Waar leren ruimte krijgt
‘Waarom verbondenheid geen bijzaak is’



Leerenergie in de klas

Wat motivatie nodig heeft
Studentenwelzijn als fundament voor leren
In mbo en hbo

De kracht van het goede gesprek
![]()
Waar leren ruimte krijgt
‘Waarom verbondenheid geen bijzaak is’



Leerenergie in de klas

Wat motivatie nodig heeft

De kracht van het goede gesprek
4
Studentenwelzijn: geen bonus, maar basis
Waarom welzijn geen extra taak is, maar een voorwaarde om te kunnen leren
Jolien Dopmeijer
6
Aan de slag met verbondenheid
Vijf concrete manieren om studenten zich thuis te laten voelen
8
Wat motivatie nodig heeft
Waarom controle motivatie onderdrukt en vertrouwen ruimte schept
Rob Martens
10
‘Ik moest even wennen aan wie ik hier ben’
Kevin (18), eerstejaars mbo-student Zorg & Welzijn
11
‘Ik dacht dat iedereen het beter deed dan ik’
Yasmin (22), hbo-student Creative Business
12
Je studenten zijn meer dan hun hoofd
Over onderwijs waarin denken, voelen en doen samenkomen
Sylvia Bronkhorst & Julika Verhoeven
14
Motiverende gesprekstechnieken voor in de les
Zo versterk je motivatie in het gesprek
Marlies Jellema
16
Meer leerenergie in de klas
Vijf interventies voor meer focus en contact
Pamela den Heijer & Roos Bits-Derksen
17
‘Alles viel op zijn plek toen ik durfde te kiezen’
Annabel (21), derdejaars wo-student Geschiedenis
18
Boekentips
Colofon
Deze uitgave verscheen ter gelegenheid van het symposium Studentenwelzijn als fundament voor leren, een initiatief van Boom uitgevers. Met dank aan Jolien Dopmeijer, Sylvia Bronkhorst, Julika Verhoeven, Rob Martens, Marlies Jellema en de studenten die hun ervaringen deelden.
Wil je deze special online lezen of delen met een collega? Dat kan via boom.nl/docentprofessionalisering
© 2026 Boom
Dat geldt niet voor een kleine groep die vastloopt, maar voor elke student. Toch behandelen we studentenwelzijn vaak als iets voor later. Voor als het misgaat. Terwijl het juist gaat over het begin: je veilig voelen, je verbonden weten, ruimte ervaren om te proberen en te twijfelen.
Welzijn ontstaat in de context waarin studenten leven. In verwachtingen, onzekerheid en alles wat zich buiten het lokaal afspeelt. Onderwijs is daar niet de enige oorzaak van. Maar het is wel de plek waar die werkelijkheid elke dag samenkomt.
In dit magazine laten we zien wat er verschuift wanneer welzijn het vertrekpunt wordt. In hoe je een les start. In hoeveel speelruimte er is om te oefenen en te groeien. Geen checklist, maar perspectieven die laten zien: waar welzijn stevig staat, krijgt leren diepte.

