaarden 2022 21 Bouwend Nederland


FUNCTIEGROEP

D

D

D

D

Prestatietoeslag Garantie-uurloon Vast overeengekomen loon per 4 weken BTER-grondslag per 4 weken Vast overeengekomen loon per uur Berekend loon voor werknemersverzekeringen

0,00% 18,01 2881,60 2881,60 18,01 3270,32

5,00% 18,01 3025,68 3025,68 18,91 3427,50

10,00% 18,01 3169,76 3169,76 19,81 3584,71

15,00% 18,01 3313,84 3313,84 20,71 3741,90

Garantieloon Prestatietoeslag Werkgeversvergoeding aanvullend ziektekostenpakket

2881,60 0,00 16,89

2881,60 144,08 16,89

2881,60 288,16 16,89

2881,60 432,24 16,89

Brutoloon

2898,49

3042,57

3186,65

3330,73

Storting TSF dagen Storting TSF vakantietoeslag Storting TSF Duurzame inzetbaarheid minus: ingehouden premie BpfBouw middelloon ingehouden premie SAB ingehouden premie Arbeidsongeschiktheidspensioen ingehouden premie PAWW

199,50 246,49 125,64 188,21 3,17 1,48 6,94

209,47 258,81 131,92 203,05 3,33 1,60 7,29

219,44 271,14 138,20 217,89 3,49 1,71 7,63

229,42 283,46 144,48 232,73 3,65 1,83 7,98

Loon voor loonbelasting/volksverzekeringen

3270,32

3427,50

3584,71

3741,90

Brutoloon

2898,49

3042,57

3186,65

3330,73

Wettelijke sociale lasten *Werkgeversheffing Zvw *Premie WW laag (AWF) *Gedifferentieerde premie Aof kleine werkgever *Gedifferentieerde premie Aof grote werkgever *Uniforme opslag kinderopvang op de premie Aof *Gedifferentieerde WGA-last *Gedifferentieerde ZW-last *Premie tweede ziektejaar

220,75 88,30 179,54 230,56 16,35 29,19 47,26 22,89

231,36 92,54 188,17 241,64 17,14 30,59 49,53 23,99

241,97 96,79 196,80 252,72 17,92 31,99 51,80 25,09

252,58 101,03 205,43 263,80 18,71 33,40 54,07 26,19

Bedrijfstakeigen fondsen *Premie SAB *Premie Arbeidsongeschiktheidspensioen *Premie BpfBouw middelloon *Premie O&O-fonds *Afdracht TSF dagen *Afdracht TSF vakantietoeslag *Afdracht TSF Duurzame inzetbaarheid

93,94 1,48 324,90 43,22 199,50 246,49 125,64

98,64 1,60 350,52 45,39 209,47 258,81 131,92

103,33 1,71 376,14 47,55 219,44 271,14 138,20

108,03 1,83 401,76 49,71 229,42 283,46 144,48

Overige werkgeverslasten Rijwielvergoeding Kledingvergoeding

16,00 18,20

16,00 18,20

16,00 18,20

16,00 18,20

4572,14 4623,16

4806,44 4859,91

5040,72 5096,64

5275,03 5333,40

Loonkosten per uur per 1 januari 2021

36,03

37,88

39,72

41,57

Loonkosten per uur per 1 januari 2022 kleine werkgever Aof Procentuele mutatie kleine werkgever Aof

37,18 3,19%

39,08 3,17%

40,99 3,20%

42,90 3,20%

Loonkosten per uur per 1 januari 2022 grote werkgever Aof Procentuele mutatie grote werkgever Aof

37,59 4,33%

39,52 4,33%

41,44 4,33%

43,37 4,33%

Loonkosten per vier weken kleine werkgever Aof Loonkosten per vier weken grote werkgever Aof

22


FUNCTIEGROEP

E

E

E

E

Prestatietoeslag Garantie-uurloon Vast overeengekomen loon per 4 weken BTER-grondslag per 4 weken Vast overeengekomen loon per uur Berekend loon voor werknemersverzekeringen

0,00% 18,91 3025,60 3025,60 18,91 3427,41

5,00% 18,91 3176,88 3176,88 19,86 3592,49

10,00% 18,91 3328,16 3328,16 20,80 3757,55

15,00% 18,91 3479,44 3479,44 21,75 3922,59

Garantieloon Prestatietoeslag Werkgeversvergoeding aanvullend ziektekostenpakket

23025,60 0,00 16,89

3025,60 151,28 16,89

3025,60 302,56 16,89

3025,60 453,84 16,89

Brutoloon

3042,49

3193,77

3345,05

3496,33

Storting TSF dagen Storting TSF vakantietoeslag Storting TSF Duurzame inzetbaarheid minus: ingehouden premie BpfBouw middelloon ingehouden premie SAB ingehouden premie Arbeidsongeschiktheidspensioen ingehouden premie PAWW

209,46 258,80 131,92 203,04 3,33 1,60 7,29

219,94 271,75 138,51 218,62 3,49 1,72 7,65

230,41 284,69 145,11 234,20 3,66 1,84 8,01

240,88 297,63 151,70 249,79 3,83 1,96 8,37

Loon voor loonbelasting/volksverzekeringen

3427,41

3592,49

3757,55

3922,59

Brutoloon

3042,49

3193,77

3345,05

3496,33

Wettelijke sociale lasten *Werkgeversheffing Zvw *Premie WW laag (AWF) *Gedifferentieerde premie Aof kleine werkgever *Gedifferentieerde premie Aof grote werkgever *Uniforme opslag kinderopvang op de premie Aof *Gedifferentieerde WGA-last *Gedifferentieerde ZW-last *Premie tweede ziektejaar

231,35 92,54 188,16 241,63 17,14 30,59 49,53 23,99

242,49 97,00 197,23 253,27 17,96 32,06 51,91 25,15

253,63 101,45 206,29 264,91 18,79 33,54 54,30 26,30

264,77 105,91 215,35 276,54 19,61 35,01 56,68 27,46

Bedrijfstakeigen fondsen *Premie SAB *Premie Arbeidsongeschiktheidspensioen *Premie BpfBouw middelloon *Premie O&O-fonds *Afdracht TSF dagen *Afdracht TSF vakantietoeslag *Afdracht TSF Duurzame inzetbaarheid

98,63 1,60 350,51 45,38 209,46 258,80 131,92

103,57 1,72 377,40 47,65 219,94 271,75 138,51

108,50 1,84 404,30 49,92 230,41 284,69 145,11

113,43 1,96 431,20 52,19 240,88 297,63 151,70

16,00 18,20

16,00 18,20

16,00 18,20

16,00 18,20

4806,29 4859,76

5052,31 5108,35

5298,32 5356,94

5544,31 5605,50

Loonkosten per uur per 1 januari 2021

37,87

39,81

41,75

43,68

Loonkosten per uur per 1 januari 2022 kleine werkgever Aof Procentuele mutatie kleine werkgever Aof

39,08 3,20%

41,08 3,19%

43,08 3,19%

45,08 3,21%

Loonkosten per uur per 1 januari 2022 grote werkgever Aof Procentuele mutatie grote werkgever Aof

39,52 4,36%

41,54 4,35%

43,56 4,34%

45,58 4,35%

Overige werkgeverslasten Rijwielvergoeding Kledingvergoeding Loonkosten per vier weken kleine werkgever Aof Loonkosten per vier weken grote werkgever Aof

Loonspecial & arbeidsvoorwaarden 2022 23 Bouwend Nederland


1.5.1 VOORBEELDBEREKENINGEN LOONKOSTEN BOUWPLAATSMEDEWERKERS

FUNCTIEGROEP

A

A

A

A

Prestatietoeslag Garantie-uurloon Vast overeengekomen loon per 4 weken BTER-grondslag per 4 weken Berekend loon voor werknemersverzekeringen

0,00% 14,97 2395,20 2395,20 2739,62

5,00% 14,97 2514,96 2514,96 2870,28

10,00% 14,97 2634,72 2634,72 3000,94

15,00% 14,97 2754,48 2754,48 3131,60

Garantieloon Prestatietoeslag Werkgeversvergoeding aanvullend ziektekostenpakket

2395,20 0,00 16,89

2395,20 119,76 16,89

2395,20 239,52 16,89

2395,20 359,28 16,89

Brutoloon

2412,09

2531,85

2651,61

2771,37

Storting TSF dagen Storting TSF vakantietoeslag Storting TSF Duurzame inzetbaarheid minus: ingehouden premie BpfBouw middelloon ingehouden premie SAB ingehouden premie Arbeidsongeschiktheidspensioen ingehouden premie PAWW

165,82 204,88 104,43 138,11 2,63 1,09 5,77

174,11 215,13 109,65 150,45 2,77 1,18 6,06

182,40 225,37 114,87 162,78 2,90 1,28 6,35

190,69 235,61 120,10 175,12 3,03 1,38 6,64

Loon voor loonbelasting/volksverzekeringen

2739,62

2870,28

3000,94

3131,60

Brutoloon

2412,09

2531,85

2651,61

2651,03

Inhoudingen *Premie SAB *Premie Arbeidsongeschiktheidspensioen *Premie BpfBouw middelloon *Verhaal WGA-last *Premie PAWW *Loonheffing

2,63 1,09 138,11 24,45 5,77 532,85

2,77 1,18 150,45 25,62 6,06 588,85

2,90 1,28 162,78 26,78 6,35 654,00

3,03 1,38 175,12 27,95 6,64 717,00

Totaal inhoudingen

704,90

774,93

854,09

931,12

Nettoloon

1707,19

1756,92

1797,52

1840,25

Vergoeding werkkleding Rijwielvergoeding 55% storting TSF dagen 55% storting TSF vakantietoeslag

18,20 16,00 74,62 92,20

18,20 16,00 78,35 96,81

18,20 16,00 82,08 101,42

18,20 16,00 85,81 106,02

Netto vier wekenloon (exclusief storting TSF)

1908,21

1966,28

2015,22

2066,28

Storting TSF dagen Storting TSF vakantietoeslag Storting TSF Duurzame inzetbaarheid

91,20 112,68 104,43

95,76 118,32 109,65

100,32 123,95 114,87

104,88 129,59 120,10

Netto vier wekenloon (incl. storting TSF) per 1 januari 2022 Netto vier wekenloon (incl. storting TSF) per 1 januari 2021 Procentuele mutatie

2216,52 2142,18 3,47%

2290,01 2215,92 3,34%

2354,36 2277,02 3,40%

2420,85 2340,09 3,45%

24


FUNCTIEGROEP

B

B

B

B

Prestatietoeslag Garantie-uurloon Vast overeengekomen loon per 4 weken BTER-grondslag per 4 weken Berekend loon voor werknemersverzekeringen

0,00% 15,84 2534,40 2534,40 2891,49

5,00% 15,84 2661,12 2661,12 3029,75

10,00% 15,84 2787,84 2787,84 3168,01

15,00% 15,84 2914,56 2914,56 3306,27

Garantieloon Prestatietoeslag Werkgeversvergoeding aanvullend ziektekostenpakket

2534,40 0,00 16,89

2534,40 126,72 16,89

2534,40 253,44 16,89

2534,40 380,16 16,89

Brutoloon

2551,29

2678,01

2804,73

2931,45

Storting TSF dagen Storting TSF vakantietoeslag Storting TSF Duurzame inzetbaarheid minus: ingehouden premie BpfBouw middelloon ingehouden premie SAB ingehouden premie Arbeidsongeschiktheidspensioen ingehouden premie PAWW

175,46 216,79 110,50 152,45 2,79 1,20 6,11

184,23 227,63 116,02 165,50 2,93 1,30 6,41

193,00 238,47 121,55 178,55 3,07 1,40 6,72

201,78 249,31 127,07 191,60 3,21 1,51 7,02

Loon voor loonbelasting/volksverzekeringen

2891,49

3029,75

3168,01

3306,27

Brutoloon

2551,29

2678,01

2804,73

2931,45

Inhoudingen *Premie SAB *Premie Arbeidsongeschiktheidspensioen *Premie BpfBouw middelloon *Verhaal WGA-last *Premie PAWW *Loonheffing

2,79 1,20 152,45 25,81 6,11 601,08

2,93 1,30 165,50 27,04 6,41 668,23

3,07 1,40 178,55 28,27 6,72 735,31

3,21 1,51 191,60 29,51 7,02 802,38

Totaal inhoudingen

789,44

871,41

953,32

1035,23

Nettoloon

1761,85

1806,60

1851,41

1896,22

18,20 16,00 78,96 97,56

18,20 16,00 82,90 102,43

18,20 16,00 86,85 107,31

18,20 16,00 90,80 112,19

Netto vier wekenloon (exclusief storting TSF)

1972,57

2026,13

2079,77

2133,41

Storting TSF dagen Storting TSF vakantietoeslag Storting TSF Duurzame inzetbaarheid

96,50 119,23 110,50

101,33 125,20 116,02

106,15 131,16 121,55

110,98 137,12 127,07

2298,80 2225,54 3,29%

2368,68 2291,72 3,36%

2438,63 2357,97 3,42%

2508,58 2424,19 3,48%

Vergoeding werkkleding Rijwielvergoeding 55% storting TSF dagen 55% storting TSF vakantietoeslag

Netto vier wekenloon (incl. storting TSF) per 1 januari 2022 Netto vier wekenloon (incl. storting TSF) per 1 januari 2021 Procentuele mutatie

Loonspecial & arbeidsvoorwaarden 2022 25 Bouwend Nederland


FUNCTIEGROEP

C

C

C

C

Prestatietoeslag Garantie-uurloon Vast overeengekomen loon per 4 weken BTER-grondslag per 4 weken Berekend loon voor werknemersverzekeringen

0,00% 16,84 2694,40 2694,40 3066,08

5,00% 16,84 2829,12 2829,12 3213,06

10,00% 16,84 2963,84 2963,84 3360,03

15,00% 16,84 3098,56 3098,56 3507,03

Garantieloon Prestatietoeslag Werkgeversvergoeding aanvullend ziektekostenpakket

2694,40 0,00 16,89

2694,40 134,72 16,89

2694,40 269,44 16,89

2694,40 404,16 16,89

Brutoloon

2711,29

2846,01

2980,73

3115,45

Storting TSF dagen Storting TSF vakantietoeslag Storting TSF Duurzame inzetbaarheid minus: ingehouden premie BpfBouw middelloon ingehouden premie SAB ingehouden premie Arbeidsongeschiktheidspensioen ingehouden premie PAWW

186,54 230,48 117,48 168,93 2,96 1,33 6,49

195,86 242,00 123,35 182,80 3,11 1,44 6,81

205,19 253,52 129,22 196,68 3,26 1,55 7,14

214,52 265,05 135,10 210,56 3,41 1,66 7,46

Loon voor loonbelasting/volksverzekeringen

3066,08

3213,06

3360,03

3507,03

Brutoloon

2711,29

2846,01

2980,73

3115,45

Inhoudingen *Premie SAB *Premie Arbeidsongeschiktheidspensioen *Premie BpfBouw middelloon *Verhaal WGA-last *Premie PAWW *Loonheffing

2,96 1,33 168,93 27,36 6,49 686,46

3,11 1,44 182,80 28,68 6,81 757,62

3,26 1,55 196,68 29,99 7,14 828,77

3,41 1,66 210,56 31,30 7,46 902,00

Totaal inhoudingen

893,53

980,46

1067,39

1156,39

Nettoloon

1817,76

1865,55

1913,34

1959,06

Vergoeding werkkleding Rijwielvergoeding 55% storting TSF dagen 55% storting TSF vakantietoeslag

18,20 16,00 83,94 103,72

18,20 16,00 88,14 108,90

18,20 16,00 92,34 114,08

18,20 16,00 96,53 119,27

Netto vier wekenloon (exclusief storting TSF)

2039,62

2096,79

2153,96

2209,06

Storting TSF dagen Storting TSF vakantietoeslag Storting TSF Duurzame inzetbaarheid

102,60 126,76 117,48

107,72 133,10 123,35

112,85 139,44 129,22

117,99 145,78 135,10

Netto vier wekenloon (incl. storting TSF) per 1 januari 2022 Netto vier wekenloon (incl. storting TSF) per 1 januari 2021 Procentuele mutatie

2216,52 2142,18 3,38%

2290,01 2215,92 3,44%

2354,36 2277,02 3,51%

2420,85 2340,09 3,49%

26


FUNCTIEGROEP

D

D

D

D

Prestatietoeslag Garantie-uurloon Vast overeengekomen loon per 4 weken BTER-grondslag per 4 weken Berekend loon voor werknemersverzekeringen

0,00% 18,01 2881,60 2881,60 3270,32

5,00% 18,01 3025,68 3025,68 3427,50

10,00% 18,01 3169,76 3169,76 3584,71

15,00% 18,01 3313,84 3313,84 3741,90

Garantieloon Prestatietoeslag Werkgeversvergoeding aanvullend ziektekostenpakket

2881,60 0,00 16,89

2881,60 144,08 16,89

2881,60 288,16 16,89

2881,60 432,24 16,89

Brutoloon

2898,49

3042,57

3186,65

3330,73

Storting TSF dagen Storting TSF vakantietoeslag Storting TSF Duurzame inzetbaarheid minus: ingehouden premie BpfBouw middelloon ingehouden premie SAB ingehouden premie Arbeidsongeschiktheidspensioen ingehouden premie PAWW

199,50 246,49 125,64 188,21 3,17 1,48 6,94

209,47 258,81 131,92 203,05 3,33 1,60 7,29

219,44 271,14 138,20 217,89 3,49 1,71 7,63

229,42 283,46 144,48 232,73 3,65 1,83 7,98

Loon voor loonbelasting/volksverzekeringen

3270,32

3427,50

3584,71

3741,90

Brutoloon

2898,49

3042,57

3186,65

3330,73

Inhoudingen *Premie SAB *Premie Arbeidsongeschiktheidspensioen *Premie BpfBouw middelloon *Verhaal WGA-last *Premie PAWW *Loonheffing

3,17 1,48 188,21 29,19 6,94 786,08

3,33 1,60 203,05 30,59 7,29 863,13

3,49 1,71 217,89 31,99 7,63 938,54

3,65 1,83 232,73 33,40 7,98 1015,77

Totaal inhoudingen

1015,07

1108,99

1201,25

1295,36

Nettoloon

1883,42

1933,58

1985,40

2035,37

Vergoeding werkkleding Rijwielvergoeding 55% storting TSF dagen 55% storting TSF vakantietoeslag

18,20 16,00 89,78 110,92

18,20 16,00 94,26 116,46

18,20 16,00 98,75 122,01

18,20 16,00 103,24 127,56

Netto vier wekenloon (exclusief storting TSF)

2118,32

2178,50

2240,36

2300,37

Storting TSF dagen Storting TSF vakantietoeslag Storting TSF Duurzame inzetbaarheid

109,73 135,57 125,64

115,21 142,35 131,92

120,69 149,13 138,20

126,18 155,90 144,48

2489,26 2407,19 3,41%

2567,98 2483,17 3,42%

2648,38 2559,30 3,48%

2726,93 2633,46 3,55%

Netto vier wekenloon (incl. storting TSF) per 1 januari 2022 Netto vier wekenloon (incl. storting TSF) per 1 januari 2021 Procentuele mutatie

Loonspecial & arbeidsvoorwaarden 2022 27 Bouwend Nederland


FUNCTIEGROEP

E

E

E

E

Prestatietoeslag Garantie-uurloon Vast overeengekomen loon per 4 weken BTER-grondslag per 4 weken Berekend loon voor werknemersverzekeringen

0,00% 18,91 3025,60 3025,60 3427,41

5,00% 18,91 3176,88 3176,88 3592,49

10,00% 18,91 3328,16 3328,16 3757,55

15,00% 18,91 3479,44 3479,44 3922,59

Garantieloon Prestatietoeslag Werkgeversvergoeding aanvullend ziektekostenpakket

3025,60 0,00 16,89

3025,60 151,28 16,89

3025,60 302,56 16,89

3025,60 453,84 16,89

Brutoloon

3042,49

3193,77

3345,05

3496,33

Storting TSF dagen Storting TSF vakantietoeslag Storting TSF Duurzame inzetbaarheid minus: ingehouden premie BpfBouw middelloon ingehouden premie SAB ingehouden premie Arbeidsongeschiktheidspensioen ingehouden premie PAWW

209,46 258,80 131,92 203,04 3,33 1,60 7,29

219,94 271,75 138,51 218,62 3,49 1,72 7,65

230,41 284,69 145,11 234,20 3,66 1,84 8,01

240,88 297,63 151,70 249,79 3,83 1,96 8,37

Loon voor loonbelasting/volksverzekeringen

3427,41

3592,49

3757,55

3922,59

Brutoloon

3042,49

3193,77

3345,05

3496,33

Inhoudingen *Premie SAB *Premie Arbeidsongeschiktheidspensioen *Premie BpfBouw middelloon *Verhaal WGA-last *Premie PAWW *Loonheffing

3,33 1,60 203,04 30,59 7,29 863,31

3,49 1,72 218,62 32,06 7,65 942,62

3,66 1,84 234,20 33,54 8,01 1023,85

3,83 1,96 249,79 35,01 8,37 1105,23

Totaal inhoudingen

1109,16

1206,16

1305,10

1404,19

Nettoloon

1933,33

1987,61

2039,95

2092,14

Vergoeding werkkleding Rijwielvergoeding 55% storting TSF dagen 55% storting TSF vakantietoeslag

18,20 16,00 94,26 116,46

18,20 16,00 98,97 122,29

18,20 16,00 103,68 128,11

18,20 16,00 108,40 133,93

Netto vier wekenloon (exclusief storting TSF)

2178,25

2243,07

2305,94

2368,67

Storting TSF dagen Storting TSF vakantietoeslag Storting TSF Duurzame inzetbaarheid

115,20 142,34 131,92

120,97 149,46 138,51

126,73 156,58 145,11

132,48 163,70 151,70

Netto vier wekenloon (incl. storting TSF) per 1 januari 2022 Netto vier wekenloon (incl. storting TSF) per 1 januari 2021 Procentuele mutatie

2567,71 2482,91 3,42%

2652,01 2562,05 3,51%

2734,36 2642,05 3,49%

2816,55 2721,65 3,49%

28


1.5.2 SPECIFICATIE PREMIES SV EN BTER BOUWPLAATSMEDEWERKERS

WERKGEVER

WERKNEMER

TOTAAL

A)

6,75%

0,00%

6,75%

Premie WW laag (AWF)

B)

2,7%

0,00%

2,7%

Arbeidsongeschiktheid

C)