Vincent Roelse, Uitgever Docentprofessionalisering

Jolien Dopmeijer
Alles leek op koers, totdat het leven zich meldde.
Vlak voor haar afstuderen werd een student mantelzorger, nadat haar moeder ernstig ziek werd.
Jolien Dopmeijer, expert studentenwelzijn, maakte het van dichtbij mee tijdens haar werk in het onderwijs.
Wat er daarna gebeurde, herkent ze inmiddels uit talloze situaties. ‘Mijn student liep vast. Niet omdat ze ongemotiveerd was, maar omdat het leven er ineens keihard tussendoor kwam en de omstandigheden waarin zij zich bevond te weinig ruimte boden om daarmee om te gaan.’ Dat zette Jolien aan het denken. ‘Als welzijn zó bepalend is voor hoe iemand functioneert, waarom organiseren we ondersteuning rondom leren dan niet bewuster, binnen én buiten het onderwijs?’
Welzijn als voorwaarde om te kunnen leren
Volgens Jolien is studentenwelzijn geen los thema of extra aandachtspunt. ‘Studenten leren beter als ze goed in hun vel zitten. Dat klinkt misschien vanzelfsprekend,
maar we handelen er lang niet altijd naar.’
Studentenwelzijn wordt vaak versmald tot mentale klachten en zorgvragen. ‘Alsof het alleen gaat over studenten die vastlopen of hulp nodig hebben. Terwijl welzijn veel breder is. Het gaat over je veilig voelen, erbij horen, vertrouwen hebben in jezelf én perspectief ervaren in de wereld waarin je studeert en leeft.’
In haar werk als docent en onderzoeker ziet ze dagelijks wat er gebeurt als die basis ontbreekt. ‘Als studenten zich niet veilig voelen om vragen te stellen of fouten te maken, dan haken ze af. Soms letterlijk, soms mentaal. Terwijl leren juist vraagt om proberen, twijfelen en zoeken.’
Niet generatie Z, maar het systeem Dat studentenwelzijn nu zoveel aandacht
krijgt, verbaast Jolien niet. Volgens haar heeft corona zichtbaar gemaakt wat er al speelde. ‘De problemen zijn niet door corona ontstaan, maar wel uitvergroot. Daardoor zagen we scherper hoe kwetsbaar het systeem is.’
Ze waarschuwt voor simpele verklaringen. ‘Het probleem zit niet in studenten. Maar het is ook te kort door de bocht om het alleen bij het onderwijs te leggen. Prestatiedruk ontstaat in een bredere context: maatschappelijke verwachtingen, onzekerheid over wonen,
‘Het probleem zit niet in studenten.
Prestatiedruk ontstaat in een bredere context.’
toekomstperspectief, crises die zich opstapelen. Onderwijs speelt daarin een rol, maar veroorzaakt dit niet alleen. Het is één van de plekken waar die druk zichtbaar wordt.’
Welzijn ontstaat in context
Een belangrijk misverstand is volgens Jolien dat studentenwelzijn vooral een individuele verantwoordelijkheid is. ‘We doen soms alsof veerkracht iets is wat een student moet hebben. Maar welzijn ontstaat in de context waarin iemand leeft, leert en opgroeit.’
Die context bestaat uit meerdere lagen: de leeromgeving, de sociale omgeving én de maatschappelijke omstandigheden waarin jongeren zich bevinden. ‘De leeromgeving is daar een belangrijk onderdeel van. Hoe lessen zijn ingericht. Hoe feedback wordt gegeven. Hoe veilig het voelt om iets te zeggen.’
Dat betekent niet dat docenten alles moeten oplossen. ‘Studentenwelzijn is geen individuele docententaak. Het vraagt om
samenhang tussen onderwijs, begeleiding, beleid en samenwerking met andere domeinen buiten het onderwijs.’
Kleine keuzes maken verschil
Voor veel docenten voelt studentenwelzijn als nóg iets wat erbij komt. Dat begrijpt Jolien. ‘Maar vaak gaat het niet om meer doen, maar om anders kijken naar wat je al doet.’
Ze ziet dagelijks voorbeelden van docenten die het verschil maken zonder dat ze het zo noemen. ‘Helder zijn over verwachtingen. Keuzeruimte bieden voor eigen inbreng. Benoemen dat leren soms schuurt. Dat zijn kleine keuzes met grote impact.’ Ook voorbeeldgedrag speelt een rol. ‘Ik ben daar zelf heel bewust in. Ik spreek het uit als ik iets lastig vind. Ik doe niet alsof ik alles weet of altijd sterk ben. Daarmee laat je zien: het is oké om mens te zijn.’
Van losse acties naar samenhang
In het Framework Studentenwelzijn, dat Jolien ontwikkelde, staat één gedachte centraal: welzijn versterk je niet met een checklist. ‘Het gaat om de samenhang tussen alles wat studenten meemaken. Dat vraagt om samenwerking: binnen het onderwijs, maar ook met partijen daarbuiten.’
Volgens haar begint verandering niet bij een nieuw project, maar bij anders kijken. ‘Als we welzijn zien als fundament voor leren, verandert dat hoe we onderwijs ontwerpen, begeleiden en waarderen.’
Jolien Dopmeijer werkt bij het Trimbos-instituut aan een integrale aanpak van studentenwelzijn en is docent-onderzoeker bij Hogeschool Windesheim. Zij adviseert en traint docenten en studentbegeleiders over welzijn in het onderwijs.
Verbondenheid is essentieel voor studentenwelzijn. Het gaat over je thuisvoelen en je plek ervaren in een groep of opleiding. Dat thuisgevoel wordt vaak sense of belonging genoemd: jezelf mogen zijn, ook in je twijfels of imperfectie. Samen met binding bepaalt dit of studenten durven meedoen, vragen stellen en fouten maken. Zonder die basis blijft betrokkenheid kwetsbaar. Vijf manieren om die verbondenheid te versterken.
Wees een rolmodel: laat zien dat leren soms schuurt
Sense of belonging groeit wanneer studenten merken dat ze zichzelf mogen zijn, ook in onzekerheid. Als jij laat zien dat leren soms lastig is en hoe jij met twijfel of feedback omgaat, ontstaat ruimte. Je hoeft niet alles te delen, maar wel menselijk zijn.
Zeg bijvoorbeeld: ‘Dit vond ik zelf ook lastig.’ Vermijd de rol van ‘alleswetende expert’.
met écht
(en niet pas als het misgaat)
Een simpele vraag als ‘Hoe gaat het met je?’ kan al verschil maken. Niet als zorggesprek, maar als oprechte check-in bij binnenkomst of aan het begin van de les. In korte momenten van aandacht wordt verbondenheid voelbaar: ik zie je.
Start met een check-in en begroet studenten bewust met oogcontact en volle aandacht.
Samenwerken versterkt binding én sense of belonging, mits het veilig gebeurt. Kleine, vaste groepen helpen studenten zich sneller uit te spreken en verantwoordelijkheid te nemen, ook online.
Werk regelmatig in kleine groepen en wissel samenstellingen niet te vaak.
Leren vraagt om proberen en twijfelen. Als studenten bang zijn om iets ‘doms’ te zeggen, haken ze af. Veiligheid zit niet in regels, maar in gedrag: hoe reageer je op vragen, fouten of stilte?
Benoem dat fouten maken bij leren hoort, reageer waarderend en spreek studenten aan op gedrag, niet op persoon.
Taal beïnvloedt of studenten zich welkom voelen. Inclusieve formuleringen versterken sense of belonging; generalisaties ondermijnen dat vaak onbedoeld.
Varieer in voorbeelden, vermijd stereotyperingen en spreek vanuit ontwikkeling: ‘Dit kun je nog leren’.
Dit artikel is gebaseerd op inzichten uit het Stijn-programma van het Trimbos-instituut, in samenwerking met Jolien Dopmeijer.
www.trimbos.nl

Rob Martens
‘Leren is van nature leuk. Toch hebben we het onderwijs zo georganiseerd dat nieuwsgierigheid soms onder druk komt te staan.’
Onderwijswetenschapper Rob Martens pleit voor een fundamentele koerswijziging in het hoger onderwijs. Minder controle, meer vertrouwen.
Hoe we nieuwsgierigheid afleren ‘Mensen zijn van nature nieuwsgierig,’ stelt Rob. ‘Kijk naar jonge kinderen: ze willen alles weten, alles onderzoeken. Die drang verdwijnt niet zomaar. Maar het onderwijs zoals we het nu organiseren, zet die nieuwsgierigheid onder druk.’
Volgens Rob begint dat al vroeg. ‘Alles wordt gekoppeld aan toetsen en cijfers. Leren wordt iets wat moet. Niet iets wat je uit jezelf doet.’
Het gevolg zien docenten dagelijks in het hbo: studenten die bij binnenkomst vragen ‘telt dit mee?’. ‘Ze zijn gewend geraakt aan externe prikkels. Studiepunten, aanwezigheidsplicht en diploma’s worden het doel. Niet nieuwsgierigheid.’
Wanneer controle motivatie onderdrukt
Rob ziet het onderwijs als een systeem waarin controle centraal is komen te staan. ‘We gaan er vaak impliciet van uit dat studenten ongemotiveerd zijn. Dus sturen we met regels, toetsen en verplichtingen. Alles moet bewijsbaar en meetbaar zijn.’
Maar juist die nadruk op controle belemmert leren. ‘Als je studenten voortdurend onder druk zet, blokkeer je hun natuurlijke motivatie.’
En niet alleen studenten ervaren dat. ‘Docenten bewegen in precies hetzelfde systeem. Ook zij worden beoordeeld, gemeten en afgerekend. Zo houden we met z’n allen patronen in stand die motivatie eerder ondermijnen dan versterken.’
‘Creëer
vertrouwen.’
Prestatiedruk als systeemvraagstuk
Volgens Rob is onderwijs steeds sterker georganiseerd rond selectie en doorstroom. ‘Veel processen zijn gericht op filteren en kwalificeren. Studenten werken vooral om studiepunten te halen, niet om te leren.’
Die prestatiedruk heeft gevolgen. ‘Wanneer alles draait om presteren, komt de speelruimte onder druk te staan. Dat zie je terug in stress en uitval bij studenten én docenten. Het is geen individueel falen, maar een structurele dynamiek.’
Vertrouwen als alternatief
Rob pleit voor een radicale verandering: ‘Vertrouwen. Ga ervan uit dat studenten willen leren. Dat klinkt eenvoudig, maar het vraagt om een andere houding. Stop met sturen op controle.’
Vertrouwen betekent niet vrijblijvendheid. ‘Je biedt structuur, maar geeft ook ruimte. Ruimte om eigen keuzes te maken en nieuwsgierigheid te volgen. Dáár groeit motivatie.’
Hij noemt een praktijkvoorbeeld: ‘Ik zeg soms tegen studenten: als je dit vak niet interessant vindt, hoef je niet te komen. Wat gebeurt er? Iedereen blijft. Want ik behandel hen als autonome mensen. En dat werkt bevrijdend.’
Zie het patroon, niet de oplossing
Rob is zich ervan bewust dat zijn pleidooi vragen oproept. ‘Veel mensen verwachten tips of een methode. Maar dat is nu juist het punt: we zitten al te veel in dat denken. Mijn boek wil vooral een patroon zichtbaar maken – zodat je anders leert kijken.’
In zijn werk spreekt hij over de ‘playful mind’: de speelse, onderzoekende houding die volgens hem in elke student en docent aanwezig is. ‘Nieuwsgierigheid lijkt op spel. Die speelse ruimte moeten we niet alleen studenten gunnen, maar ook onszelf.’
Zijn oproep is helder: ‘Creëer speelruimte. Organiseer vanuit vertrouwen. En laat onderwijs niet alleen een plek zijn waar je leert voldoen, maar waar je kunt ontdekken wie je bent.’
Rob Martens is hoogleraar aan de Open Universiteit en gespecialiseerd in motivatie en onderwijsvernieuwing. Auteur van onder meer De Motivatierevolutie.
‘Ik