Gedifferentieerde Aof LAAG

5,49%

0,00%

5,49%

Gedifferentieerde Aof HOOG

7,05%

7,05%

•

Uniforme opslag kinderopvang

0,5%

0,5%

•

WGA-last

1,785%

0,00%

1,785%

•

ZW-last

1,445%

0,00%

1,445%

•

Arbeidsongeschiktheidspensioen

0,075%

0,075%

0,15%

•

Tweede ziektejaar

0,70%

0,00%

0,70%

Werkgeversheffing Zvw Werkloosheid

•

Middelloonpensioen

D)

16,4632%

9,5368%

26,00%

Stichting Aanvullingsfonds Bouwbedrijf (SAB)

E)

3,26%

0,11%

3,37%

1,50%

0,00%

1,50%

O&O-fonds (O&O) Vergoeding aanvullend ziektekostenpakket

F)

PAWW

G)

€ 16,89

€ 16,89 0,20%

0,20%

Maximum premieloon/bijdrageloon per 4 weken Voor premieberekening Zvw, AWF, WAO/WIA Nadrukkelijk wijzen wij erop dat het voorbeeldberekeningen betreffen. Een aantal premies en kostencomponenten zijn immers alleen per individueel bedrijf vast te stellen. In de voorbeeldberekeningen zijn daarvoor gemiddelden genomen. Hoe deze bepaald zijn wordt hieronder toegelicht. Zorgverzekeringswet (Zvw) (A) Werknemers betalen (op enkele uitgezonderde groepen na) geen bijdrage Zvw meer. Daarvoor in de plaats is de werkgeversheffing Zvw gekomen. Deze bedraagt in 2022 6,75% van het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking van uw werknemer. Het maximumbijdrageloon is vastgesteld op € 59706. Premie WW (AWF) (B) In de WAB wordt geregeld dat de sectorpremies en de uniforme premie AWf voor de WW worden afgeschaft en worden vervangen door één gedifferentieerde WW-premie ten gunste van het AWf. De hoogte van de premie wordt niet langer afhankelijk gesteld van de mate van werkloosheid in de sector, maar van de aard van het contract. Vanaf 1 januari 2020 zijn er twee verschillende WWpremiepercentages: een hoge en een lage WW-premie. De WAB verplicht de werkgever om op de loonstrook te vermelden of er sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, of er wel of geen sprake is van een oproepovereenkomst en of de arbeidsovereenkomst schriftelijk is overeengekomen. In de voorbeeldberekening is gewerkt met de lage premie van 2,7%

€ 4592,76

Arbeidsongeschiktheid (C) De gedifferentieerde premie Aof vervangt per 1 januari 2022 de basispremie Aof. Kleine werkgevers gaan minder premie betalen. Hoe werkt het precies? Kleine werkgevers gaan per 1 januari 2022 over het premieloon van hun werknemers een lagere gedifferentieerde premie Aof betalen dan overige (middelgrote en grote) werkgevers. Met deze verlaging komt het kabinet kleine werkgevers financieel tegemoet voor de kosten van de loondoorbetaling bij ziekte. Met ingang van 1 januari 2022 wordt een werkgever als klein aangemerkt als de premieloonsom van de werkgever maximaal 25 maal het gemiddelde premieloon per werknemer per jaar bedraagt. Deze definitie van een kleine werkgever gaat per 1 januari 2022 ook gelden voor de gedifferentieerde premie Werkhervattingskas (Whk). De grens voor een kleine werkgever gaat voor de gedifferentieerde premie Whk dus van 10 naar maximaal 25 maal het gemiddeld premieloon per werknemer per jaar. Op de mededeling/beschikking voor de gedifferentieerde premie Whk zal de Belastingdienst ook aangeven of een werkgever voor het Aof klein of (middel)groot is. UWV stelt het gemiddelde premieloon per werknemer jaarlijks vast.

Loonspecial & arbeidsvoorwaarden 2022 29 Bouwend Nederland


De opslag voor de Wet kinderopvang (Wko) blijft van toepassing op de gedifferentieerde Aof-premie. Bovenop de lage of hoge premie betaal je dus de opslag voor de Wko. De opslag Wko bereken je over de (gezamenlijke) grondslag van de Aof.

in de salarisadministratie. Daarnaast zal de werkgever periodiek de bijdragen moeten inhouden en af moeten dragen aan Stichting PAWW. Onderstaand schema bevat de premiepercentages. De premie voor 2022 is vastgesteld op 0,20%.

Uit praktische overwegingen is voor de premieberekening van de gedifferentieerde werkhervattingskas het rekenkundig gemiddelde van de minimum- en maximumpremie van grote werkgevers gehanteerd. Voor 2022 betekent dit dat we zijn uitgegaan van 1,785% voor de WGA-last en 1,445% voor de ZW-last. U krijgt van de belastingdienst een beschikking premiepercentages die voor uw bedrijf gelden. Werkgevers kunnen de helft premie van de WGA-last verhalen op het nettoloon van de werknemer. In de voorbeeldberekening wordt dit toepast.

Premieloon De grondslag voor de berekening van de bijdrage is het brutoloon (kolom 3 van de loonstaat, loon in geld) van de werknemer gemaximeerd op het voor het loontijdvak van toepassing zijnde maximum bijdrageloon werknemersverzekeringen (WV). Het premieloon is het cumulatieve totaal van de bijdragegrondslag.

De premie arbeidsongeschiktheidspensioen bedraagt per 1 januari 2022 0,15%. Het werknemersdeel vormt een aftrekpost voor alle heffingen. De werkgever die niet is aangesloten bij BpfBOUW is verplicht zelf voor zijn werknemers een verzekering af te sluiten voor het WGA-gat. De premie wordt gelijkelijk verdeeld tussen de werkgever en de werknemer. Het maximum pensioenloon bedraagt dit jaar € 66.337,13. Het bodemloon (franchise) bedraagt € 14.802. Vanaf 1 januari 2004 is de loondoorbetalingsverplichting bij ziekte twee jaar. Om hier in het model rekening mee te houden is als indicatie voor het effect op de loonkosten gebruik gemaakt van de mantelovereenkomst van Bouwend Nederland met een verzekeraar. Een gemiddelde verzekeringspremie van 0,70% is in de voorbeeldberekeningen opgenomen. BpfBOUW middelloon (D) De pensioenpremie wordt berekend over het pensioenloon verminderd met de franchise. De franchise bedraagt in 2022 € 14.802. Het maximumloon waarover pensioenpremie is verschuldigd is vastgesteld op € 66.337,13. De rekensystematiek is als volgt: (BTER-uurloon * 8 * 260 * 1,08) -/- bodemloon) * premie / aantal loonperiodes per jaar. Stichting Aanvullingsfonds Bouwbedrijf (E) Het werknemersdeel in de premie SAB wordt berekend over de BTERgrondslag en niet over het brutoloon sociale verzekeringen. Deze premie is een aftrekpost voor alle heffingen. Vanwege de introductie van de zwaarwerkregeling bedraagt de totale premie in 2022 3,37%. Aanvullend ziektekostenpakket (F) Indien een werknemer een aanvullend ziektekostenpakket heeft afgesloten waardoor in combinatie met het basispakket kosten voor fysiotherapie, ergotherapie en de eerstelijns psycholoog zijn verzekerd, ontvangt hij van de werkgever een bruto vergoeding van € 18,30 per maand, ofwel € 16,89 per vier weken. Deze vergoeding is loon voor de loonheffingen. PAWW (G) De PAWW verstrekt werknemers een aanvullende uitkering na afloop van de wettelijke WW-of loongerelateerde WGA-uitkering. De aanvullende uitkering vindt aansluitend op de wettelijke uitkering plaats aan rechthebbenden. De totale duur van de aanvullende en de wettelijke uitkering samen zijn gelijk aan de uitkering waar een werknemer recht op zou hebben gehad op grond van wetgeving in 2015. De PAWW-bijdrage wordt betaald door werknemers. De kosten voor de werkgever hebben vooral betrekking op een eenmalige aanpassing 30

Omrekeningsfactor loonkosten per gewerkt uur De loonkosten per gewerkt uur worden berekend door de loonkosten per vier weken te delen door de omrekeningsfactor. De omrekeningsfactor in 2022 is 122,98 uur en is als volgt opgebouwd: OPBOUW OPREKENINGSFACTOR

DAGEN

Aantal werkdagen 2022

260

Af: Bovenwettelijke vakantiedagen

5

Af: Individuele roostervrije dagen

10

Af: Kort verzuimdagen

3

Totaal

242

Af: wettelijke vakantiedagen

20

Af: Doordeweekse feestdagen

5

Af: collectieve roostervrije dagen

10

Af: Ziekteverzuim

12

Af: Eigen risico weerverlet

9

Totaal

186

Omrekenfactor: 186/242*160=122,98


1.5.3 VOORBEELDBEREKENINGEN LOONKOSTEN UTA-MEDEWERKERS

FUNCTIENIVEAU

1

2

3

4

5

6

Jaarsalaris (gemiddelde functieniveau) BTER-grondslag per uur Berekend loon voor werknemersverzekeringen

29.889,72 14,37 32.724,97

33.119,88 15,92 36.064,23

37.209,12 17,89 40.290,87

42.590,88 20,48 45.853,73

49.592,64 23,84 53.091,97

58.674,00 28,21 62.495,45

Jaarsalaris Individueel budget: uitbetaling 13 dagen Individueel budget: uitbetaling duurzame zetbaarheid Individueel budget: uitbetaling vakantietoeslag Werkgeversvergoeding aanvullend ziektekostenpakket

29.889,72 1.494,48 612,74 2.510,74 219,60

33.119,88 1.655,68 678,83 2.782,04 219,60

37.209,12 1.860,56 762,83 3.125,57 219,60

42.590,88 2.129,92 873,27 3.577,66 219,60

49.592,64 2.479,36 1.016,54 4.165,76 219,60

58.674,00 2.933,84 1.202,87 4.928,63 219,60

Brutoloon

34.727,28

38.456,03

43.177,68

49.391,33

57.473,90

67.958,94

minus: ingehouden premie BpfBouw middelloon ingehouden premie SAB ingehouden premie AP ingehouden premie PAWW

1.886,87 32,88 13,11 69,45

2.262,75 36,42 15,72 76,91

2.740,48 40,93 19,04 86,36

3.368,56 46,86 23,40 98,78

4.183,37 54,55 29,06 114,95

5.243,11 64,54 36,43 119,41

Loon voor de loonbelasting/volksverzekeringen

32.724,97

36.064,23

40.290,87

45.853,73

53.091,97

62.495,45

Brutoloon

34.727,28

38.456,03

43.177,68

49.391,33

57.473,90

67.958,94

Wettelijke sociale lasten *Werkgeversheffing Zvw *Premie WW laag (AWF) * Gedifferentieerde premie Aof kleine werkgever * Gedifferentieerde premie Aof grote werkgever * Uniforme opslag kinderopvang op de premie Aof *WGA-totaal *ZW-flex *Premie tweede ziektejaar

2.208,94 883,57 1.796,60 2.307,11 163,62 292,07 472,88 229,07

2.434,34 973,73 1.979,93 2.542,53 180,32 321,87 521,13 252,45

2.719,63 1.087,85 2.211,97 2.840,51 201,45 359,60 582,20 282,04

3.095,13 1.238,05 2.517,37 3.232,69 229,27 409,24 662,59 320,98

3.583,71 1.433,48 2.914,75 3.742,98 265,46 473,85 767,18 371,64

4.030,16 1.612,06 3.277,86 4.209,27 298,53 532,88 862,75 437,47

Bedrijfstakeigen fondsen *Premie SAB *Premie Arbeidsongeschiktheidspensioen *Premie BpfBouw middelloon *Premie O&O-fonds

32,88 13,11 2.657,61 224,77

36,42 15,72 3.187,03 249,01

40,93 19,04 3.859,91 279,83

46,86 23,40 4.744,55 320,34

54,55 29,06 5.892,19 372,90

64,54 36,43 7.384,81 441,25

Loonkosten per jaar kleine werkgever Aof Loonkosten per jaar grote werkgever Aof

43.702,40 44.212,91

48.607,98 49.170,58

54.822,13 55.450,67

62.999,11 63.714,43

73.632,67 74.460,90

86.937,68 87.869,09

Loonkosten per uur 1 januari 2022 kleine werkgever Aof Procentuele mutatie

25,29 4,29%

28,13 4,30%

31,73 4,29%

36,46 4,31%

42,61 4,31%

50,31 4,10%

Loonkosten per uur 1 januari 2022 grote werkgever Aof Procentuele mutatie

25,59 5,51%

28,46 5,51%

32,09 5,49%

36,87 5,50%

43,09 5,49%

50,85 5,21%

Loonkosten per uur per 1 januari 2021

24,25

26,97

30,42

34,95

40,85

48,33

Loonspecial & arbeidsvoorwaarden 2022 31 Bouwend Nederland


1.5.4 VOORBEELDBEREKENINGEN NETTOLONEN UTA-MEDEWERKERS

FUNCTIEGROEP

1

2

3

4

5

6

Maandsalaris BTER-grondslag per uur Berekend loon voor werknemersverzekeringen

2.490,81 14,37 2.727,08

2.759,99 15,92 3.005,35

3.100,76 17,89 3.357,57

3.549,24 20,48 3.821,14

4.132,72 23,84 4.424,33

4.889,50 28,21 5.207,95

Maandsalaris Individueel budget: uitbetaling 13 dagen Individueel budget: uitbetaling duurzame zetbaarheid Individueel budget: uitbetaling vakantietoeslag Werkgeversvergoeding aanvullend ziektekostenpakket

2.490,81 124,54 51,06 209,23 18,30

2.759,99 137,97 56,57 231,84 18,30

3.100,76 155,05 63,57 260,46 18,30

3.549,24 177,49 72,77 298,14 18,30

4.132,72 206,61 84,71 347,15 18,30

4.889,50 244,49 100,24 410,72 18,30

Brutoloon

2.893,94

3.204,67

3.598,14

4.115,94

4.789,49

5.663,25

minus: ingehouden premie BpfBouw middelloon ingehouden premie SAB ingehouden premie AP ingehouden premie PAWW

157,24 2,74 1,09 5,79

188,56 3,04 1,31 6,41

228,37 3,41 1,59 7,20

280,71 3,91 1,95 8,23

348,61 4,55 2,42 9,58

436,93 5,38 3,04 9,95

Loon voor loonbelasting/volksverzekeringen

2.727,08

3.005,35

3.357,57

3.821,14

4.424,33

5.207,95

Brutoloon

2.893,94

3.204,67

3.598,14

4.115,94

4.789,49

5.663,25

Inhoudingen *Premie SAB *Premie AP *Premie BpfBouw middelloon *Verhaal WGA-totaal *Premie PAWW *Loonheffing

2,74 1,09 157,24 24,34 5,79 480,75

3,04 1,31 188,56 26,82 6,41 591,83

3,41 1,59 228,37 29,97 7,20 761,33

3,91 1,95 280,71 34,10 8,23 988,08

4,55 2,42 348,61 39,49 9,58 1.283,25

5,38 3,04 436,93 44,41 9,95 1.666,42

totaal inhoudingen

671,95

817,97

1.031,87

1.316,98

1.687,90

2.166,13

2.221,99 2.148,03 3,44%

2.386,70 2.303,32 3,62%

2.566,27 2.480,66 3,45%

2.798,96 2.704,75 3,48%

3.101,59 2.992,91 3,63%

3.497,12 3.370,69 3,75%

Netto maandloon per 1 januari 2022 Netto maandloon per 1 januari 2021 Procentuele mutatie

32


1.5.5 SPECIFICATIE PREMIES SV EN BTER UTA-MEDEWERKERS

WERKGEVER

WERKNEMER

TOTAAL

A)

6,75%

0,00%

6,75%

Premie WW laag (AWF)

B)

2,7%

0,00%

2,7%

Arbeidsongeschiktheid

C)

Gedifferentieerde Aof LAAG

5,49%

0,00%

5,49%

Gedifferentieerde Aof HOOG

7,05%

7,05%

•

Uniforme opslag kinderopvang

0,5%

0,5%

•

WGA-last

1,785%

0,00%

1,785%

•

ZW-last

1,445%

0,00%

1,445%

•

Arbeidsongeschiktheidspensioen

0,075%

0,075%

0,15%

•

Tweede ziektejaar

0,70%

0,00%

0,70%

Werkgeversheffing Zvw Werkloosheid

•

Middelloonpensioen

D)

15,2048%

10,7952%

26,00%

Stichting Aanvullingsfonds Bouwbedrijf (SAB)

E)

0,11%

0,11%

0,22%

0,7520%

0,00%

0,7520%

O&O-fonds (O&O) Vergoeding aanvullend ziektekostenpakket

F)

PAWW

G)

€ 18,30

€ 18,30 0,20%

0,20%

Maximum premieloon/bijdrageloon per 4 weken Voor premieberekening Zvw, AWF, WAO/WIA Nadrukkelijk wijzen wij erop dat het voorbeeldberekeningen betreffen. Een aantal premies en kostencomponenten zijn immers alleen per individueel bedrijf vast te stellen. In de voorbeeldberekeningen zijn daarvoor gemiddelden genomen. Hoe deze bepaald zijn wordt toegelicht. Zorgverzekeringswet (Zvw) (A) Werknemers betalen (op enkele uitgezonderde groepen na) geen bijdrage Zvw meer. Daarmee is ook de verplichte vergoeding van de bijdrage vervallen. Daarvoor in de plaats is de werkgeversheffing Zvw gekomen. Deze bedraagt in 2022 6,75% van het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking van uw werknemer. Het maximumbijdrageloon is vastgesteld op € 59.706. Premie WW (AWF) (B) In de WAB wordt geregeld dat de sectorpremies en de uniforme premie AWf voor de WW worden afgeschaft en worden vervangen door één gedifferentieerde WW-premie ten gunste van het AWf. De hoogte van de premie wordt niet langer afhankelijk gesteld van de mate van werkloosheid in de sector, maar van de aard van het contract. Vanaf 1 januari 2020 zijn er twee verschillende WWpremiepercentages: een hoge en een lage WW-premie. De WAB verplicht de werkgever om op de loonstrook te vermelden of er sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, of er wel of geen sprake is van een oproepovereenkomst en of de arbeidsovereenkomst schriftelijk is overeengekomen.

€ 4.975,50

In de voorbeeldberekening is gewerkt met de lage premie van 2,7% Arbeidsongeschiktheid (C) De gedifferentieerde premie Aof vervangt per 1 januari 2022 de basispremie Aof. Kleine werkgevers gaan minder premie betalen. Hoe werkt het precies? Kleine werkgevers gaan per 1 januari 2022 over het premieloon van hun werknemers een lagere gedifferentieerde premie Aof betalen dan overige (middelgrote en grote) werkgevers. Met deze verlaging komt het kabinet kleine werkgevers financieel tegemoet voor de kosten van de loondoorbetaling bij ziekte. Met ingang van 1 januari 2022 wordt een werkgever als klein aangemerkt als de premieloonsom van de werkgever maximaal 25 maal het gemiddelde premieloon per werknemer per jaar bedraagt. Deze definitie van een kleine werkgever gaat per 1 januari 2022 ook gelden voor de gedifferentieerde premie Werkhervattingskas (Whk). De grens voor een kleine werkgever gaat voor de gedifferentieerde premie Whk dus van 10 naar maximaal 25 maal het gemiddeld premieloon per werknemer per jaar. Op de mededeling/beschikking voor de gedifferentieerde premie Whk zal de Belastingdienst ook aangeven of een werkgever voor het Aof klein of (middel)groot is. UWV stelt het gemiddelde premieloon per werknemer jaarlijks vast. Loonspecial & arbeidsvoorwaarden 2022 33 Bouwend Nederland


E-learning van BNL Academy Een goede fundering voor je bedrijfsvoering Bouwend Nederland Academy. Volg onze trainingen waar en wanneer het je uitkomt

Naast de trainingen op locatie, worden ook steeds meer trainingen van Bouwend Nederland Academy (gedeeltelijk) online aangeboden. Houd onze website goed in de gaten voor het laatste nieuws!

Bekijk hier ons trainingsaanbod

Meer informatie? Wil je meer weten over onze trainingen? Neem dan contact op via academy@bouwendnederland.nl 34of bel 079 3 252 159. 34

Bouwend Nederland | Loonspecial


De opslag voor de Wet kinderopvang (Wko) blijft van toepassing op de gedifferentieerde Aof-premie. Bovenop de lage of hoge premie betaal je dus de opslag voor de Wko. De opslag Wko bereken je over de (gezamenlijke) grondslag van de Aof.

in de salarisadministratie. Daarnaast zal de werkgever periodiek de bijdragen moeten inhouden en af moeten dragen aan Stichting PAWW. Onderstaand schema bevat de premiepercentages. De premie voor 2022 is vastgesteld op 0,20%.

Uit praktische overwegingen is voor de premieberekening van de gedifferentieerde werkhervattingskas het rekenkundig gemiddelde van de minimum- en maximumpremie van grote werkgevers gehanteerd. Voor 2022 betekent dit dat we zijn uitgegaan van 1,785% voor de WGA-last en 1,445% voor de ZW-last. U krijgt van de belastingdienst een beschikking premiepercentages die voor uw bedrijf gelden. Werkgevers kunnen de helft premie van de WGA-last verhalen op het nettoloon van de werknemer. In de voorbeeldberekening wordt dit toepast.

Premieloon De grondslag voor de berekening van de bijdrage is het brutoloon (kolom 3 van de loonstaat, loon in geld) van de werknemer gemaximeerd op het voor het loontijdvak van toepassing zijnde maximum bijdrageloon werknemersverzekeringen (WV). Het premieloon is het cumulatieve totaal van de bijdragegrondslag.

De premie areidsongeschiktheidspensioen bedraagt per 1 januari 2022 0,15%. Het werknemersdeel vormt een aftrekpost voor alle heffingen. De werkgever die niet is aangesloten bij BpfBOUW is verplicht zelf voor zijn werknemers een verzekering af te sluiten voor het WGAgat. De premie wordt gelijkelijk verdeeld tussen de werkgever en de werknemer. Het maximum pensioenloon bedraagt dit jaar € 66.337,13. Het bodemloon (franchise) bedraagt € 14.802. Vanaf 1 januari 2004 is de loondoorbetalingsverplichting bij ziekte twee jaar. Om hier in het model rekening mee te houden is als indicatie voor het effect op de loonkosten gebruik gemaakt van de mantelovereenkomst van Bouwend Nederland met een verzekeraar. Een gemiddelde verzekeringspremie van 0,70% is in de voorbeeldberekeningen opgenomen. BpfBOUW middelloon (D) De pensioenpremie wordt berekend over het pensioenloon verminderd met de franchise. De franchise bedraagt in 2022 € 14.802. Het maximumloon waarover pensioenpremie is verschuldigd is vastgesteld op € 66.337,13. De rekensystematiek is als volgt: (BTER-uurloon * 8 * 260 * 1,08) -/- bodemloon) * premie / aantal loonperiodes per jaar.