Hoe was de overgang naar het mbo?
‘Best spannend.’ Kevin kwam van een kleinere middelbare school. ‘Hier was alles nieuw. Nieuwe klas, nieuwe docenten.’ In het begin hield hij zich wat op de achtergrond. ‘Ik zei niet veel. Ik wilde eerst kijken hoe iedereen was.’
Wat vond je het lastigst?
‘Dat je meer zelf moet regelen.’ Planning, stage, opdrachten. ‘Op de middelbare school werd er meer achter je aan gezeten. Hier moet je het zelf doen.’ Soms dacht hij: kan ik dit wel? ‘Maar dat zeg je niet meteen hardop.’ Hij probeerde het vooral zelf uit te zoeken. ‘En als iets niet lukte, baalde ik daar best van.’
Wanneer voel jij je prettig in de klas?
‘Als de sfeer goed is.’ Kevin zegt het simpel. ‘Dat je serieus kunt werken, maar ook kunt lachen.’ Hij merkt dat hij sneller iets durft te proberen als een docent rustig reageert. ‘Als iets niet lukt en iemand zegt: kijk nog eens, dan probeer ik het opnieuw. Als iemand meteen geïrriteerd is, klap ik dicht.’
Wat heb je tot nu toe over jezelf geleerd?
Hij denkt even na. ‘Tijdens stage, denk ik.’ Hij vertelt dat hij in een situatie terechtkwam die hij van tevoren spannend vond. ‘Maar het ging eigenlijk gewoon goed.’ Hij haalt zijn schouders op. ‘Toen dacht ik: oké… misschien kan ik dit wel.’
‘Dat je serieus kunt werken, maar ook kunt lachen.’
‘Ik