Omrekeningsfactor loonkosten per gewerkt uur De loonkosten per gewerkt uur worden berekend door de loonkosten per jaar te delen door de omrekeningsfactor. De omrekeningsfactor met ingang van 1 januari 2022 is 1728 uur. OPBOUW OPREKENINGSFACTOR

DAGEN

Aantal werkdagen 2022

260

Af: Bovenwettelijke vakantiedagen

5

Af: Individuele roostervrije dagen

5

Af: Kort verzuimdagen

3

Totaal

247

Af: wettelijke vakantiedagen

20

Af: Doordeweekse feestdagen

7

Af: Individuele roostervrije dagen

10

Af: Ziekteverzuim 3% minus 1 wachtdag

6,8 205,20

Totaal

Omrekenfactor: 186/242*160=1728

Stichting Aanvullingsfonds Bouwbedrijf (E) Het werknemersdeel in de premie SAB wordt berekend over de BTERgrondslag en niet over het brutoloon sociale verzekeringen. Deze premie is een aftrekpost voor alle heffingen. Vanwege de introductie van de zwaarwerkregeling bedraagt de totale premie in 2022 3,37%. . Aanvullend ziektekostenpakket (F) Indien een werknemer een aanvullend ziektekostenpakket heeft afgesloten waardoor in combinatie met het basispakket kosten voor fysiotherapie, ergotherapie en de eerstelijns psycholoog zijn verzekerd, ontvangt hij van de werkgever een bruto vergoeding van € 18,30 per maand, ofwel € 16,89 per vier weken. Deze vergoeding is loon voor de loonheffingen. PAWW (G) De PAWW verstrekt werknemers een aanvullende uitkering na afloop van de wettelijke WW-of loongerelateerde WGA-uitkering. De aanvullende uitkering vindt aansluitend op de wettelijke uitkering plaats aan rechthebbenden. De totale duur van de aanvullende en de wettelijke uitkering samen zijn gelijk aan de uitkering waar een werknemer recht op zou hebben gehad op grond van wetgeving in 2015. De PAWW-bijdrage wordt betaald door werknemers. De kosten voor de werkgever hebben vooral betrekking op een eenmalige aanpassing Loonspecial & arbeidsvoorwaarden 2022 35 Bouwend Nederland


2. CAO BOUW & INFRA

In dit hoofdstuk behandelen we de belangrijkste aandachtspunten, wijzigingen en artikelen uit de cao Bouw & Infra. Tevens komen de cao-bepalingen waarover doorgaans veel vragen worden gesteld bij Bouwend Nederland Advies aan de orde. De belangrijkste caoafspraken zijn er in begrijpelijke taal opgeschreven. Aan de teksten kunnen geen rechten worden ontleend. 2.1

BELONING 2.1.1 Loontabellen bouwplaatsmedewerkers 2.1.2 Salaristabellen uta-medewerkers

2.2

ARBEIDSTIJDEN 2.2.1 Basisregeling arbeidsduur en arbeidstijden 2.2.2 Kaderregeling arbeidsduur en arbeidstijden 2.2.3 Toeslag bijzondere uren 2.2.4 Spaarurenmodel bouwplaatsmedewerkers 2.2.5 Overwerk en overwerktoeslagen 2.2.6 Verschoven uren Infra 2.2.7 Bereikbaarheidsdienst bouwplaatsmedewerkers

2.3

VAKANTIE EN VERLOF 2.3.1 Wettelijke en bovenwettelijke vakantiedagen 2.3.2 Roostervrije dagen 2.3.3 Extra roostervrije dagen (seniorendagen) vanaf 1 januari 2016 2.3.4 Kort verzuim 2.3.5 Verlof stervensbegeleiding en rouwverlof

2.4

INDIVIDUEEL BUDGET

36

2.5

TIJDSPAARFONDS

2.6

VERGOEDINGEN 2.6.1 Reisurenvergoeding 2.6.2 Reiskostenvergoeding 2.6.3 Chauffeurstoeslag bouwplaatsmedewerkers 2.6.4 Vergoeding vakbondscontributie 2.6.5 Vergoeding van persoonlijke beschermingsmiddelen 2.6.6 Vergoeding van werkkleding 2.6.7 Vergoeding van gereedschap 2.6.8 Vergoeding EHBO/BHV 2.6.9 Vergoeding aanvullende ziektekostenverzekering

2.7

DUURZAME INZETBAARHEID 2.7.1 Duurzame inzetbaarheidsanalyse (DIA) 2.7.2 Hoe werkt de DIA? 2.7.3 Budget duurzame inzetbaarheid 2.7.4 Overgangsregeling (subsidie) duurzame inzetbaarheid 2.7.5 Functiegerichte scholing (bouw en uta) 2.7.6 Periodiek Arbeidsgezondheidskundig Onderzoek (PAGO) 2.7.7 Vierdaagse werkweek en voorbeeldroosters


Tabel 4.4.3: Garantieloon leerlingwerknemer tijdens driejarige BBL 3 opleiding

2.1 BELONING

leeftijd

2.1.1 LOONTABELLEN BOUWPLAATSMEDEWERKERS

Per 1 januari 2022 vindt een loonsverhoging van 3% plaats. Hieronder staan de nieuwe loontabellen. De tabelnummers zijn opgenomen zoals ze staan in de cao bouw & Infra. Tabel 4.2 : Garantieloon vakvolwassen bouwplaatswerknemer 21 jaar of ouder functiegroep

uur

A

14,97

B

15,84

C

3e jaar

uur

uur

16

4,96

5,63

6,34

17

5,72

6,45

7,22

18

6,57

7,41

8,35

19

7,60

8,53

9,61

20

8,92

9,98

11,26

21

12,95

13,93

14,51

Tabel 4.5: Garantieloon starttabel (inloopschaal) bouwplaatswerknemer * 1e halfjaar uur

uur

16,84

16

4,07

4,71

D

18,01

17

4,63

5,34

E

18,91

18

5,79

6,60

19

6,91

7,85

20

8,78

9,59

21

11,21

12,46

zonder vakopleiding

met BBL 2

met BBL 3

uur

uur

uur

16

5,98

17

6,74

8,72

18

8,22

10,30

13,08

19

9,72

11,89

15,24

20

11,22

13,87

17,44

Tabel 4.4.2: Garantieloon leerlingwerknemer tijdens BBL 2 of tweejarige BBL 3 opleiding leeftijd

2e jaar

uur

leeftijd

Tabel 4.3: Garantieloon jeugdige bouwplaatswerknemer 16 t/m 20 jaar leeftijd

1e jaar

2e halfjaar

*De bouwplaatswerknemer die niet eerder in de bouw & infra heeft gewerkt, mag maximaal een jaar lang worden betaald volgens deze starttabel. Dit geldt niet voor de bouwplaatswerknemer die een vakopleiding in de bouw volgt, of in het bezit is van een vakopleidingsdiploma.

2.1.2 SALARISTABELLEN UTA-MEDEWERKERS

Per 1 januari 2022 vindt een salarisverhoging van 3% plaats. Hieronder staan de nieuwe salaristabellen. De tabelnummers zijn opgenomen zoals ze staan in de cao Bouw & Infra.

in BBL 2

in BBL 3 (1e jaar)

in BBL 3 (2e jaar)

uur

uur

uur

functieniveau

minimum

maximum

16

4,96

5,63

6,34

1

2151,14

2830,48

17

5,72

6,45

7,22

2

2364,55

3155,43

18

6,57

7,41

8,35

3

2637,96

3563,56

19

7,60

8,53

9,61

4

2995,04

4103,44

20

8,92

9,98

11,26

5

3460,31

4805,13

21

12,95

13,93

14,51

6

4065,05

5713,95

Tabel 4.9: Uta-werknemer 21 jaar of ouder

Loonspecial & arbeidsvoorwaarden 2022 37 Bouwend Nederland


Tabel 4.10: Uta-werknemer 16 t/m 20 jaar leeftijd

functieniveau 1

functieniveau 2

min.

max.

min.

max.

16

752,89

990,67

827,56

1104,41

17

860,46

1132,19

945,81

1262,15

18

1075,56

1415,26

1182,29

1577,72

19

1344,44

1769,05

1477,84

20

1613,35

2122,87

1773,39

functieniveau 3 min.

max.

1972,15

1648,71

2227,24

2366,58

1978,48

2672,69

Tabel 4.11: Starttabel (Inloopschaal) uta-werknemer * leeftijd

eerste half jaar

tweede half jaar

16

677,60

677,60

17

774,42

774,42

18

968,02

968,02

19

1210,00

1210,00

20

1452,01

1452,01

21 of ouder

1831,54

1938,07

*De starttabel geldt voor een uta-werknemer die nog niet eerder in de bouw & infra heeft gewerkt.

2.2 ARBEIDSTIJDEN

2.2.1 BASISREGELING ARBEIDSDUUR EN ARBEIDSTIJDEN

Normale arbeidsduur De normale arbeidsduur bedraagt gemiddeld 40 uur per werkweek en gemiddeld 8 uur per dag, beide gemeten over een periode van 13 weken. De maximale ingeroosterde arbeidsduur bedraagt 9 uur per dag. De werkweek omvat 5 werkdagen en loopt van maandag tot en met vrijdag. Bovengenoemde definitie van de normale arbeidsduur geeft ruimte om zowel per dag als per week te variëren in arbeidsduur, zonder dat dit tot extra loonkosten leidt. Als werkgever dient u dit wel tijdig en overzichtelijk aan de werknemer kenbaar te maken in de vorm van een rooster. Met een rooster legt de werkgever de dagelijkse en (meer)wekelijkse arbeids- en rusttijden vast. Zie voor meer informatie hierover verderop in dit hoofdstuk. Werken op zaterdag Per kalenderjaar mag de werkgever maximaal 5 zaterdagen als werkdag aanwijzen in plaats van een doordeweekse werkdag. Ook in dat geval omvat de werkweek dus 5 werkdagen. Op deze zaterdagen krijgt de werknemer een toeslag bijzondere uren. (zie 2.2.3)

gelden de volgende voorwaarden: • Het wordt door de opdrachtgever in de voorwaarden geëist. • De werknemer is hier niet toe verplicht. • De werkzaamheden worden uitgevoerd binnen het dagvenster. • De werknemer krijgt een toeslag bijzondere uren (zie 2.2.3). Dagvenster Het dagvenster binnen de basisregeling geeft de grenzen aan waarbinnen de werkdag mag worden ingeroosterd. Het dagvenster loopt voor bouwplaatsmedewerkers van 07.00 uur tot 19.00 uur. Als de werkgever de werknemer op een doordeweekse dag laat werken binnen het dagvenster dan hoeft er geen toeslag voor bijzondere uren betaald te worden. Werken met een rooster Binnen de basisregeling stelt u als werkgever, na overleg met uw werknemers, steeds voor een periode van 13 weken de dagelijkse en wekelijkse arbeids- en rusttijden vast. Dit is dan het geldende rooster. Uiteraard mogen roosters een periode van meer of minder dan 13 weken beslaan. Echter u moet daarbij in ogenschouw nemen dat de normale arbeidsduur op gemiddeld 40 uur over een periode van 13 weken dient uit te komen. Is dit hoger dan heeft u te maken met overuren en is dit minder dan heeft u te maken met leegloopuren. Het rooster dient 28 dagen voor aanvang beschikbaar te zijn voor werknemers. Bij werken in verschoven uren gebeurt dit voor de Infra ten minste 14 dagen van tevoren. Afwijken van deze termijnen

mag met instemming van de werknemer. Bij onderhouds- en reparatiewerkzaamheden bij bewoonde en in gebruik zijnde gebouwen mag de werkgever met zijn werknemer(s) overeenkomen dat op meer dan 5 zaterdagen wordt gewerkt, waarbij dan geldt dat de werknemer niet werkt (en ook niet betaald krijgt) op een doordeweekse werkdagen in dezelfde kalenderweek. Hierbij 38

Roosteren loont! Het werken met roosters is nog steeds voor veel bedrijven een nieuw en lastig fenomeen. De huidige flexibiliteit op het gebied van arbeidstijden brengt echter met zich mee dat roosteren loont. Roosteren draagt bij


om kosten voor leegloop en overwerk (bijvoorbeeld als gevolg van weersomstandigheden of fluctuatie in werkaanbod) te reduceren. Tevens kunnen beschikbare arbeidsuren effectiever worden ingezet.

•

•

VOORBEELD Einde lopend werk, start nieuw werk Veel bedrijven geven aan dat ze de laatste twee of drie weken voor een oplevering eigenlijk uren te kort komen en dat ze de eerste twee tot drie weken bij de start van een nieuw werk vaak uren teveel of over hebben. Dit resulteert in een piek aan overuren vlak voor de oplevering en een piek aan niet-productieve uren gedurende de eerste weken na de start van een nieuw werk. Met roosteren kunnen beide zaken getackeld worden. Door de drie weken voor oplevering 45 uur in te roosteren en de eerste drie weken na oplevering/start nieuw werk 35 uur in te roosteren wordt zowel bespaard op overuren als op leegloopuren. De 5 extra gewerkte uren in de laatste drie weken voor de oplevering kunnen immers zonder overwerktoeslag worden uitbetaald en in de drie daaropvolgende weken dat er 35 uur wordt gewerkt wat tot geen of in ieder geval minder niet-productieve uren leidt.

Stappenplan voor het roosteren binnen de basisregeling Omdat roosteren voor veel werkgevers een nieuw fenomeen is beschrijven we hieronder een kort stappenplan om dit in de praktijk vorm te geven. Als u er tijd aan besteedt, zult u merken dat het u daadwerkelijk bijdraagt aan een hogere arbeidsproductiviteit en een besparing op toeslagen. 1. Bekijk het werkaanbod dat u heeft en bepaal waar de pieken en dalen in arbeidsuren zijn. 2. In de weken (of dagen) met een piek aan arbeidsuren roostert u meer uren in. In de weken met minder werkaanbod plant u minder arbeidsuren in. Let er hierbij wel op dat u over een periode van 13 weken gemiddeld op 40 uur per week uitkomt. 3. Stel dit rooster tijdig vast. Dit wil zeggen ten minste 28 dagen voor het begin van het rooster beschikbaar aan de werknemer. Bij werken in verschoven uren gebeurt dit voor de Infra ten minste 14 dagen van tevoren. Met instemming van de werknemer kunt u deze termijnen verkorten.

2.2.2 KADERREGELING ARBEIDSDUUR EN ARBEIDSTIJDEN

Voor Infra geldt bij toepassing van het spaarurenmodel een maximum van 160 spaaruren en 5 verplichte overuren per week en 128 per jaar. Het dagvenster loopt voor bouwplaatswerknemers van 06.00 uur tot 19.00 uur. De werkgever tevens mag de werkdag buiten dit dagvenster inroosteren.

Werken met een rooster Binnen de kaderregeling stelt u als werkgever, na overeenstemming met 70% van de betrokken werknemers en de OR of PVT, voor een periode van 26 weken (of 52 weken voor Infra) de dagelijkse en wekelijkse arbeids- en rusttijden vast. Dit is dan het geldende rooster. Uiteraard mogen roosters een periode van meer of minder dan 26 weken (of 52 weken voor Infra) beslaan, echter u dient daarbij in ogenschouw te nemen dat de normale arbeidsduur op gemiddeld 40 uur over een periode van 26 weken (of 52 weken voor Infra) moet uitkomen. Als er boven rooster gewerkt wordt dan heeft u te maken met overuren en wordt er minder gewerkt dan in het rooster is aangegeven dan heeft u te maken met leegloopuren. Het rooster dient 28 dagen voor aanvang beschikbaar te zijn voor werknemers. Afwijken van deze termijnen mag met instemming

van de werknemer. Roosteren loont! Het werken met roosters is voor veel bedrijven een nieuw fenomeen. De huidige flexibiliteit op het gebied van arbeidstijden brengt echter met zich mee dat roosteren loont. Roosteren draagt bij om kosten voor leegloop en overwerk (bijvoorbeeld als gevolg van weersomstandigheden of fluctuatie in werkaanbod) te reduceren.

VOORBEELD Die ellendige maand januari Veel bedrijven geven aan dat januari de meest ellendige maand van het jaar is. De kans of vorst en sneeuw is dan het grootst en als het al boven de nul graden is, is er vaak sprake van onwerkbaar veel regenval. De dagen zijn bovendien ook nog kort. Het liefst is de werkgever de gehele maand dicht waarbij hij de arbeidsuren later in het jaar kan inplannen. De kaderregeling biedt hiervoor de ruimte, zeker voor infrabedrijven. Werknemers kunnen vier weken in januari niet ingeroosterd worden. Over de resterende 48 weken worden deze uren vervolgens verdeeld, waardoor de normale arbeidsduur van gemiddeld 40 uur per 52 weken wordt gerealiseerd. Dit is productiviteitswinst door het verschuiven van leegloopuren zonder dat dit leidt tot overwerktoeslagen verder in het jaar wanneer deze leegloopuren ingepland worden.

De kaderregeling biedt de mogelijkheid om ruimere en flexibeler te roosteren, dan mogelijk is in de basisregeling. Deze mogelijkheid kunt u benutten, zonder dat het leidt tot extra toeslagen voor overwerk. Belangrijkste verschillen ten opzichte van de basisregeling • De normale arbeidsduur bedraagt binnen de kaderregeling gemiddeld 40 uur per werkweek en gemiddeld 8 uur per dag, beide gemeten over een periode van maximaal 26 weken (voor Infra is dit 52 weken). • De maximaal in te roosteren arbeidsduur bedraagt 10 uur per dag. • De werkweek omvat gemiddeld 5 werkdagen, gemeten over een periode van 4 weken en loopt van maandag tot en met zaterdag.

Stappenplan voor het roosteren binnen de kaderregeling 1. Bekijk het werkaanbod dat u heeft en bepaal waar de (gewenste) pieken en dalen in arbeidsuren zijn. 2. In de weken (of dagen) met een piek aan arbeidsuren roostert u meer uren in en in en weken met waarin minder werkaanbod plant u minder arbeidsuren in. Dit kan bijvoorbeeld ook per project. Let er hierbij wel op dat u over een periode van 52 weken gemiddeld op 40 uur per week uitkomt. 3. Stel een rooster op en bespreek dit zodanig, dat minimaal 70% van de betrokken medewerkers en de OR (of PVT) hiermee instemmen. Loonspecial & arbeidsvoorwaarden 2022 39 Bouwend Nederland


4.

5.

Informeer cao-partijen over de inhoud van de gemaakte afspraken. Op de website www.tbbouwinfra.nl is hiervoor een digitaal loket ingericht waar u de afspraken kunt uploaden met het bewijs van de schriftelijke overeenstemming met de OR/PVT en 70% van de betrokken werknemers. Evalueer (na afloop van het rooster) de uitvoering van de afspraken binnen de kaderregeling en informeert cao-partijen hierover via bovengenoemde website.

Als u gebruik wilt maken van dit spaarmodel zijn er een aantal voorwaarden en aandachtspunten waar u rekening mee moet houden. Deze komen hieronder aan de orde.

2.2.3 TOESLAG BIJZONDERE UREN

Als de werkgever de bouwplaatswerknemer laat werken op een doordeweekse dag buiten het dagvenster, op zaterdag of op zondag, heeft de werknemer recht op een toeslag over zijn vast overeengekomen uurloon volgens de onderstaande tabel. TIJDSTIP

MA

DI

WO

DO

VR

ZA

ZO

0.00 07.00*

100%

30%

30%

30%

30%

50%

75%

35%**

100%

75%

100%

07.00* 19.00 19.00 24.00

30%

30%

30%

30%

bedrijfsvoering, worden verplicht 80 spaaruren per kalenderjaar op te bouwen door middel van verplicht overwerk en/of inleg van reisuren. Bij toepassing van de kaderregeling, kan voor de Infra een maximum van 160 verplichte spaaruren worden afgesproken. Over de dagen dat de werkgever spaaruren inzet, is hij geen loon meer verschuldigd. De werknemer wordt geacht hiervoor gebruik te maken van het bedrag dat op zijn Tijdspaarfondsrekening is gestort.

50%

* Bij toepassing van de kaderregeling geldt tussen 6.00 uur en 7.00 uur geen toeslag. ** Voor de zaterdagen die de werkgever als werkdag aanwijst op grond van de basisregeling arbeidstijden, geldt een toeslag van 20%.

Ingeval de werknemer op bijzondere uren overwerkt, geldt het overwerkpercentage, tenzij het toeslagpercentage bijzondere uren hoger is. Deze tabel is niet van toepassing bij verschoven uren Infra als bedoeld in artikel 5.15 van de cao. Aan de uta-werknemer zal schriftelijk worden bekend gemaakt op welke wijze compensatie wordt gegeven voor door de werkgever opgedragen werk op bijzondere uren. Bij het ontbreken van deze schriftelijke bekendmaking, is bovenstaande tabel onverkort van toepassing.

2.2.4 SPAARMODEL BOUWPLAATSMEDEWERKERS

Bouwplaatswerknemers van 18 jaar of ouder met een volledig dienstverband kunnen, per kalenderjaar gedurende maximaal 26 weken, ten behoeve van de opvang van discontinuïteit in de

Opbouw van spaaruren met overuren De werknemer kan worden verplicht tot maximaal 3 overuren per week en maximaal 64 overuren per jaar. Voor Infra geldt in de kaderregeling maximaal 5 overuren per week en maximaal 128 overuren per jaar. Tegenover 1 overwerkuur staat, afhankelijk van de hoogte van de overwerkvergoeding, minimaal 1,25 spaaruren. Hierdoor kan het totaal aan van 80 of 160 spaaruren gerealiseerd worden door de geldwaarde van 64 of 128 overuren te storten op de Tijdspaarfondsrekening van de betreffende werknemer. Opbouw van spaaruren met reisuren De opbouw van spaaruren is ook mogelijk met reisuren. Bijvoorbeeld als er geen overuren maar wel reisuren gemaakt worden. Er kunnen maximaal 80 reisuren voor opbouw van spaaruren worden aangewend. Lang niet in alle gevallen zal de inleg van 80 reisuren leiden tot 80 spaaruren. Dit heeft te maken de volgende twee cao-afspraken: 1. De vergoeding voor reisuren bedraagt maximaal het garantieloon voor loongroep A. 2. Het aantal spaaruren dat tegenover 1 reisuur staat, wordt berekend door het garantieloon dat geldt voor een reisuur te delen door het feitelijke garantieloon van de werknemer. Om dit goed inzichtelijk te maken hebben we dit uitgewerkt in onderstaande tabel, gebaseerd op de garantielonen per 1 januari 2022. Het tekort aan spaaruren dat bij de inleg van reisuren ontstaat, kan niet worden aangevuld met overwerkuren. Hierdoor kan de werkgever dus minder spaaruren inzetten voor de opvang van discontinuïteit. Opbouw van spaaruren met reisuren en overuren Spaaruren kunnen ook worden opgebouwd door een combinatie van reisuren en overuren. Ingeval de werknemer zowel overuren als reisuren heeft gemaakt kan hij kiezen welke uren gebruikt worden voor de inleg van spaaruren. Echter het tekort aan spaaruren dat bij het gebruik van reisuren ontstaat bij werknemer hoger dan loongroep A, kan niet worden aangevuld met extra overwerkuren.

OPBOUW VAN SPAARUREN MET REISUREN

40

aantal ingelegde reisuren

vergoeding reisuren volgens loongroep A

gestorte waarde in TSF

loongroep werknemer

garantieloon werknemer

aantal in te zetten spaaruren

80 reisuren

€ 14,97

€ 1.197,60

A

14,97

80

80 reisuren

€ 14,97

€ 1.197,60

B

15,84

76

80 reisuren

€ 14,97

€ 1.197,60

C

16,84

71

80 reisuren

€ 14,97

€ 1.197,60

D

18,01

67

80 reisuren

€ 14,97

€ 1.197,60

E

18,91

63


2.2.5 OVERWERK EN OVERWERKTOESLAGEN

g. Van overwerk is sprake als de bouwplaatswerknemer op een dag meer werkt dan het overeengekomen rooster. Dit brengt met zich mee dat er dus verschil kan zijn in wanneer er sprake is van overwerk. Bovendien kan niet roosteren met zich mee brengen dat meer uren als overuren moeten worden beschouwd, dan nodig is als men werkt met de basisregeling of de kaderregeling. Als vast is komen te staan dat een overuur is gemaakt, moet dit worden uitbetaald bij de eerstvolgende loonbetaling. Hoogte van de overwerkvergoeding • Voor de eerste 3 uren per dag, mits onmiddellijk voorafgaand of aansluitend aan de normale arbeidsdag: 25%, • Voor de overige overuren op een normale werkdag, vanaf maandag 05.00 uur en voor arbeid op zaterdag tot 21.00 uur: 50%, • Voor arbeid tussen zaterdag 21.00 uur en maandag 05.00 uur en voor arbeid op een feestdag, als vermeld in artikel 3.4: 100%. Bij overwerk in ploegendienst moeten de voor ploegendienst geldende uurlonen worden verhoogd met de in dit artikel genoemde percentages. Ingeval de werknemer op bijzondere uren overwerkt, geldt het overwerkpercentage, tenzij het toeslagpercentage bijzondere uren hoger is. Overwerk uta-medewerkers De werkgever moet schriftelijk aangeven op welke wijze compensatie wordt gegeven voor overwerk. Voor het geval een werkgever niet schriftelijk bekend heeft gemaakt op welke wijze hij overwerk compenseert, alsmede indien per saldo minder dan het uurloon wordt gecompenseerd, worden de overuren van werknemers in de functies tot en met niveau drie minimaal vergoed tegen het geldende salaris per uur dan wel tijd voor tijd.

2.2.6 VERSCHOVEN UREN INFRA

Indien zulks door de opdrachtgever in bestek-bepalingen wordt geëist kan de basisregeling arbeidstijd bij vernieuwing, onderhoud en reparatie van infrastructurele werken worden verschoven. Daarbij gelden de volgende voorwaarden: a. Een werknemer kan niet verplicht worden tot arbeid buiten het dagvenster in de basisregeling, tenzij schriftelijk overeengekomen bij aanvang van het dienstverband. b. Verschoven arbeidstijden dienen tot het hoogst noodzakelijke beperkt te worden. In beginsel zal een werknemer van 57 jaar of ouder per jaar niet meer dan dertig weken per kalenderjaar in verschoven arbeidstijden werken. c. Onvoorziene omstandigheden daargelaten dient de werkgever verschoven arbeidstijden ten minste veertien dagen voor aanvang aan de werknemer bekend te maken. d. De normale arbeidsduur bedraagt gemiddeld 40 uur per kalenderweek gemeten over een periode van 13 weken. e. Indien de arbeidstijd na 20.00 uur aanvangt heeft de bestuurder van een auto met inzittenden recht op een half uur rusttijd, direct voorafgaande aan de reistijd. f. Indien een werknemer tijdens de werkweek overgaat van normale naar verschoven arbeidstijd beëindigt hij de normale arbeidstijd zoveel eerder als nodig is om tien uur rusttijd te

h.

i.

j.

hebben voor aanvang van de verschoven arbeidstijd. Reisuren verlengen deze periode. Per week heeft de werknemer recht op een onafgebroken rusttijd van 48 uur. Eenmaal per twee achtereenvolgende weken dient de rusttijd de periode te omvatten van zaterdag 06.00 uur tot zondag 21.00 uur. In kalenderweken waarin feestdagen of roostervrije dagen vallen, zullen de werknemers die volgens verschoven arbeidstijden werken hun arbeidstijd met hetzelfde aantal uren kunnen bekorten. Indien in een week alle diensten van een werknemer na 20.00 uur aanvangen, is het mogelijk om 4 x 10 uur te werken. De beloning en de opbouw van rechten ten behoeve van de bedrijfstakfondsen dienen vergelijkbaar te zijn met die bij een vijfdaagse werkweek. Indien gedurende een periode van 13 weken uitsluitend wordt gewerkt in verschoven arbeidstijden en minder uren dan gemiddeld 40 uur per kalenderweek kan worden gewerkt, wordt voor de ontbrekende uren het vast overeengekomen loon inclusief de toeslag verschoven uren Infra van 30% uitbetaald.

De werknemer die in verschoven uren Infra werkt, krijgt de navolgende toeslag op zijn vast overeengekomen uurloon: TIJDSTIP

MA

DI

WO

DO

VR

ZA

ZO

0.00 07.00

100%

30%

30%

30%

30%

50%

75%

50%

100%

75%

100%

07.00 19.00 19.00 24.00

30%

30%

30%

30%

50%

Bij overwerk tijdens verschoven uren Infra krijgt de werknemer ook de overwerkvergoeding op grond van artikel 5.7. Deze wordt berekend over het vast overeengekomen loon en niet over de toeslag verschoven uren Infra.

2.2.7 BESCHIKBAARHEIDSDIENST BOUWPLAATSMEDEWERKERS

Onder een beschikbaarheidsdienst worden verstaan: het zich buiten het rooster beschikbaar houden voor het zo nodig verrichten van werkzaamheden die niet tot de eerstvolgende werkdag kunnen worden uitgesteld. Een werknemer die in het kader van zijn functie beschikbaarheidsdiensten moet draaien en dit bij aanvang van werken in die functie met zijn werkgever is overeengekomen, heeft een verplichting voor een oproep beschikbaar te zijn. De werknemer die buiten zijn normale arbeidstijd beschikbaarheidsdienst draait, heeft recht op een vergoeding. Per dag bedraagt de vergoeding ten minste: a. maandag t/m vrijdag: € 13,59 b. zaterdag: € 20,91 c.

zondag of feestdag:

€ 27,18

Indien een werknemer tijdens een beschikbaarheidsdienst wordt opgeroepen om daadwerkelijk arbeid te verrichten, wordt dit gezien als overwerk. De overwerktoeslag zoals bepaald in artikel 5.7 van de cao is van toepassing. In geval tijdens een beschikbaarheidsdienst arbeid moet worden verricht op een feestdag heeft de werknemer het recht deze dag op een ander tijdstip op te nemen. Loonspecial & arbeidsvoorwaarden 2022 41 Bouwend Nederland


Vanaf 1 januari 2016 tussen 50 en 54 jaar Werknemers die op 1 januari 2016 50 t/m 54 jaar zijn, hebben vanaf hun 57 jaar recht op extra roostervrije dagen op grond van de ‘overgangsregeling extra roostervrije dagen voor oudere werknemers’. Per kalenderjaar is het recht op extra roostervrije dagen als volgt geregeld:

2.3 VAKANTIE EN VERLOF

2.3.1 WETTELIJKE EN BOVENWETTELIJKE VAKANTIEDAGEN

De opbouw van vakantiedagen verloopt volgens kalenderjaren. Per kalenderjaar en per leeftijdsgroep is het recht op vakantiedagen van werknemers als volgt geregeld: leeftijd

aantal vakantiedagen per jaar wettelijk bouw en uta

bovenboven wettelijk bouw wettelijk uta

Totaal bouw

totaal uta

Tot 18 jaar

20

9

7

29

27

18 en ouder

20

5

5

25

25

Een werknemer die gedurende het kalenderjaar 18 jaar wordt, heeft recht op de in lid 1 genoemde dagen naar rato. Hierbij zal het aantal op hele dagen worden afgerond.

2.3.2 ROOSTERVRIJE DAGEN

werknemer

bouwplaatswerknemer /per kalenderjaar

uta-werknemer/ per kalenderjaar

geboren in 1961 (57 jaar in 2018)

10

9

geboren in 1962 (57 jaar in 2019)

9

8

geboren in 1963 (57 jaar in 2020)

8

7

geboren in 1964 (57 jaar in 2021)

7

6

geboren in 1965 (57 jaar in 2022)

6

5

Een werknemer die gedurende het kalenderjaar 57 jaar wordt, heeft recht op deze dagen naar rato. Bij dienstverbanden die slechts een deel van het kalenderjaar bestrijken, respectievelijk hebben bestreken, wordt het recht op extra roostervrije dagen vastgesteld naar rato van de duur van het dienstverband

Roostervrije dagen zijn dagen waarop niet wordt gewerkt. De werkgever zal aan de werknemer over een roostervrije dag het vast overeengekomen loon betalen.

De werknemer dient de extra roostervrije dagen voor oudere werknemers op te nemen in het kalenderjaar waarin deze zijn opgebouwd. Niet opgenomen dagen vervallen aan het einde van het kalenderjaar.

Bouwplaatsmedewerkers hebben per kalenderjaar recht op 20 roostervrije dagen, waarvan 10 dagen collectief mogen worden vastgesteld en 10 dagen individueel, op verzoek van de werknemer, worden vastgesteld. De geldswaarde van de 10 individuele roostervrije dagen wordt door de werkgever gestort in het Tijdspaarfonds. Vanaf 1 januari 2016 zijn deze tien roostervrije dagen ondergebracht in de werkgeversbijdrage aan het individueel budget.

Bij arbeidsongeschiktheid geschiedt de opbouw van extra roostervrije dagen voor oudere werknemers over de eerste zes maanden waarover hij zijn arbeid wegens de arbeidsongeschiktheid niet heeft kunnen verrichten. Wanneer sprake is van arbeidsongeschiktheid op een vastgestelde extra roostervrije dag, heeft de werknemer alsnog recht op deze dag op een ander tijdstip vast te stellen.

Uta-medewerkers hebben per kalenderjaar recht op 15 roostervrije dagen. Vanaf 1 januari 2016 zijn 5 roostervrije dagen ondergebracht in de werkgeversbijdrage aan het individueel budget. De werkgever stelt de roostervrije dagen vast overeenkomstig het verzoek van de werknemer.

2.3.3 EXTRA ROOSTERVRIJE DAGEN (SENIORENDAGEN)

Vanaf 1 januari 2016 55 jaar of ouder Werknemers die op 1 januari 2016 55 jaar of ouder zijn, hebben recht op extra roostervrije dagen op grond van de ‘overgangsregeling extra roostervrije dagen voor oudere werknemers’. Per kalenderjaar is het recht op extra roostervrije dagen als volgt geregeld: werknemer

bouwplaatswerkne- uta-werknemer/per mer /per kalenderjaar kalenderjaar

geboren vóór 1956

13

11

geboren tussen 1956 en 1961

10

9

42

2.3.4 KORT VERZUIM

De werkgever dient jaarlijks de geldwaarde van 3 dagen, bedoeld voor kort verzuim, te betalen aan de werknemers. Bij alle bouwplaatsmedewerkers en uta-medewerkers die hiervoor gekozen hebben moet dit uitbetaald worden via het Tijdspaarfonds. In de hieronder te noemen gevallen hebben werknemers daarom, in afwijking van het wettelijk bepaalde, recht op vrijaf, zonder doorbetaling van het vast overeengekomen loon: • Bij feestelijke gebeurtenissen in de familiale sfeer, zoals ondertrouw, huwelijk(sfeest), doop, (dienst)jubilea; • Bij omstandigheden in de familiale sfeer, zoals ziekte of het overlijden van echtgeno(o)t(e), huisgenoten, (pleeg)kind en andere bloed- of aanverwanten; • Bij verhuizing; bij (militaire) keuring of herkeuring; • Bij noodzakelijk bezoek aan tandarts, dokter, specialist of periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek; bij poliklinische dagbehandelingen; bij opname en ontslag van huisgenoten in of uit het ziekenhuis; • Voor het volgen van de voorbereidingscursus voor pensionering;


• •

• •

•

Bij het uitoefenen van het kiesrecht of een krachtens de wet persoonlijk opgelegde verplichting; Voor het doen van examens voor bijvoorbeeld het verkrijgen van een vakdiploma. Dit geldt niet voor de leerling-werknemer die op grond van artikel 65 lid 7 recht heeft op vrijaf met behoud van loon; Voor het inschrijven bij het UWV alsmede voor de sollicitatie indien ontslag is aangezegd; Voor het bijwonen van een vergadering of studiebijeenkomst van zijn werknemersorganisatie, waarvoor de werknemer persoonlijk is uitgenodigd; Voor viering van religieuze niet-christelijke feestdagen.

Voor andere niet in lid 1 genoemde calamiteiten (bijvoorbeeld gesprongen waterleiding of brand) geldt dat de werknemer een wettelijk recht heeft op een korte naar billijkheid te berekenen tijd. Over deze tijd zal de werkgever het vast overeengekomen loon/salaris doorbetalen. Tevens heeft de werknemer recht op 1 dag betaald verlof voor de bevalling van de partner (dit los van het wettelijk geboorteverlof). In gevallen waarin te voorzien is dat het jaarlijks verzuim 24 uren (drie dagen) zal overschrijden geldt in ieder geval dat werknemers die onder behandeling staan van een arts of therapeut als gevolg van een chronische ziekte of een ernstig ongeval, vanaf de vierde behandeling van dezelfde aandoening recht hebben op doorbetaald verlof van minimaal 50% van het vast overeengekomen loon/salaris.

2.3.5 VERLOF STERVENSBEGELEIDING EN ROUWVERLOF

Verlof stervensbegeleiding Iedere werknemer heeft gedurende tien dagen per twaalf maanden, gemeten vanaf de eerste dag van het verlof, recht op betaald verlof ten behoeve van de stervensbegeleiding in de terminale fase van een zieke echtgeno(o)t(e) of geregistreerd partner, (pleeg)kinderen, schoonkinderen, (stief)ouders, schoonouders, broers of zussen. De werknemer heeft aansluitend op bovengenoemd verlof recht op onbetaald verlof. De werknemer kan de werkgever hierbij verzoeken om gebruik te maken van langdurend zorgverlof onder de Wet Arbeid en Zorg. De werkgever zal dit verzoek inwilligen en binnen drie weken de benodigde administratieve procedures verzorgen. Rouwverlof Iedere werknemer heeft recht op tien dagen betaald rouwverlof in verband met het verwerken van het overlijden van een echtgeno(o)t(e) of geregistreerd partner, (pleeg)kinderen, schoonkinderen, (stief)ouders, schoonouders, broers of zussen. De eerste dag van het rouwverlof moet in beginsel direct aansluitend op het overlijden zijn gelegen.

2.4 INDIVIDUEEL BUDGET

Iedere werknemer beschikt sinds 1 januari 2016 over een individueel budget. Dit budget bestaat uit drie componenten die per loonbetalingsperiode uitbetaald moeten worden op de Tijdspaarfondsrekening van de bouwplaatsmedewerkers.

Uta-werknemers krijgen dit eveneens per loonbetalingsperiode uitbetaald op hun normale salarisrekening. Zij kunnen er echter voor kiezen vrijwillig deel te nemen aan het Tijdspaarfonds. De precieze inhoud en omvang van individueel budget ziet er per 1 januari 2022 als volgt uit: Bouwplaatswerknemer

Uta-werknemer

Bovenwettelijke vakantiedagen

5 dagen

5 dagen

Roostervrije dagen

10 dagen

5 dagen

Kort verzuimdagen

3 dagen

3 dagen

Totaal dagen

18 dagen

13 dagen

Vakantietoeslag

8,00%

8,00%

Duurzame inzetbaarheid*

4,36%

2,05%

*De bijdrage Duurzame inzetbaarheid is met ingang van 1 augustus 2018 niet van toepassing voor leerling-werknemers, maar is opgenomen in het garantieloon.

Op de loonstrook van de werknemer dienen deze drie componenten van het individueel budget afzonderlijk gespecificeerd te worden in ‘Dagen’, ‘Vakantietoeslag’ en ‘Duurzame inzetbaarheid’. Hieronder volgt per component de exacte wijze van berekenen. Individueel budget: berekening component Dagen De waarde van de component Dagen dient berekend te worden volgens formule: Vast overeengekomen loon of uursalaris x 8 x aantal dagen (18 bouw of 13 uta) Aantal loonbetalingsperiodes (12 of 13) Op het moment dat de werknemer deze dagen opneemt, hoeft de werkgever het loon niet door te betalen, omdat hij loonwaarde van deze dagen periodiek betaalt. De werknemer heeft het recht bovengenoemde dagen voor het einde van het kalenderjaar op te nemen. Aanspraken in tijd zijn niet naar een volgend kalenderjaar overdraagbaar. Individueel budget: berekening component Vakantietoeslag De component Vakantietoeslag wordt berekend door het vast overeengekomen loon/salaris per loonbetalingsperiode te verhogen met het bedrag van de component ‘Dagen’ uit dezelfde loonbetalingsperiode en het totaalbedrag te vermenigvuldigen met 8%. Individueel budget: berekening component Duurzame inzetbaarheid De bijdrage ‘Duurzame inzetbaarheid’ wordt berekend via de volgende formule: Vast overeengekomen loon/uursalaris x 8 x 260 x 4,36% (bouwplaats) of 2,05% (uta) Aantal loonbetalingsperiodes (12 of 13)

Loonspecial & arbeidsvoorwaarden 2022 43 Bouwend Nederland


De werknemer dient hiervan zaken te betalen die er aan bijdragen dat hij gemotiveerd en gezond kan blijven deelnemen aan het arbeidsproces, bijvoorbeeld investeringen in zijn of haar loopbaantraject, of het kopen van extra verlofdagen. De leerlingwerknemer dient de zogenaamde Samengestelde Praktijk Toetsdagen uit dit budget te bekostigen, aangezien er voor de werkgever voor deze dagen geen loondoorbetalingsplicht geldt. Uitzondering De percentages voor duurzame inzetbaarheid mogen met 1,5% worden verlaagd indien de werkgever, voor werknemers die deelnemen aan de levensloopregeling en doorsparen, de werkgeversbijdrage van 1,5% voor de levensloopregeling betaalt.

2.5 TIJDSPAARFONDS

Voor werknemers die deelnemen aan het Tijdspaarfonds stort de werkgever zijn bijdrage aan het Individueel Budget in het Tijdspaarfonds. De belangrijkste aandachtspunten daarbij worden hieronder beschreven.

HEEFT U EEN VRAAG OVER De administratie van het Tijdspaarfonds? Kijk op www.bter-bouw.nl/tijdspaarfonds en kies ‘Speciaal voor werkgevers’. Of neem contact op met de Werkgeversdesk: E werkgevers@tijdspaarfondsbouw.nl T 020 583 70 70 op werkdagen tussen 8.30 en 17.00 uur

Duurzame Inzetbaarheid (DI) Het doel van de afdracht voor Duurzame Inzetbaarheid is dat uw werknemer gezond en gemotiveerd kan blijven werken. Bijvoorbeeld door op latere leeftijd extra verlofdagen te kopen. Of door extra opleidingen naar keuze te volgen. De hoogte van de afdracht wordt jaarlijks door cao-partijen vastgesteld. Let op! Alleen een volledige storting mogelijk (100%) U moet altijd 100% van het bedrag overmaken. Dit is anders bij Saldo Vakantietoeslag en Saldo Dagen. Daar mag de werknemer kiezen of hij 100% of 55% in het Tijdspaarfonds laat storten. Geen automatische uitbetaling Er is geen jaarlijkse automatische uitbetaling van het saldo DI. Het saldo blijft dus staan totdat de werknemer een verzoek doet om het saldo uit te betalen. De werknemer kan op elk gewenst moment een aanvraag tot uitbetaling doen (mits er saldo aanwezig is). Saldo Dagen (D) U betaalt het loon over een aantal verlof- en verzuimdagen aan het Tijdspaarfonds. Met dit geld zorgt u ervoor dat het inkomen op peil blijft als uw werknemer vrije dagen opneemt. Voor bouwplaatswerknemers 44

bestaat het saldo Dagen uit de geldswaarde van: • 10 roostervrije vakantiedagen; • 5 bovenwettelijke vakantiedagen; • 3 kortverzuimdagen. Voor UTA-werknemers bestaat het saldo Dagen uit de geldswaarde van: • 5 roostervrije vakantiedagen; • 5 bovenwettelijke vakantiedagen; • 3 kortverzuimdagen. Minderjarige werknemers Het aantal bovenwettelijke vakantiedagen voor bouwplaatswerknemers jonger dan 18 jaar bedraagt 9 en voor minderjarige UTA werknemers 7. Voor slechts 5 van deze dagen dient u de geldwaarde in het Tijdspaarfonds te storten. De overige dagen betaalt u -net zoals de wettelijke vakantiedagen – uit wanneer de werknemer deze dagen opneemt. Uitbetaling Uw werknemer kan op elk gewenst moment (een deel van) het saldo aanvragen, als er saldo aanwezig is. Het restant van het tegoed van het saldo Dagen wordt in mei automatisch uitbetaald aan uw werknemer, samen met het tegoed van het saldo Vakantietoeslag. Saldo Vakantietoeslag (VT) Dit is het vakantiegeld. De vakantietoeslag is 8% van het vast overeengekomen loon, dan wel salaris. Uw werknemer heeft bij het saldo Vakantietoeslag een keuze: • U stort het saldo volledig in het Tijdspaarfonds; • U stort het saldo gedeeltelijk, voor 55%, in het Tijdspaarfonds. De rest betaalt u direct uit bij het loon (UTA: salaris).