at verraste jou het meest aan studeren?
‘Hoe snel je jezelf gaat vergelijken.’ Yasmin dacht dat studeren vooral over vakken zou gaan. ‘Maar ik was veel bezig met: doe ik het wel goed genoeg? Iedereen lijkt stages te hebben of extra dingen te doen. Ik dacht echt dat ik achterliep.’
Wanneer merkte je dat dat misschien niet helemaal klopt?
‘Toen ik er met anderen over praatte.’ Tijdens een groepsopdracht bleken studiegenoten ook te twijfelen.
‘Dat had ik echt niet verwacht. Iedereen komt altijd zo zeker over.’ Ze lacht. ‘Van buiten zie je dat gewoon niet. Dat luchtte me eigenlijk wel op.’
Hoe merk jij dat het niet lekker gaat?
‘Dan stel ik dingen uit, en daar word ik weer zenuwachtig van.’ Vooral rond tentamens kan haar hoofd blijven malen.
‘Dan lig ik in bed en denk ik: had ik niet nog iets moeten doen? Soms pak ik mijn telefoon er weer bij om toch nog iets te checken, terwijl ik eigenlijk wil slapen.’
Wanneer haak je niet af in een les?
‘Als ik niet de hele tijd stil hoef te zitten. Dan raak ik sneller mijn aandacht kwijt.’ Zodra ze even iets moet bespreken of haar mening mag geven, voelt ze zich meer betrokken. ‘Dan ben ik er gewoon meer bij.
‘Op de middelbare school werd er meer achter je aan gezeten. Hier moet je het zelf doen.’


Sylvia Bronkhorst & Julika Verhoeven
Docenten willen gemotiveerde en betrokken studenten, maar in de praktijk haken veel jongeren af. Volgens
Sylvia Bronkhorst en Julika Verhoeven komt dat doordat onderwijs te veel op het hoofd focust. Hun Hoofd, Hart & Handen–aanpak biedt een alternatief.
Wat gebeurt er als we verder kijken dan alleen het hoofd?
‘Onderwijs richt zich enorm op het hoofd,’ zegt Julika. ‘Weten, begrijpen, analyseren. Belangrijk, maar het is slechts een deel van wat een mens nodig heeft.’ Sylvia vult aan: ‘Het hart – motivatie, interesse, urgentie –bepaalt of kennis landt. En de handen – doen, maken, ervaren – zorgen dat iets blijft hangen. Toch blijven we vaak maar informatie zenden.’ Ze lachen om het woord ‘dozénden’. ‘In ons boek besteden we een hele les aan stoppen met zenden. Geen enkele student is na twintig minuten luisteren nog alert. En wij eerlijk gezegd ook niet.’
Hoe creëer je een les die wel betrokken maakt?
Wat wél werkt, is een les die logisch en levendig is opgebouwd. ‘Je checkt in, doet
‘In ons boek besteden we een hele les aan stoppen
met zenden.’
iets samen, reflecteert en koppelt theorie aan wat net gebeurde,’ legt Julika uit.
‘Geen eindeloze uitleg, maar een actieve en persoonlijke les.’ Sylvia: ‘We willen dat studenten denken: dit gaat over míj. Als het onderwijs aansluit bij wie ze zijn – hun verlangens, talenten en onzekerheden –willen ze alles leren.’ Zweverig is het allerminst. ‘Een student zei ooit: “In mijn opleiding is een antwoord goed of fout. Hier werkt dat niet zo. Daarom voelt het soms zweverig,”’ vertelt Sylvia. ‘Als dat de definitie van zweverig is, dan doe ik het ervoor. Want op de meeste grote vragen is gewoon geen duidelijk goed of fout antwoord.’
Waarom is deze aanpak juist nu nodig?
‘Steeds meer studenten voelen zich eenzaam,’ zegt Sylvia. ‘Dat zie je vaak niet aan de buitenkant.’ Julika: ‘Om te kunnen leren heb je een innerlijk kompas nodig. Weten wie je bent en wat je belangrijk vindt. Dat is hart. En juist dat staat onder druk.’ Daarom is community bouwen een kern van de methode. ‘Een klas waarin je
kunt zeggen dat het even niet gaat, is een klas waarin je durft te leren,’ zegt Sylvia. ‘Zonder veiligheid geen groei.’
Is dat niet veel te ingewikkeld voor de gemiddelde docent?
‘Zeker niet’. Roepen Julika en Sylvia in koor. ‘Docenten denken dat dit extra tijd kost, maar het omgekeerde gebeurt. Je gaat mínder trekken. Als studenten begrijpen waarom ze ergens aan werken, hoef jij niet
zit. Dat is misschien wel het grootste cadeau.’
Waar begin je als docent?
‘Met iets kleins,’ zegt Julika. ‘Eén quick win. Een check-in, een andere vraag, een activerende opdracht. Kleine interventies hebben groot effect.’ Sylvia: ‘Wacht niet op een studiedag. Begin morgen. Als jij verandert, verandert de klas met je mee.’ Ze glimlacht. ‘Je hoeft geen radicale
‘Vertragen in het begin, betekent versnellen in de loop van het traject.’
meer te duwen,’ zegt Sylvia. ‘Dan komt de motivatie vanzelf.’ In de HHH-methode is eigenaarschap zichtbaar: studenten nemen initiatief, kiezen hun route en reflecteren op hun stappen. ‘En dat werkt bevrijdend,’ zegt Julika. ‘Voor studenten én docenten. Vertragen in het begin, betekent versnellen in de loop van het traject.’
Hoe ziet een dag met Hoofd, Hart & Handen eruit?
‘Het gaat uiteindelijk niet om losse werkvormen, maar om de sfeer die daardoor ontstaat,’ zegt Sylvia. ‘Een dag waarin studenten echt landen, durven deelnemen en elkaar zien.’ In zo’n klas beweegt de groep vanzelf mee met de afwisseling van doen, denken en delen. ‘Je hoeft minder te sturen,’ vult Julika aan. ‘Omdat studenten voelen dat de les klopt.’ Het effect merk je de hele dag: meer rust, minder ruis, meer contact tussen studenten en meer lef om iets nieuws te proberen. ‘Je ziet dat ze opleven,’ zegt Sylvia. ‘Ze stellen vragen, pakken het woord, zoeken elkaar op. Er ontstaat ruimte voor ontwikkeling die je niet uit een boek haalt.’
Wat merken studenten?
‘Plezier,’ zegt Sylvia direct. ‘Ik wil dat studenten denken: ik wil hier zijn.’ Julika ziet vooral groei in zelfvertrouwen. ‘Studenten voelen: ik ben hier voor mezelf. Ik durf te experimenteren, initiatief te nemen. Dat is eigenaarschap.’ Een student zei: ‘Ik durfde nooit iets te zeggen in de les. Nu wel, door de openheid in de groep.’ Voor Sylvia is dat tekenend: ‘Ze ontdekken waar hun energie
ommezwaai te maken. Je hoeft alleen maar handelingsruimte te creëren voor leren dat klopt. De rest volgt.’
Docent en trainer Sylvia Bronkhorst en onderwijskundige Julika Verhoeven zijn de auteurs van Leren met Hoofd, Hart & Handen, over onderwijs waarin weten, voelen en doen samenkomen.