Saldo Spaaruren (SU) Het Saldo Spaaruren is de geldswaarde van overwerkuren en reisuren. Bouwplaatswerknemers van 18 jaar of ouder met een volledig dienstverband kunnen verplicht worden 80 spaaruren op te bouwen om pieken en dalen in de bedrijfsvoering op te vangen. Bij toepassing van de kaderregeling kan voor de Infra een maximum van 160 spaaruren worden afgesproken. Spaaruren opbouwen en inzetten De spaaruren worden opgebouwd door verplichte overwerkuren en/ of de inleg van reisuren. De geldswaarde van deze overwerkuren en reisuren stort u in het Tijdspaarfonds. U mag spaaruren inzetten in perioden waarin er bijvoorbeeld minder werk is. U roostert de werknemer dan minder dagen in of zelfs geheel niet. U hoeft het loon dan niet door te betalen. De werknemer haalt zijn loon over die dagen uit het Tijdspaarfonds. Let op! Belangrijk aandachtspunt voor de administratieve verwerking Het inzetten van spaaruren leidt tot een doorbreking van het loontijdvak. Houd hier rekening mee bij het doen van aangiftes en de afdracht van loonbelasting en sociale verzekeringspremies. Dit is dus anders dan de behandeling van de andere dagen waarvan de waarde in het Tijdspaarfonds wordt gestort. In een loonbetalingsperiode waarin u spaaruren inzet, vindt onverminderd afdracht aan de bedrijfstakfondsen (bpfBOUW, O&O-fonds, Aanvullingsfonds) plaats. Alleen een gedeeltelijke storting mogelijk De afdracht aan het Tijdspaarfonds voor Spaaruren is altijd de lage storting van 55%. De resterende 45% ontvangt de bouwplaatswerknemer bij zijn loon. Uitzendkrachten en het Tijdspaarfonds Vanaf mei 2017 is het voor uitzendwerkgevers mogelijk om voor hun werknemers die werkzaam zijn in de sector Bouw & Infra stortingen te doen in het Tijdspaarfonds. Voor uitzendkrachten kan deelname aan het Tijdspaarfonds aan de orde zijn. In onderstaand stroomschema is dit nader uitgewerkt. Uitzendkrachten die als UTA-werknemer werkzaam zijn mogen vrijwillig deelnemen aan het Tijdspaarfonds.

Is de uitzendonderneming onderdeel van een bouwconcern?

Is de uitzendonderneming lid van de ABU of de NBBU?

JA

NEE

50% OF MINDER

Welk deel van de loonsom besteedt de uitzendonderneming aan uitzendkrachten in de bouw

Deelname aan het Tijdspaarfonds:

JA

NEE

NEE

MEER DAN 50%

JA

* Verplicht voor uitzendkrachten in een bouwplaatsfunctie. Uitzendkrachten in een uta-functie kunnen vrijwillig deelnemen.

Loonspecial & arbeidsvoorwaarden 2022 45 Bouwend Nederland


VOORBEELD

2.6 VERGOEDINGEN

2.6.1 REISURENVERGOEDING

Reisuren zijn de uren gedurende waarop gereisd wordt van de woning tot het werk en terug. Reisuren moeten worden vergoed indien de arbeid in een andere dan de woongemeente van de werknemer plaatsvindt. De reistijd dient de werkgever - met uitzondering van de eerste zestig minuten per dag – te vergoeden tegen maximaal het garantieuurloon van functiegroep A van loontabel 4.2 (€ 14,97 per 1 januari 2022). De eerste zestig minuten per dag worden wel vergoed aan de werknemer die als bestuurder van een auto met één of meer meerijders optreedt. Voor het bepalen van de reisurenvergoeding geldt onderstaande tabel (art. 5.10).

46

Een chauffeur reist samen met een meerijder in totaal 80 km van de woning naar het werk en weer terug van het werk naar de woning. Om de hoogte van de reisurenvergoeding te kunnen bepalen stelt u eerst de enkele reisafstand vast. Deze is zowel voor de chauffeur als de meerijder 40 km. De tabel geeft aan dat de aan de chauffeur recht heeft op 1,33 reisuur en dat de meerijder op 0,67 reisuur. Vertaald in geld leidt dit tot de volgende uitkomsten: Chauffeur: € 14,97 (garantieloon loongroep A tabel I) x 1,33 = € 19,91 reisurenvergoeding Meerijder: € 14,97 (garantieloon loongroep A tabel I) x 0,67 = € 10,03 reisurenvergoeding Andere uitkomsten op basis van eigen berekeningen zijn (hoe valide ze ook mogen zijn) onjuist en kunt u niet toepassen. Bovenstaande tabelwaarde zijn vastgesteld door cao-partijen en bepalend.

aantal km enkele reis

meerijder of alleen rijdende werknemer

werknemer die collega’s vervoert (chauffeur)

aantal km enkele reis

meerijder of alleen rijdende werknemer

werknemer die collega’s vervoert (chauffeur)

1

0,00

0,03

29

0,00

0,97

2

0,00

0,07

30

0,50

1,00

3

0,00

0,10

31

0,52

1,03

4

0,00

0,13

32

0,53

1,07

5

0,00

0,17

33

0,55

1,10

6

0,00

0,20

34

0,57

1,13

7

0,00

0,23

35

0,58

1,17

8

0,00

0,27

36

0,60

1,20

9

0,00

0,30

37

0,62

1,23

10

0,00

0,33

38

0,63

1,27

11

0,00

0,37

39

0,65

1,30

12

0,00

0,40

40

0,67

1,33

13

0,00

0,43

41

0,68

1,37

14

0,00

0,47

42

0,70

1,40

15

0,00

0,50

43

0,72

1,43

16

0,00

0,53

44

0,73

1,47

17

0,00

0,57

45

0,75

1,50

18

0,00

0,60

46

0,77

1,53

19

0,00

0,63

47

0,78

1,57

20

0,00

0,67

48

0,80

1,60

21

0,00

0,70

49

0,83

1,66

22

0,00

0,73

50 t/m 59

1

2

23

0,00

0,77

60 t/m 70

1,2

2,2

24

0,00

0,80

71 t/m 81

1,4

2,4

25

0,00

0,83

82 t/m 92

1,5

2,5

26

0,00

0,87

93 t/m 105

1,8

2,8

27

0,00

0,90

28

0,00

0,93

106 of meer

werkelijke reistijd minimaal 1,8

Werkelijke reistijd minimaal 2,8


2.6.2 REISKOSTENVERGOEDING

Bouwplaatsmedewerkers De werknemer die per dag in totaal meer dan 15 kilometer moet reizen om van zijn woning naar het werk en weer terug te komen, heeft recht op vergoeding van de reiskosten. De werkgever is gerechtigd een vervoermiddel aan te wijzen. De vergoedingen bedragen: vervoersmiddel

omvang vergoeding

Openbaar vervoer

Reiskosten overeenkomstig laagste vervoersklasse 2

Auto

€ 0,32 per kilometer

Motor

€ 0,22 per kilometer

Bromfiets

€ 0,07 per kilometer

Fiets

€ 0,80 per dag

Indien de werknemer bij ziekte de arbodienst moet bezoeken en daarvoor reiskosten maakt, worden deze reiskosten door de werkgever vergoed. Uta-medewerkers Uta-medewerkers hebben recht op een reiskostenvergoeding van € 0,19 per kilometer om van zijn woning naar het werk (standplaats) en weer terug te komen. Indien een uta-werknemer zakelijke kilometers maakt (reizen anders dan van woning naar standplaats) gelden de vergoedingen voor de auto, openbaar vervoer of motor zoals hierboven beschreven bij bouwplaatsmedewerkers.

2.6.3 CHAUFFEURSTOESLAG BOUWPLAATSMEDEWERKERS

De chauffeur, die door de werkgever als zodanig is aangewezen of gedurende ten minste twee kalenderweken feitelijk als zodanig optreedt, heeft voor elke dag dat hij/zij het vervoer van één of meer meerijder(s) naar en van het werk verzorgt recht op een toeslag volgens onderstaande tabel. enkele reis

toeslag

0-30 km

€ 6,-

31-65 km

€ 9,-

66 km en meer

€ 12,-

2.6.5 VERGOEDING VAN PERSOONLIJKE BESCHERMINGSMIDDELEN

Persoonlijk beschermingsmiddelen (zoals veiligheidsschoenen en – helmen) dient de werkgever in natura te verstrekken of ter beschikking te stellen. Onder persoonlijke beschermingsmiddelen wordt verstaan een uitrustingsstuk of -middel dat bestemd is om door een persoon te worden gedragen of vastgehouden als bescherming tegen een of meer gevaren die een bedreiging voor zijn gezondheid of zijn veiligheid kunnen vormen. De werknemer dient de ontvangen persoonlijke beschermingsmiddelen zelf te onderhouden.

2.6.6 VERGOEDING VAN WERKKLEDING

Werkkleding is kleding die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend bestemd is om tijdens het werk te dragen. De werkgever dient werkkleding te verstrekken of ter beschikking te stellen. In het stroomschema op de volgende pagina ziet u of u de kleding onbelast ter beschikking mag stellen aan uw werknemer. Indien geen werkkleding wordt verstrekt/of ter beschikking gesteld heeft de werknemer recht op onderstaande netto-vergoedingen per dag. vergoeding Werkkleding

€ 0,91

Werkkleding van een werknemer in het Heibedrijf

€ 0,99

Laarzen

0,56

Indien uitsluitend knielaarzen

€ 0,45

Laarzen en oliegoed van een werknemer in Kust- en Oeverwerken

€ 1,16

Deze toeslag is niet van toepassing als het vervoer plaatsvindt met een door de werkgever ter beschikking gestelde auto.

2.6.4 VERGOEDING VAKBONDSCONTRIBUTIE

Op verzoek van de werknemer verstrekt de werkgever eenmaal per jaar een vergoeding van € 52,27 netto in de kosten van de vakbondscontributie die de werknemer heeft betaald. De werknemer overlegt een bewijs van betaling van een werknemersorganisatie partij bij deze cao. Loonspecial & arbeidsvoorwaarden 2022 47 Bouwend Nederland


STROOMSCHEMA WERKKLEDING

Stelt u kleding ter beschikking die de werknemer geheel of gedeeltelijk op de werkplek draagt?

Is de kleding (bijna) alleen geschikt om tijdens het werk te dragen? JA

JA NEE

NEE U mag de kleding niet onbelast ter beschikking stellen.

Heeft de kleding duidelijk zichtbare beeldkenmerken die horen bij de werkgever, van ten minste 70 cm2 per kledingstuk?

U mag de kleding onbelast ter beschikking stellen. U mag ook de reinigingskosten van deze kleding onbelast vergoeden.

JA

NEE Blijft de kleding aantoonbaar achter op de werkplek?

JA

NEE Is de kleding een uniform of een overal?

JA

NEE Stelt u de kleding ter beschikking omdat de Arbeidsomstandighedenwet dit voorschrijft? En voldoet u aan de voorwaarden: • U hebt een arboplan • Het ter beschikking stellen van kleding past bij dat arboplan • De kleding wordt voora tijdens werktijd gedragen • De werknemer hoeft geen eigen bijdrage te betalen

JA

NEE U mag de kleding niet onbelast ter beschikking stellen.

2.6.7 VERGOEDING VAN GEREEDSCHAP

2.6.8 VERGOEDING EHBO/BHV

Voor noodzakelijk gebruik van eigen gereedschap ontvangt de werknemer netto per gewerkte dag met betrekking tot: vergoeding Gereedschap van een timmerman of straatmaker

€ 0,78

Gereedschap van een metselaar of tegelzetter

€ 0,56

Het recht op bovenstaande vergoeding komt te vervallen als de hierboven genoemde zaken kosteloos worden verstrekt. 48

Als een bouwplaats- of uta-werknemer met goed gevolg een EHBO-cursus heeft gevolgd (Oranje Kruis) heeft hij recht op de vergoeding van de navolgende kosten: • Het lesgeld, examen- en diplomageld; • Het Oranje Kruisboekje; • Het eventueel betaalde lesgeld. Als de EHBO/BHV-cursus is gevolgd op verzoek van de werkgever en plaatsvond buiten arbeidstijd, heeft de bouwplaats- of uta werknemer tevens recht op een bruto bedrag van € 156,14. Daarnaast heeft hij recht op een reiskostenvergoeding.


De jaarlijkse oefenlessen, welke noodzakelijk zijn voor het behoud van het diploma, geven de bouwplaatswerknemer een recht op vergoeding van de administratiekosten, verbonden aan de verlenging van het diploma, alsmede de kosten van het eventueel te betalen lesgeld.

2.6.9 VERGOEDING AANVULLENDE ZIEKTEKOSTEN

De werknemer heeft recht op een bijdrage van zijn werkgever van € 18,30 per maand, indien de werknemer een aanvullende ziektekostenverzekering heeft afgesloten die samen met de basisverzekering ten minste dekking geeft voor de kosten van fysiotherapie, ergotherapie en psychologische zorg.

2.7 DUURZAME INZETBAARHEID

In dit hoofdstuk staan de belangrijkste cao-afspraken die als oogmerk hebben de duurzame inzetbaarheid van werknemers te bevorderen. De verplichtingen die de werkgever of werknemer hebben op grond van de cao zijn daarbij de primaire invalshoek.

Stap 3. Onderzoek door de bedrijfsarts De bedrijfsarts neemt de vragenlijst, de leefstijl, het werkvermogen en de testresultaten met de werknemer door. Aandacht gaat uit naar gezondheidsklachten en aandoeningen die in relatie kunnen staan met zijn werkzaamheden. Een gericht lichamelijk onderzoek vult de gegevens aan. De bedrijfsarts beoordeelt, na ontvangst van de bloeduitslagen, het risico op hart- en vaatziekten. Stap 4. Advies van de bedrijfsarts, PAGO-rapport De bedrijfsarts geeft persoonlijk advies. Dit advies is alleen voor de werknemer bestemd. Zo nodig stelt de bedrijfsarts een volgend consult of een werkplekbezoek voor. Dat kan bij een andere deskundige zijn, bijvoorbeeld een leefstijladviseur, een bedrijfsfysiotherapeut of een werkadviseur. Een doorverwijzing naar de huisarts of naar een medisch specialist is ook mogelijk. Aan het einde van het onderzoek maakt de bedrijfsarts samen met de werknemer een overdracht voor de DIA-adviseur van Volandis. Deze neemt hij mee naar het adviesgesprek met de DIA-adviseur. Stap 5. Het gesprek met de DIA-adviseur, persoonlijk Actieplan Na de PAGO gaat de werknemer in gesprek met de DIA-adviseur van Volandis. Tijdens dit gesprek gaat de DIA-adviseur in op de thema’s: werk veilig, houdt plezier en kijk vooruit. Met het advies van de bedrijfsarts en de uitkomst van het DIA-gesprek stelt een werknemer een eigen Actieplan samen. De DIA-adviseur helpt daarbij. In dit plan staan de acties die hij concreet kan uitvoeren om gezond, veilig, vitaal en gemotiveerd te blijven werken.

2.7.1 DUURZAME INZETBAARHEIDS ANALYSE (DIA) 2.7.3 BUDGET DUURZAME INZETBAARHEID

Van elke werknemer wordt verwacht dat hij eenmaal in de vier jaar deelneemt aan een Duurzame Inzetbaarheids Analyse (DIA). Een DIA leidt tot een onafhankelijk advies over wat de werknemer kan doen om gemotiveerd en gezond te kunnen blijven deelnemen aan het arbeidsproces. Volandis roept de werknemer op om aan de DIA deel te nemen. De werkgever dient de werknemer in de gelegenheid stellen om daar aan deel te nemen.

2.7.2 HOE WERKT DE DIA?

Aangezien de DIA relatief nieuw is voor veel werkgevers en werknemers, is een veel gestelde vraag wat de DIA precies is en hoe dit zich verhoudt tot de welbekende PAGO. In deze paragraaf wordt dit nader toegelicht. Stap 1. Uitnodiging en PAGO-vragenlijst Volandis informeert de arbodiensten wie volgens de cao recht heeft op een DIA. De arbodienst nodigt de werknemer vervolgens uit. Bij de uitnodiging krijg de werknemer een vragenlijst. Hij levert deze ingevuld -voorafgaand aan het onderzoek- in bij de arbodienst, of de doktersassistent.

Van de werknemer wordt verwacht dat hij zijn budget duurzame inzetbaarheid aanwendt voor de betaling van zaken die eraan bijdragen dat hij gemotiveerd en gezond kan blijven deelnemen aan het arbeidsproces. Daartoe worden gerekend: a. De investeringen die voortvloeien uit de Duurzame Inzetbaarheids Analyse (DIA) b. (verdere) opleiding en scholing en c. Het kopen van extra verlofdagen. De leerling-werknemer betaalt uit dit deel van het budget in ieder geval de zogenaamde Samengestelde Praktijk Toets-dagen, aangezien er voor de werkgever voor deze dagen geen loondoorbetalingsplicht geldt. De bijdrage ‘Duurzame inzetbaarheid’ wordt berekend met de volgende formule: Vast overeengekomen loon/uursalaris x 8 x 260 x 4,36% (bouwplaats) of 2,05% (uta) Aantal loonbetalingsperiodes (12 of 13)

2.7.4 FUNCTIEGERICHTE SCHOLING (BOUW EN UTA)

Stap 2. Onderzoek door de doktersassistent(e) De doktersassistent bepaalt zijn lengte en gewicht, meet de bloeddruk en doet onderzoek naar de longfunctie, gehoor en gezichtsvermogen. Ook wordt er bloed afgenomen voor bloedonderzoek op cholesterol en bloedsuiker. Is de werknemer 40 jaar of ouder, dan maakt een hartfilmpje (ECG) onderdeel van het onderzoek uit. De bedrijfsarts kan het onderzoek laten aanvullen voor bijzondere werkzaamheden in de bouw (extra bloedonderzoek, urinetest, ECG, fietstest).

De werkgever is verplicht de werknemer in staat te stellen scholing te volgen die noodzakelijk is voor de uitoefening van zijn functie. En, voor zover dat redelijkerwijs van hem verlangd kan worden, voor scholing ten behoeve van het voortzetten van de arbeidsovereenkomst indien de functie van de werknemer vervalt of wanneer de werknemer niet langer in staat is deze te vervullen. Alle kosten voor behoud Loonspecial & arbeidsvoorwaarden 2022 49 Bouwend Nederland


van vakmanschap (functiegerichte scholing) komen voor rekening van de werkgever en gaan niet ten laste van het budget duurzame inzetbaarheid van de werknemer. Kosten voor functiegerichte scholing kunnen door de werkgever niet worden verrekend met de transitievergoeding. 2.7.5 PERIODIEK ARBEIDSGEZONDHEIDSKUNDIG ONDERZOEK (PAGO)

Op grond van de cao heeft iedere werknemer in de bouwnijverheid om de zoveel tijd recht op een PAGO. Voor bijna alle werknemers geldt dat zij vanaf hun 16e jaar om de vier jaar gebruik kunnen maken van een PAGO (dus als zij 16, 20*, 24*, 28*, 32*, 36*, 40* jaar zijn) en vanaf hun 40e jaar om de twee jaar (dus als zij 42, 44*, 46, 48*, 50, 52*, 54, 56*, 58, 60* en 62 jaar zijn). Voor het UTA-personeel geldt een andere regeling, zij kunnen vanaf hun 16e tot hun 52e jaar om de vier jaar gebruikmaken van een PAGO en vanaf hun 52e jaar om de twee jaar. De werknemer wordt door de arbodienst uitgenodigd voor het onderzoek. Vanaf 63 jaar ontvangt de werknemer geen uitnodiging meer, hij/zij kan desgewenst zelf een afspraak met de arbodienst maken. * De PAGO maakt onderdeel uit van de vierjaarlijkse Duurzame Inzetbaarheidsanalyse (DIA) voor werknemers. De DIA bestaat naast de PAGO uit een adviesgesprek over de duurzame inzetbaarheid van de werknemer.

2.7.6 VIERDAAGSE WERKWEEK EN VOORBEELDROOSTERS

Een werknemer van 55 jaar of ouder kan de werkgever verzoeken zijn werkweek aan te passen tot vier dagen (32 uur). Een vierdaagse werkweek kan ingaan vanaf het moment dat de werknemer de 55-jarige leeftijd heeft bereikt. Om in een kalenderjaar te komen tot een vierdaagse werkweek gebruikt de werknemer van 55 jaar of ouder: a. Doordeweekse feestdagen; b. Vakantiedagen; c. Roostervrije dagen; d. Extra roostervrije dagen; e. Koopdagen. In onderling overleg tussen de werknemer en de werkgever worden de verschillende soorten vrije en koopdagen gelijkelijk over het jaar gespreid en schriftelijk vastgelegd minimaal één maand voorafgaande aan de invoeringsdatum dan wel voorafgaande aan het volgende kalenderjaar. Om u hierbij te helpen hebben wij voorbeeldroosters opgesteld. Koopdagen De waarde van het aantal te kopen dagen wordt ingehouden met behulp van een aankooppercentage. Dit aankooppercentage van een koopdag is vastgesteld op 0,4% van het jaarsalaris (uta) of het vast overeengekomen jaarloon (bouw). Van het totale aankoopbedrag houdt u per maandloonbetaling 1/12e deel in. Bij vierweekse loonbetaling houdt u uiteraard 1/13e deel in. De vakantietoeslag moet op de gebruikelijke wijze berekend blijven worden over het salaris, dus vóór aftrek van het aankoopbedrag. U mag het dus niet in mindering brengen.

50

VOORBEELD Werknemer heeft een garantieloon van € 14,97 prestatietoeslag 10%. Zijn vast overeengekomen jaarloon is € 14,97 + € 1,50 = € 16,47 * 8 * 260 = € 34.275,60. Dit brengt met zich mee dat de waarde van een koopdag € 34.275,60 * 0,4% = 137,03 bedraagt. Als hij 5 dagen koopt kost dat de werknemer op jaarbasis 5* € 137,03 = € 685,15. Bij maandverloning trekt u als werkgever per maand € 59,10 af van het vast overeengekomen maandloon. Bij vierwekelijke verloning verrekent u per periode € 52,70. De premies voor de pensioenregelingen en de bedrijfstakeigen regelingen premies worden berekend over de gebruikelijke grondslagen vóór aftrek van het aankoopbedrag. U mag de BTER-grondslag dus niet verlagen met het in te houden aankoopbedrag.