Motivatie groeit van binnenuit. Volgens motivatie-expert
Marlies Jellema versterk je die niet met meer uitleg of druk, maar door anders te vragen en te luisteren. Niet in beleid of lesontwerp, maar in het gesprek van minuut tot minuut. Met deze vijf technieken help je studenten hun eigen motivatie onder woorden te brengen.
Laat studenten hun eigen redenen formuleren
Vertel niet waarom iets belangrijk is, vraag het. Waarom zou dit nuttig kunnen zijn? Wat levert het jou op? Motivatie wordt sterker wanneer studenten zélf woorden geven aan hun redenen.
Start niet met uitleg, maar met nieuwsgierigheid. Vraag wat studenten al weten, ervaren of vinden van het onderwerp. Door eerst hun perspectief te verkennen, maak je motivatie persoonlijk in plaats van verplicht.
Vat kort samen wat een student zegt. Daarmee laat je zien dat je luistert én help je hen om hun eigen gedachten te ordenen. Soms ontstaat motivatie simpelweg doordat iemand zich serieus genomen voelt.
Weersta de reflex om direct te adviseren of oplossingen te geven. Stel eerst een vervolgvraag: wat heb je al geprobeerd?
Wat zou een volgende stap kunnen zijn?
Hoe meer jij de denkruimte bij de student laat, hoe groter de kans dat motivatie van binnenuit groeit.
Vermijd vragen die je met ja of nee kunt beantwoorden. Vraag liever: hoe zou jij dit aanpakken? Wat maakt dit lastig?
Open vragen zetten aan tot denken en eigenaarschap.
Motiverende gespreksvoering in de praktijk Marlies Jellema is docent en trainer in motivatie en gedragsverandering. In Motiverende gespreksvoering in de praktijk laat zij zien hoe je motivatie versterkt en weerstand vermindert.
Goed lesgeven voelt lichter wanneer inhoud en contact kloppen. Dat vraagt niet om méér doen, maar om bewuster kiezen in het moment. Met deze vijf interventies kun je direct invloed uitoefenen op sfeer, focus en leerenergie.
Sta niet vast op één plek, maar beweeg en maak kort contact. Zo wordt de ruimte gedeeld terrein in plaats van “van jou” of “van hen”; beweeglijkheid, ook in taal, geeft lucht en mogelijkheden.
Check vóór de start temperatuur, frisse lucht en opstelling. Een kring ondersteunt gesprek, groeptafels helpen samenwerken en een toetsopstelling schept focus. Door direct te scannen en te kiezen maak je de plek eigen.
Open de deur als jij klaar bent en begroet iedere student kort met oogcontact en een woord. Die eerste bewuste opening zet de toon voor aandacht en verschil in de sfeer van je les.
Neem een mini-pauze en verleg je aandacht naar buik, bekken, benen en voeten; dat verlaagt je tempo en vergroot je aanwezigheid. Laat na een vraag stilte vallen en kijk breed de groep rond, zodat studenten elkaar sneller op gang helpen.
Zie je afhaakgedrag, kies dan om te openen: stap naar voren, stel een vraag, maak contact. Openen en sluiten is geen goed-fout, maar bewust regie houden op sfeer en leercontact.
De docent is ook maar een mens
Dit artikel is gebaseerd op De docent is ook maar een mens van Pamela den Heijer en Roos Bits-Derksen. Over hoe affect en resultaat elkaar kunnen versterken in het hoger onderwijs.
‘Alles
Annabel (21), derdejaars wo-student Geschiedenis

Hoe begon jouw studietijd?
‘Ik begon met rechten in Nijmegen. Eigenlijk wist ik niet goed wat ik wilde. Maar voor mijn gevoel was het na de middelbare school geen optie om even iets anders te doen.’ Al snel merkte ze dat het niet klopte. ‘Ik twijfelde elke dag. Is dit mijn studie? Is dit mijn stad? Ik ging wel naar colleges, maar het voelde nooit echt van mij.’
Wanneer veranderde dat gevoel?
Ze stopte en ging tijdelijk werken. ‘Pas toen ik voor geschiedenis koos, viel alles op zijn plek. Ik had rust. Ik ging met plezier naar colleges. Het klopte gewoon.’ Even later zegt ze: ‘Achteraf pas merkte ik hoeveel energie die twijfel me kostte. Ik dacht dat anderen het allemaal zeker wisten. Maar als je erover praat, blijkt dat helemaal niet zo.’
Wat merk jij van prestatiedruk?
‘Vooral rond tentamens,’ zegt ze. ‘Dan maak ik het in mijn hoofd groter dan nodig is.’ Ze kan streng zijn voor zichzelf.
‘Achteraf denk ik vaak: waarom deed ik zo moeilijk? Het had ook rustiger gekund.’
Wat helpt jou in contact met docenten?
‘Als een docent gewoon zegt: kom langs als er iets is.’
Ze verwacht geen lange gesprekken. ‘Maar het helpt als je voelt dat het mag. Dat blijft toch hangen.’
Annabel is mede-initiatiefnemer van
Door het Geluid, een studenteninitiatief dat workshops geeft over mentale gezondheid
www.doorhetgeluid.nl
Misschien neem je uit dit nummer een gedachte mee. Misschien een idee om uit te proberen. Misschien een andere manier van kijken. Deze boeken sluiten daarop aan en bieden verdere verdieping voor je onderwijspraktijk.