BOUWPLAATSWERKNEMER ZONDER WINTERSLUITING

week

soort dag

week

soort dag

1

roostervrije dag

27

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

2

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

28

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

3

vakantiedag

29

roostervrije dag

4

roostervrije dag

30

roostervrije dag

5

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

31

zomervakantie (5 vakantiedagen)

6

vakantiedag

32

zomervakantie (5 vakantiedagen)

7

roostervrije dag

33

zomervakantie (5 vakantiedagen)

8

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

34

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

9

vakantiedag

35

roostervrije dag

10

roostervrije dag

36

roostervrije dag

11

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

37

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

12

vakantiedag

38

vakantiedag

13

roostervrije dag

39

roostervrije dag

14

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

40

roostervrije dag

15

vakantiedag

41

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

16

feestdag (Pasen)

42

vakantiedag

17

feestdag (Koningsdag)

43

roostervrije dag

18

roostervrije dag

44

roostervrije dag

19

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

45

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

20

vakantiedag

46

vakantiedag

21

feestdag (Hemelvaart)

47

roostervrije dag

22

roostervrije dag

48

roostervrije dag

23

feestdag (Pinksteren)

49

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

24

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

50

vakantiedag

25

roostervrije dag

51

roostervrije dag

26

roostervrije dag

52

feestdag (Kerst)

5 | Feestdagen

25 | Vakantiedagen

20 | Roostervrij

14 | ERVD of koopdag*

* Het aantal koopdagen of weken waarin de werknemer 5 dagen werkt is afhankelijk van het aantal extra roostervrije dagen (ERVD) waar de werknemer recht op heeft. Dit is weer afhankelijk van het geboortejaar. De werknemer die tijdens het kalenderjaar 2022 de leeftijd van 57 bereikt heeft vanaf dat moment recht op het aantal dagen naar rato van het deel van het jaar dat hij 57 is.

Geboortejaar

1965

1964

1963

1962

1961

1956-1960

vóór 1956

Aantal ERVD

6

7

8

9

10

13

13

Aantal koopdagen

8

7

6

5

4

1

1

Loonspecial & arbeidsvoorwaarden 2022 51 Bouwend Nederland


BOUWPLAATSWERKNEMER MET WINTERSLUITING

week

soort dag

week

soort dag

1

wintersluiting (5 roostervrije dagen)

27

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

2

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

28

vakantiedag

3

vakantiedag

29

roostervrije dag

4

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

30

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

5

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

31

zomervakantie (5 vakantiedagen)

6

roostervrije dag

32

zomervakantie (5 vakantiedagen)

7

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

33

zomervakantie (5 vakantiedagen)

8

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

34

roostervrije dag

9

vakantiedag

35

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

10

roostervrije dag

36

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

11

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

37

vakantiedag

12

vakantiedag

38

roostervrije dag

13

roostervrije dag

39

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

14

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

40

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

15

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

41

vakantiedag

16

feestdag (Pasen)

42

roostervrije dag

17

feestdag (Koningsdag)

43

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

18

roostervrije dag

44

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

19

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

45

vakantiedag

20

vakantiedag

46

roostervrije dag

21

feestdag (Hemelvaart)

47

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

22

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

48

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

23

feestdag (Pinksteren)

49

vakantiedag

24

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

50

roostervrije dag

25

vakantiedag

51

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

26

roostervrije dag

52

wintersluiting (4 roostervr. + 1 Kerstdag)

5 | Feestdagen

25 | Vakantiedagen

20 | Roostervrij

22 | ERVD of koopdag*

*Het aantal koopdagen of weken waarin de werknemer 5 dagen werkt is afhankelijk van het aantal extra roostervrije dagen (ERVD) waar de werknemer recht op heeft. Dit is weer afhankelijk van het geboortejaar. De werknemer die tijdens het kalenderjaar 2022 de leeftijd van 57 bereikt heeft vanaf dat moment recht op het aantal dagen naar rato van het deel van het jaar dat hij 57 is.

Geboortejaar

1965

1964

1963

1962

1961

1956-1960

vóór 1956

Aantal ERVD

6

7

8

9

10

13

13

Aantal koopdagen

16

15

14

13

12

9

1

52


UTA-WERKNEMER ZONDER WINTERSLUITING

week

soort dag

week

soort dag

1

roostervrije dag

27

roostervrije dag

2

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

28

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

3

vakantiedag

29

roostervrije dag

4

roostervrije dag

30

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

5

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

31

zomervakantie (5 vakantiedagen)

6

vakantiedag

32

zomervakantie (5 vakantiedagen)

7

roostervrije dag

33

zomervakantie (5 vakantiedagen)

8

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

34

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

9

roostervrije dag

35

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

10

vakantiedag

36

roostervrije dag

11

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

37

vakantiedag

12

roostervrije dag

38

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

13

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

39

roostervrije dag

14

vakantiedag

40

vakantiedag

15

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

41

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

16

feestdag (Pasen)

42

roostervrije dag

17

feestdag (Koningsdag)

43

vakantiedag

18

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

44

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

19

roostervrije dag

45

roostervrije dag

20

vakantiedag

46

vakantiedag

21

feestdag (Hemelvaart)

47

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

22

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

48

roostervrije dag

23

feestdag (Pinksteren)

49

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

24

roostervrije dag

50

roostervrije dag

25

vakantiedag

51

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

26

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

52

Feestdag (Kerst)

5 | Feestdagen

25 | Vakantiedagen

15 | Roostervrij

19 | ERVD of koopdag*

* Het aantal koopdagen of weken waarin de werknemer 5 dagen werkt is afhankelijk van het aantal extra roostervrije dagen (ERVD) waar de werknemer recht op heeft. Dit is weer afhankelijk van het geboortejaar. De werknemer die tijdens het kalenderjaar 2022 de leeftijd van 57 bereikt heeft vanaf dat moment recht op het aantal dagen naar rato van het deel van het jaar dat hij 57 is.

Geboortejaar

1965

1964

1963

1962

1961

1956-1960

vóór 1956

Aantal ERVD

5

6

7

8

9

11

13

Aantal koopdagen

14

13

12

11

10

8

1

Loonspecial & arbeidsvoorwaarden 2022 53 Bouwend Nederland


Incompanytraining op maat voor jouw bedrijf organiseren? Vraag dan een offerte aan bij Bouwend Nederland Academy! Een op maat gemaakte training op basis van jouw behoeften en wensen Voor elke incompanytraining heb je contact met de trainer om het programma samen af te stemmen. Je krijgt zo de mogelijkheid om eigen casussen in te brengen en dus direct theorie te vertalen naar de praktijk Bouwend Nederland Academy verzorgt de volledige organisatie van de incompanytraining bij jou op locatie, inclusief lesmateriaal Bovendien kunnen collega’s vrijuit hun ervaringen met elkaar delen in een vertrouwde omgeving En dit voor een scherp tarief

Meer informatie? Wil je meer weten over onze trainingen? Ga naar bouwendnederland.nl/academy of bel 079 3 252 159. 54


UTA-WERKNEMER MET WINTERSLUITING

week

soort dag

week

soort dag

1

wintersluiting (5 roostervrije dagen)

27

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

2

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

28

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

3

vakantiedag

29

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

4

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

30

roostervrije dag

5

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

31

zomervakantie (5 vakantiedagen)

6

vakantiedag

32

zomervakantie (5 vakantiedagen)

7

roostervrije dag

33

zomervakantie (5 vakantiedagen)

8

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

34

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

9

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

35

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

10

vakantiedag

36

vakantiedag

11

roostervrije dag

37

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

12

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

38

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

13

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

39

roostervrije dag

14

vakantiedag

40

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

15

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

41

vakantiedag

16

feestdag (Pasen)

42

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

17

feestdag (Koningsdag)

43

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

18

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

44

vakantiedag

19

roostervrije dag

45

roostervrije dag

20

vakantiedag

46

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

21

feestdag (Hemelvaart)

47

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

22

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

48

vakantiedag

23

feestdag (Pinksteren)

49

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

24

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

50

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

25

vakantiedag

51

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

26

ERVD / koopdag / 5-daagse werkweek

52

wintersluiting (4 roostervr. + 1 kerstdag)

5 | Feestdagen

25 | Vakantiedagen

15 | Roostervrij

27 | ERVD of koopdag*

* Het aantal koopdagen of weken waarin de werknemer 5 dagen werkt is afhankelijk van het aantal extra roostervrije dagen (ERVD) waar de werknemer recht op heeft. Dit is weer afhankelijk van het geboortejaar. De werknemer die tijdens het kalenderjaar 2022 de leeftijd van 57 bereikt heeft vanaf dat moment recht op het aantal dagen naar rato van het deel van het jaar dat hij 57 is.

Geboortejaar

1965

1964

1963

1962

1961

1956-1960

vóór 1956

Aantal ERVD

5

6

7

8

9

11

13

Aantal koopdagen

22

21

20

19

18

16

1

Loonspecial & arbeidsvoorwaarden 2022 55 Bouwend Nederland


3. CAO BEDRIJFSTAKEIGEN REGELINGEN BOUW & INFRA

In dit hoofdstuk behandelen we de belangrijkste aandachtspunten, wijzigingen en artikelen uit de cao Bouw & Infra. Tevens komen de cao-bepalingen waarover doorgaans veel vragen worden gesteld bij Bouwend Nederland Advies aan de orde. De belangrijkste caoafspraken zijn er in begrijpelijke taal opgeschreven. Aan de teksten kunnen geen rechten worden ontleend.

56

3.1

O&O-FONDS 3.1.1 Collectieve ongevallen regeling 3.1.2 Subsidie leermeesterscholing 3.1.3 Diplomabonus 3.1.4 Subsidie indiensttreding uitzendkrachten

3.2

AANVULLINGSFONDS 3.2.1 Eindejaarsuitkering voor WAO-uitkeringsgerechtigden 3.2.2 Eindejaarsuitkering voor IVA- en WGA-uitkerings gerechtigden 3.2.3 Pensioenopbouw bij werkloosheid en/of bij ziekte tijdens werkloosheid 3.2.4 Re-integratiebonus 3.2.5 Zelfstandig recht inschakelen re-integratiebedrijf 3.2.6 Overgangsregeling extra roostervrije dagen oudere werknemers 3.2.7 Overgangsregeling extra verlofdagen oudere werknemers 3.2.8 De zwaarwerkregeling


3.1 O&O-FONDS

Het Opleidings- en Ontwikkelingsfonds voor de Bouwnijverheid (O&O-fonds) subsidieert uiteenlopende opleidingsen ontwikkelingsactiviteiten in de bouwnijverheid. Een deel van de uitgaven betreft de te verstrekken tegemoetkomingen in de loonkosten aan individuele werkgevers en opleidingsbedrijven voor het in dienst nemen van leerling-werknemers. Ook worden projecten gesubsidieerd die zijn verbonden met de vakopleiding van leerlingen. Het fonds subsidieert tevens enkele bedrijfstakinstituten voor onderwijs en duurzame inzetbaarheid. Een andere uitgavenpost betreft de subsidiëring van onderzoek, waaronder projecten van cao-partijen. Enkele subsidies waar werkgevers en werknemers rechtstreeks een beroep op kunnen doen worden hier nader toegelicht.

3.1.1 COLLECTIEVE ONGEVALLEN REGELING

Bij werkgevers waarop de cao Bouw & Infra van toepassing is, is voor de werknemers met een dienstverband van tenminste 10 uur per werkweek, een collectieve ongevallenregeling afgesloten. Ook stagiairs waarop de Stageregeling voor de Bouw van toepassing is zijn deelnemer aan deze collectieve ongevallen regeling. Melding De uitvoering van collectieve ongevallenregeling vindt plaats bij Aon Consulting Nederland. De verzekerde moet een ongeval binnen drie maanden melden door het inzenden van een formulier waarin het ongeval wordt gemeld. In geval van overlijden dienen de nabestaanden tenminste 48 uur voor de begrafenis of crematie aangifte te doen.

MELDINGEN KUNNEN VERZONDEN WORDEN NAAR: AON Postbus 3234 4800 DE Breda T 010 – 448 7481

Ernstige ongevallen Onder ernstige ongevallen verstaat de Inspectie SZW bedrijfsongevallen met dodelijke afloop, of ongevallen die leiden tot blijvend letsel of ziekenhuisopname. Ernstige ongevallen meldt u direct telefonisch bij de Inspectie SZW. De melding moet daarna zo spoedig mogelijk - in ieder geval binnen een week - schriftelijk aan de Arbeidsinspectie worden bevestigd. Meer informatie De verzekeringsvoorwaarden en de hoogte van de uitkeringen zijn in de cao BTER Bouw & Infra 2021 - 2025 opgenomen. De benodigde meldingsformulieren en overige informatie zijn verkrijgbaar bij Aon Consulting Nederland.

3.1.2 SUBSIDIE LEERMEESTERSCHOLING

De kosten voor de leermeestercursus bedragen € 600,00 voor drie dagen. De kosten voor de nascholing leermeester bedragen voor één dag € 250,00. Genoemde prijzen zijn exclusief 21% btw. Deze kosten worden door de werkgever aan Volandis betaald. Als er premie voor je wordt betaald aan APG voor de cao BTER Bouw & Infra, komt de werkgever vanuit het Volandis Fonds in aanmerking voor een vergoeding van de cursuskosten (excl. btw) en verletkosten van € 160,00 per dag. Deze vergoeding geldt alleen voor bouwplaatsmedewerkers en niet voor UTA-medewerkers.

3.1.3 DIPLOMABONUS

Om te stimuleren dat studenten BBL2, BBL3 en BBL4 hun opleiding afmaken hebben cao-partijen in de Bouw & Infra een subsidieregeling afgesproken, de Diplomabonus. Deze regeling houdt in dat eerdergenoemde BBL-studenten een diplomabonus ter hoogte van € 2.500,- (bruto) ontvangen van hun werkgever na het behalen van het diploma. Deze diplomabonus geldt voor studenten die tussen 1 september 2021 en 1 september 2023 hun diploma behalen. Werkgevers die de diplomabonus hebben uitbetaald, kunnen gebruikmaken van de subsidieregeling Diplomabonus ter dekking van de kosten. Deze subsidieregeling wordt uitgevoerd door Volandis. Inhoud van de regeling De hoogte van de subsidie Diplomabonus is door cao-partijen vastgesteld en bedraagt € 2.900,- per uitgekeerde diplomabonus. Van dit bedrag is € 2.500 bestemd voor de diplomabonus. De resterende € 400 is een forfaitaire compensatie voor de werkgeverslasten van de werkgever. De subsidie moet zo snel mogelijk na de diplomadatum worden aangevraagd. De werkgever is verantwoordelijk voor het aanvragen van de subsidie, waarbij de bewijslast ten aanzien van de feiten en omstandigheden die recht geven op subsidie rust bij de werkgever. De werkgever is verplicht inzage te verlenen in alle documenten en alle inlichtingen te verstrekken die nodig zijn voor de uitvoering en controle van wat in dit reglement is bepaald.

Loonspecial & arbeidsvoorwaarden 2022 57 Bouwend Nederland


Voorwaarden De werkgever heeft recht op de subsidie Diplomabonus wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan: • De werkgever heeft aan de werknemer een diplomabonus uitbetaald ter hoogte van € 2.500,- (bruto) omdat deze werknemer in de periode van 1 september 2021 tot 1 september 2023 een diploma heeft behaald van een BBL2, BBL3 of BBL4 opleiding in het domein: o Bouw & Infra; o Afbouw, hout en onderhoud of; o Techniek en procesindustrie. • De werknemer heeft deze BBL-opleiding bij de betreffende werkgever gevolgd en de werkgever heeft hiertoe met de werknemer een arbeidsovereenkomst gesloten en een beroepspraktijkvormingsovereenkomst in de zin van artikel 7.2.8 van de wet educatie en beroepsonderwijs. • Er is gedurende de BBL-opleiding minimaal 6 maanden sprake geweest van een arbeidsovereenkomst tussen de werkgever en de werknemer. • Een volledig overzicht van alle voorwaarden vind je in het 'Reglement subsidie Diplomabonus’ op de website van Volandis. Daar dient de subsidie ook aangevraagd te worden.

3.1.4 SUBSIDIE INDIENSTTREDING UITZENDKRACHTEN

Cao-partijen hebben een subsidieregeling afgesproken voor het in vaste dienst nemen van uitzendkrachten van 50 jaar of ouder, die minimaal 10 jaar werkzaam zijn geweest als werknemer onder de cao Bouw & Infra. Volandis voert deze regeling uit. Inhoud van de regeling De subsidie is eenmalig en het recht ontstaat 9 weken na ingangsdatum van de arbeidsovereenkomst. • De hoogte van de subsidie is door cao-partijen vastgesteld en bedraagt bij een fulltime dienstverband € 5.500. • Bij een parttime dienstverband geldt een subsidiehoogte naar rato van de arbeidsduur. • De subsidie kan vanaf 9 weken na ingangsdatum van de arbeidsovereenkomst worden aangevraagd. • De subsidie moet binnen 9 maanden na ingangsdatum van de arbeidsovereenkomst door belanghebbende worden aangevraagd. • Belanghebbende is verantwoordelijk voor het aanvragen van de subsidie, waarbij de bewijslast ten aanzien van de feiten en omstandigheden die recht geven op de subsidie rust op belanghebbende. • De bewijslast ten aanzien van de voorwaarde kan worden verkregen bij pensioenuitvoerder APG (dit zal Volandis opvragen). Door privacyregels kan de bewijslast alleen worden verkregen met instemming van de werknemer. Voorwaarden Om voor de subsidie in aanmerking te komen moet er aan verschillende voorwaarden worden voldaan. Een werkgever kan in aanmerking komen voor subsidie voor iedere werknemer die in de periode van 1 augustus 2021 tot en met 31 december 2023 in vaste dienst zijn getreden. Een werkgever heeft recht op subsidie voor de werknemer wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan: • De werkgever valt onder de cao Bouw & Infra en de cao Bedrijfstakeigen Regelingen Bouw & Infra en voldoet aan de 58

•

• • •

•

verplichtingen die voortvloeien uit beide cao’s, waaronder het afdragen van premies voor de bedrijfstakfondsen over de loonsom van de werknemer. De werkgever is met de werknemer een arbeidsovereenkomst aangegaan voor onbepaalde tijd en waarop de cao Bouw & Infra van toepassing is verklaard. Werknemer werkte voorafgaand aan de indiensttreding als uitzendkracht bij belanghebbende. Werknemer is op indiensttredingsdatum 50 jaar of ouder. Werknemer is in de periode van 30 jaar voorafgaand aan de indiensttredingsdatum ten minste 10 jaar werkzaam geweest als werknemer in de zin van de cao Bouw & Infra. De werkgever is verplicht inzage te verlenen in alle documenten en verder alle inlichtingen te verstrekken die nodig zijn voor de uitvoering en controle van wat in dit reglement is bepaald.

Een volledig overzicht van alle voorwaarden vind je in het 'Reglement subsidieregeling indiensttreding uitzendkrachten’. Bekijk het reglement hier. Aanvraag en uitbetaling De subsidie kan vanaf 9 weken na ingangsdatum van de arbeidsovereenkomst aangevraagd worden via subsidieportaal. volandis.nl. In de handleiding staat beschreven hoe de subsidie via dit portaal kan worden aangevraagd. De volgende procedure geldt: 1. De werkgever dient een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier in bij het kantoor van Volandis, t.a.v. Afdeling Bedrijfsbureau. 2. Het aanvraagformulier moet voorzien zijn van: a) Een kopie van de arbeidsovereenkomst van de werknemer. b) Een volledig ingevuld en door de werknemer ondertekend instemmingsformulier voor het opvragen van de bewijslast onder artikel 3 lid 2e. c) Een factuur of overeenkomst waaruit blijkt dat de werknemer voorafgaand aan de indiensttreding als uitzendkracht bij belanghebbende werkzaam was. 3. Als aan al deze voorwaarden is voldaan, wordt de subsidie nadat het recht is ontstaan betaalbaar gesteld. De werkgever ontvangt van Volandis een specificatie van de betaalbaar gestelde subsidie. Zes weken na dagtekening van de specificatie dient deze geaccepteerd te zijn door de werkgever.

3.2 AANVULLINGSFONDS

3.2.1 EINDEJAARSUITKERING VOOR WAO-UITKERINGSGERECHTIGDEN

Een belanghebbende heeft recht op een eindejaarsuitkering indien aan de volgende voorwaarden is voldaan. De belanghebbende: a. Heeft recht op een WAO-uitkering in de zin van de WAO in het kalenderjaar waarin eindejaarsuitkeringen worden verstrekt; b. Is 35% of meer arbeidsongeschikt; c. Heeft geen recht op een verhoogde WAO-uitkering op grond van artikel 22 WAO; d. Had het voorafgaande kalenderjaar eveneens recht op de eindejaarsuitkering. De hoogte van de eindejaarsuitkering wordt bepaald door de arbeidsongeschiktheidsklasse waarin de belanghebbende is ingedeeld in het kalenderjaar waarin eindejaarsuitkeringen worden verstrekt.


Het bestuur van het Aanvullingsfonds stelt jaarlijks de hoogte van de uitkering vast. Bij beëindiging van de arbeidsongeschiktheid ontvangt de belanghebbende een eindejaarsuitkering naar rato van de duur van de arbeidsongeschiktheid in het betreffende kalenderjaar. De eindejaarsuitkering wordt in de maand december betaalbaar gesteld, onder de voorwaarde dat APG uiterlijk 1 december van het betreffende kalenderjaar van de belanghebbende alle gegevens heeft ontvangen die nodig zijn voor de vaststelling van het recht op de eindejaarsuitkering en de uitbetaling ervan.

3.2.2 EINDEJAARSUITKERING VOOR IVA- EN WGA-UITKERINGSGERECHTIGDEN

Een belanghebbende heeft recht op een eindejaarsuitkering indien aan de volgende voorwaarden is voldaan. De belanghebbende: a. Heeft recht op een uitkering op grond van de regeling Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA) of de regeling Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA) bij 80-100% arbeidsongeschiktheid, in het kalenderjaar waarin eindejaarsuitkeringen worden verstrekt; b. Heeft geen recht op een verhoogde IVA-uitkering op grond van artikel 53 WIA; c. Had het voorafgaande kalenderjaar eveneens recht op de eindejaarsuitkering. Het bestuur van het Aanvullingsfonds stelt jaarlijks de hoogte van de uitkering vast. Bij beëindiging van de arbeidsongeschiktheid ontvangt de belanghebbende een eindejaarsuitkering naar rato van de duur van de arbeidsongeschiktheid in het betreffende kalenderjaar. De eindejaarsuitkering wordt in de maand december betaalbaar gesteld, onder de voorwaarde dat APG uiterlijk 1 december van het betreffende kalenderjaar van de belanghebbende alle gegevens heeft ontvangen die nodig zijn voor de vaststelling van het recht op de eindejaarsuitkering en de uitbetaling ervan. Aanvragen eindejaarsuitkering Een bouwplaatswerknemer met recht op een IVA- of WGA-uitkering moet zich voor het aanvragen van de eindejaarsuitkering melden bij een vakbondsconsulent van FNV of CNV Vakmensen. Een utawerknemer met recht op een IVA- of WGA-uitkering kan zich voor het aanvragen van de eindejaarsuitkering schriftelijk melden bij APG. Bij de melding dient de belanghebbende alle gegevens te verstrekken die relevant zijn voor de vaststelling van het recht op de eindejaarsuitkering. De belanghebbende dient zich te melden vóór 1 april van het jaar volgend op het kalenderjaar waarin hij recht had op de eindejaarsuitkering. Verrekening bij aanvulling IVA- of WGA-uitkering door werkgever In de situatie dat de werkgever aan een belanghebbende een aanvulling op de IVA- of WGA-uitkering verstrekt tot 100% van het loon of salaris bij werken, kan deze werkgever het met de eindejaarsuitkering overeenkomende bedrag in mindering brengen op de aanvulling, zodat de situatie wordt voorkomen dat de arbeidsongeschikte werknemer meer zou ontvangen dan een werknemer in actieve dienst. 3.2.3 PENSIOENOPBOUW BIJ WERKLOOSHEID EN/OF BIJ ZIEKTE TIJDENS WERKLOOSHEID

Heeft de werknemer direct aansluitend op zijn dienstbetrekking met zijn werkgever recht op een uitkering zoals beschreven in de

Werkloosheidswet (hierna: WW)? Dan heeft de werknemer gedurende maximaal zes maanden na aanvang van die uitkering recht op betaling van een bedrag aan de pensioenuitvoerder ten behoeve van de voortzetting van de ouderdomspensioenopbouw (hierna: aanvulling pensioenpremie). Sinds 1 juli 2012 geldt deze regeling ook voor werkloze werknemers die een uitkering op grond van de Ziektewet (ZW) ontvangen. De hoogte van de aanvulling pensioenpremie is per 1 januari 2006 vastgesteld op 65 procent van de pensioenpremie bij deelname in het Bedrijfstakpensioenfonds voor de Bouwnijverheid. Als de werknemer geen deelnemer is in het Bedrijfstakpensioenfonds voor de Bouwnijverheid maar in een ander pensioenfonds, dan wordt de werknemer voor de vaststelling van de hoogte van de aanvulling pensioenpremie geacht over de periode waarover de WW-uitkering is ontvangen deelnemer te zijn in het Bedrijfstakpensioenfonds voor de Bouwnijverheid.

3.2.4 RE-INTEGRATIEBONUS

De cao Bouw & Infra voorziet in een ‘bonusregeling’ bij succesvolle re-integratie van een arbeidsongeschikte werknemer in diens tweede ziektejaar. Daarnaast heeft de werkgever op grond van de cao BTER 2016 -2019 recht op een bonus van € 2.500,- als er sprake is van succesvolle re-integratie. Voorwaarden voor de re-integratiebonus Het kan dat een werknemer in zijn tweede ziektejaar re-integreert in zijn oude of in een nieuwe functie binnen of buiten het bedrijf of de bedrijfstak. In dat geval bestaat onder de volgende voorwaarden recht op een bonus voor zowel de werkgever als de werknemer: • De werknemer is minimaal twee betalingsperioden van elk vier weken of een maand onafgebroken weer aan het werk. Als de periode van acht weken of twee maanden wordt onderbroken door vakantie, wordt de periode met de duur van die vakantie verlengd. • De werknemer verdient per betalingsperiode minimaal vijftig procent van het vast overeengekomen loon dat hij per betalingsperiode verdiende voordat hij ziek werd. Re-integratiebonus voor de werknemer Bij re-integratie bij de eigen werkgever ontvangt de werknemer van zijn werkgever een eenmalige aanvulling tot 100 procent van het vast overeengekomen loon. De werknemer ontvangt de aanvulling over de periode vanaf de eerste dag van het tweede ziektejaar tot en met de laatste dag van de tweede maand of achtste week van re-integratie. Bij re-integratie bij een andere werkgever ontvangt de werknemer de eenmalige aanvulling van zijn voormalige werkgever tot en met de laatste dag voor de re-integratie. Re-integratiebonus voor de werkgever Als een werkgever aan de werknemer de genoemde eenmalige aanvulling heeft betaald, heeft hij recht op een bonus van 2500 euro vanuit het Aanvullingsfonds. De werkgever dient zich hiervoor te melden bij APG en dient daarbij de volgende bewijsstukken aan te leveren: • De ontvangstbevestiging van de ziekmelding van de werknemer bij UWV. • De loonstroken van de laatste betalingsperiode voor de ziekmelding tot het moment van re-integratie. • De loonstroken over de twee maanden of acht weken van reintegratie. Loonspecial & arbeidsvoorwaarden 2022 59 Bouwend Nederland


•

Een bewijs van betaling van de eenmalige aanvulling aan de gere-integreerde werknemer. De handtekeningen van de werkgever die de bonus aanvraagt en van de gere-integreerde werknemer.

•

HEEFT U EEN VRAAG OVER

3.2.7 OVERGANGSREGELING EXTRA VERLOFDAGEN OUDERE WERKNEMERS

De administratie van het aanvullingsfonds? Kijk op www.bter-bouw.nl/aanvullingsfonds en kies ‘Speciaal voor werkgevers’.

De werkgever heeft recht op een tegemoetkoming in de loonkosten voor reeds vóór 1 januari 2016 opgebouwde extra verlofdagen van oudere werknemers, die op of na 1 januari 2016 worden opgenomen.

Of neem contact op met de Werkgeversdesk: E werkgevers@bter-bouw.nl T 020 583 70 70 op werkdagen tussen 8.30 en 17.00 uur

Het aantal dagen is afhankelijk van de leeftijd van de werknemers. Het maximale aantal dagen is:

3.2.5 ZELFSTANDIG RECHT INSCHAKELEN RE-INTEGRATIEBEDRIJF

Als een werknemer arbeidsongeschikt voor zijn functie raakt, dient zijn werkgever te zoeken naar passend werk binnen het bedrijf of binnen de bedrijfstak. De werkgever dient hierbij een reintegratiebedrijf in te schakelen. Als veertien weken na het ontstaan van de arbeidsongeschiktheid nog niet aan deze verplichting is voldaan, heeft de werknemer het zelfstandig recht om een reintegratiebedrijf in te schakelen voor opleiding, begeleiding en/ of bemiddeling. Hij dient hiertoe eerst bij het TBB een schriftelijke onderbouwing en een offerte van het re-integratiebedrijf te overleggen. Het TBB stelt de werkgever vervolgens in de gelegenheid hierop schriftelijk te reageren. De beoordeling van de vraag of sprake is van een situatie waarin de werknemer gebruik kan maken van zijn zelfstandig recht op inschakeling van een re-integratiebedrijf ligt in laatste instantie bij het bestuur van het Aanvullingsfonds. De kosten voor opleiding, begeleiding en/of bemiddeling worden bij toekenning van het zelfstandig recht van de werknemer op inschakeling van een re-integratiebedrijf betaald door het Aanvullingsfonds. Het Aanvullingsfonds zal de kosten verhalen op de werkgever. 3.2.6 OVERGANGSREGELING EXTRA ROOSTERVRIJE DAGEN OUDERE WERKNEMERS

De werkgever heeft recht op een tegemoetkoming in de loonkosten voor opgenomen extra roostervrije dagen van oudere werknemers. Het aantal dagen is afhankelijk van de leeftijd van de werknemers. Het maximale aantal dagen zie je in de tabel hieronder.

werknemers

per werknemer/ per kalenderjaar

vanaf 1-1-2016

geboren vóór 1956

13

vanaf 1-1-2016

geboren tussen 1956 en 1961

10

vanaf 1-1-2018

geboren in 1961

10

vanaf 1-1-2019

geboren in 1962

9

vanaf 1-1-2020

geboren in 1963

8

vanaf 1-1-2021

geboren in 1964

7

vanaf 1-1-2022

geboren in 1965

6

60

De tegemoetkoming geldt alleen voor extra roostervrije dagen die in het kalenderjaar waarin ze zijn opgebouwd, worden opgenomen dan wel uitbetaald. De werkgever dient binnen zes maanden na het opnemen van een extra roostervrije dag een declaratie in bij het Aanvullingsfonds.

werknemers

per werknemer/ per kalenderjaar

55 tot 60 jaar

10

60 jaar en ouder

13

De tegemoetkoming geldt alleen voor de extra verlofdagen die binnen vijf kalenderjaren na het jaar waarin ze zijn opgebouwd, worden opgenomen dan wel uitbetaald. De werkgever dient binnen zes maanden na het opnemen van een extra verlofdag een declaratie in bij het Aanvullingsfonds.

3.2.8 DE ZWAARWERKREGELING

Recht op een uitkering Bouwplaatsmedewerkers kunnen vanaf 1 januari 2021 maximaal 3 jaar vóór de AOW-leeftijd stoppen met werken. Deze cao-afspraak noemen we de zwaarwerkregeling. Werknemers kunnen gebruik maken van de regeling als zij aan de volgende voorwaarden voldoen: a. In de periode 1 januari 2021 tot en met 31 december 2025 op uittredingsdatum een leeftijd heeft bereikt die maximaal drie jaar voor zijn AOW-gerechtigde leeftijd ligt, b. Direct voorafgaand aan de uittredingsdatum bouwplaatswerknemer is, c. Op 1 juli 2019 en/of 1 januari 2020 bouwplaatswerknemer was, en d. In de periode van 25 jaar direct voorafgaand aan de uittredingsdatum ten minste 20 jaar werkzaam is geweest in een onderneming vallend onder de werkingssfeer van deze cao als werknemer in de zin van artikel 1 lid 6 van dit reglement dan wel in een onderneming vallend onder de werkingssfeer van de cao Afbouw als werknemer in de zin van de cao Afbouw Perioden van maximaal 6 maanden niet of elders werken tellen mee als gewerkte tijd. Recht op een uitkering, onder de voorwaarden als uitgewerkt in dit reglement, heeft de uta-werknemer die: a. In de periode 1 januari 2022 tot en met 31 december 2025 op uittredingsdatum een leeftijd heeft bereikt die maximaal drie jaar voor zijn AOW-gerechtigde leeftijd ligt, b. Direct voorafgaand aan de uittredingsdatum werknemer is, c. Op 1 juli 2020 en/of 1 januari 2021 werknemer was in de zin van de cao en


d.

In de periode van 25 jaar direct voorafgaand aan de uittredingsdatum: • Ten minste 5 jaar werkzaam is geweest als bouwplaatswerknemer én • Ten minste 20 jaar werkzaam is geweest in een onderneming vallend onder de werkingssfeer van deze cao als werknemer in de zin van artikel 1 lid 6 van dit reglement dan wel in een onderneming vallend onder de werkingssfeer van de cao Afbouw als werknemer in de zin van de cao Afbouw dan wel in een onderneming vallend onder de werkingssfeer van de cao Timmerindustrie als werknemer in de zin van de cao Timmerindustrie. Perioden van maximaal 6 maanden niet of elders werken tellen mee als gewerkte tijd.

Geen recht op een uitkering a. Degene die recht heeft op een IVA-uitkering, WW-uitkering of ZW-uitkering; b. Wiens registratie bij de uitvoeringsorganisatie voorafgaand aan de uittredingsdatum is gewijzigd van uta-werknemer in bouwplaatswerknemer; c. Wiens parttime dienstverband voorafgaand aan de uittredingsdatum is gewijzigd in die zin dat de arbeidsduur is verhoogd; d. Die met pensioen is gegaan en gestopt met werken en die vervolgens weer gaat werken. Duur, hoogte en uitbetaling uitkering 1. Aan de uitkeringsgerechtigde wordt een maandelijkse uitkering in de zin van deze regeling toegekend met ingang van de uittredingsdatum. De uitkering wordt voor maximaal 36 maanden toegekend. 2. De maandelijkse bruto uitkering is € 1.766,67. Dit geldt voor de uitkeringsgerechtigde die voorafgaand aan de uittredingsdatum

3.

4.

5.

werkzaam was op basis van een arbeidsovereenkomst met een arbeidsduur van 40 uur per week. De uitkering wordt maandelijks door de uitvoeringsorganisatie aan de uitkeringsgerechtigde betaald, onder aftrek van de wettelijk verplichte inhoudingen. De uitkeringsgerechtigde ontvangt jaarlijks een specificatie van de betaalde uitkering. De uitkeringsgerechtigde die voorafgaand aan de uitredingsdatum gedeeltelijk arbeidsgeschikt was, heeft recht op een uitkering naar rato van het gedeelte dat hij arbeidsgeschikt is. De uitkeringsgerechtigde die voorafgaand aan de uittredingsdatum een parttime dienstverband had, heeft recht op een uitkering naar rato van zijn arbeidsduur.

Loonberekening zwaar werk regeling Een van de meest gestelde vragen over de zwaarwerkregeling is wat de werknemer netto overhoudt van de bruto uitkering van € 1.766,67 per maand. Nu alle parameters van 2021 bekend zijn is dat goed uit te rekenen. Daarom is dit uitgewerkt in de tabel onderaan deze pagina. Einde recht op uitkering 1. Het recht op uitkering op grond van deze regeling eindigt: a. Met ingang van de dag waarop de uitkeringsgerechtigde de voor hem geldende AOW-gerechtigde leeftijd bereikt; b. In geval van overlijden met ingang van de dag na de laatste dag van de tweede maand na de maand waarin het overlijden plaatsvond. 2. Het recht op uitkering eindigt vóór de in het eerste lid bedoelde datum als de uitkeringsgerechtigde: a. Opnieuw een dienstbetrekking aanvaardt, en wel met ingang van de eerste dag waarop hij in die dienstbetrekking werkzaam is; b. Zich als ondernemer vestigt en wel met ingang van de vestigingsdatum.

NETTOLOONBEREKENING UITKERING ZWAARWERKREGELING ZONDER LOONHEFFINGSKORTING

Dagen

Uren

Omschrijving

21,67

173,33

Uitkering

Percentage

Basis

Uitbetalingen € 1.793,17

Uniform heffingsloon NT

€ 1.793,17

Inhouding LB/PH Inhouding Zvw NT

Inhoudingen

€ 663,92 5,50%

€ 98,62

Nettoloon per maand

€ 1.030,63

Uitleg: Als de werknemer naast de uitkering van de zwaarwerkregeling ook pensioen ontvangt, zal doorgaans (zeker bij volledig pensioen) de heffingskorting toegepast worden bij de pensioenuitkering. De loonheffingskorting kan echter maar één keer worden toegepast dus kan deze niet nogmaals worden aangewend voor de zwaarwerkregeling. Verder dient de groene tabel te worden toegepast.

NETTOLOONBEREKENING UITKERING ZWAARWERKREGELING MET LOONHEFFINGSKORTING

Dagen

Uren

Omschrijving

21,67

173,33

Uitkering

Percentage

Uitbetalingen

€ 1.793,17

Inhouding LB/PH

Nettoloon per maand

Inhoudingen

€ 1.793,17

Uniform heffingsloon NT

Inhouding Zvw NT

Basis

€ 424,08 5,50%

€ 98,62 € 1.270,47

Uitleg: Als de werknemer naast de uitkering van de zwaarwerkregeling geen andere uitkering ontvangt waar de loonheffingskorting wordt gebruikt, kan de loonheffingskorting gebruikt worden voor de zwaarwerkregeling. Verder dient de groene tabel te worden toegepast. Loonspecial & arbeidsvoorwaarden 2022 61 Bouwend Nederland


4. PENSIOENFONDS VOOR DE BOUWNIJVERHEID

Werkgevers en werknemers in de bouw & infrasector die vallen onder de verplichtstellingsbeschikking tot deelname in het bedrijfstakpensioenfonds voor de Bouwnijverheid (bpfBOUW) dienen verplicht deel te nemen aan de pensioenregeling van bpfBOUW. In dit hoofdstuk beschrijven we de belangrijkste onderdelen en aandachtspunten.

4.1

PENSIOENREGELINGEN BOUWNIJVERHEID 4.1.1 Middelloonregeling 4.1.2 Arbeidsongeschiktheidspensioen 4.1.3 Partnerpensioen 4.1.4 Wezenpensioen

4.2

BELANGRIJKE PENSIOENBEGRIPPEN 4.2.1 Pensioenloon 4.2.2 Bodemloon (franchise) 4.2.3 Pensioengrondslag 4.2.4 Pensioenpremies

4.3

BIJZONDERE SITUATIES 4.3.1 Pensioenopbouw bij ziekte 4.3.2 Pensioenopbouw bij werkloosheid 4.3.3 Pensioenopbouw bij arbeidsongeschiktheid 4.3.4 Afkoop 4.3.5 Waardeoverdracht

Loonspecial & arbeidsvoorwaarden 2022 63 Bouwend Nederland


4.1 PENSIOENREGELINGEN BOUWNIJVERHEID

4.1.1 MIDDELLOONREGELING

De basispensioenregeling van bpfBOUW is een verplichte pensioenregeling die geldt voor alle sectoren in de bouwnijverheid. Alle werknemers in dienst bij bedrijven die onder een van de verplichtgestelde sectoren vallen, moeten verplicht aan deze basispensioenregeling meedoen. De basispensioenregeling van bpfBOUW is een middelloonregeling. Hierbij wordt ieder jaar een stuk pensioenaanspraak opgebouwd over het in dat jaar genoten pensioenloon. Waarbij er rekening wordt gehouden met een maximum pensioenloon van € 66.337,13. Werknemers bouwen jaarlijks 1,738% van de pensioengrondslag (zie 4.2.3) aan ouderdomspensioen op. Dit opbouwpercentage hoort bij een pensioenleeftijd van 67 jaar.

4.1.2 ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSPENSIOEN

Ontvangt een werknemer een WIA- of een WAO-uitkering? Dan heeft hij mogelijk recht op een arbeidsongeschiktheidspensioen. Dit is een maandelijkse aanvulling op de arbeidsongeschiktheidsuitkering van UWV. De hoogte van de aanvulling is afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid. De werknemer hoeft het arbeidsongeschiktheidspensioen niet zelf bij bpfBOUW aan te vragen. BpfBOUW krijgt namelijk de informatie over de arbeidsongeschiktheid van UWV. Hij moet hiervoor wel een WGAvervolguitkering of een WAO-vervolguitkering ontvangen. Heeft de werknemer binnen 6 maanden na de start van de vervolguitkering niets gehoord over zijn arbeidsongeschiktheidspensioen? Dan kan de werknemer het arbeidsongeschiktheidspensioen zelf bij bpfBOUW aanvragen. Er wordt dan met de werknemer gekeken welke gegevens ontbreken. Ontvangt de werknemer een IVA-uitkering, WGA-loonaanvullingsuitkering, WGA-loongerelateerde uitkering of WAO-loondervingsuitkering? Dan heeft hij geen recht op een arbeidsongeschiktheidspensioen. Wanneer stopt het arbeidsongeschiktheidspensioen of invaliditeitspensioen? Het arbeidsongeschiktheidspensioen (en invaliditeitspensioen) stopt uiterlijk de eerste van de maand waarin een werknemer de AOW-leeftijd bereikt of waarin een werknemer 67 jaar wordt. Het recht op arbeidsongeschiktheidspensioen stopt echter ook als het arbeidsongeschiktheidspercentage lager dan 35% is (bij een WIAuitkering) of lager dan 15% is (bij een WAO-uitkering). En ook als de WIA- of WAO-uitkering beëindigd is, omdat een werknemer weer volledig arbeidsgeschikt is.

4.1.3 PARTNERPENSIOEN

Werknemers bouwen jaarlijks 1,3125% van de pensioengrondslag aan partnerpensioen op. Dit is ongeveer 75% van het ouderdomspensioen. Overlijdt een werknemer? Dan ontvangt de partner: • 70% van het ouderdomspensioen dat de werknemer tot 1 januari 2018 heeft opgebouwd; • Het partnerpensioen dat de werknemer heeft opgebouwd vanaf 1 januari 2018; en • Het partnerpensioen dat de werknemer bij ongewijzigde voortzetting had kunnen opbouwen vanaf de maand volgend op het overlijden tot de maand waarin de werknemer 67 jaar zou worden. Gewezen deelnemers Voor oud-werknemers die in het verleden pensioen hebben opgebouwd bij bpfBOUW, een zogenaamde ‘gewezen deelnemer’, geldt dat niet. De partner van de gewezen deelnemer ontvangt alleen het partnerpensioen dat de gewezen deelnemer heeft opgebouwd.

Werknemer en partner ongetrouwd? Zijn de werknemer en partner niet getrouwd? Dan moet aan een aantal voorwaarden zijn voldaan om als partner voor het partnerpensioen, opgebouwd in de pensioenregeling Bouwnijverheid, aangemerkt te worden: • Het gaat om tweerelaties (man-vrouw, vrouw-vrouw en manman); • Het partnerschap is geregistreerd bij de burgerlijke stand (geregistreerd partnerschap); of • De partners voeren een gemeenschappelijke huishouding en zijn dus woonachtig op hetzelfde adres, waarvan een notariële akte is opgemaakt waarin een zorgplicht over en weer is beschreven. De partner moet dan wel aangemeld worden bij bpfBOUW door de werknemer. Ook familierelaties komen in aanmerking, behalve die in de rechte lijn (ouder-kind of grootouder-kleinkind). Op het moment dat de werknemer met pensioen gaat, kan hij ervoor kiezen het partnerpensioen – dat hij heeft opgebouwd vanaf 1 januari 2006 - in te ruilen voor een hoger ouderdomspensioen.