33 tips voor hbo-didactiek Adviezen uit onderzoek en onderwijs
Wessel Peeters, David Maij

De docent is ook maar een mens
Affectieve vermogens en de menselijke kant van het hoger onderwijs
Pamela den Heijer, Roos Bits-Derksen

Gevoel voor leren
Perspectieven op emotionele aspecten van leren en ontwikkelen
Pamela den Heijer, Ton Zondervan

Motiverende gespreksvoering in de praktijk
Marlies Jellema

Leren met Hoofd, Hart & Handen
Studenten AANwezig door een schat aan motiverende werkvormen
Sylvia Bronkhorst, Julika Verhoeven

De motivatierevolutie
Van controle naar zelfdeterminatie in het hoger onderwijs
Rob Martens

Dat doe je toch niet alleen?
Van zelfregulerend leren naar samen (regu)leren
Barend Last, Derk Bransen

Krachtgericht coachen Een aanpak voor diepgaand leren, zelfregulatie en effectief functioneren
Fred Korthagen, Ellen Nuijten

Maak er geen punt van
Jacqueline van Kruiningen, Joy de Jong

Zin in reflectie
40 reflectie-oefeningen om je professionele ontwikkeling een boost te geven
Fred Korthagen, Mischa Korthagen

Geef ze het nakijken
Over activerende feedback en schrijfbegeleiding
Jacqueline van Kruiningen, Joy de Jong

De kracht van reflectie Een sleutel voor de ontwikkeling van leraren
Fred Korthagen, Ellen Nuijten

Handboek digitale didactiek Ondersteun, versterk en verrijk je onderwijs met technologie
Robert Mol

Chatten met Napoleon Werken met generatieve AI in het onderwijs
Barend Last, Thijmen Sprakel

Blended learning en onderwijsontwerp
Van theorie naar praktijk
Barend Last, Stefan Jongen

Blended learning in de praktijk
Modellen, strategieën, voorbeelden en andere handvatten
Barend Last

Beter, leuker, sneller Optimaal ontwikkelen met generatieve AI
Barend Last, Ilona Boomsma, Jean-Luc Laval

Learning analytics ontcijferd
Justian Knobbout

Toetsen in het hoger onderwijs
Henk van Berkel, Anneke Bax e.a.

Skillsgericht werken in het beroepsonderwijs
Wim Pelgrim

Programmatisch toetsen Voorbeelden en ervaringen uit de praktijk
Liesbeth Baartman, Tamara van Schilt-Mol, Cees van der Vleuten

Kennisproducten uit praktijkgericht onderzoek
Koen van Turnhout, Daan Andriessen e.a.

Programmatisch toetsen: een verdieping
Inspiratie vanuit theorie en praktijk
Tamara van Schilt-Mol, Liesbeth Baartman

De grote vragen over onderwijsinnovatie Op zoek naar meer verandergoesting
Kristin Vanlommel, Remco Coppoolse, Lydia Schaap

Werken aan de kwaliteit van hoger onderwijs
Janke Cohen-Schotanus, Klaas Visser, Joyce Brouwer

Onderwijsonderzoek Een onorthodoxe introductie
Gert Biesta

Instroom zonder uitstroom in het primair en voortgezet onderwijs
Marjolein Mantelaers
Voor wie verder wil lezen, twijfelen en
vernieuwen.


Waarom prestatiedruk een systeemvraagstuk is


Aan de slag met verbondenheid
‘Wat
motivatie nodig heeft’