4.1.4 WEZENPENSIOEN

Kinderen van de werknemer hebben recht op wezenpensioen als het kind de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt op het moment van overlijden van een bpfBOUW deelnemende ouder. Er is een onderscheid tussen wezen: • Halfwezen: alleen de deelnemende ouder is overleden. Het wezenpensioen bedraagt voor halfwezen, per kind, 6,5% van de laatst vastgestelde pensioengrondslag. Maximaal wordt niet meer dan vier maal het wezenpensioen uitgekeerd; • Volle wezen: beide ouders zijn overleden. Voor volle wezen worden deze percentages verdubbeld. Voor studerende (half)wezen kan onder bepaalde voorwaarden recht op wezenpensioen bestaan tot en met de leeftijd van 26 jaar.

64


HEEFT U EEN VRAAG OVER Uw deelname aan bpfBOUW, aanlevering, premies of factuur? E premies@bpfbouw.nl T 020 583 42 00 op werkdagen tussen 8.00 en 12.00 uur of tussen 13.00 en 17.30 uur

tot het pensioenloon. De benaming hiervan kan zijn: een dertiende maand, een vaste eindejaarsuitkering, een gegarandeerd tantième en dergelijke. Het pensioenloon kent een maximum. Per 1 januari 2022 is dit vastgesteld op € 66.337,13.

4.2.2 BODEMLOON (FRANCHISE)

Als de werknemer de AOW-leeftijd bereikt, heeft hij recht op een AOW-uitkering. Bij de pensioenregeling voor werknemers in de bouwnijverheid wordt daarmee rekening gehouden. Dat gebeurt in de vorm van het bodemloon (ook wel franchise genoemd). Het bodemloon is een deel van het loon dat niet wordt meegenomen in de pensioenopbouw, omdat de AOW-uitkering daarvoor dekking geeft. Het bodemloon is per 1 januari 2022 vastgesteld op € 14.802,00.

HEEFT U EEN VRAAG OVER De pensioensregeling? E werkgevers@bpfbouw.nl T 020 583 80 80 op werkdagen tussen 8.30 en 17.00 uur

4.2.3 PENSIOENGRONDSLAG

HEEFT UW WERKNEMER Een pensioenvraag? Kijk op www.bpfbouw.nl/contact T 020 583 40 40 maandag t/m donderdag tussen 8.00 tot 17.30 uur en vrijdag tussen 8.00 en 17.00 uur

De pensioengrondslag is het bedrag waarover de werkgever pensioenpremie betaalt en de werknemer pensioen opbouwt. De pensioengrondslag wordt gevormd door het (gemaximeerd) pensioenloon te verminderen met het bodemloon.

VOORBEELD Pensioenloon:

€ 38.804,50

(Vast overeengekomen loon of salaris plus vakantiegeld)

Bodemloon: € 14.802,00 (zie 4.2.2) Pensioengrondslag: € 24.002,5

4.2 BELANGRIJKE PENSIOENBEGRIPPEN

In 2021 is de pensioengrondslag maximaal € 51.535,13 (€ 66.337,13 minus € 14.802,00).

4.2.1 PENSIOENLOON

Een belangrijke component om de pensioenopbouw te berekenen is het pensioenloon. In de pensioenregeling Bouwnijverheid geldt dat ten minste het vast overeengekomen loon (of salaris bij UTA) inclusief vakantietoeslag meetelt voor de pensioenopbouw. Ook een vaste jaarlijkse uitkering die met de werkgever is overeengekomen behoort

4.2.4 PENSIOENPREMIES

Werkgevers en werknemers betalen premies voor de pensioenregeling van bpfBOUW. Hieronder leest u de premiepercentages die gelden per 1 januari 2022.

Bouwplaats

Totale premie

Werkgeversdeel premie

Werknemersdeel premie

maximum pensioenloon

Bodemloon/ franchise

bpfBOUW middelloon

26,0%

16,4632%

9,5368%

66.337,13

14.802,00

Arbeidsongeschiktheidspensioen

0,15%

0,075%

0,075%

66.337,13

14.802,00

UTA

Totale premie

Werkgeversdeel premie

Werknemersdeel premie

maximum pensioenloon

Bodemloon/ franchise

bpfBOUW middelloon

26,0%

15,2048%

10,7952%

66.337,13

14.802,00

Arbeidsongeschiktheidspensioen

0,15%

0,075%

0,075%

66.337,13

14.802,00

Loonspecial & arbeidsvoorwaarden 2022 65 Bouwend Nederland


4.3.4 AFKOOP

4.3 BIJZONDERE SITUATIES

4.3.1 PENSIOENOPBOUW BIJ ZIEKTE

Wanneer de werknemer ziek is, heeft de werkgever een loondoorbetalingsverplichting. Gedurende het eerste ziektejaar dient de werkgever 100% van het vast overeengekomen loon of salaris door te betalen. Gedurende het tweede ziektejaar is dit 70%. De opbouw van pensioenrechten tijdens ziekte gaat echter wel volledig door, ook in het tweede ziektejaar. De werkgever moet hiervoor wel met een specifieke code zijn aanlevering van loon- en premiegegevens doen. Pensioenopbouw bij vervroegde IVA-uitkering Als de werknemer eerder dan na twee jaar ziekte een IVA-uitkering ontvangt, blijft de loondoorbetalingsplicht van de werkgever bestaan voor de duur van twee jaar. De werkgever mag de IVA-uitkering in mindering brengen op het loon van de werknemer. Over het resterende loon betaalt de werkgever premie (indien hier sprake van is na aftrek van de IVA-uitkering op het loon). De werkgever moet hiervoor wel met een specifieke code zijn aanlevering van loon- en premiegegevens doen. Voor werknemers aan wie op of na 1 januari 2020 een vervroegde IVA-uitkering is toegekend, gaat de opbouw van pensioenrechten volledig door gedurende maximaal twee jaar na de eerste ziektedag. Daarna is de premievrije opbouw van pensioenrechten maximaal 69%.

4.3.2 PENSIOENOPBOUW BIJ WERKLOOSHEID

Cao-partijen van cao Bouw & Infra hebben afgesproken dat het Aanvullingsfonds over maximaal de eerste 180 dagen pensioenpremie vergoedt. Hierover kunt u meer lezen in 3.2.3 van deze special lonen en arbeidsvoorwaarden.

4.3.3 PENSIOENOPBOUW BIJ ARBEIDSONGESCHIKTHEID

De pensioenregeling kent voor arbeidsongeschikten een voorziening voor een premievrije opbouw van pensioenrechten, al naar gelang de mate van arbeidsongeschiktheid. De maximale voortzetting bedraagt (vanaf 2018) 69%. • Bij een arbeidsongeschiktheid van de WIA dan wel WAO van 65% of meer komt de opbouw ten laste van bpfBOUW. • Bij een arbeidsongeschiktheid van de WIA dan wel WAO van 45% tot 65% komt de opbouw voor de helft ten laste van bpfBOUW. • Bij een percentage van 35% tot 45% in de zin van de WIA dan wel een percentage 25% tot 45% in de zin van de WAO komt de opbouw voor een kwart ten laste van bpfBOUW.

66

Met ingang van 1 januari 2019 zijn de regels voor afkoop gewijzigd als gevolg van de invoering van de wet waardeoverdracht klein pensioen. Is de deelneming bij bpfBOUW beëindigd en bedraagt de opgebouwde pensioenaanspraak tussen € 2 en € 520,35 (in 2022) per jaar (inclusief vakantietoeslag)? Dan wordt de pensioenaanspraak niet meer afgekocht. In plaats daarvan worden deze pensioenaanspraken automatisch overgedragen aan een eventueel nieuwe pensioenuitvoerder. Als na vijf pogingen in vijf jaar blijkt dat het niet mogelijk is om de opgebouwde pensioenaanspraken over te dragen naar de nieuwe pensioenuitvoerder, dan kunnen de pensioenaanspraken alsnog afgekocht worden. Is de deelneming bij bpfBOUW op of na 1 januari 2019 beëindigd en bedraagt de opgebouwde pensioenaanspraak € 2 (in 2022) of minder? Dan vervallen deze pensioenaanspraken bij einde deelneming op grond van de wet waardeoverdracht klein pensioen. Is de deelneming bij bpfBOUW voor 1 januari 2019 beëindigd en bedraagt de opgebouwde pensioenaanspraak € 2 (in 2022) of minder? Dan worden de pensioenaanspraken automatisch overgedragen aan een eventueel nieuw pensioenfonds.

4.3.5 WAARDEOVERDRACHT

Een werknemer heeft bij individuele wijziging van dienstverband, en daardoor wijziging van pensioenregeling, recht op waardeoverdracht. De waarde van het reeds opgebouwde pensioen kan worden overgedragen van de oude pensioenuitvoerder naar de nieuwe pensioenuitvoerder. Hierdoor wordt een pensioenbreuk voorkomen en worden alle pensioenzaken slechts door één pensioenuitvoerder uitgevoerd. De werkgever is verplicht de werknemer bij indiensttreding (of dienstbeëindiging) te wijzen op het recht op waardeoverdracht. Een aanvraag voor waardeoverdracht moet door een werknemer zelf worden ingediend. Voor een overdracht van pensioenaanspraken naar bpfBOUW zijn speciale aanvraagformulieren. De werknemer kan dit aanvragen via Mijn Bouwpensioen (op mijn.bpfbouw.nl). Hoe werkt waardeoverdracht? Voor waardeoverdracht van bpfBOUW naar een andere pensioenuitvoerder neemt de werknemer contact op met de pensioenuitvoerder van de nieuwe werkgever. Een waardeoverdracht mag alleen plaatsvinden op het moment dat beide pensioenuitvoerders een dekkingsgraad hebben van 100% of meer. Heeft bpfBOUW en/of de overdragende pensioenuitvoerder een dekkingsgraad die lager is dan 100%, dan is waardeoverdracht (tijdelijk) niet mogelijk. Mocht dit het geval zijn, dan ontvangt de werknemer een bericht van bpfBOUW hierover.


5. ARBEIDSRECHTELIJKE THEMA’S

In dit hoofdstuk komen de meest relevante arbeidsrechtelijke thema’s aan bod. De Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) brengt op een reeks van wijzigingen met zich mee die per 1 januari 2020 in werking zijn getreden.

5.1

DE KETENREGELING

5.2

NIEUWE REGELS VOOR OPROEPKRACHTEN

5.3

CUMULATIEGROND BIJ ONTSLAG

5.4

LAGERE WW BIJ VAST CONTRACT

5.5

TRANSITIEVERGOEDING VANAF BEGIN DIENSTVERBAND

Loonspecial & arbeidsvoorwaarden 2022 67 Bouwend Nederland


•

5.1 DE KETENREGELING • Wat houdt de ketenregeling in? De ketenregeling is de wettelijke bepaling die aangeeft hoeveel tijdelijke arbeidsovereenkomsten er maximaal achter elkaar gesloten mogen worden - en de totale periode hiervan - voordat er een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaat. De ketenregeling kent twee maxima. Allereerst mag je maximaal drie tijdelijke arbeidscontracten achter elkaar sluiten met een werknemer. Het vierde tijdelijke arbeidscontract is automatisch een vast arbeidscontract. Zit er een tussenpoos van meer dan zes maanden tussen de verschillende tijdelijke arbeidsovereenkomsten? Dan wordt de keten doorbroken en begint de telling opnieuw. Daarnaast mag je in drie jaar tijd maximaal drie tijdelijke arbeidscontracten sluiten met een werknemer. Na die drie jaar ontstaat ook automatisch een vast arbeidscontract. Zit er een tussenpoos van minder dan zes maanden tussen de arbeidscontracten, dan telt de tussenpoos mee voor de berekening van deze termijn. Is er een tussenpoos van meer dan zes maanden, dan gaat de keten opnieuw lopen. Let op! In afwijking van bovenstaande geldt voor een aantal functies dat een keten van arbeidsovereenkomsten bestaat uit: • Meerdere, elkaar opvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, • Met een eventuele tussenliggende periode van maximaal drie maanden per keer. Dit zijn functies waarin de werknemer als gevolg van klimatologische omstandigheden maximaal negen maanden per jaar kan werken. Het gaat om de volgende bouwplaatsfuncties: • Asfaltwerker (functie 15), • Balkman (functie 87), • Machinist met diploma (functie 122), • Wegmarkeerder I (functie 85), II (functie 59) en III (functie 14).

5.1 DE KETENREGELING

Wat is een oproepcontract? De WAB verstaat onder een oproepcontract: iedere arbeidsovereenkomst zonder vaste arbeidsomvang, dus zowel een nulurencontract als een contract met een flexibel aantal uren (een min/max-contract). Volgens de WAB is er ook sprake van een oproepcontract als de verplichting om loon te betalen over nietgewerkte uren contractueel is uitgesloten, ook al staat er wel een vast aantal uren in dat contract. Wat is er veranderd? • De werkgever moet een oproepkracht minimaal vier dagen van tevoren oproepen. Als de werkgever de oproepkracht later oproept, hoeft deze geen gehoor te geven aan de oproep. 68

•

•

Als de werkgever de oproep na aanvaarding door de oproepkracht binnen vier dagen voor aanvang van de werkzaamheden intrekt, moet hij de afgesproken uren toch betalen. Als de werkgever de oproep na aanvaarding door de oproepkracht binnen de termijn van vier dagen wijzigt, kan de oproepkracht dit weigeren en hem houden aan de originele oproep. De werkgever is dan verplicht de geplande uren uit te betalen. De werkgever moet een oproepkracht ten minste drie uur loon per dienst uitbetalen, ook als de oproepkracht minder uren werkt. Na een periode van twaalf maanden is de werkgever verplicht om de oproepkracht een vaste arbeidsomvang aan te bieden. Dit moet ten minste het gemiddeld aantal uitbetaalde uren in die twaalf maanden zijn. Doet de werkgever dit aanbod niet, dan heeft de oproepkracht alsnog recht op loon over de gemiddelde arbeidsomvang in de afgelopen twaalf maanden.

Wat is een vaste arbeidsomvang? Een vaste arbeidsomvang is een vast aantal uren per week, per vier weken of per maand. Dit vaste aantal uren mag ook over een langere periode worden aangeboden (maximaal een jaar), mits de betaling van loon gelijkmatig over die periode wordt gespreid. Een werkgever is straks niet verplicht om een oproepkracht na twaalf maanden een contractverlenging of een vast contract te geven. Het gaat alleen om het aanbieden van een vaste arbeidsomvang. Een werkgever kan er dus ook voor kiezen om het contract met een tijdelijke oproepkracht niet te verlengen. Wat betekent dit? • Oproepkrachten weten eerder wanneer ze moeten werken en krijgen meer (financiële) zekerheid. • Werkgevers zullen het werken met oproepkrachten strak(ker) moeten organiseren en meer vooruit moeten plannen. Let op! De nieuwe regels hebben direct effect: werkgevers moeten aan oproepkrachten die op 1 januari 2020 al twaalf maanden (of langer) werken, meteen een vaste arbeidsomvang aanbieden.

5.3 CUMULATIEGROND BIJ ONTSLAG

Omdat de bestaande ontslagregels door werkgevers als te knellend worden ervaren, bevat de WAB een maatregel om ontslag te versoepelen. Er is een ‘cumulatiegrond’ voor ontslag ingevoerd, waardoor ontslag ook mogelijk wordt als sprake is van een optelsom van omstandigheden. Wat verandert er? Soms is het lastig om voor één specifieke reden voldoende dossier op te bouwen voor ontslag. Met de WAB is ontslag ook mogelijk als sprake is van een optelsom van in de wet genoemde ontslaggronden, de zogeheten cumulatiegrond. De rechter kan een arbeidsovereenkomst ontbinden als er voldoende dossier is om de combinatie van ontslaggronden (de cumulatiegrond) te onderbouwen. Wordt een medewerker op basis van de cumulatiegrond ontslagen, dan kan de rechter een hogere transitievergoeding aan de werknemer toekennen, tot maximaal 1,5 keer de reguliere transitievergoeding (zie pagina 13).


Wat betekent dit? • Werkgevers kunnen door de cumulatiegrond makkelijker een arbeidsovereenkomst door de rechter laten ontbinden. • Bij gebruik van de cumulatiegrond wordt het mogelijk wel duurder om een medewerker te ontslaan.

•

•

5.4 LAGERE WW PREMIE BIJ VAST CONTRACT

•

• Het kabinet wil het aanbieden van een vast contract met een vaste arbeidsomvang financieel aantrekkelijker maken. Werkgevers die zo’n arbeidsovereenkomst aanbieden, worden hiervoor beloond via de WW-premie.

•

Wat is er veranderd? De hoogte van de WW-premie is niet meer afhankelijk van de sector waarin de werkgever actief is. De sectorindeling voor de WW verdwijnt. Er komt één landelijke WW-premieregeling voor alle werkgevers. Werkgevers gaan een lagere WW-premie betalen voor werknemers met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en een vaste arbeidsomvang. Voor 2022 is dat 2,7%.

het dienstverband in de proeftijd wordt beëindigd of zelfs maar een dag heeft geduurd. De verhoogde opbouw van de transitievergoeding voor werknemers die meer dan tien jaar in dienst zijn (nu nog een half maandsalaris per dienstjaar) komt te vervallen. Per 1 januari 2020 eindigt de specifieke (lees: hogere) transitievergoeding voor 50-plussers. De speciale overbruggingsregeling voor MKB-bedrijven met gemiddeld minder dan 25 werknemers vervalt per 1 januari 2020. In het geval van een ontslag op basis van de cumulatiegrond (zie pagina), kan de rechter een hogere transitievergoeding aan de werknemer toekennen, tot maximaal 1,5 keer de reguliere transitievergoeding. De werkgever heeft meer mogelijkheden om kosten in mindering te brengen op de transitievergoeding. Kosten voor scholing die gericht is op een andere functie binnen de eigen organisatie kunnen straks ook in mindering worden gebracht op de transitievergoeding. Nu is het in mindering brengen van scholingskosten alleen mogelijk voor een bredere inzetbaarheid op de arbeidsmarkt buiten de eigen organisatie. De werknemer moet wel (nog steeds) van tevoren schriftelijk instemmen met deze verrekening. Alleen kosten die zijn gemaakt in de vijf jaar voordat de transitievergoeding is verschuldigd, mogen worden verrekend. Werkgevers kunnen compensatie aanvragen als zij een transitievergoeding hebben betaald aan een werknemer die zij wegens langdurig arbeidsongeschiktheid (langer dan twee jaar) hebben ontslagen. Werkgevers kunnen de aanvraag indienen bij UWV vanaf 1 april 2020. Kleine werkgevers (minder dan 25 werknemers) kunnen compensatie aanvragen voor de transitievergoeding als zij hun bedrijf beëindigen wegens pensionering, ziekte of overlijden.

De lagere WW-premie geldt voor: • Arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd met een vaste arbeidsomvang; • Arbeidsovereenkomsten die zijn gesloten in het kader de van de beroeps begeleidende leerweg (BBL); • Jongeren tot 21 jaar die een bijbaan hebben voor gemiddeld twaalf uur per week (52 uren per maand of 49 uren per vier weken als er loonaangifte wordt gedaan per vier weken).

•

Voor alle overige werknemers moeten werkgevers een hogere WWpremie betalen. Voor 2022 bedraagt de hoge premie 7,7% (5% meer dan de lage premie). Dit geldt ook voor: • Arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd met een vaste arbeidsomvang; • Arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd zónder vaste arbeidsomvang (oproepcontracten).

Wat betekent dit? Werknemers hebben bij een onvrijwillig einde van het dienstverband altijd recht op een transitievergoeding, zelfs als ze maar kort ergens gewerkt hebben. Dit geldt ook voor uitzendkrachten.

•

5.5 TRANSITIEVERGOEDING VANAF BEGIN DIENSTVERBAND

In de WWZ is de transitievergoeding geïntroduceerd: een vergoeding voor de werknemer wanneer de werkgever het initiatief neemt om het dienstverband te beëindigen. De hoogte van de transitievergoeding hangt af van de periode dat de werknemer in dienst is geweest: éénderde maandsalaris per volledig dienstjaar (en een deel van een jaar naar rato volgens een vaste formule). Tot 2020 wordt deze vergoeding alleen betaald als het dienstverband ten minste twee jaar heeft geduurd. Met de WAB verdwijnt die drempel. Wat is er veranderd? • Werknemers krijgen vanaf het begin van hun arbeidsovereenkomst recht op een transitievergoeding bij onvrijwillig vertrek, ook als Loonspecial & arbeidsvoorwaarden 2022 69 Bouwend Nederland


70


COLOFON

Doel en inhoud Deze special lonen en arbeidsvoorwaarden Bouw & Infra 2022 bevat actuele informatie bedoeld om u te ondersteunen bij uw bedrijfsvoering. Het wordt jaarlijks in de maand januari als onderdeel van het lidmaatschap, aan de leden van Bouwend Nederland toegestuurd. Andere bronnen Bijdragen afgeleid van deze special lonen en arbeidsvoorwaarden Bouw & Infra 2022 – zoals de meest gestelde vragen en antwoorden – worden ook opgenomen in de digitale ledenbrief die tweewekelijks aan de leden van Bouwend Nederland wordt toegezonden. De special is bovendien, uitsluitend voor leden, beschikbaar op www.bouwendnederland.nl. Reageren Voor inhoudelijke vragen kunt u op werkdagen contact opnemen met Bouwend Nederland Advies. Deze helpdesk is bereikbaar op werkdagen van 09.00 uur tot 17.00 uur via telefoonnummer 079 3 252 252. Oplage 4600 stuks Auteur/samensteller Gerard Werkhoven Fotografie Beeldbank Bouwend Nederland en 123RF. Foto’s in special zijn genomen voor de COVID-19 crisis. Aansprakelijkheid De inhoud van deze special lonen en arbeidsvoorwaarden Bouw & Infra 2022 wordt met de grootst mogelijke zorgvuldigheid samengesteld. Bouwend Nederland sluit echter iedere aansprakelijkheid uit voor onjuistheden, onvolledigheden en eventuele gevolgen van het handelen op grond van informatie die in deze special is verschenen. Voor eventuele reacties en/of vragen: advies@bouwendnederland.nl. Copyright De in deze special lonen en arbeidsvoorwaarden Bouw & Infra 2022 opgenomen informatie kan worden vermenigvuldigd voor persoonlijk gebruik, met uitsluiting van elke verdere verveelvoudiging, distributie of exploitatie door derden, tenzij voorafgaand toestemming is gegeven door de auteur en/of Bouwend Nederland.

Bouwend Nederland Zilverstraat 69 Postbus 340 2700 AH Zoetermeer T 079 3 252 252 F 079 3 252 290 E info@bouwendnederland.nl W www.bouwendnederland.nl

Loonspecial & arbeidsvoorwaarden 2022 71 Bouwend Nederland


72


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
BNL Special lonen en arbeidsvoorwaarden by Bouwend Nederland - Issuu